LIFE SO09 (MD 19169) - Naaimachine MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LIFE SO09 (MD 19169) MEDION in PDF-formaat.
| Merk | Medion |
| Model | LIFE SO09 (MD 19169) |
| Type | Overlockmachine (naaimachine voor overlocksteken) |
| Afmetingen (L x H x D) | 31 cm x 31 cm x 32 cm |
| Gewicht | 7,2 kg |
| Voeding | 220-240 V ~ 50 Hz |
| Stroomverbruik | 91 W (motor 90 W, LED-lamp 1 W) |
| Naaisnelheid | 1200 omw/min (+150/-100) |
| Aantal draden | 4, 3 of 2 (met converter) |
| Aantal naalden | 2 of 1 |
| Steeklengte | 1 tot 5 mm (instelbaar) |
| Snijbreedte | 3 tot 4,5 mm (instelbaar) |
| Hoogte van de persvoet | 4 mm |
| Naaldtype | 2022 n° 75/11, 90/14, 100/16 |
| Meegeleverd voetpedaal | Type HKT72C |
| Beschermingsklasse | II (dubbele isolatie) |
| Belangrijkste functies | Overlock met 4, 3, 2 draden, rolzoom, stopketting, differentiële transport, vrije arm |
| Inhoud van de levering | Overlockmachine, voetpedaal, snelle startgids, accessoires (naalden, stootplaten, reserve ondermes, naaigids, borstel, pincet, schroevendraaier, 2-draads converter, afvalbak, beschermhoes, oliekan, 4 klossen garen) |
| Onderhoud en reiniging | Meegeleverde pluizenborstel; smeren met speciale naaimachineolie |
| Veiligheid | Veiligheidsschakelaar op beschermkap van de grijpers; stekker uittrekken voor onderhoud |
| Garantie | Raadpleeg de Medion serviceportal voor de voorwaarden |
Veelgestelde vragen - LIFE SO09 (MD 19169) MEDION
Gebruikersvragen over LIFE SO09 (MD 19169) MEDION
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LIFE SO09 (MD 19169) - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LIFE SO09 (MD 19169) van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING LIFE SO09 (MD 19169) MEDION
Bedienungsanleitung Notice d'utilisation Gebruiksaanwijzing
Manual de instrucciones Istruzioni per l'uso User Manual

- Over deze gebruiksaanwijzing....91
1.1. Betekenis van de symbolen 91
-
Gebruiksdoel....91
-
Veiligheidsvoorschriften....91
3.1. Elektrische apparaten horen niet thuis in de handen van kinderen.... 91
3.2. Netsnoer en netaansluiting 92
3.3. Nooit zelf repareren 92
3.4. Algemene instructies....92
3.5. Veilig omgaan met het apparaat 92
3.6. Reinigen en opbergen....93
-
Inhoud van de levering....93
-
Overzicht van het apparaat....94
-
Vóór het gebruik....98
6.1. De spoeltafel instellen 98
6.2. De telescopische draadboom instellen 98
6.3. Het accessoirevak 98
6.4. Garenpennen....99
6.5. Voetpedaal aansluiten....99
6.6. De afvalbak bevestigen....100
- Bediening....100
7.1. Handwiel....100
7.2. De naaisnelheid regelen 100
7.3. Grijperafdekking en veiligheidsschakelaar 100
7.4. Randliniaal....101
7.5. Draadsnijder....101
7.6. Naaivoet omhoog en omlaag bewegen 101
- De draden inrijgen....102
8.1. Algemene aanwijzingen over het inrijgen 102
8.2. Draad in onderste grijper inrijgen 103
8.3. Draad in bovenste grijper inrijgen 105
8.4. Draad in de rechternaald inrijgen 106
8.5. Draad in de linkernaald inrijgen 107
-
Proefdraaien 108
-
De draadspanning instellen....108
10.1. Juiste draadspanning 109
10.2. De draadspanning instellen voor de draden in de naalden 109
10.3. De draadspanning instellen voor de draden in de grijpers....110
-
Overzicht van de machine-instellingen 111
-
Overzicht van garen en naalden.... 114
-
Draad wisselen....115
-
Handgreep....115
-
De steeklengte instellen ....115
15.1. De steeklengte instellen 115
- De snijbreedte instellen 116
16.1. De ideale snijbreedte.... 116
16.2. De snijbreedte is te smal.... 117
16.3. De snijbreedte is te groot.... 117
- Met smalle en brede steken locken met drie draden....118
- Het bovenste mes buiten gebruik stellen 119
- Instellen op het gebruik van twee draden 120
- Steekvingerregelaar 121
- Differentieel transport....122
21.1. Werking 122
21.2. Positief differentieel transport....122
21.3. Negatief differentieel transport....123
21.4. Differentieel transport instellen 123
21.5. Differentieel transport instellen ....123
22. Naaivoetdruk instellen ....124
23. Vrije arm....124
24. Naalden vervangen 125
25. Messen vervangen....125
26. Probleemoplossing....126
27. Opbergen 127
28. Reinigen en smeren 127
29. Afvalverwerking 128
30. Technische gegevens....128
30.1. Verklaring van overeenstemming....129
31. Service-informatie....129
32. Colofon....130
1. Over deze gebruiksaanwijzing

Hartelijk dank dat u voor ons product hebt gekozen. Wij wensen u veel plezier met het apparaat.
Lees de veiligheidsvoorschriften aandachtig door voordat u het product in gebruik neemt. Neem de waarschuwingen op het apparaat en in de gebruiksaanwijzing in acht.
Houd de gebruiksaanwijzing altijd binnen handbereik.
Geef als u het apparaat verkoopt of doorgeeft ook altijd deze gebruiksaanwijzing mee, omdat deze een essentieel onderdeel van het product is.
1.1. Betekenis van de symbolen
Als een tekstgedeelte is gemarkeerd met een van de volgende waarschuwingssymbolen, moet het in de tekst beschreven gevaar worden vermeden om de daar genoemde mogelijke risico's te voorkomen.

GEVAAR!
Waarschuwing voor direct levensgevaar!

WAARSCHUWING!
Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig blijvend letsel!

VOORZICHTIG!
Waarschuwing voor mogelijk minder ernstig en/of licht letsel!

LET OP!
Neem de aanwijzingen in acht om materiele schade te voorkomen!

Meer informatie over het gebruik van het apparaat

Neem de instructies in de gebruiksaanwijzing in acht!

Symbool van veiligheidsklasse II

Gebruik binnenshuis
2. Gebruiksdoel
Het apparaat heeft veel gebruiksmogelijkheden:
De overlockmachine kan worden gebruikt voor het stikken en afwerken van de naden van licht tot middelzwaar naaiwerk.
Het naaiwerk kan bestaan uit textielvezels, samengestelde materialen of licht leer.
- Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor privégebruik en niet voor industrieel/commercieel gebruik.
Houd er rekening mee dat bij gebruik van het apparaat voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd, de aansprakelijkheid vervalt:
- Bouw het apparaat zonder onze toestemming niet om en gebruik het niet met hulp- of aanbouwapparaten die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.
- Gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedgekeurde reserveonderdelen en accessoires.
- Neem alle informatie in deze gebruiksaanwijzing in acht en houd u in het bijzonder aan de veiligheidsvoorschriften. ledere andere vorm van gebruik geldt als niet in overeenstemming met het gebruiksdoel en kan leiden tot letsel of materiële schade.
- Gebruik het toestel niet onder extreme omgevingsomstandigheden.
3. Veiligheidsvoorschriften
3.1. Elektrische apparaten horen niet thuis in de handen van kinderen
■ Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met een lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperking of met gebrek aan kennis en/of ervaring, mits iemand toezicht op hen houdt of hun is geleerd hoe ze het apparaat veilig kunnen gebruiken en ze hebben begrepen welke gevaren het gebruik van het apparaat met zich meebrengt. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze ouder zijn dan 8 jaar en er iemand toezicht op hen houdt.
■ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt van het apparaat en de aansluitkabel worden gehouden.

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Er bestaat verstikkingsgevaar door
het inslikken of onjuist gebruiken van verpakkingsfolie!
■ Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.
3.2. Netsnoer en netaansluiting
■ Sluit het apparaat alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact (220-240 V \~ 50 Hz) dat zich in de buurt van het apparaat bevindt. Zorg ervoor dat het stopcontact vrij toegankelijk is, zodat het apparaat zo nodig snel kan worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
■ Als u de stekker uit het stopcontact haalt, pak dan altijd de stekker zelf vast en trek niet aan het snoer.
■ Zorg ervoor dat het snoer tijdens gebruik helemaal afgerold is.
■ Het snoer mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken.
■ Schakel voor de volgende werkzaamheden de naaimachine uit en trek de stekker uit het stopcontact: draad inrijgen, naald verwisselen, naaivoet instellen, reinigingsen onderhoudswerkzaamheden uitvoeren, als u stopt met uw naaiwerk en als u het onderbreekt.
3.3. Nooit zelf repareren
■ Trek bij beschadiging van de machine of de aansluitkabel onmiddellijk de stekker uit het stopcontact.
- Om risico's te voorkomen, mag de naai-machine bij zichtbare beschadigingen aan de machine zelf of aan het netsnoer niet worden gebruikt.

WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schok!
Bij onjuiste reparatie bestaat er gevaar voor elektrische schokken.
■ Probeer in geen geval om het apparaat te openen of zelf te repareren.
■ Neem bij storingen of als de aansluitkabel beschadigd is, contact op met het Service Center of een ander professioneel reparatiebedrijf om risico's te voorkomen.
3.4. Algemene instructies
■ De naaimachine mag niet nat worden, omdat er dan gevaar bestaat voor elektrische schokken!
■ Laat de naaimachine nooit aanstaan zonder dat er iemand bij is.
■ Gebruik de machine niet buiten.
■ De machine mag uitsluitend worden gebruikt met het meegeleverde voetpedaal-type HKT72C.
3.5. Veilig omgaan met het apparaat
■ De naaimachine is uitgerust met pootjes met zuignappen, zodat deze stabiel staat. Zorg er desondanks voor dat u de machine neerzet op een vlakke, stevige ondergrond en dat alle vier de pootjes op de ondergrond rusten.
■ Tijdens gebruik moeten de ventilatieopeningen vrij blijven: zorg ervoor dat er niets (bijv. stof, draadresten enz.) in de openingen terechtkomt.
■ Zet nooit iets op het voetpedaal.
■ Gebruik uitsluitend de meegeleverde accessoires. Naalden zijn verkrijgbaar in de vakhandel.
■ Gebruik voor het smeren uitsluitend speciale naaimachineolie. Gebruik geen andere vloeistoffen.
■ Let tijdens het naaien op dat u niet met uw vingers onder de naaldhouder komt.
■ Wees voorzichtig bij het bedienen van de bewegende delen van de machine en vooral met de naalden en messen. Er bestaat ook gevaar voor letsel als de machine niet is aangesloten op het elektrici- teitsnet.
■ Gebruik geen verbogen of botte naalden.
■ Houd de stof tijdens het naaien niet vast en trek er niet aan. De naalden kunnen breken.
■ Zet de naalden als u klaar bent met het naaiwerk altijd in de hoogste positie.
■ Als u klaar bent en voordat u onderhoud werkzaamheden gaat uitvoeren, schakelt u de machine altijd uit en trekt u de stekker uit het stopcontact.
3.6. Reinigen en opbergen
■ Haal de netstekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reinigen. Gebruik voor het reinigen een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en reinigingsmiddelen, omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat kunnen beschadigen.
■ Gebruik voor het opbergen van de naai-machine altijd de meegeleverde afdek-kap, zodat de machine beschermd is te-gen stof.
4. Inhoud van de levering
GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of onjuist gebruiken van verpakkingsfolie!
■ Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.
Controleer de levering op volledigheid en informeer ons binnen 14 dagen na aankoop indien de levering niet compleet is.
• Overlockmachine
• Voetpedaal type HKT72C
• Beknopte gebruiksaanwijzing
- Diverse accessoires in het accessoirevak (overzicht van de inhoud op de volgende pagina)
5. Overzicht van het apparaat

text_image
1 23 56 23 22 21 20 19 7 8 9 10 11 12 13 141Abb. 1 - Vooraanzicht
- Draadgeleider linkernaald (blauw)
- Draadgeleider rechternaald (groen)
- Telescopische draadboom
- Draadgeleider bovenste grijper (lichtgroen)
- Draadgeleider onderste grijper (roze)
- Handgreep
- Draadspanningsknop voor bovenste grijper (lichtgroen)
- Draadspanningsknop voor onderste grijper (roze)
- Voorste draadgeleider voor draad in beide naalden
- Voorste draadgeleider voor draad in rechternaald
- Draadgeleider voor draden in grijpers
-
Veiligheidsschakelaar (grijperafdekking)
-
Grijperafdekking
- Bovenste mes met houder
- Afneembaar werkblad (vrije arm)
- Steekplaat De markeringen voor de snijbreedtes (3,5; R, 4,5) be- vinden zich op de steekplaat.
- Naaivoet
- Accessoirevak
- Naalden
- Voorste draadgeleider voor draad in linkernaald
- Draadsnijder
- Draadspanningsknop voor linkernaald (blauw)
- Draadspanningsknop voor rechternaald (groen)

text_image
24 5 26 7 28 29 30 41 31 32 40 33 34 39 38 37 353Abb. 2 - Achteraanzicht
- Achterste draadgeleider van draad in bovenste grijper
- Achterste draadgeleider van draad in onderste grijper
- Achterste draadgeleider linkernaald
- Achterste draadgeleider rechternaald
- Stelschroef voor naaivoetdruk
- Spoelnaald voor draad in linkernaald
- Spoelnaald voor draad in rechternaald
- Spoeltafel
-
Spoelnaald voor draad in bovenste grijper
-
Spoelhouder
- Spoelnaald voor draad in onderste grijper
- Voeten met zuignap
- Stekkeraansluiting voor voetpedaal
- Netschakelaar
- Handwiel
- Differentieeltransportregelaar
- Steeklengteregelaar
- Hendel voor het optillen van de naaivoet

text_image
49 48 47 46 45 42 43 44Abb. 3 - Naaimechanisme
-
Bovenste grijper
-
Draadgeleider voor draad in bovenste grijper
-
Draadgeleider voor draad in onderste grijper
-
Instelregelaar voor snijbreedte
-
Steekvingerregelaar
-
Onderste mes
-
Onderste grijper
-
Naaldhouder

text_image
50 54 58 62Abb. 4 - Inhoud van het accessoirevak
- Naaldenset
- Kloshouder (4 x)
- Onderste reservemes
- Randliniaal
- Stofkwast
- Pincet
- Schroevendraaier (klein)
-
Schroevendraaier (medium)
-
Schroevendraaier (groot)
- Converter voor het werken met twee draden
- Afvalbak
- Afdekkap
- Voetpedaal
- Oliefles (zonder inhoud)
Niet afgebeeld
Garenklos (4 x vooraf gemonteerd)

▶ Trek de spoeltafel (31) voorzichtig naar achteren uit het apparaat.

6.2. De telescopische draadboom instellen
- Trek de telescopische draadboom (3) vóór het inrijgen helemaal naar buiten.
Draai de telescopische draadboom zodat de draadgeleiders zich precies boven de spoelnaalden (29, 30, 32, 34) bevinden.

6.3. Het accessoirevak
In het accessoirevak vindt u alle accessoires die worden vermeld in het hoofdstuk "4. Inhoud van de levering" op blz. 93
▶ Trek het accessoirevak (18) voorzichtig naar links.
6.4. Garenpennen
Voor deze machine kunnen zowel industriële als huishoudelijke klossen worden gebruikt.
Bij industriële klossen met een grote diameter zet u de garenpennen (33) met het brede uiteinde naar boven in de machine en bij klossen met een kleine diameter zet u de garenpennen met het smalle uiteinde naar boven in de machine.

flowchart
graph TD
A["Spoelhouder"] --> B["Kloshouder"]
B --> C["Spoelnaald"]
Gebruik ter vergroting van de stabiliteit van de garenklossen (51) in elk geval de kloshouders.
6.5. Voetpedaal aansluiten
▶ Steek de aansluitstekker van het meegeleverde voetpedaal in het stekkerhuis (36) op de machine en steek vervolgens de netstekker in het stopcontact.

text_image
Stekker- aansluiting Netschakelaar Netstekker Voetpedaal Koppelings- stekkerMet de netschakelaar (37) worden zowel de machine als het naailicht in- en uitgeschakeld.
Gebruik uitsluitend het meegeleverde voetpedaal.
Als u klaar bent en voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, schakelt u altijd uit de machine uit en haalt u de netstekker uit het stopcontact.

text_image
UITAAN6.6. De afvalbak bevestigen
De afvalbak vangt tijdens het naaien de afgesneden stof op, zodat uw werkplek netjes blijft.
Haak de nokken (A) in de beide bovenste openingen (B).
Druk vervolgens de nokken (D) voorzichtig (niet afgebeeld) in de gleuven (C).
Verwijder zodra u klaar bent de afvalbak door eerst het onderste gedeelte van de afvalbak voorzichtig van de machine te verwijderen en vervolgens de nokken (A) uit de openingen (B) te tillen.

Draai het handwiel (9) altijd naar u toe.

7.2. De naaisnelheid regelen
De naaisnelheid wordt geregeld met het voetpedaal (62). De naaisnelheid kan worden veranderd door meer of minder druk op het voetpedaal uit te oefenen.
7.3. Grijperafdekking en veiligheidsschakelaar
Deze machine is uitgerust met een micro-veiligheidsschakelaar. Zodra de grijperafdekking (13) wordt geopend, wordt de aandrijving uitgeschakeld.
- Om de grijperafdekking te openen, trekt u de afdekking naar rechts en klapt u de afdekking naar voren.
▶ Sluit de grijperafdekking voordat u begint met naaien.
7.4. Randliniaal
Bij gebruik van de randliniaal (53) wordt de stof overal op dezelfde afstand van de rand afgesneden en gestikt.
▶ Schuif de randliniaal in de opening (A) achter de naaivoet.
U kunt de breedte instellen door de randliniaal verder naar buiten te trekken of naar binnen te duwen.

Snijd de draad af met de draadsnijder (21) achter op de naaimachine of knip deze door met een schaar. Doe dit zodanig dat er achter het oog van de naald nog circa 15 cm draad uitsteekt.
7.6. Naaivoet omhoog en omlaag bewegen
De naaivoet (17) gaat omhoog of omlaag door de naaivoethendel (41) omhoog of omlaag te bewegen.
Om dikke stoffen te kunnen naaien, kan de naaivoet iets omhoog worden gezet voor extra ruimte.

8. De draden inrijgen
8.1. Algemene aanwijzingen over het inrijgen
Het inrijgen gebeurt in deze volgorde:
- EERSTE STAP onderste grijper roze
- TWEEDE STAP bovenste grijper lichtgroen
- DERDE STAP rechternaald groen
- VIERDE STAP linkernaald blauw
Op de juiste manier inrijgen is belangrijk, omdat de steken anders onregelmatig worden en de draad kan breken.
Achter de grijperafdekking (13) van het apparaat vindt u praktische instructies voor het inrijgen.
Bovendien zijn de draadgeleiders gemarkeerd met verschillende kleuren. In het accessoirevak zit een pincet waarmee het inrijgen gemakkelijker is.

Als een van de draden in de grijpers achteraf nog een keer moet worden ingeregen (bijv. wanneer de draad gebroken is), moet u eerst de draden uit de naalden halen om te voorkomen dat de draden in de war komen te zitten.
8.2. Draad in onderste grijper inrijgen
- Open de grijperafdekking.
- Draai het handwiel (38) naar u toe tot de onderste grijper (48) in de beste stand staat om de draad in te rijgen.
- Steek de draad door het oog op de telescopische draadboom (5). (afb. A).
- Til de handgreep (6) omhoog, leid de draad onder de handgreep door en span de draad in de achterste draadgeleider voor de onderste grijper (27).
- Plaats de draad tussen de twee schijven van de draadspaninrichting (8).
i
De draad moet precies tussen de twee schijven van de draadspaninrichting komen te zitten.

text_image
Afb. A 1 2 3 2
text_image
Afb. B Afb. C 4 9 10 8 7 6 5
text_image
9 10 8 7 6 Pincet- Plaats de draad in de middelste geleidingsnok van de draadgeleider voor de draden in de grijper (11). (afb. B).
- Volg vanaf dit punt het inrijgschema op de machine en rijg de draad in de vier met kleur gemarkeerde draadgeleiders (44). (afb. C).
- Plaats nu de draad over de onderste grijper en schuif de draad met behulp van de pincet naar achteren op de grijper tot de draad in het achterste oog van de grijper zit. (afb. D).
- Rijg de draad vanaf de voorkant in het oog van de onderste grijper. (afb. E).

text_image
Afb. D Afb. E
- Trek het uiteinde van de draad ongeveer 10 cm uit het grijperoog en leg de draad naar achteren onder de naaivoet.
8.3. Draad in bovenste grijper inrijgen
- Steek de draad door het oog op de telescopische draadboom. (afb. F).
- Til de handgreep omhoog, leid de draad onder de handgreep door en span de draad in de achterste draadgeleider voor de bovenste grijper (26).
- Plaats de draad tussen de twee schijven van de draadspaninrichting (7).

text_image
Afb. F 1 2 3 4 3
text_image
Afb. G 5 9 8 7 6- Plaats de draad in de linkergeleidingsnok van de draadgeleider voor de draden in de grijper. (afb. G).
- Volg vanaf dit punt het inrijgschema op de machine en rijg de draad in de drie met kleur gemarkeerde draadgeleiders (43).
-
Om de draad in de bovenste grijper (42) te kunnen rijgen, draait u aan het handwiel tot de grijper in een handige positie staat.
-
Trek het uiteinde van de draad ongeveer 10 cm uit het grijperoog en leg de draad naar achteren onder de naaivoet.
-
Sluit na het inrijgen de grijperafdekking.
8.4. Draad in de rechternaald inrijgen
- Draai het handwiel naar u toe tot de naalden (19) in de hoogste stand staan.
- Steek de draad door het oog (2) op de telescopische draadboom. (afb. H).
- Til de handgreep omhoog, leid de draad onder de handgreep door en span de draad in de achterste draadgeleider voor de rechternaald (25).
- Plaats de draad tussen de twee schijven van de draadspaninrichting (23).
i
De draad moet precies tussen de twee schijven van de draadspaninrichting komen te zitten.

text_image
Afb. H 1 2 3 4
text_image
Afb. I 7 6 5
text_image
Afb. J L R 8 9-
Leid de draad onder de draadgeleider voor de draad in de rechternaald (10) en de twee draadgeleiders voor de draden in naald (20) & (9). (afb. I).
-
Leid de draad daarna zoals afgebeeld achter de draadgeleider van de naaldhouder langs en steek deze vervolgens van voren naar achteren door het oog van de betreffende naald. (afb. J).
- Trek de uiteinden van de draden ongeveer 10 cm uit de ogen van de naalden naar buiten.
- Zet de naaivoet (17) omhoog en leg de draden eronder; laat de naaivoet daarna weer zakken.
8.5. Draad in de linkernaald inrijgen
- Draai het handwiel naar u toe tot de naalden helemaal bovenaan staan.
- Steek de draad door het oog op de telescopische draadboom (1). (afb. K).
- Til de handgreep omhoog, leid de draad onder de handgreep door en span de draad in de achterste draadgeleider voor de linkernaald (24).
- Plaats de draad tussen de twee schijven van de draadspaninrichting (22).
i
De draad moet precies tussen de twee schijven van de draadspaninrichting komen te zitten.

text_image
Afb. K 1 2 3
text_image
Afb. L 5 4
text_image
Afb. M L R 6 7
Draadspanning verhogen
-
Leid de draad onder de twee draadgeleiders door van de draden in naald (20) & (9). (afb. L).
-
Leid de draad daarna zoals afgebeeld achter de draadgeleider van de naaldhouder langs en steek deze vervolgens van voren naar achteren door het oog van de betreffende naald. (afb. M).
-
Trek de uiteinden van de draden ongeveer 10 cm uit de ogen van de naalden naar buiten.
-
Zet de naaivoet omhoog en leg de draden eronder. Laat de naaivoet daarna weer zakken.
9. Proefdraaien
Als er voor het eerst garen wordt ingeregen of als er na het breken van een draad tijdens het naaien opnieuw garen moet worden ingeregen, gaat u als volgt te werk:
Houd de uiteinden van de draden tussen de vingertoppen van uw linkerhand, draai het handwiel (38) langzaam twee of drie keer naar u toe en controleer of u aan de draden kunt trekken.
Naai nu voorzichtig een paar steken zonder stof toe te voeren om de verstrengeling van de draden te controleren.
Leg de stof onder de naaivoet (17) om proef te draaien, laat de naaivoet zakken en begin langzaam te naaien.
De stof wordt automatisch toegevoerd. Leid de stof voorzichtig onder de naaivoet door.
Als het werk klaar is, naait u door tot zich aan het einde van de stof een ongeveer 5 - 6 cm lange draadketting heeft gevormd.
Snijd de draden af met de draadsnijder (21) of knip ze af met een schaar.
10. De draadspanning instellen
De vereiste draadspanning is afhankelijk van de soort en dikte van de draad en de stof.
- Controleer de naden en stel de draadspanning afhankelijk hiervan in. Draadspanning:
▶ Stel de draadspanningsknoppen (7, 8, 22, 23) in op een lager getal: de spanning wordt lager.
▶ Stel de draadspanningsknoppen in op een hoger getal: de spanning wordt hoger.
10.1. Juiste draadspanning

text_image
6 mm Voorkant Draad uit bovenste grijper Achterkant Draad uit onderste grijper Draad uit rechternaald Draad uit linkernaald10.2. De draadspanning instellen voor de draden in de naalden
De draadspanning op de linkernaald is te los.

text_image
Voorkant AchterkantVerhoog de spanning van de linkerdraad.
De draadspanning op de rechternaald is te los.

text_image
Voorkant AchterkantVerhoog de spanning van de rechterdraad.
10.3. De draadspanning instellen voor de draden in de grijpers
De draad in de onderste grijper is te strak en/of de draad in de bovenste grijper is te los.

text_image
Voorkant AchterkantVerlaag de spanning van de draad in de onderste grijper en/of verhoog de spanning van de draad in de bovenste grijper.
De draad in de bovenste grijper is te strak en/of de draad in de onderste grijper is te los.

text_image
Voorkant AchterkantVerlaag de spanning van de draad in de bovenste grijper en/of verhoog de spanning van de draad in de onderste grijper.
- Overzicht van de machine-instellingen1
De beste instelling van de draadspanning voor de ene stof hoeft niet altijd goed te zijn voor een andere stof.
De vereiste draadspanning is afhankelijk van de stijfheid en dikte van de stof, en van het soort en de dikte van de draad.
In de onderstaande tabel kunt u de juiste draadspanning vinden. Dit zijn ideale voorbeeldinstellingen die niet voor alle materialen en garen hetzelfde zijn. Probeer altijd eerst de instellingen op een teststuk uit.
| Programma | Naaldpositie* Draadspanning | Steek-lengte | Snijbreedte | Steek-vingerpo-sitie | Tweedra-den-converter | |||||
| blauw groen | licht-groen | roze | ||||||||
| 4-draads overlocknaad | N | N | N | N | 2,5 ~ 3 3,5 S Nee | |||||
| 3-draads overlocknaad (breed) | N N N 2,5 ~ 3 | 3,5 S Nee | ||||||||
| 3-draads overlocknaad (smal) | N N N 2,5 ~ 3 | 3,5 S Nee | ||||||||
| 3-draads overhandse naad (breed) | 3,5 - 4,5 2-N 7 | -8 F ~ 2 3,5 S | Nee | |||||||
In deze kolom vindt u een schematische weergave van de naalden. De zwart gekleurde naald is de gebruikte naald.
| Programm | Nagidopositive Dragspanning | ||||||||
| blowgreen | licht-green | roze | Sheek-lengthe | Snilbreeche | Sheek-vinjgerpo-sithe | Tweedra-den-ceiver | |||
| Sheek-lengthe | |||||||||
| 3-drads overhande nead (smal) | 4-52-N6.5~7.5F~23.5S Nee | ||||||||
| 3-drads faltocknaad (breed) | 1-23.5-45.5 | 6.2~25.35 S Nee | |||||||
| 3-drads faltocknaad (smal) | 2-N6-75-6 F~23.5 S Nee | ||||||||
| 2-drads faltocknaad (breed) | 1-25-N4 | 2~2.5,3.5 5 1a | |||||||
| 2-drads faltocknaad (smal) | 2-N | 5-6.2~2.5,5.5 5 1a | |||||||
| Programma | Naaldpositie* Draadspanning | Steek-lengte | Snijbreedte | Steek-vingerpositie | Tweedra-den-converter | |||||
| blauw groen | licht-groen | roze | ||||||||
| 2-draads overhandse naad (breed) | 3,5 - 4,5 2-N F ~ 2 3,5 S Ja | |||||||||
| 2-draads overhandse naad (smal) | 4 - 5 2-N F ~ 2 3,5 S Ja | |||||||||
| 2-draadse rolnaad | 2-N 5 - 6 F ~ 2 3,5 R Ja | |||||||||
- Overzicht van garen en naalden
| Stoffen Garen Naalden Steeklengte | |||
| Licht katoen en linnen:Organdy; Batist; Gingham | Katoen nr. 100 Voor naaiwerk in het algemeen:Type:2022 nr. 75/11 of 80/12Voor lichte stoffen:Type:2022 nr. 75/11 | 2,0 - 3,5 mmStandaard: 2,5 mm | |
| Zwaar katoen en linnen:Oxford, jeans, katoenen gabardine | Katoen nr. 60Polyester nr. 50 - 60 | 2,5 - 4,0 mmStandaard: 3,0 mm | |
| Lichte wol:kamgaren, wol, popeline | Katoen nr. 60Polyester nr. 80 | 2,0 - 3,5 mmStandaard: 2,5 mm | |
| Serge, flanel, gabardine Katoen nr. 60 | Polyester nr. 60 - 80 | 2,0 - 3,5 mmStandaard: 2,5 mm | |
| Zware wol:Velours, kameelhaar, astrakan | Katoen nr. 60Polyester nr. 50 - 60 | Voor naaiwerk in het algemeen:Type:2022 nr. 80/12 of 90/14Voor lichte stoffen:Type:2022 nr. 75/11 of 80/12 | 2,5 - 4,0 mmStandaard: 3,0 mm |
| Lichte synthetische stoffen:crêpe de Chine, voile,georgette, satijn | Katoen nr. 80 - 120Polyester nr. 80 - 100 | 2,0 - 3,5 mmStandaard: 2,5 mm | |
| Zware synthetische stoffen:taft, twill, jeans | Katoen nr. 60Polyester nr. 60 | Voor naaiwerk in het algemeen:Type:2022 nr. 80/12 of 90/14Voor lichte stoffen:Type:2022 nr. 75/11 of 80/12 | 2,5 - 4,0 mmStandaard: 3,0 mm |
| Tricot Katoen nr. 60 - 80 | Polyester nr. 60 - 80 | 2,0 - 3,5 mmStandaard: 2,5 mm | |
| Jersey Katoen nr. 60 | Polyester nr. 50 - 60 | 2,0 - 3,5 mmStandaard: 2,5 mm | |
| Wollen stof Getextureerd multifila- | ment-garen;Polyester nr. 50 - 60 | 2,0 - 3,5 mmStandaard: 2,5 mm | |
13. Draadwisselen
Met de onderstaande werkwijze is het heel eenvoudig om van draad te wisselen. Het is hierbij niet nodig de draad helemaal opnieuw in te rijgen:
▶ Snijd of knip het garen boven de spindel af en knoop de uiteinden van de oude en de nieuwe draad met een zeemansknoop aan elkaar, zoals in de afbeelding.
Zet de naaivoet (17) omhoog.
Zet de naaldstang in de laagst mogelijke stand door het handwiel (38) naar u toe te draaien. Trek voorzichtig aan het uiteinde van de draad tot de verbindingsknoop het oog van de naald en de grijperogen is gepasseerd.
14.Handgreep
Met de handgreep (6) aan de bovenkant van het apparaat kunt u de machine gemakkelijk transporteren.

Draai aan de steeklengteregelaar (40) totdat de gewenste lengte wordt aangegeven. Hoe hoger het getal, hoe langer de steek.
De steeklengte kan worden ingesteld van 1 tot 5 mm.
Bijna alle overlock-werkzaamheden worden uitgevoerd met een steeklengte van 2,5 tot 3,5 mm.

Afhankelijk van het materiaal kan het nodig zijn om de snijbreedte te varieren. Controleer telkens aan de hand van een voorbeeldnaad welke naadbreedte geschikt is. U kunt de snijbreedte vrij instellen tussen 3 en 4,5 mm. Ga hiervoor als volgt te werk:

- Klap de grijperafdekking (13) naar beneden.
- Zet de naalden in de hoogste stand door aan het handwiel (38) te draaien.
- Zet het bovenste mes (14) omhoog, zoals beschreven in hoofdstuk "18. Het bovenste mes buiten gebruik stellen" op blz. 119. Hierdoor kunt u de snijbreedte makkelijker instellen.
- Draai de instelregelaar voor de snijbreedte (45) naar de gewenste instelling.

text_image
3.5 4.5- De ingestelde snijbreedte wordt op de voorste rand van de steekplaat weergegeven.
De rand van de meshouder en de betreffende markering van de snijbreedte op de steekplaat vormen een lijn wanneer de gewenste steekbreedte is ingesteld. - Plaats het bovenste mes terug in de beginpositie en sluit de grijperafdekking.
16.1. De ideale snijbreedte

text_image
Snij- breedte VoorkantBij een ideale snijbreedte liggen de lussen van de draden in de grijper iets aan de rand van de stof.
16.2. De snijbreedte is te smal
De lussen van de draden in de grijper steken te ver uit de stofrand.
- Door de regelaar voor de snijbreedte rechtsom te draaien, beweegt het onderste mes naar rechts en wordt de snijbreedte groter.

text_image
Garen wordt over de rand van de stof genaaid. Voorkant16.3. De snijbreedte is te groot
De lussen van de draden in de grijper zitten te strak tegen de rand van de stof en de stof rimpelt.
Als u de instelregelaar voor de snijbreedte linksom draait, beweegt het onderste mes naar links en wordt de snijbreedte kleiner.

text_image
Door het garen rimpelt de rand van de stof Voorkant
NAAITIP
Het feit dat de rand van de stof rimpelt bij een te grote snijbreedte, kan bij sommige naaiwerkzaamheden worden gebruikt om mooie naai-effecten te verkrijgen.
17. Met smalle en brede steken locken met drie draden
Deze machine kan bij het locken worden omgezet van het werken met vier naar drie draden.
▶ Verwijder de rechter- of linkernaald (afhankelijk van de gewenste naad) en de bijbehorende draad (zie ook "24. Naalden vervangen" op blz. 125).
De machine is nu gereed om te locken met drie draden.
Als alleen de rechternaald wordt gebruikt, kan de snijbreedte tussen 3 en 4,5 mm worden ingesteld.

Als alleen de linkernaald wordt gebruikt, is de snijbreedte tussen 5,2 en 6,7 mm.

18. Het bovenste mes buiten gebruik stellen
Als u wilt naaien zonder hierbij tegelijkertijd de randen af te snijden, kunt u het bovenste mes buiten gebruik stellen.
- Schakel de machine uit en haal de netstekker uit het stopcontact.
- Open de grijperafdekking (13).
- Controleer of de steekvingerregelaar (40) zich in positie R bevindt.
- Houd de vrije arm met één hand vast en trek de draaiknop van de meshouder (14) naar rechts.

- Draai nu de meshouder rechtsom naar voren tot het mes een 270° gedraaide positie heeft bereikt.
- Zorg ervoor dat de pen op de meshouder in de groef van de draai-knop valt, zodat deze stevig vastzit.
- Sluit de grijperafdekking weer en ga verder met het naaiwerk.

- Voer de procedure in omgekeerde volgorde uit om het mes weer te activeren.

De veer van de draaiknop van de meshouder staat onder hoge spanning, zodat de draaiknop kan terugkeren naar de beginpositie wanneer deze wordt teruggezet. Er is een risico op beknelling van de vingers.
■ Houd de draaiknop altijd stevig vast en laat deze zachtjes in de beginpositie vastklikken.
19. Instellen op het gebruik van twee draden
U kunt de machine ook als een tweedraads machine gebruiken. Gebruik dan de converter voor het werken met twee draden (59).

Zie de tabel in het hoofdstuk "11. Overzicht van de machine-instellingen" op blz. 111 voor de verschillende toepassingen van de converter voor het werken met twee draden.

- Schakel de machine uit en haal de netstekker uit het stopcontact.
- Open de grijperafdekking (13).
- Zet de bovenste grijper (42) met het handwiel in de hoogste stand.
- Verwijder, afhankelijk van de gewenste naad, de overbodige naald en de draden voor deze naald en voor de bovenste grijper (zie ook "24. Naalden vervangen" op blz. 125).
- Steek de converter voor het werken met twee draden in de uitsparing van de bovenste grijper.

-
Draai de converter voorzichtig naar links en zorg ervoor dat de punt van de converter van achteren in het oog van de grijper gaat. Gebruik eventueel een pincet als hulpmiddel.
-
Voer de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde uit om de converter weer te verwijderen.
20. Steekvingerregelaar
Voor rolzomen moet u de steekvinger naar achteren trekken door de steekvingerregelaar in positie R te zetten.
- Schakel de machine uit.
- Open de grijperafdekking (13).
- Maak het bovenste mes (14) los, zoals beschreven in het hoofdstuk "18. Het bovenste mes buiten gebruik stellen" op blz. 119.
- Zet de steekvingerregelaar (46) in positie R.

text_image
R S- Stel de snijbreedte in op positie R.
- Zet het bovenste mes terug in de beginpositie.
- Sluit de grijperafdekking.

text_image
3.5 4.5Voor alle standaard-overlocknaden moet de steekvingerregelaar in positie S staan.
- Schakel de machine uit.
- Open de grijperafdekking.
- Maak het bovenste mes los, zoals is beschreven in het hoofdstuk "18. Het bovenste mes buiten gebruik stellen" op blz. 119.
- Zet de steekvingerregelaar in positie S.
- Zet het bovenste mes terug in de beginpositie.
- Sluit de grijperafdekking.

Door het differentieel transport wordt het lubberen van naden in gebreide stoffen en het verschuiven van lagen stof voorkomen. Ook gaan naden in zeer lichte stoffen niet rimpelen.
21.1. Werking
Voor het transport heeft de machine twee sets tandstangen, één voor (A) en één achter (B). Deze beide sets bewegen onafhankelijk van elkaar. Door het transport van de stof naar voren kunnen de beide tandstangensets met verschillende snelheden bewegen.
Instelgebied voor het transport van de stof naar voren: 0,7 (negatief transport) tot 2,0 (positief transport).

Bij positief differentieel transport voert de voorste tandstang (A) een grote-re transportbeweging uit dan de achterste tandstang (B). Daardoor wordt de stof onder de naaivoet 'opgehoopt', waardoor het golven van de stof wordt tegengegaan.

21.3.Negatiefdiff erentieel transport
Bij negatief differentieel transport voert de voorste tandstang (A) een kleinere transportbeweging uit dan de achterste tandstang (B). Daardoor wordt de stof onder de naaivoet uitgerekt, waardoor ongewenst rimpelen van de stof wordt tegengegaan.

U kunt het differentieel transport instellen door aan de differentieeltransportregelaar (39) te draaien. Het transport van de stof kan ook tijdens het naaien worden ingesteld.

text_image
0.7 1.0 2.021.5.Diff erentieel transport instellen
Kies een instelling met behulp van de onderstaande tabel:
| Toepassing Transportwijze Instelling | ||
| Niet-lubberende zomen, gewenst rim-pelen | Positief differentieel transport | 1 - 2 |
| Geen differentieel transport | Neutraal transport 1 | |
| Gladde zomen | Negatief differentieel transport | 0,7 - 1 |
22. Naaivoetdruk instellen
De naaivoetdruk is bij aflevering correct ingesteld voor al het gebruikelijke naaiwerk en hoeft niet bijgesteld te worden.
Mocht het toch nodig zijn om de naaivoetdruk aan te passen, dan kunt u dit regelen met de instelschroef voor de naaivoetdruk (28) aan de bovenkant van de naaimachine.
-
Houd de handgreep omhoog en steek de kleine schroevendraaier in de opening van de instelschroef.
-
Draai de schroef rechtsom om de druk te verhogen of linksom om de druk te verlagen.

Om de standaardinstelling te herstellen, draait u de schroef rechtsom totdat deze de bovenafdekking raakt. Draai vervolgens de schroef zes rotaties linksom. De standaardinstelling is dan hersteld.
23. Vrije arm
Voor naaiwerk op ringvormig naaigoed, zoals mouwen of broekspijpen, kan het aangezette werkblad worden verwijderd om de vrije arm te gebruiken.
- Het werkblad kan worden weggehaald door het voorzichtig naar links te schuiven.
Als u het werkblad wilt bevestigen, houd u het voorzichtig tegen de machine aan en schuift u het naar rechts tot u het hoort vastklikken.

24. Naalden vervangen

Deze machine is uitgerust met naalden van type 2022 (voor huishoudelijke en overlockmachines)

LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
Verbogen en botte naalden kunnen schade aan de machine en aan het naaiwerk veroorzaken.
■ Schakel de machine uit.
■ Vervang de defecte naald.
Draai het handwiel (38) naar u toe tot de naalden (19) in de hoogste stand staan.
Draai de klemschroeven van de naalden los met de meegeleverde kleine schroevendraaier uit het accessoirevak en verwijder de naalden: de bovenste schroef voor de linkernaald en de onderste schroef voor de rechternaald.
Steek de nieuwe naalden met de vlakke kant naar achteren in de naaldhouder. Zorg er hierbij voor dat u ze zo ver mogelijk naar binnen duwt.
Draai de klemschroeven van de naalden weer vast.
Als de naalden goed zijn ingezet, zit de linkernaald iets hoger dan de rechternaald. Als de naalden niet goed zijn ingezet, worden er bij het naaien mogelijk steken overgeslagen.
25. Messen vervangen
Schakel de machine uit en haal de netstekker uit het stopcontact voordat u de messen gaat vervangen.
Zo vervangt u het bovenste mes (47) als het bot is:
- Schakel de naaimachine uit.
- Open de grijperafdekking (13).
- Maak het bovenste mes (14) los, zoals is beschreven in het hoofdstuk "18. Het bovenste mes buiten gebruik stellen" op blz. 119.
- Draai met de schroevendraaier uit het accessoirevak de schroef (A) op het onderste mes los.
- Plaats een nieuw onderste mes en draai de schroef van de meshouder vast.
- Plaats het bovenste mes terug in de beginpositie.
- Sluit de grijperafdekking.

text_image
A R S
text_image
L R26. Probleemoplossing
Lees de onderstaande tekst door voordat u de klantenservice belt.
| Probleem Oorzaak Oplossing Bladzijde | |||
| Naalden breken Naalden zijn verbogen, bot of hebben een beschadigde punt | Vervang de naalden door nieuwe | 125 | |
| Naalden zijn niet goed ingezet Breng de naalden op de juiste manier aan in de houder | 125 | ||
| U hebt te hard aan de stof getrokken | Laat de stof voorzichtig door uw handen glijden | ||
| Draad breekt af Garen is niet goed ingeregen Rijg het garen op de juiste manier in | 102 | ||
| Draadspanning te hoog Stel de draadspanning bij 108 | |||
| Naalden zijn niet goed ingezet Breng de naalden op de juiste manier aan in de houder | 125 | ||
| Er worden steken overgeslagen Naalden zijn verbogen, bot of hebben een beschadigde punt | Vervang de naalden door nieuwe | 125 | |
| Naalden zijn niet goed ingezet Breng de naalden op de juiste manier aan in de houder | 125 | ||
| Er worden steken overgeslagen Garen is niet goed ingeregen Rijg het garen opnieuw in 102 | |||
| Verkeerde naalden gebruikt Gebruik naalden van het juiste type (type 130/705H) | 125 | ||
| Steken zijn onregelmatig Draadspanning is niet goed Stel de draadspanning bij 108 | |||
| Draad zit vast | Controleer de loop van de af-zonderlijke draden | 102 | |
| Naden zijn gerimpeld | Draadspanning te hoog Stel de draadspanning bij 108 | ||
| Garen is niet goed ingeregen Rijg het garen op de juiste manier in | 102 | ||
| Garen zit vast | Controleer de loop van de af-zonderlijke draden | 102 | |
| Stoftransport niet ingesteld Stel het stoftransport in op 0,7 | 122 | ||
| Stof wordt niet netjes afgesne-den | Bovenste mes is bot of verkeerd ingezet | Vervang het mes of zet het op de juiste manier in | 125 |
| Rand van de stof rimpelt | Te veel stof per steek | Verander de snijbreedte | 116 |
| Verlichting doet het niet | Led defect | Neem contact op met onze klantenservice. | |
27. Opbergen
Berg uw naaimachine op een droge plaats op, zodat zich geen roest kan vormen op de metalen onderdelen.
Gebruik altijd de meegeleverde afdekkap, zodat er geen stof in de naaimachine kan binnendringen.
28. Reinigen en smeren
Voor een goede werking van uw machine moet u het mechanisme af en toe schoonmaken met de kwast uit het accessoirevak en op bepaalde pun- ten smeren.
i
Gebruik voor het smeren van deze naaimachine uitsluitend hoogwaardige naaimachineolie. U kunt deze olie kopen bij de vakhandel.
Gebruik voor het reinigen van de buitenkant alleen een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en reinigingsmiddelen, omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat kunnen beschadigen. Deze machine heeft maar heel weinig olie nodig, omdat de hoofdcomponenten van speciaal materiaal zijn gemaakt.
- Koppel de machine los van het elektriciteitsnet, voordat u de machine opent.
-
Open de grijperafdekking (13). Verwijder het stof en de pluizen die zich hier hebben verzameld met de meegeleverde stofkwast.
-
Breng een paar druppels olie op de gemarkeerde plaatsen aan. Gebruik uitsluitend kwalitatief hoogwaardige naaimachineolie.
-
Sluit de vrije arm en de grijperafdekking.
-
Neem nu een proeflapje en test hiermee of de machine goed functioneert. De overtollige olie wordt direct verwijderd zonder vlekken te veroorzaken in uw eigenlijke naaiwerk.

- Reinig de voeten met zuignappen (35) van de naaimachine regelmatig met alcohol, zodat de zuigkracht behouden blijft en de machine stevig staat.
29. Afvalverwerking
VERPAKKING
Uw overlockmachine zit ter bescherming tegen transportschade in een verpakking. Verpakkingen zijn onbewerkte materialen en kunnen worden hergebruikt of teruggebracht in de grondstoffenkringloop.
APPARAAT
Afgedankte apparaten met het hiernaast afgebeelde symbool mogen niet bij het gewone huishoudelijke afval worden gedeponeerd.
Volgens richtlijn 2012/19/EU moet het apparaat aan het einde van de levensduur op een passende manier worden afgevoerd.
Hierbij worden voor hergebruik geschikte stoffen in het apparaat gerecycled, zodat belasting van het milieu en negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid worden voorkomen.
Geef het afgedankte apparaat af bij een inzamelpunt voor elektronisch afval of bij een afvalsorteercentrum.
Neem voor meer informatie contact op met de lokale afvalverwerkingsdienst of met uw gemeente.
Opgenomen vermogen: Totaal vermogen: 91 W
Motor:
Lamp:
(led)
Voetpedaal: Type:
nominale spanning: 200-240V \~ 50Hz/0.5A
Veiligheidsklasse

Aantal draden: 4 of 3
Aantal naalden: 2 of 1
Naaisnelheid: 1200 (+150/-100) steken per minuut
Snijbreedte: 6,5 mm bij 4 draden
6,5 mm of 3,5 mm bij 3 draden
Steeklengte: 1 - 4 mm
Hoogte van de naaivoet: 4 mm
Naald: Type 2022 nr. 75/11; 90/14; 100/16
Afmetingen: 31 cm x 32 cm x 31 cm (b x h x d)
Gewicht: 7,2 kg

ID 1111226424
30.1. Verklaring van overeenstemming


Hierbij verklaart Medion AG dat het product in overeenstemming is met de volgende Europese eisen:
• EMC-richtlijn 2014/30/EU
• Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
• Ecodesignrichtlijn 2009/125/EG
• RoHS-richtlijn 2011/65/EU.
31. Service-informatie
Wanneer uw apparaat niet zoals gewenst of verwacht functioneert, neem dan contact op met onze klantenservice. U heeft verschillende mogelijkheden, om met ons contact op te nemen:
- In onze Service-Community vindt u andere gebruikers en onze medewerkers en daar kunt u uw ervaringen uitwisselen en uw kennis delen. U vindt onze Service-Community onder community.medion.com.
- U kunt natuurlijk ook ons contactformulier gebruiken onder www.medion.com/contact.
- En bovendien staat ons serviceteam ook via de klantenservice of per post ter beschikking.
| Nederland | |
| Openingstijden klantenservice | Klantenservice |
| Ma - vr: 08.30 - 17.00 uur | 1 0900 - 2352534 |
| Buiten deze tijden kunt u op het genoemde nummer te allen tijde gebruikmaken van onze voicemaildienst met terugbeloptie. | |
| België & Luxemburg | |
| Openingstijden klantenservice | Klantenservice (België) |
| Ma - vr: 09:00 - 19:00 1 | 02 - 200 61 98 |
| Klantenservice (Luxemburg) | |
| 1 34 - 20 808 664 | |
| Serviceadres | |
| MEDION B.V.John F.Kennedylaan 16a5981 XC PanningenNederland | |

Deze en vele andere gebruiksaanwijzingen staan ter beschikking om te downloaden via het serviceportaal www.medionservice.com.
Om redenen van duurzaamheid hebben wij geen gedrukte garantievoorwaarden. U vindt onze garantievoorwaarden ook in ons serviceportaal.
Ook kunt u de QR-code hiernaast scannen en de gebruiksaanwijzing via het serviceportaal downloaden op uw mobiele eindapparaat.
32. Colofon
Copyright 2024
Stand: 11. april 2024
Alle rechten voorbehouden.
Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd.
Verveelvoudiging in mechanische, elektronische of welke andere vorm dan ook zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant is verboden.
Het copyright berust bij de firma:
MEDION AG
Am Zehnthof 77
45307 Essen
Duitsland
Houd er rekening mee dat het bovenstaande adres geen retouradres is. Neem eerst contact op met onze klantenservice.