MEDION LIFE SO09 (MD 19169) - Naaimachine

LIFE SO09 (MD 19169) - Naaimachine MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis LIFE SO09 (MD 19169) MEDION in PDF-formaat.

📄 256 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice MEDION LIFE SO09 (MD 19169) - page 91
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL

Gebruikersvragen over LIFE SO09 (MD 19169) MEDION

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LIFE SO09 (MD 19169) - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LIFE SO09 (MD 19169) van het merk MEDION.

GEBRUIKSAANWIJZING LIFE SO09 (MD 19169) MEDION

1. Over deze gebruiksaanwijzing

Hartelijk dank dat u voor ons product hebt ge- kozen. Wij wensen u veel plezier met het appa- raat. Lees de veiligheidsvoorschriften aandachtig door voordat u het product in gebruik neemt. Neem de waarschuwingen op het apparaat en in de gebruiksaan- wijzing in acht. Houd de gebruiksaanwijzing altijd binnen handbereik. Geef als u het apparaat verkoopt of doorgeeft ook altijd deze gebruiksaanwijzing mee, omdat deze een essentieel onderdeel van het product is. 1.1. Betekenis van de symbolen Als een tekstgedeelte is gemarkeerd met een van de vol- gende waarschuwingssymbolen, moet het in de tekst be- schreven gevaar worden vermeden om de daar genoem- de mogelijke risico’s te voorkomen. GEVAAR! Waarschuwing voor direct levensgevaar! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor mogelijk levensge- vaar en/of ernstig blijvend letsel! VOORZICHTIG! Waarschuwing voor mogelijk minder ern- stig en/of licht letsel! LET OP! Neem de aanwijzingen in acht om materi- ele schade te voorkomen! Meer informatie over het gebruik van het apparaat Neem de instructies in de gebruiksaanwij- zing in acht! Symbool van veiligheidsklasse II Gebruik binnenshuis

Het apparaat heeft veel gebruiksmogelijkheden: De overlockmachine kan worden gebruikt voor het stik- ken en afwerken van de naden van licht tot middelzwaar naaiwerk. Het naaiwerk kan bestaan uit textielvezels, samengestelde materialen of licht leer.

  • Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor privégebruik en niet voor industrieel/commercieel gebruik. Houd er rekening mee dat bij gebruik van het apparaat voor een ander doel dan waarvoor het is bestemd, de aan- sprakelijkheid vervalt:
  • Bouw het apparaat zonder onze toestemming niet om en gebruik het niet met hulp- of aanbouwapparaten die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.
  • Gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedge- keurde reserveonderdelen en accessoires.
  • Neem alle informatie in deze gebruiksaanwijzing in acht en houd u in het bijzonder aan de veiligheids- voorschriften. Iedere andere vorm van gebruik geldt als niet in overeenstemming met het gebruiksdoel en kan leiden tot letsel of materiële schade.
  • Gebruik het toestel niet onder extreme omgevingsom- standigheden.

3. Veiligheidsvoorschriften

3.1. Elektrische apparaten horen niet thuis in de handen van kinderen Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf jaar en door personen met een lichamelijke, zintuiglijke of gees- telijke beperking of met gebrek aan ken- nis en/of ervaring, mits iemand toezicht op hen houdt of hun is geleerd hoe ze het apparaat veilig kunnen gebruiken en ze hebben begrepen welke gevaren het gebruik van het apparaat met zich mee- brengt. Kinderen mogen niet met het ap- paraat spelen. Reiniging en gebruikerson- derhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze ouder zijn dan jaar en er iemand toezicht op hen houdt. Kinderen jonger dan jaar moeten uit de buurt van het apparaat en de aansluitka- bel worden gehouden.92 GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of onjuist gebruiken van ver- pakkingsfolie! Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen. 3.2. Netsnoer en netaansluiting Sluit het apparaat alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact (- V ~ Hz) dat zich in de buurt van het apparaat bevindt. Zorg ervoor dat het stopcontact vrij toegankelijk is, zodat het apparaat zo nodig snel kan worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet. Als u de stekker uit het stopcontact haalt, pak dan altijd de stekker zelf vast en trek niet aan het snoer. Zorg ervoor dat het snoer tijdens gebruik helemaal afgerold is. Het snoer mag niet in aanraking komen met hete oppervlakken. Schakel voor de volgende werkzaamhe- den de naaimachine uit en trek de stekker uit het stopcontact: draad inrijgen, naald verwisselen, naaivoet instellen, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden uitvoe- ren, als u stopt met uw naaiwerk en als u het onderbreekt. 3.3. Nooit zelf repareren Trek bij beschadiging van de machine of de aansluitkabel onmiddellijk de stekker uit het stopcontact. Om risico’s te voorkomen, mag de naai- machine bij zichtbare beschadigingen aan de machine zelf of aan het netsnoer niet worden gebruikt. WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schok! Bij onjuiste reparatie bestaat er ge- vaar voor elektrische schokken. Probeer in geen geval om het apparaat te openen of zelf te repareren. Neem bij storingen of als de aansluitkabel beschadigd is, contact op met het Service Center of een ander professioneel repara- tiebedrijf om risico’s te voorkomen. 3.4. Algemene instructies De naaimachine mag niet nat worden, omdat er dan gevaar bestaat voor elektri- sche schokken! Laat de naaimachine nooit aanstaan zon- der dat er iemand bij is. Gebruik de machine niet buiten. De machine mag uitsluitend worden ge- bruikt met het meegeleverde voetpedaal- type HKTC. 3.5. Veilig omgaan met het apparaat De naaimachine is uitgerust met pootjes met zuignappen, zodat deze stabiel staat. Zorg er desondanks voor dat u de machi- ne neerzet op een vlakke, stevige onder- grond en dat alle vier de pootjes op de ondergrond rusten. Tijdens gebruik moeten de ventilatieope- ningen vrij blijven: zorg ervoor dat er niets (bijv. stof, draadresten enz.) in de ope- ningen terechtkomt. Zet nooit iets op het voetpedaal. Gebruik uitsluitend de meegeleverde ac- cessoires. Naalden zijn verkrijgbaar in de vakhandel. Gebruik voor het smeren uitsluitend spe- ciale naaimachineolie. Gebruik geen an- dere vloeistoffen. Let tijdens het naaien op dat u niet met uw vingers onder de naaldhouder komt. Wees voorzichtig bij het bedienen van de bewegende delen van de machine en vooral met de naalden en messen. Er bestaat ook gevaar voor letsel als de ma- chine niet is aangesloten op het elektrici- teitsnet. Gebruik geen verbogen of botte naalden. Houd de stof tijdens het naaien niet vast en trek er niet aan. De naalden kunnen breken.93

Zet de naalden als u klaar bent met het naaiwerk altijd in de hoogste positie. Als u klaar bent en voordat u onderhouds- werkzaamheden gaat uitvoeren, schakelt u de machine altijd uit en trekt u de stek- ker uit het stopcontact. 3.6. Reinigen en opbergen Haal de netstekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reinigen. Ge- bruik voor het reinigen een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en reinigingsmiddelen, omdat deze het op- pervlak en/of de opschriften van het ap- paraat kunnen beschadigen. Gebruik voor het opbergen van de naai- machine altijd de meegeleverde afdek- kap, zodat de machine beschermd is te- gen stof.

4. Inhoud van de levering

GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of onjuist gebruiken van verpakkingsfolie! Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen. Controleer de levering op volledigheid en informeer ons binnen dagen na aankoop indien de levering niet com- pleet is.

  • Beknopte gebruiksaanwijzing
  • Diverse accessoires in het accessoirevak (overzicht van de inhoud op de volgende pagina)94

5. Overzicht van het apparaat

Abb. – Vooraanzicht . Draadgeleider linkernaald (blauw) . Draadgeleider rechternaald (groen) . Telescopische draadboom . Draadgeleider bovenste grijper (lichtgroen) . Draadgeleider onderste grijper (roze) . Handgreep . Draadspanningsknop voor bovenste grijper (lichtgroen) . Draadspanningsknop voor onderste grijper (roze) . Voorste draadgeleider voor draad in beide naalden . Voorste draadgeleider voor draad in rechternaald . Draadgeleider voor draden in grijpers . Veiligheidsschakelaar (grijperafdekking) . Grijperafdekking . Bovenste mes met houder . Afneembaar werkblad (vrije arm) . Steekplaat De markeringen voor de snijbreedtes (,; R, ,) be- vinden zich op de steekplaat. . Naaivoet . Accessoirevak . Naalden . Voorste draadgeleider voor draad in linkernaald . Draadsnijder . Draadspanningsknop voor linkernaald (blauw) . Draadspanningsknop voor rechternaald (groen)95

Abb. – Achteraanzicht . Achterste draadgeleider van draad in bovenste grij- per . Achterste draadgeleider van draad in onderste grij- per . Achterste draadgeleider linkernaald . Achterste draadgeleider rechternaald . Stelschroef voor naaivoetdruk . Spoelnaald voor draad in linkernaald . Spoelnaald voor draad in rechternaald . Spoeltafel . Spoelnaald voor draad in bovenste grijper . Spoelhouder . Spoelnaald voor draad in onderste grijper . Voeten met zuignap . Stekkeraansluiting voor voetpedaal . Netschakelaar . Handwiel . Differentieeltransportregelaar . Steeklengteregelaar . Hendel voor het optillen van de naaivoet96

Abb. – Naaimechanisme . Bovenste grijper . Draadgeleider voor draad in bovenste grijper . Draadgeleider voor draad in onderste grijper . Instelregelaar voor snijbreedte . Steekvingerregelaar . Onderste mes . Onderste grijper . Naaldhouder97

Abb. – Inhoud van het accessoirevak . Naaldenset . Kloshouder ( x) . Onderste reservemes . Randliniaal . Stofkwast . Pincet . Schroevendraaier (klein) . Schroevendraaier (medium) . Schroevendraaier (groot) . Converter voor het werken met twee draden . Afvalbak . Afdekkap . Voetpedaal . Oliefles (zonder inhoud) Niet afgebeeld Garenklos ( x vooraf gemonteerd)98

6.1. De spoeltafel instellen ` Trek de spoeltafel () voorzichtig naar achteren uit het apparaat. 6.2. De telescopische draadboom instellen ` Trek de telescopische draadboom () vóór het inrijgen helemaal naar buiten. ` Draai de telescopische draadboom zodat de draadgeleiders zich pre- cies boven de spoelnaalden (, , , ) bevinden. 6.3. Het accessoirevak In het accessoirevak vindt u alle accessoires die worden vermeld in het hoofdstuk “. Inhoud van de levering” op blz. ` Trek het accessoirevak () voorzichtig naar links.99

6.4. Garenpennen Voor deze machine kunnen zowel industriële als huishoudelijke klossen worden gebruikt. ` Bij industriële klossen met een grote diameter zet u de garenpennen () met het brede uiteinde naar boven in de machine en bij klossen met een kleine diameter zet u de garenpennen met het smalle uiteinde naar boven in de machine. Spoelhouder Spoelnaald Kloshouder Gebruik ter vergroting van de stabiliteit van de garenklossen () in elk ge- val de kloshouders. 6.5. Voetpedaal aansluiten ` Steek de aansluitstekker van het meegeleverde voetpedaal in het stek- kerhuis () op de machine en steek vervolgens de netstekker in het stopcontact. Netschakelaar Netstekker Voetpedaal Stekker- aansluiting Koppelings- stekker Met de netschakelaar () worden zowel de machine als het naailicht in- en uitgeschakeld. Gebruik uitsluitend het meegeleverde voetpedaal. Als u klaar bent en voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, schakelt u altijd uit de machine uit en haalt u de netstekker uit het stop- contact. UITAAN100 6.6. De afvalbak bevestigen De afvalbak vangt tijdens het naaien de afgesneden stof op, zodat uw werkplek netjes blijft. ` Haak de nokken (A) in de beide bovenste openingen (B). ` Druk vervolgens de nokken (D) voorzichtig (niet afgebeeld) in de gleu- ven (C). Verwijder zodra u klaar bent de afvalbak door eerst het onderste gedeelte van de afvalbak voorzichtig van de machine te verwijderen en vervolgens de nokken (A) uit de openingen (B) te tillen.

7.1. Handwiel Draai het handwiel () altijd naar u toe. 7.2. De naaisnelheid regelen De naaisnelheid wordt geregeld met het voetpedaal (). De naaisnelheid kan worden veranderd door meer of minder druk op het voetpedaal uit te oefenen. 7.3. Grijperafdekking en veiligheidsschakelaar Deze machine is uitgerust met een micro-veiligheidsschakelaar. Zodra de grijperafdekking () wordt geopend, wordt de aandrijving uitgeschakeld. ` Om de grijperafdekking te openen, trekt u de afdekking naar rechts en klapt u de afdekking naar voren. ` Sluit de grijperafdekking voordat u begint met naaien. Voetpedaal101

7.4. Randliniaal Bij gebruik van de randliniaal () wordt de stof overal op dezelfde afstand van de rand afgesneden en gestikt. ` Schuif de randliniaal in de opening (A) achter de naaivoet. ` U kunt de breedte instellen door de randliniaal verder naar buiten te trekken of naar binnen te duwen.

7.5. Draadsnijder Snijd de draad af met de draadsnijder () achter op de naaimachine of knip deze door met een schaar. Doe dit zodanig dat er achter het oog van de naald nog circa cm draad uitsteekt. 7.6. Naaivoet omhoog en omlaag bewegen ` De naaivoet () gaat omhoog of omlaag door de naaivoethendel () omhoog of omlaag te bewegen. Om dikke stoffen te kunnen naaien, kan de naaivoet iets omhoog worden gezet voor extra ruimte.102

8. De draden inrijgen

8.1. Algemene aanwijzingen over het inrijgen Het inrijgen gebeurt in deze volgorde: . EERSTE STAP onderste grijper roze . TWEEDE STAP bovenste grijper lichtgroen . DERDE STAP rechternaald groen . VIERDE STAP linkernaald blauw Op de juiste manier inrijgen is belangrijk, omdat de steken anders onregel- matig worden en de draad kan breken. Achter de grijperafdekking () van het apparaat vindt u praktische instruc- ties voor het inrijgen. Bovendien zijn de draadgeleiders gemarkeerd met verschillende kleuren. In het accessoirevak zit een pincet waarmee het inrijgen gemakkelijker is. Als een van de draden in de grijpers achteraf nog een keer moet worden ingeregen (bijv. wanneer de draad gebroken is), moet u eerst de draden uit de naalden halen om te voorkomen dat de draden in de war komen te zitten.103

8.2. Draad in onderste grijper inrijgen . Open de grijperafdekking. . Draai het handwiel () naar u toe tot de onderste grijper () in de beste stand staat om de draad in te rijgen. . Steek de draad door het oog op de telescopische draadboom (). (afb. A). . Til de handgreep () omhoog, leid de draad onder de handgreep door en span de draad in de achterste draadgeleider voor de onder- ste grijper (). . Plaats de draad tussen de twee schijven van de draadspaninrichting

De draad moet precies tussen de twee schijven van de draadspaninrichting komen te zitten.

Pincet Afb. A Afb. B Afb. C104 . Plaats de draad in de middelste geleidingsnok van de draadgeleider voor de draden in de grijper (). (afb. B). . Volg vanaf dit punt het inrijgschema op de machine en rijg de draad in de vier met kleur gemarkeerde draadgeleiders (). (afb. C). . Plaats nu de draad over de onderste grijper en schuif de draad met behulp van de pincet naar achteren op de grijper tot de draad in het achterste oog van de grijper zit. (afb. D). . Rijg de draad vanaf de voorkant in het oog van de onderste grijper. (afb. E). Afb. D Afb. E . Trek het uiteinde van de draad ongeveer cm uit het grijperoog en leg de draad naar achteren onder de naaivoet.105

8.3. Draad in bovenste grijper inrijgen . Steek de draad door het oog op de telescopische draadboom. (afb. F). . Til de handgreep omhoog, leid de draad onder de handgreep door en span de draad in de achterste draadgeleider voor de bovenste grijper (). . Plaats de draad tussen de twee schijven van de draadspaninrichting

Afb. F Afb. G . Plaats de draad in de linkergeleidingsnok van de draadgeleider voor de draden in de grijper. (afb. G). . Volg vanaf dit punt het inrijgschema op de machine en rijg de draad in de drie met kleur gemarkeerde draadgeleiders (). . Om de draad in de bovenste grijper () te kunnen rijgen, draait u aan het handwiel tot de grijper in een handige positie staat.106 . Trek het uiteinde van de draad ongeveer cm uit het grijperoog en leg de draad naar achteren onder de naaivoet. . Sluit na het inrijgen de grijperafdekking. 8.4. Draad in de rechternaald inrijgen . Draai het handwiel naar u toe tot de naalden () in de hoogste stand staan. . Steek de draad door het oog () op de telescopische draadboom. (afb. H). . Til de handgreep omhoog, leid de draad onder de handgreep door en span de draad in de achterste draadgeleider voor de rechternaald

. Plaats de draad tussen de twee schijven van de draadspaninrichting

De draad moet precies tussen de twee schijven van de draadspaninrichting komen te zitten.

Afb. H Afb. I Afb. J . Leid de draad onder de draadgeleider voor de draad in de rechter- naald () en de twee draadgeleiders voor de draden in naald () & (). (afb. I).107

. Leid de draad daarna zoals afgebeeld achter de draadgeleider van de naaldhouder langs en steek deze vervolgens van voren naar ach- teren door het oog van de betreffende naald. (afb. J). . Trek de uiteinden van de draden ongeveer cm uit de ogen van de naalden naar buiten. . Zet de naaivoet () omhoog en leg de draden eronder; laat de naai- voet daarna weer zakken. 8.5. Draad in de linkernaald inrijgen . Draai het handwiel naar u toe tot de naalden helemaal bovenaan staan. . Steek de draad door het oog op de telescopische draadboom (). (afb. K). . Til de handgreep omhoog, leid de draad onder de handgreep door en span de draad in de achterste draadgeleider voor de linkernaald

. Plaats de draad tussen de twee schijven van de draadspaninrichting

De draad moet precies tussen de twee schijven van de draadspaninrichting komen te zitten.

Afb. K Afb. L Afb. M108 . Leid de draad onder de twee draadgeleiders door van de draden in naald () & (). (afb. L). . Leid de draad daarna zoals afgebeeld achter de draadgeleider van de naaldhouder langs en steek deze vervolgens van voren naar ach- teren door het oog van de betreffende naald. (afb. M). . Trek de uiteinden van de draden ongeveer cm uit de ogen van de naalden naar buiten. . Zet de naaivoet omhoog en leg de draden eronder. Laat de naaivoet daarna weer zakken.

Als er voor het eerst garen wordt ingeregen of als er na het breken van een draad tijdens het naaien opnieuw garen moet worden ingeregen, gaat u als volgt te werk: ` Houd de uiteinden van de draden tussen de vingertoppen van uw lin- kerhand, draai het handwiel () langzaam twee of drie keer naar u toe en controleer of u aan de draden kunt trekken. ` Naai nu voorzichtig een paar steken zonder stof toe te voeren om de verstrengeling van de draden te controleren. ` Leg de stof onder de naaivoet () om proef te draaien, laat de naaivoet zakken en begin langzaam te naaien. De stof wordt automatisch toegevoerd. Leid de stof voorzichtig onder de naaivoet door. ` Als het werk klaar is, naait u door tot zich aan het einde van de stof een ongeveer - cm lange draadketting heeft gevormd. Snijd de draden af met de draadsnijder () of knip ze af met een schaar.

10. De draadspanning instellen

De vereiste draadspanning is afhankelijk van de soort en dikte van de draad en de stof. ` Controleer de naden en stel de draadspanning afhankelijk hiervan in. Draadspanning: ` Stel de draadspanningsknoppen (, , , ) in op een lager getal: de spanning wordt lager. ` Stel de draadspanningsknoppen in op een hoger getal: de spanning wordt hoger. Draadspanning verhogen Draadspanning verlagen109

10.1. Juiste draadspanning Achterkant Draad uit onderste grijper Draad uit bovenste grijper Draad uit linkernaald 6 mm Draad uit rechternaald Voorkant 10.2. De draadspanning instellen voor de draden in de naalden De draadspanning op de linkernaald is te los. De draadspanning op de rechternaald is te los. Verhoog de spanning van de linkerdraad. Verhoog de spanning van de rechterdraad. Achterkant Voorkant Achterkant Voorkant110 10.3. De draadspanning instellen voor de draden in de grijpers Achterkant Voorkant Achterkant Voorkant De draad in de onderste grijper is te strak en/of de draad in de bovenste grijper is te los. Verlaag de spanning van de draad in de onderste grijper en/of verhoog de spanning van de draad in de bovenste grijper. De draad in de bovenste grijper is te strak en/of de draad in de onderste grijper is te los. Verlaag de spanning van de draad in de bovenste grijper en/of verhoog de spanning van de draad in de onderste grijper.111

11. Overzicht van de machine-instellingen1

De beste instelling van de draadspanning voor de ene stof hoeft niet altijd goed te zijn voor een andere stof. De vereiste draadspanning is afhankelijk van de stijfheid en dikte van de stof, en van het soort en de dikte van de draad. In de onderstaande tabel kunt u de juiste draadspanning vinden. Dit zijn ideale voorbeeldinstellingen die niet voor alle materialen en garen hetzelfde zijn. Probeer altijd eerst de instellingen op een teststuk uit. Programma Naaldpositie* Draadspanning Steek- lengte Snijbreedte Steek- vingerpo- sitie Tweedra- den- converter blauw groen licht- groen roze -draads overlocknaad NNNN, ~ , S Nee -draads overlocknaad (breed) N N N , ~ , S Nee -draads overlocknaad (smal) N N N , ~ , S Nee -draads overhandse naad (breed) , - , -N - F ~ , S Nee In deze kolom vindt u een schematische weergave van de naalden. De zwart gekleurde naald is de gebruikte naald.112 Programma Naaldpositie* Draadspanning Steek- lengte Snijbreedte Steek- vingerpo- sitie Tweedra- den- converter blauw groen licht- groen roze -draads overhandse naad (smal) - -N , - , F ~ , S Nee -draads flatlocknaad (breed) - , - - ~ , , S Nee -draads flatlocknaad (smal) -N - - F ~ , S Nee -draads flatlocknaad (breed) - , N- ~ , , S Ja -draads flatlocknaad (smal) -N - ~ , , S Ja113

12. Overzicht van garen en naalden

Stoffen Garen Naalden Steeklengte Licht katoen en linnen: Organdy; Batist; Gingham Katoen nr. Voor naaiwerk in het alge- meen: Type: nr. / of / Voor lichte stoffen: Type: nr. / , - , mm Standaard: ,

Zwaar katoen en linnen: Oxford, jeans, katoenen gabardine Katoen nr. Polyester nr. - , - , mm Standaard: ,

Zware wol: Velours, kameelhaar, astrakan Katoen nr. Polyester nr. - Voor naaiwerk in het alge- meen: Type: nr. / of / Voor lichte stoffen: Type: nr. / of / , - , mm Standaard: ,

Zware synthetische stoffen: taft, twill, jeans Katoen nr. Polyester nr. Voor naaiwerk in het alge- meen: Type: nr. / of / Voor lichte stoffen: Type: nr. / of / , - , mm Standaard: ,

Jersey Katoen nr. Polyester nr. - , - , mm Standaard: ,

Met de onderstaande werkwijze is het heel eenvoudig om van draad te wisselen. Het is hierbij niet nodig de draad helemaal opnieuw in te rijgen: ` Snijd of knip het garen boven de spindel af en knoop de uiteinden van de oude en de nieuwe draad met een zeemansknoop aan elkaar, zoals in de afbeelding. ` Zet de naaivoet () omhoog. ` Zet de naaldstang in de laagst mogelijke stand door het handwiel () naar u toe te draaien. Trek voorzichtig aan het uiteinde van de draad tot de verbindingsknoop het oog van de naald en de grijperogen is gepas- seerd.

Met de handgreep () aan de bovenkant van het apparaat kunt u de ma- chine gemakkelijk transporteren.

15. De steeklengte instellen

Draai aan de steeklengteregelaar () totdat de gewenste lengte wordt aangegeven. Hoe hoger het getal, hoe langer de steek. De steeklengte kan worden ingesteld van tot mm. Bijna alle overlock-werkzaamheden worden uitgevoerd met een steekleng- te van , tot , mm. 15.1. De steeklengte instellen Steken Steeklengte Normale naden , - , mm (standaardinstelling: , mm) Smalle zomen , - , mm Open zomen , - , mm Kantwerk , - , mm116

16. De snijbreedte instellen

Afhankelijk van het materiaal kan het nodig zijn om de snijbreedte te vari- eren. Controleer telkens aan de hand van een voorbeeldnaad welke naad- breedte geschikt is. U kunt de snijbreedte vrij instellen tussen en , mm. Ga hiervoor als volgt te werk: . Klap de grijperafdekking () naar beneden. . Zet de naalden in de hoogste stand door aan het handwiel () te draaien. . Zet het bovenste mes () omhoog, zoals beschreven in hoofdstuk “. Het bovenste mes buiten gebruik stellen” op blz. . Hierdoor kunt u de snijbreedte makkelijker instellen. . Draai de instelregelaar voor de snijbreedte () naar de gewenste instelling. . De ingestelde snijbreedte wordt op de voorste rand van de steek- plaat weergegeven. De rand van de meshouder en de betreffende markering van de snijbreedte op de steekplaat vormen een lijn wanneer de gewenste steekbreedte is ingesteld. . Plaats het bovenste mes terug in de beginpositie en sluit de grijper- afdekking. 16.1. De ideale snijbreedte Voorkant Snij- breedte Bij een ideale snijbreedte liggen de lussen van de draden in de grijper iets aan de rand van de stof.117

16.2. De snijbreedte is te smal De lussen van de draden in de grijper steken te ver uit de stofrand. ` Door de regelaar voor de snijbreedte rechtsom te draaien, beweegt het onderste mes naar rechts en wordt de snijbreedte groter. Voorkant Garen wordt over de rand van de stof genaaid. 16.3. De snijbreedte is te groot De lussen van de draden in de grijper zitten te strak tegen de rand van de stof en de stof rimpelt. ` Als u de instelregelaar voor de snijbreedte linksom draait, beweegt het onderste mes naar links en wordt de snijbreedte kleiner. Voorkant Door het garen rimpelt de rand van de stof NAAITIP Het feit dat de rand van de stof rimpelt bij een te grote snijbreedte, kan bij sommige naaiwerkzaamheden worden gebruikt om mooie naai-effecten te verkrijgen.118

17. Met smalle en brede steken locken met

drie draden Deze machine kan bij het locken worden omgezet van het werken met vier naar drie draden. ` Verwijder de rechter- of linkernaald (afhankelijk van de gewenste naad) en de bijbehorende draad (zie ook “. Naalden vervangen” op blz. ). De machine is nu gereed om te locken met drie draden. Als alleen de rechternaald wordt gebruikt, kan de snijbreedte tussen en , mm worden ingesteld. 3.0mm 4.5mm Als alleen de linkernaald wordt gebruikt, is de snijbreedte tussen , en , mm. 5.2mm 6.7mm119

18. Het bovenste mes buiten gebruik stellen

Als u wilt naaien zonder hierbij tegelijkertijd de randen af te snijden, kunt u het bovenste mes buiten gebruik stellen. . Schakel de machine uit en haal de netstekker uit het stopcontact. . Open de grijperafdekking (). . Controleer of de steekvingerregelaar () zich in positie R bevindt. . Houd de vrije arm met één hand vast en trek de draaiknop van de meshouder () naar rechts. . Draai nu de meshouder rechtsom naar voren tot het mes een ° gedraaide positie heeft bereikt. . Zorg ervoor dat de pen op de meshouder in de groef van de draai- knop valt, zodat deze stevig vastzit. . Sluit de grijperafdekking weer en ga verder met het naaiwerk. . Voer de procedure in omgekeerde volgorde uit om het mes weer te activeren. VOORZICHTIG! Beknellingsgevaar! De veer van de draaiknop van de meshouder staat onder hoge spanning, zodat de draaiknop kan terugkeren naar de beginpositie wanneer deze wordt teruggezet. Er is een risico op beknelling van de vingers. Houd de draaiknop altijd stevig vast en laat deze zachtjes in de begin- positie vastklikken.120

19. Instellen op het gebruik van twee draden

U kunt de machine ook als een tweedraads machine gebruiken. Gebruik dan de converter voor het werken met twee draden (). Zie de tabel in het hoofdstuk “. Overzicht van de machine-instellingen” op blz. voor de verschillende toepassingen van de converter voor het werken met twee draden. . Schakel de machine uit en haal de netstekker uit het stopcontact. . Open de grijperafdekking (). . Zet de bovenste grijper () met het handwiel in de hoogste stand. . Verwijder, afhankelijk van de gewenste naad, de overbodige naald en de draden voor deze naald en voor de bovenste grijper (zie ook “. Naalden vervangen” op blz. ). . Steek de converter voor het werken met twee draden in de uitspa- ring van de bovenste grijper. . Draai de converter voorzichtig naar links en zorg ervoor dat de punt van de converter van achteren in het oog van de grijper gaat. Gebruik eventueel een pincet als hulpmiddel. . Voer de bovenstaande stappen in omgekeerde volgorde uit om de converter weer te verwijderen.121

Voor rolzomen moet u de steekvinger naar achteren trekken door de steek- vingerregelaar in positie R te zetten. . Schakel de machine uit. . Open de grijperafdekking (). . Maak het bovenste mes () los, zoals beschreven in het hoofdstuk “. Het bovenste mes buiten gebruik stellen” op blz. . . Zet de steekvingerregelaar () in positie R. . Stel de snijbreedte in op positie R. . Zet het bovenste mes terug in de beginpositie. . Sluit de grijperafdekking. Voor alle standaard-overlocknaden moet de steekvingerregelaar in positie S staan. . Schakel de machine uit. . Open de grijperafdekking. . Maak het bovenste mes los, zoals is beschreven in het hoofdstuk “. Het bovenste mes buiten gebruik stellen” op blz. . . Zet de steekvingerregelaar in positie S. . Zet het bovenste mes terug in de beginpositie. . Sluit de grijperafdekking.122

21. Di erentieel transport

Door het differentieel transport wordt het lubberen van naden in gebreide stoffen en het verschuiven van lagen stof voorkomen. Ook gaan naden in zeer lichte stoffen niet rimpelen. 21.1. Werking Voor het transport heeft de machine twee sets tandstangen, één voor (A) en één achter (B). Deze beide sets bewegen onafhankelijk van elkaar. Door het transport van de stof naar voren kunnen de beide tandstangensets met verschillende snelheden bewegen. Instelgebied voor het transport van de stof naar voren: , (negatief trans- port) tot , (positief transport).

21.2. Positief di erentieel transport Bij positief differentieel transport voert de voorste tandstang (A) een grote- re transportbeweging uit dan de achterste tandstang (B). Daardoor wordt de stof onder de naaivoet ‘opgehoopt’, waardoor het golven van de stof wordt tegengegaan.123

21.3. Negatief di erentieel transport Bij negatief differentieel transport voert de voorste tandstang (A) een kleinere transportbeweging uit dan de achterste tandstang (B). Daardoor wordt de stof onder de naaivoet uitgerekt, waardoor ongewenst rimpelen van de stof wordt tegengegaan. 21.4. Di erentieel transport instellen U kunt het differentieel transport instellen door aan de differentieeltrans- portregelaar () te draaien. Het transport van de stof kan ook tijdens het naaien worden ingesteld.

21.5. Di erentieel transport instellen Kies een instelling met behulp van de onderstaande tabel: Toepassing Transportwijze Instelling Niet-lubberende zomen, gewenst rim- pelen Positief differentieel transport

22. Naaivoetdruk instellen

De naaivoetdruk is bij aflevering correct ingesteld voor al het gebruikelijke naaiwerk en hoeft niet bijgesteld te worden. Mocht het toch nodig zijn om de naaivoetdruk aan te passen, dan kunt u dit regelen met de instelschroef voor de naaivoetdruk () aan de boven- kant van de naaimachine. . Houd de handgreep omhoog en steek de kleine schroevendraaier in de opening van de instelschroef. . Draai de schroef rechtsom om de druk te verhogen of linksom om de druk te verlagen. Om de standaardinstelling te herstellen, draait u de schroef rechtsom tot- dat deze de bovenafdekking raakt. Draai vervolgens de schroef zes rotaties linksom. De standaardinstelling is dan hersteld.

Voor naaiwerk op ringvormig naaigoed, zoals mouwen of broekspijpen, kan het aangezette werkblad worden verwijderd om de vrije arm te ge- bruiken. ` Het werkblad kan worden weggehaald door het voorzichtig naar links te schuiven. ` Als u het werkblad wilt bevestigen, houd u het voorzichtig tegen de machine aan en schuift u het naar rechts tot u het hoort vastklikken.125

Deze machine is uitgerust met naalden van type (voor huishoudelijke- en overlockmachines) LET OP! Gevaar voor beschadiging! Verbogen en botte naalden kunnen schade aan de machine en aan het naaiwerk veroorzaken. Schakel de machine uit. Vervang de defecte naald. ` Draai het handwiel () naar u toe tot de naalden () in de hoogste stand staan. ` Draai de klemschroeven van de naalden los met de meegeleverde klei- ne schroevendraaier uit het accessoirevak en verwijder de naalden: de bovenste schroef voor de linkernaald en de onderste schroef voor de rechternaald. ` Steek de nieuwe naalden met de vlakke kant naar achteren in de naald- houder. Zorg er hierbij voor dat u ze zo ver mogelijk naar binnen duwt. ` Draai de klemschroeven van de naalden weer vast. Als de naalden goed zijn ingezet, zit de linkernaald iets hoger dan de rech- ternaald. Als de naalden niet goed zijn ingezet, worden er bij het naaien mogelijk steken overgeslagen.

25. Messen vervangen

Schakel de machine uit en haal de netstekker uit het stopcontact voordat u de messen gaat vervangen. Zo vervangt u het bovenste mes () als het bot is: . Schakel de naaimachine uit. . Open de grijperafdekking (). . Maak het bovenste mes () los, zoals is beschreven in het hoofdstuk “. Het bovenste mes buiten gebruik stellen” op blz. . . Draai met de schroevendraaier uit het accessoirevak de schroef (A) op het onderste mes los. . Plaats een nieuw onderste mes en draai de schroef van de meshou- der vast. . Plaats het bovenste mes terug in de beginpositie. . Sluit de grijperafdekking. A126

26. Probleemoplossing

Lees de onderstaande tekst door voordat u de klantenservice belt. Probleem Oorzaak Oplossing Bladzijde Naalden breken Naalden zijn verbogen, bot of hebben een beschadigde punt Vervang de naalden door nieu-

Naalden zijn niet goed ingezet Breng de naalden op de juiste manier aan in de houder

U hebt te hard aan de stof ge- trokken Laat de stof voorzichtig door uw handen glijden Draad breekt af Garen is niet goed ingeregen Rijg het garen op de juiste ma- nier in

Draadspanning te hoog Stel de draadspanning bij Naalden zijn niet goed ingezet Breng de naalden op de juiste manier aan in de houder

Er worden steken overgeslagen Naalden zijn verbogen, bot of hebben een beschadigde punt Vervang de naalden door nieu-

Naalden zijn niet goed ingezet Breng de naalden op de juiste manier aan in de houder

Er worden steken overgeslagen Garen is niet goed ingeregen Rijg het garen opnieuw in Verkeerde naalden gebruikt Gebruik naalden van het juiste type (type /H)

Steken zijn onregelmatig Draadspanning is niet goed Stel de draadspanning bij Draad zit vast Controleer de loop van de af- zonderlijke draden

Naden zijn gerimpeld Draadspanning te hoog Stel de draadspanning bij Garen is niet goed ingeregen Rijg het garen op de juiste ma- nier in

Garen zit vast Controleer de loop van de af- zonderlijke draden

Stoftransport niet ingesteld Stel het stoftransport in op , Stof wordt niet netjes afgesne- den Bovenste mes is bot of verkeerd ingezet Vervang het mes of zet het op de juiste manier in

Rand van de stof rimpelt Te veel stof per steek Verander de snijbreedte Verlichting doet het niet Led defect Neem contact op met onze klantenservice.127

Berg uw naaimachine op een droge plaats op, zodat zich geen roest kan vormen op de metalen onderdelen. Gebruik altijd de meegeleverde afdekkap, zodat er geen stof in de naaima- chine kan binnendringen.

28. Reinigen en smeren

Voor een goede werking van uw machine moet u het mechanisme af en toe schoonmaken met de kwast uit het accessoirevak en op bepaalde pun- ten smeren. Gebruik voor het smeren van deze naaimachine uitsluitend hoogwaardige naaimachineolie. U kunt deze olie kopen bij de vakhandel. Gebruik voor het reinigen van de buitenkant alleen een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en reinigingsmiddelen, omdat deze het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat kunnen beschadigen. Deze machine heeft maar heel weinig olie nodig, omdat de hoofdcompo- nenten van speciaal materiaal zijn gemaakt. . Koppel de machine los van het elektriciteitsnet, voordat u de machi- ne opent. . Open de grijperafdekking (). Verwijder het stof en de pluizen die zich hier hebben verzameld met de meegeleverde stofkwast. . Breng een paar druppels olie op de gemarkeerde plaatsen aan. Gebruik uitsluitend kwalitatief hoogwaardige naaimachineolie. . Sluit de vrije arm en de grijperafdekking. . Neem nu een proeflapje en test hiermee of de machine goed functi- oneert. De overtollige olie wordt direct verwijderd zonder vlekken te veroorzaken in uw eigenlijke naaiwerk.128 . Reinig de voeten met zuignappen () van de naaimachine regelma- tig met alcohol, zodat de zuigkracht behouden blijft en de machine stevig staat.

VERPAKKING Uw overlockmachine zit ter bescherming tegen transportschade in een verpakking. Verpakkingen zijn onbewerkte materialen en kunnen worden hergebruikt of teruggebracht in de grondstoffenkringloop. APPARAAT Afgedankte apparaten met het hiernaast afgebeelde symbool mogen niet bij het gewone huishoudelijke afval worden gedeponeerd. Volgens richtlijn //EU moet het apparaat aan het einde van de le- vensduur op een passende manier worden afgevoerd. Hierbij worden voor hergebruik geschikte stoffen in het apparaat gerecy- cled, zodat belasting van het milieu en negatieve gevolgen voor de mense- lijke gezondheid worden voorkomen. Geef het afgedankte apparaat af bij een inzamelpunt voor elektronisch af- val of bij een afvalsorteercentrum. Neem voor meer informatie contact op met de lokale afvalverwerkings- dienst of met uw gemeente.

30. Technische gegevens

Spanning: AC - V ~ Hz Opgenomen vermogen: Totaal vermogen: W Motor: W Lamp: W (led) Voetpedaal: Type: HKTC nominale spanning: -V ~ Hz/,A Veiligheidsklasse II Aantal draden: of Aantal naalden: of Naaisnelheid: (+/-) steken per mi- nuut Snijbreedte: , mm bij draden , mm of , mm bij draden Steeklengte: - mm Hoogte van de naaivoet: mm Naald: Type nr. /; /; / Afmetingen: cm x cm x cm (b x h x d) Gewicht: , kg www.tuv.com ID 000000000 ID 129

30.1. Verklaring van overeenstemming Hierbij verklaart Medion AG dat het product in overeenstem- ming is met de volgende Europese eisen:

  • Laagspanningsrichtlijn //EU
  • Ecodesignrichtlijn //EG
  • RoHS-richtlijn //EU.

31. Service-informatie

Wanneer uw apparaat niet zoals gewenst of verwacht functioneert, neem dan contact op met onze klantenservice. U heeft verschillende mogelijkhe- den, om met ons contact op te nemen:

  • In onze Service-Community vindt u andere gebruikers en onze mede- werkers en daar kunt u uw ervaringen uitwisselen en uw kennis delen. U vindt onze Service-Community onder community.medion.com.
  • U kunt natuurlijk ook ons contactformulier gebruiken onder www.medion.com/contact.
  • En bovendien staat ons serviceteam ook via de klantenservice of per post ter beschikking. Nederland Openingstijden klantenservice Klantenservice Ma - vr: . - . uur

Buiten deze tijden kunt u op het genoemde nummer te allen tijde ge- bruik maken van onze voicemaildienst met terugbeloptie. België & Luxemburg Openingstijden klantenservice Klantenservice (België) Ma - vr: : - : - Klantenservice (Luxemburg)

Serviceadres MEDION B.V. John F.Kennedylaan 16a 5981 XC Panningen Nederland Deze en vele andere gebruiksaanwijzingen staan ter beschikking om te downloaden via het serviceportaal www.medionservice.com. Om redenen van duurzaamheid hebben wij geen gedrukte garantievoorwaarden. U vindt onze garantie- voorwaarden ook in ons serviceportaal. Ook kunt u de QR-code hiernaast scannen en de ge- bruiksaanwijzing via het serviceportaal downloaden op uw mobiele eindapparaat.130

Copyright Stand: . april Alle rechten voorbehouden. Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd. Verveelvoudiging in mechanische, elektronische of welke andere vorm dan ook zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant is verboden. Het copyright berust bij de firma: MEDION AG Am Zehnthof 77 45307 Essen Duitsland Houd er rekening mee dat het bovenstaande adres geen retouradres is. Neem eerst contact op met onze klantenservice.DE

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MEDION

Model : LIFE SO09 (MD 19169)

Categorie : Naaimachine