LIFE SM60 (MD 10689) - Naaimachine MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LIFE SM60 (MD 10689) MEDION in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over LIFE SM60 (MD 10689) MEDION
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LIFE SM60 (MD 10689) - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LIFE SM60 (MD 10689) van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING LIFE SM60 (MD 10689) MEDION
Bedienungsanleitung Notice d'utilisation Gebruiksaanwijzing
Manual de instrucciones Istruzioni per l'uso User Manual

Freiarm-Nahmaschine Machine à coudre à bras libre Naaimachine met vrije-arm Maquina de coser de brazo libre Macchina da cucire a braccio libero Free-arm sewing machine
MEDION LIFE SM60 (MD 10689)
Inhaltsverzeichnis
- Over deze gebruiksaanwijzing 87
1.1. Betekenis van de symbolen 87
-
Gebruiksdoel 87
-
Verklaring van overeenstemming 87
-
Veiligheidsvoorschriften 88
4.1. Elektrische apparaten horen nicht thus in de handen van kinderen 88
4.2. Netsnoer en adapteraansluiting 88
4.3. Algemene instructies 88
4.4. Nooit zelf repareren 88
4.5. Veilig omgaan met het apparatusat 89
4.6. Reinigen en opbergen 89
- Inhoud van de levering 89
- Overzicht van het apparatusat 90
- Elektrische aansluitingen 93
7.1. Naaisnelheid regelen 93
7.2. Afneembaar werkblad bevestigen of weghalen 93
7.3.Accessoirevak 94
- Voorbereidende werkzaamheden 94
8.1. Garenklos plaatsen 94
8.2. Onderdraadspoel opspoelen 94
8.3. Spoelhuis weghalen 95
8.4. Spoelhuis insteken 95
8.5. Spoelhuisplaatsen 96
8.6. Bovendraad inrijgen 96
8.7. Weergave van de bovendraadgeleiding 97
8.8. Functie voor automatisch inrijgen van de naald 98
8.9. Onderdraad ophalen 99
- Installingen 100
9.1. Draadspanning instellen 100
9.2. Bovendraadspanning regelen 100
9.3. Onderdraadspanning regelen 100
9.4. Draadspanningen controleren 101
- Naaien 102
10.1. Algemeen 102
10.2. Juiste naald kiezen 102
10.3. Persvoet omhoog en omlaag bewegen 102
10.4. Achterwaarts naaien 103
10.5. Stofuit de naaimachine halen 103
10.6. Van naairichting wisselen 103
10.7.Draad afsnijden 103
10.8. Deprogrammakeuzeknop 103
10.9. Steeklengthenstellen 104
10.10. Soorten steken instellen 104
10.11. Omgekerde blinde zoom 107
10.12.Knoopsgaten 108
10.13. Knopen en oogjes aannaaien 110
10.14.Ritssluitingen innaaien 110
10.15.Rimpelen 111
10.16.Met tweelingnaald naaien 111
10.17. Naaien op de vrije arm 112
10.18. Transporteur omhoog en omlaag zetten 113
- Onderhoud, verzorging en reiniging 114
11.1. Naald verwangen 114
11.2. Persvoet weghalen enplaatsen 114
11.3. Persvoethouder weghalen enplaatsen 115
11.4. Onderhoud van de naaimachine 115
11.5. Machine smeren 118
- Storingen 120
12.1. Stof-, garen- en naaldentabel 121
12.2. Handige naaitips 122
-
Programma kiezen 122
13.1. Steekprogramma's 122 -
Afvalverwerking 122
- Technische gegevens 123
- Service-informatie 123
- Colofon 124
1. Over deze gebruiksaanwijzing

Hartelijk dank dat u voor ons product hebt gekozen. Wij wensen u veel plezier met het apparaat.
Lees de veiligheidsvoorschriften aandachtig
door voordat u het product in gebruik neemt. Neem de waarschuwingen op het apparatus en in de gebruiksaanwijzing in acht.
Houd de gebruiksaanwijzing algid binnen handbereik.
Geef als u het apparaat verkoopt of doorgeeft ook aktijd deze gebruiksaanwijzing mee, waar dat deze een essentieel onderdeel van het product is.
1.1. Betekenis van de symbolen
Als een tekstgedeelte is gemarkeerd met een van de vol-gende waarschuwingssymbolen, moet het in de tekst beschreiben gevaar worden vermeden om de waar genoemde möglichke risico's te voorkomen.

GEVAAR!
Waarschuwing voor direct levensgevaar!

WAARSCHUWING!
Waarschuwing voor möglichk levensgevaar en/of ernstig blijvend letsel!

VOORZICTHIG!
Waarschuwing voor möglichn minder ernstig oflicht letse!

LETOP!
Neem de aanwijzingen in alot om materi- ele schade te voorkomen!

Meer informatie over het gebruik van het apparaat!

Neem de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing in ache!

TIP
Naaitips om het werk gemakkelijker te make

Symbool van veiligheidsklasse II

Gebruik binnenshuis
2. Gebruiksdoel
Het apparatus heeft veel gebruiksmogelijkheden:
De naaimachine kan worden gebruikt voor het stikken en afwerken van de naden vanlicht tot zwaar nauseawerk.
Het nauiwerk kan bestaan uit textielvezels, samengestelde materialen of Licht leer.
- Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor privégebruik en Niet voor industrieel/commercieel gebruik.
- Houd er rekening mee dat bij gebruik van het apparaat voor een ander doel dan waarvoort het is bestemd, de aansprakelijkheid verralt:
- Bouw het apparaat zonder once toestemming Niet om en gebruik het Niet met hulp- of aanbouwapparaten die Niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.
- Gebruik uitsluitend door ons geleverde of goedgekeurde reserveonderdelen en accessoires.
- Neem alle informatatie in deze gebruiksaanwijzing in acht en houd u in het bijzonder aan de veiligheidsvoorschriften. Ledere andere vorm van gebruik geldt als Niet in overeenstemming met het gebruiksdoel en kan leiden tot letsel of materiele schade.
- Gebruik het toestel Niet onder extreme omgevingsomstandigheden.
3. Verklaring van overeenstemming
Hierbij verkaart Medion AG dat het product overeenstem met de volgende Europese eisen:
EMC-richtlijn 2014/30/EU
Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
- Ecodesignrichtlijn 2009/125/EG
RoHS-richtlijn 2011/65/EU.

4. Veiligheidsvoorschriften
4.1. Elektrische apparaten horen nicht\ thuis in de handen van kinderen
- Dit product kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8aar en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijk beperkingen of gebrek aan kennis en/of ervaring, mits er iemand toezicht op hen houdt of als hun is geleerd hoe ze het product veilig+kunnen gebruiken en ze hebben begrepen welke bevaren het gebruik van het product met zich meebrengt. Kinderen mogen Niet met het apparatus spelelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen Niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij ze ouder+zijn dan 8aar en er iemand toezicht op hen houdt.
- Kinderenjonger dan 8aar moetenuit de buurt van het apparaat en de aansluitkabel worden gehonden.

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Er bestaat verstikkingsgevaar door
het inslikken of onjuist gebruiken van verpakkingsfolie!
Houd het verpakkingsmaterial, zoals folie of plastic zakken,uit de buurt van kinderen.
4.2. Netsnoer en adaptersansluiting
- Sluit de machine alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact (220 - 240 V ~ 50 Hz) dat zich in de buurt van de machine bevindt. Zorg ervoor dat het stopcontact vrij toegankelijk is, zodat het apparaat zo nodig snel kan worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet.
- Als u de stekker uit het stopcontact haalt, pak dan.altijd de stekker zich vast en trek Niet aan het snoer.
Zorg ervoor dat het snoer tijdens gebruik helemaal afgerold is. -
Het netsnoer en de verlangkabel moeten zo worden gelegd dat er niemand over kan struikelen.
-
Het snoer mag nicht in aanraking komen met hete oppervlakken.
- Trek de stekker van de naaimachine uithet stopcontact als u klaar bent en voorkom zo dat de machine per ongelukwordt ingeschakeld en daardoor ongelukken gebeuren.
Schakel voor de volgende werkzaamheden de naaimachine uit en trek de stekkeruit het stopcontact:draad inrijgen,naald verwisselen, persvoet instellen,reinigingsen onderhoudswerkzaamheden uitvoeren,als u stopt met uw naaiwerk en als u het werk onderbreekt.
4.3. Algemene instructies
- De naaimachine mag Niet nat worden. Er bestaat gevaar voor elektrische schokken!
- Laat de naaimachine nooit aanstaan zonder dat er iemand bij is.
- Gebruik de naaimachine nicht buiten.
- Gebruik de naaimachine nicht in een vochtige omgeving of als dazu vochtig is.
- De machine mag uitsluitend worden gebruikt met het meegeleverde voetpedaal type HKT72C.
4.4. Nooit zich repareren

WAARSCHUWING! Gevaar voor elektrische schok!
Bij onjuiste reparatie bestaat er ge-vaar voor elektrische schokken.
Probeer in geen geval om het apparaat te openen of zich te repareren.
Neem bij storingen of als de aansluitkabel beschadigd is, contact op met het Service Center of een ander professioneel reparatiebedrijf om risico's te voorkomen.
Trek bij beschadiging van de machine of de aansluitkabel onmiddelijk de stekkeruit het stopcontact.
- Om risico's te voorkomen, mag de naaimachine bij zichtbare beschadigingen aan de machine zelf of aan de aansluitkabel Niet worden gezruikt.
4.5. Veilig omgaan met het apparaat
- Zet de naaimachine op een stevig, vlak werkblad.
- Tijdens gebruik要去en de ventilatieopeningen vrij blijven: zorg ervoor dat er niets (bijv. stof, restjes garen, enz.) in de openingenterechtkomt.
- Houd het voetpedaal vrij van pluizen, stof en stofresten.
Zet nooit iets op het voetpedaal. - Gebruik uitsluitend de meegeleverde accessoires.
- Gebruik voor het smeren uitsluitend speciale naaimachineolie. Gebruik geen andere vloeistoffen.
- Wees voorzichtig bij het bedieren van de bewegende delen van de machine en vooral van de naald. Er bestaat ook gevaar voor letsel als de machine Niet is aangesloten op het elektriciteitsnet!
- Let erijdens het naaien op dat u Niet met uw vingers onder de naaldklemschroef komt.
- Gebruik geen verbogen of botte naalden.
- Houd de stofijdens het naaien Niet vast en trek er Niet aan. De naalden+kennen breken.
- Zet de naald als u klaar bent met het naaiwerk,.altijd in de hoogste stand.
- Als u klaar bent en voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, schakelt u de machine.altijd uit en trekt u de stekeruit het stopcontact.
4.6. Reinigen en opbergen
Haal de netstekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reinigen.
- Reinig de machine met een Licht bevoch-tigde, zachte doeck.
- Gebruik geen chemische oplos- en reingingsmiddelen, waar deze het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat+kunnen beschadigen.
Berg de machine op een droge plaats bui- ten het bereik van kinderen op. Berg de naaimachine alteijd in de meegeleverde afdekkap op, zodat de machine beschermd is gegen stof.
5. Inhoud van de levering
GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Er bestaat verstikkingsgevaar door het inslikken of onjuist gebruiken van verpakkingsfolie!
Houd het verpakkingsmaterialiaal, zoals folie of plastic zakken,uit de buurt van kinderen.
Controleer de levering op volledigheid en informeer ons binnen 14ragen na aankoop indien de levering nicht compleet is.
- Naaimachine
Voetpedaal type HKT72C
Beknopte gebruiksaaanwijzing - Accessoires in het accessoirevakje (overzicht van de inhoud op de volgende pagina)
6. Overzicht van het apparaat

Abb. 1 - Overzicht van het apparaat
- Draadheffer
- Bovendraadgeleiding
- Opspoeldraadgeleiding
- Omklapbare draaggreep
- Garenpennen
- Spoelspindel
- Spoelaanslag
- Handwiel
-
Behuizing voor stekker
-
Hoofdschakelaar (motor enlicht)
- Ventilateopeningen
- Achteruithendel
- Steeklengtheregelaar
- Accessairevak
- Spoelkast (achter het accessoirevak)
- Draadafsnijder (aan de achterkant)
- Programmakeuzeknop
- Knop voor bovendraadspanning

Abb. 2 - Naaimechanisme
- Draadgeleider
- Persvoethendel
- Naaldklemschroef
- Persvoetontgrendeling
- Naald
-
Steekplaat
-
Stoftransporteur
- Persvoet
- Klemschroef voor persvoet
- Naaldhouser van draadgeleiding
- Inrijgmechanisme
- Hendel voor automatisch inrijgen

Abb. 3 - Inhoud van het accessoirevak
- 4 spoelen (3 in accessoirevak en 1 voorgemonteerd)
- 3 naelden 90/14 (in naaldenkoker)
- Tweelingnaald (in naaldendoosje)
- Multifunctionele schroevendraaier
- Knoopsgatvoet
-
Oliekannetje (zonder inhoud)
-
Stofkwast met tornmesje
- Zoomliniaal
- Geleidingshulp
- Ritsvoet
- Knoopaannaivaot
Niet afgebeeld
- Standaardvoet (rechte steek / zigzagsteek) (al gemonteerd)
- Afdekkap
7. Elektrische aansluitingen

VOORZICTHIG!
Gevaar voor letse!
Er bestaat gevaar voor letsel door het per ongeluk bedieren van het voetpedaal.
Schakel de machine als u klaar bent en vór onderhoudswerkzaamheden algijd uit en trek de stekker uit het stopcontact.
Steek de aansluitstekker van het meegeleverde netsnoer in het stekker-huis (9) op de machine.
Steek de stekker in het stopcontact.
Schakel de naaimachine in met de hoofdschakelaar (10). Met de hoofdschakelaar schakelt u zowel de naaimachine zich als de verlichting van de machine in.


Gebruik uitsluitend het meegeleverde voetpedaal type HKT72C.
7.1. Naaisnelheid regelen
De naaisnelheid worden geregeld met het voetpedaal.
De naaisnelheid kan worden veranderd door meer of minder druk op het voetpedaaluit te oefenen.
7.2. Afneembaar werkblad bevestigen of weghalen
De machine worden geleverd met een bevestigd werkblad.
Het afneembare werkblad kan worden weggehaald door het voorzichtig maar links te schuiven.
Als u het afneembare werkblad wilt bevestigen, houd u het voorzichtig谈起 de machine aan en schuift u het maar rechts, tot u het hoort vast-klikken.



7.3. Accessoirevak
Het accessoirevak (14) zit in het afneembare werkblad.
U opent het door het deksel van het afneembare werkblad waar voren te klappen. Zo=kunt u bij de accessoires in hetvak.
8. Voorbereidende werkzaamheden
8.1. Garenklos plaatsen

TIP
De meeste garenklossen hebben een inkeping die dient voor het vastzetten van het garen als ukaar bent. Let erop dat deze inkeping omlaag wijst om ervoor te zorgen dat het garen gelijkmatig en goed worden geleid.

Trek de garenpennen (5) maar boven uit de machine, tot u ze hoort vast-klikken.
Steek de garenklos op de garenpen.
8.2.Onderdraadspoelopspoelen
De onderdraadspoelen können snel en gemakkelijk met de naaimachine worden opgespoeld.
Hiervoor trekt u de draad van de garenklos door de opspoeldraadgeleiding (3) maar de spel.
Hoe u de draad precies moet opspoelen, wordt in de volgende punten beschreiben:
Steek de garenklos op de garenpen.
Draai de draad van de garenklos om de opspoeldraadgeleiding, zoals op de afbeeling te zien is.
Haal het uiteinde van het garen, zoals op de afbeelding te zien is, door het gat in de spoel en wikkel de draad met de hand enkele slagen om de spoel.

Zet de spoel op de spoelspindel (6), waar bij het uiteinde van de draad boven op de spoel ligt. Draai de spoelspindel maar rechts in de richting van de spoelaanslag (7), tot u deleze hoort vastklikken.
Houd het uiteinde van de draad vast en druk op het voetpedaal. Zodra de spoel een eindje is opgewikkeld,That u het uiteinde van de draad los. Spoel de draad op tot de spoelspindel Nieteerverder draait.

Nadat de spoelspindel aan de rechterkant is vastgeklikt, worden het naaimechanisme uitgeschakeld, zodat de naaldijdens het opspoelen Niet meebeweegt.
Draai de spoelspindel maar links en haal de spelweg.
Snijd draden die uitsteken weg.
Haal het afneembare werkblad weg.
Zet de naald (23) in de bovenste stand door aan het handwiel (8) en de persvoet te draaien en open het spoelhuis (15) awhile het accessoirevak (14), zoals op de afbeelding te zien is.
Open de kantelhendel van het spoelhuis en trek het spoelhuisuit demachine.
Als u de kantelhendel loslaat, valt de spoel vanzelf uit het spoelhuis.
Houd de spoel tussen de duim en wijsvinger van uw rechterhand en trek de draad circa 15 cmuit de spoel.
Houd het spoelhuis in uw linkerhand en zet de spoel in het huis.
Haal het uiteinde van het garen door de inkeping aan de rand van het spoelhuis maar binnen.







Haal nu het garen onder de spanningsveer door en duw het door het draadgat. Zorg ervoor dat het uiteinde van de draad circa 15cm lang is.

Controller of de spoel goed is geplaatst en linksom in het spoelhuis kan worden gedraaid.

8.5. Spoelhuis plaatsen
Houd het spoelhuis zo vast dat de vinger (A) van het huis maar boven wijst.
Open de kantelhendel van het spoelhuis.
Zet het spoelhuis op de middelste pen en druk de spoel voorzichtig aan binnen tot de vinger van het spoelhuis in de uitsparing (B) in de grijperbaanringschuift.
Laat de kantelhendel los en druk deze op het spoelhuis.
Sluit het spoelhuis (15).
8.6.Bovendraadinrijgen
Lees de volgende instructies zorgvuldig door,ondat een verkeerde volgorde bij het inrijgen ertoe kan leiden dat de draad breekt, steken uittallen of de stof samentrekt.
Zet voor het inrijgen de naald in de bovenste stand door aan het handwiel (8) te draaien.
Zet ook de persvoethendel (20) in de bovenste stand (2). Hierdoor staat de draad minder strak en kan de bovendraad zonder problemen worden ingeregen.

Zet een garenklos op een van de garenpennen (5).
Haal nu de draad door de bovendraadgeleiding (2).

Laat daarna de draad tussen de spanningsschijven van de spanningsregelaar voor de bovendraad (18) lopen.
Haal de draad onder de voorste draadgeleiding door en trek deze waar boven. Hierbij worden de binnenste geleideveer automatisch omhooggeschoven.

Anders dan bij de meeste naaimachines zijn de spanningssschijven van de bovendraadspanning Niet direct te zien. Let er waarom zeer goed op dat de draad+tussen de spanningsschijven ligt en Niet op een andere plaats door de machine loopt.
Rijg verwolgens de draad van rechts waar links in de haak van de draad-heffer (1).

Draai eventueel aan het handwiel om de draadheffer (1) in de hoogste stand te zetten.
Trek de draad weeer omlaag in de richting van de naald, door de interne draadgeleiding (19).
Haal de draad door de draadgeleiding van de naaldhouser (28).
Haal de draad tot slot nog door het oog van de naald.



8.7. Weergave van de bovendraadgeleiding
Voor een beter overzicht vindt u hier nog een schematische weergave van het verloop van de bovendraad.
Met de cijfers worden de volgorde van de stappen bij het inrijgproces aangegeven.

8.8. Functie voor automatisch inrijgen van de naald
De naaimachine beschicht over een inrijgmechanisme waarmee de bovendraad gemakkelijk kan worden ingeregen.
LETOP!
Gevaar voor beschadiging!
Bij gebruik van een tweelingnaald kan het inrijgmechanisme beschadigd raken.
Gebruik alleen een normale naald voor het inrijgmechanisme.
Draai eventueel aan het handwiel om de naald in de bovenste stand te zetten. Haal de draad door de draadgeleiding van het inrijgmechanisme (29).

Trek de hendel (30) van het inrijgmechanisme voorzichtig zo ver mogelijk aan beneden.

Draai de hendel van het inrijgmechanisme voorziglichtig linksom maarachten.

De draadhaak A wordt automatisch door het oog van de naald gehaald. Leg de draad onder de draadhaak.

Zet de hendel van het inrijgmechanisme voorzichtig weer terug in de uitgangspositie. De draadhaak A trekt de bovendraad door het oog van de naald en vormt een lus awhile de naald.

Schuif de hendel van het inrijgmechanisme weir omhoog en trek de Ius volledig met de hand door het oog van de naald om de bovendraad volledig in te rijgen.

8.9. Onderdraad ophalen
Zet de persvoet (26) omhoog.
Draai het handwiel met de rechterhand maar u toe, tot de naald zich in de bovenste positie befindt.
Houd de bovendraad losjes met de linkerhand vast en draai het handwiel met de rechterhand maar u toe, tot de naald zich maar beneden enervolgens waar�<|im_start|>boven heeft bewogen.
Stop het handwiel zodra de naald in de hoogste stand staat.
Trek de bovendraad iota omhoog, zodat de onderdraad een Ius vormt.
Trek circa 15 cm van beiden draden onder de persvoet aan dechterkant maar buiten.



9. Installingen
9.1.Draadspanninginstallen
Als de draadijdens het naaien breekt, is de draadspanning te hoog.
Als zich bij het naaienkleine lussen vormen, is de draadspanning juist te laag.
In beiden gevallen要去 de draadspanning worden versteld.
Daar bij moeten de boven- en onderdraadspanning ten opzichte van elkaar goed+zijn ingesteld.
9.2.Bovendraadspanningregelen

Voor het meeste naaiwerk is een bovendraadspanning van 3 tot 4 geschikt.
De spanning ontstaat door de schijven waar de draad doorheen worden geleid. De druk op deze schijven worden met de regelaar voor de boendraadspanning (18) geregeld.
Hoe hoger de waarde, hoe groter de spanning.
De bovendraadspanning wordt pas geactiveerd als de persvoet omlaag wordt gezet.
Er zijn meerere redenenaarom de spanning moet worden geregeld.Zo要去 bijvoorbeeld bijverschillende stoffen een andere spanning worden gebruikt.
De benodigde spanning is afhankelijk van de stevigheid en dikte van de stof, het eenantal lagen stof dat moet worden genaaid en de gekozen steek.
Zorg ervoor dat de spanning van de boven- en onderdraad gelijk is, waar dat de stof anders kan worden samengetrokken.
Wij adviseren u vór elk naaiwerk een proefnaad te maken op een restje stof.
9.3. Onderdraadspanning regelen
De spanning van de onderdraad worden geregeld door de veer van het spoelhuis.
Draai de schroef van de veer linksom om de spanning van de veer te verhogen.
Draai de schroef van de veer rechtsom om de spanning van de veer te verlagen.

9.4. Draadspanningen controlleren
9.4.1. Juiste naad
De boven- en onderdraadspanning is goed ingesteld als de draden in het midden van de stof de naad vormen.
De stof blijft glad en er ontstaan geen plooien.

9.4.2. Onzuivere naden
De bovendraad zit te strak en trekt de onderdraad omhoog. De onderdraad is te zien op de bovenste stoflaag.
Oplossing:
Stel de bovendraadspanning op een lagere waarde in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning te draaien.
Bovendraad zit te los. De onderdraad trekt de bovendraad omlaag. De bovendraad is te zich aan de onderkant van de stoflaag.
Oplossing:
Stel de bovendraadspanning op een hogere waarde in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning te draaien.




10. Nagaien
10.1. Algemeen
- Schakel de hoofdschakelaar (10) in.
- Zet de naald bij het veranderen van het soort steek.altijd in de hoogste stand.
- Schuif de stof ver genoeg onder de persvoet (26).
Laat de boven- en onderdraad circa 10 cm maar afterwards uitsteken.
Zet de persvoethendel (20) omlaag. Houd de draad met uw linkerhand vast, draai het handwiei (8) maar u toe en plaats de naad op de plek van de stof waar u met naaien wilt beginnen. - Druk op het voetpedaal. Hoe harder u drukt, hoe sneller de machine loopt. Duw de stof bij het naaien langzaam en voorzichtig door de machine.
- Gebruik dechteruithendel (12) om eenaar achefterwaartse steken te naaien en zo de eerste steken van de naad vast te zetten.
TIP
Weet u zicher de bijvoorbeeld de draadspanning of het soort steek juist is? Probeer deze instellingen danuit op een lapje stof.
De stof loopt automatisch onder de persvoet door: deze mag Niet met de handen worden tegengehonden en er mag ook Niet aan worden getrokken, maar要去 voorzichtig Door de machine worden geduwd, zodat de naad in de gewenste richting loopt.
10.2.Juistenaaldkiezen
1 LETOP!
Gevaar voor beschadiging!
Het gebruik van een defecte naald kan tot schade aan het naaiwerk leiden.
Vervang defecte naalden onmiddelijk.
Het nummer waarmee de sterkte van de naad worden aangegeven, is op de schacht te vinden.
Hoe hoger het nummer, hoe sterker de naald.
10.3. Persvoet omhoogen omlaag bewegen
De persvoet gaat omhoog of omlaag door de persvoethendel omhoog of omlaag te bewegen.
Positie 1: de persvoet drukt de stof op de transporteurs. De draadspanning is ingeschakeld.
U kunt beginnen met naaien.
Positie 2: de persvoet befindt zich in de bovenste positie. De draadspanning isuitgeschakeld.
U kurz de stof uit de machine halen, voorzichtig door de machine duwen of de persvoet verrangen.
De persvoet kan voor extra bewegingsruimte iets omhoog maar positie 3 worden geduwd, zodate u ditke stoffen kut naaien.

10.4. Achterwaarts naaien
Gebruik hinterwaarts naaien om een naad aan het begin en einde te verstevigen.
Druk de achteruithendel in en houd deze ingedrukt.
Druk op het voetpedaal. Hoe harder u drukt, hoe sneller de machine loopt.
Laat de awhilehendel gewoon los als u werk vooruit wilt naaien.

10.5. Stofuit de naaimachine halen
Als u klaar bent met naaien, moet u er.altijd voor zorgen dat de naald in de hoogste positie staat.
U kunt de stof weghalen door de persvoet omhoog te duwen en de stof van u weg maar achteren te trekken.
10.6. Van naairichting wisselen
Als u in de hoeken van het naaiwerk van naairichting wilt veranderen, gaat u als volgt te werk:
- Stop de machine en draai het handwiel zo ver maar u toe tot de naald in de stof steekt.
Duw de persvoet omhoog.
Draai de stof zo om de naald tot u de gewenste naairichting heeft gezvonden.
Laat de persvoet weeer zakken en ga verder met naaien.

10.7.Draadafsnijden
Snijd de draad af met de draadsnijder (16) anschter op de naaimachine of knip deze door met een schaar. Doe dit zodanig dat er anschter het oog van de naald nog circa 15 cm draaduitsteekt.

10.8. De programmakeuzeknop

LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
De programmakeuzeknop kan nicht 360^ worden gedraaid. Te ver doordraaien kan tot Mechanische schade leiden.
Draai de programmakeuzeknop Niet verder dan de eindpuntmarkeringen en
Bij deze naaimachine kut u kiezenuit verschillende gebruiks- en sierstenken.Met de programmakeuzeknop (17) kut u het gewenste steekpatroon eenvoudig instellen.
Controllereer voordat u van steek verandert,.altijd of de naald in de bovenste stand staat.
Draai de programmakeuzeknop zo dat de gewenste soort steek bij het markeringsteken staat.


10.9. Steenklengthe instellen
Met de steeklengteknop (13)kest u de lenghte van het ingestelde steekpatroon selecteren.
Draai de steeklengtheknop zo dat de gewenste steeklengte bij het markeringsteken staat.
Met de nummers worden de steeklengte bij benadering aangegeven.
10.10. Soorten steken instellen
De soorten steken worden ingesteld met de programmakeuzeknop. Let er.altijd op dat de naald in de hoogste stand staat voordat u van steek verandert.
Voer voordat u een stekprogramma gaat gebruiken, een naaitest op een lapje stofuit.
Een overzicht van alle steekpatronen is te vinden in de programmatabel in hoofdstuk "13. Programma kiezen" op blz. 122.

Zie hoofdstuk "11.2. Persvoet weghalen enplaatsen" op blz. 114 voor hetplaatsen en weghalen van de persvoet.
10.10.1.Rechtesteen
Geschikt voor algemeen gebruik en afstikken.
Persvoet: standaardvoet
Programma: A en B
De zigzagsteek is een van de meest gebruekte steken. Deze steek kan voor heel verzillende toepassenen worden gebruikt, zoals omzomen en aplicaties en monogrammen opstikken.
Naai erst enkele rechte steken om de naad te verstevigen voordat u de zigzagsteek.gaat gebruiken.
Persvoet: standaardvoet
Programma: C
Steekbreedte: CllmB
Steeklength: 1 t/m 4
Tussen de programme's B en C bevinden zich vrij verzillende steekbreedten die alleen bij gebruik van de zigzagsteek beschikbaar�.
Draai de programmakeuzeknop na programma B langzaam verder om een andere stekBreedte in te stellen.

TIPS VOOR ZIGZAGSTEKEN
Om betere zigzagsteken te krijgen,要去 de bovendraadspanning lager...,
zijn dan bij het naaien van rechte steken.
De bovendraad要去eels zichtbaar zich aan de onderkant van de stof.
10.10.3.
Satijnsteek
De zogenaamde satijnsteek, een zeer smalle zigzagsteek, is uitermate geschikt voor applicaties, monogrammen en verschillende siersteken.
Persvoet: standaardvoet
Programma: Ken L
Steeds wanner u deze steek gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de bovendraadspanning ieits worden verlaagd. Hoe breder de steek moet worden, hoe lager de bovendraadspanning moet+zijn. Bij het naaien van zeer dunne of gevoelige stoffen moet u een dun papier onder de stof leggen en dit meenaaien. Daarmee voorkomt u dat steken worden overgeslagen of de stof samentrekt.
10.10.4.
Blinde
steek

TIP
Het naaien van blinde zomen vereist enige oefening en kan het Beste voor het naaien op stofresten worden uitgeprobeerd.
Voor zogenaamde blinde zomen.
Persvoet: ...standaardvoet met geleidingshulp
Programma: E of F
Gebruik een kleur garen die precies bij de stof past.
Gebruik bij zeer lichte of doorschijnende stoffen een transparante nylon draad.
Voor het aanbrengen van de geleidingshulp draait u de schroef (27) op de persvoethouder los en schuift u de geleidingshulp onder de schroef, zoals op de afbeelding te zien is.
Draai de schroef weer vast.
Leg de stof met de bovenkantaar beneden voor u.
Vouw de naadtoeslag maar de onderkant (A) van de stof, zoals op de afbeelding te zien is.
Vouw nu ook de zoomtoeslag maar de onderkant enzet de naad- en zoomtoeslag vast met spelden (zie afbeelding hiernaast).
Klap nu de volledige blinde zoom bij de stofrand om, zoals op de afbeelding te zien is. De stofrand要去 de naadtoeslag ieis overlappen.
Naai voorzichtig langs de vouw.
Let er waar bij op dat de rechte steken op de zoom worden genaaid en de punten van de zigzagsteken telkens alleen in de bovenste vouw van de stof steken.
Als u de geleidingshulp gebruikt,要去 de vouwnaad precies gegen de geleidingshulp aanliggen.
Haal nu de stof uit de machine en strijk hem glad.
De uitgevouwen stof heeft nu een blinde zoomsteek.






De geschulpte zoom is een gespiegelde blinde stek voor decoratieve zomen. Uitermate geschikt voor schuin gesneden stoffen.
Persvoet: standaardvoet
Programma: H
Steeklength: 2 t/m 3
De naald要去 zodanig de stofrand rechts insteken dat de steken langs de buitenste rand van de zoom lopen.
Deze steck is uitermate geschikt om twee stukken stof met een platte naad mee te stikken.
De elastische steek kan ook worden gebruikt om elastische stoffen te verstevigen en stukken stof op te naaien. Ook geschikt voor het opnaaien van elastiek (bijvoorbeeld elastische bandjes).
Persvoet: standaardvoet
Programma: C tot K
Steeklength: SS
TIP
Gebruik synthetisch garen. Daardoor wordt de naad bijna onzichtbaar.
10.10.7. Elastiek opnaaien
Leg het elastiek op de gewenste plaats op de stof.
Naai het elastiek met de elastische streek op en span het elastiek waar bij met de hand voor en na de persvoet. Hoe meer spanning is ingesteld, hoemeer plooien er ontstaan.
10.10.8. Steekpatroon corrigeren
Afhankelijk van de gebruekte stoffen kan er een ongelijkmatig steekpatron ontstaan. Als dit het geval is,kest u het steekpatron handmatig corrigeren.
Draai de steeklengteknop in de richting van het plussymbol (+) als het patron te samengedrukt lijkt.
Draai de steeklengtheknop in de richting van het minsymbool (-) als het patroon te ver uit elkaar loopt.



10.10.9. Smoksteek
De smoksteek is veelzijdig en decoratief, bijvoorbeeld om kant of elastiek op te naaien of stretch en andere elastische stoffen te naaien.
Persvoet: standaardvoet
Programma: D
Steeklength: SS
Let bij het naaien van smoksteken op het volgende:
Plooietnaiwerkgelijkmatig.
Leg een smalle strook stof onder de plooien en naai eroverheen met de smoksteek.
Maak het smokwerk helemaal af voordat u dit versierde deel in het hele kledingstuk naait.
Bij zeer lichte stoffen kan hetzelfde effect worden bereikt door een elastische draad op de spelot te wikkelen.
10.10.10.
Gesloten
overlocksteek
Deze steek is uitermate geschikt om jersey en joggingpakken mee te naaien en herstellen. Deze steek is zowel decoratief als praktisch. De steek bestaatuit gladde zijlijnen met dwarsverbindingen en is volledig elastisch.
Persvoet: standaardvoet
Programma: E
Steeklengte: SS
Leg de rand van de stof zo onder de persvoet dat de naald met de rechtenuiitslag nog net de rand van de stof raakt en er zo met de linkeruit-slag een zigzagsteek worden genaaid.
10.10.11. Zigzag met drie steken
Met deze soort steek worden randen afgewerkt.
Persvoet: standaardvoet
Programma: D
Er worden steeds twee steken vooruit en een steek achechteruit genaaid. Zo ontstaat een buitengewoon stevige naad.
Persvoet: standaardvoet
Programma: A of B
Steeklengte: SS
10.11. Omgekeerde blinde zoom
Met dit soort steek können zware gewatteerde voeringen of zware jassen worden genaaid en können randen worden aufgewerkt.
Persvoet: standaardvoet
Programma:
Steeklength: 1 t/m 2
Bij zware gewatteerde voeringen legt u de stofbanen op elkaar en naait u langs de naadlijn.
Bij het afwerken van randen要去 de rechtseruitslag van de streek dicht bij de stofrand liggen.
10.12. Knoopsgaten

TIP
Om de passende steeklengte te vinden, wordt aangeraden om een proef-knoopsgat op een stofrest te naaien.
Persvoet: knoopsgatvoet
Programma: knoopsgatprogramma's
Steeklength: .0,5 t/m 1
Zet de voet en de naald in de hoogste stand.
Vervang de voet door de knoopsgatvoet.
Zie hiervoordhoofdstuk "11.2.Persvoet weghalen enplaatsen" op blz. 114.
Markeer op de stof waar het knoopsgat moet worden genaaid de gewenste knoopsgatlengthe. Gebruik een potlood of kleermakerskrijt.




Stel de knoopsgatvoet zo in dat de slede aan de achterkant van het knoopsgat is uitgelijnd.
Haal de bovendraad door de opening van de knoopsgatvoet en trek de boven- en onderdraad maar links.
10.12.1.Werkwijze
Kies met de programmakeuzeknop het programme voor de linkerpat.
Laat de voet zakken en naai langzaam tot de gewenste lenghte van de lijpat is bereikt.
Zet daarna de naald in de hoogste stand en schakel over op het programma voor de onderste pat.
Naai daarna een paar steken van de onderste pat.
Zet de naald weer in de hoogste stand en schakel over op het programma voor de rechterpat.
Naai nu de rechterzijpat op preciesdezelfde lenghte als links.
Zet de naald in de hoogste stand en kies opnieuw het programma voor de bovenste pat.
Naai dan, net als bij de onderste pat, ook het bovenste pat met een pauar steken.
Tot slot is het aan te bevelen de steeklengte op '0' te zetten en nog een paar steken te naaien, waardoor de draden beter worden verbonden en het knoopsgat minder snug rifelt.
- Snij als LAST met het meegeleverde tornmesje nog de stofCUSSEN de naden open. Ga waar bij zeer voorzichtig te werk om de paten Niet te beschadigen.

TIP
Om te voorkomen dat de bovenste pat worden doorgesneden, is het aan te raden waarvoor een spel'd door de stof te steken.
10.12.2. Knoopsgaten met garenversteviging
Bij knoopsgaten waarmeer druk op staat, is het aan te raden het knoopsgat met een draad (haak-, meeloop- of knoopsgatgaren) te verstevigen.
Snijd een eindje meelooggaren dat is aangepast aan de grootte van het knoopsgat af en leg dat om de knoopsgatvoet Been.
Haak het garen in de doornchter de persvoet, trek het verwolgens.
haar voren en knoop het vast aan de voorste doorn.
Naai het knoopsgat op de gewone manier. Let er.daar bij op dat de steken het meelooggaren volledig omsluiten.
Als het knoopsgatprogramma is beeindigd, haalt u het nauwerkuit de naaimachine en snijdt u de uitstekende uiteinden van het meeloogparen zich bij het nauwerk af.

TIP
Het gebruik van meelooggaren vereist enige oefening. Maak enkele knoopsgaten op een lapje stof om hier handigheid in te krijgen.












10.13. Knopen en oogjes aannaaien
Met de knoopaannaaivoet hunnen moeiteloos knopen, haakjes en oogjes worden aangenaaid.
Laat de stoftransporteur zakken zoals beschreiben in hoofdstuk "10.18. Transporteur omhoog en omlaag zetten" op blz. 113.
Persvoet: knoopaannaaivoet Programma: CllmB
Steeklength: 0
Laat de persvoet zakken en leg waar bij de knoop zoCUSen stof en persvoet dat de steek in de gaten van de knoop valt, zoals op de afbeelding te zien is.
Controller de juiste positie van de knoop door aan het handwiel te draaien. De naald要去 precies in de gaten van de knoop steken om beschadiging van de naald te voorkomen.
Tussen de programme's B en C bevinden zich vrij verzillende steenkbreedten voor de verzillende knoopsgatafstanden.
Naai op lage snelheid 6 tot 7 steken per gat.
Bij knopen met vier gaten worden de stof met de knoop verschoven. Dan worden ook in de andere gaten 6 tot 7 steken genaaid. Na het weghalen van de stof trekt u de ruim afgesneden bovendraad maar de onderkant van de stof en knoot u dezeervolgens vast aan de onderdraad.
10.13.1. Knopen met steel aannaaien
Bij zware materialen is vaak een knoopsteel nodig.
Leg een naald of bij een zwaardere steel een lucifer (A) op de knoop en ga daarna opdezelfde manier te werk als bij het aannaaien van een normale knoop.
Haal uw naaiwerk na circa 10 steken uit de machine.
Trek de naald of de lucifer uit het naaiwerk.
Laat de bovendraadientslangen en snijddezeaf.
Rijg de bovendraad door de knoop en wikkel deze enkele keren om de steel die hierbij ontstaat. Trek de bovendraad verrolgens maar de onderkant van de stof en knoop deze aan de onderdraad vast.
10.14. Ritssluitingen innaaien
Persvoet: ritsvoet
Programma: A
Steeklength: 1 t/m 4
Steekbreedte: 0
Afhankelijk van welke kanst van de rits u naait, moet de persvoet algijd op de stof liggen.
Daarom worden de persvoet op de linker- ofrechtkerant en Niet in het midden bevestigd, zoals bij alle andere voeten.
Zet de persvoet en de naald in de hoogste stand om de persvoet te verwisselen.
Speld de ritssluiting op de stof en leg het werkstuk in de juiste positie onder de voet.
- Om de rechterkant van de ritssluiting vast te naaien, zet u de ritsvoet zo vast dat de naald aan de linkerkant naait.
- Naai op de rechterkant van de ritssluiting, waar bij de naad zo zich mogelijk gegen de tanden aan要去 komen.
Naai de ritssluiting zo'n 0,5 centimeter onder de tanden met een tussentuk vast.
- Om de linkerkant van de ritssluiting vast te naaien, wisselt u de stand van de voet op de persvoethouder.
Naai opdezelfdemanais bij de rechterkant van deritssluiting.
Voordat de voet bij de trekker van de rits komt, heft u de voet en opent
u de ritssluiting terwijl de naald in de stof blijft.
10.14.1. Koordeninnagien
Met de ritsvoet Aunt u ook gemakkelijk koorden innaaien, zoals op de afbeelding te zien is.
Sla de stof een keer om, zodate er een holle zoom voor het koord worden gezvormd en naai dan langs het koord. Daar bij moet de ritsvoet acheter het koord liggen.
10.15. Rimpelen
Persvoet: standaardvoet
Programma: A
Steeklength: 4
Verlaag de bovendraadspanning (zie blz. 100) zo dat de onderdraad los aan de achterkant van de stof ligt en door de bovendraad worden omstrengeld.
Naai een of meerdere rijen steken. Snijd de draden Niet direct bij de stofrand af, maar LAST de uiteinden van de draden circa 10 centimeteruitsteken.
Leg nu aan het begin van elke rij een knoop in de boven- en onderdraad.
Houd de stof vast aan de kant met de knoop en trek aan de andere kant een of meerdere onderdraden gelijktijdig strak. Schuif de delen stof nu langs de onderdraad over elkaar. Als de stof over de gewenste bredte is gerimpeld, knoopt u de boven en onderdraten van de tweede kant vast.
Verdeel de plooien gelijkmatig.
Naai de plooien met een of meerere rechte naden vast. Hiervoor kan ook de smoksteek worden gebruikt.
10.16. Met tweelingnaald naien
De tweelingnaald is verkrijgbaar in de betere vakhandel. Let er bij de aankoop op dat de afstand:tussen beidaalden Niet groter is dan 4mm
Met de tweelingnaald können practite tweekleurige patronen worden gemaakt als u voor het naaien garen met verschillende kleuren gebruikt.
Persvoet: standaardvoet
Programma: A tot L
Steeklength: 1 t/m 4
1 LETOP!
Gevaar voor beschadiging!
Door gebruik van een verkeerd naiprogramma kan de tweelingnaald verbuigen of breken.
■ Gebruik de tweelingnaald uitsluitend in het hier aangegeven programma.


Zet de tweelingnaald opdezelfde manier als een enkele naald in (zie blz.114).

Trek beiden garenpennen (5) maar boven uit de machine, tot u ze hoort vastklikken.
Zet twee even volle garenklossen op de garenpennen.
Rijng nu de draden van de Voorste garenklos tot de draadgeleiding (19), zoals beschreiben in hoofdstuk "8.6. Bovendraad inrijgen" op blz. 96.
Zoals op de afbeeling hiernaast te zien is, bevat de draadgeleiding een oog (B) voor de draad bij tweelingnaalden. Haal de draad hier doorheen.
- Ga nu waar te werk zoals beschreiben voor enkele draden en rijg de draad in de rechtenaald (8).
Rijg de draad van dechterste garenpen in zoals beschreiben in hoofdstuk "8.6. Bovendraad inrijgen" op blz. 96 en eindhoven in de rechternaald.
LETOP!
Gevaar voor beschadiging!
Bij het naaien van een hoek met de tweelingnaald kan deze verbuigen of breken.
Tilde naald altijduit de stof.
10.17. Naaien op de vrije arm
Met de vrije armkest u gemakkelijker ronde vormen stof naaien, zoals mouwen en broekspijpen.
U kunt van uw naaimachine gemakkelijk een machine met een vrije arm makeen door het afneembare werkblad met het accessoirevak (14) van de naaimachine te halen.
De vrije arm is vooral handig bij de volgende naaiwerkzaamheden:
Herstellen van ellebogen en knieën van kleding.
- Mouwen naaien, vooral bijkleine kledingstukken
- Applicaties, borduursels of zomen van randen, manchetten of broekspijpen.
- Naaien van elastische taillebanden aan rokken of broeken.
10.18. Transporteur omhoog en omlaag zett en
Voor het naaien uit vrije hand is het handig de transporteur omlaag te zieten, zodat de stof Niet door de machine worden bewogen.
Zonder ondersteuning van de transporteur kunt u de stof vrij onder de naald bewegen.
Druk de hendel (A) maar beneden en schuif dezeaar rechtsaar de positie (1)^-一 ^- .De transporteur gaat omlaag.
Druk de hendel (A) waar maar beneden en schuif dezeaar links waar de positie (2)^ -一 一 .De transporteur gaat weeer omhoog en de naaimachine kan waar voor normale naiwerkzaamheden worden gebruikt.

i
Als de transporteur Niet meteen omhoog moet worden gezet, draait u het handwiei een keer helemaal rond. Hierdoor gaat de transporteur omhoog.
11. Onderhoud, verzorging en reiniging

VOORZICTHIG!
Gevaar voor letse!
Er bestaat gevaar voor letsel door het per ongeluk bedieren van het voetpedaal.
Schakel de machine als u klaar bent en vór onderhoudswerkzaamheden.altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact.

11.1. Naald verrangen
Draai het handwiei (8) maar u toe tot de naald in de hoogste stand staat.
Draai de naaldborgschoef (21) los door debenkaar u toe te draaien (te-gen de klok in).
Haal de naalduit de naaldhouser.
Steek de neue naald met de vlokke kant maarachten in de naaldhouser. Schuif de naald tot de aanslag maar boven.
Draai de naaldklemschroef (linksom) wee vast.

Naalden zijn verkrijgbaar in de vakhandel.
Meer informatatie over typen en diktes is te vinden in hoofdstuk "12.1. Stof-, garen- en naaldentabel" op blz. 121.
11.2. Persvoet weghalen enplaatsen
11.2.1. Verwijder
Draai het handwiel maar u toe tot de naald in de hoogste stand staat.
Duw de persvoet (26) omhoog door de persvoethendel (20) in de hoogste positie te zetten.

Door op de persvoetontgrendeling (22) awhile de persvoethouder te duwen, valt de persvoet maar beneden.

11.2.2. Plaatsen
- Plaats de persvoet zo dat de pen bij de voet precies onder de opening van de voetklem komt te liggen.
Laat de persvoethendel zakken. De persvoet valt nu automatisch in de juiste positie.
Duw de persvoethendel wee omhoog.

11.3. Persvoethouder weghalen enplaatsen
De persvoethouder hoeft Niet te worden weggehaald, tenzij u ruimte nodig hebtsoor het reinigen van de stoftransporteur (25).
11.3.1. Verwijder
Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel maar u toe te draaien en de persvoethendel omhoog tezetten.
Haal de voet van de persvoethouder en draai de klemschroef van de persvoet (27) met de meegeleverde schroevendraaier los.
11.3.2. Plaatsen
Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel maar u toe te draaien en de persvoethendel omhoog tezetten.
Duw de persvoethouder bij hetplaatsen zover möglichk maar boven en draai de klemschroef van de persvoet met de meegeleverde schroevendraaier vast.
11.4. Onderhoud van de naaimachine
De naaimachine is een fijnmechanische machine die regelmatig onderhoud nodig heeft om goed te blijven werken.
Dit onderhoud=kunt uzfelfuitvoeren.
Het onderhoud bestaat vooral UIT: reinigen en smeren.

Gebruik voor het smeren alleen speciale naaimachineolie van de Beste kwaliteit, waar dat andere soorten oliie Niet geschikt zich.
Let erop dat er na het smeren olieresten in de machine aanwezig kutten. Deze resten haalt u weg door een paar steken te naaien op een restje stof. Op deze manier voorkomt u dat uw naiwerk vies worden door olieresten.
11.4.1. Behuizing en voetpedaal reinigen
Haal de netstekker uit het stopcontact voordat u het apparaat gaat reini- gen.
Voor de reiniging van de behuizing en het voetpedaal gebruikt u een droge, zachte doeck. Gebruik geen chemische oplos- en reinigingsmiddelen, waar dat deze het oppervlak en/of de opschriften van het apparaat hunnen beschaden.


Het is nodig de tanden van de stoftransporteur algijd schoon te houden om ervoor te zorgen dat er bij het naaien geen problemen ontstaan.
Haal de naald en persvoet weg (zie blz. 114 en volgende).
- Draai de schroeven van de streekplaat los en haal deplaat van de machine.
Haal stof en stukjes draad met het borsteltje van de tanden van de stof-transporteur.
Plaats de steeplaat wee terug.
11.4.3. Spoelhuis reinigenen smeren
Zet de naald in de hoogste stand odomat de grijper anders nicht kan worden uitgenomen.
Haal het spoelhuis weg.

Draai de klikhendels maar buiten, zoals aangegeven

Haal de grijperbaanring weg.

Haal de grijper weg door de nok in het midden van de grijper vast te houden.
Haal alle vuildeeltjes uit de grijperbaanring van de grijperbaan en smeer de delen met een lap.
Doe eén tot twee druppels olie op de spoelgrijperbaan, zoals op de afbeelding is aangegeven.
- Plaats de grijperteringdourohnokin het midden van de grijper vast te houden.
Plaats de grijperbaanring terug.
Draai de klikhendelsaar binnen,zoals aangegeven
Plaats tot slot ook het spoelhuis weer terug.


TIP
Afhankelijk van het gebruik要去 dit deel van de machine vaker worden gesmeerd.
11.5.Machinesmeren

De naaimachine is af fabriek gesmeerd en is maar voor gebruik.
11.5.1. Naaldmechanisme später de voorklep smeren
Draai de schroef (A) van de voorklep los.

Trek de voorklep (B) los.

Vór het smeren moeten de punten die op de afbeelding hierboven met pijltjes zijn gemarkeerd, worden gereinigd.
Smeer de gemarkeerde punten na de reiniging opnieuw.
Breng één of twee druppels goede naaimachineolie op deze punten aan.

Vergeet zich om eerst op een stofrest te naaien om eventueel vrijkomende olie op te nemen.
11.5.2. Mechaniek onder de bovenste afdekking smeren
Draai de schroeven (A) op de bovenkant van de naaimachine los.
Haal de bovenste afdekking (B) weg.

Vór het smeren要去 het punt dat op de afbeelding hieronder met een pijltje is gemarkeerd, worden gereinigd.

Smeer het gemarkeerde punt na de reiniging opnieuw.
Breng een of wee druppels goede naaimachineolie op dit punt aan.

TIP
Afhankelijk van het gebruik moet dit deel van de machine vaker worden gesmeerd. Wij raden aan de machine bij regelmatig gebruik twee tot drie keer perJAar te smeren.

Als de machine langere tijd Niet meer is gebruikt en Niet goed loopt,要去 de gesmeerde machine met een gesloten voorklep ongeveer een minuut lang snel worden gedraaid.
Vergeet zich om eerst op een stofrest te naaien om eventueel vrijkomende olie op te nemen.
12.Storingen
Lees als er zich storingen voordoen in deze gebruiksaanwijzing na of u alle instructies goed hebt opgevolgd.
Neem pas contact op met once klantenservice als geen van de genoemde oplossingen helpt.
| Storing Oorzaak Bladzijde | ||
| De machine loopt nicht goed De machinen要去 worden gesmeerd blz. 116 | ||
| volgende | ||
| blz. 116 | ||
| 118 en volgende | ||
| De bovendraad breekt De bovendraad is nicht goed ingeregen blz. 96 | ||
| De onderdraad breekt De onderdraad raakt verward door een nicht goed opgespoel-de spoel | blz. 94 | |
| blz. 95 | ||
| De onderdraad loopt Niet onder de spanveer van het spoel-huis door | ||
| De naald breekt De naald is verkeerd ingezet | blz. 114 | |
| blz. 102 & 114 | ||
| blz. 121 | ||
| blz. 102 | ||
| blz. 96 | ||
| De machineIRSTaken vallen De naald is verkeerd ingezet | blz. 114 | |
| blz. 96 | ||
| blz. 121 | ||
| blz. 102 | ||
| blz. 100 | ||
| De machine is teken vallen De machine is verkeerd ingeregen | blz. 96 en volgende | |
| blz. 121 | ||
| blz. 102 | ||
| De draad trekt samen of rimpelt De bovendraadspanning is te hoop | blz. 100 | |
| blz. 96 en volgende | ||
| blz. 121 | ||
| De draad vomt lussen De draadspanning is Niet goed ingesteld blz. 100 | ||
| De bovendraad is Niet goed ingeregen en/of de onderdraad is Niet goed opgespoeld | ||
| De dikte van het garen past Niet bij de stof blz. 121 | ||
| De stof loopt onregelmatig door De steeklengte staat op '0' blz. 104 | ||
| Garenresten in de vrijperbaan blz. 116 | ||
| De machine loopt nicht De naaimachne is Niet goed aangesloten of het stopcontact levert geen stroom | blz. 93 | |
| Garenresten in de vrijperbaan blz. 116 | ||
12.1. Stof-, garen- ennaaldentabel
Over het algemeen worden vrij garen en fijn naalden gebruikt om dunne stoffen te naaien en dikker garen en dikke naalden om zwaardere stoffen te naaien. Test.altijd de garen- en naalddikte op een rest van de stof die u wilt naaien. Gebruik hetzelfde garen voor de naald en spoel. Als u op fijne of synthetische stof strechnaden naait, moet u waarvoor naalden met een blauwe schacht gebruiken (in de vakhandel verkrijgbaar). Zo worden voorkomen dat stekenuitvallen.
| Soort stof Garen Naald | |||
| Zeer lichte stof-fen | Chiffon, georgette, fjne kant, organza, netstof, tule 50 | Synthetische stof,zijde | 65 |
| Lichte stoffen | Batist, voile, nylon, satijn, Licht linnen | 80Katoen | 65 |
| Zijde, crépe de chine; crépe sheer | 50Zijde, syntheti-sche stof | ||
| Jersey, badstof, tricot | 60Synthetische stof | ||
| Wildleer | 80Katoen | 75(Leer- of jeans-naald) | |
| Middelzware stoffen | Flanel, velours, fluweel, mousseline, pipeline, linnen,wol, vilt, badstof, gabardine | 60 - 80Katoen,zijde | 75 - 90 |
| Gebreide stof, stretch, tricot | 60Synthetische stof | 90 | |
| Leer, vinyl, wildleer | 80Katoen | 90(Leer- of jeans-naald) | |
| Zware stoffen | Jeansstof, jassenstof | 50Katoen | 100 |
| Jersey | 50Synthetische stof | ||
| Wol, tweed | 50Zijde | ||
| Zeer zware stof-fen | Canvas, zeildoek, meubelstof | 80 - 100Katoen | 100 |
12.2. Handige naaitips
12.2.1. Dunne enlichtestoff en naaien
Bij lichte en dunne stoffen können er golven ontstaan waar deze stoffen nicht alkijd gelijkmatig door de transporteur worden gegrepen.
Als u dit soort stof naait, leg dan een borduurstabilisator (verkrijgbaar bij de vakhandel) of een stuk vloeipapier onder de stof. Dit voorkomt onregelmatig transport.
12.2.2. Elastische stoff en naaien
Elastische stoffen können gemakkelijker worden verwerkt als u de lappen stof eerst met rijg- of hechtgaren stikt en\ deze verrolgens zonder het materiaal op te rekken metkleine steken aan elkaar naait.
Goede resultaten können ook worden behaald door met special garen voor gebreid materiaal en elastische steken te naaien.
13. Programmakiezen
13.1. Steekprogramma's
In de onderstaande tabel ziet u alle steekatronen en het bijbehorende programmanummer.
| Programma- nummer | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | ||
| Steekpatroon | ||||||||||||
| Programma- nummer | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | ||
| Steekpatroon* |
*Bij dit steekpatroon is tevens de instelling 'SS' voor stretchsteken vereist.
14.Afvalverwerking

VERPAKKING
Het apparaat zit ter bescherming gegen transportschade in een verpakking. Verpakkingen zijn gemaakt van materielen die milieuvriendelijk können worden afgevoerd en vakkundig können worden gerecycled.

APPARAAT
Afgedankte apparaten met het hiernaast afgebeelde symbologen Niet bij het gewone huishoudelijk afval worden gedeponeerd.
Volgens richtig 2012/19/EU moet het apparaat aan het einde van de levensduur op een passende manier worden afgevoerd.
Hierbij worden voor hergebruik geschikte stoffen in het apparaat gerecycled, zodat belasting van het milieu en negatieve gevolgen voor de menselijk gezondheid worden voorkomen.
Geef het afgedankte apparaat af bij een inzamelpunt voor elektronisch afval of bij een afvalsorteercentrum. Neem voor meer informatie contact op met de lokale afvalverwerkingsdienst of met uw gemeente.
Wonneer uw apparaat Niet zoals gewenst of verwacht functioneert, neem dan contact op met once klantenservice. U heegt verschillende mogelijkheden, om met ons contact op te nemen:
- In once Service-Community vindt u andere gebruikers en once medewerkers enkaar kurz u uw ervaringenuitwis-selen en uw kennis delen.
U vindt once Service-Community oder community.medion.com.
- U kunt natururlijk ook ons contactformulier gebruiken onder www.medion.com/contact.
- En bovendien staat ons serviceteam ook via de klantenservice of per post ter beschikking.
| Nederland | |
| Opensstijden klantenservice Klantenservice | |
| Ma - vr: 08.30 - 17.00研究成果 | 0900 - 2352534 |
| Buiten deze研究成果 u op het genoemde nummer te allen tijde gezruikmaker van onze voicemaildienst met terugbeloptie. | |
| België & Luxemburg | |
| Opensstijden klantenservice | Klantenservice (België) |
| Ma - vr: 09:00 - 19:00 | 02 - 200 61 98 |
| Klantenservice (Luxemburg) | |
| 34 - 20 808 664 | |
| Serviceadres | |
| MEDION B.V. John F.Kennedylaan 16a 5981 XC Panningen Nederland | |

Deze en vele andere gebruiksaanwijzingen staan ter beschikking om te downloaden via het serviceportaal www.medionservice.com.
Om redenen van duurzaamheid hebben wij geen gedrukte garantievoorwaarden. U vindt once gar- tantievoorwaarden ook in ons serviceportaal.
Ook sunt u de QR-code hiernaast scannen en de gebruiksaanwijzing via het serviceportaal downlo- den op uw mobiele eindapparaat.
17. Colofon
Copyright 2024
Stand:17.mei2024
Alle rechten voorbehonden.
Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd.
Verveelvoudiging in mechanische, elektronische of welke andere vorm dan ook zonder schriftelijktoestemming van de fabrikant is verboden.
Het copyright berust bij de firma:
MEDION AG
Am Zehnhof 77
45307 Essen
Duitsland
Houd er rekening mee dat het bovenstaande adres geen retouradres is. Neem eerst contact op met once klantenservice.