MEDION MD 18205 - Naaimachine

MD 18205 - Naaimachine MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MD 18205 MEDION in PDF-formaat.

📄 248 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MEDION MD 18205 - page 106
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MEDION

Model : MD 18205

Categorie : Naaimachine

Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MD 18205 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MD 18205 van het merk MEDION.

GEBRUIKSAANWIJZING MD 18205 MEDION

2) Bovendraadgeleiding

3) Opspoeldraadgeleiding

9) Behuizing voor de netstekker

10) Hoofdschakelaar (motor en licht)

13) Steeklengteregelaar

15) Spoelkast (achter het accessoirevak)

19) Regelaar voor bovendraadspanning

21) Naaldklemschroef

22) Persvoetontgrendeling

27) Klemschroef voor persvoet

28) Naaldhouder draadgeleiding

29) Invoermechanisme

30) Hendel invoermechanisme

3. Over deze handleiding

Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u deze machine voor het eerst in gebruik neemt en neem vooral de veiligheidsinstructies in acht! Alle handelingen aan en met dit apparaat zijn alleen toegestaan zoals deze in de handlei- ding zijn beschreven. Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik. Geef deze handleiding mee wanneer u de machine doorgeeft aan een andere eigenaar! 3.1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingspictogrammen en -woorden GEVAAR! Waarschuwing voor acuut levensgevaar! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig onherstelbaar letsel! VOORZICHTIG! Waarschuwing voor mogelijk minder ernstig of gering letsel! LET OP! Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voorkomen! OPMERKING! Aanvullende informatie over het gebruik van dit apparaat! OPMERKING! Neem de aanwijzingen in de handleiding in acht! WAARSCHUWING! Waarschuwing voor gevaar door een elektrische schok! TIP Naaitips om het werk gemakkelijker te maken 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 10318205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 103 06.07.2017 08:12:5306.07.2017 08:12:53104 van 244 Gebruik voor het beoogde doel

4. Gebruik voor het beoogde doel

Dit apparaat biedt vele gebruiksmogelijkheden: De naaimachine kan worden gebruikt voor het aan elkaar naaien en afwerken van de naden van licht tot zwaar naaigoed. Het naaigoed kan bestaan uit textielvezels, samengestelde materialen of licht leer.

  • Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik en is niet geschikt voor industriële of zakelijke toepassingen.
  • Let erop dat de garantie bij oneigenlijk gebruik komt te vervallen:
  • Breng geen wijzigingen aan zonder onze toestemming en gebruik geen accessoires die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.
  • Gebruik alleen door ons geleverde of goedgekeurde (vervangende) onderdelen en accessoires.
  • Neem alle informatie in deze handleiding in acht, met name de veiligheidsvoorschriften. Elke an- dere toepassing wordt beschouwd als oneigenlijk gebruik en kan leiden tot letsel of materiële schade.
  • Gebruik het apparaat niet onder extreme omgevingsomstandigheden.

5. Verklaring van conformiteit

Hierbij verklaart Medion AG dat dit product voldoet aan de volgende Europese eisen:

  • EMC-richtlijn 2014/30/EU
  • Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
  • Ecodesign-richtlijn 2009/125/EG

6. Veiligheidsinstructies

6.1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed

  • Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met be- perkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met onvoldoende ervaring en/of kennis, mits deze personen onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het gebruik van het apparaat zodat zij de daarmee samenhangende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en door de gebruiker uit te voeren onder- houd mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij deze ouder zijn dan 8 jaar en onder toezicht staan.
  • Kinderen die jonger zijn dan 8 jaar moeten uit de omgeving van het apparaat en het net- snoer worden gehouden. GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor be- staat gevaar voor verstikking! Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen. 6.2. Netsnoer en netaansluiting
  • Sluit de machine alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact (220-240 V~ 50 Hz) dichtbij de plaats waar de machine staat opgesteld. Zorg ervoor dat het stopcontact al- tijd goed toegankelijk is zodat het apparaat indien nodig snel spanningsvrij kan worden gemaakt.
  • Wanneer u de stekker uit het stopcontact verwijdert, altijd aan de stekker zelf en niet aan de kabel trekken.
  • Wikkel de kabel tijdens gebruik volledig af.
  • Het netsnoer en eventuele verlengkabels moeten zodanig lopen dat niemand erover kan struikelen.
  • De kabel mag niet in contact komen met hete oppervlakken.
  • Wanneer u de machine onbeheerd achterlaat, trekt u de stekker uit het stopcontact om ongelukken door onopzettelijke inschakeling van de machine te vermijden.
  • Voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden schakelt u de naaimachine uit en trekt u de stekker uit het stopcontact: draad insteken, naald verwisselen, persvoet instel- len, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren, aan het einde van naaiwerk- zaamheden en wanneer de werkzaamheden worden onderbroken. 6.3. Basisinstructies
  • De naaimachine mag niet nat worden - gevaar voor en elektrisch schok!
  • Laat de ingeschakelde naaimachine nooit zonder toezicht achter.
  • Gebruik de naaimachine nooit in de open lucht.
  • Gebruik de naaimachine nooit als deze vochtig is of in een vochtige omgeving.
  • De machine mag uitsluitend worden gebruikt met het meegeleverde pedaal type HKT72C. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 10518205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 105 06.07.2017 08:12:5306.07.2017 08:12:53106 van 244 Veiligheidsinstructies 6.4. Repareer de machine nooit zelf WAARSCHUWING! Gevaar voor een elektrische schok! Bij onjuiste reparatie bestaat er gevaar voor een elektrische schok! Probeer in geen geval de machine te openen of zelf te repareren! Neem bij storingen of als het aansluitsnoer beschadigd is geraakt contact op met het Servicecentrum of een andere vakkundige reparatiedienst om gevaar te voorkomen.
  • Trek bij beschadigingen van de machine of het aansluitsnoer direct de stekker uit het stopcontact.
  • Om risico's te voorkomen mag de naaimachine bij zichtbare beschadigingen aan de ma- chine zelf of het netsnoer niet worden gebruikt. 6.5. Veilige omgang met de machine
  • Zet de naaimachine op een vlak, stevig werkvlak.
  • Tijdens gebruik moeten de ventilatieopeningen vrij blijven: laat geen voorwerpen (bv. stof, restjes garen etc.) in de openingen binnendringen.
  • Houd het pedaal vrij van pluizen, stof en stofresten.
  • Plaats nooit iets op het pedaal.
  • Gebruik uitsluitend de meegeleverde accessoires en onderdelen.
  • Gebruik voor het oliën alleen speciale naaimachineolie. Gebruik geen andere vloeistof- fen.
  • Wees voorzichtig met de bediening van de bewegende delen van de machine, met name de naald. Er bestaat ook kans op letsel wanneer de machine niet op het lichtnet is aange- sloten!
  • Let er tijdens het naaien op dat u niet met uw vingers onder de naaldklemschroef komt.
  • Gebruik ook geen verbogen of stompe naalden.
  • Hou de stof tijdens het naaien niet vast en trek niet aan de stof. De naalden kunnen bre- ken.
  • Zet de naald na beëindiging van de naaiwerkzaamheden altijd in de hoogste stand.
  • Schakel de machine na werkzaamheden of voor onderhoudswerkzaamheden altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact. 6.6. Reinigen en opbergen
  • Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine gaat reinigen.
  • Reinig de machine met een licht bevochtigde, zachte doek.
  • Gebruik geen chemische oplos- en schoonmaakmiddelen. Deze kunnen het oppervlak en/of de opschriften van de machine beschadigen. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 10618205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 106 06.07.2017 08:12:5306.07.2017 08:12:53107 van 244Inhoud van de verpakking

7. Inhoud van de verpakking

Controleer de inhoud van de verpakking op volledigheid en stel ons binnen 14 dagen na aanschaf op de hoogte van eventueel ontbrekende onderdelen.• Naaimachine• Pedaal type HKT72C• Handleiding en garantiebewijs• Accessoires in het accessoirevakje (inhoudsoverzicht op de volgende pagina) GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor be- staat gevaar voor verstikking! Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen. 7.1. Inhoud van het accessoirevak

4 spoelen (3 in accessoirevakje en 1 voor-gemonteerd) Pluisborsteltje met scheider 3 naalden (in naaldendoosje) Knoopsgatvoet Tweelingnaald (in naaldendoosje) Geleidingshulp Stopplaat Ritsvoet Multifunctionele schroevendraaier Knoopaannaaivoet Oliekannetje (zonder inhoud) Zoomliniaal

  • Standaardvoet (rechte steek/zigzagsteek) (reeds gemonteerd)• Afdekkap 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 10718205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 107 06.07.2017 08:12:5306.07.2017 08:12:53108 van 244 Elektrische aansluitingen

8. Elektrische aansluitingen

VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel! Er bestaat gevaar voor letsel door onopzettelijke bediening van het pedaal. Schakel, als u klaar bent, of vóór onderhoud, altijd de ma- chine uit en trek de stekker uit het stopcontact. Steek de aansluitstekker van het meegeleverde netsnoer in het stekkerblok (9) op de machine Steek de netstekker in het stopcontact. Schakel de naaimachine in met de stroomschakelaar (10). De stroomschakelaar schakelt zowel de naaimachine als de naai- verlichting in. OPMERKING! Gebruik uitsluitend het meegeleverde pedaal type HKT72C. 8.1. Regelen van de naaisnelheid De naaisnelheid wordt geregeld met het pedaal. De naaisnelheid kan worden veranderd door meer of minder druk op het pedaal uit te oefenen. 8.2. Bevestigen en verwijderen van het afneembare werkblad De machine wordt geleverd met een geïnstalleerd afneembaar werkblad. Het afneembare werkblad kan worden verwijderd door het voorzichtig naar links te schuiven. Als u het afneembare werkblad wilt plaatsen, zet u het werk- blad tegen de machine aan en schuift u het naar rechts, totdat het hoorbaar vastklikt. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 10818205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 108 06.07.2017 08:12:5406.07.2017 08:12:54109 van 244 Voorbereidende werkzaamheden

8.3. Accessoirevak Het accessoirevakje

is geïntegreerd in het afneembare werk- blad. U opent het door het deksel van het afneembare werkblad naar voren te klappen. Hierdoor krijgt u toegang tot de hierin opgenomen accessoires.

9. Voorbereidende werkzaamheden

9.1. Plaatsen van een draadklos TIP De meeste draadklossen bevatten een inkeping die voor het vastzetten van de draad na het gebruik dient. Zorg voor een ge- lijkmatige en storingsvrije geleiding van de draad door erop te letten dat deze inkeping omlaag wijst. Trek de klospennen (5) naar boven uit de machine, totdat deze hoorbaar vastklikken. Steek de draadklos op de klospen. TIP Bij zeer dun garen, dat de neiging heeft om in de war te raken, wordt geadviseerd de draadklos op de achterste klospen te ste- ken en de draad door de voorste klospen te rijgen (afbeelding I). Rijg in dit geval het garen (A) door het geleideoog (B) van de voorste klospen om de afwikkeling van de draad te stabilise- ren (afbeelding II).

18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 10918205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 109 06.07.2017 08:12:5406.07.2017 08:12:54110 van 244 Voorbereidende werkzaamheden 9.2. Opspoelen van de onderdraadspoel De onderdraadspoelen kunnen snel en gemakkelijk met de naai- machine worden opgespoeld. Hiervoor voert u de draad van de draadklos door de opspoel- draadgeleiding (3) naar de spoel. De exacte procedure voor het opwinden gaat als volgt: Steek de draadklos op de klospen. Gebruik bij dun garen de tweede klospen, zoals in het voor- gaande hoofdstuk beschreven. Leid nu de draad vanaf de draadklos om de opspoeldraadge- leiding, zoals op de afbeelding weergegeven. Voer het uiteinde van de draad zoals afgebeeld door het gat in de spoel en wikkel de draad met de hand enkele slagen om de spoel.

Plaats de spoel op de spoelspindel (6), waarbij het uitein- de van de draad boven op de spoel ligt. Draai de spoelspin- del naar rechts richting spoelaanslag (7), totdat deze hoorbaar vastklikt. Houd het uiteinde van de draad vast en druk op het pedaal. Zodra de spoel een eindje is opgewikkeld, laat u het uiteinde van de draad los. Wikkel op totdat de spoelspindel (6) automa- tisch stopt. OPMERKING! Nadat de spoelspinder is vastgeklikt aan de rechterkant, wordt het naaimechanisme uitgeschakeld, zodat de naald tijdens het opspoelen niet meebeweegt. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 11018205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 110 06.07.2017 08:12:5406.07.2017 08:12:54111 van 244 Voorbereidende werkzaamheden

Draai de spoelspindel naar links en verwijder de spoel. Snijd de uitstekende draden af. 9.3. Verwijderen van het spoelhuis Verwijder het afneembare werkblad. Zet de naald (23) in de bovenste stand door aan het hand- wiel (8) en aan de persvoet te draaien en open het spoelhuis achter het accessoirevakje (15) zoals op de afbeelding wordt weergegeven. Open de kantelhendel van het spoelhuis en trek het spoelhuis uit de machine. Als u de kantelhendel loslaat, valt de spoel vanzelf uit het spoelhuis. 9.4. Inrijgen van het spoelhuis Houd de spoel tussen duim en wijsvinger van uw rechterhand en laat de draad ca. 15 cm naar buiten hangen. Houd het spoelhuis in uw linkerhand en plaats de spoel in het huis. Voer het uiteinde van de draad door de inkeping aan de rand van het spoelhuis naar binnen. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 11118205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 111 06.07.2017 08:12:5406.07.2017 08:12:54112 van 244 Voorbereidende werkzaamheden Voer nu de draad onder de spanningsveer door en in het draadgat. Controleer of er ca. 15 cm van de draad uit de spoel hangt. OPMERKING! Controleer of de spoel correct is geplaatst en linksom in het spoelhuis kan worden gedraaid. 9.5. Plaatsen van spoelhuis Houd het spoelhuis zodanig vast, dat de vinger (A) van het huis naar boven wijst. Open de kantelhendel van het spoelhuis. Plaats het spoelhuis op de middelste pen en druk de spoel voorzichtig naar binnen tot de vinger van het spoelhuis in de uitsparing (B) in de grijperbaanring schuift. Laat de kantelhendel los en druk deze op het spoelhuis. Sluit de afdekking van het spoelhuis. 9.6. Inrijgen van bovendraad Lees de onderstaande instructies zorgvuldig door omdat een ver- keerde volgorde bij de draadgeleiding kan leiden tot het breken van de draad, het uitvallen van steken en het samentrekken van de stof. Zet vóór het inrijgen de naald in de bovenste stand door aan het handwiel (8) te draaien. Zet de persvoethendel (20) eveneens in de bovenste stand (3). Hierdoor wordt de draadspanning verminderd en kan de bo- vendraad probleemloos worden ingeregen. Zet een draadklos op de klospen. Leid nu de draad door de bovendraadgeleiding (2).

Laat daarna de draad tussen de spanningsschijven van de spanningsregelaar voor de bovendraad

lopen. Voer de draad onder de voorste draadgeleiding door naar bo- ven. Hierbij wordt de binnenste geleideveer automatisch om- hoog geschoven. OPMERKING! Anders dan bij de meeste naaimachines zijn de spannings- schijven van de bovendraadspanning niet direct zichtbaar. Let er daarom heel goed op dat de draad tussen de span- ningsschijven ligt en niet op een andere plaats door de ma- chine loopt. Rijg vervolgens de draad van rechts naar links in de haak van de draadheffer (1). OPMERKING! Draai eventueel aan het handwiel (8) om de draadheffer (1) helemaal naar boven te zetten. Voer de draad weer omlaag in de richting van de naald, door de interne draadgeleiding (16) heen. Voer de draad door de draadgeleiding van de naaldhouder (28). Rijg de draad tot slot nog door het oogje van de naald.

18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 11318205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 113 06.07.2017 08:12:5506.07.2017 08:12:55114 van 244 Voorbereidende werkzaamheden 9.7. Weergave van bovendraadgeleiding Voor een beter overzicht vindt u hier nog een schematische weergave van het draadverloop van de bovendraad. De cijfers geven de volgorde van de stap bij het inrijgproces aan.

9.8. Functie voor automatisch inrijgen van de naald De naaimachine beschikt over een inrijgmechanisme, dat het in- rijgen van de bovendraad vereenvoudigd. LET OP! Gevaar voor beschadiging! Bij gebruik van een tweelingnaald kan het inrijgmechanis- me beschadigd raken. Gebruik het inrijgmechanisme alleen bij een normale naald. Draai eventueel aan het handwiel om de naald in de bovenste stand te plaatsen. Voer de draad door de draadgeleiding van het inrijgmechanisme (29). 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 11418205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 114 06.07.2017 08:12:5506.07.2017 08:12:55115 van 244 Voorbereidende werkzaamheden

Trek de hendel (30) van het inrijgmechanisme voorzichtig zo ver mogelijk naar beneden. Draai de hendel van het inrijgmechanisme voorzichtig links- om naar achter. De draadhaak A wordt automatisch door het oog van de naald geleid. Leg de draad onder de draadhaak.

Zet de hendel van het inrijgmechanisme voorzichtig weer te- rug in de uitgangspositie. De draadhaak A trekt de boven- draad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 11518205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 115 06.07.2017 08:12:5506.07.2017 08:12:55116 van 244 Voorbereidende werkzaamheden Schuif de hendel van het inrijgmechanisme weer omhoog en trek de lus volledig met de hand door het oog van de naald om de bovendraad volledig in te rijgen. 9.9. Ophalen van de onderdraad Zet de persvoet (26) omhoog. Draai het handwiel met de rechterhand naar u toe totdat de naald zich in de bovenste positie bevindt. Houd de bovendraad losjes met de linkerhand vast en draai het handwiel met de rechterhand naar u toe, totdat de naald zich naar beneden en vervolgens weer naar boven heeft be- wogen. Stop het handwiel zodra de naald in de hoogste stand staat. Trek de bovendraad iets omhoog zodat de onderdraad een lus vormt. Trek ca. 15 cm van beide draden onder de persvoet (28) aan de achterkant naar buiten. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 11618205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 116 06.07.2017 08:12:5606.07.2017 08:12:56117 van 244 Instellingen

10.1. Instelling van de draadspanning Als de draad tijdens het naaien breekt, is de draadspanning te hoog. Als zich bij het naaien kleine lussen vormen, is de draadspanning te laag. In beide gevallen moet de draadspanning worden ingesteld. Daarbij moeten de boven- en onderdraadspanning de juiste on- derlinge verhouding hebben. 10.2. Regeling van de bovendraadspanning OPMERKING! Voor het meeste naaiwerk is een bovendraadspanning van 3 tot 4 geschikt. De spanning ontstaat door de schijven waar de draad doorheen wordt geleid. De druk op deze schijven wordt geregeld door de regelaar voor de bovendraadspanning (19). Hoe hoger de waarde, des te groter de spanning. De bovendraadspanning wordt pas geactiveerd wanneer de persvoet omlaag wordt gezet. Er zijn meerdere redenen waarom de spanning moet worden ge- regeld. Zo moet bijvoorbeeld bij verschillende stoffen een ver- schillende spanning worden gebruikt. De benodigde spanning is afhankelijk van de stevigheid en dikte van de stof, het aantal lagen stof dat moet worden genaaid en de gekozen steek. Zorg ervoor dat de spanning van boven- en onderdraad gelijk- matig is omdat de stof anders kan worden samengetrokken. Wij adviseren u vóór elk naaiwerk een proefnaad te maken op een lapje. 10.3. Regeling van de onderdraadspanning De spanning van de onderdraad wordt geregeld door de veer van het spoelhuis. Draai de schroef van de veer linksom om de spanning van de veer te verhogen. Draai de schroef van de veer rechtsom om de spanning van de veer te verlagen. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 11718205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 117 06.07.2017 08:12:5606.07.2017 08:12:56118 van 244 Instellingen 10.4. Controleren van de draadspanningen

De juiste instelling van boven- en onderdraadspanning moet zo- danig zijn dat de kronkels van de draden zich in het midden van de stof bevinden. De stof blijft glad en vertoont geen plooien.

10.4.2. Onzuivere naden

De bovendraad zit te strak en trekt de onderdraad naar boven. De onderdraad verschijnt op de bovenste stoflaag. Oplossing: Stel de bovendraadspanning op een laag nummer in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning te draaien. Bovendraad zit te los. De onderdraad trekt de bovendraad naar beneden. De bovendraad verschijnt aan de onderkant van de stoflaag. Oplossing: Stel de bovendraadspanning op een hoger nummer in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning te draaien. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 11818205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 118 06.07.2017 08:12:5606.07.2017 08:12:56119 van 244 Naaien

  • Schakel de hoofdschakelaar
  • Zet de naald bij het veranderen van het soort steek altijd in de hoogste stand.
  • Schuif de stof ver genoeg onder de persvoet

Laat de boven- en onderdraad ongeveer 10 cm naar achteren uitsteken.

  • Zet de persvoethendel

omlaag. Terwijl u de draad met uw linkerhand vasthoudt, draait u het handwiel

naar u toe en plaatst u de naald op de plek van de stof waar u met naaien wilt beginnen.

  • Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller loopt de machine. Voer de stof bij het naaien met zachte hand door de machine.
  • Naai door omzetten van de achteruithendel

enkele steken achteruit om de eerste steken van de naad vast te zetten. TIP Als u niet zeker weet of bijvoorbeeld de draadspanning of het soort steek juist is, probeert u de instellingen uit op een lapje. De stof loopt automatisch onder de persvoet door: de stof mag niet met de handen worden tegengehouden of worden getrok- ken, maar moet soepel worden geleid zodat de naad de door u gewenste richting krijgt. 11.2. Selecteren van de juiste naald LET OP! Gevaar voor beschadiging! Het gebruik van een defecte naald kan tot beschadiging van het naaigoed leiden. Vervang defecte naalden onmiddellijk. Het nummer dat de sterkte van de naald aangeeft, is op de scha- cht aangebracht. Hoe hoger het nummer, des te sterker de naald. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 11918205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 119 06.07.2017 08:12:5706.07.2017 08:12:57120 van 244 Naaien 11.3. Persvoet omhoog en omlaag bewegen De persvoet gaat omhoog of omlaag door de persvoethendel omhoog of omlaag te bewegen. Positie 1: De persvoet drukt de stof op de transporteurs. De draadspanning is ingeschakeld. U kunt beginnen met naaien. Positie 2: De persvoet bevindt zich in de bovenste positie. De draadspanning is uitgeschakeld. U kunt de stof uit de machine nemen, in de machine leiden of de persvoet vervangen. De persvoet kan iets omhoog worden verplaatst naar positie 3 voor extra bewegingsruimte, zodat u dikke stoffen kunt naaien. 11.4. Achterwaarts naaien Gebruik achterwaarts naaien om een naad aan het begin en ein- de te versterken. Druk de achteruithendel in en houd deze ingedrukt. Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller de ma- chine loopt. Als u weer vooruit wilt naaien, laat u eenvoudig de achteruit- hendel los. 11.5. Stof uit de naaimachine verwijderen Zorg er bij het beëindigen van de naaiwerkzaamheden altijd voor dat de naald in de hoogste stand staat. U kunt de stof verwijderen door de persvoet omhoog te tillen en de stof van u af naar achteren te trekken. Omwisselen van naairichting Als u in de hoeken van het naaigoed van naairichting wilt veran- deren, gaat u als volgt te werk: Stop de machine en draai het handwiel zo ver naar u toe tot- dat de naald in de stof steekt. Til de persvoet omhoog. Draai de stof om de naald om de richting naar wens te veran- deren. Laat de persvoet weer zakken en ga verder met naaien. 11.6. Afsnijden van de draad Snijd de draad af met het tornmesje (17) achter aan de naaima- chine of met een schaar. Laat ca. 15 cm van de draad uitsteken achter het oog van de naald.

11.7. De programmakeuzeschakelaar LET OP!Gevaar voor beschadiging!De programmakeuzeschakelaar kan niet 360° worden ge-draaid. Te ver doordraaien kan tot mechanische schade lei- den. Draai de programmakeuzeschakelaar niet voorbij de eindpuntmarkeringen "" en "N".Bij deze naaimachine kunt u kiezen uit verschillende gebruiks- en siersteken. Met de programmakeuzeschakelaar (18) kunt u het gewenste steekpatroon eenvoudig instellen. Controleer voordat u van steek verandert altijd of de naald in de bovenste stand staat. Draai de programmakeuzeschakelaar zo dat de gewenste soort steek bij het markeringsteken staat. 11.8. Instelling van steeklengte Met de regelaar voor de steeklengte (13) kunt u de lengte van het door u ingestelde steekpatroon selecteren. Draai de regelaar voor de steeklengte zo, dat de gewenste steeklengte bij het markeringsteken staat.De nummers geven bij benadering de steeklengte in millimeters aan.

18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 12118205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 121 06.07.2017 08:12:5706.07.2017 08:12:57122 van 244 Naaien 11.9. Soorten steken instellen De soorten steken worden ingesteld met de programmakeuzes- chakelaar. Let er altijd op dat de naald in de hoogste stand staat voordat u voordat u van steek verandert. Voer, voordat u een steekprogramma gaat gebruiken, een naai- proef op een lapje uit. OPMERKING! Een overzicht van alle steekpatronen kunt u vinden in de programmatabel in hoofdstuk “15. De programmakeuze” op pagina 143. Raadpleeg voor het plaatsen en verwijderen van de pers- voet “12.2. Verwijderen en inzetten van de persvoet” op pa- gina 135.

11.9.1. Rechte steek

Geschikt voor algemeen gebruik en voor afstikken. Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Programma: ............................................................................................................... A en B Steeklengte: ............................................................................................................... 0 tot 4 LET OP! Gevaar voor beschadiging! Een verkeerd draaipunt kan bij gebruik van een tweeling- naald tot beschadiging leiden. Stel de naald in dit geval in het draaipunt hoog in.

De zigzagsteek is een van de meest gebruikte steken. Deze biedt een groot aantal toepassingsmogelijkheden, zoals omzomen en het opnaaien van applicaties en monogrammen. Voordat u de zigzagsteek gaat gebruiken, naait u ter versterking van de naad enkele rechte steken. Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Programma: ......................................................................................................................... C Steekbreedte: ............................................................................................................. 1 tot 4 Steeklengte: ............................................................................................................... 1 tot 4 Tussen de programma’s B en C bevinden zich vijf verschillende steekbreedten die alleen beschikbaar zijn bij gebruik van de zig- zagsteek. Draai de programmakeuzeschakelaar na het programma B langzaam verder om een andere steekbreedte in te stellen.

TIPS VOOR ZIGZAGSTEKEN

Om betere zigzagsteken te krijgen moet de bovendraadspanning lager zijn dan bij het naaien van rechte steken. De bovendraad moet enigszins zichtbaar zijn aan de onderkant van de stof. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 12218205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 122 06.07.2017 08:12:5706.07.2017 08:12:57123 van 244 Naaien

De zogenaamde satijnsteek, een zeer smalle zigzagsteek, is bij- zonder geschikt voor applicaties, monogrammen en verschillen- de siersteken. Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Programma: .................................................................................................................K en L Steeklengte: ............................................................................................................... 0 tot 1 TIP Steeds wanneer u deze steek gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de bovendraadspanning iets wordt verlaagd. Hoe breder de steek moet zijn, hoe lager de bovendraadspanning. Bij het naai- en van zeer dunne of tere stoffen legt u een dun papier onder de stof en naait u dit mee. Daarmee voorkomt u het overslaan van steken en het rimpelen van de stof.

11.9.4. Blinde steek

TIP Het naaien van blindzomen vereist enige oefening en kan het beste vóór het naaien op stofresten worden geoefend. Voor het zogenaamde blindzomen. Persvoet: ............................................................. Standaardvoet met geleidingshulp Programma: .................................................................................................................. E of F Steeklengte: ............................................................................................................... 0 tot 1 Gebruik een kleur garen die precies bij de stof past. Gebruik bij zeer lichte of doorschijnende stoffen een transparan- te nylondraad. Als u de geleidingshulp wilt aanbrengen, draait u de schroef (27) van de persvoethouder los en schuift u de geleidingshulp onder de schroef, zoals op de afbeelding wordt weergegeven. Draai de schroef weer vast. Leg de stof met de bovenkant naar beneden vóór u. Vouw het naadoverschot naar de onderkant (A) van de stof, zoals op de afbeelding wordt weergegeven. Vouw nu het zoomoverschot eveneens naar de onderkant en zet het naad- en zoomoverschot vast met spelden (zie afbeel- ding hiernaast). Klap nu de volledige blinde zoom bij de stofrand om, zo- als weergegeven op de afbeelding. De stofrand moet het naadoverschot iets overlappen. Naai voorzichtig langs de vouw. Let er daarbij op dat de rechte steken op de zoom worden ge- naaid en de punten van de zigzagsteken telkens alleen in de bovenste vouw van de stof steken. Als u de geleidingshulp gebruikt, moet de vouwnaad precies tegen de geleidingshulp aanliggen.

18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 12318205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 123 06.07.2017 08:12:5706.07.2017 08:12:57124 van 244 Naaien Haal daarna de stof uit de machine en strijk de stof glad. De uitgevouwen stof heeft nu een blindzoomsteek.

De mosselzoom is een gespiegelde blindsteek voor decoratieve zomen. Bijzonder geschikt voor dwarsgesneden stoffen. Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Programma: ......................................................................................................................... H Steeklengte: ............................................................................................................... 2 tot 3 De naald moet zo in het stuk stof rechts worden gestoken dat de steken langs de buitenste rand van de zoom lopen.

11.9.6. Elastische steek

Deze steek is bijzonder geschikt voor het aan elkaar naaien van twee stukken stof. De elastische steek kan ook voor het versterken van elastische stoffen en voor het opnaaien van stofdelen worden gebruikt. Ook geschikt voor het opnaaien van elastiek (zoals rubberen banden). Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Programma: ............................................................................................................... 1 tot K Steeklengte: ....................................................................................................................... SS TIP Gebruik synthetisch garen. Daardoor wordt de naad bijna on- zichtbaar.

11.9.7. Opnaaien van elastiek

Leg het elastiek op de gewenste plaats op de stof. Naai het elastiek met de elastische steek op en span het elas- tiek daarbij voor en na de persvoet met de hand. Hoe meer spanning hoe meer plooien.

11.9.8. Steekpatrooncorrectie

Afhankelijk van de stoffen die u gebruikt, kan er een ongelijkma- tig steekpatroon ontstaan. Als dit het geval is, kunt u het steekpa- troon handmatig corrigeren. Draai de regelaar voor de steeklengte in de richting van het plussymbool (+) als het patroon te sterk gecomprimeerd lijkt. Draai de regelaar voor de steeklengte in de richting van het minsymbool (-) als het patroon te ver uit elkaar loopt.

De smoksteek is veelzijdig en decoratief, bv. voor het opnaaien van kant of elastiek of voor het naaien van stretch en andere elas- tische stoffen. Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Programma: ......................................................................................................................... D Steeklengte: ....................................................................................................................... SS Let bij het naaien van smoksteken op het volgende: Rimpel het naaiwerk gelijkmatig. Leg een smalle strook stof onder de rimpels en naai er over- heen met de smoksteek. Maak het smokwerk helemaal af voordat u het zo versierde deel in het hele kledingstuk zet. Bij zeer lichte stoffen kan hetzelfde effect worden bereikt door een elastische draad op de spoel te wikkelen.

11.9.10. Gesloten overlocksteek

Deze steek is speciaal bedoeld voor het naaien en herstellen van jersey en joggingpakken. Deze steek is zowel decoratief als prak- tisch. De steek bestaat uit gladde zijlijnen met dwarsverbindin- gen en is volledig elastisch. Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Programma: .......................................................................................................................... E Steeklengte: ....................................................................................................................... SS Leg de rand van de stof zo onder de persvoet dat de naald met de rechter uitslag net nog de rand van de stof raakt en er zo met de linker uitslag een zigzagsteek genaaid wordt.

11.9.11. Zigzag met drie steken

Er worden telkens twee steken vooruit en één steek achteruit ge- naaid. Zo ontstaat een buitengewoon stevige naad. Persvoet: Standaardvoet Programma: ................................................................................................................ A of B Steeklengte: ....................................................................................................................... SS 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 12518205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 125 06.07.2017 08:12:5706.07.2017 08:12:57126 van 244 Naaien 11.10. Omgekeerde blinde zoom Met dit soort steek kunnen zware voeringsstoffen worden ge- naaid en kunnen randen worden afgewerkt. Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Programma: ........................................................................................................................... I Steeklengte: ............................................................................................................... 1 tot 2 Bij zware voeringsstof legt u de stofbanen over elkaar en naait u langs de naadlijn. Bij het afwerken van randen moet de rechter uitslag van de steek dichtbij de stofrand liggen. 11.11. Knoopsgaten TIP Om de passende steeklengte te vinden wordt aangeraden om een proefknoopsgat op een lapje te maken. Persvoet: .................................................................................................... Knoopsgatvoet Programma: ............................................................................ Knoopsgatprogramma’s Steeklengte: ............................................................................................................0,5 tot 1 Zet de voet en de naald in de hoogste stand. Vervang de voet door de knoopsgatvoet. Lees hiervoor hoofdstuk “12.2. Verwijderen en inzetten van de persvoet” op pagina 135. Markeer op de stof waar het knoopsgat genaaid moet wor- den en de gewenste knoopsgatlengte; gebruik een potlood of kleermakerskrijt. Stel de knoopsgatvoet zodanig in dat de slede aan de achter- kant van het knoopsgat is uitgelijnd. Geleid de bovendraad door de opening van de knoopsgatvoet en trek de boven- en onderdraad naar links.

Kies op de programmakeuzeschakelaar het programma voor de linkerrups. Laat de voet zakken en naai langzaam totdat de gewenste lengte van de zijrups is bereikt. Zet daarna de naald in de hoogste stand en wissel naar het programma voor het onderste rups. Naai daarna een paar steken van de onderste rups.

Zet de naald weer in de hoogste stand en wissel naar het pro- gramma voor de rechterrups. Naai dan de rechter zijrups op precies dezelfde lengte als links. Zet de naald in de hoogste stand en kies opnieuw het pro- gramma voor de bovenste rups. Naai dan, net als bij de onderste rups, ook het bovenste rups met een paar steken. Als afsluiting is het aan te bevelen de steeklengte op "0" te zet- ten en nog een paar steken te naaien waardoor de draden be- ter verbonden worden en het knoopsgat minder snel rafelt. Snij tot slot met het meegeleverde tornmesje de stof tussen de rupsen open. Ga daarbij zeer voorzichtig te werk om de rupsen niet te beschadigen. TIP Om het doorsnijden van de bovenste rups te voorkomen is het raadzaam daarvoor een speld door te stof te steken.

11.11.2. Knoopsgaten met garenversterking

Bij knoopgaten die aan grotere belastingen worden blootgesteld is het zinvol het knoopsgat met een draad (haak-, meeloop- of knoopsgatgaren) te versterken. TIP Gebruik voor knoopsgaten met meeloopgaren alleen de knoops- gatprogramma's met rechte uiteinden. Snijd een eind meeloopgaren dat is aangepast aan de grootte van het knoopsgat af en leg dat om de knoopsgatvoet heen. Haak het garen in de doorn achter aan de persvoet en leid het garen vervolgens naar voren en knoop het vast aan de voorste doorn. Naai het knoopsgat op de gebruikelijke manier. Let er daarbij op dat de steken meeloopgaren volledig omsluiten.

18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 12718205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 127 06.07.2017 08:12:5806.07.2017 08:12:58128 van 244 Naaien Als het knoopsgatprogramma beëindigd is, haalt u het naai- goed uit de naaimachine en snijdt u de uitstekende uiteinden van het meeloopgaren dicht bij het naaiwerk af. TIP Het gebruik van meeloopgaren vereist enige oefening. Maak en- kele knoopsgaten op een oefenlapje om de procedure te leren. 11.12. Knopen en oogjes aannaaien Met de knoopsgatvoet kunnen moeiteloos knopen, haakjes en oogjes worden aangenaaid. Gebruik de stopplaat om stoftransport te voorkomen. Persvoet: .................................................................Voet voor aannaaien van knopen Programma: ............................................................................................................... Steeklengte: ..........................................................................................................................0 Laat de persvoethendel zakken en plaats daarbij de knoop zo tussen stof en persvoet dat de steek in de gaten van de knoop valt, zoals op de afbeelding te zien is. Controleer de juiste positie van de knoop door het handwiel te draaien. De naald moet precies in de gaten van de knoop steken om beschadiging van de naald te vermijden. Tussen programma's B en C bevinden zich vijf verschillende steekbreedten voor de verschillende knoopsgatafstanden. Naai op lagere snelheid 6 tot 7 steken per gat. Bij knopen met vier gaten wordt de stof met de knoop verscho- ven. Dan worden ook in de andere gaten 6 tot 7 steken genaaid. Na het verwijderen van de stof voert u de ruim afgesneden bo- vendraad naar de onderkant van de stof en knoopt u deze ver- volgens vast aan de onderdraad.

11.12.1. Knopen met steel aannaaien

Bij zware materialen is vaak een knoopsteel nodig. Leg een naald of, bij een zwaardere steel, een lucifer (A) op de knoop en ga daarna op dezelfde manier te werk als bij het aannaaien van een normale knoop. Haal uw naaiwerk na ca. 10 steken uit de machine. Trek de naald of de lucifer uit het naaiwerk. Laat de bovendraad iets langer en snij de bovendraad af. Rijg de bovendraad door de knoop en wikkel deze enkele ke- ren om de steel die hierbij ontstaat. Voer de bovendraad ver- volgens naar de onderkant van de stof en knoop het aan de onderdraad vast.

11.13. Ritssluitingen innaaien Persvoet: ................................................................................................................... Ritsvoet Programma: ......................................................................................................................... A Steeklengte: ............................................................................................................... 1 tot 4 Steekbreedte: ....................................................................................................................... 0 Afhankelijk van welke zijde van de rits die u naait moet de pers- voet altijd op de stof drukken. Daarom wordt de persvoet op de linkerkant of de rechterkant be- vestigd, niet in het midden zoals alle andere voeten. Zet de persvoet en de naald in de hoogste stand om de pers- voet te verwisselen. Speld de ritssluiting op de stof en leg het werkstuk in de juiste positie onder de voet. Om de rechterkant van de ritssluiting te naaien zet u de rits- voet zo dat de naald aan de linkerzijde naait. Naai op de rechterkant van de ritssluiting waarbij de naad zo dicht mogelijk tegen de tanden aan moet komen. Naai de ritssluiting zo'n 0,5 centimeter onder de tanden met een lipje vast. Om de linkerkant van de ritssluiting te naaien wisselt u de stand van de voet op de persvoethouder. Naai op dezelfde manier als op de rechterkant van de ritsslui- ting. Voordat de voet bij de trekker van de rits komt heft u de voet en opent u de ritssluiting terwijl de naald daarbij in de stof blijft.

11.13.1. Koorden innaaien

Met de ritsvoet kunt u ook gemakkelijk koorden innaaien, zoals afgebeeld. Sla de stof eenmaal om zodat er een holle zoom voor het koord wordt gevormd en naai dan langs het koord; daarbij moet de ritsvoet achter het koord komen. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 12918205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 129 06.07.2017 08:12:5806.07.2017 08:12:58130 van 244 Naaien 11.14. Stoppen

11.14.1. Stop plaat monteren

Bij verschillende naaiwerkzaamheden, bv. het aannaaien van knopen, haken, oogjes en voor het stoppen en borduren moet er geen automatisch transport van het naaiwerk plaatsvinden maar moet u het transport van de stof zelf kunnen regelen. In deze gevallen moet u de meegeleverde stopplaat monteren. Haal de persvoethendel omhoog en zet de naald door het draaien van het handwiel in de hoogste stand. Druk dan de beide pennen de van de stopplaat in de ope- ningen van de steekplaat (24) tot ze inklikken, zoals weergege- ven op de afbeelding hiernaast. Om de stopplaat weer te verwijderen, hoeft u alleen de hoe- ken op te lichten.

Verwijder de persvoethouder en kies de normale onder- draadspanning. De bovendraadspanning moet iets lager zijn dan normaal. Persvoet: ...................................................................................................... geen persvoet Programma: ......................................................................................................................... A Steeklengte: ............................................................................................................... 1 tot 4 Zo nodig kunt u onder de beschadigde plaats nog een stuk stof leggen. Leg het te herstellen stuk onder de naald en laat de pers- voethendel zakken zodat de draadspanning actief wordt. Door de stof langzaam met de hand voor- en achteruit te schuiven, begint u langzaam te naaien. Herhaal deze werkwijze tot de beschadigde plaats goed bezet is met parallel verlopende steken. Zo nodig kan er daarna nog, net als bij het stoppen met de hand, in de dwarsrichting gestopt worden. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 13018205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 130 06.07.2017 08:12:5806.07.2017 08:12:58131 van 244 Naaien

TIP Tijdens het stoppen moet de stof goed gespannen zijn. Als de be- schadigde plek groot is, is het raadzaam, het naaiwerk in een bor- duurraam (in de vakhandel verkrijgbaar) te spannen. 11.15. Rimpelen Persvoet: ......................................................................................................Standaardvoet Programma: .......................................................................................................................... A Steeklengte: ......................................................................................................................... 4 Verminder de bovendraadspanning (zie Pagina 117) zodanig dat de onderdraad los aan de achterkant van de stof ligt en wordt omstrengeld door de bovendraad. Naai een of meer rijen steken. Snijd de draden niet direct aan het stuk stof af maar laat de uiteinden van de draden ca. 10 centimeter uitsteken. Leg nu aan het begin van elke rij een knop in de boven- en on- derdraad. Houd de stof vast aan de kant met de knoop en trek aan de andere kant een of meer onderdraden gelijktijdig strak. Schuif de stof nu langs de onderdraad over elkaar. Als de stof over de gewenste breedte is geplooid, knoopt u de boven en onder- draden aan de tweede kant vast. Verdeel de plooien gelijkmatig. Naai de plooien met een of meer rechte naden vast. Hiervoor kan ook de smoksteek worden gebruikt. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 13118205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 131 06.07.2017 08:12:5906.07.2017 08:12:59132 van 244 Naaien 11.16. Naaien met tweelingnaald De tweelingnaald is verkrijgbaar in de goede vakhandel. Let er bij aanschaf op dat de afstand tussen de beide naalden niet groter is dan 4 mm. Met de tweelingnaald kunnen bijzonder fraaie tweekleurige pa- tronen worden gemaakt als u voor het naaien garens met ver- schillende kleuren gebruikt. Persvoet: ..................................................................................................... Standaardvoet Programma: ............................................................................................................... A tot L Steeklengte: .............................................................................................................. 1 tot 4 LET OP! Gevaar voor beschadiging! Door gebruik van een verkeerd naaiprogramma kan de tweelingnaald verbogen raken of breken. Gebruik de tweelingnaald uitsluitend in het hier aange- geven programma. Zet de tweelingnaald op dezelfde manier in als een enkele naald (zie Pagina 134).

Trek beide klospennen (5) naar boven uit de machine, totdat deze hoorbaar vastklikken. Zet twee even volle draadklossen op de klospennen. Rijg nu de draden van de voorste draadklos in zoals beschre- ven in hoofdstuk “9.6. Inrijgen van bovendraad” op pagina 112, tot aan de draadgeleiding (16). Zoals op de afbeelding hiernaast te zien is, bevat de draadge- leiding een oog (B) voor de draad bij tweelingnaalden. Voer de draad hier doorheen. Ga nu weer te werk zoals beschreven voor enkele draden en rijg de draad in de rechternaald in (8). Rijg de draad van de achterste klospen in zoals beschreven in hoofdstuk “9.6. Inrijgen van bovendraad” op pagina 112 en eindig in de rechternaald. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 13218205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 132 06.07.2017 08:12:5906.07.2017 08:12:59133 van 244 Naaien

LET OP! Gevaar voor beschadiging! Bij het naaien van een hoek met de tweelingnaald kan deze verbogen raken of breken. Til de naald altijd uit de stof. 11.17. Naaien op de vrije arm Met de vrije arm kunt u eenvoudiger ronde vormen stof naaien, zoals mouwen en broekspijpen. U kunt van uw naaimachine eenvoudig een vrije arm machine maken door het afneembare werkblad met het accessoirevakje (14) van de naaimachine te verwijderen. De vrije arm is vooral handig bij de volgende naaiwerkzaamhe- den:

  • Herstellen van ellebogen en knieën van kleding.
  • mouwen naaien, vooral bij kleinere kledingstukken,
  • Applicaties, borduren of zomen van randen, manchetten of broekspijpen.
  • Naaien van elastische taillebanden aan rokken of broeken. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 13318205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 133 06.07.2017 08:12:5906.07.2017 08:12:59134 van 244 Onderhoud, verzorging en reiniging

12. Onderhoud, verzorging en reiniging

VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel! Er bestaat gevaar voor letsel door onopzettelijke bediening van het pedaal. Schakel, als u klaar bent, of vóór onderhoud, altijd de ma- chine uit en trek de stekker uit het stopcontact. 12.1. Vervangen van de naald Draai het handwiel (8) naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat. Draai de naaldklemschroef (21) los door de schroef (rechtsom) naar u toe te draaien. Verwijder de naald uit de naaldhouder. Zet de nieuwe naald met de vlakke kant naar achteren in. Schuif de naald tot de aanslag naar boven. Draai de naaldklemschroef (linksom) weer vast. OPMERKING! Naalden zijn verkrijgbaar in de vakhandel. Verdere informatie over typen en diktes vindt u in het hoofdstuk “14.1. Stof-, garen- en naaldentabel” op pagina 142. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 13418205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 134 06.07.2017 08:12:5906.07.2017 08:12:59135 van 244 Onderhoud, verzorging en reiniging

12.2. Verwijderen en inzetten van de persvoet

Draai het handwiel naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat. Til de persvoet (26) omhoog door de persvoethendel (20) in de hoogste positie te plaatsen. Door op de persvoetontgrendeling (22) achter de pers- voethouder te drukken, valt de persvoet naar beneden.

Plaats de persvoet zodanig, dat de pen van de voet precies on- der de opening van de voetklem komt te liggen. Laat de persvoethendel zakken. De persvoet valt dan automa- tisch in de juiste positie. Druk vervolgens nog de persvoetontgrendeling naar boven. Verwijderen en inzetten van de persvoethouder De persvoethouder hoeft niet verwijderd te worden tenzij u wilt stoppen, borduren of ruimte nodig hebt voor het reinigen van de transporteur (25).

Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien en de persvoethendel omhoog te halen. Verwijder de voet van de persvoethouder en draai de pers- voetklemschroef (27) los met de meegeleverde schroeven- draaier.

Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien en de persvoethendel omhoog te halen. Druk de persvoethouder bij het inzetten zover mogelijk naar boven en draai de klemschroef van de persvoet vast met de meegeleverde schroevendraaier. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 13518205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 135 06.07.2017 08:12:5906.07.2017 08:12:59136 van 244 Onderhoud, verzorging en reiniging 12.3. Onderhoud van de naaimachine De naaimachine is een fijnmechanisch apparaat en heeft regel- matig onderhoud nodig om goed te blijven werken. Dit onderhoud kunt u zelf uitvoeren. Het onderhoud omvat vooral: Reinigen en smeren. OPMERKING! Gebruik voor het smeren alleen speciale naaimachineolie van de beste kwaliteit omdat andere soorten olie niet ge- schikt zijn. Let er op dat er na het smeren restjes olie in de machine aanwe- zig kunnen zijn. Deze ruimt u op door een paar steken te naai- en op een restje stof. Op die manier voorkomt u dat uw naaiwerk door olieresten vervuild wordt.

12.3.1. Reinigen van de behuizing en het pedaal

Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine gaat reinigen. Voor de reiniging van behuizing en pedaal gebruikt u een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en schoonmaak- middelen. Deze kunnen het oppervlak en/of de opschriften van de machine beschadigen.

12.3.2. Reinigen van de transporteur

Het is nodig de tanden van de stoftransporteur altijd schoon te houden om verzekerd te zijn van probleemloos naaien. Verwijder de naald en de persvoet (zie Pagina 134 ev.). Draai de schroeven van de steekplaat los en verwijder de plaat van de machine. Verwijder stof en draadrestjes met het borsteltje van de tan- den van de stoftransporteur. Zet de steekplaat weer terug. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 13618205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 136 06.07.2017 08:12:5906.07.2017 08:12:59137 van 244 Onderhoud, verzorging en reiniging

12.3.3. Reinigen en smeren van het spoelhuis

Zet de naald in de hoogste stand omdat de grijper anders niet uitgenomen kan worden. Verwijder het spoelhuis. Draai de klikhendels naar buiten, zoals aangegeven Verwijder de grijperbaanring. Verwijder de grijper door de nok in het midden van de grijper vast te houden. Verwijder alle vuildeeltjes uit de grijperbaanring van de grij- perbaan en smeer de delen met een lapje. Doe een tot twee druppels olie op de spoelgrijperbaan, zoals op de afbeelding is weergegeven. Plaats de grijper terug door de nok in het midden van de grij- per vast te houden. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 13718205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 137 06.07.2017 08:13:0006.07.2017 08:13:00138 van 244 Onderhoud, verzorging en reiniging Plaats de grijperbaanring terug. Draai de klikhendels naar binnen, zoals aangegeven. Breng tot slot ook het spoelhuis weer aan. TIP Afhankelijk van het gebruik van de machine moet dit deel van de machine vaker worden gesmeerd. 12.4. Smeren van de machi ne OPMERKING! Uw naaimachine is in de fabriek al gesmeerd en gereed voor gebruik.

12.4.1. Smeren van de machine achter de voorklep

Verwijder de schroefafdekking (A).

Trek de voorklep (C) naar links los.

Vóór het smeren moeten deze delen gereinigd worden. De te smeren delen zijn op de afbeelding hiernaast met pijlen aangegeven. Breng een of twee druppels goede naaimachineolie op deze plaatsen aan. OPMERKING! Als de machine niet goed loopt nadat hij langere tijd niet meer gebruikt is laat u de gesmeerde machine met een ge- sloten voorklep ongeveer een minuut lang snel draaien. Vergeet niet om eerst een restje stof te naaien om eventueel vrijkomende olie op te nemen. TIP Afhankelijk van het gebruik van de machine moet dit deel van de machine vaker worden gesmeerd. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 13918205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 139 06.07.2017 08:13:0006.07.2017 08:13:00140 van 244 Opmerkingen voor de servicetechnicus

13. Opmerkingen voor de

servicetechnicus 13.1. V-snaar spannen LET OP! Gevaar voor beschadiging! Een hoge of te lage spanning van de V-snaar kan tot bescha- diging van de motor of de machine leiden. Laat het spannen van de V-snaar uitsluitend uitvoeren door een geschikte reparatiedienst. Draai de schroef aan de onderkant van de machine los. Open de afdekking aan de zijkant. Draai beide, op de afbeelding hiernaast gemarkeerde schroe- ven elk met één slag vast. Het motorblok kan nu naar boven of naar beneden worden verplaatst om de spanning te verlagen of te verhogen. Let er daarbij op dat de V-snaar een speling van 10 mm (of 3/8‘‘) moet hebben. Draai nu beide schroeven weer vast. Sluit de apparaatafdekking aan de zijkant en schroef deze weer vast. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 14018205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 140 06.07.2017 08:13:0106.07.2017 08:13:01141 van 244 Storingen

Lees in geval van storingen in deze handleiding na of u alle aanwijzingen correct in acht heeft ge- nomen. Neem pas contact op met onze Klantenservice als geen van de genoemde oplossingen helpt. Storing Oorzaak Pagina De machine loopt niet soepel De machine moet gesmeerd worden Pagina 136 Stof en garen in de grijperbaan Pagina 136 ev. Er bevinden zich stofresten op de tanden van de stoftransporteur Pagina 136 Er is verkeerde olie gebruikt waardoor de ma- chine verstopt is geraakt Pagina 134 ev. De bovendraad breekt De bovendraad is niet goed ingeregen Pagina 112 De draadspanning is te hoog Pagina 117 De naald is verbogen of stomp Pagina 119 / 41 De dikte van het garen past niet bij de naald Pagina 142 De naald is niet goed ingezet Pagina 134 De stof is op het einde van de naad niet naar achteren doorgetrokken Pagina 120 Naaldplaat, spoel of persvoet zijn beschadigd De onderdraad breekt De onderdraad raakt verward door een niet goed opgespoelde spoel Pagina 110 De onderdraad loopt niet onder de spanveer van het spoelhuis door Pagina 111 De naald breekt De naald is verkeerd ingezet Pagina 134 De naald is verbogen Pagina 119 & 134 De naald is te dun Pagina 142 Tijdens het naaien wordt er aan de stof ge- trokken Pagina 119 Een knoop in de draad Pagina 112 De bovendraad is verkeerd ingeregen Pagina 112 De machine laat steken vallen De naald is verkeerd ingezet Pagina 134 De bovendraad is verkeerd ingeregen Pagina 112 De naald en/of de draad past niet bij de stof Pagina 142 De stof is te zwaar of te hard Pagina 142 Tijdens het naaien wordt er aan de stof getrok- ken. Pagina 119 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 14118205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 141 06.07.2017 08:13:0106.07.2017 08:13:01142 van 244 Storingen Storing Oorzaak Pagina Samentrekken of rimpelen van de naad De bovendraadspanning is te hoog Pagina 117 De machine is verkeerd ingeregen Pagina 112 De naald is te dik voor de stof Pagina 142 De draad vormt lussen De draadspanning is niet goed ingesteld Pagina 117 De bovendraad is niet goed ingeregen en/of de onderdraad is niet goed opgespoeld Pagina 110 De dikte van het garen past niet bij de stof Pagina 142 De stof loopt onregelmatig door De steeklengte staat op "0" Pagina 121 Garenresten in de grijperbaan Pagina 136 De machine loopt niet De naaimachine is niet goed aangesloten of het stopcontact levert geen stroom Pagina 108 Garenresten in de grijperbaan Pagina 136 14.1. Stof-, garen- en naaldentabel In het algemeen worden fijne garens en naalden gebruikt voor het naaien van dunne stoffen en dikkere garens en naalden voor zwaardere stoffen. Test altijd de garen- en naalddikte op een proeflapje van de stof die u wilt naaien. Gebruik hetzelfde garen voor naald en spoel. Als u op fijne of synthetische stof stretchnaden naait, moet u daarvoor naalden gebruiken met een blauwe scha- cht (in de vakhandel verkrijgbaar). Deze voorkomen het uitvallen van steken. Stofsoort Garen Naald Zeer lichte stoffen chiffon, georgette, fijn kant, organza, netstof, tulle

Zijde, synthe- tisch Jersey, badstof, tricot

Stofsoort Garen Naald Zware stoffen Jeansstof, jassenstof

Synthetisch Wol, tweed

Zijde Zeer zware stoffen Canvas, zeildoek, meubelstof

14.2. Handige naaitips

14.2.1. Naaien van dunne en lichte stoffen

Bij lichte en dunne stoffen kan er golfvorming optreden omdat deze stoffen niet altijd gelijkmatig door de transporteur worden doorgevoerd. Leg bij het naaien van deze soorten stof een stikvlies (in de vakhandel verkrijgbaar) of een stuk zijdepapier onder het naaigoed om onregelmatig transport te verhinderen.

14.2.2. Naaien van elastische stoffen

Elastische stoffen kunnen gemakkelijker worden verwerkt als u de lappen stof eerst met rijg- of hechtgaren aan elkaar naait en deze vervolgens zonder het materiaal op te rekken met kleine ste- ken aan elkaar naait. Goede resultaten kunnen eveneens worden verkregen door met speciaal garen voor breigoed en elastische steken te naaien.

15. De programmakeuze

15.1. Steekprogramma’s In de onderstaande tabel ziet u alle steekpatronen en het bijbehorende programmanummer. Programma- nummer

VERPAKKING Uw naaimachine is verpakt ter bescherming tegen schade bij het transport. Verpakkingen zijn grondstoffen en kunnen worden hergebruikt of terug worden gebracht in de grondstoffenkring- loop. APPARAAT Voer uw naaimachine aan het einde van de levensduur in geen geval af als gewoon huisvuil. Informeer bij uw gemeente hoe u het apparaat milieubewust en correct kunt afvoeren.

17. Technische gegevens

Naaimachine: Nominale spanning: 220-240 V~ 50 Hz Nominaal vermogen: 62 W Motor: 60 W Lamp: 2 W Pedaal: Type: HKT72C Nominale spanning: 200-240 V~ 50 Hz - 0,5 A Beschermingsklasse: II Technische wijzigingen voorbehouden! 17.1. Symbolen op het typeplaatje en het apparaat/de netadapter Veiligheidsklasse II Elektrische apparaten van veiligheidsklasse II zijn elektrische apparaten die volledig zijn omgeven met dubbele en/of versterkte isolatie en geen aan- sluitmogelijkheden voor een aarddraad hebben. De behuizing van een elektrisch apparaat van vei- ligheidsklasse II dat volledig door isolatiemateriaal is omgeven kan gedeeltelijk of volledig de extra of versterkte isolatie vormen. Gebruik in binnenruimten Apparaten met dit symbool zijn uitsluitend geschikt voor gebruik in binnenruimten. 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 14418205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 144 06.07.2017 08:13:0106.07.2017 08:13:01145 van 244 Colofon

Copyright © 2017 Uitgave: 27.04.2017 Alle rechten voorbehouden. Deze handleiding is auteursrechtelijk beschermd. Vermenigvuldiging in mechanische, elektronische of enige andere vorm zonder schriftelijke toe- stemming van de fabrikant is verboden. Het copyright berust bij de firma: Medion AG Am Zehnthof 77 45307 Essen Duitsland Technische wijzigingen voorbehouden. De handleiding is via de Service Hotline te bestellen en is via het serviceportal beschikbaar voor download. U kunt ook de bovenstaande QR-code scannen en de handleiding via het serviceportal naar uw mobiele toestel downloaden. URL QR Code NL www.medion.com/nl/service/start/ BE www.medion.com/be/nl/service/start/ LUX www.medion.com/lu/fr/ 18205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 14518205 ML WE ML Content 5005 6038 final.indb 145 06.07.2017 08:13:0106.07.2017 08:13:01146 van 244 Index

Functie voor automatisch inrijgen van de naald ............................................................................114

Inrijgen van bovendraad ......................................112 Inrijgen van spoelhuis ...........................................111