MD 18205 - Naaimachine MEDION - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis MD 18205 MEDION in PDF-formaat.
| Merk | MEDION |
| Model | MD 18205 |
| Producttype | Mechanische naaimachine |
| Nominale spanning | 220-240 V ~ 50 Hz |
| Nominaal vermogen | 62 W |
| Motor | 60 W |
| Lamp | 2 W |
| Pedaal | Type HKT72C, 200-240 V ~ 50 Hz, 0,5 A |
| Aantal steekprogramma's | 11 (rechte, zigzag, satijn, onzichtbare, elastische, overlock, smock, enz.) |
| Knoopsgat | Ja, in 4 stappen |
| Automatische inrijger | Ja |
| Achteruit naaien | Ja |
| Steeklengte instellen | 0 tot 4 mm (SS voor rekrekken) |
| Steekbreedte instellen (zigzag) | 1 tot 4 |
| Vrije arm | Ja |
| Variabele snelheid | Via pedaal |
| Instelbare draadspanning | Ja, voor boven- en onderdraad |
| Compatibele tweelingnaald | Ja (max. afstand 4 mm) |
| Inbegrepen accessoires | 4 spoelen, 3 naalden, tweelingnaald, stoplap, schroevendraaier, borsteltje, tornmes, voetjes (knoopsgat, rits, knopen), zoomregelaar, geleidingsaccessoire, beschermhoes |
| Beschermingsklasse | II |
| Gebruik | Alleen binnenshuis |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen van de transporteur en smeren |
| Veiligheid | Veiligheidsinstructies inbegrepen; stekker uittrekken voor onderhoud |
| Inhoud van de verpakking | Naaimachine, pedaal, handleiding, accessoires |
Veelgestelde vragen - MD 18205 MEDION
Gebruikersvragen over MD 18205 MEDION
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MD 18205 - MEDION en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MD 18205 van het merk MEDION.
GEBRUIKSAANWIJZING MD 18205 MEDION
Vrije arm naaimachine
Macchina da cucire
1) Draadheffer
2) Bovendraadgeleiding
3) Opspoeldraadgeleiding
4) Omklapbare draaggreep
5) Klospen
6) Spoelspindel
7) Spoelaanslag
8) Handwiel
9) Behuizing voor de netstekker
10) Hoofdschakelaar (motor en licht)
11) Ventilatiesleuven
12) Achteruithendel
13) Steeklengteregelaar
14) Accessoirevak
15) Spoelkast (achter het accessoirevak)
16) Draadgeleiding
17) Draadmesje
18) Programmakeuzeschakelaar
19) Regelaar voor bovendraadspanning
2. Naaimechanisme
20) Naaivoethendel
21) Naaldklemschroef
22) Persvoetontgrendeling
23) Naald
24) Steekplaat
25) Stoftransporteur
26) Persvoet
27) Klemschroef voor persvoet
28) Naaldhouder draadgeleiding
29) Invoermechanisme
30) Hendel invoermechanisme
Inhoudsopgave
- Hoofdcomponenten 99
- Naaimechanisme 99
- Over deze handleiding.... 103
3.1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingspictogrammen en -woorden ......103
- Gebruik voor het beoogde doel 104
- Verklaring van conformiteit 104
- Veiligheidsinstructies.... 105
6.1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed 105
6.2. Netsnoer en netaansluiting....105
6.3. Basisinstructies ....105
6.4. Repareer de machine nooit zelf....106
6.5. Veilige omgang met de machine....106
6.6. Reinigen en opbergen 106
- Inhoud van de verpakking....107
7.1. Inhoud van het accessoirevak....107
- Elektrische aansluitingen 108
8.1. Regelen van de naaisnelheid....108
8.2. Bevestigen en verwijderen van het afneembare werkblad....108
8.3. Accessoirevak....109
- Voorbereidende werkzaamheden 109
9.1. Plaatsen van een draadklos....109
9.2. Opspoelen van de onderdraadspoel....110
9.3. Verwijderen van het spoelhuis....111
9.4. Inrijgen van het spoelhuis 111
9.5. Plaatsen van spoelhuis....112
9.6. Inrijgen van bovendraad....112
9.7. Weergave van bovendraadgeleiding 114
9.8. Functie voor automatisch inrijgen van de naald....114
9.9. Ophalen van de onderdraad....116
- Instellingen 117
10.1. Instelling van de draadspanning....117
10.2. Regeling van de bovendraadspanning....117
10.3. Regeling van de onderdraadspanning 117
10.4. Controleren van de draadspanningen....118
- Naaien.... 119
11.1. Algemeen 119
11.2. Selecteren van de juiste naald 119
11.3. Persvoet omhoog en omlaag bewegen 120
11.4. Achterwaarts naaien....120
11.5. Stof uit de naaimachine verwijderen....120
11.6. Afsnijden van de draad....120
11.7. De programmakeuzeschakelaar....121
11.8. Instelling van steeklengte....121
11.9. Soorten steken instellen....122
11.10. Omgekeerde blinde zoom....126
11.11. Knoopsgaten 126
11.12. Knopen en oogjes aannaaien....128
11.13. Ritssluitingen innaaien 129
11.14. Stoppen....130
11.15. Rimpelen....131
11.16. Naaien met tweelingnaald 132
11.17. Naaien op de vrije arm....133
12. Onderhoud, verzorging en reiniging.... 134
12.1. Vervangen van de naald....134
12.2. Verwijderen en inzetten van de persvoet....135
12.3. Onderhoud van de naaimachine 136
12.4. Smeren van de machine....138
13. Opmerkingen voor de servicetechnicus.... 140
13.1. V-snaar spannen....140
14. Storingen.... 141
14.1. Stof-, garen- en naaldentabel....142
14.2. Handige naaitips....143
15. De programmakeuze.... 143
15.1. Steekprogramma's....143
16. Afvoer 144
17.1. Symbolen op het typeplaatje en het apparaat/de netadapter ....144
18. Colofon 145
19. Index.... 146
3. Over deze handleiding

Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u deze machine voor het eerst in gebruik neemt en neem vooral de veiligheidsinstructies in acht!
Alle handelingen aan en met dit apparaat zijn alleen toegestaan zoals deze in de handleiding zijn beschreven.
Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik.
Geef deze handleiding mee wanneer u de machine doorgeeft aan een andere eigenaar!
3.1. In deze handleiding gebruikte waarschuwingspictogrammen en -woorden
![]() | GEVAAR!Waarschuwing voor acuut levensgevaar! |
![]() | WAARSCHUWING!Waarschuwing voor mogelijk levensgevaar en/of ernstig onherstelbaar letsel! |
![]() | VOORZICHTIG!Waarschuwing voor mogelijk minder ernstig of gering letsel! |
![]() | LET OP!Neem de aanwijzingen in acht om materiële schade te voorkomen! |
![]() | OPMERKING!Aanvullende informatie over het gebruik van dit apparaat! |
![]() | OPMERKING!Neem de aanwijzingen in de handleiding in acht! |
![]() | WAARSCHUWING!Waarschuwing voor gevaar door een elektrische schok! |

4. Gebruik voor het beoogde doel
Dit apparaat biedt vele gebruiksmogelijkheden:
De naaimachine kan worden gebruikt voor het aan elkaar naaien en afwerken van de naden van licht tot zwaar naaigoed.
Het naaigoed kan bestaan uit textielvezels, samengestelde materialen of licht leer.
- Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik en is niet geschikt voor industriële of zakelijke toepassingen.
- Let erop dat de garantie bij oneigenlijk gebruik komt te vervallen:
- Breng geen wijzigingen aan zonder onze toestemming en gebruik geen accessoires die niet door ons zijn goedgekeurd of geleverd.
- Gebruik alleen door ons geleverde of goedgekeurde (vervangende) onderdelen en accessoires.
- Neem alle informatie in deze handleiding in acht, met name de veiligheidsvoorschriften. Elke andere toepassing wordt beschouwd als oneigenlijk gebruik en kan leiden tot letsel of materiële schade.
- Gebruik het apparaat niet onder extreme omgevingsomstandigheden.
5. Verklaring van conformiteit
Hierbij verklaart Medion AG dat dit product voldoet aan de volgende Europese eisen:
• EMC-richtlijn 2014/30/EU
• Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU
• Ecodesign-richtlijn 2009/125/EG
• RoHS-richtlijn 2011/65/EU.

6. Veiligheidsinstructies
6.1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met onvoldoende ervaring en/of kennis, mits deze personen onder toezicht staan of zijn geïinstrueerd in het gebruik van het apparaat zodat zij de daarmee samenhangende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en door de gebruiker uit te voeren onderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij deze ouder zijn dan 8 jaar en onder toezicht staan.
- Kinderen die jonger zijn dan 8 jaar moeten uit de omgeving van het apparaat en het netsnoer worden gehouden.

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor bestaat gevaar voor verstikking!
Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.
6.2. Netsnoer en netaansluiting
- Sluit de machine alleen aan op een goed bereikbaar stopcontact (220-240 V\~ 50 Hz) dichtbij de plaats waar de machine staat opgesteld. Zorg ervoor dat het stopcontact altijd goed toegankelijk is zodat het apparaat indien nodig snel spanningsvrij kan worden gemaakt.
- Wanneer u de stekker uit het stopcontact verwijdert, altijd aan de stekker zelf en niet aan de kabel trekken.
- Wikkel de kabel tijdens gebruik volledig af.
- Het netsnoer en eventuele verlengkabels moeten zodanig lopen dat niemand erover kan struikelen.
- De kabel mag niet in contact komen met hete oppervlakken.
- Wanneer u de machine onbeheerd achterlaat, trekt u de stekker uit het stopcontact om ongelukken door onopzettelijke inschakeling van de machine te vermijden.
- Voor het uitvoeren van de volgende werkzaamheden schakelt u de naaimachine uit en trekt u de stekker uit het stopcontact: draad insteken, naald verwisselen, persvoet instellen, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren, aan het einde van naaiwerkzaamheden en wanneer de werkzaamheden worden onderbroken.
6.3. Basisinstructies
- De naaimachine mag niet nat worden - gevaar voor en elektrisch schok!
- Laat de ingeschakelde naaimachine nooit zonder toezicht achter.
- Gebruik de naaimachine nooit in de open lucht.
- Gebruik de naaimachine nooit als deze vochtig is of in een vochtige omgeving.
- De machine mag uitsluitend worden gebruikt met het meegeleverde pedaal type HKT72C.
6.4. Repareer de machine nooit zelf

WAARSCHUWING!
Gevaar voor een elektrische schok!
Bij onjuiste reparatie bestaat er gevaar voor een elektrische schok!
▶ Probeer in geen geval de machine te openen of zelf te repareren!
Neem bij storingen of als het aansluitsnoer beschadigd is geraakt contact op met het Servicecentrum of een andere vakkundige reparatiedienst om gevaar te voorkomen.
- Trek bij beschadigingen van de machine of het aansluitsnoer direct de stekker uit het stopcontact.
- Om risico's te voorkomen mag de naaimachine bij zichtbare beschadigingen aan de machine zelf of het netsnoer niet worden gebruikt.
6.5. Veilige omgang met de machine
- Zet de naaimachine op een vlak, stevig werkvlak.
- Tijdens gebruik moeten de ventilatieopeningen vrij blijven: laat geen voorwerpen (bv. stof, restjes garen etc.) in de openingen binnendringen.
- Houd het pedaal vrij van pluizen, stof en stofresten.
- Plaats nooit iets op het pedaal.
- Gebruik uitsluitend de meegeleverde accessoires en onderdelen.
- Gebruik voor het oliën alleen speciale naaimachineolie. Gebruik geen andere vloeistoffen.
- Wees voorzichtig met de bediening van de bewegende delen van de machine, met name de naald. Er bestaat ook kans op letsel wanneer de machine niet op het lichtnet is aangesloten!
- Let er tijdens het naaien op dat u niet met uw vingers onder de naaldklemschroef komt.
- Gebruik ook geen verbogen of stompe naalden.
- Hou de stof tijdens het naaien niet vast en trek niet aan de stof. De naalden kunnen breken.
- Zet de naald na beëindiging van de naaiwerkzaamheden altijd in de hoogste stand.
- Schakel de machine na werkzaamheden of voor onderhoudswerkzaamheden altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact.
6.6. Reinigen en opbergen
- Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine gaat reinigen.
- Reinig de machine met een licht bevochtigde, zachte doek.
- Gebruik geen chemische oplos- en schoonmaakmiddelen. Deze kunnen het oppervlaken/of de opschriften van de machine beschadigen.
7. Inhoud van de verpakking
Controleer de inhoud van de verpakking op volledigheid en stel ons binnen 14 dagen na aanschaf op de hoogte van eventueel ontbrekende onderdelen.
- Naaimachine
- Pedaal type HKT72C
- Handleiding en garantiebewijs
- Accessoires in het accessoirevakje (inhoudsoverzicht op de volgende pagina)

GEVAAR!
Verstikkingsgevaar!
Verpakkingsfolie kan worden ingeslikt of verkeerd worden gebruikt. Hierdoor bestaat gevaar voor verstikking!
Houd het verpakkingsmateriaal, zoals folie of plastic zakken, uit de buurt van kinderen.
7.1. Inhoud van het accessoirevak

31 4 spoelen (3 in accessoirevakje en 1 voorgemonteerd)
32 3 naalden (in naaldendoosje)
33 Tweelingnaald (in naaldendoosje)
34 Stopplaat
35 Multifunctionele schroevendraaier
36 Oliekannetje (zonder inhoud)
37 Pluisborsteltje met scheider
38 Knoopsgatvoet
39 Geleidingshulp
40 Ritsvoet
41 Knoopaannaaivoet
42 Zoomliniaal
7.1.1. Niet weergegeven accessoires
- Standaardvoet (rechte steek/zigzagsteek) (reeds gemonteerd)
- Afdekkap

8. Elektrische aansluitingen
VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel!
Er bestaat gevaar voor letsel door onopzettelijke bediening van het pedaal.
▶ Schakel, als u klaar bent, of vóór onderhoud, altijd de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact.
▶ Steek de aansluitstekker van het meegeleverde netsnoer in het stekkerblok (9) op de machine
▶ Steek de netstekker in het stopcontact.
▶ Schakel de naaimachine in met de stroomschakelaar (10). De stroomschakelaar schakelt zowel de naaimachine als de naai-verlichting in.

Gebruik uitsluitend het meegeleverde pedaal type HKT72C.
8.1. Regelen van de naaisnelheid
De naaisnelheid wordt geregeld met het pedaal.
De naaisnelheid kan worden veranderd door meer of minder druk op het pedaal uit te oefenen.
8.2. Bevestigen en verwijderen van het afneembare werkblad
De machine wordt geleverd met een geïnstalleerd afneembaar werkblad.
- Het afneembare werkblad kan worden verwijderd door het voorzichtig naar links te schuiven.
Als u het afneembare werkblad wilt plaatsen, zet u het werkblad tegen de machine aan en schuift u het naar rechts, totdat het hoorbaar vastklikt.

Het accessoirevakje 14 is geïntegreerd in het afneembare werkblad.
U opent het door het deksel van het afneembare werkblad naar voren te klappen. Hierdoor krijgt u toegang tot de hierin opgenomen accessoires.
9. Voorbereidende werkzaamheden
9.1. Plaatsen van een draadklos
TIP
De meeste draadklossen bevatten een inkeping die voor het vastzetten van de draad na het gebruik dient. Zorg voor een gelijkmatige en storingsvrije geleiding van de draad door erop te letten dat deze inkeping omlaag wijst.
▶ Trek de klospennen (5) naar boven uit de machine, totdat deze hoorbaar vastklikken.
▶ Steek de draadklos op de klospen.
TIP
Bij zeer dun garen, dat de neiging heeft om in de war te raken, wordt geadviseerd de draadklos op de achterste klospen te steken en de draad door de voorste klospen te rijgen (afbeelding I).
Rijg in dit geval het garen (A) door het geleideoog (B) van de voorste klospen om de afwikkeling van de draad te stabiliseren (afbeelding II).

9.2. Opspoelen van de onderdraadspoel
De onderdraadspoelen kunnen snel en gemakkelijk met de naai-machine worden opgespoeld.
▶ Hiervoor voert u de draad van de draadklos door de opspoeldraadgeleiding (3) naar de spoel.
De exacte procedure voor het opwinden gaat als volgt:
▶ Steek de draadklos op de klospen.
Gebruik bij dun garen de tweede klospen, zoals in het voorgaande hoofdstuk beschreven.
Leid nu de draad vanaf de draadklos om de opspoeldraadgeleiding, zoals op de afbeelding weergegeven.
▶ Voer het uiteinde van de draad zoals afgebeeld door het gat in de spoel en wikkel de draad met de hand enkele slagen om de spoel.

- Plaats de spoel op de spoelspindel (6), waarbij het uiteinde van de draad boven op de spoel ligt. Draai de spoelspindel naar rechts richting spoelaanslag (7), totdat deze hoorbaar vastklikt. - Houd het uiteinde van de draad vast en druk op het pedaal. Zodra de spoel een eindje is opgewikkeld, laat u het uiteinde van de draad los. Wikkel op totdat de spoelspindel (6) automatisch stopt.
OPMERKING!
Nadat de spoelspinder is vastgeklikt aan de rechterkant, wordt het naaimechanisme uitgeschakeld, zodat de naald tijdens het opspoelen niet meebeweegt.
Draai de spoelspindel naar links en verwijder de spoel.
▶ Snijd de uitstekende draden af.
9.3. Verwijderen van het spoelhuis
▶ Verwijder het afneembare werkblad.
Zet de naald (23) in de bovenste stand door aan het handwiel (8) en aan de persvoet te draaien en open het spoelhuis achter het accessoirevakje (15) zoals op de afbeelding wordt weergegeven.
Open de kantelhendel van het spoelhuis en trek het spoelhuis uit de machine.
Als u de kantelhendel loslaat, valt de spoel vanzelf uit het spoelhuis.
9.4. Inrijgen van het spoelhuis
Houd de spoel tussen duim en wijsvinger van uw rechterhand en laat de draad ca. 15 cm naar buiten hangen.
Houd het spoelhuis in uw linkerhand en plaats de spoel in het huis.
▶ Voer het uiteinde van de draad door de inkeping aan de rand van het spoelhuis naar binnen.

▶ Voer nu de draad onder de spanningsveer door en in het draadgat. Controleer of er ca. 15 cm van de draad uit de spoel hangt.
OPMERKING!
Controleer of de spoel correct is geplaatst en linksom in het spoelhuis kan worden gedraaid.

text_image
A B9.5. Plaatsen van spoelhuis
Houd het spoelhuis zodanig vast, dat de vinger (A) van het huis naar boven wijst.
▶ Open de kantelhendel van het spoelhuis.
Plaats het spoelhuis op de middelste pen en druk de spoel voorzichtig naar binnen tot de vinger van het spoelhuis in de uitsparing (B) in de grijperbaanring schuift.
▶ Laat de kantelhendel los en druk deze op het spoelhuis.
▶ Sluit de afdekking van het spoelhuis.
9.6.Inrijgenvanbovendraad
Lees de onderstaande instructies zorgvuldig door omdat een verkeerde volgorde bij de draadgeleiding kan leiden tot het breken van de draad, het uitvallen van steken en het samentrekken van de stof.
Zet vóór het inrijgen de naald in de bovenste stand door aan het handwiel (8) te draaien.
Zet de persvoethendel (20) eveneens in de bovenste stand (3). Hierdoor wordt de draadspanning verminderd en kan de bo-vendraad probleemloos worden ingeregen.

Zet een draadklos op de klospen.
Leid nu de draad door de bovendraadgeleiding (2).
▶ Laat daarna de draad tussen de spanningsschijven van de spanningsregelaar voor de bovendraad 19 lopen.
Voer de draad onder de voorste draadgeleiding door naar boven. Hierbij wordt de binnenste geleideveer automatisch omhoog geschoven.
OPMERKING!
Anders dan bij de meeste naaimachines zijn de spanningsschijven van de bovendraadspanning niet direct zichtbaar. Let er daarom heel goed op dat de draad tussen de spanningsschijven ligt en niet op een andere plaats door de machine loopt.
Rijg vervolgens de draad van rechts naar links in de haak van de draadheffer (1).
OPMERKING!
Draai eventueel aan het handwiel (8) om de draadheffer (1) helemaal naar boven te zetten.
▶ Voer de draad weer omlaag in de richting van de naald, door de interne draadgeleiding (16) heen.
▶ Voer de draad door de draadgeleiding van de naaldhouder (28).
Rijg de draad tot slot nog door het oogje van de naald.
▶

9.7. Weergave van bovendraadgeleiding
Voor een beter overzicht vindt u hier nog een schematische weergave van het draadverloop van de bovendraad.
De cijfers geven de volgorde van de stap bij het inrijgproces aan.

9.8. Functie voor automatisch inrijgen van de naald
De naaimachine beschikt over een inrijgmechanisme, dat het in- rijgen van de bovendraad vereenvoudigd.

LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
Bij gebruik van een tweelingnaald kan het inrijgmechanisme beschadigd raken.
- Gebruik het inrijgmechanisme alleen bij een normale naald.
Draai eventueel aan het handwiel om de naald in de bovenste stand te plaatsen. Voer de draad door de draadgeleiding van het inrijgmechanisme (29).

▶ Trek de hendel (30) van het inrijgmechanisme voorzichtig zo ver mogelijk naar beneden.

Draai de hendel van het inrijgmechanisme voorzichtig linksom naar achter.

De draadhaak A wordt automatisch door het oog van de naald geleid.
Leg de draad onder de draadhaak.

Zet de hendel van het inrijgmechanisme voorzichtig weer terug in de uitgangspositie. De draadhaak A trekt de bovendraad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald.

▶ Schuif de hendel van het inrijgmechanisme weer omhoog en trek de lus volledig met de hand door het oog van de naald om de bovendraad volledig in te rijgen.

9.9. Ophalen van de onderdraad
Zet de persvoet (26) omhoog.

Draai het handwiel met de rechterhand naar u toe totdat de naald zich in de bovenste positie bevindt.

Houd de bovendraad losjes met de linkerhand vast en draai het handwiel met de rechterhand naar u toe, totdat de naald zich naar beneden en vervolgens weer naar boven heeft bewogen. Stop het handwiel zodra de naald in de hoogste stand staat.

- Trek de bovendraad iets omhoog zodat de onderdraad een lus vormt. Trek ca. 15 cm van beide draden onder de persvoet (28) aan de achterkant naar buiten.
10. Instellingen
10.1. Instelling van de draadspanning
Als de draad tijdens het naaien breekt, is de draadspanning te hoog.
Als zich bij het naaien kleine lussen vormen, is de draadspanning te laag.
In beide gevallen moet de draadspanning worden ingesteld.
Daarbij moeten de boven- en onderdraadspanning de juiste onderlinge verhouding hebben.
10.2. Regeling van de bovendraadspanning
OPMERKING!
Voor het meeste naaiwerk is een bovendraadspanning van 3 tot 4 geschikt.
De spanning ontstaat door de schijven waar de draad doorheen wordt geleid. De druk op deze schijven wordt geregeld door de regelaar voor de bovendraadspanning (19).
Hoe hoger de waarde, des te groter de spanning.
De bovendraadspanning wordt pas geactiveerd wanneer de persvoet omlaag wordt gezet.
Er zijn meerdere redenen waarom de spanning moet worden geregeld. Zo moet bijvoorbeeld bij verschillende stoffen een verschillende spanning worden gebruikt.
De benodigde spanning is afhankelijk van de stevigheid en dikte van de stof, het aantal lagen stof dat moet worden genaaid en de gekozen steek.
Zorg ervoor dat de spanning van boven- en onderdraad gelijkmatig is omdat de stof anders kan worden samengetrokken.
Wij adviseren u vóór elk naaiwerk een proefnaad te maken op een lapje.

10.3. Regeling van de onderdraadspanning
De spanning van de onderdraad wordt geregeld door de veer van het spoelhuis. Draai de schroef van de veer linksom om de spanning van de veer te verhogen.
Draai de schroef van de veer rechtsom om de spanning van de veer te verlagen.

10.4. Controleren van de draadspanningen
10.4.1. Juiste naad
De juiste instelling van boven- en onderdraadspanning moet zo- danig zijn dat de kronkels van de draden zich in het midden van de stof bevinden.
De stof blijft glad en vertoont geen plooien.

De bovendraad zit te strak en trekt de onderdraad naar boven.
De onderdraad verschijnt op de bovenste stoflaag.
Oplossing:
Stel de bovendraadspanning op een laag nummer in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning te draaien.




Bovendraad zit te los. De onderdraad trekt de bovendraad naar beneden. De bovendraad verschijnt aan de onderkant van de stoflaag.
Oplossing:
Stel de bovendraadspanning op een hoger nummer in door aan de regelaar voor de bovendraadspanning te draaien.
11. Naaien
11.1. Algemeen
• Schakel de hoofdschakelaar 10 in.
- Zet de naald bij het veranderen van het soort steek altijd in de hoogste stand.
- Schuif de stof ver genoeg onder de persvoet 26.
Laat de boven- en onderdraad ongeveer 10 cm naar achteren uitsteken.
- Zet de persvoethendel 20 omlaag. Terwijl u de draad met uw linkerhand vasthoudt, draait u het handwiel 8 naar u toe en plaatst u de naald op de plek van de stof waar u met naaien wilt beginnen.
- Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller loopt de machine. Voer de stof bij het naaien met zachte hand door de machine.
- Naai door omzetten van de achteruithendel 12 enkele steken achteruit om de eerste steken van de naad vast te zetten.
TIP
Als u niet zeker weet of bijvoorbeeld de draadspanning of het soort steek juist is, probeert u de instellingen uit op een lapje. De stof loopt automatisch onder de persvoet door: de stof mag niet met de handen worden tegengehouden of worden getrokken, maar moet soepel worden geleid zodat de naad de door u gewenste richting krijgt.

11.2. Selecteren van de juiste naald
LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
Het gebruik van een defecte naald kan tot beschadiging van het naaigoed leiden.
▶ Vervang defecte naalden onmiddellijk.
Het nummer dat de sterkte van de naald aangeeft, is op de schacht aangebracht.
Hoe hoger het nummer, des te sterker de naald.


11.3. Persvoet omhoog en omlaag bewegen
De persvoet gaat omhoog of omlaag door de persvoethendel omhoog of omlaag te bewegen.
Positie 1: De persvoet drukt de stof op de transporteurs. De draadspanning is ingeschakeld.
U kunt beginnen met naaien.
Positie 2: De persvoet bevindt zich in de bovenste positie. De draadspanning is uitgeschakeld.
U kunt de stof uit de machine nemen, in de machine leiden of de persvoet vervangen.
De persvoet kan iets omhoog worden verplaatst naar positie 3 voor extra bewegingsruimte, zodat u dikke stoffen kunt naaien.
11.4. Achterwaarts naaien
Gebruik achterwaarts naaien om een naad aan het begin en ein- de te versterken.
Druk de achteruithendel in en houd deze ingedrukt.
Druk op het pedaal. Hoe harder u drukt, des te sneller de machine loopt.
Als u weer vooruit wilt naaien, laat u eenvoudig de achteruit-hendel los.
11.5. Stof uit de naaimachine verwijderen
Zorg er bij het beëindigen van de naaiwerkzaamheden altijd voor dat de naald in de hoogste stand staat.
U kunt de stof verwijderen door de persvoet omhoog te tillen en de stof van u af naar achteren te trekken.
▶ Omwisselen van naairichting
Als u in de hoeken van het naaigoed van naairichting wilt veranderen, gaat u als volgt te werk:
- Stop de machine en draai het handwiel zo ver naar u toe totdat de naald in de stof steekt.
▶ Til de persvoet omhoog.
Draai de stof om de naald om de richting naar wens te veranderen.
Laat de persvoet weer zakken en ga verder met naaien.
11.6. Afsnijden van de draad
Snijd de draad af met het tornmesje (17) achter aan de naaimachine of met een schaar. Laat ca. 15 cm van de draad uitsteken achter het oog van de naald.
11.7. De programmakeuzeschakelaar
LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
De programmakeuzeschakelaar kan niet 360° worden gedraaid. Te ver doordraaien kan tot mechanische schade leiden.
▶ Draai de programmakeuzeschakelaar niet voorbij de eindpuntmarkeringen "P" en "N".
Bij deze naaimachine kunt u kiezen uit verschillende gebruiks- en siersteken. Met de programmakeuzeschakelaar (18) kunt u het gewenste steekpatroon eenvoudig instellen.
- Controleer voordat u van steek verandert altijd of de naald in de bovenste stand staat.
Draai de programmakeuzeschakelaar zo dat de gewenste soort steek bij het markeringsteken staat.
11.8. Instelling van steeklengte
Met de regelaar voor de steeklengte (13) kunt u de lengte van het door u ingestelde steekpatroon selecteren.
Draai de regelaar voor de steeklengte zo, dat de gewenste steeklengte bij het markeringsteken staat.
De nummers geven bij benadering de steeklengte in millimeters aan.


11.9. Soorten steken instellen
De soorten steken worden ingesteld met de programmakeuzeschakelaar. Let er altijd op dat de naald in de hoogste stand staat voordat u voordat u van steek verandert.
Voer, voordat u een steekprogramma gaat gebruiken, een naai-proef op een lapje uit.

OPMERKING!
Een overzicht van alle steekpatronen kunt u vinden in de programmatabel in hoofdstuk "15. De programmakeuze" op pagina 143.
Raadpleeg voor het plaatsen en verwijderen van de persvoet "12.2. Verwijderen en inzetten van de persvoet" op pagina 135.
Geschikt voor algemeen gebruik en voor afstikken.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma:...... A en B
Steeklengte: 0 tot 4

LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
Een verkeerd draaipunt kan bij gebruik van een tweelingnaald tot beschadiging leiden.
▶ Stel de naald in dit geval in het draaipunt hoog in.
11.9.2. Zigzagsteek
De zigzagsteek is een van de meest gebruikte steken. Deze biedt een groot aantal toepassingsmogelijkheden, zoals omzomen en het opnaaien van applicaties en monogrammen.
Voordat u de zigzagsteek gaat gebruiken, naait u ter versterking van de naad enkele rechte steken.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: C
Steekbreedte: 1 tot 4
Steeklengte: 1 tot 4
Tussen de programma's B en C bevinden zich vijf verschillende steekbreedten die alleen beschikbaar zijn bij gebruik van de zig-zagsteek.
Draai de programmakeuzeschakelaar na het programma B langzaam verder om een andere steekbreedte in te stellen.

TIPS VOOR ZIGZAGSTEKEN
Om betere zigzagsteken te krijgen moet de bovendraadspanning lager zijn dan bij het naaien van rechte steken.
De bovendraad moet enigszins zichtbaar zijn aan de onderkant van de stof.
11.9.3. Satijnsteek
De zogenaamde satijnsteek, een zeer smalle zigzagsteek, is bijzonder geschikt voor applicaties, monogrammen en verschillende siersteken.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: Ken L
Steeklengte: 0 tot 1
TIP
Steeds wanneer u deze steek gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de bovendraadspanning iets wordt verlaagd. Hoe breder de steek moet zijn, hoe lager de bovendraadspanning. Bij het naai- en van zeer dunne of tere stoffen legt u een dun papier onder de stof en naait u dit mee. Daarmee voorkomt u het overslaan van steken en het rimpelen van de stof.
11.9.4. Blinde steek
TIP
Het naaien van blindzomen vereist enige oefening en kan het beste vóór het naaien op stofresten worden geoefend.
Voor het zogenaamde blindzomen.
Persvoet: ...... Standaardvoet met geleidingshulp
Programma:......E of F
Steeklengte: 0 tot 1
Gebruik een kleur garen die precies bij de stof past.
Gebruik bij zeer lichte of doorschijnende stoffen een transparante nylondraad.
Als u de geleidingshulp wilt aanbrengen, draait u de schroef (27) van de persvoethouder los en schuift u de geleidingshulp onder de schroef, zoals op de afbeelding wordt weergegeven.
▶ Draai de schroef weer vast.
Leg de stof met de bovenkant naar beneden vóór u.
Vouw het naadoverschot naar de onderkant (A) van de stof, zoals op de afbeelding wordt weergegeven.
Vouw nu het zoomoverschot eveneens naar de onderkant en zet het naad- en zoomoverschot vast met spelden (zie afbeelding hiernaast).
Klap nu de volledige blinde zoom bij de stofrand om, zoals weergegeven op de afbeelding. De stofrand moet het naadoverschot iets overlappen.
▶ Naai voorzichtig langs de vouw.
Let er daarbij op dat de rechte steken op de zoom worden genaaid en de punten van de zigzagsteken telkens alleen in de bovenste vouw van de stof steken.
Als u de geleidingshulp gebruikt, moet de vouwnaad precies tegen de geleidingshulp aanliggen.



Haal daarna de stof uit de machine en strijk de stof glad. De uitgevouwen stof heeft nu een blindzoomsteek.
11.9.5. Mosselzoom
De mosselzoom is een gespiegelde blindsteek voor decoratieve zomen. Bijzonder geschikt voor dwarsgesneden stoffen.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: H
Steeklengte: 2 tot 3
De naald moet zo in het stuk stof rechts worden gestoken dat de steken langs de buitenste rand van de zoom lopen.
Deze steek is bijzonder geschikt voor het aan elkaar naaien van twee stukken stof.
De elastische steek kan ook voor het versterken van elastische stoffen en voor het opnaaien van stofdelen worden gebruikt. Ook geschikt voor het opnaaien van elastiek (zoals rubberen banden).
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: 1 tot K
Steeklengte: SS

TIP
Gebruik synthetisch garen. Daardoor wordt de naad bijna onzichtbaar.
11.9.7. Opnaaien van elastiek
Leg het elastiek op de gewenste plaats op de stof.
Naai het elastiek met de elastische steek op en span het elastiek daarbij voor en na de persvoet met de hand. Hoe meer spanning hoe meer plooien.
11.9.8. Steekpatrooncorrectie
Afhankelijk van de stoffen die u gebruikt, kan er een ongelijkmatig steekpatroon ontstaan. Als dit het geval is, kunt u het steekpatroon handmatig corrigeren.
Draai de regelaar voor de steeklengte in de richting van het plussymbool (+) als het patroon te sterk gecomprimeerd lijkt.
Draai de regelaar voor de steeklengte in de richting van het minsymbool (-) als het patroon te ver uit elkaar loopt.

De smoksteek is veelzijdig en decoratief, bv. voor het opnaaien van kant of elastiek of voor het naaien van stretch en andere elastische stoffen.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: D
Steeklengte: SS
Let bij het naaien van smoksteken op het volgende:
▶ Rimpel het naaiwerk gelijkmatig.
Leg een smalle strook stof onder de rimpels en naai er overheen met de smoksteek.
Maak het smokwerk helemaal af voordat u het zo versierde deel in het hele kledingstuk zet.
Bij zeer lichte stoffen kan hetzelfde effect worden bereikt door een elastische draad op de spoel te wikkelen.
11.9.10. Gesloten overlocksteek
Deze steek is speciaal bedoeld voor het naaien en herstellen van jersey en joggingpakken. Deze steek is zowel decoratief als praktisch. De steek bestaat uit gladde zijlijnen met dwarsverbindingen en is volledig elastisch.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma:......E
Steeklengte: SS
Leg de rand van de stof zo onder de persvoet dat de naald met de rechter uitslag net nog de rand van de stof raakt en er zo met de linker uitslag een zigzagsteek genaaid wordt.
11.9.11. Zigzag met drie steken
Met deze soort steek worden randen afgewerkt.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: D
Steeklengte: 0 tot 1

Er worden telkens twee steken vooruit en één steek achteruit genaaid. Zo ontstaat een buitengewoon stevige naad.
Persvoet: Standaardvoet
Programma: A of B
Steeklengte: SS
11.10. Omgekeerde blinde zoom
Met dit soort steek kunnen zware voeringsstoffen worden genaaid en kunnen randen worden afgewerkt.
Persvoet:....Standaardvoet
Programma: I
Steeklengte: 1 tot 2
Bij zware voeringsstof legt u de stofbanen over elkaar en naait u langs de naadlijn.
Bij het afwerken van randen moet de rechter uitslag van de steek dichtbij de stofrand liggen.
11.11. Knoopsgaten
TIP
Om de passende steeklengte te vinden wordt aangeraden om een proefknoopsgat op een lapje te maken.
Persvoet: Knoopsgatvoet
Programma: Knoopsgatprogramma's
Steeklengte: 0,5 tot 1
Zet de voet en de naald in de hoogste stand.
▶ Vervang de voet door de knoopsgatvoet.
Lees hiervoor hoofdstuk "12.2. Verwijderen en inzetten van de persvoet" op pagina 135.
- Markeer op de stof waar het knoopsgat genaaid moet worden en de gewenste knoopsgatlengte; gebruik een potlood of kleermakerskrijt.


Stel de knoopsgatvoet zodanig in dat de slede aan de achterkant van het knoopsgat is uitgelijnd.
▶ Geleid de bovendraad door de opening van de knoopsgatvoet en trek de boven- en onderdraad naar links.
11.11.1. Werkwijze
Kies op de programmakeuzeschakelaar het programma voor de linkerrups.
▶ Laat de voet zakken en naai langzaam totdat de gewenste lengte van de zijrups is bereikt.
Zet daarna de naald in de hoogste stand en wissel naar het programma voor het onderste rups.
▶ Naai daarna een paar steken van de onderste rups.
Zet de naald weer in de hoogste stand en wissel naar het programma voor de rechterrups.

▶ Naai dan de rechter zijrups op precies dezelfde lengte als links.
Zet de naald in de hoogste stand en kies opnieuw het programma voor de bovenste rups.

Naai dan, net als bij de onderste rups, ook het bovenste rups met een paar steken.
Als afsluiting is het aan te bevelen de steeklengte op "0" te zetten en nog een paar steken te naaien waardoor de draden beter verbonden worden en het knoopsgat minder snel rafelt.
▶ Snij tot slot met het meegeleverde tornmesje de stof tussen de rupsen open. Ga daarbij zeer voorzichtig te werk om de rupsen niet te beschadigen.
TIP
Om het doorsnijden van de bovenste rups te voorkomen is het raadzaam daarvoor een speld door te stof te steken.

11.11.2. Knoopsgaten met garenversterking
Bij knoopgaten die aan grotere belastingen worden blootgesteld is het zinvol het knoopsgat met een draad (haak-, meeloop- of knoopsgatgaren) te versterken.
TIP
Gebruik voor knoopsgaten met meeloopgaren alleen de knoops-gatprogramma's met rechte uiteinden.
▶ Snijd een eind meeloopgaren dat is aangepast aan de grootte van het knoopsgat af en leg dat om de knoopsgatvoet heen.
Haak het garen in de doorn achter aan de persvoet en leid het garen vervolgens naar voren en knoop het vast aan de voorste doorn.
Naai het knoopsgat op de gebruikelijke manier. Let er daarbij op dat de steken meeloopgaren volledig omsluiten.





Als het knoopsgatprogramma beëindigd is, haalt u het naai-goed uit de naaimachine en snijdt u de uitstekende uiteinden van het meeloopgaren dicht bij het naaiwerk af.
TIP
Het gebruik van meeloopgaren vereist enige oefening. Maak enkele knoopsgaten op een oefenlapje om de procedure te leren.
11.12. Knopen en oogjes aannaaien
Met de knoopsgatvoet kunnen moeiteloos knopen, haakjes en oogjes worden aangenaaid.
Gebruik de stopplaat om stoftransport te voorkomen.
Persvoet: Voet voor aannaaien van knopen
Programma: C ||||B
Steeklengte: 0


Laat de persvoethendel zakken en plaats daarbij de knoop zo tussen stof en persvoet dat de steek in de gaten van de knoop valt, zoals op de afbeelding te zien is.
▶ Controleer de juiste positie van de knoop door het handwiel te draaien. De naald moet precies in de gaten van de knoop steken om beschadiging van de naald te vermijden.
Tussen programma's B en C bevinden zich vijf verschillende steekbreedten voor de verschillende knoopsgatafstanden.
▶ Naai op lagere snelheid 6 tot 7 steken per gat.
Bij knopen met vier gaten wordt de stof met de knoop verschoven. Dan worden ook in de andere gaten 6 tot 7 steken genaaid.
Na het verwijderen van de stof voert u de ruim afgesneden bo- vendraad naar de onderkant van de stof en knoopt u deze ver- volgens vast aan de onderdraad.

11.12.1. Knopen met steel aannaaien
Bij zware materialen is vaak een knoopsteel nodig.
Leg een naald of, bij een zwaardere steel, een lucifer (A) op de knoop en ga daarna op dezelfde manier te werk als bij het aannaaien van een normale knoop.
Haal uw naaiwerk na ca. 10 steken uit de machine.
▶ Trek de naald of de lucifer uit het naaiwerk.
Laat de bovendraad iets langer en snij de bovendraad af.
Rijg de bovendraad door de knoop en wikkel deze enkele keren om de steel die hierbij ontstaat. Voer de bovendraad vervolgens naar de onderkant van de stof en knoop het aan de onderdraad vast.
11.13.Ritssluitingeninnaaien
Persvoet:....Ritsvoet
Programma: A
Steeklengte: 1 tot 4
Steekbreedte: 0
Afhankelijk van welke zijde van de rits die u naait moet de persvoet altijd op de stof drukken.
Daarom wordt de persvoet op de linkerkant of de rechterkant bevestigd, niet in het midden zoals alle andere voeten.
Zet de persvoet en de naald in de hoogste stand om de persvoet te verwisselen.
▶ Speld de ritssluiting op de stof en leg het werkstuk in de juiste positie onder de voet.
- Om de rechterkant van de ritssluiting te naaien zet u de ritsvoet zo dat de naald aan de linkerzijde naait.
Naai op de rechterkant van de ritssluiting waarbij de naad zo dicht mogelijk tegen de tanden aan moet komen.
Naai de ritssluiting zo'n 0,5 centimeter onder de tanden met een lipje vast.
- Om de linkerkant van de ritssluiting te naaien wisselt u de stand van de voet op de persvoethouder.
▶ Naai op dezelfde manier als op de rechterkant van de ritssluiting.
▶ Voordat de voet bij de trekker van de rits komt heft u de voet en opent u de ritssluiting terwijl de naald daarbij in de stof blijft.
11.13.1. Koorden innaaien
Met de ritsvoet kunt u ook gemakkelijk koorden innaaien, zoals afgebeeld.
▶ Sla de stof eenmaal om zodat er een holle zoom voor het koord wordt gevormd en naai dan langs het koord; daarbij moet de ritsvoet achter het koord komen.



11.14.1.Stopplaatmonteren
Bij verschillende naaiwerkzaamheden, bv. het aannaaien van knopen, haken, oogjes en voor het stoppen en borduren moet er geen automatisch transport van het naaiwerk plaatsvinden maar moet u het transport van de stof zelf kunnen regelen.
In deze gevallen moet u de meegeleverde stopplaat monteren.
Haal de persvoethendel omhoog en zet de naald door het draaien van het handwiel in de hoogste stand.
Druk dan de beide pennen de van de stopplaat in de open-ningen van de steekplaat (24) tot ze inklikken, zoals weergegeven op de afbeelding hiernaast.
Om de stopplaat weer te verwijderen, hoeft u alleen de hoeken op te lichten.
11.14.2. Stoppen
▶ Verwijder de persvoethouder en kies de normale onderdraadspanning.
De bovendraadspanning moet iets lager zijn dan normaal.
Persvoet: ...... geen persvoet
Programma:....A
Steeklengte: 1 tot 4
Zo nodig kunt u onder de beschadigde plaats nog een stuk stof leggen.
Leg het te herstellen stuk onder de naald en laat de persvoethendel zakken zodat de draadspanning actief wordt.
- Door de stof langzaam met de hand voor- en achteruit te schuiven, begint u langzaam te naaien.
Herhaal deze werkwijze tot de beschadigde plaats goed bezet is met parallel verlopende steken.
- Zo nodig kan er daarna nog, net als bij het stoppen met de hand, in de dwarsrichting gestopt worden.
TIP
Tijdens het stoppen moet de stof goed gespannen zijn. Als de beschadigde plek groot is, is het raadzaam, het naaiwerk in een borduurraam (in de vakhandel verkrijgbaar) te spannen.


Persvoet:....Standaardvoet
Programma:....A
Steeklengte: 4
Verminder de bovendraadspanning (zie Pagina 117) zodanig dat de onderdraad los aan de achterkant van de stof ligt en wordt omstrengeld door de bovendraad.
Naai een of meer rijen steken. Snijd de draden niet direct aan het stuk stof af maar laat de uiteinden van de draden ca. 10 centimeter uitsteken.

Leg nu aan het begin van elke rij een knop in de boven- en onderdraad.
Houd de stof vast aan de kant met de knoop en trek aan de andere kant een of meer onderdraden gelijktijdig strak. Schuif de stof nu langs de onderdraad over elkaar. Als de stof over de gewenste breedte is geplooid, knoopt u de boven en onderdraden aan de tweede kant vast.
▶ Verdeel de plooien gelijkmatig.
Naai de plooien met een of meer rechte naden vast. Hiervoor kan ook de smoksteek worden gebruikt.
11.16. Naaien met tweelingnaald
De tweelingnaald is verkrijgbaar in de goede vakhandel. Let er bij aanschaf op dat de afstand tussen de beide naalden niet groter is dan 4 mm.
Met de tweelingnaald kunnen bijzonder fraaie tweekleurige patronen worden gemaakt als u voor het naaien garens met verschillende kleuren gebruikt.
Persvoet: ...... Standaardvoet
Programma: A tot L
Steeklengte: 1 tot 4

LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
Door gebruik van een verkeerd naaiprogramma kan de tweelingnaald verbogen raken of breken.
- Gebruik de tweelingnaald uitsluitend in het hier aangegeven programma.
Zet de tweelingnaald op dezelfde manier in als een enkele naald (zie Pagina 134).

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 A B▶ Trek beide klospennen (5) naar boven uit de machine, totdat deze hoorbaar vastklikken.
Zet twee even volle draadklossen op de klospennen.
Rijg nu de draden van de voorste draadklos in zoals beschreven in hoofdstuk "9.6. Inrijgen van bovendraad" op pagina 112, tot aan de draadgeleiding (16).
- Zoals op de afbeelding hiernaast te zien is, bevat de draadgeleiding een oog (B) voor de draad bij tweelingnaalden. Voer de draad hier doorheen.
▶ Ga nu weer te werk zoals beschreven voor enkele draden en rijg de draad in de rechternaald in (8).
Rijg de draad van de achterste klospen in zoals beschreven in hoofdstuk "9.6. Inrijgen van bovendraad" op pagina 112 en eindig in de rechternaald.
LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
Bij het naaien van een hoek met de tweelingnaald kan deze verbogen raken of breken.
- Til de naald altijd uit de stof.

11.17. Naaien op de vrije arm
Met de vrije arm kunt u eenvoudiger ronde vormen stof naaien, zoals mouwen en broekspijpen.
U kunt van uw naaimachine eenvoudig een vrije arm machine maken door het afneembare werkblad met het accessoirevakje (14) van de naaimachine te verwijderen.
De vrije arm is vooral handig bij de volgende naaiwerkzaamheden:
- Herstellen van ellebogen en knieën van kleding.
- mouwen naaien, vooral bij kleinere kledingstukken,
- Applicaties, borduren of zomen van randen, manchetten of broekspijpen.
- Naaien van elastische taillebanden aan rokken of broeken.
12. Onderhoud, verzorging en reiniging
VOORZICHTIG!
Gevaar voor letsel!
Er bestaat gevaar voor letsel door onopzettelijke bediening van het pedaal.
▶ Schakel, als u klaar bent, of vóór onderhoud, altijd de machine uit en trek de stekker uit het stopcontact.
12.1. Vervangen van de naald

Draai het handwiel (8) naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat.
Draai de naaldklemschroef (21) los door de schroef (rechtsom) naar u toe te draaien.
▶ Verwijder de naald uit de naaldhouder.
Zet de nieuwe naald met de vlakke kant naar achteren in. Schuif de naald tot de aanslag naar boven.
▶ Draai de naaldklemschroef (linksom) weer vast.


OPMERKING!
Naalden zijn verkrijgbaar in de vakhandel.
Verdere informatie over typen en diktes vindt u in het hoofdstuk "14.1. Stof-, garen- en naaldentabel" op pagina 142.
12.2. Verwijderen en inzetten van de persvoet
12.2.1. Verwijderen
Draai het handwiel naar u toe tot de naald in de hoogste stand staat.
- Til de persvoet (26) omhoog door de persvoethendel (20) in de hoogste positie te plaatsen.
▶ Door op de persvoetontgrendeling (22) achter de persvoethouder te drukken, valt de persvoet naar beneden.

Plaats de persvoet zodanig, dat de pen van de voet precies onder de opening van de voetklem komt te liggen.
▶ Laat de persvoethendel zakken. De persvoet valt dan automatisch in de juiste positie.
Druk vervolgens nog de persvoetontgrendeling naar boven.
▶ Verwijderen en inzetten van de persvoethouder

De persvoethouder hoeft niet verwijderd te worden tenzij u wilt stoppen, borduren of ruimte nodig hebt voor het reinigen van de transporteur (25).
12.2.3. Verwijderen
Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien en de persvoethendel omhoog te halen.
▶ Verwijder de voet van de persvoethouder en draai de persvoetklemschroef (27) los met de meegeleverde schroevendraaier.
12.2.4. Plaatsen
Zet de naald in de hoogste stand door het handwiel naar u toe te draaien en de persvoethendel omhoog te halen.
Druk de persvoethouder bij het inzetten zover mogelijk naar boven en draai de klemschroef van de persvoet vast met de meegeleverde schroevendraaier.
12.3. Onderhoud van de naaimachine
De naaimachine is een fijnmechanisch apparaat en heeft regelmatig onderhoud nodig om goed te blijven werken.
Dit onderhoud kunt u zelf uitvoeren.
Het onderhoud omvat vooral: Reinigen en smeren.

OPMERKING!
Gebruik voor het smeren alleen speciale naaimachineolie van de beste kwaliteit omdat andere soorten olie niet geschikt zijn.
Let er op dat er na het smeren restjes olie in de machine aanwezig kunnen zijn. Deze ruimt u op door een paar steken te naai- en op een restje stof. Op die manier voorkomt u dat uw naaiwerk door olieresten vervuild wordt.
12.3.1. Reinigen van de behuizing en het pedaal
Trek de stekker uit het stopcontact voordat u de machine gaat reinigen.
Voor de reiniging van behuizing en pedaal gebruikt u een droge, zachte doek. Gebruik geen chemische oplos- en schoonmaak-middelen. Deze kunnen het oppervlak en/of de opschriften van de machine beschadigen.
Het is nodig de tanden van de stoftransporteur altijd schoon te houden om verzekerd te zijn van probleemloos naaien.
▶ Verwijder de naald en de persvoet (zie Pagina 134 ev.).
Draai de schroeven van de steekplaat los en verwijder de plaat van de machine.

Verwijder stof en draadrestjes met het borsteltje van de tanden van de stoftransporteur.
Zet de steekplaat weer terug.
12.3.3. Reinigen en smeren van het spoelhuis
Zet de naald in de hoogste stand omdat de grijper anders niet uitgenomen kan worden.
▶ Verwijder het spoelhuis.
Draai de klikhendels naar buiten, zoals aangegeven
▶ Verwijder de grijperbaanring.
▶ Verwijder de grijper door de nok in het midden van de grijper vast te houden.
Verwijder alle vuildeeltjes uit de grijperbaanring van de grijperbaan en smeer de delen met een lapje.
Doe een tot twee druppels olie op de spoelgrijperbaan, zoals op de afbeelding is weergegeven.
Plaats de grijper terug door de nok in het midden van de grijper vast te houden.

Plaats de grijperbaanring terug.
Draai de klikhendels naar binnen, zoals aangegeven.
▶ Breng tot slot ook het spoelhuis weer aan.

TIP
Afhankelijk van het gebruik van de machine moet dit deel van de machine vaker worden gesmeerd.
12.4. Smeren van de machi ne

OPMERKING!
Uw naaimachine is in de fabriek al gesmeerd en gereed voor gebruik.
12.4.1. Smeren van de machine achter de voorklep
▶ Verwijder de schroefafdekking (A).

text_image
A B CDraai de schroef (B) van de voorklep los.
▶ Trek de voorklep (C) naar links los.

▶ Vóór het smeren moeten deze delen gereinigd worden.
De te smeren delen zijn op de afbeelding hiernaast met pijlen aangegeven.
▶ Breng een of twee druppels goede naaimachineolie op deze plaatsen aan.
OPMERKING!
Als de machine niet goed loopt nadat hij langere tijd niet meer gebruikt is laat u de gesmeerde machine met een gesloten voorklep ongeveer een minuut lang snel draaien.
Vergeet niet om eerst een restje stof te naaien om eventueel vrijkomende olie op te nemen.

TIP
Afhankelijk van het gebruik van de machine moet dit deel van de machine vaker worden gesmeerd.

13. Opmerkingen voor de servicetechnicus
13.1. V-snaar spannen

LET OP!
Gevaar voor beschadiging!
Een hoge of te lage spanning van de V-snaar kan tot beschadiging van de motor of de machine leiden.
▶ Laat het spannen van de V-snaar uitsluitend uitvoeren door een geschikte reparatiedienst.
Draai de schroef aan de onderkant van de machine los.

▶ Open de afdekking aan de zijkant.
Draai beide, op de afbeelding hiernaast gemarkeerde schroeven elk met één slag vast.
- Het motorblok kan nu naar boven of naar beneden worden verplaatst om de spanning te verlagen of te verhogen.
Let er daarbij op dat de V-snaar een speling van 10 mm (of 3/8") moet hebben.
▶ Draai nu beide schroeven weer vast.
▶ Sluit de apparaatafdekking aan de zijkant en schroef deze weer vast.
14. Storingen
Lees in geval van storingen in deze handleiding na of u alle aanwijzingen correct in acht heeft genomen.
Neem pas contact op met onze Klantenservice als geen van de genoemde oplossingen helpt.
| Storing Oorzaak Pagina | ||
| De machine loopt niet soepel | De machine moet gesmeerd worden Pagina 136 | |
| Stof en garen in de grijperbaan | Pagina 136 ev. | |
| Er bevinden zich stofresten op de tanden van de stoftransporteur | Pagina 136 | |
| Er is verkeerde olie gebruikt waardoor de machine verstopt is geraakt | Pagina 134 ev. | |
| De bovendraad breekt | De bovendraad is niet goed ingeregen Pagina 112 | |
| De draadspanning is te hoog Pagina 117 | ||
| De naald is verbogen of stomp | Pagina 119 / 41 | |
| De dikte van het garen past niet bij de naald Pagina 142 | ||
| De naald is niet goed ingezet Pagina 134 | ||
| De stof is op het einde van de naad niet naar achteren doorgetrokken | Pagina 120 | |
| Naaldplaat, spoel of persvoet zijn beschadigd | ||
| De onderdraad breekt | De onderdraad raakt verward door een niet goed opgespoelde spoel | Pagina 110 |
| De onderdraad loopt niet onder de spanveer van het spoelhuis door | Pagina 111 | |
| De naald breekt | De naald is verkeerd ingezet Pagina 134 | |
| De naald is verbogen | Pagina 119 & 134 | |
| De naald is te dun Pagina 142 | ||
| Tijdens het naaien wordt er aan de stof getrokken | Pagina 119 | |
| Een knoop in de draad Pagina 112 | ||
| De bovendraad is verkeerd ingeregen Pagina 112 | ||
| De machine laat steken vallen | De naald is verkeerd ingezet Pagina 134 | |
| De bovendraad is verkeerd ingeregen Pagina 112 | ||
| De naald en/of de draad past niet bij de stof Pagina 142 | ||
| De stof is te zwaar of te hard Pagina 142 | ||
| Tijdens het naaien wordt er aan de stof getrokken. | Pagina 119 | |
| Samentrekken of rimpelen van de naad | De bovendraadspanning is te hoog Pagina 117 | |
| De machine is verkeerd ingeregen Pagina 112 | ||
| De naald is te dik voor de stof Pagina 142 | ||
| De draad vormt lussen | De draadspanning is niet goed ingesteld Pagina | 117 |
| De bovendraad is niet goed ingeregen en/of de onderdraad is niet goed opgespoeld | Pagina 110 | |
| De dikte van het garen past niet bij de stof Pagina 142 | ||
| De stof loopt onregelmatig door | De steeklengte staat op "0" Pagina 121 | |
| Garenresten in de grijperbaan Pagina 136 | ||
| De machine loopt niet | De naaimachine is niet goed aangesloten of het stopcontact levert geen stroom | Pagina 108 |
| Garenresten in de grijperbaan Pagina 136 | ||
14.1. Stof-, garen- en naaldentabel
In het algemeen worden fijne garens en naalden gebruikt voor het naaien van dunne stoffen en dikkere garens en naalden voor zwaardere stoffen. Test altijd de garen- en naalddikte op een proeflapje van de stof die u wilt naaien. Gebruik hetzelfde garen voor naald en spoel. Als u op fijne of synthetische stof stretchnaden naait, moet u daarvoor naalden gebruiken met een blauwe schacht (in de vakhandel verkrijgbaar). Deze voorkomen het uitvallen van steken.
| Stofsoort Garen | Naald | ||
| Zeer lichte stoffen | chiffon, georgette, fijn kant, organza, netstof, tulle | 50Synthetisch, zij-de | 65 |
| Lichte stoffen | Batist, voile, nylon, satijn, licht linnen | 80Katoen | 65 |
| Zijde, crêpe de chine; crêpe sheer | 50Zijde, synthetisch | ||
| Jersey, badstof, tricot | 60Synthetisch | ||
| Wildleer | 80Katoen | 75(Leer- of jeans-naald) | |
| Middelzware stoffen | Flanel, velours, fluweel, mousseline, po-peline, linnen, wol, vilt, badstof, gabar-dine | 60 - 80Katoen, zijde | 75 - 90 |
| Gebreide stof, stretch, tricot | 60Synthetisch | 90 | |
| Leer, vinyl, wildleer | 80Katoen | 90(Leer- of jeans-naald) | |
| Stofsoort Garen Naald | |||
| Zware stoffen | Jeansstof, jassenstof | 50Katoen | 100Jersey |
| 50Synthetisch | |||
| Wol, tweed | 50Zijde | ||
| Zeer zware stoffen | Canvas, zeildoek, meubelstof | 80 - 100Katoen | 100 |
14.2. Handige naaitips
14.2.1. Naaien van dunne en lichte stoffen
Bij lichte en dunne stoffen kan er golfvorming optreden omdat deze stoffen niet altijd gelijkmatig door de transporteur worden doorgevoerd.
Leg bij het naaien van deze soorten stof een stikvlies (in de vakhandel verkrijgbaar) of een stuk zijdepapier onder het naaigoed om onregelmatig transport te verhinderen.
14.2.2. Naaien van elastische stoffen
Elastische stoffen kunnen gemakkelijker worden verwerkt als u de lappen stof eerst met rijg- of hechtgaren aan elkaar naait en deze vervolgens zonder het materiaal op te rekken met kleine ste- ken aan elkaar naait.
Goede resultaten kunnen eveneens worden verkregen door met speciaal garen voor breigoed en elastische steken te naaien.
15. De programmakeuze
15.1. Steekprogramma's
In de onderstaande tabel ziet u alle steekpatronen en het bijbehorende programmanummer.
| Programma-nummer | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | |
| Steekpatroon | ||||||||||||
| Programma-nummer | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | |
| Steekpatroon |
*Bij dit steekpatroon is tevens de instelling "SS" voor stretchsteken vereist.


16. Afvoer
VERPAKKING
Uw naaimachine is verpakt ter bescherming tegen schade bij het transport. Verpakkingen zijn grondstoffen en kunnen worden hergebruikt of terug worden gebracht in de grondstoffenkring-loop.
APPARAAT
Voer uw naaimachine aan het einde van de levensduur in geen geval af als gewoon huisvuil. Informeer bij uw gemeente hoe u het apparaat milieubewust en correct kunt afvoeren.
Nominaal vermogen: 62 W
Motor: 60 W
Lamp: 2 W
Pedaal:
Type: HKT72C
Nominale spanning: 200-240 V\~ 50 Hz - 0,5 A
Technische wijzigingen voorbehouden!
17.1. Symbolen op het typeplaatje en het apparaat/de netadapter
![]() | Veiligheidsklasse IIElektrische apparaten van veiligheidsklasse II zijn elektrische apparaten die volledig zijn omgeven met dubbele en/of versterkte isolatie en geen aansluitmogelijkheden voor een aarddraad hebben. De behuizing van een elektrisch apparaat van veiligheidsklasse II dat volledig door isolatiemateriaal is omgeven kan gedeeltelijk of volledig de extra of versterkte isolatie vormen. |
![]() | Gebruik in binnenruimtenApparaten met dit symbool zijn uitsluitend geschikt voor gebruik in binnenruimten. |
18. Colofon
Copyright © 2017
Uitgave: 27.04.2017
Alle rechten voorbehouden.
Deze handleiding is auteursrechtelijk beschermd.
Vermenigvuldiging in mechanische, elektronische of enige andere vorm zonder schriftelijke toestemming van de fabrikant is verboden.
Het copyright berust bij de firma:
Medion AG
Am Zehnthof 77
45307 Essen
Duitsland
Technische wijzigingen voorbehouden.
De handleiding is via de Service Hotline te bestellen en is via het serviceportal beschikbaar voor download.
U kunt ook de bovenstaande QR-code scannen en de handleiding via het serviceportal naar uw mobiele toestel downloaden.
| URL QR Code | ||
| NL www.medion.com/nl/service/start/ | ![]() | |
| BE www.medion.com/be/nl/service/start/ | ![]() | |
| LUX www.medion.com/lu/fr/ | ![]() | |
19. Index
A
Aanschuifblad ....108, 111, 133
Accessoirevak 109
Achterwaarts naaien ....120
Afsnijden van de draad ....120
B
Blinde steek 123
Borduren....130
Bovendraadgeleiding 114
Bovendraadspanning ....117
D
Draadspanning....117, 130
E
Functie voor automatisch inrijgen van de
naald 114
G
Gesloten overlocksteek 125
Grijper....137
Grijperbaan....137
Grijperbaanring 112, 137, 138
H
Handwiel 111
|
Inrijgen van bovendraad 112
Inrijgen van spoelhuis ....111
J
Juiste naad 118
K
Knoopsgat....126
Knoopsgaten met garenversterking ....127
Knoopsgatvoet....126
Knopen en oogjes aannaaien ....128
Knopen met steel aannaaien ....128
Koorden innaaien 129
N
Naaien met tweelingnaald 132
Naaitips 143
Naaien van dunne en lichte stoffen .....143
Naaien van elastische stoffen ....143
0
Omwisselen van naairichting ....120
Onderdraadspanning ....130
Onzuivere naden 118
Ophalen van de onderdraad ....116
Opnaaien van elastiek ....124
Opwinden van onderdraadspoel ....110
P
Pedaal....108
Persvoet 111,135
Persvoethouder....129, 130, 135
Persvoet omhoog en omlaag bewegen .....120
Plaatsen van een klosje garen ....109
Programmakeuzeschakelaar....121
R
Rechte steek 122
Regelen van de naaisnelheid ....108
Rimpelen 129
Ritssluitingen innaaien 129
Ritsvoet 129
s
Satijnsteek....123
Selecteren van de juiste naald ....119
Smeren 137,138
Smoksteek....125
Soorten steken instellen ....122
Spoelhuis....137
Steekprogramma's....143
Stoppen 130
Stopplaat....130
T
Transporteur....136
v
Veiligheidsinstructies....105
Verwijderen van spoelhuis ....111
V-snaar spannen 140
z
Zigzagsteek 122











