PKS 40 - Cirkelzaag BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PKS 40 BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PKS 40 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Cirkelzaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PKS 40 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PKS 40 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING PKS 40 BOSCH
Nederlands ...... Pagina 76
Dansk .... Side 87
Svenska.... Sida 97
Norsk....Side 107
Suomi .... Sivu 117
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen
! WAARSCHUWING
Lees alle veiligheids-waarschuwingen en al-
le voorschriften. Als de waarschuwingen en voorschriften niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle waarschuwingen en voorschriften voor toekomstig gebruik.
Het in de waarschuwingen gebruikte begrip „elektrisch gereedschap” heeft betrekking op elektrische gereedschappen voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer) en op elektrische gereedschappen voor gebruik met een accu (zonder netsnoer).
1) Veiligheid van de werkomgeving
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden.
b) Werk met het elektrische gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
2) Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde elektrische gereedschappen. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok.
b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is.
c) Houd het gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektrische gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok.
d) Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het elektrische gereedschap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapde- len. Beschadigde of in de war geraakte ka- bels vergroten het risico van een elektri- sche schok.
e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok.
f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok.
3) Veiligheid van personen
a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het elektrische gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden.
b) Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Draag altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmasker, slipvaste werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert het risico van verwondingen.
c) Voorkom per ongeluk inschakelen. Controleer dat het elektrische gereedschap uitgeschakeld is voordat u de stekker in het stopcontact steekt of de accu aansluit en voordat u het gereedschap oppakt of draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden.
d) Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een instelgereedschap of sleutel in een draaiend deel van het gereedschap kan tot verwondingen leiden.
e) Voorkom een onevenwichtige lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, lange haren en sieraden kunnen door bewegende delen worden meegenomen.
g) Wanneer stofafzuigings- of stofopvang-
voorzieningen kunnen worden gemon-
teerd, dient u zich ervan te verzekeren
dat deze zijn aangesloten en juist wor-
den gebruikt. Het gebruik van een stofaf-
zuiging beperkt het gevaar door stof.
4) Zorgvuldige omgang met en zorgvuldig gebruik van elektrische gereedschappen
a) Overbelast het gereedschap niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact of neem de accu uit het elektrische gereedschap voordat u het gereedschap instelt, toebehoren wisselt of het gereedschap weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het elektrische gereedschap.
d) Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen buiten bereik van kinderen. Laat het gereedschap niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt.
e) Verzorg het elektrische gereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende delen van het gereedschap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het elektrische gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat deze beschadigde onderdelen voor het gebruik repareren. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrische gereedschappen.
f) Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijdende inzetgereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden.


78 | Nederlands
g) Gebruik elektrisch gereedschap, toebehoren, inzetgereedschappen en dergelijke volgens deze aanwijzingen. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrische gereedschappen voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
5) Service
a) Laat het elektrische gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vak-kundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft.
Gereedschapspecifieke veiligheidsvoorschriften
▶ GEVAAR: Houd uw handen uit de buurt van de zaagomgeving en het zaagblad. Houd met uw andere hand de extra handgreep of het motorhuis vast. Als u de zaagmachine met beide handen vasthoudt, kunnen uw handen niet door het zaagblad verwond worden.
▶ Grijp niet onder het werkstuk. De beschermkap kan u onder het werkstuk niet tegen het zaagblad beschermen.
▶ Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werkstuk aan. Er dient minder dan een volledige tandhoogte onder het werkstuk zichtbaar te zijn.
Houdt het te zagen werkstuk nooit in uw hand of op uw been vast. Zet het werkstuk in een stabiele opname vast. Het is belangrijk om het werkstuk goed te bevestigen, om het gevaar van contact met het lichaam, vastklemmen van het zaagblad of verlies van de controle te minimaliseren.
Houd het elektrische gereedschap alleen vast aan de geïsoleerde greepvlakken als u werkzaamheden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen of de eigen netkabel kan raken. Contact met een onder spanning staande leiding zet ook de metalen delen van het elektrische gereedschap onder spanning en leidt tot een elektrische schok.
- Gebruik bij het schulpen altijd een aanslag of een rechte randgeleiding. Dit verbetert de zaagnauwkeurigheid en verkleint de mogelijkheid dat het zaagblad vastklemt.
- Gebruik altijd zaagbladen met de juiste maat en met een passende vorm van het opnameboorgat (bijv. stervormig of rond). Zaagbladen die niet bij de montagedelen van de zaagmachine passen, lopen niet rond en leiden tot het verliezen van de controle.
- Gebruik nooit beschadigde of verkeerde onderlegringen of schroeven voor het zaagblad. De onderlegringen en schroeven voor het zaagblad zijn speciaal geconstrueerd voor deze zaagmachine, voor optimaal vermogen en optimale bedrijfszekerheid.
Oorzaken en voorkoming van een terugslag:
- Een terugslag is de plotselinge reactie als gevolg van een vasthakend, vastklemmend of verkeerd gericht zaagblad. Deze reactie leidt ertoe dat een ongecontroleerde zaagmachine uit het werkstuk omhoogkomt en in de richting van de bedienende persoon beweegt.
- Als het zaagblad in de zich sluitende zaaggroef vasthaakt of vastklemt, wordt het geblokkeerd en slaat de motorkracht de zaagmachine in de richting van de bedienende persoon terug.
- Als het zaagblad in de zaagopening wordt gedraaid of verkeerd wordt gericht, kunnen de tanden van de achterste zaagbladrand in het oppervlak van het werkstuk vasthaken, waardoor het zaagblad uit de zaagopening beweegt en achteruitspringt in de richting van de bedienende persoon.
Een terugslag is het gevolg van het verkeerd gebruik of onjuiste gebruiksomstandigheden van de zaagmachine. Terugslag kan worden voorkomen door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hieronder beschreven.
Houd de zaagmachine met beide handen vast en breng uw armen in een stand waarin u de terugslagkrachten kunt opvangen. Blijf altijd opzij van het zaagblad en breng het zaagblad nooit op één lijn met uw lichaam. Bij een terugslag kan de zaagmachine naar achteren springen. De bedienende persoon kan de terugslagkrachten echter door geschikte voorzorgsmaatregelen beheersen.
Als het zaagblad vastklemt of als u de werkzaamheden onderbreekt, schakelt u de zaagmachine uit en houdt u deze rustig in het werkstuk totdat het zaagblad tot stilstand is gekomen. Probeer nooit om de zaagmachine uit het werkstuk te verwijderen of de machine achteruit te trekken zo- lang het zaagblad beweegt. Anders kan er een terugslag optreden. Stel de oorzaak van het vastklemmen van het zaagblad vast en maak deze ongedaan.
Als u een zaagmachine die in het werkstuk steekt weer wilt starten, centreert u het zaagblad in de zaaggioef en controleert u of de zaagtanden niet in het werkstuk zijn vastgehaakt. Als het zaagblad vastklemt, kan het uit het werkstuk bewegen of een terug-slag veroorzaken wanneer de zaagmachine opnieuw wordt gestart.
▶ Ondersteun grote platen om het risico van een terugslag door een vastklemmend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen onder hun eigen gewicht doorbuigen. Platen moeten aan beide zijden worden ondersteund, zowel in de buurt van de zaagopening als aan de rand.
- Gebruik geen stompe of beschadigde zaagbladen. Zaagbladen met stompe of verkeerd gerichte tanden veroorzaken door een te nauwe zaagopening een verhoogde wrijving, vastklemmen van het zaagblad of terugslag.
Draai voor het begin van de zaagwerkzaamheden de instellingen voor de zaagdiepte en de zaaghoek vast. Als de instellingen tijdens het zagen veranderen, kan het zaagblad vastklemmen en kan er een terugslag optreden.
▶ Wees bijzonder voorzichtig bij „invallend zagen” in bestaande muren of andere plaatsen zonder voldoende zicht. Het invallende zaagblad kan bij het zagen in niet-zichtbare voorwerpen blokkeren en een terugslag veroorzaken.
- Controleer voor elk gebruik of de onderste beschermkap correct sluit. Gebruik de zaagmachine niet als de onderste beschermkap niet vrij kan bewegen en niet onmiddellijk sluit. Klem of bind de onderste beschermkap nooit in de geopende stand vast. Als de zaagmachine op de vloer valt, kan de onderste beschermkap verbogen worden. Open de beschermkap met de terugtrekhendel en controleer dat de kap vrij beweegt en dat deze bij alle zaaghoeken en zaagdiepten het zaagblad of andere delen niet aanraakt.
▶ Controleer de functie van de veer voor de onderste beschermkap. Als de onderste beschermkap en de veer niet correct werken, dient u de zaagmachine te laten repareren voordat u deze gebruikt. Beschadigde de- len, plakkende aanslag of ophoping van spanen laten de onderste beschermkap vertraagd werken.
▶ Open de onderste beschermkap alleen met de hand bij bijzondere zaagwerkzaamheden, zoals invallend zagen en haaks zagen. Open de onderste beschermkap met de terugtrekhendel en laat deze los zodra het zaagblad in het werkstuk is ingevallen. Bij alle andere zaagwerkzaamheden moet de onderste beschermkap automatisch werken.
Leg de zaagmachine niet op de werkbank of op de vloer zonder dat de onderste beschermkap het zaagblad bedekt. Een onbeschermd uitlopend zaagblad beweegt de zaagmachine tegen de zaagrichting en zaagt wat er in de weg komt. Let op de uitlooptijd van de zaagmachine.


80 | Nederlands
- Gebruik een spouwmes dat bij het ingezette zaagblad past. Het spouwmes moet dikker zijn dan het zaagblad, maar dunner dan de tandbreedte van het blad.
Stel het spouwmes in zoals in de gebruiksaanwijzing beschreven. Verkeerde dikte, positie en richting kunnen er de oorzaak van zijn dat het spouwmes een terugslag niet effectief voorkomt. - Gebruik altijd het spouwmes, behalve bij in-vallend zagen. Monteer het spouwmes na het invallend zagen weer. Het spouwmes stoort bij invallend zagen en kan een terug-slag veroorzaken.
- Het spouwmes moet zich in de zaagopening bevinden om goed te kunnen werken. Bij kort zagen is het spouwmes niet werkzaam om een terugslag te voorkomen.
- Gebruik de zaagmachine niet met een verbogen spouwmes. Reeds een geringe storing kan het sluiten van de beschermkap verlangzamen.
▶ Grijp niet met uw handen in de spaanafvoer. U kunt zich aan ronddraaiende delen verwonden.
▶ Werk met de zaagmachine niet boven uw hoofd. Zo heeft u geen voldoende controle over het elektrische gereedschap. - Gebruik een geschikt detectieapparaat om verborgen stroom-, gas- of waterleidingen op te sporen of raadpleeg het plaatselijke energie- of waterleidingbedrijf. Contact met elektrische leidingen kan tot brand of een elektrische schok leiden. Beschadiging van een gasleiding kan tot een explosie leiden. Breuk van een waterleiding veroorzaakt materiële schade en kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het elektrische gereedschap niet stationair. Het is niet geconstrueerd voor gebruik met een zaagtafel.
- Gebruik geen zaagbladen van HSS-staal. Dergelijke zaagbladen kunnen gemakkelijk breken.
▶ Zaag geen ijzermetaal. Gloeiende spanen kunnen de stofafzuiging doen ontbranden.
Houd het elektrische gereedschap tijdens de werkzaamheden stevig met beide handen vast en zorg ervoor dat u stevig staat. Het elektrische gereedschap wordt met twee handen veiliger geleid.
Zet het werkstuk vast. Een met spanvoorzieningen of een bankschroef vastgehouden werkstuk wordt beter vastgehouden dan u met uw hand kunt doen.
Wacht tot het elektrische gereedschap tot stilstand is gekomen voordat u het neerlegt. Het inzetgereedschap kan vasthaken en dit kan tot het verlies van de controle over het elektrische gereedschap leiden.
- Gebruik het elektrische gereedschap niet met een beschadigde kabel. Raak de beschadigde kabel niet aan en trek de stekker uit het stopcontact als de kabel tijdens de werkzaamheden wordt beschadigd. Beschadigde kabels vergroten het risico van een elektrische schok.
Functiebeschrijving

Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle voorschriften. Als de waarschuwingen en voorschriften niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Gebruik volgens bestemming
Het elektrische gereedschap is bestemd voor het met een vaste steun en een recht verlopen-de zaaglijn schulpen, afkorten en verstek zagen in hout. Met geschikte zaagbladen kunnen ook dunne non-ferrometalen worden gezaagd, bij-voorbeeld profielen.
Het bewerken van ijzermetaal is niet toegestaan.
Nederlands | 81
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het elektrische gereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Aan/uit-schakelaar
2 Inschakelblokkering voor aan/uit-schakelaar
3 Inbussleutel
4 Extra handgreep
5 Schaalverdeling verstekhoek
6 Vleugelschroef voor vooraf instelbare verstekhoek
7 Vleugelschroef voor parallelgeleider
8 Zaagmarkering 45°
9 Zaagmarkering 0°
10 Parallelgeleider
11 Pendelbeschermkap
12 Spouwmes
13 Voetplaat
14 Vleugelschroef voor voorkeuze zaagdiepte
15 Zaagdiepteschaalverdeling
16 Beschermkap
17 Spaanafvoer
18 Spanschroef met ring
19 Steeksleutel sleutelwijdte 22 mm*
20 Spanflens
21 Cirkelzaagblad*
22 Opnameflens
23 Uitgaande as
24 Schroef voor spouwmesbevestiging
25 Paar lijmklemmen*
26 Geleidingsrailadapter*
27 Geleidingsrail*
28 Verbindingsstuk*
29 Afzuigslang*
* Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd.
Technische gegevens
| Cirkelzaag | PKS 40 | |
| Zaaknummer | 3 603 C28 0.. | |
| Opgenomen vermogen | W | 600 |
| Afgegeven vermogen | W | 350 |
| Onbelast toerental | min^-1 | 4500 |
| Max. belast toerental | min^-1 | 2450 |
| Max. spouwmesdikte | mm | 1,5 |
| Max. zaagdiepte– bij verstekhoek 0°– bij verstekhoek 45° | mmmm | 4026 |
| Afmetingen voetplaat | mm | 120 x 260 |
| Max. zaagbladdiameter | mm | 130 |
| Min. zaagbladdiameter | mm | 122 |
| Max. zaagbladdikte | mm | 1,4 |
| Max. tanddikte/-zetting | mm | 2,7 |
| Min. tanddikte/-zetting | mm | 1,7 |
| Opnameboorgat | mm | 16 |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 | kg | 2,4 |
| Isolatieklasse | ☐ / II | |
Gegevens gelden voor nominale spanningen [U] 230/240 V. Bij lagere spanningen en bij per land verschillende uitvoeringen kunnen deze gegevens afwijken.
Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het elektrische gereedschap. De handelsbenamingen van sommige elektrische gereedschappen kunnen afwijken.
Informatie over geluid en trillingen
Meetwaarden bepaald volgens EN 60745.
Het A-gewogen geluidsniveau van het gereedschap bedraagt kenmerkend: geluidsdrukniveau 97 dB(A); geluidsvermogenniveau 108 dB(A). Onzekerheid K=3 dB.
Draag een gehoorbescherming.
Trillingsemissiewaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald volgens EN 60745: trillingsemissiewaarde a_h < 2,5 m/s^2 , onzekerheid K = 1,5 m/s^2 .
82 | Nederlands
Het in deze gebruiksaanwijzing vermelde trillingsniveau is gemeten met een volgens EN 60745 genormeerde meetmethode en kan worden gebruikt om elektrische gereedschappen met elkaar te vergelijken. Het is ook geschikt voor een voorlopige inschatting van de trillingsbelasting.
Het aangegeven trillingsniveau representeert de voornaamste toepassingen van het elektrische gereedschap. Als echter het elektrische gereedschap wordt gebruikt voor andere toepassingen, met afwijkende inzetgereedschappen of onvoldoende onderhoud, kan het trillingsniveau afwijken. Dit kan de trillingsbelasting gedurende de gehele arbeidsperiode duidelijk verhogen. Voor een nauwkeurige schatting van de trillingsbelasting moet ook rekening worden gehouden met de tijd waarin het gereedschap uitgeschakeld is, of waarin het gereedschap wel loopt, maar niet werkelijk wordt gebruikt. Dit kan de trillingsbelasting gedurende de gehele arbeidsperiode duidelijk verminderen.
Leg aanvullende veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bediener tegen het effect van trillingen vast, zoals: Onderhoud van elektrische gereedschappen en inzetgereedschappen, warm houden van de handen, organisatie van het arbeidsproces.
Conformiteitsverklaring CE
Wij verklaren als alleen verantwoordelijke dat het onder „Technische gegevens” beschreven product voldoet aan de volgende normen en normatieve documenten: EN 60745 volgens de bepalingen van de richtlijnen 2004/108/EG, 98/37/EG (tot 28-12-2009) en 2006/42/EG (vanaf 29-12-2009).
Technisch dossier bij: Robert Bosch GmbH, PT/ESC, D-70745 Leinfelden-Echterdingen
Cirkelzaagblad inzetten of vervangen
▶ Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische gereedschap de stekker uit het stopcontact.
▶ Draag werkhandschoenen bij de montage van het zaagblad. Bij het aanraken van het zaagblad bestaat verwondingsgevaar.
- Gebruik alleen zaagbladen die voldoen aan de in deze gebruiksaanwijzing aangegeven eisen.
- Gebruik in geen geval slijpschijven als inzetgereedschap.
Zaagblad kiezen
Een overzicht van geadviseerde zaagbladen vindt u aan het einde van deze gebruiksaanwijzing.
Zaagblad demonteren (zie afbeelding A)
- Draai de pendelbeschermkap 11 terug en houd deze vast.
- Houd de spanflens 20 met een steeksleutel 19 (sleutelwijdte 22 mm) vast of zet het zaagblad 21 op een stuk hout.
- Draai met de inbussleutel 3 de spanschroef 18 in draairichting ① naar buiten.
- Neem de spanflens 20 en het zaagblad 21 van de uitgaande as 23.
Zaagblad monteren (zie afbeelding A)
- Reinig het zaagblad 21 en alle te monteren spandelen.
- Draai de pendelbeschermkap 11 terug en houd deze vast.
- Zet het zaagblad 21 op de opnameflens 22. De zaagrichting van de tanden (pijlrichting op het zaagblad) en draairichtingspijl op de beschermkap 16 moeten overeenkomen.
- Breng de spanflens 20 aan en draai de span-schroef 18 in draairichtng ② in. Let op de juiste inbouwpositie van opnameflens 22 en spanflens 20.
- Houd de spanflens 20 met een steeksleutel 19 (sleutelwijdte 22 mm) vast of zet het zaagblad 21 op een stuk hout.









Nederlands | 83
- Draai met de inbussleutel 3 de spanschroef 18 in draairichting ② vast. Het aandraaimoment moet 6–9 Nm bedragen, dat komt overeen met handvast plus een 14 omwenteling.
Spouwmes instellen (zie afbeelding B)
▶ Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische gereedschap de stekker uit het stopcontact.
- Gebruik altijd het spouwmes, behalve bij in-vallend zagen. Het spouwmes voorkomt vastklemmen van het zaagblad bij het zagen.
De instelling vindt plaats bij maximale zaagdiepte, zie het gedeelte „Zaagdiepte instellen”.
Draai de schroef 24 los, stel het spouwmes 12 op de in de afbeelding aangegeven maat en draai de schroef 24 met een aandraaimoment van 3,5–5 Nm vast.
Afzuiging van stof en spanen
▶ Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische gereedschap de stekker uit het stopcontact.
Stof van materialen zoals loodhoudende verf, enkele houtsoorten, mineralen en metaal kunnen schadelijk voor de gezondheid zijn. Aanraking of inademing van stof kan leiden tot allergische reacties en/of ziekten van de ademwegen van de gebruiker of personen die zich in de omgeving bevinden. Bepaalde soorten stof, bijvoorbeeld van eiken- en beukenhout, gelden als kankerverwekkend, in het bijzonder in combinatie met toevoegingsstoffen voor houtbehandeling (chromaat en houtbeschermingsmiddelen). Asbesthoudend materiaal mag alleen door bepaalde vakmensen worden bewerkt.
- Gebruik indien mogelijk een stofafzuiging.
- Zorg voor een goede ventilatie van de werkplek.
- Er wordt geadviseerd om een ademmasker met filterklasse P2 te dragen.
Neem de in uw land geldende voorschriften voor de te bewerken materialen in acht.
Externe afzuiging
Steek een afzuigslang 29 (toebehoren) op de spaanafvoer 17. Verbind de afzuigslang 29 met een stofzuiger (toebehoren). Een overzicht van aansluitingen op verschillende stofzuigers vindt u aan het einde van deze gebruiksaanwijzing.
Het elektrische gereedshcap kan rechtstreeks worden aangesloten op het stopcontact van een Bosch-allroundzuiger met afstandsbediening.
Deze wordt bij het inschakelen van het elektrische gereedschap automatisch gestart.
De stofzuiger moet geschikt zijn voor het te bewerken materiaal.
Gebruik bij het afzuigen van voor de gezondheid bijzonder gevaarlijk, kankerverwekkend of droog stof een speciale zuiger.
Eigen afzuiging met stofzak
Bij kleine werkzaamheden kunt u een stofzak (toebehoren) aansluiten. Steek de stofzakaansluiting stevig in de spaanafvoer 17. Maak de stofzak op tijd leeg, zodat de stofopname optimaal blijft.
Gebruik
Functions
▶ Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische gereedschap de stekker uit het stopcontact.
Zaagdiepte instellen (zie afbeelding C)
▶ Pas de zaagdiepte aan de dikte van het werkstuk aan. Er dient minder dan een volledige tandhoogte onder het werkstuk zichtbaar te zijn.
Draai de vleugelschroef 14 los. Voor een kleinere zaagdiepte trekt u de zaag van de voetplaat 13 weg, voor een grotere zaagdiepte duwt u de zaag naar de voetplaat 13 toe. Stel de gewenste maat op de zaagdiepteschaalverdeling in. Draai de vleugelschroef 14 weer vast.


84 | Nederlands
Verstekhoek instellen
Draai de vleugelschroef 6 los. Draai de zaag opzij. Stel de gewenste maat op de schaalverdeling 5 in. Draai de vleugelschroef 6 weer vast.
Opmerking: Bij het verstekzagen is de zaagdiepte kleiner dan de op de zaagdiepteschaalverdeling 15 aangeven waarde.
Zaagmarkeringen

text_image
45 0
text_image
45 0De zaagmarkering 0° (9) geeft de stand van het zaagblad bij haaks zagen aan. De zaagmarkering 45° (8) geeft de stand van het zaagblad bij het zagen onder een hoek van 45° aan.
Zet de cirkelzaag zoals in de afbeelding aangegeven tegen het werkstuk om maatzuiver te zagen. U kunt het best eerst proefzagen.
Ingebruikneming
Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van het elektrische gereedschap. Met 230 V aangeduide elektrische gereedschappen kunnen ook met 220 V worden gebruikt.
In- en uitschakelen
Als u het elektrische gereedschap wilt inschakelen bedient u eerst de inschakelblokkering 2 en drukt u vervolgens de aan/uit-schakelaar 1 in en houdt u deze ingedrukt.
Als u het elektrische gereedschap wilt uitschakelen laat u de aan-/uitschakelaar 1 los.
Opmerking: Om veiligheidsredenen kan de aan-/uitschakelaar 1 van de machine niet worden vergrendeld, maar moet deze tijdens het gebruik voortdurend ingedrukt blijven.
Tips voor de werkzaamheden
Bescherm de zaagbladen tegen schokken en stoten.
Geleid het elektrische gereedschap gelijkmatig en licht duwend in de zaagrichting. Te sterk duwen vermindert de levensduur van de inzetgereedschappen aanzienlijk en kan het elektrische gereedschap schaden.
De zaagcapaciteit en de zaagkwaliteit zijn in belangrijke mate afhankelijk van de toestand en de tandvorm van het zaagblad. Gebruik daarom alleen scherpe en voor het te bewerken materiaal geschikte zaagbladen.
Hout zagen
De juiste keuze van het zaagblad is afhankelijk van de houtsoort en houtkwaliteit en van de vraag of er moet worden geschulpt of afgekort.
Bij het in de lengte zagen van vurenhout ontstaan lange, spiraalvormige spanen.
Beuken- en eikenhoutstof is bijzonder gevaarlijk voor de gezondheid. Werk daarom alleen met stofafzuiging.
Zagen met parallelgeleider (zie afbeelding D)
Met de parallelgeleider 10 kunt u nauwkeurig zagen langs een werkstukrand en stroken op dezelfde maat zagen.
Draai de vleugelschroef 7 los en schuif de schaalverdeling van de parallelgeleider 10 door de geleiding in de voetplaat 13. Stel de gewens- te zaagbreedte als schaalverdelingswaarde bij de desbetreffende zaagmarkering 9 of 8 in, zie het gedeelte „Zaagmarkeringen”. Draai de vleugelschroef 7 weer vast.
Zagen met hulpgeleider (zie afbeelding E)
Voor het bewerken van grote werkstukken of het zagen van rechte randen kunt u een plank of een plint als hulpgeleider op het werkstuk bevestigen en de cirkelzaag met de voetplaat langs de hulpgeleider bewegen.
Zagen met geleidingsrail (zie afbeelding G)
Met de geleidingsrail 27 kunt u in een rechte lijn zagen.









De hechtlaag voorkomt wegglijden van de geleidingsrail en beschermt het werkstukoppervlak. Dankzij de laag op de geleidingsrail glijdt het elektrische gereedschap gemakkelijk.
De rubber rand langs de geleidingsrail biedt een antisplinterbeveiliging die bij het zagen van houtmaterialen uitsplinteren van het oppervlak voorkomt. Het zaagblad moet daarvoor met de tanden vlak tegen de rubber rand liggen.
De geleidingsrail 27 mag aan de aan te zagen kant van het werkstuk niet uitsteken.
Voor werkzaamheden met de geleidingsrail 27 is de geleidingsrailadapter 26 vereist. De geleidingsrailadapter 26 wordt net als de parallelgeleider 10 gemonteerd.
Voor nauwkeurig zagen met de geleidingsrail 27 zijn de volgende stappen vereist:
- Plaats de geleidingsrail 27 aan de zijkant uitstekend op het werkstuk. Let erop dat de zijde met de rubber lip naar het zaagblad gericht is.

- Plaats de cirkelzaag met de voorgemonteerde geleidingsrailadapter 26 op de geleidingsrail 27.
- Stel de gewenste zaaghoek en verstekhoek in. Let op de markeringen op de geleidings-railadapter 26 voor de voorinstelling bij verschillende verstekhoeken, zie afbeelding F.
- Stel de cirkelzaag met de geleidingsrailadapter zo af dat het zaagblad 21 met de tanden de rubberlip raakt. De positie van het zaagblad 21 is afhankelijk van de gekozen zaaghoek. Zaag niet in de geleidingsrail.

text_image
0° 1-45°- Draai de vleugelschroef 7 vast om de positie van de geleidingsrailadapter vast te zetten.
- Til de cirkelzaag met de voorgemonteerde geleidingsrailadapter 26 van de geleidingsrail 27.
- Stel de geleidingsrail 27 zodanig op het werkstuk af dat de rubber lip de gewenste zaagrand nauwkeurig raakt.
- Bevestig de geleidingsrail 27 op het werkstuk met geschikte spanvoorzieningen, bijvoorbeeld lijmklemmen. Plaats het elektrische gereedschap met de gemonteerde geleidingsrailadapter 26 op de geleidingsrail.
- Schakel het elektrische gereedschap in en geleid het gelijkmatig en licht duwend in de zaagrichting.
Met het verbindingsstuk 28 kunnen twee geleidingsrails worden gecombineerd. Het spannen gebeurt door middel van de vier bouten in het verbindingsstuk.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
▶ Trek altijd voor werkzaamheden aan het elektrische gereedschap de stekker uit het stopcontact.
Houd het elektrische gereedschap en de ventilatieopeningen altijd schoon om goed en veilig te werken.
De pendelbeschermkap moet altijd vrij kunnen bewegen en vanzelf kunnen sluiten. Houd daarom de omgeving rond de pendelbeschermkap altijd schoon. Verwijder stof en spanen door uitblazen met perslucht of met een kwast.










86 | Nederlands
Zaagbladen zonder bekledingslaag kunnen door middel van een dunne laag zuurvrije olie worden beschermd tegen roestaanslag. Verwijder de olie weer voor het zagen, omdat het hout anders vlekken krijgt.
Hars- of lijmresten op het zaagblad schaden de zaagkwaliteit. Reinig daarom zaagbladen met-een na het gebruik.
Mocht het elektrische gereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het elektrische gereedschap.
Afvalverwijdering
Elektrische gereedschappen, toebehoren en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Alleen voor landen van de EU:

Gooi elektrische gereedschappen niet bij het huisvuil.
Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in na-
tionaal recht moeten niet meer bruikbare elektrische gereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Wijzigingen voorbehouden.
Klantenservice en advies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren.
Nederland
Tel.: +31 (076) 579 54 54
Fax: +31 (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België en Luxemburg
Tel.: +32 (070) 22 55 65
Fax: +32 (070) 22 55 75
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com








