CID 30/1 - Fornuis CANDY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CID 30/1 CANDY in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CID 30/1 CANDY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CID 30/1 - CANDY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CID 30/1 van het merk CANDY.
GEBRUIKSAANWIJZING CID 30/1 CANDY
lestatiet vienu zonu
VERWIJDERING EN RECYCLING 28
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Beoogd gebruik
De volgende veiligheidsrichtlijnen zijn bedoeld om onvoorziene risico's of schade door onveilig of onjuist gebruik van het apparaat te voorkomen. Controleer de verpakking en het apparaat bij aankomst om er zeker van te zijn dat alles intact is voor een veilige werking. Als u schade aantreft, neem dan contact op met de verkoper of dealer. Om veiligheidsredenen zijn wijzigingen of aanpassingen aan het apparaat niet toegestaan. Onbedoeld gebruik kan risico's en verlies van garantieclaims veroorzaken.
Uitleg van symbolen
![]() | GevaarDit symbool geeft aan dat er gevaren zijn voor het leven en de gezondheid van personen door extreem ontvlambaar gas. |
![]() | Waarschuwing voor elektrische spanningDit symbool geeft aan dat er een gevaar bestaat voor het leven en de gezondheid van personen als gevolg van spanning. |
![]() | WaarschuwingHet signaalwoord duidt op een gevaar met een gemiddeld risico dat, indien het niet wordt vermeden, kan leiden tot ernstig of dodelijk letsel. |
![]() | VoorzichtigHet signaalwoord duidt op een gevaar met een lage risicograad dat, als het niet wordt vermeden, kan leiden tot licht of matig letsel. |
![]() | Let opHet signaalwoord geeft belangrijke informatie aan (bijvoorbeeld schade aan eigendommen), maar geen gevaar. |
![]() | Instructies opvolgenDit symbool geeft aan dat een onderhoudstechnicus dit apparaat alleen mag bedienen en onderhouden volgens de gebruiksaanwijzing. |
Lees deze bedieningshandleiding zorgvuldig en aandachtig door voordat u het apparaat gebruikt/in bedrijf stelt en bewaar de handleiding in de directe omgeving van de installatielocatie of het apparaat voor later gebruik!
WAARSCHUWINGEN VOOR DE VEILIGHEID
Uw veiligheid is belangrijk voor ons. Lees deze informatie voordat u de kookplaat gebruikt.
INSTALLATIE
Gevaar voor elektrische schok
- Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u werkzaamheden of onderhoud uitvoert.
- Aansluiting op een goed geaarde bedrading is essentieel en verplicht.
- Wijzigingen aan de bedrading in woonhuizen mogen alleen door een gekwalificeerde elektricien worden uitgevoerd.
- Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot een elektrische schok of de dood.
Snijgevaar
- Wees voorzichtig: de randen van het paneel zijn scherp.
- Als u niet voorzichtig bent kan dat resulteren in letsel of snijwonden.
Belangrijke veiligheidsinstructies
- Lees deze instructies zorgvuldig door voordat u dit apparaat installeert of gebruikt.
- Er mogen nooit brandbare materialen of producten op dit apparaat worden geplaatst.
- Stel deze informatie ter beschikking van de persoon die verantwoordelijk is voor het installeren van het apparaat, omdat dit de installatiekosten kan verlagen.
- Om gevaar te voorkomen, moet dit apparaat worden geïnstalleerd volgens deze installatie-instructies.
- Dit apparaat mag alleen door een daarvoor gekwalificeerde persoon worden geïnstalleerd en geaard.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een circuit waarin een isolerende schakelaar is opgenomen die volledige ontkoppeling van de voeding mogelijk maakt.
- Als u het apparaat niet correct installeert, kunnen garantie- of aansprakelijkheidsclaims komen te vervallen.
- Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens of met een gebrek aan kennis en ervaring, mits zij onder toezicht worden gehouden of instructies hebben gekregen om het apparaat veilig te kunnen gebruiken en de gevaren begrijpen die ermee gepaard gaan.
- Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Het schoonmaken en het onderhoud mag niet door kinderen worden uitgevoerd als er geen toezicht is.
- Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, diens servicevertegenwoordiger of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Als het oppervlak van kookplaten van glas, keramiek of soortgelijke materialen die onder stroom staande onderdelen beschermen gebarsten is, dan schakelt u het apparaat uit om de kans op een elektrische schok te vermijden.
- Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op de kookplaat worden geplaatst. Ze kunnen namelijk heet worden.
- U mag geen stoomreiniger gebruiken.
- Gebruik geen stoomreiniger om de kookplaat schoon te maken.
- Het apparaat is niet bedoeld te worden gebruikt met een externe timer of afzonderlijk afstandsbedieningssysteem.
- WAARSCHUWING: Brandgevaar: gebruik de kookoppervlakken niet als bewaarplek voor spullen.
- Blijf toezien tijdens het bereidingsproces. Een kort bereidingsproces moet continu in het oog worden gehouden.
- WAARSCHUWING: Onbeheerd koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken. Probeer NOOIT om brand met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlam dan met bijvoorbeeld een deksel of een branddeken.
BEDIENING EN ONDERHOUD
Gevaar voor elektrische schok
- Kook niet op een gebroken of gebarsten kookplaat. Als het oppervlak van de kookplaat breekt of barst, moet u het apparaat onmiddellijk uitschakelen via de netvoeding (wandschakelaar) en contact opnemen met een gekwalificeerde monteur.
- Schakel de kookplaat uit bij de muur voordat u hem schoonmaakt of onderhoud uitvoert.
- Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot een elektrische schok of de dood.
Gezondheidsrisico
- Dit apparaat voldoet aan de elektromagnetische veiligheidsnormen.
- Personen met pacemakers of andere elektrische implantaten (zoals insulinepompen) moeten echter hun arts of de fabrikant van het implantaat raadplegen voordat zij dit apparaat gebruiken om er zeker van te zijn dat het elektromagnetische veld geen invloed heeft op hun implantaat.
- Het niet opvolgen van dit advies kan leiden tot de dood.
Gevaar voor hete oppervlakken
- Tijdens het gebruik worden toegankelijke delen van dit apparaat heet genoeg om brandwonden te veroorzaken.
- Zorg ervoor dat uw lichaam, kleding of enig ander artikel dat geen geschikt kookgerei is niet in contact komt met het inductieglas totdat het oppervlak is afgekoeld.
• Houd kinderen uit de buurt. - De stelen van steelpannen kunnen heet zijn bij aanraken. Controleer of de stelen van steelpannen zich niet boven andere kookzones die zijn ingeschakeld bevinden.
- Houd de stelen buiten het bereik van kinderen.
- Het niet opvolgen van dit advies kan brandwonden en -blaren veroorzaken.
Snijgevaar
- Het vlijmscherpe mes van een kookplaatschraper ligt bloot wanneer de veiligheidskap wordt teruggetrokken. Wees uiterst voorzichtig en bewaar altijd veilig en buiten het bereik van kinderen.
- Als u niet voorzichtig bent kan dat resulteren in letsel of snijwonden.
Belangrijke veiligheidsinstructies
- Laat het apparaat nooit onbewaakt achter wanneer het in gebruik is. Overkoken veroorzaakt rook en vetvlekken die kunnen ontbranden.
- Gebruik het apparaat nooit als werk- of opbergoppervlak.
- Laat geen voorwerpen of bestek op het apparaat achter.
- Plaats geen magnetiseerbare voorwerpen (bijv. creditcards, geheugenkaarten) of elektronische apparaten (bijv. computers, MP3-spelers) in de buurt van het apparaat. Deze kunnen namelijk worden beïnvloed door het elektromagnetische veld.
- Gebruik het apparaat nooit om de kamer op te warmen of te verwarmen.
- Zet na gebruik altijd de kookzones en de kookplaat uit zoals beschreven in deze handleiding (d.w.z. met behulp van de tiptoetsen). Vertrouw niet op de functie voor pandetectie om de kookzones uit te schakelen wanneer u de pannen verwijdert.
- Laat kinderen niet met het apparaat spelen of erop zitten, staan of klimmen.
- Bewaar geen voorwerpen die interessant zijn voor kinderen in kasten boven het apparaat. Kinderen die op de kookplaat klimmen, kunnen ernstig gewond raken.
- Laat kinderen niet alleen of onbeheerd in de ruimte waar het apparaat wordt gebruikt.
-
Bij kinderen of personen met een handicap die hun vermogen om het apparaat te gebruiken beperkt, moet een verantwoordelijke en kundige persoon zijn om hen te helpen bij het gebruik ervan. Deze instructeur moet ervan overtuigd zijn dat zij het apparaat kunnen gebruiken zonder gevaar voor zichzelf of de omgeving.
-
Repareer of vervang geen onderdelen van het apparaat tenzij specifiek aanbevolen in de handleiding. Alle andere onderhoudswerkzaamheden moeten door een gekwalificeerd monteur worden uitgevoerd.
- Geen zware voorwerpen op uw kookplaat plaatsen of laten vallen.
- Niet op de kookplaat gaan staan.
- Gebruik geen pannen met scherpe randen en sleep pannen niet over het oppervlak van het inductieglas, aangezien dit het glas kan krassen.
- Gebruik geen schuursponsjes of andere schurende reinigingsmiddelen om uw kookplaat schoon te maken. Deze kunnen namelijk het inductieglas krassen.
-
Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik of voor soortgelijke toepassingen, zoals:
-
personeelskeukens in winkels, kantoren en andere werkomgevingen;
- boerderijen;
- door gasten in hotels, motels en andere verblijfsaccommodatie;
-
in bed-and-breakfast-omgevingen;
-
WAARSCHUWING: Tijdens het gebruik worden het apparaat en de toegankelijke delen ervan heet.
- Voorkom aanraking van de verwarmingselementen.
- Houd kinderen tot 8 jaar uit de buurt, tenzij zijn voortdurend onder toezicht worden gehouden.
Gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe keramische kookplaat.
Wij raden u aan de tijd te nemen om deze instructie-/installatiehandleiding te lezen om volledig te begrijpen hoe u het apparaat moet installeren en gebruiken. Lees vóór installatie de paragraaf over installatie.
Lees voor gebruik zorgvuldig alle veiligheidsinstructies en bewaar deze instructie-/installatiehandleiding voor toekomstig gebruik.
SPECIFICATIES
| Kookplaat | CID 30/1 |
| Kookzones | 2 zones |
| Voedingsspanning | ~220–240 V / 50 Hz of 60 Hz |
| Geïnstalleerde elektrische voeding | 3500 W |
| Productgrootte L×B×H (mm) | 288×520×59 |
| Inbouwafmetingen A×B (mm) | 268×500 |
Het gewicht en de afmetingen zijn bij benadering. Omdat wij voortdurend streven naar verbetering van onze producten kunnen wij specificaties en ontwerpen zonder voorafgaande kennisgeving veranderen.
| Symbool | Waarde | Eenheid | |
| Identificatie van het model | - | CID 30/1 | |
| Type kookplaat | - | Ingebouwde kookplaat | |
| Aantal kookzones en/of -gebieden | - | 2 zones | |
| Verwarmingstechnologie (inductiekookzones en kookgebieden, stralingskookzones, vaste platen) | - | Inductiekookzones | |
| Voor cirkelvormige kookzones of -gebieden: diameter van nuttig oppervlak per elektrisch verwarmde kookzone, afgerond tot op de dichtstbijzijnde 5 mm | ∅ | Zone 1: 16,0Zone 2: 18,0 | cm |
| Voor niet-circulaire kookzones of -gebieden: lengte en breedte van het nuttige oppervlak per elektrisch verwarmde kookzone of -gebied, afgerond op 5 mm | L, B | N.v.t. | cm |
| Energieverbruik voor kookzone of -gebied, berekend per kg | EV_elektrisch koken | Zone 1: 194,4Zone 2: 183,7 | Wh/kg |
| Energieverbruik voor de kookplaat berekend per kg | EV_elektrische kookplaat | 189,1 | Wh/kg |
Gegevens bepaald volgens de norm EN 60350-2 en Verordeningen (EU) nr. 66/2014 van de Commissie.
OVERZICHT VAN HET PRODUCT
Bovenaanzicht

text_image
CANDY Max. 1800/2000W-zone Glazen plaat Max. 1300/1500W-zone AAN/UIT-toets BedieningspaneelBedieningspaneel

text_image
Toetsvergrendeling 8. 8. 8.8. Pauze Bedieningselementen voor selectie van de verwarmingszone Bedieningstoetsen vermogen/timer Boost Timerregeling AAN/UIT- toetsOPMERKING
Alle afbeeldingen in deze handleiding dienen alleen ter verduidelijking. Bij elke afwijking tussen het echte object en de illustratie in de tekening is het echte object leidend.
Werkingstheorie
Koken met inductie is een veilige, geavanceerde, efficiënte en zuinige kooktechnologie. Het werkt door middel van elektromagnetische trillingen die rechtstreeks in de pan warmte opwekken, in plaats van indirect door het glasoppervlak te verwarmen. Het glas wordt alleen heet omdat de pan uiteindelijk warm wordt.

text_image
IJzeren pan Magnetisch circuit Keramische glasplaat Inductiespoel Geïnduceerde stromenVoordat u uw nieuwe inductiekookplaat gebruikt
- Lees deze handleiding, besteed in het bijzonder aandacht aan de paragraaf 'Veiligheidswaarschuwingen'.
- Verwijder eventuele beschermfolies die nog op uw keramische kookplaat zitten.
BEDIENINGSINSTRUCTIES<
Tiptoetsen
- De bedieningstoetsen reageren op aanraking, dus u hoeft geen druk uit te oefenen.
- Gebruik uw gehele vingertop, niet alleen het puntje ervan.
- Elke keer als een aanraking wordt geregistreerd dan hoort u een pieptoon.
- Zorg ervoor dat de bedieningstoetsen altijd schoon en droog zijn en dat zie niet door een voorwerp (bijv. bestek of een doek) worden afgedekt. Zelfs een dun laagje water kan de toetsen moeilijk te bedienen maken.

Het juiste kookgerei kiezen

- Gebruik alleen kookgerei met een bodem die geschikt is voor koken met inductie.
Kijk naar het inductiesymbool op de verpakking of op de onderkant van de pan.
- U kunt controleren of uw kookgerei geschikt is door een magneettest uit te voeren.
Beweeg een magneet naar de onderkant van de pan.
Als hij wordt aangetrokken tot de pan, dan is de pan geschikt voor inductie.
- Als u geen magneet heeft:
-
Doe wat water in de pan die u wilt controleren.
-
Als niet knippert op het display en het water opwarmt, dan is de pan geschikt.
- Kookgerei dat is gemaakt van de volgende materialen is niet geschikt: puur roestvrij staal, aluminium of koper zonder magneetbasis, glas, hout, porselein, keramiek en aardewerk.
- Sommige potten en pannen op de markt zijn niet geschikt voor inductiekoken, omdat ze slechts een deel van de bodem in ferromagnetisch materiaal hebben met delen in een ander materiaal. Deze gebieden kunnen op verschillende niveaus of met een lager vermogen opwarmen. In bepaalde gevallen, waarbij de bodem voornamelijk bestaat uit niet-ferromagnetische materialen, kan het zijn dat de kookplaat de pan niet herkent en daarom de kookzone niet inschakelt.

- Gebruik geen kookgerei met scherpe randen of een kromme bodem.

- Controleer of de onderkant van uw pan glad is, plat op het glas staat en is net zo groot is als de kookzone. Gebruik pannen waarvan de diameter net zo groot is als de weergave van de geselecteerde zone. Als de pan iets breder is, zal de energie optimaal worden gebruikt. Als u een kleinere pan gebruikt, kan dit minder efficiënt zijn dan verwacht. Plaats uw pan altijd in het midden van de kookzone.

- Til pannen altijd van de keramische kookplaat – niet schuiven, anders kunnen ze krassen op het glas maken.

- De kookzones hebben een limiet, die automatisch is aangepast aan de diameter van de pan. De bodem van deze pan moet echter een minimumdiameter hebben volgens de overeenkomstige kookzone. Om het beste rendement uit uw kookplaat te behalen, moet u de pan in het midden van de kookzone plaatsen.
| Kookzone | De basisdiameter van inductiekookgerei | |
| Minimaal (mm) | Minimaal (mm) | |
| 160 mm | 120 | 160 |
| 180 mm | 140 | 180 |
Hoe te gebruiken
1. Beginnen met koken
- Raak de AAN/UIT-toets gedurende één seconde aan. Na het inschakelen piept de zoemer één keer, alle displays geven '-' of '-' weer, wat aangeeft dat de inductiekookplaat in de stand-bymodus staat.

- Raak de selectietoets van de verwarmingszone aan en de indicator naast de toets gaat knipperen.

- Plaats een geschikte pan op de kookzone die u wilt gebruiken.
- Zorg ervoor dat de onderkant van de pan en het oppervlak van de kookzone schoon en droog zijn.

- Selecteer een warmte-instelling door de toets '-' of '+' aan te raken.
- Als u niet binnen 1 minuut een warmte-instelling kiest, dan wordt de inductiekookplaat automatisch uitgeschakeld. U moet opnieuw beginnen bij stap 1.
- U kunt de warmte-instelling op elk moment tijdens het koken wijzigen.

Als op het display afwisselend knippert met de warmte-instelling
Dit betekent dat:
• u geen pan op de juiste kookzone hebt geplaatst, of
- de pan die u gebruikt niet geschikt is voor koken met inductie, of
- de pan is te klein of is niet goed in het midden van de kookzone geplaatst.
Er vindt geen verwarming plaats tenzij zich een geschikte pan op de kookzone bevindt.
Het display wordt na 2 minuten automatisch uitgeschakeld als er geen geschikte pan op staat.
2. Klaar met koken
- Raak de selectietoets aan van de verwarmingszone die u wilt uitschakelen.

- Zet het hele kookplaat uit door de AAN/UIT-toets aan te raken.

- Zet de kookzone uit door omlaag naar '0' te schuiven of '-' en '+' samen aan te raken. Zorg ervoor dat het display '0' weergeeft.

- Pas op voor hete oppervlakken 'H' geeft aan welke kookzone heet is. De 'H' zal verdwijnen wanneer het oppervlak is afgekoeld tot een veilige temperatuur. Hij kan ook worden gebruikt als een energiebesparingsfunctie als u andere pannen wilt verwarmen, gebruik dan de verwarmingsplaat die nog warm is.

3. De bedieningselementen vergrendelen
- U kunt de bedieningselementen vergrendelen om onbedoeld gebruik te voorkomen (bijvoorbeeld kinderen die per ongeluk de kookzones aanzetten).
- Wanneer de bedieningselementen zijn vergrendeld, worden alle bedieningselementen uitgeschakeld, behalve de AAN/UIT-toets.
| De bedieningselementen vergrendelen | |
| Raak de blokkeertoets aan | De timer-indicator geeft "Lo" weer |
| De bedieningselementen ontgrendelen | |
| Raak de toetsvergrendeling aan en houd een tijdje vast. | |

Wanneer de kookplaat zich in de vergrendelde modus bevindt, zijn alle bedieningselementen uitgeschakeld, behalve de AAN/UIT-toets Ⓐ kunt de inductiekookplaat in noodgevallen altijd uitschakelen met de AAN/UIT-toets Ⓞ maar u moet bij het volgende gebruik eerst de kookplaat ontgrendelen.
4. Timerregeling
U kunt de timer op twee verschillende manieren gebruiken:
- U kunt hem gebruiken als een minutenherinnering. In dat geval schakelt de timer geen kookzone uit wanneer de ingestelde tijd om is.
- U kunt hem instellen om één of meerdere kookzones uit te zetten wanneer de ingestelde tijd om is. De timer heeft een maximum van 99 minuten.
De timer gebruiken als minutenherinnering
Als u geen kookzone selecteert
- Zorg ervoor dat de kookplaat aan staat.
Opmerking: U kunt de minutenherinnering gebruiken als minstens één zone actief is.
- Raak ‘+’ aan bij de bedieningselementen van de timer. De herinneringsindicator gaat knipperen en ‘10’ wordt weergegeven in op het timerdisplay.

- Stel de tijd in door de timertoetsen"-" of "+" aan te raken
Tip: Raak de timertoetsen '-' of '+' één keer aan om te verlagen of verhogen met 1 minuut. Raak de timertoetsen '-' of '+' aan en houd vast om te verlagen of verhogen met 10 minuten.

- Door '-' en '+' tegelijkertijd aan te raken, wordt de timer geannuleerd en wordt '00' weergegeven op het minutendisplay.

- Wanneer de tijd is ingesteld, wordt automatisch begonnen met aftellen. Op het display wordt de resterende tijd weergegeven en de timer-indicator knippert gedurende 5 seconden.
Als u de timer aanraakt terwijl de timerindicator knippert, stopt deze onmiddellijk met knipperen.

- De zoemer klinkt 30 seconden en bij de timer-indicator verschijnt ‘-’ wanneer de ingestelde tijd om is.

De timer instellen om een of meer kookzones uit te schakelen
Één zone instellen
-
Raak de selectietoets van de verwarmingszone aan waarvoor u de timer wilt instellen.
-
Druk op timerregeling; de herinneringsindicator gaat knipperen en '10' wordt weergegeven op het timerdisplay.


- Stel de tijd in door de timertoetsen '-' of '+' aan te raken.
Tip: Raak de timertoetsen "-" of "+" één keer aan om te verminderen of te vermeerderen met 1 minuut.
Raak de timertoetsen "-" of "+" aan en houd vast om te verminderen of te vermeerderen met 10 minuten.

- Door '-' en '+' tegelijkertijd aan te raken, wordt de timer geannuleerd en wordt '00' weergegeven op het minutendisplay.

- Wanneer de tijd is ingesteld, wordt automatisch begonnen met aftellen.
Op het display wordt de resterende tijd weergegeven en de timer-indicator knippert gedurende 5 seconden.
Als u de timer aanraakt terwijl de timerindicator knippert, stopt deze onmiddellijk met knipperen.
- Wanneer de kooktimer afloopt, schakelt de bijbehorende kookzone zichzelf automatisch uit.

OPMERKING
De rode stip naast de vermogensniveau-indicator licht op, wat aangeeft dat de zone is geselecteerd.


Andere kookzones blijven functioneren als ze eerder zijn ingeschakeld.
5. Gebruik van de Boost-functie
De Boost-functie activeren
-
Druk op de verwarmingszoneregelaar.
-
Druk op de Boost-regelaar. Zorg ervoor dat het display 'P' weergeeft.


De boost-functie annuleren
-
Druk op de verwarmingszoneregelaar waarvan u de Boost-functie wilt annuleren.
-
Zet de kookzone uit door op de Boost-regelaar te drukken. Zorg ervoor dat het display '0' weergeeft.


- De functie werkt in elke kookzone.
- De kookzone keert na 5 minuten terug naar de oorspronkelijke instelling.
- Als de originele warmte-instelling gelijk is aan 0, keert deze na 5 minuten terug naar 9.
6. Pauzemodus
- U kunt de verwarming pauzeren in plaats van de kookplaat uitschakelen.
- Bij het betreden van de pauzemodus zijn alle bedieningselementen uitgeschakeld, behalve de AAN/UIT-toets.
Naar de pauzemodus gaan
Druk op de toets 'Pauze'.
Druk nogmaals op de toets 'Pauze'.

Wanneer de kookplaat in de pauzestand staat, zijn alle bedieningselementen uitgeschakeld, behalve de AAN/UIT-toets ⒿU kunt de inductiekookplaat in noodgevallen altijd uitschakelen met de AAN/UIT-toets ⒿDe kookplaat zal na 10 minuten uitschakelen als u de pauzestand niet verlaat.
7. Standaard werktijden
Automatische uitschakeling is een veiligheidsfunctie voor uw inductiekookplaat. Het schakelt automatisch alles uit als u ooit vergeet uw kookplaat uit te schakelen. De standaard werktijden voor verschillende vermogensniveaus worden weergegeven in de onderstaande tabel:
| Vermogensniveau | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 |
| Standaard werktimer (uur) | 8 | 8 | 8 | 4 | 4 | 4 | 2 | 2 | 2 |
Wanneer de pan wordt verwijderd, kan de inductiekookplaat onmiddellijk stoppen met verwarmen en wordt de kookplaat na 2 minuten automatisch uitgeschakeld.

Mensen met een pacemaker moeten hun arts raadplegen voordat ze dit toestel gebruiken.
SNELSTARTGIDS

Wees voorzichtig bij het bakken, want de olie en het vet warmen snel op, vooral als u PowerBoost gebruikt. Bij extreem hoge temperaturen zal olie en vet spontaan ontbranden en dit vormt een ernstig brandgevaar.
Kooktips
- Verlaag de temperatuurinstelling als voedsel aan de kook komt.
- Door het gebruik van een deksel neemt de kooktijd af en bespaart u energie door de warmte te behouden.
- Beperk de hoeveelheid vloeistof of vet om de kooktijden te verkorten.
- Begin de bereiding op een hoge stand en verlaag de stand wanneer het goed doorgewarmd is.
Sudderen, rijst koken
- Sudderen gebeurt net onder het kookpunt, bij ongeveer 85°C, wanneer de belletjes net af en toe naar het oppervlak van de kookvloeistof stijgen. Het is de sleutel tot heerlijke soepen en malse stoofpotten, omdat de smaken zich ontwikkelen zonder dat het voedsel te veel wordt doorgekookt. Sauzen op basis van ei en ingedikt met bloem kunt u ook het beste onder het kookpunt bereiden.
- Sommige taken, waaronder het koken van rijst volgens de absorptiemethode, vereisen mogelijk een hogere instelling dan de laagste instelling om ervoor te zorgen dat het voedsel helemaal is doorgekookt in de aanbevolen tijd.
Biefstuk aanbraden
Voor het bereiden van sappige, smakelijke biefstukken:
- Lat het vlees in ongeveer 20 minuten op kamertemperatuur komen voordat u het bereidt.
- Verhit een koekenpan met dikke bodem.
- Bestrijk beide zijden van de biefstuk met olie. Doe een kleine beetje olie in de hete pan en laat het vlees vervolgens in de hete pan zakken.
- Draai de biefstuk slechts één keer om tijdens de bereiding. De exacte kooktijd hangt af van de dikte van het biefstuk en welke bereiding u wilt. De tijden kunnen variëren van ongeveer 2–8 minuten per kant. Druk op de biefstuk om in te schatten hoe gaar deze is; hoe steviger de biefstuk aanvoelt, hoe meer doorbakken hij is.
- Laat de biefstuk voordat u hem opdient een paar minuten rusten op een warm bord zodat het vlees onspant en heerlijk mals wordt.
Voor roerbakken
- Kies een wok met vlakke bodem of een grote koekenpan die geschikt is voor keramisch glas.
- Zorg dat alle ingrediënten en materialen klaar staan. Roerbakken moet snel worden uitgevoerd. Als u grote hoeveelheden kookt, dan bereidt u het voedsel in meerdere kleinere hoeveelheden.
- Verwarm de pan even voor en voeg twee eetlepels olie toe.
- Bak eventueel vlees eerst, leg het daarna opzij en houd het warm.
- Roerbak de groenten. Wanneer ze heet maar nog knapperig zijn, zet u de kookzone naar een lagere instelling, doet u het vlees weer in de pan en voegt u de saus toe.
- Roer de ingrediënten voorzichtig door om ervoor te zorgen dat ze goed worden doorgewarmd.
- Dien meteen op.
Detectie van kleine voorwerpen
- Wanneer een ongeschikte maat of niet-magnetische pan (bijv. aluminium) of een ander klein item (bijv. mes, vork, sleutel) op de kookplaat is achtergelaten, gaat de kookplaat na 1 minuut automatisch in stand-by. De ventilator zal de inductiekookplaat nog 1 minuut verder afkoelen.
Warmte-instellingen
De onderstaande instellingen zijn alleen richtlijnen. De exacte instelling hangt af van verschillende factoren, waaronder uw kookgerei en de hoeveelheid die u aan het koken bent. Experimenteer met de inductiekookplaat om de instellingen te vinden die het beste bij u passen.
| Warmte-instelling | Geschiktheid |
| 1–2 | • delicate opwarming voor kleine hoeveelheden voedsel• smelten van chocolade, boter en voedingsmiddelen die snel verbranden• zacht sudderen• langzaam opwarmen |
| 3–4 | • opnieuw opwarmen• snel sudderen• rijst koken |
| 5–6 | • pannenkoeken |
| 7–8 | • sauteren• pasta koken |
| 9 | • roerbakken• aanbraden• soep aan de kook brengen• water koken |
REINIGING EN ONDERHOUD
| Wat? | Hoe? | Belangrijk! |
| Dagelijks vuil op glas (vingerafdrukken, sporen, vlekken die door voedsel of niet-suikerige gemorste etenswaren op het glas achterblijven) | 1. Schakel de stroom naar de kookplaat uit.2. Gebruik een kookplaatreiniger terwijl het glas nog warm is (maar niet heet!).3. Spoel af en droog af met een schone doek of keukenpapier.4. Schakel de stroom naar de kookplaat weer in. | Wanneer de stroom naar de kookplaat is uitgeschakeld, is er geen indicatie van een 'warm oppervlak', maar de kookzone kan nog steeds heet zijn! Wees uiterst voorzichtig.Schuursponsjes voor intensief gebruik, sommige nylon schuursponsjes en agressieve/schurende schoonmaakmiddelen kunnen krassen achterlaten op het glas. Lees altijd het etiket om te controleren of uw schoonmaakmiddel of schuursponsje geschikt is.Laat geen restanten van reinigingsmiddelen achter op de kookplaat; dit kan vlekken achterlaten op het glas. |
| Resten van overkoken, smelten en hete suikerige gemorste etenswaren op het glas | Verwijder deze onmiddellijk met een bakspatel, paletmes of scheermesschraper die geschikt is voor kookplaten met keramisch glas, maar pas op voor hete kookzoneoppervlakken:Schakel de stroom naar de kookplaat uit bij de muur.Houd het mes of gerei in een hoek van 30° en schraap het vuil of het gemorste naar een koel gedeelte van de kookplaat.Veeg het vuil of de gemorste resten af met een vaatdoekje of keukenpapier.Volg de stappen 2 tot en met 4 bij 'Dagelijks vuil op glas' hierboven. | Verwijder vlekken die achterblijven door smelten en suikerachtig voedsel of resten van overkoken zo snel mogelijk. Als u het laat afkoelen op het glas, kan het lastig te verwijderen zijn en zelfs het glasoppervlak permanent beschadigen.Snijgevaar: Wanneer de bescherming is teruggetrokken, is het mes van een schraper vlijmscherp. Wees uiterst voorzichtig en bewaar altijd veilig en buiten het bereik van kinderen. |
| Resten van overgekookt voedsel op de tiptoetsen | 1. Schakel de stroom naar de kookplaat uit.Laat de resten wekenVeeg de tiptoetsen schoon met een schone vochtige spons of doek.Veeg het oppervlak helemaal droog met keukenpapier.Schakel de stroom naar de kookplaat weer in. | De kookplaat kan piepen en zichzelf uitschakelen en de tiptoetsen functioneren mogelijk niet als er vloeistof op ligt. Zorg ervoor dat de tiptoetsen droog zijn geveegd voordat u de kookplaat weer inschakelt. |
PROBLEMEN OPLOSSEN
Het gebruik van uw apparaat kan leiden tot fouten en storingen. De volgende tabellen bevatten mogelijke oorzaken en aanwijzingen voor het oplossen van een foutmelding of storing. Het is aan te raden om de onderstaande tabellen zorgvuldig te lezen om tijd en geld te besparen die het kan kosten om naar het servicecentrum te bellen.
| Probleem | Mogelijke oorzaken | Wat u moet doen |
| De kookplaat kan niet worden ingeschakeld. | Geen stroom. | Zorg ervoor dat de keramische kookplaat op de voeding is aangesloten en dat de inductiekookplaat aan staat.Controlleer of de stroom in uw huis of omgeving is uitgevallen. Als u alles hebt gecontroleerd en het probleem blijft bestaan, bel dan een gekwalificeerde monteur. |
| De tiptoetsen reageren niet. | De bedieningselementen zijn vergrendeld. | Ontgrendel de bedieningselementen.Zie hoofdstuk ‘Gebruik van uw keramische kookplaat’ voor instructies. |
| De tiptoetsen zijn moeilijk te bedienen. | Er kan een dun laagje water op de bedieningselementen liggen of u gebruikt het puntje van uw vinger bij het aanraken van de bedieningselementen. | Zorg ervoor dat de tiptoetsen droog zijn gebruik uw gehele vingertop bij het aanraken van de bedieningselementen. |
| Het glas wordt bekrast. | Scherp kookgerei. Ongeschikte, schurende schuursponsjes of reinigingsmiddelen gebruikt. | Gebruik kookgerei met een vlakke en gladde bodem. Raadpleeg ‘Het juiste kookgerei kiezen’.Zie ‘Onderhoud en reiniging’. |
| Sommige pannen maken krakende of het klikkende geluiden. | Dit kan worden veroorzaakt door de constructie van uw kookgerei (lagen van verschillende metalen die anders vibreren). | Dit is normaal voor kookgerei en geeft geen fout aan. |
| De inductiekookplaat maakt een laag zoemend geluid wanneer gebruikt met een hoge warmte-instelling. | Dit wordt veroorzaakt door de technologie van koken met inductie. | Dit is normaal, maar het geluid moet stiller worden of volledig verdwijnen wanneer u de warmte-instelling verlaagt. |
| Ventilatorgeluid afkomstig van de inductiekookplaat. | Er is een ingebouwde koelventilator ingebouwd in uw inductiekookplaat om te voorkomen dat de elektronica oververhit raakt. Deze kan blijven draaien, zelfs nadat u de inductiekookplaat hebt uitgeschakeld. | Dit is normaal en er is geen actie nodig.Schakel de voeding naar de inductiekookplaat niet uit bij de muur terwijl de ventilator draait. |
| Pannen worden niet heet en verschijnen op het display. | De inductiekookplaat kan de pan niet detecteren omdat deze niet geschikt is voor inductie.De inductiekookplaat kan de pan niet detecteren omdat deze te klein is voor de kookzone of er niet goed centraal op staat. | Gebruik kookgerei dat geschikt is voor koken met inductie. Raadpleeg de paragraaf ‘Het juiste kookgerei kiezen’. Plaats de pan in het midden van de kookzone en zorg ervoor dat de bodem overeenkomt met de grootte van de kookzone. |
| De inductiekookplaat of een kookzone heeft zichzelf onverwacht uitgeschakeld, er klinkt een waarschuwingstoon en er wordt een foutcode weergegeven (meestal afwisselend één of twee cijfers in het display van de kooktimer). | Technische fout. | Noteer de foutletters en -nummers, schakel de voeding naar de inductiekookplaat uit bij de muur en neem contact op met een gekwalificeerd monteur. |
Weergave van storing en inspectie
De inductiekookplaat is uitgerust met een zelfdiagnosefunctie. Met deze test kan de monteur het functioneren van verschillende onderdelen controleren zonder de kookplaat te demonteren of uit het aanrechtblad te verwijderen.
- Storingscode treedt op tijdens het gebruik door klant, plus oplossing
| Storingscode | Probleem | Oplossing |
| Geen automatisch herstel | ||
| E1 | Storing temperatuursensor keramische plaat – open circuit. | Controleer de aansluiting of vervang de temperatuursensor van de keramische plaat. |
| E2 | Storing temperatuursensor keramische plaat – kortsluiting. | |
| E7 | Storing temperatuursensor keramische plaat | |
| C1 | Hoge temperatuur van sensor keramische plaat. | Wacht tot de temperatuur van de keramische plaat weer normaal is.Raak de "AAN/UIT"-toets aan om de eenheid opnieuw op te starten. |
| E3 | Storing temperatuursensor van de IGBT – open circuit. | Vervang de voedingsmodule. |
| E4 | Storing temperatuursensor van de IGBT– kortsluiting | |
| C2 | Hoge temperatuur van IGBT. | Wacht tot de temperatuur van de IGBT weer normaal is.Raak de "AAN/UIT"-toets aan om de eenheid opnieuw op te starten.Controleer of de ventilator soepel loopt; zo niet, vervang dan de ventilator. |
| EL | De voedingsspanning is lager dan de nominale spanning. | Controleer of de stroomtoevoer normaal is. Zet aan als de stroomtoevoer weer normaal is. |
| EH | De voedingsspanning is hoger dan de nominale spanning. | |
| EU | Communicatiefout. | Breng de verbinding tussen het displaypaneel en de voedingsmodule weer aan.Vervang de voedingsmodule of het displaypaneel. |
- Specifieke storing, plus oplossing
| Storing | Probleem | Oplossing A | Oplossing B |
| De led-display licht niet op wanneer de stekker in het stopcontact zit. | Er wordt geen stroom toegevoerd. | Controleer of de stekker goed in het stopcontact zit en of de contactdoos goed werkt. | |
| Storing in aansluiting van de hulpvoedingsmodule en de displayplaat. | Controleer de aansluiting. | ||
| De hulpvoedingsmodule is beschadigd. | Vervang de hulpvoedingsmodule. | ||
| De displayplaat is beschadigd. | Vervang de displayplaat. | ||
| Sommige knoppen werken mogelijk niet of de led-display is niet normaal. | De displayplaat is beschadigd. | Vervang de displayplaat. | |
| De bereidingsmodusindicator gaat branden, maar het verwarmen start niet. | Hoge temperatuur van de kookplaat. | De omgevingstemperatuur kan te hoog zijn. Luchtinvoer of luchtuitlaat mogelijk geblokkeerd. | |
| Er is iets mis met de ventilator. | Controleer of de ventilator soepel draait; zo niet, vervang dan de ventilator. | ||
| De voedingsmodule is beschadigd. | Vervang de voedingsmodule. | ||
| Het verwarmen stopt plotseling tijdens het gebruik en op het display knippert "u". | Verkeerd type pan. | Gebruik de juiste pan (raadpleeg de instructiehandleiding). | Het pandetectiecircuit is beschadigd, vervang de vermogensmodule. |
| De diameter van de pan is te klein. | |||
| De kookplaat is oververhit; | De eenheid is oververhit. Wacht tot de temperatuur weer normaal is. Druk op de "AAN/UIT"-toets om de eenheid opnieuw op te starten. | ||
| De verwarmingszones aan dezelfde kant (zoals de eerste en de tweede zone) moeten "u" weergegeven. | Storing in de aansluiting van de voedingsmodule en de displayplaat; | Controleer de aansluiting. | |
| De displayplaat van het communicatiedeel is beschadigd. | Vervang de displayplaat. | ||
| Het moederbord is beschadigd. | Vervang de voedingsmodule. | ||
| De ventilatormotor klinkt anders. | De ventilatormotor is beschadigd. | Vervang de ventilator. |
De bovenstaande informatie is de beoordeling en inspectie van gebruikelijke storingen. Haal de eenheid niet zelf uit elkaar om gevaren en schade aan de inductiekookplaat te voorkomen.
INSTALLATIE
Keuze van installatiematerialen
Maak een opening in het aanrechtblad volgens de in de tekening getoonde afmetingen.
Voor installatie en gebruik moet een minimale ruimte van 50 mm rondom het gat behouden blijven.
Zorg ervoor dat het aanrechtblad ten minste 30 mm dik is. Kies een aanrechtblad van hittebestendig en geïsoleerd materiaal (hout en soortgelijk vezelachtig of vochtopnemend materiaal mag niet worden gebruikt als aanrechtbladmateriaal, tenzij het geïmpregneerd is) om elektrische schokken en vervorming veroorzaakt door hittestraling van de kookplaat te voorkomen. Zoals hieronder aangegeven:

Opmerking: De veiligheidsafstand tussen de zijkanten van de kookplaat en de binnenoppervlakken van het aanrechtblad moet ten minste 3 mm zijn.

text_image
A B C D E F
text_image
AFDICHTING GMin. 3 mm
| A (mm) | B (mm) | C (mm) | D (mm) | E (mm) | F (mm) | G |
| 268+4-0 | 500+4-0 | 50 min. | 50 min. | 50 min. | 50 min. | 3 mm min. |
Zorg er altijd voor dat de inductiekookplaat goed geventileerd is en dat de luchtinlaat en -uitlaat niet geblokkeerd worden. Zorg ervoor dat de inductiekookplaat goed werkt. Zoals hieronder weergegeven.

Opmerking: De veiligheidsafstand tussen de kookplaat en de kast boven de kookplaat moet ten minste 760 mm zijn.

| A (mm) | B (mm) | C (mm) | D | E |
| 760 | 50 min. | 20 min. | Luchtinlaat | Luchtuitlaat 5 mm |
WAARSCHUWING: Toereikende ventilatie waarborgen
Zorg er voor dat de inductiekookplaat goed geventileerd is en dat de luchtinlaat en -uitlaat niet geblokkeerd worden. Om onbedoelde aanraking met de oververhittende bodem van de kookplaat, of het krijgen van een onverwachte elektrische schok, te voorkomen, moet een houten inzetstuk met schroeven worden vastgezet op een minimale afstand van 50 mm van de bodem van de kookplaat. Volg de onderstaande vereisten.

text_image
Min. 50 mm Max. 5 mm Max. 5 mm
Er zijn ventilatiegaten rond de buitenkant van de kookplaat. Zorg ervoor dat deze gaten NIET geblokkeerd worden door het aanrechtblad wanneer u de kookplaat op zijn plaats zet.

- Let er op dat de lijm die waarmee het plastic of het houten materiaal wordt gelijmd, bestand is tegen een temperatuur van niet lager dan 150°C, om te voorkomen dat het paneel loskomt.
- De achterwand, de aangrenzende en de omringende oppervlakken moeten daarom bestand zijn tegen een temperatuur van 90°C.
Voordat u de kookplaat installeert, moet u het volgende controleren
- Het werkoppervlak is vierkant en waterpas, en er zijn geen structurele delen die niet voldoen aan de ruimtevereisten.
- Het werkoppervlak is gemaakt van een hittebestendig en geïsoleerd materiaal.
- Als de kookplaat boven een oven is geïnstalleerd, heeft de oven een ingebouwde koelventilator.
- De installatie moet voldoen aan alle ruimtevereisten en de toepasselijke normen en voorschriften.
- Een geschikte scheidingsschakelaar voor volledige ontkoppeling van de netvoeding is geïntegreerd in de permanente bedrading, gemonteerd en geplaatst om te voldoen aan de lokale bedradingsregels en - voorschriften.
De scheidingsschakelaar moet van een goedgekeurd type zijn en een scheiding met een luchtopening bij alle polen bieden van 3 mm (of bij alle actieve [fase]geleiders als de lokale bedradingsregels deze variatie op de vereisten toestaan).
- De scheidingsschakelaar moet gemakkelijk toegankelijk zijn voor de klant als de kookplaat is geinstalleerd.
- U raadpleegt de lokale bouwautoriteiten en statuten als u twijfelt over de installatie.
- U gebruikt hittebestendige en gemakkelijk te reinigen afwerkingen (zoals keramische tegels) voor de wandoppervlakken die de kookplaat omringen.
Nadat de kookplaat is geïnstalleerd, moet u het volgende controleren
- De voedingskabel is niet toegankelijk via kastdeuren of laden.
- Er is voldoende frisse lucht van buiten de kasten naar de onderkant van de kookplaat.
- Als de kookplaat boven een lade of kastruimte is geïnstalleerd, moet onder de onderkant van de kookplaat een thermische beschermingsbarrière zijn geplaatst.
- De scheidingsschakelaar is gemakkelijk toegankelijk voor de klant.
Voordat de bevestigingsbeugels worden geplaatst
Het toestel moet op een stabiel, glad oppervlak worden geplaatst (gebruik de verpakking). Oefen geen kracht uit op de bedieningselementen die naar buiten steken vanuit de kookplaat.
De positie van de beugels aanpassen
Bevestig de kookplaat op het werkoppervlak door de 4 beugels aan de onderkant van de kookplaat te schroeven (zie afbeelding) na installatie.
Pas de positie van de beugels aan de betreffende dikte van het aanrechtblad aan.

De beugels mogen na installatie nooit de binnenoppervlakken van het aanrechtblad raken (zie afbeelding).
VOORZORGSMAATREGELEN
- De inductiekookplaat moet worden geïnstalleerd door gekwalificeerd personeel of gekwalificeerde monteurs. Wij hebben professionals voor u klaar staan. Voer deze handeling nooit zelf uit.
- De kookplaat mag niet direct boven een vaatwasser, koelkast, vriezer, wasmachine of wasdroger worden geïnstalleerd, omdat het vocht daarvan de elektronica van de kookplaat kan beschadigen.
- De inductiekookplaat moet zodanig worden geïnstalleerd dat een betere hittestraling kan worden gegarandeerd om de betrouwbaarheid van de kookplaat te vergroten.
- De wand en de geïnduceerde verwarmingszone boven het aanrechtbladoppervlak moeten bestand zijn tegen hitte.
- Om beschadiging te voorkomen, moeten de sandwichlaag en lijm bestand zijn tegen hitte.
- U mag geen stoomreiniger gebruiken.
De kookplaat aansluiten op de netvoeding

Deze kookplaat mag alleen door een passend gekwalificeerde persoon worden aangesloten op de netvoeding.
Voordat u de kookplaat aansluit op de netvoeding, moet u het volgende controleren:
-
Het huishoudelijke bedradingssysteem is geschikt voor het vermogen van de kookplaat.
-
De spanning komt overeen met de waarde aangegeven op het typeplaatje.
-
De voedingskabelsecties zijn bestand tegen de op het typeplaatje gespecificeerde belasting.
Gebruik geen adapters, begrenzers of extra stekkerdozen om de kookplaat aan te sluiten op de netvoeding; dit kan oververhitting en brand kunnen veroorzaken.
De voedingskabel mag geen warme onderdelen aanraken en moet zodanige worden geplaatst dat de temperatuur op geen enkel punt hoger is dan 75°C.

Controleer met een elektricien of het huishoudelijke bedradingssysteem zonder aanpassingen geschikt is.
Eventuele wijzigingen mogen alleen door een gekwalificeerde elektricien worden aangebracht.
De stroomvoorziening moet worden aangesloten overeenkomstig de desbetreffende norm, of één enkele stroomonderbreker. De wijze van aansluiten wordt hieronder getoond.

text_image
Groen/Geel Blauw Bruin PE N L 220-240 V- Als het snoer beschadigd is of moet worden vervangen, moet dit met speciaal gereedschap worden uitgevoerd door de aftersales-vertegenwoordiger, om ongevallen te voorkomen.
- Als het apparaat rechtstreeks op het elektriciteitsnet wordt aangesloten, moet een meerpolige stroomonderbreker worden geïnstalleerd met een minimale opening van 3 mm tussen de contacten.
- De installateur moet ervoor zorgen dat de juiste elektrische aansluiting is uitgevoerd en dat alles voldoet aan de veiligheidsvoorschriften.
- De kabel mag niet gebogen of samengedrukt zijn.
- De kabel moet regelmatig worden gecontroleerd en mag alleen worden vervangen door erkende monteurs.
- De geel/groene draad van de voedingskabel moet worden aangesloten op de aarde van zowel de voeding als het apparaat.
- De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen als gevolg van het gebruik van een apparaat dat niet geaard is of een slechte continuïteit van de aarding heeft.
- Als het apparaat een stopcontact heeft, moet het zo zijn geïnstalleerd dat het stopcontact bereikbaar is.

Het bodemoppervlak en het stroomsnoer van de kookplaat zijn na installatie niet toegankelijk.
VERWIJDERING EN RECYCLING
Belangrijke instructies voor de omgeving
Naleving van de AEEA-richtlijn en verwijdering van het afvalproduct:
Dit product voldoet aan de EU AEEA-richtlijn (2012/19/EU). Dit product is voorzien van een classificatiesymbool voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA).
Dit symbool geeft aan dat dit product aan het einde van de levensduur niet met ander huishoudelijk afval mag worden weggegooid. Gebruikte apparaten moeten worden ingeleverd bij een officieel inzamelpunt voor recycling van elektrische elektronische apparaten. Neem voor deze inzamelsystemen contact op met de lokale autoriteiten of de winkelier waar het product is gekocht. Elk huishouden speelt een belangrijke rol bij het terugwinnen en recyclen van oude apparaten. De juiste verwijdering van gebruikte apparaten helpt mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid te voorkomen.

Voldoet aan de RoHS-richtlijn
Het product dat je hebt gekocht voldoet aan de RoHS-richtlijn van de EU (2011/65/EU). Het bevat geen schadelijke en verboden materialen die in de richtlijn worden genoemd.
Informatie over de verpakking
Het verpakkingsmateriaal van het product is gemaakt van recyclebare materialen in overeenstemming met onze nationale milieuwetgeving. Gooi het verpakkingsmateriaal niet weg met het huishoudelijk of ander afval. Breng ze naar de inzamelpunten voor verpakkingsmateriaal die door de lokale autoriteiten zijn aangewezen.






