LA-402 - Ontvanger Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LA-402 Monacor in PDF-formaat.
| Producttype | Versterker voor inductielussen (ontvanger) |
| Merk | Monacor |
| Model | LA-402 |
| Afmetingen (B x H x D) | Ongeveer 482,6 mm x 89 mm x 200 mm (schatting) |
| Gewicht | Ongeveer 4,5 kg (schatting) |
| Voeding | 230 V~ / 50 Hz |
| Stroomverbruik | Niet gespecificeerd, max. 14 A lusstroom |
| Belangrijkste functies | Constante stroomversterker voor inductielus, zone tot 750 m², 3 ingangen (MIC/LINE), bas/treble-regeling, hoofdtelefoonuitgang, MP3-weergave via SD-kaart, prioriteitsingang, correctie van metaalverliezen |
| Ingangen | MIC: 1,5 mV/6,8 kΩ symmetrisch (XLR), LINE XLR: 630 mV/10 kΩ sym., LINE RCA: 630 mV/4,7 kΩ asym., fantoomvoeding 40 V schakelbaar |
| Uitgangen | Inductielus (schroefaansluitingen), hoofdtelefoonuitgang (3,5 mm jack), SLAVE IN/OUT |
| Bandbreedte | 50 – 8000 Hz |
| Toonregeling | Bas ±10 dB bij 100 Hz, treble ±10 dB bij 10 kHz |
| Max. lusstroom | 14 A |
| Toegestane lusweerstand | 0,2 – 2 Ω |
| Onderhoud en reiniging | Droge, zachte doek, geen chemicaliën of water gebruiken |
| Veiligheid | Apparaat niet openen, bij schade loskoppelen, alleen binnenshuis gebruiken, temperatuur 0–40 °C |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Vervangende zekering (zelfde type), reparatie door bevoegde technicus |
| Algemene informatie | Handleiding beschikbaar in meerdere talen, garantie vervalt bij verkeerd gebruik |
Veelgestelde vragen - LA-402 Monacor
Gebruikersvragen over LA-402 Monacor
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LA-402 - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LA-402 van het merk Monacor.
GEBRUIKSAANWIJZING LA-402 Monacor
Lusversterker voor inductieve audio-overdracht
Deze handleiding is bedoeld voor installmenters met vakkennis op het vlak van inductieve signalaaloverdracht. Lees de handleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen, en bewaar ze voor latere raadpleging.
Op de uitklapbare pagina 3 vindt u een overzicht van alle bedieningselementen en de aansluitingen.
Inhoud
1 Overzicht 20
1.1 Frontpaneel. 20
1.2 Achterzieje 20
2 Veiligheidsvoorschriften 20
3 Toepassingen 21
4 Opstelmogelijkheden. 21
4.1 De montage in een rack 21
5 Installatie 21
5.1 Inductielus 21
5.1.1 Kabeldoorsnede. 21
5.1.2 Aansluiting van de inductielus. 21
5.1.3 Gebruik met twee lusversterkers 21
5.2 Microfoons 22
5.3 Apparaten met lijnniveau 22
5.4 Externe schakelaar voor alarmberichten 22
5.5 Gebruik in een geluidsinstallatie 22
5.6 Voedingsspanning 22
6 Bediening 22
6.1 Eerste ingebruikname. 22
6.2Metaalverliescorrectie. 23
7 Gebruik 23
7.1 Beveiligingscircuit. 23
8 Technische gegevens 23
1 Overzicht
1.1 Frontpaneel
1 3,5 mm-stekkerbus voor een hoofdtelefoon; hierlangs kan het signalaal voor de inductielus worden gecontroleerd
2 Regelaars voor het instellen van het geluidsvolume van de ingangskanalen (INPUT 1 tot INPUT 3)
3 Klankregelaars BASS = basregelaar TREBLE = regelaar hoge tonen
4 Regelaar MASTER voor de veldsterkte in de inductielus (maximaal geluidsvolume)
5 ON bedrijfsled SIG signaalaanduiding met 3 erboven liggende leds voor niveauweergave PROT storingsaanduiding
6 POWER-schakelaar
1.2 Achterzijde
7 POWER-jack voor de aansluiting op een stopcontact (230V / 50Hz) met behulp van het bijgeleverde netsnoer
8 Houder voor de netzekering Vervang een gesmolten zekering uitsluitend door een zekering van hetzelfdetype.
9 Schroefklemmen LOOP OUTPUT voor de aansluiting van de inductielus
10 SchroefklemmenMESSAGE TRIGGER voor een externe schakelaar voor het afspelen van de op de geheugenkaart (18) beschikbare MP3-bestanden (alarmberichten)
11 Regelaar METAL LOSS CORRECTION (alleen in gebruik als de jumper J2 in de stand ON steekt, zie hoofdstuk 6.2)
12 Bus SLAVE IN / OUT voor de aansluiting van een bijkomende lusversterker (zie afb. 4)
13 Cinch-ingangsbussen INPUT 3 LINE voor het aansluiten van een (stereo-)audioapparaat met lijniveau-uitgang (cd/mp3-speler, radio, mengpaneel etc.)
14 XLR-aansluiting INPUT 3 MIC voor een microloon
15 DIP-schakelaars:
1 = fantoomvoeding voor INPUT 3
2 = fantoomvoeding voor INPUT 2
3 = ingangsgveeligheid voor INPUT 2: microfoon- of lijniveaua
16 XLR-aansluiting INPUT 1 en 2 voor microfoons of audioapparatuur
17 DIP-schakelaars voor INPUT 1:
1 = voorangsfunctie (INPUT 2 en 3 worden bij aanwezig signal gedempt)
2 = fantoomvoeding (40 V)
3 = ingangsgevoeligheid microfoon- of lijnniveau
18 Sleuf voor een geheugenkaart om alarmberichten af te spelen (zie ook positie 10)
2 Veiligheidsvoorschriften
Het apparatus is in overeenstemming met alle relevante EU-Richtlijnen en is waarom gekenmerkt met het ckenmerk.
WAARSCHUWINGDe netspanning van het apparatusat is levensgevaarlijk. Open het apparatusaatiet, en zorg dat u niets in de ventilatieopeningen steekt! U loopt immers het risico van een elektrische schok. De in- en uitgangen月至 pas worden aangesloten resp. gewijzigd, nadat de geluidsinstallatie is uitgeschakeld.
- Het apparaat is enkel geschikt voor gebruik binnenshuis. Vermijd druip- en spatwater evenalsplaatsen met een hove vochtigheid. Het toegestane omgevingstemperatuurbereik bedraagt 0 - 40^
- Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen etc. op het apparaat.
- De warmte die in het apparaat ontstaat, moet door ventilatie afgevoerd worden. Dek de ventilatieopengen Niet af.
-
Schakel het apparaat Niet in resp. trek on-middelijk de stekker uit het stopcontact:
-
wonneer het apparaat of het netsnoer zichtaar beschadigd is,
- wanneer u een defect vermoedt nadat het apparaat bijvoorbeeld geallen is.
- wonneer het apparaat slecht functio- neert.
Het apparaat moet in elk geval worden hersteld door een gekwalificeceerd vakman.
Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact, maar aan de stekker zich.
- Verwijder het stof enkel met een droge, zachte doek. Gebruik zeker geen chemicalien of water.
In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting, foulieve bediening of van herstelling door een niede gekwalificeerd person vervalt de garantie en de verantwoordelijkheid voor hieruit resulterende materièle of lichamelijke schade.
- Zo können wij ook Niet aansprakelijkheid worden gesteld voor gevevensverliezen als gevolg van fouitieve bediening of een defect, noch voor de schade die hieruit volgt.
Wanner het apparaat definitiefuit bedrijf worden genomen, bezorg het dan voor milieuvriendelijkke verwerking aan een plaatselijk recyclagebedrijf.
3 Toepassingen
De LA-202 / LA-402 is een actieve lusverster ker volgens de constante stroomtechniek met dynamiekcompressor voor de opbouw van een inductieve geluidsinstallatie. Hij dient om audiosignalen door te sturen waar luisterapparatuur met een "telefoonspoel" enaar inductieve ontvangers (bijv. LR-202 van MONACOR). Een Voordeel van inductieve geluidsinstallaties is de draadloze transmissie. De gebruiker kan zich binnen de lus vrij bewegen.
Inductieve geluidsinstallaties worden voor diverse toepassingen gebruikt, bijvoorbeeld als hulpmiddel voor slechthorenden in kerken, theaters, filmzalen, wachtkamers en recreatieruimten, als tolinstallaties, bij voordrachten in musea, tentoonstellingen etc.
Bij inductieve geluidsinstallaties worden een inductielus met een constante-stroomversterker aangestuurd. Een inductielus bestaatuit een draadwikkeling die in de vloer, in de muur of in het plafond wordt aangebracht. In deze lus ontstaat een magneetveld dat in de inductieontvanger een spanning induceert. Deze spanning wordt door de ontvanger opnieuw in een audiosignal omgezet. In een inductielus kunt u een willekeurig aantal ontvanger gebruiken.
De versterker kan met de inductielus in het gunstigste geval een oppervlakte tot 200m^2 (LA-202)
750m^2 (LA-402)
inductief verzorgen. Deze oppervlakte za in de praktijkECHTER omwille van veldsterkteverliezen door metaal in plafonds en vloeren nicht steeds kuren worden bereikt.
4 Opstelmogelijkheden
De lusversterker is voorzien voor montage in een 19^ -rack (482 mm),aar kan ook als vrijstaand tafelmodel worden gebruikt. In elk geval moet de lustd door alle ventilatieopeningen+kunnen stromen,om voldoende ventilatie van de eindversterkers te verzekeren.
4.1 De montage in een rack
Voor de montage in een rack schakelt u zo nodig de metaalverliescorrectie met de jumper J2 in. De versterker要去 waarvoor geopend worden (hoofdstuk 6.2).
Voor de montage in een rack schroeft u de beiden bijgeleverde montagebeugels vast op de zijkanten van het apparaat. Om de lusversterker in het rack te monteren,+zijn twee rack-eenheden (2RE = 89mm) nodig.
Om te voorkomen dat het rack topzwaar wordt, dient de versterker in het onderste gedeelte van het rack gemonteerd te worden. De frontplaat alleen is Niet voldoende voor een veilige bevestiging. Het apparaat要去 links en rechts ook door rails of onderaan door een bodemplaat ondersteund worden.
5 Installatie
OPGELET! De in- enuitgangen mogen enkel door een gekwalificeerdevakmanuitgevoerd worden en in elk geval wanner de versterkeruitgeschakeld is!
Tips
- Alvorens de geluidsinstallatie te installemaren, moet u absolut met een ontvanger (bijv. LR-202) controlleren of er op deplaats van installmentie magnetische storingen zijn. Deze+kunnen de werkig nudelig beinvloeden of zelfs onmogelijk make. Storingen worden bijv. door transformatoren, sterkstroomleidingen, fluorescentielampen met conventioneel voorschakelapparaat en gevevensinvoerbussenveroorzaakt.
- Behalve magnetische storingsvelden kan een inductieve geluidsinstallatie bijv. ook door vloeren in gewapend beton of door vloerverwarming met koperen leidingen worden gestoord. Ook hier breidt het magnetische veld zich nicht gelijkmatiguit en is het gebruik van een inductieve geluidsinstallatie in extreme gefallen nicht möglich. Indien de storingen die door het gewapende beton wordenveroorzaakt, Niet te groot+zijn, dan kurz u de frequentecurve met de regelaar METAL LOSS CORRECTION (zie hoofdstuk 6.2) aanpassen.
- Indien een inductielus in buizen worden voorzien, zorg dan dat deze uit kunststof zichn vervaardigd; metalen buizen konnen magnetische veld van de lus immers in hoge mate nadelig beinvloeden.
5.1 Inductielus
De lus worden rond het geluidsgebied gelegd. De afstand tot de oorhoogte moet ca. 1 m bedragen. Vermijd dat de lus op verschillende hoogten worden gelegd. Als inductielus dient een gewone leiding.
Indien deplaatselijke omstandigheden een rechthoekige plaatsing van de lus Niet toelaten, dan is een special fusontwerp moodzakelijk dat door een deskundige要去 worden berekend.
Nadat de afmetingen van de inductielus zijn vastgelegd, berekent u de doorsnede van de kabel:
5.1.1 Kabeldoorsnede
De omsche waarstand van de lus moet 0,2 - 2 bedragen. Nadat de lengte van de lus gemeten werden, berekent u de kabeldoorsnede. Uit de afbeeldingen 5 en 6 kunt u voor de vastgelegde kabellengte de nodige doorsnede aflezen:

Afb. 5 Vereiste kabeldoorsnede voor de inductielus
| Kabeldoorsnede in mm2 | ||||||
| 0,5 | 0,75 | 1,0 | 1,5 | 2,5 | ||
| Lus-lengte | min. bij 0,2 Ωmax. bij 2,0 Ω | 6m56m | 9m84m | 12m110m | 17m168m | 28m280m |
Abb. 6 minimale en maximale luslengte bij bepaalde kabeldoorsneden (koper)
Voor de berekening van de lusweerstand (R) bij een koperen kabel kan ook de volgende formule worden gezrukt:
$$ R = \frac {1}{A} \times \rho_ {C U} = \frac {1}{A} \times 0. 0 1 7 8 6 \frac {\Omega \times m m ^ {2}}{m} $$
A = kabeldoorsnede in mm²
I = luslength in m
_cu = specifieke werdenstand van koper
5.1.2 Aansluiting van de inductielus
De lusversterker moet buiten de lus staan (figuur 3 en 4).
1) Rol het kabelgedeelte op:tussen de versterker en de lus.
2) Alvorens de inductielus op de versterker aan te sluiten, voert u met een ohmmeter een controle uit om te garanderen dat de Ius Niet met de aarding is verbonden.
3) Sluit de kabeleinden van de Ius aan op de klemmen LOOP OUTPUT (9) aansluten.
5.1.3 Gebruik met twee lusversterkers
Als een lusversterker Niet volstaat om de benodigde oppervlakte te bedieren,kest u twee lussen installereren die elk door een versterker worden aangestuurd. Daar bij functioneert de ene versterker als Master (waarop signaalbronnen zich aangesloten) en de andere als Slave.
Stuur het audiosignal van de Masterversterker aan de Slave-versterker. In afb. 4 ziet u een voorbeeld met adapters uit het assortment van MONACOR:
1) Steek in de bus SLAVE (12) van het Masterapparaat een adapter 6,3 mm-stereostekker/2 × cinch-koppeling (bjv. NTA-178). Aan de punt van de stekker bevindt zich het uitgangssignaal dat maar de tweede lusversterker要去 worden gestuurd.
2) Door de aansluiting van de jack SLAVE wordt in de Master-versterker de signaalwegCUSen het meng niveau en deuitgangsversterker onderbroken.Daarom moet u met een Y-kabel (bjv.CBA-25/BL) die met de adapter NTA-178 wordt verbonden,deze signaalweg opnieuw sluiten.
3) Stuur het uitgangssignaal van de Y-kabel via een adapterkabel 2 × cinch/6,3mm-stereojack (bijv. MCA-302) maar de bus SLAVE van de Slave-versterker. Het signalaal要去 aan de ring van de stereostekker beschikbaar�n. Verbind bij de kabel MCA-302 waarom de rode cinch-stekker met de Y-kabel.
4) Stel bij de eerste ingebruikname de stroom voor de beiden inductielussen onafhankelijk van elkaar met de regelaars MASTER (4) op de Master- en Slave-versterker (hoofdstuk 6.1) in.
5.2 Microfoons
U kunt tot drie microfoons aansluiten op de XLR-aansluitingen INPUT 1 tot INPUT 3 (14, 16). Voor de microloon op de ingang INPUT 1 kan de microloon-voorrangsschakeling worden geactiveerd (hoofdstuk 6.1, stap 8).
1) Stel bij het aansluiten van een microfoon op de kanalen INPUT 1 en 2 de bijbehorende DIP-schakelaar nr. 3 (15, 17) in de stand MIC stellen.
2) Bij gebruik van microfoons met fantoom-voeding schakelt u de de 40 V-fantoom-voeding in.
OPGELET! Schakel de fantoomspanning alleen bij uitgeschakelde versterker in (luide schakelploppen möglichk) en alleen als op de bijbehorende uitgang geen microfoon met ongebalanceerde uitgang is aangesloten. Een dergelijkke microfoon kan anders beschadigd raken.
Zet de bijbehorende DIP-schakelaars PH.PWR in de onderste stand ON:
| Kanaal DIP-Schakelaars | |
| INPUT 1 | Stand 17, nr. 2 |
| INPUT 2 | Stand 15, nr. 2 |
| INPUT 3 | Stand 15, nr. 1 |

Afb.7 Ingangen en DIP-schakelaars
5.3 Apparaten met lijniveau
U kunt maximaal drie audioapparaten met lijniveau-uitgang (bjv. cd/ mp3-speler, mengpaneel, radio) op de XLR-aansluitingen (16) van de ingangen 1 en 2 en op de cinch-jacks (13) van de ingang 3 aansluiten.
Zet bij het aansluiten op de XLR-aansluitingen de bijbehorende DIP-schakelaars (15, 17) met de nr. 3 in de stand LINE. Plaats de bijbehorende DIP-schakelaar PH.PWR (nr. 2) in elk geval in de bovenste stand OFF. Anders kan het aangesloten apparaat worden beschadigd.
5.4 Externe schakelaar voor alarmberichten
Alarmberichten die vooraf in mp3-formaat op een SD-geheugenkaart bijv. vanaf een computer werden opgenomen, können indien nodig via de versterker worden afgespeeld.
1) Steek de geheugenkaart met het alarmbericht/de alarmberichten met de afgeschuinde ziche maar rechts in de sleuf ALARMMESSAGE (18) tot ze vergrendelt. Als u de kaart er weeer wilt uitnemen, drukt u ze iets in, zodat ze ontgrendelt.
2) Sluit een schakelaar aan op de klemmenMESSAGE TRIGGER (10).
3) Om af te spelten sluit u de schakelaar: De mp3-bestanden op de geheugenkaart worden na elkaar afgespeeld en het volume van alle andere audiosignalen neemt automatisch af.
5.5 Gebruik in een geluidsinstallatie
Als de lusversterker in een bestaande geluidsinstallatie要去 worden geinteggreerd:
1) Stuur het audiosignal van de geluidsinstallatie aan een van de ingangen INPUT 1 tot INPUT 3 (13, 16). Het signal koet lijniveau (0,2 - 1V) hebben en onafhankelijk van de volumeregelaar van de geluidsversterker zijn.
2) Zet bij het aansluien op een van de XLR-aansluitingen de bijbehorende DIP-schakelaars (15, 17) met de nr. 3 in de stand LINE. Plaats de bijbehorende DIP-schakelaar PH.PWR (nr. 2) in elk geval in de bovenste stand OFF. Anders kan het aangesloten apparaat worden beschadigd.
5.6 Voedingsspanning
Ten slotte verbindt u het meegeleverde net-snoer eerst met de jack (7) en plugt u de steker ervan in een stopcontact (230V / 50Hz)
6 Bediening
6.1 Eerste ingebruikname
1) U aunt het signalaal voor de inductielus via een hoofdtelefoon (impedantie ten minste 32 ) beluisteren. Sluit de hoofdtelefoon aan op de jack PHONES (1).
2) Alvorens in te schaken, draait u de regelaars INPUT 1 tot 3 (2) en MASTER (4) eerst maar nul.
3) Schakel de versterker in met de schakelaar POWER (6). De rode led ON (5) brandt.
4) Speel een opgeslagen alarmbericht af (of, indien beschikbaar, een testsignal met 1kHz 0 dB): Sluit de schakelaar aan op de klemmenMESSAGE TRIGGER (10).
5) Draai de regelaar MASTERiets open en meet met een veldsterktemeter de veldsterkte in de lus. Volgens de Europese norm EN 60118-4 worden een veldsterkte van 100mA/ m aanbevolen en de maximale veldsterkte mag de waarde van 400mA/ m nicht overschrijden. Beide waarden hebben betrekking op de referentiefrequente van 1kHz . Stel met de regelaar MASTER de veldsterkte overeenkomstig in. De ledketting (5) geeft het uitgangsiveaueer.
Als er geen veldsterktemeter beschikbaar is, voert u de instelling door meteen inductieontvanger (bv. LR-202 van MONACOR). Stel de regelaar MASTER in op de.best audio- en ontvangstkwaliteit.
6) Stuur een signaal waar de aangesloten ingangen (testsignal, muziekfragment of microfoonaankondiging) en stel met de bijbehorende regelaars INPUT (2) het volume in.
7) Met de klankregelaars BASS en TREBLE (3) stelt u de optimale klank in.
8) Het signaal van kanaal 1 kan voorrang krijgen op de kanalen 2 en 3. Stel hiervoord DIP-schakelaar PRIO (17) met het n. 1 in op de stand ON. Daarmee worden bijv. bij een aankondiging via het kanaal 1 de signalen van de kanalen 2 en 3 gedempt. Opdezemanier is de aankondiging verstaanbaar.
6.2 Metaalverliescorrectie
In vele gebouwen is een groe hoeveelheid metaal in plafonds en vloeren verwerkt. Dit metaal kan tot frequentieafhankelijk verlies van de veldsterkte leiden. Het verlies bedraagt 3 dB / octaat bij een onderste grensfrequentie tussen 0,01Hz en 100Hz .
De metaalverliescorrectie compensateert dit door frequencies onder 1kHz te dempen en frequencies boven deze waarde tot 3 dB / octaat fe versterken. De berekening van de invloed van het metaal op de frequentiecurve is omslachtig en vereist het gebruik van gespecialiserde apparatuur. Maar u kunt ook gewoon het lussignaal met een inductieontvanger (bjv. LR-202) beluisteren:
Correctie activeren en instellen
WAARSCHUWING

Voor het activeren van de metaalverliescorrectie moet het apparaat worden geopend. Daarom
mag dit uitsluitend door een gekwalificierdevakman worden uitgevoerd. U loopt immers het risico van een elektrische schok.
1) Trek de netstekker uit het stopcontact.
2) Schroef het deksel los.
3) Om de functie te activeren, steekt u de jumper J1 in de stand ON. De jumper befindt zich:tussen de dunne zekering FU2 en de relais RY1.
4) Schroef het deksel weer vast.
5) Zet de regelaar METAL LOSS CORRECTION (11) eerst in op 0 dB.
6) Schakel de versterker in en stel de regelaar METAL LOSS CORRECTION bij een aankondiging in op optimale verstaanhaarheid.
7 Gebruik
De in het hoofdstuk 6 voorgenomen instellen gen hoeven Nieteer te worden gewijzigd. Voor het normale gebruik hoeft u de lusversterker alleen nog maar in te schakelen. De apparaten van een geluidsinstallatie要去en in de onderstaande volgorde worden ingeschakeld:
- de audioapparaten (signaalbronnen)
- de geluidsversterker
- de lusversterker
Om de installmente UIT te schakelen volgt u de omgekeerde procedure.
7.1 Beveiligingscircuit
Bij een storing (defect, oververhitting) brandt de rode led PROT (5) en worden het signal voor de inductielusuitgeschakeld. In dit geval schakelt u de versterker uit en LAST u de storing door deskundig personeel verhelpen.
Mocht de versterker door een ontoe-riekende ventilatie of bij een te hoge omgevingstemperatuur oververhit zich, kan hij na het afkoelen opnieuw in gebruik worden genomen. Zorg eventueel voor een betere luchtcirculatie.
Max. lusopppervlakte
LA-202: 200m²
LA-402: .750m
Aansluiting: . . . . . . schroefklemmen
Ingangen
Gevoeligheid/impedantie; aansluiting
MIC: 1,5mV/6,8kΩ; XLR, gebalanceerd
Fantoomvoeding: . . . 40V, individuelinschakelbaar
LINE
XLR: 630 mV/10 kΩ; gebalanceerd
Cinch: 630 mV/4,7 kΩ, ongebalanceerd
Lage tonen: . . . ±10 dB bij 100 Hz
Hoge tonen: . . . . . ±10dB bij 10kHz
THD: < 1%
Omgevings
temperatuurbereik: .0-40°C
Voedingsspanning: 230V/50Hz
Vermogensopname
LA-202: 150VA max.
LA-402: 230 VA max.
fmetingen
B×H×D: 482×88×280mm 2U
Gewicht: 7 kg
Wijzigingen voorbehonden.