PerfectView CAM 301 - Achteruitrijcamera DOMETIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PerfectView CAM 301 DOMETIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PerfectView CAM 301 DOMETIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Achteruitrijcamera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PerfectView CAM 301 - DOMETIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PerfectView CAM 301 van het merk DOMETIC.
GEBRUIKSAANWIJZING PerfectView CAM 301 DOMETIC
Montagehandleiding en gebruiksaanwijzing....72
DA
Ekstra kamera
Lees deze handleiding voor de montage en de ingebruikname zorgvuldig door en bewaar hem. Geef de handleiding bij het doorgeven van het product aan de gebruiker.
Inhoudsopgave
1 Verklaring van de symbolen....72
2 Veiligheids- en inbouwinstructies ....73
3 Omvang van de levering 75
4 Toebehoren 75
5 Reglementair gebruik....75
6 Technische beschrijving....76
7 Algemene instructies voor de elektrische aansluiting....76
8 Camera monteren....77
9 Camera aansluiten 80
10 Werking controlleren en camera instellen ....80
11 Camera onderhouden en reinigen 81
12 Garantie....81
13 Afvoer....81
14 Technische gegevens....82
1 Verklaring van de symbolen

WAARSCHUWING!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot overlijden of ernstig letsel.

VOORZICHTIG!
Veiligheidsaanwijzing: Het niet naleven kan leiden tot letsel.

LET OP!
Het niet naleven ervan kan leiden tot materiële schade en de werking van het product beperken.

INSTRUCTIE
Aanvullende informatie voor het bedienen van het product.
2 Veiligheids- en inbouwinstructies
De fabrikant kan in de volgende gevallen niet aansprakelijk worden gesteld voor schade:
- beschadiging van het product door mechanische invloeden en verkeerde aansluitspanning
• veranderingen aan het product zonder uitdrukkelijke toestemming van de fabrikant - gebruik voor andere dan de in de handleiding beschreven toepassingen
Neem de veiligheidsinstructies en voorschriften van de fabrikant van het voertuig en het garagebedrijf in acht!

WAARSCHUWING!
Ontoereikende leidingverbindingen kunnen tot gevolg hebben dat door kortsluiting
• kabelbranden ontstaan,
• de airbag wordt geactiveerd,
• elektronische besturingsinrichtingen beschadigd worden,
• elektrische functies uitvallen (knipperlicht, remlicht, claxon, contact, licht).

LET OP!
In verband met kortsluitingsgevaar moet voor werkzaamheden aan het elektrisch systeem van het voertuig altijd de minpool worden losgekoppeld.
Bij voertuigen met een extra accu moet ook daar de minpool worden losgekoppeld.
Neem daarom de volgende instructies in acht:
- Gebruik bij werkzaamheden aan de volgende leidingen alleen geïsoleerde kabelschoenen, stekkers en vlaksteker-kabelschoenen.
- 30 (ingang van accu plus direct),
-15 (geschakelde plus, achter accu), - 31 (retourleiding vanaf accu, massa),
- 58 (achteruitrijlicht).
Gebruik geen kroonsteentjes.
- Gebruik een krimptang voor het verbinden van de kabels. Voor verbindingen die niet opnieuw losgemaakt mogen worden, kunt u de kabeleinden aan elkaar solderen, en daarna isoleren.
• Schroef de kabel bij aansluitingen aan leiding 31 (massa)
- met kabelschoen en getande ring aan een massaschroef van het voertuig of - met kabelschoen en plaatschroef aan de carrosserieplaat.
Let op een goede massaverbinding!
Bij het loskoppelen van de minpool van de accu verliezen alle vluchtige geheugens van de elektronica voor comfortvoorzieningen de opgeslagen data.
- De volgende data moet u afhankelijk van de voertuiguitrusting opnieuw instellen:
- r a d i o c o d e
- voertuig klok
- t i j d s c h a k e l k l o k
- boordcomputer
- stoelinstelling
Instructies voor het instellen vindt u in de betreffende gebruiksaanwijzing.
Neem bij montage de volgende instructies in acht:
- Bevestig de in het voertuig te monteren delen van de camera zodanig, dat deze in geen geval (hard remmen, verkeersongeval) los kunnen raken en tot verwondingen bij de inzittenden van het voertuig kunnen leiden.
- Bevestig onderdelen die afgedekt onder bekledingen moeten worden aangebracht zodanig, dat ze niet losraken of andere onderdelen en leidingen beschadigen en geen functies van het voertuig (besturing, pedalen etc.) kunnen beperken.
- Let er bij het boren op dat er ook achter het te doorboren oppervlak genoeg ruimte is voor de boor, om schade te voorkomen (afb. 1, pagina 2).
- Ontbraam elk boorgat en behandel de boorgaten met antiroestmiddel.
- Neem altijd de veiligheidsinstructies van de fabrikant van het voertuig in acht.
Een aantal werkzaamheden (bijv. aan beveiligingssystemen zoals AIRBAG etc.) mogen alleen door geschoolde vaklui uitgevoerd worden.
Neem bij werkzaamheden aan elektrische onderdelen de volgende instructies in acht:
- Gebruik voor het controleren van de spanning in elektrische leidingen alleen een diodetestlamp of een voltmeter.
Testlampen met een lampbehuizing gebruiken te veel stroom, hierdoor kan de elektronica in het voertuig worden beschadigd.
- Let er bij het leggen van de elektrische aansluitingen op dat deze
- niet worden geknikt of verdraaid,
– niet langs randen schuren, -
niet zonder bescherming door doorvoeren met scherpe randen worden gelegd (afb. 2, pagina 2).
-
Isoleer alle verbindingen en aansluitingen.
- Borg de kabels tegen mechanische belasting met kabelverbinders of isolatieband, bijv. aan de aanwezige leidingen.
De camera is waterdicht. De afdichtingen van de camera beschermen echter niet tegen een hoge- drukreiniger. Neem daarom de volgende instructies voor de omgang met de camera in acht:
- Open de camera niet, aangezien hierdoor de dichtheid en werking van de camera beperkt kunnen worden.
- Trek niet aan de kabels, aangezien hierdoor de dichtheid en werking van de camera beperkt kunnen worden.
- De camera is niet voor gebruik onder water geschikt.
3 Omvang van de levering
| Nr. in afb. 3, pagina 2 | Aantal Omschrijving Artikelnr. |
| 1 | 1 CameraKleurencamera CAM301 9600005898 |
| 2 1 Bovenste en onderste camerahouder | |
| 3 1 Isolatieplaat | |
| -1 Bevestigingsmateriaal | |
Omschrijving Artikelnr.
| Verlengkabel 5 m 9600000206 | |
| Verlengkabel 10 m | 9600000207 |
| Verlengkabel 20 m | 9600000208 |
| Spiraalkabel voor gebruik met aanhangwagen | 9600000235 |
De kleurencamera CAM301 is vooral bedoeld voor gebruik in voertuigen. Deze kan worden gebruikt in achteruitrijvideosystemen, die voor het waarnemen van het gebied direct naast of achter het voertuig vanuit de bestuurdersstoel dienen, bijv. bij het rangeren of parkeren.
Achteruitrijvideosystemen zijn een hulpmiddel bij het achteruitrijden, het ontslaat u echter niet van de plicht bijzonder voorzichtig te zijn tijdens achteruitrijden.
6 Technische beschrijving
6.1 Beschrijving van de werking
De camera is bevestigd in een aluminium behuizing en geeft beeld en geluid via een kabel door aan een monitor. Door de geïntegreerde infraroodleds wordt de nachtweergave verbeterd.
De camera bestaat uit volgende elementen:
| Nr. in afb. 4, pagina 3 | Omschrijving | |||||
| 1 Infraroodleds | ||||||
| 2 Doorvoertule | ||||||
| 3 6-polige aansluitkabel | ||||||
| 4 | S | t | e | k | k | e |
| 5 | L | D | R | - | s | e |
7 Algemene instructies voor de elektrische aansluiting
7.1 Kabels aanleggen

LET OP!
De kabels mogen niet voor langere tijd met oplosmiddelen zoals bijv. benzine in aanraking komen, omdat oplosmiddelen de kabels beschadigen.

INSTRUCTIE
- Gebruik voor de doorvoer van de aansluitkabels indien mogelijk originele doorvoeren of andere doorvoermogelijkheden, zoals bekledingsranden, ventilatieroosters of blinde schakelaars. Indien er geen doorvoeren aanwezig zijn, dient u voor de betreffende kabels bijbehorende gaten te boren. Controleer van tevoren of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant.
- Niet-vakkundige kabelmontage en kabelverbinding leiden eventueel tot storingen of beschadiging van bouwdelen. Het correct aanleggen en verbinden van kabels is een voorwaarde voor een duurzame en storingsvrije werking van de later aange-bouwde componenten.
Neem daarom de volgende instructies in acht:
- Leg de kabels indien mogelijk altijd binnen in het voertuig aan, want daar zijn ze beter beschermd dan aan de buitenkant van het voertuig. Als u de kabels toch aan de buitenkant van het voertuig aanlegt, let dan op een veilige bevestiging (door extra kabelbinders, isolatieband e.d.).
- Houd bij het aanleggen van de kabels altijd voldoende afstand tot hete en bewegende voertuigonderdelen (uitlaatpijpen, aandrijfassen, dynamo, ventilatoren, verwarming e.d.), om beschadigingen aan de kabel te voorkomen. Gebruik voor de mechanische bescherming ribbelbuis of soortgelijke beschermingsmaterialen.
- Let er bij het leggen van de kabels op dat deze
- niet te sterk worden geknikt of verdraaid,
- niet langs randen schuren,
- niet zonder bescherming door doorvoeren met scherpe randen worden gelegd (afb. 2, pagina 2).
- Bevestig de kabel veilig in het voertuig om verstrikken (gevaar om te vallen) te vermijden. Dit kan gebeuren door kabelbinders, isolatieband of door vastplakken met lijm.
- Bescherm iedere doorvoer aan de buitenkant d.m.v. geschikte maatregelen tegen het binnendringen van water, bijv. door de kabel met afdichtingspasta aan te brengen en door de kabel en de doorvoertule in te spuiten met afdichtingspasta.

INSTRUCTIE
Begin met het afdichten van de doorvoeren pas nadat alle instelwerkzaamheden aan de camera zijn voltooid en de benodigde lengtes van de aansluitkabels vastliggen.
8 Camera monteren

LET OP!
Kies de plaats van de camera zo en bevestig hem zo vast, dat in geen geval in de buurt staande personen gewond kunnen raken, bijv. omdat over het dak van het voertuig strijkende takken de camera afbreken.

INSTRUCTIE
Als door de aanbouw van de camera de voertuighoogte of voertuiglengte zoals aangegeven in de voertuigpapieren wordt veranderd, moet er een nieuwe inspectie door de betreffende instanties plaatsvinden (in Duitsland: TÜV, DEKRA etc.). Laat de nieuwe afname door de betreffende dienst voor wegverkeer in de voertuigpapieren zetten.
Neem bij montage de volgende instructies in acht:
- Breng de camera voor een goed perspectief op minstens twee meter hoogte aan. Zorg bij de montage voor een voldoende stevige werkplek.
-
Let erop dat de montageplaats van de camera stevig genoeg is (er kunnen bijv. takken die tegen het dak komen in de camera verstrikt raken).
-
Gebruik steeds de meegeleverde isolatieplaat (afb. 3, 3, pagina 2). Hierdoor worden foutstromen door slechte massaverbindingen in het voertuig verhinderd. Strepen op het beeld of brommen in de luidspreker en beschadigingen zijn gevolgen van foutstromen.
-
Neem bij de bevestiging de volgende instructies in acht:
-
Achter de gekozen montagepositie moet voldoende vrije ruimte voor de montage voorhanden zijn.
- Elke doorvoer moet door geschikte maatregelen tegen binnenkomend water beschermd worden (bijv. door het aanbrengen van de schroeven met afdichtingspasta en/of door het inspuiten van de buitenste bevestigingsonderdelen met afdichtingspasta).
-
De opbouw op de bevestigingsplaats moet voldoende stevigheid bieden, zodat de camerahouder voldoende stevig vastgedraaid kan worden.
-
Controleer van tevoren, of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant (afb. 1, pagina 2).
- Als u niet zeker bent over de door u gekozen montageplaats, neem dan contact op met de fabrikant van de opbouw of een vertegenwoordiger hiervan.

INSTRUCTIE
Om corrosie van de schroeven te minimaliseren wordt aanbevolen de schroefdraad in te vetten.
Ga bij de montage als volgt te werk:
Houd de onderste camerahouder op de montageplaats en markeer twee boorpunten (afb. 6, pagina 4).
Maak op de voordien gemarkeerde punten met hamer en center een gaatje om het verlopen van de boor te verhinderen.
Als u de onderste camerahouder met plaatschroeven wilt aanbrengen

LET OP!
De bevestiging met plaatschroeven mag alleen in stalen platen met een minimumdikte van 1,5 mm gebeuren.
▶ Boor op de eerder gemarkeerde punten telkens een gat van ∅ 2 mm.
Ontbraam alle boorgaten en behandel ze met antiroestmiddel.
Leg de isolatieplaat (afb. 3 3, pagina 2) op de montageplaats van de onderste camerahouder.
De isolatieplaat dienet ook als afdichting en lakbescherming.
▶Schroef de camerahouder met de plaatschroeven vast.
Als u de onderste camerahouder met tapschroeven door de opbouw wilt bevestigen

LET OP!
Zorg ervoor dat de moeren bij het vastdraaien niet door de opbouw kunnen trekken. Gebruik evt. grotere onderlegringen of platen.
▶ Boor op de eerder gemarkeerde punten telkens een gat van ∅ 5,5 mm.
Ontbraam alle boorgaten en behandel ze met antiroestmiddel.
Leg de isolatieplaat (afb. 3 3, pagina 2) op de montageplaats van de onderste camerahouder.
De isolatieplaat dienet ook als afdichting en lakbescherming.
▶ Schroef de onderste camerahouder met de tapschroeven M5 x 25 mm aan (afb. 7 A, pagina 4).
De lengte van de tapschroeven is afhankelijk van de dikte van de opbouw.
Camera bevestigen
▶Leg de camera in de onderste camerahouder.

INSTRUCTIE
Neem in acht dat de LDR-sensor (afb. 4, 4, pagina 3) omlaag gericht moet zijn om het beeld op de monitor correct weer te geven.
Bevetsig de camera los met de bovenste camerahouder en de twee schroeven (afb. 7 B, pagina 4).

INSTRUCTIE
De twee schroeven worden pas vastgedraaid als de camera is uitgelijnd (zie hoofdstuk „Werking controleren en camera instellen“ op pagina 80).
Hiervoor moet u echter evt. eerst nog een monitor monteren en elektrisch aansluiten (zie principe-aansluitschema afb. 8, pagina 4).
Doorvoer voor de aansluitkabel van de camera maken

INSTRUCTIE
Gebruik voor de doorvoer van de aansluitkabels indien mogelijk reeds aanwezige doorvoermogelijkheden, bijv. ventilatieroosters. Als er geen doorvoeren zijn, moet u een gat van ∅ 16 mm boren. Controleer van tevoren, of er voldoende ruimte is voor de boor aan de achterkant.
▶ Boor in de buurt van de camera een gat van ∅ 16 mm.
Ontbraam alle boorgaten die in een metalen plaat zijn gemaakt en behandel ze met antiroestmiddel.
Dicht de doorvoer af met de doorvoertule (afb. 4 3, pagina 3).
9 Camera aansluiten

INSTRUCTIE
Plaats de camerakabel zodanig, dat u bij een eventueel noodzakelijke uitbouw van de camera makkelijk bij de stekkerverbinding tussen camera en verlengkabel kunt komen. De demontage wordt daardoor aanzienlijk vereenvoudigd.
▶Leid de camerakabel in het voertuig.
▶ Steek de stekker van de camerakabel in d steekbus van de monitorkabel (afb. 8, pagina 4).

INSTRUCTIE
- Om corrosie in de stekker te minimaliseren, adviseren wij om een beetje vet, bijv. poolvet, in een van de stekkers aan te brengen.
- Indien nodig zijn er verlengkabels verkrijgbaar (zie hoofdstuk „Toebehoren“ op pagina 75).
- De steekverbindingen van de kabels zijn waterdicht (IP67). Optioneel kunt u de verbindingen aanvullend van een afdichtband voorzien (afb. 5 B, pagina 3).
10 Werking controleren en camera instellen
▶ Controleer de werking van de camera na aansluiten van een monitor.
Richt de camera indien nodig aan de hand van het monitorbeeld:
Het monitorbeeld moet aan de onderkant van het beeld de achterkant respectievelijk de bumper van uw voertuig weergeven. Het midden van de bumper moet ook in het midden van het monitorbeeld zijn (afb. 9, pagina 4).
Draai de beide bevestigingsschroeven van de bovenste camerahouder vast.
Contrast en helderheid e.d. worden op de monitor ingesteld.
Spiegelfunctie activeren
Zie afb. 10 A, pagina 5.
Afstandsmarkeringen deactiveren
Zie afb. 10 B, pagina 5.
11 Camera onderhouden en reinigen

LET OP!
Voor het reinigen geen scherpe of bijtende middelen gebruiken, omdat dit kan leiden tot schade aan het apparaat.
▶Reinig het toestel geregeld met een zachte, vochtige doek.
12 Garantie
De wettelijke garantieperiode is van toepassing. Als het product defect is, wendt u zich tot het filiaal van de fabrikant in uw land (adressen zie achterkant van de handleiding) of tot uw speciaalzaak.
Voor de afhandeling van de reparatie of garantie dient u de volgende documenten mee te sturen:
- een kopie van de factuur met datum van aankoop,
- reden van de klacht of een beschrijving van de storing.
13 Afvoer
▶Laat het verpakkingsmateriaal indien mogelijk recyclen.

Als u het product definitief buiten bedrijf stelt, informeer dan bij het dichtstbijzijnde recyclingcentrum of uw speciaalzaak naar de betreffende afvoervoorschriften.
| PerfectView CAM301 | |
| Artikelnr.: 9600005898 | |
| Videosysteem: PAL | |
| Beeldsensor: 1/3" CMOS-sensor kleur | |
| Beeldpunten: ca. 320.000 pixels | |
| Gevoeligheid zonder led met led: | 0,5 lux0 lux |
| Video-uitgang: 1 Vp-p 75 Ω | |
| Bedrijfstemperatuur: -20 °C tot +70 °C | |
| Bedrijfsspanning: 10 V--- | tot 16 V--- |
| Verbruik: max. 150 mA | |
| Afmetingen b x h x d (met houder): | 84 x 58 x 44 mm |
| Gewicht: ca. 80 g |
Certificaten
Het toestel heeft het E13-certificaat.
