BRM4615-22A E-Start - Grasmaaier Grizzly - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BRM4615-22A E-Start Grizzly in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over BRM4615-22A E-Start Grizzly
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BRM4615-22A E-Start - Grizzly en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BRM4615-22A E-Start van het merk Grizzly.
GEBRUIKSAANWIJZING BRM4615-22A E-Start Grizzly
Gebruiksdoeleinde ....53
Algemene beschrijving ....53
Omvang van de levering ....53
Overzicht....53
Beschrijving van de werking......54
Beschermingsinrichtingen....54
Symbolen op het apparaat....55
Symbolen op het laadapparaat: .....56
Symbolen in de gebruiksaanwijzing ...57
Veiligheidsinstructies....57
Ingebruikname....62
Hoofdigger van de handgreep monteren....62
Grasvangmand monteren/ledigen.....63
Niveau-indicator 63
Zijdelingse grasuitworp 64
Motorolie ingieten en oliepeil controleren....64
Benzine ingieten....64
Laadproces 65
Accu aanbrengen/ verwij deren......65
Accu opladen 65
Verbruikte accu's65
Bediening 66
Motor starten en stoppen 66
Maaien 67
Werkinstructies....67
Algemene werkinstructies ......67
Snoeihoogte instellen....67
Reiniging en onderhoud 67
Reiniging en algemene onderhoudswerkzaamheden......68
Luchtfilter uitwisselen....68
Bougie wisselen / instellen....68
Motorolie verversen....69
Bowdenkabel instellen ....69
Mes slijpen/uitwisselen....69
Onderhoudsintervallen....70
Opslag 71
Algemene opslaginstructies ....71
Opslag tijdens langere bedrijfsonderbrekingen....71
Afvalverwijdering/ milieubescherming....71
Vervangstukken/Accessoires....72
Garantie....72
Foutopsporing 73
Vertaling van de originele CE-conformiteitsverklaring ....226
Explosietekening....234
Service-Center 235
Inleiding
Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuw apparaat.
Daarmee hebt u voor een hoogwaardig product gekozen
Dit apparaat werd tijdens de productie gecontroleerd op kwaliteit en onderworpen aan een eindcontrole. De werking van uw apparaat wordt bijgevolg gegarandeerd.

De gebruiksaanwijzing vormt een bestanddeel van dit product. Ze omvat belangrijke aanwijzingen voor veiligheid, gebruik en afvalverwijdering. Maak u vóór het gebruik van het product met alle bedienings- en veiligheidsinstructies vertrouwd. Gebruik het product uitsluitend zoals beschreven en voor de aangegeven toepassingsgebieden.
Bewaar de handleiding goed en overhandig alle documenten bij het doorgeven van het product mee aan derden.
Gebruiksdoeleinde
Het apparaat is voor het gebruik in de sector van doe-het-zelvers bestemd.
Dit apparaat is niet geschikt voor commercieel gebruik. Bij commercieel gebruik vervalt de garantie.
ledere andere toepassing, die in deze handleiding niet uitdrukkelijk toegestaan wordt, kan tot beschadigingen aan het apparaat leiden en een ernstig gevaar voor de gebruiker vormen.
Het apparaat is voor het gebruik door volwassenen bestemd. Kinderen en ook personen, die met deze handleiding niet vertrouwd zijn, mogen het apparaat niet gebruiken.
De bediener of gebruiker van het apparaat is verantwoordelijk voor ongelukken of schades aan andere personen of hun eigendom.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die door onreglementair gebruik of verkeerde bediening werd veroorzaakt.
Algemene beschrijving

De afbeelding van de voornaamste functionele onderdelen vindt u op de pagina 2 - 5.
Omvang van de levering
Pak het apparaat uit en controleer, of de inhoud volledig is:
- Benzinegrasmaaier
- Bovenste hoofdigger van de handgreep
- Onderste hoofdigger van de handgreep (2x)
- Bougiesleutel
- Grasvangmand
- Mulchkit
-
Zijdelings uitworpkaanal
-
Lader
- Accu
- Kabelklem
- Korte handleiding
- Gebruiksaanwijzing
Overzicht

1 Bovenste hoofdigger van de handgreep
2 Veiligheidsbeugel
3 Starterkabelgeleiding
4 Onderste hoofdigger van de handgreep
5 Kabelklem
6 Bowden kabel
7 Tankdeksel
8 Luchtfilterafdekking
9 Luchtfilter (niet zichtbaar)
10 Motorafdekking met verluch- tingsopeningen (vingerbescherm- ming)
11 Bougiedop
12 Bougie (niet zichtbaar)
13 Uitlaatbescherming
14 2 voorwielen
15 Plaatstalen behuizing
16 Zijdelingse uitworp met botsbescherming
16a Vergrendelingselement
17 Olietankdop met oliemeetstaaf
18 Hefboom voor de instelling van de snoeihoogte
19 2 achterwielen
20 2 Stergreepschroeven voor het vastzetten van de stang
21 Stootbescherming
22 Grasvangmand
22a Draaggreep grasbak
23 Vulpeilindicator
24 2 Vastzethefboom ter bevesti- ging van de draagbalk
25 Startergreep met starterkabel
26 Aandrijfbeugel
NL
35 Slangaansluiting
38 Zijdelings uitworpkaanal
39 Mulchkit
40 Lader
41 Accu
41a Ontgrendelingsknop
42 Afdekking (transparant)
36 Vastzetmoer bowdenkabel
37 Instelmoer bowdenkabel
27 Kunststoflussen 28 Frame van grasbak
29 Schroef-stang
30 Schroef-transporthandvat
F 31 Ophanging van grasbak
J 32 Vulstop
L 33 Benzinepomp (primer)
M 43 Startknop
34 Positie maaihoogte
Beschrijving van de werking
Het apparaat wordt met een 4-takt motor (RATO RV145-S) met een zeer groot prestatievermogen aangedreven.
Het apparaat is met een hoogwaardige plaatstalen behuizing, een grasvangmand en een opvouwbare handgreephendel uitgerust.
De werking van de verschillende bedie- ningselementen wordt hieronder beschre- ven.
Beschermingsinrichtingen
2 Veiligheidsbeugel Bij het loslaten van de veilig
13 Uitlaatbescherming
verhindert dat handen of ont- vlambare materialen met een hete uitlaat in aanraking komen.
21 Stootbescherming
bescherm de bedieningsper- soon tegen weggeslingerde onderdelen en tegen een on- opzettelijke aanraking van de messen wanneer er zonder grasvangmand gemaaid wordt.
Technische gegevens
Benzinegrasmaaier
BRM 4615-22 A E-Start
Motor ......RATO RV145-S
Motorslagvolume ....144,3 cm ^3 (cc)
Vermogen 2,2 KW (3 PS)
Toerental van de messen n_0 max. 2900 min ^-1
Aanzetmoment messen.....max. 45 Nm
Volume benzinetank 800 ml
Octaangetal 95-98
Volume motorolietank....500 ml
Motorolie......HD SAE 30 of 10W-30
Bougie TORCH F5RTC
Snoeicirkel.... ∅ 460 mm
Snoeihoogte ......6 stappen, 25 - 75 mm
Volume grasvangmand....50 l
Gewicht 24,1 kg
Geluidsdrukniveau
(L_pA) 83,8 dB(A); K_pA = 3 dB
Akoëstisch niveau (L _WA )
gemeten ..... 94,40 dB(A); K_WA = 1,17 dB
gegarandeerd....96 dB(A)
Vibratie aan de handgreep
(a_h) 3,590 m/s ^2 ; K=1,5 m/s ^2
Laadapparaat ......DSS12-1261000-B
Ingangsspanning/
Input ...... 100-240 V\~, 50-60 Hz, 0,5 A
Uitgangsspanning//
Output 12,6 V==; 1,0 A
Capaciteit....2,0 Ah
Laadtijd ca. 3 h
Geluids- en trilwaarden worden in overeenstemming met de in de conformiteitverklaring vermelde normen en bepalingen vastgesteld.
De aangegeven trillingemissiewaarde werd volgens een genormaliseerd testmethode gemeten en kan ter vergelijking van een stuk elektrisch gereedschap met een ander gebruikt worden.
De aangegeven trillingemissiewaarde kan ook voor een inleidende inschatting van de blootstelling benut worden.

Waarschuwing:
nkelijk van de manier, waarop het elektrische gereedschap gebruikt wordt, kan de trilingemissiewaarde tijdens het effectieve gebruik van het elektrische gereedschap van de aangegeven waarde verschillen.
Probeer de belasting door trillingen zo gering mogelijk te houden. Voorbeeldmaatregelen voor de reductie van trillingsbelasting zijn het dragen van handschoenen bij het gebruik van het gereedschap en de beperking van de werktijd.
Daarbij moeten alle delen van de bedrijfscyclus in acht worden genomen (bij voorbeeld tijden,
waarop het elektrische werktuig is uitgeschakeld en tijden waarin het weliswaar is ingeschakeld, maar zonder belasting draait).
Pictogrammen/Symbolen
Symbolen op het apparaat







Niet
Opgelet!
Gebruiksaanwijzing lezen.
Gevaar voor verwondingen door weggeslingerde onderdelen. Omringende Personen op een veilige afstand tot het apparaat houden.
Opgepast - Giftige dampen! Apparaat niet in gesloten lokalen bedienen.
Opgepast – Benzine is brandbaar! oken en warmtebronnen op een veilige afstand houden.


Gevaar voor verwondingen door scherpe messen! Voeten en handen op een veilige afstand houden. Vóór onderhoudswerkzaamheden motor uitschakelen en bougiedop afrekken.

Apparaat niet blootstellen aan re- gen.
op van het mes van de gras- maaier. Gevaar door verwondin- gen!

past - Hete oppervlakke
Gevaar voor brandwonden.
Opgepast: gevaar voor verwondingen! Draag oog- en gehoorbescherming.
NL

Zet de motor uit wanneer u het apparaat verlaat. Maai nooit terwijl er personen, in het bijzonder kinderen, of dieren zich in de nabijheid bevinden.

Aanduiding van het geluidsvolume L_WA in dB.

Snoeicirkel

Gevaar! Handen en voeten op een veilige afstand houden.

Opgelet! Eerst oliepeil controle- ren, dan pas starten.
Symbool aan het tankdeksel:

Aanwijzing op benzinevulpijp Tank geen E85-mengsel!
Pictogram aan de benzinepomp:

Benzinepomp (primer) vóór de start 3x indrukken.
Symbolen aan de hoofdigger van de handgreep:

Apparaat inschakelen (ON): Veiligheidsbeugel aantrekken.
Apparaat uitschakelen (OFF): Veiligheidsbeugel loslaten.

Achterwielaandrijving
Pictogrammen op de zijdelingse uitworp met botsbescherming:

Ontgrendeling zijdelingse uitworp
Symbool aan het grasvangmand:

Niveau-indicator
Symbolen op het laadapparaat:

Het laadapparaat is enkel voor een gebruik in ruimtes geschikt.

veiligingsklasse II

achines horen niet bij huishoudelijk afval thuis.

—⊕ Polariteit

Veiligheidstrandsformator - kort-sluitbestendig
Symbolen op de accu:

text_image
Li-ionWerp de accu's niet in het huisvuil, het vuur of het water.

Stel de accu niet gedurende lange tijd bloot aan bezonning en leg ze niet op radiatoren (max. 45°C).

Leest de gebruiksaanwijzing zorg- vuldig door.

Geef de accu's af op een inzamelplaats voor oude accu's, vanwaar ze naar een milieuvriendelijke recycling gebracht worden.
Symbolen in de gebruiksaanwijzing

Gevaarsymbool met informatie over de preventie van personen- of zaakschade.

Gebodsteken (in plaats van het uitroepingsteken wordt het gebod toegelicht) met informatie over de preventie van schade.

Aanduidingsteken met informatie over hoe u het apparaat beter kunt gebruiken.
Veiligheidsinstructies
Deze paragraaf behandelt de essentiële veiligheidsvoorschriften bij het werk met het apparaat.

WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen. Verzuim bij de naleving van de veiligheidsinstructies en aanwijzingen kan een elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
Aanwijzingen:
- Lees zorgvuldig de gebruiksaanwijzing. Informeer u over de instelmogelijkheden en het juiste gebruik van het apparaat.
- Informeer u passend indien u onzeker bent over hoe u het apparaat moet gebruiken en welke bedieningen verboden zijn.
- Wees aandachtig, let op wat u doet en ga verstandig te werk. Gebruik het apparaat niet als u moe of ziek bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicatie. Een moment van onop-
lettendheid bij het gebruik van het apparaat kan leiden tot ernstige letsels.
- Dit apparaat is niet bestemd om te worden gebruikt door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring /en of kennis, tenzij ze onder toezicht staan van een persoon die in-staat voor hun veiligheid of als ze van deze persoon aanwijzingen hebben gekregen over het gebruik van het apparaat.
- Kinderen moeten onder toezicht staan zodat wordt gegarandeerd dat ze niet met het apparaat zullen spelen.
- Sta kinderen of andere personen die de handleiding niet kennen niet toe het apparaat te gebruiken. Plaatselijke bepalingen kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen.
- Maai nooit als er personen, vooral kinderen, of dieren in de buurt zijn. Wanneer u bent afgeleid, kunt u de controle over het apparaat verliezen.
- Denk eraan dat de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom.
- Neem de geluidsbescherming en de plaatselijke voorschriften in acht.
Voorbereidende maatregelen:
- Draag tijdens het maaien steeds schoenen met antislipzool en een lange broek. Maai niet op blote voeten of in lichte sandalen. Loszittende kle-dij, sieraden of lang haar kunnen door bewegende onderdelen vastgegrepen worden. Het dragen van geschikte kle-dij doet het risico voor verwondingen afnemen.
- Controleer het terrein, waarop het apparaat wordt gebruikt en verwijder alle voorwerpen (bijv. stenen, stokken dra-
NL
den, speelgoed) die kunnen worden gegrepen en weggeslingerd.
- Waarschuwing: benzine is in hoge mate ontbrandbaar. Vuur of ontploffingen kunnen tot ernstige brandwonden leiden:
- Bewaar benzine uitsluitend in de daarvoor voorziene reservoirs.
- Tank uitsluitend in de open lucht en rook niet terwijl u benzine ingiet.
- Benzine dient vóór de start van de motor ingegoten te worden. Terwijl de motor draait of bij een heet apparaat mag de tankdop niet geopend of benzine bijgevuld worden.
- Indien er benzine overgelopen is, mag er geen poging ondernomen worden, de motor te starten. In plaats daarvan dient het apparaat van het door benzine bevuilde oppervlak gereinigd te worden. ledere ontstekingspoging dient vermeden te worden totdat benzinedampen verdampt zijn.
- Omwille van de veiligheid dienen benzinetank- en andere tankdoppen bij beschadiging uitgewisseld te worden.
• vervang defecte geluiddempers.
- Vóór het gebruik dient er altijd een visuele controle doorgevoerd te worden, of het snoeigereedschap, de bevestigingsbouten en de complete snoei-eenheid versleten of beschadigd is/zijn. Om een onbalans te vermijden, mag/mogen versleten of beschadigd gereedschap en bouten slechts per paar uitgewisseld worden.
- Wees voorzichtig bij apparaten met verschillend snoeigereedschap omdat de beweging van een mes tot rotatie van de overige messen kan leiden.
- Gebruik uitsluitend reserveonderdelen en aan slijtage onderhevige toebeho-
ren, die door de fabrikant geleverd en aanbevolen worden. Het gebruik van vreemde onderdelen kan tot verwondingen leiden en heeft een onmiddel- lijk verlies van de garantieclaim tot gevolg.
Hantering:
- Laat de verbrandingsmotor niet draaien in gesloten lokalen, waar er zich gevaarlijk koolmonoxide kan ophopen.
- Maai uitsluitend bij daglicht of bij een goede kunstmatige verlichting. Een onverlicht werkterrein kan tot ongevallen leiden.
- Vermijd zo mogelijk het gebruik van het apparaat bij nat gras.
- Let steeds op een veilige stand, vooral op hellingen, vuilnisterreinen, putten of dijken. Daardoor kunt u het apparaat in onverwachte situaties beter controleren.
- Werk altijd dwars op de helling, nooit op- of neerwaarts.
- Wees uiterst voorzichtig als u de rijdrichting op de helling wijzigt.
- Maai niet op overdreven steile hellingen (max. 10°).
- Beweeg het apparaat slechts stapvoets voort.
- Wees uiterst voorzichtig wanneer u het apparaat omkeert of het naar u toe trekt.
- Houd het snoeigereedschap stil wanneer het apparaat gekanteld moet worden, voor het transport op andere vlakten dan gras en wanneer het apparaat van de te maaien vlakte weg of in de richting van de te maaien oppervlakte voortbewogen wordt.
- Gebruik nooit het apparaat met beschadigde beschermingsinrichtingen of beschermroosters of zonder aangebouwde beschermingsinrichtingen,
bijvoorbeeld stootbescherming en/of grasvanginrichtingen. Daardoor wordt ervoor gezorgd dat de veiligheid van het apparaat gehandhaafd blijft.
- Wijzig de regelaarinstelling van de motor niet of draai deze niet dol. U zou het apparaat kunnen beschadigen.
- Voordat u de motor start, ontkoppelt u al het snoeigereedschap en alle aan-drijvingen.
- Start of activeer de startschakelaar met voorzichtigheid en dit in overeenstemming met de door de fabrikant verstrekte instructies. Let op voldoende afstand van de voeten tot het snoeigereedschap. Er bestaat gevaar voor verwondingen.
- Bij het starten of aanzetten van de motor mag het apparaat niet gekanteld worden tenzij het apparaat bij het procédé opgetild moet worden. In dit geval kantelt u het apparaat slechts in die mate als absoluut noodzakelijk is en tilt u enkel de van de gebruiker afgewende zijde op.
- Start de motor niet wanneer u vóór het uitwerpkanaal staat.
- Schakel de motor op instructie in en enkel wanneer uw voeten zich op een veilige afstand tot het snoeigereedschap bevinden.
- Breng nooit handen of voeten tegen of onder draaiende onderdelen. Neem altijd een veilige afstand tot de uitwerpopening in acht. Eén moment van onoplettendheid bij het gebruik van het apparaat kan tot ernstige verwondingen leiden.
- Het apparaat nooit met een draaiende motor optillen of dragen.
-
Zet de motor uit, trek de bougiedop af en vergewis u dat alle beweegbare onderdelen stilstaan:
-
voordat u blokkeringen lost of verstoppingen in het uitwerpkanaal verhelpt;
- voordat u het apparaat controleert, reinigt of eraan werkt;
- wanneer een vreemd voorwerp geraakt werd. Zoek naar beschadigingen aan het apparaat en voer de noodzakelijke reparaties door voordat u herstart en met het apparaat werkt;
- indien het apparaat ongewoon sterk begint te trillen, is een onmiddellijke controle noodzakelijk.
- Zet de motor uit
- wanneer u het apparaat verlaat;
-
voordat u bijtankt;
-
Bij het uitlopen van de motor dient de smoorklep gesloten te worden.
- Laat het apparaat nooit zonder toezicht op de werkplaats achter.
- Werk niet met een beschadigd, onvolledig of zonder de toestemming van de fabrikant omgebouwd apparaat.
Het gebruik van machines voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden.
- Werk niet met het apparaat als er een risico is op blikseminslag. Gevaar door elektrische schok.
Onderhoud en opslag:
- Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven vast aangedraaid zijn en het apparaat zich in een veilige arbeidstoestand bevindt. Tal van ongevallen zijn te wijten aan slecht onderhouden apparaten.
- Bewaar het apparaat nooit met benzine in de tank in een gebouw, waar benzinedampen mogelijkkerwijs met open vuur of met vonken in aanraking kunnen komen.
NL
- Laat de motor afkoelen voordat u het apparaat in gesloten lokalen wegzet. Er bestaat brandgevaar.
- Om brandgevaar te vermijden, houdt u motor, uitlaat en de zone rond de brandstoftank vrij van gras, bladeren of vrijkomend vet (olie).
- Controleer regelmatig de grasvang-inrichting op slijtage of verlies van de functionaliteit.
- Vervang versleten of beschadigde onderdelen omwille van de veiligheid. Vervang defecte geluiddempers.
- Indien de brandstoftank geledigd dient te worden, dient dit in de open lucht te gebeuren.
- Behandel uw apparaat met zorgzaamheid. Houd het gereedschap scherp en netjes om beter en veiliger te kunnen werken. Leef de onderhoudsvoor-schriften na.
- Tracht niet, het apparaat zelf te repa- reren, tenzij u hiervoor een opleiding genoten heeft. Al de werkzaamheden, die niet in deze handleiding vermeld worden, mogen uitsluitend door klan- tenserviceafdelingen, die door ons ge- machtigd werden, uitgevoerd worden.
- Bewaar het apparaat op een droge plaats en buiten het bereik van kinderen. Machines zijn gevaarlijk als ze door onervaren personen gebruikt worden.
Zorgvuldig omgaan met en gebruiken van accutoestellen:
- Laad de accu's alleen op in acculaders, die door de producent aanbevolen worden. Voor een acculader die geschikt is voor een bepaalde soort accu's bestaat brandge-
vaar als hij met andere accu's gebruikt wordt.
- Gebruik alleen de daarvoor voorziene accu's in de elek-trowerktuigen. Het gebruik van andere accu's kan tot verwondingen en brandgevaar leiden.
- Houd de nietgebruikte accu uit de buurt van paperclips, munten, sleutels, nagels, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen, die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorza- ken. Een kortsluiting tussen de accucontacten kan tot brand- wonden of brand leiden.
- Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu vrijkomen. Vermijd contact daarmee. Bij toevallig contact met water afspoelen. Als de vloeistof in de ogen komt, moet u bovendien een arts consulteren. Vrijkomende accuvloeistof kan tot geirriteerde huid of brandwonden leiden.
Speciale veiligheidsinstructies voor accugereedschap:
- Garandeer dat het toestel uitgeschakeld is vooraleer u de accu aanbrengt. Het aanbren-gen van een accu in een elek-trowerktuig dat ingeschakeld is, kan tot ongevallen leiden.
-
Laad uw batterijen uitsluitend binnenshuis op omdat het laadtoestel enkel daarvoor bestemd is.
-
Om het risico voor een elektrische schok te verminderen, trekt u de stekker van het laadtoestel uit het stopcontact voordat u het reinigt.
- Stel de accu/het elektrowerk-tuig/het toestel niet gedurende lange tijd bloot aan bezonning en leg ze niet op radiatoren. Hitte beschadigt de accu en er bestaat explosiegevaar.
- Laat een verwarmde accu voor het laden afkoelen.
- Open de accu niet en vermijd een mechanische beschadiging van de accu. Er bestaat gevaar voor kortslutiting en er kunnen dampen vrijkomen die de luchtwegen prikkelen. Zorg voor verse lucht en consulteer een arts in geval van klachten.
- Gebruik geen nietoplaadbare batterijen!
Juiste omgang met de acculader:
- Dit acculader kan door kinderen vanaf 8 jaar en ouder en tevens door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden wanneer ze onder toezicht staan of met het oog op het gebruik van het apparaat geïinstrueerd werden en zich van de daaruit resulterende gevaren bewust zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mo-
gen niet door kinderen zonder toezicht doorgevoerd worden.
- Gebruik voor het laden van de accu uitsluitend de mee-geleverde acculader. Er be-staat brand en explosiegevaar.
- Controleer voor elk gebruik de acculader, de kabel alsook de stekker en laat alleen door gekwalificeerde geschoold personeel en met originele reservedelen herstellen. Gebruik een defecte acculader niet en open deze niet zelf. Daardoor wordt gegarandeerd dat de veiligheid van het toestel behouden blijft.
- Let erop dat de netspanning overeenstemt met de gegevens van het typeplaatje op de acculader. Er bestaat gevaar voor een elektrische schok.
- Scheid de acculader van het net vooraleer verbindingen met de accu/het elektrowerk-tuig/het toestel gesloten of geopend worden.
- Houd de acculader zuiver en uit de buurt van vocht en regen. Gebruik de acculader nooit in de openlucht. Door vervuiling en het binnendringen van water vergroot het gevaar voor een elektrische schok.
- De acculader mag alleen met de bijbehorende originele accu's gebruikt worden. Het laden van andere accu's kan tot verwondingen en brandgevaar leiden.
- Vermijd mechanische beschadigingen van de accula-
NL
der. Zij kunnen tot kortsluiting leiden.
- De lader mag niet gebruikt worden op of in de onmid-dellijke omgeving van brandbare ondergronden (bv. papier, textiel). Er bestaat anders brandgevaar wegens de tijdens het laden geproduceerde warmte.
- Als het netsnoer van dit ap- paraat beschadigd wordt, moet het door de fabrikant of door zijn klantenserviceafdeling of door een gelijkwaardig gekwalificeer- de persoon vervangen worden om gevaren te vermijden.
De accu van uw apparaat wordt in een slechts gedeel- telijk vooraf geladen toestand geleverd en moet vóór gebruik voor de eerste keer correct op- geladen worden. Voor de eer- ste oplading wordt aanbevolen, de batterij ca. 2-3 uur lang op te laden. Steek de batterij in de sokkel en sluit het laadtoestel op het stroomnet aan.
- Trek de netstekker uit wanneer de batterij volledig opgeladen is en verbreek het laadtoestel van het apparaat. De laadtijd bedraagt ca. 3 uur.
- Laat uw batterij niet continu opladen. Dat kan de batterijcellen beschadigen. Opmerking: door voortdurend kleine capaciteiten bij te laden, kunnen de batterijcellen beschadigd worden. Enkel bijladen wanneer het apparaat te langzaam functioneert.
- Laat uw batterij niet continu op-laden. Dat kan de batterijcellen beschadigen.
Ingebruikname

Opgepast! Gevaar voor verwondingen door roeterend mes. Voer werkzaamheden aan het apparaat uitsluitend bij een uitgeschakeld en stilstaand mes door.
Voordat u het apparaat start, moet u
- hoofdigger van de handgreep monteren,
- motorolie ingieten
- benzine ingieten
- eventueel de grasvangmand monteren
- eventueel de snoeihoogte instellen
Hoofdigger van de handgreep monteren

Opgepast! Let erop dat bij de montage van de hoofdigger van de handgreep de bowdenkabels (5) niet geplet worden.

Onderste stangen monteren:
- Verwijder de beide stergreepschroeven (20) van de behuizing van het apparaat (15).
- Plaats de uiteinden van de onderste stangen (4) tegen de behuizing van het apparaat (15).
- Schroef de beide onderste stangen (4) met de stergreepschroeven (20) rechts en links aan de houder tegen de behuizing van het apparaat (15).

Bovenste grijpstang monteren:
-
Schroef de bovenste grijpstang (1) met de bijgeleverde snel-spanners en moeren (24) rechts en links van de onderste stan-gen (4) vast.
-
Klap de bovenste grijpstang (1) uit (kleine afbeelding) en druk de vergrendelingshendel (24) in de richting van de stang.

- Bevestig de Bowden kabel (5) met behulp van de kabelklem (6) aan de onderste stang (4).
Opgelet: apparaat niet zonder volledig aangebrachte grasvangmand of zonder stootbescherming bedienen. Gevaar voor verwondingen!

Vangmand monteren:
- Draai de beide kruiskopschroeven (30) op het transporthandvat (22a) los.
- Plaats het transporthandvat (22a) boven op de grasvangkorf (22) en schroef het onderaan met de kruiskopschroeven (30) vast.
- Schuif de stang van de gras- vangkorf (28) bovenaan in de grasvangkorf (22) en schroef hem bovenaan met de beide kruiskopschroeven (29) vast.
- Steek het net van de grasvangkorf in de gleuf aan de bovenkant van de grasvangkorf (22). Het net klikt hoorbaar vast.
- Stulp de kunststofstrips (27) over het stangenmechanisme van de vangmand.

Grasvangmand aan het apparaat aanbrengen:
- Til de stootbescherming (21) op.
- Haak de grasvangmand (22) in de daarvoor voorziene ophan-
ging (31) aan de achterzijde van het apparaat vast.
- Til de stootbescherming (21) op en neem de grasvangmand uit.
Vangmand afnemen/ledigen:
- Til de stootbescherming (21) op en neem de vangmand (22) uit.
- Ledig de vangmand (zie hoofdstuk „Afvalverwijdering/milieubescherming“) en monteer ze weer.
Niveau-indicator
Zijdelings aan de grasvangmand (22) is een niveau-indicator (23) aangebracht. De aërodynamische luchtgeleiding van de klep zorgt aanvullend voor de optimale vulling.
GO Klep geopend: Grasvangmand leeg
STOP Klep gesloten: Grasvangmand vol

Mulchkit

Vóór het gebruik van de mulchkit moet het zijdelingse uitwerpkanaal verwijderd zijn (zie H).
Mulchkit aanbrengen
- Verwijder de vangzak (F 22), indien deze aangebracht is.
- Til de stootbescherming (21) op.
- Druk de mulchset (39) in. De beugel (39a) klikt vast.
Mulchkit verwijderen
-
Til de stootbescherming (21) op.
-
Druk de beugel (39a) in en verwijder de mulchset (39).

Zijdelingse grasuitworp

Vóór het gebruik van de zijdelingse grasuitworp moet de mulchkit (39) aangebracht en de grasvangzak verwijderd zijn (22).
Zijdelings uitwerpkanaal aanbrengen
- Ontgrendel de zijdelingse botsbescherming (16), door het vergrendelingselement (16a) naar links te trekken en de zijdelingse botsbescherming (16) te openen.
- Haak het zijdelingse uitwerpkanaal (38) vast en leg de zijdelingse stootbescherming (16) neer. Deze houdt het zijdelingse uitwerpkanaal (38) in positie.

Motorolie ingieten en oliepeil controleren

Zet het apparaat op een effen vloer
- Draai de olietankdop met meetstaaf (16) os en giet olie in de tank. Gebruik olie van een bekend merk (bijvoorbeeld HD SAE 30 of 10W-30).
- Om het oliepeil te controleren, veegt u de meetstaaf (17) met een schoon vodje af en brengt u de meetstaaf weer tot aan de aanslag in de tank aan.
- Lees na het uittrekken het oliepeil aan de meetstaaf af. Het oliepeil moet zich in het gemarkeerde veld tussen merkteken "Minimum" en merkteken "Maximum" bevinden.
- Veeg eventueel gemorste olie af en sluit de olietankdop (17) terug.


Telkens vóór het maaien contro- leert u het oliepeil en vult u bij het bereiken van het onderste punt van de markering olie bij.
Benzine ingieten



Waarschuwing! Benzine is ontvlambaar en schadelijk voor de gezondheid:
- Benzine in daarvoor voorziene reservoirs bewaren.
- Tanken uitsluitend in de open lucht en nooit bij een draaiende motor of hete machine.
- Tankdeksel voorzichtig openen opdat de overdruk kan afnemen.
- Bij het tanken niet roken.
- Huidcontact en het inademen van de dampen vermijden.
- Gemorste benzine verwijderen.
- Benzine op een veilige afstand tot vonken, open vlammen en andere ontstekingsbronnen houden.
- Benzineresten op een milieuvriendelijke wijze afvoeren (zie „Afvoeren/milieubescherming“).

- Gebruik geen mengsels van benzine met olie.
- Gebruik loodvrije normale of superbenzine.
Bij het gebruik van biobrandstof mag die met niet meer dan 10% ethanol zijn gemengd.
- Gebruik uitsluitend zuivere benzine.
- Bewaar benzine niet langer dan één maand lang omdat de kwaliteit van benzine verslechtert.

-
Schroef het tankdeksel (7) los en giet benzine tot aan de onderkant van de vulpijp (32) in. Giet de tank niet helemaal vol opdat de benzine plaats heeft om uit te zetten.
-
Veeg rond het tankdeksel benzi- neresten af en sluit het tankdek- sel terug.

Accu aanbrengen/ verwij deren
Laadproces

Stel de accu niet bloot aan extreme omstandigheden zoals hitte en schokken. Er bestaat een risico op verwondingen door lekkende elektrolytoplossing! Spoel bij contact met de ogen of huid de desbetreffende plek met water of neutralisator en raadpleeg een arts.

Laad de accu uitsluitend in droge ruimtes op.
Er bestaat gevaar voor letsels door elektrische schok.

Laad uitsluitend met de meegeleverde lader op.
- Laad eerst de accu op voordat u het apparaat voor de eerste maal gebruikt. Voorkom meerdere korte laadcycli na elkaar.
- Een beduidend kortere bedrijfstijd ondanks een opgeladen accu, wijst erop dat de accu is verbruikt en moet worden vervangen. Gebruik uitsluitend een originele accu die u via de klantendienst kunt verkrijgen.
- Neem altijd alle aanwijzingen en voorschriften inzake veiligheid en milieu in acht.
-
Defecten die het gevolg zijn van oneigenlijk gebruik, zijn uitgesloten van de garantie.
-
Hef de transparante afdekking (42) van de behuizing op.
- Om de accu (41) in het apparaat te plaatsen, schuift u de accu langs de geleiderail in het apparaat. Het klikt hoorbaar vast.
- Om de accu (41) uit het apparaat te nemen, drukt u de ontgrendelingsknop (41a) aan de accu in en trekt u de accu uit.
Accu opladen

Laat een accu die nog maar net uitgeladen is ca. 15 minuten afkoe- len alvorens hem met de lader (40) op te laden.
- Verbind de laadkabel met de accu (41).
- Sluit de voedingsadapter van de la- der (40) op een stopcontact aan.
- Na het laden, koppelt u de lader (40) los van het stopcontact.
- Koppel de lader (40) los van de accu (41).
Verbruikte accu's
- Een beduidend kortere bedrijfstijd ondanks een opgeladen accu, wijst erop dat de accu is verbruikt en moet worden vervangen. Gebruik uitsluitend een reserve-accu die u via de klantendienst kunt verkrijgen.
- Neem in elk geval de geldende veiligheidsinstructies alsook de milieuvoorschriften en -instructies in acht (zie „Afvoer/ milieubescherming”).
NL
Bediening

Een zekere mate van geluidslast door dit apparaat valt niet te vermijden. Plan luidruchtig werk in op toegestane en daarvoor voorziene periodes. Houd u evt. aan rusttijden en beperk de duur van de werkzaamheden tot een minimum. Er dient geschikte oorbescherming gedragen te worden, voor uw persoonlijke bescherming en de bescherming van personen in uw nabijheid.
Motor starten en stoppen

Waarschuwing! Benzine is ont- vlambaar. Start de motor op een afstand van minstens 3 m van de plaats, waar ze ingegoten wordt.
Start het apparaat op een vaste, effen vloer, zo mogelijk niet in hoog gras. Vergewis u dat het snoeige-reedschap noch voorwerpen, noch de grond raakt.

Voor uw veiligheid: Sta achter het apparaat als u het start.

Controleer regelmatig benzine en oliepeil (zie „Ingebruikname“) en vul tijdig bij.

Motor starten (handmatig):

- Druk 3x op de primer (33, rode knop),
start voor een warme start zoals beschreven in sectie 2

-
Trek de veiligheidsbeugel (2) in de richting van de hoofdigger van de handgreep (1) en houd deze tegen.
-
Trek aan de startergreep (25).
-
Wanneer de motor start, laat u de startergreep langzaam terug in de startkabelgeleiding (3) glijden.

Motor starten (E-Start)
- Druk 3x op de primer (33, rode knop),
start voor een warme start zoals beschreven in sectie 2

-
Trek de veiligheidsbeugel (3) in de richting van de grijpstang (1) en houd hem vast.
-
Druk op de startknop (43). De motor start.
Motorstop:
- Laat de veiligheidsbeugel (2) los. De motor wordt uitgeschakeld en het mes wordt geremd.

Bij een warme start is het niet nodig de primer (33) in te drukken.

Als de primer te vaak wordt ingedrukt, komt er teveel benzine in de carburator en de motor kan dan moeilijk worden gestart
Messenstopsysteem:
- Controleer regelmatig het messensto- psysteem:
Laat de veiligheidsbeugel (2) los. De motor wordt uitgeschakeld en het mes wordt geremd. Het mes moet binnen 7 seconden stoppen.

Maaien

- Start de motor (zie
- Houd de grijpstang (1) en de veiligheidsbeugel (2) tijdens het maaien vast met beide handen.
- Wielaandrijving
Aan: trek de aandrijfbeugel (26) in de richting van de hoofdigger van de handgreep, de maaier beweegt voorwaarts.
Uit: laat de aandrijfbeugel (26) los. Het apparaat blijft stilstaan
Werkinstructies
Algemene werkinstructies
- Maai zo droog mogelijk gras om de grasnerf te ontzien.
- Stel de snoeihoogte zodanig in, dat het apparaat niet overbelast wordt.
- Breng het apparaat stapvoets in zo recht mogelijke stroken. Om compleet te maaien, moeten de banen elkaar altijd enkele centimeters overlappen.
- Beweeg niet achterwaarts.
- Werk op hellingen altijd dwars op de helling.
-
Indien de messen met een vreemd voorwerp in aanraking komen, zet u de motor onmiddellijk uit. Wacht de stilstand van het mes af en controleer het apparaat op beschadigingen. Hervat het werk uitsluitend bij een onbeschadigd apparaat.
-
Schakel bij langere werkonderbrekingen en voor het transport het apparaat uit en wacht de stilstand van het mes af.
- Reinig het apparaat telkens na gebruik zoals in het hoofdstuk „Reiniging en onderhoud“ beschreven.

Snoeihoogte instellen
Het apparaat bezit 6 posities voor de instelling van de snoeihoogte (25-75 mm):
- Trek de hefboom (18) naar buiten en verschuif deze tot in de gewenste positie (34).
- Duw de hefboom (18) weer naar binnen.
De correcte snoeihoogte bedraagt bij een siergazon ongeveer 30 - 45 mm, bij een nuttig gazon ongeveer 40 - 65 mm.

Om voor de eerste keer in het seizoen te snoeien, dient een hoge snoeihoogte gekozen te worden.
Reiniging en onderhoud

Laat reparatiewerkzaamheden en onderhoudswerkzaamheden, die niet in deze handleiding beschreven zijn, op een service-werkplaats doorvoeren. Maak uitsluitend gebruik van originele onderdelen. Er bestaat gevaar voor ongevallen!
Voer onderhouds- en reinigingswerkzaamheden in principe bij een uitgeschakelde motor en een afgetrokken bougiedop door. Er bestaat gevaar voor verwondingen!
Laat het apparaat vóór alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden afkoelen.
NL
Elementen van de motor zijn heet. Er bestaat gevaar voor brandwonden!

Draag bij de omgang met het mes handschoenen.
Reiniging en algemene onder- houdswerkzaamheden
Voor reinigings- en onderhoudswerken aan de onderkant van het apparaat kan-telt u het apparaat naar achteren, zodat de bougie naar boven steekt.
Zorg ervoor dat een tweede persoon het apparaat vasthoudt, omdat het risico bestaat dat het terug kantelt.

Kantel het apparaat niet opzij of voorwaarts. Bedrijfsvloeistoffen kunnen uitlopen en de motor kan beschadigd worden..
- Houd het apparaat steeds netjes. Gebruik om te reinigen een borstel of een doek, maar geen bijtende reinigings-of oplosmiddelen.
Gebruik om te reinigen van de motor geen water, het zou de brandstofinstallatie kunnen verontreinigen. - De blade-behuizing schoon te maken kan op de top van huisvesting (15) een worden verbonden met slang (zie fig. 35).
-
Verwijder na het maaien vastklevende plantenresten met een stuk hout of plastic. Reinig in het bijzonder de ventilatieopeningen (10),de uitwerp-opening en het bereik van de messen (zie ook „Mes reinigen“).
Gebruik geen harde of puntige voor- werpen, u zou het apparaat kunnen beschadigen. -
Smeer de wielen van tijd tot tijd met olie in.
- Controleer de grasmaaier telkens vóór gebruik op zichtbare gebreken zoals losse, versleten of beschadigde onderdelen. Ga de vaste zitting van alle moeren, bouten en schroeven na.
- Controleer afdekkingen en beschermingsinrichtingen (2, 11, 13, 21) op beschadigingen en correcte zitting. Wissel deze eventueel uit.

Luchtfilter uitwisselen

Bedien het apparaat nooit zonder luchtfilter. Stof en vuil geraken anders in de motor en leiden tot beschadigingen aan de machine
- Trek de bougiestekker (1.1) eraf (zie „Bougie onderhouden“).
- Open de luchtfilterbox (8) en neem er de luchtfilter (9) uit.
- Reinig de luchtfilter (9) in een sopje en laat hem drogen. Kneed enkele druppels verse motorolie in de luchtfilter.
- Vervang een defecte luchtfilter door een nieuwe luchtfilter (zie „Vervangstukken/accessoires“).
- Voor de montage zet u de luchtfilter (9) in de luchtfilterbox (8) en sluit die opnieuw.

Bougie wisselen / instellen

Versleten bougies of een te grote ontstekingsafstand leiden tot een vermindering van het vermogen van de motor.
-
Trek de bougiedop (11) af door gelijk-tijdig aan de bougie (12) te trekken en te draaien.
-
Schroef de bougie (12) te gen de richting van de wijzers van de klok in uit.
- Kijk de ontstekingsafstand met behulp van een (in de gespecialiseerde handel verkrijgbaar) voelkaliber na. De ontstekingsafstand moet 0,5-0,6 mm bedragen.
- Stel de afstand eventueel in doordat u de aardelektrode van de bougie voorzichtig buigt.
- Reinig de bougie met een draadborstel.
- Breng de gereinigde en ingestelde bougie aan of vervang een beschadigde bougie door een nieuwe (aanbevolen aanzetmoment 20 Nm, met draaimomentsleutel vastgesteld) (zie „Reserveonderdelen“).
Motorolie verversen

Vervang de motorolie als de ben-zinetank leeg is en de motor warm heeft.

- Ververs de motorolie voor de eerste keer na ongeveer 5 bedrijfsuren, daarna telkens na 50 bedrijfsuren of jaarlijks.
- Voer de oude olie op milieu-vriendelijke wijze af (zie „Af-valverwijdering/milieubescher-ming“).
- Trek de bougiestekker af (11) ab (zie „Bougie wisselen / instellen“).
- Open de dop van de olietank (1.7) en pomp de motorolie af met een olie-pomp.
- Giet motorolie bij (zie „Ingebruikne- ming“).

Bowdenkabel instellen
Als de bowdenkabels zich verplaatsen en te veel speling hebben, kunt u ze bijregelen.
- Draai de kleine borgmoer (36) losser.
-
- Draai de instelmoer (37) tegen de richting van de wijzers van de klok in: Bowdenkabel wordt korter.
- Draai de instelmoer (37) in de richting van de wijzers van de klok: Bowdenkabel wordt langer.
Mes slijpen/uitwisselen

Laat het mes uitsluitend door een gespecialiseerde werkplaats monteren en demonteren.

Draag handschoenen als u het mes hanteert.
- Trek de bougiestekker (11) af en controleer het mes op slijtage en beschadigingen.
- Laat een stop mes altijd op een servicewerkplaats bijslijpen omdat men daar een controle van de onbalans kan doorvoeren.
- Laat een beschadigd mes of een mes met onbalans altijd op een service-werkplaats uitwisselen.

Een verkeerde montage kan leiden tot ernstige verwondingen.
De carburateur werd in de fabriek vooraf op een optimaal vermogen ingesteld. Indien instellingen achteraf noodzakelijk zijn, laat u de instellingen op een service-werkplaats doorvoeren.
Onderhoudsintervallen
Voer de in de tabel vermelde onderhoudswerkzaamheden regelmatig door. Door een regelmatig onderhoud wordt de levensduur van het apparaat verlengd. U komt bovendien tot optimale snoeiprestaties en vermijdt ongevallen.
| Onderhouds-werkzaamheden (zie „Reiniging en onderhoud“) | Vóór na | Na eerste 5 uren | Na 8 uren | Na 50 uren | Jaar- lijks | |
| het werk | ||||||
| Schroeven, moeren, bouten nakijken en aandraaien | √ | |||||
| Motoroliepeil/benzinestand controlleren en, zo nodig, motorolie/benzine bijvullen | √ | √ | ||||
| Bedieningselementen/bereik en geluiddempers reinigen | √ | √ | ||||
| Vingerbescherming reinigen | √ | |||||
| Motorolie verversen | √ √ | √ | ||||
| Luchtfilter uitwisselena | √ | |||||
| Bougie reinigen/instellen/uitwisselen | √ | √ | ||||
| Mes reinigen/slijpen/uitwisselen | √ | √ | ||||
| Geluiddempers en vonken-vangers nakijken | √ | √ | ||||
| Luchtkoelingssysteem reinigena | √ | |||||
^a bij aanzienlijke stofproductie of sterke vervuiling vaker reinigen
Opslag
Algemene opslaginstructies

Bewaar het apparaat niet met een gevulde vangmand. Bij heet weer begint het gras onder invloed van warmte te broeien. Er bestaat brandgevaar.
- Reinig en onderhoud het apparaat vóór de opslag.
- Laat de motor afkoelen voordat u het apparaat in gesloten lokalen wegzet.
- Gebruik voor de bewaring van de brandstof geschikte en toegestane reservoirs.
- Bewaar het apparaat op een droge en tegen stof beschermde plaats en dit buiten het bereik van kinderen.
- Omhul het apparaat niet met nylonzakken omdat vochtigheid en schimmel tot ontwikkeling zouden kunnen komen.
Opslag tijdens langere bedrijfsonderbrekingen

Veronachtzaming van de opslagin-structies kan door brandstofresten in de carburateur tot startproble-men of permanente beschadigingen leiden.
- Ledig de benzinetank op een goed geventileerde plaats.
• Ledig de carburateur:
Start daarvoor de motor en laat hem draaien totdat de motor stopt. Laat de motor afkoelen. - Ververs de olie (zie „Motorolie verversen“).
- Conserveer de motor:
- Draai de bougie uit (12) (zie „Reiniging en onderhoud“ (Bougie wisselen / instellen);
- Giet een eetlepel motorolie door de bougieopening in de motorruimte;
- Trek meermaals langzaam aan de starterkabel (25) bij een afge-trokken veiligheidsbeugel (2) en dit om de olie in het binnenste gedeelte van de motor te verdelen.
- Schroef de bougie (12) weer vast.
- Voer oude olie en benzineresten op milieuvriendelijke wijze af (zie „Afvalverwijdering/milieubescherming“).
Afvalverwijdering/milieubescherming
- Breng het apparaat, de toebehoren en de verpakking naar een geschikt recyclagepunt.
- Ledig de benzine- en olietank zorgvuldig en geef uw apparaat in een recyclingpark af. De gebruikte kunststof- en metalen onderdelen kunnen per soort gescheiden worden en zo-doende aan een recycling onderworpen worden.
- Oude olie en benzineresten in een recyclingpark afgeven en niet in de riolering of in de afvoer gieten.
- Vraag ons servicecenter om advies.
- De afvalverwijdering van uw defecte ingezonden apparaten voeren wij gratis door.
- Werp gesnoeid gras niet in de vuilnisbak, maar onderwerp het aan compostering of verdeel het als mulchlaag onder struiken en bomen.
Vervangstukken/Accessoires
Reserveonderdelen en accessoires verkrijgt u op www.grizzly-service.eu
Bij andere vragen neemt u contact op met het "Service-Center" (zie „Service-Center").
Garantie
-
De garantieperiode voor dit apparaat bedraagt 2 jaar vanaf aankoopdatum en geldt uitsluitend voor de eerste koper. Dit apparaat is niet geschikt voor commercieel gebruik. Bij commercieel gebruik vervalt de garantie.
• Van de garantie uitgesloten zijn: -
Schade, die aan natuurlijke slijtage, overbelasting of onoordeelkundige bediening te wijten is.
- Apparaten, die voor een commerciele toepassing gebruikt worden.
- Beschadigingen, die ten gevolge van veronachtzaming van de bedieningshandleiding ontstaan zijn of als de reinigingsintervallen niet nageleefd werden.
-
Apparaten, waarbij reeds technische ingrepen doorgevoerd werden.
-
Ook buiten de garantie valt motor-schade die zijn ontstaan door ver-keerde brandstof of een verkeerde mengverhouding en iedere schade aan de machine die te wijten zijn aan onvoldoende smering.
-
Volgende onderdelen zijn aan normale slijtage onderhevig en vallen daarom niet onder de garantie: snoei-inrichting, bougies, luchtfilter, brandstofffilter, startkabel, grasbak.
-
Gelieve geen apparaten zonder voor- afgaande telefonische coördinatie naar onze servicewerkplaatsen te zen- den. In het andere geval kunnen u ten gevolge van weigering van acceptatie kosten ten deel vallen.
- Opgelet: Stuur ons in geen geval een defecte machine met een volle brandstof- of olietank toe. Maak de tanks in ieder geval leeg. Alle materiële schade die hier het gevolg van is (uitlopende olie/benzine als het apparaat op zijn kant of op de kop wordt gelegd) c.q. brandschade tijdens het transport valt ten laste van de afzender.
- De reparatie of de uitwisseling van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode, noch wordt door deze voor het apparaat te leveren prestatie of voor eventueel ingebouwde onderdelen een nieuwe garantieperiode ingeleid. Dit geldt ook bij gebruikmaking van een service ter plaatse.
- De afvalverwijdering van uw defecte ingezonden apparaten voeren wij gratis door.
Foutopsporing
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing van de fout | ||
| Motor start niet | Te weinig benzine in de tank Benzine ingieten | |
| Verkeerde startvolgorde | Aanwijzingen om de motor te starten in acht nemen (zie „Bediening“) | |
| Bougiedop (11) niet correct opgestokenVol roet gekomen bougie (12) | Bougiedop opsteken Bougie reinigen, instellen of vervangen (zie „Reiniging en onderhoud“) | |
| Foutief ingesteld carburateur-mengsel | Carburateur op een servicewerkplaats laten instellen | |
| Accu (41) van de elektri-sche starter leeg | Motor met de hand starten (zie „Be-diening“) | |
| Bowdenkabels (5) niet exact ingesteld | Bowdenkabel instellen (zie “Bowden-kabel instellen”) of door een profes-sionele werkplaats laten instellen | |
| Motor stopt al bij gering meegeven van de veiligheids-beugel (2) | Bowdenkabels (5) niet exact ingesteld | Bowdenkabel instellen (zie “Bowden-kabel instellen”) of door een profes-sionele werkplaats laten instellen |
| Motor start, maar apparaat draait niet met maximale capaciteit | Vervuilde luchtfilter (9) | Luchtfilter vervangen (zie „Reiniging en onderhoud“) |
| Foutief ingesteld carburateur-mengsel | Carburateur op een servicewerkplaats laten instellen | |
| Motor hapert, loopt vast | Foutief ingesteld carburateur-mengsel | Carburateur op een servicewerkplaats laten instellen |
| Vol roet gekomen bougie (12) | Bougies reinigen, instellen of vervangen (zie „Reiniging en onderhoud“) | |
| Motor wordt over-verhit | Ventilatiesleuven verstopt Ventilatiesleuven reinigen | |
| Verkeerde bougie (12) | Bougie wisselen | |
| Te weinig motorolie in de motor | Motorolie ingieten (zie „Ingebruik-name“) | |
| Aandrijving scha-kelt niet in | Bowdenkabels (5) versteld | Bowdenkabels instellen of door een servicewerkplaats laten instellen |
| Resultaat van het werk niet bevre-digend of motor werkt moeilijk | Gras te kort of te hoog | Snoeihoogte wijzigen (zie „Snoeihoogte instellen“) |
| Mes stomp | Mes op servicewerkplaats laten scherpen of uitwisselen | |
| Mes door gras geblokkeerd, grasvangmand vol, uitwerpkanaal verstopt | Gras verwijderen (zie „Reiniging en onderhoud“) | |
| Mes roteert niet | Mes door gras geblokkeerd Gras | verwijderen |
| Mes niet correct gemonteerd | Mes op servicewerkplaats laten mon-teren | |
| Abnormale gelui-den, gerammel of trillingen | Mes niet correct gemonteerd | Mes op servicewerkplaats laten mon-teren |
| Mes beschadigd | ||
Indice
Introduzione....74
Uso previsto....75
![]() | Vertaling van de originele CE-conformiteitsverklarin |
| Hiermede bevestigen wij dat de Benzinegrasmaaierbouwserie BRM 4615-22 A E-StartLot-nummer: B-49396is overeenkomstig met de hierna volgende, van toepassing zijnde EU-richtlijnen: | |
| 2006/42/EC • 2014/30/EU • 2000/14/EG • 2005/88/EC • 2011/65/EU* | |
| Om de overeenstemming te waarborgen, werden de hierna volgende, in overeenstemming gebrachte normen en nationale normen en bepalingen toegepast: | |
| EN ISO 5395-2:2013+A1:2016+A2:2017 • IEC 62321-3-1:2013EN ISO 5395-1:2013+A1:2018 • EN ISO 14982:2009 | |
| Bovendien wordt in overeenstemming met de geluidsemissierichtlijn 2000/14/EC be-vestigd:Akoestisch niveaugegarandeerd: 96 dB(A)gemeten: 94,40 dB(A)Toegepaste conformiteitbeoordelingsprocedure in overeenstemming met Annex VI/2000/14/EC + 2005/88/ECAangemeld bij: TÜV Rheinland, NB 0197 | |
| De exclusieve verantwoordelijkheid voor de uitgifte van deze conformiteitsverklaring wordt gedragen door de fabrikant: | |
| CE Grizzly Tools GmbH & Co. KGStockstädter Straße 2063762 GroßostheimGermany26.03.2021 | Christian FrankDocumentatiegelastigde |
* Het hierboven beschreven voorwerp van de verklaring voldoet aan de voorschriften van de richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en van de Raad van 8 juni 2011 inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparaten.
Bezoekadres: Papierbaan 55

9672 BG Winschoten
Postadres: Antwoordnummer 300
9670 WB Winschoten
Tel.: 0900 8724357
0597 413753
Fax: 0597 420632
e-mail: itsw@planet.nl
Garden Italia SPA
Via Zaccarini, 8

