DCW604 - Freesmachine DEWALT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DCW604 DEWALT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DCW604 DEWALT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Freesmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCW604 - DEWALT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCW604 van het merk DEWALT.
GEBRUIKSAANWIJZING DCW604 DEWALT
Nederlands (vertaald vanuit de originele instructies) 90
Hartelijk gefeliciteerd!
U hebt gekozen voor een DEWALT gereedschap. Jarenlange ervaring, grondige productontwikkeling en innovatie maken DEWALT tot een van de betrouwbaarste partners voor gebruikers van professioneel gereedschap.
Technische gegevens
| DCW600 DCW604 | |||
| Spanning V | DC | 18 18 | |
| Type 1 1 | |||
| Accutype Li-Ion Li-Ion | |||
| Uitgangsvermogen W 930 930 | |||
| Snelheid onbelast | rpm 16000–25500 | 16000–25500 | |
| Bovenfreeswagen | 1 kolom | 2 kolommen | |
| Slag bovenfreeswagen | mm | 55 55 | |
| Spantangformaat | mm | 8 8 | |
| Frezen diameter, max | mm | 30 30 | |
| Gewicht (zonder accuset) | kg | 1,54 | 2,40 |
| Geluidswaarden en/of vibratiewaarden (triax-vectorsom) volgen EN60745-2-17: | |||
| L_PA (emissie geluidsdrukniveau) | dB(A) | 73 | 73 |
| L_WA (niveau geluidsvermogen) | dB(A) | 84 | 84 |
| K_A (onzekerheid voor hetgegeven geluidsniveau) | dB(A) | 3 3 | |
| Vibratie-emissiewaarde a_h = | m/s2 | 4,7 | 4,7 |
| Onzekerheid K = | m/s2 | 2,7 | 2,7 |
Het vibratie- en/of geluids-emissieniveau dat in dit informatieblad wordt gegeven, is gemeten in overeenstemming met een gestandaardiseerde test volgens EN60745 en kan worden gebruikt om het ene gereedschap met het andere te vergelijken. Het kan worden gebruikt voor een eerste beoordeling van blootstelling.
WAARSCHUWING: Het verklaarde vibratie- en/of geluids-emissieniveau geldt voor de hoofdtoepassingen van het gereedschap. Als het gereedschap echter voor andere toepassingen wordt gebruikt, dan wel met andere accessoires, of slecht wordt onderhouden, kan de vibratie- en/of geluids-emissie verschillen. Dit kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen gedurende de totale werkperiode.
Bij een schatting van het blootstellingsniveau aan vibratieen/of geluid moet ook rekening worden gehouden met de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld, of aanstaat maar niet werkelijk wordt ingezet bij werkzaamheden. Dit kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verminderen gedurende de totale arbeidsduur.
Stel vast of er nog aanvullende veiligheidsmaatregelen zijn ter bescherming van de gebruiker tegen de effecten
van trilling en/of geluid, zoals: het onderhouden van gereedschap en de accessoires, de handen warm houden (relevant voor trilling) en de organisatie van werkpatronen.
EG-conformiteitsverklaring
Richtlijn Voor Machines

Koolborstelloze accu bovenfrees DCW600, DCW604
DEWALT verklaart dat deze producten zoals beschreven onder
Technische gegevens in overeenstemming zijn met: 2006/42/CE, EN60745-1:2009+A11:2010, EN60745-2-17:2010.
Deze producten voldoen ook aan de Richtlijn 2014/30/EU en 2011/65/EU. Neem voor meer informatie contact op met DEWALT via het volgende adres of kijk op de achterzijde van de gebruiksaanwijzing.
De ondergetekende is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische bestand en legt deze verklaring af namens DEWALT.

text_image
M. GeorgolMarkus Rompel
Vice-President Engineering, PTE-Europa DEWALT, Richard-Slinger-Strase 11, D-65510, Idstein, Duitsland 15.03.2019

WAARSCHUWING: Lees de instructiehandleiding om het risico op letsel te verminderen.
Definities: Veiligheidsrichtlijnen
De definities hieronder beschrijven de ernstgraad voor elk signaalwoord. Gelieve de handleiding te lezen en op deze symbolen te letten.
GFNAAR: Wijst op een dreigende gevaarlijke situatie, indien niet vermeden, zal leiden tot de dood of ernstige verwondingen.
WAARSCHUWING: Wijst op een mogelijk gevaarlijke die, indien niet vermeden, zou kunnen leiden tot de dood of ernstige letsels.
VOORZICHTIG: Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie deplendien niet vermeden, kan leiden tot kleine of matige letsels.
OPMERKING: Geeft een handeling aan waarbij geen persoonlijk letsel optreedt die, indien niet voorkomen, schade aan goederen kan veroorzaken.
| Accu's Laders/Laadtijden (Minuten) | |||||||||||
| Cat # V | DC | Ah Gewicht (kg) | DCB104 | DCB107 | DCB112 | DCB113 | DCB115 | DCB118 | DCB132 | DCB119 | |
| DCB546 | 18/54 | 6,0/2,0 | 1,05 60 270 | 170 140 90 | 60 90 X | ||||||
| DCB547 | 18/54 | 9,0/3,0 | 1,46 | 75* | 420 | 270 | 220 | 135* | 75* | 135* | X |
| DCB548 | 18/54 | 12,0/4,0 | 1,44 | 120 | 540 | 350 | 300 | 180 | 120 | 180 | X |
| DCB181 | 18 | 1,5 | 0,35 | 22 | 70 | 45 | 35 | 22 | 22 | 22 | 45 |
| DCB182 | 18 | 4,0 | 0,61 | 60/40** | 185 | 120 | 100 | 60 | 60/40** | 60 | 120 |
| DCB183/B | 18 | 2,0 | 0,40 | 30 | 90 | 60 | 50 | 30 | 30 | 30 | 60 |
| DCB184/B | 18 | 5,0 | 0,62 | 75/50** | 240 | 150 | 120 | 75 | 75/50** | 75 | 150 |
| DCB185 | 18 | 1,3 | 0,35 | 22 | 60 | 40 | 30 | 22 | 22 | 22 | X |
| DCB187 | 18 | 3,0 | 0,54 | 45 | 140 | 90 | 70 | 45 | 45 | 45 | 90 |
| DCB189 | 18 4,0 | 0,54 60 | 185 120 | 100 60 | 60 60 120 | ||||||
Wijst op risico van een elektrische schok.

Wijst op brandgevaar.
ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP

WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet opvolgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel.
De term „elektrisch gereedschap“ in de waarschuwingen verwijst naar uw (met een snoer) op de netspanning aangesloten elektrische gereedschap of naar (draadloos) elektrisch gereedschap met een accu.
1) Veiligheid Werkplaats
a) Houd het werkgebied schoon en goed verlicht.
Rommelige of donkere gebieden zorgen voor ongelukken.
b) Bedien elektrische gereedschappen niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en omstanders op een afstand terwijl u een elektrisch gereedschap bedient. Als u wordt afgeleid kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
2) Elektrische Veiligheid
a) Stekkers van elektrisch gereedschap moeten in het stopcontact passen. Pas de stekker nooit op enige manier aan. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaard elektrisch gereedschap. Niet aangepaste stekkers en passende contactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlaktes zoals buizen, radiatoren, fornuizen en ijskasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Als er water in een elektrisch gereedschap terecht komt, verhoogt dit het risico op een elektrische schok.
d) Behandel het stroomsnoer voorzichtig. Gebruik het stroomsnoer nooit om het elektrische gereedschap te dragen of te trekken, of de stekker uit het stopcontact te halen. Houd het snoer uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen, of bewegende onderdelen. Beschadigde snoeren of snoeren die in de war zijn verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u een elektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, gebruikt u een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een verlengsnoer dat geschikt is voor buitenshuis, vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van een elektrisch gereedschap op een vochtige locatie onvermijdelijk is, gebruikt u een stroomvoorziening die beveiligd is met een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico op een elektrische schok.
3) Persoonlijke Veiligheid
a) Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezonde verstand als u een elektrisch gereedschap bedient. Gebruik het gereedschap niet als u vermoeid bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicatie bent. Een moment van onoplettendheid tijdens het bedienen van elektrische gereedschappen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
b) Gebruik een beschermende uitrusting. Draag altijd oogbescherming. Beschermende uitrusting zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm, of gehoorbescherming gebruikt in de juiste omstandigheden zal het risico op persoonlijk letsel verminderen.
c) Vermijd onbedoeld starten. Zorg ervoor dat de schakelaar in de 'off' (uit) stand staat voordat u het gereedschap aansluit op de stroombron en/of accu, het oppakt of ronddraagt. Het ronddragen van elektrische gereedschappen met uw vinger op de schakelaar of het aanzetten van elektrische gereedschappen waarvan de schakelaar aan staat, zorgt voor ongelukken.
d) Verwijder alle stelsleutels of moersleutels voordat u het elektrische gereedschap aan zet. Een moersleutel of stelsleutel die in een ronddraaiend onderdeel van het elektrische gereedschap is achtergelaten kan leiden tot persoonlijk letsel.
e) Rek u niet te ver uit. Blijf altijd stevig en in balans op de grond staan. Dit zorgt voor betere controle van het elektrische gereedschap in onverwachte situaties.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Als er in apparaten wordt voorzien voor het aansluiten van stofverwijdering- of verzamelapparatuur, zorg er dan voor dat deze correct worden aangesloten en gebruikt. Het gebruik van een stofverzamelaar kan aan stof gerelateerde gevaren verminderen.
h) Denk niet dat u, doordat u het gereedschap veel hebt gebruikt, het allemaal wel weet en dat u de veiligheidsbeginselen kunt negeren. Een onvoorzichtige actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.
4) Gebruik en Verzorging van Elektrisch Gereedschap
a) Forceer het gereedschap niet. Gebruik het juiste elektrische gereedschap voor uw toepassing. Het juiste elektrische gereedschap voert de werkzaamheden beter en veiliger uit waarvoor het is ontworpen.
b) Gebruik het gereedschap niet als de schakelaar het niet aan en uit kan zetten. leder gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu, als deze kan worden losgenomen, uit het elektrisch gereedschap en voer daarna pas aanpassingen uit, wissel daarna pas accessoires of berg daarna pas het gereedschap op. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Bewaar gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten het bereik van kinderen en laat niet toe dat personen die onbekend zijn met het elektrische gereedschap of deze instructies het gereedschap bedienen.
Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.
e) Onderhoud elektrische gereedschappen. Controleer op verkeerde uitlijning en het grijpen van bewegende onderdelen, breuk van onderdelen en andere omstandigheden die de werking van het gereedschap nadelig kunnen beïnvloeden. Zorg dat het gereedschap voor gebruik wordt gerepareerd als het beschadigd is. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden gereedschap.
f) Houd snijdgereedschap scherp en schoon. Correct onderhouden snijdgereedschappen met scherpe snijdranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker te beheersen.
g) Gebruik het elektrische gereedschap, de accessoires en gereedschapsonderdelen enz. in overeenstemming met deze instructies, waarbij u rekening houdt met de werkomstandigheden en de werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd. Gebruik van het elektrische gereedschap voor werkzaamheden die anders zijn dan het bedoelde gebruik, kunnen leiden tot een gevaarlijke situatie.
h) Houd de handgrepen en oppervlakken die u beet pakt, droog, schoon en vrij van olie en vet. Door gladde handgrepen en oppervlakken die u beet pakt, kan veilig werken en bedienen van het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk worden.
5) Gebruik en Verzorging van Gereedschap op Accu
a) Gebruik alleen de lader die door de fabrikant wordt opgegeven. Een lader die geschikt is voor één accutype, kan een risico op brand veroorzaken indien gebruikt met een andere accu.
b) Gebruik elektrische gereedschappen uitsluitend met speciaal omschreven accu's. Gebruik van andere accu's kan leiden tot letsel en brandgevaar.
c) Als de accu niet in gebruik is, dient u deze uit de buurt te houden van andere metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding van het ene contactpunt met het andere kunnen maken. Het kortsluiten van de accucontactpunten samen kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Als het gereedschap te zwaar wordt belast, kan er vloeistof uit de accu lekken; vermijd contact hiermee. Als u per ongeluk hier toch mee in contact komt, spoelt u met water. Als de vloeistof in contact met de ogen komt, dient u daarnaast medische hulp in te roepen. Vloeistof afkomstig uit de accu kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
e) Werk niet met een accu of met gereedschap dat beschadigd is of waaraan wijzigingen zijn aangebracht. Beschadigde of gemodificeerde accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of een risico van letsel.
f) Stel een accu of gereedschap niet bloot aan open vuur of uitzonderlijk hoge temperatuur. Brand
of een temperatuur boven de 130 °C kunnen de accu doen exploderen.
g) Volg alle instructies voor het opladen en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik dat in de instructies wordt opgegeven. Door op onjuiste wijze opladen of opladen bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigd raken en het risico van brand toenemen.
6) Service
a) Zorg dat u gereedschap wordt onderhouden door een erkende reparateur die uitsluitend identieke vervangende onderdelen gebruikt. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van het gereedschap blijft gegarandeer.
b) Probeer nooit beschadigde accu's te repareren. De reparaties aan accu's mogen alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of door geautoriseerde servicecentra.
Aanvullende Speciale Veiligheidsregels voor compacte bovenfrezen
- Zet het werkstuk met klemmen of op een andere praktische manier vast en ondersteun het op een stabiele ondergrond. Wanneer u het werkstuk vasthoudt met de hand of het tegen uw lichaam gedrukt houdt, is het instabiel en kunt u de controle verliezen.
• Zaag GEEN metaal.
- Houd de handgrepen en oppervlakken die u beet pakt droog, schoon en vrij van olie en vet. U heeft dan een betere controle over het gereedschap.
- Houd het gereedschap stevig vast met beide handen zodat u weerstand kunt bieden aan begintorsie. Houd het gereedschap tijdens gebruik altijd stevig vast.
- Volg altijd de snelheid aanbevelingen op van de fabrikant, sommige beitels zijn ontworpen voor een specifieke snelheid, voor uw veiligheid of optimale prestaties. Als u niet zeker weet welke snelheid u moet gebruiken, of als u enige problemen ondervind, neem dan contact op met de fabrikant.
- Houd uw handen verwijderd van het snijgebied. Reik niet om welke reden dan ook onder het werkstuk. Houd tijdens het frezen de grondplaat van de frees stevig in contact met het werkstuk.
- Laat nooit de motor lopen wanneer deze niet in één van de grondplaten van de frees is geplaatst. Het is niet de bedoeling dat de motor in de hand wordt gehouden.
- Blijf een constante druk op de frees uitoefenen. Nooit de motor overbelasten.
- Gebruik alleen scherpe beitels. Wanneer beitels bot zijn, kan dat ertoe leiden dat ze slingeren en onder druk vastlopen.
- Controleer dat de motor volledig tot stilstand is gekomen voordat u de frees neerlegt. Als de beitel nog draait wanneer het gereedschap wordt neergelegd, kan dat leiden tot letsel of schade.
- Zorg ervoor dat de beitel het werkstuk niet aanraakt voordat u de motor start. Als de beitel het werkstuk raakt
wanneer de motor wordt gestart, kan de beitel wegspringen, waardoor materiële schade of letsel ontstaat.
- ALTIJD de accu verwijderen voordat u aanpassingen maakt of de beitel.
- Voorkom persoonlijk letsel, houd uw handen verwijderd van de beitel wanneer de motor loopt.
- Raak de beitel nooit aan direct na gebruik. Deze kan heel erg heet zijn.
- Zorg onder het werkstuk voor ruimte voor de beitel van de frees, wanneer u het werkstuk doorboort.
- Zet de spantangmoer stevig vast zodat de beitel niet kan slippen.
- Zet de spantangmoer nooit vast zonder een beitel.
- Gebruik in dit gereedschap geen freesbeitels met een diameter van meer dan 30 mm.
- Voorkom neerfrezen (frezen in de tegenovergestelde richting als aangegeven in afbeelding O). Neerfrezen verhoogt het risico op verlies van de controle over het apparaat wat letsel kan veroorzaken. Wanneer neerfrezen vereist is (achterwaarts een hoek frezen), ga dan uitermate voorzichtig te werk zodat u de controle over de vrees behoudt. Frees kleinere hoeveelheden weg bij iedere beweging met het gereedschap.
- Gebruik altijd rechte frezen, rabatfrezen, profielfrezen, sleuvenfrezen of gegroefde messen met een schachtdiameter die overeenkomt met de afmeting van de spankop van uw gereedschap.
- Gebruik altijd beitels die geschikt zijn voor een snelheid van 30000 min ^1 en die overeenkomstig zijn gemarkeerd.
- Werk niet met de frees terwijl u deze met de hand ondersteboven of horizontaal houdt. De motor kan loskomen van de grondplaat als deze niet goed volgens de instructies is bevestigd.
- Ruim de werkplek goed op voordat u de motor start.
- Gebruik het gereedschap niet in een freestafel.
- Houd het spaanderscherm (als dat is inbegrepen) schoon en op z'n plaats.
- Druk niet op de knop van de asvergrendeling terwijl de motor loopt. U zou dan de asvergrendeling kunnen beschadigen.
- Let er altijd op dat het werkoppervlak vrij is van spijkers en andere voorwerpen. Wanneer u een spijker raakt, kan de beitel en het gereedschap wegspringen.
Overige risico's
Ondanks het toepassen van de relevante veiligheidsvoorschriften en het toepassen van veiligheidsapparaten kunnen sommige overige risico's niet worden vermeden. Dit zijn:
• Gehoorbeschadiging.
- Risico op persoonlijk letsel door rondvliegende deeltjes.
- Risico van brandwonden omdat accessoires tijdens het gebruik heet worden.
- Risico van persoonlijk letsel als gevolg van langdurig gebruik.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
Laders
DEWALT laders hoeven niet te worden afgesteld en zijn zo ontworpen dat zij zeer gemakkelijk in het gebruik zijn.
Elektrische veiligheid
De elektrische motor is slechts voor één voltage ontworpen. Controleer altijd of het voltage van de accu overeenkomt met het voltage op het typeplaatje. Zorg er ook voor dat het voltage van uw oplader overeenkomt met dat van uw stroomvoorziening.

Uw DEWALT oplader is dubbel geïsoleerd in overeenstemming met EN60335; daarom is geen aarding nodig.
Als het stroomsnoer is beschadigd, moet het worden vervangen door een speciaal geprepareerd snoer dat leverbaar is via het DEWALT servicecentrum.
Een verlengsnoer gebruiken
U dient geen verlengsnoer te gebruiken, tenzij dit absoluut noodzakelijk is. Gebruik een goedgekeurd verlengsnoer dat geschikt is voor de stroominvoer van uw oplader (zie
Technische gegevens). De minimale geleidergrootte is 1 mm ^2 ; de maximale lengte is 30 m.
Als u een haspel gebruikt, dient u het snoer altijd volledig af te rollen.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle acculaders
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES: Deze handleiding bevat belangrijke instructies voor de veiligheid en voor de bediening van geschikte batterijladers (raadpleeg Technische gegevens).
- Lees voordat u de lader gebruikt, alle instructies en aanwijzingen voor de veiligheid op de lader, de accu en het product dat de accu gebruikt.
WAARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Laat gavloeloeistof in de lader dringen. Dit zou kunnen leiden tot een elektrische schok.
WAARSCHUWING: Wij adviseren een aardlekschakelaar minder en reststroomwaarde van 30mA of minder te gebruiken.
VOORZICHTIG: Gevaar voor brandwonden. Beperk hafvico van letsel, laad alleen oplaadbare accu's op van het merk DEWALT. Andere typen accu's zouden uit elkaar kunnen springen en persoonlijk letsel en schade kunnen veroorzaken.
VORZICHTIG: Houd toezicht op kinderen zodat zij niet met niet apparaat kunnen spelen.
OPMERKING: Onder bepaalde omstandigheden, wanneer de stekker van de lader in het stopcontact zit, kunnen de niet-afgedekte laadcontacten binnenin de lader door materiaal of een voorwerp worden kortgesloten. Bepaalde materialen die geleidend zijn, zoals, maar niet uitsluitend, staalwol, aluminiumfolie of een opeenhoping van metaalachtige deeltjes, kunnen beter bij de holtes van de lader worden weggehouden.
Trek altijd de stekker uit het stopcontact wanneer er geen accu in de lader zit. Trek de stekker van de lader uit het stopcontact voordat u de lader gaat reinigen.
- Probeer NIET de accu op te laden met andere laders dan die in deze handleiding worden beschreven. De lader en de accu zijn speciaal voor elkaar ontworpen.
- Deze laders zijn niet bedoeld voor een andere toepassing dan het opladen van oplaadbare accu's van DEWALT. Andere toepassingen kunnen leiden tot het gevaar van brand, elektrische schok of elektrocutie.
- Stel de lader niet bloot aan regen of sneeuw.
- U kunt beter niet aan het snoer trekken wanneer u de stekker van de lader uit het stopcontact trekt. Er is dan minder risico op beschadiging van het snoer en van de stekker.
- Het is belangrijk dat u het snoer zo plaatst dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen, en het snoer niet op een andere manier kan beschadigen of onder spanning kan komen te staan.
- Gebruik alleen een verlengsnoer als het er werkelijk niet anders kan. Gebruik van een ongeschikt verlengsnoer kan het risico van brand, elektrische schok of elektrocutie tot gevolg hebben.
- Plaats niet iets boven op een lader en plaats de lader niet op een zacht oppervlak omdat hierdoor de ventilatiesleuven kunnen worden geblokkeerd en de lader binnenin veel te heet wordt. Plaats de lader niet in de buurt van een warmtebron. De lader wordt geventileerd door sleuven boven en onder in de behuizing.
- Gebruik de lader niet met een beschadigd snoer of een beschadigde stekker—laat deze onmiddellijk vervangen.
- Gebruik de lader niet als er hard op is geslagen, als de lader is gevallen of op een andere manier beschadigd is. Breng de lader naar een erkend servicecentrum.
- Haal de lader niet uit elkaar; breng de lader naar een erkend servicecentrum wanneer service of reparatie nodig is. Onjuiste montage kan leiden tot het risico van een elektrische schok, elektrocutie of brand.
- Als het netsnoer is beschadigd, moet het onmiddellijk worden vervangen door de fabrikant, een servicemonteur van de fabrikant of een dergelijk vakbekwaam persoon, zodat risico is uitgesloten.
- Trek de stekker van de lader uit het stopcontact voordat u de lader gaat schoonmaken. Er is dan minder risico van een elektrische schok. Het risico is niet minder wanneer u de accu verwijderd.
• Probeer NOOIT 2 laders op elkaar aan te sluiten. - De lader is ontworpen voor de 230V stroomvoorziening van een woning. Probeer de lader niet te gebruiken op een andere spanning. Dit geldt niet voor de 12V-lader.
Een accu opladen (Afb. [Fig.] C)
- Steek de lader in een geschikt stopcontact voordat u de accu insteekt.
- Plaats de accu 1 in de lader, en let er daarbij op dat de accu geheel in de lader komt te zitten. Het rode lampje (opladen)
knippert herhaaldelijk en dat duidt erop dat het laadproces is gestart.
- Een volledig opgeladen accu wordt aangegeven door het rode lampje dat constant AAN blijft. De accu is nu volledig opgeladen en kan worden gebruikt of kan in de acculader blijven zitten. Duw, als u de accu uit de lader wilt nemen, op de accu-vrijgaveknop 2 op de accu.
OPMERKING: U kunt maximale prestaties en levensduur van lithium-ion-accu's garanderen door de accu's volledig op te laden voordat u deze voor het eerst in gebruik neemt.
Werking van de lader
Raadpleeg onderstaande indicatoren voor de laadstatus van de accu.
Laadindicaties
* Het rode lampje blijft knipperen, maar er brandt ook een geel indicatielampje wanneer de functie actief is. Wanneer de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt, gaat het gele lampje uit en hervat de lader de laadprocedure.
De geschikte lader(s) laden niet een kapotte accu op. Wanneer er niet een lampje op de lader gaat branden, betekent dat dat de batterij niet goed is.
OPMERKING: Dit kan ook betekenen dat er iets mis is met de lader.
Als de lader laat zien dat er een probleem is, laat de lader en de accu dan testen door een geautoriseerd servicecentrum.
Hot/Cold Pack Delay (Vertraging Hete/Koude Accu)
Wanneer de lader waarneemt dat een accu te warm of te koud is, wordt onmiddellijk een Hot/Cold Delay gestart en wordt het laden uitgesteld tot de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt. De lader schakelt dan automatisch over op de accu-laadstand. Deze functie waarborgt een maximale levensduur van de accu.
Een koude accu zal minder snel worden opgeladen dan een warme accu. De accu zal minder snel opladen gedurende de gehele laadcyclus en zal niet op maximumsnelheid gaan opladen, ook niet als de accu warmer wordt.
De lader DCB118 is voorzien van een interne ventilator voor het koelen van de accu. De ventilator gaat automatisch draaien wanneer de accu moet worden gekoeld. Gebruik de lader nooit als de ventilator niet goed werkt of als de ventilatiesleuven zijn geblokkeerd. Zorg ervoor dat er geen voorwerpen in de lader kunnen komen.
XR Li-Ion-gereedschap is ontworpen met een Elektronisch Beveiligingssysteem dat ervoor zorgt dat de accu niet te veel wordt geladen, niet te heet wordt of te veel wordt ontladen. Het product zal automatisch uitgeschakeld worden, als het elektronisch beschermingssysteem actief wordt. Als dit gebeurt, zet u de Lithium-ion-accu op de lader, totdat deze volledig geladen is.
Montage aan de wand
Deze laders kunnen aan de wand worden gemonteerd of rechtop op een tafel of werkoppervlak staan. Plaats bij wandmontage de accu dichtbij een stopcontact en uit de buurt van een hoek of andere obstakels die de doorstroming van lucht kunnen verhinderen. Gebruik de achterzijde van de lader als sjabloon voor de plaatsing van de montageschroeven aan de wand. Monteer de lader stevig met gipsplaatschroeven (afzonderlijk aan te schaffen), van tenminste 25,4 mm lang waarvan de schroefkop een diameter heeft van of 7 – 9 mm, in hout geschroefd tot op een optimale diepte, waarbij ongeveer 5,5 mm van de schroef uitsteekt. Houd de sleuven aan de achterzijde van de lader tegenover de uitstekende schroeven en steek montagesleuven volledig op de schroeven.
Instructies voor het reinigen van de lader
WAARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Noem, voordat u met de reiniging begint, de stekker van de lader uit het stopcontact. U kunt stof en vet van de buitenzijde van de lader verwijderen met een doek of een zachte, niet-metalen borstel. Gebruik geen water of schoonmaakmiddelen. Laat nooit vloeistof in het gereedschap komen; dompel nooit een onderdeel van het gereedschap onder in een vloeistof.
Accu
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle accu's
Als u vervangende accu's bestelt, zorg er dan voor dat u het catalogusnummer en voltage vermeldt.
De accu is niet volledig opgeladen als deze uit de verpakking komt. Voordat u de accu en oplader gebruikt, dient u de onderstaande veiligheidsinstructies te lezen. Volg vervolgens de oplaadprocedures zoals die zijn uitgelegd.
LEES ALLE INSTRUCTIES
- Laad de accu niet op en gebruik deze niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Wanneer u de accu plaatst in of verwijdert uit de lader kan het stof of de damp door een vonk vlamvatten.
- Gebruik nooit geweld bij het plaatsen van de accu in de lader. Wijzig de accu op geen enkele manier als deze niet past in een lader die niet geschikt is, omdat de accu kan openbarsten waardoor ernstig persoonlijk letsel kan ontstaan.
• Laad de accu's alleen op in DEWALT-laders. - Spat NIET met water en dompel de accu niet onder in water of andere vloeistoffen.
- Gebruik of bewaar het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur 40 °C of meer kan bereiken (bijvoorbeeld in een schuurtje of een metalen loods in de zomer).
- Verbrand de accu niet, zelfs niet als deze ernstig beschadigd is of volledig verbruikt. De accu kan in vuur
exploderen. Als lithium ion accu's worden verbrand, komen giftige dampen en materialen vrij.
- Als de inhoud van de accu in contact met de huid komt, wast u dit onmiddellijk af met water en een milde zeep. Als accuvloeistof in de ogen komt spoelt u 15 minuten met water in het geopende oog, of totdat de irritatie stopt. Als medische hulp nodig is dient u te vermelden dat de accuelektrolyt is samengesteld uit een mengsel van vloeibare organische carbonaten en lithiumzouten.
- De inhoud van geopende accucellen kan irritatie aan de luchtwegen veroorzaken. Zorg voor frisse lucht. Zoek als de symptomen aanhouden medische hulp.
WAARSCHUWING: Gevaar voor brandwonden. A lloeistof kan ontvlambaar zijn als deze aan een vonk of vlam wordt blootgesteld.
WAARSCHUWING: Probeer nooit om welke reden dan de accu te openen. Als de behuizing van de accu is gescheurd of beschadigd, zet de accu dan niet in de lader. Klem een accu niet vast, laat een accu niet vallen, beschadig een accu niet. Gebruik een accu of lader waar hard op is geslagen, die is gevallen, waar overheen is gereden of die op welke manier dan ook is beschadigd (dat wil zeggen, doorboord met een spijker, geraakt met een hamer, vertrapt) niet. Een elektrische schok of elektrocutie kan het gevolg zijn. Breng beschadigde accu's terug naar het servicecentrum zodat ze kunnen worden gerecycled.
WAARSCHUWING: Brandgevaar. Berg de accu met op en vervoer de accu niet op een manier dat metalen voorwerpen in contact kunnen komen met de aansluitpunten van de accu. Bijvoorbeeld, steek de accu niet in een schortzak, broekzakken, gereedschapskisten, gereedschapsdozen, laden, enz., waar een losse spijkers, schroeven, sleutels, enz. liggen.
VORZICHTIG: Plaats het gereedschap wanneer niet in gebruik is, op z'n zijkant op een stabiel oppervlak waar het niet kan vallen of omvallen.
Sommige gereedschappen met grote accu's kunnen rechtop staan op de accu maar kunnen gemakkelijk worden omgegooid.
Transport
WAARSCHUWING: Brandgevaar. Tijdens het transport karten accu's mogelijk vlam vatten als de aansluitingen van de accu onbedoeld in aanraking komen met geleidende materialen. Controleer dat tijdens het transport de aansluitingen van de accu afgeschermd zijn en goed geïsoleerd van materialen die ermee in contact kunnen komen en kortsluiting kunnen veroorzaken.
OPMERKING: Lithium-ion batterijen mogen niet in gecontroleerde bagage worden gestopt.
DEWALT accu's voldoen aan alle van toepassing zijn verzendvoorschriften zoals deze zijn bepaald door de bedrijfstak en door wettelijke normen, zoals Aanbevelingen voor het Transport van Gevaarlijke Goederen van de UN; Voorschriften voor Gevaarlijke Goederen van de International Air Transport Association (IATA), Voorschriften Internationale Maritieme
Gevaarlijke Goederen (IMDG) en de Europese Overeenkomst Betreffende het Internationale Vervoer van Gevaarlijke Goederen over de Weg (ADR). Lithium-ion cellen en accu's zijn getest in overeenstemming met Hoofdstuk 38,3 van de Aanbevelingen voor het Transport van Gevaarlijke Goederen Handleiding van Testen en Criteria.
In de meeste gevallen zal bij de verzending van een DEWALT-accu deze naar verwachting worden geclassificeerd als volledig gereguleerd Klasse 9 Gevaarlijk materiaal. Over het algemeen zullen alleen verzendingen die een lithium-ion-accu bevatten met een energie-classificatie hoger dan 100 Wattuur (Wh), moeten worden verzonden als volledig gereguleerd Klasse 9. Bij alle lithium-ion-accu's wordt de Wattuur-classificatie op de accu vermeld. Verder adviseert DEWALT in verband met complicaties met de voorschriften, lithium-ion-accu's niet als luchtvracht alleen te verzenden, ongeacht de Wattuur-classificatie.
Zendingen van gereedschap met accu's (combo-sets) kunnen naar verwachting per luchtvracht worden verzonden, als de Wattuur-classificatie van de accu niet hoger is dan 100 Wh.
Ongeacht of een verzending wordt geacht een vrijstelling te hebben of volledig voorgeschreven, is voor de verantwoordelijkheid van de verzender de meest recente voorschriften voor verpakking, labeling/markering en vereisten ten aanzien van documentatie.
De informatie die in dit hoofdstuk van de handleiding wordt verstrekt, wordt verstrekt in goed vertrouwen en wordt geacht nauwkeurig te zijn op het moment dat het document werd opgesteld. Er wordt echter geen garantie gegeven, impliciet of expliciet. Het is voor de verantwoordelijkheid van de koper ervoor te zorgen dat zijn activiteiten in overeenstemming zijn met de geldende voorschriften.
De FLEXVOLT™-accu vervoeren
De DEWALT FLEXVOLT™-accu heeft twee standen: Gebruiks- en Transport-.
Stand: Wanneer de FLEXVOLT™-accu op zichzelf staat of in een DEWALT 18V-product zit, werkt de accu als een 18V-accu. Wanneer de FLEXVOLT™-accu in een 54V- of een 108V-product (twee 54V-accu's) zit, werkt de accu als een 54V-accu.
Transport-stand: Wanneer de kap op de FLEXVOLT™-accu is bevestigd, staat de accu in de transport-stand. Houd de kap op de accu bij verzending.
In de Transport-stand zijn reeksen van cellen binnen in de accu elektrisch van elkaar geïsoleerd, waardoor 3 accu's ontstaan met een lagere Wattuur-classificatie (Wh), vergeleken bij 1 accu met een hogere Wh-classificatie. Door dit grotere aantal van 3 accu's met een lagere Wattuur- classificatie kan de accu vrijgesteld zijn van bepaalde voorschriften voor verzending die worden opgelegd aan accu's met een hogere Wattuur-capaciteit.

Voorbeeld, de transport Wh waarde kan 3 x 36 Wh aangeven, dit betekend 3 batterijen van elk 36 Wh. De Wh waarde tijdens gebruik kan 108 Wh aangeven (1 bat
Voorbeeld van markering met etiket gebruik en transport

Use: 108 Wh
Transport: 3x36 Wh
Aanbevelingen voor opslag
- De beste plaats om het apparaat op te bergen is koel en droog, uit direct zonlicht en niet in overmatige hitte of koude. Voor optimale accuprestaties en levensduur bergt u accu's op bij kamertemperatuur als deze niet in gebruik zijn.
- Wanneer u de accu lange tijd opbergt, kunt u deze voor optimale resultaten het beste volledig opgeladen opslaan op een koele, droge plaats buiten de lader.
OPMERkInG: Accu's kunnen beter niet volledig ontladen worden opgeslagen. De accu moet voor gebruik weer worden opgeladen.
Labels op de oplader en accu
Behalve de pictogrammen die in deze handleiding worden gebruikt, kunnen de volgende pictogrammen op de labels op de lader en op de accu staan:










LI-ION




Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik.
ZieTechnische gegevens voor de oplaadtijd.
Niet doorboren met geleidende voorwerpen.
Laad geen beschadigde accu's op.
Niet blootstellen aan water.
Zorg dat defecte snoeren onmiddellijk worden vervangen.
Uitsluitend opladen tussen 4 °C en 40 °C.
Alleen voor gebruik binnenshuis.
Bied de accu als chemisch afval aan en houd rekening met het milieu.
Laad DEWALT-accu's alleen op met de aangewezen DEWALT-laders. Wanneer u andere accu's dan de aangewezen DEWALT-accu's oplaadt met een DEWALT-lader dan kunnen deze barsten of kan dit leiden tot andere gevaarlijke situaties.
Gooi de accu niet in het vuur
GEBRUIK (zonder transport dop). Voorbeeld: Wh waarde geeft 108 Wh aan (1 batterij van 108 Wh).
TRANSPORT (met ingebouwde transport dop). Voorbeeld: Wh waarde geeft 3 x 36 Wh aan (3 batterijen van 36 Wh).
Accutype
De DCW600, DCW604 en de werken op een 18-V accu. Deze accu's kunnen worden gebruikt: DCB181, DCB182, DCB183, DCB183B, DCB184, DCB184B, DCB185, DCB187, DCB189, DCB546, DCB547, DCB548. Raadpleeg Technische gegevens voor meer informatie.
Inhoud van de verpakking
DCW600
1 Bovenfrees met vaste grondplaat
1 Stofverzameling vaste grondplaat
1 Langsgeleiding
1 Spanmoer 8 mm
1 Spanmoer 1/4"
1 Steeksleutel
1 Ronde onder-grondplaat
DCW604
1 Bovenfrees met vaste grondplaat en invalgrondplaat
1 Ronde onder-grondplaat
1 Stofverzameling invalgrondplaat
1 Stofverzameling vaste grondplaat
1 Langsgeleiding
1 Invalgrondplaat langsgeleiding
1 Spanmoer 8 mm
1 Spanmoer 1/4"
1 Steeksleutel
1 Centreer gereedschap
De verpakking bevat:
1 Li-Ion-accu (C1, D1, L1, M1, P1, S1, T1, X1, Y1 modellen)
2 Li-Ion-accu's (C2, D2, L2, M2, P2, S2, T2, X2, Y2 modellen)
3 Li-Ion-accu's (C3, D3, L3, M3, P3, S3, T3, X3, Y3 modellen)
1 Gebruiksaanwijzing
OPMERkInG: Bij de N-modellen worden geen accu's, laders en gereedschapskoffers geleverd. Bij de NT-modellen worden geen accu's en laders geleverd. B-modellen zijn voorzien van een Bluetooth®-accu.
OPMERkInG: Het merkteken met het woord Bluetooth® en logo's zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth®, SIG, Inc. en ieder gebruik van dergelijke merktekens door DEWALT is onder licentie. Overige handelsmerken en merknamen zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaren.
- Controleer of het gereedschap, de onderdelen of accessoires mogelijk zijn beschadigd tijdens het transport.
- Neem de tijd om deze handleiding grondig door te lezen en te begrijpen voordat u de apparatuur gebruikt.
Markering op het gereedschap
De volgende pictogrammen staan op het gereedschap vermeld:

Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik.

Draag gehoorbescherming.

Draag oogbescherming.

Zichtbare straling. Staar niet in het licht.
Positie Datumcode (Afb. C)
De datumcode 22, die ook het jaar van fabricage bevat, is binnen in de behuizing geprint.
Voorbeeld:
2019 XX XX
Jaar van fabricage
Beschrijving (Afb. A)
WAARSCHUWING: Pas het gereedschap of een onderdeel e nooit aan. Dit kan schade of persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
1 Accu
2 Accu-ontgrendelknop
3 Aan/uit-schakelaar
4 Kiesschijf variabele snelheid
5 Diepteafstelring
6 Motor
7 Asvergrendelingsknop
8 As
9 Groef geleidepen
10 Werklichten
11 Micro-afstelling schaal
12 Vergrendelingshendel
13 D-vormige ondergrondplaat
14 Revolverkopaanslag
15 Diepteafstelstang
16 Invalvergrendelingshendel
17 Geleidepennen
18 Invalgrondplaat handgrepen
19 Motor-stop
20 Inval onder-grondplaat
21 Ronde onder-grondplaat
Bedoeld gebruik
Het gereedschap is ontworpen voor professioneel middelzwaar freeswerk van hout, houten producten en kunststof met frezen met een schacht diameter van 6–8 mm.
GEBRUIk ZE nIET bij natte omstandigheden of in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gassen.
LaaT GEEn kinderen in contact met het gereedschap komen. Toezicht is vereist als onervaren gebruikers dit gereedschap bedienen.
- Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) die verminderde fysieke, sensorische of psychische vermogens hebben of die het ontbreekt aan ervaring en/of kennis of bekwaamheden, als dat niet gebeurt onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen mogen nooit alleen worden gelaten met dit product zodat ze ermee zouden kunnen spelen.
MONTAGE EN AANPASSINGEN
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig op eenelijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
WAARSCHUWING: gebruik alleen de accusets en laders WEWALT.
De accu in het gereedschap zetten en uit het gereedschap verwijderen (Afb. C)
OPMERkInG: Voor het beste resultaat is het belangrijk dat u de accu 1 volledig oplaadt.
De accu in de handgreep van het gereedschap installeren
- Houd de accu 1 tegenover de rails in de handgreep van de lamp (Afb. C).
- Schuif de accu in de handgreep totdat de accu stevig vastzit in het gereedschap en controleer dat de accu niet los raakt.
De accu uit het gereedschap halen
- Druk op de accu-ontgrendelknop 2 en trek de accu stevig uit de handgreep van het gereedschap.
- Zet de accu in de lader zoals wordt beschreven in het ladergedeelte van deze handleiding.
Vermogenmeter (Afb. C)
Er zijn DEWALT-accu's met een vermogenmeter en deze bestaat uit drie groene LED-lampjes die een aanduiding geven van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft.
U kunt de vermogenmeter inschakelen door de knop van de vermogenmeter 46 in te drukken. Een combinatie van de drie groene LED-lampjes gaat branden en dat geeft een aanduiding van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft. Wanneer de lading in de accu onder het bruikbare niveau ligt, gaat de vermogenmeter niet branden en moet de accu worden opgeladen.
OPMERkInG: De brandstofmeter geeft slechts een indicatie van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft. De meter geeft geen aanwijzingen over de functionaliteit van het gereedschap en is onderhevig aan schommelingen afhankelijk van productcomponenten, temperatuur en de toepassing door de eindgebruiker.
Freesbeitel plaatsen en verwijderen (Afb. D)
De freesbeitel plaatsen
- Verwijder de motor van de grondplaat. Raadpleeg het hoofdstuk De motor uit de vaste grondplaat verwijderen of De motor uit de invalgrondplaat verwijderen (indien nodig).
- Steek de schone ronde schacht van de bovenfrees van uw keuze zo ver mogelijk in de losgemaakte spantang en trek de schacht dan ongeveer 1,6 mm uit.
- Druk de asvergrendelingsknop 7 in zodat de spilschacht op z'n plaats blijft en draai de spantangmoer 23 met de
bijgeleverde steeksleutel naar rechts.
OPMERKING: De unit is voorzien van meervoudige vertanding in de spilvergrendeling zodat u desgewenst met de hand de frees met de "ratelmethode" kunt vastzetten.
Met de hand vastzetten met de ratelmethode:
a. Laat de asvergrendelingsknop 7 los maar neem niet de steeksleutel van de spantangmoer 23.
b. Reset de positie van de steeksleutel door met steeksleutel nog op de spantangmoer de vastzetrichting om te keren.
c. Druk de asvergrendelingsknop weer in en draai de steeksleutel naar rechts.
d. Herhaal de procedure totdat de spantangmoer zo vast zit als u wilt.
OPMERKING: Beschadig de spantang niet. Zet de spankop nooit vast zonder dat er een beitel in zit.
De freesbeitel verwijderen
- Verwijder de motor uit de grondplaat (raadpleeg hoofdstuk De motor uit de vaste grondplaat verwijderen of De motor uit de invalgrondplaat verwijderen.
- Druk de asvergrendelingsknop 7 in zodat de spilschacht op z'n plaats blijft en draai de spantangmoer 23 met de bijgeleverde steeksleutel naar links.
Met de hand losmaken met de ratelmethode:
- Laat de asvergrendelingsknop 7 los maar neem niet de steeksleutel van de spantangmoer 23.
- Reset de positie van de steeksleutel door met de steeksleutel nog op de spantangmoer 23 de losdraairichting om te keren.
- Druk de asvergrendelingsknop 7 weer in en draai de steeksleutel naar links.
- Herhaal de procedure totdat de spantangmoer 23 los is en de frees kan worden uitgenomen.
Spantangen
OPMERKING: Zet nooit de spantangmoer vast zonder eerst een freesbeitel te plaatsen. Zelfs als u een lege spantang met de hand vastzet, kan de spantang beschadigd raken.
U kunt een ander formaat spantang inzetten door de spantang in zijn geheel los te schroeven, zoals hierboven wordt beschreven. Plaats de spantang van uw keuze door de procedure in omgekeerde volgorde uit te voeren. De spantang en de spantangmoer zijn aan elkaar verbonden. Probeer nooit de spantang uit de spantangmoer te verwijderen.
Afstelling vergrendelingshendel (Afb. E)
U mag niet al te veel kracht uitoefenen wanneer u de vergrendelingshendel vastzet. Wanneer u te veel kracht uitoefent kan de grondplaat beschadigd raken.
Wanneer de vergrendelingshendel is vastgeklemd, mag de motor niet in de grondplaat bewegen.
Als de vergrendelingshendel niet klemt zonder dat u heel veel kracht uitoefent of als de motor na het vastzetten kan bewegen in de grondplaat, moet de hendel worden afgesteld.
De klemkracht van de vergrendelingshendel afstellen:
- Open de vergrendelingshendel 12 (vaste grondplaat) of 40 (invalgrondplaat).
- Draai met een inbussleutel de stelschroef van de vergrendelingshendel 24 in kleine stappen. Wanneer u de schroef naar rechts draait, klemt de hendel beter, wanneer u de schroef naar links draait klemt de hendel minder goed.
De onder-grondplaat centreren (Afb. A, F1–F3)
Als u de onder-grondplaat moet afstellen, wisselen of vervangen, raden wij het gebruik van het centreer gereedschap aan. Het centreergereedschap bestaat uit een conus en een pen.
Volg de onderstaande stappen als u de onder-grondplaat wilt afstellen.
Afbeelding F1 beeld het afstellen van de D-vormige ondergrondplaat op de vaste grondplaat af.
Afbeelding F2 beeld het afstellen van de onder-grondplaat op de invalgrondplaat af.
Afbeelding F3 beeld het afstellen van de ronde ondergrondplaat op de vaste grondplaat af.
- Draai de schroeven 25 van de onder-grondplaat los maar verwijder ze niet, zodat de onder-grondplaat vrij kan bewegen.
- Steek de pen in de spantang en draai de spantangmoer vast.
- Plaats de motor in de grondplaat en klem de vergrendelingshendel 12 / 40 op de grondplaat vast.
- Plaats de conus op de pen en duw licht op de conus totdat deze stopt. Hierdoor wordt de ondergrondplaat gecentreerd.
- Draai de schroeven van de onder-grondplaat vast, terwijl u de conus omlaaggedrukt houdt.
Sjablonen gebruiken
De Inval onder-grondplaat kan met sjablonen worden gebruikt. Met de vaste grondplaat moet u de ronde onder-grondplaat gebruiken om met een sjabloon te werken.
OPMERKING: U kunt geen sjablonen in de D-vormige ondergrondplaat zetten, deze grondplaat is ontworpen voor frezen van maximaal 30 mm in doorsnede.
Sjablonen gebruiken
- Zet sjablonen stevig vast in de onder-grondplaat met twee schroeven.
- Centreer de onder-grondplaat. Raadpleeg hoofdstuk De onder-grondplaat centreren.
De vaste grondplaat langsgeleiding bevestigen (Afb. G)
Er is een langsgeleiding (model DE6913) voor uw vaste grondplaat meegeleverd.
- Verwijder de motor van de vaste grondplaat. Raadpleeg hoofdstuk De motor uit de vaste grondplaat verwijderen.
-
Neem de schroeven met platte kop 27 uit de gaten van de parallelle langsgeleiding.
-
Schuif de parallelle langsgeleiding 26 in de sleuf voor de parallelle langsgeleiding 28 aan de zijkant van de vaste grondplaat (Afb. G). Steek de twee schroeven met platte kop door de daarvoor bestemde gaten in de ondergrondplaat zodat u de langsgeleiding kunt vastzetten. Zet de onderdelen vast.
- Volg alle instructies die bij de parallelle langsgeleiding worden geleverd.
OPMERkInG: U kunt de parallelle langsgeleiding verwijderen door de hierboven vermelde procedure in omgekeerde volgorde uit te voeren. Plaats na verwijdering van de parallelle langsgeleiding altijd de twee schroeven met platte kop 27 terug in de gaten zodat de schroeven niet kwijt kunnen raken.
Een invalgrondplaat langsgeleiding met geleidestangen plaatsen, alleen DCW604 (Afb. H)
Er kan een parallelle langsgeleiding bij uw invalgrondplaat worden geleverd. Er is tegen betaling ook een Premium parallelle langsgeleiding (model DE6913) verkrijgbaar bij uw lokale leverancier of servicecentrum.
- Bevestig de geleidestangen 36 aan de invalgrondplaat.
- Bevestig de vleugelschroeven 37 en veren 38 op de grondplaat.
- Draai de vleugelschroeven aan 37.
- Schuif de parallelle langsgeleiding 39 over de stangen.
- Bevestig de vleugelschroeven 37 en veren 38 op de parallelle langsgeleiding.
- Draai de vleugelschroeven tijdelijk aan. Raadpleeg hoofdstuk De parallelle langsgeleiding afstellen.
De parallelle langsgeleiding afstellen (Afb. A, H)
Volg de montage-instructies die bij de parallelle langsgeleiding worden geleverd.
- Teken een zaaglijn op het materiaal.
- Breng de bovenfrees omlaag tot de frees het werkstuk raakt.
- Vergrendel het invalmechanisme door de invalvergrendelingshendel 16 los te maken.
- Plaats de bovenfrees op de zaaglijn. De buitenste zaagrand van de bovenfrees moet samenvallen met de zaaglijn.
- Schuif de parallelle langsgeleiding 39 tegen het werkstuk en draai de vleugelschroeven aan 37.
Een stofafzuigingsysteem aansluiten op de vaste grondplaat (Afb. I)
Volg de volgende stappen als u voor stofafzuiging de bovenfrees wilt aansluiten op een stofafzuigsysteem:
- Verwijder de motor van de grondplaat. Raadpleeg hoofdstuk De motor uit de vaste grondplaat verwijderen.
- Bevestig de stofafzuigingsysteem koppeling 29 op de grondplaat, zoals afgebeeld. Draai de vleugelschroeven 30 stevig aan met de hand.
-
Bevestig de slangadapter aan de stofafzuigingsysteem koppeling.
-
Als u een stofafzuigingsysteem gebruikt, let dan goed op dat u deze correct plaatst en aansluit. Let goed op dat het stofafzuigingsysteem stevig staat en dat de slang niet in de weg zit tijdens uw werkzaamheden.
Een stofafzuigingsysteem aansluiten op de invalgrondplaat, alleen DCW604 (Afb. J)
- Verwijder de motor van de grondplaat. Raadpleeg hoofdstuk De motor uit de invalgrondplaat verwijderen.
- Schuif de nok 31 (inzet) op de stofafzuigingsysteem koppeling 35 in de sleuf in de invalgrondplaat en klik de nok 32 (inzet) in het gat in de invalgrondplaat.
- Zet goed vast op de grondplaat met de bijgeleverde kunststof ring 33 en vleugelschroef 34 . Draai de vleugelschroef stevig aan met de hand.
- Bevestig de stofafzuiging koppeling aan de slang van het stofafzuigingsysteem.
Als u een stofafzuigingsysteem gebruikt, let dan goed op dat u deze correct plaatst en aansluit. Let goed op dat het stofafzuigingsysteem stevig staat en dat de slang niet in de weg zit tijdens uw werkzaamheden.
Set-Up: Vaste grondplaat (Afb. A, K, L)
De motor in de vaste grondplaat plaatsen
- Open de vergrendelingshendel 12 op de grondplaat.
- Als de diepteafstelring 5 niet op de motor 6 zit, schroef de ring dan op de motor totdat de ring zich halverwege tussen de onderzijde en de bovenzijde van de motor bevindt, zoals afgebeeld. Plaats de motor op de grondplaat door de groef op de motor 6 uit te lijnen met de geleidepennen 17 op de grondplaat. Schuif de motor omlaag totdat de diepteafstelring op z'n plaats klikt.
OPMERkInG: Er bevinden zich groeven van de geleidepennen 9 aan beide zijden van de motor, dus u kunt de motor in twee richtingen monteren. - Pas de freesdiepte aan door de diepteafstelring te draaien. Raadpleeg hoofdstuk De freesdiepte aanpassen.
- Sluit de vergrendelingshendel 12 wanneer de gewenste diepte is bereikt. Raadpleeg voor informatie over het instellen van de freesdiepte hoofdstuk De freesdiepte aanpassen.
De freesdiepte aanpassen (Afb. L)
- Open de vergrendelingshendel 12 en draai de diepteafstelring 5 totdat de frees het werkstuk net geraakt. Door de ring naar rechts te draaien brengt u de freeskop omhoog en door de ring naar links te draaien brengt u de freeskop omlaag.
- Draai de micro-afstel schaalverdeling 11 naar rechts totdat de 0 op de schaalverdeling op één lijn staat met de wijzer op de onderzijde van de diepteafstelring.
- Draai de diepteafstelring totdat de wijzer op één lijn staat met de markering van de gewenste freesdiepte op de micro-afstel schaalverdeling 11.
OPMERkInG: ledere marking op de afstelbare schaalverdeling geeft een verandering van diepte weer van
0,4 mm en één volledige omwenteling (360°) van de ring geeft een verandering van de diepte van 12,7 mm.
- Sluit de vergrendelingshendel 12 zodat de grondplaat is vergrendeld.
De motor uit de vaste grondplaat verwijderen (Afb. K)
- Verwijder de accu uit de motor. Raadpleeg hoofdstuk Accu plaatsen en verwijderen.
- Open de vergrendelingshendel 12 op de grondplaat.
- Pak de motor-unit vast met één hand en druk beide nokken van de snelsluiting in 45.
- Pak met de andere hand de grondplaat vast en trek de motor uit de grondplaat.
Set-Up: Invalgrondplaat, alleen DCW604 (Afb. A, M)
De motor in de invalgrondplaat plaatsen
- Verwijder de diepteafstelring 5 uit de motor 6. Deze wordt niet gebruikt bij de invalgrondplaat.
OPMERkInG: Klik de diepteafstelring op de vaste grondplaat, wanneer u de ring niet gebruikt, zodat u deze niet kwijt kunt raken. - Open de invalgrondplaat vergrendelingshendel 40.
- Zorg ervoor dat de asvergrendelingsknop naar voren is gericht, plaats de motor 6 in de grondplaat door de groeven van de motor op één lijn te zetten met de geleidepennen 17 op de grondplaat. Schuif de motor omlaag totdat deze stopt op de motorstop 19.
- Sluit de vergrendelingshendel 40.
De invalfreesdiepte aanpassen (Afb. M)
WAARSCHUWING: Gevaar voor snijwonden. Wijzig de revolverkopstop niet terwijl de bovenfrees loopt.
U komt dan met uw handen te dicht bij de beitelkop.
WAARSCHUWING: Draai ALTIJD de begrenzingsmoeren vast zodat u de controle over het gereedschap niet verliest. Onbedoelde bewegingen kunnen er voor zorgen dat de beitel niet volledig terugtrekt.
WAARSCHUWING: Om de controle niet te verliezen, more u de begrenzingsmoeren zo instellen dat de beitel kan worden teruggetrokken uit de grondplaat, los van het werkstuk.
WAARSCHUWING: Om het risico op letsel te vinkinderen mag u NOOIT de borgmoer aanpassen of verwijderen. De motor kan losraken waardoor u de controle verliest.
VOORZICHTIG: Schakel de bovenfrees in voordat u desbeitel in het werkstuk steekt.
-
Vergrendel het invalmechanisme door de invalvergrendelingshendel 16 omlaag te trekken. Duw voorzichtig op de twee handgrepen om de frees zover als mogelijk naar beneden te duwen, zodat de beitel het werkstuk net aan kan raken.
-
Vergrendel het invalmechanisme door de invalvergrendelingshendel 16 los te maken.
- Maak de diepteafstelstang 15 los door de vleugelschroef 41 naar links te draaien.
- Schuif de diepteafstelstang 15 omlaag tot deze de laagste revolverkopstop 14 geraakt.
- Schuif de nok voor de nulafstelling 42 op de diepteafstelstang omlaag zodat de bovenzijde ervan bij nul op de schaalverdeling voor de diepteafstelling 43 uitkomt.
- Pak het bovenste, gekartelde deel van de diepteafstelstang 15 vast, schuif het omhoog tot de nok 42 op één lijn staat met de gewenste freesdiepte op de schaalverdeling voor de diepteafstelling 43.
- Draai de vleugelschroef 41 vast zodat de diepteafstelstang op z'n plaats wordt gehouden.
- Houd beide handen op de handgrepen en ontgrendel het invalmechanisme door de invalvergrendelingshendel 16 omlaag te trekken. Het invalmechanisme en de motor worden omhoog verplaatst. Wanneer de bovenfrees omlaag wordt gebracht, raakt de diepteafstelstang de revolverkopstop en kan de bovenfrees nauwkeurig de gewenste diepte bereiken.
De draaiende revolverkop gebruiken voor frezen in stappen (Afb. M)
Als u dieper moet frezen dan in één keer mogelijk is, draai dan de revolverkop zo dat de diepteafstelstang 15 in het begin op één lijn komt met de grotere revolverkopstop. Na iedere freesbeweging draait u de revolverkop zo dat de dieptestop op één lijn komt met de kortere post tot de uiteindelijke diepte is bereikt.
WAARSCHUWING: Wijzig de revolverkopstop niet terwijl d evenfrees loopt. U komt dan met uw handen te dicht bij de beitelkop.
Fijnafstelling van de invalfreesdiepte (Afb. M)
U kunt met de gekartelde knop 44 aan de onderzijde van de diepteafstelstang zeer kleine veranderingen in de afstelling maken.
- Draai de knop naar rechts (vanaf de bovenzijde van de bovenfrees gezien) als u de freesdiepte wilt laten afnemen.
- Draai de knop naar links (vanaf de bovenzijde van de bovenfrees gezien) als u de freesdiepte wilt laten toenemen.
OPMERkInG: Één volledige rotatie van de knop geeft een diepte verandering van ongeveer 1 mm.
De motor uit de invalgrondplaat verwijderen (Afb. M)
- Verwijder de accu uit de motor. Raadpleeg hoofdstuk Accu plaatsen en verwijderen.
- Open de vergrendelingshendel 40 op de grondplaat.
- Pak de motor vast met één hand en de grondplaat met de andere hand, trek de motor uit de invalgrondplaat.
BEDIENING
Instructies voor gebruik
WAARSCHUWING: Houd u altijd aan de veringheidsinstructies en van toepassing zijnde voorschriften.
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig op een onlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
Juiste positie van de handen (Afb. N1, N2)
WAARSCHUWING: Om het risico op ernstig persoonlijk lebende verminderen, dient u ALTIJD de handen in de juiste positie te hebben, zoals afgebeeld.
WAARSCHUWING: Om het risico op ernstig persoonlijk leste verminderen, houdt u het ALTIJD stevig vast, anticiperend op een plotseling reactie.
Als u de vaste grondplaat gebruikt, moet u één hand op de accu houden en de andere hand rond de vaste grondplaat (Afb. N1). Als u de invalgrondplaat gebruikt, pak de handgrepen dan stevig vast zoals afgebeeld in Afb. N2.
De motor starten en stoppen (Afb. A)
VOORZICHTIG: Ruim de werkplek goed op voordat u het gdschap start. Houd het gereedschap ook goed vast zodat u weerstand kunt bieden aan de begintorsie.
VOORZICHTIG: Vermijd persoonlijk letsel en/of beadiging van het voltooide werkstuk, laat het gereedschap altijd VOLLEDIG TOT STILSTAND KOMEN voordat u het gereedschap neerlegt.
Schakel de machine in door de stofdichte schakelaar 3 op "ON (AAN)" te zetten, wat overeenkomt met het "I" symbool. Schakel de machine uit door de stofdichte schakelaar op "OFF (UIT)" te zetten, wat overeenkomt met het "O" symbool.
Frezen met de vaste grondplaat (Afb. C)
Maak de bovenfrees klaar voor gebruik met de vaste grondplaat door de instructies uit het hoofdstuk Montage en aanpassingen te volgen.
Plaats nadat de bovenfrees klaar voor gebruik is de accu, zoals afgebeeld in Afb. C, stel daarna de freessnelheid in (raadpleeg hoofdstuk Freessnelheid kiezen).
OPMERKING: Voer de frees altijd in de tegenovergestelde richting in als de richting waarin de beitel draait.
Frezen met de invalgrondplaat, alleen DCW604 (Afb. A)
OPMERKING: De freesdiepte is vergrendeld in de standaardtoestand van de invalgrondplaat. Voor vergrendeling van de invalfrees moet de gebruiker het invalmechanisme "vrijgave voor vergrendeling" in werking stellen.
- Druk de invalvergrendelingshendel 16 in en breng de bovenfrees omlaag tot de beitel de ingestelde diepte bereikt.
- Laat de invalvergrendelingshendel 16 los wanneer de gewenste diepte is bereikt.
OPMERKING: Wanneer u de invalvergrendelingshendel loslaat, wordt de motor automatisch op z'n plaats vergrendeld.
OPMERKING: Als meer kracht nodig is, druk dan met uw hand de invalvergrendelingshendel in.
OPMERKING: Als meer klemkracht nodig is, druk de vergrendelingshendel dan verder vast naar rechts.
- Voer de freeshandeling uit.
- Wanneer u de invalvergrendelingshendel indrukt, wordt het vergrendelmechanisme uitgeschakeld en kunt u de bovenfrees uit het werkstuk halen.
- Zet de bovenfrees uit.
Aanvoerrichting (Afb. 0)
De aanvoerrichting is zeer belangrijk bij het frezen en kan het verschil uitmaken tussen een geslaagd karwei en een mislukt project. De afbeeldingen laten de juiste aanvoerrichting voor enkele freeshandelingen zien. Een algemene regel die u kunt volgen is dat u de frees linksom beweegt bij naar buiten frezen en rechtsom bij naar binnen frezen.
Vorm de buitenste rand van werkstuk door als volgt te werk te gaan:
- Vorm het kopshout van links naar rechts.
- Vorm de rechte zijde door van links naar rechts te bewegen.
- Frees de andere kopshout zijde.
- Voltooi de overblijvende rechte zijde.
Freessnelheid kiezen (Afb. A)
Raadpleeg hoofdstuk Snelheidselectietabel voor de correct freessnelheid. Draai de kiesschijf voor de variabele snelheid 4 als u de snelheid van de bovenfrees wilt regelen.
Functie langzame start
De compacte bovenfrezen zijn uitgerust met elektronica voor een Functie langzame start waarmee de begintorsie van de motor kan worden beperkt.
Snelheidsregelaar (Afb. A)
Deze bovenfrees is voorzien van een kiesschijf voor variable snelheid 4 met 7 snelheden tussen 16000 en 25500 toeren. U kunt de snelheid aanpassen door de kiesschijf voor variabele snelheid 4 te draaien.
OPMERKING: Bij een lage en gemiddelde snelheid zorgt de snelheidsregeling ervoor dat de snelheid van de motor niet afneemt. Als u een verandering in de snelheid hoort en doorgaat met de motor belasten, zou de motor beschadigd kunnen raken door oververhitting. Verminder de freesdiepte en/of verlaag de aanvoersnelheid en voorkom zo dat het gereedschap beschadigd raakt.
De compact bovenfrezen zijn voorzien van elektronica voor het bewaken en handhaven van de snelheid van het gereedschap tijdens het frezen.
snELHEIDsELECTIETaBEL*
| STAND VAN DE KIESSCHIJF | ONGEVEER TOEREN | TOEPASSING |
| 1 16000 | Beitels en zagen met grote diameter2 17500 | |
| 3 19100 | ||
| 4 20700 | Beitels en zagen met kleine diameter. Zachthout, kunststof, laminaat. | |
| 5 22300 | ||
| 6 23900 | ||
| 7 25500 |
*De snelheden in deze tabel zijn bij benadering en dienen alleen ter referentie. De snelheid van uw bovenfrees kan licht afwijken van de snelheid aangegeven op de draaischijf.
OPMERkInG: U bereikt een beter resultaat door niet één enkele zware freesbeurt, maar verscheidene lichte uit te voeren.
Werklichten (Afb. A)
De werklichten 10 bevinden zich aan de voorkant van de motor 6. Schakel de aan/uit-schakelaar 3 aan om de werklichten in te schakelen. De werklichten blijven nog 20 seconden aan nadat de aan/uit-schakelaar uit wordt gezet.
OPMERkInG: De werkverlichting is bedoeld als verlichting van het werkoppervlak in de onmiddellijke nabijheid en het is niet de bedoeling dat u het licht gebruikt als zaklantaarn.
OPMERkInG: Als de werklichten knipperen, controleer dan de lading van de accu, deze kan laag zijn. Als de werklampen nog steeds knipperen met een volledig opgeladen accu, breng de machine dan naar een servicecentrum voor controle.
ONDERHOUD
Uw gereedschap op stroom is ontworpen om gedurende een lange tijdsperiode te functioneren met een minimum aan onderhoud. Het continu naar bevrediging functioneren hangt af van de juiste zorg voor het gereedschap en regelmatig schoonmaken.
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig p2. onlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
Aan de lader en de accu kan geen onderhoud worden verricht.

Smering
Uw elektrische gereedschap heeft geen aanvullende smering nodig.

Reiniging
WAARSCHUWING: Blaas vuil en stof uit de Hoorbehuizing met droge lucht, zo vaak u ziet dat
vuil zich in en rond de luchtopeningen ophoopt. Draag goedgekeurde oogbescherming en een goedgekeurd stofmasker als u deze procedure uitvoert.
WAARSCHUWING: Gebruik nooit oplosmiddelen of andere bijtende chemicaliën voor het reinigen van niet-metalen onderdelen van het gereedschap. Deze chemicaliën kunnen het materiaal dat in deze onderdelen is gebruikt verzwakken. Gebruik een doek die uitsluitend met water en milde zeep is bevochtigd. Zorg dat er nooit enige vloeistof in het gereedschap komt; dompel nooit enig onderdeel van het gereedschap in een vloeistof.
Motor en grondplaat in de was zetten
U kunt ervoor zorgen dat de motor-unit soepel blijft bewegen ten opzichte van de grondplaat door de buitenzijde van de motor-unit en de binnenzijde van de grondplaat met een standaardpasta of vloeibare was in te smeren. Volgens de instructies van de fabrikant brengt u de was aan op de buitenomtrek van de motor-unit en de binnenomtrek van de grondplaat. Laat de was te drogen en wrijf de resten weg met een zachte doek.
Optionele accessoires
WAARSCHUWING: Aangezien accessoires die niet de DEWALT zijn aangeboden niet met dit product zijn getest, kan het gebruik van dergelijke accessoires met dit gereedschap gevaarlijk zijn. Om het risico op letsel te verminderen dient u uitsluitend door DEWALT aanbevolen accessoires met dit product te gebruiken.
Neem contact op met uw leverancier voor verdere informatie over de geschikte accessoires.
Bescherming van het milieu

Gescheiden inzameling. Producten en batterijen die zijn voorzien van dit symbool, mogen niet bij het normale huishoudelijke afval worden weggegooid.
Producten en batterijen bevatten materialen die kunnen worden teruggewonnen en gerecycled, zodat de vraag naar grondstoffen afneemt. Recycle elektrische producten en batterijen volgens de lokale voorschriften. Nadere informatie is beschikbaar op www.2helpU.com.
Herlaadbare accu
Deze duurzame accu moet herladen worden als hij niet krachtig genoeg blijkt tijdens het uitvoeren van klussen die daarvoor vlot verliepen. Aan het einde van zijn technische levensduur dient u dit werktuig weg te gooien met respect voor het milieu:
- Gebruik de accu helemaal op en verwijder deze vervolgens uit het werktuig.
- Lithium-ion-cellen recyclebaar. Breng ze terug bij uw leverancier of naar het milieupark bij u in de buurt. De ingezamelde accu's zullen worden gerecycled of op juiste wijze tot afval worden verwerkt.