HM305SL - Zaag SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HM305SL SCHEPPACH in PDF-formaat.
| Producttype | Radiale verstekzaag met trekfunctie |
| Merk | Scheppach |
| Model | HM305SL |
| Voedingsspanning | 220-240 V~, 50 Hz |
| Nominaal vermogen (S1) | 2000 W |
| Onbelast toerental | 5000 min⁻¹ |
| Zaagblad diameter | 305 mm |
| Zaagblad boring | 30 mm |
| Zaagblad dikte | 2,8 mm |
| Aantal tanden | 48 |
| Draaibereik (tafel) | -50° / 0° / +50° |
| Kantelbereik (kop) | 0° tot 48° links/rechts |
| Zaagbreedte bij 90° | 340 x 105 mm |
| Zaagbreedte bij 45° | 240 x 105 mm |
| Zaagbreedte dubbele verstek (links) | 240 x 60 mm |
| Zaagbreedte dubbele verstek (rechts) | 240 x 50 mm |
| Speciale snijhoogte | 180 mm (max. breedte 20 mm) |
| Gewicht | ongeveer 20,9 kg |
| Beschermingsklasse | II (dubbele isolatie) |
| Laser | Klasse 2, 650 nm, < 1 mW |
| Geluidsdrukniveau | 96 dB(A) (K=3 dB) |
| Geluidsvermogensniveau | 109 dB(A) (K=3 dB) |
| Conform gebruik | Hout en kunststof (geen metaal of brandhout) |
| Regelmatig onderhoud | Regelmatig reinigen, maandelijks oliën van roterende onderdelen, controle van koolborstels elke 10 uur |
| Slijtdelen | Koolborstels, zaagblad, tafelblad, zaagstofzak |
Veelgestelde vragen - HM305SL SCHEPPACH
Gebruikersvragen over HM305SL SCHEPPACH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HM305SL - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HM305SL van het merk SCHEPPACH.
GEBRUIKSAANWIJZING HM305SL SCHEPPACH
Verklaring van de symbolen op het product
Het gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.
![]() | Lees voorafgaand aan de ingebruikname de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften! |
![]() | Draag gehoorbescherming. |
![]() | Bescherm de luchtwegen bij stofontwikkeling! |
![]() | Draag een veiligheidsbril. |
![]() | Let op! Gevaar voor letsel! Raak het draaiende zaagblad niet aan! |
![]() ![]() | Let op! Laserstraling |
![]() | Beschermingsklasse II (dubbel geïsoleerd) |
| Let op! | In deze gebruikshandleiding hebben wij punten die uw veiligheid betreffen van dit teken voorzien. |
![]() | Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. |
![]() | Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen. |
Inhoudsopgave: Pagina:
- Inleiding....76
- Beschrijving van het toestel (afb. 1-21) 76
- Meegeleverd....77
- Beoogd gebruik....77
- Veiligheidsvoorschriften 77
- Technische gegevens....82
- Voor de ingebruikname.... 83
- Montage 83
- Bediening....84
- Onderhoud....87
- Transport....88
- Opslag....88
- Elektrische aansluiting....88
- Afvalverwerking en hergebruik....89
- Verhelpen van storingen....90
- Conformiteitsverklaring.... 425
1. Inleiding
Fabrikant:
Scheppach GmbH
Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
Aanwijzing:
De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:
- ondeskundige behandeling,
• veronachtzaming van de gebruikshandleiding, - reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen,
- inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderdelen,
- niet doelmatig gebruik,
- uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE0113.
Let op:
Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door.
De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw apparaat te leren kennen en de beoogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten. De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uits-paart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat verhoogt.
Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen.
Bewaar de gebruikshandleiding bij het apparaat in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd.
Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet in acht worden genomen.
Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften.
2. Beschrijving van het toestel (afb. 1-21)
- handgreep
- Aan/uit-schakelaar
- blokkeerschakelaar
- machinekop
- Beweegbare zaagbladbescherming
5a. bevestigingsschroef - Zaagblad
- kleminrichting
7a. Stergreepschroef - werkstuksteun
- Vastzethendel voor werkstuksteun
- Tafelinzetstuk
- Handgreep / vastzetschroef voor draaitafel
- Aanwijzer
- Schaalverdeling
- draaitafel
- Vaste zaagtafel
- Aanslagrail
16a. Verschuifbare aanslagrail
16b. Vastzetschroef voor hoekinstelling - spaanopvangzak
- Hoekschaal
- Hoekaanduiding
- Vastzetschroef voor trekgeleiding
- trekgeleiding
- vastzetschroef
- borgbout
- Schroef voor zaagdieptebegrenzing
24a. Kartelmoer voor zaagdieptebegrenzing - Aanslag voor zaagdieptebegrenzing
- Stelschroef (90°)
- Stelschroef (45°)
27a. Contramoer (45°) - flensbout
- buitenflens
- Zaagasblokkering
- binnenflens
- laser
32a. Kruiskopschroef -
Aan/uit-schakelaar laser
-
geleidebeugel
-
vergrendelingshendel
-
Borgbout zwenkfunctie
-
Lengteaanslag
-
stelschroef
A.) 90° aanslaghoek (niet meegeleverd)
B.) 45° aanslaghoek (niet meegeleverd)
- Afkort-, trek- en verstekzaag
• 1 x kleminrichting (7)
- 2 x werkstuksteun (8) (voorgemonteerd)
- Spaanopvangzak (17)
- Inbussleutel 6 mm (C)
- gebruikshandleiding
4. Beoogd gebruik
De afkort-, trek- en verstekzaag wordt gebruikt voor het afkorten van hout en kunststof, overeenkomstig de machinegrootte. De zaag is niet geschikt voor het zagen van brandhout.
Waarschuwing!
Gebruik het apparaat uitsluitend voor het zagen van materialen die in de gebruikshandleiding zijn gespecificeerd.
Waarschuwing!
Het meegeleverde zaagblad is uitsluitend bestemd voor het zagen van hout! Gebruik deze niet voor het zagen van brandhout!
De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/ bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ont- stane schade of elke vorm van letsel.
Er mogen uitsluitend voor de machine geschikte zaagbladen worden gebruikt. Het gebruik van alle type snijwielen is verboden.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik.
Personen die de machine bedienen of die onderhoud aan de machine verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.
Bovendien moeten de van kracht zijnde voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden nageleefd.
Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheids- voorschriften moeten in acht worden genomen.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade.
Ondanks beoogd gebruik kunnen bepaalde restrisico-factoren niet volledig worden vermeden. Op grond van de constructie en montage van de machine kan het volgende optreden:
- Aanraken van het zaagblad in het niet afgedekte zaaggebied.
- In het draaiende zaagblad grijpen (snijwonden).
- Terugslag van werkstukken en delen van werkstukken.
- Zaagbladbreuk.
- Wegslingeren van slechte hardmetalen delen van het zaagblad.
- Gehoorschade wanneer de vereiste gehoorbescherming niet wordt gedragen.
- Schadelijke emissies van houtstof bij gebruik in afgesloten ruimtes.
Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet.
5. Veiligheidsvoorschriften
Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten
⚠ WAARSCHUWING! Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrische gereedschap zijn meegeleverd. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik.
Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip "Elektrisch gereedschap" is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).
1. Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen.
b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevinden. Elektrisch apparaat produceert vonken, waardoor stof of dampen kunnen ontbranden.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.
2. Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok.
b) Let op dat u geen fysiek contact maakt met ge-aarde onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw li-chaam geaard is.
c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok.
d) Gebruik het netsnoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een verlengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor buitenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.
3. Veiligheid van personen
a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werkzaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektrisch gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.
b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen.
c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Controleer of het elektrisch gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op de stroomvoorziening en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.
d) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap bevindt, kan verwondingen veroorzaken.
e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen.
g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen.
h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.
- Gebruik en behandeling van het elektrisch gereedschap
a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische apparaat werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik.
b) Gebruik geen elektrisch apparaat, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereedschap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de uitneembare accu voordat u de apparaatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk wordt gestart.
d) Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten buiten bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk als deze door onervaren personen worden gebruikt.
e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of bewegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed.
Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elektrische apparaten.
f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken.
g) Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, enz. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.
5. Service
a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserveonderdelen. Hiermee wordt de veiligheid van het elektrische gereedschap gewaarborgd.
Veiligheidsvoorschriften voor afkort- en verstekzagen
a) Afkort- en verstekzagen zijn bedoeld voor het zagen van hout en houtachtige materialen. Ze zijn niet geschikt voor het zagen van ijzerhoudende materialen, zoals staven, stangen, bouten enz. Bewegende delen zoals de onderste beschermkap kunnen blokkeren door de schuren-de werking van het stof. Zaagvonken veroorzaken verbranding van de onderste beschermkap, de in-legplaat en andere kunststof onderdelen.
b) Zet het werkstuk indien mogelijk vast met klemmen. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, moet u uw hand altijd minimaal 100 mm verwijderd houden van elke zijde van het zaagblad. Zaag met deze zaag geen werkstukken die te klein zijn om vast te klemmen of met uw hand vast te houden. Als uw hand te dicht bij het zaagblad is, bestaat er een verhoogd risico op letsel door contact met het zaagblad.
c) Het werkstuk mag niet kunnen worden bewo-gen en moet worden vastgeklemd of tegen de aanslag en de tafel worden aangedrukt. Duw het werkstuk niet in het zaagblad en zaag het nooit uit de vrije hand. Losse en bewegende werkstukken kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd en letsel veroorzaken.
d) Beweeg de zaag door het werkstuk. Voorkom dat u de zaag door het werkstuk trekt. Om een zaagsnede te maken, moet u eerst de zaagkop omhoog bewegen en zonder te zagen over het werkstuk trekken. Schakel vervolgens de motor in, zwenk de zaagkop naar beneden en duw de zaag door het werkstuk. Bij een trekkende zaagbeweging bestaat het risico dat het zaagblad bij het werkstuk omhoog komt en de gebruiker hard door de zaagbladeenheid wordt geraakt.
e) Kom nooit met uw hand voorbij de beoogde zaaglijn, noch voor noch achter het zaagblad. Het is erg gevaarlijk om het werkstuk met gekruiste handen te ondersteunen door het werkstuk met uw linkerhand rechts van het zaagblad vast te houden, of omgekeerd.
f) Kom niet met uw hand achter de aanslag als het zaagblad draait. Overschrijd nooit de veiligheidsafstand van 100 mm tussen uw hand en het draaiende zaagblad (dit geldt voor beide zijden van het zaagblad, bijv. om houtresten te verwijderen). U hebt wellicht niet in de gaten dat uw hand zich dicht bij het draaiende zaagblad bevindt, wat ernstig letsel tot gevolg kan hebben.
g) Controleer het werkstuk vóór het zagen. Als het werkstuk gebogen of kromgetrokken is, moet u het met de naar buiten gekromde zijde op de aanslag vastklemmen. Zorg er altijd voor dat er langs de zaaglijn geen spleet is tussen het werkstuk, de aanslag en de tafel. Gebogen of kromgetrokken werkstukken kunnen verdraaien of verschuiven, waardoor het draaiende zaagblad tijdens het zagen kan vastlopen. In het werkstuk mogen geen spijkers of andere vreemde objecten zitten.
h) Gebruik de zaag pas als er geen gereedschappen, houtresten en dergelijke meer op de tafel liggen; alleen het werkstuk mag op de tafel liggen. Klein afvalresten, losse stukken hout en andere voorwerpen die met het draaiende zaagblad in contact komen, kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd.
i) Zaag altijd maar één werkstuk tegelijk. Als er meerdere op elkaar gestapelde werkstukken worden gezaagd, kunnen ze niet goed vastgeklemd of vastgehouden worden, waardoor het zaagblad kan vastlopen of de werkstukken kunnen wegglijden.
j) Zorg ervoor dat de afkort- en verstekzaag vóór gebruik op een vlak en stevig werkoppervlak staat. Een vlak en stevig werkoppervlak verkleint het risico op instabiliteit van de afkort- en verstekzaag.
k) Plan uw werkzaamheden. Let er bij het instellen van de zaagbladhelling of verstekhoek op dat de verstelbare aanslag correct is afgesteld en dat het werkstuk wordt ondersteund, zonder in contact te komen met het zaagblad of de beschermkap. Simuleer, zonder werkstuk op de tafel en zonder de machine in te schakelen, een volledige zaagbeweging met het zaagblad om te controleren of er geen belemmeringen zijn en er geen gevaar is dat in de aanslag wordt gezaagd.
I) Bij werkstukken die breder of langer zijn dan het tafelblad, moet u voor voldoende ondersteuning zorgen, bijvoorbeeld met tafelverlengingen of zaagbokken. Werkstukken die langer of breder zijn dan de tafel van de afkort- en verstekzaag, kunnen omkantelen als ze niet stevig worden ondersteund.
Als een afgezaagd stuk hout of het werkstuk om- kantelt, kan het de onderste beschermkap optillen of ongecontroleerd door het draaiende zaagblad worden weggeslingerd.
m) Zet geen andere personen in als vervanging van een tafelverlenging of extra ondersteuning. Bij een instabiele ondersteuning van het werkstuk kan het zaagblad vastlopen. Ook kan het werkstuk dan tijdens de snede verschuiven, waardoor u of uw assistent in het draaiende zaagblad wordt getrokken.
n) Het afgezaagde deel mag niet tegen het draai- ende zaagblad worden gedrukt. Als er weinig ruimte is, bijvoorbeeld bij gebruik van lengteaanslagen, kan het afgezaagde deel in het zaagblad vastklemmen en met geweld worden weggeslingerd.
o) Gebruik altijd een klem of een geschikte voorziening om ronde voorwerpen zoals staven of buizen naar behoren te ondersteunen. Staven hebben de neiging om weg te rollen tijdens het zagen, waardoor het zaagblad zich vastgrijpt en het werkstuk met uw hand in het zaagblad kan worden getrokken.
p) Laat het zaagblad op volle snelheid komen voordat u het in het werkstuk zaagt. Dit verkleint het risico dat het werkstuk wordt weggeslingerd.
q) Als het werkstuk wordt vastgeklemd of het zaagblad vastloopt, moet u de afkort- en verstekzaag uitschakelen. Wacht tot alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen, trek de voedingsstekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu. Verwijder vervolgens het vastgeklemd de materiaal. Als u bij een dergelijk blokkering doorgaat met zagen, kunt u de controle verliezen of kan de afkort- en verstekzaag beschadigd raken.
r) Als de zaagsnede is voltooid, laat u de schakelaar los, houdt u de zaagkop omlaag en wacht u tot het zaagblad is gestopt voordat u het afgezaagde deel verwijdert. Het is erg gevaarlijk om met uw hand in de buurt van het uitlopende zaagblad te komen.
s) Houd de handgreep stevig vast als u een on- volledige zaagsnede uitvoert of als u de scha- kelaar loslaat voordat de zaagkop de onderste positie heeft bereikt. Door de remwerking van de zaag kan de zaagkop abrupt omlaag worden getrokken, wat tot verwonding kan leiden.
Veiligheidsvoorschriften voor de behandeling van zaagbladen
- Gebruik geen beschadigde of vervormde zaagbladen.
- Gebruik geen zaagbladen met barsten of scheuren. Gooi zaagbladen met barsten weg. Reparatie is niet toegestaan.
- Gebruik geen zaagbladen die van sneldraaistaal zijn vervaardigd.
- Controleer de staat van de zaagbladen voordat u de afkort-, trek- en verstekzaag gebruikt.
- Gebruik uitsluitend zaagbladen die geschikt zijn voor het te zagen materiaal.
- Gebruik uitsluitend de door de fabrikant aanbevolen zaagbladen. De zaagbladen moeten, als ze bedoeld zijn om hout of dergelijk materiaal te bewerken, voldoen aan EN 847-1.
- Gebruik geen zaagbladen van hooggelegeerd sneldraaistaal (HSS).
- Gebruik alleen zaagbladen waarvan het maximaal toegestane toerental niet lager is dan het maximale spiltoerental van de afkort-, trek- en verstekzaag en die geschikt zijn voor het te bewerken materiaal.
- Let op de draairichting van het zaagblad.
- Gebruik zaagbladen alleen dan, als u ook weet hoe u ermee om moet gaan.
- Houd rekening met het maximale toerental. Het maximale toerental dat op het zaagblad staat vermeld, mag niet worden overschreden. Houd u, indien aangegeven, aan het toerentalbereik.
- De klemoppervlakken moeten van vuil, vet, olie en water worden ontdaan.
- Gebruik geen losse pasringen of -bussen om de boring van zaagbladen te verkleinen.
- Zorg ervoor dat de bevestigde pasringen voor de borging van het zaagblad dezelfde diameter hebben en dat ze minimaal 1/3 van de snijdiameter hebben.
- Zorg, dat bevestigde pasringen evenwijdig staan aan elkaar.
- Wees voorzichtig bij het hanteren van de zaagbladen. Bewaar ze liefst in de originele verpakking of in speciale houders. Draag veiligheidshandschoenen om de grip te vergroten en de kans op persoonlijk letsel nog verder terug te dringen.
- Controleer voordat u zaagbladen gebruikt, of de veiligheidsvoorzieningen correct zijn bevestigd.
-
Controleer vóór gebruik of het toegepaste zaagblad aan de technische eisen van deze afkort-, trek- en verstekzaag voldoet en of het op de juiste wijze bevestigd is.
-
Gebruik het meegeleverde zaagblad alleen voor het zagen van hout en nooit voor het bewerken van metalen.
- Gebruik alleen een zaagblad met een diameter die op de zaag staat aangegeven.
- Gebruik extra werkstuksteunen als dit nodig is voor de stabiliteit van het werkstuk.
- De verlengstukken van de werkstuksteun moeten tijdens de werkzaamheden altijd bevestigd en gebruikt worden.
- Vervang een versleten tafelinzetstuk!
- Voorkom oververhitting van de zaagtanden.
- Voorkom bij het zagen van kunststof dat de kunststof smelt. Gebruik hiervoor de juiste zaagbladen. Vervang beschadigde of versleten zaagbladen tijdig. Stop de machine als het zaagblad oververhit raakt. Laat het zaagblad afkoelen voordat u verder werkt met het apparaat.

Let op: Laserstraalling Niet in de laserstraal kijken Laserklasse 2

Bescherm uzelf en uw omgeving door het nemen van de juiste voorzorgsmaatregelen ten behoeve van ongevallenpreventie!
- Niet direct in de laserstraal kijken zonder oogbescherming.
- Nooit direct in de straalbundel kijken.
- Richt de laserstraal nooit op reflecterende oppervlakken en personen of dieren. Ook een laserstraal met een laag vermogen kan oogletsel veroorzaken.
- Let op! Als andere dan de hier aangegeven handelswijzen worden toegepast, kan dit tot een gevaarlijke stralingsexplosie leiden.
- Lasermodule nooit openen. Dit kan tot onverwachte blootstelling aan straling leiden.
- De laser mag niet door laser van een ander type worden vervangen.
- Reparaties aan de laser mogen uitsluitend door de fabrikant van de laser of een bevoegde dealer worden uitgevoerd.
Restrisico's
Het elektrisch apparaat is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheids-technische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
- Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektriciteit bij gebruik van onjuiste snoeren.
- Daarnaast kan er, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, sprake zijn van niet-zichtbare restrisico's.
- Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de veiligheidsvoorschriften en het gebruik conform de voorschriften alsook de gebruikshandleiding in acht worden genomen.
- Voorkom onnodige belasting van de machine: als bij het zagen teveel druk wordt uitgeoefend, zal het zaagblad snel beschadigen, wat leidt tot geringere prestaties van de machine bij de verwerking en minder nauwkeurige zaagsnedes.
- Gebruik altijd klemmen wanneer u kunststof moet zagen: de te zagen delen moeten altijd met klemmen worden vastgezet.
- Voorkom dat u de machine onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de startknop niet worden ingedrukt.
- Gebruik gereedschap dat in deze handleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw machine.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer de machine in bedrijf is.
- Voordat u instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert, laat u de startknop los en trekt u de voedingsstekker uit het stopcontact.
Waarschuwing!
Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt.
| Aantal tanden 48 | |
| maximale tandbreedte van het zaagblad 3 mm | |
| draaibereik -50° / 0°/ +50° | |
| Verstekken / kantelbereik | 0° tot 48° naar links/rechts |
| Zaagbreedte bij 90° 340 x 105 mm | |
| Zaagbreedte bij 45° 240 x 105 mm | |
| Zaagbreedte bij 2 x 45° (dubbele verstekzaagsnede) - links 240 x 60 mm | |
| Zaagbreedte bij 2 x 45° (dubbele verstekzaagsnede) - rechts 240 x 50 mm | |
| Zaaghoogte/zaagbreedte (speciale afkortstand) 180 mm / 20 mm | |
| beschermingsklasse II / | |
| Gewicht ca. 20,9 kg | |
| Laserklasse 2 | |
| Aslengte laser 650 nm | |
| Vermogen laser < 1 mW | |
Technische wijzigingen voorbehouden!
*Bedrijfsmodus S1: Continubedrijf bij constante belasting
Het werkstuk moet minimaal een hoogte van 3 mm en een breedte van 10 mm hebben. Zorg ervoor dat het werkstuk altijd met de kleminrichting is geborgd.
Geluid
De geluidswaarden zijn overeenkomstig EN 62841 bepaald.
| Geluidsdrukniveau L_pA | 96 dB |
| Onzekerheid K_pA | 3 dB |
| Geluidsvermogensniveau L_WA | 109 dB |
| Onzekerheid K_WA | 3 dB |
Draag gehoorbescherming.
Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn.
De opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken.
De aangegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting.
Waarschuwing:
- De geluidsemissies kunnen van de opgegeven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het elektrisch apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt.
- Probeer om de belasting zo gering mogelijk te houden. Zo kan bijvoorbeeld de werktijd worden beperkt. Hierbij moeten alle aspecten van de bedrijfscyclus in aanmerking worden genomen (zoals de tijd dat de machine uitgeschakeld is en de tijd dat deze ingeschakeld is, maar onbelast draait).
7. Voor de ingebruikname
- Open de verpakking en haal het apparaat er voorzichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
LET OP
Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
- De machine moet stabiel staan. Bevestig ze hiervoor op een werkbank, het onderstel of iets dergelijks.
- Zet 4 bouten (niet bij de levering inbegrepen) in de gaten in de vaste zaagtafel (15) Haal de schroeven goed aan.
- Stel de stelschroef (38) af op het niveau van de tafelplaat om te voorkomen dat de machine gaat wiebelen.
- Voor ingebruikname moeten alle afdekkingen en veiligheidsvoorzieningen conform de voorschriften zijn gemonteerd.
- Het zaagblad moet vrij kunnen draaien.
- Let bij al bewerkt hout op vreemde voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroeven enz.
- Controleer, voordat u op de aan/uit-schakelaar drukt, of het zaagblad correct gemonteerd is en of de bewegende delen soepel lopen.
- Overtuig u voor het aansluiten van de machine, dat de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens van het stroomnet.
7.1 Veiligheidsvoorziening beweegbare zaagbladbescherming (5) controleren
De zaagbladbescherming biedt bescherming tegen onbedoeld contact met het zaagblad en tegen rond-vliegende spanen.
Werking controleren
Klap hiervoor de zaag naar beneden:
- De zaagbladbescherming moet het zaagblad bij het omlaag zwenken vrijgeven zonder andere delen aan te raken.
- Als de zaag naar de uitgangspositie omhoog wordt geklapt, moet de zaagbladbescherming automatisch het zaagblad afdekken.
8. Montage
8.1 Afkort-, trek- en verstekzaag opbouwen (Afb. 1/2/4)
- Om de draaitafel (14) te verstellen, moet u de handgreep (11) ongeveer 2 slagen losdraaien en de vergrendelingshendel (35) naar beneden drukken.
- Verdraai de draaitafel (14) en aanwijzer (12) naar de gewenste hoek van de schaalverdeling (13) en zet ze vast met de handgreep (11).
- Druk de machinekop (4) iets omlaag. Door de borgbout (23) uit de motorbeugel te trekken, wordt de zaag uit de onderste stand ontgrendeld.
- Borgbout (23) indrukken om deze in de ontgrendelde stand te fixeren.
• Zwenk de machinekop (4) omhoog.
- De kleminrichting (7) kan op bijde zijden aan de vaste zaagtafel (15) bevestigd worden. Steek de kleminrichting (7) in de hiervoor bedoelde boorgaten aan de achterkant van de aanslagrail (16) en borg deze met behulp van de schroeven met stergreep (7a). Voor versteksnedes van 0° tot 48° moet de kleminrichting (7) slechts aan de andere kant van de zaagkop worden gemonteerd.
- De machinekop (4) kan door de borgschroef (22) los te draaien, naar links en naar rechts tot max. 50° schuin geplaatst worden. Trek hiervoor de borgbout zwenkfunctie (36) eruit en zwenk de machinekop.
- De werkstuksteunen (8) moeten tijdens de werkzaamheden altijd bevestigd en gebruikt worden. Stel het gewenste tafelformaat in door de vergrendelhendel (9) open te draaien. Trek daarna de vergrendelhendel (9) weer vast.
8.2 Spaanopvangzak (afb. 1/21)
De zaag is uitgerust met een spaanopvangzak (17) voor spaanders.
Bevestig de spaanopvangzak (17) aan de uitlaatopening in het motorgedeelte.
De spaanopvangzak (17) kan met de ritssluiting aan de onderzijde worden geleegd.
8.2.1 Aansluiting op een externe stofafzuiging
- Sluit de afzuigslang aan op de stofafzuiging.
- De stofafzuiging moet geschikt zijn voor het te verwerken materiaal.
- Gebruik voor het afzuigen van met name stoffen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid of kankerverwekkend kunnen zijn, een speciale afzuiginrichting.
8.3 Fijnafstelling van de aanslag voor afkortsnede 90° (afb. 1/2/5/6)
Benodigd gereedschap:
- Inbussleutel 6 mm
- Aanslaghoek niet bij de levering inbegrepen.
- De machinekop (4) naar beneden laten zakken en met de borgbout (23) vastzetten.
• Draai vastzetschroef (22) los. - De aanslaghoek (A) tussen zaagblad (6) en draaitafel (14) plaatsen.
- De stelschroef (26) zover verstellen, tot de hoek tussen zaagblad (6) en draaitafel (14) 90° bedraagt.
- Controleer ten slotte de positie van de hoekweergave. Indien nodig, de aanwijzer (19) met een kruiskopschroe-vendraaier losdraaien, op de 0°-positie van de schaalverdeling (18) zetten en de borgschroef weer vastdraaien.
8.4 Fijnafstelling van de aanslag voor versteksne- de 45° (afb. 1/2/5/9/10)
Benodigd gereedschap:
- Inbussleutel 5 mm (niet bij de levering inbegrepen)
- Steeksleutel SW10 (niet bij de levering inbegrepen)
- Aanslaghoek niet bij de levering inbegrepen.
- De machinekop (4) naar beneden laten zakken en met de borgbout (23) vastzetten.
- Zet de draaitafel (14) vast op de 0°-stand. Let op!
De verschuifbare aanslagrail (16a) moet voor versteksneden (schuin staande zaagkop) in de buitenste positie gefixeerd worden.
- Open de vastzetschroef (16b) van de verschuifbare aanslagrails (16a) en schuif de verschuifbare aanslagrails (16a) naar buiten.
- De verschuifbare aanslagrails (16a) moeten zover worden vastgezet, dat de afstand tussen de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) minste 8 mm bedraagt.
- De verschuifbare aanslagrail (16a) moet zich in de binnenste positie bevinden.
- Controleer vóór de zaagsnede of de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) niet met elkaar in botsing kunnen komen.
- De vastzetschroef (22) losdraaien en met de handgreep (1) de machinekop (4) naar links, schuin plaatsen op 45°.
- De 45°-aanslaghoek (B) tussen zaagblad (6) en draaitafel (14) plaatsen.
- Maak de contramoer (27a) los en verstel de stelschroef (27) tot de hoek tussen zaagblad (6) en draaitafel (14) precies 45° bedraagt.
- Draai de contramoer (27a) weer vast.
- Controleer ten slotte de positie van de hoekweergave. Indien nodig, de aanwijzer (19) met een kruiskopschroevendraaier losdraaien, op de 45°-positie van de schaalverdeling (18) zetten en de borgschroef weer vastdraaien.
- Herhaal dit proces om de 45°-positie aan de rechterkant in te stellen.
9. Bediening
⚠ Let op!
Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd!
9.1 Bedrijf laser (afb. 18)
- Inschakelen: Druk 1x op de aan/uit-schakelaar laser (33). Op het te bewerken werkstuk wordt een laserlijn geprojecteerd die precies de plaats van de zaagsnede aangeeft.
- Uitschakelen: Druk nogmaals op de aan/uit-schakelaar laser (33).
9.2 Zaagdieptebegrenzing (groeven zagen) (afb. 3/13) ⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor terugslag! Bij het aanbrengen van groeven is het zeer belangrijk dat er geen zijdelingse druk op het zaagblad wordt uitgeoefend. De zaagkop kan anders plotseling omhoog slaan! Gebruik een kleminrichting bij het maken van groeven. Vermijd zijdelingse druk op de zaagkop.
- Middels de bout (24) kan de zaagdiepte traploos ingesteld worden. Hiertoe moet de kartelmoer op de bout (24a) worden losgemaakt.
De gewenste zaagdiepte door het indraaien of uitdraaien van de bout (24) instellen. Aansluitend de kartelmoer (24a) weer op de bout (24) vastmaken.
- Controleer de instelling aan de hand van een test-snede.
9.3 Seriële snede
Voor terugkerende snedes met dezelfde lengte kan de lengteaanslag (37) worden opengeklapt. U kunt de lengteaanslag (37) zowel aan de rechter- maar ook aan de linkerzijde gebruiken.
- Klap de lengteaanslag (37) omhoog.
- Open de vergrendelhendel voor de werkstuksteun (9).
- Trek de werkstuksteun (8) er uit.
- Stel de gewenste afstand tussen het zaagblad en de lengteaanslag (37) in.
- Draai vergrendelhendel voor de werkstuksteun (9) weer vast.
- Voer de snedes uit zoals onder 9.4 t/m 9.7 uit.
9.4 Afkortsnede 90° en draaitafel 0° (afb. 1/2/7)
Bij zaagsnedes tot ca. 90 mm kan de trekfunctie van de zaag met de vastzetschroef (20) in de achterste positie gefixeerd worden. In deze positie kan de machine voor afkorten worden gebruikt. Mocht de zaagbreedte boven 90 mm liggen, moet erop gelet worden, dat de vastzet-schroef (20) los is en de machinekop (4) beweegbaar is.
Let op!
De verschuifbare aanslagrails (16a) moeten voor af-kortbewerkingen van 90° op de binnenste positie wor-den vastgezet.
- Open de vastzetschroeven (16b) van de verschuifbare aanslagrails (16a) en schuif de verschuifbare aanslagrails (16a) naar binnen.
- De verschuifbare aanslagrails (16a) moeten dusdanig worden geborgd dat de afstand tussen de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) maximaal 8 mm is.
- Controleer vóór de zaagsnede of de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) niet met elkaar in botsing kunnen komen.
- Draai de vastzetschroeven (16b) weer vast.
- De machinekop (4) in de bovenste positie brengen.
- Machinekop (4) op de handgreep (1) naar achteren schuiven en evt. in deze positie fixeren (afhankelijk van de zaagbreedte).
- Leg het te zagen hout tegen de aanslagrail (16) en op de draaitafel (14).
- Het materiaal met de spaninrichtingen (7) op de vaststaande zaagtafel (15) vastzetten, om verschuiven tijdens het zagen te voorkomen.
Hints voor vastklemmen:
- Bewerk geen werkstukken die te klein zijn om te kunnen worden vastgeklemd.
- Versterk zeer dunne werkstukken door ze samen met een extra lat door te zagen. Zeer dunne werkstukken kunnen "fladderen" of breken bij het zagen.
- Bij gebruik van de speciale afkortstand (zie 9.8.) kunt u een in de handel verkrijgbare schroefklem (niet meegeleverd) gebruiken om deze vast te draaien.
- Ontgrendel de blokkeerschakelaar (3) en druk op de aan/uit-schakelaar (2) om de motor in te schakelen.
- Bij gefixeerde trekgeleiding (21): Machinekop (4) met de handgreep (1) gelijkmatig en met lichte druk omlaag bewegen, tot het zaagblad (6) het werkstuk heeft doorgezaagd.
- Bij niet-gefixeerde trekgeleiding (21): Machinekop (4) volledig naar voren trekken. De handgreep (1) gelijkmatig en met lichte druk volledig omlaag brengen. Nu de machinekop (4) langzaam en gelijkmatig volledig naar achteren schuiven tot het zaagblad (6) het werkstuk volledig heeft doorgezaagd.
- Na het zaagwerk de machinekop weer in de bovenste rustpositie brengen en de in,- uitschakelaar (2) loslaten.
Let op! Door de terughaalveer slaat de machine automatisch naar boven. De handgreep (1) na de zaagbewerking niet loslaten, maar de machinekop langzaam en onder lichte tegendruk naar boven bewegen.
9.5 Afkortsnede 90° en draaitafel 0°-50° (afb. 1/7/8)
Met de afkort-, trek- en verstekzaag kunnen schuine zaagsneden naar links en rechts van 0°-50° worden uitgevoerd.
Let op!
De verschuifbare aanslagrails (16a) moeten voor af-kortbewerkingen van 90° op de binnenste positie wor-den vastgezet.
- Open de vastzetschroef (16b) van de verschuifbare aanslagrails (16a) en schuif de verschuifbare aanslagrails (16a) naar binnen.
- De verschuifbare aanslagrails (16a) moeten zover worden vastgezet, dat de afstand tussen de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) minste 8 mm bedraagt.
- Controleer vóór de zaagsnede of de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) niet met elkaar in botsing kunnen komen.
- Draai de vastzetschroef (16b) weer vast.
- Om de draaitafel (14) te verstellen, moet u de handgreep (11) ongeveer 2 slagen losdraaien en de vergrendelingshendel (35) naar beneden drukken.
- Zet de draaitafel (14) in de gewenste hoek met behulp van de handgreep (11).
- De aanwijzer (12) op de draaitafel moet met de gewenste hoek van de schaalverdeling (13) op de vaststaande zaagtafel (15) overeenkomen.
- Draai de handgreep (11) weer vast aan om de draai-tafel (14) te fixeren.
- De bewerking uitvoeren als onder punt 9.4 beschreven.
9.6 Versteksnede 0°-48° en draaitafel 0° (afb. 1/2/11)
Met de afkort-, trek- en verstekzaag kunnen versteksneden naar links of rechts van 0°- 48° ten opzichte van het werkoppervlak worden uitgevoerd.
Let op!
De verschuifbare aanslagrail (16a) moet voor versteksneden (schuin staande zaagkop) in de buitenste positie gefixeerd worden.
- Open de vastzetschroef (16b) van de verschuifbare aanslagrails (16a) en schuif de verschuifbare aanslagrails (16a) naar buiten.
- De machinekop (4) kan door de borgschroef (22) los te draaien, naar links en naar rechts tot max. 50° schuin geplaatst worden. Trek hiervoor de borgbout zwenkfunctie (36) eruit en zwenk de machinekop.
- De verschuifbare aanslagrails (16a) moeten zover worden vastgezet, dat de afstand tussen de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) minste 8 mm bedraagt.
- De verschuifbare aanslagrail (16a) moet zich in de binnenste positie bevinden.
- Controleer vóór de zaagsnede of de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) niet met elkaar in botsing kunnen komen.
- Draai de vastzetschroef (16b) weer vast.
- De machinekop (4) in de bovenste stand brengen.
- Zet de draaitafel (14) vast op de 0°-stand.
- De vastzetschroef (22) losdraaien. Met de handgreep (1) de machinekop (4) naar links kantelen tot de aanwijzer (19) de gewenste hoek op de schaalverdeling (18) aanwijst.
- De vastzetschroef (22) weer vastdraaien.
- De bewerking uitvoeren als onder punt 9.4 beschreven.
9.7 Versteksnede 0°-48° en draaitafel 0°-50° (afb. 1/2/4/12)
Met de afkort-, trek- en verstekzaag kunnen versteksneden naar links van 0°- 48° ten opzichte van het werkoppervlak en tegelijk van 0°- 50° ten opzichte van de aanslagrail worden uitgevoerd (dubbele versteksnede).
Let op!
De verschuifbare aanslagrail (16a) moet voor versteksneden (schuin staande zaagkop) in de buitenste positie gefixeerd worden.
- Open de vastzetschroef (16b) van de verschuifbare aanslagrails (16a) en schuif de verschuifbare aanslagrails (16a) naar buiten.
- De machinekop (4) kan door de borgschroef (22) los te draaien, naar links en naar rechts tot max. 50° schuin geplaatst worden. Trek hiervoor de borgbout zwenkfunctie (36) eruit en zwenk de machinekop.
- De verschuifbare aanslagrails (16a) moeten zover worden vastgezet, dat de afstand tussen de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) minste 8 mm bedraagt.
- Controleer vóór de zaagsnede of de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) niet met elkaar in botsing kunnen komen.
- Draai de vastzetschroef (16b) weer vast.
- De machinekop (4) in de bovenste stand brengen.
- Maak de draaitafel (14) los door de handgreep (11) losser te draaien.
- Met de handgreep (11) de draaitafel (14) op de gewenste hoek instellen (zie daartoe ook punt 9.5).
- Draai de handgreep (11) weer vast aan, om de draai-tafel te fixeren.
- De vastzetschroef (22) losdraaien.
- Met de handgreep (1) de machinekop (4) naar links buiten en op de gewenste hoek van de schaal instellen (zie daartoe ook punt 10.6).
- De vastzetschroef (22) weer vastdraaien.
- De bewerking uitvoeren als onder punt 9.4 beschreven.
9.8 Speciale afkortstand/speciale snijhoogte (180 mm) (afb. 2, 22)
De speciale afkortstand kan worden gebruikt om werk- stukken (bijv. platen, latten en panelen) met een hoogte van 180 mm en een maximale breedte van 20 mm af te zagen.
Meer informatie over de speciale afkortstand vindt u in de video (Scan de QR-code in afb. 22).
Hier kunt u scheuren op het werkstuk aan de zichtbare randen vermijden (bv. scheuren op plinten, tand- en groefplanken, enz.)
Let op! De trekfunctie en de kantelfunctie van de treken verstekzaag worden hier echter gedeactiveerd.
Let op!
De verschuifbare aanslagrails (16a) moeten voor af-kortbewerkingen van 90° op de binnenste positie wor-den vastgezet.
- Open de vastzetschroeven (16b) van de verschuifbare aanslagrails (16a) en schuif de verschuifbare aanslagrails (16a) naar binnen.
- De verschuifbare aanslagrails (16a) moeten dusdanig worden geborgd dat de afstand tussen de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) maximaal 8 mm is.
- Controleer vóór de zaagsnede of de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) niet met elkaar in botsing kunnen komen.
- Draai de vastzetschroeven (16b) weer vast.
- De machinekop (4) in de bovenste positie brengen.
- Duw het bovenstuk van de machine (4) op de hand-greep (1) naar achteren tot het bovenstuk van de ma-chine op de aanslag rust en zet hem in deze positie vast.
- Leg het te zagen hout tegen de aanslagrail (16) en op de draaitafel (14).
- De bewerking uitvoeren als onder punt 9.4 beschreven.
10. Onderhoud
△ Waarschuwing! Trek altijd de voedingsstekker uit het stopcontact voordat u instellings-, onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uitvoert!
10.1 Algemene onderhoudswerkzaamheden
Veeg van tijd tot tijd met een doek de spaanders en het stof van de machine. Olie om de levensduur van het apparaat te verlengen eenmaal per maand de draaiende delen. De motor niet oliën.
Gebruik voor de reiniging van de kunststof geen bijten- de middelen.
10.2 Veiligheidsvoorziening beweegbare zaagbladbescherming (5) reinigen
Controleer voor ingebruikname altijd de zaagbladbescherming op vervuiling.
Verwijder oud zaagsel en oude houtsplinters met behulp van een borstel of een vergelijkbaar geschikt gereedschap.
10.3 Tafelinzetstuk vervangen
Gevaar!
Als het tafelinzetstuk (10) beschadigd is, bestaat het risico dat kleine voorwerpen tussen het tafelinzetstuk en het zaagblad vast komen te zitten en het zaagblad blokkeren. Vervang beschadigde tafelinzetstukken onmiddellijk!
- Draai de schroeven op het tafelinzetstuk los. Verdraai zo nodig de draaitafel en kantel de zaagkop om bij de schroeven te kunnen komen.
- Verwijder het tafelinzetstuk.
- Plaats een nieuw tafelinzetstuk.
- Draai de schroeven op het tafelinzetstuk vast.
10.4 Inspectie van de koolborstels
Controleer de koolborstels bij een nieuwe machine na de eerste 50 bedrijfsuren of wanneer nieuwe koolborstels worden gemonteerd. Controleer na de eerste controle om de 10 bedrijfsuren.
Wanneer de koolstof tot een lengte van 6 mm versleten is of de veer of shuntdraad verbrand of beschadigd is, moet u beide borstels vervangen. Wanneer de borstels na het demonteren als inzetbaar beschouwd worden, kunt u ze weer inbouwen.
Open beide vergrendelingen linksom (zoals in afbeelding 21 weergegeven) om onderhoud aan de koolborstels te verrichten. Verwijder vervolgens de koolborstels. Plaats de koolborstels in omgekeerde volgorde terug.
10.5 Vervangen van het zaagblad (afb. 1/2/14-17)
Trek de voedingsstekker uit het stopcontact!
Let op!
Draag veiligheidshandschoenen bij het wisselen van het zaagblad! Gevaar voor letsel!
- De machinekop (4) naar boven zwenken en met de borgbout (23) vastzetten.
- Klap de zaagbladbescherming (5) zo ver omhoog dat de zaagbladbescherming (5) over de bevestigingsschroef (5a) zit en draai deze met een kruiskopschroevendraaier los.
WAARSCHUWING!
Draai deze bout er niet helemaal uit (afb. 14).
- Klap vervolgens de zaagbladbescherming (5) omhoog, zodat de flensschroef (28) vrij toegankelijk is en kan worden losgedraaid.
- Zet met de ene hand de binnenzeskant- of inbus-sleutel (C) op de flensbout (28).
- Zaagasblokkering (30) goed aandrukken en de flensbout (28) langzaam rechtsom draaien. Na max. een omwenteling wordt de zaagasblokkering (30) vergrendeld.
- Nu met iets meer kracht de flensbout (28) rechtsom draaien.
- Flensbout (28) volledig er uit draaien en de buitenflens (29) wegnemen.
- Het zaagblad (6) van de binnenflens (31) wegnemen en omlaag wegtrekken.
- Flensbout (28), buitenflens (29) en binnenflens (31) zorgvuldig reinigen.
- Het nieuwe zaagblad (6) in de omgekeerde volgorde weer terugplaatsen en aandraaien.
- Klap de zaagbladbescherming (5) zover omlaag tot de zaagbladbescherming (5) in de bevestigingsschroef (5a) hangt.
- Draai de bevestigingsschroef (5a) weer vast.
- Let op!
De versteksnede van de tanden, dit betekent de draairichting van het zaagblad (6) moet overeenkomen met de richting van de pijl op de behuizing.
- Controleer voor het vervolgen van de werkzaamheden de werking van de veiligheidsvoorzieningen.
- Let op!
Controleer na elke vervanging van het zaagblad, of het zaagblad (6) in verticale positie alsook op 48° is gekanteld, vrij in het tafelinzetstuk (10) loopt.
- Let op!
Het vervangen en uitlijnen van de zaagbladen (6) moet conform de voorschriften worden uitgevoerd.
10.6 Afstellen van de laser (afb. 19-20)
Als de laser (32) niet meer de juiste zaaglijn aangeeft, kan deze worden bijgesteld. Open hiertoe de schroeven (32a). Stel de laser door zijdelings verschuiven dusdanig in dat de laserstraal de snijtanden van het zaagblad (6) raakt.
De machine moet voor het afstellen van de laser op het stroomnet zijn aangesloten.
Let op!
Bedien bij het afstellen van de laser in geen geval de AAN/UIT-schakelaar (2). Gevaar voor letsel!
10.7 Service-informatie
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Koolborstels, zaagblad, tafelin-zetstuk, spaanopvangzak
* niet persé in de levering opgenomen!
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bij ons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titelpagina.
11. Transport
- Trek de handgreep (11) vast om de draaitafel (14) te vergrendelen.
- De machinekop (4) omlaag drukken en met de borgbout (23) vastzetten. De zaag is nu in de onderste positie vergrendeld.
- Trekgeleiding van de zaag met de vastzetschroef voor trekgeleiding (20) in de achterste positie fixeren.
• Machine op vaste zaagtafel (15) dragen. - Ga voor de hermontage van de machine, zoals onder hoofdstuk 8 en 9 beschreven, te werk.
12. Opslag
Bewaar het apparaat en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30°C.
Bewaar het elektrisch apparaat in de originele verpakking.
Dek het elektrisch apparaat af ter bescherming tegen stof en vocht.
Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische apparaat.
13. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
Belangrijke aanwijzingen
Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.
Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid.
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van het netsnoer.
- Snijplekken omdat over het netsnoer is gereden.
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit de wandcontactdoos is getrokken.
- Scheuren door veroudering van de isolatie.
Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd.
Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten.
Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend snoeren met dezelfde aanduiding.
Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd is, moet dit worden vervangen door een speciaal uitgevoerd netsnoer, dat verkrijgbaar is bij de fabrikant of diens klantenservice.
Type van aansluiting Y
Wanneer het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze door de fabrikant, diens servicedienst of door een soortgelijk gekwalificeerde persoon vervangen worden om gevaar te vermijden.
Wisselstroommotor:
De netspanning moet 220 - 240 V\~ zijn.
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter.
Aansluitingen en reparaties van de elektrische apparatuur mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
• Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de motor
14. Afvalverwerking en hergebruik
Aanwijzingen op de verpakking



De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren.
Aanwijzingen betreffende de wetgeving Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)

Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoudelijke afval, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Oude batterijen of accu's die niet vast in het afgedankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden verwijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wetgeving inzake batterijen.
- Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elektronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu's in te leveren.
- De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wissen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
- Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak betekent dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
-
Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd:
-
Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven)
- Verkooppunten van elektrische apparaten (stationair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden.
- Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omgeving worden gebracht.
- Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaarden van de fabrikanten en distributeurs verzoeken wij u contact op te nemen met de betreffende klantenservice.
- Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elektrische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
- Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden ge-installeerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Europese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
15. Verhelpen van storingen
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| De motor functioneert niet Motor, kabel of stekker defect, Netzekering doorgebrand. | Laat de machine door een specialist controleren.Repareer de motor nooit zelf. Gevaar!Netzekeringen controleren, evt.vervangen. | |
| De motor draait langzaam en bereikt het bedrijfstoerental niet. | Spanning te laag, wikkelingen beschadigd of condensator doorgebrand. | Laat de spanning controleren door een elektromonteur.Laat de motor controleren door een specialist. Laat de condensator vervangen door een specialist. |
| De motor maakt te veel lawaai. | Wikkelingen beschadigd, motor defect. Laat de motor controleren door een specialist. | |
| De motor bereikt niet het volledige vermogen. | Groep van stroomnet overbelast (lampen, andere motoren enz.). | Gebruik geen andere apparaten of motoren op de groep. |
| Motor raakt snel oververhit. | Overbelasting van de motor, ontoereikende koeling van de motor. | Voorkom overbelasting van de motor tijdens het zagen, verwijder stof van de motor om een optimale koeling van de motor te garanderen. |
| Zaagsnede is ruw of gegolfd. | Zaagblad bot, tandvorm niet geschikt voor materiaaldikte. | Zaagblad slijpen of een geschikt zaagblad plaatsen. |
| Werkstuk breekt uit of versplintert. | Zaagdruk te hoog of zaagblad niet geschikt voor gebruik. | Plaats een geschikt zaagblad. |
Merknad om emballasjen


Emballasjemateriale kan resirkuleres. Vennligst kast emballasje på en miljøvennlig måte.
Henvisninger til elektro- og elektronikkenhetslov (ElektroG)

Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.









