011485 - Verfspuit Meec Tools - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 011485 Meec Tools in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 011485 Meec Tools
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verfspuit in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 011485 - Meec Tools en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 011485 van het merk Meec Tools.
GEBRUIKSAANWIJZING 011485 Meec Tools
- Werk alleen in een goed geventileerde ruimte.
- Stel de motoreenheid van de verfspuit of de stroomkabel niet bloot aan water of vocht - gevaar voor elektrische schok!
- Gebruik de verfspuit niet als de stroomkabel beschadigd is.
- Maak de machine niet met ontvlambare vloeistoen schoon.
- Gebruik geen brandbare verf en chemicaliën die een vlampunt lager dan 55 °C hebben.
- Werk nooit in de buurt van open vuur of gloed van bijvoorbeeld sigaretten of een warme kookplaat.
- Reparaties van elektrische onderdelen mogen alleen worden uitgevoerd door een bevoegde elektricien. SYMBOLEN Lees de gebruiksaanwijzing. Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
- Dit product kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met een fysieke, sensorische of mentale beperking of personen die onvoldoende kennis of ervaring hebben, mits er toezicht wordt gehouden of er instructies worden gegeven voor het veilige gebruik van het product en zij de risico's begrijpen die samenhangen met het gebruik. Kinderen mogen niet met het product spelen. Laat kinderen het product niet zonder toezicht reinigen of onderhouden.
- Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen.
- Gebruik oogbescherming/ een gezichtsmasker.
- Spuit nooit onbekende chemicaliën als u de risico's en eigenschappen ervan niet kent.
- Alle personen in de ruimte moeten adembescherming gebruiken.NL
van de maximale waarde, aankelijk van hoe het gereedschap wordt gebruikt en van het materiaal. Controleer daarom de veiligheidsmaatregelen die nodig zijn om de gebruiker te beschermen op basis van een inschatting van de blootstelling onder daadwerkelijke gebruiksomstandigheden (waarbij rekening wordt gehouden met alle onderdelen van de arbeidscyclus, zoals hoe lang het gereedschap is uitgeschakeld en wanneer deze stationair draait, in aanvulling op de gebruikstijd). BESCHRIJVING
INHOUD VAN DE VERPAKKING
1 spuit, 1 hogedrukslang, 1 hogedrukpistool, 2moersleutels en 2 inbussleutels. PRODUCTONDERDELEN
1. Schakelaar (aan/uit)
4. Knop voor handbediend ventiel
AFB. 1 Draag een inhalatiebescherming. Elektrische veiligheidsklasse II Goedgekeurd volgens de geldende EU-richtlijnen/ verordeningen. Afvoeren als elektrisch afval. TECHNISCHE GEGEVENS Nominale spanning 230 V
50 Hz Nominaal ingangsvermogen 1300 W Beschermingsklasse I Slanglengte 7,5 m Flow 1,17 l/min. Gewicht 7,5 kg Geluidsdrukniveau, LpA 93,5 dB(A) K=3 dB(A) Geluidsvermogenniveau, LwA 107,5 dB(A) K=3 dB(A) Draag altijd gehoorbescherming! De opgegeven waarden voor trillingen en geluid, die gemeten zijn met een gestandaardiseerde testmethode, kunnen worden gebruikt om verschillende werktuigen met elkaar te vergelijken en een voorlopige inschatting te maken van de blootstelling aan trillingen en geluid. De meetwaarden zijn bepaald in overeenstemming met EN 14462. WAARSCHUWING! Het werkelijke trillings- en geluidsniveau bij het gebruik van de compressor kan afwijkenNL
Uitlaat- en inlaatventielen De uitlaat- en inlaatventielen worden samen geregeld om de verf op druk te houden en een hoge druk voor het spuiten te leveren MONTEREN UITPAKKEN Pak het product uit en controleer of alle onderdelen aanwezig en onbeschadigd zijn. Controleer voor gebruik of alle schroefverbindingen en andere bevestigingsmiddelen goed vastzitten. WAARSCHUWING! Gebruik het product niet als er onderdelen ontbreken of beschadigd zijn – gevaar voor explosie die ernstig letsel en/of materiële schade kan veroorzaken.
1. Sluit de hogedrukslang (12) aan op de
vloeistofafvoer (3) en draai hem stevig vast met een schroefsleutel. Sluit het andere uiteinde van de hogedrukslang (12) aan op het spuitpistool (13) en draai het stevig vast met twee schroefsleutels. Controleer of de trekker vergrendeld is.
2. Controleer of het mondstuk correct in de
mondstukbescherming is geplaatst en of de mondstukbescherming stevig op het spuitpistool is bevestigd. Zie het hoofdstuk "Mondstuk plaatsen".
3. Laat de druk af. Zie het hoofdstuk
"Drukontlasting". MONDSTUK PLAATSEN
1. Als het spuitpistool niet op het product
is aangesloten, ga dan naar stap 2. Als het spuitpistool op het product is aangesloten, voer dan eerst een drukontlasting uit.
Schakelaar Als de schakelaar in stand 1 staat, is het product aan en in stand 0 is het uit. AFB. 2 Drukregelknop Drukregelknop (druk- en materiaalstroomregeling) AFB. 3 Overdrukventiel Wanneer de hendel van het overdrukventiel horizontaal staat, staat het product onder druk. In de verticale stand wordt de druk afgelaten en kan de lucht ontsnappen. Het overdrukventiel wordt hoofdzakelijk gebruikt om het systeem te ontluchten voordat het product wordt aangezet. Het beschermt ook tegen overlopen in geval van overdruk in het product. AFB. 4 Handbediend ventiel Als het product lange tijd niet is gebruikt, kan de kogel van het inlaatventiel aan de ventielzitting blijven kleven, waardoor de producttoevoer niet werkt. Druk herhaaldelijk op de pal van het handbediende ventiel om de kogel van het inlaatventiel los te maken, zodat het inlaatventiel normaal kan werken. AFB. 5 Drukregelventiel Het drukregelventiel is voorzien van een sensor die de druk in het pomphuis detecteert en een signaal zendt naar de besturingskaart die de druk regelt.NL
- Laat de hendel van het overdrukventiel (6) in de verticale stand staan totdat met spuiten wordt begonnen. GEBRUIK UITSPOELEN VAN CONSERVERINGSVLOEISTOF LET OP! Het product moet voor elk gebruik worden uitgespoeld/getest. Het product wordt in de fabriek getest met een vloeistof die vóór het eerste gebruik uit het systeem moet worden gespoeld. Daarna moet het verduurzamingssmeermiddel vóór elk gebruik uit het systeem worden gespoeld.
1. Controleer of de schakelaar (1) in de uit-
2. Plaats het uiteinde van de afvoerslang
(11) in een geschikte opvangbak en plaats het uiteinde van de afzuigslang (10) in een geaarde metalen bak, gedeeltelijk gevuld met reinigingsvloeistof, om de fabrieksvloeistof uit het product te spoelen. Spoel verf op waterbasis uit met water en verf op oliebasis en conserverende smeermiddelen met terpentine of iets dergelijks.
3. De pal van het overdrukventiel (6) moet in
aangesloten op een correct geaard stopcontact.
5. Druk enkele malen op het handbediende
ventiel (4) om de kogel van het inlaatventiel te lossen.
6. Draai de drukregelknop (8) naar de
De productpomp wordt gestart en de vloeistof stroomt naar binnen door de aanzuigslang (10) en naar buiten door de afvoerslang (11).
3. Plaats de onderdelen van de
spuitkopbescherming (2) in de volgorde die op de aeelding is aangegeven. – Plaats de rubberen pakking (5) en de metalen afdichting (4) in de mondstukbescherming (2) met behulp van het mondstuk (1). – Het mondstuk (1) moet zo ver mogelijk in de mondstukbescherming worden geplaatst (2). Verdraai het mondstuk (1) en druk het tegelijkertijd omlaag. – Draai de pijlvormige greep op het mondstuk (1) vooruit naar de spuitstand.
4. Plaats het mondstuk (1) met de
mondstukbescherming (2) op het spuitpistool en draai de borgmoer (3) vast. AFB. 6 DRUKONTLASTING
1. Zet de trekkervergrendeling vast en zet de
schakelaar (1) in de uit-stand.
2. Draai de drukregelknop (8) naar de
3. Plaats het uiteinde van de afvoerslang
(11) in een geschikt opvangvat en draai de hendel van het overdrukventiel (6) in de verticale stand om de druk af te laten.
4. Druk het spuitpistool stevig tegen een
geaarde metalen bak en richt het in de bak. Zet de trekkervergrendeling vrij en druk de trekker in om de druk van het product te halen.
- Het systeem wordt niet drukloos wanneer de pompmotor is uitgeschakeld.NL
van het mondstuk te voorkomen. Plaats een wegwerplterzak over een schone bak en laat de spuitvloeistof door het lter weglopen. SPUITEN VOORBEREIDEN Zodra de spuitvloeistof is geprepareerd en gelterd, is het klaar om te worden gespoten.
1. Controleer of alle aansluitingen
goed vastzitten, of de hendel van het overdrukventiel (6) in de verticale stand staat en of de vergrendeling van de trekker is vastgezet
2. Plaats het uiteinde van de aanzuigslang
(10) in de vloeistoeker, zodat de aanzuigopening zich onder het oppervlak bevindt. Plaats de afvoerslang (11) in een opvangbak.
3. Zet de schakelaar (1) in de startstand.
4. Wacht tot er vloeistof uit de uitlaatslang
(11) stroomt en zet de schakelaar (1) in de uit-stand.
5. Draai het mondstuk naar de
reinigingsstand en controleer of de mondstukbescherming stevig op zijn plaats zit.
6. Druk het spuitpistool tegen de opvangbak
en richt het in de bak.
7. Zet de vergrendeling van de trekker vrij,
druk de trekker in en houd hem vast.
8. Zet de pal van het overdrukventiel (6) in
10. Houd het spuitpistool naar beneden
gericht in de opvangbak met de trekker ingedrukt totdat er schone spuitvloeistof door het spuitpistool naar buiten komt.
12. Breng de afvoerslang (11) naar de
vloeistoeker en bevestig deze aan de zuigslang (10).
8. Laat de vloeistof gedurende 45 tot
60seconden door de afvoerslang (11) naar buiten stromen en draai dan de pa van het overdrukventiel (6) terug in de horizontale stand. Wacht tot de pomp stopt.
9. Wacht ongeveer 1 minuut en controleer
dan of alle verbindingen goed afdichten. Bij lekkage een drukontlasting uitvoeren, alle aansluitingen vastdraaien en stappen 1 t/m 8 herhalen. Probeer nooit lekkage te stoppen met uw handen, andere lichaamsdelen of doeken.
10. Als er geen lekkage is, zet u de
schakelaar (1) in de uit-stand, richt u het spuitpistool op een lege bak, laat u de trekkervergrendeling los en drukt u de trekker in om de vloeistof uit het systeem te laten lopen.
11. Zet de trekkervergrendeling vast en draai
de pal van het overdrukventiel (6) in de verticale stand. VERF VOORBEREIDEN De te spuiten vloeistof moet vóór gebruik worden gemengd, verdund (indien van toepassing) en gelterd. Indien verdunning noodzakelijk is, gebruik dan een oplosmiddel met een vlampunt hoger dan 21 °C (brandbare vloeistof, klasse 2a of hoger), dat met het desbetreende product compatibel is. Lees alle veiligheidsinstructies, aanwijzingen en veiligheidsinformatiebladen en labels op de verf- en oplosmiddelbussen. Volg de instructies van de fabrikant van de verf of het oplosmiddel. FILTEREN Wegwerplterzakken zijn te koop in verfwinkels en worden gebruikt om grove deeltjes en verontreinigingen uit nieuwe of gebruikte verf te verwijderen. Filtreer het product vóór het spuiten om vulproblemen en verstoppingNL
- Beweeg het spuitpistool met een gelijkmatige snelheid. Om plaatselijk dikkere lagen te voorkomen, begint u het spuitpistool te bewegen voordat de trekker wordt ingedrukt en laat u de trekker los voordat de beweging stopt. Het spuitpistool moet in beweging zijn wanneer de trekker wordt ingedrukt of losgelaten.
- Richt het midden van de straal van het spuitpistool op de onderrand van de vorige spuitstreek, zodat elke streek de vorige met 50% overlapt.
1. Begin het spuitpistool te bewegen
2. Druk de trekker in.
3. Blijf het spuitpistool bewegen
4. Laat de trekker los.
5. Beëindig de beweging van het spuitpistool
6. Richt het spuitpistool hier om de vorige
spuitstreek met 50 % te overlappen.
7. Laat de trekker los voordat u de spuitstreek
8. Druk op de trekker nadat de streek is
begonnen AFB. 9 Spuitpatroon en kwaliteit Wanneer het spuitpatroon correct is, wordt het product gelijkmatig over het oppervlak verdeeld.
- Het product moet jn verdeeld en gelijkmatig aangebracht zijn, zonder tussenruimten aan de randen.
- Stel de drukregelknop (8) in totdat het spuitpatroon gelijkmatig is, zonder tussenruimten of dikkere gedeelten aan de randen.
- Als het spuitpatroon niet kan worden gecorrigeerd, controleer dan of het mondstuk versleten is. Mogelijk moet het product worden aangelengd (verdund). Volg de instructies van de fabrikant van het product voor het verdunnen.
13. Laat de aanzuigslang en de afvoerslang
zakken tot onder het oppervlak van de vloeistoeker.
14. Draai het mondstuk naar de spuitstand en
controleer of de mondstukbescherming stevig op zijn plaats zit. Het product is nu klaar voor gebruik. LET OP! Voeg spuitvloeistof toe aan de beker wanneer het niveau daalt. Als het niveau te laag wordt, kan het product beschadigd raken. SPUITEN Spuitpatroon uitproberen Oefen de spuittechniek op een stuk karton of een klein oppervlak voordat u het werkgebied bespuit.
1. Draai de drukregelknop (8) naar de
2. Ontgrendel de trekker, richt het
spuitpistool op het proefstuk of het stuk karton en druk de trekker in.
3. Draai de drukregelknop (8) langzaam
met de klok mee om de druk geleidelijk te verhogen totdat het spuitpatroon gelijkmatig wordt en aan de kwaliteitseisen voldoet. Instructies voor het spuiten
- Houd het spuitpistool 30 cm van het oppervlak en richt het recht op het oppervlak. Beweeg uw pols zo dat het spuitpistool tijdens het werken recht op het oppervlak gericht is. AFB. 7
- Als het spuitpistool onder een hoek ten opzichte van het oppervlak wordt gehouden of in een boog wordt bewogen, zal de veraag ongelijkmatig zijn. AFB. 8NL
ONDERHOUD Volg de onderhoudsinstructies voor de beste werking en levensduur.
- Controleer en reinig het inlaatlter en het spuitpistoollter vóór gebruik.
- Vervang de lters als ze beschadigd zijn of niet kunnen worden gereinigd.
- Controleer het product op lekken, vooral bij de aansluitingen. Vervang alle beschadigde onderdelen.
- Controleer de hogedrukslang voor elk gebruik op beschadigingen. Beschadigde hogedrukslangen en aansluitingen moeten absoluut worden vervangen – probeer nooit om ze te repareren.
- Reinig het mondstuk na gebruik met een borstel en een geschikt vloeibaar reinigingsmiddel.
- Mogelijk moet het mondstuk worden vervangen wanneer 57 tot 277 liter product is verspoten, aankelijk van de schurende eigenschappen van het product. REINIGING
1. Voer de stappen 1 tot en met 3 van de
instructies voor drukontlasting uit.
2. Draai het mondstuk naar de
reinigingsstand. Houd het spuitpistool stevig tegen een geaarde productbeker gedrukt en richt het in de beker. Zet de vergrendeling van de trekker vrij en druk de trekker in om het product in de hogedrukslang terug te voeren naar de productbeker.
4. Til de zuigslang (10) en de afvoerslang
(11) op en laat ze leeglopen in de productbeker.
5. Koppel de uitlaatslang (11) los van de
zuigslang (10) en plaats de uitlaatslang (11) in een lege, geaarde opvangbak. MONDSTUK REINIGEN Als het mondstuk tijdens het spuiten verstopt raakt: keer het mondstuk om de deeltjes snel en gemakkelijk te verwijderen zonder het product te hoeven demonteren.
1. Zet de vergrendeling van de trekker
aan en draai het mondstuk naar de reinigingsstand. Controleer of het mondstuk zo ver mogelijk in de mondstukbescherming is geplaatst.
2. Laat de vergrendeling van de trekker
los, richt het spuitpistool omlaag in het opvangreservoir en houd de trekker 2 seconden ingedrukt.
3. Zet de vergrendeling van de trekker
aan, draai het mondstuk terug naar de spuitstand, zet de trekker vrij en ga door met spuiten. ONTSTOPPING Volg de onderstaande instructies als er geen product uit het spuitpistool komt, of als het niet zeker is dat de druk volledig is afgelaten nadat de drukontlastingsprocedure is uitgevoerd.
1. Maak de aansluiting van de
hogedrukslang heel langzaam los van het spuitpistool.
2. Zet de pal van het overdrukventiel (6) in
de horizontale stand.
3. Houd de slang stevig vast en richt het
uiteinde van de slang in de productbeker. Zet de schakelaar (1) in de startstand.
4. Als er geen product uit de slang stroomt,
sluit u de slang weer aan en gaat u verder met stap 6.
5. Als er product uit de slang stroomt, volg
dan de instructies voor het reinigen van het spuitpistool en het lter.
6. Sluit de slang aan op het spuitpistool en
volg de instructies voor de voorbereiding van het spuiten.NL
5. Plaats de mondstukbescherming terug
volgens de instructies voor het plaatsen van het mondstuk.
6. Reinig de buitenkant van het spuitpistool
met een doek bevochtigd met water of reinigingsvloeistof. Spuitkop geblokkeerd Het product wordt onder hoge druk door een zeer klein gaatje in het mondstuk gepompt en jn verneveld. In geval van blokkering: keer het mondstuk om het snel vrij te maken. AFB. 10 OPSLAG
- Bewaar het product niet gevuld met water.
- Zorg ervoor dat er geen water in het product kan bevriezen.
- Bewaar het product niet onder druk.
- Bewaar het product binnenshuis.
6. Laat het uiteinde van de zuigslang
(10) zakken in een geaarde beker met reinigingsvloeistof. Spoel verf op waterbasis uit met water en verf op oliebasis en conserverende smeermiddelen met terpentine of een andere passende reinigingsvloeistof.
7. Draai de drukregelknop (8) met de klok
mee tot 1/3 van de maximuminstelling.
8. Controleer of de pal van het overdrukventiel
reinigingsvloeistof uit de uitlaatslang (11) komt.
11. Zet de pal van het overdrukventiel (6) in
de horizontale stand.
12. Draai de drukregelknop (8) naar 1/2 van
de maximuminstelling.
13. Draai de mondstukken naar de
reinigingsstand. Houd het spuitpistool stevig tegen een geaarde opvangbak gedrukt en richt het in de bak. Zet de trekkervergrendeling vrij en druk de trekker in.
14. Wacht tot er schoon water of
reinigingsvloeistof uit komt. Laat de trekker los en vergrendel de trekker.
2. Schroef de handgreep van het spuitpistool
3. Verwijder het lter uit het spuitpistool en
reinig met een schone borstel en water of reinigingsvloeistof. Vervang het lter van het spuitpistool als het beschadigd is.
4. Verwijder de spuitkopbescherming en
maak deze schoon met een schone borstel en water of reinigingsvloeistof.NL
- Voorbeelden van productvloeistoen die NIET gebruikt mogen worden: structuurcoatings, elastomeren, asfaltdeklagen, houtconserveringsmiddelen, vulstoen.NL
- Voer drukontlasting uit vóór inspectie en/of reparatie.
- Met behulp van de foutopsporingstabel kan de oorzaak van veel voorkomende problemen worden vastgesteld en hoe deze kunnen worden verholpen. Neem contact op met uw dealer voor problemen die niet in het schema voor probleemoplossing worden beschreven. Symptoom Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing De motor start niet. Controleer of de stekker stevig in een goed geaard stopcontact zit (230VAC, 50 Hz) en of de stroomschakelaar in de aan-stand staat. Druk te laag ingesteld. Draai de drukinstelknop met de klok mee om een hogere druk in te stellen. Versleten of slippende koolborstels. Vervang de koolborstels of stel ze af. Het stopcontact staat niet onder stroom. Gebruik een werkend stopcontact. De pomp werkt stroef (product is hard geworden of water is bevroren in de pomp). Schakel het product uit en trek de stekker eruit. Neem contact op met een erkend reparatiebedrijf. Motor of bedieningsorganen zijn beschadigd. Schakel het product uit en trek de stekker eruit. Neem contact op met een erkend reparatiebedrijf. Het product werkt, maar de pomp levert geen druk en zuigt geen vloeistof aan in de zuigslang. Lucht in de pomp, de slang of het spuitpistool. Volg de instructies in het gedeelte over de voorbereiding van het spuiten. De kogel van het inlaatventiel zit vast tegen de ventielzitting. Druk herhaaldelijk op de knop van het handbediende ventiel (4). Het inlaatlter is dichtgeslibd of de zuigslang is niet ondergedompeld onder het oppervlak in de productbeker. Reinig het inlaatlter en controleer of het uiteinde van de aanzuigslang zich onder het oppervlak in de productbeker bevindt. Blokkering veroorzaakt door deeltjes in het gebruikte product. Volg de aanwijzingen voor het verhelpen van verstoppingen en voor het lteren. Lekkage in de zuigslang Controleer de zuigslang en de aansluitingen op barsten en lekken.NL
Te geringe of geen vloeistofstroom of er kan geen bruikbaar spuitpatroon worden verkregen. Te weinig vloeistofaanvoer. Controleer of het uiteinde van de aanzuigslang zich onder het oppervlak in de productbeker bevindt. De zuigslang is dichtgeslibd. Volg de instructies voor het verhelpen van verstoppingen. Het spuitinzetstuk staat in de reinigingsstand. Draai het spuitinzetstuk in de spuitstand. Het spuitinzetstuk is dichtgeslibd. Reinig het spuitinzetstuk. Het lter van het spuitpistool is verstopt. Reinig het spuitpistool en het lter. De productvloeistof is te stroperig. Verdun de productvloeistof volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Het spuitinzetstuk is te groot voor de desbetreende taak. Kies een ander spuitkopinzetstuk. Zie de tabel voor de keuze van het spuitinzetstuk. Het spuitinzetstuk is versleten. Vervang het spuitinzetstuk. De afdichting van het spuitinzetstuk en de pakking zijn versleten of ontbreken. Vervang de metalen afdichting en de pakking. Het inlaatlter is dichtgeslibd. Reinig het inlaatlter. Het inlaat- of uitlaatventiel is geblokkeerd. Reinig de ventielen. Druk te laag ingesteld. Draai de drukinstelknop met de klok mee om een hogere druk in te stellen. De hogedrukslang is te lang. Gebruik een geschikte hogedrukslang. Het product behoudt de druk niet. Lekkage. Voer drukontlasting uit en draai alle aansluitingen vast. De afdichtring is versleten. Vervang de afdichtring. Het inlaat- of uitlaatventiel is versleten. Neem contact op met een erkend reparatiebedrijf. Het spuitinzetstuk is versleten of is te groot voor de huidige taak. Vervang het spuitinzetstuk.NL
De productvloeistof loopt uit of vormt ophogingen op de ondergrond. De vloeistoaag is te dik. Beweeg het spuitpistool sneller. Gebruik een spuitkop met een kleinere opening of een breder spuitbeeld Zorg ervoor dat het spuitpistool 30 cm van het oppervlak blijft. De productvloeistof dekt slecht. De vloeistoaag is te dun. Beweeg het spuitpistool minder snel. Gebruik een spuitkop met een grotere opening of een smaller spuitbeeld Zorg ervoor dat het spuitpistool 30 cm van het oppervlak blijft. Het spuitpatroon varieert sterk tijdens het werk. De drukregelaar is versleten, waardoor de druk sterk varieert. Neem contact op met een erkend reparatiebedrijf. Het is niet mogelijk om de trekker van het spuitpistool in te drukken. De trekkervergrendeling is aangezet. Draai de vergrendeling van de trekker om hem vrij te zetten. De stroom uit het spuitpistool stopt niet wanneer de trekker wordt losgelaten. Het spuitpistool is versleten. Vervang het spuitpistool. Er komt vloeistof uit bij de drukregelknop. De drukregelaar is versleten. Neem contact op met een erkend reparatiebedrijf. Er komt vloeistof uit bij de uitlaatslang. Te hoge druk in het product. Neem contact op met een erkend reparatiebedrijf. De motor raakt oververhit en draait onregelmatig. De motor schakelt automatisch uit in geval van oververhitting. Het product kan beschadigd raken als de oorzaak van de oververhitting niet wordt verholpen. De ventilatieopeningen van de behuizing zijn geblokkeerd of het product is afgedekt. Houd de ventilatieopeningen schoon en dek het product niet af. Het gebruikte verlengsnoer is te lang of te zwak. Gebruik een geschikt verlengsnoer. Te hoge toevoerspanning. Controleer of de netspanning overeenkomt met de nominale spanning op het typeplaatje. De motor is defect. Neem contact op met een erkend reparatiebedrijf.
SimpelGids