PBK 35 - Zaag Prowork - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PBK 35 Prowork in PDF-formaat.
| Producttype | Benzinekettingzaag |
| Merk | Prowork |
| Model | PBK 35 |
| Cilinderinhoud | 35 cm³ (2,3 cu-in) |
| Maximaal vermogen | 1,3 kW |
| Snijlengte | 35 cm (14 inch) |
| Kettingspoor | 10 mm |
| Kettingdikte | 1,3 mm |
| Stationair toerental | 2.600 – 3.300 tpm |
| Maximaal toerental | 8.000 tpm |
| Benzinetankinhoud | 296 cc (10 oz) |
| Olietankinhoud | 180 cc (6,1 oz) |
| Automatische kettingolie | Ja |
| Kettingrem | Ja |
| Antivibratiesysteem | Ja |
| Netto gewicht (zonder ketting en zwaard) | 5,1 kg |
| Netto gewicht (met ketting en zwaard) | 5,88 kg |
| Geluidsdrukniveau | 97,6 dB(A) |
| Geluidsvermogenniveau | 103 dB(A) |
| Trilling (handgreep) | 10,2 m/s² |
| Remtijd | 0,07 s |
| Brandstof | Benzine: mengsel 40:1 (tweetaktolie loodvrij) |
| Onderhoud en reiniging | Luchtfilter reinigen, bougie vervangen, brandstof aftappen voor opslag >30 dagen |
| Veiligheid | Kettingrem, vonkenvanger, handbeschermer, veiligheidsslot |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Ketting, zwaard, luchtfilter, bougie, vonkenvanger; reparaties door erkende servicedienst |
| Algemene informatie | Handleiding van 116 pagina's, beschikbaar in meerdere talen |
Veelgestelde vragen - PBK 35 Prowork
Gebruikersvragen over PBK 35 Prowork
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PBK 35 - Prowork en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PBK 35 van het merk Prowork.
GEBRUIKSAANWIJZING PBK 35 Prowork
Betekenis van de symbolen op de zaag
| Handelding voor gebruik van de zaag lezen | Stofmasker dragen als bescherming tegen stof | ||
| Veiligheidsbril dragen om de ogen te beschermen | Handischoenen dragen om uw handen te bescher mön! | ||
| Cortbeschemer tegen lawaaioverlast dragen | Veiligheidssohoenen ter bescherming van uw voeten dra- |
LET OP! Bij het werken met op brandstof draaiende gereedschappen dienen steeds de volgende grondregels in acht te worden genomen om het risico van lichamelijk letsel en/of schade aan het toestel te verminderen. Lees deze instructies voordat u de zaag in werking stelt en bewaar ze goed.
- Werk met de zaag NIET mel maar een hand! Anders bestaat het gevaar dat de bedieningspersoon, een helper of toeschouwer een blessure oploopt. Een kettingzaag is geconstrueerd om met twee handen te worden geleid.
- Werk NIET met de zaag als u moe bent.
- Draag veiligheidsschoenen, nauwsluitende kleding, werkhandschoenen, een veiligheidsbrii, corbeschermer en een hociddeksel.
- Wees voorzichtig bij het hanteren met motorbrandstof. Start de zaag op een atstand van minstens 3 m van de plaats waar u de brandstof heeft ingegoten.
- Terwijl u de kettingzaag start of ermee snijdt mogen GEEN andere personen zich in de buurt ophouden. Verbiedt toeschouwers en dieren de toegang tot het werkgebied.
- Snij PAS als het werkgebied opgekuist is, als u veilig staat en als u een weg hebt uitgekeken om zich voor de neerkomende boom terug te trekken.
- Als de motor draait dienen alle lichaamsdelen weg te wijzen van de kettingzaag.
- Vergewis u er zich van dat de kettingzaag geen voor werpen raakt voordat u de motor start.
- Draag de kettingzaag alleen als de motor gestopt is, de geleiderail en de ketting naar achteren wijzen en de uillaat wegwijst van uw lichaam.
- Stel GEEN kettingzaag in werking die beschadigd, fout ingesteld of onvolledig en los gemonteerd is. Vergewis u er zich van dat de kettingzaag gestopt is als de veiligheidslosser vrijgegeven wordt.
- Zel de motor stil voordat u de kettingzaag neerzel.
- Wees bij het snoelen van kleine struiken en scheuten uiterst voorzichtig, want de dunne takken kunnen in de zaag verward raken en in uw richting slaan of kunnen u uit uw evenwicht brengen.
- Let bij het zagen van een tak die onder spanning staat op een eventuele terugstoot als de spanning van het hout plots nalaat.
- Let er goed op dat de handvaten droog, schoon en vrij zijn van olle of brandstofmengsel.
- Werk met de kettingzaag alleen op goed verluchte plaatsen.
- Zaag met de kettingzaag GEEN boom, tenzij u een overeenkomstige opleiding hebt gekregen.
- Het gehele onderhoud van de kettingzaag, afgezien van de punten vermeld in deze handleiding en onderhoudsinstructies, mag alleen door de dienst na verkoop voor kettingzagen worden uitgevoerd.
-
Breng de koker voor de geleiderail aan voordat u de kettingzaag transporteert.
-
Werk met de kettingzaag NIET naasl of in de aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen of gassen hetzij binnen in een ruimte of buiten. Er bestaat explosie- envof brandgevaar.
- Giel er geen brandstof, olie of smeermiddel in terwijl de kettingzaag draail.
- GEBRUIK ALLEEN GEPAST ZAAGMATERIAAL
- Snijd alleen hout. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor ze ongeschikt is. Snijd met de kettingzaag b.v. geen plastiek, metselwerk en evenmin materialen die niet tot het bouwvak behoren.
AANWIJZING: Het onderstaande aanhangsel is voor namelijk bedoeld voor de eindverbruiker of onregmatige gebruiker. Deze modellen zijn geconceptieerd om af en toe door huiselgenaars, bewoners van een landhuis of vakantiebungalow en door kampeerders te worden gebruikt en dienen voor alle algemene werkzaamheden b.v. roolen, snoelen, brandhout snijden etc. Ze zijn niet voorzien voor vrij lange werkzaamheden. Als er vrij lang aan één stuk met het toestel wordt gewerkt kunnen er zich circulatdestoornissen voordoen als gevolg van vibratie in de handen van de bedienlingspersoon.
VOORZORGSMAATREGELEN BIJ TERUGSTOTEN
Een terugsloot zou zich kunnen voordoen als de top van de geleiderail een voorwerp raakt of als het hout de kettingzaag in de snede vastklemt. Als de top van de rall een dergelijk contact krijgt, zou de geleiderail blikseem-snel omhoog of terug naar de bedieningspersoon kunnen worden gestoten. Als de kettingzaag langs de bovenkant van de geleiderail wordt vastgeklemd, zou de geleiderail evenwel snel naar de bedieningspersoon toe worden teruggestolen.
In de belde gevallen zou u de controle over de zaag kunnen verlezen en zwaar letsel oplopen. Reken niet helemaal op de veiligheidsinrichtingen die in de zaag geïntegreerd zijn. Als gebruiker van een kettingzaak dient u rekening te houden met meerdere punten om uw zaagtaken zonder ongelukken en zonder letsel te kunnen uitvoeren.
- Als u oorzaak en gevolg van terugsloten principieel begrijpt kan daardoor het verrassingsmoment worden verminderd of uitgesloten. Plotse reacties dragen bij tot ongelukken.
- Hou de zaag bij draaiende motor met de beide handen goed vast, waarbij u met de rechterhand de achterste greep en met de linkerhand de voorste greep vasgrijpt. Duim en vingers meten de grepen van de kettingzaag vast ornsluiten. Een vaste greep
NL
helpt u terugstoten op te vangen en de controle over de zaag te behouden. Laat ze niet los.
- Zorg ervoor dat het gebied waarin u zaagt vrij is van hindemissen. De top van de geleiderail mag bij het snijden met de zaag geen boomstam, tak of iets dergelijks raken.
- Snijd met hoog motortoerental.
- Buig niet le ver naar voren of zaag niet boven schouderhoogte.
- Scherp en onderhoud de kettingzaag conform de instructies van de fabrikant.
- Gebruik alleen reserverails en -kettingen die door de fabrikant goedgekeurd zijn.
AANWIJZING: Een kettingzaag met een geringe terugstoot komt overeen met het terugstootvermogen.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Op de kettingremhendel / handbeschermer van de ket- tingzaag is er een veiligheidsplaatje aangebracht. Lees het opschrift op dit plaatje en de veiligheidsinstructies op deze bladzijden nauwkeurig voordat u de zaag in werk-ing stelt.
SYMBOLEN EN KLEUREN (fig. 1)

LET OP: ROOD waarschuwt voor een gevaarlijke werkwijze die men achterwage dient te laten.
GROEN AANBEVOLEN
Aanbevolen werkwijze om te zagen.

LET OP: Pas op voor terugstoten! De zaag niet met één hand vasthouden.
2 4 Contact met de top van de rail vermijden
Fig. 1
AANBEVOLEN De zaag naar behoren met twee handen vasthouden.
LET OP: Terugstoten kunnen leiden tot een gevaartlijk verlies van de controle over de kettingzaag en bijgevolg tot zware tichamelijke letseis bij de bedieningspersoon of een persoon die in de buurt staat. Wees altijd waakzaam. Terugstoten op grond van de draatiende ketting cf van een vastgekfernde zaag zijn de voornaarmste gevaren van een kettingzaag en het hoofdoorzaak van de meeste ongelukken.


Fig. 2A
HOU REKENING MET:
DRAAITERUGSTOOT (1lg. 2A) A = Richting van de terugstoot B = Reacliezone van de terugstoot
STOOT-
B = vaste voorwerpen
C = stolen
TERUGSTOOT kan zich voordoen als de NEUS of de TOP van de geleiderall een voorwerp raakt of als het hout de kettingzaag in de snede vastklemt. Als de top van de rail contact krijgt, zou de geleiderall bliksemsnel omhoog of terug naar de bedieningspersoon kunnen worden gestoten.
KLEMT de kettingzaag langs de ONDERKANT van de geleiderail, kan de zaag naar voren, weg van de bedieningspersoon, worden GETROKKEN. KLEMT de kettingzaag langs de BOVENKANT van de geleiderail, kan ze snel naar de bedieningspersoon terug worden
GESTOTEN.
In de beide gevallen kunt u de controle over de zaag verliezen en zwaar letsel oplopen.
SPECIFICATIE
Cilinderinhoud van de motor 35 cm ^3 (2.3 cu-in)
Maximaal aandrijfvermogen 1.3 kw
Snijlengte
14°
Afstand van de ketting 10mm
Dikte van de ketting 1,3mm
Ideale motortoeren 2800 tot 3300 t/min
Maximaal toerental 8000 t/min
Tankinhoud: 296 pc (10 oz)
Olletankinhoud1 80 cc (6.1 oz)
Antivibreerfunctie| a
Vertanding 9 landen
Kettingrem ja
Koppeling ja
Automatisch oliën van de ketting ja
Ketting met geringe terugstoot ja
Nettogewicht zonder ketting en geleiderall 5.1 kg
Nettogewicht 5,88 kg
Benzineverbruikca. 1,5 kg/h
Geluidsdrukniveau 97.6 dB(A)
Werkdrukniveau 103 dB(A)
Remtijd vanuit het werktoerental 0,07s
Vibratie 10,2 m/s

NL
ALGEMENE INFORMATIE

- Geleiderall
- Zaagketting
- Justeerschroef van de
zaagketting - Vonkrooster
- Kettingremhendel / voorste
handbeschermer - Voorste greep
- Startermandgreep
- Bougie
- Luchtfilterafdekking
- Stopschakelaar
- Velligheldsk
- Olietankkap
- Starterafdekking
- Brandstoftankkap
- Achterste greep / laarzenius
- Bedrijfsgrendel
- Smoorhendel
(afstelling van de carburator) - Railbevestigingsmoer
- Gashendel
- Kettingvangelement
- Uitlaatbeschermer
- Stootdoorn
- Afdekking van de geleiderall
VEILIGHEIDSFUNCTIES
De cijfers vermeld in de onderstaande beschrijving komen overeen met de cijfers op de voorafgaande pagina zodat u de veiligheidsfuncties gemakkelijker kunt terugvinden.
2 ZAAGKETTING MET GERINGE TERUGSTOOT helpt u terugstoten of hun kracht met speciaal ontwikkelde veiligheidsinrichtingen op te vangen.
4 VONKROOSTER weerhoudt kool of andere ontvlambare partikels groter dan 0,6 mm van de uitstoot van uitlaatgassen van de motor. De gebruiker is gehouden plaatselijke, in de respectievelijke provincie geldende en nationale wetten en / of voorschriften ter regeling van het gebruik van vonkrooslers na te leven. Bijkomende informatie vindt u in de veiligheidsinstructies.
5 KETTINGREMHENDEL / HANDBESCHERMER beschermt de linkernand van de bedieningspersoon mocht die bij draalende zaag weggiljden van de voorste greep.
5 KETTINGREM is een veiligheidsfunctie ter vermindering van letsel als gevolg van terugstoten; door deze rem wordt de roterende zaagketting binnen milliseconden stilgezet. Ze wordt geactiveerd door de KETTINGREMHENDEL.
10 STOPSCHAKELAAR stopt de motor onmiddellijk als hij uitgeschakeld wordt. De stopschakelar dient op EIN (AAN) te worden gezet om de motor (opnieuw) te slarten.
11 VEILIGHEIDSLOSSER voorkomt een toevallige verhoging van de motortoeren. De gashendel (19) kan alleen worden ingedrukt als de veiligheidslosser ingedrukt is.
20 KETTINGVANGELEMENT reduceert het letselgevaar mocht de zaagketting bij draalende motor scheuren of ontglijden. Het kettingvangelement dient om een om zich heen slagende ketting op te vangen.
21 UITLAATBESCHERMER voorkomt dat handen en brandbare materialen in contact komen met een hete uitlaat.
22 STOOTDOORN dient ter bescherming van uzelf en vergemakkelijkt het snijden. De stooldoorn versterkt de stabiliteit als u verticale sneden uitvoert. AANWIJZING: Maakt u zich vertrouwd met de zaag en haar onderdegen
NL
INSTRUCTIES VOOR DE ASSEMBLAGE
GEREEDSCHAP VOOR DE ASSEMBLAGE
U hebt het volgende gereedschap nodig om de ket- tingzaag te assembleren:
- Ringsleutel/platte open sleutel/schroevendraaier (in de gebruikersset begrepen).
- Hocgvasle werkhandschoenen (door de gebruiker le voorzien).
VOORWAARDEN VOOR DE ASSEMBLAGE

LET OP: Stari de motor van de zaag PAS als de zaag helemaal geassembleerd en klaar is.
Bij de nieuwe kettingzaag dient u de ketting bij te regelen, de brandstoftank met de julste brandstofmengeling le vullen en de clietank met olie le vullen voordat u de zaag in werking mag stellen.
Lees deze handleiding volledig alvorens met de zaag te werken. Neem in het olzonder alle veiligheidsmaatregelen in acht.
Deze handleiding is zowel een document waarin u alle informatie nodig voor het veilig werken met de zaag terugvindt als een handboek dat algemene inlichtingen bij de assemblage, de werking en het onderhoud van de zaag bevat.
AANBRENGEN VAN DE GELEIDERAIL / ZAAGKETTING / AFDEKKING VAN DE KOPPELING

LET OP: Draag bij het hanteren van de ketting altijd velligheidshandschoenen.
GEBRUIK ALLEEN DE ORIGINELE RAIL met olledoor- laatopeningen (A), zle hierboven (fig. 3A), om te verzek- eren dat aan de rail en aan de ketting daadwerkelijk olie wordt toegevoerd.
- Vergewis u er zich van dat de kettingremhendel naar de stand ONTKOPPELD is teruggetrokken (fig.3B).
- Verwijder de 2 railbevestigingsmoeren (B). Draai de 2 schroeven achteraan aan de afdekking (C) van de koppeling los. Noem de afdekking af (fig.3 C).
- Draal de justeerschroef (D) met een schroevendraaler TEGEN DE RICHTING VAN DE WIJZERS VAN DE KLOK IN tot de AREND (E) (uilstekend punt) zich aan het einde van zijn schuifalstand in richting koppelings cilinder en tandwiel bevindt (fig. 3 D).
- Plasts het gekeepte einde van de geleiderall over de 2 railbouten (F). Richt de rail zodat de JUSTEER AREND het gat (G) in de geleiderall in past (fig. 3 E).





AANBRENGEN VAN DE ZAAGKETTING:
- Spreidt de ketting in een lus uit zodat de snijkanten (A) MET DE WIJZERS VAN DE KLOK MEE rond de lus zijn uitgericht (fig. 4 A).
- Schulf de ketting rondom het tandwiel (B) achter de koppeling (C). De kettingschakels moeten tussen de landen in worden gevoogd (fig. 4 B).
- Voer de aandrijfschakels de gleuf (D) in en leid ze rond het uiteinde van de rall (fig. 4 B).
AANWIJZING: Het zou kunnen dat de zaagketting aan de onderkant van de rail lichtjes doorhangt. Dit is normaal.
- Breng de afdekking van de koppeling aan en bevestig ze met 2 schroeven. Daarbij mag de ketting niet van de rail afglijden. Haal de 2 moeren handvast aan en volg de instructies voor het afstellen van de spanning in hoofdstuk AFSTELLEN VAN DE KETTINGSPAN NING op.
AANWIJZING: De railbevestigingsmoeren worden nu slechts handvast aangehaald omdat de zaagketting nog moet worden ingesteld. Volg de instructies in hoofdstuk
De juiste spanning van de zaagkelting is uiterst belangrijk en dient vóór het starten en gedurende alle zaagwerkzaamheden te worden gecontroleerd.
Als u even de tijd neemt de zaagketting naar behoren af te stellen zal u in slaat zijn belere sneden uit te voeren en zal de levensduur van de ketting langer worden.

LET OP: Draag steeds hoogvaste hand- schoenen lenwijl u de zaagketting hanleert of justeert.
AFSTELLEN VAN DE ZAAGKETTING:
-
Hou de top van de geleiderail omhoog en draai de Justeerschroef (D) MET DE WIJZERS VAN DE KLOK MEE om de spanning van de ketting te verhogen. Draai u de schroef TEGEN DE RICHTING VAN DE WIJZERS VAN DE KLOK IN, gaat de spanning van de ketting verminderen. Vergewis u er zich van dat de ketting helemaal rondom de geleiderail is aangelegd (fig. 5).
-
Na het justeren - de lop van de rail wijs! steeds

NL
omhoog - haalt u de bevestigingsmoeren van de rail goed aan. De ketting is correct gespannen als ze nauw aansluit bij de rail en als ze met de hand (hand schoenen aandoen!) helemaal rond kan worden getrokken.
AANWIJZING: Als u de ketting alleen rond de geleiderall kan draaien als u er hard aan trekt of als ze blokkeert, is ze le hard gespannen. Voer dan de volgende kleine afstelling uit:
A. Draal de 2 bevestigingsmoeren van de rail los tot ze vingervast zijn. Verminder van kettingspanning door de justeerschroef langzaam TEGEN DE RICHTING VAN DE WIJZERS VAN DE KLOK IN te draalen. Trek de ketting op de geleiderall voor en terug. Ga ermee door tot de ketting zonder wijving kan worden bewogen maar toch nauw aansluit bij de rail. Verhoog de spanning door de justeerschroef MET DE WIJZERS VAN DE KLOK MEE te draalen.
B. Als de zaagketting correct is gespannen, hou dan de top van de geleiderall recht omhoog en haal de beide bevestigingsmoeren van de rall goed aan.

VOORZICHTIG! Een nieuwe zaagketting wordt langer en moet bijgevolg na ca. 5 sne- den worden bijgeregend. Dil is bij nieuwe ketlingen normaal en toekornstige afstellin- gen zullen minder vaak moeten worden uit- gevoerd.


VOORZICHTIG! Als de zaagketting TE LOS of TE HARD GESPANNEN is, gaan de tanden, de geleiderall, de ketting en het lager van de krukas sneiler afslijten. Fig. 6 informeert over de correcte koude spanning (A) en warme spanning (B) en dient als aanwijzing voor verdere afstellingen van de zaagketting (C).

MECHANISCHE TEST VAN DE KETTINGREM
De kettingzaag is voorzien van een kettingrem die letsels op grond van het gevaar voor terugstoten vermindert. De rem wordt gactiveerd door druk uit te oefenen op de
remhendel als bij een terugstoot b.v. de hand van de bedieningspersoon tegen de hendel slaat. Bij activering van de rem slopt de ketting abrupl.

LET OP: De kettingrem is wel bedoeld om het letseirisico als gevolg van terugstoot te verminderen, maar ze kan geen behoorlijke bescherming bieden als met de zaag zorgelcos wordt gewerkt. Controleer de kettingrem altijd voor elk gebruik van de zaag en ook regelmatig tenwijl u er mee werkt.
CONTROLEREN VAN DE KETTINGREM:
- De kettingrem is ONTKOPPELD (ketting kan bewegen) als de REMHENDEL NAAR ACHTEREN IS GETROKKEN EN GEARRETEERD (is fig. 7 A).
- De kettingrem is INGEKOPPELD (ketting is gearreteerd) als de remhendel naar voren is getrokken. De ketting mag dan niet meer kunnen bewegen (fig. 7 B). AANWIJZING: De remhendel moet in de beide standen vastklikken. Gebruik de zaag niet als u een harde weerstand voelt of als de hendel niet kan worden verschoven. Breng de zaag dan onmiddellijk aan de professionele dienst na verkoop om ze le laten herstellen.


MOTORBRANDSTOF EN OLIE
MOTORBRANDSTOF
Gebruik voor optimale resultaten normale loodvrije brandstof gemengd met speciale 2-takt-motorolle in een mengverhouding van 40 tot 1.

LET OP: Gebruik voor deze zaag nooit onverdunde brandstof. De motor zou daar- door schade oplopen en u zou het recht op garantie voor dit product verliezen. Gebruik geen brandstofmengeling die langer dan 90 dagen is opgeslagen.

LET OP: Als u een 2-takt-olie in afwijking van de speciale olie gebruikt, dient u super-olie voor luchtgekoelde 2-takt-motoren met een mengverhouding van 40 tot 1 te gebruiken. Neem geen 2-takt-olieproduct met een mengverhouding van 100 tot 1. Door onvoldoend olien wordt de motor beschadigd en u verliest in dit geval het recht op garanlic voor de motor.
NL
BRANDSTOFMENGELING
Meng de brandstof met 2-takt-olle in een goedgekeurd reservoir. De correcte mengverhouding van brandslof tot olie vindt u terug in de menglabel.
Schud het reservoir goed om alles zorgvuldig te vermengen.

LET OP: Bij onvoldoend ollën vervalt uw recht op garantie voor de motor.


Benzine- en ollemengeling 40 tot 1
Alleen olle
BRANDSTOF EN OLIËN
AANBEVOLEN BRANDSTOFFEN
Sommige gebruikelijke soorten benzine zijn vermengd met additeven zoals alcohol- of etherverbindingen om aan normen voor zuivere uitlaatgassen te beantwoorden. De motor draatt tevredenstellend op alle soorten benzine die als aandrijfmiddel bedoeld zijn, ook op met zuurstof vernijkte soorten benzine.
OLIËN VAN DE KETTING EN HET LAGER
Telkens als u de brandstoftank vuit dient u de kettingolletank bij te vullen. Wij bevelen olie voor kettingen, rails en verlandingen aan die addilieven bevat om wrijving en slijtage te reduceren en inkepingen op geleiderall en ketting te voorkomen.
GEBRUIKSVOORSCHRIFT
CONTROLES VOOR HET STARTEN VAN DE MOTOR

LET OP: Start of bedlen de zaag noolt als de gelederail en de ketting niet naar behoren erop geplaatst zijn.
- Vul de brandstoftank met de correcte brandstofmen geling (A) (fig. 8 A).
- Vul de oiletank met de correcte ketting- en rallolle (B) (fig. 8 A).
- Vergewis u er zich van dat de kettingrem (C) ontkop peld is voordat u de motor start (fig. 8 A).
STARTEN VAN DE MOTOR
Er zijn 3 starterstanden: BETRIEB (bedrijf) (A), HALB (half) (B) en CHOKE (C) (fig. 9 A).
1. Schuif de rode STOP-schakelaar (D) omhoog om te starten (fig. 9 B).
2. Breng de gele smoorherdel (E) naar de stand
(CHOKE) (fig. 9 C).
- Druk 1len keer op de knop (F) van de benzinepomp (fig. 9 D).
- Bedrijfsgrendel naar voren schuiven: druk op de gren del en blijf hem indrukken (A), druk op de gashendel (B), laat de gashendel en dan de grendel los (fig. 10 A).
- Leg de zaag op een vasle effen onderlaag. Pak de zaag vast zoals in de illustratie getoond. Trek snel de starter vier keer. Let op de roterende ketting! (Fig. 10 B)
- Breng de gele smcorhendel (D) naar de stand (HALB (half)) (fig. 9 C).
- Hou de zaag vast en trek de starter snel vier keer. De motor zou nu moeten starten (fig. 10 D).
- Laat de motor 10 seconden warmdraalen. Druk op de losser (E) en breng hem naar de stand LEERLAUF (stationair draalen) en ga over naar stap 9 (fig. 10 E).
- Breng de gele smoorhendel (F) naar de stand (BETRIEB (bedrijf)) (fig. 10 F). Indien de motor niet start, herhaalt u de boven beschreven stappen.




HERSTARTEN VAN DE WARME MOTOR
- Vergewis u er zich van dat de schakelaar naar de stand EIN (AAN) is gebracht.
- Schulf de smcorhendel naar de stand (HALB (half)).
- Druk ten keer op de knop van de benzinepomp.
- Zet de bedrijfsgrendel.
- Trek tien keer de starterkoord. De motor moet
NL
aanslaan.
- Schulf de smoorhendel naar de stand (BETRIES (bedrijf)).
- Laat de bedrijfsgrendel los.
STOPPEN VAN DE MOTOR
- Laat de gashendel los en wacht tot de motor stopt.
- Schuif de STOP-schakelaar omlaag om de motor te stoppen.
AANWIJZING: Om de motor in geval van nood te stoppen, activeert u de kettingrem en schuift u de STOP-schakelaar omlaag.
BEDRIJFSTEST VAN DE KETTINGREM
Controleer regelmatig of de kettingrem naar behoren werkt.
Test de kettingrem voor elke snede, na herhaaldelijk snijden en in elk geval aan het einde van onder-
houdswerkzaamheden die aan de kettingrem worden verricht.
TEST DE KETTINGREM ALS VOLGT (FIG. 11):
- Leg de zaag op een schone, vaste en effen onderlaag.
- Start de motor.
- Grijp de achterste greep (A) met de rechterhand vast.
- Met de linkerhand pakt u de voorste greep (B) [niet de ketlingremhendel (C)] vast.
- Breng de gashendel naar de stand 1/3 toerental en activeer dan meteen de kettingremhendel (C).

LET OP: Activeer de kettingrem langzaam en met overleg. De zaag mag niets aanraken en mag evenmin vooraan omlaag hangen.
- De ketting moet abrupt stoppen. Laat vervolgens de veilgheidslosser meteen los.

LET OP: Als de ketling niet stopl, zet u de motor af en brengt u de zaag naar de geautoriseerde plaatselijke dienst na verkoop van Einhell om ze le laten herstellen.
- Als de kettingrem naar behoren werkt, stopt u de motor en brengt u de kettingrem opnieuw naar de stand "ONTKOPPELD".

OLIËN VAN DE ZAAGKETTING / GELEIDERAIL
Het voldoend oliën van de zaagketting dient altijd gewaarborgd te zijn om de wrijving op de geleiderall te reduceren.
De geleiderail en de ketting mogen nooit zonder olie zijn.
Als u de zaag met te weinig olie gebruikt, gaat het sni-jvermogen achteruit, wordt de levensduur van de zaagketting korler, wordt de ketting snel bot en slijt de geleiderall flink af op grond van oververhitting. Te weinig olie ziet u aan de ontwikkeling van rook, aan het verkleuren van de geleiderall of aan de vorming van teer. AANWIJZING: De zaagketting gaat tijdens het gebruik langer worden, vooral als ze nieuw is; daarom dient u ze van tijd tot tijd te justeren en na te spannen. Een nieuwe ketting moet na ca. 5 bedrijfsminten worden gejusteerd.
De kettingzaag is uitgenst met een automatische smeerinrichting met tandwielaandrijving. Deze inrichting voorziet de geleiderail en de ketting automatisch van de juiste hoeveelheid olie. Naarmate het motortoerental wordt verhoogd, gaat ook de olie sneller naar de plaat van de geleiderail stromen. Er is geen afstemogelijkheid voor het deblet. De olievoorraad raakt ongeveer op het- zelfde moment op als de brandstofvoorraad.
ALGEMENE INSTRUCTIES VOOR HET SNIJDEN
VELLEN
Vellen betekent het afzagen van een boom. Kleine bomen met een diameter van 15 tot 18 cm zaagt men normaal met een snede af. Bij grotere bomen moeten kerfsneden worden aangezel. Kerfsneden bepalen de richting waarin de boom gaat vallen.
VELLEN VAN EEN BOOM:

LET OP: Voordat u begint te snijden dient u een pad (A) te plannen en vrij te legen om zich terugtrekpad moet naar achteren en diagonaal Lc.v. de achterzijde van de te verwachten valrichting verlopen, zoals voorgesteld in fig. 12.

LET OP: Bij het vellen van een boom op een helling moet de bedieningspersoon van de ketlingzaag op de opstilgende kant van de helling gaan staan omdat de boom na het vellen hoogstwaarschijnlijk de helling erat gaat rollen of glijden.
AANWIJZING: De valrichting (B) wordt door de kerf-snede bepaald. Voordat u begint te snijden dient u rekening te houden met de plaats van grotere takken en met de natuurlijke schuinte van de boom om het neerkomen van de boom te schatten.

NL

LET OP: Vel geen boom als er een harde wind of wind uit wisselende richtingen waart of als het gevaar voor schade aan eigandom bestaal. Raadpleeg een specialist voor het vellen van bomen. Vel geen boom als die op leidingen terecht zou kunnen komen en verwittig de overheid die voor deze leiding bevoegd is voordat u de boom velt.
ALGEMENE RICHTLIJNEN VOOR HET VELLEN VAN BOMEN
Normaal worden bij het vellen 2 hooldsneden toegepast: inkepen (C) en velsnede (D).
Begin met de bovenste kerfsnede (C) aan de overkant van de valzijde van de boom (E). Let er op bij de onder- ste snede niet de diep de boomstam in te snijden. De inkeping (C) mag niet te diep zijn zodat een ver- ankeringspunt (F) van voldoende breedte en dikte gewaarborgd is. De inkeping moet breed genoeg zijn om het neerkomen van de boom zo lang mogelijk te control- eren.

LET OP: Ga nooit voor een boom gaan staan die ingekept is. Breng de velsnede (D) aan de andere kant van de boom aan, ca. 3,5 cm boven de onderkant van de inkeping (C) (fig. 13).

text_image
Fig. 13 1.5"-2.0" 3-5 cm 3/4 1/4 C D F EZaag de boomstam nooit helemaal door. Er moet altijd een verankeringspunt blijven staan. Het verankeringspunt houdt de boom op zijn plaats. Als de boom helemaal wordt doorgezaagd kunt u de valrichting niet meer controleren.
Steek een wig of een velhetboom de snede in nog voordat de boom onstabel wordt en beginnt te bewegen. Op die manier kan de geleiderail niet in de velsnede worden vastgeklemd als u de valrichting verkeerd heeft geschat. Verbleedt toeschouwers de toegang tot het gebied waar de boom gaat neerkomen voordat u hem omverduwt.

LET OP: Voordat u de definitieve snede uitvoert, dient u er zich van te vergewissen dat geen toeschouwers, dieren of hindernissen op de plaats aanwezig zijn waar de boom neerkomt.
VELSNEDE:
- Voorkom het vastklemmen van de geleiderail of de ketting (B) in de snede d.m.v. houten of plastiek
wiggen (A). Wiggen controleren eveneens het vellen (fig. 14 A).
- Is de diameter van het le snijden hout groler dan de lengte van de geleiderall, maakt u twee sneden zoals getoond in de figuur (fig. 14 B).



LET OP: Als de velsnede het verankeringspunt nadert, begint de boom le vallen. Zodra de boom begint neer te komen trekt u de zaag de snede uit, stopt u de motor, legt u de kettingzaag neer en verlaat u de plaats via het terugtrekpad (fig. 12).
VERWIJDEREN VAN TAKKEN
Takken worden van de gevelde boom verwijderd. Verwijder de sleuntakken (A) pas als de stam op langte is gesneden (fig. 15). Takken waarop spanning staat dienen van beneden naar boven te worden gesneden zodat de kettingzaag niet kan worden vastgekemd.

LET OP: Snij noolt takken van de boom terwijl u op de boomslam staat.




OP LENGTE SNIJDEN
Snijl een geveide boomstam op de juiste lengte. Let erop dat u veilig staat en ga aan de bovenkant van de stam gaan staan als u op een helling zaagt. De stam moet indien mogelijk ondersteund zijn zodal het af te snijden einde niet op de grond liegt. Als de beide einden van de stam ondersteund zijn en u in het midden moet snijden, maak dan een halve smede van boven door de stam en vervolgens de smede van beneden naar boven. Daardoor voorkomt u het vastklemmen van de geleiderall en de ketting in de stam. Let er goed op dat de ketting bij het op maat snijden niet de grond in snijdt want daardoor wordt de ketting snel bot. Ga bij het op maat snijden altijd aan de bovenkant van de helling gaan staan.
- Stam over de totale lengte ondersteund: snij van

NL
boven en let er goed op niet de grond in te snijden (fig. 16 A).
- Stam aan slechts een uiteinde ondersleund: snij eerst 1/3 van de stamdiameter van beneden naar boven om het afbreken te voorkomen. Snij dan van boven naar de eerste snede toe om het vastklemmen te vermij den (fig. 16 B).
- Starn aan de beide uileinden ondersteund: snij eerst 1/3 van de stamdiameter van boven naar beneden om het afbreken te voorkomen. Snij dan van beneden naar de eerste snede toe om het vastklemmen te ver mijden (fig. 16 C).
AANWIJZING: Om een boomstam op lengte te snijden gebruikt u best een zaagbok. Is dit niet mogelijk is het aan te raden de stam op te tillen of te ondersteunen m.b.v. stronken van takken of via steunblokken. Zorg ervoor dat de te snijden stam vellig is ondersteund.
Voor uw veiligheid en om het zaagwerk te vergemakkelijken is de juiste positie vereist om de stam recht naar beneden op lengte te snijden (fig. 17).
VERTICAAL SNIJDEN:
A. Hou de zaag met de beide handen vast en leidt ze tijdens het snijden rechts aan uw lichaam voorbij.
B. Hou de linkeram zo recht mogelijk.
C. Verdael uw gewicht op beide voelen (fig. 17).

text_image
Fig. 17 A B CONDERHOUDSINSTRUCTIES
Alle onderhoudswerkzaamheden aan de kettingzaag, behalve de onderhoudspunten vermeld in deze handleiding, dienen door een deskundige te worden uitgevoerd.
PREVENTIEF ONDERHOUD
Goed, preventief onderhoud aan de hand van een regelmatig controleschema verlengt de levensduur en verbelert het vermogen van de kettingzaag. De volgende onderhoudschecklist dient als richtlijn voor een dergelijk schema.
Onder bepaalde omstandigheden kan het noodzakelijk zijn de componenten vaker dan opgegeven te reinigen, af te stellen en te vervangen.
| Onderhoudschecklistat per snijl-Bediffrauren | heurt | |||
| Component Actie | √ | 10 20 | ||
| Scheervermantroenbouwen | contrederen verlangen | √ | ||
| Luchtitter relangen of verwangen | √ | |||
| Brancaster - Schichter | verlangen | √ | ||
| Bouple relangen/rendering | verlangen | √ | ||
| Vorknader contredener | √ | |||
| Rundafeldungen contredener | √ | |||
| indien noog verwangen | ||||
| Componenten van de sochterlingem contredener | √ | |||
| indien noog verwangen | ||||
LUCHTFILTER

LET OP: Gebruik de zaag nooit zonder luchfilter. Anders worden stof en vuil de motor in gezogen die daardoor schade oploopt. Hou de luchfilter schoon!
GA ALS VOLGT TE WERK OM DE LUCHTFILTER TE REINIGEN:
- Verwijder de bovenste afdekking (A) door de bevestigingsschroeven van de afdekking te verwijderen. De afdekking kan dan worden afgenomen.
- Til de luchtfilter (B) de luchtkast uit (C) (fig. 18).
- Maak de luchtfilter schoon, Was de filter in schoon warm zeepsop. Laat hem dan aan de lucht helemaal drogen.
AANWIJZING: Het is aan te raden een filter altijd in reserve te houden.
- Zet de luchtfilter terug in. Breng de afdekking van de motor/luchtfilter weer aan. Let crop dat de afdekking exact terug op zijn plaats komt. Haal de bevestig- ingsschroeven van de afdekking aan.

LET OP: Onderhoud de zaag nooit als de motor nog warm is, anders zou u uw handen of vingers verbranden.

BRANDSTOFFILTER

VOORZICHTIG! Gebruik de zaag nooit zonder de brandstoffilter. Telkens na 20 bedrijfsuren dient de brandstoffilter te worden vervangen. Maak de brandstottank helemaal leeg voordat u de filter verwisselt.
NL
- Neem de dop van de brandstoftank af.
- Buig een zachte metalen draad passend.
- Steek de draad de opening van de brandstoftank in en haak de brandstofslang eraan vast. Trek de brandstofslang behoedzaam de opening uit tot u hem met de vingers kan vastgrijpen.
AANWIJZING: Trek de slang niet helemaal de tank uit. - Til de filter (A) de tank uit (fig. 19).
- Trek de filter met een draaiende beweging eraf. Verwijder de filter.
- Zat er een nieuwe filter in. Steek een einde van de filter de tankopening in. Vergewis u er zich van dat de filter in de onderste hoek van de tank zit. Schulf de filter, indien nodig, met een lange schroevendraaler op zijn juiste plaats.
- Vul de tank met verse brandstof/olie. Zie hoofdstuk MOTORBRANDSTOF EN OLIE. Breng de dop op de tank terug aan.

VONKROOSTER (fig. 20A)
AANWIJZING: Bij een vervuild vonkrooster zal het vermogen van de motor flink achteruitgaan.
- Verwijder de twee bevestigingsmoeren van de rail (A) en draai de twee schroeven (B) los die de afdekking van de kettingrem bevestigen (fig. 20 A).
- Verwijder de afdekking van de kettingrem. Verwijder de 3 schroeven waarmee de uitlaat op de cilinder is vastgemaakt. U kunt de uitlaat afnemen als de bevestigingsschroeven verwijderd zijn (fig. 20 B).
- Scheidt de uitlaathelften (C) van elkaar. Verwijder de koel- (D) en alstandsbuizen (E).
- Verwijder het oude vonkrooster en zet er een nieuw rooster in (F) (flg. 20 B).
- Assembleer de componenten van de uitlaat en breng de uitlaat terug aan op de cilinder. Haal de schroeven goed aan.


BOUGIE
AANWIJZING: Om het volle vermogen van de motor te verzekeren, dient de bougie schoon te zijn en de juiste afstand te hebben.
1. Schuif de STOP-schakelaar naar beneden.
2. Trek de kabel (A) al draaiend af van de bougie (B)
(fig. 21).
- Verwijder de bougle met behulp van een bouglesleulal. GEBRUIK GEEN ANDER GEBEEDSCHAP.
- Zel er een nieuwe bougie in, afstand: 0,635 mm.

CARBURATORAFSTELLING
De carburator is reeds in de fabriek atgesteld voor een optimaal vermogen. Mochten bijregelingen noodzakelijk zijn, breng dan de zaag naar een vakbedrijf in uw buurt.
OPBERGEN VAN DE KETTINGZAAG
Als u een ketlingzaag langer dan 30 dagen opbergt, dient de zaag hiervoor klaargernaakt te worden. Anders zou de rest van de brandstof die zich in de carburator bevindt verdampen en een rubberachtig bezinksel achterlaten. Dit zou de start kunnen bemoeilijken en dure herstelwerkzaamheden lot gevolg hebben.
1. Neom de dop van de brandsloftank langzaam eraf om eventuele druk in de tank af te laten. Maak de tank voorzichtig leeg.
2. Start de motor en laat hem draaien tot de zaag stopt
teneinde de brandslof uit de carburator le verwijderen.
3. Laat de motor afkoelen (ca. 5 minuten).
1. Verwijder de bougie met behulp van een bougiesleutel.
4. Giet een kofflelepel schone tweetaktolle de verbrandingskamer in. Trek meemaals langzaam aan de starterkoord om de binnenste componenten van een laag te voorzien. Zet de bougie er weer in (fig. 22).
AANWIJZING: Berg de zaag op een droge plaats en zo ver mogelijk van eventuele ontstekingsbronnen, b.v. kachel, warmwaterboiler die op gas draait, gasdroger etc. op.

-
Verwijder de bougie.
-
Haal de starterkoord snel door om overtollige olie uit de verbrandingskamer te verwijderen.
-
Maak de bougie schoon en let op de julste ontstekingsafstand of monteer een nieuwe bougie met de correcte afstand.
-
Maak de zaag klaar om ermee le werken.
-
Vul de tank met de juiste brandstof-oliemengeling. Zie hoofdsluk MOTORBRANDSTOF EN OLIE.
De verlanding dient na 10 bedrijfsuren of eenmaal per week, naarmale welk geval er zich eerst voordoel, met olle te worden gesmeerd. Voor het ollën dient u de ver- tanding van de geleiderail grondig schoon te maken.

VOORZICHTIGI De vertanding van de nieuwe ketting is in de fabriek reeds vooraf met olie gesmeerd. Als u de vertanding niet als volgt met olie smeert, zal de scherpte van de tanden en bijgevolg het zaagvermo-gen achteruitgaan waardoor u het recht op garantie verliest.
GEREEDSCHAP VOOR HET OLIËN:
De oliespuit (optie) is aan te bevelen om olie op de ver- tanding van de geleiderall aan te brengen. De oliespuit heeft een naalopunt dat noodzakelijk is om olie op de getande punten aan te brengen.
GA ALS VOLGT TE WERK OM DE VERTANDING TE OLIËN:
- Schuif de STOP-schakelaar naar beneden.
AANWIJZING: Om de vertanding van de geleiderail te oliën hoeft de zaagketling niet te worden verwijderd. He oliën kan tijdens het werk gebeuren.

LET OP: Draag hoogvaste werkhandschoen- nen als u de geleiderail en de ketling hanteert.
-
Maak de vertanding van de geleiderall schoon.
-
Steek het naaldpunt van de oliespuit (oplie) het olie vulgat in en spuit er olie in tot die aan de buitenkant van de vertanding te voorschijn komt (fig. 23).
-
Draal de zaagketting met de hand. Herhaal het oliën lot de gehele verlanding met olie is gesmeerd.

De meeste problemen met de geleiderall kunt u voorkomen door de kettingzaag goed te onderhouden. Een orvoldoend geoliede geleiderail en het gebruik van
de zaag met een te HARD GESPANNEN ketting dragen aan een snelle slijtage van de geleiderall blij. Om de slijtage van de rail le verminderen bevelen wij de volgende stappen voor het onderhoud van de geleiderall aan.

LET OP: Draag bij onderhoudswerkzaamhe- den altijd veiligheidshandschoenen. Onderhoud de zaag niet als de motor nog warm is.
KETTING SCHERPEN - De steek van de ketting (fig. 24) bedraagt 3/8 duim LoPro x 0,050 duim.

Scherp de ketting met veiligheidshandschoenen en een ronde vijl, ø4,8 mm. Scherp de punten alleen met naar buiten gerichte bewegingen (fig. 25) en neem de waarden volgens fig. 24 in acht. Na het scherpen moeten alle snijschakels even breed en lang zijn.

LET OP: Een scherpe ketting produceert welgevormde spanen. Als de ketting zaagmeel produceert, is ze aan een scherpbeurt toe.
3 tot 4 keer na het scherpen van de snijvlakken dient u telkens de hoogte van de diepten te controleren en die, indien nodig, met een vlakviji en de optioneel bijgeleverde sjabloon dieper te leggen en dan de voorste hoek af te ronden (fig. 28).

LET OP: Een correct afgestelde snijdiepte is even belangrijk als een correcte gescherpte ketting.


GELEIDERAIL - De geleiderail dient om de 8 werkuren te worden omgedraaid om een gelijkmatige slijtage te verzekeren.
Maak de gleuf van de geelderall en het ollevulgat altijd schoon m.b.v. het optioneel bijgeleverde reinigingsgereedschap voor railgleuven (fig. 27).
Controleer de randen van de railgleuf regelmatig op slij-
NL
tage, verwijder baarden en, indien nodig, vljl de randen van de railgleuf recht m.b.v. een vlakvijl (fig. 28).

LET OP: Maak een nieuwe ketting nooit op een afgesleten vertanding of op een atsteering vast.


SLIJTAGE VAN DE GELEIDERAIL – Draal de geleiderall met regelmatige tussenpozen om (b.v. telkens na 5 werkuren) zodat de rall boven en beneden gellikmatig afslijt.
OLIEDOORLAATOPENINGEN – Oliedoorlaatopeningen op de geleiderail moeten worden schoongemaakt teneinde het behocrlijk oliën van de rail en de ketting tijdens het bedrijf te verzekeren.
AANWIJZING: De loestand van de oliedoorlaatopeningen kan gemakkelijk worden gecontroleerd. Als de doorlaatopeningen schoon zijn, gaat er enkele seconden naar het starten van de zaag automatisch olie wegspalten van de ketting. De zaag heeft een automatische smeerinrichting.
ONDERHOUD VAN DE KETTING
KETTINGSPANNING:
Controleer dikwijls de spanning van de ketting en regel die zo vaak mogelijk bij zodat de ketting nauw bij de geleiderall aansluit, maar nog los genoeg is om met de hand te kunnen worden getrokken.
INLOPEN VAN EEN NIEUWE ZAAGKETTING:
Een nieuwe ketting en geleiderall dienen na minder dan 5 sneden te worden bijgeregeld. Dit is normaal tijdens de inloopperiode en de afstanden tussen verdere bijregelingen zullen alsmaar groler worden.

LET OP: Verwijder nooit meer dan 3 schakels uit een kettinglus. Anders zou de verlanding schade kunnen oplopen.
OLIËN VAN DE KETTING:
Vergewis u er zich van dat de automatische smeerinrichting naar behoren werkt. Zorg voor een steeds gevulde oletank met olie voor ketting, geleiderall en vertandoing. Terwijl u met de zaag werkt, dienen de geleiderall en de ketting altijd voldoende te worden geolled om wijving met de geleiderall to verminderen. De geleiderall en de ketting mogen nooit zonder olie zijn. Als u de zaag droog of met te weinig olie gebruikt, gaat het sijnvermogen achteruit, wordt de levensduur van de zaagketling korter, wordt de ketting snel bot en slijd te
geleiderall flink af als gevolg van oververhitting. Te weinig olie ziet u aan de ontwikkeling van rook of aan het verkleuren van de geleiderail.
SCHERPEN VAN DE KETTING:
Voor het scherpen van de ketting is speciaal gereedschap vereist waarmee gewaarborgd is dat de messen met de juiste hoek en de juiste diaple worden gescherpt. Aan de onervaren gebruiken van kettingzagen is aan te bevelen de zaagketting door een deskundige van de lokale dienst na verkoop te laten scherpen. Als u het scherpen van uw eigen zaagketting aandurt, koop dan het speciale gereedschap aan bij de professionele dienst na verkoop.
NL
| FOUTEN VAN DE MOTOR VERHELPEN | ||
| Probleem | MOGELIJKE OORZAAK | VERHELPEN |
| De motor start niet of hij start maar blijft niet draaien. | Foutief verloop van de start.Fout ingestelde carburatormengeling.Bougie vol roet.Brandstoffilter verstopt geraakt. | Volg de instructies in deze handleiding op.Laat de carburator instellen door de geautoriseerde diensl na verkoop.Bougie schoonmaken / afstellen of vervangen.Vervang de brandstoffilter. |
| De motor start maar draalt niet met vol vermogen. | Verkeerde stand van de hendel aan de choke.Vervuild vonkrooster.Vervulde luchtiliterFout ingestelde carburatormengeling. | Breng de hendel naar de stand (BETRIEB (bedrijft)).Vervang het vonkrooster.Filter verwijderen, schoonmaken en terug op zijn plaats zetten.Laat de carburator instellen door de geautoriseerde diensl na verkoop. |
| Motor draalt onregelmatigGeen vermogen bij belasting | Fout ingestelde carburatormengeling. | Laat de carburator instellen door de geautoriseerde diensl na verkoop. |
| Motor draalt onrustiger. | Fout ingestelde bougie. | Bougie schoonmaken / afstellen of vervangen. Bovenmatig veel rook. |
| Bovenmatig veel rook. | Fout ingestelde carburatormengeling.Verkeerde brandstofmengeling. | Laat de carburator instellen door de geautoriseerde diensl na verkoop.Gebruik de juiste brandstofmengeling (verhouding 40 tot 1) |
GENERELLE SIKKERHEDSREGLER
DK
De ondertekenaar verklaart in naam van de firma dat het product overeenstemt met de volgende richtlijnen en normen. El abajo fimante declara, en el nombre de la empresa, la conformidad del producto con las directrices y normas siguientes.
80 Technische wijzigingen voorbehouden
Op het in de handleiding gendeemde toestel geven van 2 jaar generiste voor het geze dat aas product gebruiken mocht verlozen. De gerantie van 2 jaar goed in met de geraamvergang of de overname van het toestel door de kant. De garantie kan onkel worden geolaimd op voorwaarde dat het toestel naar boheren is onderhouden en gebruikt conform de handleiding.
Vanzeitsprekend biljven u de wettelijke garantierechten binnen deze 2 jaar behouden.
De garantie geldt voor het grondgabied van de Bondenrepublik Dutchland of van de roepodievoijke landon van de regional hoordvorder als aanwuling van de ter plasste geidende welleslijke voorschriften. Delieve zich tot uw contactperson van de reginaal bezonege klerdendienst of tot het hiemonder vermeits servosadna te worden.
① CERTIFICATO DI GARANZIA
Nadruk of andere reproductie van documentatie en gelicloepapioren van de produzien, geheel af gedeeltenijk, enkel toegeslaan mils uitrukkelijke toestenning van ISC GmbH.