MAKITA DCU604 - Niet gecategoriseerd

DCU604 - Niet gecategoriseerd MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DCU604 MAKITA in PDF-formaat.

📄 180 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DCU604 - page 83

Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCU604 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCU604 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DCU604 MAKITA

Accuaangedreven kruiwagen GEBRUIKSAANWIJZING 83

Wanneer het draagrek is aangebracht

Rijsnelheid Vooruit 5,0/3,5/1,5 km/h Achteruit 1,0 km/h 1,0 km/uur Maximumlaadvermogen Op een horizontale ondergrond 300 kg Op een helling (3 ° - 12 °) 180 kg Maximuminhoud van een platte laadbak 250 liter Maximumhellingsgraad 12° Minimumdraaicirkel* 1.150 mm Rem Handrem en hulprem Band Voorwiel Luchtband Achterwiel Luchtband Nominale spanning 36 V gelijkspanning Nettogewicht Wanneer de laadbak is aangebracht

Wanneer het draagrek is aangebracht

Beschermingsklasse IPX4 *: Buitendiameter bij draaien om het voorwiel.

  • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
  • Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste com- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC
  • Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. WAARSCHUWING: Gebruik nooit de draagbare voedingseenheid PDC1200 of PDC01 met dit appa- raat. Als u deze tezamen gebruikt, kan dit leiden tot persoonlijk letsel of een storing.84 NEDERLANDS Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Lees de gebruiksaanwijzing. Verander op een helling niet van richting. Dit gereedschap kan niet worden gebruikt op de openbare weg. Voordat voorwerpen worden geladen of gelost, moeten de rem en stor- teenheid worden vergrendeld. Laad en los geen voorwerpen op een helling. Gebruik het gereedschap niet om mensen te vervoeren. Stort geen voorwerpen op hellingen. Vergrendel de storteenheid na het storten. Laad voorwerpen gelijkmatig in de laadbak of op het draagrek. Laad de voorwerpen niet ongelijkmatig of alleen aan de voorkant. Gevaar voor beknellen en pletten. Houd uw handen uit de buurt tijdens gebruik. Plaats uw handen of lichaams- delen niet in de bewegende delen. Maximumlaadvermogen: 300 kg op een horizontale ondergrond en 180 kg op een helling (maximaal 12°). Kijk niet rechtstreeks in een lamp. Was het gereedschap niet met een hogedrukreiniger. Houd omstanders tijdens gebruik uit de buurt van het gereedschap. Gebruik het gereedschap niet op een ongelijkmatige ondergrond. Gebruik het gereedschap niet wan- neer de laadbak of het draagrek niet volledig is teruggezet. Verwijder touwen voordat de voor- werpen worden gestort. Draag altijd slipvast veiligheidsschoeisel.

Vergrendel de rem voordat u de neutraal-keuzehendel terugzet. De bandenspanning is voor de voorband 280 kPa en voor de ach- terband 525 kPa. Verzeker u ervan dat de vergrendel- hendel is vergrendeld. Draai de vergrendelhendel naar de voorkant van de machine om de storteenheid te ontgrendelen. Wanneer een pieptoon wordt voorgebracht, vergrendelt u de remhendel. Wanneer u de trekkerschakelaar loslaat, vergrendelt u de remhendel. Om de pieptoon te stoppen, laat u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in. Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu‘s en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische apparaten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektri- sche en elektronische apparaten en inzake accu‘s en batterijen en oude accu‘s en batterijen, alsmede de toe- passing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu‘s en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzamelingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoor- schriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aange- geven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. Gegarandeerd geluidsvermogen- niveau conform EU-richtlijn inzake geluidsemissie buitenhuis. Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië85 NEDERLANDS Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld voor het laden en dragen van voorwerpen ondersteund door accuvoeding. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-1 en EN12053 al naar gelang van toepassing: Geluidsdrukniveau (L

): 70 dB (A) of lager Onzekerheid (K): 4 dB (A) Het geluidsniveau kan tijdens gebruik hoger worden dan 80 dB (A). OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-1: Gebruikstoepassing: onbelaste werking Trillingsemissie (a

OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder- staande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accuaangedreven kruiwagen

1. Draag tijdens gebruik van het gereedschap

altijd slipvast veiligheidsschoeisel. Slipvaste, dichte veiligheidsschoenen of -laarzen verlagen de kans op letsel.

2. Inspecteer de af te leggen route voordat u

voorwerpen/materialen erover transporteert. Door uzelf bekend te maken met de route en u ervan te verzekeren dat de route breed genoeg is om het gereedschap met lading veilig erover te kunnen manoeuvreren, verlaagt u de kans op verlies van controle over het gereedschap.86 NEDERLANDS

3. Wees uiterst voorzichtig op een gladde, losse

en instabiele ondergrond. Natte en gladde oppervlakken, zoals nat gras, sneeuw en ijs, en losse en instabiele ondergronden, zoals zand of grind, kunnen ertoe leiden dat het gereedschap tractie verliest en kunnen de besturing, het rem- men en de stabiliteit nadelig beïnvloeden.

4. Gebruik het gereedschap niet op zeer steile

hellingen. Hiermee wordt de kans verkleind op verlies van controle, slippen en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel. Hellingen steiler dan de maximaal aanbevolen hellingsgraad en zijde- lingse hellingen kunnen de kans op instabiliteit vergroten en kunnen het vermogen om veilig te stoppen nadelig beïnvloeden.

5. Verzeker u bij het werken op hellingen er altijd

van dat u stevig staat, werk altijd dwars op de helling, nooit hellingopwaarts of -afwaarts, en wees uiterst voorzichtig bij het veranderen van richting. Hiermee wordt de kans verkleind op verlies van controle, slippen en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel.

Gebruik indien mogelijk een vlag gebied om te stoppen, laden en lossen, en laat het gereedschap nooit achter op een helling. Het gereedschap is instabieler wanneer hij op een helling staat dan wan- neer hij op een horizontale ondergrond staat.

7. Als het gereedschap onbeheerd wordt achter-

gelaten, zet u het gereedschap op een veilige plaats neer en trekt u de parkeerrem aan. De parkeerrem voorkomt ongewenste beweging van het voorwiel en kan de stabiliteit verbeteren.

Zorg ervoor dat oprijplaten schoon, sterk en vei- lig zijn. Om de kans op letsel te verkleinen, moeten alle oprijplaten vrij zijn van los afval en sterk genoeg zijn om het gewicht te dragen van de lading die u erover verwacht te vervoeren. Ze moeten eronder en aan de zijkant afdoende gestut zijn om doorbui- gen en zijdelingse beweging te voorkomen wanneer een lading erover wordt vervoerd. Alle oprijplaten moeten breed genoeg zijn en stevig geplaatst zijn wanneer ladingen erover vervoerd worden.

9. Verzeker u er vóór gebruik van dat alle borg-

bouten stevig aangedraaid zijn. Borgbouten op de achterwielen en de voor- en zijwanden van het open draagrek moeten stevig vast zitten om onge- wenste beweging van deze verstelbare onderde- len van het gereedschap te voorkomen.

10. Gebruik het gereedschap nooit wanneer het

overbelast is. Verzeker u ervan dat het gereed- schap het juiste draagvermogen heeft voor de voorwerpen of materialen die u wilt vervoeren. Buitensporige ladingen maken het manoeuvreren en stoppen met het gereedschap moeilijker, ver- lengen de stoptijd en -afstand, en verhogen het gevaar van instabiliteit.

11. Gebruik het gereedschap nooit met te hoog

opgestapelde lading. Als het materiaal tot boven de randen van de laadbak of het draagrek wordt geladen, kan het gereedschap in onbalans raken en onbeheersbaar worden.

12. Gebruik containers en trekbanden om de

lading vast te zetten. Losse en/of niet-vastge- zette ladingen verschuiven gemakkelijker waar- door onbalans en verlies van controle kunnen ontstaan.

Houd de handgrepen altijd goed vast. Verlies van controle kan de kans op persoonlijk letsel verhogen.

14. Haal de veiligheidssleutel eruit wanneer het

gereedschap niet in gebruik is. De veilig- heidssleutel voorkomt ongewenst aangedreven gebruik van het gereedschap, zoals door kinderen of andere onervaren of onbevoegde personen. Zonder de sleutel kan de elektrische aandrijving niet worden ingeschakeld.

15. Dit gereedschap mag niet worden gebruikt op

de openbare weg. Het gebruik van de kruiwa- gen op de openbare weg is tegen de wet en kan aanleiding geven tot een boete, en kan daarnaast leiden tot persoonlijk letsel.

16. Gebruik een stevige rijplaat met een antisli-

plaag en losbreekbeveiliging wanneer u dit gereedschap voor transport inlaadt of lost, of met dit gereedschap van het ene naar het andere hoogteniveau rijdt. Verzeker u ervan dat de hellingsgraad van de rijplaat niet groter is dan 12°, en bedien het gereedschap lang- zaam en voorzichtig. Een instabiele of snelle bediening kan ertoe leiden dat het gereed- schap omslaat en/of valt.

17. U mag het gereedschap niet uit elkaar halen,

repareren of wijzigen. Voorbereidingen

1. Voordat u het gereedschap bedient, verzekert

u zich ervan dat zich geen mensen rondom het gereedschap bevinden.

2. Voordat u het gereedschap bedient, voert u de

inspecties uit door het hoofdstuk over onder- houd te raadplegen. Gebruik

1. Sta tijdens gebruik van het gereedschap ach-

ter het gereedschap en houd de handgrepen met beide handen stevig vast.

2. Gebruik het gereedschap niet terwijl u op het

gereedschap meerijdt.

3. Sta niet toe dat anderen meerijden op het

4. Wanneer het gereedschap in zijn achteruit

wordt gebruikt en u achteruit loopt, moet u achterom kijken, goed opletten waar u uw voeten zet en voorzichtig zijn niet uit te glijden of te struikelen.

5. Gebruik het gereedschap niet bij slecht zicht

omdat de kans bestaat dat u tegen obstakels botst.

6. Wanneer u het gereedschap op een ongelijk-

matige ondergrond gebruikt, of over een hoog- teverschil heen rijdt, verlaagt u de snelheid en bent u extra voorzichtig.

7. Vermijd tijdens gebruik van het gereedschap

een zachte ondergrond om te voorkomen dat het gereedschap omkiept wanneer de weg- berm inzakt.

8. Gebruik het gereedschap niet op omhooglo-

pende hellingen van meer dan 12°.

9. Als u iets abnormaals opmerkt, stopt u het

gereedschap op een horizontale ondergrond. Voordat u het gereedschap inspecteert, ver- grendelt u de remhendel en schakelt u de voeding uit.87 NEDERLANDS

10. Voordat u het gereedschap bedient, verzekert

u zich ervan dat de handgreep van de storteen- heid helemaal omlaag is geduwd en volledig is vergrendeld. Als de vergrendeling onvolledig is, bestaat de kans op een ongeval omdat het draagrek of de laadbak kan kantelen, en de lading valt terwijl u hellingafwaarts rijdt.

11. Wanneer het gereedschap vlakbij een muur

wordt gebruikt, bent u voorzichtig dat uw hand niet bekneld raken tussen de handgreep en de muur.

12. Gebruik het gereedschap niet onder slechte

weersomstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat. Dit verkleint de kans om door de bliksem getro󰀨en te worden.

13. Raak de metalen onderdelen niet aan tijdens

of na gebruik aangezien deze door het zonlicht heet genoeg kunnen worden om brandwonden te veroorzaken.

14. Wees voorzichtig dat de kabels niet in de war

raken met de lading of obstakels.

15. Alvorens over een brug te rijden verzekert u

zich ervan dat het totaal van het gewicht van het gereedschap, het laadvermogen en het gewicht van de gebruiker niet hoger is dan het draagvermogen van de brug. Rijd voorzichtig en met een constante snelheid over de brug.

16. Draag handschoenen tijdens gebruik van het

gereedschap in een koude omgeving. Als u de metalen onderdelen met blote handen aanraakt, kunnen uw handen vast blijven zitten.

17. Als zich mensen of obstakels in de rijrichting

bevinden, vermijdt u deze van tevoren.

18. Schep geen voorwerpen op met de laadbak

of het draagrek. Als u dit doet, kan het gereed- schap worden beschadigd en een ongeval worden veroorzaakt.

19. Als u het gereedschap op een modderige

ondergrond, natte helling of gladde plaats gebruikt, let u erop dat u stevig staat.

20. Dompel het gereedschap niet onder in een

waterplas. Gebruik op hellingen

1. Kruis geen hellingen.

2. Stop voordat u afdaalt en verzeker u ervan de

rijsnelheid te verlagen en voorzichtig te zijn.

3. Als de rijsnelheid te hoog is terwijl u helling-

afwaarts rijdt, klinkt een pieptoon. Vertraag in dat geval met behulp van de rem.

4. Wees voorzichtig bij het starten en stoppen

van het gereedschap op een helling.

5. Aangezien de lading minder stabiel is op een

helling, dient u de lading stevig vast te zetten met touwen.

6. Aangezien het gereedschap instabiel wordt

afhankelijk van de staat van de weg, houdt u de lading zo klein mogelijk.

7. Aangezien op een helling het zicht belemmerd

wordt, houdt u de hoogte van de lading zo laag mogelijk.

8. Stop het gereedschap nooit op een helling.

Stop het gereedschap op een horizontale ondergrond, vergrendel de remhendel en scha- kel de voeding uit.

9. Verander op een steile helling niet van richting

of snelheidsfunctie.

10. Laat de trekkerschakelaar niet los op omhoog-

lopende hellingen. Het gereedschap kan achter- uit rollen en een ongeval veroorzaken.

11. Verzeker u ervan dat de resterende acculading

voldoende is voordat u het gereedschap op een helling gebruikt. Als de resterende accu- lading onvoldoende is, laad u de accu op of vervangt u deze door een opgeladen accu.

12. Wanneer u het gereedschap op een helling

wordt gestart, plaatst u uw voet niet achter het achterwiel omdat het gereedschap enkele centimeters achteruit rolt. Voorwerpen laden

1. Laad niet te veel voorwerpen. Zorg ervoor dat

u bij het laden van voorwerpen de instructies en laadbeperkingen in de gebruiksaanwijzing in acht neemt.

2. Hoe zwaarder de lading, hoe moeilijker het

is om het gereedschap te bedienen. Houd daarom het gewicht van de lading binnen het bereik waarin dit niet van invloed is op de bediening.

3. Zet de voorwerpen stevig vast met touwen.

4. Laad de voorwerpen binnen het draagrek, de

laadbak of de platte laadbak. Als de voorwerpen buiten het draagrek, de laadbak of de platte laad- bak steken, bestaat de kans op ongevallen als gevolg van vallende voorwerpen of botsingen met obstakels, zoals muren.

5. Zorg ervoor dat geladen voorwerpen onder

ooghoogte blijven. Als de lading te hoog is, is het gevaarlijk omdat het zicht wordt belemmerd. Bovendien bestaat de kans op omkiepen en letsel omdat de lading waarschijnlijk niet in balans is.

6. Laad de voorwerpen gelijkmatig binnen het

draagrek, de laadbak of de platte laadbak. Als de voorwerpen ongelijkmatig worden geladen, bestaat de kans op omkiepen en letsel omdat de lading waarschijnlijk niet in balans is.

7. Voordat u de voorwerpen laadt of het gereed-

schap bedient, verzekert u zich ervan dat de handgreep van de storteenheid helemaal omlaag is geduwd en volledig is vergrendeld.

8. Zorg ervoor dat zware voorwerpen eerst wor-

den geladen voor een goede balans.

9. Trek de voor- en zijrails niet uit op hellingen.

Trek de zijrails uit wanneer lichtgewicht voor- werpen worden geladen.

10. Wanneer u de voor- en zijrails uittrekt, trekt

u ze niet verder uit dan de grensmarkering. Verzeker u ervan dat de zijrails aan de linker- en rechterkant even ver worden uitgetrokken en de lading gelijkmatig wordt geladen.

11. Laad en los de voorwerpen op een horizontale

ondergrond. Laad en los voorwerpen nooit op een helling.

12. Houd bij het optillen van het draagrek of de

laadbak de handgrepen en het frame stevig vast, en werk vanuit een stabiele houding.

13. Wanneer u een vloeistof laadt, let u erop niet te

morsen. Als u morst, kan dat leiden tot uitglijden en letsel veroorzaken.88 NEDERLANDS Het gereedschap vervoeren

1. Gebruik oprijplaten die minstens 4 keer zo lang

zijn als de hoogte van de laadvloer, met beves- tigingen die passen in de laadvloer, met een slipvast oppervlak, van voldoende breedte, en die het gewicht van het gereedschap en de gebruiker kunnen dragen. Lees vóór gebruik de gebruiksaanwijzing van de oprijplaten aan- dachtig door.

2. Voordat u het gereedschap inlaadt, lost u alle

voorwerpen uit het gereedschap en verwij- dert u modder en ander vuil vanaf de banden. Plaats de oprijplaten op een horizontale en stabiele ondergrond.

3. Voordat u het gereedschap inlaadt of uitlaadt,

verzekert u zich ervan dat zich geen mensen rondom het gereedschap en de oprijplaten bevinden. Laad het gereedschap in of uit met een lage rijsnelheid en wees daarbij voorzich- tig dat het gereedschap niet van de oprijplaten afvalt. Let op dat u uw hoofd niet stoot tegen het dak van de auto of aanhanger. Wees uiterst voorzichtig wanneer u het gereedschap ach- terwaarts in- of uitlaadt.

4. Tijdens het vervoeren van het gereedschap

moet de remhendel zijn vergrendeld, de voe- ding zijn uitgeschakeld, de accu's en vergren- delsleutel zijn verwijderd, en het gereedschap stevig zijn vastgezet. Onderhoud en opslag

1. Alvorens het gereedschap op te slaan of

inspectie- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, verzekert u zich er altijd van dat het gereedschap op een horizontale ondergrond is gestopt, de remhendel is vergrendeld, en de vergrendelsleutel en de accu's zijn verwijderd.

2. Laat het gereedschap niet onbeheerd buiten in

3. Wanneer u de machine opbergt, vermijdt u

direct zonlicht en regen, en bergt u het op een plaats op die niet heet of vochtig wordt. Gebruik en verzorging van gereedschap dat op een accu werkt

Laad alleen op met de acculader aanbevolen door de fabrikant. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar ople

veren indien gebruikt met een ander type accu.

2. Gebruik elektrisch gereedschap uitsluitend

met de daarvoor bestemde accu. Gebruik van andere accu’s kan gevaar voor letsel of brandge- vaar opleveren.

3. Als de accu niet wordt gebruikt, houdt u deze

uit de buurt van metalen voorwerpen, zoals paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwer- pen die een kortsluiting kunnen veroorzaken tussen de accupolen. Kortsluiting tussen de accupolen kan leiden tot brandwonden of brand.

4. Onder zware gebruiksomstandigheden kan

vloeistof uit de accu komen. Voorkom aanra- king! Als u er per ongeluk mee in aanraking komt, spoelt u het er met water af. Als de vloei- stof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brand- wonden veroorzaken.

5. Gebruik geen accu of gereedschap dat

beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of gewijzigde accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of gevaar van letsel.

6. Stel een accu of gereedschap niet bloot

aan vuur of buitensporige temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kunnen een explosie veroorzaken.

7. Volg alle oplaadinstructies en laad de accu

of het gereedschap niet op buiten het tem- peratuurbereik opgegeven in de instructies. Verkeerd opladen of bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigen en de kans op brand vergroten. Elektrische veiligheid en accu

1. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan

exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijke speciale verwerkingsvereisten.

2. Open of vervorm de accu(’s) niet. Het elektrolyt

is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen en huid. Het kan giftig zijn bij inslikken.

3. Laad de accu niet op in de regen of op een

4. Laad de accu niet buitenshuis op.

5. Raak de lader, inclusief de stekker en de con-

tacten van de lader, niet met natte handen aan.

6. Vervang de accu niet in de regen.

7. Laat de aansluitpunten van de accu niet nat

worden met een vloeistof, zoals water, en dompel de accu niet onder. Laat de accu niet in de regen liggen en laad of berg de accu niet op een vochtige of natte plaats op. Als de aan- sluitpunten nat worden of vloeistof binnendringt in de accu, kan kortsluiting ontstaan in de accu en bestaat de kans op oververhitting, brand of explosie.

8. Nadat de accu vanaf het gereedschap of de

acculader is verwijderd, vergeet u niet het accudeksel op de accu te bevestigen en deze op een droge plaats op te bergen.

9. Vervang de accu niet met natte handen.

10. Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik de

machine niet op vochtige of natte plaatsen en stel hem niet bloot aan regen. Als water binnen- dringt in de machine, wordt de kans op een elektri- sche schok groter.

11. Als de accu nat wordt, laat u het water eruit

lopen en veegt u hem af met een droge doek. Laat de accu volledig drogen op een droge plaats voordat u hem gebruikt. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre󰀨ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig letsel.89 NEDERLANDS Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke hande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke sto󰀨en te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- door brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.90 NEDERLANDS

BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN

DCU603 ► Fig.1 1 Bedieningspaneel 2 Pieptoonknop 3 Trekkerschakelaar 4 Lamp op de achterkant 5 Handgreep 6 Accubak 7 Remhendel 8 Achterwiel 9 Achterwielvergrendeling 10 Vergrendelhendel 11 Voorwiel 12 Lamp op de voorkant 13 Laadbak - - DCU604 ► Fig.2 1 Bedieningspaneel 2 Pieptoonknop 3 Trekkerschakelaar 4 Lamp op de achterkant 5 Handgreep 6 Accubak 7 Remhendel 8 Achterwiel 9 Achterwielvergrendeling 10 Vergrendelhendel 11 Voorwiel 12 Lamp op de voorkant 13 Draagrek - - DCU605 ► Fig.3 1 Bedieningspaneel 2 Pieptoonknop 3 Trekkerschakelaar 4 Lamp op de achterkant 5 Achterwielvergrendeling 6 Handgreep 7 Accubak 8 Remhendel 9 Achterwiel 10 Voorwiel 11 Lamp op de voorkant 12 Dop 13 Platte laadbak - -

CONFIGURATIE VAN HET

GEREEDSCHAP Wanneer de laadbak is aangebracht ► Fig.4 1 Laadbak 2 Storteenheid 3 Onderstel - - Wanneer het draagrek is aangebracht ► Fig.5 1 Draagrek 2 Storteenheid 3 Onderstel - - Wanneer de platte laadbak is aangebracht ► Fig.6 1 Platte laadbak 2 Onderstel MONTAGE LET OP: Verzeker u er altijd van dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu's zijn verwijderd voordat u enige werkzaamheden aan het gereedschap uitvoert. Alvorens de laadbak, het draagrek, de platte laadbak of de storteenheid aan te brengen of te verwijderen, verzekert u zich ervan de remhendel te vergrendelen. Om de remhendel te ver- grendelen houdt u de remhendel aangetrokken, trekt u daarna aan de vergrendelhendel, en laat u vervolgens de remhendel los terwijl u de vergrendelhendel aangetrokken houdt. ► Fig.7: 1. Remhendel 2. Vergrendelhendel De storteenheid aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire De storteenheid aanbrengen

Haal de storteenheid en de handgrepen uit de doos. ► Fig.8: 1. Storteenheid 2. Handgrepen

2. Steek de pijpuiteinden onderaan de handgrepen

in de storteenheid, zoals aangegeven in de afbeelding, en draai daarna de 4 bouten stevig vast. ► Fig.9: 1. Bout 2. Handgrepen OPMERKING: Til tijdens het aandraaien van de bouten de handgrepen iets op.

3. Verzeker u ervan dat de storteenheid vergrendeld

is door de handgrepen omlaag te trekken. ► Fig.10: 1. Handgrepen

4. Verwijder de kabelafdekking in de rechteronder-

hoek op de achterkant van het gereedschap. ► Fig.11: 1. Kabelafdekking

5. Plaats de storteenheid op het onderstel door de

storteenheid met twee personen vast te houden, zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.12

Draai 2 bouten aan de achterkant van het gereedschap tijde- lijk vast. Draai de resterende 4 bouten stevig vast en draai daarna de 2 bouten op de achterkant van het gereedschap stevig vast. ► Fig.13: 1. Bout (voor) 2. Bout (achter)

7. Bevestig de kabelafdekking.

► Fig.14: 1. Kabelafdekking De storteenheid verwijderen Om de storteenheid te verwijderen, volgt u de proce- dure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde.91 NEDERLANDS De laadbak aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire De laadbak aanbrengen

1. Haal de laadbak, steunen en voorpijp uit de doos.

► Fig.15: 1. Laadbak 2. Steun 3. Voorpijp

2. Steek de voorpijp tussen het bovenframe en

onderframe van de storteenheid. ► Fig.16: 1. Voorpijp

3. Plaats de steun op de storteenheid en draai

daarna tijdelijk de bouten door de voorpijp vast. Bevestig de andere steun op dezelfde manier op de storteenheid. ► Fig.17: 1. Steun 2. Bout

4. Plaats de laadbak op de voorpijp en de linker en

rechter steun. Plaats de rubber ring op het gat in de laadbak en steek de bout er vanaf de bovenkant in. Breng vanaf de onderkant eerst de platte ring en daarna de veerring aan op de bout en draai vervolgens de moer vast. Draai de resterende bouten en moeren op dezelfde manier vast. ► Fig.18: 1. Bout 2. Rubber ring 3. Platte ring

5. Draai de 4 bouten die in stap 3 tijdelijk waren

vastgedraaid nu stevig vast. De laadbak verwijderen Om de laadbak te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. Het draagrek aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire Het draagrek aanbrengen

1. Haal het draagrek uit de doos en bevestig de

zijrails en de voorrail aan het bodemrek. ► Fig.19

2. Draai de 6 vingerschroeven tezamen met de

veren en ringen vast om de rails te bevestigen. ► Fig.20: 1. Vingerschroef 2. Veer 3. Ring

3. Plaat het draagrek op de storteenheid.

Steek de bout vanaf de bovenkant erin. Breng vanaf de onderkant eerst de platte ring en daarna de veerring aan op de bout en draai vervolgens de moer vast. Draai de resterende bouten en moeren op dezelfde manier vast. ► Fig.21: 1. Bout 2. Platte ring 3. Veerring 4. Moer Het draagrek verwijderen Om het draagrek te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. De platte laadbak aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire De platte laadbak aanbrengen

Haal de platte laadbak en de draagframes uit de doos. ► Fig.22: 1. Platte laadbak 2. Draagframe

2. Monteer de draagframes aan elkaar door de 12

bouten vast te draaien. ► Fig.23: 1. Bout

3. Verwijder de kabelafdekking in de rechteronder-

hoek op de achterkant van het gereedschap. ► Fig.24: 1. Kabelafdekking

Plaats de draagframes op het onderstel draai daarna tij- delijk de 2 bouten op de achterkant van het gereedschap vast. Draai de resterende 4 bouten stevig vast en draai daarna de 2 bouten op de achterkant van het gereedschap stevig vast. ► Fig.25: 1. Bout (voor) 2. Bout (achter)

6. Houd de platte laadbak met twee mensen vast

aan de lange zijkanten, zoals aangegeven in de afbeel- ding, en plaats de platte laadbak in de draagframes. ► Fig.27 De platte laadbak verwijderen Om de platte laadbak te verwijderen, volgt u de proce- dure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde.

FUNCTIES De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit en vergrendel de remhendel voordat u de accu aan- brengt of verwijdert. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving. LET OP: Druk de accu er niet met kracht in. Als de accu er niet soepel in schuift, houdt u die waar- schijnlijk in de verkeerde stand. LET OP: Gebruik niet een accu voor hoge temperatuur. Als u een accu voor hoge temperatuur gebruikt, stopt het gereedschap automatisch en klinkt een korte pieptoon, en kan letsel worden veroorzaakt. LET OP: Wees voorzichtig bij het sluiten of openen van het accudeksel dat uw vingers niet bekneld raken. KENNISGEVING: Zorg dat u voor gebruik het accudeksel stevig afsluit. Anders zou er modder, vuil en water in kunnen komen en het gereedschap of de accu kunnen beschadigen.92 NEDERLANDS De accu aanbrengen

2. Lijn de lip van de accu uit met de gleuf van de

accubak, en schuif daarna de accu totdat deze op zijn plaats wordt vergrendeld met een klein klikgeluid. ► Fig.29: 1. Accu

3. Steek de vergrendelsleutel, op de plaats die in de

afbeelding is aangegeven, zo ver mogelijk erin en draai hem rechtsom. ► Fig.30: 1. Vergrendelsleutel OPMERKING: Om de vergrendelsleutel te kunnen draaien, moet de vergrendelsleutel er helemaal inge- stoken zijn.

4. Sluit het deksel van de accubak.

► Fig.31: 1. Deksel De accu verwijderen

1. Trek de vergrendelhendel omhoog en open

daarna het deksel van de accubak.

2. Verschuif de knop aan de voorkant van de accu en

trek tegelijkertijd de accu uit de accubak. ► Fig.32: 1. Knop

4. Sluit het deksel van de accubak.

Beveiligingssysteem voor gereedschap/accu Het apparaat is uitgerust met een beveiligingssysteem voor gereedschap/accu. Dit systeem schakelt automa- tisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld. Een korte of lange pieptoon klinkt voordat het gereedschap automatisch stopt. De accu-indicators en de lampjes op het bedieningspaneel knipperen terwijl de pieptoon klinkt. OPMERKING: Om de pieptoon te stoppen, laat u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in. Overbelastingsbeveiliging Als het gereedschap of de accu wordt gebruikt op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het apparaat automatisch en knippert de aan-uitlamp groen. Wanneer dat gebeurt, schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte, zoals het verminderen van de geladen voorwerpen. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en gaat de aan-uitlamp rood branden. In dat geval laat u het gereedschap en de accu afkoelen, voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Wanneer de acculading onvoldoende is, knipperen de aan-uitlamp en de betre󰀨ende accu-indicator rood. In dat geval schakelt u over op andere accu's of vervangt u de accu's door volledig opgeladen accu's, of verwij- dert u de accu's vanaf het gereedschap en laadt u ze op. OPMERKING: Wanneer de accu oververhit is, knip- pert de aan-uitlamp rood. Beveiligingen tegen andere oorzaken KENNISGEVING: De aan-uitlamp knippert beurtelings groen en rood wanneer zich een abnormale situatie voordoet in het gereedschap. Raadpleeg in dat geval het hoofdstuk over proble- men oplossen. Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die de machine kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat de machine automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te he󰀨en, wanneer de machine tijdelijk is onderbroken of tijdens het gebruik is gestopt.

1. Schakel de machine uit en schakel hem daarna

weer in om hem opnieuw te starten.

2. Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een)

KENNISGEVING: Als geen verbetering optreedt of als het gereedschap stopt als gevolg van een oorzaak die niet hierboven wordt beschreven, raadpleegt u het hoofdstuk over problemen oplossen. De resterende acculading controleren LET OP: Stop altijd het gereedschap voordat u de resterende acculading controleert of de accu's omschakelt. LET OP: Wanneer de acculading laag wordt, klinkt een korte pieptoon. Vergrendel in dat geval de remhendel en schakelt u over op opgeladen accu's of laadt u de accu's op. Als u het gereed- schap blijft gebruiken met een lage acculading en de acculading opraakt, klinkt een lange pieptoon en stopt het gereedschap automatisch waardoor een ongeval of letsel kan worden veroorzaakt. LET OP: Als de pieptoon klinkt tijdens het werken op een helling, verplaatst u het gereed- schap naar een veilige plaats, vergrendelt u de remhendel, en schakelt u over op opgeladen accu's of laadt u de accu's op. LET OP: Als de lading zwaar is en de pieptoon klinkt tijdens het werken op een helling, let u goed op de veiligheid, vergrendelt u de remhendel en schakelt u over op opgeladen accu's. Verplaats het gereedschap naar een veilige plaats en ver- grendel de remhendel. Verminder de lading voor- dat u het gereedschap weer bedient. Raadpleeg voor meer informatie het hoofdstuk over problemen oplossen.93 NEDERLANDS Het laadniveau op de accubak controleren ► Fig.33: 1. Accu-indicator 2. Testknop Druk op de testknop om de resterende acculadingen te zien. De accu-indicators geven per accu de resterende acculading aan. Toestand van accu-indicator Resterende acculading Aan Knippert Uit 50% tot 100% 20% tot 50% 0% tot 20% Leeg Accu niet aangebracht OPMERKING: Als u de trekkerschakelaar blijft inknij- pen, ook nadat u de korte pieptoon hebt gehoord, stopt het gereedschap automatisch. Nadat het gereedschap automatisch is gestopt, blijft de pieptoon klinken en wordt de hulprem aangetrokken. Om de pieptoon te stoppen en de hulprem vrij te geven, laat u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in. Duw niet met kracht tegen het gereedschap zon- der de hulprem vrij te geven. OPMERKING: U kunt de resterende acculading ook controleren wanneer de vergrendelsleutel niet is geplaatst. OPMERKING: De accu-indicators voor de resterende acculading dienen slechts ter referentie. De daadwer- kelijke acculading kan verschillen afhankelijk van de gebruiksomstandigheden. Het laadniveau op de accu controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes ► Fig.34: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedu- rende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampje knippert wanneer het accubeveiligingssys- teem in werking is getreden. De accu omschakelen ► Fig.35: 1. Accukeuzeschakelaar Het apparaat gebruikt 2 accu’s tegelijkertijd. Maximaal 4 accu’s kunnen in het gereedschap worden aange- bracht. Voordat u het gereedschap bedient, selecteert u de accu's die moeten worden gebruikt door de accukeu- zeschakelaar te draaien. KENNISGEVING: Als de accu zich in de vol- gende omstandigheid bevindt, werkt het gereed- schap niet, zelfs als u de accu's omschakelt met behulp van de accukeuzeschakelaar.

  • De resterende acculading van minstens één van de accu's is op.
  • Minstens één van de accu's is oververhit. In dat geval verwijdert u de lege of oververhitte accu, of vervangt u de accu door een opgeladen accu. OPMERKING: Als slechts 2 accu’s in het gereed- schap zijn aangebracht, verzekert u zich ervan de accu's te selecteren die zijn aangebracht met behulp van de accukeuzeschakelaar.94 NEDERLANDS Bedieningspaneel LET OP: Vergrendel altijd de remhendel en schakel het gereedschap uit wanneer het niet in gebruik is. Aan-uitknop ► Fig.36: 1. Aan-uitlamp 2. Aan-uitknop Om het gereedschap in te schakelen, vergrendelt u de remhendel en laat u de trekkerschakelaar los, en drukt u vervolgens op de aan-uitknop. De aan-uitlamp brandt groen. Om het gereedschap uit te schakelen, vergrendelt u de remhendel en drukt u vervolgens op de aan-uitknop. OPMERKING: Wanneer het gereedschap de eer- ste keer wordt gebruikt nadat het gereedschap is ingeschakeld, wordt het elektrische systeem getest. Als een probleem wordt gedetecteerd, knippert de aan-uitlamp beurtelings rood en groen. Raadpleeg in dat geval het hoofdstuk over problemen oplossen. OPMERKING: Als de aan-uitlamp rood brandt, of rood of groen knippert, raadpleegt u de instructies voor het beveiligingssysteem voor gereedschap/accu. OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen, wordt het gereedschap auto- matisch uitgeschakeld wanneer het gereedschap stilstaat en niet wordt bediend binnen een bepaalde tijdsduur nadat het gereedschap is ingeschakeld. OPMERKING: Als u op de aan-uitknop drukt terwijl de trekkerschakelaar wordt ingeknepen, wordt het gereedschap niet ingeschakeld. Laat de trekkerscha- kelaar los en druk daarna op de aan-uitknop. Vooruit-achteruit- en snelheidsknop ► Fig.37: 1. Vooruit-achteruitknop 2. Snelheidsknop Druk op de vooruit-achteruitknop om om te schakelen tussen de vooruitrijfunctie en de achteruitrijfunctie. Druk op de snelheidsknop om om te schakelen tussen lage rijsnelheid, gematigde rijsnelheid en hoge rijsnelheid. Wanneer de voeding wordt ingeschakeld, worden de vooruitrijfunctie en de lage rijsnelheid ingesteld. OPMERKING: De vooruit-achteruitknop kan niet worden bediend terwijl de trekkerschakelaar wordt ingeknepen. OPMERKING: Een korte pieptoon klinkt terwijl het gereedschap in zijn achteruit wordt gebruikt. OPMERKING: De snelheidsknop kan niet worden bediend terwijl het gereedschap in zijn achteruit wordt gebruikt. Pieptoonknop Wanneer u op de pieptoonknop drukt, klinkt de pieptoon. ► Fig.38: 1. Pieptoonknop OPMERKING: De pieptoonknop kan worden bediend wanneer het gereedschap is ingeschakeld. OPMERKING: De pieptoonknop kan zelfs worden bediend wanneer de vergrendelsleutel niet in de accubak is gestoken. De lampen inschakelen Druk op de lampknop op de accubak om de lampen op de voorkant en achterkant in te schakelen. Om de lam- pen uit te schakelen, drukt u nogmaals op de lampknop. ► Fig.39: 1. Lampknop 2. Lamp op de voorkant ► Fig.40: 1. Lamp op de achterkant OPMERKING: De lampen gaan uit nadat het gereed- schap gedurende een bepaalde tijdsduur niet is bediend. OPMERKING: De lampen gaan uit wanneer de voe- ding wordt uitgeschakeld. OPMERKING: U kunt de lampen inschakelen zelfs wanneer de vergrendelsleutel niet is geplaatst. Trekkerschakelaar en remhendel LET OP: Alvorens de accu in het gereedschap aan te brengen, controleert u altijd of de trekker- schakelaar correct werkt en na loslaten terugkeert naar de uit-stand. Om het gereedschap te starten, knijpt u de trekkerscha- kelaar in. Met behulp van de trekkerschakelaar kan de rijsnelheid wordt aangepast binnen het geselecteerde snelheidsbereik. Om het gereedschap te stoppen, laat u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in. Om de remhendel te vergrendelen houdt u de remhen- del aangetrokken, trekt u daarna aan de vergrendelhen- del, en laat u vervolgens de remhendel los terwijl u de vergrendelhendel aangetrokken houdt. Om de vergren- deling vrij te geven, knijpt u de remhendel in. ► Fig.41: 1. Trekkerschakelaar ► Fig.42: 1. Remhendel 2. Vergrendelhendel De breedte van het draagrek afstellen KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat de zij- rails en de voorrail stevig zijn bevestigd nadat de vingerschroeven zijn vastgedraaid. Draai de 6 vingerschroeven los en verschuif daarna de zijrails en de voorrail. Draai de vingerschroeven vast om de zijrails en de voorrail vast te zetten. ► Fig.43: 1. Vingerschroef 2. Rail LET OP: Schuif de rail niet verder dan de grensmarkering. ► Fig.44 De hoogte van de handgreep afstellen KENNISGEVING: Stel de linker- en rechterhand- greep af op dezelfde hoogte. De hoogte van de handgreep kan worden afgesteld op 7 hoogten. Om de hoogte van de handgreep af te stellen, draait u de 2 knoppen los, stelt u de hoogte van de handgreep af door het gat in de handgreep uit te lijnen met het uitsteeksel op het achterframe, en draait u vervolgens de 2 knoppen stevig vast. Stel de hoogte van de andere handgreep op dezelfde manier af. ► Fig.45: 1. Knop95 NEDERLANDS Achterwielvergrendeling U kunt de richting waarin de achterwielen wijzen ver- grendelen met behulp van de achterwielvergrendeling.

Rijd het gereedschap iets naar voren zodat de achter- wielen wijzen in de richting aangegeven in de afbeelding. ► Fig.46: 1. Achterwiel

2. Draai de achterwielvergrendeling naar achteren.

Vergrendel het andere achterwiel op dezelfde manier.

Beweeg het achterwiel iets naar voren en achteren of naar links en rechts om er zeker van te zijn dat hij is vergrendeld. Om de achterwielvergrendeling vrij te geven, draait u de ach- terwielvergrendeling 90° zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.48: 1. Achterwielvergrendeling OPMERKING: De achterwielen kunnen worden vastgezet in 4 verschillende richtingen, zoals aangegeven in de afbeelding. ► Fig.49 De waterpas gebruiken Door de waterpas te gebruiken, kunt u controleren of de ondergrond horizontaal is. ► Fig.50: 1. Waterpas BEDIENING LET OP: Verzeker u ervan de remhendel te vergrendelen alvorens voorwerpen te laden, los- sen en storten, of vloeisto󰀨en af te tappen. Het gereedschap bedienen KENNISGEVING: Verzeker u ervan vóór gebruik de vergrendelsleutel te plaatsen. Als de vergrendels- leutel niet is geplaatst, klinkt een pieptoon wanneer u de trekkerschakelaar inknijpt. De pieptoon stopt wanneer u de trekkerschakelaar loslaat en de remhendel inknijpt. KENNISGEVING: Voer een inspectie uit voordat u het gereedschap bedient door het hoofdstuk over onderhoud te raadplegen.

Verzeker u ervan dat de remhendel is vergrendeld. Breng de accu's aan, plaats de vergrendelsleutel en draai hem rechtsom.

2. Kies met behulp van de accukeuzeschakelaar de

3. Druk op het bedieningspaneel op de aan-uitknop

om de voeding in te schakelen. ► Fig.51: 1. Aan-uitknop

Houd de handgrepen stevig met beide handen vast. ► Fig.53

6. Knijp de trekkerschakelaar in.

► Fig.54: 1. Trekkerschakelaar Voorwerpen laden LET OP: Alvorens voorwerpen in het gereed- schap te laden, verzekert u zich ervan dat het gereedschap is uitgeschakeld en de remhendel vergrendeld is. LET OP: Alvorens voorwerpen in het gereed- schap te laden, verzekert u zich ervan dat de storteenheid vergrendeld is. LET OP: Verzeker u ervan dat de voorwerpen binnen het draagrek, de laadbak of de platte laadbak worden geladen. Als voorwerpen uit het draagrek, de laadbak of de platte laadbak steken, kunnen deze vallen of afbreken als ze tegen obsta- kels botsen. ► Fig.55 LET OP: Zorg ervoor dat de voorwerpen zodanig geladen worden dat ze onder ooghoogte blijven. Als de lading te hoog is, is het gevaarlijk omdat het zicht wordt belemmerd. Bovendien bestaat de kans op omkiepen en letsel omdat de lading waar- schijnlijk niet in balans is. ► Fig.56 LET OP: Laad geen voorwerpen boven de hoogte van de laadbak of platte laadbak. Als voor- werpen hoger worden geladen dan de laadbak of platte laadbak, kunnen deze vallen of afbreken. Als voorwerpen op het draagrek worden geladen, zet u de voorwerpen vast met touwen en bindt u deze vast aan de sjorhaken van het draagrek. ► Fig.57: 1. Sjorhaak Voorwerpen storten LET OP: Voordat u het draagrek of de laadbak kantelt, verzekert u zich ervan de remhendel te vergrendelen. LET OP: Kantel het draagrek of de laadbak op een horizontale en stabiele ondergrond. Als u dit op een instabiele ondergrond doet, kan dat leiden tot een ongeval of letsel. LET OP: Houd de lading zo klein mogelijk. Als de lading te groot is, mag u niet proberen het draagrek of de laadbak te kantelen. Verklein de lading en kantel vervolgens het draagrek of de laadbak. LET OP: Wanneer u het draagrek of de laad- bak kantelt of terugplaatst, mag u nooit een deel van uw lichaam erin steken, of tussen de stor- teenheid en het draagrek of de laadbak steken. LET OP: Als de lading is vastgezet met tou- wen of iets anders, maakt u deze los voordat u de storteenheid kantelt. LET OP: Voordat u het draagrek of de laad- bak kantelt, verzekert u zich ervan dat zich geen mensen of obstakels rondom het gereedschap bevinden.96 NEDERLANDS U kunt de voorwerpen storten door het draagrek of de laadbak op te tillen en te kantelen.

Stop het gereedschap en vergrendel de remhendel. KENNISGEVING: Wij adviseren u de voorwielen te blokkeren om het gereedschap te stabiliseren.

2. Draai de vergrendelhendel van de storteenheid

naar de voorkant van de machine om de storteenheid te ontgrendelen. ► Fig.58: 1. Vergrendelhendel

Ga aan de zijkant van het gereedschap staan, houd de handgreep van het gereedschap met één hand vast en houd de handgreep van de storteenheid met de andere hand vast. ► Fig.59 LET OP: Houd de handgrepen van het gereed- schap en de storteenheid stevig vast en werk vanuit een stabiele houding.

4. Kantel het draagrek of de laadbak door de hand-

greep van de storteenheid omhoog te trekken.

5. Plaats het draagrek of de laadbak terug door de

handgreep van de storteenheid omlaag te trekken en de storteenheid te vergrendelen. LET OP: Na het storten van de lading verze- kert u zich ervan de storteenheid te vergrendelen door de storteenheid terug te plaatsen in zijn oorspronkelijke stand. Vloeistof aftappen LET OP: Alvorens de vloeistof af te tap- pen, verzekert u zich ervan de remhendel te vergrendelen. Om de vloeistof in de platte laadbak af te tappen, draait u de dop van de platte laadbak los en verwijdert u deze. Draai na het aftappen de dop er vast op. ► Fig.60: 1. Dop OPMERKING: Wees voorzichtig wanneer u de dop verwijdert omdat de dop eraf kan worden geduwd door de druk van de vloeistof. Wees voorzichtig dat de vloeistof niet op uw gezicht of andere plaatsen op uw lichaam komt. ONDERHOUD LET OP: Alvorens het gereedschap op te slaan of inspectie- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, verzekert u zich er altijd van dat het gereedschap op een horizontale ondergrond is geparkeerd en de remhendel is vergrendeld. LET OP: Verzeker u er altijd van dat de ver- grendelsleutel en accu uit het gereedschap zijn verwijderd vóór opslag, inspectie en onderhoud. LET OP: Verwijder altijd de vergrendelsleu- tel wanneer het gereedschap niet in gebruik is. Bewaar de vergrendelsleutel op een veilige plaats buiten bereik van kinderen. Inspectie vóór gebruik Voer de volgende inspecties uit voordat u het gereed- schap bedient.

  • Controleer of de bouten, moeren en knoppen stevig vastgedraaid zijn. ► Fig.61
  • Controleer of de rem goed werkt. Als u vindt dat de rem onvoldoende goed werkt, reinigt u de rem. Als geen verbetering optreedt, vraagt u uw erkende Makita-servicecentrum hem te repareren.

Controleer of de storteenheid vergrendeld is wanneer de handgreep van de storteenheid helemaal omlaag geduwd is. ► Fig.62: 1. Handgrepen

  • Controleer of de banden van de voor- en achter- wielen niet beschadigd zijn en er voldoende lucht in de banden zit.

Controleer of de lampen op de voorkant en achter- kant en de reector schoon zijn. Reinig ze zo nodig.

Controleer of de schrapers in de juiste stand staan. Als de schraper omhoog gericht is, past u de stand van de schraper aan door de bouten los te draaien. Duw bij het vastdraaien van de bouten de schraper niet naar de voorkant van het gereedschap. ► Fig.63: 1. Schraper Het gereedschap reinigen KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. KENNISGEVING: Gebruik geen hogedrukreini- ger voor het reinigen. KENNISGEVING: Zorg ervoor dat tijdens het reinigen van het gereedschap het deksel van de accubak gesloten is. Anders kan water in de accubak binnendringen en een storing in het gereed- schap veroorzaken. Verwijder modder, vuil en dergelijke vanaf het gereed- schap. Reinig het gereedschap met stromend water. Veeg na het reinigen het gereedschap af met een droge doek. Opslag Vergrendel de remhendel en verwijder de accu's en vergrendelsleutel. Sla het gereedschap op een veilige plaats op buiten bereik van kinderen. De band oppompen Controleer of er voldoende lucht in de banden van de voor- en achterwielen zit. Als er onvoldoende lucht in de banden zit, pompt u de banden op met behulp van een bandenpomp. De bandenspanning is als volgt:

  • Band van het voorwiel: 280 kPa (40 psi)
  • Band van het achterwiel: 525 kPa (75 psi) Voorwiel ► Fig.64 Achterwiel ► Fig.6597 NEDERLANDS Een band vervangen LET OP: Voordat u een band vervangt, lost u eerst alle voorwerpen uit/vanaf het gereedschap. LET OP: Draag handschoenen wanneer u een band vervangt. De band van een voorwiel vervangen OPMERKING: Wanneer u de grijze band monteert, monteert u deze zodanig dat het ventiel aan de buitenzijde zit. ► Fig.66 De band van een achterwiel vervangen ► Fig.67 ► Fig.68 PROBLEMEN OPLOSSEN Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u een probleem ondervindt dat niet in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven, mag u het gereedschap niet uit elkaar halen. Vraag in plaats daarvan een erkend Makita-servicecentrum het gereedschap te repareren, en altijd met gebruikma- king van originele Makita-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Aan-uitlamp Oorzaak Oplossing Het gereedschap wordt niet ingeschakeld. Uit. Er zijn nog niet twee volle accu’s aangebracht. Plaats twee opgeladen accu’s. Probleem met de accu (onvol- doende spanning) Laad de accu op. Als het opladen geen e󰀨ect heeft, vervangt u de accu. De accukeuzeschakelaar staat niet in de juiste stand. Kies met behulp van de accukeuzeschake- laar de juiste accu. Het gereedschap start niet. De lamp knippert rood. De accu is bijna leeg. Laad de accu op. Als het opladen geen e󰀨ect heeft, vervangt u de accu. Minstens één van de accu's is leeg. Verwijder de lege accu of vervang hem door een opgeladen accu. In dat geval knippert het meest linker lampje van de accu-indicator van de betre󰀨ende accu. Het lampje knippert groen. De vergrendelsleutel is niet geplaatst. Steek de vergrendelsleutel erin en draai hem rechtsom. Het gereedschap is gestopt als gevolg van overbelasting. Verminder de geladen voorwerpen. De voor- of achterwielen zitten vast of zijn geblokkeerd. Hef de oorzaak van de vastzittende of geblokkeerde wielen op. Het lampje brandt rood. Het gereedschap is gestopt als gevolg van oververhitting. Laat het gereedschap en accu afkoelen. De lamp knippert beurte- lings rood en groen. De vergrendelsleutel is niet geplaatst. Steek de vergrendelsleutel erin en draai hem rechtsom. Het gereedschap heeft een abnormaliteit gedetecteerd. Schakel het gereedschap uit en daarna weer in. Er is een storing in het gereedschap opgetreden. Vraag een erkend Makita- servicecentrum het te repareren. Het lampje brandt groen. De neutraal-keuzehendel staat niet in zijn oorspronkelijke stand. Vergrendel de remhendel en zet daarna de neuraal-keuzehendel terug in zijn oorspron- kelijke stand. Het gereedschap stopt na kort te zijn gebruikt. De lamp knippert rood. De accu is bijna leeg. Laad de accu op. Als het opladen geen e󰀨ect heeft, vervangt u de accu.98 NEDERLANDS Problemen oplossen bij het stoppen van het gereedschap WAARSCHUWING: Behalve indien absoluut noodzakelijk, mag u de hulprem van het gereed- schap nooit uitschakelen met behulp van de neuraal-keuzehendel. Wanneer de hulprem van het gereedschap is uitgeschakeld, kan het gereedschap onbedoeld bewegen en een ongeval of persoonlijk letsel veroorzaken. WAARSCHUWING: Verzeker u ervan de neuraal-keuzehendel terug te zetten in zijn oor- spronkelijke stand nadat u de hendel naar buiten hebt getrokken. Als het gereedschap niet kan worden verplaatst doordat de accu's leeg zijn of als een storing in het gereedschap is opgetreden, kunt u het gereedschap handmatig verplaatsen door de neuraal-keuzehendel naar buiten te trekken om zo de hulprem uit te schakelen.

1. Vergrendel de remhendel.

2. Los alle voorwerpen uit/vanaf het gereedschap.

LET OP: Verzeker u ervan alle voorwerpen uit/ vanaf het gereedschap te lossen. Het gereedschap kan onbedoeld bewegen als de voorwerpen in/op het gereedschap blijven.

3. Als het gereedschap op een helling staat, ontgren-

delt u de remhendel en richt u het gereedschap zodanig dat de remhendel aan de bovenkant van de helling zit en het gereedschap parallel aan de helling staat. Vergrendel de remhendel. ► Fig.69

4. Verzeker u ervan dat het gereedschap niet

beweegt en trek de neutraal-keuzehendel naar buiten. ► Fig.70: 1. Neutraal-keuzehendel

5. Ontgrendel de remhendel en verplaats het

gereedschap naar een veilige plaats. Aangezien de hulprem is uitgeschakeld, verplaatst u het gereedschap voorzichtig met de remhendel zodat de snelheid niet oploopt.

6. Nadat het gereedschap naar een veilige plaats is

verplaatst, vergrendelt u de remhendel.

7. Zet de neutraal-keuzehendel terug in zijn

oorspronkelijke stand. Verzeker u ervan dat de neu- raal-keuzehendel volledig is teruggezet, zoals aangege- ven in de afbeelding. ► Fig.71: 1. Neutraal-keuzehendel OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita- apparaat dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijke verwonding opleveren. Gebruik accessoires of hulpstukken uit- sluitend voor de aangegeven doeleinden. LET OP: Gebruik uitsluitend Makita- accessoires of -hulpstukken voor het gereed- schap. Het gebruik van enige andere accessoire of hulpstuk kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Originele Makita-accu en -acculader OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.99 ESPAÑOL ESPAÑOL (Instrucciones originales) ESPECIFICACIONES Modelo: DCU603 DCU604 DCU605 Dimensiones (La x An x Al) Cuando está instalado el cajón 1.480 mm x 730 mm x 820 - 1.030 mm Cuando está instalada la portadera
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DCU604

Categorie : Niet gecategoriseerd