DCU604 - Elektrische kruiwagen MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DCU604 MAKITA in PDF-formaat.
| Producttype | Elektrische kruiwagen |
| Merk | Makita |
| Model | DCU604 |
| Afmetingen (L x B x H) met bak | 1480 mm x 730 mm x 820 - 1030 mm |
| Netto gewicht (met bak) | 122 - 124 kg |
| Voeding | 36 V DC, Li-ion accu |
| Compatibele accu's | BL1815N, BL1820B, BL1830B, BL1840B, BL1850B, BL1860B |
| Compatibele laders | DC18RC, DC18RD, DC18RE, DC18SD, DC18SE, DC18SF, DC18SH, DC18WC |
| Rijsnelheden | Vooruit: 5,0 / 3,5 / 1,5 km/u Achteruit: 1,0 km/u |
| Maximaal laadvermogen (vlakke ondergrond) | 300 kg |
| Laadvermogen op helling (3° - 12°) | 180 kg |
| Maximale inhoud platte bak | 250 liter |
| Hellingshoek | 12° |
| Minimale draaicirkel | 1150 mm |
| Rem | Handrem en ondersteuningsrem |
| Bandenspanning | Voor: 280 kPa (40 PSI) Achter: 525 kPa (75 PSI) |
| Beschermingsgraad | IPX4 |
| Geluidsniveau (druk) | 70 dB(A) of minder |
| Trillingen (stationair) | 2,5 m/s² of minder |
| Hoofdfuncties | Vooruit/achteruit, 3 snelheden, LED-verlichting, geluidssignaal, lossen door kantelen, blokkering achterwiel, hoogteverstelling handgrepen |
| Onderhoud | Reinigen met water, controleren bouten, oppompen banden |
| Veiligheid | Parkeerrem, accubeschermingssysteem, veiligheidssleutel, automatische uitschakeling |
| Optionele accessoires | Wagen, bak, platte bak, losunit, reservebanden |
Veelgestelde vragen - DCU604 MAKITA
Gebruikersvragen over DCU604 MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische kruiwagen in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCU604 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCU604 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DCU604 MAKITA
| Model: DCU603 DCU604 DCU605 | ||||
| Afmetingen (l x b x h) | Wanneer de laadbak is aangebracht | 1.480 mm x 730 mm x 820 - 1.030 mm | ||
| Wanneer het draagrek is aangebracht | 1.450 - 1.600 mm x 730 - 1.080 mm x 820 - 1.030 mm | |||
| Wanneer de platte laadbak is aangebracht | 1.440 mm x 730 mm x 820 - 1.030 mm | |||
| Rijsnelheid Vooruit 5,0/3,5/1,5 km/h | ||||
| Achteruit 1,0 km/h 1,0 km/uur | ||||
| Maximumlaadvermogen Op een | horizontale ondergrond 300 kg | |||
| Op een helling (3° - 12°) 180 kg | ||||
| Maximuminhoud van een platte laadbak 250 liter | ||||
| Maximumhellingsgraad 12° | ||||
| Minimumdraaicirkel* 1.150 mm | ||||
| Rem Handrem en hulprem | ||||
| Band Voorwiel | Luchtband | |||
| Achterwiel | Luchtband | |||
| Nominale spanning | 36 V gelijkspanning | |||
| Nettogewicht | Wanneer de laadbak is aangebracht | 122 - 124 kg | ||
| Wanneer het draagrek is aangebracht | 119 - 120 kg | |||
| Wanneer de platte laadbak is aangebracht | 104 - 106 kg | |||
| Beschermingsklasse | IPX4 | |||
*: Buitendiameter bij draaien om het voorwiel.
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
• De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
- Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste combinatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel.
Toepasselijke accu's en laders
| Accu | BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B |
| Lader | DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC |
- Sommige van de hierboven vermelde accu's en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont.
⚠ WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu's en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand.
⚠ WAARSCHUWING: Gebruik nooit de draagbare voedingseenheid PDC1200 of PDC01 met dit apparaat. Als u deze tezamen gebruikt, kan dit leiden tot persoonlijk letsel of een storing.
Symbolen
Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken.

Lees de gebruiksaanwijzing.

Verander op een helling niet van richting.

Dit gereedschap kan niet worden gebruikt op de openbare weg.

Voordat voorwerpen worden geladen of gelost, moeten de rem en stor- teenheid worden vergrendeld.

Laad en los geen voorwerpen op een helling.

Gebruik het gereedschap niet om mensen te vervoeren.

Stort geen voorwerpen op hellingen. Vergrendel de storteenheid na het storten.

Laad voorwerpen gelijkmatig in de laadbak of op het draagrek. Laad de voorwerpen niet ongelijkmatig of alleen aan de voorkant.

Gevaar voor beknellen en pletten. Houd uw handen uit de buurt tijdens gebruik. Plaats uw handen of lichaamsdelen niet in de bewegende delen.

Maximumlaadvermogen: 300 kg op een horizontale ondergrond en 180 kg op een helling (maximaal 12°).

Kijk niet rechtstreeks in een lamp.

Was het gereedschap niet met een hogedrukreiniger.

Houd omstanders tijdens gebruik uit de buurt van het gereedschap.

Gebruik het gereedschap niet op een ongelijkmatige ondergrond.

Gebruik het gereedschap niet wan- neer de laadbak of het draagrek niet volledig is teruggezet.

Verwijder touwen voordat de voor- werpen worden gestort.

Draag altijd slipvast veiligheidsschoeisel.


Vergrendel de rem voordat u de neutraal-keuzehendel bedient.


Vergrendel de rem voordat u de neutraal-keuzehendel terugzet.




De bandenspanning is voor de voorband 280 kPa en voor de achterband 525 kPa.
Verzeker u ervan dat de vergrendel- hendel is vergrendeld.
Draai de vergrendelhendel naar de voorkant van de machine om de storteenheid te ontgrendelen.
Wanneer een pieptoon wordt voorgebracht, vergrendelt u de remhendel.

Wanneer u de trekkerschakelaar loslaat, vergrendelt u de remhendel.

Om de pieptoon te stoppen, laat u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in.

Ni-MH Li-ion


Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu's en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische apparaten en accu's niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektri- sche en elektronische apparaten en inzake accu's en batterijen en oude accu's en batterijen, alsmede de toe- passing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu's en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzamelingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoor- schriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aange- geven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer.
Gegarandeerd geluidsvermogen- niveau conform EU-richtlijn inzake geluidsemissie buitenhuis.
Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië
Gebruiksdoeleinden
Het gereedschap is bedoeld voor het laden en dragen van voorwerpen ondersteund door accuvoeding.
Geluidsniveau
De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-1 en EN12053 al naar gelang van toepassing:
Geluidsdrukniveau ( L_pA ): 70 dB (A) of lager
Onzekerheid (K): 4 dB (A)
Het geluidsniveau kan tijdens gebruik hoger worden dan 80 dB (A).
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
⚠ WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Trilling
De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-1:
Gebruikstoepassing: onbelaste werking
Trillingsemissie ( a_h ): 2,5 m/s ^2 of lager
Onzekerheid (K): 1,5 m/s²
OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.
⚠ WAARSCHUWING: De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
⚠ WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Verklaringen van conformiteit
Alleen voor Europese landen
De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegd in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap
⚠ WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids-waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onderstaande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.
De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoorschriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos).
Veiligheidswaarschuwingen voor een accuaangedreven kruiwagen
- Draag tijdens gebruik van het gereedschap altijd slipvast veiligheidsschoeisel. Slipvaste, dichte veiligheidsschoenen of -laarzen verlagen de kans op letsel.
-
Inspecteer de af te leggen route voordat u voorwerpen/materialen erover transporteert. Door uzelf bekend te maken met de route en u ervan te verzekeren dat de route breed genoeg is om het gereedschap met lading veilig erover te kunnen manoeuvreren, verlaagt u de kans op verlies van controle over het gereedschap.
-
Wees uiterst voorzichtig op een gladde, losse en instabiele ondergrond. Natte en gladde oppervlakken, zoals nat gras, sneeuw en ijs, en losse en instabiele ondergronden, zoals zand of grind, kunnen ertoe leiden dat het gereedschap tractie verliest en kunnen de besturing, het remmen en de stabiliteit nadelig beïnvloeden.
-
Gebruik het gereedschap niet op zeer steile hellingen. Hiermee wordt de kans verkleind op verlies van controle, slippen en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel. Hellingen steiler dan de maximaal aanbevolen hellingsgraad en zijdelingse hellingen kunnen de kans op instabiliteit vergroten en kunnen het vermogen om veilig te stoppen nadelig beïnvloeden.
-
Verzeker u bij het werken op hellingen er altijd van dat u stevig staat, werk altijd dwars op de helling, nooit hellingopwaarts of -afwaarts, en wees uiterst voorzichtig bij het veranderen van richting. Hiermee wordt de kans verkleind op verlies van controle, slippen en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel.
-
Gebruik indien mogelijk een vlag gebied om te stoppen, laden en lossen, en laat het gereedschap nooit achter op een helling. Het gereedschap is instabieler wanneer hij op een helling staat dan wanneer hij op een horizontale ondergrond staat.
-
Als het gereedschap onbeheerd wordt achtergelaten, zet u het gereedschap op een veilige plaats neer en trekt u de parkeerrem aan. De parkeerrem voorkomt ongewenste beweging van het voorwiel en kan de stabiliteit verbeteren.
-
Zorg ervoor dat oprijplaten schoon, sterk en veilig zijn. Om de kans op letsel te verkleinen, moeten alle oprijplaten vrij zijn van los afval en sterk genoeg zijn om het gewicht te dragen van de lading die u erover verwacht te vervoeren. Ze moeten eronder en aan de zijkant afdoende gestut zijn om doorbui-gen en zijdelingse beweging te voorkomen wanneer een lading erover wordt vervoerd. Alle oprijplaten moeten breed genoeg zijn en stevig geplaatst zijn wanneer ladingen erover vervoerd worden.
-
Verzeker u er vóór gebruik van dat alle borgbouten stevig aangedraaid zijn. Borgbouten op de achterwielen en de voor- en zijwanden van het open draagrek moeten stevig vast zitten om ongewenste beweging van deze verstelbare onderdelen van het gereedschap te voorkomen.
-
Gebruik het gereedschap nooit wanneer het overbelast is. Verzeker u ervan dat het gereedschap het juiste draagvermogen heeft voor de voorwerpen of materialen die u wilt vervoeren. Buitensporige ladingen maken het manoeuvreren en stoppen met het gereedschap moeilijker, verlengen de stoptijd en -afstand, en verhogen het gevaar van instabiliteit.
-
Gebruik het gereedschap nooit met te hoog opgestapelde lading. Als het materiaal tot boven de randen van de laadbak of het draagrek wordt geladen, kan het gereedschap in onbalans raken en onbeheersbaar worden.
-
Gebruik containers en trekbanden om de lading vast te zetten. Losse en/of niet-vastgezette ladingen verschuiven gemakkelijker waardoor onbalans en verlies van controle kunnen ontstaan.
-
Houd de handgrepen altijd goed vast. Verlies van controle kan de kans op persoonlijk letsel verhogen.
-
Haal de veiligheidssleutel eruit wanneer het gereedschap niet in gebruik is. De veiligheidssleutel voorkomt ongewenst aangedreven gebruik van het gereedschap, zoals door kinderen of andere onervaren of onbevoegde personen. Zonder de sleutel kan de elektrische aandrijving niet worden ingeschakeld.
-
Dit gereedschap mag niet worden gebruikt op de openbare weg. Het gebruik van de kruiwagen op de openbare weg is tegen de wet en kan aanleiding geven tot een boete, en kan daarnaast leiden tot persoonlijk letsel.
-
Gebruik een stevige rijplaat met een antisliplaag en losbreekbeveiliging wanneer u dit gereedschap voor transport inlaadt of lost, of met dit gereedschap van het ene naar het andere hoogteniveau rijdt. Verzeker u ervan dat de hellingsgraad van de rijplaat niet groter is dan 12°, en bedien het gereedschap langzaam en voorzichtig. Een instabiele of snelle bediening kan ertoe leiden dat het gereedschap omslaat en/of valt.
-
U mag het gereedschap niet uit elkaar halen, repareren of wijzigen.
Voorbereidingen
-
Voordat u het gereedschap bedient, verzekert u zich ervan dat zich geen mensen rondom het gereedschap bevinden.
-
Voordat u het gereedschap bedient, voert u de inspecties uit door het hoofdstuk over onderhoud te raadplegen.
Gebruik
-
Sta tijdens gebruik van het gereedschap achter het gereedschap en houd de handgrepen met beide handen stevig vast.
-
Gebruik het gereedschap niet terwijl u op het gereedschap meerijdt.
-
Sta niet toe dat anderen meerijden op het gereedschap.
-
Wanneer het gereedschap in zijn achteruit wordt gebruikt en u achteruit loopt, moet u achterom kijken, goed opletten waar u uw voeten zet en voorzichtig zijn niet uit te glijden of te struikelen.
-
Gebruik het gereedschap niet bij slecht zicht omdat de kans bestaat dat u tegen obstakels botst.
-
Wanneer u het gereedschap op een ongelijkmatige ondergrond gebruikt, of over een hoogteverschil heen rijdt, verlaagt u de snelheid en bent u extra voorzichtig.
-
Vermijd tijdens gebruik van het gereedschap een zachte ondergrond om te voorkomen dat het gereedschap omkiept wanneer de wegberm inzakt.
-
Gebruik het gereedschap niet op omhooglo-pende hellingen van meer dan 12°.
-
Als u iets abnormaals opmerkt, stopt u het gereedschap op een horizontale ondergrond. Voordat u het gereedschap inspecteert, vergrendelt u de remhendel en schakelt u de voeding uit.
-
Voordat u het gereedschap bedient, verzekert u zich ervan dat de handgreep van de storteenheid helemaal omlaag is geduwd en volledig is vergrendeld. Als de vergrendeling onvolledig is, bestaat de kans op een ongeval omdat het draagrek of de laadbak kan kantelen, en de lading valt terwijl u hellingafwaarts rijdt.
- Wanneer het gereedschap vlakbij een muur wordt gebruikt, bent u voorzichtig dat uw hand niet bekneld raken tussen de handgreep en de muur.
- Gebruik het gereedschap niet onder slechte weersomstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat. Dit verkleint de kans om door de bliksem getroffen te worden.
- Raak de metalen onderdelen niet aan tijdens of na gebruik aangezien deze door het zonlicht heet genoeg kunnen worden om brandwonden te veroorzaken.
- Wees voorzichtig dat de kabels niet in de war raken met de lading of obstakels.
- Alvorens over een brug te rijden verzekert u zich ervan dat het totaal van het gewicht van het gereedschap, het laadvermogen en het gewicht van de gebruiker niet hoger is dan het draagvermogen van de brug. Rijd voorzichtig en met een constante snelheid over de brug.
- Draag handschoenen tijdens gebruik van het gereedschap in een koude omgeving. Als u de metalen onderdelen met blote handen aanraakt, kunnen uw handen vast blijven zitten.
- Als zich mensen of obstakels in de rijrichting bevinden, vermijdt u deze van tevoren.
- Schep geen voorwerpen op met de laadbak of het draagrek. Als u dit doet, kan het gereedschap worden beschadigd en een ongeval worden veroorzaakt.
- Als u het gereedschap op een modderige ondergrond, natte helling of gladde plaats gebruikt, let u erop dat u stevig staat.
- Dompel het gereedschap niet onder in een waterplas.
Gebruik op hellingen
- Kruis geen hellingen.
- Stop voordat u afdaalt en verzeker u ervan de rijnsnelheid te verlagen en voorzichtig te zijn.
- Als de rijsnelheid te hoog is terwijl u helling-afwaarts rijdt, klinkt een pieptoon. Vertraag in dat geval met behulp van de rem.
- Wees voorzichtig bij het starten en stoppen van het gereedschap op een helling.
- Aangezien de lading minder stabiel is op een helling, dient u de lading stevig vast te zetten met touwen.
- Aangezien het gereedschap instabiel wordt afhankelijk van de staat van de weg, houdt u de lading zo klein mogelijk.
- Aangezien op een helling het zicht belemmerd wordt, houdt u de hoogte van de lading zo laag mogelijk.
-
Stop het gereedschap nooit op een helling. Stop het gereedschap op een horizontale ondergrond, vergrendel de remhendel en scha- kel de voeding uit.
-
Verander op een steile helling niet van richting of snelheidsfunctie.
- Laat de trekkerschakelaar niet los op omhooglopende hellingen. Het gereedschap kan achteruit rollen en een ongeval veroorzaken.
- Verzeker u ervan dat de resterende acculading voldoende is voordat u het gereedschap op een helling gebruikt. Als de resterende acculading onvoldoende is, laad u de accu op of vervangt u deze door een opgeladen accu.
- Wanneer u het gereedschap op een helling wordt gestart, plaatst u uw voet niet achter het achterwiel omdat het gereedschap enkele centimeters achteruit rolt.
Voorwerpen laden
- Laad niet te veel voorwerpen. Zorg ervoor dat u bij het laden van voorwerpen de instructies en laadbeperkingen in de gebruiksaanwijzing in acht neemt.
- Hoe zwaarder de lading, hoe moeilijker het is om het gereedschap te bedienen. Houd daarom het gewicht van de lading binnen het bereik waarin dit niet van invloed is op de bediening.
- Zet de voorwerpen stevig vast met touwen.
- Laad de voorwerpen binnen het draagrek, de laadbak of de platte laadbak. Als de voorwerpen buiten het draagrek, de laadbak of de platte laadbak steken, bestaat de kans op ongevallen als gevolg van vallende voorwerpen of botsingen met obstakels, zoals muren.
- Zorg ervoor dat geladen voorwerpen onder ooghoogte blijven. Als de lading te hoog is, is het gevaarlijk omdat het zicht wordt belemmerd. Bovendien bestaat de kans op omkiepen en letsel omdat de lading waarschijnlijk niet in balans is.
- Laad de voorwerpen gelijkmatig binnen het draagrek, de laadbak of de platte laadbak. Als de voorwerpen ongelijkmatig worden geladen, bestaat de kans op omkiepen en letsel omdat de lading waarschijnlijk niet in balans is.
- Voordat u de voorwerpen laadt of het gereedschap bedient, verzekert u zich ervan dat de handgreep van de storteenheid helemaal omlaag is geduwd en volledig is vergrendeld.
- Zorg ervoor dat zware voorwerpen eerst worden geladen voor een goede balans.
- Trek de voor- en zijrails niet uit op hellingen. Trek de zijrails uit wanneer lichtgewicht voor- werpen worden geladen.
- Wanneer u de voor- en zijrails uittrekt, trekt u ze niet verder uit dan de grensmarkering. Verzeker u ervan dat de zijrails aan de linker- en rechterkant even ver worden uitgetrokken en de lading gelijkmatig wordt geladen.
- Laad en los de voorwerpen op een horizontale ondergrond. Laad en los voorwerpen nooit op een helling.
- Houd bij het optillen van het draagrek of de laadbak de handgrepen en het frame stevig vast, en werk vanuit een stabiele houding.
- Wanneer u een vloeistof laadt, let u erop niet te morsen. Als u morst, kan dat leiden tot uitglijden en letsel veroorzaken.
Het gereedschap vervoeren
- Gebruik oprijplaten die minstens 4 keer zo lang zijn als de hoogte van de laadvloer, met bevestigingen die passen in de laadvloer, met een slipvast oppervlak, van voldoende breedte, en die het gewicht van het gereedschap en de gebruiker kunnen dragen. Lees vóór gebruik de gebruiksaanwijzing van de oprijplaten aan-dachtig door.
- Voordat u het gereedschap inlaadt, lost u alle voorwerpen uit het gereedschap en verwijdert u modder en ander vuil vanaf de banden. Plaats de oprijplaten op een horizontale en stabiele ondergrond.
- Voordat u het gereedschap inlaadt of uitlaadt, verzekert u zich ervan dat zich geen mensen rondom het gereedschap en de oprijplaten bevinden. Laad het gereedschap in of uit met een lage rijsnelheid en wees daarbij voorzichtig dat het gereedschap niet van de oprijplaten afvalt. Let op dat u uw hoofd niet stoot tegen het dak van de auto of aanhanger. Wees uiterst voorzichtig wanneer u het gereedschap achterwaarts in- of uitlaadt.
- Tijdens het vervoeren van het gereedschap moet de remhendel zijn vergrendeld, de voeding zijn uitgeschakeld, de accu's en vergrendelsleutel zijn verwijderd, en het gereedschap stevig zijn vastgezet.
Onderhoud en opslag
- Alvorens het gereedschap op te slaan of inspectie- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, verzekert u zich er altijd van dat het gereedschap op een horizontale ondergrond is gestopt, de remhendel is vergrendeld, en de vergrendelsleutel en de accu's zijn verwijderd.
- Laat het gereedschap niet onbeheerd buiten in de regen staan.
- Wanneer u de machine opbergt, vermijdt u direct zonlicht en regen, en bergt u het op een plaats op die niet heet of vochtig wordt.
Gebruik en verzorging van gereedschap dat op een accu werkt
- Laad alleen op met de acculader aanbevolen door de fabrikant. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar opleveren indien gebruikt met een ander type accu.
- Gebruik elektrisch gereedschap uitsluitend met de daarvoor bestemde accu. Gebruik van andere accu's kan gevaar voor letsel of brandgevaar opleveren.
- Als de accu niet wordt gebruikt, houdt u deze uit de buurt van metalen voorwerpen, zoals paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting kunnen veroorzaken tussen de accupolen. Kortsluiting tussen de accupolen kan leiden tot brandwonden of brand.
-
Onder zware gebruiksomstandigheden kan vloeistof uit de accu komen. Voorkom aanraking! Als u er per ongeluk mee in aanraking komt, spoelt u het er met water af. Als de vloeistof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brandwonden veroorzaken.
-
Gebruik geen accu of gereedschap dat beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of gewijzigde accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of gevaar van letsel.
- Stel een accu of gereedschap niet bloot aan vuur of buitensporige temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kunnen een explosie veroorzaken.
- Volg alle oplaadinstructies en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik opgegeven in de instructies. Verkeerd opladen of bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigen en de kans op brand vergroten.
Elektrische veiligheid en accu
- Werp de accu(s) niet in een vuur. De accu kan exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijke speciale verwerkingsvereisten.
- Open of vervorm de accu('s) niet. Het elektrolyt is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen en huid. Het kan giftig zijn bij inslikken.
- Laad de accu niet op in de regen of op een natte plaats.
- Laad de accu niet buitenshuis op.
- Raak de lader, inclusief de stekker en de contacten van de lader, niet met natte handen aan.
- Vervang de accu niet in de regen.
- Laat de aansluitpunten van de accu niet nat worden met een vloeistof, zoals water, en dompel de accu niet onder. Laat de accu niet in de regen liggen en laad of berg de accu niet op een vochtige of natte plaats op. Als de aansluitpunten nat worden of vloeistof binnendringt in de accu, kan kortsluiting ontstaan in de accu en bestaat de kans op oververhitting, brand of explosie.
- Nadat de accu vanaf het gereedschap of de acculader is verwijderd, vergeet u niet het accudeksel op de accu te bevestigen en deze op een droge plaats op te bergen.
- Vervang de accu niet met natte handen.
- Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik de machine niet op vochtige of natte plaatsen en stel hem niet bloot aan regen. Als water binnendringt in de machine, wordt de kans op een elektrische schok groter.
- Als de accu nat wordt, laat u het water eruit lopen en veegt u hem af met een droge doek. Laat de accu volledig drogen op een droge plaats voordat u hem gebruikt.
BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.
⚠ WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig letsel.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
- Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
- Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
- Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken.
- Als elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
- Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brandwonden, en zelfs defecten.
-
Bewaar en gebruik het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
-
Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan- neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploffen in het vuur.
- Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke handelingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
- Gebruik nooit een beschadigde accu.
- De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen.
Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd.
Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving.
Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
-
Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
-
Gebruik de accu's uitsluitend met de gereedschappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu's worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, buitensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
- Als u het gereedschap gedurende een lange tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
- Tijdens en na gebruik, kan de accu heet worden waardoor brandwonden of koude brandwonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
- Raak de aansluitpunten van het gereedschap niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
- Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waardoor brandwonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.
- Behalve indien gebruik van het gereedschap is toegestaan in de buurt van hoogspanningsleidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
- Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.

LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu's. Het gebruik van niet-originele accu's, of accu's die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroorzaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita.
Tips voor een maximale levensduur van de accu
- Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
- Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
- Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
- Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader.
- Laad de accu op als u deze gedurende een lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN
DCU603
▶ Fig.1
| 1 Bedieningspaneel 2 Pieptoonknop | |
| 3 Trekkerschakelaar 4 Lamp op de achterkant | |
| 5 Handgreep 6 Accubak | |
| 7 Remhendel 8 Achterwiel | |
| 9 Achterwielvergrendeling 10 Vergrendelhendel | |
| 11 Voorwiel 12 Lamp op de voorkant | |
| 13 Laadbak -- | |
DCU604
▶ Fig.2
| 1 Bedieningspaneel 2 Pieptoonknop | ||
| 3 Trekkerschakelaar 4 Lamp op de achterkant | ||
| 5 Handgreep 6 Accubak | ||
| 7 Remhendel 8 Achterwiel | ||
| 9 Achterwielvergrendeling 10 Vergrendelhendel | ||
| 11 Voorwiel 12 Lamp op de voorkant | ||
| 13 Draagrek -- | ||
DCU605
▶ Fig.3
| 1 Bedieningspaneel 2 Pieptoonknop | ||
| 3 Trekkerschakelaar 4 Lamp op de achterkant | ||
| 5 Achterwielvergrendeling 6 Handgreep | ||
| 7 Accubak 8 Remhendel | ||
| 9 Achterwiel 10 Voorwiel | ||
| 11 Lamp op de voorkant 12 Dop | ||
| 13 Platte laadbak | -- | |
CONFIGURATIE VAN HET GEREEDSCHAP
Wanneer de laadbak is aangebracht
▶ Fig.4
| 1 Laadbak 2 Storteenheid | ||
| 3 Onderstel | -- |
Wanneer het draagrek is aangebracht
▶ Fig.5
| 1 Draagrek | 2 Storteenheid |
| 3 Onderstel | -- |
Wanneer de platte laadbak is aangebracht
▶ Fig.6
| 1 P | atte laadbak | 2 Onderstel |
MONTAGE
⚠ LET OP: Verzeker u er altijd van dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu's zijn verwijderd voordat u enige werkzaamheden aan het gereedschap uitvoert.
Alvorens de laadbak, het draagrek, de platte laadbak of de storteenheid aan te brengen of te verwijderen, verzekert u zich ervan de remhendel te vergrendelen. Om de remhendel te vergrendelen houdt u de remhendel aangetrokken, trekt u daarna aan de vergrendelhendel, en laat u vervolgens de remhendel los terwijl u de vergrendelhendel aangetrokken houdt.
▶ Fig.7: 1. Remhendel 2. Vergrendelhendel
De storteenheid aanbrengen en verwijderen
Optioneel accessoire
De storteenheid aanbrengen
- Haal de storteenheid en de handgrepen uit de doos.
▶ Fig.8: 1. Storteenheid 2. Handgrepen - Steek de pijpuiteinden onderaan de handgrepen in de storteenheid, zoals aangegeven in de afbeelding, en draai daarna de 4 bouten stevig vast.
▶ Fig.9: 1. Bout 2. Handgrepen
OPMERKING: Til tijdens het aandraaien van de bouten de handgrepen iets op.
- Verzeker u ervan dat de storteenheid vergrendeld is door de handgrepen omlaag te trekken.
▶ Fig.10: 1. Handgrepen - Verwijder de kabelafdekking in de rechteronderhoek op de achterkant van het gereedschap.
▶ Fig.11: 1. Kabelafdekking - Plaats de storteenheid op het onderstel door de storteenheid met twee personen vast te houden, zoals aangegeven in de afbeelding.
▶ Fig.12 - Draai 2 bouten aan de achterkant van het gereedschap tijdelijk vast. Draai de resterende 4 bouten stevig vast en draai daarna de 2 bouten op de achterkant van het gereedschap stevig vast.
▶ Fig.13: 1. Bout (voor) 2. Bout (achter) - Bevestig de kabelafdekking.
▶ Fig.14: 1. Kabelafdekking
De storteenheid verwijderen
Om de storteenheid te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde.
De laadbak aanbrengen en verwijderen
Optioneel accessoire
De laadbak aanbrengen
- Haal de laadbak, steunen en voorpijp uit de doos.
▶ Fig.15: 1. Laadbak 2. Steun 3. Voorpijp - Steek de voorpijp tussen het bovenframe en onderframe van de storteenheid.
▶ Fig.16: 1. Voorpijp - Plaats de steun op de storteenheid en draai daarna tijdelijk de bouten door de voorpijp vast. Bevestig de andere steun op dezelfde manier op de storteenheid.
▶ Fig.17: 1. Steun 2. Bout - Plaats de laadbak op de voorpijp en de linker en rechter steun.
Plaats de rubber ring op het gat in de laadbak en steek de bout er vanaf de bovenkant in. Breng vanaf de onderkant eerst de platte ring en daarna de veerring aan op de bout en draai vervolgens de moer vast. Draai de resterende bouten en moeren op dezelfde manier vast.
- Draai de 4 bouten die in stap 3 tijdelijk waren vastgedraaid nu stevig vast.
De laadbak verwijderen
Om de laadbak te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde.
Het draagrek aanbrengen en verwijderen
Optioneel accessoire
Het draagrek aanbrengen
- Haal het draagrek uit de doos en bevestig de zijrails en de voorrail aan het bodemrek.
▶ Fig.19 - Draai de 6 vingerschroeven tezamen met de veren en ringen vast om de rails te bevestigen.
▶ Fig.20: 1. Vingerschroef 2. Veer 3. Ring - Plaat het draagrek op de storteenheid.
Steek de bout vanaf de bovenkant erin. Breng vanaf de onderkant eerst de platte ring en daarna de veerring aan op de bout en draai vervolgens de moer vast. Draai de resterende bouten en moeren op dezelfde manier vast.
Het draagrek verwijderen
Om het draagrek te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde.
De platte laadbak aanbrengen en verwijderen
Optioneel accessoire
De platte laadbak aanbrengen
- Haal de platte laadbak en de draagframes uit de doos.
▶ Fig.22: 1. Platte laadbak 2. Draagframe - Monteer de draagframes aan elkaar door de 12 bouten vast te draaien.
▶ Fig.23: 1. Bout - Verwijder de kabelafdekking in de rechteronderhoek op de achterkant van het gereedschap.
▶ Fig.24: 1. Kabelafdekking - Plaats de draagframes op het onderstel draai daarna tijdelijk de 2 bouten op de achterkant van het gereedschap vast. Draai de resterende 4 bouten stevig vast en draai daarna de 2 bouten op de achterkant van het gereedschap stevig vast.
▶ Fig.25: 1. Bout (voor) 2. Bout (achter) - Bevestig de kabelafdekking.
▶ Fig.26: 1. Kabelafdekking - Houd de platte laadbak met twee mensen vast aan de lange zijkanten, zoals aangegeven in de afbeelding, en plaats de platte laadbak in de draagframes.
▶ Fig.27
De platte laadbak verwijderen
Om de platte laadbak te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde.
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIES
De accu aanbrengen en verwijderen
⚠ LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit en vergrendel de remhendel voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.
LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving.
⚠ LET OP: Druk de accu er niet met kracht in.
Als de accu er niet soepel in schuift, houdt u die waarschijnlijk in de verkeerde stand.
⚠ LET OP: Gebruik niet een accu voor hoge temperatuur. Als u een accu voor hoge temperatuur gebruikt, stopt het gereedschap automatisch en klinkt een korte pieptoon, en kan letsel worden veroorzaakt.
LET OP: Wees voorzichtig bij het sluiten of openen van het accudeksel dat uw vingers niet bekneld raken.
KENNISGEVING: Zorg dat u voor gebruik het accudeksel stevig afsluit. Anders zou er modder, vuil en water in kunnen komen en het gereedschap of de accu kunnen beschadigen.
De accu aanbrengen
- Trek de vergrendelhendel omhoog en open daarna het deksel van de accubak.
▶ Fig.28: 1. Deksel 2. Vergrendelhendel
- Lijn de lip van de accu uit met de gleuf van de accubak, en schuif daarna de accu totdat deze op zijn plaats wordt vergrendeld met een klein klikgeluid.
▶ Fig.29: 1. Accu
- Steek de vergrendelsleutel, op de plaats die in de afbeelding is aangegeven, zo ver mogelijk erin en draai hem rechtsom.
▶ Fig.30: 1. Vergrendelsleutel
OPMERKING: Om de vergrendelsleutel te kunnen draaien, moet de vergrendelsleutel er helemaal ingestoken zijn.
- Sluit het deksel van de accubak.
▶ Fig.31: 1. Deksel
De accu verwijderen
-
Trek de vergrendelhendel omhoog en open daarna het deksel van de accubak.
-
Verschuif de knop aan de voorkant van de accu en trek tegelijkertijd de accu uit de accubak.
▶ Fig.32: 1. Knop
-
Draai de vergrendelsleutel linksom en trek hem eruit.
-
Sluit het deksel van de accubak.
Beveiligingssysteem voor gereedschap/accu
Het apparaat is uitgerust met een beveiligingssysteem voor gereedschap/accu. Dit systeem schakelt automatisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld. Een korte of lange pieptoon klinkt voordat het gereedschap automatisch stopt. De accu-indicators en de lampjes op het bedieningspaneel knipperen terwijl de pieptoon klinkt.
OPMERKING: Om de pieptoon te stoppen, laat u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in.
Overbelastingsbeveiliging
Als het gereedschap of de accu wordt gebruikt op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het apparaat automatisch en knippert de aan-uitlamp groen. Wanneer dat gebeurt, schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte, zoals het verminderen van de geladen voorwerpen. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten.
Oververhittingsbeveiliging
Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en gaat de aan-uitlamp rood branden. In dat geval laat u het gereedschap en de accu afkoelen, voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt.
Beveiliging tegen te ver ontladen
Wanneer de acculading onvoldoende is, knipperen de aan-uitlamp en de betreffende accu-indicator rood. In dat geval schakelt u over op andere accu's of vervangt u de accu's door volledig opgeladen accu's, of verwijdert u de accu's vanaf het gereedschap en laadt u ze op.
OPMERKING: Wanneer de accu oververhit is, knippert de aan-uitlamp rood.
Beveiligingen tegen andere oorzaken
KENNISGEVING: De aan-uitlamp knippert beurtelings groen en rood wanneer zich een abnormale situatie voordoet in het gereedschap. Raadpleeg in dat geval het hoofdstuk over problemen oplossen.
Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die de machine kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat de machine automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te heffen, wanneer de machine tijdelijk is onderbroken of tijdens het gebruik is gestopt.
- Schakel de machine uit en schakel hem daarna weer in om hem opnieuw te starten.
- Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een) opgeladen accu('s).
- Laat de machine en accu('s) afkoelen.
KENNISGEVING: Als geen verbetering optreedt of als het gereedschap stopt als gevolg van een oorzaak die niet hierboven wordt beschreven, raadpleegt u het hoofdstuk over problemen oplossen.
De resterende acculading controleren
⚠ LET OP: Stop altijd het gereedschap voordat u de resterende acculading controleert of de accu's omschakelt.
⚠ LET OP: Wanneer de acculading laag wordt, klinkt een korte pieptoon. Vergrendel in dat geval de remhendel en schakelt u over op opgeladen accu's of laadt u de accu's op. Als u het gereedschap blijft gebruiken met een lage acculading en de acculading oprakt, klinkt een lange pieptoon en stopt het gereedschap automatisch waardoor een ongeval of letsel kan worden veroorzaakt.
LET OP: Als de pieptoon klinkt tijdens het werken op een helling, verplaatst u het gereedschap naar een veilige plaats, vergrendelt u de remhendel, en schakelt u over op opgeladen accu's of laadt u de accu's op.
LET OP: Als de lading zwaar is en de pieptoon klinkt tijdens het werken op een helling, let u goed op de veiligheid, vergrendelt u de remhendel en schakelt u over op opgeladen accu's. Verplaats het gereedschap naar een veilige plaats en vergrendel de remhendel. Verminder de lading voordat u het gereedschap weer bedient. Raadpleeg voor meer informatie het hoofdstuk over problemen oplossen.
Het laadniveau op de accubak controleren
▶ Fig.33: 1. Accu-indicator 2. Testknop
Druk op de testknop om de resterende acculadingen te zien. De accu-indicators geven per accu de resterende acculading aan.
| Toestand van accu-indicator Resterende | acculading | ||
| Aan | Knippert | Uit | |
![]() | 50% tot 100% | ||
![]() | 20% tot 50% | ||
![]() | 0% tot 20% | ||
![]() | Leeg | ||
![]() | Accu niet aangebracht | ||
OPMERKING: Als u de trekkerschakelaar blijft inknijpen, ook nadat u de korte pieptoon hebt gehoord, stopt het gereedschap automatisch. Nadat het gereedschap automatisch is gestopt, blijft de pieptoon klinken en wordt de hulprem aangetrokken. Om de pieptoon te stoppen en de hulprem vrij te geven, laat u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in. Duw niet met kracht tegen het gereedschap zonder de hulprem vrij te geven.
OPMERKING: U kunt de resterende acculading ook controleren wanneer de vergrendelsleutel niet is geplaatst.
OPMERKING: De accu-indicators voor de resterende acculading dienen slechts ter referentie. De daadwerkelijke acculading kan verschillen afhankelijk van de gebruiksomstandigheden.
Het laadniveau op de accu controleren
Alleen voor accu's met indicatorlampjes
▶ Fig.34: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop
Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden.
| Indicatorlampjes Resterende | acculading | ||
| Brandt Uit | Knippert | ||
![]() | 75% tot 100% | ||
![]() | 50% tot 75% | ||
![]() | 25% tot 50% | ||
![]() | 0% tot 25% | ||
![]() | Laad de accu op. | ||
![]() ![]() | Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. | ||
OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur, is het mogelijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading.
OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator-lampje knippert wanneer het accubeveiligingssysteem in werking is getreden.
De accu omschakelen
▶ Fig.35: 1. Accukeuzeschakelaar
Het apparaat gebruikt 2 accu's tegelijkertijd. Maximaal 4 accu's kunnen in het gereedschap worden aangebracht. Voordat u het gereedschap bedient, selecteert u de accu's die moeten worden gebruikt door de accukeuzeschakelaar te draaien.
KENNISGEVING: Als de accu zich in de volgende omstandigheid bevindt, werkt het gereedschap niet, zelfs als u de accu's omschakelt met behulp van de accukeuzeschakelaar.
- De resterende acculading van minstens één van de accu's is op.
- Minstens één van de accu's is oververhit. In dat geval verwijdert u de lege of oververhitte accu, of vervangt u de accu door een opgeladen accu.
OPMERKING: Als slechts 2 accu's in het gereedschap zijn aangebracht, verzekert u zich ervan de accu's te selecteren die zijn aangebracht met behulp van de accukeuzeschakelaar.
Bedieningspaneel
ALET OP: Vergrendel altijd de remhendel en schakel het gereedschap uit wanneer het niet in gebruik is.
Aan-uitknop
▶ Fig.36: 1. Aan-uitlamp 2. Aan-uitknop
Om het gereedschap in te schakelen, vergrendelt u de remhendel en laat u de trekkerschakelaar los, en drukt u vervolgens op de aan-uitknop. De aan-uitlamp brandt groen. Om het gereedschap uit te schakelen, vergrendelt u de remhendel en drukt u vervolgens op de aan-uitknop.
OPMERKING: Wanneer het gereedschap de eerste keer wordt gebruikt nadat het gereedschap is ingeschakeld, wordt het elektrische systeem getest. Als een probleem wordt gedetecteerd, knippert de aan-uitlamp beurtelings rood en groen. Raadpleeg in dat geval het hoofdstuk over problemen oplossen.
OPMERKING: Als de aan-uitlamp rood brandt, of rood of groen knippert, raadpleegt u de instructies voor het beveiligingssysteem voor gereedschap/accu.
OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen, wordt het gereedschap automatisch uitgeschakeld wanneer het gereedschap stilstaat en niet wordt bediend binnen een bepaalde tijdsduur nadat het gereedschap is ingeschakeld.
OPMERKING: Als u op de aan-uitknop drukt terwijl de trekkerschakelaar wordt ingeknepen, wordt het gereedschap niet ingeschakeld. Laat de trekkerschakelaar los en druk daarna op de aan-uitknop.
Vooruit-achteruit- en snelheidsknop
▶ Fig.37: 1. Vooruit-achteruitknop 2. Snelheidsknop
Druk op de vooruit-achteruitknop om om te schakelen tussen de vooruitrijfunctie en de achteruitrijfunctie. Druk op de snelheidsknop om om te schakelen tussen lage rijsnelheid, gematigde rijsnelheid en hoge rijsnelheid. Wanneer de voeding wordt ingeschakeld, worden de vooruitrijfunctie en de lage rijsnelheid ingesteld.
OPMERKING: De vooruit-achteruitknop kan niet worden bediend terwijl de trekkerschakelaar wordt ingeknepen.
OPMERKING: Een korte pieptoon klinkt terwijl het gereedschap in zijn achteruit wordt gebruikt.
OPMERKING: De snelheidsknop kan niet worden bediend terwijl het gereedschap in zijn achteruit wordt gebruikt.
Pieptoonknop
Wanneer u op de pieptoonknop drukt, klinkt de pieptoon.
OPMERKING: De pieptoonknop kan worden bediend wanneer het gereedschap is ingeschakeld.
OPMERKING: De pieptoonknop kan zelfs worden bediend wanneer de vergrendelsleutel niet in de accubak is gestoken.
De lampen inschakelen
Druk op de lampknop op de accubak om de lampen op de voorkant en achterkant in te schakelen. Om de lampen uit te schakelen, drukt u nogmaals op de lampknop.
▶ Fig.39: 1. Lampknop 2. Lamp op de voorkant
▶ Fig.40: 1. Lamp op de achterkant
OPMERKING: De lampen gaan uit nadat het gereedschap gedurende een bepaalde tijdsduur niet is bediend.
OPMERKING: De lampen gaan uit wanneer de voeding wordt uitgeschakeld.
OPMERKING: U kunt de lampen inschakelen zelfs wanneer de vergrendelsleutel niet is geplaatst.
Trekkerschakelaar en remhendel
⚠ LET OP: Alvorens de accu in het gereedschap aan te brengen, controleert u altijd of de trekker-schakelaar correct werkt en na loslaten terugkeert naar de uit-stand.
Om het gereedschap te starten, knijpt u de trekkerschakelaar in. Met behulp van de trekkerschakelaar kan de rijsnelheid wordt aangepast binnen het geselecteerde snelheidsbereik. Om het gereedschap te stoppen, laat u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in. Om de remhendel te vergrendelen houdt u de remhendel aangetrokken, trekt u daarna aan de vergrendelhendel, en laat u vervolgens de remhendel los terwijl u de vergrendelhendel aangetrokken houdt. Om de vergrendeling vrij te geven, knijpt u de remhendel in.
▶ Fig.41: 1. Trekkerschakelaar
▶ Fig.42: 1. Remhendel 2. Vergrendelhendel
De breedte van het draagrek afstellen
KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat de zij- rails en de voorrail stevig zijn bevestigd nadat de vingerschroeven zijn vastgedraaid.
Draai de 6 vingerschroeven los en verschuif daarna de zijrails en de voorrail. Draai de vingerschroeven vast om de zijrails en de voorrail vast te zetten.
▶ Fig.43: 1. Vingerschroef 2. Rail
ALET OP: Schuif de rail niet verder dan de grensmarkering.
▶ Fig.44
De hoogte van de handgreep afstellen
KENNISGEVING: Stel de linker- en rechterhand-greep af op dezelfde hoogte.
De hoogte van de handgreep kan worden afgesteld op 7 hoogten. Om de hoogte van de handgreep af te stellen, draait u de 2 knoppen los, stelt u de hoogte van de handgreep af door het gat in de handgreep uit te lijnen met het uitsteeksel op het achterframe, en draait u vervolgens de 2 knoppen stevig vast. Stel de hoogte van de andere handgreep op dezelfde manier af.
▶ Fig.45: 1. Knop
Achterwielvergrendeling
U kunt de richting waarin de achterwielen wijzen vergrendelen met behulp van de achterwielvergrendeling.
- Rijd het gereedschap iets naar voren zodat de achterwielen wijzen in de richting aangegeven in de afbeelding.
▶ Fig.46: 1. Achterwiel - Draai de achterwielvergrendeling naar achteren.
▶ Fig.47: 1. Achterwielvergrendeling - Vergrendel het andere achterwiel op dezelfde manier.
- Beweeg het achterwiel iets naar voren en achteren of naar links en rechts om er zeker van te zijn dat hij is vergrendeld.
Om de achterwielvergrendeling vrij te geven, draait u de achterwielvergrendeling 90° zoals aangegeven in de afbeelding.
▶ Fig.48: 1. Achterwielvergrendeling
OPMERKING: De achterwielen kunnen worden vastgezet in 4 verschillende richtingen, zoals aangegeven in de afbeelding.
▶ Fig.49
De waterpas gebruiken
Door de waterpas te gebruiken, kunt u controleren of de ondergrond horizontaal is.
ALET OP: Verzeker u ervan de remhendel te vergrendelen alvorens voorwerpen te laden, los- sen en storten, of vloeistoffen af te tappen.
Het gereedschap bedienen
KENNISGEVING: Verzeker u ervan vóór gebruik de vergrendelsleutel te plaatsen. Als de vergrendelsleutel niet is geplaatst, klinkt een pieptoon wanneer u de trekkerschakelaar inknijpt. De pieptoon stopt wanneer u de trekkerschakelaar loslaat en de remhendel inknijpt.
KENNISGEVING: Voer een inspectie uit voordat u het gereedschap bedient door het hoofdstuk over onderhoud te raadplegen.
- Verzeker u ervan dat de remhendel is vergrendeld. Breng de accu's aan, plaats de vergrendelsleutel en draai hem rechtsom.
- Kies met behulp van de accukeuzeschakelaar de gewenste accu's.
- Druk op het bedieningspaneel op de aan-uitknop om de voeding in te schakelen.
▶ Fig.51: 1. Aan-uitknop
- Knijp de remhendel in om de vergrendeling van de remhendel vrij te geven.
▶ Fig.52: 1. Remhendel
- Houd de handgrepen stevig met beide handen vast.
▶ Fig.53 - Knijp de trekkerschakelaar in.
▶ Fig.54: 1. Trekkerschakelaar
Voorwerpen laden
ALET OP: Alvorens voorwerpen in het gereedschap te laden, verzekert u zich ervan dat het gereedschap is uitgeschakeld en de remhendel vergrendeld is.
⚠ LET OP: Alvorens voorwerpen in het gereedschap te laden, verzekert u zich ervan dat de storteenheid vergrendeld is.
⚠ LET OP: Verzeker u ervan dat de voorwerpen binnen het draagrek, de laadbak of de platte laadbak worden geladen. Als voorwerpen uit het draagrek, de laadbak of de platte laadbak steken, kunnen deze vallen of afbreken als ze tegen obstakels botsen.
▶ Fig.55
LET OP: Zorg ervoor dat de voorwerpen zodanig geladen worden dat ze onder ooghoogte blijven. Als de lading te hoog is, is het gevaarlijk omdat het zicht wordt belemmerd. Bovendien bestaat de kans op omkiepen en letsel omdat de lading waarschijnlijk niet in balans is.
▶ Fig.56
⚠ LET OP: Laad geen voorwerpen boven de hoogte van de laadbak of platte laadbak. Als voorwerpen hoger worden geladen dan de laadbak of platte laadbak, kunnen deze vallen of afbreken.
Als voorwerpen op het draagrek worden geladen, zet u de voorwerpen vast met touwen en bindt u deze vast aan de sjorhaken van het draagrek.
▶ Fig.57: 1. Sjorhaak
Voorwerpen storten
⚠ LET OP: Voordat u het draagrek of de laadbak kantelt, verzekert u zich ervan de remhendel te vergrendelen.
⚠ LET OP: Kantel het draagrek of de laadbak op een horizontale en stabiele ondergrond. Als u dit op een instabiele ondergrond doet, kan dat leiden tot een ongeval of letsel.
LET OP: Houd de lading zo klein mogelijk. Als de lading te groot is, mag u niet proberen het draagrek of de laadbak te kantelen. Verklein de lading en kantel vervolgens het draagrek of de laadbak.
LET OP: Wanneer u het draagrek of de laadbak kantelt of terugplaatst, mag u nooit een deel van uw lichaam erin steken, of tussen de storteenheid en het draagrek of de laadbak steken.
ALET OP: Als de lading is vastgezet met touwen of iets anders, maakt u deze los voordat u de storteenheid kantelt.
⚠ LET OP: Voordat u het draagrek of de laadbak kantelt, verzekert u zich ervan dat zich geen mensen of obstakels rondom het gereedschap bevinden.
U kunt de voorwerpen storten door het draagrek of de laadbak op te tillen en te kantelen.
- Stop het gereedschap en vergrendel de remhendel.
KENNISGEVING: Wij adviseren u de voorwielen te blokkeren om het gereedschap te stabiliseren.
- Draai de vergrendelhendel van de storteenheid naar de voorkant van de machine om de storteenheid te ontgrendelen.
▶ Fig.58: 1. Vergrendelhendel
- Ga aan de zijkant van het gereedschap staan, houd de handgreep van het gereedschap met één hand vast en houd de handgreep van de storteenheid met de andere hand vast.
▶ Fig.59
ALET OP: Houd de handgrepen van het gereedschap en de storteenheid stevig vast en werk vanuit een stabiele houding.
-
Kantel het draagrek of de laadbak door de handgreep van de storteenheid omhoog te trekken.
-
Plaats het draagrek of de laadbak terug door de handgreep van de storteenheid omlaag te trekken en de storteenheid te vergrendelen.
ALET OP: Na het storten van de lading verzekert u zich ervan de storteenheid te vergrendelen door de storteenheid terug te plaatsen in zijn oorspronkelijke stand.
Vloeistof aftappen
ALET OP: Alvorens de vloeistof af te tappen, verzekert u zich ervan de remhendel te vergrendelen.
Om de vloeistof in de platte laadbak af te tappen, draait u de dop van de platte laadbak los en verwijdert u deze. Draai na het aftappen de dop er vast op.
▶ Fig.60: 1. Dop
OPMERKING: Wees voorzichtig wanneer u de dop verwijdert omdat de dop eraf kan worden geduwd door de druk van de vloeistof. Wees voorzichtig dat de vloeistof niet op uw gezicht of andere plaatsen op uw lichaam komt.
ONDERHOUD
⚠LET OP: Alvorens het gereedschap op te slaan of inspectie- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, verzekert u zich er altijd van dat het gereedschap op een horizontale ondergrond is geparkeerd en de remhendel is vergrendeld.
ALET OP: Verzeker u er altijd van dat de vergrendelsleutel en accu uit het gereedschap zijn verwijderd vóór opslag, inspectie en onderhoud.
ALET OP: Verwijder altijd de vergrendelsleutel wanneer het gereedschap niet in gebruik is. Bewaar de vergrendelsleutel op een veilige plaats buiten bereik van kinderen.
Inspectie vóór gebruik
Voer de volgende inspecties uit voordat u het gereedschap bedient.
- Controleer of de bouten, moeren en knoppen stevig vastgedraaid zijn.
▶ Fig.61 - Controleer of de rem goed werkt. Als u vindt dat de rem onvoldoende goed werkt, reinigt u de rem. Als geen verbetering optreedt, vraagt u uw erkende Makita-servicecentrum hem te repareren.
- Controleer of de storteenheid vergrendeld is wanneer de handgreep van de storteenheid helemaal omlaag geduwd is.
▶ Fig.62: 1. Handgrepen - Controleer of de banden van de voor- en achterwielen niet beschadigd zijn en er voldoende lucht in de banden zit.
- Controleer of de lampen op de voorkant en achterkant en de reflector schoon zijn. Reinig ze zo nodig.
- Controleer of de schrapers in de juiste stand staan. Als de schraper omhoog gericht is, past u de stand van de schraper aan door de bouten los te draaien. Duw bij het vastdraaien van de bouten de schraper niet naar de voorkant van het gereedschap.
▶ Fig.63: 1. Schraper
Het gereedschap reinigen
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt.
KENNISGEVING: Gebruik geen hogedrukreiniger voor het reinigen.
KENNISGEVING: Zorg ervoor dat tijdens het reinigen van het gereedschap het deksel van de accubak gesloten is. Anders kan water in de accubak binnendringen en een storing in het gereedschap veroorzaken.
Verwijder modder, vuil en dergelijke vanaf het gereedschap. Reinig het gereedschap met stromend water. Veeg na het reinigen het gereedschap af met een droge doek.
Opslag
Vergrendel de remhendel en verwijder de accu's en vergrendelsleutel. Sla het gereedschap op een veilige plaats op buiten bereik van kinderen.
De band oppompen
Controleer of er voldoende lucht in de banden van de voor- en achterwielen zit. Als er onvoldoende lucht in de banden zit, pompt u de banden op met behulp van een bandenpomp. De bandenspanning is als volgt:
• Band van het voorwiel: 280 kPa (40 psi)
• Band van het achterwiel: 525 kPa (75 psi)
Voorwiel
▶ Fig.64
Achterwiel
▶ Fig.65
Een band vervangen
ALET OP: Voordat u een band vervangt, lost u eerst alle voorwerpen uit/vanaf het gereedschap.
ALET OP: Draag handschoenen wanneer u een band vervangt.
De band van een voorwiel vervangen
OPMERKING: Wanneer u de grijze band monteert, monteert u deze zodanig dat het ventiel aan de buitenzijde zit.
▶ Fig.66
De band van een achterwiel vervangen
▶ Fig.67
▶ Fig.68
PROBLEMEN OPLOSSEN
Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u een probleem ondervindt dat niet in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven, mag u het gereedschap niet uit elkaar halen. Vraag in plaats daarvan een erkend Makita-servicecentrum het gereedschap te repareren, en altijd met gebruikmaking van originele Makita-vervangingsonderdelen.
| Probleemomschrijving | Aan-uitlamp Oorzaak Oplossing | ||
| Het gereedschap wordt niet ingeschakeld. | Uit. Er zijn nog niet twee volle accu's aangebracht. | Plaats twee opgeladen accu's. | |
| Probleem met de accu (onvol-doende spanning) | |||
| De accukeuzeschakelaar staat niet in de juiste stand. | |||
| Het gereedschap start niet. | De lamp knippert rood. De | accu is bijna leeg. Laad de accu op. Als het opladen geen effect heeft, vervangt u de accu. | |
| Minstens één van de accu's is leeg. | Verwijder de lege accu of vervang hem door een opgeladen accu. In dat geval knippert het meest linker lampje van de accu-indicator van de betreffende accu. | ||
| Het lampje knippert groen. | De vergrendelsleutel is niet geplaatst. | Steek de vergrendelsleutel erin en draai hem rechtsom. | |
| Het gereedschap is gestopt als gevolg van overbelasting. | Verminder de geladen voorwerpen. | ||
| De voor- of achterwielen zitten vast of zijn geblokkeerd. | Hef de oorzaak van de vastzittende of geblokkeerde wielen op. | ||
| Het lampje brandt rood. Het | Het gereedschap is gestopt als gevolg van oververhitting. | Laat het gereedschap en accu afkoelen. | |
| De lamp knippert beurte-lings rood en groen. | De vergrendelsleutel is niet geplaatst. | Steek de vergrendelsleutel erin en draai hem rechtsom. | |
| Het gereedschap heeft een abnormaliteit gedetecteerd. | Schakel het gereedschap uit en daarna weer in. | ||
| Er is een storing in het gereedschap opgetreden. Vraag een erkend Makita-servicecentrum het te repareren. | |||
| Het lampje brandt groen. | De neutraal-keuzehendel staat niet in zijn oorspronkelijke stand. | Vergrendel de remhendel en zet daarna de neuraal-keuzehendel terug in zijn oorspron-kelijke stand. | |
| Het gereedschap stopt na kort te zijn gebruikt. | De lamp knippert rood. De | accu is bijna leeg. Laad de accu op. Als het opladen geen effect heeft, vervangt u de accu. | |
Problemen oplossen bij het stoppen van het gereedschap
⚠ WAARSCHUWING: Behalve indien absoluut noodzakelijk, mag u de hulprem van het gereedschap nooit uitschakelen met behulp van de neuraal-keuzehendel. Wanneer de hulprem van het gereedschap is uitgeschakeld, kan het gereedschap onbedoeld bewegen en een ongeval of persoonlijk letsel veroorzaken.
⚠ WAARSCHUWING: Verzeker u ervan de neuraal-keuzehendel terug te zetten in zijn oorspronkelijke stand nadat u de hendel naar buiten hebt getrokken.
Als het gereedschap niet kan worden verplaatst doordat de accu's leeg zijn of als een storing in het gereedschap is opgetreden, kunt u het gereedschap handmatig verplaatsen door de neuraal-keuzehendel naar buiten te trekken om zo de hulprem uit te schakelen.
- Vergrendel de remhendel.
- Los alle voorwerpen uit/vanaf het gereedschap.
ALET OP: Verzeker u ervan alle voorwerpen uit/vanaf het gereedschap te lossen. Het gereedschap kan onbedoeld bewegen als de voorwerpen in/op het gereedschap blijven.
- Als het gereedschap op een helling staat, ontgren-delt u de remhendel en richt u het gereedschap zodanig dat de remhendel aan de bovenkant van de helling zit en het gereedschap parallel aan de helling staat. Vergrendel de remhendel.
▶ Fig.69
- Verzeker u ervan dat het gereedschap niet beweegt en trek de neutraal-keuzehendel naar buiten.
▶ Fig.70: 1. Neutraal-keuzehendel
- Ontgrendel de remhendel en verplaats het gereedschap naar een veilige plaats. Aangezien de hulprem is uitgeschakeld, verplaatst u het gereedschap voorzichtig met de remhendel zodat de snelheid niet oploopt.
- Nadat het gereedschap naar een veilige plaats is verplaatst, vergrendelt u de remhendel.
- Zet de neutraal-keuzehendel terug in zijn oorspronkelijke stand. Verzeker u ervan dat de neu- raal-keuzehendel volledig is teruggezet, zoals aangege- ven in de afbeelding.
▶ Fig.71: 1. Neutraal-keuzehendel
ALET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita-apparaat dat in deze gebruiksaanwijzing wordt beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijke verwonding opleveren. Gebruik accessoires of hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven doeleinden.
A LET OP: Gebruik uitsluitend Makita-accessoires of -hulpstukken voor het gereedschap. Het gebruik van enige andere accessoire of hulpstuk kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.
- Draagrek
- Laadbak
- Platte laadbak
- Storteenheid
- Voorband (zwart)
- Voorband (grijs)
- Achterband (grijs)
- Originele Makita-accu en -accurader
OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.
ESPECIFICACIONES











