DCU180Z - Niet gecategoriseerd MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DCU180Z MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCU180Z - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCU180Z van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DCU180Z MAKITA
Accuaangedreven kruiwagen GEBRUIKSAANWIJZING 59
- Batteria e caricabatterie originali Makita NOTA: Alcuni articoli nell’elenco potrebbero essere inclusi nell’imballaggio dell’utensile come accessori standard. Tali articoli potrebbero variare da nazione a nazione.59 NEDERLANDS NEDERLANDS (Originele instructies) TECHNISCHE GEGEVENS Model: DCU180 Afmetingen (l x b x h) Wanneer het draagrek is aangebracht Tijdens gebruik: 1.315 mm x 1.060 mm x 900 mm In opslag: 1.110 mm x 820 mm x 820 mm Wanneer de laadbak is aangebracht Tijdens gebruik: 1.310 mm x 820 mm x 900 mm In opslag: 1.110 mm x 820 mm x 820 mm Rijsnelheid Vooruit 1,5 of 3,5 km/h Achteruit 1,0 km/h Minimumdraaicirkel 1.075 mm (buitendiameter bij draaien om het voorwiel) Maximumhellingsgraad 12° Maximumlaadvermogen 130 kg Rem Voorwiel Schijfrem via kabel Achterwiel Vast via pedaal Band Voorwiel Tubeless band Achterwiel Zelfafdichtende band Nominale spanning 18 V gelijkspanning Nettogewicht Wanneer het draagrek is aangebracht 43,7 - 44,0 kg Wanneer de laadbak is aangebracht 40,7 - 41,0 kg
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
- De technische gegevens van de accu kunnen van land tot land verschillen.
- Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste com- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH
- Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. WAARSCHUWING: Gebruik geen bekabelde voeding, zoals een accuadapter of draagbare voeding- seenheid met dit gereedschap. De kabel van een dergelijke voeding kan het gebruik hinderen waardoor per- soonlijk letsel wordt veroorzaakt. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Lees de gebruiksaanwijzing.60 NEDERLANDS Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het appa- raat, kunnen oude elektrische en elek- tronische apparaten, accu‘s en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara- ten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elek- tronische apparaten en inzake accu‘s en batterijen en oude accu‘s en batte- rijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu‘s en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzamelingspunt voor huis- houdelijk afval dat de milieubescher- mingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aange- geven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. Trek de vergrendelhendel helemaal omlaag en controleer of het draagrek of de laadbak vergrendeld is. Verander op een steile helling niet van richting . Laad en los de voorwerpen op een horizontale ondergrond. Laad voorwerpen gelijkmatig op het draagrek of in de laadbak. Dit gereedschap kan niet worden gebruikt op de openbare weg. Gebruik het gereedschap niet voor het vervoeren van personen. Stel niet bloot aan regen. Om de pieptoon te stoppen, laat u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in. Kijk niet rechtstreeks in de lichtbundel. Gegarandeerd geluidsvermogen- niveau conform EU-richtlijn inzake geluidsemissie buitenhuis. Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld voor het laden en dragen van voorwerpen ondersteund door accuvoeding. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-1: Geluidsdrukniveau (L
): 70 dB (A) of lager Onzekerheid (K): 3 dB (A) Het geluidsniveau kan tijdens gebruik hoger worden dan 80 dB (A). OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-1: Gebruikstoepassing: onbelaste werking Trillingsemissie (a
OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.61 NEDERLANDS VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder- staande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accuaangedreven kruiwagen
Draag tijdens gebruik van het gereedschap altijd slipvast veiligheidsschoeisel. Slipvaste, dichte veilig- heidsschoenen of -laarzen verlagen de kans op letsel.
2. Inspecteer de af te leggen route voordat u
voorwerpen/materialen erover transporteert. Door uzelf bekend te maken met de route en u ervan te verzekeren dat de route breed genoeg is om het gereedschap met lading veilig erover te kunnen manoeuvreren, verlaagt u de kans op verlies van controle over het gereedschap.
3. Wees uiterst voorzichtig op een gladde, losse
en instabiele ondergrond. Natte en gladde oppervlakken, zoals nat gras, sneeuw en ijs, en losse en instabiele ondergronden, zoals zand of grind, kunnen ertoe leiden dat het gereedschap tractie verliest en kunnen de besturing, het rem- men en de stabiliteit nadelig beïnvloeden.
4. Gebruik het gereedschap niet op zeer steile
hellingen. Hiermee wordt de kans verkleind op verlies van controle, slippen en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel. Hellingen steiler dan de maximaal aanbevolen hellingsgraad en zijde- lingse hellingen kunnen de kans op instabiliteit vergroten en kunnen het vermogen om veilig te stoppen nadelig beïnvloeden.
Verzeker u bij het werken op hellingen er altijd van dat u stevig staat, werk altijd dwars op de helling, nooit hellingopwaarts of -afwaarts, en wees uiterst voorzichtig bij het veranderen van richting. Hiermee wordt de kans verkleind op verlies van controle, slippen en vallen die kunnen leiden tot persoonlijk letsel.
6. Gebruik indien mogelijk een vlag gebied
om te stoppen, laden en lossen, en laat het gereedschap nooit achter op een helling. Het gereedschap is instabieler wanneer hij op een helling staat dan wanneer hij op een horizontale ondergrond staat.
7. Wanneer op een helling wordt gestopt, richt u
het gereedschap hellingopwaarts of -afwaarts, en blokkeert u de ongeremde wielen. Het gereedschap is minder stabiel wanneer het dwars op een helling staat. Ongeremde wielen, met name zwenkwielen, kunnen mogelijk zwenken en hellingafwaarts rollen ondanks dat de parkeerrem van het voorwiel is aangetrokken.
8. Als het gereedschap onbeheerd wordt achter-
gelaten, zet u het gereedschap op een veilige plaats neer en trekt u de parkeerrem aan. De parkeerrem voorkomt ongewenste beweging van het voorwiel en kan de stabiliteit verbeteren.
Zorg ervoor dat oprijplaten schoon, sterk en vei- lig zijn. Om de kans op letsel te verkleinen, moeten alle oprijplaten vrij zijn van los afval en sterk genoeg zijn om het gewicht te dragen van de lading die u erover verwacht te vervoeren. Ze moeten eronder en aan de zijkant afdoende gestut zijn om doorbuigen en zijdelingse beweging te voorkomen wanneer een lading erover wordt vervoerd. Alle oprijplaten moeten breed genoeg zijn en stevig geplaatst zijn wanneer ladingen erover vervoerd worden.
Verzeker u ervan dat de stortbak omlaag staat en storthekken stevig vergrendeld zijn wanneer de lading niet wordt gestort en tijdens opslag van het gereedschap. Niet-vergrendelde stortbakken en stor- thekken kunnen onverwachts open gaan of verschuiven.
Gebruik geen oprijplaten over een open ruimte zonder opstaande zijrand of relingen. Hooggelegen open ruimten en open geulen vragen om ongelukken en verhogen de kans op ernstig letsel. Gebruik een opstaande zijrand of relingen langs oprijplaten over open ruimten om te voorko- men dat het gereedschap van de oprijplaat af rijdt.
12. Verzeker u er vóór gebruik van dat alle borg-
bouten stevig aangedraaid zijn. Borgbouten op de achterwielen en de voor- en zijwanden van het open draagrek moeten stevig vast zitten om onge- wenste beweging van deze verstelbare onderde- len van het gereedschap te voorkomen.
Gebruik het gereedschap nooit wanneer het overbelast is. Verzeker u ervan dat het gereedschap het juiste draagvermogen heeft voor de voorwerpen of materialen die u wilt vervoeren. Buitensporige ladingen maken het manoeuvreren en stoppen met het gereedschap moeilijker, verlengen de stoptijd en -afstand, en verhogen het gevaar van instabiliteit.
14. Gebruik het gereedschap nooit met te hoog
opgestapelde lading. Als het materiaal tot boven de randen van de laadbak of het draagrek wordt geladen, kan het gereedschap in onbalans raken en onbeheersbaar worden.
Gebruik containers en trekbanden om de lading vast te zetten. Losse en/of niet-vastgezette ladin
gen verschuiven gemakkelijker waardoor onbalans en verlies van controle kunnen ontstaan.
Houd de handgrepen altijd goed vast. Verlies van controle kan de kans op persoonlijk letsel verhogen.
17. Haal de veiligheidssleutel eruit wanneer het
gereedschap niet in gebruik is. De veilig- heidssleutel voorkomt ongewenst aangedreven gebruik van het gereedschap, zoals door kinderen of andere onervaren of onbevoegde personen. Zonder de sleutel kan de elektrische aandrijving niet worden ingeschakeld.62 NEDERLANDS
18. Dit gereedschap mag niet worden gebruikt op
de openbare weg. Het gebruik van de kruiwa- gen op de openbare weg is tegen de wet en kan aanleiding geven tot een boete, en kan daarnaast leiden tot persoonlijk letsel.
Gebruik een stevige rijplaat met een antisliplaag en losbreekbeveiliging wanneer u dit gereed- schap voor transport inlaadt of lost, of met dit gereedschap van het ene naar het andere hoog- teniveau rijdt. Verzeker u ervan dat de hellings- graad van de rijplaat niet groter is dan 12°, en bedien het gereedschap langzaam en voorzich- tig. Een instabiele of snelle bediening kan ertoe leiden dat het gereedschap omslaat en/of valt.
20. U mag het gereedschap niet uit elkaar halen,
repareren of wijzigen. Gebruik
Sta tijdens gebruik van het gereedschap achter het gereedschap en houd de handgrepen stevig vast.
2. Gebruik het gereedschap niet terwijl u op het
gereedschap meerijdt.
3. Sta niet toe dat anderen meerijden op het
4. Wanneer het gereedschap in zijn achteruit
wordt gebruikt en u achteruit loopt, moet u achterom kijken en voorzichtig zijn niet uit te glijden of te struikelen.
Gebruik het gereedschap niet bij slecht zicht omdat de kans bestaat dat u tegen obstakels botst.
6. Als het gereedschap op een ongelijke onder-
grond wordt gebruikt, verlaagt u de rijsnelheid en bent u voorzichtig.
Vermijd tijdens gebruik van het gereedschap een zachte ondergrond om te voorkomen dat het gereedschap omkiept wanneer de wegberm inzakt.
8. Gebruik het gereedschap niet op omhooglo-
pende hellingen van meer dan 12°.
9. Als u iets abnormaals opmerkt, stopt u het
gereedschap op een horizontale ondergrond. Knijp voordat u het gereedschap inspecteert de remhendel in en vergrendel de remmen, en schakel vervolgens de stroom uit.
10. Verzeker u ervan voordat u het gereedschap
gebruikt dat de vergrendelhendel helemaal omlaag is getrokken en volledig is vergren- deld. Als de vergrendeling onvolledig is, bestaat de kans op een ongeval omdat het draagrek of de laadbak kan kantelen, en de lading valt terwijl u hellingafwaarts rijdt.
11. Wees voorzichtig dat de kabels niet in de war
raken met de lading of obstakels. Gebruik op hellingen
1. Kruis geen hellingen.
2. Denk eraan de rijsnelheid te verlagen en voor-
3. Wees voorzichtig bij het starten en stoppen
van het gereedschap op een helling.
4. Aangezien de lading minder stabiel is op een
helling, dient u de lading stevig vast te zetten met touwen.
5. Aangezien het gereedschap instabiel wordt
afhankelijk van de staat van de weg, houdt u de lading zo klein mogelijk.
Aangezien op een helling het zicht belemmerd wordt, houdt u de hoogte van de lading zo laag mogelijk.
Parkeer het gereedschap nooit op een steile hel- ling. Parkeer het gereedschap op een horizontale ondergrond, knijp de remhendel in en vergrendel de rem, en schakel daarna de voeding uit.
8. Verander op een steile helling niet van richting
of snelheidsfunctie.
9. Laat de trekkerschakelaar niet los op omhoog-
lopende hellingen. Het gereedschap kan achter- uit rollen en een ongeval veroorzaken.
10. Verzeker u ervan dat de resterende acculading
voldoende is voordat u het gereedschap op een helling gebruikt. Als de resterende accu- lading onvoldoende is, laad u de accu op of vervangt u deze door een opgeladen accu. Voorwerpen laden
1. Laad niet te veel voorwerpen. Zorg ervoor dat
u bij het laden van voorwerpen de instructies en laadbeperkingen in de gebruiksaanwijzing in acht neemt.
2. Zet de voorwerpen stevig vast met touwen.
3. Laad de voorwerpen binnen het draagrek of de
laadbak. Als de voorwerpen buiten het draagrek of de laadbak steken, bestaat de kans op ongeval- len als gevolg van vallende voorwerpen of botsin- gen met obstakels, zoals muren.
4. Zorg ervoor dat geladen voorwerpen onder
ooghoogte blijven. Als de lading te hoog is, is het gevaarlijk omdat het zicht wordt belemmerd. Bovendien bestaat de kans op omkiepen en letsel omdat de lading waarschijnlijk niet in balans is.
Laad de voorwerpen gelijkmatig op het draagrek of in de laadbak. Als de voorwerpen ongelijkmatig worden geladen, bestaat de kans op omkiepen en letsel omdat de lading waarschijnlijk niet in balans is.
Verzeker u ervan voordat u de voorwerpen laadt of het gereedschap gebruikt dat de vergrendelhendel omlaag is getrokken en volledig is vergrendeld.
7. Zorg ervoor dat zware voorwerpen eerst wor-
den geladen voor een goede balans.
8. Trek de voor- en zijrails niet uit op hellingen.
Trek de zijrails uit wanneer lichtgewicht voor- werpen worden geladen.
9. Wanneer u de voor- en zijrails uittrekt, trekt
u ze niet verder uit dan de grensmarkering. Verzeker u ervan dat de zijrails aan de linker- en rechterkant even ver worden uitgetrokken en de lading gelijkmatig wordt geladen.
10. Laad en los de voorwerpen op een horizontale
11. Houd bij het optillen van het draagrek of de
laadbak de handgrepen en het frame stevig vast, en werk vanuit een stabiele houding. Onderhoud
1. Alvorens het gereedschap op te slaan of
inspectie- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, verzekert u zich er altijd van dat het gereedschap op een horizontale ondergrond is geparkeerd en de remhendel is vergrendeld. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.63 NEDERLANDS WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem
niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplong veroorzaken.
4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-
men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.
6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de
accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-
neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploen in het vuur.
8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,
snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke hande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoen. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aan- zien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getrans- porteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afge- dekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert
u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-
schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange
tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-
den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap
niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond
vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Dit kan leiden tot slechte prestaties of een defect van het gereedschap of de accu.
17. Behalve indien gebruik van het gereedschap
is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu
1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen
is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit
opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-
tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u
hem vanaf het gereedschap of de lader.
5. Laad de accu op als u deze gedurende een
lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.64 NEDERLANDS
ONDERDELEN Beschrijving van de onderdelen (wanneer het draagrek is aangebracht) ► Fig.1 1 Bedieningspaneel 2 Handgreep 3 Trekkerschakelaar 4 Accubak 5 Remhendel voor voorwiel 6 Achterwiel 7 Rempedaal voor achterwiel 8 Lamp 9 Voorwiel 10 Draagrek Beschrijving van de onderdelen (wanneer de laadbak is aangebracht) ► Fig.2 1 Bedieningspaneel 2 Handgreep 3 Trekkerschakelaar 4 Accubak 5 Remhendel voor voorwiel 6 Achterwiel 7 Rempedaal voor achterwiel 8 Lamp 9 Voorwiel 10 Laadbak MONTAGE LET OP: Verzeker u er altijd van dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu is ver- wijderd voordat u enige werkzaamheden aan het gereedschap uitvoert. Het gereedschap in elkaar zetten
1. Haal het onderstel en de handgrepen uit de doos.
► Fig.3 KENNISGEVING: Zorg ervoor dat u het onder- stel en de handgrepen er tezamen uit haalt zodat geen buitensporige kracht wordt uitgeoefend op de kabels.
2. Plaats het verpakkingsmateriaal onder de achter-
kant van het onderstel. ► Fig.4: 1. Verpakkingsmateriaal
3. Steek de achterwielen op het frame.
► Fig.5: 1. Achterwiel ► Fig.6: 1. Achterwiel OPMERKING: In plaats van de achterwielen, kunnen ook de steunpoten worden bevestigd.
4. Schuif de veerring en de ring op de korte zeskant-
bout en haal deze vervolgens aan met behulp van de sleutel die in de verpakking is meegeleverd. ► Fig.7: 1. Korte zeskantbout 2. Veerring 3. Ring ► Fig.8 KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat de korte zeskantbouten worden gebruikt om de achterwie- len te monteren. KENNISGEVING: Bevestig de achterwielen aan beide kanten in dezelfde stand.
5. Breng de handgrepen omhoog en steek ze in het
onderstel. ► Fig.9 KENNISGEVING: Sta niet toe dat de kabels in gebied “A” van de afbeelding komen. Lange voorwerpen kunnen de kabels raken en een ongeval veroorzaken. KENNISGEVING: Oefen bij het omhoog bren- gen en insteken van de handgrepen geen buiten- sporige kracht uit op de kabels. KENNISGEVING: Gebruik beide handen bij het omhoog brengen van de handgrepen.
6. Kantel het kantelframe voorover.
► Fig.10: 1. Kantelframe
7. Klap de handgrepen naar buiten, steek de lange
zeskantbouten in het onderstel, en draai vervolgens de moeren vast met behulp van de sleutel die in de verpak- king is meegeleverd. ► Fig.11: 1. Lange zeskantbout
8. Draai vanaf de achterkant de borstbouten vast
met behulp van de sleutel die in de verpakking is meegeleverd. ► Fig.12: 1. Borstbout
9. Draai de korte zeskantbouten vanaf beide kanten
vast met behulp van de sleutel die in de verpakking is meegeleverd om de handgrepen vast te zetten. ► Fig.13: 1. Korte zeskantbout KENNISGEVING: Draai de korte zeskantbouten niet met buitensporige kracht vast. Draai ze met voldoende kracht vast zodat de handgrepen stabiel vast zitten. KENNISGEVING: Zorg ervoor dat de kabels niet bekneld raken door de bouten.
10. Klem de kabels vast met behulp van de klemmen.
11. Kantel het kantelframe achterover.
inknijpt om de rem te vergrendelen. ► Fig.16: 1. Vergrendelknop 2. Remhendel LET OP: Als de achterwielen zijn gemonteerd, duwt u op het rempedaal van het achterwiel om het achterwiel te vergrendelen.65 NEDERLANDS
13. Haak de draagrekvergrendeling vast en trek
daarna de vergrendelhendel omlaag om het draagrek te vergrendelen. ► Fig.17: 1. Draagrekvergrendeling
KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat de ver- grendelhendel stevig vergrendeld is. KENNISGEVING: Zorg ervoor dat de kabels niet bekneld raken door de vergrendelhendel. OPMERKING: Als u de steunpoten wilt bevestigen in plaats van de achterwielen, verwijdert u de achterwie- len vanaf het frame en brengt u de steunpoten aan op het frame. ► Fig.18: 1. Achterwiel 2. Steunpoot Het draagrek in elkaar zetten en aanbrengen Optioneel accessoire
1. Haal het draagrek uit de doos, bevestig de zijrails
aan het bodemrek, en draai daarna de vingerschroeven vast om de rails vast te zetten. ► Fig.19: 1. Vingerschroef
2. Leg het draagrek op het onderstel en steek
daarna de zeskantbouten en ringen vanaf de bovenkant in het frame. Draai de ringen, veerringen en vleugel- moeren vanaf de onderkant vast om het draagrek vast te maken. ► Fig.20: 1. Lange zeskantbout 2. Korte zeskantbout
3. Ring 4. Veerring 5. Vleugelmoer
KENNISGEVING: Gebruik de lange bouten voor de voorkant en de korte bouten voor de achterkant. De laadbak aanbrengen Optioneel accessoire Leg de laadbak op het onderstel, steek de zeskantbou- ten in het frame, en draai daarna de ringen, veerringen en vleugelmoeren vanaf de onderkant vast om de laad- bak vast te maken. ► Fig.21: 1. Zeskantbout 2. Ring 3. Veerring
FUNCTIES De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Zorg dat u voor gebruik het accu- deksel stevig afsluit. Anders zou er modder, vuil en water in kunnen komen en het gereedschap of de accu kunnen beschadigen. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereed- schap vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving. LET OP: Druk de accu er niet met kracht in. Als de accu er niet soepel in schuift, houdt u die waar- schijnlijk in de verkeerde stand. LET OP: Gebruik niet een accu voor hoge temperatuur. Als u een accu voor hoge temperatuur gebruikt, stopt het gereedschap automatisch en klinkt een korte pieptoon, en kan letsel worden veroorzaakt. De accu aanbrengen
1. Draai de vergrendelhendel en open daarna het
deksel van de accubak. ► Fig.22: 1. Vergrendelhendel 2. Deksel
2. Lijn de lip van de accu uit met de gleuf van de
accubak, en schuif daarna de accu totdat deze op zijn plaats wordt vergrendeld met een klein klikgeluid. Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. ► Fig.23: 1. Accu
3. Steek de contactsleutel in op de plaats die in de
afbeelding is aangegeven, zover de sleutel gaat. ► Fig.24: 1. Contactsleutel OPMERKING: Als de vergrendelsleutel niet helemaal wordt geplaatst, werkt het gereedschap niet.
4. Sluit het deksel van de accubak en draai daarna
de vergrendelhendel. ► Fig.25: 1. Vergrendelhendel 2. Deksel De accu verwijderen
1. Draai de vergrendelhendel en open daarna het
deksel van de accubak.
2. Verschuif de knop aan de voorkant van de accu en
trek tegelijkertijd de accu uit de accubak. ► Fig.26: 1. Knop
3. Trek de contactsleutel eruit.
4. Sluit het deksel van de accubak en draai daarna
de vergrendelhendel.66 NEDERLANDS Beveiligingssysteem voor gereedschap/accu Het gereedschap is uitgerust met een beveiligings- systeem voor gereedschap/accu. Dit systeem scha- kelt automatisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld. Een korte pieptoon klinkt voordat het gereedschap automa- tisch stopt. De accu-indicators en LED-indicators knip- peren terwijl de pieptoon klinkt. Overbelastingsbeveiliging Wanneer het gereedschap wordt bediend op een manier waarop het een abnormaal hoge stroomsterkte trekt, stopt het gereedschap automatisch zonder enige waarschuwing. In dat geval schakelt u het gereedschap uit en heft u de oorzaak van de overbelasting op, en schakelt u daarna het gereedschap weer in. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat het gereedschap afkoelen voordat u het gereedschap weer inschakelt. De oververhittingsbeveiliging treedt vaker in werking bij een hoge omgevingstemperatuur. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading laag is, stopt het gereedschap auto- matisch. Als het gereedschap niet werkt, ook niet wan- neer de schakelaars worden bediend, verwijdert u de accu en laadt u hem op. De accu omschakelen ► Fig.27: 1. Accukeuzeschakelaar Maximaal twee accu’s kunnen worden aangebracht in de accubak, ondanks dat het gereedschap slechts één accu gebruikt voor de aandrijving. Alvorens het apparaat te gebruiken, kiest u de accu die voor de aandrijving wordt gebruikt door op het cijfer op de accu- keuzeschakelaar te drukken. KENNISGEVING: Als slechts één accu in de accubak is aangebracht, verzekert u zich ervan dat de accu is gekozen die is aangebracht in de accubak. De resterende acculading afbeelden op de accubak LET OP: Stop altijd het gereedschap voordat u de resterende acculading controleert of de accu omschakelt. ► Fig.28: 1. Accu-indicatorlampje 2. Testknop Druk op de testknop om de resterende acculadingen te zien. De accu-indicatorlampjes geven per accu de resterende acculading aan. Toestand van accu-indicator Resterende acculading Aan Uit 50% tot 100% 20% tot 50% 0% tot 20% Accu niet aangebracht LET OP: Wanneer de acculading laag wordt, klinkt een korte pieptoon. Als u het gereedschap met een lage accula- ding blijft gebruiken, klinkt een lange pieptoon en stopt het gereedschap automatisch. Wanneer u de korte pieptoon hoort, knijpt u de remhendel in en vergrendelt u de rem, en schakelt u vervolgens de accu over naar een opgeladen accu of laad u de accu op. Wanneer de resterende acculading op is, stopt het gereedschap automatisch plotseling, waardoor letsel kan ontstaan. OPMERKING: Als u de trekkerschakelaar blijft inknijpen, ook nadat u de korte pieptoon hebt gehoord, stopt het gereedschap automatisch. Nadat het gereedschap automatisch is gestopt, blijft de pieptoon klinken en wordt de hulprem (elektrische rem) aangetrokken. Om de pieptoon te stoppen en de hulprem vrij te geven, knijpt u de remhendel in en laat u de trekkerschakelaar los. Duw niet met kracht tegen het gereedschap zonder de hulprem vrij te geven. Nadat de hulprem is vrijgegeven, kunt u zien welk accubeveiligingssysteem in werking is getreden door naar de staat van de accu-indicator te kijken. ► Fig.29: 1. Brandt 2. Knippert 3. Uit
LET OP: Als de pieptoon klinkt tijdens het werken op een helling of als het gereedschap automatisch stopt op een helling, verplaatst u het gereedschap naar een veilige plaats, vergrendelt u de rem, en schakelt u vervolgens de accu over naar een opgeladen accu of laad u de accu op. Als de belading zwaar is en de pieptoon klinkt tijdens het werken op een helling of als het gereedschap auto- matisch stopt op een helling, mag u het gereedschap niet met kracht verplaatsen. Vergrendel de rem, let op de veiligheid en schakel de accu over naar een opgeladen accu, en verplaats daarna het gereedschap naar een veilige plaats. Verklein de lading voordat u het gereedschap weer gebruikt. OPMERKING: U kunt de resterende acculading ook controleren wanneer de vergrendelsleutel niet is geplaatst.67 NEDERLANDS De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes ► Fig.30: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedu- rende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampje knippert wanneer het accubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Bedieningspaneel ► Fig.31: 1. Aan-uitknop 2. Vooruit-achteruitknop
Om de voeding in te schakelen, houdt u de aan-uitknop gedurende enkele seconden ingedrukt. Druk op de vooruit-achteruitknop om om te schakelen tussen de vooruitrijfunctie en de achteruitrijfunctie. Druk op de snelheidsknop om om te schakelen tussen lage rijsnel- heid en hoge rijsnelheid. Wanneer de voeding wordt ingeschakeld, worden de vooruitrijfunctie en de lage rijsnelheid ingesteld. Om de voeding uit te schakelen, houdt u de aan-uitknop gedurende enkele seconden ingedrukt. OPMERKING: De vooruit-achteruitknop kan niet worden bediend terwijl de trekkerschakelaar wordt ingeknepen. OPMERKING: Een korte pieptoon klinkt terwijl het gereedschap in zijn achteruit wordt gebruikt. OPMERKING: De snelheidsknop kan niet worden bediend terwijl het gereedschap in zijn achteruit wordt gebruikt. De schakelaar en rem bedienen WAARSCHUWING: Alvorens de accu in het gereedschap aan te brengen, controleert u altijd of de trekkerschakelaar correct werkt en na losla- ten terugkeert naar de uit-stand. Om het gereedschap te starten, knijpt u de trekkerscha- kelaar in. Om het gereedschap te stoppen, laat u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in. Druk op de vergrendelknop terwijl u de remhendel inknijpt om de rem te vergrendelen. Om de vergrendeling vrij te geven, knijpt u de remhendel in. ► Fig.32: 1. Trekkerschakelaar ► Fig.33: 1. Vergrendelknop 2. Remhendel Achterwielrem Het achterwielen zijn uitgerust met een rem. Duw de rempedalen naar de voorkant om de remmen te ver- grendelen. Om de remmen vrij te geven, duwt u de rempedalen naar achteren. ► Fig.34: 1. Pedaal De lampen voorop inschakelen Druk op de lampknop op de accubak om de lampen in te schakelen. Om de lampen uit te schakelen, drukt u nogmaals op de lampknop. ► Fig.35: 1. Lampknop 2. Lamp OPMERKING: De lampen gaan na ongeveer 10 minuten uit wanneer het gereedschap onbeheerd wordt achtergelaten. OPMERKING: De lampen gaan uit wanneer de voe- ding wordt uitgeschakeld. OPMERKING: U kunt de lampen inschakelen zelfs wanneer de vergrendelsleutel niet is geplaatst. De hoogte van de handgreep afstellen Verwijder de korte zeskantbouten en borstbouten met behulp van de sleutel die in de verpakking is meegele- verd, en stel daarna de hoogte van de handgrepen af. De hoogte kan in drie standen worden afgesteld. Draai de borstbouten en korte zeskantbouten vast om de handgreep vast te zetten. ► Fig.36: 1. Korte zeskantbout 2. Borstbout KENNISGEVING: Stel de linker- en rechterhand- greep af op dezelfde hoogte. KENNISGEVING: Draai de korte zeskantbouten niet met buitensporige kracht vast. Draai ze met voldoende kracht vast zodat de handgrepen sta- biel vast zitten. KENNISGEVING: Zorg ervoor dat de kabels niet bekneld raken door de bouten.68 NEDERLANDS De breedte van het draagrek afstellen Draai de 4 vingerschroeven los en verschuif daarna de zijrails. Draai de vingerschroeven vast om de zijrails vast te zetten. ► Fig.37: 1. Vingerschroef 2. Rail LET OP: Schuif de rail niet verder dan de grensmarkering. ► Fig.38 BEDIENING Het gereedschap bedienen KENNISGEVING: Het voorwiel van het gereed- schap wordt aangedreven door een accu. Gebruik het gereedschap als hulpmiddel bij het dragen van materialen en voorwerpen. KENNISGEVING: Vóór gebruik moet de ver- grendelsleutel in de accubak zijn geplaatst. Als de vergrendelsleutel niet is geplaatst, klinkt een korte pieptoon wanneer u de trekkerschakelaar inknijpt. De pieptoon stopt wanneer u de trekkerschakelaar loslaat en de remhendel inknijpt. Alvorens het gereedschap te bedienen, controleert u of de remhendel goed werkt. ► Fig.39: 1. Remhendel WAARSCHUWING: Als u de remhendel inknijpt en deze tot tegen de handgreep komt, werkt de rem onvoldoende. Stel de rem af of vraag uw plaatselijke Makita-servicecentrum voor reparatie.
1. Kies met behulp van de accukeuzeschakelaar de
2. Houd op het bedieningspaneel de aan-uitknop
enkele seconden ingedrukt om de voeding in te schakelen. ► Fig.40: 1. Aan-uitknop
3. Knijp de remhendel in om de vergrendeling van de
remhendel vrij te geven. ► Fig.41: 1. Vergrendelknop 2. Remhendel OPMERKING: Geef de achterwielrem vrij in het geval de achterwielen zijn aangebracht.
4. Houd de handgrepen stevig met beide handen
► Fig.43: 1. Trekkerschakelaar Voorwerpen laden LET OP: Alvorens voorwerpen op het gereed- schap te laden, verzekert u zich ervan dat de voeding is uitgeschakeld en de remhendel ver- grendeld is. LET OP: Als de achterwielen zijn aange- bracht, verzekert u zich ervan dat de achterwiel- rem vergrendeld is voordat u voorwerpen op het gereedschap laadt. LET OP: Alvorens voorwerpen op het gereed- schap te laden, verzekert u zich ervan dat het draagrek of de laadbak vergrendeld is. LET OP: Verzeker u ervan dat de voorwerpen binnen het draagrek of de laadbak worden gela- den. Als voorwerpen uit het draagrek of de laadbak steken, kunnen deze vallen of afbreken als ze tegen obstakels botsen. ► Fig.44 LET OP: Zorg ervoor dat de voorwerpen zodanig geladen worden dat ze onder ooghoogte blijven. Als de lading te hoog is, is het gevaarlijk omdat het zicht wordt belemmerd. Bovendien bestaat de kans op omkiepen en letsel omdat de lading waar- schijnlijk niet in balans is. ► Fig.45 Als voorwerpen op het draagrek worden geladen, zet u de voor- werpen vast met touwen en bindt u deze vast aan de sjorhaken. ► Fig.46 Voorwerpen storten LET OP: Kantel het draagrek of de laadbak op een horizontale en stabiele ondergrond. Als u dit op een instabiele ondergrond doet, kan dat leiden tot een ongeval of letsel. U kunt de voorwerpen storten door het draagrek of de laadbak op te tillen en te kantelen.
1. Stop het gereedschap en vergrendel de remmen.
KENNISGEVING: Wij adviseren u het voorwiel te blokkeren om het gereedschap te stabiliseren.
2. Maak de vergrendelhendel los.
3. Ga aan de zijkant van het gereedschap staan,
houd de handgreep met één hand vast en kantel het draagrek of de laadbak door het kantelframe met de ander hand omhoog te duwen. ► Fig.47 LET OP: Houd de handgreep en het kantelf- rame stevig vast en werk vanuit een stabiele stand. LET OP: Houd de lading zo klein mogelijk. Als de lading te groot is, mag u niet proberen het draagrek te kantelen. Verklein de lading en kantel vervolgens het draagrek. LET OP: Vergeet na het storten van de voorwer- pen niet om het draagrek of de laadbak te vergrendelen.69 NEDERLANDS ONDERHOUD LET OP: Alvorens het gereedschap op te slaan of inspectie- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, verzekert u zich er altijd van dat het gereedschap op een horizontale ondergrond is geparkeerd en de remhendel is vergrendeld. LET OP: Als de achterwielen zijn aangebracht, verzekert u zich ervan dat de achterwielrem ver- grendeld is vóór opslag, inspectie en onderhoud. LET OP: Verzeker u er altijd van dat de ver- grendelsleutel en accu uit het gereedschap zijn verwijderd vóór opslag, inspectie en onderhoud. LET OP: Verwijder altijd de vergrendelsleu- tel wanneer het gereedschap niet in gebruik is. Bewaar de vergrendelsleutel op een veilige plaats buiten bereik van kinderen. Periodieke controles
- Controleer of de bouten en moeren stevig vastge- draaid zijn. ► Fig.48
- Controleer of het draagrek vergrendeld is wanneer de vergrendelhendel helemaal omlaag getrokken is. ► Fig.49: 1. Draagrekvergrendeling
- Controleer of de remhendel goed werkt. ► Fig.50: 1. Remhendel WAARSCHUWING: Als u de remhendel inknijpt en deze tot tegen de handgreep komt, werkt de rem onvoldoende. Stel de rem af of vraag uw plaatselijke Makita-servicecentrum voor reparatie.
- Controleer of het voorwiel niet beschadigd of lek is. Controleer of de band van het voorwiel vol- doende is opgepompt. Het gereedschap reinigen KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. KENNISGEVING: Wanneer u het gereedschap met stromend water reinigt, giet u het water onder het draagrek of de laadbak. Gebruik geen hoge- drukspuit voor het reinigen. Verwijder modder, vuil en dergelijke vanaf het gereed- schap. Reinig het gereedschap met stromend water. Veeg na het reinigen het gereedschap af met een droge doek. Opslag Verwijder de vergrendelsleutel. Sla het gereedschap op een veilige plaats op buiten bereik van kinderen. Voor opslag van het gereedschap, kunnen de handgrepen naar voren worden gedraaid. Verwijder de korte zeskantbouten en borstbouten met behulp van de sleutel die in de verpakking is meegeleverd. Draai de handgrepen naar buiten en draai de handgrepen daarna naar voren. Draai de borstbouten en korte zeskantbouten vast om de handgrepen vast te zetten. ► Fig.51: 1. Borstbout 2. Korte zeskantbout KENNISGEVING: Draai de korte zeskantbouten niet met buitensporige kracht vast. Draai ze met voldoende kracht vast zodat de handgrepen stabiel vast zitten. KENNISGEVING: Zorg ervoor dat de kabels niet bekneld raken door de bouten. De rem afstellen LET OP: Als de achterwielen zijn aangebracht, verzekert u zich ervan dat de achterwielrem ver- grendeld is voordat u de rem afstelt.
1. Verwijder het draagrek of de laadbak, en kantel
vervolgens het kantelframe. ► Fig.52: 1. Kantelframe
Controleer of de remhendel tot slechts halverwege kan worden ingeknepen. Als de remhendel tot slechts halverwege kan worden ingeknepen, gaat u naar stap 13. Als de remhendel niet tot slechts halverwege kan worden ingeknepen, gaat u naar stap 8. ► Fig.58: 1. Remhendel
13. Kantel het kantelframe achterover en bevestig
vervolgens het draagrek of de laadbak. ► Fig.64: 1. Kantelframe70 NEDERLANDS De band oppompen Controleer of de band van het voorwiel niet leeg is. Als de band onvoldoende opgepompt is, pompt u de band op met behulp van een bandenpomp. De aanbevolen bandenspanning is 230 kPa. ► Fig.65 OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke let- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. LET OP: Gebruik uitsluitend Makita- accessoires of -hulpstukken voor het gereed- schap. Het gebruik van enige andere accessoire of hulpstuk kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.
Notice-Facile