DCU602 - Elektrische kruiwagen MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DCU602 MAKITA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DCU602 MAKITA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische kruiwagen in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCU602 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCU602 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DCU602 MAKITA
| Model: DCU602 | ||
| Afmetingen (I x b x h) | Wanneer de laadbak is aangebracht | 1.480 mm x 730 mm x 820 - 1.030 mm |
| Wanneer het draagrek is aangebracht | 1.450 - 1.600 mm x 730 - 1.080 mm x 820 - 1.030 mm | |
| Rijnselheid Vooruit 5,0/3,5/1,5 km/h | ||
| Achteruit 1,0 km/h | ||
| Maximumlaadvermogen Op een | horizontalite ondergrond 300 kg | |
| Op een helling (3° - 12°) 180 kg | ||
| Maximumhelligingsgraad 12° | ||
| Minimumdraaicirkel* 1.150 mm | ||
| Rem Handrem en hulprem | ||
| Band Voorwiel Luchtband | ||
| Achterwiel Luchtband | ||
| Nominale spanning 36 V gelijkspanning | ||
| Nettogewicht | Wanneer de laadbak is aangebracht | 145 - 147 kg |
| Wanneer het draagrek is aangebracht | 141 - 143 kg | |
| Beschermingsklasse | IPX4 | |
*: Buitendiameter bij draaien om het voorwiel.
In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons hetrecht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
- De technische gegevens können van land tot land verschillen.
- Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De Lichtste en zwaarste combinatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel.
Toepasselijkke accu's en laders
| Accu | BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B |
| Lader | DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC |
- Sommige van de hierboven vermelde accu's en laders zich möglichn Niet leverbaar afhankelijk van waar u woont.

WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu's en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand.

WAARSCHUWING: Gebruik nooit de draagbare voedingseenheid PDC1200 of PDC01 met dit appa-t. Als u deze tezamen gebruikt, kan dit leiden tot persoonlijk letsel of een storing.
Symbolen
Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap hunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken.

Lees de gelebruiksaanwijzing.


Verander op een helling nicht vanrichting.


Dit gereedschap kan nicht worden gebruikt op de openbare weg.


Voordat voorwerpen worden geladen of gelost,要去en de rem en storteenheid worden vergrendeld.


Laad en los geen voorwerpen op een helling.


Gebruik het gereedschap Niet om mensen te vervoeren.


Stort geen voorwerpen op hellingen.
Vergrendel de storteenheid na het storten.
| Laad voorwerpen gelijkmatig in de laadbak of op het draagrek. Laad de voorwerpen Niet ontgelijkmatig of alleen aan de voorkant. | Wanner u de trekkerschakelaar loslaat, vergrendelt u de remhendel. | |
| Gevaar voor bekenellen en pletten. Houd uw handen uit de buurt tij-dens gebruik. Plaats uw handen of lichaamsdelen net in de bewegende delen. | Om de pieptoont te stoppen, zaat u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in. | |
| Maximumlaadvermögen: 300 kg op een horizontale ondergrund en 180 kg op een helling (maximaal 12°). | NI-MH Li-Jion Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kuren oude elektrische en elektronische apparaten, accu's en batterijen negatiege volgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische apparaten en accu's net met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijn inzake oude elektrische en elektronische apparaten en inzake accu's en batterijen en oude accu's en batterijen, alsmede de toepassing waarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrische apparaten, accu's en batterijen geschesden te worden opgeslagen en te worden ingeleverd bij een apart inzamelingspunt voor huishoudelijk afval dat de millieu-beschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit worden op het apparaat aange-gven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. | |
| Kijk netrechtstreeks in een lamp. | ||
| Was het gereedschap net met een hogedrukreiniger. | ||
| Houd omstanders tijdens gebruik uit de buurt van het gereedschap. | ||
| Gebruik het gereedschap net op een ongelijkmatige ondergrund. | ||
| Gebruik het gereedschap net wan- neer de laadbak of het draagrek net volledig is terugpezet. | ||
| Verwijder touwen voordat de voor- werpen worden gestort. | ||
| Draag altijd slipvasteilighidschoeisel. | ||
| Vergrendel de rem voordat u de neutraal-keuzehendel bedient. | Gegarandeerd geluidsvermögen-niveau conform EU-richtlijn inzake geluidsemissie bultenhuis. | |
| Vergrendel de rem voordat u de neutraal-keuzehendel terugzet. | Geluidsvermögensniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australie | |
| De bandenspanning is voor de Voorband 280 kPa en voor de ach- terband 525 kPa. | ||
| Verzeker u ervan dat de vergrendel-hendel is vergrendel. | ||
| Draai de vergrendelhendel maar de voorkant van de machine om de storteenheid te ontgrendelen. | Het geluidsniveau kanijdens gebruik hoger worden dan 80 dB (A). | |
| Wonneer een pieptoon worden voorgebracht, vergrendelt u de remhendel. | OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) is/zijn gameten volgens een standardtestme-thode en kan/kunnen worden gezrukt om dit gereed-schap te vergelijk met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar-de(n) kan/kunnen ook worden gezrukt voor een beordeling vooraf van de blootstelling. |
WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming.
WAARSCHUWING: De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap worden gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee worden gewerkt.
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zichen gebaseerd op een schatting van de bloatstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met allefasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijsduurgedurende welke het gereedschap isuitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Trilling
De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-1:
Gebruikstoepassing: onbelaste werking
Trillingsemissie (_n) .. 2,5m / s^2 oflager
Onzekerheid (K): 1,5 m/s
OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standardtestmethode en kan/ können worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijkden met andere gereedschappen.
OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de bloatstelling.
WAARSCHUWING: De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap worden gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee worden gewerkt.
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zichen gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met allefasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijsduurgedurende welke het gereedschap isuitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijsduur).
Verklaringen van conformiteit
Alleen voor Europese landen
De verklaringen van conformiteit zijn bijgevoegt in Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing.
Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap
WAARSCHUWING Lees alle verilgheidswaarschuwingen, instructies, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als nicht alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen.
De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoorschriften duidt op gereedschappen die op stroom van het Lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos).
Veiligheidswaarschuwingen voor een accuaangedreven kruiwagen
- Draagijdens gebruik van het gereedschap altijd slipvast verilheidsschoeisel. Slipvaste, dichte verilheidsschoenen of -laarzen verlagen de kans op letsel.
- Inspector de af te leggen route voordat u voorwerpen/materialen erover transporteert. Door uzelfbekend te make n met de route en u ervan te verzekeren dat de route breed genoeg is om het gereedschap met lading veilig erover te+kunnen manoeuvreren,verlaagt u de kans op verlies van controle over het gereedschap.
- Wees uiterst voorzichtig op een gladde, losese en instabiele ondergrond. Natte en gladde oppervlakken, zoals nat gras, sneeuw en ijs, en losse en instabiele ondergronden, zoals zand of grind, kuren ertoe leiden dat het gereedschap tractie verliest en kuren de besturing, het remmen en de stabiliteit nadelig beinvloeden.
- Gebruik het gereedschap Niet op zeer steile hellingen. Hiermee worden de kans verkleind op verlies van controle, slipspen en vallen die kuren leiden tot persoonlijk letsel. Hellingen steiler dan de maximaal aanbevolen hellingsgraad en zijde-lingse hellingen kuren de kans op instabilititeit vergroten en kuren het vermogen om veilig te stoppen nadelig beinvloeden.
- Verzeker u bij het werk den op hellingen er altijd van dat u stevig staat, werk altijd dwars op de helling, nooit hellingopwaarts of -afwaarts, en wees uiterst voorzichtig bij het veranderen van richting. Hiermee worden de kans verkleind op verlies van controle, slipspen en vallen die kuren leiden tot persoonlijk letsel.
-
Gebruik indien möglichk een vlag gebied om te stoppen, laden en losesten, en LAST het gereedschap nooit awhile op een helling. Het gereedschap is instabieler wonneer hij op een helling staat dan wonneer hij op een horizontale ondergrund staat.
-
Als het gereedschap onbeheerd wordenachten gelaten, zet u het gereedschap op een veilige plaats neer en trekt u de parkeerrem aan. De parkeerrem voorkomt ontgewenste beweging van het voorwiel en kan de stabilititeit verbeteren.
- Zorg ervoor dat oprijplaten schoon, sterk en veilig zijn. Om de kans op letsel te verkleinen,要去en alle oprijplaten vrij় van los afval en sterk genoeg় om het gewicht te dragen van de lading die u erover verwacht te vervoeren. Ze要去en eronder en aan de zijkant afdoende gestut় om doorbuigen en zijdelingesse beweging te voorkomen wanner een lading erover worden verroerd. Alle oprijplaten要去en breed genoeg় en stevig geplaatst় wanner ladingen erover verroerd worden.
- Verzeker u er vór gebruik van dat alle borgbouten stevig aangedraaid zich. Borgbouten op dechterwieten en de voor- en zijwanden van het open draagrek要去en stevig vast zitten om ongewenste beweging van deze verstelbare onderden van het gereedschap te voorkomen.
- Gebruik het gereedschap nooit wanner het overbelast is. Verzeker u ervan dat het gereed-schap het juiste draagvermogen heeft voor de voorwerpen of materialen die u wilt vervoeren. Buitensporige ladingen makeh het manoeuvreren en stoppen met het gereedschap moeilijker, ver-lengen de stoptijd en -afstand, en verhogen het gevaar van instabilititeit.
- Gebruik het gereedschap nooit met te hoog opgestapelde lading. Als het materiaal tot boven de randen van de laadbak of het draagrek worden geladen, kan het gereedschap in onbalans raken en onbeheersbaar worden.
- Gebruik containers en trekbanden om de lading vast te zetten. Losse en/of nicht-vastgezette ladingen verschuiven gemakkelijker waar-door onbalans en verlies van controle kunnen ontstaan.
- Houd de handgrepen algid goed vast. Verlies van controle kan de kans op persoonlijk letsel verhogen.
- Haal de verilgheidssleutel eruit wanner het gereedschap Niet in gelebruik is. De verilgheidssleutel voorkomt ongewenst aangedreven gelebruik van het gereedschap, zoals door kinderen of andere onervaren of onbevoegde Personen. Zonder de sleutel kan de elektrische aandrijving Niet worden ingeschakeld.
- Dit gereedschap mag nicht worden gebruikt op de openbare weg. Het gebruik van de kruiwa- gen op de openbare weg is gegen de wet en kan aanleiding geben tot een boete, en kan daarnaast leiden tot persoonlijk letsel.
-
Gebruik een stevige rijplaat met een antisliplaag en losbreekbeveiliging wanner u dit gereedschap voor transport inlaadt of lost, of met dit gereedschap van het ene maar het andere hoogteniveau rijdt. Verzeker u ervan dat de hellingsgraad van de rijplaat Niet groter is dan 12^ , en bedien het gereedschap langzaam en voorzichtig. Een instabiele of snelle bediening kan ertoe leiden dat het gereedschap om Salaat en/of valt.
-
U mag het gereedschap Niet uit elkaar halen, repareren of wijzigen.
Voorbereidingen
- Voordat u het gereedschap bedient, verzekert u zich ervan dat zich geen mensen rond het gereedschap bevinden.
- Voordat u het gereedschap bedient, voert u de inspectiesuit door het hoofdstuk over onderhoud te raadplegen.
Gebruik
- Staijdens gelebruik van het gereedschap achter het gereedschap en houd de handgrepen met beiden handen stevig vast.
- Gebruik het gereedschap Niet terwijl u op het gereedschapeerijdt.
- Sta Niet toe dat anderen meerijden op het gereedschap.
- Wanneer het gereedschap in zijn anschteruit worden gebruikt en u anschteruit loopt, moet u anschterom kijken, goed opletten waar u uw voetenzet en voorzichtig bijn Niet uit te glijden of te struikelen.
- Gebruik het gereedschap nicht bij slecht zicht odomat de kans bestaat dat u gegen obstakels botst.
- Wanner u het gereedschap op een ongelijkmatige ondergrond gebruikt, of over een hoogteverschil heb rijdt, verlaagt u de snugheid en bent u extra voorzichtig.
- Vermijdijdens gelebruik van het gereedschap een zachte ondergrond om te voorkomen dat het gereedschap omkiept wanner de wegberm inzakt.
- Gebruik het gereedschap Niet op hellingen vaneer dan 12^
- Als u iets abnormaals opmerkt, stopt u het gereedschap op een horizontale ondergrond. Voordat u het gereedschap inspecteert, vergrendelt u de remhendel en schakelt u de voedinguit.
- Voordat u het gereedschap bedient, verzekert u zich ervan dat de handgreep van de storteenheid helemaal omlaag is geduwd en volledig is vergrendeld. Als de vergrendeling onvolledig is, bestaat de kans op een onceval或其他 dat het draagrek of de laadbak kan Kantelen, en de lading valt verwijl u hellingafwaarts rijdt.
- Wanner het gereedschap vlak bij een muur wordt gebruikt, bent u voorzichtig dat uw hand Niet bekneld raken tussen de handgreep en de muur.
- Gebruik het gereedschap Niet onder slechte weersomstandigheden, met name wanner de kans op bliksem bestaat. Dit verkleint de kans om door de bliksem getroffen te worden.
- Raak de metalen onderdelen nicht aanijdens of na gebruik aangezien deze door het zonlicht heet genoeg+kennen worden om brandwonden te veroorzaken.
-
Wees voorzichtig dat de kabels Niet in de war raken met de lading of obstakels.
-
Alvorens over een brug te rijden verzekert u zich ervan dat het totaal van het gewicht van het gereedschap, het laadvermogen en het gewicht van de gebruiker Niet hoger is dan het draagvermogen van de brug. Rijd voorzichtigen met een constante snugheid over de brug.
- Draag handschoenenijdens gebruik van het gereedschap in een koude omgeving. Als u de metalen onderdelen met blote handen aanraakt, können uw handen vast blijven zitten.
- Als zich mensen of obstakels in de rijrichting bevinden, vermijdt u deze van tevoren.
- Schep geen voorwerpen op met de laadbak of het draagrek. Als u dit doet, kan het gereed-schap worden beschadigd en een onceval wordenveroorzaakt.
- Als u het gereedschap op een modderige ondergrond, natte helling of gladde plaats gebruikt, let u erop dat u stevig staat.
- Dompel het gereedschap Niet onder in een waterplas.
- Wanner u de machine tijdens het werk achterlaat, moet u de storteenheid terugplaatsen in zijn oorspronkelijke positie en de remhendel vergrendelen en de vergrendelsleutel verwijderen.
- Laat het gereedschap Niet onbeheerd achter terwijl voorwerpen zijn geladen op het draagrek of in de laadbak.
Gebruik op hellingen
- Kruis geen hellingen.
- Stop voordat u afdaalt en verzeker u ervan de rijnsnelheid te verlagen en voorzichtig teijken.
- Als de rijnsnelheid te hoog is terwijl u hellingafwaarts rijdt, klinkt een pieptoon. Vertraag in dat geval met behulp van de rem.
- Wees voorzichtig bij het starten en stoppen van het gereedschap op een helling.
- Aangezien de lading minder stabel is op een helling, dient u de lading stevig vast te zetten met touwen.
- Aangezien het gereedschap instabel wird afhankelijk van de staat van de weg, houdt u de lading zo Klein möglichk.
- Aangezien op een helling het zich belemmerd worden, houdt u de hoogte van de lading zo laag möglichk.
- Stop het gereedschap nooit op een helling. Stop het gereedschap op een horizontale ondergrond, vergrendel de remhendel en schakel de voedinguit.
- Verander op een steile helling Niet van richting of snugheidsfunctie.
- Laat de trekkerschakelaar Niet los op omhooglopende hellingen. Het gereedschap kan acheeruit rollen en een ongevalveroorzaken.
-
Verzeker u ervan dat de resterende acculading voldoende is voordat u het gereedschap op een helling gezruikt. Als de resterende acculading onvoldoende is, laad u de accu op of verwangt u deze door een opgeladen accu.
-
Wanner u het gereedschap op een helling worden gestart,plaatst u uw voet Niet ache ter het achterwiel,ondat het gereedschap enkele centimeters achechteruit rolt.
Voorwerpen laden
- Laad Niet te veel voorwerpen. Zorg ervoor dat u bij het laden van voorwerpen de instructies en laadbeperkingen in de gebruiksaanwijzing in acht neemt.
- Hoe zwaarder de lading, hoe moeilijker het is om het gereedschap te bedieren. Houd waarom het gewicht van de lading binnen het bereik waarin dit Niet van invloed is op de bediening.
- Zet de voorwerpen stevig vast met touwen.
- Laad de voorwerpen binnen het draagrek of de laadbak. Als de voorwerpen buiten het draagrek of de laadbak steken, bestaat de kans op ongevallen als gevolg van vallende voorwerpen of botsingen met obstakels, zoals muren.
- Zorg ervoor dat geladen voorwerpen onder ooghoogte blijven. Als de lading te hoog is, is het gevaarlijk waarDat het zich worden belemmerd. Bovendien bestaat de kans op omkiepen en letsel waarDat de lading waarschijnlijk Niet in balans is.
- Laad de voorwerpen gelijkmatig op het draagrek of in de laadbak. Als de voorwerpen ongelijkmatig worden geladen, bestaat de kans op omkiepen en letsel waarst de lading waarschijnlijk Niet in balans is.
- Voordat u de voorwerpen laadt of het gereed-schap bedient, verzekert u zich ervan dat de handgreep van de storteenheid helemaal omlaag is geduwd en volledig is vergrendeld.
- Zorg ervoor dat zware voorwerpen eerst worden geladen voor een goede balans.
- Trek de voor- en zijrails Niet uit op hellingen. Trek de zijrails uit wannerlichtgewicht voorwerpen worden geladen.
- Wanner u de voor- en zijrails uittrekt, trekt u ze Niet verder uit dan de grensmarkering. Verzeker u ervan dat de zijrails aan de linkeren rechterkant even ver wordenuitgetrokken en de lading gelijkmatig worden geladen.
- Laad en los de Voorwerpen op een horizontale ondergrond. Laad en los Voorwerpen nooit op een helling.
- Houd bij het optillen van het draagrek of de laadbak de handgrepen en het frame stevig vast, en werk vanuit een stabiele houting.
Het gereedschap vervoeren
- Gebruik oprijplaten die minstens 4 keer zo lang zich als de hoogte van de laadvloer, met bevestigingen die passen in de laadvloer, met een slipvast oppervlak, van voldoende breedte, en die het gewicht van het gereedschap en de gebruiker kuren dragen. Lees voor gebruik de gebruiksaanwijzing van de oprijplaten aan-dachtig door.
-
Voordat u het gereedschap inlaadt, lost u alle voorwerpen uit het gereedschap en verwijdert u modder en ander vuil vanaf de banden. Plaats de oprijplaten op een horizontale en stabiele ondergrond.
-
Voordat u het gereedschap inlaadt of uitlaadt, verzekert u zich ervan dat zich geen mensen rondon het gereedschap en de oprijplaten bevinden. Laad het gereedschap in of uit met een lage rijnselheid en wees waar bij voorzichtig dat het gereedschap Niet van de oprijplaten afvalt. Let op dat u uw hoofd Niet stoot gegen het dak van de auto of aanhanger. Wees uiterst voorzichtig wanner u het gereedschap achterwaarts in- of uitlaadt.
- Tijdens het vervoeren van het gereedschap要去 de remhendel zich vergrendeld, de voeding zich uitgeschakeld, de accu's en vergrendelsleutel zich verwijderd, en het gereedschap stevig zich vastgezet.
Onderhoud en opslag
- Alvorens het gereedschap op te slaan of inspectie- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, verzekert u zich er altojd van dat het gereedschap op een horizontale ondergrond is gestopt, de remhendel is vergrendeld, en de vergrendelsleutel en de accu's zijn verwijderd.
- Laat het gereedschap Niet onbeheerd buiten in de regen staan.
- Wanner u de machine opbergt, vermijdt u direct zonlicht en regen, en bergt u het op een plaats op die nicht heet of vochtig worden.
- Dit gereedschap is uitergerust met een hydrauliekeenheid op de onderkant van de storteenheid die de storteenheid automatisch kan kantelen. Wijzig de hydrauliekenheid Niet en draai de bevestigingsbauten van de eenheid of de stelbauten van de ontlastklep Niet los. Dit is zeer gevaarlijk aangezien hierdoor ongevallen of storingen hunnen worden veroorzaakt.
Gebruik en verzorging van gereedschap dat op een accu werkdt
- Laad alleen op met de acculader aanbevolen door de fabrikant. Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu, kan brandgevaar opleveren indien gebruikt met een ander type accu.
- Gebruik elektrisch gereedschap uitsluitend met de waar voor bestemde accu. Gebruik van andere accu's kan gevaar voor letsel of brandgevaar opleveren.
- Als de accu Niet worden gebruikt, houdt u dezeuit de buurt van metalen voorwerpen, zoalspaperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven en anderekleine metalen voorwerpen die een kortsluiting konnenveroorzaten tussen de occupolen. Kortsluiting tessen de occupolen kan leiden tot brandwonden of brand.
- Onder zware gebruiksomstandigheden kan vloeistof uit de accu komen. Voorkom aanraking! Als u er per ongeluk mee in aanraking komt, spoelt u het er met water af. Als de vloeistof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brandwonden verroorzaken.
-
Gebruik geen accu of gereedschap dat beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of gewijzigde accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of gevaar van letsel.
-
Stel een accu of gereedschap nicht bloat aan vuur of buitensporige temperaturesn. Bootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130^ hunnen een explosie veroorzaken.
- Volg alle oplaadinstructies en laad de accu of het gereedschap Niet op buiten het temperatuurbereik opgegeven in de instructies. Verkeerd opladen of bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschaden en de kans op brand vergroten.
Elektrische verilgheit en accu
- Werp de accu'(s) nicht in een vuur. De accu kan exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor möglichke speciale verwerkingsvereisten.
- Open of verrorm de accu's) Niet. Het elektrolyt is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen en huid. Het kan giftig+zij bij inslikken.
- Laad de accu Niet op in de regen of op een natte plaats.
- Laad de accu nicht buitenshuis op.
- Raak de lader, inclusief de stekker en de contacten van de lader, Niet met natte handen aan.
- Vervang de accu Niet in de regen.
- Laat de aansluitpunten van de accu Niet nat worden met een vloeistof, zoals water, en dompel de accu Niet onder. Laat de accu Niet in de regen liggen en laad of berg de accu Niet op een vochtige of natte plaats op. Als de aansluitpunten nat worden of vloeistof binnendringt in de accu, kan kortsluiting ontstaan in de accu en bestaat de kans op oververhitting, brand of explosie.
- Nadat de accu vanaf het gereedschap of de acculader is verwijderd, vergeet u Niet het accudeksen op de accu te bevestigen endez op een droge plaats op te bergen.
- Vervang de accu nicht met natte handen.
- Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik de machine Niet op vochtige of natteplaatsen en stel hem Niet bloot aan regen. Als water binnendringt in de machine, worden het risico van een elektrische schok hoger.
- Als de accu nat worden, LAST u het water eruit lopen en veegt u hem af met een droge doek. Laat de accu volledig drogen op een droge plaats voordat u hem gekruikt.
BEWAAR DEZE
VOORSCHRIFTEN.
WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veriligeidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUK of het Niet naleven van de veriligeidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig letsel.
Belangrijke veiligheidsinstrumenties voor een accu
- Lees alle voorschriften en waarschuwingen op (1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoorde accu worden gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
- Haal de accu Niet uit elkaar en saboteer hem Niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
- Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddelijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken.
- Als elektrolyt in uw ogen isterechtgekomen, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddelijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheidveroorzaken.
- Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal.
(2) Bewaar de accu Niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spijkers, Munten e.d. worden bewaard.
(3) Stel de accu Niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zichn van een groe stroomafgifte, oververhitting, brandwonden, en zelfs defecten.
- Bewaar en gelebruik het gereedschap en de accu Niet opplaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50^ of hoger.
- Werp de accu nooit in het vuur, ook nicht wanner hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploffen in het vuur.
- Laat de accu Niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er Niet in, gooier net mee en stoot hem Niet wegen een hard voorwerp. Dergelijkke handelingen können leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
- Gebruik nooit een beschadigde accu.
- De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen.
Voor commercieel transport en dergelijkde door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd.
Als voorbereiding van het artworkel dat worden getransporteerd is hetoodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. Houd u tevens aan möglichk strengere nationale regelgeving.
Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu要去zadanig worden verpakt dat deze Niet kan bewegen in de vergpakking.
-
Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij hetweggooien van de accu deplaatselijke voorschriften.
-
Gebruik de accu's uitsluitend met de gereedschappen die door Makita+zijn aanbevolen. Als de accu's worden aangebracht in nicht-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, buitensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
- Als u het gereedschap gedurende een langtijd Niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
- Tijdens en na gebruik, kan de accu heet worden waardoor brandwonden of koude brandwonden+kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hare accu.
- Raak de aansluitpunten van het gereedschap Niet onmiddelijk na gebruik aan,ondat deze heet genoeg hunnenzem brandwonden teveroorzaken.
- Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingsen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar-door brandwonden of persoonlijk letsel hunnen ontstaan.
- Behalve indien gebruik van het gereedschap is toegestaan in de buurt van hoogspanningsleidingen, mag u de accu Niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
- Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
ALETOP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu's. Het gebruik van Niet-originele accu's, of accu's die zich gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schadeverozaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita.
Tips voor een maximale levensduur van de accu
- Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanner u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
- Laad een volledig opgeladen accu nooit opniew op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
- Laad de accu op bij een omgevingstempoatuu tussen 10^ en 40^ . Laat een warmer accu afkoelen alvorens hem op te laden.
- Als de accu Niet worden gebruikt, verwijdert u hem vanaf het gereedschap of de lader.
- Laad de accu op als u deze gedurende een langeijd (meer dan zes maanden) Niet gaat gebruiken.
BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN
Wonneer de laadbak is aangebracht
Fig.1
| 1 | Kantelschakelaar | 2 | Bedieningspaneel | 3 | Pieptoonknop | 4 | Trekkerschakelaar |
| 5 | Lamp op de achterkant | 6 | Handgreep | 7 | Accubak | 8 | Remhendel |
| 9 | Achterwiel | 10 | Achterwielvergrendeling | 11 | Vergrendelhendel | 12 | Storteenheid |
| 13 | Voorwiel | 14 | Lamp op de voorkant | 15 | Laadbak | - | - |
Wonneer het draagrek is aangebracht
Fig.2
| 1 | Kantelschakelaar | 2 | Bedieningspaneel | 3 | Pieptoonknop | 4 | Trekkerschakelaar |
| 5 | Lamp op de achterkant | 6 | Handgreep | 7 | Accubak | 8 | Remhendel |
| 9 | Achterwiel | 10 | Achterwielvergrendeling | 11 | Vergrendelhendel | 12 | Voorwiel |
| 13 | Lamp op de voorkant | 14 | Draagrek | - | - | - | - |
MONTAGE
ALET OP: Verzeker u er.altijd van dat het gereedschap isuitgeschakeld en de accu's zij verwijderd voordat u enige werkzaamheden aan het gereedschapuitvoert.
Voordat u het draagrek of de laadbak aanbrengt of verwijdert, verzekert u zich ervan de remhendel te vergrendelen. Om de remhendel te vergrendelen houdt u de remhendel aangetrokken, trekt u daarna aan de vergrendelhendel, en LAST uervoigens de remhendel los terwijl u de vergrendelhendel aangetrokken houdt.
Fig.3: 1. Remhendel 2. Vergrendelhendel
De laadbak aanbrengen en verwijderen
De laadbak aanbrengen
- Haal de laadbak, steunen en voorpijp uit de doos.
Fig.4: 1. Laadbak 2. Steun 3. Voorpijp - Steek de voorpijpCUSen het bovenframe en onderframe van de storteenheid.
Fig.5: 1.Voorpijp - Plaats de steun op de storteenheid en draai daarna tijdelijk de bouten door de voorpijp vast. Bevestig de andere steun opdezelfde manier op de storteenheid.
Fig.6: 1. Steun 2. Bout - Plaats de laadbak op de Voorpijp en de linker en rechter steun.
Plaats de rubber ring op het gat in de laadbak en steek de bout er vanaf de bovenkant in. Breng vanaf de onderkant eerst de platte ring en daarna de veerring aan op de bout en draai cervolgens de moer vast. Draai de resterende bouten en moeren opdezelfde manier vast.
Fig.7: 1. Bout 2. Rubber ring 3. Platte ring 4. Veerring 5. Moer
- Draai de 4 bouten die in stap 3 tijdelijk waren vastgedraaid nu stevig vast.
De laadbak verwijderen
Om de laadbak te verwijderen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde.
Het draagrek aanbrengen en verwijderen
Optioneel accessory
Het draagrek aanbrengen
- Haal het draagrekuit de doos en bevestig de zijrails en de voorrail aan het bodemrek.
Fig.8 -
Draai de 6 vingerschroeven tezamen met de veren en ringen vast om de rails te bevestigen.
Fig.9: 1. Vingerschroef 2. Veer 3. Ring -
Plaat het draagrek op de storteenheid.
Steek de bout vanaf de bovenkant erin. Breng vanaf de onderkant eerst de platte ring en daarna de veerring aan op de bout en draai cervolgens de moer vast. Draai de resterende bouten en moeren opdezelfde manier vast.
Fig.10: 1. Bout 2. Platte ring 3. Veerring 4. Moer
Het draagrek verwijderen
Om het draagrek te verwijdenen, volgt u de procedure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde.
BESCHRIJVING VAN DE FUNCTIONS
ALET OP: Verzeker u er alkijd van dat het gereedschap isuitgeschakeld en de accu is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controeren.
De accu aanbrengen en verwijderen
ALETOP: Schakel het gereedschap altijd uit en vergrendel de remhendel voordat u de accu aanbrengt of verwijdert.
ALET OP: Breng de accu altejd helemaal aan totdat het rode deel nicht meer zichtaar is. Als u dit nicht doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en letsel veroorzaken bij u of anderen in uw omgeving.
ALET OP: Druk de accu er nicht met kracht in. Als de accu er nicht soepel in schuift, houdt u die waarschijnlijk in de verkeerde stand.
ALET OP: Gebruik Niet een accu voor hogtemperatuur. Als u een accu voor hoge temperatuurgebruikt, stopt het gereedschap automatisch en klinkteen korte pieptoon, en kan letsel worden veroorzaakt.
ALET OP: Wees voorzichtig bij het sluiten of openen van het accudeksel dat uw vingers Niet bekneld raken.
KENNISGEVING: Zorg dat u voor gebruik het accudeksen stevig afsluit. Anders zou er modder, vuil en water in kuren komen en het gereedschap of de accu kuren beschaden.
De accu aanbrengen
- Trek de vergrendelhendel omhoog en opendaarna het deksel van de accubak.
Fig.11: 1. Deksel 2. Vergrendelhendel - Lijn de lip van de accu uit met de gleuf van de accubak, en schuif daarna de accu totdat deze op+zijn plaatswordt vergrendeld met een Klein klikgeluid.
▶ Fig.12: 1.Accu
- Steek de vergrendelsleutel, op de plaats die in de afbeeling is aangegeven, zo ver möglichk erin en draai hem rechtsom.
Fig.13: 1. Vergrendelsleutel
OPMERKING: Om de vergrendelsleutel te kunnen draaien, moet de vergrendelsleutel er helemaal ingestoken+zijn.
- Sluit het deksel van de accubak.
Fig.14: 1.Deksel
De accu verwijderen
- Trek de vergrendelhendel omhoog en opendaarna het deksel van de accubak.
- Verschuij de knop aan de voorkant van de accu en trek tegelijkkertijd de accu uit de accubak.
Fig.15: 1. Knop
- Draai de vergrendelsleutel linksom en trek hem eruit.
- Sluit het deksel van de accubak.
Beveiligingssystemeernoortereedschap/accu
Het apparaat is uitergerust met een beveiligingsysteme voor gereedschap/accu. Dit systeme schakelt automatisch de voeding maar de motoruit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het gereedschap of de accu aan een van de volgende omstandigheden worden blootgesteld.
Een korte of Lange pieptoon klinkt voordat het gereedschap automatisch stocht. De accu-indicators en de lampjes op het bedieningspaneel knipperen terwijl de pieptoon klinkt.
OPMERKING: Om de pieptoonte stoppen, laat u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in.
Overbelastingsbeveiliging
Als het gereedschap of de accu worden gebruikt op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom worden getrokken, stopt het apparaat automatisch en knippert de aan-uitlamp groen. WannerDat gebeurt, schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte, zoals het verminderen van de geladen voorwerpen. Schakel verwolgens het gereedschap in om het wee te starten.
Oververhittingsbeveiliging
Wanner het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en gaat de aan-uitlamp rood branden. In dat geval maar u het gereedschap en de accu afkoelen, voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt.
Wanner de acculading onvoldoende is, knipperen de aan-uitlamp en de betreffende accu-indicator rood. In dat geval schakelt u over op andere accu's of verrangt u de accu's door volledig opgeladen accu's, of verwijdert u de accu's vanaf het gereedschap en laadt u ze op.
OPMERKING: Wanner de accu oververhit is, knippert de aan-uitlamp rood.
Beveiligingen gegen andere oorzaken
KENNISGEVING: De aan-uitlamp knippert beurtelings groen en rood wanner zich een abnormale situatie voordoet in het gereedschap. Raadpleeg in dat geval het hoofdstuk over problemen oplossen.
Het beviegiligssysteme is ook ontworpen voor andere orzaken die de machine kuren beschaden, en zorgt ervoor dat de machine automatisch stoot. Voer alle volgende stappenuit om de orzaken op te heffen, wanner de machine tijdelijk is onderbroken ofijdens het gebruik is gestopt.
- Schakel de machine uit en schakel hem daarna wee in om hem opniew te starten.
- Laad de accu('s) op of cervang hem/ze door (een) opgeladen accu('s).
- Laat de machine en accu's) afkoelen.
KENNISGEVING: Als geen verbetering opttreedt of als het gereedschap stocht als gevolg van een oorzaak die Niet hierboven worden beschreiben, raadpleegt u het hoofdstuk over problemen oplossen.
De resterende acculading controlleren
ALET OP: Stop aktijd het gereedschap voordat u de resterende acculading controleert of de accu's omschakelt.
ALET OP: Wanner de acculading laag wordt, klinkt een korte pieptoon. Vergrendel in dat geval de remhendel en schakelt u over op opgeladen accu's of laadt u de accu's op. Als u het gereed-schap blijft gebruiken met een lage acculading en de acculading opraatk, klinkt een lange pieptoon en stopt het gereedschap automatisch waardoor een ongeval of letsel kan worden veroorzaakt.
ALET OP: Als de pieptoon klinktijdens het werken op een helling, verplaatst u het gereed-schap maar een veilige plaats, vergrendelt u de remhendel, en schakelt u over op opgeladen accu's of laadt u de accu's op.
ALET OP: Als de lading zwaar is en de pieptoon klinktijdens het werken op een helling, let u goed op de veiligheid, vergrendelt u de remhendel en schakelt u over op opgeladen accu's. Verplaats het gereedschapaar een veilige plaats en vergrendel de remhendel. Verminder de lading voor dat u het gereedschapweer bedient.Raadpleeg vooreer informatie het hoofdstuk over problemen oplossen.
Het laadiveau op de accubak controlleren
Fig.16: 1.Accu-indicator 2.Testknop
Druk op de testknop om de resterende acculadingen te zien. De accu-indicators给他们 per accu de resterende acculading aan.
| Toestand van accu-indicator Resterende | ||
| Aan | Knippert | Uit |
OPMERKING: Als u de trekkerschakelaar blijft inknijpen, ook nadat u de korte pieptoon hebt gehoord, stopt het gereedschap automatisch. Nadat het gereedschap automatisch is gestopt, blijft de pieptoon klinken en worden de hulprem aangetrokken. Om de pieptoon te stoppen en de hulprem vrij te given,That u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in.Duw Niet met kracht gegen het gereedschap zonder de hulprem vrij te given.
OPMERKING: U kurz de resterende acculading ook controleren wonneer de vergrendelsleutel nicht is geplaatst.
OPMERKING: De accu-indicators voor de resterende acculading dieren slechts ter referentie. De daadwerkelijkke acculading kan varieren afhankelijk van de gebruiksomstandigheden.
Het laadniveau op de accu controlleren
Alleen voor accu's met indicatorlampjes
Druk op de testknop op de accu om de resterende accumulating te zien. De indicatorlampjes branden gedurende enkele seconden.
Fig.17: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop
| Indicatorlampjes Resterende | acculading | ||
| Brandt Uit | Knippert | ||
| 75% tot 100% | |||
| 50% tot 75% | |||
| 25% tot 50% | |||
| 0% tot 25% | |||
| Laad de accu op. | |||
| Er kan een storing+zijn opgetreden in de accu. | |||
OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstandigden en de omgevingstemperatuur, is het mogelijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijkke acculading.
OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator-lampje knippert wanner het accubeveiligingsssystem in werkig is getreden.
De accu omschakelen
▶ Fig.18: 1.Accukeuzeschakelaar
Het apparaat gebruikt 2 accu's tegelijkertijd. Maximaal 4 accu's kuren in het gereedschap worden aangebracht. Voordat u het gereedschap bedient, selecteert u de accu's die要去en worden gebruikt door de accukeuzeschakelaar te draaien.
KENNISGEVING: Als de accu zich in de vol-gende omstandigheid bevindt, werkt het gereed-schap Niet, zelfs als u de accu's omschakelt met behulp van de accukeuzeschakelaar.
- De resterende acculading van minstens één van de accu's is op.
- Minstens één van de accu's is oververhit.
In dat geval verwijdert u de lege of oververhitte accu, of verrangt u de accu door een opgeladen accu.
OPMERKING: Als slechts 2 accu's in het gereed-schap+zijn aangebracht, verzekert u zich ervan de accu's te selecteren die+zijn aangebracht met behulp van de accukeuzeschakelaar.
Bedieningspaneel
ALET OP: Vergrendel alsijd de remhendel en schakel het gereedschap uit wanner het nicht in gebruik is.
Aan-uitknop
▶ Fig.19: 1. Aan-uitlamp 2. Aan-uitknop
Om het gereedschap in te schakelen, vergrendelt u de remhendel en drukt uervovalgens op de aan-uitknop zonder de trekkerschakelaar in te knijpen. De aan-uitlamp brandt groen. Om het gereedschapuit te schakelen, laat u de trekkerschakelaar los, vergrendelt u de remhendel en drukt uervovalgens op de aan-uitknop.
OPMERKING: Wanner het gereedschap de eerste koer wordt gebruikt nadat het gereedschap is ingeschakeld, wordt het elektrische system getest. Als een probleem wordt gedetecteerd, knippert de aan-uitlamp beurtelings rood en groen. Raadpleeg in dat geval het hoofdstuk over problemen oplossen.
OPMERKING: Als de aan-uitlamp rood brandt, of rood of groen knippert, raadpleegt u de instructies voor het beveiligingsystem voor gereedschap/accu.
OPMERKING: Dit gereedschap maakt gebruik van de automatische uitschakelfunctie. Om onbedoeld starten te voorkomen, worden het gereedschap automatisch uitgeschakeld wanner het gereedschap stilstaat en nicht worden bediend binnen een bepaalde tijsduur nadat het gereedschap is ingeschakeld.
OPMERKING: Als u op de aan-uitknop drukt verwijl de trekkerschakelaar worden ingeknepen, worden het gereedschap Niet ingeschakeld. Laat de trekkerschakelaar los en druk daarna op de aan-uitknop.
Vooruit-achteruit- en snelheidsknop
Fig.20: 1. Vooruit-achteruitknop
2. Snelheidsindicator 3. Snelheidsknop
Druk op de vooruit-achteruitknop om om te schakelen:tussen de Vooruitrijfunctie en de achteruitrijfunctie. Druk op de snelheidsknop om om te schakelen tussen lage rijnselheid, gematigde rijnselheid en hoge rijnselheid. Wanner de voeding wordt ingeschakeld, worden de vooruitrijfunctie en de lage rijnselheid ingesteld.
OPMERKING: De vooruit-achteruitknop kan nicht worden bediend verwijl de trekkerschakelaar worden ingeknepen.
OPMERKING: Een korte pieptoon klinkt verwijl het gereedschap in+zijn awhile worden gebruikt.
OPMERKING: De slenlheidsknop kan nicht worden bediend verwijl het gereedschap in+zijn,achteruit worden gebruikt.
OPMERKING: Als het gereedschap een probleem detecteert, knipperen de snugheidsindicatoren beurtelings. Raadpleeg in dat geval het hoofdstuk over problemen oplossen.
Pieptoonknop
Wanner u op de pieptoonknop drukt, klinkt de pieptoon.
Fig.21: 1. Pieptoonknop
OPMERKING: De pieptoonknop kan worden bediend wonneer het gereedschap is ingeschakeld.
OPMERKING: De pieptoonknop kan zichs worden bediend wanner de vergrendelsleutel Niet in de accubak is gestoken.
De lampen inschakelen
Druk op de lampknop op de accubak om de lampen op de voorkant en achechterkant in te schakelen. Om de lampen uit te schakelen, drukt u nogmaals op de lampknop.
Fig.22: 1. Lampknop 2. Lamp op de voorkant
Fig.23: 1. Lamp op de achterkant
OPMERKING: De lampen gaan uit nadat het gereed-schap gedurende een bepaalde tijdsduur nicht is bediend.
OPMERKING: De lampen gaan uit wanner de voeding worden uitgeschakeld.
OPMERKING: U kurz de lampen inschakelen zichs wonneer de vergrendelsleutel Niet is geplaatst.
Trekkerschakelaar en remhendel
ALET OP: Alvorens de accu in het gereedschap aan te brengen, contrôleert u altijd of de trekkerschakelaar correct werkt en na loslaten terugkeert maar de uit-stand.
Om het gereedschap te starten, knijpt u de trekkerschakelaar in. Met behulp van de trekkerschakelaar kan de rijnselheid worden aangepast binnen het geselecteerde snelheidsbereik. Om het gereedschap te stoppen,aaS u de trekkerschakelaar los en knijpt u de remhendel in. Om de remhendel te vergrendelen houdt u de remhendel aangetrokken, trekt u daarna aan de vergrendelhendel, enaaS uervoigens de remhendel los terwijl u de vergrendelhendel aangetrokken houdt. Om de vergrendeling vrij te geven, knijpt u de remhendel in.
Fig.24: 1.Trekkerschakelaar
Fig.25: 1. Remhendel 2. Vergrendelhendel
Kantelschakelaar
ALET OP: Verzeker u ervan de remhendel aangetrokken te houden wanner u de Kantelschakelaar bedient.
ALET OP: Voordat u de Kantelschakelaar bedient, verzekert u zich ervan dat de resterende acculading Niet laag is. Als de acculading laag is, vergrendelt u de remhendel en schakelt u de accu's om maar opgeladen accu's, of verrangt u de accu's door opgeladen accu's.
Fig.26:1.Kantelschakelaar
U kunt de laadbak of het draagrek kantelen met behulp van de Kantelschakelaar. Om de laadbak of het draagrek voorover te kantelen, houdt u de remhendel aangetrokken en drukt u op de bovenkant van de Kantelschakelaar. Om de laadbak of het draagrek terug teplaatsen, houdt u de remhendel aangetrokken en drukt u op de onderkant van de Kantelschakelaar.
OPMERKING: Terwijl de laadbak of het draagrek beweegt, klinkt een pieptoon.
De bredte van het draagrek afstellen
KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat de zijr rails en de voorrail stevig zijn bevestigd nadat de vingerschroeven zijn vastgedraaid.
Draai de 6 vingerschroeven los en verschuif daarna de zijrails en de Voorrail. Draai de vingerschroeven vast om de zijrails en de Voorrail vast te zetten.
Fig.27: 1. Vingerschroef 2. Rail
ALET OP: Schuif de rail nicht verder dan degrensmarkering.
Fig.28
De hoogte van de handgreep afstellen
KENNISGEVING: Stel de linker- en rechterhandgreep af opdezelfde hoogte.
De hoogte van de handgreep kan worden afgesteld op 7 hoogten. Om de hoogte van de handgreep af te stellen, draait u de 2 knappen los, stelt u de hoogte van de handgreep af door het gat in de handgreep uit te lijnen met het uitsteeksel op het Achterframe, en draait u verwolgens de 2 knappen stevig vast. Stel de hoogte van de andere handgreep opdezelfde manier af.
Fig.29: 1. Knop
Achterwielvergrendeling
U kunt de richting waarin deijken wijzen vergrendelen met behulp van deijkenvergrendeling.
- Rijd het gereedschap ijets waar voren zodat de achterwielen wijzen in de richting aangegeven in de afbeelding.
Fig.30: 1.Achterwiel - Draai de weiterwielvergrendeling maarachten.
Fig.31: 1.Achterwielvergrendeling - Vergrendel het andere weiteriel opdezelfde manier.
- Beweeg het achechterwiel iets waar voren en achteren of maar links en rechts om er zeker van teল hij is vergrendeld.
Om dechterwielvergrendeling vrij te gehen, draaat u de achterwielvergrendeling 90^ Zoals aangegeven in de afbeelding.
Fig.32: 1.Achterwielvergrendeling
OPMERKING: De darüberwielen können worden vastbezet in 4 verschiedene Richtingen, Zoals aangegeven in de afbeelding.
Fig.33
De waterpas gebruiken
Door de waterpas te gebruiken,kest u controleren of de ondergrund horizontal is.
Fig.34: 1. Waterpas
BEDIENING
ALETOP: Verzeker u ervan dat de remhendel is vergrendeld voordat u voorwerpen laadt of lost.
Het gereedschap bedieren
KENNISGEVING: Verzeker u ervan voor gebruik de vergrendelsleutel teplaatsen. Als de vergrendelsleutel Niet is geplaatst, klinkt een pieptoon wanner u de trekkerschakelaar inknijpt. De pieptoon stopt wanner u de trekkerschakelaar loslaat en de remhendel inknijpt.
KENNISGEVING: Voer een inspectie uit voordat u het gereedschap bedient door het hoofdstuk over onderhoud te raadplegen.
- Verzeker u ervan dat de remhendel is vergrendeld. Breng de accu's aan, plaats de vergrendelsleutel en draai hem rechtsom.
- Kies met behulp van de accukeuzeschakelaar de gewenste accu's.
- Druk op het bedieningspaneel op de aan-uitknop om de voeding in te schakelen.
Fig.35: 1.Aan-uitknop
-
Knijp de remhendel in om de vergrendeling van de remhendel vrij te gehen.
Fig.36: 1. Remhendel -
Houd de handgrepen stevig met beiden handen vast.
Fig.37 - Knijp de trekkerschakelaar in.
Fig.38: 1.Trekkerschakelaar
Voorwerpen laden
ALET OP: Alvorens voorwerpen in het gereedschap te laden, verzekert u zich ervan dat het gereedschap isuitgeschakeld en de remhendel vergrendeld is.
ALET OP: Alvorens voorwerpen in het gereed-schap te laden, verzekert u zich ervan dat de storteenheid vergrendeld is.
ALET OP: Verzeker u ervan dat de voorwerpen binnen het draagrek of de laadbak worden geladen. Als voorwerpen uit het draagrek of de laadbak steken, kennene deze vallen of afbreken als ze gegen obstakels botsen.
Fig.39
ALET OP: Zorg ervoor dat de voorwerpen zodanig geladen worden dat ze onder ooghoogte blijven. Als de lading te hoog is, is het gevaarlijk waarDat het zich worden belemmerd. Bovendien bestaat de kans op omkiepen en letsel waarDat de lading waarschijnlijk Niet in balans is.
Fig.40
ALET OP: Laad geen voorwerpen boven de hoogte van de laadbak. Als voorwerpen hoger worden geladen dan de laadbak, kan de lading vallen of uiteen vallen.
Als voorwerpen op het draagrek worden geladen, zet u de voorwerpen vast met touwen enbindt u deze vast aan de sjorhaken van het draagrek.
▶ Fig.41: 1. Sjorhaak
Voorwerpen storten
ALET OP: Wanner u het draagrek of de laadbak kantelt of terugplaatst, mag u nooit enig deel van uw lichaam erin steken, of tussen de storteenheid en het draagrek of de laadbak, of onder de storteenheid, steken. Als u dit doet, kan dat leiden tot letsel of brandwonden.
ALET OP: Na het storten van de lading verzeker u zich ervan de storteenheid te vergrendelen door de storteenheid terug teplaatsen in zijn oorspronkelijke stand.
ALET OP: Voordat u het draagrek of de laadbak handmatig Kantelt, verzekert u zich ervan de remhendel te vergrendelen.
ALET OP: Kantel het draagrek of de laadbak op een horizontale en stabiele ondergrond. Als u dit op een instabiele ondergrond doet, kan dat leiden tot een ongeval of letsel.
ALET OP: Houd de lading zo Klein möglich. Als de lading te groot is, mag u niet proberen het draagrek of de laadbak te kantelen. Verklein de lading en kan- tel verwolgens het draagrek of de laadbak.
ALET OP: Als de lading is vastgezet met touwen of iets anders, maakt u besoin los voordat u de storteenheid Kantelt.
ALET OP: Voordat u het draagrek of de laadbak Kantelt, verzekert u zich ervan dat zich geen mensen of obstakels rondon het gereedschap bevinden.
U kurz de voorwerpen storten door het draagrek of de laadbak op te tillen en te kantelen.
- Stop het gereedschap.
- Kantel de laadbak of het draagrek voorover door de remhendel aangetrokken te houden en op de bovenkant van de Kantelschakelaar te drukken.
Fig.42: 1. Kantelschakelaar
-
Om de voorwerpen die+zijn achtergebleven in de laadbak of op het draagrek handmatig te storten, voert u de onderstaande stappenuit.
-
Vergrendel de remhendel en ga naast het gereed-schap staan.
- Draai de vergrendelhendel van de storteenheid\ naar de voorkant van het gereedschap om de storteenheid te ontgrendelen.
- Houd de handgreep van de storteenheid vast en kantel verwolgens de laadbak of het draagrek voorover om de voorwerpen te storten.
- Plaats de laadbak of het draagrektering op de storteenheid.
Fig.43: 1. Vergrendelhendel 2. Storteenheid
ALET OP: Houd de handgreep van de storteenheid stevig vast en werk vanuit een stabiele houding.
KENNISGEVING: Wij adviseren u de voorwielen te blokkeren om het gereedschap te stabiliseren.
- Plaats de laadbak of het draagrek terug in+zijn oorspronkelijke positie, door de remhendel aangetrokken te honden en op de onderkant van de Kantelschakelaar te drukken.
KENNISGEVING: Verzeker u ervan de laadbak of het draagrek in zijn oorspronkelijke positie terug teplaatsen nadat de voorwerpen zijn gestort. Als de laadbak of het draagrek Niet volledig is teruggeplaatst en vergrendeld, worden de rijnselheid van het gereedschap begrensd op 0,8km / u
ONDERHOUD
ALET OP: Alvorens het gereedschap op te slaan of inspectie- of onderhoudswerkzaamhedenuit te voeren, verzekert u zich er.altijd van dat het gereedschap op een horizontale ondergrond is geparkeerd en de remhendel is vergrendeld.
ALET OP: Verzeker u er altojd van dat de vergrendelsleutel en accu uit het gereedschap zich verwijderd voor opslag, inspectie en onderhoud.
ALET OP: Verwijder altijd de vergrendelsleutel wonneer het gereedschap Niet in gebruik is. Bewaar de vergrendelsleutel op een veilige plaat buiten bereik van kinderen.
Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparations, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en.altijd met gebruik van Makita-verbangingsonderdelen.
Inspectie voor gebruik
Voer de volgende inspecties uit voordat u het gereed-schap bedient.
- Controller of de bouten, moeren en knappen stevig vastgedraaid়.
Fig.44 - Controller of de rem goed werkt. Als u vindt dat de rem onvoldoende goed werkt, reinigt u de rem. Als geen verbetering opttreedt, vraagt u uw erkende Makita-servicecentrum hem te repareren.
- Controller of de storteenheid vergrendeld is wanneeer de handgreep van de storteenheid helemaal omlaag geduwd is.
Fig.45: 1. Handgrepen
- Controller of de banden van de voor- en achechterwienen Niet beschadigd zijn en er voldoende lucht in de banden zit.
- Controller of de lampen op de Voorkant en achechterkant schoon়n. Reinig ze zo nodsig.
- Controller of de schrapers in de juiste stand staan. Als de schraper omhoog gericht is, past u de stand van de schraper aan door de bouteu los te draaien. Duw bij het vastdraaien van de bouteu de schraper Niet maar de voorkant van het gereedschap.
Fig.46: 1. Schraper
Het gereedschap reinigen
KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was-benzine, thinner, alcohol en dergelijkte. Hierdoor kunnen verkleuring, verrormingen en barsten worden veroorzaakt.
KENNISGEVING: Gebruik geen hagedrukreiniger voor het reinigen.
KENNISGEVING: Zorg ervoor datijdens het reinigen van het gereedschap het deksel van de accubak gesloten is. Anders kan water in de accubak binnendringen en een storing in het gereed-schapveroorzaken.
Verwijder modder, vuil en dergelijkke vanaf het gereedschap. Reinig het gereedschap met stromend water. Veeg na het reinigen het gereedschap af met een droge doek.
Opslag
Vergrendel de remhendel en verwijder de accu's en vergrendelsleutel. Sla het gereedschap op een veilige plaats op buiten bereik van kinderen.
De band oppompen
Controleer of er voldoende lucht in de banden van de voor- en achechterwienen zit. Als er onvoldoende lucht in de banden zit, prompt u de banden op met behulp van een bandenpomp. De bandenspanning is als volgt:
- Band van het voorwiel: 280 kPa (40 psi)
Band van het hinterwiel: 525kPa (75 psi)
Voorwiel
Fig.47
Achterwiel
Fig.48
Een band verrangen
LET OP: Voordat u een band verrangt, lost u eerst alle voorwerpen uit/vanaf het gereedschap.
ALET OP: Draag handschoenen wanner u een band verramt.
De band van een voorwiel verrangen
OPMERKING: Wanner u de grijze band monteert, monteert u deze zodanig dat het ventiel aan de buitenzijde zit.
Fig.49
De band van een weiteriel verrangen
Fig.50
Fig.51
PROBLEMEN OPLOSSEN
Alvorens u verzoekt om reparatie, kurz u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u een probleem ondvindt dat Niet in deze gebruiksaanwijzing worden beschreiben, mag u het gereedschap Niet uit elkaar halen. Vraag inplaats waarvan een erkend Makita-servicecentrum het gereedschap te repareren, en.altijd met gebruikmaking van originele Makita-verbangingsonderdelen.
| Probleemomschrijving | Aan-uitlamp Oorzaak Oplossing | |
| Het gereedschap worden nicht ingeschakeld. | Uit. Erijken nog Niet twee volle accu's aangebrachte. | Plaats twee opgeladen accu's. |
| Probleem met de accu (onvol-doende spanning) | Laad de accu op. Als het opladen geen effect heeft, verrangt u de accu. | |
| De accukeuzeschakelaar staat Niet in de juiste stand. | Kies met behulp van de accukeuzeschake-laar de juiste accu. | |
| Het gereedschap start zich. | De lamp knippert rood. De accu is bijna leeg. Laad de accu | pp. Als het opaden geen effect heeft, verrangt u de accu. |
| Minstens één van de accu's is leeg. | Verwijder de lege accu of verwang hem door een opgeladen accu. In dat geval knippert het meest linker lampje van de accu-indicator van de betreffende accu. | |
| Het lampje knippert groen. | De vergrendelsleutel is Niet geplaatst. | |
| Het gereedschap is gestopt als gevolg van overbelasting. | ||
| De voor- of weiterwienen zitten vast ofijken geblokkeerd. | ||
| Het lampje brandt rood. Het gereedschap is gestopt als gevolg van oververhitting. | Laat het gereedschap en accu afkoelen. | |
| De lamp knippert beurte-lings rood en groen. | De vergrendelsleutel is Niet geplaatst. | |
| Het gereedschap heeft een abnormaliteit gedetecteerd. | ||
| Het lampje brandt groen. | De neutraal-keuzehendel staat Niet inijken oorspronkelijke stand. | |
| Het gereedschap stocht na kort te+zijn gezruikt. | De lamp knippert rood. De accu is bijna leeg. Laad de accu | pp. Als het opaden geen effect heeft, verrangt u de accu. |
| De rijsnelheid van het gereedschap neemt zich toe. | Het lampje brandt groen. De storteenheid is Niet volle-dig teruggeplaatst of is Niet vergrendeld. | Plaats de storteenheid volledig terug en verzeker u ervan dat deze vergrendeld is. |
Problemen oplossen bij het stoppen van het gereedschap
WAARSCHUWING: Behalve indien absolutnoodzakelijk, mag u de hulprem van het gereedschap nooit uitschakelen met behulp van de neural-keuzehendel. Wanner de hulprem van het gereedschap is uitgeschakeld, kan het gereedschap onbedoeld bewegen en een onceval of persoonlijk letsel veroorzaken.
WAARSCHUWING: Verzeker u ervan de neuraal-keuzehendel terug te zetten in zijn oorspronkelijke stand nadat u de hendel maar buiten hebt getrokken.
Als het gereedschap Niet kan worden verplaatst doordat de accu's leeg+zijn of als een storing in het gereedschap is opgetreden, kunt u het gereedschap handmatig verplaatsen door de neuraal-keuzehendel maar buiten te trekken om zo de hulprem uit te schakelen.
- Vergrendel de remhendel.
- Los alle voorwerpen uit/vanaf het gereedschap.
ALET OP: Verzeker u ervan alle voorwerpen uit/ vanaf het gereedschap te losesten. Het gereedschap kan onbedoeld bewegen als de voorwerpen in/op het gereedschap blijven.
- Als het gereedschap op een helling staat, ontgren-delt u de remhendel en richt u het gereedschap zodanig dat de remhendel aan de bovenkant van de helling zit en het gereedschap parallel aan de helling staat. Vergrendel de remhendel.
Fig.52
- Verzeker u ervan dat het gereedschap nicht beweegt en trek de neutraal-keuzehendel maar buiten.
Fig.53: 1. Neutraal-keuzehendel - Ontgrendel de remhendel en verplaats het gereedschap maar een veilige plaats. Aangezien de hulprem isuitgeschakeld,verplaatst u het gereedschap voorzichtig met de remhendel zDat de snelheid nicht oploopt.
- Nadat het gereedschap waar een veilige plaat is verplaatst, vergrendelt u de remhendel.
- Zet de neutraal-keuzehendel terug in+zijn oorspronkelijke stand.Verzeker u ervan dat de neuraal-keuzehendel volledig is teruggezet, zoals aangegeven in de afbeelding.
Fig.54: 1. Neutraal-keuzehendel
ALET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makitaapparaat dat in deze gebruiksaanwijzing worden beschreven. Het gebruik van andere accessoires of hulpstukken kan gevaar voor persoonlijke verwonding opleveren. Gebruik accessoires of hulpstukken uitsluitend voor de aangegeven doeleinden.
ALET OP: Gebruik uitsluitend Makita-accessoires of -hulpstukken voor het gereed-schap. Het gebruik van enige andere accessoire of hulpstuk kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met hetplaatselijkke Makita-servicecentrum.
Draagrek
Laadbak
- Voorband (zwart)
- Voorband (grijs)
- Achterband (grijs)
Originele Makita-accu en-acculader
OPMERKING: Sommige items op de lijst können zich inbegren in de doos van het gereedschap als standard toebehoren. Deze{kunnen van land tot land verzillen.