Sanipump ZFS 71 - Pomp Sanibroyeur - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Sanipump ZFS 71 Sanibroyeur in PDF-formaat.
| Producttype | Dompelpomp voor afvalwater |
| Merk | Sanibroyeur |
| Model | Sanipump ZFS 71 |
| Afmetingen (H x B x D) | 561 x 392 x 357 mm |
| Gewicht | 38 kg (versies 71.1 en 71.2), 44 kg (versies 71.3 en 71.4) |
| Voeding | 230 V eenfasig of 400 V driefasig, 50 Hz |
| Opgenomen vermogen (P1) | Van 2,2 tot 3,9 kW afhankelijk van versie |
| Nominaal vermogen (P2) | Van 1,6 tot 3,2 kW afhankelijk van versie |
| Nominale stroom | Van 3,7 tot 10,5 A afhankelijk van versie |
| Maximale opvoerhoogte | Tot 39 m (versie 71.4T) |
| Maximaal debiet | 17 m³/uur |
| Maximale vloeistoftemperatuur | 40 °C |
| Persaansluiting | Flens DN50 |
| Materiaal motorhuis | Gietijzer GG 20 |
| Materiaal waaier | Gietijzer GG 20 |
| Materiaal as | Roestvast staal 1.4021 |
| Mechanische afdichting | Siliciumcarbide (SiC) |
| Elektrische beveiliging | Klasse I, differentieelschakelaar 30 mA vereist |
| Gebruik | Afvoer van afvalwater, ATEX-zones (met geschikte besturingskast) |
| Onderhoud | Regelmatige reiniging, controle van afdichtingen, niet optillen aan de kabel |
| Garantie | 24 maanden vanaf aankoopdatum |
Veelgestelde vragen - Sanipump ZFS 71 Sanibroyeur
Gebruikersvragen over Sanipump ZFS 71 Sanibroyeur
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Sanipump ZFS 71 - Sanibroyeur en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Sanipump ZFS 71 van het merk Sanibroyeur.
GEBRUIKSAANWIJZING Sanipump ZFS 71 Sanibroyeur
Afvalwater-dompelpomp
Gebruikshandleiding
1.1 Kentekening van aanwijzingen in de gebruikshandleiding .p 63
1.2 Personeelscompetenties ......p 64
1.3 Gevaren bij niet beachten van de veiligheidsinstructies.....p 64
1.4 Veiligheidsbewust werken ......p 64
1.5 Veiligheidsinstructies voor de eigenaar/bediener ......p 64
1.6 Veiligheidsinstructies voor onderhouds-, inspectie- en montagewerken....p 64
1.7 Eigen ombouw en fabricage van wisselstukken....p 65
1.8 Ontoelaatbare werkingswijzen ......p 65
2. ALGEMEEN ...... p 65
2.1 Aansluitingen ......p 65
2.2 Aanvragen en bestellingen ......p 66
2.3 Technische gegevens ......p 66
2.4 Toepassing ......p 66
2.5 Toebehoren ......p 67
3. TRANSPORT EN TUSSENOPSLAG ...... p 67
4. BESCHRIJVING...... p 67
4.1 Motoren....p 67
4.2 Pompen ......p 67
4.3 Schakelapparaat (wisselstroomuitvoering) ......p 67
5. INSTALLATIE ...... p 68
5.1 Elektrisch....p 68
5.2 Hydraulica p 70
5.3 Niveauregeling....p 71
6. INBEDRIJFSTELLING...... p 71
7. ONDERHOUD ...... p 71
8. STORINGEN, OORZAKEN EN VERHELPEN ..... p 71
9. GARANTIE ...... p 72
10. TECHNISCHE WIJZIGINGEN......p 72
Bijlage A: Karakteristiek ...... p 73
Bijlage B : Inbouwvoorbeelden.... p 73
Bijlage C: Pompafmetingen....p 74
Bijlage D : Doorsnedetekening en lijst met reserveonderdelen... p 75
1. VEILIGHEID
PAS OP
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking of door mensen zonder ervaring of kennis, mits zij onder correct toezicht staan of instructies voor het veilige gebruik van het apparaat hebben gekregen en zij de risico's hebben begrepen. Kinderen mogen niet spelen met het apparaat. De schoonmaak en het onderhoud door de gebruiker mag niet worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht.
De elektrische installatie moet door een erkend elektrotechnisch expert worden uitgevoerd.
Het stroomcircuit van het apparaat moet worden geaard (klasse I) en beschermd door een hoge gevoeligheid aardlekschakelaar (30mA). De apparaten zonder stekkers dienen aangesloten te worden op een hoofdschakelaar op het elektriciteitsnet dat de verbreking van alle polen verzekert (scheidingsafstand voor contacten minimaal 3 mm). De koppeling moet uitsluitend worden gebruikt voor de stroomvoorziening van het apparaat. Indien de voedingskabel beschadigd is, dient deze om gevaar te voorkomen, te worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of mensen met soortgelijke bevoegdheden.
Deze gebruikshandleiding bevat basisaanwijzingen, die bij opstelling, werking en onderhoud aan te houden zijn. Daarom is deze gebruiksaanwijzing zeker voor montage en inbedrijfstelling door de monteur alsook door het ver-antwoordelijke vakpersoneel/operator te lezen en moet die ten allen tijde beschikbaar zijn op de plaats van gebruik van de machine/toestel.
Niet enkel de onder dit hoofdpunt veiligheid opgelijste, algemene veiligheidsaanwijzingen moeten in acht genomen worden, maar ook de onder andere hoofdpunten ingevoegde, speciale veiligheidsaanwijzingen, zoals bv. voor pri-végebruik.
1.1 Kentekening van aanwijzingen in de gebruikshandleiding
![]() | ![]() | GevaarDeze term definieert een hoog risico op gevaar dat tot overlijden of ernstig letsel kan leiden indien dit gevaar niet wordt vermeden. |
![]() | GevarenzoneDit symbool staat voor gevaren die kunnen leiden tot de dood of ernstig letsel. | |
![]() | Gevaarlijke elektrische spanningDit symbool staat voor gevaren die gerelateerd zijn aan elektrische spanning en geeft informatie over de bescherming tegen elektrische spanning. | |
![]() | Materiële schadeDit symbool staat, in combinatie met een trefwoord, voor LET OP, gevaarlijk voor het apparaat. |
Direct aan de machine aangebrachte aanwijzingen zoals bv. draairichtingspijl, kenteken van vloeistofaansluitingen, moeten absoluut gevolgd en in volledig leesbare toestand worden gehouden.
1.2 Personeelscompetenties en scholing
Het personeel voor bediening, onderhoud, inspectie en montage moet de overeenkomstige kwalificaties voor deze werken hebben. Verantwoordelijkheidsbereik, bevoegdheid en de controle van personeel moeten door de operator precies geregeld zijn. Is bij het personeel niet de nodige kennis voorhanden, dan moet dit geschoold en opgeleid worden. Dit kan, indien vereist, in opdracht van de bediener van de machine door de fabricant/leverancier gebeuren. Verder moet door de bediener verzekerd worden, dat de inhoud van de gebruikshandleiding door het personeel volledig verstaan wordt.
1.3 Gevaren bij niet beachten van de veiligheidsinstructies
Niet in acht nemen van de veiligheidsinstructies kan zowel tot gevaar voor personen alsook voor milieu en machine leiden. Het niet in acht nemen van veiligheidsinstructies kan leiden tot het verlies van eventuele schadeclaims.
In bepaalde gevallen kan niet in acht nemen bij voorbeeld volgende gevaren creëren:
- Uitvallen van belangrijke machine/toestel functies.
- Falen van voorgeschreven methods voor onderhoud en reparaties.
- In gevaar brengen van personen door elektrische, mechanische en chemische inwerkingen.
- In gevaar brengen van milieu door lekkage van gevaarlijke stoffen.
1.4 Veiligheidsbewust werken
De veiligheidsinstructies die in deze gebruikshandleiding zijn opgelijst, de bestaande nationale voorschriften voor het vermijden van ongevallen alsook eventuele interne werk-, werkings- en veiligheidsvoorschriften van de operator moeten in acht genomen worden.
1.5 Veiligheidsinstructies voor de eigenaar/bediener
- Leiden warme of koude machineonderdelen tot gevaar, dan moeten deze onderdelen op de bouwwerf tegen aanraken beveiligd zijn.
- Contactbescherming voor delen die bewegen (bv. koppeling) mag bij een werkende machine niet verwijderd worden.
- Lekkages (bv. van de asdichting) van gevaarlijke transportgoederen (bv. explosief, giftig, warm) moeten zo afgevoerd worden, dat geen gevaar voor personen en milieu ontstaat. Wettelijke bepalingen moeten ingehouden worden.
- Gevaren door elektrische energie zijn uit te sluiten (details hiervoor zie bv. in de voorschriften van de VDE en van de plaatselijke energiebevoorradingsbedrijven).
1.6 Veiligheidsinstructies voor onderhouds-, inspectie- en montagewerken
De eigenaar moet ervoor zorgen, dat alle onderhouds-, inspectie- en montage werken door geautoriseerd en gekwalificeerd vakpersoneel uitgevoerd worden, dat zich door uitvoerige studie van de gebruiksaanwijzing voldoende heeft geïnformeerd.
In principe zijn werken aan de machine enkel in stilstand uit te voeren. De in de gebruikshandleiding beschreven manier voor het stilzetten van de machine moet absoluut aangehouden worden.
Pompen of pomptoestellen, die middelen vervoeren die schadelijk zijn voor de gezondheid, moeten ontsmet worden. Onmiddellijk na beëindigen van de werken moeten alle veiligheids-
en bescherminstallaties terug aangebracht resp. in functie gesteld worden.
Voor de (her)inbedrijfstelling moeten de opgelijste punten in het hoofdstuk inbedrijfstelling in acht genomen worden.
1.7 Eigen ombouw en fabricage van wisselstukken
Ombouw of veranderingen aan de machine zijn enkel na afspraak met de fabricant toegelaten. Originele wisselstukken en door de fabricant toegelaten toebehoren dragen bij tot de veiligheid. Gebruik van andere onderdelen kan de aansprakelijkheid voor de daaruit ontstaande gevolgen wegnemen.
1.8 Ontoelaatbare werkingswijzen
De bedrijfsveiligheid van de geleverde machine is enkel bij doelgericht gebruik conform hoofdstuk 2 – Algemeen van de gebruikshandleiding gegarandeerd. De grenswaardes die aangegeven zijn in het bestek mogen in geen geval overschreden worden.
Let op :
Om verstopping van de pomp te voorkomen, mogen de volgende stoffen niet in het afvalwater aanwezig zijn :
- Vaste stoffen, vezelmateriaal, teer, zand, cement, as, grof papier, papieren handdoeken, vochtige doekjes, hygiënische artikelen, karton, vuil, afval, slachthuisafval, vetten, oliën.
- Afvalwater dat schadelijke stoffen bevat (DIN 1986-100), bijvoorbeeld vet afvalwater van commerciële keukens. Afvoer mag alleen plaatsvinden via een vetafscheider volgens DIN 4040-1.
2. ALGEMEEN
2.1 Inleiding
Deze gebruiksaanwijzing is geldig voor de afvalwater dompelpompen SANIPUMP® ZFS 71.
Bij niet inachtneming van de gebruikshandleiding - speciaal de veiligheidsaanwijzingen alsook bij zelf ombouwen van het toestel of bij de inbouw van niet-originele wisselstukken vervalt automatisch de garantieaanspraak. Voor hieruit resulterende schade neemt de fabricant geen aansprakelijkheid op zich!
Zoals elk andere elektrisch toestel kan ook dit product door ontbrekende netspanning of een technisch defect uitvallen. Als voor u daardoor schade kan ontstaan, moet conform de toepassing een noodstroomtoestel, een handmembraanpomp, een tweede toestel (dubbele installatie) en/of een netonafhankelijk alarmtoestel ingepland worden. Ook na de aankoop staan wij u als fabricant graag voor advies ter beschikking. Bij defecten of schadegevallen, wendt u zich aub tot uw handelaar.
Producten :
2.2 Aanvragen en bestellingen
Voor aanvragen en bestellingen richt u zich best tot uw vakhandelaar.
De afvalwater-dompelpompen type SANIPUMP® ZFS 71 dienen voor afwatering van vuil- en vuil waterschachten, verzamelputten voor fecalieën, zuiveringsinstallaties o.a. in zones met risico op explosies. De explosiebeveiliging van de pomp is geldig, enkel in combinatie met een schakelaar voor explosieveilige pompen met gebruik van thermische beveiliging in de wikkeling.
Het afvalwater mag geen stoffen bevatten die de materialen van de pomp van de schacht of van de schachtinbouwdelen aantasten.
Raadpleeg hiervoor de ATEX EN 60079-regelgeving, die onder andere betrekking heeft op elektrische installaties in gevaarlijke gebieden, de goedkeuring van elektrische verbruiksgoederen die beschermd zijn tegen explosies en de verantwoordelijkheid (erkenning) van deskundigen.
Begrippen :
- "Door explosie bedreigde zones" zijn zones, waarin op basis van de lokale en operationele verhoudingen een explosiegevoelige dreigende omgeving (gevaarlijke explosiegevoelige omgeving) kan ontstaan (explosiegevaar). (DIN VDE 0165 2.1)
- "Explosiegevoelige omgeving" is een mix van brandbare gassen, dampen, mist of stof met lucht
inclusief gewone bijmengingen, bv. vocht, onder atmosferische condities, waarin zich een reactie zelfstandig voortplant na ontsteking. Als atmosferische condities gelden hier totale drukken van 0,8 tot 1,1 bar en mengseltemperaturen van -20 tot +60°C. (DIN VDE 0165 2.2).
2.5 Toebehoren
Schakelkasten voor pompen met explosiebeveiliging zijn verkrijgbaar in standaard of speciale uitvoeringen met verschillende niveauregelingen.
Voor het opstellen van de pomp is een bodemsteunring (bij voorkeur voor transporteerbaar gebruik) of een koppelingsinstallatie (stationair gebruik) leverbaar.
3. TRANSPORT EN TUSSENOPSLAG
De pompen SANIPUMP® ZFS 71 moet in principe aan het hiervoor voorziene oogje aan de bovenzijde of aan de handgreep opgeheven en/of vervoerd worden. In geen geval mag de pomp aan de toevoerkabel opge-heven worden.
Voor tussentijds opslaan van de pompen is bewaring op een koele, droge, vorstvrije en donkere plaats voldoende. In het geval van langdurige opslag, dient de waaier minstens 1 keer per maand gedraaid te worden om het vastkleven van de afdichtringen te vermijden.
4. BESCHRIJVING
4.1 Motoren
De afvalwateropvoerinstallaties van de serie SANIPUMP® ZFS 71 zijn met een wissel- resp. draaistroom-asynchroonmotor uitgerust. In elke van de drie motorwikkelingen zijn 2 temperatuurvoelers (bi-metaal) geïntegreerd, die als temperatuurregelaar resp. temperatuurbegrenzer (opener) werken. Wordt de motor om een of andere reden te warm, dan springt eerst de temperatuurregelaar aan en schakelt de motor af. De motor mag dan bij afkoeling automatisch terug inschakelen. Warmt de motor op boven de inschakeltemperatuur van de temperatuurregelaar springt de temperatuurbegrenzer aan.
De motor mag dan uitsluitend manueel terug in gebruik worden genomen. Dit mag echter pas gebeuren, als een foutanalyse doorgevoerd en de oorzaak van de storing is opgelost.
De motoren zijn van BVS - Dortmund gecontroleerd en hebben de conformiteitscertificaten: BVS 05 ATEX E 028 X.
4.2 Pompen
De pompbehuizing en de waaier zijn uit gietijzer, de snijinstallatie, die aan de zuigzijde voor de waaier zit, is uit een speciale legering gemaakt. Ze zorgt ervoor, dat vaste stoffen niet direct in de pomp geraken en deze dan ver-stoppen, maar dat deze eerst verkleind worden. Als drukuitgang hebben de pompen een flens DN 50.
4.3 Schakeltoestel
De pompen worden zonder schakeltoestel uitgeleverd.
5. INSTALLATIE

GEVAAR

- Voor alle werken aan de machine moet de stroomtoevoer onderbroken worden.
- De elektrische aansluitingen mogen niet aan vochtigheid blootgesteld worden.
5.1 Elektrisch
Veiligheidsbepalingen:
- Alle gebruikte elektrische installaties moeten voldoen aan de norm IEC 364 / VDE 0100, die moeten bv. stopcontacten aardingsklemmen hebben.
- De elektrische aansluiting mag enkel door een elektrische vakman uitgevoerd worden! De relevante VDE voorschriften 0100 in acht nemen!
- Het elektrische net, waaraan de machine wordt aangesloten, moet over een hooggevoelige aparte FI-veiligheidsschakelaar IA <30 mA voor de sturing beschikken, of om een uitval van de sturing bij het aanspringen van de FI-veiligheidsschakelaar te voorkomen, is per pomp een FI-veiligheidsschakelaar tussen sturing en pomp te installeren. Bij installatie in bad- en douche-ruimtes zijn de overeenkomstige DIN VDE 0100 deel 701-voorschriften in acht te nehmen.
- Neem aub de voorschriften van EN 12 056-4 in acht.
- Bij een briefasige stroomaansluiting moet de externe zekering in de regel voorzien zijn van 3-polige mechanisch vergrendelde stroomonderbrekers met de kenmerkende K-waarde. Dit zorgt voor een volledige netscheiding en voorkomt een 2-fasige werking.
- Alle elektrische toestellen zoals sturing, alarmen en stopcontact moeten in droge ruimtes over-stroomveilig geïnstalleerd worden.
- Aanwijzing! Voor iedere montage en demontage van de pomp of andere werken aan het toestel is deze te scheiden van het elektrische net.
- Door overbelasting kan de motor oververhitten. Bij overhitting nooit de warme oppervlakken van de motor aanraken.
- Bij gebruik van een verlengkabel moet deze kwalitatief overeenkomen met de meegeleverde aansluitingskabel.
De pomp in wisselstroomuitvoering moet met een extra schakelkast worden gebruikt. Deze is met volgende elementen uit te rusten: hoofdschakelaar, beveiligingen, thermisch motorbeschermrelais, condensator 60 μF, herinschakelblokkering voor begrenzerkring, meldlampen "Werking" en "Storing", Ex i-relais en een vlotter voor bescherming tegen droog lo-pen.
De pomp wordt via de aan het schakeltoestel aangesloten kabel met stekker aan een beveiligingscontactstopcon-tact aangesloten.

GEVAAR

- Het schakeltoestel moet buiten de explosiegevoelige zone aangebracht worden!
- De vlotter voor droogloopbescherming moet zo aangebracht worden, zodat het waterniveau niet onder de onderrand van het motorhuis kan dalen.
Een verdere elektrische installatie is niet nodig. Bij behoefte kan de motorbehuizing aan de daarvoor voorziene externe aardingsklem bijkomend geaard worden.
Wordt een schakeltoestel aan de pomp SANIPUMP® ZFS 71.1 aangesloten, dan gebeurt de aansluiting als volgt :

text_image
NET 1~230 V/50 Hz L1 N Zekering Motorbeveiliging Motorrelais U1 U2 Condensator Z1 3 M 1~230 V 50 Hz Thermische wikkelbescherming Regelkring Begrezerkring TB1 TB2 TB3 4 5 6 Groen/Geel PE AardleidingDriefasigeuitvoering :
De aders van de 7-aderige aansluitkabel van de pompen in driefasige-uitvoering zijn als volgt gekentekend :
| Groen/Geel PE Aardleiding (aarding) | ||
| 1 | U1 | Drie wikkelingen, sterschakeling2 V1 |
| 3 | W1 | |
| 4 TB1 Tweede contact regelkring | ||
| 5 TB2 Gezamenlijk contact voor regel- en begrenzerkring | ||
| 6 TB3 Tweede contact begrenzerkring | ||

GEVAAR


- Het schakeltoestel moet buiten de explosiegevoelige zone aangebracht worden!
- De vlotter voor droogloopbescherming moet zo aangebracht worden, zodat het waterniveau niet onder de onderrand van het motorhuis kan dalen.
Aansluitingsplan :

text_image
NET 3~400 V/50 Hz L1 L2 L3 Zekering Motorbeveiliging Motorrelais U1 V1 W1 1 2 3 M 3~ 400 V 50 Hz Thermische wikkelbescherming Regelkring Begrezerkring TB1 TB2 TB3 4 5 6 Groen/Geel PE AardleidingAansluiting van de thermische wikkelbeveiliging :
- Regelkring: TB1 en TB2 moeten in een schakeling zo aangesloten worden, zodat volgende functie gewaarborgd wordt: Springen deze thermovoelers aan, dan wordt de pomp afgeschakeld, tot de temperatuur terug gezakt is. Nu schakelt de pomp terug aan.
- Begrenzerkring: TB2 en TB3 moeten in een schakeltoestel zo aangesloten worden, zodat volgende functie gewaarborgd is: Springen deze thermovoelers aan, (uitval van de regelkring), dan wordt de pomp afgeschakeld en kan uitsluitend terug manueel in bedrijf worden genomen. Dit mag echter pas gebeuren, als een foutanalyse doorgevoerd en de oorzaak van de storing is opgelost.
5.2 Hydraulica
LET OP


- De vuil water-dompelpomp moet goed tegen het aanzuigen van lucht worden beschermd!
- Deze pompen mogen niet in droge opstelling gemonteerd worden, omdat de explosiebeveiliging een minimum wa-terstand tot onderkant motorbehuizing voorschrijft.
Opstelling met vloersteunring :
- Vloersteunring aan aanzuigflens van pomp monteren en pomp opstellen. Daarbij op voldoende standvastheid van de pomp letten.
- Drukzijde met flens DN 50 aansluiten
- Als er een slang aan de drukleiding wordt geïnstalleerd, dan moeten knikken vermeden worden.
- Toevoerkabel knikvrij, zonder trekbelasting en zonder schuurplaatsen leggen.
Opstelling voor schachtinbouw :
- Buizenspanner aan schachtbinnenkant positioneren en met twee schroeven los vastmaken.
-
Positie van de geleidingsbuisopname van de koppelvoet peilen, Koppelvoet aan de schachtbodem installeren en met de meegeleverde pluggen voor zware lasten monteren.
-
Drukleiding en kranen spanningsvrij installeren.
- Bevestig de geleidebuis aan de koppelingsbasis, zaag de juiste lengte af, bevestig de buizenspanner en draai hem definitief vast.
- Koppelingsstuk en drainageketting aan pomp monteren, pomp aan de ketting (schuif de geleidingsbuis in het koppelstuk) aftappen en klik in, bevestig de ketting grijpklaar aan de buizenspanner.
- Toevoerkabel knikvrij, zonder trekbelasting en zonder schuur-plaatsen leggen.
5.3 Niveauregeling
De pompen SANIPUMP® ZFS 71 moeten zo via een niveauregeling gestuurd worden, dat een daling van het waterniveau tot onder het minimumniveau (onderkant motorbehuizing) absoluut vermeden wordt.
De niveauregeling kan bv. via vlotterschakelaars, elektropneumatisch (drukschakelaar) of via andere geschikte methods gebeuren. Het inschakelpunt van de pomp moet zo ingesteld worden, dat de pomp volledig in het water is ondergedompeld.
Wordt de niveauregeling via vlotterschakelaar gedaan, dan moet het signaal van de vlotter via veilige Ex i – relais worden doorgegeven.
6. INBEDRIJFSTELLING
Alle aansluitingen nogmaals controleren op correcte montage, afsluitschuiver op doorlaat zetten en niveausturing op correcte functie controleren.
Bij uitvoering van de proefloop buisleidingen op dichtheid controleren en eventueel opnieuw dichten.
7. ONDERHOUD
GEVAAR

Koppel de installatie los van het elektriciteitsnet voordat u met werkzaamheden begint.
Na respectievelijk halfjaarlijks tot jaarlijkse periode moet de olievoorraad in de dichtingsdrager als volgt gecontroleerd worden: De pomp op propere ondergrond zo aan de kant leggen, dat de olievulschroef naar boven wijst. Deze schroef wordt uitgedraaid en de oliestand gecontroleerd. Ontbreekt gewoon een kleine hoeveelheid olie, dan kan de olievoorraad probleemloos aangevuld worden. Bij substantieel olieverlies of een menging van de olie met water moet de klantendienst geïnformeerd worden. Is de olie met water gemengd, zijn de afdichtingen door de fabrikant of een toegelaten vakbedrijf te controleren en eventueel te vervangen.
Ook alle andere onderhoudswerken aan de pomp en aan de elektrische installatie moeten halfjaarlijks tot jaarlijks (resp. volgens geval ook in kortere intervallen) door de fabrikant of een toegelaten vakbedrijf uitgevoerd worden. Bij schade aan de pomp en/of de elektrische installatie, informeer aub per kerende de klantendienst.
8. STORINGEN, OORZAKEN EN VERHELPEN
GEVAAR

Trek de stekker uit het stopcontact alvorens werkzaamheden aan het systeem uit te voeren.
| Storing Oorzaak Oplossing | ||
| 1. Motor draait niet - | Netspanning ontbreekt of verkeerd- onjuiste verbinding- defecte voedingskabel- defecte / verkeerde condensator- Waaier/snijmes geblokkeerd- geactiveerde motorbeveiliging (oververhitting, blokkering, spanningsfout of ander defect)- Stuurfout / defecte vlotter schakelaar- Motor defect | - Spanningstoevoer controleren- Aansluiting corrigeren- Vervanging (klantenservice)- Vervanging (klantenservice)- Reinigen- Controleer, informeer de klantenservice- Controleer, informeer de klantenservice- Vervanging (klantenservice) |
| 2. Motor draait, maar pompt niet | - Waaier verstopt of versleten- Terugslagklep verstopt- Schuifafsluiter verstopt/afgesloten- Drukleiding verstopt / slang geknikt- Aanzuigstuk verstopt- Draairichting verkeerd- Gebrek aan water in schacht | - Reinigen/verwisselen- Reinigen- Reinigen/openen- Reinigen/knikken verwijderen- Reinigen- correctie- Uitschakelen/informeren bij klantenservice |
| 3. Motor draait en schakelt uit | - Spanning is verkeerd of fluctueert- Thermische beveiliging verkeerd ontworpen- Stroomverbruik te hoog | - Correctie/Klantenservice- Controleren/Klantenservice- Klantenservice |
| 4. Motor schakelt niet uit | - Controllerfout- Vlotterschakelaar fout/defect | - Klantenservice- Vervanging/Klantenservice |
9. GARANTIE
Als fabrikant gaan we uit van een garantie van 24 maanden vanaf de aankoopdatum voor dit apparaat.
Als bewijs geldt uw aankoopfactuur. Binnen deze garantietermijn zullen we eventuele gebreken als gevolg van materiaal- of fabricagefouten gratis repareren of vervangen.
De garantie dekt geen schade veroorzaakt door onjuist gebruik en slijtage. Gevolgschade door falen van het apparaat wordt door ons niet geaccepteerd.
10. TECHNISCHE WIJZIGINGEN
We behouden ons het recht voor technische wijzigingen aan te brengen in het belang van verdere ontwikkeling.
Bijlage A: Karakteristiek

line
| Q [m³/h] | H [m] (71.1) | H [m] (71.2) | H [m] (71.3) | H [m] (71.4) | | -------- | ------------ | ------------ | ------------ | ------------ | | 0 | 22.5 | 25.0 | 26.0 | 39.0 | | 2 | 21.5 | 24.0 | 25.5 | 38.0 | | 4 | 20.5 | 23.0 | 24.5 | 37.0 | | 6 | 19.5 | 22.0 | 23.5 | 36.0 | | 8 | 18.5 | 21.0 | 22.5 | 35.0 | | 10 | 17.5 | 20.0 | 21.5 | 34.0 | | 12 | 16.5 | 19.0 | 20.5 | 33.0 | | 14 | 15.5 | 18.0 | 19.5 | 32.0 | | 16 | 14.5 | 17.0 | 18.5 | 31.0 | | 18 | 13.5 | 16.0 | 17.5 | 30.0 | | 20 | 12.5 | 15.0 | 16.5 | 29.0 |Bijlage B : Inbouwvoorbeelden
Schachtinbouw met geleidebuis
Opstelling met vloersteunring

| 1a Koppelingsvoet 4 Terugstroombeveiliging |
| 1b Geleidingsstuk 5 Penschuifafsluiter |
| 1c Buizenspanner 6 Drainageketting met sluiting |
| 2 Flensspruitstuk 7 Vloersteunring |
| 3 Geleidebuis 5/4" 9 Drukleiding |

Bijlage C: Pompafmetingen
Schachtinbouw met geleidebuis
Opstelling met vloersteunring

text_image
392 201 70 G1 1/4" 357 Flens DN50 PN 10 512 82 130 105 356 561
text_image
281,5 160,5 528 Flens DN 50 80 134 250 286Instelwaarden voor snijopening en pomphydrauliek

text_image
Snijopening 0 < 0,05mm Luchtopening tus. loopwiel en kap 0 < 0,2 mmBijlage D : Doorsnedetekening en lijst met reserveonderdelen

Reserveonderdelenlijst
| Pos. Art.nr. Aanduiding | Hoeveelheid | |||
| 1 17 | 369 Motor | compleet SANIPUMP | ® ZFS 71.1 S 230 V 1 | |
| 1 17 | 368 Motor | compleet SANIPUMP | ® ZFS 71.1 T en ZFS 71.2 T 400 V 1 | |
| 1 17 | 370 Motor | compleet SANIPUMP | ® ZFS 71.3 T en ZFS 71.4 T 400 V 1 | |
| 2 17 | 356 GLRD | LD1/25-G38 Motorzijde 1 | ||
| 3 11 | 679 Borgring | DIN471-A25x1,2 1 | ||
| 4 16 | 381 Binnenzeskantschroef M8x25-A2 5 | |||
| 5 17 | 377 GLRD | MG1/25-G6 Vloeistofkant 1 | ||
| 6 17 | 373 Waal | er ZFS 71.1 ∅135 1 | ||
| 6 17 | 371 Waal | er ZFS 71.2 ∅145 1 | ||
| 6 17 | 372 Waal | er ZFS 71.3 ∅160 1 | ||
| 6 17 | 351 Waal | er ZFS 71.4 ∅170 1 | ||
| 7 17 | 350 Kap | ZFS 71 1 | ||
| 8 17 | 109 Verzonken schroef M5x10-A2 DIN965 3 | |||
| 9 17 | 352 Messchroefverbinding ZFS 71 1 | |||
| 10 | 11640 Borgschroef, bea. G 3/8 (Ontluchting) | 1 | ||
| 10 | 11639 Afsluitschroef G3/8 DIN910 (Olie) | 1 | ||
| 11 | 11663 Ringschroef DIN 580-M8-A2 | 1 | ||
| 12 | 15320 Binnenzeskantschroef M6x20-A2 4 | |||
| 13 | 10008 Binnenzeskantschroef M6x10-A2 4 | |||
| 14 | 17355 Pompbehuizing ZFS 71 | 1 | ||
| 15 | 17353 Snijplaat ZFS 71 | 1 | ||
| 16 | 17354 Stansmes ZFS 71 | 1 | ||
| 17 | 11822 O-ring 160 x 3,5-NBR70 | 1 | ||
| 18 | 11629 O-ring 147 x 3 | 1 | ||
| 19 | 11672 Afdichtingsring 8x14x1 Cu 1 | |||
| 20 | 11659 Handgreep | 1 | ||
| 21 | 10666 Binnenzeskantschroef M6x12-A2 DIN 912 | 2 | ||
| 22 | 17375 Opvulschijf 10x30x0,1 1.4301 | 2 | ||
| 22 | 17376 Opvulschijf 10x30x0,5 1.4301 | 2 | ||
| 23 | 11656 O-ring 125x2-NBR70 | 1 | ||
| 24 | 11646 Afdichtingsring 17x22x1,5 Cu voor pos 230 | 2 | ||
| 70 | 11645 Vergrendelingsschijf S8x13x0,8 A2 | 4 | ||
| 11690 Wisura technische witte olie NFW | 0,4 L | |||




