Sanipump ZPG 71 - Pomp Sanibroyeur - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Sanipump ZPG 71 Sanibroyeur in PDF-formaat.
| Producttype | Dompelpomp voor grijs water |
| Merk | Sanibroyeur |
| Model | Sanipump ZPG 71 (varianten: .1 S, .1 T, .2 T, .3 T) |
| Opgenomen vermogen (P1) | 2,2 kW (ZPG 71.1 S) / 2,1 kW (ZPG 71.1 T) / 3,9 kW (ZPG 71.2 T en 71.3 T) |
| Nominaal vermogen (P2) | 1,6 kW (ZPG 71.1 S) / 1,7 kW (ZPG 71.1 T) / 3,2 kW (ZPG 71.2 T en 71.3 T) |
| Voedingsspanning | 230 V enkelfase (ZPG 71.1 S) / 400 V driefase (andere modellen) |
| Frequentie | 50 Hz |
| Nominale stroom | 10,5 A (ZPG 71.1 S) / 3,7 A (ZPG 71.1 T) / 6,5 A (ZPG 71.2 T en 71.3 T) |
| Toerental | 2800 min⁻¹ |
| Max. debiet | 43 m³/h |
| Max. opvoerhoogte | 19 m (ZPG 71.1) / 26 m (ZPG 71.2) / 31 m (ZPG 71.3) |
| Max. vloeistoftemperatuur | 40 °C |
| Persaansluiting | Flens DN50 |
| Gewicht (inclusief kabels) | 38 kg (ZPG 71.1) / 44 kg (ZPG 71.3) |
| Afmetingen (H × B × D) | 528 × 130 × 395 mm (circa) |
| Moterhuis materiaal | Gietijzer GG 20 |
| Waaier materiaal | Gietijzer GG 20 |
| Mechanische afdichting | Siliciumcarbide (SiC) |
| Thermische beveiliging | Bimetaalsensoren in de wikkelingen (automatische uitschakeling bij oververhitting, herstart na afkoeling) |
| Elektrische installatie | Aansluiting door gekwalificeerde elektricien, aardlekschakelaar 30 mA, verplichte aarding (klasse I) |
| Onderhoud | Controleer het oliepeil elke 6 tot 12 maanden; andere ingrepen voorbehouden aan de fabrikant of een erkende specialist |
| Garantie | 24 maanden vanaf aankoopdatum |
Veelgestelde vragen - Sanipump ZPG 71 Sanibroyeur
Gebruikersvragen over Sanipump ZPG 71 Sanibroyeur
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Sanipump ZPG 71 - Sanibroyeur en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Sanipump ZPG 71 van het merk Sanibroyeur.
GEBRUIKSAANWIJZING Sanipump ZPG 71 Sanibroyeur
1.1 Kentekening van aanwijzingen in de gebruikshandleiding .p.51
1.2 Personeelscompetenties ......p.52
1.3 Gevaren bij niet beachten van de veiligheidsinstructies.....p.52
1.4 Veiligheidsbewust werken ......p.52
1.5 Veiligheidsinstructies voor de eigenaar/bediener ......p.52
1.6 Veiligheidsinstructies voor onderhouds-, inspectie- en montagewerken....p.52
1.7 Eigen ombouw en fabricage van wisselstukken....p.53
1.8 Ontoelaatbare werkingswijzen ......p.53
2. ALGEMEEN ...... p.53
2.1 Aansluitingen p.53
2.2 Aanvragen en bestellingen ......p.53
2.3 Technische gegevens ......p.54
2.4 Toepassing ......p.54
2.5 Toebehoren p.54
3. TRANSPORT EN TUSSENOPSLAG ...... p.54
4. BESCHRIJVING...... p.54
4.1 Motoren....p.54
4.2 Pompen p.55
4.3 Schakelapparaat....p.55
5. INSTALLATIE p.55
5.1 Elektrisch....p.55
5.2 Hydraulica p.57
5.3 Niveauregeling....p.58
6. INBEDRIJFSTELLING...... p.58
7. ONDERHOUD ...... p.58
8. STORINGEN, OORZAKEN EN VERHELPEN ..... p.58
9. GARANTIE p.59
10. TECHNISCHE WIJZIGINGEN...... p.59
Bijlage A : Karakteristiek ...... p.60
Bijlage B : Pompafmetingen ......p.60
Bijlage C : Doorsnedetekening en lijst met reserveonderdelen... p.61
1. VEILIGHEID
PAS OP
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking of door mensen zonder ervaring of kennis, mits zij onder correct toezicht staan of instructies voor het veilige gebruik van het apparaat hebben gekregen en zij de risico's hebben begrepen. Kinderen mogen niet spelen met het apparaat. De schoonmaak en het onderhoud door de gebruiker mag niet worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht.
De elektrische installatie moet door een erkend elektrotechnisch expert worden uitgevoerd.
Het stroomcircuit van het apparaat moet worden geaard (klasse I) en beschermd door een hoge gevoeligheid aardlekschakelaar (30mA). De apparaten zonder stekkers dienen aangesloten te worden op een hoofdschakelaar op het elektriciteitsnet dat de verbreking van alle polen verzekert (scheidingsafstand voor contacten minimaal 3 mm). De koppeling moet uitsluitend worden gebruikt voor de stroomvoorziening van het apparaat. Indien de voedingskabel beschadigd is, dient deze om gevaar te voorkomen, te worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of mensen met soortgelijke bevoegdheden.
Deze gebruikshandleiding bevat basisaanwijzingen, die bij opstelling, werking en onderhoud aan te houden zijn. Daarom is deze gebruiksaanwijzing zeker voor montage en inbedrijfstelling door de monteur alsook door het ver-antwoordelijke vakpersoneel/operator te lezen en moet die ten allen tijde beschikbaar zijn op de plaats van gebruik van de machine/toestel.
Niet enkel de onder dit hoofdpunt veiligheid opgelijste, algemene veiligheidsaanwijzingen moeten in acht genomen worden, maar ook de onder andere hoofdpunten ingevoegde, speciale veiligheidsaanwijzingen, zoals bv. voor pri-végebruik.
1.1 Kentekening van aanwijzingen in de gebruikshandleiding
| [BY38] | ![]() | GevaarDeze term definieert een hoog risico op gevaar dat tot overlijden of ernstig letsel kan leiden indien dit gevaar niet wordt vermeden. |
![]() | GevarenzoneDit symbool staat voor gevaren die kunnen leiden tot de dood of ernstig letsel. | |
![]() | Gevaarlijke elektrische spanningDit symbool staat voor gevaren die gerelateerd zijn aan elektrische spanning en geeft informatie over de bescherming tegen elektrische spanning. | |
![]() | Materiële schadeDit symbool staat, in combinatie met een trefwoord, voor LET OP, gevaarlijk voor het apparaat. |
Direct aan de machine aangebrachte aanwijzingen zoals bv. draairichtingspijl, kenteken van vloeistofaansluitingen, moeten absoluut gevolgd en in volledig leesbare toestand worden gehouden.
1.2 Personeelscompetenties en scholing
Het personeel voor bediening, onderhoud, inspectie en montage moet de overeenkomstige kwalificaties voor deze werken hebben. Verantwoordelijkheidsbereik, bevoegdheid en de controle van personeel moeten door de operator precies geregeld zijn. Is bij het personeel niet de nodige kennis voorhanden, dan moet dit geschoold en opgeleid worden. Dit kan, indien vereist, in opdracht van de bediener van de machine door de fabricant/leverancier gebeuren. Verder moet door de bediener verzekerd worden, dat de inhoud van de gebruikshandleiding door het personeel volledig verstaan wordt.
1.3 Gevaren bij niet beachten van de veiligheidsinstructies
Niet in acht nemen van de veiligheidsinstructies kan zowel tot gevaar voor personen alsook voor milieu en machine leiden. Het niet in acht nemen van veiligheidsinstructies kan leiden tot het verlies van eventuele schadeclaims.
In bepaalde gevallen kan niet in acht nemen bij voorbeeld volgende gevaren creëren:
- Uitvallen van belangrijke machine/toestel functies.
- Falen van voorgeschreven methods voor onderhoud en reparaties.
- In gevaar brengen van personen door elektrische, mechanische en chemische inwerkingen.
- In gevaar brengen van milieu door lekkage van gevaarlijke stoffen.
1.4 Veiligheidsbewust werken
De veiligheidsinstructies die in deze gebruikshandleiding zijn opgelijst, de bestaande nationale voorschriften voor het vermijden van ongevallen alsook eventuele interne werk-, werkings- en veiligheidsvoorschriften van de operator moeten in acht genomen worden.
1.5 Veiligheidsinstructies voor de eigenaar/bediener
- Leiden warme of koude machineonderdelen tot gevaar, dan moeten deze onderdelen op de bouwwerf tegen aanraken beveiligd zijn.
- Contactbescherming voor delen die bewegen (bv. koppeling) mag bij een werkende machine niet verwijderd worden.
- Lekkages (bv. van de asdichting) van gevaarlijke transportgoederen (bv. explosief, giftig, warm) moeten zo afgevoerd worden, dat geen gevaar voor personen en milieu ontstaat. Wettelijke bepalingen moeten ingehouden worden.
- Gevaren door elektrische energie zijn uit te sluiten (details hiervoor zie bv. in de voorschriften van de VDE en van de plaatselijke energiebevoorradingsbedrijven).
1.6 Veiligheidsinstructies voor onderhouds-, inspectie- en montagewerken
De eigenaar moet ervoor zorgen, dat alle onderhouds-, inspectie- en montage werken door geautoriseerd en gekwalificeerd vakpersoneel uitgevoerd worden, dat zich door uitvoerige studie van de gebruiksaanwijzing voldoende heeft geïnformeerd.
In principe zijn werken aan de machine enkel in stilstand uit te voeren. De in de gebruikshandleiding beschreven manier voor het stilzetten van de machine moet absoluut aangehouden worden.
Pompen of pomptoestellen, die middelen vervoeren die schadelijk zijn voor de gezondheid, moeten ontsmet worden. Onmiddellijk na beëindigen van de werken moeten alle veiligheids-
en bescherminstallaties terug aangebracht resp. in functie gesteld worden.
Voor de (her)inbedrijfstelling moeten de opgelijste punten in het hoofdstuk inbedrijfstelling in acht genomen worden.
1.7 Eigen ombouw en fabricage van wisselstukken
Ombouw of veranderingen aan de machine zijn enkel na afspraak met de fabricant toegelaten. Originele wisselstukken en door de fabricant toegelaten toebehoren dragen bij tot de veiligheid. Gebruik van andere onderdelen kan de aansprakelijkheid voor de daaruit ontstaande gevolgen wegnemen.
1.8 Ontoelaatbare werkingswijzen
De bedrijfsveiligheid van de geleverde machine is enkel bij doelgericht gebruik conform hoofdstuk 2 – Algemeen van de gebruikshandleiding gegarandeerd. De grenswaardes die aangegeven zijn in het bestek mogen in geen geval overschreden worden.
Let op :
Om verstopping van de pomp te voorkomen, mogen de volgende stoffen niet in het afvalwater aanwezig zijn :
- Vaste stoffen, vezelmateriaal, teer, zand, cement, as, grof papier, papieren handdoeken, vochtige doekjes, hygiënische artikelen, karton, vuil, afval, slachthuisafval, vetten, oliën.
- Afvalwater dat schadelijke stoffen bevat (DIN 1986-100), bijvoorbeeld vet afvalwater van commerciële keukens. Afvoer mag alleen plaatsvinden via een vetafscheider volgens DIN 4040-1.
2. ALGEMEEN
2.1 Inleiding
Deze gebruiksaanwijzing is geldig voor de vies water dompelpompen SANIPUMP® ZPG 71.
Bij niet inachtneming van de gebruikshandleiding - speciaal de veiligheidsaanwijzingen alsook bij zelf ombouwen van het toestel of bij de inbouw van niet-originele wisselstukken vervalt automatisch de garantieaanspraak. Voor hieruit resulterende schade neemt de fabricant geen aansprakelijkheid op zich!
Zoals elk andere elektrisch toestel kan ook dit product door ontbrekende netspanning of een technisch defect uitvallen. Als voor u daardoor schade kan ontstaan, moet conform de toepassing een noodstroomtoestel, een handmembraanpomp, een tweede toestel (dubbele installatie) en/of een netonafhankelijk alarmtoestel ingepland worden. Ook na de aankoop staan wij u als fabricant graag voor advies ter beschikking. Bij defecten of schadegevallen, wendt u zich aub tot uw handelaar.
Producten:
| SANIPUMP® ZPG 71.1 S | SANIPUMP® ZPG 71.2 T |
| SANIPUMP® ZPG 71.1 T | SANIPUMP® ZPG 71.3 T |
2.2 Aanvragen en bestellingen
Voor aanvragen en bestellingen richt u zich best tot uw vakhandelaar.
De vies water dompelpompen type SANIPUMP® ZPG 71 dienen voor afwatering van vuil waterschachten. Het gebruik van deze pomp is niet geschikt voor de afvoer van afvalwater met fecaliën (zwart water). Het afvalwater mag geen stoffen bevatten die de materialen van de pomp van de schacht of van de schachtinbouwdelen aantasten.
2.5 Toebehoren
Optie :
- Schakelkasten voor pompen zijn verkrijgbaar in standaard of speciale uitvoeringen met verschillende niveauregelingen.
- Voor het opstellen van de pomp is een koppelingsinstallatie leverbaar.
3. TRANSPORT EN TUSSENOPSLAG
De pompen SANIPUMP® ZPG 71 moet in principe aan het hiervoor voorziene oogje aan de bovenzijde of aan de handgreep opgeheven en/of vervoerd worden. In geen geval mag de pomp aan de toevoerkabel opge-heven worden.
Voor tussentijds opslaan van de pompen is bewaring op een koele, droge, vorstvrije en donkere plaats voldoende. In het geval van langdurige opslag, dient de waaier minstens 1 keer per maand gedraaid te worden om het vastkleven van de afdichtringen te vermijden.
4. BESCHRIJVING
4.1 Motoren
De afvalwateropvoerinstallaties van de serie SANIPUMP® ZPG 71 zijn met een wissel- resp. draaistroom-asynchroonmotor uitgerust. In elke van de drie motorwikkelingen is een temperatuursensor (bi-metaal)
geïntegreerd, die als temperatuurregelaar resp. temperatuurbegrenzer (opener) werken. Wordt de motor om een of andere reden te warm, dan springt eerst de temperatuurregelaar aan en schakelt de motor af. De motor mag dan bij afkoeling automatisch terug inschakelen.
4.2 Pompen
De pompbehuizing en de waaier zijn uit gietijzer. Als drukuitgang hebben de pompen een flens DN 50.
4.3 Schakeltoestel
De pompen met 400 V draaistroommotor worden zonder schakeltoestel uitgeleverd.
De pompen met 230 V motor worden uitgeleverd met een schakeltoestel met condensator en motor.
5. INSTALLATIE

GEVAAR

- Voor alle werken aan de machine moet de stroomtoevoer onderbroken worden.
- De elektrische aansluitingen mogen niet aan vochtigheid blootgesteld worden.
5.1 Elektrisch
Veiligheidsbepalingen :
- Alle gebruikte elektrische installaties moeten voldoen aan de norm IEC 364/VDE 0100, die moeten bv. stopcontacten aardingsklemmen hebben.
- De elektrische aansluiting mag enkel door een elektrische vakman uitgevoerd worden! De relevante VDE voorschriften 0100 in acht nemen!
-
Het elektrische net, waaraan de machine wordt aangesloten, moet over een hooggevoelige aparte FI-veiligheidsschakelaar IA <30 mA voor de sturing beschikken, of om een uitval van de sturing bij het aanspringen van de FI-veiligheidsschakelaar te voorkomen, is per pomp een FI-veiligheidsschakelaar tussen sturing en pomp te installeren. Bij installatie in bad- en douche-ruimtes zijn de overeenkomstige DIN VDE 0100 deel 701-voorschriften in acht te nehmen.
-
Neem aub de voorschriften van EN 12 056-4 in acht.
- Bij een driefasige stroomaansluiting moet de externe zekering in de regel voorzien zijn van 3-polige mechanisch vergrendelde stroomonderbrekers met de kenmerkende K-waarde. Dit zorgt voor een volledige netscheiding en voorkomt een 2-fasige werking.
- Alle elektrische toestellen zoals sturing, alarmen en stopcontact moeten in droge ruimtes over-stroomveilig geïnstalleerd worden.
- Aanwijzing! Voor iedere montage en demontage van de pomp of andere werken aan het toestel is deze te scheiden van het elektrische net.
- Door overbelasting kan de motor oververhitten. Bij overhitting nooit de warme oppervlakken van de motor aanraken.
- Bij gebruik van een verlengkabel moet deze kwalitatief overeenkomen met de meegeleverde aansluitingskabel.
De pomp in wisselstroomuitvoering moet met de meegeleverde hulpschakeltoestel worden bediend.
De pomp wordt via de aan het schakeltoestel aangesloten kabel met stekker aan een beveiligingscontactstopcontact aangesloten.

GEVAAR


- Het schakeltoestel moet buiten de overstromingsgevaarlijke zone aangebracht worden!
- De vlotter voor droogloopbescherming moet zo aangebracht worden, zodat het waterniveau niet onder de onderrand van het motorhuis kan dalen.
Een verdere elektrische installatie is niet nodig. Bij behoefte kan de motorbehuizing aan de daarvoor voorziene externe aardingsklem bijkomend geaard worden.
Wordt een schakeltoestel aan de pomp SANIPUMP® ZPG 71.1 aangesloten, dan gebeurt de aansluiting als volgt :

text_image
NET 1~ 230 V/50 Hz L1 N Zekering Motorbeveiliging Motorrelais U1 U2 Condensator 1 2 Z1 3 M 1~ 230 V 50 Hz Thermische wikkelbescherming TB1 TB2 4 5 Groen/Geel PE AardleidingDriefasigeuitvoering :
De aders van de 7-aderige aansluitkabel van de pompen in driefasige-uitvoering zijn als volgt gekentekend :
| Groen/Geel PE Aardleiding (aarding) | |
| 1 | U1 |
| 3 | W1 |
| 4 TB1 Eerste contact regelkring | |
| 5 TB2 Tweede contact regelkring | |

GEVAAR


- Het schakeltoestel moet buiten de overstromingsgevaarlijke zone aangebracht worden!
- De vlotter voor droogloopbescherming moet zo aangebracht worden, zodat het waterniveau niet onder de onderrand van het motorhuis kan dalen.
Aansluitingsplan briefasige motor :

text_image
NET 3~400 V/50 Hz L1 L2 L3 Zekering Motorbeveiliging Motorrelais U1 V1 W1 1 2 3 M 3~ 400 V 50 Hz Thermische wikkelbescherming TB1 TB2 4 5 Groen/Geel PE AardleidingAansluiting van de thermische wikkelbeveiliging :
Regelkring : TB1 en TB2 moeten in een schakeling zo aangesloten worden, zodat volgende functie gewaarborgd wordt: Springen deze thermovoelers aan, dan wordt de pomp afgeschakeld, tot de temperatuur terug gezakt is. Nu schakelt de pomp terug aan.
5.2 Hydraulica
LET OP


- De vuil water-dompelpomp moet goed tegen het aanzuigen van lucht worden beschermd!
- Deze pompen mogen niet in droge opstelling gemonteerd worden, omdat de explosiebeveiliging een minimum wa-terstand tot onderkant motorbehuizing voorschrijft.
Opstelling met vloersteunring :
- Vloersteunring aan aanzuigflens van pomp monteren en pomp opstellen. Daarbij op voldoende standvastheid van de pomp letten.
- Drukzijde met flens DN 50 aansluiten.
- Als er een slang aan de drukleiding wordt geïnstalleerd, dan moeten knikken vermeden worden.
- Toevoerkabel knikvrij, zonder trekbelasting en zonder schuurplaatsen leggen.
Opstelling voor schachtinbouw :
- Buizenspanner aan schachtbinnenkant positioneren en met twee schroeven los vastmaken.
- Positie van de geleidingsbuisopname van de koppelvoet peilen, Koppelvoet aan de schachtbodem installeren en met de meegeleverde pluggen voor zware lasten monteren.
-
Drukleiding en kranen spanningsvrij installeren.
-
Bevestig de geleidebuis aan de koppelingsbasis, zaag de juiste lengte af, bevestig de buizenspanner en draai hem definitief vast.
- Koppelingsstuk en drainageketting aan pomp monteren, pomp aan de ketting (schuif de geleidingsbuis in het koppelstuk) aftappen en klik in, bevestig de ketting grijpklaar aan de buizenspanner.
- Toevoerkabel knikvrij, zonder trekbelasting en zonder schuur-plaatsen leggen.
5.3 Niveauregeling
De pompen SANIPUMP® ZPG 71 moeten zo via een niveauregeling gestuurd worden, dat een daling van het waterniveau tot onder het minimumniveau (onderkant motorbehuizing) absoluut vermeden wordt.
De niveauregeling kan bv. via vlotterschakelaars, elektropneumatisch (drukschakelaar) of via andere geschikte methods gebeuren. Het inschakelpunt van de pomp moet zo ingesteld worden, dat de pomp volledig in het water is ondergedompeld.
Wordt de niveauregeling via vlotterschakelaar gedaan, dan moet het signaal van de vlotter via veilige Ex i – relais worden doorgegeven.
6. INBEDRIJFSTELLING
Alle aansluitingen nogmaals controleren op correcte montage, afsluitschuiver op doorlaat zetten en niveausturing op correcte functie controleren.
Bij uitvoering van de proefloop buisleidingen op dichtheid controleren en eventueel opnieuw dichten.
7. ONDERHOUD

GEVAAR


Koppel de installatie los van het elektriciteitsnet voordat u met werkzaamheden begint.
Na respectievelijk halfjaarlijks tot jaarlijkse periode moet de olievoorraad in de dichtingsdrager als volgt gecontroleerd worden: De pomp op propere ondergrond zo aan de kant leggen, dat de olievulschroef naar boven wijst. Deze schroef wordt uitgedraaid en de oliestand gecontroleerd. Ontbreekt gewoon een kleine hoeveelheid olie, dan kan de olievoorraad probleemloos aangevuld worden. Bij substantieel olieverlies of een menging van de olie met water moet de klantendienst geïnformeerd worden. Is de olie met water gemengd, zijn de afdichtingen door de fabrikant of een toegelaten vakbedrijf te controleren en eventueel te vervangen.
Ook alle andere onderhoudswerken aan de pomp en aan de elektrische installatie moeten halfjaarlijks tot jaarlijks (resp. volgens geval ook in kortere intervallen) door de fabrikant of een toegelaten vakbedrijf uitgevoerd worden. Bij schade aan de pomp en/of de elektrische installatie, informeer aub per kerende de klantendienst.
8. STORINGEN, OORZAKEN EN VERHELPEN

GEVAAR


Trek de stekker uit het stopcontact alvorens werkzaamheden aan het systeem uit te voeren.
| Storing Oorzaak Oplossing | ||
| 1. Motor draait niet - | Netspanning ontbreekt of verkeerd- onjuiste verbinding- defecte voedingskabel- defecte / verkeerde condensator- Waaier/snijmes geblokkeerd- geactiveerde motorbeveiliging (oververhitting, blokkering, spanningsfout of ander defect)- Stuurfout / defecte vlotter schakelaar- Motor defect | - Spanningstoevoer controleren- Aansluiting corrigeren- Vervanging (klantenservice)- Vervanging (klantenservice)- Reinigen- Controleer, informeer de klantenservice- Controleer, informeer de klantenservice- Vervanging (klantenservice) |
| 2. Motor draait, maar pompt niet | - Waaier verstopt of versleten- Terugslagklep verstopt- Schuifafsluiter verstopt/afgesloten- Drukleiding verstopt / slang geknikt- Aanzuigstuk verstopt- Draairichting verkeerd- Gebrek aan water in schacht | - Reinigen/verwisselen- Reinigen- Reinigen/openen- Reinigen/knikken verwijderen- Reinigen- correctie- Uitschakelen/informeren bij klantenservice |
| 3. Motor draait en schakelt uit | - Spanning is verkeerd of fluctueert- Thermische beveiliging verkeerd ontworpen- Stroomverbruik te hoog | - Correctie/Klantenservice- Controleren/Klantenservice- Klantenservice |
| 4. Motor schakelt niet uit | - Controllerfout- Vlotterschakelaar fout/defect | - Klantenservice- Vervanging/Klantenservice |
9. GARANTIE
Als fabrikant gaan we uit van een garantie van 24 maanden vanaf de aankoopdatum voor dit apparaat.
Als bewijs geldt uw aankoopfactuur. Binnen deze garantietermijn zullen we eventuele gebreken als gevolg van materiaal- of fabricagefouten gratis repareren of vervangen.
De garantie dekt geen schade veroorzaakt door onjuist gebruik en slijtage. Gevolgschade door falen van het apparaat wordt door ons niet geaccepteerd.
10. TECHNISCHE WIJZIGINGEN
We behouden ons het recht voor technische wijzigingen aan te brengen in het belang van verdere ontwikkeling.
Bijlage A : Karakteristiek

line
| Q (m³/h) | ZPG 71.1 | ZPG 71.2 | ZPG 71.3 | | -------- | -------- | -------- | -------- | | 0 | 31 | 26 | 19 | | 10 | 28 | 23 | 15 | | 20 | 24 | 20 | 12 | | 30 | 20 | 16 | 8 | | 40 | 14 | 12 | 4 | | 50 | 8 | 8 | 2 |Bijlage B : Pompafmetingen
Schachtinbouw met geleidebuis
Opstelling met vloersteunring

text_image
Terugslagklep IG 2" 395 72 130 528 563 72 130 287 497 282 98 Flens DN 50Bijlage C : Doorsnedetekening en lijst met reserveonderdelen

Réf Art.nr. Aanduiding 1 Aanduiding 1 Hoeveelheid
| 10 17842 Motor | compleet SANIPUMP | ® ZPG 71.1 S met lagerflens 1 | |
| 10 17840 Motor | compleet SANIPUMP | ® ZPG 71.1 T met lagerflens 1 | |
| 10 17370 Motor | compleet SANIPUMP | ® ZPG 71.2 T en ZPG 71.3 T 1 | |
| 11 17854 Parallelle sleutel A6x6x10 Vorm A, DIN6885 1 | |||
| 20 17356 GLRD | LD1/25-G38 BVPGG 1 | ||
| 30 17377 GLRD | MG1/25-G6 Q1Q1PGG | 1 | |
| 40 11679 Borgring | A25x1,2 | DIN471 1 | |
| 50 17684 Pomplehuizing ZPG 71 | 1 | ||
| 60 1138 Binnenzeskantschroef M8x30 A2 | DIN 912 | 4 | |
| 70 11645 Ratelschijf S8x13x0,8A2 | 4 | ||
| 80 17783 Waaier | ZPG 71.1 conisch bewerkt 21,8° | 1 | |
| 80 17782 Waaier | ZPG 71.2 | 1 | |
| 80 17780 Waaier | ZPG 71.3 | 1 | |
| 90 17350 Dekking | ZPG 71 | 1 | |
| 100 | 10666 | Binnenzeskantschroef M6x12 A2 | DIN 912 |
| 110 | 19501 | Binnenzeskantschroef M6x18 A2 | DIN 912 |
| 120 | 11822 C-ring 160 x 3,5-NBR70 | 1 | |
| 160 | 17375 Schijfreiniger 20x30x0,1 1.4301 | 1 | |
| 170 | 17376 Schijfreiniger 20x30x0,5 1.4301 | 1 | |
| 180 | 17352 Messchroefverbinding ZPG 71 | 1 | |
| 190 | 16381 Binnenzeskantschroef M8x25 A2 | 1 | |
| 200 | 11672 Afdichtingsring 8x14x1 Cu | 1 | |
| 210 | 11663 Cogbout M8 A2 | DIN 580 | 1 |
| 220 | 10700 | Binnenzeskantschroef M6x8 A2 | DIN 912 |
| 230 | 11639 Schroefstop G3/8 DIN910 2 | ||
| 240 | 11646 Afdichtingsring 17x22x1,5 Cu | 2 | |
| 250 | 11690 | Wisura technische witte olie NFW | witte olie Wisura |
| 17468 Schakelapparatuur ZPG 71.1 S 230V | 1 | ||



