Skyllai - Batterijlader VICTRON ENERGY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Skyllai VICTRON ENERGY in PDF-formaat.
| Producttype | Slimme acculader |
| Merk | Victron Energy |
| Model | Skylla-i (24/80, 24/100, versies 1+1 of 3 uitgangen) |
| Ingangsspanning | 230 VAC (bereik 185-265 VAC) |
| Ingangsfrequentie | 45-65 Hz |
| Vermogensfactor | 0,98 |
| Laadspanning (absorptie) | 28,8 VDC (instelbaar afhankelijk van accu) |
| Laadspanning (float) | 27,6 VDC |
| Opslagspanning | 26,4 VDC |
| Nominale laadstroom | 80 A of 100 A afhankelijk van model |
| Aantal uitgangen | 2 (1+1) of 3 onafhankelijke uitgangen |
| Laadalgoritme | Adaptief 7-traps (lood) of 4-traps (LiFePo4) |
| Bescherming | Omgekeerde polariteit (zekering), kortsluiting, oververhitting, overspanning |
| Koeling | Interne ventilator (temperatuur geregeld) |
| Afmetingen (H x B x D) | 405 x 250 x 150 mm |
| Gewicht | 7 kg |
| Behuizing materiaal | Aluminium (blauw RAL 5012) |
| Beschermingsklasse | IP 21 |
| Bedrijfstemperatuurbereik | -20 tot 60 °C (vol vermogen tot 40 °C) |
| Maximale luchtvochtigheid | 95% zonder condensatie |
| Batterijaansluiting | M8 moeren |
| Netvoeding aansluiting | Aansluitklemmen 10 mm² (AWG 7) |
| Communicatiepoorten | VE.Can (2 x RJ45), NMEA 2000 |
| Parallelle werking | Ja, gesynchroniseerd via CAN-bus |
| Alarmrelais | DPST, 240 VAC/4 A of 35 VDC/4 A |
| Onderhoud | Jaarlijkse controle van verbindingen; geen speciaal onderhoud |
| Normen | Veiligheid EN 60335-1/-2-29, emissie EN 55014-1, immuniteit EN 55014-2 |
Veelgestelde vragen - Skyllai VICTRON ENERGY
Gebruikersvragen over Skyllai VICTRON ENERGY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Skyllai - VICTRON ENERGY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Skyllai van het merk VICTRON ENERGY.
GEBRUIKSAANWIJZING Skyllai VICTRON ENERGY
- Gelieve de bijgeleverde documentatie van het product eerst te lezen, zodat u vertrouwd bent met de veiligheidssymbolen en aanwijzingen voordat u het product gebruikt.
- Dit product is ontworpen en getest in overeenstemming met internationale normen. De apparatuur mag enkel worden gebruikt voor de bedoelde toepassing.
- WAARSCHUWING: gevaar van elektrische schokken
Het product wordt gebruikt in combinatie met een permanente energiebron (accu). Zelfs als de apparatuur is uitgeschakeld, kan er nog steeds gevaarlijke elektrische spanning aanwezig zijn aan de ingangs- en/of uitgangsklemmen. Koppel steeds de AC-stroom en de accu los voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Het product bevat geen interne onderdelen die door de gebruiker kunnen worden onderhouden. Verwijder het voorpaneel enkel als de netstroom en de accu zijn losgekoppeld. Stel het product enkel in bedrijf als alle panelen zijn geplaatst. Al het onderhoud dient door gekwalificeerd personeel te worden uitgevoerd.
- Gebruik het product nooit op plaatsen waar zich gas- of stofexplosies kunnen voordoen. Raadpleeg de specificaties van de accufabrikant om te waarborgen dat de accu geschikt is voor gebruik met dit product. Volg steeds de veiligheidsvoorschriften van de accufabrikant.
- WAARSCHUWING: hef nooit zonder hulp zware voorwerpen op.
1.2. Installatie
- Lees de installatieaanwijzingen voordat u met de installatie begint.
- Dit product behoort tot veiligheidsklasse I (geleverd met een aardklem voor veiligheidsdoeleinden). De AC ingangs- en/of uitgangsklemmen moeten worden voorzien van ononderbroken aarding voor veiligheidsdoeleinden. Aan de buitenkant van het product bevindt zich een extra aardpunt. Als u vermoedt dat de aardbeveiliging is beschadigd, moet het product buiten bedrijf worden gesteld en beveiligd worden tegen ongewenst bedrijf; neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel.
- Zorg ervoor dat de verbindingskabels zijn voorzien van zekeringen en stroomonderbrekers. Vervang nooit een beveiliging door een ander type component. Raadpleeg de handleiding voor het juiste onderdeel.
- Controleer voordat u het toestel aanzet of de beschikbare spanningsbron overeenstemt met de configuratie-instellingen van het product zoals beschreven in de handleiding.
- Zorg ervoor dat de apparatuur wordt gebruikt in de juiste omgevingsvoorwaarden. Gebruik het product nooit in een vochtige of stoffige omgeving.
- Zorg ervoor dat er rondom het product steeds voldoende vrije ruimte is voor ventilatie en dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd zijn.
- Installeer het product in een hittebestendige omgeving. Zorg ervoor dat er zich geen chemische stoffen, plastic onderdelen, gordijnen of andere soorten textiel enz. in de onmiddellijke omgeving van de apparatuur bevinden.
1.3. Transport en opslag
- Zorg er tijdens de opslag of het transport van het product voor dat de netstroom- en accukabels zijn losgekoppeld.
- Alle aansprakelijkheid wordt geweigerd in geval van verkeersschade als de apparatuur niet in de originele verpakking wordt vervoerd.
- Bewaar het product in een droge omgeving; de opslagtemperatuur moet tussen -20^ en 60^ liggen.
- Raadpleeg de handleiding van de accufabrikant voor informatie over transport, opslag, laden, opladen en afdanking van de accu.
2. INSTALLATIE EN BEDRADING
2.1. Installatie
Zoek een droge en goed geventileerde plaats om de Skylla lader en accu te monteren. Zorg ervoor dat de kabel tussen de lader en de accu hoogstens 6 meter lang is.
De lader kan tegen de muur of op de vloer worden gemonteerd. Verticale montage verbetert de luchtcirculatie binnen in de laderkast en verlengt de levensduur van de acculader.
Montage tegen de muur
De eenheid kan het best tegen een muur worden gemonteerd aan de hand van de bijgeleverde montageplaat. Als deze plaat tegen de muur is bevestigd, kan de lader aan deze montageplaat worden gehangen. De lader kan dan worden bevestigd aan de hand van twee schroeven onderaan aan de achterkant van de lader. Nu zit de lader helemaal vast.
Bedrading
De ingangen voor de netstroomkabel, de accukabels, de afstandfuncties en de verbinding om de aardkabel aan te sluiten, bevinden zich aan de onderkant van de behuizing, zie Figure 1 voor de modellen met twee uitgangen en afbeelding 2 voor de modellen met drie uitgangen.
Afbeelding 1. Onderaanzicht van kast met kabelingangen: modellen met twee uitgangen
- Netstroomkabel
- Afstand verbindingen
- Startaccu
- Hoofdaccu
- Aardpunt

Afbeelding 2. Onderaanzicht van kast met kabelingangen: modellen met drie uitgangen
- Netstroomkabel
- Afstand verbindingen
- (niet aanwezig)
- Hoofdaccu's
- Aardpunt

text_image
① ② 4 5De aarding aansluiten
Sluit het aardpunt (5) aan op een werkelijk geaard punt. Aardverbindingen moeten voldoen aan de toepasselijke veiligheidsnormen.
- Op een schip: sluit aan (5) op de aardplaat of op de scheepsromp.
- Op land: sluit aan (5) op de aarding van de netstroom. De aansluiting op de aarding van de netstroom moet voldoen aan de toepasselijke veiligheidsnormen.
- Mobiele toepassingen (een voertuig, een auto of een kampeerwagen): sluit aan (5) op het chassis van het voertuig.
De accuverbindingen van de lader zijn volledig vlottend met betrekking tot dit aardpunt.
2.2. Aansluiting van de accu's
Aanbevolen kabeldiameter:
| type Skylla-i | kabellengte tot 1,5 m | kabellengte 1,5 m – 6 m |
| 24/80 (1+1) | 25 mm^2 35 mm | ^2 |
| 24/80 (3) | 25 mm^2 naar elke accu | 35 mm^2 naar elke accu |
| 24/100 (1+1) | 35 mm^2 50 mm | ^2 |
| 24/100 (3) | 35 mm^2 naar elke accu | 50 mm^2 naar elke accu |
2.2.1. Aansluiting van de startaccu
De startaccu moet worden aangesloten met een kabel met een doorsnede van minimaal 2,5 mm ^2 .
Sluit de positieve (+) accupool aan op de aansluiting "Startaccu positief", zie afbeelding 2.
2.2.2. Accu-aansluitvolgorde

De Skylla is NIET beveiligd tegen omgekeerde polariteit.
("+" aangesloten op "-" en "-" aangesloten op "+").
Volg de installatieprocedure. De garantie vervalt als de Skylla defect raakt als gevolg van omgekeerde polariteit.

Met de aan/uit-schakelaar aan de voorkant van de kast wordt de netvoeding niet uitgeschakeld.

Koppel de voeding los voordat u verbindingen naar de accu maakt of verbreekt.
- Koppel de voeding los.
- Koppel de accukabels los van de accu.
- Verwijder het voorpaneel van de acculader.
- Sluit de accukabels aan op de lader.
- Sluit de accukabels aan op de accu.
2.2.2 Acculoskoppelvolgorde

Let erop dat de accu bij het loskoppelen van de accukabels niet per ongeluk kortsluiting maakt.
- Zet de lader uit.
- Koppel de voeding los.
- Koppel de accukabels los van de accu.
- Verwijder het voorpaneel van de acculader.
- Koppel de negatieve accukabel los.
- Koppel de positieve accukabel los.
- Koppel alle overige kabels, zoals die van de temperatuursensor en/of spanningssensor, die voor deze specifieke accu worden gebruikt los.

text_image
+ F2 - Starter battery Afbeelding 3. Plaats van accuverbindingen: modellen met twee uitgangen +: Hoofdaccu positief -: Hoofdaccu negatief Startaccu positiefOpmerking:
De startaccu kan stroom afnemen van de accu aangesloten op de klemmen van de hoofdaccu als de spanning van de startaccu lager is dan die van de hoofdbatterij. De hoofdaccu kan echter geen stroom afnemen van de startaccu, ook al is de startaccu volledig geladen en het laadniveau van de hoofdaccu minimaal is.

text_image
F2 +A +B +C - Afbeelding 4. Plaats van accuverbindingen: modellen met drie uitgangen Verbindingen bij modellen met drie uitgangen +A: Accu A plus +B: Accu B plus +C: Accu C plus -: Accu A/B/C min2.3. Overige opties
De bedrading van deze signalen moet worden uitgevoerd wanneer de lader is losgekoppeld van de netstroom.
AANSLUITBLOK VOOR EXTERNE SENSOREN, SCHAKELAAR EN RELAIS

text_image
+ - Spanning sensor + - Temperatuur sensor + - Aan/uit op afstand
text_image
NO NC COM AlarmrelaisAfbeelding 5. Aansluitblok
2.3.1. Externe spanningssensor (zie afb. 5)
Een externe spanningssensor kan nuttig zijn wanneer het belangrijk is om de accuspanning nauwkeurig te bepalen, zoals in het geval van hoge laadstromen in combinatie met lange kabels.
Ga als volgt te werk om de externe spanningssensor aan te sluiten:
- sluit een rode draad (0,75 mm ^2 ) aan tussen de positieve accu-aansluiting en de aansluiting “+ Spanningssensor”
- sluit een zwarte draad (0,75 mm ^2 ) aan tussen de negatieve accu-aansluiting en de aansluiting “- Spanningssensor”
- controleer dat de overeenkomstige LED is opgelicht en controleer zo niet de bekabeling.
2.3.2. Externe temperatuursensor (zie afb. 5)
De externe temperatuursensor die bij de lader wordt geleverd, kan worden aangesloten op deze klemmen voor temperatuur gecompenseerd laden van de accu. De sensor is elektrisch geïsoleerd en moet worden aangesloten op de negatieve pool van de accu.
Ga als volgt te werk om de temperatuursensor aan te sluiten:
- sluit de rode draad aan op de aansluiting “+ Temperatuursensor”
- sluit de zwarte draad aan op de aansluiting "- Temperatuursensor"
- monteer de temperatuursensor op de negatieve pool van de accu
- controleer dat de overeenkomstige LED is opgelicht en controleer zo niet de bekabeling.
2.3.3. Aan/uit op afstand (zie afb. 5)
Wees voor de bedrading van de afstand schakelaar uiterst voorzichtig. Aangezien deze ingang behoorlijk gevoelig is, wordt aanbevolen gevlochten aderparen te gebruiken voor deze verbinding.
De ingang voor aan/uit op afstand kan ook worden aangesloten op een open-collector optische koppelaar: de open klemspanning bedraagt 3 V en de gesloten klemspanning bedraagt 100 μA.
Als er geen afstand schakelaar is aangesloten, moeten de klemmen voor aan/uit op afstand met behulp van een korte draad worden kortgesloten.
2.3.4. Aansluitingen alarmrelais (zie afb. 5)
Het alarmrelais is actief wanneer de oplader normaal oplaadt, er geen foutmelding is en de batterijspanning binnen het spanningsbereik van 23,7 V en 33,6 V ligt. Het relais is uitgeschakeld wanneer de lader stopt, er een fout optreedt of wanneer de spanning onder 23,45 V daalt of boven de 33,85 V komt.
2.3.5. CAN-bus aansluiting (VE.Can)
De VE.Can aansluitingen (RJ45) bieden toegang tot bewaking en bediening. Bijvoorbeeld met een Skylla-i Control GX paneel, een GX-apparaat zoals de Cerbo GX, of om de lader met een NMEA 2000 netwerk te verbinden.
Meerdere Skylla-i Control GX-panelen kunnen met een lader verbonden worden of met een reeks gesynchroniseerde en parallel verbonden laders. Een Lynx Ion kan rechtstreeks met de Skylla-i lader verbonden worden via the VE.Can bus, de "toelaten-om-te-laden" voorwaarde wordt automatisch via de VE.Can bus gecommuniceerd, er is geen aparte bedrading vereist.
Gebruik, om te verbinden met een NMEA 2000 netwerk, het VE.Can naar NMEA 2000 kabel accessoire en verwijder de zekering. Meer details zijn beschikbaar in onze NMEA 2000 en MFD integratiehandleiding.
Elk uiteinde van het VE.Can-netwerk moet een bus-afsluiting hebben. Dit wordt bereikt door het plaatsen van een VE.Can-terminator in één van de twee RJ45-aansluitingen en de netwerk-kabel in de andere. Bij alle tussenliggende knooppunten (twee VE.Can-kabels, één in elke RJ45-aansluiting), is geen bus-afsluiting nodig.
De Skylla-i voedt het VE.Can-netwerk met 12 VDC. Let op dat de verbinding de maximale spanning 30 VDC is: Om de Skylla-i te verbinden met een VE.Can-netwerk dat ook apparaten, verbonden met een 48 V accubank, bevat, moet een speciale RJ45
kabel gemaakt en gebruikt worden, die pin 2 en pin 6 (NET-S / V+) niet verbonden heeft. Deze verbindt GND, CAN-H en CAN-L, maar niet de voeding.
De twee RJ45 aansluitingen in elke lader (raadpleeg afbeelding 7) zijn parallel verbonden. Er is daardoor geen functioneel verschil tussen deze aansluitingen.
2.3.6. Gesynchroniseerde parallelle werking
Er kunnen meerdere laders worden gesynchroniseerd met de CAN-interface. Dit wordt gerealiseerd door de laders op elkaar aan te laten sluiten met RJ45 UTP-kabels (bus-afsluiters nodig, zie punt 2.3.5).
De parallel geschakelde laders moeten identieke instellingen voor DIP- en draaischakelaars hebben.
Er kan een mix van Skylla-i 100 A- en 80 A-laders parallel worden geschakeld.
Laders met twee en laders met drie uitgangen kunnen niet parallel met elkaar worden geschakeld.
De walstroomlimiet van de groep parallelle laders kan worden ingesteld met het Skylla-i bedieningspaneel. De stroomlimiet, zoals weergegeven op het paneel, is de walstroom van de groep.
De uitgangsstroom van de ene lader kan verschillen van de andere lader, hoewel ze parallel worden geschakeld.
Als één lader van de parallel aangesloten laders wordt losgekoppeld, gaat de LED storing knipperen op alle units die in de parallelle bedrijfsmodus stonden. Om dit probleem op te lossen, sluit u of de losgekoppelde lader weer aan of zet de overige units uit en weer aan.
Wanneer een afstandssensor wordt gebruikt (voor spanning en/of temperatuur), moet deze worden verbonden met een van de parallel werkende laders. Alle andere laders zullen de informatie delen via de CAN-interface. De groene LED van de lader waaraan de sensor is verbonden, brandt continu. Op de andere laders zal de bijbehorende LED knipperen.
Bij een gesynchroniseerde parallelle werking zal de LED "ON" om de 3 seconden op alle parallel geschakelde eenheden knipperen.
2.3.7 De netstroom aansluiten (zie afb. 6)
- Controleer of de accu is aangesloten op de lader.
- Verwijder de voorkant van de acculader voor toegang tot de AC-ingangsaansluiting.
- Sluit de PE-netstroomkabel (groen/geel) aan op klem PE van de AC-ingangsaansluiting op de printplaat, zie Figuur
- Sluit de neutrale netstroomkabel (blauw) aan op klem N van de AC-ingangsaansluiting.
- Sluit de netstroomlijnkabel (bruin) aan op klem L van de AC-ingangsaansluiting.
- Kies de juiste acculaadcurve voordat u de AC-stroom inschakelt (zie deel 3).

text_image
PE N L AC PE - + DC F1Afbeelding 6. Aansluiting netstroomkabel
3. BEDIENING EN AFSTELLING
Wanneer de lader juist is geïnstalleerd en voordat u de netstroom inschakelt, moet de lader worden aangepast een de aangesloten accu.
Opmerking over de modellen met drie uitgangen: alle instellingen worden tegelijkertijd op de drie uitgangen toegepast

Afbeelding 7. Interne bedieningen en aansluitingen
Hiertoe is het bedieningspaneel voorzien van een aantal schakelaars en aansluitingen om de gebruiker de volgende opties te bieden:
- Draaischakelaar om het accutype te kiezen.
- DIP-schakelaar om verschillende opties in te stellen.
- Nauwkeurige afstelling van stroom en spanning voor positie 8 van de draaischakelaar (en van de spanning voor alleen positie 9)
- Can-bus aansluiting (RJ45).
- Controlelampjes voor juiste aansluiting van spannings- en temperatuursensoren.
- Aansluitblok voor externe sensoren, schakelaar en relais.
- Reset settings to factory defaults (reset de instellingen naar de fabrieksinstellingen, 5 seconden ingedrukt houden).
3.1. Draaischakelaar
Met de draaischakelaar kan de gebruiker een aantal vooraf ingestelde accutypes om te laden kiezen. Zie de onderstaande tabel.
Waarschuwing: de hieronder aangegeven laadspanningen zijn enkel ter informatie. Raadpleeg steeds de acculeverancier voor de julste laadspanningen.
| Pos | Beschrijving | Absorptie | Float | Storage | Egalisatie | dV/dT |
| V | V | V | maxV@% van Inom | mV/°C | ||
| 0 | Niet gebruiken | |||||
| 1 | Gel Victron long life (OPzV)Gel exide A600 (OPzV)Gel MK | 28,2 | 27,6 | 26,4 | 31,8@8 % max 1u | -32 |
| 2 | FabrieksinstellingGel Victron deep discharge, Gel Exide A200AGM Victron deep dischargeVaste buisjesplaat (OPzS)Rolls Marine (nat), Rolls Solar (nat) | 28,8 | 27,6 | 26,4 | 32,4@8 % max 1u | -32 |
| 3 | AGM spiral cellRolls AGM | 29,4 | 27,6 | 26,4 | 33,0@8 % max 1u | -32 |
| 4 | PzS buisjesplaat tractie accu's of OPzS accu's in cyclisch bedrijf 1 | 28,2 | 27,6 | 26,4 | 31,8@25 % max 4u | -32 |
| 5 | PzS buisjesplaat tractie accu's of OPzS accu's in cyclisch bedrijf 2 | 28,8 | 27,6 | 26,4 | 32,4@25 % max 4u | -32 |
| 6 | PzS buisjesplaat tractie accu's of OPzS accu's in cyclisch bedrijf 3 | 30,0 | 27,6 | 26,4 | 33,6@25 % max 4u | -32 |
| 7 | Lithium-IJzerfosfaat ( LiFePo_4 ) accu's | 28,4 | n.v.t. | 26,7 | n.v.t. | 0 |
| 8 | Regelbaar: de maximum laadstroom en absorptie- en drijfspanning kunnen aan de hand van potentiometers worden ingesteld | Regelb. Regelb. 26,4 | (Var. + 3,6)@25 % max 4uVeq-max < 33.6V | -32 | ||
| 9 | Stroomvoorziening | 24,0 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | 0 |
3.2. DIP-schakelaar
De DIP-schakelaars zijn genummerd van 6 tot 1, van boven naar beneden.
Fabrieksinstellingen:
DS-6 Bulk Protection
DS-5 Absorptietijd
DS-4 Absorptietijd
DS-3 Adaptief
DS-2 Watch
| aan |
| uit |
| aan |
| aan |
| aan |
| uit |
3.3. Beschrijving van de instellingen:
DS-6 Bulk Protection. Indien ingeschakeld, licht de storingen-LED op en wordt de lader uitgeschakeld wanneer de bulk-tijd langer is dan 10 uur.
DS-5 en DS-4. Absorptietijd. De combinatie van schakelaars 5 en 4 stelt de maximum absorptietijd in bij adaptief laden en een vastgestelde tijd als de adaptieve modus is uitgeschakeld (DS-3).
| DS-5 | DS-4 | Absorptietljd |
| Uit | Uit | 2 u (voorkeur voor LiFePo_4 accu's) |
| Aan | Uit | 4 u. |
| Uit | Aan | 8 u. (fabrieksinstelling) |
| Aan | Aan | 12 u. |
DS 3. Adaptief. Indien ingeschakeld, hangen de absorptie- en float-tijd af van de bulk-tijd (waarbij de maximum tijd is ingesteld door DS-5 en DS-4)
De verhoudingen van afhankelijkheid zijn als volgt:
Absorptietijd = (bulk-tijd)*20 met een minimum van 30 minuten en een maximum ingesteld door DS-5 en DS-4.
Float-tijd = (bulk-tijd)*20 met een minimum van 4u en een maximum van 8u.
DS-2. Watch. Wanneer DS-2 aan staat, wordt de accuspanning gecontroleerd wanneer de lader wordt ingeschakeld. Als de spanning hoger is dan 26V, is de accu volgens de lader volledig geladen en start de lader in opslagmodus. Als de spanning lager is, start de lader in bulk-modus.
Wanneer DS-2 uit staat, start de lader altijd in bulk-modus.
DS-1. Automatische egalisatie. Wanneer DS-1 is ingeschakeld, wordt de absorptietijd gevolgd door een periode van constante stroom met beperkte spanning (zie tabel). De gele LED "abs" knippert tijdens het egaliseren.
De stroom wordt beperkt tot 8 % van de bulk-stroom voor alle VRLA-accu's (Gel of AGM) en sommige natte accu's en tot 25 % van de bulk-stroom voor alle buisjesplaat accu's. De bulk-stroom is de nominale laderstroom (80 A of 100 A) tenzij er een lagere instelling is geselecteerd (de laadstroom kan worden verminderd aan de hand van de potentiometer voor stroominstelling en de draaischakelaar in positie 8, of via de CAN-bus interface).
Als de bulk-laadstroom, zoals aanbevolen door de meeste accufabrikanten, ongeveer 20 A per 100 Ah accucapaciteit bedraagt (d.w.z. 500 Ah voor een 100 A lader), betekent de beperking van 8 % 1,6 A per 100 Ah accucapaciteit en de beperking van 25 % 5 A per 100 Ah capaciteit.
In het geval van alle VRLA-accu's en sommige natte accu's (draaischakelaar in positie 1, 2 of 3) stopt de automatische egalisatie wanneer de spanningslimiet maxV wordt bereikt of nadat t = (absorptietijd)/8, naargelang wat zich het eerst voordoet.
Voor alle buisjesplaat accu's stopt de automatische egalisatie nadat t = (absorptietijd)/2.
Waarschuwing
Sommige accufabrikanten bevelen een egalisatieperiode met constante stroom aan en anderen niet. Pas enkel egalisatie met constante stroom toe op aanraden van de acculeverancier.
Draalschakelaar positie 8: handmatige instelling potentiometers
Deze potentiometers voorzien regelbare niveaus voor (van boven naar beneden):
- bulk-stroom (bereik 0 A .. 100 A voor een lader van 100A)
- absorptiespanning (bereik 11,5 V .. 33.5 V)
- float-spanning (bereik 11,5 V .. 33.5 V)
De bedieningsrichting is dusdanig dat de waarden toenemen wanneer de potentiometer met de wijzers van de klok mee wordt gedraaid. Om de instelling te vereenvoudigen schakelt de lader automatisch over op de juiste modus zodra wordt vastgesteld dat de positie van een potentiometer is gewijzigd. Als u tevreden bent met de instellingen, start u de lader opnieuw op om deze de normale laadsequentie te laten doorlopen met toepassing van de nieuwe instellingen.
Softwareversie 2.01 en hoger: tijdens het afstellen worden stroom en spanning aangegeven met de LED-balken (knipperend) op de Skylla-i en op het display (knipperend) op het Skylla-i bedieningspaneel.
Draaischakelaar positie 9: DC-stroomvoorziening
De lader kan worden ingesteld om te werken als DC-stroomvoorziening.
In deze modus, werkt de lader als een constante spanningsbron met een maximum uitgangsstroom van resp. 80 en 100 A. De uitgangsspanning is standaard ingesteld op 24 V. Indien nodig kan de uitgangsspanning worden gewijzigd door de absorptiespanningspotentiometer bij te stellen (bereik 11,5 V .. 33.5 V). Als u tevreden bent met de nieuwe instellingen, schakelt u de lader uit aan de hand van de aan-/uitschakelaar zodat het spanningsniveau wordt bewaard.
Tijdens het afstellen wordt de spanning aangegeven met de LED-balken (knipperend) op de Skylla-i en op het display (knipperend) op het Skylla-i bedieningspaneel.
3.4. Temperatuurcompensatie
De temperatuursensor moet worden aangesloten op de minpool van de accu.
De temperatuurcompensatie is ingesteld op -32 mV/°C voor alle 24 V loodzuuraccu's (zie tabel en afb. 7) en alle laadstatussen. De temperatuursensor moet worden geïnstalleerd als:
• wordt verwacht dat de omgevingstemperatuur van de accu regelmatig lager dan 15 °C of hoger dan 30 °C zal zijn
• de laadstroom hoger is dan 15 A per 100 Ah accucapaciteit
Voor Li-lon accu's is geen temperatuurcompensatie nodig.
3.5. Handmatige egaliseerfunctie
Aan de hand van de egaliseerknop op de voorkant kan de lader enkel tijdens absorptie- en float-periodes in egaliseermodus worden gezet. Wanneer de lader zich nog in bulk-modus bevindt, is egalisatie niet mogelijk.
Houd om te egaliseren de egaliseerknop drie seconden ingedrukt. De gele LEDs "abs" en "bulk" knipperen tijdens het egaliseren. De stroom- en spanningslimieten zijn identiek aan die voor de automatische egaliseerfunctie (zie deel 3.3). De egaliseerduur is echter beperkt tot max. 1u wanneer het egaliseren wordt geactiveerd aan de hand van de egaliseerknop.
3.6. Power Control – maximaal gebruik van beperkte walstroom
Er kan een maximum ingangsstroom worden ingesteld, zodat de netvoeding niet van zekeringen hoeft te worden voorzien. Deze instelling is enkel beschikbaar voor het optionele Skylla-i bedieningspaneel of het Color Control GX paneel.
4. BEDIENING
4.1. Accu's laden
Wanneer u de netstroomvoorziening inschakelt en de eenheid AAN zet:
• lichten alle LEDs gedurende twee seconden op
- de groene LED blijft dan opgelicht om aan te geven dat de eenheid op "aan" staat
• de laadstatus wordt aangegeven door het oplichten van één van vier gele LEDs
• de eigenlijke uitgangsspanning en stroom worden aangegeven door de overeenkomstige rode LED-stroken
• de interne ventilatoren kunnen werken naargelang de temperatuur binnen in de kast (temperatuurregeling)
Als de rode LED is opgelicht, raadpleeg dan deel 6.
4.2. Zevendelige laadcurve voor loodzwavelzuuraccu's

line
| Time Segment | Absorptiespanning | Floatspanning | Storagespanning | | ------------ | ----------------- | ------------- | --------------- | | bulk | U | U | U | | absorptie | U | U | U | | float | U | U | U | | storage | U | U | U | | tijd | U | U | U |Afbeelding 8.
4.2.1. Bulk
Wordt geactiveerd wanneer de lader wordt opgestart (DS-2 aan en accuspanning <26 V, of DS-2 uit), of wanneer de accuspanning minstens 1 minuut onder 26,4 V blijft (wegens zware belasting). Er wordt constante stroom toegepast tot de gasspanning is bereikt (28,8 V voor een 24 V accu).
4.2.2. Accu-beschermingsmodus
Als de absorptiespanning is ingesteld op meer dan 28,8 V, wordt de snelheid van de spanningstoename boven 28,8 V beperkt tot 14mV/minuut om overmatige gasvorming te voorkomen.
4.2.3. Absorptie
Nadat de absorptiespanning is bereikt, werkt de lader in constante-spanningsmodus. In het geval van adaptief laden, hangt de absorptietijd af van de bulk-tijd (zie deel 3.3).
Als de automatische egalisatie op "aan" staat, wordt de absorptieperiode gevolgd door een tweede periode van constante stroom met beperkte spanning: zie deel 3.3. In deze modus worden VRLA-accu's 100 % geladen en wordt stratificatie van het elektrolyt in natte accu's voorkomen.
Als alternatief kan ook handmatig worden geëgaliseerd.
4.2.5. Float
Drijfspanning wordt toegepast om de accu volledig geladen te houden.
In het geval van adaptief laden, hangt de drijfspanningstijd af van de bulk-tijd (zie deel 3.3).
4.2.6. Storage
Na float-laden wordt de uitgangsspanning verminderd tot het storage niveau. Dit niveau is niet voldoende om langzame zelfontlading van de accu te compenseren, maar beperkt het waterverlies en corrosie van de positieve plaatjes tot een minimum wanneer de accu niet wordt gebruikt.
4.2.7. Wekelijkse 'battery refresh'
Een keer per week gaat de lader over op Herhaaldelijke Absorptiemodus gedurende een uur om de accu te 'verversen' (m.a.w. volledig te laden).
4.3. Vierdelige laadcurve voor Lithium-IJzerfosfaat (LiFePo4) accu's
4.3.1. Bulk
Wordt geactiveerd wanneer de lader wordt opgestart (DS-2 aan en accuspanning <26 V, of DS-2 uit), of wanneer de accuspanning minstens 1 minuut onder 26,7 V blijft (wegens zware belasting). Er wordt constante stroom toegepast tot de absorptiespanning is bereikt (28,4 V voor een 24 V accu).
4.3.2. Absorptie
Nadat de absorptiespanning is bereikt, werkt de lader in constante-spanningsmodus. De aanbevolen absorptietijd is 2 uur.
4.3.3. Opslag
Na absorptieladen wordt de uitgangsspanning verminderd tot het opslagniveau. Dit niveau is niet voldoende om langzame zelfontlading van de accu te compenseren, maar maximaliseert de levensduur.
4.3.4. Wekelijkse "battery refresh"
Een keer per week gaat de lader over op Herhaaldelijke Absorptiemodus gedurende een uur om de accu te "verversen" (m.a.w. volledig te laden).
5. ONDERHOUD
Voor deze lader is geen specifiek onderhoud nodig. Toch wordt een jaarlijkse controle van de accuverbindingen aanbevolen. Houd de lader droog, schoon en vrij van stof.
6. TEMPERATUURCOMPENSATIE

line
| Accutemperatuur | Absorptie | Float | | --------------- | --------- | ----- | | 10 °C | High | High | | 25 °C | Medium | Low | | 50 °C | Zero | Zero |Afbeelding 9.
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Lader werkt niet | Problemen met de voeding | Meet de netvoeding: 180 -265 VAC |
| Ingangs- of uitgangszekeringen defect | Retourneer het product naar uw verkooppunt | |
| De accu wordt niet volledig opgeladen | Slechte accuverbinding | Controleer accuverbinding |
| De selectieschakelaar van de accu staat in de verkeerde positie | Selecteer het juiste accutype met de draaischakelaar | |
| Te hoge kabelverliezen | Gebruik kabels met een grotere doorsnede. Gebruik externe spanningssensoren | |
| De accu wordt overladen | De selectieschakelaar van de accu staat in de verkeerde positie | Selecteer het juiste accutype met de draaischakelaar |
| Een accucel is defect | Vervang de accu | |
| Accutemperatuur te hoog | Overladen of te snel laden | Sluit externe temperatuursensor aan |
| Storings-LED aan (zie ook hoofdstuk 9) | Accuspanning te hoog (> 36 V) | Controleer alle laadapparatuur Controleer kabels en verbindingen |
| Bulk-tijd te lang (> 10u) | Mogelijke celstoring, of hogere laadstroom nodig | |
| Temperatuur in kast te hoog | Controleer ventilatieopeningen van kast Zorg voor betere koeling van de omgeving | |
| Storings-LED knippert | CAN-busverbinding onderbroken | Sluit de CAN-bus weer aan of schakel de lader uit en weer aan als de CAN-busverbinding niet meer nodig is |
Lijst met storingscodes die op de afstandsbedieningspanelen, zoals de Skylla-i-besturing en de Color Control worden weergegeven:
| Storingscode | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Storing 1: Accutemperatuur te hoog | Overladen of te snel laden | Sluit externe temperatuursensor aan |
| Storing 2: Accuspanning te hoog | Bedradingsfout of een andere acculader wordt overladen | Controleer alle laadapparatuur Controleer kabels en verbindingen |
| Storing 3, 4 en 5: Storing temp.sensor | Bedradingsfout of temperatuursensor defect | Controleer de bedrading van de temperatuursensor en als dat niet helpt, vervang dan de temperatuursensor |
| Storing 6, 7, 8 en 9: Storing spanningssensor | Bedradingsfout | Controleer de bedrading van de spanningssensor |
| Storing 17: Ladertemperatuur te hoog | De door de lader geproduceerde hitte kan niet weg | Controleer ventilatieopeningen van kast Zorg voor betere koeling van de omgeving |
| Storing 18 Interne fout | Neem contact op met de serviceafdeling van Victron Energy | |
| Storing 20: Bulktijd acculader verstreken | Na 10 uur bulklading heeft de accuspanning nog steeds niet de absorptiespanning bereikt | Mogelijke celstoring, of hogere laadstroom nodig |
| Storing 34: Interne fout | Neem contact op met de serviceafdeling van Victron Energy | |
| Storing 37: Geen ingangsspanning (alleen bij de versie met 3 uitgangen) | Voeding losgekoppeld of AC-ingangszekering defect | Controleer de voeding en de zekering |
| Storing 65: Acculader verdwenen tijdens bedrijf | Eén van de andere acculaders, waarmee deze acculader werd gesynchroniseerd, is tijdens het bedrijf verdwenen | Schakel de acculader uit en weer in om de storing te verhelpen |
| Storing 66: Incompatibel apparaat | De acculader is parallel geschakeld met een andere acculader met andere instellingen en/of een ander laadalgoritme | Let erop dat alle instellingen hetzelfde zijn en update de firmware op alle acculader naar de nieuwste versie |
| Storing 67: BMS-verbinding verbroken | Verbinding met het BMS onderbroken. | Controleer de CAN-bus bedrading. Als de acculader weer naar de standalone-modus moet overschakelen, houd dan de knop 'reset setting to factory defaults' 5 seconden lang ingedrukt. |
| Storing 113, 114 Interne fout | Neem contact op met de serviceafdeling van Victron Energy | |
| Storing 115 | Communicatiestoring | Controleer bedrading en afsluiters |
| Storing 116, 117 Interne fout | Neem contact op met de serviceafdeling van Victron Energy |
- SPECIFICATIES
| Skylia-i | 24/80 (1+1) | 24/80 (3) | 24/100 (1+1) | 24/100 (3) |
| Ingangsspanning (VAC): 230 V | ||||
| Ingangsspanningsbereik (VAC): | 185-265 V | |||
| Ingangsspanningsbereik (VDC): | 180-350 V | |||
| Maximum AC-ingangsstroom @ 180 VAC | 16 A | 20 A | ||
| Frequentie (Hz) | 45-65 Hz | |||
| Vermogensfactor 0,98 | ||||
| Laadspanning "absorptie" (VDC) (1) | 28,8 V | |||
| Laadspanning "float" (VDC) | 27,6 V | |||
| Laadspanning "opslag" (VDC) | 26,4 V | |||
| Laadstroom (A) (2) | 80 A | 3 x 80 A(max. totale uitvoer: 80 A) | 100 A | 3 x 100 A(max. totale uitvoer: 100 A) |
| Laadstroom startaccu (A) | 4 A | n.v.t. | 4 A | n.v.t. |
| Laadalgoritme | 7-traps adaptief | |||
| Accuvermogen (Ah) | 400-800 Ah | 500-1000 Ah | ||
| Laadcurve, Li-Ion | 4-traps, met aan-uitbediening of CAN-bus bediening | |||
| Temperatuursensor | Ja | |||
| Kan worden gebruikt als stroomvoorziening | Ja | |||
| Aan-uit op afstand | Ja (kan worden aangesloten op een Li-Ion BMS) | |||
| Communicatiepoort VE.Can | Twee RJ45-aansluitingen, NMEA 2000-protocol, galvanisch geïsoleerd.Geintegreerde 12 V CAN-bus voeding, 30 VDC maximum ^2) | |||
| Gesynchroniseerde parallelle werking | Ja, met de CAN-bus | |||
| Alarmrelais op afstand | DPST AC bereik: 240 VAC/4 A DC bereik: 4 A tot 35 VDC, 1 A tot 60 VDC | |||
| Geforceerde koeling | Ja | |||
| Beveiliging | Accuompoling (zekering) Kortsluiting uitgang Oververhitting | |||
| Bedrijfstemperatuurbereik | -20 tot 60 °C (volledige uitgangsstroom tot 40 °C) | |||
| Vochtigheidsgraad (geen condens) | max 95 % | |||
| BEHUIZING | ||||
| Materiaal en kleur | aluminium (blauw RAL 5012) | |||
| Accuaansluiting | M8 bouten | |||
| 230 VAC-aansluiting | schroef-klem 10 mm ^2 (AWG 7) | |||
| Beschermingsklasse | IP 21 | |||
| Gewicht kg (lbs) | 7 (16) | |||
| Afmetingen hxbxd in mm(hxbxd in inch) | 405 x 250 x 150(16,0 x 9,9 x 5,9) | |||
| NORMEN | ||||
| Veiligheid | EN 60335-1, EN 60335-2-29 | |||
| Emissie | EN 55014-1, EN 61000-6-3, EN 61000-3-2 | |||
| Immuniteit | EN 55014-2, EN 61000-6-1, EN 61000-6-2, EN 61000-3-3 | |||
| 1) Uitgangsspanningsbereik 20-36 V.Kan worden ingesteld via draaischakelaar of potentiometers. | 2) Tot 40 °C (100 °F) omgevingstemperatuur.Uitgang wordt verminderd tot 80 % bij 50 °C en tot 60 % bij 60 °C.3) Zorg ervoor, bij het verbinden van de Skylla-i in een VE.Can-netwerk dat ook apparaten, verbonden met een 48 V accubank, bevat, een speciale RJ-45 kabel te gebruiken,die pinnen 2 en 6 (NET-S / V+) niet verbonden heeft. | |||
9. LED-INDICATIE
LED indicatie:
● permanent opgelicht
knippert
O uit
Opmerking: LEDs knipperen synchroon
Op het paneel licht de fout-led op en de foutcode wordt weergegeven.
1. INSTRUCTIONS DE SÉCURITÉ
1.1 Généralités
Bijlage A: Afmetingen