EasySolar - Batterijlader VICTRON ENERGY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EasySolar VICTRON ENERGY in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over EasySolar VICTRON ENERGY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EasySolar - VICTRON ENERGY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EasySolar van het merk VICTRON ENERGY.
GEBRUIKSAANWIJZING EasySolar VICTRON ENERGY
1. VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
Algemeen Lees eerst de bij dit product geleverde documentatie, zodat u bekend bent met de veiligheidsaanduidingen en aanwijzingen voordat u de apparatuur in gebruik neemt. Dit product is ontworpen en getest conform de internationale normen. De apparatuur dient uitsluitend voor de bestemde toepassing te worden gebruikt. WAARSCHUWING: KANS OP ELEKTRISCHE SCHOKKEN. Het product wordt gebruikt in combinatie met een permanente energiebron (accu). Zelfs als de apparatuur is uitgeschakeld, kan een gevaarlijke elektrische spanning optreden bij de in- en/of uitgangsklemmen. Schakel altijd de wisselstroomvoeding en de accu uit voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Het product bevat geen interne onderdelen die door de gebruiker kunnen worden onderhouden. Verwijder het voorpaneel niet en stel het product niet in werking als niet alle panelen zijn gemonteerd. Alle onderhoudswerkzaamheden dienen door gekwalificeerd personeel te worden uitgevoerd. Gebruik het product nooit op plaatsen waar gas- of stofexplosies kunnen optreden. Raadpleeg de gegevens van de fabrikant van de accu om u ervan te verzekeren dat het product bestemd is voor gebruik in combinatie met de accu. De veiligheidsvoorschriften van de fabrikant van de accu dienen altijd in acht te worden genomen. WAARSCHUWING: Til geen zware lasten zonder hulp. Installatie Lees de installatievoorschriften in de bedieningshandleiding voordat u de apparatuur inschakelt. Dit is een product uit veiligheidsklasse I (dat wordt geleverd met een aardklem ter beveiliging). De wisselstroom in- en/of uitgangsklemmen moeten zijn voorzien van een ononderbreekbare aarding ter beveiliging. Aan de buitenkant van het product bevindt zich een extra aardingspunt. Als het aannemelijk is dat de aardbeveiliging is beschadigd, moet het product worden uitgeschakeld en worden beveiligd tegen onbedoelde inbedrijfstelling; neem in dat geval contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel. Zorg ervoor dat de gelijkstroom- en wisselstroomaansluitkabels zijn voorzien van zekeringen en stroomonderbrekers. Vervang een beveiligingsonderdeel nooit door een ander type. Raadpleeg de handleiding voor het juiste onderdeel. Controleer voordat u het apparaat inschakelt of de beschikbare spanningsbron overeenkomt met de configuratie-instellingen van het product zoals beschreven in de handleiding.2 Zorg ervoor dat de apparatuur wordt gebruikt in de juiste omgevingsomstandigheden. Gebruik het product nooit in een vochtige of stoffige omgeving. Zorg ervoor dat er altijd voldoende vrije ruimte rondom het product is voor ventilatie en dat de ventilatieopeningen niet worden geblokkeerd. Verzeker u ervan dat de vereiste spanning niet hoger is dan de capaciteit van het product. Vervoer en opslag Zorg ervoor dat de netspanning en batterijkabels zijn losgekoppeld bij opslag of vervoer van het product. Er kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor transportschade indien de apparatuur wordt vervoerd in een andere dan de originele verpakking. Sla het product op in een droge omgeving; de opslagtemperatuur moet tussen de -40 °C en 60 °C liggen. Raadpleeg de handleiding van de fabrikant van de accu met betrekking tot vervoer, opslag, opladen, opnieuw opladen en verwijderen van de accu.
Alles-in-één stroomoplossing op zonne-energie De EasySolar combineert een MPPT zonne-laadcontroller, een omvormer/lader en wisselstroomverdeling in één behuizing. Het product is eenvoudig te installeren, met een minimum aan bedrading. Zonne-laadcontroller: SmartSolar MPPT 100/50 Tot drie sets PV-panelen kunnen met drie sets MC4 (PV-ST01) PV-stekkers worden aangesloten. Omvormer/lader: MultiPlus Compact 12/1600/70 of 24/1600/40 De MPPT laadcontroller en de EasyPlus omvormer/lader delen de gelijkstroom-accukabels (meegeleverd). De accu's kunnen worden opgeladen met zonne-energie (MPPT) en/of met wisselstroom (omvormer/lader) via het elektriciteitsnet of een reeks aggregaten. Wisselstroomverdeling De wisselstroomverdeling bestaat uit een aardlekschakelaar (30 mA/16A) en vier wisselstroomuitgangen die van twee 10 A- en twee 16 A-contactverbrekers zijn voorzien. Een 16 A-uitgang wordt aangestuurd door de wisselstroomingang: deze wordt alleen ingeschakeld als er wisselstroom beschikbaar is. PowerAssist De unieke PowerAssist-technologie beschermt het apparaat of de aggregaatvoeding tegen overbelasting door, indien nodig, extra omvormvermogen toe te voegen.3 EN NL FR DE ES IT Appendix
MultiPlus Compact functioneel The MultiPlus Compact dankt zijn naam aan de vele functies die het kan uitvoeren. Het is een krachtige zuivere sinusgolfomvormer, een geavanceerde acculader met adaptieve laadtechnologie en een supersnelle AC-wisselschakelaar in een enkele compacte behuizing. Naast deze primaire functies beschikt de MultiPlus Compact over meerdere geavanceerde eigenschappen die een reeks nieuwe toepassingen, zoals onderstaand beschreven, mogelijk maken. Automatisch en onderbrekingsvrij omschakelen In geval van een netspanningsstoring of als het aggregaat wordt uitgeschakeld, wordt de omvormer in de MultiPlus Compact automatisch geactiveerd en neemt deze de voeding over van de aangesloten apparaten. Dit gaat zo snel (in minder dan 20 milliseconden) dat computers en andere elektronische apparaten ongestoord kunnen blijven functioneren. PowerControl – Maximaal benutten van beperkte aggregaat- of walstroom Met het Multi Control-bedieningspaneel kan een maximale wal- of aggregaatstroom worden ingesteld. De MultiPlus Compact houdt dan rekening met andere stroomverbruikers en gebruikt voor het laden alleen de stroom die nog ‘over’ is, zodat de aggregaat- of walaansluiting niet wordt overbelast. PowerAssist – Vergroot de capaciteit van aggregaat- of walstroom Deze functie voegt nog een dimensie toe aan het principe PowerControl doordat de MultiPlus Compact het beschikbare vermogen van het aggregaat of de walaansluiting verdubbelt. Waar piekvermogen vaak slechts kortstondig nodig is, is het mogelijk om de grootte van het benodigde aggregaat te verkleinen of omgekeerd om meer vermogen te verkrijgen met de vaak slechts beperkte walaansluiting. Als de belasting afneemt, wordt de reservestroom gebruikt om de accu weer op te laden. Programmeerbaar relais De MultiPlus is voorzien van een programmeerbaar relais dat standaard is ingesteld als alarmrelais. Het relais kan echter voor allerlei andere toepassingen worden geprogrammeerd, bijvoorbeeld als startrelais voor een aggregaat.
Adaptieve 4-traps laadkarakteristiek: bulk – absorptie – druppel – opslag Het microprocessorgestuurde ‘adaptieve’ accumanagementsysteem van de MultiPlus Compact kan vooraf worden ingesteld voor verschillende soorten accu’s. De adaptieve functie optimaliseert het laadproces automatisch afhankelijk van hoe de accu wordt gebruikt. De juiste hoeveelheid lading: variabele absorptietijd Bij geringe ontlading van de accu (bijvoorbeeld als een jacht op walstroom is aangesloten) wordt de absorptie kort gehouden om overlading van de accu te voorkomen. Na een diepe ontlading wordt de absorptietijd automatisch verlengd om de accu volledig op te laden.4 Schade door overmatige gasvorming beperken: door de begrensde spanningsstijging (BatterySafe) Indien, om de accu snel te kunnen opladen, gekozen wordt voor een hoge laadstroom in combinatie met een verhoogde absorptiespanning, zal de MultiPlus Compact schade door overmatige gasvorming voorkomen door de snelheid, waarmee de spanning stijgt, te beperken als de gasspanning is bereikt. Minder onderhoud en veroudering als de accu niet wordt gebruikt: door de opslagfunctie De opslag-modus wordt geactiveerd als de accu gedurende 24 uur niet wordt ontladen. De spanning wordt dan verlaagd tot 2,2 V/cel (13,2 V bij een 12 V-accu) om gasvorming en corrosie van de positieve platen tot een minimum te beperken. Eén keer per week wordt de spanning opnieuw verhoogd tot absorptieniveau om de accu weer 'bij te laden'. Dit voorkomt stratificatie van het elektrolyt en sulfatering, de hoofdoorzaak van voortijdig falen van de accu. Verlengen van de levensduur van de accu: door temperatuurcompensatie Bij iedere MultiPlus Compact wordt een accutemperatuursensor meegeleverd. Als de accu is aangesloten, neemt de laadspanning automatisch af als de accutemperatuur stijgt. Deze functie is vooral geschikt voor onderhoudsvrije accu's en/of als er aanzienlijke temperatuurschommelingen van de accu worden verwacht. Meer informatie over accu's en het opladen van accu's Om meer te weten te komen over accu's en het opladen van accu's zie ons boek 'Elektriciteit aan boord' (gratis verkrijgbaar bij Victron Energy en te downloaden via www.victronenergy.com). Voor meer informatie over adaptieve oplading zie de ‘Technische Informatie’ op onze website.
2.4 Laadcontroller MPPT 100/50
Laadstroom tot 50 A en PV-spanning tot 100 V De SmartSolar MPPT 100/50 laadcontroller kan een accu met een lagere nominale spanning laden vanaf een PV-paneel met een hogere nominale spanning. Ultrasnelle Maximum Power Point Tracking (MPPT) Vooral als het bewolkt is en de lichtintensiteit voortdurend verandert, verbetert een ultrasnelle MPPT-controller de energieopbrengst tot 30 % in vergelijking met PWM-laadcontrollers en tot 10 % in vergelijking met tragere MPPT-controllers. Advanced Maximum Power Point Detection in het geval van wisselende schaduw In het geval van wisselende schaduw kan de vermogen-spanningscurve twee of meer maximale vermogenspunten bevatten. Conventionele MPPTs benutten meestal plaatselijke MPP, hetgeen mogelijk niet het optimale MPP is. Het innovatieve SmartSolar-algoritme maximaliseert de energieopbrengst altijd door het optimale MPP te benutten. Uitstekend omzettingsrendement Geen koelventilator. Het maximale rendement bedraagt meer dan 98 %. Volledige uitgangsstroom tot 40 °C (104 °F).5 EN NL FR DE ES IT Appendix Flexibel laadalgoritme Acht voorgeprogrammeerde algoritmes die met een draaischakelaar gekozen kunnen worden. Uitgebreide elektronische beveiliging Beveiliging tegen overtemperatuur en vermogensvermindering bij hoge temperaturen. Beveiliging tegen PV-kortsluiting en omgekeerde PV-polariteit. Beveiliging tegen PV-sperstroom. Interne temperatuursensor Compenseert absorptie- en druppelladingsspanningen voor temperatuur. Adaptief drietraps laden De SmartSolar MPPT-laadcontroller is geconfigureerd voor een drietraps oplaadproces: bulklading, absorptielading en druppellading. Bulklading Tijdens deze fase levert de controller zo veel mogelijk laadstroom om de accu's snel op te laden. Absorptielading Als de accuspanning de ingestelde absorptiespanning bereikt, schakelt de controller over op de constante spanningsmodus. Als enkel lichte ontladingen optreden, wordt de absorptietijd kort gehouden om overlading van de accu te voorkomen. Na een diepe ontlading wordt de absorptietijd automatisch verlengd om de accu volledig op te laden. Daarnaast wordt de absorptietijd ook beëindigd als de laadstroom onder 2 A daalt. Druppellading Tijdens deze fase wordt de druppelladingsspanning toegepast op de accu om deze volledig opgeladen te houden.
2.5 Configuratie-assistenten
Er staan meerdere softwareprogramma's (assistenten) ter beschikking voor de configuratie van het systeem voor zowel elektriciteitsnet interactieve systemen als autonome toepassingen. Zie hiervoor http://www.victronenergy.nl/support-and-downloads/software/6
Als de schakelaar op ‘on’ wordt gezet, is het apparaat volledig functioneel. De omvormer wordt ingeschakeld en de LED ‘inverter on’ gaat branden. Als er op de ‘AC-in’-aansluiting spanning wordt aangesloten, zal deze, als de waarde binnen de specificaties valt, worden doorgeschakeld naar de ‘AC-out’ aansluiting. De omvormer wordt uitgeschakeld, de LED ‘mains on’ gaat branden en de lader begint met opladen. Afhankelijk van de laadmodus gaan de LEDs ‘bulk’, ‘absorptie’ of ‘float’ branden. Als de spanning op de ‘AC-in‘-aansluiting niet binnen de specificaties valt, zal de omvormer worden ingeschakeld. Als de schakelaar op ‘charger only’ wordt gezet, zal alleen de acculader van de MultiPlus Compact worden ingeschakeld als er netspanning aanwezig is. In deze modus wordt de ingangsspanning tevens doorgeschakeld naar de ‘AC-out’-aansluiting. LET OP: Als alleen de laadfunctie nodig is, let er dan op dat de schakelaar in de stand ‘charger only’ wordt gezet. Hiermee voorkomt u dat bij het wegvallen van de netspanning de omvormer wordt ingeschakeld en uw accu’s leeg raken.
3.2 Afstandsbediening
De afstandsbediening is mogelijk met een 3-wegschakelaar of met het Multi Control-paneel. Het controlepaneel heeft een eenvoudige draaiknop, waarmee de maximale stroom van de AC- ingang kan worden ingesteld: zie PowerControl en PowerAssist in hoofdstuk 2. Zie de juiste DIP switch-instellingen in paragraaf 5.5.1.
3.3 Egalisatie en geforceerde absorptie
Tractiebatterijen hebben soms regelmatig een egalisatielading nodig. In de modus Egalisatie gaat de MultiPlus Compact gedurende een uur met een verhoogde spanning laden (1 V boven de absorptiespanning voor een 12 V-accu, 2 V voor een 24 V-accu). De laadstroom wordt dan beperkt tot 1/4 van de ingestelde waarde. De LEDs ‘bulk’ en ‘absorption’ gaan dan afwisselend knipperen.
De modus Egalisatie levert een hogere laadspanning dan de meeste gelijkstroomverbruikers aankunnen. Deze moeten daarom worden losgekoppeld voordat er extra wordt opgeladen.
3.3.2 Geforceerde absorptie
Onder bepaalde omstandigheden kan het wenselijk zijn om de accu voor een bepaalde tijd met een absorptiespanning te laden. In de modus Geforceerde Absorptie gaat de MultiPlus Compact gedurende de ingestelde maximale absorptietijd met de normale absorptiespanning laden. De LED ‘absorption’ gaat dan branden.7 EN NL FR DE ES IT Appendix
3.3.3 Egalisatie of geforceerde absorptie activeren
De MultiPlus Compact kan zowel via de afstandsbediening als met de schakelaar op het voorpaneel in deze beide toestanden worden gebracht. Voorwaarde is wel dat alle schakelaars (op het voorpaneel, de afstandsbediening en op het paneel) in de stand ‘on’ worden gezet en geen enkele schakelaar in de stand ‘charger only’ staat. Om de MultiPlus is deze toestand te brengen, moet de onderstaande procedure worden gevolgd. Als de schakelaar zich niet in de juiste stand bevindt nadat u deze procedure hebt gevolgd, kan deze eenvoudig eenmalig worden omgeschakeld. Hiermee wordt de laadtoestand niet gewijzigd. LET OP: het omschakelen van ‘on’ naar ‘charger only’ en andersom, zoals hieronder beschreven, dient op een snelle manier te gebeuren. De schakelaar moet zo worden omgeschakeld dat de middenstand als het ware wordt ‘overgeslagen’. Als de schakelaar ook maar even in de stand ‘off’ blijft staan, loopt u het risico dat het apparaat wordt uitgeschakeld. In dat geval dient u weer bij stap 1 te beginnen. Vooral bij gebruik van de schakelaar op het voorpaneel is enige oefening gewenst. Bij gebruik van de afstandsbediening is dit geen probleem. Procedure:
1. Controleer of alle schakelaars (bijv. op het voorpaneel, op de afstandsbediening of de schakelaar op
het afstandspaneel voor zover aanwezig) in de stand ‘on’ staan.
2. Het activeren van de egalisatie of de geforceerde absorptie is alleen zinvol als de normale laadcyclus
is voltooid (de lader bevindt zich dan in de modus ‘druppellading’).
a. Zet de schakelaar snel van ‘on’ naar ‘charger only’ en laat de schakelaar 0,5 tot 2 seconden in deze stand staan. b. Zet de schakelaar snel weer terug van ‘charger only’ naar ‘on’ en laat de schakelaar 0,5 tot 2 seconden in deze stand. c. Zet de schakelaar nog eens snel van ‘on’ naar ‘charger only’ en laat de schakelaar in deze stand.
4. Op de MultiPlus gaan nu de drie LEDs ‘inverter’, ‘charger’ en ‘alarm’ 5 keer knipperen.
Als een MultiControl-paneel is aangesloten, gaan de LEDs ‘bulk’, ‘absorption’ en ‘float’ op het paneel ook 5 keer knipperen.
5. Vervolgens gaan op de MultiPlus de LEDs ‘bulk’, ‘absorption’ en ‘float’ elk gedurende 2 seconden branden.
Als een MultiControl-paneel is aangesloten, gaan de LEDs ‘bulk’, ‘absorption’ en ‘float’ op het paneel ook elk gedurende 2 seconden branden.
a. Als de schakelaar op de MultiPlus op ‘on’ wordt gezet, terwijl de LED ‘bulk’ brandt, schakelt de lader over op egalisatie. Evenzo schakelt de lader over op egalisatie als de schakelaar op het MultiControl-paneel op ‘on’ wordt gezet, terwijl de LED ‘bulk’ brandt. b. Als de schakelaar op de MultiPlus op ‘on’ wordt gezet, terwijl de LED ‘absorption’ brandt, schakelt de lader over op geforceerde absorptie. Evenzo schakelt de lader over op geforceerde absorptie als de schakelaar op het MultiControl-paneel op ‘on’ wordt gezet, terwijl de LED ‘absorption’ brandt. c. Als de schakelaar op de MultiPlus op ‘on’ wordt gezet nadat de drie LEDs zijn gaan branden, schakelt de lader over op ‘druppellading’. Evenzo schakelt de lader over op ‘druppellading’ als de schakelaar op het MultiControl-paneel op ‘on’ wordt gezet nadat de drie LEDs zijn gaan branden. d. Als de schakelaar niet is omgezet, blijft de MultiPlus in de modus ‘charger only’ en schakelt daarna over op druppellading.8
De omvormer is ingeschakeld en levert vermogen aan de belasting. Accu in bedrijf. inverter
De omvormer is ingeschakeld en levert vermogen aan de belasting. Voor-alarm: overbelasting, of accuspanning te laag, of omvormer temperatuur hoog inverter
De omvormer is uitgeschakeld. Alarm: overbelasting, of accuspanning te laag, of omvormer temperatuur te hoog, of DC-rimpelspanning op accu- klem was te hoog. inverter
De netspanning is doorgeschakeld en de lader voert een bulk- of absorptielading uit. inverter
De netspanning is doorgeschakeld en de lader is uitgeschakeld. De lader kan de accu-eindspanning niet bereiken (bulkbeveiligings modus). inverter
De netspanning is doorgeschakeld en de lader voert een bulk- of absorptielading uit. inverter
De netspanning is doorgeschakeld en de lader voert een druppellading uit. inverter
De MultiPlus Compact dient in een droge, goed geventileerde ruimte te worden geïnstalleerd zo dicht mogelijk bij de accu’s. Rondom het apparaat dient een ruimte van tenminste 10 cm te worden vrijgehouden voor koeling.
De MultiPlus Compact is geschikt voor wandmontage. Zie voor de montage bijlage A. Het apparaat kan zowel horizontaal als ook verticaal worden gemonteerd; de voorkeur wordt aan een verticale montage gegeven. In deze positie is de koeling namelijk optimaal.
De binnenzijde van het apparaat dient ook na installatie goed toegankelijk te blijven. Houd de afstand tussen de MultiPlus Compact en de accu zo kort mogelijk om het spanningsverlies over de kabels tot een minimum te beperken.
In alle apparatuur waarin sprake is van het omvormen van een groot elektrisch vermogen moet dit apparaat om veiligheidsredenen in een hittebestendige omgeving worden geïnstalleerd. Voorkom daarom de aanwezigheid van bijvoorbeeld chemicaliën, synthetische onderdelen, gordijnen of ander textiel, enz. in de directe omgeving.
4.2 Aansluiten van de accukabels (zie bijlage A)
Om de capaciteit van de MultiPlus Compact volledig te kunnen benutten, dient uitsluitend gebruik te worden gemaakt van accu’s met voldoende capaciteit en van accukabels met de juiste dikte. Zie tabel.
24/1600 12/1600 Standaard voorzien van 1,5 meter kabel (mm
Dit product dient door een gekwalificeerde elektricien te worden geïnstalleerd. Een te hoge omgevingstemperatuur heeft de volgende consequenties: Kortere levensduur. Lagere laadstroom. Lager piekvermogen of geheel uitschakelen van de omvormer. Plaats het apparaat nooit direct boven de accu’s.11 EN NL FR DE ES IT Appendix Procedure Ga bij het aansluiten van de accukabels als volgt te werk: Sluit de accukabels als volgt aan: de + (rood) en de – (zwart) op de accu, zie bijlage A. Bij omgekeerde polariteit (+ op – en – op +) raakt het apparaat beschadigd. (de veiligheidszekering in de behuizing van de EasySolar kan beschadigd raken) Draai de moeren stevig aan om overgangsweerstanden zo laag mogelijk te maken.
4.3 Aansluiten van de AC-kabels
De in- en uitgangsaansluitstekker bevindt zich aan de onderkant van de MultiPlus Compact, zie bijlage A. De wal- of voedingskabel dient met behulp van een drie-aderige kabel op de stekker te worden aangesloten. Gebruik een drie-aderige kabel met een flexibele kern en een doorsnede van 2,5 mm². Procedure Ga voor het aansluiten van de AC-kabels als volgt te werk: De AC-uitgangskabel kan direct op de mannelijke stekker worden aangesloten (de stekker kan worden uitgetrokken). De aansluitpunten worden duidelijk aangegeven. Van links naar rechts: ‘N’ (nulleider), aarde en ‘L1’ (fase) De AC-ingangskabel kan direct op de vrouwelijke stekker worden aangesloten (de stekker kan worden uitgetrokken). De aansluitpunten worden duidelijk aangegeven. Van links naar rechts: ‘L1’ (fase), aarde en ‘N’ (nulleider).
Om het gevaar van kortsluiting van de accu te voorkomen, dient u een geïsoleerde steeksleutel te gebruiken. Voorkom kortsluiting van de accukabels.
Dit is een product uit veiligheidsklasse I (dat wordt geleverd met een aardklem ter beveiliging). De in- en/of uitgangsklemmen en/of het aardpunt aan de buitenkant van het product moeten zijn voorzien van een ononderbreekbare aarding ter beveiliging. De EasySolar is voorzien van een aardrelais (relais H, zie bijlage B) dat de neutrale uitgang automatisch met de behuizing verbindt als er geen externe wisselspanningsvoeding beschikbaar is. Als een externe wisselspanningsvoeding wordt aangeboden, zal het aardrelais zich openen voordat het ingangsveiligheidsrelais zich sluit. Dit zorgt voor een goede werking van de op de uitgang aangesloten aardlekschakelaar.
In een vaste installatie kan een ononderbreekbare aarding worden gewaarborgd met de aarddraad van de wisselspanningsingang. Anders moet de behuizing worden geaard.
In een mobiele installatie (bijvoorbeeld met een walstroomstekker) zal onderbreking van de walaansluiting tegelijk ook de aardverbinding verbreken. In dat geval moet de behuizing worden verbonden met het chassis (van het voertuig) of met de romp of aardplaat (van de boot).
Op boten is de hierboven beschreven verbinding met de aarde van de walaansluiting niet aan te bevelen in verband met mogelijke galvanische corrosie. De oplossing hiervoor is plaatsing van een isolatietranformator.12 Druk de ingangsspanningsstekker in de AC-ingangsstekker (aan de linker kant). Druk de uitgangsspanningsstekker in de AC-uitgangsstekker (van links naar rechts AC0 tot AC3).
Er zijn meerdere aansluitmogelijkheden: Verwijder de vier schroeven aan de voorkant van de behuizing en verwijder het voorpaneel.
De MultiPlus Compact heeft een aansluiting (+) voor het laden van een startaccu. Zie voor het aansluiten bijlage 1.
4.4.2 Temperatuursensor
Voor temperatuurgecompenseerd laden kan de bijgeleverde temperatuursensor worden aangesloten. De sensor is geïsoleerd en moet op de minpool van de accu worden gemonteerd. De standaard uitgangsspanningen voor druppel- en absorptieladen zijn 25 °C. In de instelmodus werkt de temperatuurcompensatie niet.
4.4.3 Afstandsbedieningspaneel & schakelaar voor aan-/uitschakelen op afstand
Het apparaat kan op twee manieren op afstand worden bediend: - Met een externe driewegschakelaar - Met een Multi Control Panel Zie paragraaf 5.5.1. voor de juiste DIP switch-instellingen. Er kan maar één afstandsbediening worden verbonden, bijv. een schakelaar of een afstandsbedieningspaneel.
4.4.4. Programmeerbaar relais
De MultiPlus is voorzien van een multifunctioneel relais dat standaard is geprogrammeerd als alarmrelais. Het relais kan echter voor allerlei andere toepassingen worden geprogrammeerd, bijvoorbeeld als startrelais voor een aggregaat (hiervoor is VEConfigure-software vereist). Een LED vlakbij de aansluitklemmen gaat branden als het relais wordt geactiveerd (zie S, bijlage A).
5.1 Standaardinstellingen: klaar voor gebruik
De MultiPlus wordt geleverd met standaard instellingen. Deze zijn over het algemeen geschikt voor toepassing op 1 apparaat. Waarschuwing: mogelijk is de standaard acculaadspanning niet geschikt voor uw accu’s! Raadpleeg de documentatie van uw accu’s of vraag advies bij uw acculeverancier! MultiPlus-standaardfabrieksinstellingen Frequentie omvormer 50 Hz Ingangsfrequentiebereik 45 - 65 Hz Ingangsspanningsbereik 180 - 265 VAC Omvormerspanning 230 VAC Standalone / parallel / 3-fase standalone Zoekmodus uit Aardrelais aan Lader aan/uit aan Accukarakteristiek viertraps adaptief met BatterySafe-modus Laadstroom 75 % van de maximale laadstroom Victron Gel Deep Discharge (ook geschikt voor Victron AGM Deep Discharge) Automatisch egalisatie laden uit Absorptiespanning 14,4 / 28,8 V Absorptietijd tot 8 uur (afhankelijk van bulk ladingstijd) Druppelladingsspanning 13,8 / 27,6 V Opslagspanning 13,2 / 26,4 V (niet instelbaar) Herhaalde absorptietijd 1 uur Herhaald absorptie-interval 7 dagen Bulkbeveiliging aan AC ingangsstroomlimiet 12 A (= instelbare stroomgrens voor functies PowerControl en PowerAssist) UPS-functie aan Dynamische stroombegrenzer uit Zwakke AC uit BoostFactor 2 PowerAssist aan Programmeerbaar relais alarmfunctie
Het wijzigen van de instellingen mag alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektrotechnicus. Lees vóór het wijzigen aandachtig de instructies. Tijdens het laden moeten accu’s in een droge, goed geventileerde ruimte staan.14
5.2 Uitleg bij de instellingen
Hieronder volgt een korte uitleg bij de instellingen die niet vanzelfsprekend zijn. Meer informatie vindt u in de help-bestanden van de software configuratieprogramma’s (zie paragraaf 5.3). Frequentie omvormer Uitgangsfrequentie als er geen AC op de ingang aanwezig is. Instelbaar: 50 Hz; 60 Hz Ingangsfrequentiebereik Ingangsfrequentiebereik dat door de MultiPlus wordt geaccepteerd. De MultiPlus synchroniseert binnen dit bereik met de AC-ingangsfrequentie. De frequentie op de uitgang is dan gelijk aan de frequentie op de ingang. Instelbaar: 45 – 65 Hz; 45 – 55 Hz; 55 – 65 Hz Ingangsspanningsbereik Spanningsbereik dat door de MultiPlus wordt geaccepteerd. De MultiPlus synchroniseert binnen dit bereik met de AC-ingangsspanning. De spanning op de uitgang is dan gelijk aan de spanning op de ingang. Instelbaar: Ondergrens: 180 – 230 V Bovengrens: 230 – 270 V Omvormerspanning Uitgangsspanning van de MultiPlus bij accubedrijf. Instelbaar: 210 – 245 V Search Mode (zoekmodus, enkel van toepassing in standalone-configuratie) Als de zoekmodus is ingeschakeld, wordt het stroomverbruik bij nullast verlaagd met ca. 70 %. De search mode houdt in dat de MultiPlus Compact uitschakelt als er geen belasting is of als deze heel laag is. Iedere 2 seconden zal de MultiPlus Compact even inschakelen. Als de uitgangsstroom een ingesteld niveau overschrijdt, blijft de omvormer werken. Zo niet, dan gaat de omvormer weer uit. De zoekmodus kan met een DIP switch worden ingesteld. De belastingniveaus ‘uitschakeling’ en ‘ingeschakeld blijven’ van de zoekmodus kunnen met VEConfigure worden ingesteld. De fabrieksinstelling is: Uitschakelen: 40 watt (lineaire belasting) Inschakelen: 100 watt (lineaire belasting)15 EN NL FR DE ES IT Appendix AES (Automatic Economy Switch) In plaats van ‘search mode’ kan ook de AES (enkel met behulp van VEConfigure) worden gekozen. Wanneer deze instelling op ‘on’ wordt gezet, wordt het stroomverbruik bij nullast en lage belasting verlaagd met ca. 20 % door de sinusspanning iets te 'versmallen'. Niet regelbaar met DIP switches. Enkel van toepassing in standalone-configuratie. Aardrelais (zie bijlage B) Met dit relais (H) wordt de nulleider van de AC-uitgang met het frame geaard als het terugleverveiligheidsrelais open is. Dit om de correcte werking van aardlekschakelaars in de uitgang veilig te stellen. Als een niet geaarde uitgang gewenst is tijdens het omvormerbedrijf, dan moet deze functie worden uitgeschakeld. Niet instelbaar met DIP switches. Acculaadkarakteristiek De standaardinstelling is ‘viertraps adaptief met BatterySafe-modus’. Zie hoofdstuk 2 voor een beschrijving. Dit is de aanbevolen laadkarakteristiek. Zie de helpbestanden van de software configuratieprogramma’s voor andere mogelijkheden. Accutype De standaard instelling is het meest geschikt voor Victron Gel Deep Discharge, Gel Exide A200 en stationaire buisplaataccu’s (OPzS). Deze instelling kan ook voor vele andere accu’s worden gebruikt: bijv. Victron AGM Deep Discharge en andere AGM-accu’s en vele soorten open vlakke-plaataccu’s. Met DIP switches kunnen vier laadspanningen worden ingesteld. Automatische egalisatielading Deze instelling is bedoeld voor buisjesplaattractie-accu’s. Bij deze instelling wordt de maximale absorptiespanning verhoogd tot 2,83 V/cel (34 V voor een 24 V-accu) nadat tijdens absorptieladen de stroom is gedaald tot minder dan 10 % van de ingestelde maximumstroom. Niet instelbaar met DIP switches. Zie ’tubular plate traction battery charge curve’ in VEConfigure. Absorptietijd Deze is afhankelijk van de bulktijd (adaptieve laadkarakteristiek), zodat de accu optimaal wordt opgeladen. Als de ‘vaste’ laadkarakteristiek wordt gekozen, staat de absorptietijd vast. Voor de meeste accu’s is een maximale absorptietijd van 8 uur geschikt. Als voor snellading een extra hoge absorptiespanning is gekozen (kan alleen bij natte open accu’s!), wordt de voorkeur gegeven aan 4 uur. Met DIP switches kan een tijd van acht of vier uur worden ingesteld. Bij de adaptieve laadcurve bepaalt dit de maximale absorptietijd. Opslagspanning, herhaalde absorptietijd, herhaald absorptie-interval Zie hoofdstuk 2. Niet instelbaar met DIP switches.16 Bulkbeveiliging Als deze instelling op ‘on’ staat, wordt de bulklaadtijd beperkt tot max. 10 uur. Een langere laadtijd zou kunnen duiden op een systeemfout (bijvoorbeeld een kortgesloten accucel). Niet instelbaar met DIP switches. AC-ingangsstroomlimiet Dit is de stroomgrensinstelling, waarbij PowerControl en PowerAssist in werking treden. De fabrieksinstelling is 12 A. Zie hoofdstuk 2, het boek ‘Altijd Stroom’ of de vele beschrijvingen van deze unieke functie op onze website www.victronenergy.com. Opmerking: laagst toegestane stroominstelling voor PowerAssist: 2,7 A. (2,7 A per unit in geval van parallel bedrijf) UPS-functie Als deze instelling op ‘on’ staat en de wisselspanning op de ingang wegvalt, schakelt de MultiPlus praktisch zonder onderbreking naar omvormerbedrijf. De MultiPlus kan dan worden gebruikt als Uninterruptible Power Supply (UPS of onderbrekingsvrije voeding) voor gevoelige apparatuur, zoals computers of communicatiesystemen. De uitgangsspanning van sommige kleine aggregaten is te instabiel en te vervormd voor gebruik van deze instelling* - de MultiPlus zou voortdurend omschakelen naar omvormerbedrijf. Daarom kan er voor gekozen worden om deze instelling uit te schakelen. De MultiPlus reageert dan minder snel op afwijkingen in de ingangswisselspanning. Hierdoor wordt de omschakeltijd naar omvormerbedrijf wat langer, maar de meeste apparatuur (de meeste computers, klokken of huishoudelijke apparatuur) ondervindt hier geen hinder van. Advies: UPS-functie uitschakelen als de MultiPlus niet synchroniseert of voortdurend terugschakelt naar omvormerbedrijf. *Over het algemeen kan de UPS-instelling op ‘on’ blijven staan als de MultiPlus is aangesloten op een aggregaat met een ‘synchrone AVR-geregelde wisselstroomdynamo’. De UPS-modus moet misschien op ‘off’ worden gezet als de MultiPlus is aangesloten op een aggregaat met een ‘synchrone condensatorgeregelde wisselstroomdynamo’ of een asynchrone wisselstroomdynamo. Dynamische stroombegrenzer Bedoeld voor aggregaten waarbij de wisselspanning wordt opgewekt met behulp van een statische omvormer (zogenaamde ‘omvormer’-aggregaten). Bij deze generatoren wordt het toerental teruggeregeld als de belasting laag is: dat beperkt lawaai, brandstofverbruik en vervuiling. Nadeel is dat de uitgangsspanning sterk zal zakken of zelfs helemaal wegvalt bij een plotselinge verhoging van de belasting. Meer belasting kan pas geleverd worden nadat de motor op toeren is. Als deze instelling op ‘on’ wordt gezet, zal de MultiPlus beginnen met het leveren van extra vermogen op een laag aggregaatuitgangsvermogen en langzaam meer leveren tot de ingestelde stroomlimiet is bereikt. Hierdoor krijgt de motor van het aggregaat de tijd om op toeren te komen. Deze instelling wordt ook vaak toegepast bij ‘klassieke’ aggregaten die traag reageren op plotselinge belastingvariaties.17 EN NL FR DE ES IT Appendix ZwakkeAC Sterke vervorming van de ingangsspanning kan tot gevolg hebben dat de lader niet of nauwelijks werkt. Als ZwakkeAC wordt ingesteld, accepteert de lader ook een sterk vervormde spanning, ten koste van meer vervorming van de opgenomen stroom. Advies: ZwakkeAC inschakelen als de lader niet of nauwelijks laadt (dit komt overigens zelden voor!). Zet tegelijk ook de ’dynamische stroombegrenzer’ aan en reduceer desnoods de maximale laadstoom om overbelasting van het aggregaat te voorkomen. Niet instelbaar met DIP-switches. BoostFactor Deze instelling alleen wijzigen na overleg met Victron Energy of een door Victron Energy getrainde installateur! Niet instelbaar met DIP-switches. Programmeerbaar relais Het programmeerbare relais is standaard ingesteld als alarmrelais, d.w.z. dat het relais stroomloos wordt in geval van een alarm of een voor-alarm (omvormer bijna te warm, rimpelspanning op de ingang bijna te hoog, accuspanning bijna te laag). Niet instelbaar met DIP switches. Een LED vlakbij de aansluitklemmen zal gaan branden zodra het relais geactiveerd is. VEConfigure Met behulp van de VEConfigure-software kan het relais ook voor andere functies worden geprogrammeerd, bijvoorbeeld voor een aggregaatstartsignaal.
5.3 Configuratie via de pc
Alle instellingen kunnen via een pc worden gewijzigd. Sommige instellingen kunnen gewijzigd worden door middel van DIP switches (zie par. 5.2). Voor het wijzigen van instellingen via de pc heeft u het volgende nodig: - VEConfigureII-software of de betreffende assistent(en): kan gratis worden gedownload van www.victronenergy.com. - Een RJ45 UTP-kabel en de MK2.2b RS-485-naar-RS232-interface. Indien uw computer geen RS232-aansluiting heeft, maar wel USB, heeft u ook een RS232-naar-USB-interfacekabel nodig. Beide zijn verkrijgbaar bij Victron Energy.
5.3.1 VE.Bus Quick Configure Setup
VE.Bus Quick Configure Setup is een softwareprogramma, waarmee één Compact-unit of systemen met maximaal 3 Compact-units (parallel of driefasebedrijf) op eenvoudige wijze geconfigureerd kunnen worden. VEConfigureII maakt deel uit van dit programma. U kunt de software gratis downloaden van www.victronenergy.com. Voor aansluiting op uw computer heeft u een RJ45 UTP-kabel en de MK2.2b RS-485-naar- RS232-interface nodig. Indien uw computer geen RS232-aansluiting heeft, maar wel USB, heeft u ook een RS232- naar-USB-interfacekabel nodig. Beide zijn verkrijgbaar bij Victron Energy.
5.3.2 VE.Bus System Configurator
Voor het configureren van geavanceerde toepassingen en/of systemen met 4 of meer MultiPlus-units moet de software VE.Bus System Configurator worden gebruikt. U kunt de software downloaden van www.victronenergy.com. VEConfigureII maakt deel uit van dit programma. Voor aansluiting op uw computer heeft u een RJ45 UTP-kabel en de MK2.2b RS-485-naar- RS232-interface nodig.18 Indien uw computer geen RS232-aansluiting heeft, maar wel USB, heeft u ook een RS232- naar-USB-interfacekabel nodig. Beide zijn verkrijgbaar bij Victron Energy.
5.4 Configuratie met een VE.Net-paneel
Hiervoor heeft u een VE.Net-paneel en de ‘VE.Net-naar-VE.Bus-omvormer’ nodig. Met VE.Net kunt u alle parameters instellen, met uitzondering van het multifunctionele relais en de VirtualSwitch.
5.5 Configuratie met DIP switches (zie bijlage D)
Sommige instellingen kan gewijzigd worden door middel van DIP switches. Dit gaat als volgt: a) Schakel de MultiPlus Compact in, bij voorkeur zonder belasting en zonder wisselspanning op de ingangen. De MultiPlus Compact werkt dan in omvormerbedrijf. b) Stel de DIP switches in zoals gewenst. c) Sla de instellingen op door DIP switch 8 op ‘on’ en daarna weer op ‘off’ te zetten.
5.5.1. DIP switch 1 en 2
Standaardinstelling: om het product te gebruiken met de schakelaar ‘On/Off/Charger Only’ ds 1: ‘off’ ds 2: ‘on’ De standaardinstelling is vereist bij gebruik van de “On/Off/Charger Only”-schakelaar op het voorpaneel. Deze instelling moet ook worden gebruikt in configuraties met een GX-apparaat of VE.Bus Smart-dongle wanneer er geen extra Digital Multi Control-panel of VE.Bus BMS aangesloten is. Raadpleeg de onderstaande instellingen als er een Digital Multi Control-panel of een VE.Bus BMS is inbegrepen. Instellingen voor bediening op afstand met een Multi Control Panel of een VE.Bus BMS: ds 1: ‘on’ ds 2: ‘off’ Deze instelling is vereist wanneer een Multi Control Panel en/of een VE.Bus BMS is aangesloten. Het Multi Control Panel moet verbonden zijn met één van de twee RJ45-stekkerbussen B, zie bijlage A. Instelling voor afstandsbediening door middel van een 3-wegschakelaar: ds 1: ‘off’ ds 2: ‘off’ Deze instelling is vereist als een 3-wegschakelaar is aangesloten. De 3-wegschakelaar moet aangesloten zijn met klem H, zie bijlage C. Er kan maar één afstandsbediening zijn aangesloten, bijv. een schakelaar of een afstandsbedieningspaneel. In beide gevallen dient de schakelaar op het apparaat zelf op ‘on’ te staan.19 EN NL FR DE ES IT Appendix
5.5.2. DIP switch 3 tot 7
Met deze DIP switches kunnen de volgende instellingen gedaan worden: - Acculaadspanning en absorptietijd - Frequentie omvormer - Zoekmodus - AC-ingangsstroomlimiet 12 A of 6 A ds3-ds4: Laadspanningsinstelling
Accu's met een hoog antimoon gehalte kunnen over het algemeen geladen worden met een lagere absorptiespanning dan accu's met een laag antimoon gehalte. (Zie het boek ‘Elektriciteit aan boord’ op www.victronenergy.com). Vraag bij gebruik van andere typen accu’s aan uw acculeverancier de juiste laadspanningen en laat zonodig de MultiPlus Compact hierop (met behulp van VEConfigure) aanpassen. De laadstroom staat ingesteld op 75 % van nominale laadstroom. Vaak is dit een te hoge laadstroom. De meeste accu’s dienen geladen te worden met een stroom van 0,1 tot 0,2 keer de accucapaciteit. ds5: frequentie omvormer off = 50 Hz on = 60 Hz ds6: Search mode off = uit on = aan ds7: AC-ingangsstroomlimiet off = 12 A on = 4 A Sla de instellingen op door DIP switch 8 op ‘on’ en daarna weer op ‘off’ te zetten. ds3-ds4 Absorptie- spanning Druppel- ladings- spanning Opslag- spanning Absorptie- tijd (uren) Geschikt voor ds3=off ds4=off (fabrieksinstelling) 14,4 28,8 57,6 13,8 27,6 55,2 13,2 26,4 52,8
Buisjesplaat tractie-accu’s of OPzS-accu’s in cyclische modus20
5.5.3 Voorbeeldinstellingen
Voorbeeld 1 is de fabrieksinstelling (omdat fabrieksinstellingen worden ingevoerd via de pc worden alle DIP switches van een nieuw product ingesteld op 'off', behalve de DS-2).
Voorbeeld 1: (fabrieksinstellingen) 1 geen paneel- of afstands- schakelaar aangesloten 2 geen paneel- of afstands- schakelaar aangesloten 3, 4 GEL 14,4 V 5 Frequentie: 50 Hz 6 Search Mode off 7 AC-in-limiet 12 A 8 Opslaginstelling: off→ on→ off
Voorbeeld 2: 1 geen paneel- of afstandsschakelaar aangesloten 2 geen paneel- of afstandsschakelaar aangesloten 3, 4 AGM 14,7 V 5 Frequentie: 50 Hz 6 Search Mode off 7 AC-in-limiet 4 A 8 Opslaginstelling: off→ on→ off
Voorbeeld 3: 1 paneel of afstandsschakelaar aangesloten 2 paneel of afstandsschakelaar aangesloten 3, 4 Buisjesplaat 15 V 5 Frequentie: 60 Hz 6 Search Mode on 7 AC-in-limiet 12 A 8 Opslaginstelling: off→ on→ off Sla de instellingen (DS3-DS7) op door DIP switch 8 van 'off' op 'on' te zetten en daarna weer op ‘off’. Bij acceptatie van de instellingen gaan de LEDs ‘charger’ en ‘alarm’ knipperen.21 EN NL FR DE ES IT Appendix
6. PROBLEEMOPLOSSINGSTABEL – omvormer/lader
Met behulp van onderstaande stappen kunnen de meest voorkomende storingen snel worden opgespoord. Voordat testen met de omvormer en/of acculader worden uitgevoerd dienen de DC- belastingen te worden losgekoppeld van de accu’s en de AC-apparatuur dient te worden losgekoppeld van de omvormer. Neem contact op met uw Victron Energy-dealer als de storing niet kan worden verholpen.
Probleem Oorzaak Oplossing De omvormer werkt niet als deze wordt ingeschakeld De accuspanning is te hoog of te laag Zorg dat de accuspanning binnen de juiste waarde is De omvormer werkt niet Processor staat in uit-modus Ontkoppel de netspanning. Schakel de omvormer uit Wacht 4 seconden Schakel de omvormer weer aan. De LED ‘alarm’ knippert Voor-alarm, alt. 1. De DC- ingangsspanning is laag Laad de accu op of controleer de accu-aansluitingen De LED ‘alarm’ knippert Voor-alarm, alt. 2. De omgevingstemperatuur is te hoog Plaats de omvormer in een koele en goed geventileerde ruimte of verlaag de belasting De LED ‘alarm’ knippert Voor-alarm, alt. 3. De belasting op de omvormer is hoger dan de nominale belasting Verlaag de belasting De LED ‘alarm’ knippert Voor-alarm, alt. 4. Rimpelspanning op DC-ingang overschrijdt 1,25 Vrms Controleer de accukabels en -klemmen. Controleer de accucapaciteit; verhoog deze indien nodig De alarm-LED knippert afwisselend Voor-alarm, alt. 5. Lage accuspanning en te hoge belasting Laad de accu’s op, ontkoppel een deel van de belasting of plaats accu’s met een hogere capaciteit. Gebruik kortere en/of dikkere accukabels De LED ‘alarm’ brandt De omvormer is uitgeschakeld als gevolg van een voor-alarm Zie de tabel voor de juiste maatregelen22 Probleem Oorzaak Oplossing De lader werkt niet De netspanning of -frequentie is buiten het bereik Zorg dat de netspanning tussen 185 VAC en 265 VAC ligt en dat de frequentie overeenkomt met de instelling De thermische contactverbreker is geactiveerd Reset de 16A thermische contactverbreker De accu wordt niet volledig opgeladen
Verkeerde laadstroom Stel de laadstroom in tussen 0,1 en 0,2 keer de accucapaciteit Een slechte accu-aansluiting Controleer de accu-aansluitingen De absorptiespanning is op een verkeerde waarde ingesteld Stel een juiste waarde voor de absorptiespanning in De druppellaadspanning is op een verkeerde waarde ingesteld Stel een juiste waarde in voor de druppellaadspanning. De interne DC-zekering is kapot Omvormer is defect De accu wordt overladen De absorptiespanning is op een verkeerde waarde ingesteld Stel een juiste waarde voor de absorptiespanning in De druppellaadspanning is op een verkeerde waarde ingesteld Stel een juiste waarde in voor de druppellaadspanning Een defecte accu Vervang de accu Een te kleine accu Reduceer de laadstroom of gebruik een accu met een hogere capaciteit De accu is te warm Sluit een temperatuursensor aan De laadstroom van de accu zakt terug naar 0 als de absorptiespanning is bereikt Alt. 1: De accu is oververhit (> 50 °C) - Laat de accu afkoelen - Plaats de accu in een koele omgeving - Controleer of er kortsluiting in de cellen is opgetreden Alt 2: Accutemperatuursensor is defect Koppel de accutemperatuursensor los van de MultiPlus Reset de MultiPlus door deze uit te schakelen en na minstens 4 seconden wachten weer in te schakelen Als de laadfunctie nu weer goed is, is de temperatuursensor defect en moet deze worden vervangen23 EN NL FR DE ES IT Appendix
7.1 Aansluiting van de zonnepanelen
Tot drie sets PV-panelen kunnen met drie sets MC4 (PV-ST01) PV-stekkers worden aangesloten. 7.2. PV-configuratie ● De controller werkt alleen als de PV-spanning de accuspanning (Vaccu) overschrijdt. ● De controller start pas als de PV-spanning Vaccu + 5 V overschrijdt. Daarna bedraagt de minimale PV-spanning Vaccu + 1 V. ● Maximale PV-nullastspanning: 100 V De controller kan voor elke PV-configuratie worden gebruikt die aan de drie bovenstaande voorwaarden voldoet. Bijvoorbeeld: 24 V-accu en mono- of polykristallijne panelen ● Minimaal aantal cellen in serie: 72 (2x 12 V-paneel in serie of 1x 24 V-paneel). ● Maximum: 144 cellen. Opmerking: Bij lage temperatuur kan de nullastspanning van een zonnepaneel met 144 cellen, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden en de celspecificaties, 100 V overschrijden. In dat geval moet het aantal cellen worden verminderd.
7.3 Kabelaansluitvolgorde (zie afbeelding 1)
Ten eerste: sluit de accu aan. Ten tweede: sluit het zonnepaneel aan (bij omgekeerde polariteit warmt de controller op, maar wordt de accu niet opgeladen).
- Bescherm de zonne-energiemodules tegen rechtstreekse lichtinval tijdens de installatie, bijv. door deze te bedekken. ● Raak nooit niet-geïsoleerde kabeluiteinden aan. ● Gebruik alleen geïsoleerd gereedschap.24
8. INSTELLINGEN – de zonne-laadcontroller
Acht voorgeprogrammeerde laadalgoritmes, instelbaar met een draaischakelaar (zie bijlage A): Pos Aanbevolen accutype Absorptie
PzS buisjesplaat-tractieaccu's of OpzS accu's 29,8 27,6
PzS buisjesplaat-tractieaccu's of OpzS accu's 30,2 27,6
PzS buisjesplaat-tractieaccu's of OpzS accu's 30,6 27,6
EN NL FR DE ES IT Appendix Na het wijzigen van de stand van de draaischakelaar gaan de LEDs 4 seconden lang als volgt knipperen: schakelaar- stand LED druppellading LED absorptielading LED bulklading knipper- frequentie
Daarna wordt de normale weergave weer hervat, zoals onderstaand beschreven. Opmerking: de knipperfunctie is alleen ingeschakeld als PV-stroom bij de ingang van de controller beschikbaar is.
Blauwe LED ‘bulklading’: brandt als de accu is aangesloten Gaat uit als de absorptiespanning is bereikt. Blauwe LED ‘absorptielading’: brandt als de absorptiespanning is bereikt. Gaat uit aan het einde van de absorptieperiode. Blauwe led ‘druppellading’: brandt als de zonne-lader is overgeschakeld op druppellading.
8.2 Accu-oplaadinformatie
De laadcontroller begint elke ochtend, zodra de zon begint te schijnen, een nieuwe laadcyclus. De maximale duur van de absorptieperiode wordt bepaald door de accuspanning. Deze wordt net vóór het opstarten van de acculader in de ochtend gemeten: Accuspanning Vb (bij het opstarten) Maximale absorptietijd Vb < 23,8 V 4 u 23,8V < Vb < 24,4 V 2 u 24,4V < Vb < 25,2 V 1 u Vb > 25,2 V 0 u Als de absorptieperiode wordt onderbroken door een wolk of een stroomvretende last, wordt het absorptieproces weer hervat als de absorptiespanning later die dag weer wordt bereikt, tot de absorptieperiode is voltooid. De absorptieperiode eindigt ook als de uitgangsstroom van de zonne-acculader onder minder dan 2 Amp daalt. Niet vanwege het lage vermogen van het zonnepaneel, maar omdat de accu volledig wordt opgeladen (staartstroomuitschakeling). Dit algoritme voorkomt dat de accu als gevolg van dagelijkse absorptielading wordt overladen als het systeem zonder last of met een kleine last wordt gebruikt.26
8.3 Aansluitbaarheid
Meerdere parameters kunnen worden aangepast (VE.Direct naar USB-kabel, ASS030530000, en een computer zijn nodig). Zie het witboek over datacommunicatie op onze website. De vereiste software kan worden gedownload van http://www.victronenergy.nl/support-and-downloads/software/ De laadcontroller kan worden aangesloten op een Color Control-paneel, BPP000300100R, met een VE.Direct naar VE.Direct-kabel.
9. PROBLEEMOPLOSSING – zonne-laadcontroller
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Lader werkt niet Omgekeerde PV- aansluiting Sluit PV juist aan Omgekeerde accu- aansluitingen Niet vervangbare zekering doorgebrand. Retourneer het apparaat naar VE voor reparatie De accu wordt niet volledig opgeladen Slechte accuverbinding Controleer accuverbinding Te hoge kabelverliezen Gebruik kabels met een grotere doorsnede Groot verschil in omgevingstemperatuur tussen lader en accu Zorg ervoor dat de omgevingsomstandigheden voor de lader en de accu gelijk zijn Enkel voor een 24 V- systeem: foute systeemspanning gekozen (12 V i.p.v. 24 V) door de laadcontroller Koppel de PV-installatie en de accu los nadat is gecontroleerd of de accuspanning tenminste >19 V bedraagt en sluit deze opnieuw aan
De accu wordt overladen Een accucel is defect Vervang de accu Groot verschil in omgevingstemperatuur tussen lader en accu (Tomgeving_lad< Tomgeving_acc) Zorg ervoor dat de omgevingsomstandigheden voor de lader en de accu gelijk zijn
Dit product heeft geen specifiek onderhoud nodig. Het volstaat om alle verbindingen eenmaal per jaar te controleren. Voorkom dat de MultiPlus Compact vochtig wordt en houd het apparaat schoon.27 EN NL FR DE ES IT Appendix
Omschakelaar 16 A OMVORMER Ingangsspanningsbereik 9,5 – 17 V 19 – 33 V Uitgang ‘zware gebruikers’ AC 0 16 A Uitgang AC1, 2, 3 Uitgangsspanning: 230 VAC ± 2 % Frequentie: 50 Hz ± 0,1 % (1) Cont. uitgangsvermogen bij 25 °C (3) 1600 VA / 1300 W Cont. uitgangsvermogen bij 40 °C 1200 W Piekvermogen 3000 W Max. rendement 92 % 94 % Nullastvermogen 8 W 10 W Nullastvermogen in zoekmodus 2 W 3 W LADER
1) Kan worden ingesteld op 60 Hz en op 240 V
a. Kortsluiting b. Overbelasting c. Accuspanning te hoog d. Accuspanning te laag e. Temperatuur te hoog f. 230 VAC op omvormeruitgang g. Ingangsspanning met een te hoge rimpel
3) Niet lineaire belasting, topfactor 3:1
4) Bij 25 °C omgevingstemperatuur
5) Programmeerbaar relais dat kan worden ingesteld als algemeen alarmrelais, onderspanningsalarm of
startsignaal voor een aggregaat 6a) Als er meer PV-vermogen wordt aangesloten, beperkt de controller het ingangsvermogen tot 720 W resp. 1440 W. 6b) De controller start pas als de PV-spanning Vaccu + 5 V overschrijdt. Daarna bedraagt de minimale PV-spanning Vaccu + 1 V. Algemeen Bedrijfstemp.bereik -20 tot +50 °C (ventilatorkoeling) Vochtigheidsgraad (geen condensvorming): max 95 % BEHUIZING
Voertuigrichtlijn 2004/104/EG1 EN NL FR DE ES IT Appendix
9) Draaischakelaar voor laadalgoritmes
Female GST 18 connector “AC-In” Vrouwelijke GST 18-aansluiting “AC-In” Male GST 18 connector “AC-In” Mannelijke GST 18-aansluiting “AC-In” MC4 “-“ MC4 “-“ MC4 “+” MC4 “+”
SimpelGids