F14 - Fietsendrager Uebler - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis F14 Uebler in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over F14 Uebler
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fietsendrager in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding F14 - Uebler en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. F14 van het merk Uebler.
GEBRUIKSAANWIJZING F14 Uebler
Fietsendrager voor trekhaak Pagina 41
Beste klant, Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van een fietsdrager van UEBLER. De in deze montage- en gebruiksaanwijzing vermelde werkzaamheden en veiligheidsvoorschriften moeten in acht worden genomen. Voor schade als gevolg van niet-inachtneming zijn wij niet aansprakelijk. ECE-goedkeuringsnummer E24*26R03/03*0098*01 Inhoud van de levering Inhoud van de levering Onderdeelnummer Fietsdrager Uebler F14 voor 1 fietsArtikelnr. 15940 (wagen met stuur links)Artikelnr. 15941 (wagen met stuur rechts)Fietsdrager Uebler F24 voor 2 fietsenArtikelnr. 15950 (wagen met stuur links)Artikelnr. 15951 (wagen met stuur rechts)Fietsdrager Uebler F34 voor 3 fietsenArtikelnr. 15960 (wagen met stuur links)Artikelnr. 15961 (wagen met stuur rechts) Fietsdrager Let op Beschreven en weergegeven worden de montage en bediening van de fietsdrager Uebler F24. Voor de fietsdragers Uebler F14 en Uebler F34 moet overeenkomstig te werk worden gegaan.AanduidingF14 F24 F34Aantal stuksAantal stuksAantal stuks1 Fietsdrager 1 1 12 Houder 1e fiets 1 1 13 Houder 2e fiets – 1 1
M+P-25A-0229 4 Houder 3e fiets – – 15 Sleutel 2 3 4 Let op Wijzigingen in de inhoud van de levering voorbehouden.Reparaties of vervanging van onderdelen door een vakbedrijf laten uitvoeren. Uebler raadt om veiligheidsredenen aan alleen de bij uw dealer verkrijgbare originele reserveonderdelen te gebruiken. Let op De houders (2), (3) en (4) liggen los in het geleverde pakket en zijn niet voorgemonteerd. De sleutels (5) steken in het slot van de houders (2), (3) en (4) en in het slot van de borghendel (11).Aanduiding6 Draagframe7 Snelkoppeling8 Draagrails9 Achterlichten10 Opname trekhaak11 Borghendel voor opname trekhaak12 Stekker13 KentekenplaathouderAanduidingF14 F24 F34Aantal stuksAantal stuksAantal stuks
1. Deksel van de tas
2. De borghendel (11) indrukken, zodat de opname (10) uitklapt.
3. Fietsdrager (1) verticaal houden en met de opname (10)
op de kogelkop van de trekhaak (19) schuiven.
4. Fietsdrager (1) omlaag klappen tot de borghendel (11)
hoorbaar vergrendelt. De rode markering op de borghendel (11) mag niet meer zichtbaar zijn.
5. Controleren of de fietsdrager (1) parallel aan de bumper
en ongeveer parallel aan de ondergrond is. Door schudden controleren of de fietsdrager (1) goed vastzit. Indien nodig de fietsdrager (1) verwijderen en opnieuw monteren.
6. Tas (18) van de fietsdrager (1) trekken.
Eigen gewicht Uebler F14, voor max. 1 fiets ca. 9,9 kg Uebler F24, voor max. 2 fietsen ca. 12 kg Uebler F34, voor max. 3 fietsen ca. 14,5 kg Maximaal laadvermogen Uebler F14, vanaf D-waarde
1. zie typeplaatje op de trekhaak
30 kg Uebler F24, vanaf D-waarde
5,3 kN - Bij kogeldruk min. 50 kg 38 kg Uebler F24, vanaf D-waarde
6,7 kN - Bij kogeldruk min. 50 kg - Bij kogeldruk min. 75 kg 38 kg 60 kg Uebler F34, vanaf D-waarde
Uebler F34, vanaf D-waarde
6,7 kN - Bij kogeldruk min. 50 kg - Bij kogeldruk min. 75 kg 35,5 kg 54 kg Stroomvoorziening Uebler F14, voor max. 1 fiets 13-polig, 12 V Uebler F24, voor max. 2 fietsen 13-polig, 12 V Uebler F34, voor max. 3 fietsen 13-polig, 12 V Maximale buisdiameter van het fietsframe Ronde buis 75 mm Ovale buis 75x45 mm Voorzichtig De trekhaak moet geschikt zijn voor de montage van een fietsdrager:
- Materiaal van de trekhaak minstens St 52-3 (zie typeplaatje op de trekhaak) Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor uzelf en andere personen verwonden of een ongeluk veroorzaken. De kogelkop moet voor de montage worden gereinigd en ontvet. Voorzichtig Door de gewijzigde voertuigmaten (breedte, hoogte, diepte) tijdens het gebruik van de fietsdrager kan het niet in acht nemen van deze voertuigmaten persoonlijk letsel en/of materiële schade tot gevolg hebben. Bij afslagen en doorgangen de gewijzigde voertuigmaten in acht nemen. Voorzichtig achteruitrijden. Voorzichtig De verlichtingsinstallatie voor elke rit controleren op een goede werking, anders kunnen er ongevallen gebeuren.
1. Tas optioneel verkrijgbaar (voor fietsdrager Uebler F24
artikelnr. 19840, voor fietsdrager Uebler F34 artikelnr. 19850)
7. Fietsdrager (1) met de sleutel (5) vergrendelen en sleutel (5)
8. Stekker (12) aansluiten op de wagen en met de klok
zetten (pijl II) en snelkoppeling (7) sluiten (pijl III).
12. Kentekenplaat (23) van schuin onder achter de
kentekenplaathouder (13) schuiven. Houder (22) omlaag drukken, kentekenplaat (23) erachter drukken. Houder (22) loslaten, zodat de kentekenplaat (23) vastklemt.
13. Controleren of de kentekenplaat (23) goed vastzit.
M+P-25A-0232 Voorzichtig Draagrails (8) niet aan de achterlichten (9) openklappen, anders kan er schade ontstaan. Let op Voor het aanbrengen van hogere kentekenplaten de stopper (24) naar achteren duwen en de kentekenplaat volledig in de kentekenplaathouder (13) schuiven. Let op De kentekenplaat op de fietsdrager moet overeenkomen met de wettelijke kentekenplaat van de wagen en goed leesbaar zijn.
1. Draagrails (8) in pijlrichting (pijl I, dan pijl II) inklappen.
2. Snelkoppeling (7) openen, draagframe (6) in pijlrichting (pijl III)
inklappen en snelkoppeling (7) sluiten.
3. Stekker (12) uit het stopcontact (20) draaien en in
van de draagrail (8) plaatsen.
4. Fietsdrager (1) met de sleutel (5) openen.
5. Tas (18) op de fietsdrager (1) schuiven.
6. Borghendel (11) indrukken en fietsdrager (1) verticaal
omhoog zetten (pijl IV).
7. Fietsdrager (1) naar achteren van de kogelkop van
de trekhaak (19) trekken.
8. Fietsdrager (1) met de opname (10) op de grond zetten
en zo de opname (10) sluiten.
9. Deksel van de tas (18) sluiten.
Fietsen monteren/demonteren Voorzichtig Draagrails (8) niet aan de achterlichten (9) inklappen, anders kan er schade ontstaan. Let op Snelkoppeling (7) en draagframe (6) moeten regelmatig of in geval van verontreiniging/stroefheid met zeepsop worden gereinigd.
2. Niet bij fietsdrager Uebler F14
Voorzichtig De fietsdrager voor de trekhaak mag uitsluitend voor het transport van fietsen worden gebruikt. Er mogen alleen fietsen met een gewicht van elk max. 30 kg op de fietsdrager worden getransporteerd. Hierbij mogen het maximaal toegestane laadvermogen van de fietsdrager, de kogeldruk van de trekhaak alsmede het toegestane totale gewicht van de wagen en de maximaal toegestane asbelasting van de wagen (zie instructieboekje van de wagen) in geen geval worden overschreden. Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor persoonlijk letsel en/of een ongeluk veroorzaken. Voorzichtig Voor de montage kinderzitjes en alle losse onderdelen, bijv. drinkflessen, zadeltassen, accu’s van e-bikes enz., van de fietsen verwijderen en opbergen. De fietsen moeten zo gelijkmatig mogelijk en met laag zwaartepunt op de fietsdrager worden bevestigd en elk met een houder aan het fietsframe en spanriemen aan de voor- en achterwielen worden beveiligd tegen vallen. Door niet-inachtneming kunnen de fietsen tijdens het rijden van het voertuig losraken en bij andere verkeersdeelnemers tot een ongeval en hieruit volgend letsel en materiële schade leiden. Voorzichtig Door wegglijden/kantelen bestaat gevaar voor letsel. Beveilig de fietsen tegen wegglijden/kantelen. Voer de montage en de demontage van de fietsen samen met een tweede persoon uit. Voorzichtig Afhankelijk van het voertuigtype kan de fietsdrager met de fietsen te dicht bij het uitlaatsysteem van de wagen zijn gepo- sitioneerd. Door de hete uitlaatpijp en/of de hete uitlaatgassen kunnen de fietsdrager en/of de fietsen beschadigd raken. In dit geval mag de fietsdrager niet worden gebruikt. Raadpleeg voor het transport van fietsen met carbondelen de fabrikant/dealer of deze fietsen geschikt zijn voor transport op de fietsdrager.- 45 - Indeling van de fietsen Neem de indeling van de fietsen in de rijrichting (pijl), zoals hier weergegeven, in acht. Eerste fiets monteren
1. Houder (2) uit de verpakking nemen en voorbereiden
voor montage van de fiets.
2. Draaigreep (27) met sleutel (5) ontgrendelen.
3. Klem (28) met draaigreep (27) openschroeven tot de klem (28)
4. Klem (28) samendrukken en vasthouden. De klem (29)
5. De geopende klem (29) om het draagframe plaatsen en
door loslaten van klem (28) om het draagframe sluiten.
6. Spanner (31) indrukken (pijl II) en de spanriem (26)
eruit trekken. Let op Zware fietsen dichtbij het voertuig en lichte fietsen (bijv. kinderfietsen) verder achter op de fietsdrager monteren. De eerste fiets met de tandkrans richting de wagen monteren. M+P-25A-0155
M+P-25A-0236 Voorzichtig Houder (2) uitsluitend aan het fietsframe bevestigen, omdat andere onderdelen van de fiets beschadigd kunnen raken. Er mogen geen onderdelen, bijvoorbeeld versnellings- en remkabels, worden ingeklemd. Defecte houders moeten onmiddellijk worden vervangen.
7. Fiets op de draagrails zetten en met klem (28) van houder (2)
op het fietsframe positioneren. Fiets borgen tegen kantelen.
8. Klem (28) op het fietsframe met draaigreep (27)
9. Houder (2) met sleutel (5) vergrendelen en sleutel (5)
10. Spanriem (26) in het midden tussen twee spaken steken,
Tweede fiets monteren De montage van de tweede fiets wordt op dezelfde wijze als de eerste fiets uitgevoerd. De tweede fiets moet in tegenovergestelde richting worden bevestigd. De tweede fiets wordt met de lange houder (3) bevestigd. Derde fiets monteren De montage van de derde fiets wordt op dezelfde wijze als de eerste fiets uitgevoerd. De fietsen moeten steeds in tegenovergestelde richting worden bevestigd. De derde fiets wordt met de extra houder (4) aan de tweede fiets bevestigd. Voorzichtig De spanriemen (26) niet te strak spannen, omdat anders de banden of velgen beschadigd kunnen raken. Let op De schroeven van de houder moeten regelmatig worden gereinigd en gesmeerd, zodat de draaigrepen niet vastroesten.
M+P-25A-0237 Voorzichtig Houder (3) uitsluitend aan het fietsframe bevestigen, omdat andere onderdelen van de fiets beschadigd kunnen raken. Er mogen geen onderdelen, bijvoorbeeld versnellings- en remkabels, worden ingeklemd. Defecte houders moeten onmiddellijk worden vervangen. Voorzichtig Houder (4) uitsluitend aan het fietsframe bevestigen, omdat andere onderdelen van de fiets beschadigd kunnen raken. Er mogen geen onderdelen, bijvoorbeeld versnellings- en remkabels, worden ingeklemd. Defecte houders moeten onmiddellijk worden vervangen.
M+P-25A-0217- 47 - Fietsen demonteren De demontage van de fietsen en het losmaken van de houders (4), (3) en (2) wordt in omgekeerde volgorde uitgevoerd. Voorbereiding voor de rit Als de fietsdrager niet compleet beladen is, moeten:
- niet-benodigde houders van het draagframe worden verwijderd en veilig in de kofferbak worden opgeborgen
- alle sleutels worden uitgetrokken en opgeborgen.
- de spanriemen van alle draagrails gesloten zijn. Lampen vervangen
1. Schroeven (21) eruit draaien. Vergrendelingen (35) indrukken
Voorzichtig Alle schroefverbindingen en bevestigingen van de fietsdrager en de fietsen moeten na elke montage, voor elke rit en ook tijdens een langere rit op goede bevestiging worden gecontroleerd en eventueel worden vastgedraaid. Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor persoonlijk letsel en/of een ongeluk veroorzaken. Deze controle moet, afhankelijk van de toestand van de weg, regelmatig worden herhaald. Voorzichtig De verlichtingsinstallatie voor elke rit controleren op een goede werking, anders kunnen er ongevallen gebeuren. Let op De kentekenplaat en de verlichtingsinstallatie van de fietsdrager mogen niet bedekt zijn. Voorzichtig Om de lampen te vervangen, moet het contact van de wagen uitgeschakeld zijn en de stekker voor de verlichtingsinstallatie uit het stopcontact van de trekhaak zijn getrokken. Niet-inachtneming kan leiden tot kortsluiting of materiële schade. Bij onduidelijkheden moeten de lampen door een specialist worden vervangen. Let op Het vervangen van de lampen wordt aan de hand van het linker achterlicht van de fietsdrager beschreven en weergegeven. Voor het rechter achterlicht moet op dezelfde wijze te werk worden gegaan. Let op Bij bestelling van een nieuwe gloeilamp moet de desbetreffende gloeilamp (14, 15, 16, 17) worden vermeld. Aanduiding Reserveond erdeelnr. 14 Knipperlicht
1. De gloeilamp is in de handel verkrijgbaar.
E1687 15 Kentekenplaatverlichting
bij linker achterlicht BL PR21W 12 V rood E1687 Achteruitrijlamp
bij rechter achterlicht BL P21W 12 V wit E1687 17 Rem/achterlicht
M+P-25A-0239- 48 - en achterlicht (9) voorzichtig naar boven tillen.
2. Met de kabel (44) van het achterlicht (9) voorzichtig
de afdekking (37) optillen en in pijlrichting eruit trekken.
3. Achterlicht (9) volledig uit de houder (36) nemen.
4. Schroeven (38) losdraaien en transparant plaatje (39)
90° linksom draaien en eruit trekken.
6. Gloeilamp (15) uit de fitting (41) trekken.
7. Nieuwe gloeilamp (14) licht in de fitting (40) drukken en 90°
rechtsom draaien. Vereiste gloeilampen, zie pagina 47.
8. Transparant plaatje (39) weer stevig vastdraaien met
9. Achterlicht (9) in de houder (36) schuiven zonder
10. Kabel (44) in de kabelgeleiding van de houder (36) plaatsen.
11. Lange lus van de deksel (37) in de draagrail steken
en deksel (37) volledig in de houder (36) plaatsen.
12. Achterlicht (9) volledig in de houder (36) schuiven tot
de vergrendelingen (35) hoorbaar vastklikken en met schroeven (21) borgen. Let op Nieuwe gloeilampen alleen met een schone doek aanraken en in de fitting (40, 41) plaatsen.
M+P-25A-0240- 49 - Algemene veiligheidsaanwijzingen De bestuurder is ervoor verantwoordelijk dat zicht en akoestische waarneming niet door de lading of de toestand van de wagen worden beperkt. Hij moet ervoor zorgen dat de wagen en de lading voldoen aan de voorschriften en dat de verkeersveiligheid van de wagen door de lading niet nadelig wordt beïnvloed. Voorgeschreven verlichting en verlichtingsinstallaties moeten ook overdag aanwezig en functioneel zijn. Deze montage- en gebruiksaanwijzing bevat de algemene toelating van de fietsdrager voor trekhaken en moet altijd in de wagen worden bewaard. Neem de desbetreffende wettelijke bepalingen voor het gebruik van fietsdragers in het land van gebruik in acht. Voorzichtig De in deze montage- en gebruiksaanwijzing vermelde werkzaamheden en veiligheidsvoorschriften moeten in acht worden genomen. De fietsdrager voor de trekhaak is uitsluitend geschikt voor het transport van fietsen. De fietsdrager is niet geschikt voor gebruik op ruw terrein. Alle schroefverbindingen en bevestigingen van de fietsdrager en de fietsen moeten na elke montage, voor elke rit en ook tijdens een langere rit op goede bevestiging worden gecontroleerd en eventueel worden vastgedraaid. Deze controle moet afhankelijk van de toestand van de weg regelmatig worden herhaald. Tijdens het rijden moet de bestuurder door kijken in de achteruitkijkspiegel de fietsdrager en de fietsen controleren op eventuele verschuivingen/verplaatsingen. Bij veranderingen met verlaagde snelheid naar de volgende stopmogelijkheid rijden en schroefverbindingen en bevestigingen van fietsdrager en fietsen vastdraaien. Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor persoonlijk letsel en/of een ongeluk veroorzaken. Voorzichtig Beweeglijke delen, zoals de schroeven van de houder en de snelkoppeling, moeten regelmatig worden gereinigd en gesmeerd, zodat de draaigrepen niet vastroesten. Geen smeermiddelen op de voorgemonteerde schroefverbindingen gebruiken. De schroefverbindingen kunnen hierdoor vanzelf losraken; de fietsdrager kan samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor uzelf en andere personen verwonden en/of een ongeluk veroorzaken. Voorzichtig Als de lading (de fietsen) meer dan 40 cm over de buitenste rand van het lichtstraalvlak van de stads- en achterlichten van de fietsdrager uitsteekt, moet dit kenbaar worden gemaakt: aan de zijkant maximaal 40 cm van de rand en maximaal 150 cm boven de weg, naar voren door een lamp met wit licht, naar achter door een lamp met rood licht. Tijdens het transport van de fietsen de aan de zijkant uitstekende wielen extra kenbaar maken. Bij nachtelijke ritten de achterlichten en reflectors van de fietsen afdekken om te voorkomen dat een verkeerde waarneming van de verlichting van het voertuig andere verkeersdeelnemers hindert of verwart. Niet-inachtneming kan leiden tot ongevallen. Voorzichtig Voor de rit moet de werking van de verlichtingsinstallatie worden gecontroleerd. Bij ingeschakeld mistachterlicht van de fietsdrager moet het mistachterlicht van de wagen uitgeschakeld zijn; ze mogen niet tegelijkertijd branden. Bij voertuigmodellen die na 01-10-1998 zijn toegelaten, mag de aangebouwde fietsdrager of de lading (de fietsen) het derde remlicht van het voertuig niet afdekken. Het derde remlicht van het voertuig moet zichtbaar zijn: rechts en links (met betrekking tot de lengteas van de wagen) in een horizontale hoek van 10°, naar boven (met betrekking tot de lamprand) in een verticale hoek van 10° en naar beneden (met betrekking tot de lampon- derzijde) in een verticale hoek van 5°. Indien deze waarden niet worden aangehouden, moet een ‘derde’ reserveremlicht worden gebruikt. Niet-inachtneming kan leiden tot ongevallen. Voorzichtig De montage van de fietsdrager en de fietsen leidt tot veranderde rij- en remeigenschappen en gevoeligheid voor zijwind van de wagen. De maximale snelheid van 130 km/u mag niet worden overschreden. De fietsen niet met zeilen, beschermingsdoeken e.d. bedekken; hierdoor worden de ligging in de wind en de rijeigenschappen aanzienlijk beïnvloed. Zware lading in de kofferbak zo ver mogelijk naar voren schuiven om het zwaartepunt niet te veel naar achteren te laten verschuiven. Pas het rijgedrag altijd aan de weg-, verkeers- en weersom- standigheden aan en rij extra voorzichtig als de fietsdrager beladen is. Door niet-inachtneming kan de fietsdrager samen met de gemonteerde fietsen van de wagen losraken en daardoor persoonlijk letsel en/of een ongeluk veroorzaken. Voorzichtig Als de wagen is uitgerust met een elektrische achterklep, moet bij de montage van de fietsdrager op voldoende vrije ruimte worden gelet. Indien mogelijk moet de elektrische achterklep worden gedeactiveerd en handmatig worden bediend. Demonteer de fietsdrager alvorens de autowasstraat in te rijden. Anders kunnen de fietsdrager, de wagen en/of de autowasstraat beschadigd raken.- 50 - Aanwijzingen m.b.t. afvoer Voer de componenten, het toebehoren en de verpakking op milieuvriendelijke wijze af. Gooi lampen niet bij het huisvuil of restafval. Conform de Europese norm 2012/19/EU moeten in onbruik geraakte elektrische apparaten gescheiden worden ingezameld en op milieuvriendelijke wijze worden gerecycled. Verwijder de lampen van de fietsdrager en geef de niet meer bruikbare componenten af bij een geschikt inzamelpunt. Vraag uw dealer om informatie.- 51 -
SimpelGids