MAKITA DFT129F - Schroevendraaier

DFT129F - Schroevendraaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DFT129F MAKITA in PDF-formaat.

📄 124 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DFT129F - page 52
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DFT129F

Categorie : Schroevendraaier

Download de handleiding voor uw Schroevendraaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DFT129F - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DFT129F van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DFT129F MAKITA

Accuschroefmachine GEBRUIKSAANWIJZING 52

Bedrijfstemperatuurbereik 0 °C - 40 °CAfmetingen (l x b x h) met accu BL1815N 206 mm x 75 mm x 247 mmmet accu BL1860B 206 mm x 75 mm x 263 mmNominale spanning 18 V gelijkspanningNettogewicht 1,4 - 1,8 kgGeschikte USB-kabel 661432-2

  • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
  • Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste com- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel.
  • Het aandraaikoppel en nullasttoerental (tpm) kunnen worden geregeld met software bedoeld voor dit gereedschap. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC
  • Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld voor het vastdraaien van schroeven in hout, metaal en kunststof. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-2-2: Model DFT060T Geluidsdrukniveau (L

): 70 dB (A) of lager Onzekerheid (K): 3 dB(A) Het geluidsniveau kan tijdens gebruik hoger worden dan 80 dB (A). OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkom- standigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedu- rende welke het gereedschap is uitgeschakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-2-2: Model DFT060T Gebruikstoepassing: schroeven aandraaien zonder slagwerking Trillingsemissie (a

of lager Onzekerheid (K): 1,5 m/s 253 NEDERLANDS Model DFT120T Gebruikstoepassing: schroeven aandraaien zonder slagwerking Trillingsemissie (a

OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder- staande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accuschroefmachine

1. Houd elektrisch gereedschap alleen vast aan

de geïsoleerde handgrepen, wanneer u werkt op plaatsen waar het bevestigingsmateriaal met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Als een draad die onder stroom staat wordt beschadigd, kunnen de metalen delen van het gereedschap ook onder stroom komen te staan en kunt u een gevaarlijke elektrische schok krijgen.

2. Zorg ook altijd dat u stevig op een solide

bodem staat. Controleer dat er niemand onder u staat wan- neer u het gereedschap op een hoge plaats gebruikt.

3. Houd het gereedschap stevig vast.

4. Houd uw handen uit de buurt van draaiende

5. Raak direct na uw werk het bit of het werkstuk

niet aan; ze kunnen erg heet zijn en u zou zich kunnen branden.

6. Zet het werkstuk altijd vast in een bankschroef

of soortgelijke klemvoorziening.

7. Verzeker u ervan dat er geen elektriciteitska-

bels, waterleidingen, gasleidingen, enz. zijn die een gevaarlijke situatie zouden kunnen veroorzaken als ze worden beschadigd door het gebruik van dit gereedschap. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref- fende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstige verwondingen. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.54 NEDERLANDS

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke handelingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aan

zien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getranspor- teerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijkesto󰀨enteraadplegen.Houdutevensaan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereedschap- pen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschap- pen, kan dat leiden tot brand, buitensporige warmteont- wikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

Raak de aansluitpunten van het gereedschap niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waardoor brand- wonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt. ►Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap. Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld.55 NEDERLANDS LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes ►Fig.2: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedu- rende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampje knippert wanneer het accubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Gereedschap-/accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto- matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Wanneer het gereedschap/de accu wordt bediend op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch. Wanneer dat gebeurt, schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap oververhit raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap/de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in deze situatie het gereedschap/de accu afkoelen voordat u het gereed- schap weer inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schap automatisch. In dit het geval verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. Beveiliging tegen andere oorzaken Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die het gereedschap kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat het gereedschap automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te he󰀨en,wanneerhetgereedschaptijdelijkisonderbro- ken of tijdens het gebruik is gestopt.

1. Schakel het gereedschap uit en schakel het

daarna weer in om het opnieuw te starten.

2. Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een)

3. Laat het gereedschap en de accu('s) afkoelen.

Als geen verbetering optreedt nadat het beveiligings- systeem is gereset, neemt u contact op met uw lokale Makita-servicecentrum. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controle- ren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. Knijp de trekkerschakelaar in om het gereedschap te starten. Laat de trekkerschakelaar los om het gereed- schap te stoppen. ►Fig.3: 1. Trekkerschakelaar OPMERKING: Het gereedschap stopt automatisch tijdelijk om bedieningslogboeken op te slaan nadat het bevestigen is voltooid. De lamp op de voorkant gebruiken LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. Knijp de trekkerschakelaar in om de lamp in te schake- len. De lamp blijft branden zo lang de trekkerschakelaar wordt ingeknepen. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten, gaat de lamp uit. ►Fig.4: 1. Lamp OPMERKING: De vooraf ingestelde instellingen voor de lamp kunnen worden aangepast in de voorkeuren van de software. Voor gedetailleerde informatie raad- pleegt u de gebruiksaanwijzing die werd geleverd bij de software bedoeld voor dit gereedschap. OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt.56 NEDERLANDS Het display inschakelen Knijp de trekkerschakelaar in om het display in te scha- kelen. Het display blijft ingeschakeld zo lang de trekker- schakelaar ingeknepen wordt gehouden. Het display gaat ongeveer 60 seconden nadat u de trekkerschake- laar hebt losgelaten weer uit. ►Fig.5: 1. Display OPMERKING: De standaardinstellingen kunnen worden aangepast in de voorkeuren van de soft- ware. Voor gedetailleerde informatie raadpleegt u de gebruiksaanwijzing die werd geleverd bij de software bedoeld voor dit gereedschap. OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van het display af te vegen. Wees voorzichtig dat u het display niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. De omkeerschakelaar bedienen LET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te starten. LET OP: Verander de stand van de omkeer- schakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de draairichting verandert terwijl het gereedschap nog draait, kan het gereedschap beschadigd raken. LET OP: Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerscha- kelaar in vanaf kant A voor de draairichting rechtsom, of vanaf kant B voor de draairichting linksom. Wanneer de omkeerschakelaar in de neutrale stand staat, kan de trekkerschakelaar niet worden ingeknepen. ►Fig.6: 1. Omkeerschakelaar Elektrische rem Dit gereedschap is voorzien van een elektrische rem. Als het gereedschap continu niet snel stilstaat nadat de trekkerschakelaar is losgelaten, laat u het gereedschap onderhouden door een Makita-servicecentrum. OPMERKING: Een elektrische remfunctie kan wor- den ingeschakeld en uitgeschakeld in de voorkeuren van de software. Voor gedetailleerde informatie raad- pleegt u de gebruiksaanwijzing die werd geleverd bij de software bedoeld voor dit gereedschap.57 NEDERLANDS LED-indicator/zoemer De LED-indicators en zoemer zijn ingeschakeld wanneer het gereedschap werkt onder de volgende gebruiks- omstandigheden en attenderen u op de status en de huidig geleverde prestaties van het gereedschap op het bedieningspaneel. ►Fig.7: 1. LED-indicator A (in de kleuren groen, rood, blauw en geel) 2. LED-indicator B (in de kleur blauw) (* wordt niet als indicator gebruikt op dit model) 3. Foutcode 4. Symbool van de status Foutcode en symbool van de sta- tus op het display Prestaties en functie van het gereedschap Status van het gereedschap Status van de LED-indicators/ zoemer Te nemen maatregel LED-indicators Zoemer - Werkingscontrole voor indicators en zoemer Het gereedschap begint de werking van de indicators en zoemer te controleren kort nadat de accu is aangebracht. De LED-indicator brandt kort in de volgorde groen, rood en blauw, waarna de lamp op de voorkant gaat branden. Een serie zeer korte pieptonen

E00 Beveiliging tegen onbedoeld starten Het gereedschap stopt om onbedoeld starten te voorko- men wanneer de accu wordt aangebracht terwijl de trekker- schakelaar is ingeknepen. De LED-indicator knippert beur- telings rood en groen. Een serie korte pieptonen Laat de trekkerscha- kelaar los. E01 Automatisch stoppen De acculading is laag en het is tijd om de accu te vervangen. De LED-indicator knippert beurtelings rood en groen. Een serie korte pieptonen Vervang de accu door een volledig opgeladen accu. E02 Anti-reset van controller De accuspanning daalt om een of andere reden abnormaal en het gereedschap stopt automatisch. De LED-indicator knippert beur- telings rood en groen. Een serie korte pieptonen Vervang de accu door een volledig opgeladen accu. E03 Automatisch stoppen wegens lage reste- rende acculading De acculading is bijna opge- bruikt en het gereedschap stopt automatisch. De LED-indicator brandt rood. Een lange pieptoon Vervang de accu door een volledig opgeladen accu. E04 Overbelastingsbeveiliging Het gereedschap stopt auto- matisch om te beschermen tegen een continu te hoge stroomsterkte. De LED-indicator knippert beur- telings rood en groen. Een serie korte pieptonen Hef de oorzaak van de overbelasting op en start het gereed- schap opnieuw. Als geen verbetering optreedt, vraagt u uw plaatselijke Makita- servicecentrum het gereedschap te repareren. E05 Oververhittingsbeveiliging De motor of controller genereert buitensporige warmte en het gereedschap stopt automatisch om het te beschermen tegen schade. De LED-indicator knippert kort rood. Een serie korte pieptonen Verwijder onmiddel- lijk de accu en laat het gereedschap afkoelen. E06 Motorblokkering De motor is geblokkeerd en het gereedschap stopt automatisch de werking van de motor. De LED-indicator knippert beur- telings rood en groen. Een serie korte pieptonen Laat de trekkerscha- kelaar los en knijp hem opnieuw in. E07 Detectie motor- of controllerstoring Er is een storing gedetecteerd in de motor en het gereedschap stopt automatisch de werking van de motor. De LED-indicator knippert beur- telings rood en groen. Een serie korte pieptonen Vraag uw plaat- selijke Makita- servicecentrum het gereedschap te repareren. E09 Detectie koppelsensorstoring De koppelsensor kan niet goed worden bewaakt om een aantal technische redenen, waaronder een draadbreuk. De LED-indicator knippert beur- telings rood en groen. Een serie korte pieptonen Verwijder de accu en laat het gereedschap afkoelen. Als de indicator blijft branden, neemt u contact op met uw plaatselijke Makita-servicecentrum voor reparatie. - Automatisch stoppen na voltooien van bevestiging Het gereedschap stopt automa- tisch de werking van de motor nadat de vooraf ingestelde bevestigingsstappen zijn voltooid. De LED-indicator brandt groen gedurende ongeveer één seconde. - -58 NEDERLANDS Foutcode en symbool van de sta- tus op het display Prestaties en functie van het gereedschap Status van het gereedschap Status van de LED-indicators/ zoemer Te nemen maatregel LED-indicators Zoemer - Waarschuwing wegens onvoldoende bevestiging Het gereedschap waarschuwt wegens onvoldoende beves- tiging onder de volgende gebruiksomstandigheden. (1): De trekkerschakelaar is losgelaten voordat het vooraf ingestelde aandraaikoppel is bereikt. (2): Het gereedschap stopt automatisch na het vaststellen van bevestigingsfouten. (1): De LED- indicator brandt rood gedurende ongeveer twee seconden. (2): De LED- indicator knippert beurtelings geel en rood gedu- rende ongeveer twee seconden. Een lange pieptoon Draai de schroef opnieuw aan. Wachttijd tussen twee vooraf ingestelde bevestigingsstappen Het gereedschap doet niets nadat één van de vooraf inge- stelde bevestigingsstappen is voltooid, wachtend op de volgende vooraf ingestelde bevestigingsstap.

  • Een symbool van de status ( ) knippert op het display. De LED-indicator brandt groen.

- Waarschuwing wegens lage accuspanning De accuspanning wordt laag en de accu moet worden opge- laden of vervangen door een volledig opgeladen accu. De LED-indicator knippert lang- zaam rood. Een serie lange pieptonen Vervang de accu door een volledig opgeladen accu. - Waarschuwing wegens een fout in de warmtedetectie van de motor De motortemperatuur kan niet goed worden bewaakt om een aantal technische redenen, waaronder een draadbreuk. De LED-indicator knippert kort rood. Een serie korte pieptonen Verwijder de accu en laat het gereed- schap afkoelen. Als de indicator blijft branden, neemt u contact op met uw plaatselijke Makita- servicecentrum voor reparatie. Kennisgeving voor onderhoud De kennisgeving voor onder- houd wordt gegeven voor een optimale operationele betrouw- baarheid nadat de totaalstand van de onderhoudsteller de vooraf ingestelde waarde heeft bereikt.

  • Een symbool van de status

) wordt weergegeven op het display nadat de totaalstand van de onderhoudsteller de vooraf ingestelde waarde van “Stop Count” (Stop met tellen) heeft bereikt. De LED-indicator knippert geel. - Reset de onder- houdsteller in de software bedoeld voor dit gereedschap. Waarschuwing wegens opslaan uitgeschakeld De data van maximaal 1.000 bevestigingsresultaten kunnen worden opgeslagen in het geheugen van het gereed- schap. Het aantal niet-gelezen data in het geheugen heeft het maximum bereikt.

  • Een symbool van de status ( ) wordt weergegeven op het display nadat de volledige opslagcapaciteit is opgebruikt. De LED-indicator knippert geel. - Download de data van de bevesti- gingsresultaten opgeslagen in het geheugen van het gereedschap met behulp van de soft- ware bedoeld voor dit gereedschap. - Waarschuwing wegens een fout in de datacommunicatie met de computer Het gereedschap waarschuwt voor een communicatiefout in de bekabelde omgeving. De LED-indicator knippert geel. - Start de software opnieuw op en kop- pel het gereedschap opnieuw aan de soft- ware bedoeld voor dit gereedschap. - Statusindicator voor datacommunicatie met de computer Het gereedschap informeert dat de datacommunicatie correct tot stand is gebracht in de bekabelde omgeving. De LED-indicator knippert groen. - -59 NEDERLANDS

GEREEDSCHAP LET OP: Verzeker u ervan de instellingen op het gereedschap vóór gebruik aan te passen aan uw toepassingen en voorkeuren. LET OP: Voer een proefbevestiging uit, zo nodig met behulp van koppelcontrole, enz., om te controleren of de aangepaste instellingen met succes zijn toegepast. KENNISGEVING: Installeer de software bedoeld voor dit gereedschap op uw computer voordat u het gereedschap voor het eerst aansluit op uw computer. Voor gedetailleerde informatie raadpleegt u de installatiehandleiding die werd geleverd bij de software bedoeld voor dit gereedschap. Een reeks bedieningsinstellingen, waaronder het aandraaikoppel en nullasttoerental, kunnen worden ingesteld op de schermen van de software. Archiveren en delen van gereedschapsvoorkeuren via de software kunnen de werkprestaties verbeteren. Aansluiten op een computer KENNISGEVING: Gebruik de originele USB- kabel van Makita om het gereedschap aan te sluiten op uw computer.

van het gereedschap open en steek vervolgens het andere uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort van het gereedschap. ►Fig.8: 1. USB-afdekking 2. USB-kabel 3. USB-poort OPMERKING: De LED-indicator boven het display op de achterkant van het gereedschap knippert geel nadat uw computer heeft herkend dat het gereed- schap is aangesloten op de USB-poort. Open de software op uw computer, waarna de LED-indicator groen knippert zodra de datacommunicatie tussen de apparaten met succes tot stand is gebracht. OPMERKING: Zo lang het gereedschap is aange- sloten op uw computer, blijft de LED-indicator groen knipperen en kunnen de schakelaars niet worden bediend. OPMERKING: Schuif de USB-afdekking bovenop de behuizing van het gereedschap dicht elke keer nadat de USB-kabel is losgekoppeld van de USB-poort.60 NEDERLANDS Bediening van de schakelaars op het displaypaneel en onderdelen van de schermen Knoppen en beschrijvingen op het startscherm ►Fig.9

Brandt groen in de kleuren groen, rood, blauw en geel.

Hierop navigeert u naar het instellingenmenu om het weer te geven.

Verander de instellingen van het gereedschap met de vier knoppen op het paneel.

Verander de instellingen van het gereedschap met de vier knoppen op het paneel.

5. Pijlknop naar links

Verander de instellingen van het gereedschap met de vier knoppen op het paneel.

6. Pijlknop naar rechts

Verander de instellingen van het gereedschap met de vier knoppen op het paneel.

Bovenste rij: Aandraaikoppel dat werd ingesteld in de vorige bediening. Onderste rij: Draaihoek die werd ingesteld in de vorige bediening.

8. Functie-indicator

Geeft de huidig geselecteerde functie aan.

  • Alleen de "handmatige functie" is beschikbaar op dit gereedschap.

9. Statusindicator voor datacommunicatie

De symbolen geven de status van de datacommunica- tie als volgt aan: Symbool van de status Status van de datacommunicatie Datacommunicatie niet tot stand gebracht.

  • Dit symbool wordt altijd op het display weer- gegeven tijdens een bevestigingsbediening. Datacommunicatie via USB tot stand gebracht.

Geeft de huidig geselecteerde taaknummer aan. Maximaal 8 taken kunnen worden opgeslagen in het geheugen van het gereedschap met behulp van de software bedoeld voor dit gereedschap. Taakgegevens omvatten informatie over de instellingen en de bedieningslogboeken, zoals het aandraaikoppel en toerental. OPMERKING: Als het cijfer nul wordt weergegeven op het display, zijn geen taakgegevens opgeslagen in het gereedschap. Maak een taak aan met behulp van de software bedoeld voor dit gereedschap.

11. Nummer van de pagina die momenteel wordt

weergegeven op het display / Totaalaantal pagina's

12. Voortgangsindicator voor opslaan van

gegevens Een symbool van de status ( ) wordt op het display weergegeven terwijl de instellingen van het gereed- schap en de bedieningslogboeken worden opgeslagen in het geheugen van het gereedschap. KENNISGEVING: Verwijder de accu niet vanaf het gereedschap terwijl een instellingenbestand of bedieningslogboek wordt opgeslagen in het geheugen van het gereedschap.61 NEDERLANDS Instellingenmenu De volgende instellingenmenuopties zijn beschikbaar op het instellingenmenuscherm. Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Startmenu (startscherm) PIN-codemenu Menuselectie Menu "Total Job" Instellingen voor het totaal van de taak.

  • Niet beschikbaar voor dit gereedschap. Menu "Manual Mode" (Handmatige functie) Instellingen voor de taak. Menu "History" Instellingen voor de historie. Menu "Network" Instellingen voor het netwerk. Menu "PIN" Instellingen voor de pincode. PIN-codemenu ►Fig.10

1. Houd op het startscherm de pijlknop naar rechts

ingedrukt om het PIN-codemenu weer te geven.

2. Voer de pincode in om de menuselectie weer te

geven. OPMERKING: De standaard pincode is "0000". Knop Handeling Toepassing Indrukken Verandert de positie van het cijfer. Indrukken Verandert de waarde van de instelling. Ingedrukt houden Bevestigt de instelling. Ingedrukt houden Keert terug naar het startscherm. Menuselectie ►Fig.11 Nadat u de pincode met succes hebt ingevoerd, selec- teert u een van de menuopties op het scherm. Druk op de pijlknop omhoog of omlaag om het menu- selectiescherm te scrollen. Druk daarna op de pijlknop naar rechts om het gewenste instellingenmenu weer te geven. Instellingen voor het totaal van de taak.

  • Dit instellingenmenu is niet beschikbaar voor dit gereedschap. Instellingen voor de taak. ►Fig.12: 1. Geselecteerde taaknummer

2. Totaalaantal taaknummers opgeslagen in

het gereedschap Selecteer een van de taken die eerder werd opgeslagen in het geheugen van het gereedschap. Knop Handeling Toepassing Indrukken Verandert de waarde van de instelling. Ingedrukt houden Bevestigt de instelling. Instellingen voor de historie. ►Fig.13: 1. Totaalaantal schroeven die u tot nu toe hebt bevestigd sinds het eerste gebruik

2. Totaalaantal schroeven die u tot nu toe

hebt bevestigd na het vorige onderhoud Bekijk de historie van uw taken. OPMERKING: De totaalstand van de onderhoudstel- ler kan indien gewenst worden gereset in de software bedoeld voor dit gereedschap. Instellingen voor het netwerk. ►Fig.14 Bekijkdeidenticatievanuwapparaat. Instellingen voor de pincode. ►Fig.15 Verander zo nodig uw pincode. Knop Handeling Toepassing Indrukken Verandert de positie van het cijfer. Indrukken Verandert de waarde van de instelling. Ingedrukt houden Bevestigt de instelling. Ingedrukt houden Keert terug naar het startscherm.62 NEDERLANDS MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Aanbrengen of verwijderen van het schroefbit of de schroefdop ►Fig.16 Gebruik uitsluitend een schroefbit/schroefdop met een insteekgedeelte zoals aangegeven in de afbeelding. Gebruik geen ander schroefbit/schroefdop. Voor gereedschappen met een ondiepe schroefbit-insteekopening A=12 mm B=9 mm Gebruik uitsluitend dit type schroefbit. Volg procedure 1. (Opmerking) De bitadapter is niet nodig. Voor gereedschappen met een diepe schroefbit-insteekopening A=17 mm B=14 mm Om dit type schroefbit te plaatsen, volgt u procedure 1. A=12 mm B=9 mm Om dit type schroefbit te plaatsen, volgt u procedure 2. (Opmerking) De bitadapter is nodig om het bit te plaatsen. Procedure 1 Voor gereedschap zonder snelkoppelingsbus ►Fig.17: 1. Schroefbit 2. Bus Om het schroefbit te plaatsen, trekt u de bus in de richting van de pijl en steekt u het schroefbit zo ver mogelijk in de bus. Laat daarna de bus los om het schroefbit te vergrendelen. Voor gereedschap met snelkoppelingsbus Om het schroefbit aan te brengen, steekt u het schroef- bit zo ver mogelijk in de bus. Procedure 2 Voorafgaande aan Procedure 1, steekt u de bitadapter met zijn puntige uiteinde in de bus. ►Fig.18: 1. Schroefbit 2. Bitadapter 3. Bus Om het schroefbit te verwijderen, trekt u de bus in de richting van de pijl en trekt u het schroefbit er uit. OPMERKING: Als het schroefbit niet diep genoeg in de bus wordt gestoken, zal de bus niet naar haar oorspronkelijke positie terugkeren en zal het schroef- bit niet goed vastzitten. In dat geval dient u het bit opnieuw erin te steken volgens de bovenstaande procedure. OPMERKING: Als het moeilijk is om het schroefbit aan te brengen, trekt u aan de bus en steekt u het schroefbit zo ver mogelijk in de bus. OPMERKING: Nadat u het schroefbit in de bus hebt gestoken, controleert u dat het schroefbit stevig vast zit. Als het uit de bus komt, mag u het niet gebruiken. De haak aanbrengen Optioneel accessoire De haak is handig om het gereedschap aan op te han- gen. Breng de haak aan in de gaten in de behuizing van het gereedschap. ►Fig.19: 1. Haak 2. Gat BEDIENING Gebruik als schroevendraaier LET OP: Houd het gereedschap stevig vast en druk het schroefbit/dopbit stevig tegen/over de schroefkop/boutkop tijdens het bevestigen. Als u dit niet doet kunt u de controle over het gereedschap verliezen, waardoor persoonlijk letsel kan ontstaan. LET OP: Verzeker u ervan dat het schroefbit/ dopbit goed tegen/over de schroefkop/boutkop wordt gedrukt omdat anders de schroefkop/ boutkop en het schroefbit/dopbit kunnen worden beschadigd. LET OP: Houd uw handen tijdens gebruik uit de buurt van de draaiende onderdelen. Als u dit niet doet kunnen uw handen worden gegrepen door de bewegende onderdelen, waardoor persoonlijk letsel kan ontstaan. Plaats de punt van het schroefbit/dopbit recht op/over de schroefkop/boutkop, oefen druk uit op het gereed- schap, en schakel daarna het gereedschap in. Het gereedschap stopt de motor automatisch zodra het uitgangskoppel overeenkomt met het doelkoppel ingesteld in de software. Laat de trekkerschakelaar los nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. ►Fig.20 Grenswaarden van de aandraaicapaciteit KENNISGEVING: Bedrijfstemperatuurbereik Gebruik het gereedschap binnen het aanbevolen omgevingstemperatuurbereik 0 °C - 40 °C. Gebruik buiten het aanbevolen temperatuurbereik kan de prestaties van het gereedschap verlagen, wat kan leiden tot onvoldoende bevestiging of een instabiel uitgangskoppel. Gebruik het gereedschap binnen de grenswaarden van de aandraaicapaciteit. Als u het gereedschap gebruikt buiten deze grenswaarden, kan het uitgangskoppel worden verlaagd om het gereedschap te beschermen.63 NEDERLANDS Voor model DFT060T

1. Bereik van de aandraaicapaciteit 2. Draaihoek 3. Koppel

1. Bereik van de aandraaicapaciteit 2. Draaihoek 3. Koppel

OPMERKING: De draaihoek is de hoek vanaf het punt waarop de bout 50% van het gewenste koppel is aangedraaid tot het punt waarop de bout 100% van het koppel is aangedraaid. OPMERKING: Bij gebruik van een koude accu kan door de LED-indicator en zoemer een alarm wegens lage acculading worden gegeven, en kan het gereedschap onmiddellijk stoppen ondanks dat de accu volledig opgeladen is. In dat geval kan de aan- draaicapaciteitlagerzijndandespecicatieindeze gebruiksaanwijzing. ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke let- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Originele Makita accu’s en acculaders OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.64 ESPAÑOL ESPAÑOL (Instrucciones originales) ESPECIFICACIONES Modelo: DFT060T DFT120TPar de apriete Unión fuerte 2 - 6 N•m 4 - 12 N•mUnión suave 2 - 6 N•m 4 - 12 N•mVelocidad sin carga (RPM) 50 - 1.000 min