WHIRLPOOL WT 1090 BA - Fornuis

WT 1090 BA - Fornuis WHIRLPOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis WT 1090 BA WHIRLPOOL in PDF-formaat.

📄 176 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice WHIRLPOOL WT 1090 BA - page 169
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : WHIRLPOOL

Model : WT 1090 BA

Categorie : Fornuis

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WT 1090 BA - WHIRLPOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WT 1090 BA van het merk WHIRLPOOL.

GEBRUIKSAANWIJZING WT 1090 BA WHIRLPOOL

Download de volledige gebr uiksaanwijzing van http://docs.whirlpool.eu of bel het telefoonnummer in het garantieboekje. Lees voordat u het apparaat gaat gebruiken deze veiligheidsinstructies. Houd ze binnen handbereik voor latere raadpleging. Deze instructies en het apparaat zelf zijn voorzien van belangrijke veiligheidsaanwijzingen die te allen tijde moeten worden opgevolgd. De fabrikant kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade die het gevolg is van het niet opvolgen van deze veiligheidsinstructies, oneigenlijk gebruik van het apparaat of een foute instelling van de regelknoppen. WAARSCHUWING: Als het oppervlak van de kookplaat gebarsten is, gebruik het apparaat niet- risico voor elektrocutie. WAARSCHUWING: Brandgevaar: leg geen voorwerpen op de kookoppervlakken. VOORZICHTIG: Het bereidingsproces moet onder toezicht plaatsvinden. Een kort bereidingsproces moet onder voortdurend toezicht plaatsvinden. WAARSCHUWING: Onbewaakt bereiden op een kookfornuis met vet of olie kan gevaarlijk zijn - brandgevaar. Tracht NOOIT een brand te blussen met water: schakel daarentegen het apparaat uit en bedek vervolgens de vlam, bijv. met een deksel of een blusdeken. Gebruik de kookplaat niet als werkblad of als steun. Houd kleding of andere brandbare materialen uit de buurt van het apparaat tot alle onderdelen van het apparaat helemaal zijn afgekoeld - risico voor brand. Metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op het oppervlak van het kookfornuis worden geplaatst, aangezien deze heet kunnen worden. Kleine kinderen (0-3 jaar) moeten uit de buurt van het apparaat gehouden worden. Kleine kinderen (3-8 jaar) moeten uit de buurt van het apparaat gehouden worden, tenzij er voortdurend toezicht is. Kinderen vanaf 8 jaar en personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, mogen dit apparaat gebruiken indien ze onder toezicht staan of instructies hebben ontvangen over veilig gebruik en de mogelijke gevaren ervan begrijpen. Kinderen mogen niet spelen met het apparaat. De reiniging en het onderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht. Schakel het kookplaatelement na gebruik uit met de knop en vertrouw niet alleen op de pannendetector. WAARSCHUWING: Het apparaat en de accessoires worden heet tijdens het gebruik. Let erop dat u geen verwarmingselementen aanraakt. Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt van het apparaat worden gehouden, tenzij er voortdurend toezicht is. TOEGESTAAN GEBRUIK VOORZICHTIG: het apparaat is niet geschikt voor inwerkingstelling met een externe schakelaar zoals een timer, of een afzonderlijk systeem met afstandsbediening. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudelijke en gelijkaardige toepassingen zoals: personeelskeukens in winkels, kantoren en overige werkomgevingen; landbouwbedrijven; klanten in hotels, motels, bed & breakfast en andere residentiële omgevingen. Elk ander gebruik is verboden (bijv. als kamerverwarming). Dit apparaat is niet voor professioneel gebruik bestemd. Gebruik het apparaat niet buitenshuis. INSTALLATIE Het apparaat moet verplaatst en geïnstalleerd worden door twee of meer personen - risico voor verwondingen. Gebruik beschermende handschoenen om uit te pakken en te installeren - risico voor snijwonden. Laat de installatie, m.i.v. de aansluiting op het waternet (indien van toepassing) en de elektrische aansluitingen en reparaties door een gekwaliceerd technicus verrichten. Repareer of vervang geen enkel onderdeel van het apparaat, behalve als dit expliciet aangegeven wordt in het gebruikshandleiding. Houd kinderen uit de buurt van de installatieplaats. Controleer na het uitpakken van het apparaat of het tijdens het transport geen beschadigingen heeft opgelopen. Neem bij problemen contact op met uw leverancier of met het dichtstbijzijnde servicecentrum. Na de installatie moet het verpakkingsmateriaal (plastic, piepschuim enz.) buiten het bereik van kinderen bewaard worden - risico voor verstikking. Het apparaat moet worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet voordat u installatiewerkzaamheden uitvoert - risico voor elektrocutie. Tijdens de installatie dient u ervoor te zorgen dat het apparaat de voedingskabel niet beschadigd - risico voor brand of elektrocutie. Activeer het apparaat alleen wanneer de installatie helemaal uitgevoerd is. Voer eerst alle zaagwerkzaamheden uit en verwijder alle spaanders en zaagresten voordat u het apparaat plaatst. NLAls het apparaat niet boven een oven wordt geïnstalleerd, moet een (niet bijgeleverd) scheidingspaneel worden geïnstalleerd in het compartiment onder het apparaat. ELEKTRISCHE WAARSCHUWINGEN Het moet mogelijk zijn het apparaat van het elektriciteitsnet af te koppelen door de stekker uit het stopcontact te halen of via een meerpolige netschakelaar die bovenstrooms van het stopcontact is geplaatst conform de bedradingsvoorschriften en het apparaat dient geaard te zijn conform de nationale veiligheidsnormen voor elektriciteit. Gebruik geen verlengsnoeren, meervoudige stopcontacten of adapters. Als de installatie voltooid is, mogen de elektrische onderdelen niet meer toegankelijk zijn voor de gebruiker. Gebruik het apparaat niet wanneer u natte voeten hebt of blootsvoets bent. Gebruik het apparaat niet als de stroomkabel of de stekker beschadigd is, als het apparaat niet goed werkt of als het beschadigd of gevallen is. Als het netsnoer beschadigd is, moet het vervangen worden door de fabrikant, een servicevertegenwoordiger of gekwaliceerd personeel om risico's te voorkomen - risico voor elektrocutie.

AFDANKEN VAN HUISHOUDELIJKE APPARATUUR

De verpakking kan volledig gerecycled worden, zoals door het recyclingssymbool wordt aangegeven . Dit apparaat is vervaardigd van recyclebaar of herbruikbaar materiaal. Dank het apparaat af in overeenstemming met plaatselijke milieuvoorschriften voor afvalverwerking. Voor meer informatie over behandeling, terugwinning en recycling van huishoudelijke apparaten, kunt u contact opnemen met uw plaatselijke instantie, de vuilnisophaaldienst of de winkel waar u dit apparaat hebt gekocht. Dit apparaat is gemarkeerd in overeenstemming met de Europese Richtlijn 2012/19/EU, Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA) en met de Regeling Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur 2013 (zoals gewijzigd). Door ervoor te zorgen dat dit product correct wordt afgedankt, helpt u schadelijke gevolgen voor het milieu en de gezondheid te voorkomen. Het symbool op het product of op de begeleidende documentatie geeft aan dat dit apparaat niet als huishoudelijk afval behandeld mag worden, maar dat het ingeleverd moet worden bij een speciaal inzamelingscentrum voor de recycling van elektrische en elektronische apparatuur.

TIPS OM ENERGIE TE BESPAREN

Maak zoveel mogelijk gebruik van de restwarmte van de hete plaat door de plaat uit te zetten enkele minuten voordat u stopt met koken. De basis van uw pot of pan dient de kookplaat volledig te bedekken; een recipiënt die kleiner is dan de kookplaat veroorzaakt energieverspilling. Dek potten en pannen af met goed aansluitende deksels terwijl u kookt en gebruik zo weinig mogelijk water. Koken zonder deksel verhoogt uw energieverbruik. Gebruik alleen kookpotten en pannen met een vlakke bodem. CONFORMITEITSVERKLARING Dit apparaat voldoet aan de Ecodesign-vereisten van Europese verordening 66/2014 en de Ecodesign Verordeningen 2019 voor energiegerelateerde producten en energie-informatie (Wijziging) (EU Exit), in overeenstemming met de Europese norm EN 60350-2.NL INSTALLATIE 50 mm 4 mm 850 mm 510 mm 485 mm 900 mm

Min. 486 mm Max. 490 mm R = Max. 10 mm Min. 35 mm Min. 35 mm Min. 400 mm Min. 100 mm min. 20 mm 28 mm- Geen max. min. 45 mm min. 550 mm 12 mm- Geen max. min. 10 mm 60 mm min. 20 mm min. 45 mm min. 550 mm 130 mm 90 mm 150 mm 295 mm 70 mm 130 mm SNELKLIKSYSTEEMELEKTRISCHE AANSLUITING Controleer alvorens het apparaat op het elektriciteitsnet aan te sluiten of de spanning en de frequentie overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje aan de onderkant van de oven en in het garantieboekje. De gegevens kunnen ook op het technische gegevensblad staan, dat u samen met deze handleiding gedurende de hele levensduur van het product moet bewaren. Zorg ervoor dat de voedingskabel niet in contact komt met de behuizing van de inductiekookplaat of van de oven, indien deze in dezelfde eenheid is geïnstalleerd. De elektrische aansluiting moet goed geaard zijn, volgens de geldende wetgeving, anders kan de inductiekookplaat defect raken. De installatie moet worden uitgevoerd door een erkend elektricien die op de hoogte is van de actuele veiligheids- en installatievoorschriften. De installatie moet in het bijzonder uitgevoerd worden in overeenstemming met de voorschriften van het plaatselijke elektriciteitsbedrijf. Alleen de ociële technische dienst mag het apparaat hanteren of repareren, met inbegrip van het vervangen van het netsnoer. Zorg dat de spanning die op het typeplaatje aan de onderkant van het apparaat staat, overeenkomt met de spanning in uw woning. De aarding van het apparaat is wettelijk verplicht: gebruik uitsluitend stroomgeleiders (inclusief de aardleiding) van de juiste afmetingen. Waarschuwing! Ongewoon hoge stroompieken kunnen het regelsysteem beschadigen (zoals bij elk elektrisch apparaat). De inductiekookplaat kan beter niet worden gebruikt tijdens de pyrolytische reinigingsfunctie (bij pyrolytische ovens), vanwege de hoge temperatuur die dit type apparaat bereikt. Voordat u de kookplaat loskoppelt van het elektriciteitsnet, is het raadzaam om de hoofdschakelaar uit te schakelen en ongeveer 25 seconden te wachten. Deze tijd is nodig om het elektronische circuit volledig te laten ontladen en zo de mogelijkheid van een elektrische schok door de kabelklemmen te voorkomen. Bewaar het garantiecerticaat of het technische gegevensblad samen met de gebruiksaanwijzing gedurende de hele levensduur van het product. Deze bevatten belangrijke technische informatie. yellow-green blue blue (gray) brownblack

yellow-green blue blue (gray) brownblack yellow-green blue blue (gray) brownblack yellow-green blue blue (gray) brownblack yellow-green blue blue (gray) brownblack yellow - green Blue(red) Blue(white) Brown Black Gray blue yellow - green Blue(red) Blue(white) Brown Black Gray blue yellow - green Blue(red) Blue(white) Brown Black Gray blue yellow - green Blue(red) Blue(white) Brown Black Gray blue geel-groen blauw blauw (grijs) bruin zwart geel-groen blauw blauw (grijs) bruin zwart geel-groenblauwblauw (grijs)bruinzwartgeel-groenblauwBlauw (rood)Blauw (wit)BruinZwartGrijsgeel-groenblauwBlauw (rood)Blauw (wit)BruinZwartGrijs geel-groen blauw blauw (grijs) bruin zwart geel-groenblauwblauw (grijs) bruin zwart

geel-groenblauwBlauw (rood)Blauw (wit)BruinZwartGrijsgeel-groenblauwBlauw (rood)Blauw (wit)BruinZwartGrijsNL PRODUCTBESCHRIJVING

2. Schuifregelaar voor vermogensregeling

3. Vermogen en/of restwarmte-indicator

4. Punt decimalen van vermogen en/of

restwarmte-indicator.

5. Directe toegang tot functie "Vermogen".

6. Activering functie "Blokkering".

7. Controlelampje functie "Blokkering"

8. Activering functie "Stop&Go"

9. Controlelampje functie "Stop&Go"

10. "Min"-toets voor kookwekker.

11. "Plus"-toets voor kookwekker.

12. Indicator van de kookwekker.

13. Decimaalpunt van de kookwekker

14. Controlelampje functie "Sudderen"

15. Controlelampje functie "Smelten"

ontrolelampje functie "Warmhouden" geactiveerd

17. Activering van de functies van "6thSENSE"

18. Activering functie "FLEXICOOK"

19. Controlelampje functie "Koken"

Gebruik alleen potten en pannen van ferromagnetisch materiaal die geschikt zijn voor gebruik op inductiekookplaten:

  • potten en pannen van geëmailleerd staal
  • gietijzeren potten en pannen
  • speciale potten en pannen in roestvast staal, geschikt voor inductiekoken. Controleer op de aanwezigheid van het symbool (dat meestal op de onderkant gedrukt is) om te bepalen of de pan geschikt is. Er kan een magneet worden gebruikt om te bepalen of de pannen magnetisch zijn. De kwaliteit en de structuur van de panbodem kunnen de bereidingsprestaties veranderen. Sommige aanduidingen van de diameter van de bodem komen niet overeen met de werkelijke diameter van het ferromagnetische oppervlak. Wij raden het gebruik van diusorplaten of materialen zoals jn staal, aluminium, glas, koper of klei af. Elke kookzone heeft een bepaalde tijd nodig om de aanwezigheid van een pan te detecteren. Deze tijd is afhankelijk van het materiaal en de ferromagnetische diameter van de bodem van de pan. Daarom is het erg belangrijk om de kookzone te gebruiken die het best overeenkomt met de diameter van de bodem van de te gebruiken pan. Als de pan niet wordt gedetecteerd op de geselecteerde kookzone, probeer dan een zone die een stap kleiner is. Wanneer de FlexiCook als één kookzone wordt gebruikt, zijn grotere pannen geschikt voor deze zone. Sommige pannen zonder een volledig ferromagnetische bodem worden verkocht als geschikt voor inductie. In deze pannen wordt alleen de ferromagnetische bodem verhit. Daardoor wordt de warmte niet gelijkmatig over de bodem van de pan verdeeld. Hierdoor kan het zijn dat het niet-ferromagnetische deel van de bodem van de pan niet de juiste temperatuur bereikt. Bij pannen met aluminium inzetstukken in de bodem is het oppervlak van ferromagnetisch materiaal kleiner. Deze pannen zijn moeilijk of onmogelijk te detecteren. Bovendien is het mogelijk dat het geleverde vermogen lager is, zodat de pan niet goed warm wordt. Het type bodem van de pan kan van invloed zijn op de gelijkmatige verdeling van de warmte en het resultaat van de bereiding. In pannen met een roestvrijstalen "sandwich"-bodem worden materialen gebruikt die de warmte gelijkmatig verdelen. Dit bespaart tijd en energie. De bodem van de pan moet volledig vlak zijn, zodat het vermogen gelijkmatig wordt aangevoerd. Verwarm nooit lege pannen of pannen met een dunne bodem. Deze kunnen snel opwarmen zonder dat de automatische uitschakelfunctie van de kookplaat de tijd krijgt om in werking te treden. Minimale diameter van de onderkant van de pan voor de verschillende kookzones Gebruik pannen met een geschikte minimumdiameter (zie de onderstaande tabel) om te zorgen dat de kookplaat goed werkt. Gebruik altijd de bereidingszone die het best overeenkomt met de minimumdiameter van de bodem van de pot. Zet de pot zo neer dat hij goed in het midden van de gebruikte bereidingszone staat. Er wordt aanbevolen geen potten te gebruiken die groter zijn dan de omtrek van de gebruikte bereidingszone. ø min. 100 mm 150 mm 120 mm 220 mm ADAPTER VOOR POTTEN/PANNEN DIE ONGESCHIKT ZIJN VOOR INDUCTIE Met dit accessoire kunt u potten en pannen gebruiken die niet geschikt zijn voor inductiekookplaten. Het gebruik ervan is van invloed op het rendement en daardoor op de tijd die nodig is om de etenswaren te verwarmen. Het gebruik ervan moet beperkt worden omdat de temperaturen die op het oppervlak bereikt worden in belangrijke mate afhangen van de gebruikte pot/pan, de eenheid ervan en het type voedsel dat wordt bereid. Het gebruik van pannen met een kleinere diameter dan de adapterschijf kan ertoe leiden dat de warmte onvoldoende wordt overgedragen aan de pan, waardoor zowel de kookplaat als de schijf zwart kunnen worden. Pas de diameter van de potten/pannen en de kookplaat aan de diameter van de adapter aan. NOOK

NONL EERSTE GEBRUIK VERMOGENSREGELING Sommige modellen zijn uitgerust met een functie voor vermogensbegrenzing (Vermogensregeling). Met deze functie kan het totale door de kookplaat opgewekte vermogen worden ingesteld op verschillende, door de gebruiker gekozen waarden. Het menu voor vermogensbegrenzing kan in de eerste minuut na het aansluiten van de kookplaat op de stroomvoorziening worden geopend.

1. Druk gedurende drie seconden op de toets

(11). De letters PL verschijnen op de indicator van de kookwekker (12)

2. Druk op de toets voor blokkering (6). De verschillende

vermogenswaarden waarop de kookplaat kan worden begrensd verschijnen. De waarden kunnen worden gewijzigd met de toetsen (11) en (10).

3. Druk nadat u uw keuze heeft gemaakt nogmaals op de toets voor

blokkering (6). De kookplaat wordt begrensd op de gekozen vermogenswaarde. De beschikbare vermogens zijn: 2 kW - 2,5 kW - 3 kW - 3,5 kW - 4 kW - 4,5 kW - 5 kW - 5,5 kW - 6 kW - 6,5 kW - 7 kW Om de waarde opnieuw te wijzigen, haalt u de stekker van de kookplaat enkele seconden uit het stopcontact. Zo komt u weer in het menu voor vermogensbegrenzing. Telkens wanneer het vermogensniveau van een kookplaat wordt gewijzigd, berekent de vermogensbegrenzer het totale vermogen dat de kookplaat genereert. Als de vermogensgrens is bereikt, kan het vermogensniveau van die kookplaat niet verder worden verhoogd. De kookplaat laat een piep horen en de vermogensindicator (3) knippert op het niveau dat niet kan worden overschreden. Om het vermogen toch te verhogen, moet u het vermogen van de andere kookplaten verlagen. Soms is het niet voldoende om het vermogen van een andere plaat met één niveau te verlagen om vermogen van een andere plaat te kunnen verhogen. Om het niveau van een grote kookplaat te verhogen, moet het niveau van meerdere kleinere platen worden verlaagd. Als u de functie snel inschakelen op maximaal vermogen gebruikt en deze waarde hoger is dan de door de begrenzer ingestelde waarde, zal de kookplaat op het hoogst mogelijke niveau worden ingesteld. De kookplaat laat een pieptoon horen en het ingestelde vermogen knippert tweemaal op de indicator (3). Het vermogen van de kookplaat instellen: Alleen zichtbaar als de kookplaat is ingeschakeld. Het vermogen wordt ingesteld met de tiptoetsen. De tiptoets hoeven niet hard te worden ingedrukt, een aanraking met de vingertop is voldoende om de gewenste functie te activeren. Elke aanraking wordt door een pieptoon bevestigd. Gebruik de schuifregelaar (2) om de vermogensniveaus (0 - 9) aan te passen door er met een vinger over te glijden. Schuif naar rechts om de waarde te verhogen en naar links om te verlagen. U kunt ook rechtstreeks een vermogensniveau kiezen door een vinger op een gewenst punt van de schuifregelaar (2) te plaatsen Om op deze modellen een plaat te selecteren, raakt u de schuifregelaar (2) rechtstreeks aan.

HET APPARAAT INSCHAKELEN

1 Raak de hoofdschakelaar (1) minstens een seconde aan. De aanraakbediening wordt actief, er klinkt een pieptoon en de controlelampjes (3) lichten op en geven "-" weer. Als een kookzone heet is, knippert de letter H op de betreende indicator. Als u binnen 10 seconden na inschakeling geen keuze maakt, wordt de aanraakbediening automatisch uitgeschakeld. Wanneer de aanraakbediening geactiveerd is, kunt u deze altijd weer uitschakelen door de hoofdschakelaar (1) aan te raken, zelfs wanneer deze geblokkeerd is (blokkeringsfunctie geactiveerd). De hoofdschakelaar (1) heeft altijd voorrang bij het uitschakelen van de aanraakbediening.

Zodra de aanraakbediening met de hoofdschakelaar (1) is geactiveerd, kan elke plaat op de volgende manier worden ingeschakeld:

1. Schuif met de vinger of raak een van de schuifregelaars (2)

op een willekeurige plek aan. De zone is geselecteerd en tegelijkertijd wordt het vermogensniveau ingesteld tussen 0 en

9. Het vermogensniveau wordt getoond op de bijbehorende

vermogensindicator en het decimaalpunt (4) blijft gedurende 10 seconden branden.

2. Gebruik de schuifregelaar (2) om een nieuw niveau tussen 0 en 9

te kiezen. Zolang de plaat geselecteerd is, d.w.z. zolang het decimaalpunt (4) oplicht, kan het vermogensniveau ervan worden gewijzigd.

Met de schuifregelaar (2) verlaagt u het vermogen naar niveau 0. De kookplaat wordt uitgeschakeld. Na het uitschakelen van een kookplaat verschijnt er een H in de vermogensindicator (3) als het glazen oppervlak van de bijbehorende kookzone heet is en er gevaar voor verbranding bestaat. Wanneer de temperatuur daalt, schakelt de indicator (3) uit (als de kookplaat wordt uitgeschakeld), of wordt "-" getoond (als de kookplaat nog is ingeschakeld).

ALLE PLATEN UITZETTEN

Alle platen kunnen gelijktijdig worden uitgeschakeld met de hoofdschakelaar (1). Alle indicatoren (3) gaan uit. Als de uitgeschakelde zone heet is, toont de indicator een H.DAGELIJKS GEBRUIK PANNENDETECTOR Inductiekookzones hebben een ingebouwde pannendetector. De detector schakelt de plaat uit als er geen pan aanwezig is of als de pan niet geschikt is. De vermogensindicator (3) toont een symbool om aan te geven dat er geen pan aanwezig is als er geen of een ongeschikte pan wordt gedetecteerd terwijl de zone ingeschakeld is. Als een pan van de zone wordt genomen terwijl de zone is ingeschakeld, stopt de plaat automatisch en verschijnt het symbool om aan te geven dat er geen pan aanwezig is. Als de pan weer op de kookzone wordt geplaatst, wordt deze weer ingeschakeld op het eerder gekozen vermogensniveau. TOETSENBLOKKERING Met de blokkeringsfunctie kun u alle toetsen behalve de hoofdschakelaar (1) blokkeren om onbedoelde bediening te voorkomen. Deze functie is nuttig als kinderbeveiliging. Raak de toets (6) minstens één seconde aan om deze functie te activeren. Het controlelampje (7) gaat branden om aan te geven dat het bedieningspaneel geblokkeerd is. Om de functie uit te schakelen, raakt u de toets (6) opnieuw aan. Als de hoofdschakelaar (1) wordt gebruikt om het apparaat uit te schakelen terwijl de blokkeringsfunctie is geactiveerd, kan de kookplaat niet opnieuw worden ingeschakeld totdat de blokkering is opgeheven. PIEPTOON UITSCHAKELEN Ga als volgt te werk om de pieptoon uit te schakelen die bij elke aanraking te horen is: zet de kookplaat aan, druk de tiptoets (11) en de toets voor blokkering (6) gelijktijdig gedurende drie seconden in. De indicator van de kookwekker (12) geeft "OF" weer. De pieptoon blijft voor sommige functies ingeschakeld, zoals het in en uitschakelen van de kookplaat, het aopen van de kookwekker of het blokkeren/ ontgrendelen van de tiptoetsen. Om alle geluidssignalen weer in te schakelen, drukt u opnieuw de tiptoets (11) en de toets voor blokkering (6) gelijktijdig gedurende drie seconden in. De indicator van de kookwekker (12) geeft "ON" weer.

Deze functie pauzeert het koken. De kookwekker wordt ook gepauzeerd, als deze is ingeschakeld. De functie STOP&Go inschakelen. Druk één seconde op de Stop&Go-toets (8). Het controlelampje (9) gaat branden en op de vermogensindicatoren verschijnt het symbool om aan te geven dat het koken is gepauzeerd. De functie STOP&Go uitschakelen Druk opnieuw op de Stop&Go-toets (8). Het controlelampje (9) gaat uit en het koken wordt hervat op hetzelfde vermogen en met dezelfde instellingen van de kookwekker als voor de pauze. POWER-FUNCTIE Deze functie geeft de kookplaat een extra 'boost', boven de nominale waarde. De hoeveelheid extra vermogen is afhankelijk van de grootte van de plaat en kan de maximumwaarde voor de generator bereiken.

1. Schuif met een vinger boven de bijbehorende schuifregelaar (2)

totdat de vermogensindicator (3) "9" aangeeft. Houd de toets een seconde ingedrukt of druk minstens 1 seconde op "P".

2. De vermogensindicator (3) toont het symbool

en de plaat begint extra vermogen te leveren. De Power-functie heeft een in tabel 1 gespeciceerde maximumduur. Na deze tijd wordt het vermogensniveau automatisch op 9 ingesteld. Er klinkt een pieptoon. Wanneer de Power-functie op een kookplaat wordt geactiveerd, kan het zijn dat het vermogen van andere platen lager wordt gezet; dit wordt op de bijbehorende vermogensindicator (3) aangegeven. De Power-functie kan vóór het verstrijken van de werkingsduur worden uitgeschakeld door de schuifregelaar aan te raken en het vermogensniveau te wijzigen, of door stap 3 te herhalen. KOOKWEKKER (timer) Deze functie vergemakkelijkt het koken, aangezien u niet aanwezig hoeft te zijn: U kunt de kookwekker instellen voor een kookplaat. Deze plaat wordt vervolgens uitgeschakeld zodra de ingestelde tijd is verstreken. Op deze modellen kunt u elke plaat gelijktijdig programmeren voor een duur van 1 tot 99 minuten. De kookwekker instellen voor een kookplaat. U kunt de kookwekker instellen zodra het vermogensniveau van de gewenste plaat is ingesteld en het decimaalpunt van de plaat blijft branden. Ga als volgt te werk:

(10) of (11). De indicator van de kookwekker (12) toont "00" en de bijbehorende vermogensindicator (3) toont afwisselend het symbool en het huidige vermogensniveau.

2. Stel vervolgens een bereidingstijd in tussen 1 en 99 minuten

met behulp van de toetsen (10) of (11). In het eerste geval begint de waarde bij 60, in het tweede geval bij 01. Om de kookwekker te annuleren, zet u de klok op "00" met de toets (10). Een snellere manier om dit te doen is door de toetsen (10)

(11) samen in te drukken. Als er minder dan een minuut te gaan is, begint de klok in seconden af te tellen.

3. Wanneer de indicator van de kookwekker (12) stopt met

knipperen, begint hij automatisch met het aftellen van de tijd. De vermogensindicator (3) van de kookplaat waarvoor de kookwekker is ingesteld, geeft afwisselend het gekozen vermogen en het symbool weer. Zodra de ingestelde bereidingstijd is verstreken, wordt de bijbehorende kookplaat uitgeschakeld en laat de klok gedurende enkele seconden een reeks pieptonen horen. Raak een willekeurige knop aan om de pieptonen uit te schakelen. De indicator van de kookwekker (12) toont een knipperende 00 naast het decimaalpunt (4) van de geselecteerde zone. Als de uitgeschakelde kookplaat heet is, geeft de vermogensindicator (3) afwisselend het symbool H en een "-" weer. Als u een tweede kookplaat wilt instellen, herhaalt u stap 1 t/m 3. Als de kookwekker voor meer dan een kookplaat is ingesteld, toont de indicator van de kookwekker (12) standaard de kortste resterende tijd en toont een "t" op de bijbehorende zone. Bij de andere kookplaten waarvoor de kookwekker is ingesteld, knippert het decimaalpunt van de bijbehorende zone. Wanneer de schuifregelaar van een andere zone waarvoor de kookwekker is ingesteld wordt ingedrukt, toont de kookwekker gedurende enkele seconden de resterende tijd van die zone; de indicator toont afwisselend het vermogensniveau en een "t". De ingestelde tijd wijzigen Om de ingestelde tijd te wijzigen, drukt u op de schuifregelaar (2) van de bijbehorende zone. De tijd kan vervolgens worden afgelezen en gewijzigd. U kunt de ingestelde tijd wijzigen met de toetsen (10) en (11). De kookwekker uitschakelen Als u de kookwekker wilt stoppen voordat de ingestelde tijd verstreken is, zet u de tijd op "00".

1. Selecteer de gewenste kookplaat.

2. Stel de waarde van de kookwekker in op "00" met behulp van de

toets (10). De kookwekker wordt uitgeschakeld. Een snellere manier is om de toetsen (10) en (11) tegelijkertijd in te drukken.NL FUNCTIES 6th SENSE Deze functies hebben een vooraf ingesteld vermogensniveau om het koken te vergemakkelijken, waarbij de temperatuur van de pan

ortdurend door sensoren wordt gecontroleerd. Wanneer de gewenste temperatuur voor de functie is bereikt, wordt deze automatisch gehandhaafd zonder dat het vermogensniveau hoeft te worden gewijzigd. De 6th SENSE-functies werken correct met pannen waarbij de ferromagnetische zone van de bodem van de pan overeenkomt met de kookzone. Bovendien moeten de pannen voor functies met een hoge temperatuur (boven 100ºC) een vlakke, gelijkmatige bodem hebben (bij voorkeur van het "sandwich"-type), zoals aangegeven in de onderstaande guur Voor een goede werking van deze functies is het belangrijk dat de pan en de kookzone koud zijn als de functie wordt gestart. De aanraakbediening heeft speciale functies die de gebruiker helpen bij het koken via de toets 6th SENSE (17). Deze aanwezigheid van deze functies is afhankelijk van het model. Om een speciale functie op een zone te activeren:

Selecteer de zone; de decimaalpunt (4) wordt actief op de

rmogensindicator (3). Klik vervolgens op de toets 6thSENSE (17). Druk de toets meerdere keren in om alle beschikbare functies van 6thSENSE voor een zone te doorlopen. De inschakeling van deze functies wordt aangegeven door een controlelampje: sudderen (14), smelten (15), warmhouden(16). Om een functie uit te schakelen, raakt u de schuifregelaar (2) van de betreende zone aan om de zone te selecteren. Het decimaalpunt (4) van de ve rmogensindicator (3) licht op. Raak vervolgens opnieuw de schuifregelaar (2) aan om een nieuw vermogensniveau in te stellen of om de zone uit te schakelen. U kunt ook een andere speciale functie kiezen door nogmaals op de toets 6thSENSE (17) te drukken. SUDDERFUNCTIE Met deze functie kunt u het gerecht laten sudderen. Breng het gerecht aan de kook, selecteer de kookplaat en druk op de toets 6thSENSE (17) totdat het ledlampje (14) op het pictogram oplicht. Zodra de functie is geactiveerd, verschijnt het symbool op de vermogensindicator (3). U kunt de functie op elk moment uitschakelen door de plaat uit te zetten, het vermogen te wijzigen of een andere speciale functie te kiezen. SMELTFUNCTIE Met deze functie blijft de kookzone op een lage temperatuur. Ideaal voor het ontdooien van etenswaren of voor het langzaam smelten van chocolade, boter, enz. Om de functie te activeren, selecteert u de kookplaat en drukt u op de toets 6thSENSE (17) totdat het ledlampje (15) op het pictogram oplicht. Zodra de functie is geactiveerd, verschijnt het symbool op de vermogensindicator (3). U kunt de functie op elk moment uitschakelen door de plaat uit te zetten, het vermogen te wijzigen of een andere speciale functie te kiezen. WARMHOUDEN Deze functie stelt automatisch een geschikt vermogensniveau in om het gekookte gerecht warm te houden. Om de functie te activeren, selecteert u de kookplaat en drukt u op de toets 6thSENSE (17

totdat het ledlampje (16) op het pictogram oplicht. Zodra de functie is geactiveerd, verschijnt het symbool op de vermogensindicator (3). U kunt de functie op elk moment uitschakelen door de plaat uit te zetten, het vermogen te wijzigen of een andere speciale functie te kiezen. FLEXICOOK Met deze functie kunt u twee kookzones samen laten werken op hetzelfde vermogensniveau en met dezelfde kookwekker. Druk op (18) om de functie in te schakelen. De decimaalpunten (4) van de gekoppelde platen lichten op en de waarde "0" wordt getoond op de vermogensindicatoren (3). De indicator van de kookwekker (12) toont drie segmenten die de geactiveerde zones aangeven. Als uw model meerdere zones heeft met "FLEXICOOK", kunt u de gewenste zone kiezen met de toets (18) voordat u het vermogen aan de gekozen zone toewijst. De volgende stappen moet binnen enkele seconden worden genomen; zo niet, wordt de functie automatisch uitgeschakeld. Nadat de "FLEXICOOK" is geselecteerd, kunt u het vermogen instellen met een schuifregelaar (2) van één van de gekoppelde zones. Het vermogensniveau en de variaties daarvan worden gelijktijdig weergegeven op de vermogensindicatoren (3) van beide zones. Selecteer niveau '0' op een van de kookzones om deze functie uit te schakelen. Wanneer de functie wordt uitgeschakeld, worden de vermogensniveaus en andere functies die aan de bijbehorende zones zijn toegewezen ook gewist. BELANGRIJK: Zet de potten in het midden van de bereidingszone neer zodat ze minstens een van de referentiepunten bedekken (zoals hieronder afgebeeld). KOOKFUNCTIE Met deze functie kunt u gerechten automatisch laten koken, erg handig bij het koken van pasta, rijst, eieren, enz. Deze functie is alleen beschikbaar in zones waar het symbool verschijnt.

16De functie inschakelen Om de functie in te schakelen, selecteert u de kookplaat en drukt u op de toets 6th SENSE (17) totdat het ledlampje (19) op het pictogram gaat branden. Zodra de functie is ingeschakeld, verschijnt het symbool op de vermogensindicator (3); er verschijnt een bewegend segment om aan te geven dat het koken door het systeem wordt aangestuurd. Wanneer het systeem waarneemt dat het kookpunt is bereikt, klinkt de eerste pieptoon. In de tussentijd kunt u de te koken etenswaren voorbereiden. Na 30 seconden klinkt een tweede pieptoon; Nu kunt u de etenswaren in de pan doen, voor zover u dat nog niet hebt gedaan. Na de tweede pieptoon schakelt het systeem de timer en de stopwatch in, zodat u kunt aangeven hoe lang de etenswaren moeten worden gekookt. 30 seconden na de inschakeling van de stopwatch klinkt een derde pieptoon om aan te geven dat het geleverde vermogen wordt verlaagd, zodat het water net blijft koken. De kookwekker blijft actief tot het einde van het koken. Indien gewenst kunt u de timer uitschakelen en een tijd instellen voor het aftellen en het automatisch uitschakelen van de kookplaat (zie hoofdstuk Kookwekker). De functie uitschakelen U kunt de functie op elk moment uitschakelen door de plaat uit te zetten, het vermogen te wijzigen of een andere speciale functie te kiezen.

SUGGESTIES EN AANBEVELINGEN

  • Gebruik pannen met een dikke, volledig vlakke bodem.
  • Schuif de pannen niet over het glas, dit kan krassen veroorzaken.
  • Hoewel het glas tegen een stootje kan, is het beter om stoten van grote pannen en pannen met scherpe randen te voorkomen.
  • Sleep geen pannen over het glas en houd de onderkant van de pannen schoon en in goede staat, om beschadiging van het keramische glasoppervlak te voorkomen.
  • Aanbevolen diameters van de bodem van de pannen (zie het bij het product geleverde "Technische informatieblad").
  • Gebruik geen stoomreinigers.
  • Controleer voor het reinigen of de kookzones uitgeschakeld zijn en dat de restwarmte-indicatie (“H”) niet wordt weergegeven.
  • Gebruik geen schuursponsjes of schuurmatjes, omdat hiermee het glas wordt beschadigd.
  • Reinig de kookplaat na elk gebruik (wanneer deze is afgekoeld) om aanslag en vlekken door voedselresten te verwijderen.
  • Een oppervlak dat niet goed wordt schoon gehouden kan de gevoeligheid van de knoppen van het bedieningspaneel verminderen.
  • Gebruik alleen een schraper als restjes op de kookplaat plakken. Volg de instructies van de fabrikant van de schraper om het glas niet te krassen.
  • Suiker of voedsel met een hoog suikergehalte kan tot beschadiging van de kookplaat leiden en moet direct verwijderd worden.
  • Door zout, suiker en zand kan het glasoppervlak bekrast raken.
  • Gebruik een zachte doek, absorberend keukenpapier of een speciale kookplaatreiniger (volg de instructies van de fabrikant).
  • Gemorste vloeistoen in de kookzones kunnen ervoor zorgen dat de pannen bewegen of trillen.
  • Droog de kookplaat grondig nadat deze gereinigd is. PROBLEEMOPLOSSING
  • Controleer of er geen stroomuitval is.
  • Als de kookplaat na gebruik niet uitgeschakeld kan worden, trek dan de stekker uit het stopcontact.
  • Als bij de inschakeling van de kookplaat op het display alfanumerieke codes worden weergegeven, dient u volgens onderstaande tabel te handelen. Let op: De aanwezigheid van water, gemorste vloeistoen uit pannen of eventuele objecten op de toetsen van de kookplaat kunnen leiden tot het per abuis activeren of deactiveren van de toetsenblokkeringsfunctie. Als iets niet werkt Voer de onderstaande controles uit voordat u de technische dienst belt. Het apparaat werkt niet: Controleer of het netsnoer is aangesloten. De inductiezones worden niet warm: De pan is niet geschikt (heeft geen ferromagnetische bodem of is te klein). Controleer of de bodem van de pan een magneet aantrekt, of gebruik een grotere pan. Er klinkt een bromtoon tijdens het verwarmen: Bij pannen met een dunne bodem of pannen niet uit één stuk zijn gemaakt, wordt het zoemen veroorzaakt door de overdracht van energie naar de bodem van de pan. Het brommen is geen defect. Als u het toch wilt vermijden, moet u het vermogen iets lager zetten. U kunt ook een pan met een dikkere bodem en/of uit één stuk gebruiken. De aanraakbediening licht niet op, of licht wel op maar reageert niet: Er is geen verwarmingszone geselecteerd. Selecteer een verwarmingszone voordat u hem in werking stelt. Er zit vocht op de toetsen en/of uw vingers zijn nat. Houd het oppervlak met de tiptoetsen en/of uw vingers schoon en droog. De blokkeerfunctie is ingeschakeld. Ontgrendel de bediening. Tijdens en na het koken is het geluid van een ventilator hoorbaar: De inductiezones hebben een ventilator om de elektronica koel te houden. Deze werkt alleen als de elektronische circuits heet worden. De ventilator stopt zodra de circuits zijn afgekoeld, of de kookplaat nu aanstaat of niet. Het symbool verschijnt op de vermogensindicator van een kookplaat: Het inductiesysteem kan geen pan detecteren op een kookplaat of de pan is ongeschikt.NL De kookplaat schakelt uit en de volgende code verschijnt:

CODE BESCHRIJVING MOGELIJKE OORZAKEN OPLOSSING

C81 of C82 De code wordt op de indicatoren weergegeven. Te hoge temperatuur in de elektronica of op het glas. Wacht tot de elektronica is afgekoeld of verwijder de pan zodat het glas kan afkoelen. C85 De code verschijnt op de indicator van een van de kookplaten. De gebruikte pan is ongeschikt. Zet de kookplaat uit, zet hem weer aan en probeer het met een andere pan. C90 Het apparaat wordt uitgeschakeld en de code C90 verschijnt op de vermogensindicatoren (3). Het apparaat heeft waargenomen dat de hoofdschakelaar (1) is afgedekt, zodat de kookplaat niet kan worden ingeschakeld. Verwijder het voorwerp of de vloeistof van de hoofdschakelaar en reinig en droog tot de melding verdwijnt. C91 Het apparaat wordt uitgeschakeld en de code C91 verschijnt op de vermogensindicatoren (3). Het apparaat heeft waargenomen dat de toets Stop&GO (6) is afgedekt, zodat de kookplaat niet kan worden ingeschakeld. Verwijder eventuele voorwerpen of vloeistoen en houd het aanraakbedieningsoppervlak schoon en droog. Druk vervolgens tweemaal op de toets Stop&Go (6) om de melding te verwijderen. GELUIDEN DIE TIJDENS DE WERKING WORDEN GEPRODUCEERD Een inductiekookplaat kan sissen of kraken tijdens de normale werking. Deze geluiden zijn eigenlijk afkomstig van het kookgerei en houden verband met de kenmerken van de bodem van de pan (bijvoorbeeld wanneer de bodem uit verschillende lagen bestaat of onregelmatig is). Deze geluiden kunnen variëren, afhankelijk van het soort en de inhoud van het kookgerei dat wordt gebruikt. De geluiden betekenen niet dat er een storing is. KLANTENSERVICE Om volledige assistentie te ontvangen, registreer uw product op https://www.register.whirlpool.eu/register/ VOORDAT U CONTACT OPNEEMT MET DE KLANTENSERVICE:

1. Kijk of u het probleem zelf kunt oplossen met behulp van de

suggesties in het hoofdstuk PROBLEEMOPLOSSING.

2. Zet het apparaat aan en uit om te controleren of het probleem is

opgelost. ALS NA HET UITVOEREN VAN DEZE CONTROLES DE STORING NOG STEEDS AANWEZIG IS, NEEMT U CONTACT OP MET DICHTSTBIJZIJNDE KLANTENSERVICE. Bel het nummer in het garantieboekje of volg de instructies op de website www.whirlpool.eu voor assistentie. Wanneer u contact opneemt met onze Klantendienst, vermeld altijd:

  • een korte beschrijving van de storing;
  • het type en het exacte model van het apparaat;
  • het serienummer (nummer na de letters SN op het typeplaatje onder het apparaat). Het serienummer is ook vermeld in de documentatie;
  • uw telefoonnummer. Wend u tot een erkende Consumenten Service indien reparatie noodzakelijk is (alleen dan heeft u zekerheid dat originele vervangingsonderdelen worden gebruikt en de reparatie correct wordt uitgevoerd). Bel bij een verzonken inbouwinstrument de Klantenservice en vraag om een set montageschroeven 4801 211 00112. XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXMade in XType: XXX Mod.: XXX