Airpress K 5002000S - Compressor

K 5002000S - Compressor Airpress - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis K 5002000S Airpress in PDF-formaat.

📄 114 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Airpress K 5002000S - page 38

Gebruikersvragen over K 5002000S Airpress

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Compressor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding K 5002000S - Airpress en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. K 5002000S van het merk Airpress.

GEBRUIKSAANWIJZING K 5002000S Airpress

Een originele kopie van de onderhavige verklaring is bij de compressor gevoegd.

de segurança das directivas aplicáveis. NL Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid dat de hieronder beschreven persluchtcompressor in overeenstemming is met de veiligheidsvoorschriften die van toepassing zijn.

Bewaar deze handleiding voor toekomstige raadpleging

1 - Gegevens van de fabrikant

5 - Gemeten luchtopbrengst van de compressor in (l/min) en (cfm)

toeren per minuut (RPM), gewicht (kg)

7 - Gegarandeerd geluidsemissieniveau in dB(A)

Gemeten geluidsemissieniveau in dB(A)

8 - Elektrische gegevens: voedingsspanning (V), frequentie (Hz),

opgenomen stroom (A), vermogen in (kW) en (pk)

10 - Verklaring van oorsprong

11 - Jaar van productie/fabricage

Bewaar deze handleiding voor toekomstige raadpleging

Deze compressors zijn niet geschikt om buiten gebruikt te worden. Deze compressoren zijn gebouwd voor professioneel gebruik.

WAAR U OP MOET LETTEN

  • De compressor moet in geschikte omgevingen worden gebruikt (goed geventileerd, omgevingstemperatuur +5°C tot +40°C) en nooit bij aanwezigheid van stof, zuren, dampen, explosieve of ontvlambare gassen.
  • Houd altijd een veiligheidsafstand van minstens 4 meter tussen de compressor en het werkgebied aan.
  • Eventuele verkleuringen die verschijnen op de riembeschermers van de compressor tijdens lakspuiten, wijzen op een te geringe afstand.
  • Steek de stekker van de stroomkabel in een qua vorm, spanning en frequentie geschikt stopcontact dat voldoet aan de geldende voorschriften.
  • Laat voor de driefasenversie de stekker door personeel monteren dat volgens de plaatselijke voorschriften als elektricien is opgeleid. Controleer bij het eerste opstarten of de draairichting correct is en overeenkomt met de richting aangeduid door de pijl op de riembeschermer (versies met plastic bescherming) of op de motor (versies met metalen beschermingen).
  • Gebruik voor de stroomkabel verlengsnoeren met een lengte van hoogstens 5 meter en met een geschikte kabeldoorsnede.
  • Men raadt het gebruik van verlengsnoeren met een andere lengte, alsmede adapters en meervoudige stekkerdozen af.
  • Gebruik uitsluitend de schakelaar van de pressostaat om de compressor uit te schakelen of gebruik de schakelaar op de schakelkast, bij modellen die hiervan zijn voorzien. Schakel de compressor niet uit door de contactstop af te koppelen, om opnieuw starten terwijl druk in de kop aanwezig is te voorkomen.
  • Gebruik uitsluitend de handgreep om de compressor te verplaatsen.
  • De werkende compressor moet op een stabiele, horizontale ondergrond worden geplaatst om een correcte smering te verzekeren.
  • Plaats de compressor op minstens 50 cm van de muur om een optimale circulatie van frisse lucht en een correcte koeling te garanderen.
  • Richt de luchtstroom nooit op mensen, dieren of op het eigen lichaam (Gebruik een beschermbril om de ogen tegen vreemde voorwerpen die door de luchtstroom worden verplaatst te beschermen).
  • Richt vloeistoffen die door op de compressor aangesloten gereedschappen worden gespoten nooit op de compressor zelf.
  • Gebruik het apparaat nooit met blote voeten of vochtige handen of voeten.
  • Trek nooit aan de stroomkabel om de stekker uit het stopcontact te trekken of om de compressor te verplaatsen.
  • Het apparaat mag niet blootgesteld aan weersinvloeden (regen, zon, mist, sneeuw).
  • Vervoer de compressor niet met de ketel onder druk.
  • Voer op de ketel geen lassen of mechanische bewerkingen uit. In geval van defecten of corrosie moet de ketel vervangen worden.
  • Zorg ervoor dat de compressor niet door onervaren personeel wordt gebruikt. Houd kinderen en dieren uit de buurt van het werkgebied.
  • Het apparaat is niet bestemd om gebruikt te worden door personen (inclusief kinderen) wiens lichamelijk, sensoriele of mentale vermogen verminderd is of die geen ervaring of kennis hebben van het apparaat, tenzij zij geholpen worden door een persoon die over hun veiligheid waakt en voor toezicht zorgt of instructies geeft over het gebruik van het apparaat.
  • Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.
  • Plaats geen ontvlambare voorwerpen of voorwerpen van nylon of stof in de buurt en/of op de compressor.
  • Reinig de machine niet met ontvlambare vloeistoffen of oplosmiddelen. Gebruik uitsluitend een vochtige doek en controleer of de stekker uit het stopcontact is verwijderd.
  • Het gebruik van de compressor is strikt beperkt tot de compressie van lucht. Gebruik de compressor niet voor andere gassoorten.
  • De door het apparaat geproduceerde perslucht is zonder speciale behandelingen niet bruikbaar voor toepassingen op farmaceutisch, voedings- of gezondheidsgebied en mag niet gebruikt worden voor het vullen van zuurstofessen voor duikers.
  • Gebruik de compressor niet zonder beschermingen (riembeschermers) en raak niet de bewegende delen aan.
  • Deze compressor is gebouwd om met intermitterend bedrijf te werken, zoals aangegeven op het plaatje met technische gegevens (zo betekent bijvoorbeeld S3-50 5 minuten bedrijf en 5 minuten rust), om overmatige oververhitting van de elektromotor te voorkomen. Als dat mocht gebeuren, grijpt de thermische beveiliging van de motor in door automatisch de spanning te onderbreken wanneer de temperatuur te hoog is vanwege een overmatige stroomabsorptie.
  • Om het opnieuw opstarten van de machine te vereenvoudigen, moeten niet alleen de beschreven handelingen worden uitgevoerd, maar ook de drukknop op de pressostaat worden bediend: deze moet eerst in de uitgeschakelde stand en vervolgens in de ingeschakelde stand worden gebracht (g. 1a-1b).
  • Bij de eenfaseversies moet men met de hand op de reset-knop op de klemmendoos van de motor drukken (g. 2).
  • Bij de driefasenversies hoeft men slechts met de hand de drukknop van de pressostaat te bedienen door deze in de ingeschakelde stand te brengen, of de drukknop op de thermische beveiliging in de schakelkast te bedienen. (g. 3a-3b-3c).
  • De eenfaseversies zijn voorzien van een pressostaat met een luchtafblaasklep met vertraagde sluiting (of van een klep gesitueerd op de afsluitklep) die het starten van de motor vereenvoudigt: het is dan ook normaal dat bij lege ketel gedurende enkele seconden nog lucht door deze klep wordt afgeblazen.
  • Alle compressoren zijn voorzien van een veiligheidsklep die ingrijpt in geval van onregelmatige werking van de pressostaat, zodat de veiligheid van de machine is gegarandeerd (g. 4a-4b). Het veiligheidsventiel wordt ingesteld over overmatige onderdrukzetting van de luchtreservoirs te voorkomen. Dit ventiel wordt in de fabriek afgesteld en werkt eerst als de reservoirdruk deze druk bereikt. Tracht niet deze veiligheidsinrichting te verstellen of te elimineren. Elke aanpassing van dit ventiel kan ernstig letsel veroorzaken. Raadpleeg een bevoegd servicecentrum als het nodig is de inrichting te controleren of onderhoudswerkzaamheden erop uit te voeren.
  • Alle tweetrapscompressoren zijn voorzien van veiligheidskleppen op het spruitstuk voor luchttoevoer naar de ketel en op de verbindingsbuis tussen de lage en de hoge druk op de kop. Deze grijpen in geval van slechte werking in (g. 5).
  • De rode streep op de manometer geeft de maximumbedrijfsdruk van het reservoir aan, en niet de geregelde druk.
  • Tijdens het aansluiten van een pneumatisch gereedschap op een buis met perslucht die door de compressor wordt geleverd, moet de luchtstroom die uit deze buis komt absoluut afgesloten zijn.
  • Het gebruik van perslucht voor de verschillende toepassingen die mogelijk zijn (opblazen, pneumatische gereedschappen, lakspuiten, wassen met reinigingsmiddelen uitsluitend op waterbasis enz.) veronderstelt kennis en inachtneming van de voorschriften die voor de afzonderlijke gevallen gelden.
  • Controleer of het luchtgebruik en de maximale bedrijfsdruk van het te gebruiken luchtdrukgereedschap en verbindingsleidingen (met de compressor) geschikt zijn voor de op de drukregelaar ingestelde druk en met de hoeveelheid door de compressor geleverde lucht.
  • Toevoerslangen moeten bij een druk, hoger dan 7 bar, met een veiligheidskabel (bv. een staalkabel) worden uitgerust.
  • De prestaties van de compressor worden gegarandeerd voor een werking tussen 0 en 1000 meter boven zeeniveau.
  • De compressor is onderworpen aan een geconditioneerde aansluiting met de maximum impedantie (Zmax) die op de motorplaat wordt aangeduid.
  • De bijgaande wielen dienen te worden gemonteerdzoal getoond in g. 19 en 20. Monteer voor de versies met vaste poten de trillingsdempers indien voorzien (g. 21).
  • Controleer de overeenstemming met de gegevens op de typeplaat van de compressor met de werkelijke gegevens van de elektrische installatie; er wordt een spanningsvariatie van +/- 10% ten opzichte van de nominale waarde toegestaan.
  • Steek de stekker van de stroomkabel in een geschikt stopcontact en controleer of de drukknop van de pressostaat op de compressor in de uitgeschakelde stand «O» (OFF) staat (g. 6a-6b-6c-6d).
  • Sluit bij de driefasenversies de stekker aan op een schakelkast beveiligd door passende zekeringen.
  • Laat, bij versies uitgerust met een schakelkast (“Tandem” units of sterdriehoekaanzetters), de installatie en de aansluitingen (op de motor, de pressostaat en de magneetklep daar waar aanwezig) door gekwaliceerd personeel uitvoeren.
  • Controleer het oliepeil via de kijkopening en vul eventueel bij door de ontluchtingsplug los te schroeven (g. 7a-7b).
  • Nu is de compressor klaar voor gebruik.
  • Bedien de schakelaar van de pressostaat (of de keuzeschakelaar bij versies met schakelkast, (fig. 6a-6b-6c-6d): de compressor start, begint lucht te pompen en voert deze via de toevoerbuis naar de ketel. Bij de tweetrapsversies wordt de lucht in de lagedruk-cilinderbus gezogen en voorgecomprimeerd. Vervolgens wordt de lucht via de recirculatiebuis naar de hogedruk-cilinderbus en daarna naar de ketel gevoerd. Deze bedrijfscyclus zorgt voor hogere drukken en de beschikbaarheid van lucht met 11 bar (15 bar voor speciale machines).
  • Zodra de maximale waarde van de bedrijfsdruk wordt bereikt (ingesteld door de constructeur tijdens de keuringsfase), stopt de compressor en blaast de overmaat aan lucht die in de kop en toevoerbuis aanwezig is via een klep onder de pressostaat af (bij de ster-driehoek versies via een magneetklep die bij het stoppen van de motor wordt geactiveerd).
  • Dit afblazen vereenvoudigt het opnieuw opstarten van de compressor, aangezien er geen druk meer in de kop aanwezig is.
  • Bij gebruik van lucht start de compressor automatisch op wanneer de onderste afstelwaarde wordt bereikt (2 bar tussen bovenste en onderste waarde).
  • Het is mogelijk om de druk in de ketel te controleren door de bijgeleverde manometer af te lezen (g. 4a-4b).
  • De compressor blijft met deze automatische cyclus werken totdat de schakelaar van de pressostaat (of de keuzeschakelaar van de schakelkast, g. 6a-6b-6c- 6d) wordt afgezet. Als men de compressor opnieuw wil gebruiken, dient men minstens 10 seconden na het uitschakelen te wachten alvorens de compressor opnieuw te starten.
  • Bij de versies met schakelkast moet de pressostaat altijd in lijn staan met de ingeschakelde stand I (ON).
  • Bij de tandemversies staat de bijgeleverde unit het gebruik van één van beide compressorgroepen toe (indien gewenst met afwisselend gebruik) of van beide gelijktijdig, afhankelijk van de behoeften. In het laatste geval zal het starten op gedifferentieerde wijze verlopen, om een overmatige absorptie van stroom bij het starten te voorkomen (getimede start).
  • Alleen verrijdbare compressoren zijn van een reduceerventiel voorzien (bij versies met vaste pootjes wordt deze gewoonlijk op de gebruikslijn geïnstalleerd). Door de knop bij open kraan te bedienen (door deze omhoog te trekken wordt bij rechtsom draaien de druk verhoogd en bij linksom draaien de druk verlaagd, g. 8) kan de luchtdruk geregeld worden om het gebruik van pneumatische gereedschappen te optimaliseren. Zet, zodra de gewenste waarde is ingesteld, de knop weer laag om deze in zijn stand te vergrendelen.
  • De ingestelde waarde kan op de manometer gecontroleerd worden (bij versies die hiermee zijn uitgerust, g. 9) of met behulp van de genummerde streepjes op de knop, welke waarden met de betreffende drukken overeenkomen.
  • Controlleer of het luchtgebruik en de maximum druk van de te proberen luchtdrukwerktuigen geschikt zijn met de aangetekende druk op de drukregelaar en met de hoeveelheid lucht geleverd door de compressor.
  • Schakel de machine na gebruik uit, neem de stekker uit het stopcontact en leeg de ketel.
  • De levensduur van de machine hangt af van de kwaliteit van het onderhoud.
  • ZET, VOORDAT WERKZAAMHEDEN AAN DE COMPRESSOR WORDEN UITGEVOERD, DE PRESSOSTAAT IN DE STAND “OFF”, NEEM DE STEKKER UIT EN LEEG DE KETEL VOLLEDIG.
  • Controleer de aanhaalkoppels van alle bouten en vooral die van de kop (g. 10). De controle moet uitgevoerd worden voordat de compressor voor de eerste keer gestart wordt en vervolgens bij het eerste intens gebruik, om de correcte waarde van het aanspanmoment, die door de thermische uitzetting gewijzigd werd, te herstellen.
  • Reinig het aanzuiglter met een frequentie die afhangt van het type werkomgeving en minstens eens per 100 uur. Vervang het lter indien nodig (een verstopt lter vermindert het rendement en een onwerkzaam lter veroorzaakt een grotere slijtage van de compressor, g. 11a-11b-11c-11d).
  • Ververs de olie na de eerste 100 bedrijfsuren en vervolgens elke 300 uur. Controleer periodiek het niveau.
  • Gebruik SAE 40 minerale olie. (Voor koude klimaten wordt SAE 20 aanbevolen). Meng geen verschillende soorten olie. Als kleurvariaties optreden (witachtig = aanwezigheid van water; donker = oververhitte olie) wordt aangeraden om de olie onmiddellijk te verversen.
  • Schroef de plug na het bijvullen (g. 12) stevig vast en controleer of er tijdens gebruik geen olie uit lekt. Controleer wekelijks het oliepeil om een correcte smering te garanderen (g. 7a).
  • Tap regelmatig (of na werkzaamheden die langer dan een uur duren) het condenswater af dat zich in de ketel ophoopt (g. 13a-13b) i.v.m. het vocht dat in de lucht aanwezig is. Dit om de ketel tegen roesten te beschermen en niet de capaciteit te beperken.
  • Controleer periodiek de spanning van de riemen, die een doorbuiging (f) van circa 1 cm moeten bezitten (g. 14). TABEL 2 – ONDERHOUDSINTERVALLEN FUNCTIE NA DE EERSTE 100 UREN ELKE 100 UREN ELKE 300 UREN Reiniging van de zuigfilter en/of vervanging van het filtrerende element

Vervanging van olie*

Sluiting van de hoofdtrekkers De controle moet uitgevoerd worden voordat de compressor voor de eerste keer wordt gestart Het lossen van de condens vanuit de tank Regelmatig en bij het einde van het werk Controle van de riemspanning Regelmatig

  • Zowel de uitgewerkte olie (gesmeerde modellen) als het condenswater MOETEN op milieuvriendelijke wijze en overeenkomstig de geldende wettelijke voorschriften VERWERKT worden.

Trek de netstekker uit het stopcontact, ontlucht het apparaat en alle aangesloten pneumatische gereedschappen. Berg de compressor op zodat hij niet door onbevoegden in werking kan worden gesteld.

De verkoop van de compressor moet gebeuren voor de leidingen die geschikt zijn en overeenstemmen met de eisen van de lokale wetgeving.

6. GARANTIE EN REPARATIE

In geval van goederen met defecten of als reservedelen nodig zijn, dient u contact op te nemen met het verkooppunt waar u het toestel gekocht heeft.

Schakel een gekwaliceerd elektricien in voor werkzaamheden aan elektrische componenten (kabels, motor, pressostaat, schakelkast…). Storing Oorzaak Remedie Luchtlekkage uit de klep van de pressostaat. Terugslagklep die wegens slijtage of vuil op het afsluitvlak niet correct zijn functie vervult. Draai de zeskantkop van de terugslagklep los, reinig de zitting en het schijfje van speciaal rubber (vervang indien versleten). Monteer opnieuw en draai zorgvuldig vast (g. 15a-15b). Open condensaftapkraan. Sluit de condensaftapkraan. Rilsan buis niet correct op de pressostaat aangesloten. Breng de rilsan buis op correcte wijze binnen de pressostaat in (g. 16). Afname van het rendement. Veelvuldig starten. Lage drukwaarden. Overmatig verbruik. Verbruik minder. Lekken uit koppelingen en/of leidingen. Repareer de pakkingen. Verstopt aanzuiglter. Reinig/vervang het aanzuiglter (g. 11a-11b- 11c-11d). Slippende riem. Controleer de spanning van de riemen (g. 14). De motor en/of de compressor raken oververhit. Onvoldoende ventilatie. Verbeter de ventilatie. Verstopte luchtdoorvoeropeningen. Controleer en reinig eventueel het luchtlter. Matige smering. Vul bij of ververs de olie (g. 17a-17b-17c). De compressor stopt na enkele startpogingen door ingrijpen van de thermische beveiliging i.v.m. overmatige belasting van de motor. Starten met volle compressorkop. Aaten van druk aan de kop van de compressor door te drukken op de drukregelaar. Lage temperatuur. Verbeter de omgevingscondities. Onvoldoende spanning. Controleer of de netspanning overeenkomt met die op het typeplaatje. Verwijder eventuele verlengsnoeren. Verkeerde of onvoldoende smering. Controleer het peil, vul bij of ververs eventueel de olie. Inefciënte magneetklep. Neem contact op met het Servicecentrum. De compressor stopt tijdens bedrijf zonder duidelijke reden. Ingreep van de thermische beveiliging van de motor. Controleer het oliepeil. Eenfase-eentrapsversies: bedien de drukknop op de pressostaat door hem in de OFF stand (g. 1a). Reset de thermische beveiliging (g. 2) en start opnieuw (g. 1b). Als de storing blijft aanhouden, contact opnemen met het Servicecentrum. Versies met sterdriehoekaanzetter: bedien de drukknop op de thermische beveiliging in de schakelkast (g. 3c) en start opnieuw (g. 6d). Als de storing blijft aanhouden, contact opnemen met het Servicecentrum. Overige versies: bedien de drukknop op de pressostaat door hem in de OFF stand en vervolgens in de ON stand te zetten (g. 1a-1b). Als de storing blijft aanhouden, contact opnemen met het Servicecentrum. Elektrische storing. Neem contact op met het Servicecentrum. De compressor trilt tijdens bedrijf en de motor maakt een onregelmatig bromgeluid. Als hij stopt, start hij niet meer op, ondanks het feit dat er een bromgeluid uit de motor komt. Eenfasemotoren: defecte condensator. Laat de condensator vervangen. Driefasenmotoren: Er ontbreekt een fase in het driefasen- voedingssysteem i.v.m. mogelijke onderbreking van een zekering. Controleer de zekeringen in de schakelkast of –doos en vervang eventuele beschadigde zekeringen (g. 18). Abnormale aanwezigheid van olie in net. Overmatige vulling van olie binnen de groep. Controleer het oliepeil. Slijtage segmenten. Neem contact op met het Servicecentrum. Lekkage van condens uit de aftapkraan. Vuil of zand in de kraan. Reinig de kraan. Alle overige werkzaamheden moeten door de erkende Servicecentra worden uitgevoerd, waarbij originele onderdelen gebruikt moeten worden. Zelfstandig de machine proberen te repareren kan de veiligheid in gevaar brengen en maakt sowieso de garantie ongeldig.

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Airpress

Model : K 5002000S

Categorie : Compressor