DHP 20 - Ontvochtiger Master - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DHP 20 Master in PDF-formaat.
| Producttype | Luchtontvochtiger |
| Merk | Master |
| Model | DHP 20 |
| Gewicht | 21 kg |
| Voeding | 220-240 V, 50 Hz |
| Vermogen | 395 W |
| Ontvochtigingscapaciteit | 16 L/24h (bij 30 °C, 80% RV) |
| Luchtdebiet | 375 m³/h |
| Bedrijfstemperatuurbereik | +5 °C tot +32 °C |
| Relatieve vochtigheid | 30 % tot 90 % |
| Koelmiddel | R-1234yf (0,27 kg) |
| Ingebouwde pomp | Ja, max. opvoerhoogte 6 m |
| Filter | Schuimfilter, wasbaar |
| Automatische ontdooiing | Ja |
| Vochtigheidsregeling | Draaiknop hygrostaat, automatisch stoppen/herstarten |
| Indicatielampjes | Groen (werking), Geel (ontdooiing), Rood (storing) |
| Meegeleverde accessoires | Afvoerslang, filter, gebruikershandleiding |
| Beoogd gebruik | Binnen, bouwplaatsen, garages, magazijnen |
| Veiligheidsnormen | CE, EN 60335-1, EN 60335-2-40 |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen van filter, verdamper en opvangbak |
| Garantie | Standaard (zie voorwaarden) |
Veelgestelde vragen - DHP 20 Master
Gebruikersvragen over DHP 20 Master
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ontvochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DHP 20 - Master en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DHP 20 van het merk Master.
GEBRUIKSAANWIJZING DHP 20 Master
1 Productvarianten.... 62
2 Productoverzicht.... 63
3 Overzicht bedieningspaneel 64
4 Over deze gebruikshandleiding.... 65
5 Productbeschrijving 65
6 Veiligheid 66
7 Transport en installatie.... 67
8 Gebruik en bediening 68
9 Onderhoud en verzorging 69
10 Verhelpen van storingen 71
11 Reparatie.... 72
12 Buitenbedrijfstelling, opslag en afvoer.... 72
13 EG-conformiteitsverklaring.... 73
1 Productvarianten
In deze gebruikshandleiding worden verschillende productvarianten beschreven. De functies en bediening zijn nagenoeg hetzelfde. Om welke variant het gaat, ziet u op het typeplaatje. Verdere informatie vindt u in Technische gegevens/Technical Data.
Variant Hoofdkenmerken
DHP 20 Uittrekbare handgreep, draaggreep, 2 transportwielen
2 Productoverzicht

Fig. 1: Vooraanzicht en achteraanzicht
| 1 Bedieningspaneel 2 Uitsparing voor op elkaar stapelen | |
| 3 Transportwiel 4 Stavoet | |
| 5 Luchttoevoerrooster met filterhouder | 6 Handgreep |
| 7 Bedrijfsurenteller 8 Kabeloproller | |
| 9 Luchtuitlaat 10 Draaggreep | |
| Toets/weergave Beschrijving | |
| Bedrijfsurenteller Weergave van de bedrijfsuren van het apparaat. |
3 Overzicht bedieningspaneel

Fig. 2: Bedieningspaneel
| 1 Draaischakelaar hygrostaat 2 Rood storingslampje | |
| 3 Geel controlelampje 4 Apparaatschakelaar | |
| 5 Groen bedrijfslampje | |
| Toets/weergave Beschrijving | |
| Apparaatschake-laar | In-/uitschakelen van het apparaat:■ Stand [I]: Continu bedrijf van het apparaat■ Stand [II]: start van de pomp en afpompen van het condensaat |
| Controlelampje Bedrijfsstatus van het apparaat:■ Groen: Apparaat werkt■ Geel: Ontdooifunctie■ Rood: Storing, werking gestopt | |
| Draaischakelaar hygrostaat | Instellen van de gewenste luchtvochtigheid. Bij het bereiken van deze luchtvochtigheid wordt het apparaat uitgeschakeld. Als de luchtvochtigheid stijgt, wordt het apparaat automatisch weer ingeschakeld. |
4 Over deze gebruikshandleiding
Aan de hand van deze gebruikshandleiding (hierna handleiding genoemd) kan de gebruiker veilig werken met de luchtontvochtiger (hierna apparaat genoemd).
Deze handleiding mag zonder schriftelijke toestemming van Dantherm S.p.A. (hierna fabrikant genoemd) niet worden gereproduceerd, vermenigvuldigd of verspreid.
OPMERKING! Lees de handleiding vóór gebruik zorgvuldig door. Bewaar de handleiding.
Gebruikte veiligheidsaanwijzingen GEVAAR! Waarschuwing voor een on- middellijk gevaar voor de mens
Deze veiligheidsaanwijzing waarschuwt voor een onmiddellijk gevaarlijke situatie die tot zware verwondingen of tot de dood kan leiden.
WAARSCHUWING! Waarschuwing voor een mogelijk gevaar voor de mens.
Deze veiligheidsaanwijzing waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zware verwondingen of tot de dood kan leiden.
VOORZICHTIG! Waarschuwing voor een mogelijk gevaar voor de mens.
Deze veiligheidsaanwijzing waarschuwt voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte tot middelzware verwondingen kan leiden.
OPGELET! Waarschuwing voor mogelijke materiële schade.
Deze veiligheidsaanwijzing waarschuwt voor schade aan de machine.
Contact met de fabrikant
Zie Achterzijde.
5 Productbeschrijving
Het apparaat ontvochtigt de ruimtelucht. Het condenswater dat daarbij ontstaat wordt opgevangen in een condensaatreservoir en kan via een interne pomp en de afvoerslang in een opvangbak of in een afvoer worden gepompt. Het apparaat is uitgerust met een automatische ontdooifunctie.
Leveringsomvang
■ Luchtontvochtiger
■ Afvoerslang
■ Filtermat
■ Gebruikshandleiding
Optioneel toebehoren
■ Art. nr. 1306539 Uitlaatluchtadapter voor 1 slang (100 mm)
■ Art. nr. 1306553 Uitlaatluchtadapter voor 3 slangen (3 x 50 mm)
Typeplaatje

Het typeplaatje is op het apparaat aangebracht.
Gebruik volgens de voorschriften
Het apparaat is uitsluitend bestemd voor commercieel gebruik voor het ontvochtigen van lucht bij atmosferische druk in gesloten binnenruimten.
Het gebruik volgens de voorschriften omvat tevens het inachtnemen van de bedrijfsomstandigheden (zie Bedrijfsomstandigheden).
Elk ander gebruik of gebruik dat verder gaat dan dit geldt als in strijd met de voorschriften. Bij gebruik in strijd met de voorschriften vervalt elke aanspraak op garantie.
Het gebruik van de luchtontvochtiger is voor personen met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of voor kinderen niet toegestaan.
Elke gebruiker moet deze handleiding hebben gelezen en begrepen.
Te voorziene onjuiste toepassingen
Het apparaat mag niet worden gebruikt:
■ In niet afgesloten ruimtes of buiten.
■ In ruimtes met explosiegevaar of in agressieve atmosferen.
In ruimtes met ozonbehandelde lucht, hoge oplosmiddelconcentratie of hoge stofbelasting.
- Bij niet-naleving van de voorgeschreven minimale afstanden.
6 Veiligheid
Algemene veiligheidsaanwijzingen
■ Met het apparaat mag alleen een geïnstrueerde bediener werken.
■ Veranderingen in de constructie van het apparaat zijn niet toegestaan.
■ Alleen toereikend gekwalificeerd personeel mag onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren. Hierbij moet het apparaat zijn uitgeschakeld en de netstekker uit het stopcontact zijn getrokken.
WAARSCHUWING! Explosiegevaar, brandwonden en vergiftiging door koel-middel
Het apparaat werkt met een reukloos en brandbaar koelmiddel. Bij verkeerde bediening kan het koelmiddel tot explosie, brand, vergiftiging en letsels leiden. Het koelmiddelcircuit staat onder druk.
Gebruik het toestel alleen in een ruimte met een vloeroppervlak van meer dan 4 m².
Apparaat niet doorboren of verbranden.
Geen voorwerpen gebruiken om het ont-dooiproces te versnellen.
Alle werkzaamheden aan het koelmiddelcircuit alleen laten uitvoeren door de fabrikant of door vakpersoneel dat door de fabrikant is geautoriseerd.
→ Vermijd contact met koelmiddelen.
Bij het omgaan met koelmiddelen de geldende veiligheidsregels in acht nemen.
WAARSCHUWING! Elektrische schok door elektrische spanning
Werken aan spannungsvoerende onderdelen of water op spanningsvoerende onderdelen kan levensgevaarlijke elektrische schokken veroorzaken.
Werken aan elektrische inrichtingen is alleen aan elektriciëns toegestaan.
Vermijd contact tussen water en spanningsvoerende onderdelen.
Vóór elke verplaatsing het apparaat uitschakelen, de netstekker uit het stopcontact trekken en het condensreservoir le-gen/leegpompen.
WAARSCHUWING! Infectiegevaar
Het condensaat kan met ziekteverwekkende stoffen zijn verontreinigd.
→ Het condensaat nooit opdrinken.
- Condensaat regelmatig afpompen. Voorkom dat condensaat gedurende langere tijd in het opvangvat of de afvoerslang aanwezig blijft.
Bedrijfsomstandigheden
Het apparaat is bestemd voor mobiel of stationair gebruik in binnenruimtes, op bouwplaatsen, in garages en opslagruimten. Het apparaat werkt efficiënt:
- Bij een temperatuur van +5 °C tot +32 °C en een vochtigheidsgraad van 40 % tot 100 % relatieve luchtvochtigheid.
Ruimtetemperaturen tussen 20 °C en 27 °C zijn ideaal.
■ In gesloten ruimten met zo min mogelijk luchtuitwisseling.
■ Als het apparaat zo centraal mogelijk in de ruimte wordt opgesteld.
■ De afgegeven, droge lucht op het natte gebied in de ruimte gericht is.
Gebruik het apparaat niet in omgevingen:
■ Met een explosieve, olie-, zwavel- of zouthoudende atmosfeer.
■ Met een hoge oplosmiddel- of stofconcentratie.
7 Transport en installatie
Transport
WAARSCHUWING! Kans op letsel door omkiepen
- Transporteer het apparaat rechtopstaand en beveilig het tegen kantelen of wegglijden.
→ Plaats het apparaat op een vlakke en stevige ondergrond.
WAARSCHUWING! Kans op letsel bij transport
- Verplaats het apparaat met de hand-greep en de transportwielen
Transporteer zware lasten met twee personen of met geschikte hefhulpmiddelen.
Procedure
- Controleer vóór transport of de condensaattank is leeggepompt.
- Vóór transport ervoor zorgen dat de afvoerslang van het apparaat is losgetrokken en het netsnoer uit het stopcontact is getrokken.
- Transporteer het apparaat naar de plaats van gebruik.
- Zware apparaten met twee personen of hefhulpmiddelen transporteren.
- Zet de transportwielen op de rem om het apparaat vast te zetten.
OPMERKING! De lucht moet vrij circule- ren. De luchtopeningen niet afdekken. De vrije ruimte voor de luchtuitlaat en het luchtfilter moet ten minste 1 m bedra- gen.
Uitpakken
-
Haal het apparaat uit de doos en plaats het op de grond.
-
Controleer de leveringsomvang op volledigheid.
Meld transportschade of onvolledigheid van de levering onmiddellijk aan uw vakhandelaar.
Handgreep instellen
- Maak de vergrendeling van de handgreep los en trek de handgreep naar de gewenste hoogte.
Afvoerslang aansluiten
De meegeleverde afvoerslang moet altijd op het apparaat worden aangesloten.
OPGELET! Ontoereikende prestaties van het apparaat
- Afvoerslang niet knikken.
Geen voorwerpen op de slang zetten.
Procedure
- Bevestig de snelkoppeling van de afvoerslang aan het aansluitstuk op de achterkant van het apparaat.
- Leid de afvoerslang van het apparaat weg naar een afvoer of naar een opvangbak die groot genoeg is (maximaal hoogteverschil: 6 m).
Apparaten stapelen
Voor gebruik of opslag mogen maximaal twee apparaten op elkaar worden gestapeld.
- Draai de handgreep bij het apparaat dat onder zal staan los, en schuif de handgreep volledig naar binnen.
- Stapel het ene apparaat op het andere. Plaats hierbij het bovenste apparaat in de uitsparingen van het onderste apparaat.
Elektrische aansluiting
- Zorg ervoor dat de netspanning met de specificatie in Technische gegevens/Technical Data overeenkomt.
- Zorg ervoor dat het stopcontact en de netvoeding voldoende gezekerd zijn (zie
in Technische gegevens/Technical Data).
- Zorg ervoor dat het stopcontact altijd is beveiligd met een aardlekschakelaar - vooral in vochtige ruimten en op bouwplaatsen.
- Zorg ervoor dat het gebruikte stopcontact geaard is en past bij de netstekker van het apparaat.
- Steek de netstekker in het stopcontact.
8 Gebruik en bediening
Vóór het inschakelen
- Zorg ervoor dat het apparaat niet op een natte ondergrond staat en dat het rechtop en veilig staat.
- Zorg ervoor dat het condensaat veilig kan weglopen.
- Maak indien nodig een logboek van de bedrijfsurenteller
OPMERKING! Het apparaat vóór ingebruikname, na transport en na langdurige opslag ca. 15 minuten in zijn definitieve positie laten rusten.
Luchtvochtigheid instellen, apparaat inschakelen en continu bedrijf
- Stel de draaischakelaar van de hygrostaat op de gewenste doelvochtigheid in.
- Zet de apparaatschakelaar in stand [l].
⇒ Het groene controlelampje geeft aan dat de compressor in bedrijf is.
⇒ Het continubedrijf start en het apparaat werkt net zo lang de ingestelde doelvochtigheid bereikt is of de automatische start (het gele controle-lampje geeft aan dat de ontdooi-functie werkt).
Het condensaat wordt bij continu bedrijf automatisch afgepompt.
Zodra de ingestelde doelvochtigheid bereikt is, wordt het apparaat uitgeschakeld. Het apparaat blijft bedrijfsklaar. Bij overschrijding van de doelvochtigheid wordt het apparaat opnieuw opgestart.
Condensaat afpompen (bij verplaatsing van het apparaat)
√ Het apparaat is niet aan het ontdooien (het gele controlelampje is uit).
- Zet de apparaatschakelaar in stand [I].
⇒ De condensaatpomp pompt het condensaat via de afvoerslang in de afvoer / de opvangbak.
- Zodra er geen condensaat meer wordt verpompt, zet u de apparaatschakelaar direct in stand [0] om drooglopen van de pomp te voorkomen.
Apparaat uitschakelen
- Zet de apparaatschakelaar in stand [0].
⇒ De apparaatschakelaar gaat uit en het apparaat is uitgeschakeld.
OPMERKING! Bij geplande, langdurige stilstand van het apparaat altijd het condensaat wegpompen voordat u het apparaat uitschakelt.
9 Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING! Gezondheidsschade door inademing van giftige stoffen in het milieu
- Afhankelijk van de plaats van gebruik kunnen de onderdelen van het apparaat verontreinigd zijn met schimmel of andere milieugifstoffen.
Reinig het apparaat en het filter alleen met perslucht in een open omgeving.
Draag bij de reiniging een veiligheidsbril en ademhalingsbescherming.
OPGELET! Materiële schade
Reinigingsmiddelen kunnen oppervlakken beschadigen. Gebruik alleen milde reinigingsmiddelen.
Gebruik alleen goedgekeurde originele vervangende onderdelen.
Behuizing en filter reinigen
De reinigingsintervallen van het apparaat zijn afhankelijk van de gebruiksomstandigheden. Controleer en reinig daarom het apparaat regelmatig.
Als het apparaat wordt gebruikt voor het drogen op bouwplaatsen, moet het apparaat na elk gebruik worden gecontroleerd en gereinigd en moet het luchtfilter ten minste wekelijks worden vervangen.
- Schakel het apparaat met de apparaatschakelaar uit.
- Trek de netstekker eruit.
- Reinig de behuizing met een vochtige, pluisvrije doek en mild reinigingsmidel. De oorspronkelijke glans kunt u met polijstmiddel herstellen.
- Verwijder de filterhouder via de verzonken handgreep.

- Verwijder het verontreinigde filter. Als een schuimstofffilter is gemonteerd: Reinig het filter grondig met mild reini- gingsmiddel en water. Laat het filter dro- gen.
- Controleer de afvoeraansluiting en de aangesloten afvoerslang op beschadiging. Vervang de beschadigde onderdelen.
- Plaats het nieuwe of gereinigde filter in de filterhouder.
- Monteer de filterhouder samen met het filter op dezelfde manier als in de fabriek is gebeurd.
Verdamper reinigen
√ De verdamper is ontdooid en droog.
- Schakel het apparaat met de apparaatschakelaar uit en trek de netstekker uit het stopcontact.
- Klap de behuizing open en leg deze op de grond.
- Reinig de koelleidingen van beide zijden met directe perslucht.
Bij vettige verontreinigingen moeten de koelleidingen nat worden gereinigd. Hiertoe:
- Reinigt u de condensaatbak onder de koelleidingen en de afvoerslang.
- Besproeit u de koelleidingen met een spuitfles met mild reinigingsmiddel en water.
-
Laat de gereinigde onderdelen drogen.
-
Monteer alle afdekkingen op dezelfde manier als in de fabriek is gebeurd.
⇒ U hebt nu de verdamper gereinigd.
Reiniging pompput
Afhankelijk van het gebruik van het apparaat kunnen er in de pompput afzettingen ontstaan. Om te reinigen gaat u als volgt te werk:
- Schakel het apparaat met de apparaatschakelaar uit en trek de netstekker uit het stopcontact.
- Klap de behuizing open en leg deze op de grond.

Fig. 3: Demontage van het condensaat-reservoir
| 1 Condensaat-bak | 2 Bevestigings-schroevencondensaat-pomp |
| 3 Behuizing 4 Condensaat-pomp | |
| 5 Bevestigingcondensaat-pomp | |
Trek de condensaasslang uit de condensaatpomp.
- Draai de beide bevestigingsschroeven van de condensaatpomp los er trek deze zijwaarts uit het apparaat.
Het aansluitsnoer blijft hierbij aan het apparaat zitten (dit is lang genoeg).
- Reinig de condensaatpomp met een vochtige doek en mild reinigingsmiddel.
- Schuif de condensaatpomp terug op zijn plaats. Bevestig de condensaatpomp en schuif de condensaatslang in de condensaatpomp.
10 Verhelpen van storingen
WAARSCHUWING! Vergiftiging door koelmiddel, brandwonden, beknelling of elektrische schok tijdens het verhelpen van storingen
- Het verhelpen van storingen of reparatiewerkzaamheden mogen alleen door geautoriseerd personeel of de fabrikant worden uitgevoerd.
Vervangende onderdelen en klantenservice
Bij vragen over het apparaat of voor het bestellen van vervangende onderdelen neemt u contact op met uw vakhandelaar of rechtstreeks met de fabrikant.
Schakel het apparaat bij storingen uit en beveilig het tegen opnieuw inschakelen.
Laat hete onderdelen afkoelen alvorens met het werk te beginnen.
Storingen tijdens bedrijf
Controleer bij storingen de volgende punten. Neem indien nodig contact op met de service-afdeling van de fabrikant.
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Continu bedrijf en afpompen werken niet (er brandt geen lampje) | Geen of defecte stroom-voorziening | Netsnoer en netaansluiting controleren |
| Apparaatschakelaar is ingeschakeld (continubedrijf) en het apparaat start niet (er brandt geen controle-lampje) | De overdrukbeveiliging heeft het apparaat door hoge omgevingstempera-turen uitgeschakeld | Wachten tot het apparaat zich weer zelf inschakelt (ca. 5-15 min) |
| Ondanks draaiende ventilator geen condensaat | Luchtvochtigheid of temperatur in ruimte te laag | Controleer de binnenkli-maatwaarden met een thermo-hygrometer |
| Filter verstopt Filter controleren en reinigen | ||
| Koelsysteem defect (hier-van is sprake wanneer verdamper niet koud wordt) | Neem contact op met de fabrikant | |
| Het apparaat maakt lawaai en trilt, er komt condensaat naar buiten | Het apparaat staat niet vlak en rechtop | Controleer de bedrijfsom-standigheden, met name de opstelplaats |
| Het apparaat wordt warm, maakt lawaai en ontvoch-tigt slecht | Verstoorde luchtcirculatie; werkt alleen met gesloten behuizing | Zorg ervoor dat de lucht vrij kan circuleren; verdamper en filter reinigen |
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Er komt water uit het appa- raat | Lekkage in het conden-saatsysteem | Condensaatpomp met wa- ter controleren en lekkage lokaliseren |
| Rode controlelampje brandt op het bedieningspaneel | Pomp levert geen water Condensaatpomp en af- voerslang op verontreini- gingen en/of verstoppingen controleren | |
Tab. 1: Storingstabel
11 Reparatie
Tijdens de garantieperiode van het apparaat mogen reparaties uitsluitend worden uitgevoerd door personeel dat door de fabrikant is geautoriseerd.
Na afloop van de wettelijke garantie mogen reparaties door de exploitant worden uitgevoerd, bij adequate vakkundigheid. De fabrikant geeft op deze reparaties geen garantie.
Neem bij vragen over reparaties contact op met uw vakhandelaar of met de service-afdeling van de fabrikant.
12 Buitenbedrijfstelling, opslag en afvoer
Buitenbedrijfstelling
- Pomp het condensaat weg.
- Schakel het apparaat met de apparaatschakelaar uit en trek de netstekker uit het stopcontact.
- Reinig het apparaat (zie Onderhoud en verzorging).
-
Maak alle toe- en afvoerende leidingen (afvoer, stroomvoorziening) los.
-
Verpak het apparaat zodanig dat dit te- gen vocht en stof beschermd is.
Opslag
VOORZICHTIG! Kans op letsel door om- kiepen
Er mogen maximaal twee apparaten op elkaar worden gestapeld.
Apparaten tegen kantelen beschermen.
Procedure
Apparaat bij 5 °C tot +40 °C opslaan.
Afvoer
VOORZICHTIG! Gevaar door verbruiks- stoffen
Scheid de materialen naar soort en recycle ze volgens de plaatselijke voorschriften.
Neem bij de afvoer van hulp- en verbruiksstoffen de plaatselijke voorschriften en de informatie in de veiligheidsinformatiebladen in acht.

Gooi het apparaat niet weg met het huisvuil, maar volgens de wettelijke voorschriften.
13 EG-conformiteitsverklaring
| EG-conformiteitsverklaring in de zin van Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU, bijlage IV | ||
| Fabrikant: DANTHERM S.p.A Via | Gardesana 11 37010- | Pastrengo (VR),ITALIË |
| Product: Luchtontvochtiger Type: DHP 20 | ||
| Er wordt verklaard dat het product voldoet aan de betreffende bepalingen van de volgen-de richtlijnen:■ 2014/35/EU Laagspanningsrichtlijn■ 2014/30/EU Richtlijn inzake elektromagnetische compatibiliteit (EMV)■ 2011/65/EU Richtlijn betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlij-ke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (RoHS) | ||
| De volgende geharmoniseerde normen zijn toegepast: | ||
| EN 60335-1 EN 60335-2-40 EN 55014-1:2017 EN 55014-2:2015 | ||
| Pastrengo, 2022 | Stefano Verani — Member of the Board | |