Pro Elyo Touch - Zwembad ASTRALPOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Pro Elyo Touch ASTRALPOOL in PDF-formaat.
| Producttype | Zwembad warmtepomp |
| Merk | AstralPool |
| Model | Pro Elyo Touch (PET-08 tot PET-35T) |
| Productcodes | 74166 tot 74175 |
| Afmetingen (L x B x H) | Ongeveer 1000 x 400 x 800 mm tot 1400 x 600 x 1000 mm afhankelijk van model |
| Nettogewicht / brutogewicht | 60-158 kg afhankelijk van model |
| Elektrische voeding | 220-240 V ~ 50 Hz (eenfase) of 380-400 V 3N~ 50 Hz (driefase) afhankelijk van model |
| Nominale stroom | 4,6 A tot 22,9 A (eenfase) / 7 A tot 8,4 A (driefase) |
| Verwarmingsvermogen | 8,5 kW tot 35 kW afhankelijk van model en omstandigheden |
| COP | Tot 16 onder optimale omstandigheden |
| Koelmiddel | R32 (GWP=675) voor de meeste modellen; R410A (GWP=2088) voor PET-30T en PET-35T |
| Koelmiddelhoeveelheid | 0,65 kg tot 4 kg afhankelijk van model |
| Beschermingsgraad | IPX4 |
| Geluidsniveau op 1 m | 38-60 dB(A) afhankelijk van model en modus |
| Belangrijkste functies | Verwarming, koeling, modi Turbo, Smart, Silent, tijdsprogrammering, verwarmingsprioriteit, filtratiebesturing |
| Connectiviteit | Modbus / Fluidra Connect (optie) |
| Onderhoud en reiniging | Regelmatige reiniging van de verdamper, winteraftappen, jaarlijks onderhoud door een gekwalificeerde technicus |
| Veiligheid | Bescherming IPX4, aardlekschakelaar 30mA, hoge/lage drukbeveiliging, antivries, meerdere foutcodes |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Gedetailleerde onderdelenlijst in de handleiding; explosietekeningen bijgevoegd |
| Garantie | 2 jaar (speciale voorwaarden in de handleiding) |
Veelgestelde vragen - Pro Elyo Touch ASTRALPOOL
Gebruikersvragen over Pro Elyo Touch ASTRALPOOL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zwembad in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Pro Elyo Touch - ASTRALPOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Pro Elyo Touch van het merk ASTRALPOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING Pro Elyo Touch ASTRALPOOL
![]() | Dit symbool geeft aan da er informatie beschikbaar is, zoals de Bedieningshandleiding of de Installatiehandleiding. | ![]() | Dit symbool geeft aan dat er in dit apparaat R32 wordt gebruikt, een koelmiddel met lage verbrandingssnelheid (niet van toepassing op referenties 74174 en 74175). |
![]() | Dit symbool geeft aan da de Gebruikershandleiding vooraf zorgvuldig moet worden gelezen. | ![]() | Dit symbool geeft aan dat de persoonlijke servicedienst deze apparatuur moet behandelen zoals aangegeven in de Installatiehandleiding. |
- Het negeren van de waarschuwingen kan leiden tot schade aan de zwembadinstallatie of tot ernstig letsel, en kan zelfs de dood tot gevolg hebben.
- Alleen een vakman op het gebied van de betreffende technische vakgebieden (elektriciteit, hydraulica of koeltechnieken) is bevoegd onderhoud of reparaties uit te voeren aan het apparaat. De gekwalificeerde technicus die werkzaamheden op het apparaat uitvoert, moet persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken / dragen (zoals een veiligheidsbril, handschoenen, etc...) om het risico op verwondingen te voorkomen tijdens werkzaamheden op het apparaat.
-
Controleer vóór het uitvoeren van ongeacht welke werkzaamheden of de stroom uitgeschakeld is en de toegang tot het apparaat vergrendeld is.
-
Dit apparaat is niet bestemd voor een gebruik door personen (inclusief kinderen) waarvan de lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens verminderd zijn of door personen zonder enige ervaring en kennis, tenzij:
- zij via een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon onder toezicht staan of van tevoren instructies hebben ontvangen betreffende het gebruik van het apparaat;
- en zij de mogelijke gevaren begrijpen.
- Kinderen moeten onder toezicht staan, om te voorkomen dat zij niet met het apparaat spelen.
- Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de instructies van de fabrikant en met respect voor de heersende lokale en nationale normen. De installateur is verantwoordelijk voor het installeren van het apparaat en de naleving van de nationale regelgeving met betrekking tot de installatie. De fabrikant kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld wanneer de ter plaatse geldende installatienormen niet worden gerespecteerd.
- Voor alle andere tussenkomsten dan het eenvoudig gebruikersonderhoud zoals beschreven in deze handleiding, moet het product worden onderhouden door een vakman.
- Elke slechte installatie en/of verkeerd gebruik kan leiden tot ernstige materiële schade of lichamelijke letsels (die tot de dood kunnen leiden).
- Raadpleeg de garantievoorwaarden voor de gegevens van de toegelaten evenwichtsvoorwaarden van het water voor de werking van het apparaat.
- Elke deactivering, verwijdering of ontwijking van een van de ingebouwde beveiligingselementen in het apparaat doet automatisch de garantie vervallen, evenals het gebruik van vervangende onderdelen afkomstig van een niet-geautoriseerde derde fabrikant.
- Spuit geen insecticide of andere chemische producten (al dan niet brandbaar) in de richting van het apparaat, dit kan de behuizing beschadigen en brand veroorzaken.
- Raak de ventilator en de bewegende delen niet aan en houd voorwerpen en uw vingers uit de buurt van de bewegende delen tijdens de werking van het apparaat. De bewegende delen kunnen ernstig en zelfs dodelijk letsel tot gevolg hebben.
- De elektrische voeding van het apparaat moet worden beschermd door een speciale aardlekbeveiliging (RCD) van 30 mA conform de normen van het land waar het geïnstalleerd wordt.
- Een aangepaste scheidingsmethode die voldoet aan alle lokale en nationale regelgeving voor overspanning van categorie III, die alle polen van het voedingscircuit snijdt, moet worden geïnstalleerd in het voedingscircuit van het apparaat. Deze scheidingsmethode wordt niet meegeleverd met het apparaat en moet door de installateur worden geleverd.
- Controleer vóór alle werkzaamheden dat:
- De spanning, aangegeven op het kenplaatje van het apparaat overeenkomt met deze van het net,
- het voedingsnet geschikt is voor het gebruik van dit apparaat, en beschikt over een stopcontact met aarding,
- of de stekker (indien aanwezig) is aangepast aan het stopcontact.
- Een apparaat in bedrijf niet loskoppelen en opnieuw aansluiten.
- Niet aan de voedingskabel trekken om deze los te koppelen.
- Indien de voedingskabel beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, zijn servicedienst of een gekwalificeerd technicus, om de veiligheid te garanderen.
- Geen onderhoud of een servicebeurt uitvoeren aan het apparaat met vochtige handen of wanneer het apparaat vochtig is.
- Alvorens het apparaat aan te sluiten op de voedingsbron verifiëren of het aansluitblok of het stopcontact waar het apparaat op zal worden aangesloten, in goede staat verkeert en niet beschadigd of verroest is.
- Haal bij onweerachtig weer de stekker van het apparaat uit het stopcontact om te voorkomen dat dit wordt beschadigd door de bliksem.
Dompel het apparaat niet onder in water modder ;
WAARSCHUWINGEN VOOR APPARATEN DIE EEN KOELMIDDELEN BEVATTEN
- Het R32-koelmiddel is een koelmiddel van categorie A2L, dat wordt beschouwd als potentieel ontvlambaar.
- Het fluidum R32 niet afblazen in de atmosfeer. Deze vloeistof is een gefluoreerd broeikasgas, dat valt onder het Protocol van Kyoto, met een potentiële bijdrage aan de globale opwarming (GWP) = 675 voor R32 (zie Europese reglementering EG 517/2014).
- Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed verluchte ruimte uit de buurt van bronnen van vlammen.
- Installeer het apparaat buiten. Installeer het apparaat niet binnenshuis of in een afgesloten en niet-geventileerde ruimte buiten.
- Probeer niet op andere wijze dan deze aanbevolen door de fabrikant het ontdooi- of reinigingsproces te versnellen.
- Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder vonkenbron die constant in werking is (bijv. een gasapparaat of elektrische verwarming in werking).
- Niet doorboren of verbranden.
- Merk op dat het R32-koelmiddel een geur kan verspreiden.
- Om te voldoen aan de relevante milieu- en installatienormen, in het bijzonder aan decreet nr. 2015-1790 en / of de EU-reglementering 517/2014, moet minstens eenmaal per jaar een lektest worden uitgevoerd op het koelcircuit. Deze bewerking moet worden uitgevoerd door een gecertificeerde specialist in koelsystemen.
- Bewaar de displaycontroller in een droge ruimte of sluit de isolatiekap goed om te voorkomen dat de displaycontroller door vocht wordt beschadigd..
INSTALLATIE EN ONDERHOUD
- Het apparaat mag niet in de buurt van brandbare materialen, of de luchtinlaatmond van een aangrenzend gebouw worden geïnstalleerd.
- Voor bepaalde apparaten is het verplicht om een accessoire van het volgende type te gebruiken: "beschermend rooster" als de installatie zich bevindt op een plaats waarvan de toegang niet is gereglementeerd.
- Tijdens de installatie-, reparatie- en onderhoudsfasen, is het verboden om de leidingen als opstap te gebruiken: onder deze belasting zouden de leidingen kunnen breken en zou de koelvloeistof ernstige brandwonden kunnen veroorzaken.
- Tijdens de onderhoudsfase van het apparaat, dienen de samenstelling en de staat van de warmtegeleidende vloeistof gecontroleerd te worden en dienen eventuele sporen van koelvloeistof opgespoord te worden.
- Tijdens de jaarlijkse controle dient in overeenstemming met de van kracht zijnde wetgeving de afdichting van het apparaat, de juiste aansluiting van de hoge en lage drukregelaars op het koelcircuit en de onderbreking van het elektrisch circuit in geval van activering gecontroleerd te worden.
- Tijdens de onderhoudsfase dient men te controleren of er geen sporen zijn van corrosie of olievlekken rond de koelcomponenten.
- Voorafgaand aan welke werkzaamheden ook aan het koelcircuit, dient men het apparaat verplicht uit te schakelen en enkele minuten te wachten alvorens temperatuur- of drukmeters aan te brengen, omdat
bepaalde onderdelen, zoals de compressor en de leidingen, temperaturen van meer dan 100°C kunnen bereiken en de hoge drukken ernstige brandwonden kunnen veroorzaken.
- De buis niet solderen of lassen als er koelmiddel in de machine zit. Laad het gas niet op in een afgesloter ruimte.
ONDERHOUD: WAARSCHUWINGEN VOOR APPARATEN DIE R32-KOELMIDDELEN BEVATTEN
Controle van de zone
- Bij werkzaamheden aan systemen met ontvlambare koelmiddelen zijn veiligheidscontroles noodzakelijk om het risico op vonkvorming te reduceren.
Werkprocedure
- De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met een controleprocedure om het risico op het vrijkomen van ontvlambaar gas of damp bij de werkzaamheden te reduceren.
Algemene werkzone
- Alle onderhoudspersoneel en andere personen die werken in de directe omgeving moeten worden geïnformeerd over de uit te voeren werkzaamheden. Werkzaamheden in besloten ruimtes moet worden vermeden.
Controle van de aanwezigheid van koelmiddel
- De zone moet vóór en tijdens de werkzaamheden met behulp een geschikte koelmiddeldetector worden gecontroleerd, zodat de technicus geïnformeerd wordt over de mogelijk toxiciteit en ontvlambaarheid van de lucht. Verifieer dat de gebruikte koelmiddeldetector geschikt is voor het gebruik met de betreffende koelmiddelen, d.w.z. dat deze geen vonken kan veroorzaken, correct geïsoleerd en perfect veilig is.
Aanwezigheid van een brandblusser
- Als werkzaamheden bij hoge temperatuur op het koelapparaat of aanliggende onderdelen moeten worden uitgevoerd, moet een geschikte brandblusser zich binnen handbereik bevinden. Plaats een poeder- of CO2-brandblusser in de buurt van de werkzone.
Afwezigheid van een ontstekingsbron
- Er mag geen enkele vonkbron worden gebruikt bij werkzaamheden aan een koelsysteem waarbij diens leidingen worden blootgelegd. Alle mogelijke bronnen van vonken, inclusief een sigaret, moeten zich op voldoende afstand bevinden van de installatiezone, reparatie, verwijdering of eliminatie wanneer koelmiddel kan vrijkomen in de omgeving. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet de zone rond de apparatuur worden bekeken om te verzekeren dat er geen brandgevaar of gevaar voor vonken aanwezig is. Bordjes met "Niet roken" moeten worden aangebracht.
Ventilatie van de zone
- U moet zorgen dat de zone voldoende open en verlucht is voordat u toegang heeft tot de installatie. Tijdens het onderhoud van het apparaat moet een correcte verluchting worden aangehouden voor een veilige verspreiding van accidenteel in de lucht vrijgekomen koelmiddel.
Controle van de koelapparatuur
- De aanbevelingen voor onderhoud en service van de fabrikant moeten altijd worden opgevolgd. Gebruik bij het vervangen van elektrische componenten enkel componenten die van hetzelfde type en van de dezelfde kwaliteit zijn, zoals aanbevolen / goedgekeurd door de fabrikant. Raadpleeg bij twijfel de technische service van de fabrikant voor assistentie.
- De volgende controles moeten worden uitgevoerd op installaties die gebruik maken van ontvlambare koelmiddelen:
- de markeringen op de apparatuur moeten zichtbaar en leesbaar blijven, alle nietleesbare markeringen en signaleringen moeten worden hersteld;
- de koelmiddelleidingen of -componenten moeten zodanig worden geïnstalleerd dat het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan substanties die koelmiddel bevattende componenten kunnen aantasten, behalve indien deze componenten zijn gemaakt van materialen die normaal bestand zijn tegen corrosie of daartegen afdoende zijn beschermd.
Controle van elektrische componenten
- De reparatie en het onderhoud van elektrische componenten moet in eerste instantie veiligheidscontroles en inspectieprocedures van de componenten omvatten. Als er een storing optreedt die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag het circuit niet onderspanning worden gesteld zolang deze storing niet volledig is verholpen. Als de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen, en de werkzaamheden moeten worden voortgezet, moet een geschikte tijdelijke oplossing worden gevonden. De eigenaar van de apparatuur moet hierover worden geïnformeerd zodat alle betrokken personen op de hoogte worden gesteld.
- De reparatie en het onderhoud van elektrische componenten moet in eerste instantie de volgende veiligheidscontroles omvatten:
- de condensatoren moeten worden ontladen: dit moet gebeuren op veilige wijzen zonder vonkvorming te veroorzaken;
- er mag geen enkele elektrische component of elektrische bedrading blootgesteld worden tijdens het laden, het herstellen of het aflaten van het systeem;
- de aardverbinding moet continu aanwezig zijn.
Reparaties van geïsoleerde componenten
- Bij reparaties aan geïsoleerde componenten moeten alle elektrische voedingen worden ontkoppeld van de apparatuur waarop werkzaamheden worden uitgevoerd, en dit vóór het verwijderen van de isolerende kappen. Als de apparatuur toch om dwingende reden tijdens de reparaties elektrisch moet worden gevoed, moet een continu werkend lekdetectieapparaat worden aangebracht op het meest kritieke punt om een mogelijk gevaarlijke situatie te signaleren.
- Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de volgende punten om ervoor te zorgen dat bij het werken aan elektrische componenten de behuizing niet wordt gewijzigd wat het beschermingsniveau zou kunnen aantasten. Dit moet het volgende omvatten: beschadigde kabels, een te groot aantal verbindingen, klemmen die niet voldoen aan de oorspronkelijke specificaties, een niet-correcte installatie van de kabelwartels, etc.
- Verzeker u ervan dat het apparaat correct bevestigd is.
- Controleer of de dichtingen of isolatiematerialen niet zijn aangetast zodanig dat ze niet langer het binnendringen van een explosieve atmosfeer in het circuit zouden verhinderen. De reserve-onderdelen moeten voldoen aan de specificaties van de fabrikant.
Reparatie van intrinsiek veilige componenten
- Indien een permanente elektrische inductie- of capaciteitsbelasting wordt aangebracht, moet worden gecontroleerd of deze niet de toegestane spanning en stroom van de apparatuur overschrijdt tijdens het gebruik.
- Normaal veilige componenten zijn de enige types waarbij het mogelijk is om te werken in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer wanneer deze worden gevoed. Het testapparaat moet tot de correcte klasse behoren.
- Vervang componenten alleen door onderdelen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Andere onderdelen kunnen het koelmiddel ontsteken bij een lek.
Bekabeling
- Controleer of de bedrading geen slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, schade door scherpe randen of andere nadelige omgevingsinvloeden vertonen. De controle moet ook rekening houden met de effecten van veroudering of continue trillingen veroorzaakt door bronnen zoals compressoren of ventilatoren.
Detectie van brandbaar koelmiddel
- Potentiële bronnen van vonken mogen nooit worden gebruikt voor het opsporen of detecteren van koelmiddellekken. Een halidelamp (of een andere detector met een open vlam) mag niet worden gebruikt.
- De volgende lekdetectiemethoden worden aanvaardbaar geacht voor alle koelsystemen.
- Elektronische lekdetectoren kunnen worden gebruikt om koelmiddellekken te detecteren, maar bij brandbaar koelmiddel is de gevoeligheid mogelijk niet voldoende of moet de kalibratie opnieuw worden uitgevoerd. (De detectieapparatuur moet worden gekalibreerd op een plaats waar geen koelmiddel aanwezig is). Verzeker u ervan dat de detector geen potentiële vonkbron is en aangepast is aan het gebruikte koelmiddel. De lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van het koelmiddel-LFL en moet worden gekalibreerd voor het gebruikte koelmiddel. Het juiste percentage gas (maximaal 25%) moet worden bevestigd.
- Lekdetectievloeistoffen zijn ook geschikt voor het gebruik met de meeste koelmiddelen, het gebruik van chloorhoudende detergent daarentegen moet worden vermeden omdat dit kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan aantasten.
- Als er een vermoeden van een lek is, moeten alle open vlammen worden verwijderd / gedoofd.
- Bij het detecteren van een koelmiddellek en als solderen noodzakelijk is, moet al het koelmiddel uit het systeem worden afgelaten of geïsoleerd (met afsluitkleppen) in een deel van het systeem dat verwijderd is van het lek.
Verwijdering en afvoeren
- Bij toegang tot het koelmiddelcircuit om reparaties uit te voeren, of om andere redenen, moeten conventionele procedures worden gebruikt. Bij ontvlambare koelmiddelen is het echter essentieel om de aanbevelingen op te volgen omdat rekening moet worden gehouden met de ontvlambaarheid. De volgende procedure moet worden gevolgd:
- verwijder het koelmiddel;
- laat het circuit af met een inert gas (optioneel voor A2L);
- afvoeren (optioneel voor A2L);
- spoelen met een inert gas (optioneel voor A2L);
- open het circuit door afzagen of lossolderen.
- De koelmiddelvulling moet worden gerecupereerd in geschikte recuperatiecilinders. Bij apparaten die andere ontvlambare koelmiddelen bevatten dan A2L-koelmiddelen moet het systeem worden gespoeld met stikstofgas zonder zuurstof om de apparatuur geschikt te maken voor brandbare koelmiddelen. Het kan noodzakelijk zijn om dit proces meerdere keren te herhalen. Perslucht of zuurstofgas mogen niet worden gebruikt om koelsystemen te spoelen.
Vulprocedure
- Controleer dat de vacuümpompuitlaat zich niet in de buurt bevindt van een mogelijke bron van vonken en dat er verluchting is.
- Naast de conventionele vulprocedures moet aan de volgende eisen worden voldaan.
- Verzeker dat er bij het gebruik van een vulsysteem geen verontreiniging mogelijk is tussen verschillende koelmiddelen. De slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koelmiddel die ze bevatten zo beperkt mogelijk te houden.
- De cilinders moeten in de juiste positie worden gehouden conform de instructies.
- Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat het vullen met koelmiddel gebeurt.
- Label het systeem na het vullen (indien dit nog niet zou zijn gedaan).
- Let er vooral op het koelsysteem niet te overvullen.
- Vooraleer het systeem opnieuw te vullen, moet een druktest worden uitgevoerd met het juiste spoelgas. Het systeem moet worden gecontroleerd op lekkage na het vullen en voor de indienststelling. Voer een opvolglektest uit voordat de locatie wordt verlaten.
Ontmanteling
- Vooraleer een ontmantelingsprocedure uit te voeren, moet de technicus goed bekend zijn met de apparatuur en diens kenmerken. Wij bevelen sterk aan om met zorg alle koelmiddel volledig te recuperen. Voorafgaand aan het uitvoeren van deze taak moet een monster van de olie en het koelmiddel worden genomen voor het geval van een hergebruik van het gerecupereerde koelmiddel. Het is noodzakelijk om de aanwezigheid van een stroomvoorziening te controleren vóór het uitvoeren van deze taak.
- Maak u vertrouwd met de apparatuur en diens werking.
- Isoleer het systeem elektrisch.
- Voordat u de procedure start, moet u ervoor zorgen dat:
- er een mechanische behandelingssysteem aanwezig is als de koelmiddelcilinders moeten worden gemanipuleerd;
- alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en correct worden gebruikt;
- het recuperatieprocces voortdurend wordt opgevolgd door een bevoegd persoon;
- de apparatuur en de recuperatiecilinders voldoen aan de relevante normen.
- Laat het koelsysteem af, indien mogelijk.
- Als er geen vacuüm kan worden gecreëerd, breng dan een opvangsysteem aan zodat het koelmiddel kan worden verwijderd vanaf verschillende punten op het systeem.
- Zorg dat de fles op de weegschaal staat voordat u begint met de recuperatieprocedure.
- Start de recuperatiemachine en laat deze werken conform de instructies.
- Overvul de flessen niet (met niet meer dan 80% van het vulvolume van de vloeistof).
- Overschrijd de maximale werkingsdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.
- Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en de procedure is voltooid, zorg er dan voor dat de cilinders en apparatuur snel van de locatie worden verwijderd en dat de alternatieve afsluitkleppen op de apparatuur worden gesloten.
- Het gerecupereerd koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden gebruikt zonder voorafgaand te zuiveren en te controleren.
STORINGOPLOSSING
- Soldeerwerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door erkende soldeerspecialisten.
- Voor de vervanging van de leidingen mag uitsluitend gebruik gemaakt worden van koperen buizen overeenkomstig de norm NF EN 12735-1.
- Detectie van lekken, testen onder druk:
- nooit droge zuurstof of lucht gebruiken, gevaar voor brand of ontploffingen,
- gedehydreerde stikstof of een mengsel van stikstof en het op het typeplaatje aangegeven koelmiddel gebruiken.
- de druk van de test aan de lage en hoge druk zijde mag niet hoger zijn dan 42 bar in het geval apparaa voorzien van de optie manometer.
- Voor leidingen van het hogedrukircuit uitgevoerd met een koperen buis van een diameter gelijk aan of meer dan 1"5/8, dient een certificaat §2.1 overeenkomstig de norm NF EN 10204 aangevraagd te worden bij de leverancier en dat aan het technisch installatiedossier toegevoegd dient te worden.
- De technische informatie met betrekking tot de veiligheidseisen van de verschillende toegepaste richtlijnen staan aangegeven op het typeplaatje. Al deze informatie dient geregistreerd te worden in de installatiehandleiding van het toestel die deel uit dient te maken van het technische installatiedossier: model, code, serienummer, max. en min. TS, PS, fabricatiejaar, CE-markering, adres van de fabrikant, koelvloeistof en gewicht, elektrische instellingen, thermodynamische en akoestische prestaties.
LABELING
- De apparatuur moet worden geëtiketteerd om aan te geven dat deze buiten gebruik is gesteld en dat het koelmiddel is afgelaten.
- Het label moet worden gedateerd en ondertekend.
- Let er bij apparaten die een ontvlambaar koelmiddel bevatten op dat etiketten op het apparaat zijn aangebracht die aangeven dat het ontvlambaar koelmiddel bevat.
RECUPERATIE
- Tijdens het aflaten van koelmiddel voor onderhoud of buitenbedrijfstelling wordt aanbevolen om de goede praktijken op te volgen voor het veilig en volledig aflaten van koelmiddel.
- Gebruik bij het overbrengen van koelmiddel naar de cilinder een recuperatiecilinder geschikt voor het koelmiddel. Verzeker u ervan dat u over het juiste aantal cilinders beschikt om de vloeistof volledig te recupereren. Alle gebruikte cilinders moeten ontworpen zijn voor het recuperen van koelmiddel en moeten een etiket dragen voor het betreffende koelmiddel. De cilinders moeten uitgerust zijn met een vacuumklep en beschikken over afsluitkleppen die goed werken. De lege recuperatiecilinders worden leeggezogen en, indien mogelijk, gekoeld vóór het recuperatieproces.
- De recuperatie-apparatuur moet in goede werkingsstaat verkeren, de gebruiksaanwijzing van de apparatuur moet binnen handbereik zijn en de apparatuur moet geschikt zijn voor het koelmiddel, indien van toepassing, evenals voor ontvlambaar koelmiddel. Daarnaast moet een set gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn. Deze moeten in goede werkingsstaat verkeren. De slangen moeten volledig zijn, mogen geen lekken of losse verbindingen hebben, en moeten in goede staat zijn. Controleer voordat u de recuperatiemachine gebruikt of deze in goede staat verkeert, en goed is onderhouden en of de bijbehorende elektrische componenten dicht zijn om te voorkomen dat er brand ontstaat bij het vrijkomen van koelmiddel. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant.
- Het gerecupereerde koelmiddel moet worden teruggestuurd naar de koelmiddelleverancier in een recuperatiecilinder, met een afvaloverdrachtsbrief Meng geen verschillende koelmiddelen in de recuperatiesystemen, en vooral niet in de cilinders.
- Na het demonteren van de compressor of het aflaten van de compressorolie, controleren of het koelmiddel volledig is verwijderd om te vermijden dat het zich met het smeermiddel zou mengen. Het aflaatproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor naar de leverancier wordt terug gestuurd. Enkel de elektrische verwarming van het compressorlichaam kan worden gebruikt om dit proces te versnellen. Het aflaten van de vloeistoffen in een systeem moet op volledig veilige wijze gebeuren.

RECYCLING
Dit symbool wordt opgelegd door de Europese richtlijn 2012/19/EU (richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) en betekent dat apparaat niet met het huisvuil mag worden weggegooid. Dit moet selectief wordt verwerkt voor hergebruik, recyclage of herstelling. Als het apparaat mogelijk milieugevaarlijke stoffen bevat, dan moeten deze verwijderd of geneutraliseerd orden. Vraag uw dealer om informatie over de wijze van recycling.
Installatie & Instructie Handleiding
Zwembad warmtepomp
PRO ELYO TOUCH
INDEX
- Afmetingen
- Transport en opslag
- Specifications
- Toebehoren lijst
- Installatie en aansluiting
- Elektrisch schema
- Gebruik en werking
- Problemen
- Opengeklapt diagram
Dank u voor het gebruiken van de zwembad warmtepomp voor uw zwembad verwarming, het zal uw zwembadwater verwarmen en het op een constante temperatuur houden wanneer de omgevingstemperatuur -20 tot 50°C.

LET OP: Deze gebruiksaanwijzing bevat alle benodigde informatie voor het gebruik en de
installatie van uw warmtepomp.
- De installateur moet de gebruiksaanwijzing lezen en de instructies zorgvuldig volgen bij plaatsing en onderhoud.
- De installateur is verantwoordelijk voor de installatie van het product en moet alle instruct opvolgen van de fabrikant en de regels in toepassing. Verkeerde installatie niet volgens of gebruiksaanwijzing heeft uitsluiting van de gehele garantie tot gevolg.
- De fabrikant verwerpt elke verantwoordelijkheid voor de schade veroorzaakt door de mens objecten en of de fouten wegens de installatie die niet de aanwijzing van de gebruiksaanwijzing volgen. Elk gebruik zonder bevestiging bij het begin van de fabricatie z beschouwd worden als gevaarlijk.
- Bewaar deze documenten en geef ze door voor later gebruik tijdens de levensduur van het apparaat.
1. Afmetingen
1. Afmetingen
1.1 Inhoud van het pakket
Voor de toepassing, zult u met uw warmtepomp PRO ELYO, volgende componenten vinden:
- Hydraulische overgangen IN/OUT in 50 mm (2 stuks)
- Installatie en Instructie Handleiding
- Waterdrainage flexibel buizen
- Hoes voor de overwintering
- Anti-vibration schaatsen (4 stuks)
1.2 Afmetingen
Model: 74166

text_image
1021 155.5 695 170.5
text_image
588.3 300 111.5 26.5 329
text_image
196.6 322 332.6 376.61. Afmetingen
Model: 74167/74168/74169

1. Afmetingen
Model: 74170/74171

1. Afmetingen
Model: 74172/74173/74174/74175

2. Transport en opslag
2.1 Transport


Voor het transport, wordt de warmtepomp in fabriek op een palet bepaald en door een karton beschermd. Teneinde de schade te vermijden, moet de warmtepomp vervoerd worden verpakt op zijn palet. Zelfs wanneer het vervoer ten laste van de leverancier is, kan elk materiaal bij zijn transport bij de klant beschadigd worden en hij is van de verantwoordelijkheid van de ontvanger om zich van de overeenstemming van de levering te verzekeren. De ontvanger moet bezwaren uiten schriftelijk aan de ontvangst op de leveringsbron als hij verslechteringen van de verpakking vaststelt. NIET VERGETEN OM PER AANGETEKENDE BRIEF AAN DE EXPEDITEUR ONDER 48 UUR TE BEVESTIGEN.
2.2 Opslag

* Het magazijn moet helder, ruim, open, goed geventileerd zijn, ventilatie-apparatuur hebben en geen vuurbron.
* Warmtepomp moet worden opgeslagen en in verticale positie in de originele verpakking worden overgedragen.
Als dit niet het geval is, kan deze niet meteen worden gebruikt; een minimale periode van 24 uur is nodig voordat de elektrische stroom wordt ingeschakeld.

2.3 Instructies bij de overdracht van de warmtepomp naar zijn definitieve plaats
De hydraulische overgangen zijn niet daar om de functie van handvat te waarborgen. Elke kracht die op de aansluitingen wordt uitgeoefend, hydraulisch kan het product definitief beschadigen.
Roken en het gebruik van vlammen zijn verboden in de buurt van de R32-machine.
De fabrikant zou dan geen verantwoordelijke gehouden kunnen worden in geval van breken.
3. Specifications
Technische gegevens PRO ELYO TOUCH zwembadwarmtepompen
| Model | PET-08 | PET-10 | PET-13 | PET-15 |
| Code | 74166 | 74167 | 74168 | 74169 |
| Prestaties bij Air 28 °C, het water 28 °C, luchtvochtigheid 80% (Max-Min snelheid) | ||||
| Verwarmingscapaciteit | 8,50 - 3,1 kW | 10,5 - 2,3 kW | 13,5 - 3 kW | 15,9 - 3 kW |
| Energieverbruik | 1,5 - 0,2 kW | 1,7 - 0,15 kW | 2,2 - 0,2 kW | 2,6 - 0,2 kW |
| C.O.P. | 5,8 - 15 | 6,2 - 16 | 6,2 - 16 | 6 - 16 |
| Prestaties bij Air 15 °C, het water 26 °C, luchtvochtigheid 70% (Max-Min snelheid) | ||||
| Verwarmingscapaciteit | 6,0 - 2,5 kW | 7,5 - 2 kW | 9,0 - 2 kW | 11,0 - 2,5 kW |
| Energieverbruik | 1,4 - 0,3 kW | 1,75 - 0,25 kW | 2,0 - 0,25 kW | 2,5 - 0,3 kW |
| C.O.P. | 4,5 - 8 | 4,5 - 8 | 4,5 - 8 | 4,5 - 8 |
| Voltage | 220-240V / 1N~ / 50Hz | 220-240V / 1N~ / 50Hz | 220-240V / 1N~ / 50Hz | 220-240V / 1N~ / 50Hz |
| Nominale stroom | 4,6A | 5,9A | 7,2A | 9,2A |
| Minimale zekering | 7A | 9A | 11A | 14A |
| Geadviseerde waterflux | 4m3/h | 5m3/h | 6m3/h | 7m3/h |
| Wateraansluiting | 50mm | 50mm | 50mm | 50mm |
| Geluidsniveau (1m) | 38-51dB(A) | 39-52dB(A) | 40-52dB(A) | 40-54dB(A) |
| Beschermingsklasse | IPX4 | IPX4 | IPX4 | IPX4 |
| Maximaal toelaatbare druk | 4,2MPa | 4,2MPa | 4,2MPa | 4,2MPa |
| Koelmiddel | R32 | R32 | R32 | R32 |
| Hoeveelheid koelmiddel | 0,65Kg | 0,7Kg | 1Kg | 1,1Kg |
| GWP | 675 | 675 | 675 | 675 |
| CO2 gelijkwaardig | 0,44t | 0,48t | 0,68t | 0,74t |
| Netto/Bruto gewicht | 60-72Kg | 72-77Kg | 77-82Kg | 82-87Kg |
3. Specifications
Technische gegevens PRO ELYO TOUCH zwembadwarmtepompen
| Model | PET-19 | PET-25 | PET-30 | PET-35 |
| Code | 74170 | 74171 | 74172 | 74173 |
| Prestaties bij Air 28 °C, het water 28 °C, luchtvochtigheid 80% (Max-Min snelheid) | ||||
| Verwarmingscapaciteit | 19,8- 3,8 kW | 25,5 - 4,7 kW | 30,0 - 6 kW | 35 - 8 kW |
| Energieverbruik | 3,3 - 0,25 kW | 4,2 - 0,3 kW | 5 - 0,35 kW | 5,9 - 0,5 kW |
| C.O.P. | 6 - 16 | 6 - 16 | 6 - 16 | 6 - 16 |
| Prestaties bij Air 15 °C, het water 26 °C, luchtvochtigheid 70% (Max-Min snelheid) | ||||
| Verwarmingscapaciteit | 13 - 3 kW | 17 - 4 kW | 21,0 - 5,5 kW | 25,0 - 5,5 kW |
| Energieverbruik | 2,9 - 0,4 kW | 3,9 - 0,5 kW | 4,6 - 0,7 kW | 5,4 - 0,7 kW |
| C.O.P. | 4,5 - 8 | 4,5 - 8 | 4,5 - 8 | 4,5 - 8 |
| Voltage | 220-240V / 1N~ / 50Hz | 220-240V / 1N~ / 50Hz | 220-240V / 1N~ / 50Hz | 220-240V / 1N~ / 50Hz |
| Nominale stroom | 10,5A | 13,2A | 17A | 22,9A |
| Minimale zekering | 16A | 20A | 26A | 34A |
| Geadviseerde waterflux | 8m3/h | 10m3/h | 13m3/h | 13m3/h |
| Wateraansluiting | 50mm | 50mm | 50mm | 50mm |
| Geluidsniveau (1m) | 40-54dB(A) | 41-56dB(A) | 42-60dB(A) | 42-60dB(A) |
| Beschermingsklasse | IPX4 | IPX4 | IPX4 | IPX4 |
| Maximaal toelaatbare druk | 4,2MPa | 4,2MPa | 4,2MPa | 4,2MPa |
| Koelmiddel | R32 | R32 | R32 | R32 |
| Hoeveelheid koelmiddel | 1,5Kg | 1,9Kg | 2.2Kg | 2,6Kg |
| GWP | 675 | 675 | 675 | 675 |
| CO2 gelijkwaardig | 1,01t | 1,28t | 1,49t | 1,76t |
| Netto/Bruto gewicht | 106-121Kg | 125-143Kg | 138-156Kg | 140-158Kg |
3. Specifications
Technische gegevens PRO ELYO TOUCH zwembadwarmtepompen
| Model | PET-30T | PET-35T |
| Code | 74174 | 74175 |
| Prestaties bij Air 28 °C, het water 28 °C, luchtvochtigheid 80% (Max-Min snelheid) | ||
| Verwarmingscapaciteit | 30,0 - 6 kW | 35 - 8 kW |
| Energieverbruik | 5 - 0,35 kW | 5,9 - 0,5 kW |
| C.O.P. | 6 - 16 | 6 - 16 |
| Prestaties bij Air 15 °C, het water 26 °C, luchtvochtigheid 70% (Max-Min snelheid) | ||
| Verwarmingscapaciteit | 21,0 - 5,5 kW | 25,0 - 5,5 kW |
| Energieverbruik | 4,6 - 0,7 kW | 5,4 - 0,7 kW |
| C.O.P. | 4,5 - 8 | 4,5 - 8 |
| Voltage | 380-400V / 3N~ / 50Hz | 380-400V / 3N~ / 50Hz |
| Nominale stroom | 7A | 8,4A |
| Minimale zekering | 10,5A | 13A |
| Geadviseerde waterflux | 13m3/h | 13m3/h |
| Wateraansluiting | 50mm | 50mm |
| Geluidsniveau (1m) | 42-60dB(A) | 42-60dB(A) |
| Beschermingsklasse | IPX4 | IPX4 |
| Maximaal toelaatbare druk | 4,2MPa | 4,2MPa |
| Koelmiddel | R410A | R410A |
| Hoeveelheid koelmiddel | 3,8Kg | 4Kg |
| GWP | 2088 | 2088 |
| CO2 gelijKwaardig | 7,94t | 8,36t |
| Netto/Bruto gewicht | 138-156Kg | 140-158Kg |
* Bovenstaande gegevens kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
4. Toebehoren lijst
4.1 Toebehoren

Anti-vibratie schaatsen, 4 stuks

Aftap buis, 2 stuks

Modbus signaaldraad, 1 st

4.2 Toebehoren installatie

- Neem de 4 anti-vibratie rubbers eruit.
- Plaatst ze een voor een onder de bodem de machine zoals op het plaatje.
Aftap buis
- Installeerde aftap buis onder het bodempaneel.
- Verbindt het met een water buis om het water af te tappen.
Opmerking: Til de warmtepomp op om de bu te installeren. Til de warmtepomp nooit te ve op, het kan de compressor beschadigen.
Water invoer & uitvoer verbinding
- Gebruik de buis tape om de water invoer uitvoer verbinding op de warmtepomp te verbinden.
- Installeer de twee verbindingen zoals op h plaatje getoond.
- Schroef ze op de water & uitvoer verbindi
5. Installatie en aansluiting
![]() | Bekabeling1. Open het bedradingstuk box (rood gemarkeerd) aan de zijde van de machine.2. Bevestig de andere kant op de gewrichten de elektrische schakelkast. |
![]() | Waterpomp bedrading (droog contact)1. Open het bedradingstuk box (rood gemarkeerd) aan de zijde van de machine.2. Bevestig de andere kant op de gewrichten de elektrische schakelkast. |
5. Installatie en aansluiting
5.1 Opmerkingen
De fabriek levert alleen de warmtepomp. Alle andere componenten, inclusief een bypass wanneer nodig, moeten geleverd worden door de gebruiker of de installateur.
Attentie:
Volg alstublieft de volgende regels wanneer u de warmtepomp installeert:
- Elke toevoeging van chemicaliën moet plaatsvinden in de buizen gelokaliseerd na de warmtepomp.
- Installeer een bypass als de afstand van de water toevoer van de zwembadpomp meer dan 20% groter is dan de toegestane toevoer door de warmtewisselaar of de warmtepomp.
- Installeer de warmtepomp boven het waterniveau van het zwembad.
- Plaats de warmtepomp altijd op een vaste ondergrond en gebruik de bijgevoegde demping rubbers om vibratie en geluid te vermijden.
- Houdt de hele warmtepomp altijd recht. Als het apparaat in een diagonale positie was gehouden, wacht tenminste 24 uren met het starten van de warmtepomp.
5.2 Warmtepomp plaatsing
Het apparaat zal goed werken in elke gewenste locatie zolang de volgende drie onderdelen aanwezig zijn:
1. Frisse lucht - 2. Elektriciteit - 3. Zwembadfilters
Het apparaat mag worden geïnstalleerd in virtueel elke buiten locatie zolang als de gespecificeerde minimumafstanden met andere objecten wordt aangehouden (zie tekening hieronder). Raadpleeg alstublieft uw installateur voor installatie met een zwembad binnenshuis. Installatie in een locatie met veel wind is helemaal geen probleem, wel in de situatie met een gasverwarming (inclusief waakvlam problemen).
5. Installatie en aansluiting
ATTENTIE:
-
Installeer het apparaat nooit in een afgesloten ruimte met een gelimiteerde luchthoeveelheid in waarde lucht uitgestoten door het apparaat weer hergebruikt wordt, of nabij bosschage dat de luchtinlaat kan blokker Zulke locaties verhinderen de continue ze levering van frisse lucht, wat resulteert in een gereduceerde efficiencie en mogelijk voldoende warmteafgifte tegengaat. Zie de tekening hieronder voor minimumafstanden.
-
Wanneer het apparaat is geïnstalleerd en beschermd door een aardlekschakelaar (RCD) met een maximale stroomsterkte van 30 mA, moet het worden geïnstalleerd op een afstand van minimaal 2 meter van de het zwembad. Als er geen aardlekschakelaar bij het apparaat is geïnstalleerd, moet deze worden geïnstal op een afstand van minimaal 3,5 meter van de rand van het zwembad.

text_image
Luchttoevoer 700mm 2500mm 300mm 700mm Luchtafvoer
text_image
Luchtafvoer 2000mm 800mm 1000mm Luchttoevoer5.3 Afstand van uw zwembad
De warmtepomp wordt normaal geïnstalleerd binnen een bereik van 7.5 meter van het zwembad. Hoe groter de afstand van het zwembad, hoe groter het warmteverlies in de buizen. Als de buizen meestal ondergronds zijn, is het warmteverlies laag op afstanden tot 30 m (15 m van en naar de pomp; 30 m in totaal) tenzij de grond na het is c het grondwaterpeil hoog is. Een ruwe schatting van het warmteverlies per 30 m 0.6 Kwh (2,000 BTU) voor elke 5 % verschil tussen de watertemperatuur in het zwembad en de temperatuur van de grond die de muis omringd. Dit verhoogt de werktijd met 3% tot 5%.
5.4 Controle klep installatie
Opmerking: als een automatische dosering apparaat voor chloor en zuur (pH) gebruikt wordt, is het belangrijk om de warmtepomp te beschermen tegen excessief hoge chemische concentraties die de warmtewisselaar kunnen laten corroderen. Om deze reden, moeten apparaten van deze soort altijd bevestigd worden aan de buizen na de warmtepomp, en het wordt aanbevolen om een controleklep te installeren om terugvloeien van het water te voorkomen in het geval van afwezigheid van watercirculatie.
5. Installatie en aansluiting
Schade aan de warmtepomp veroorzaakt door nalatigheid van deze instructie is niet gedekt door de garantie.

text_image
Controleklep Filtre P-val Check klep In lijn Chlorinator of Brominator Chloor voorziening Water pomptext_image
warmtepomp stroom kabel ingang Outlet Inlet gecondenseerd water afvoerpijp afvoer afvoer zwembad Water processor zij-verbinding klep zwembad water ingang Water pomp FilterOpmerking: Deze opstelling is alleen een illustratief voorbeeld.
5.6 Initiële werking
Opmerking: Om het water in het zwembad (of hete kuip) te verwarmen, moet de filterpomp draaien om ervoor voor te zorgen dat het water circuleert door de warmtepomp. De warmtepomp zal niet opstarten als het water niet circuleert.
Nadat alle verbindingen gemaakt zijn en gecontroleerd, voer dan de volgende procedure uit:
- Zet de filterpomp aan. Controleer op lekkage en verifieer dat het water stroomt van en naar het zwembad.
5. Installatie en aansluiting

- Sluit de stroom aan de waterpomp aan en druk op de aan/uit op het elektronische controlepaneel. Het apparaat zou opstarten nadat de tijdvertraging voorbij is (zie onder).
- Na een paar minuten, controleer of de lucht die uit het apparaat komt koeler is.
- Wanneer de filterpomp uitgezet wordt, moet het apparaat ook automatisch afslaan, wanneer niet, stel dan de doorvoer schakelaar bij.
Afhankelijk van de initiele temperatuur van het water in het zwembad en de luchttemperatuur, kan het verscheidene dagen duren om het water te verwarmen tot de gewenste temperatuur. Een goede zwembad afdekking kan de benodigde lengte van tijd dramatisch inkorten.
Water doorvoer schakelaar:
Het is uitgerust met een doorvoer schakelaar om het HP-apparaat ervoor te beschermen dat het draait met een volgedaan water doorvoer snelheid. Het zal aangaan wanneer de zwembadpomp loopt en laat het stoppen wanneer de pomp stopt. Als het oppervlak van het zwembadwater hoger is dan 1 meter boven of beneden de automatische instelknop van de waterpomp, heeft u uw dealer nodig om de initiele opstart bij te stellen.
Tijdvertraging - De warmtepomp heeft een ingebouwde 3-minuten opstart vertraging om het circuit te beschermen en excessief contact verval te voorkomen. Het apparaat zal automatisch herstarten nadat deze tijdvertraging afloopt. Zelfs een korte stroomonderbreking zal deze tijdvertraging starten en voorkomen dat het apparaat onmiddellijk herstart. Meerdere stroomonderbrekingen tijdens deze vertraging periode hebben geen effect op de 3-minuten periode van de vertraging.
5.7 Condensatie
De lucht aangetrokken door de warmtepomp wordt sterk gekoeld door de werking van de warmtepomp om het water van het zwembad te verwarmen, wat condensatie kan veroorzaken op de bladen van de verdamper. De hoeveelheid condensatie kan zoveel zijn als verscheidene liters per uur bij hoge relatieve vochtigheid. Dit is soms foutief beschouwd als een water lekkage.
5.8 Manometer display (R410A & R32)
Bekijk de manometer die de koelgasdruk van de unit aangeeft, de onderstaande tabel toont de normale waarde van de gasdruk (R410A & R32) wanneer de machine uit staat of in bedrijf is.
| Eenheidsvoorwaarde | Uitschakelen | |||
| omringend(°C) | -5~5 | 5~15 | 15~25 | 25~35 |
| Watertemperatuur (°C) | / | / | / | / |
| Druk meter (Mpa) | 0.59~0.85 | 0.85~1.18 | 1.18~1.59 | 1.59~2.1 |
| Eenheidsvoorwaarde | hardlopen | ||||
| omringend (°C) | / | / | / | / | / |
| Watertemperatuur (°C) | 10~15 | 15~20 | 20~25 | 25~30 | 30~35 |
| Druk meter (Mpa) | 1.1~1.6 | 1.3~1.8 | 1.5~2.1 | 1.7~2.4 | 1.9~2.7 |
6.4. Aansluiting op Modbus-printplaat

(1) Bovenstaande elektrisch bedrading schema is alleen ter referentie, onderwerp alstublieft de machine volgens het bedradingschema.
(2) De zwembad warmtepomp moet ook verbonden worden met een aarding draad, alhoewel de warmtewisselaar van het apparaat elektrisch geïsoleerd is van de rest van het apparaat. Het aarden van het apparaat is nog steeds nodig om u te beschermen tegen kortsluitingen in het apparaat. Verbinding is ook nodig.
Afsluiting: Een afsluiting betekent (circuit onderbreken, gezekerde of niet-gezekerde schakelaar) moet geplaatst worden binnen het zicht en of direct bereikbaar vanaf het apparaat. Dit is normaal gebruik op commerciële en residentiële warmtepompen. Het voorkomt het op afstand aan zetten van het apparaat en staat het afsluiten van de stroom van het apparaat toe terwijl het apparaat wordt nagekeken.
6.5 Elektrische aansluiting
De stroomtoevoer voor de warmtepomp moet bij voorkeur afkomstig zijn van een exclusief circuit met regulerende beschermingscomponenten (30mA differentiaalbeveiliging) en een magnetothermische schakelaar.
- De elektrische installatie moet worden uitgevoerd door een gespecialiseerde vakman (elektricien) in overeenstemming met de normen en voorschriften die gelden in het land van installatie.
- Het warmtepompcircuit moet worden aangesloten op een veiligheidscircuit op het klemmenblok.
- De kabels moeten correct zijn geïnstalleerd om interferentie te voorkomen.
- De pomp is bedoeld voor aansluiting op een algemene voeding met een aardaansluiting.
- Sectie van de kabel; Dit gedeelte is indicatief en moet worden gecontroleerd en aangepast aan de behoeften en gebruiksomstandigheden.
- De tolerantie van een acceptabele spanningsvariatie is +/- 10% tijdens bedrijf.
De verbindingen moeten worden gedimensioneerd op basis van de kracht van het apparaat en de staat van installatie.
| Modellen | Stroomonder breker | Maximale lengte van de draad | |||
| 2,5 mm^2 | 4 mm^2 | 6 mm^2 | 10 mm^2 | ||
| PET-08 | 7 A | 84 m | 135 m | 200 m | 335 m |
| PET-10 | 9 A | 57 m | 90 m | 130 m | 225 m |
| PET-13 | 11A | ||||
| PET-15 | 14 A | 43 m | 68 m | 100 m | 170 m |
| PET-19 | 16 A | 34 m | 54 m | 80 m | 135 m |
| PET-25 | 20 A | 29 m | 45 m | 66 m | 110 m |
| PET-30 | 26 A | / | 25 m | 38 m | 62 m |
| PET-30T | 10.5 A | 15 m | 35 m | 49 m | 81 m |
| PET-35 | 34 A | / | / | 22 m | 36 m |
| PET-35T | 13 A | 12 m | 27 m | 39 m | 68 m |

Deze waarden worden als richtlijn gegeven, alleen de tussenkomst van een geautoriseerde tech
kan de waarden bepalen die overeenkomen met uw installatie.
De elektrische leiding moet zijn voorzien van een aardaansluiting en een stroomonderbreker met een verschil van 30 mA in het hoofd.
6.6 Installatie van de schermbediening (optie)
Foto (1) Foto (2) Foto (3) Foto (4) Foto (5)

- Verwijdering en of plaatsing van het bediening wordt van de connector (foto 1-2)
- Installatie van de geleverde kabel (foto 3-4)
- Om de kabel door te voeren met het doorvoerpakket (foto 4-5) en beiden direct te verbinden
6.7 Installatie van de Modbus/Fluidra Connect-signaaldraad
Foto(6) Foto(7) Foto(8) Foto(9)

- Open het klepje van de aansluitingen (foto6)
- Pak de Modbus/Fluidra Connect-signaalkabel uit de accessoires (foto7) and plaats het ronde uiteinde van de signaaldraad in de signaaldraad van Modbus/Fluidra Connect Module. (foto 8)
- Drie draad terminal :A+ ,B-, GND.(foto 9)
6.8 Aansluiting voorrang verwarming (mogelijkheid om te draaien)
Droog contact timer-verbinding
Timer

text_image
Contact NODry contact pomp aansluiting

text_image
L N ⊕Water pump
7. Gebruik en werking
7.1 Functies van het bedieningspaneel

text_image
1:329 28.08 Turbo Smart SilentWanneer de warmtepomp op het vermogen wordt aangesloten, geeft het LED-display gedurende 3 seconden een code weer die het warmtepompmodel aangeeft.
7.2 De toetsen en hun activiteiten
7.2.1

Druk op de warmtepomp start, toont het display van de gewenste temperatuur van het water gedurende 5 seconden, toont vervolgens de inlaat temperatuur van het water en van de werking mode.
Druk op de warmtepomp te stoppen en te laten zien "OFF"
Opmerking: Tijdens de parameter controle en instelling, druk op o eel-exit en sla de huidige instelling.
Druk nogmaals op 10 m in / uitschakelen van de machine.
7.2.2

Er zijn 3 modellen voor het apparaat, alleen verwarming, automatische modus (verwarmings- en koelingschakelaar), alleen koeling.
Druk gedurende 5 seconden op en de alleen verwarming, alleen koeling

en automatische modus omte schakelen.
Opmerking: Tijdens het ontdooien knippert het verwarmingssymbool.
7. Gebruik en werking
Bedieningslogica van de automatische modus

Klok / unclock het display:
Houd 100 g durend 2 seconden te vergrendelen / ontgrendelen het scherm.
Het display wordt automatisch vergrendeld na 30 seconden standby. (wanneer het scherm vergrendeld is, brandt het pictogram "kluisje AAN)
Temperatuur water instelling:
Druk op of en de temperatuur van het water rechtstreeks in te stellen.
Instelbereik verwarmingsmodus en automatische modus: 6-41 °C Instelbereik koelmodus: 6-35 °C.
7.2.4 workmodus
Druk op te werkmodus te wijzigen: Turbo, Smart en stil. De standaardmodus is de slimme modus.
Terwijl u de Turbo kiest, licht het woord "Turbo" op en werkt de warmtepomp alleen in "Full output". Kies de Smart, het woord 'Smart' gaat branden, de warmtepomp werkt in 'Medium en Full output'. Kies de Silent, het woord "Silent" zal oplichten, de warmtepomp zal werken in "Medium en Small output".
7. Gebruik en werking
7.2.5 Parameter controle:
Druk op 60, druk vervolgens op om de parameter gebruiker controleren van d0 volgens d14.

| Code | Staat | strekking | Opmerking |
| d0 | IPM vormtemperatuur | 0-120°C | Real testen waarde |
| d1 | Inlet water temp. | -9°C~99°C | Real testen waarde |
| d2 | Uitlaat water temp. | -9°C~99°C | Real testen waarde |
| d3 | Ambient temp. | -30°C~70°C | Real testen waarde |
| d4 | Frequency limitation code | 0,1,2,4,8,16 | Real testing value |
| d5 | Piping temp. | -30°C~70°C | Real testen waarde |
| d6 | uitlaatgastemperatuur | 0°C~C5°C (125°C) | Real testen waarde |
| d7 | Stap van EEV | 0~99 | N*5 |
| d8 | Compressor loopt frequentie | 0~99Hz | Real testen waarde |
| d9 | compressor huidige | 0~30A | Real testen waarde |
| d10 | Huidige ventilatorsnelheid | 0-1200 (rpm) | Real testen waarde |
| d11 | Error code voor de laatste ke | Alle foutcode | |
| d12 | MOBUS COM | 0 - 5 | Instelling, alleen Modbus |
| d13 | MODBUS ID Adres | 1 - 88 | Instelling, alleen Modbus |
| d14 | Productcode | 0000- FFFF | Instelling, alleen Modbus |
Opmerking: d4: frequentiebeperkingscode,
0: geen frequentielimiet; 1: Coilpijp temperatuurgrens;
2: Frequentiebeperking voor oververhitting of oververhitting;
4: Drive Huidige frequentielimiet; 8: Frequentielimiet aandrijfspanning;
16: Frequentiebeperking voor hoge temperaturen
7. Gebruik en werking
Druk op

druk vervolgens op om

roleren / aanpassen van de parameter gebruiker

| Code | Naam | strekking | Standaard | Opmerking |
| P0 | Verplichte ontdooiing | 0-1 | 0 | 0: standaard normale werking1: verplichte ontdooiing. |
| P1 | Werkmodus | 0-1 | 1 | 1 Verwarming mode, 0 koelbedrijf |
| P2 | Timer on / off | 0-1 | 0 | 1 Timer aan / uit onder functie, 0 Timer on / off is functie (De instelling van de P5 en P6 zal niet werke |
| P3 | Waterpomp | 0-1 | 0 | 1 Altijd lopen,0 Afhankelijk van het verloop van de compressor |
| P4 | Huidige tijd | HH:MM | 0:00 | 0-23:0-59 |
| P5 | Wekker aan | HH:MM | 0:00 | 0-23:0-59 |
| P6 | Timer uit | HH:MM | 0:00 | 0-23:0-59 |
| P7 | Inlet water temp. correctie | -9~9 | 0 | Standaardinstelling: 0 |
| P12 | MOBUS COM | 0 - 5 | 0 | Alleen Modbus (Standaardwaarde na reset) |
| P13 | MODBUS ID Adres | 1 - 88 | 9 | Alleen Modbus (Standaardwaarde na reset) |
| P14 | Resetten het systeem | 0-1 | 0 | 1-Herstel naar fabrieksinstellingen0- Standaard (herstel P0, P1, P2, P3, P5, P6, P7, P8, 10, P11 naar fabrieksinstelling) |
| P15 | ParameterP-waarde voor Modbus | / | / | alleen Modbus |
| P16 | Product code | / | / | Hangt af van de machine |
| P18 | Mode | 0-1 | 0 | 1—alleen verwarming0—verwarming/automatische modus/koeling |
Notitie:
1). Druk lang of gedurende 20 seconden om P14, P16, P18 in te stellen.
2) . De parameter P8, P9, P10, P11, P19, P20 is alleen voor fabrieksinstelling.
7. Gebruik en werking
| Code met verbinding | Parameter P | Omschrijving |
| 74166 | 21b6 | PAC PROELYO TOUCHET-08 |
| 74167 | 21b7 | PAC PROELYO TOUCHET-10 |
| 74168 | 21b8 | PAC PROELYO TOUCHET-13 |
| 74169 | 21b9 | PAC PROELYO TOUCHET-15 |
| 74170 | 21ba | PAC PROELYO TOUCHET-19 |
| 74171 | 21bb | PAC PROELYO TOUCHET-25 |
| 74172 | 21bc | PAC PROELYO TOUCHET-30 |
| 74173 | 21bd | PAC PROELYO TOUCHET-35 |
| 74174 | 21be | PAC PROELYO TOUCHET-30T |
| 74175 | 21bf | PAC PROELYO TOUCHET-35T |
Productcode parameter P instelling (alleen MOBUS)
Het symbool op het display brandt als de Modbus-module op het display is aangesloten.


Druk op eerst, druk vervolgens op om te controleren van de parameter gebruiker van P15, en

houd 20 seconden lang ingedrukt om de instellingeninterface te openen, waarin de parameter zal knipperen.



Druk op de jester waarde in te stellen en druk ten slotte op om de instellingen op te slaan.
7.2.6 Resetten het systeem


Druk op eerst, druk vervolgens op om te controleren van de parameter gebruiker van P14, en

houd 20 seconden lang ingedrukt om de instellingeninterface te openen, waarin de parameter zal knipperen.



Druk op de 1 in te stellen en druk ten slotte op om de instellingen op te slaan.

7.2.7
Symbool van TIMER ON, het lampje brandt wanneer de waarde van P2 1 is, wat betekent dat de functie TIME ON OFF werkt. Stel vervolgens de huidige tijd (parameter P4), TIMER ON (parameter P5) en TIMER OFF (parameter P6)
in. Alle symbolen (behalve het symbol) op het display zijn uit als TIMER UIT is.
Opmerking: Het symbool blijft branden wanneer de warmtepomp opnieuw wordt opgestart na TIJD UIT, tenzij de waarde van P2 is ingesteld op 0.
7. Gebruik en werking
7.2.8 Prioriteit verwarming (zie paragraaf 6.7), aansluitmogelijkheid
Optie 1 Waterpomp heeft betrekking op de werking van de warmtepomp om te starten of te stoppen.
De waterpomp start 60 seconden voordat de compressor, de waterpomp begint 30 seconden en detecteert vervolgens de waterstroomschakelaar.
Wanneer de warmtepomp in de stand-bymodus komt, stopt de compressor 5 minuten nadat de waterpomp is gestopt.
| Staat | Voorbeeld | Waterpomp werkende logica | ||
| Verwarmings modus | P3=0,T1≥Tset-0.5°C,duurt 30minuten | P3=0,T1≥27.5°C,duurt 30minuten | 1. Daarna gaat het gedurende 1 uur naar de stand-bymodus (het wordt niet opnieuw gestart, behalve wanneer het handmatig wordt ingeschakeld.) | 2.Na 1 uur zal de filtratiepom5 minuten opnieuw opstarten.Als de T1≤ 27°C, begint de warmtepomp te werken tot T1≥27,5 °C en duurt deze 30 minuten om in stand-by te ga |
| Koelmodus | P3=0,T1≤Tset+0.5°C,duurt 30minuten | P3=0,T1≤28.5°C,duurt 30minuten | 2. Daarna gaat het gedurende 1 uur naar de stand-bymodus (het wordt niet opnieuw gestart, behalve wanneer het handmatig wordt ingeschakeld.) | 2.Na 1 uur zal de filtratiepom5 minuten opnieuw opstarten.Als de T1≥29°C, begint de warmtepomp te werken tot T1≤28.5°C en duurt deze 30 minuten om in stand-by te ga |
Optie 2 Zal de waterpomp altijd aan staan (P3 = 1)
Onder voorwaarde P3 = 1, wanneer T1 ≥Tset + 1 °C (T1≥29 °C) duurt 3 minuten, de warmtepomp in de stand-bymodus komt, en zal de waterpomp altijd aan staan.
Als de warmtepomp handmatig wordt uitgeschakeld of TIJD UIT staat, stopt de filterpomp dienovereenkomstig.
Onder optie 2, met activering van de timer; P2 = 1 om de filterpomp te starten en te stoppen volgens de programmering van de P4 (tijd), P5 (timer ON) en P6 (timer OFF)
Voorwaarde voor het starten van de warmtepomp, timer AAN is geactiveerd;
Wanneer de timer de ingestelde tijd van TIMER ON bereikt, start de filterpomp en na 5 minuten start de warmtepomp. De warmtepomp blijft stilstaan als het water in temperatuur ≥ Tset + 1 °C is, voordat de TIMER UIT is, is de filtratie nog steeds geactiveerd.
Voorwaarde om de warmtepomp te stoppen, timer UIT wordt geactiveerd;
Wanneer de timer de ingestelde tijd van de TIMER UIT bereikt, stopt de warmtepomp en stopt de filterpomp na 5 minuten.
NOTE :
Tset =Watertemperatuur testen
Bijvoorbeeld : Tset = 28°C Watertemperatuur testen in uw zwembad warmtepomp
Tset-0.5 = less 0.5°C dan het testen van de temperatuur
Tset+0.5= more 0.5°C dan het testen van de temperatuur
7. Gebruik en werking
7.3 Logica voor verwarming
| Werk status | Werkmodus | Water op temperatuur-T1 | Bijvoorbeeld water op temperatuur-T1 | Werkniveau van warmtepomp | |
| 1 | Opstarten van warmtepomp | Wanneer u de "Smart-werkmodus" selecteert | T1< Tset-1 | T1< 27°C | Krachtige modus-frequentie F9 |
| 2 | Tset-1≤T1 < Tset | 27°C ≤ T1 <28°C | Frequentie: F9 -F8-F7,...,-F2 | ||
| 3 | Tset≤ T1 <Tset+ | 28°C ≤ T1 <29°C | Stille modus-Frequentie F2 | ||
| 4 | T1≥ Tset+1 | T1≥29°C | HP zal Stand-by zijn, stoppen met werken totdat het water op temperatuur zakt tot minder dan 28 °C | ||
| 5 | Wanneer u de "Stille werkmodus" selecteert. | T1< Tset | T1< 28°C | Smart-modus -Frequentie F5. | |
| 6 | Tset≤T1 < Tset+1 | 28°C ≤ T1 < 29°C | Stille modus-Frequentie F2/F1. | ||
| 7 | T1≥ Tset+1 | T1≥29°C | HP zal Stand-by zijn, stoppen met werken totdat het water op temperatuur zakt tot minder dan 28 °C | ||
| 8 | Wanneer u de "Krachtige werkmodus" selecteert. | T1<Tset+1 | T1<29°C | Krachtige modus-frequentie F10/F9 | |
| 9 | T1≥ Tset+1 | T1≥29°C | HP zal Stand-by zijn, stoppen met werken totdat het water op temperatuur zakt tot minder dan 28 °C | ||
| 10 | Start opnieuw met het verwarmen van water in de standby-status | Wanneer HP werkt in de "Smart-modus" | T1≥ Tset | T1≥28°C | Standby |
| 11 | Tset>T1≥ Tset-1 | 28°C > T1≥27°C | Stille modus-Frequentie F2 | ||
| 12 | Tset-1>T1≥ Tset-2 | 27°C > T1≥26°C | Frequentie: F2 -F3-F4,...,-F9 | ||
| 13 | <26°C | Krachtige modus-frequentie F9 | |||
| 14 | Wanneer HP werkt in de "Stille modus" | ≥ Tset | ≥28°C | Standby | |
| 15 | Tset>T1≥ Tset-1 | 28°C > T1≥27°C | Stille modus-Frequentie F2/F1 | ||
| 16 | T1<Tset-1 | T1<27°C | Smart modus -frequency F5 | ||
| 17 | Wanneer HP werkt in de "Krachtige modus" | T1<Tset-1 | T1<27°C | Krachtige modus-frequentie F10/F9 | |
7. Gebruik en werking
7.4 Logica voor verwarming
| Werk status | Werkmodus | Water op temperatuur-T1 | Bijvoorbeeld water op temperatuur-T2 | Werkniveau van warmtepomp | |
| 1 | Opstarten van warmtepomp | Wanneer u de "Smart-werkmodus" selecteert | T1 ≤ Tset-1 | T1 ≤ 27°C | Standby. |
| 2 | Tset-1<T1 ≤ Tset | 27°C< T1 ≤ 28°C | Stille modus-Frequentie F2 | ||
| 3 | Tset<T1 ≤ Tset+1 | 28< T1 ≤ 29°C | Frequentie: F9 -F8-F7,...,- F2 | ||
| 4 | T1 ≥ Tset+1 | T1 ≥ 29°C | Krachtige modus-F9 | ||
| 5 | Wanneer u de "Stille werkmodus" selecteert. | T1 ≤ Tset-1 | ≤ 27°C | Standby | |
| 6 | Tset-1<T1 ≤ Tset | 27°C< T1 ≤ 28°C | Stille modus-Frequentie F2/F1 | ||
| 7 | T1>Tset | T1>28°C | Smart modus -frequency F5 | ||
| 8 | Wanneer u de "Krachtige werkmodus" selecteert. | T1>Tset-1 | T1>27°C | Krachtige modus-frequentie F10/F9 | |
| 9 | T1 ≤ Tset-1 | T1 ≤ 27°C | Standby | ||
| 10 | Start opnieuw met het verwarmen van water in de standby-status | Smart | T1 ≤ Tset-1 | T1 ≤ 27°C | Standby |
| 11 | Tset ≤ T1 <Tset+1 | 28 ≤ T1 <29°C | Stille modus-Frequentie F2 | ||
| 12 | Tset+1 ≤ T1 <Tset+2 | 29 ≤ T1 <30°C | Krachtige modus: F2 -F3-F4,...,- F9 | ||
| 13 | T1 ≥ Tset+2 | T1 ≥ 30°C | Krachtige modus-frequentie F9 | ||
| 14 | Silent | Tset<T1 ≤ Tset+1 | 28< T1 ≤ 29°C | Stille modus-Frequentie F2/F1 | |
| 15 | T1 >Tset+1 | T1>29°C | Smart modus -frequency F5 | ||
| 16 | Powerful | T1 >Tset+1 | T1>29°C | Krachtige modus-frequentieF10/F9 | |
| 17 | T1 ≤ Tset-1 | T1 ≤ 27°C | Standby | ||
8. Problemen
8. Problemen
8.1 Fout code scherm op LED draad bediening
| Storing | Foutcode | Reden | Oplossing |
| Fout in inlaatwatertemperatuu sensor d1-TH6 | PP01 | 1. De sensor in open of kortsluiting2. De bedrading van de sensor zit los | 1. Controleer of verander de sensor2. Herbevestig de bedrading van de sensoren |
| Uitlaat watertemperatuur sensor defect d2-TH5 | PP02 | 1. De sensor in open of kortsluiting2. De bedrading van de sensor zit los | 1. Controleer of verander de sensor2. Re-fix de bedrading van de sensoren |
| Storing verwarmingslans sensor d5-TH2 | PP03 | 1. De sensor in open of kortsluiting2. De bedrading van de sensor zit los | 1. Controleer of verander de sensor2. Re-fix de bedrading van de sensoren |
| Uitval van de omgevingstemperatuur sensor d3-TH1 | PP05 | 1. De sensor in open of kortsluiting2. De bedrading van de sensor zit los | 1. Controleer of verander de sensor2. Re-fix de bedrading van de sensoren |
| Uitlaatpijpsensor defect d6-TH3 | PP06 | 1. De sensor in open of kortsluiting2. De bedrading van de sensor zit los | 1. Controleer of verander de sensor2. Re-fix de bedrading van de sensoren |
| Vorstbescherming in de winter | PP07 | De omgevingstemperatuur of de waterinlaattemperatuur is te laag | 1. Controleer de d1 en d3. (d1 inlaat watertemp., d3 uitlaat watertemp.)2. Normale bescherming |
| Lage omgevingstemperatuur beveiliging | PP08 | 1.Let de reikwijdte van het gebruik milieu2. Sensorafwijking d3-TH1 | 1. Stop met behulp van, buiten het gebruik van2. Wijzig de sensor |
| Leiding temperatuur te hoge bescherming onder koelmodus d5-TH2 | PP10 | 1. De omgevingstemperatuur is te hoog de watertemperatuur is te hoog in de koelmodus2. Koelsysteem is abnormaal3. Pijptemperatuursensor (d5-TH2) defect | 1. Controleer de reikwijdte van het gebruik2. Controleer het koelsysteem3. Verander de buistemperatuursensor (d5-TH2) |
| d2-TH5 watertemp. Te lage bescherming in de koelmodus | PP11 | 1. Lage waterstroom2. d2-TH5-temperatuursensor abnormaal3. Het verschil tussen de temperatuur van het uitlaatwater en de ingestelde temperatuur is 7 °C of hoger in de koelmodus | 1. Controleer de waterpomp en het vaarwegsysteem2.Verander de d2-TH5 temperatuur sensor3. Wijzig de ingestelde temperatuur. |
8. Problemen
| Storing | Foutcode | Reden | Oplossing |
| Hoge drukfout TS4 | EE01 | 1. De temperatuur van de omgevin is te hoog2. Watertemperatuur is te hoog3. Waterstroom is te laag4. Het ventilatortoerental is abnormaal of de ventilatormotor is beschadigd5. Gas systeem vastgelopen6. Hogedrukdraad is los of beschadigd7. Te veel koelmiddel | 1. Controleer de waterstroom of waterpomp2. Controleer de ventilatormotor3. Controleer en repareer het leidingsysteem4. Controleer en repareer het koelsysteem5. Sluit de hogedruk draad of nieuwe vervangen hogedrukpressostaat6. Controleer en repareer het koelsysteem |
| Lagedrukstoring TS5 | EE02 | 1. EEV is geblokkeerd of het leidingsysteem is vastgelopen2. Motortoerental is abnormaal of motor is beschadigd3. Gaslekkage4. Lagedrukdraad is los of beschadigd | 1. Controleer de EEV en het leidingsysteem2. Controleer de motortoerental in verwarmingsmodus, vervang een nieuwe als deze abnormaal is3. Door de hoge drukmeter om de drukwaarde te controleren4. Sluit de lagedrukdraad opnieuw aan of vervang een nieuwe lagedrukschakelaar |
| Uitval waterstroom TS1 | EE03Or” ON” | 1. Waterstroomschakelaar is beschadigd2. Geen / Onvoldoende waterstroom. | 1. Wijzig de waterstromingsschakelaar2. Controleer de waterpomp of het vaarwegsysteem |
| Oververhittingsbeveiliging voor watertemperatuur (d2-TH5) in verwarmingsmodus | EE04 | 1. Lage waterstroom2. Waterstroomschakelaar zit vast e de watertoevoer is afgesneden3. d2-TH5-sensor is abnormaal4. Het verschil tussen de temperatuur van het uitlaatwater en de ingestelde temperatuur is 7 ° Choger in de verwarmingsmodus | 1. Controleer het watersysteem2. Controleer de waterpomp of waterstroomschakelaar3. Controleer sensor d2-TH5 of wijzig een andere sensor4. Wijzig de ingestelde temperatuur. |
| d6-TH3 Uitlaat te hoge bescherming | EE05 | 1. Geen gas2. Lage waterstroom3. Het systeem is geblokkeerd4. Uitlaat temp. Sensorfout5. Omgevingstemperatuur is te hoog | 1. Controleer de hogedrukmeter, vul deze b te laag gas bij2. Controleer het vaarwegsysteem en de waterpomp3. Controleer het leidingsysteem als er een blok was4. Wijzig een nieuwe uitlaattemp. Sensor5. Controleer of de huidige omgevingstemperatuur en watertemperatuur hoger zijn dan de bedrijfstemperatuur van o machine |
8. Problemen
| Storing | Foutcode | Reden | Oplossing |
| Controller mislukt | EE06 | 1. De draadverbinding is niet goed of beschadigde signaaldraad2. Controllerstoring | 1. Controleer en sluit de signaaldraad opnieuw aan2. Verander een nieuwe signaaldraad3. Schakel de stroomtoevoer uit en start machine opnieuw op4. Verander een nieuwe controller |
| Compressor huidige bescherming | EE07 | 1. De stroom van de compressor is onmiddellijk te groot2. Verkeerde aansluiting voor compressor-fasevolgorde3. Compressorophopingen van vloeistof en olie leiden tot de stroom wordt groter4. Compressor of driverboard beschadigd5. De waterstroom is abnormaal6. Krachtfluctuaties binnen een korte ti | 1. Controleer de compressor2. Controleer het vaarwegsysteem3. Controleer of het vermogen binnen het normale bereik valt4. Controleer de aansluiting van de fasevolgorde5. Controleer de stroomtoevoer |
| Communicatiefout tussen controller en moederbord | EE08 | 1. Slechte signaaldraadverbinding of beschadigde signaaldraad2. Controllerstoring3. Rijden mislukt | 1. Controleer en sluit de signaaldraad opnieuw aan2. Verander een nieuwe signaaldraad3. Schakel de stroomtoevoer uit en start machine opnieuw op4. Verander een nieuwe controller5. Controleer het stuursysteem of update het. |
| Communicatiefout tussen hoofdbesturingskaart en rijbord | EE09 | 1. Slechte verbinding van communicatiedraad2. Moederbord defect3. De draad is beschadigd | 1. Stop de stroomtoevoer en start opnieu2. Controleer de draadverbinding3. Verander een nieuwe draad4. Vervang een nieuwe printplaat |
| VDC-voltage te hoge beveiliging | EE10 | 1.Moeder lijnspanning is te hoog2. Driver board is beschadigd. | 1. Controleer of het vermogen binnen het normale bereik valt2. Wijzig driverbord of hoofdbord |
| IPM-modulebeveiliging | EE11 | 1.Gegevensfout2.Wrong compressor-fase verbinding3. Compressor vloeistof en olie accumulatie leiden tot de stroom word groter4. Slechte warmteafvoer of aandrijfmodule of hoge omgevingstemperatuur5. Compressor of driverboard beschadigd | 1. Programmafout, elektriciteit uitschakelen en herstarten na 3 minuten2. Controleer de aansluiting van de compressorsequentie3. Controleer de druk of het systeem met manometer4. Slechte warmteafvoer van de omvormermodule of hoge omgevingstemperatuur5. Wijzig bestuurdersbord |
8. Problemen
| Storing | Foutcode | Reden | Oplossing |
| VDC-voltage te lage beveiliging | EE12 | 1.Moeder lijnspanning is te laag2.Driver board is beschadigd. | 1. Controleer of het vermogen binnen h normale bereik valt2.Wijzig bestuurdersbord |
| Voer stroom in via ee hoge beveiliging | EE13 | 1.De compressorstroom is te groot kortstondig2.De waterstroom is abnormaal3.Power schommelingen binnen een korte tijd4.Verkeerde PFC-inductor | 1. Controleer de compressor2. Controleer het vaarwegsysteem3. Controleer of het vermogen binnen h normale bereik valt4. Controleer of de juiste PFC-inductor wordt gebruikt |
| Het thermische circuit van de IPM-module is abnormaal | EE14 | 1.Uitgangsafwijking van het thermisch circuit van de IPM-module2.Fan motor is abnormaal of beschadigdVentilatorblad is gebroken | 1.Wijzig een bestuurdersbord2. Controleer of het motortoerental te laag is of dat de ventilatormotor beschadigd is, verander een andere3. Verander een ander ventilatorblad |
| IPM-module temperatuur te hoge beveiliging | EE15 | 1.Uitzonderingsfout van het thermische circuit van de IPM-module2.Motor is abnormaal of beschadigd3.Het ventilatorblad is gebroken4.De schroef op het bestuurdersbord zit los | 1.Wijzig een bestuurdersbord2. Controleer of het ventilatortoerental laag is of dat de ventilatormotor beschadigd is, verander een andere3. Verander een ander ventilatorblad |
| Bescherming van PFC-modules | EE16 | 1.Uitputting uitzondering van PFC-module2.Motor is abnormaal of beschadigd3.Fan mes is gebroken4.Ingangsspanningssprong, ingangsvermogen is abnormaal | 1.Wijzig een bestuurdersbord2.Controleer of het motortoerental te laag is of dat de ventilatormotor beschadigd is, verander een andere3.Een ander ventilatorblad verwisselen4. Controleer de ingangsspanning |
| Storing DC-ventilatormotor | EE17 | 1.DC motor is beschadigd2. Controleer voor de driefase of de nulleider is aangesloten3.Main board is beschadigd4.Het ventilatorblad zit vast | 1.Detecteer DC-motor, vervang deze door een nieuwe2. Controleer de bedradingsverbinding voor de driefasige machine4.Een nieuw moederbord wijzigen of stuurprogramma5.Ontdek de barrière en werk het uit |
| Het thermische circuit van de PFC-module is abnormaal | EE18 | Het driverboard is beschadigd | 1.Wijzig een nieuw driverboard2. Controleer of het ventilatortoerental laag is of dat de ventilatormotor is beschadigd, verander een andere motor |
| PFC-module bescherming tegen hoge temperaturen | EE19 | 1.PFC-module thermische circuituitgang abnormaal2.Motor is abnormaal of beschadigd3.Fan mes is gebroken4.De schroef in het driverboard zit n strak | 1.Wijzig een nieuw driverboard2.Controleer of het motortoerental te laag is of dat de ventilatormotor beschadigd is, verander een andere3.Een ander ventilatorblad verwisselen4. Controleer of de schroef los zit |
8. Problemen
| Storing | Foutcode | Reden | Oplossing |
| Ingangsstroomstoring | EE20 | De voedingsspanning fluctueert te veel | Controleer of de spanning stabiel is |
| Uitzondering voor softwarebesturing | EE21 | 1. Compressor werkt niet2. Verkeerd programma3. Onzuiverheid in de compressor veroorzaakt de onstabiele rotatiesnelheid | 1. Controleer het moederbord of verande een nieuw board2. Voer het juiste programma in |
| Stroomdetectiekringfout | EE22 | 1. Spanningssignaal abnormaal2. Driver board is beschadigd3. Moederbordfout | 1. Wijzig een nieuw moederbord2. Wijzig een nieuw bestuurdersbord |
| Compressorstartfout | EE23 | 1. Hoofdbord is beschadigd2. Compressor bedradingsfout of slecht contact of niet verbonden3. Vloeistofophoping binnen4. Verkeerde fase verbinding voor compressor | 1. Controleer het moederbord of verande een nieuw board2. Controleer de bedrading van de compressor volgens het schakelschemaControleer de compressor of wijzig een nieuwe |
| Apparaatstoring in omgevingstemperatu ur op stuurkaart | EE24 | Apparaatstoring bij omgevingstemperatuur | Wijzig driverbord of hoofdbord |
| Defectcompressorfase | EE25 | Compressoren U, V, W zijn verbonden met één fase of twee fasen. | Controleer de feitelijke bedrading volger het schakelschema |
| Fout bij omschakeling van vierwegklep | EE26 | 1. Terugslagfout van vierwegklep2. Gebrek aan koelmiddel (geen detectie wanneer d5-TH2 of d3-TH1 defect is) | 1. Schakelen naar koelmodus om de 4-wegklep te controleren als deze op de juiste manier is omgedraaid2. Wijzig een nieuwe 4-wegklep3. Vul met gas |
| EEPROM-gegevens lezen storing | EE27 | 1. Wrong EEPROM-gegevens in het programma of mislukte invoer van EEPROM-gegevens2. Fout met moederbord | 1. Voer de juiste EEPROM-gegevens opnieuw in2. Wijzig een nieuw hoofdbord |
| De inter-chip communicatiefout op de hoofdbesturingskaart | EE28 | Hoofdbordfout | 1. Schakel de stroomtoevoer uit en star deze opnieuw op2. Wijzig een nieuw hoofdbord |
8.Problemen
8.2 Andere fouten en oplossingen (Geen verschijning op LED draad controller)
| Storingen | Observering | Redenen | Oplossing |
| Warmtepomp werkt niet | LED draadcontroller geen verschijning. | Geen stroomvoorziening | Check cable and circuit breake if it is connected |
| LED draad controller toont d actuele tijd. | Warmtepomp in stand-by status | Startup heat pump to run. | |
| LED draad controller toont d actuele watertemperatuur. | 1. Watertemperatuur bereikte ingestelde waarde, HP onder constante temperatuur status.2. Warmtepomp begint net te lopen.3. Onder ontdooien. | 1. Controleer watertemperatuur instelling.2. Start warmtepomp na een paar minuten.3. LED draadcontroller moet vertonen "ontdooien". | |
| Watertemperatuur koelt wanneer HP loopt onder verwarming's mode | LED draad controller vertoont actuele watertemperatuur en er verschijnt geen fout code. | 1. Verkeerde modus geselecteerd.2. Cijfers tonen tekortkomingen.3. Controller defect. | 1. Stel de goede modus in 2. Vervang de defecte LED draad controller, en controleer dan de status na het veranderen van de werkende modus, controleer de water inlaat en uitlaattemperatuur.3. Vervangen of repareer het warmtepomp apparaat |
| Korte looptijd | LED toont actuele watertemperatuur, er verschijnt geen fout code. | 1. Ventilator draait NIET.2. Luchtventilator hij is niet genoeg.3. Niet genoeg koelmiddel. | 1. Controleer de kabelverbindingen tussen de motor en ventilator, wanneer nodig, moet het vervangen worden.2. Controleerlocatie van het warmtepomp apparaat, en elimineer alle obstakels om een goede luchtventilatie mogelijk te maken.3 Vervang of repareer het warmtepomp apparaat. |
| Watervlekken | Watervlekken op warmtepomp apparaat. | 1. Betonneren.2. Water lekkage. | 1. Geen actie.2. Controleer de titanium warmtewisselaar zorgvuldig of het defect is. |
| Te veel ijs op de verdamper | Te veel ijs op de verdamper | 1. Controleer de locatie van h warmtepomp apparaat, en elimineer alle obstakels om een goede lucht ventilatie mogelijk te maken.2. Vervang of repareer het warmtepomp apparaat. |
8.Problemen
Opmerkingen:
- In de verwarmingsmodus, als de wateruittredetemperatuur hoger is dan de ingestelde temperatuur boven 7 °C, geeft de LED-controller EE04 weer voor bescherming tegen oververhitting van het water.
- In de koelmodus, als de water-uittemperatuur lager is dan de ingestelde temperatuur boyegeeft LED-controller PP11 weer voor bescherming tegen overkoeling van water.

EE04 Bescherming tegen oververhitting van water

PP11 Bescherming tegen overcooling van water
| Mode | Water uit temperatuur | Temperatuur instellen | Staat | Storing |
| Verwarmings modus | 36°C | 29°C | Tout -Tset ≧7°C | EE04 Oververhittingsbeveiliging voor watertemperatuur(d2- TH5) |
| Koelmodus | 23°C | 30°C | Tset -Tout ≧7°C | PP11 Te lage bescherming voor watertemperatuur(d2- TH5) |
9. Open geklapt diagram
9.1 Opengeklapt diagram
ModelModel: 74166

9.2 Lijst van reserveonderdelen
Model : 74166
| NO | ERP | Naam van de onderdelen | NO | ERP | Naam van de onderdelen |
| 1 | 133050118 | Bovenklep | 36 | 117230003 | Reactor |
| 2 | 180140092 | Bovenframe | 37 | 117110020 | Omgevingstemp. sensor d3-TH1 |
| 3 | 180140113 | Linkerkant paneel | 38 | 133020010 | Omgevingstemp. sensor clip |
| 4 | 180140100 | Ventilatormotorbeugel | 39 | 108030059 | Elektrische deksel |
| 5 | 103000227 | Verdamper | 40 | 117240002 | Magneetring |
| 6 | 112000031 | Ventilatormotor | 41 | 117240003 | Magneetring |
| 7 | 108480015 | Riem fixer | 42 | 117100046 | PCB |
| 8 | 132000015 | Waaierblad | 43 | 108030095 | Elektrische doos |
| 9 | 180140093 | Pijler | 44 | 117020239 | Modbus-modules |
| 10 | 133050115 | Voorpaneel | 45 | 121000035 | 4-weg klep |
| 11 | 133020077 | Grill aan de voorkant | 46 | 113030192 | 4-wegklep naar wisselaar |
| 12 | 117020293 | Controleur | 47 | 113070042 | Uitwisselaar van eev |
| 13 | 136010072 | Afdichtring | 48 | 113020320 | Gas retourleidingen |
| 14 | 133020096 | Controller deksel | 49 | 120000098 | Gas klep |
| 15 | 133020097 | Controllerkast | 50 | 119000058 | EEV |
| 16 | 180140091 | Basislade | 51 | 113080074 | Eev naar distributieleidingen |
| 17 | 180140099 | Isolatiepaneel | 52 | 109000044 | Capillair |
| 18 | 180140101 | Paneelondersteuning | 53 | 113060123 | Gasbuis |
| 19 | 142000143 | Verdamper verwarmingsriem | 54 | 117110021 | Uitlaat temp. Sensor d6-TH3 |
| 20 | 142000072 | Compressor verwarmingsriem | 55 | 113010229 | Uitlaat |
| 21 | 101000187 | Compressor | 56 | 112100030 | Hogedrukschakelaar |
| 22 | 101000187 | Demping voeten van de compressor | 57 | 112100046 | Lagedrukschakelaar |
| 23 | 133050116 | Rechter paneel | 58 | 113100024 | Koppelingsbuis |
| 24 | 106000011 | Manometer | 59 | 102041058 | Titanium warmtewisselaar |
| 25 | 103000227 | Collectieve leidingen | 60 | 117110011 | Water uit temp. Sensor d2-TH5 |
| 26 | 133250005 | Klemmenblokken plastic kap | 61 | 108010025 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 27 | 136010004 | Klem | 62 | 112100021-1 | Waterstroomschakelaar |
| 28 | 115000004 | 5-zits terminal | 63 | 116000001 | Afdichtring |
| 29 | 108010065 | Eindplank | 64 | 133020026 | Rubberring op wateraansluiting |
| 30 | 103000227 | Leidingen voor distributie | 65 | 133020012 | Rode rubberen ring |
| 31 | 113190001 | Sensorhuispijp | 66 | 113900082 | Wateraansluitsets |
| 32 | 113190007 | Klem | 67 | 133020011 | Blauwe rubberen ring |
| 33 | 136020018 | Rubber | 68 | 150000110 | Drainage plug |
| 34 | 117110004 | Pijp temp. Sensor d5-TH2 | 69 | 117110012 | Water in temp. sensor d1-TH6 |
| 35 | 133050117 | Achterpaneel |
9. Open geklapt diagram
9.3 Model: 74167/74168/74169

9.4 Lijst van reserveonderdelen: 74167
| NO | ERP | Naam van de onderdelen | NO | ERP | Naam van de onderdelen |
| 1 | 133090073 | Bovenklep | 35 | 113030086 | 4-wegklep naar wisselaar |
| 2 | 108110094 | Isolatiepaneel | 36 | 120000097 | Gas klep |
| 3 | 108110095 | Ventilatormotorbeugel | 37 | 113020527 | Gas retourleidingen |
| 4 | 108110113 | Linkerkant paneel | 38 | 112100046 | Lagedrukschakelaar |
| 5 | 103000221 | Verdamper | 39 | 112100030 | Hogedrukschakelaar |
| 6 | 108110091 | Bovenframe | 40 | 113010210 | Uitlaat |
| 7 | 108110092 | Pijler | 41 | 117110021 | Uitlaat temp. Sensor d6-TH3 |
| 8 | 112000031 | Ventilatormotor | 42 | 113190001 | Sensorhuispijp |
| 9 | 108480015 | Riem fixer | 43 | 119000058 | EEV |
| 10 | 142000142 | Verdamper verwarmingsriem | 44 | 121000037 | Spoel voor 4-wegklep |
| 11 | 108010024 | DC-motorafdekking | 45 | 121000034 | 4-weg klep |
| 12 | 133020078 | Grill aan de voorkant | 46 | 113060084 | Gasbuis |
| 13 | 132000015 | Waaierblad | 47 | 113080054 | Eev naar distributieleidingen |
| 14 | 133090070 | Voorpaneel | 48 | 113070044 | Uitwisselaar van eev |
| 15 | 133020096 | Controller deksel | 49 | 109000044 | Capillair |
| 16 | 117020293 | Controleur | 50 | 102041060 | Titanium warmtewisselaar |
| 17 | 136010072 | Afdichtring | 51 | 117110011 | Water uit temp. Sensor d2-TH5 |
| 18 | 133020097 | Controllerkast | 52 | 113190008 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 19 | 108110096 | Paneelondersteuning | 53 | 112100021-1 | Waterstroomschakelaar |
| 20 | 117230003 | Reactor | 54 | 136020083 | Afdichtring |
| 21 | 101000188 | Compressor | 55 | 133020026 | Rubberring op wateraansluiting |
| 22 | 142000072 | Compressor verwarmingsriem | 56 | 133020012 | Rode rubberen ring |
| 23 | 108110103 | Basislade | 57 | 113900082 | Wateraansluitsets |
| 24 | 108010065 | Eindplank | 58 | 133020011 | Blauwe rubberen ring |
| 25 | 133090071 | Rechter paneel | 59 | 150000110 | Drainage plug |
| 26 | 106000011 | Manometer | 60 | 117110012 | Water in temp. sensor d1-TH6 |
| 27 | 136010004 | Klem | 61 | 108010025 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 28 | 115000004 | 5-zits terminal | 62 | 110000013 | Rubberen ring |
| 29 | 133250005 | Klemmenblokken plastic kap | 63 | 108110045 | Elektrische doos |
| 30 | 113190007 | Sensorhuispijp | 64 | 117020239 | Modbus-modules |
| 31 | 117110004 | Pijp temp. Sensor d5-TH2 | 65 | 117100046 | PCB |
| 32 | 133090072 | Achterpaneel | 66 | 117240002 | Magneetring |
| 33 | 117110020 | Omgevingstemp. sensor d3-TH1 | 67 | 117240003 | Magneetring |
| 34 | 133020010 | Omgevingstemp. sensor clip | 68 | 108050017 | Elektrische deksel |
9. Open geklapt diagram
9.5 Lijst van reserveonderdelen: 74168
| NO | ERP | Naam van de onderdelen | NO | ERP | Naam van de onderdelen |
| 1 | 133090073 | Bovenklep | 35 | 113030081 | 4-wegklep naar wisselaar |
| 2 | 108110094 | Isolatiepaneel | 36 | 120000097 | Gas klep |
| 3 | 108110095 | Ventilatormotorbeugel | 37 | 113020527 | Gas retourleidingen |
| 4 | 108110113 | Linkerkant paneel | 38 | 112100046 | Lagedrukschakelaar |
| 5 | 103000182 | Verdamper | 39 | 112100030 | Hogedrukschakelaar |
| 6 | 108110091 | Bovenframe | 40 | 113010210 | Uitlaat |
| 7 | 108110092 | Pijler | 41 | 117110021 | Uitlaat temp. Sensor d6-TH3 |
| 8 | 112000031 | Ventilatormotor | 42 | 113190001 | Sensorhuispijp |
| 9 | 108480015 | Riem fixer | 43 | 119000058 | EEV |
| 10 | 142000142 | Verdamper verwarmingsriem | 44 | 121000037 | Spoel voor 4-wegklep |
| 11 | 108010024 | DC-motorafdekking | 45 | 121000034 | 4-weg klep |
| 12 | 133020078 | Grill aan de voorkant | 46 | 113060084 | Gasbuis |
| 13 | 132000015 | Waaierblad | 47 | 113080054 | Eev naar distributieleidingen |
| 14 | 133090070 | Voorpaneel | 48 | 113070041 | Uitwisselaar van eev |
| 15 | 133020096 | Controller deksel | 49 | 109000044 | Capillair |
| 16 | 117020293 | Controleur | 50 | 102041059 | Titanium warmtewisselaar |
| 17 | 136010072 | Afdichtring | 51 | 117110011 | Water uit temp. Sensor d2-TH5 |
| 18 | 133020097 | Controllerkast | 52 | 113190008 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 19 | 108110096 | Paneelondersteuning | 53 | 112100021-1 | Waterstroomschakelaar |
| 20 | 117230003 | Reactor | 54 | 136020083 | Afdichtring |
| 21 | 101000188 | Compressor | 55 | 133020026 | Rubberring op wateraansluiting |
| 22 | 142000072 | Compressor verwarmingsriem | 56 | 133020012 | Rode rubberen ring |
| 23 | 108110103 | Basislade | 57 | 113900082 | Wateraansluitsets |
| 24 | 108010065 | Eindplank | 58 | 133020011 | Blauwe rubberen ring |
| 25 | 133090071 | Rechter paneel | 59 | 150000110 | Drainage plug |
| 26 | 106000011 | Manometer | 60 | 117110012 | Water in temp. sensor d1-TH6 |
| 27 | 136010004 | Klem | 61 | 108010025 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 28 | 115000004 | 5-zits terminal | 62 | 110000013 | Rubberen ring |
| 29 | 133250005 | Klemmenblokken plastic kap | 63 | 108110045 | Elektrische doos |
| 30 | 113190007 | Sensorhuispijp | 64 | 117020239 | Modbus-modules |
| 31 | 117110004 | Pijp temp. Sensor d5-TH2 | 65 | 117100047 | PCB |
| 32 | 133090072 | Achterpaneel | 66 | 117240002 | Magneetring |
| 33 | 117110020 | Omgevingstemp. sensor d3-TH1 | 67 | 117240003 | Magneetring |
| 34 | 133020010 | Omgevingstemp. sensor clip | 68 | 108050017 | Elektrische deksel |
9. Open geklapt diagram
9.6 Lijst van reserveonderdelen: 74169
| NO | ERP | Naam van de onderdelen | NO | ERP | Naam van de onderdelen |
| 1 | 133090073 | Bovenklep | 35 | 113030081 | 4-wegklep naar wisselaar |
| 2 | 108110094 | Isolatiepaneel | 36 | 120000097 | Gas klep |
| 3 | 108110095 | Ventilatormotorbeugel | 37 | 113020321 | Gas retourleidingen |
| 4 | 108110113 | Linkerkant paneel | 38 | 112100046 | Lagedrukschakelaar |
| 5 | 103000220 | Verdamper | 39 | 112100030 | Hogedrukschakelaar |
| 6 | 108110091 | Bovenframe | 40 | 113010159 | Uitlaat |
| 7 | 108110092 | Pijler | 41 | 117110021 | Uitlaat temp. Sensor d6-TH3 |
| 8 | 112000031 | Ventilatormotor | 42 | 113190001 | Sensorhuispijp |
| 9 | 108480015 | Riem fixer | 43 | 119000058 | EEV |
| 10 | 142000142 | Verdamper verwarmingsriem | 44 | 121000037 | Spoel voor 4-wegklep |
| 11 | 108010024 | DC-motorafdekking | 45 | 121000034 | 4-weg klep |
| 12 | 133020078 | Grill aan de voorkant | 46 | 113060084 | Gasbuis |
| 13 | 132000015 | Waaierblad | 47 | 113080054 | Eev naar distributieleidingen |
| 14 | 133090070 | Voorpaneel | 48 | 113070063 | Uitwisselaar van eev |
| 15 | 133020096 | Controller deksel | 49 | 109000044 | Capillair |
| 16 | 117020293 | Controleur | 50 | 102041061 | Titanium warmtewisselaar |
| 17 | 136010072 | Afdichtring | 51 | 117110011 | Water uit temp. Sensor d2-TH5 |
| 18 | 133020097 | Controllerkast | 52 | 113190008 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 19 | 108110096 | Paneelondersteuning | 53 | 112100021-1 | Waterstroomschakelaar |
| 20 | 117230003 | Reactor | 54 | 136020083 | Afdichtring |
| 21 | 101000181 | Compressor | 55 | 133020026 | Rubberring op wateraansluiting |
| 22 | 142000074 | Compressor verwarmingsriem | 56 | 133020012 | Rode rubberen ring |
| 23 | 108110101 | Basislade | 57 | 113900082 | Wateraansluitsets |
| 24 | 108010065 | Eindplank | 58 | 133020011 | Blauwe rubberen ring |
| 25 | 133090071 | Rechter paneel | 59 | 150000110 | Drainage plug |
| 26 | 106000011 | Manometer | 60 | 117110012 | Water in temp. sensor d1-TH6 |
| 27 | 136010004 | Klem | 61 | 108010025 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 28 | 115000004 | 5-zits terminal | 62 | 110000013 | Rubberen ring |
| 29 | 133250005 | Klemmenblokken plastic kap | 63 | 108110045 | Elektrische doos |
| 30 | 113190007 | Sensorhuispijp | 64 | 117020239 | Modbus-modules |
| 31 | 117110004 | Pijp temp. Sensor d5-TH2 | 65 | 117100047 | PCB |
| 32 | 133090072 | Achterpaneel | 66 | 117240002 | Magneetring |
| 33 | 117110020 | Omgevingstemp. sensor d3-TH1 | 67 | 117240003 | Magneetring |
| 34 | 133020010 | Omgevingstemp. sensor clip | 68 | 108050017 | Elektrische deksel |
9. Open geklapt diagram
9.7 Model: 74170/74171

9.8 Lijst van reserveonderdelen: 74170
| NO | ERP | Naam van de onderdelen | NO | ERP | Naam van de onderdelen |
| 1 | 133260053 | Bovenklep | 37 | 117110020 | Omgevingstemp. sensor d3-TH1 |
| 2 | 108560058 | Bovenframe | 38 | 108540006 | Elektrische deksel |
| 3 | 108560078 | Linkerkant paneel | 39 | 117240002 | Magneetring |
| 4 | 103000231 | Verdamper | 40 | 117240003 | Magneetring |
| 5 | 108560062 | Ventilatormotorbeugel | 41 | 117100048 | PCB |
| 6 | 117230002 | Reactor | 42 | 117020239 | Modbus-modules |
| 7 | 108560061 | Isolatiepaneel | 43 | 108560012 | Elektrische doos |
| 8 | 112000031 | Ventilatormotor | 44 | 113130021 | Filter op vloeistofreservoir |
| 9 | 108560059 | Pijler | 45 | 113170032 | Wisselaar om te filteren |
| 10 | 132000023 | Waaierblad | 46 | 120000066 | Filteren |
| 11 | 133260050 | Voorpaneel | 47 | 113120019 | Vloeibare opslagtank naar EEV |
| 12 | 133020079 | Grill aan de voorkant | 48 | 119000059 | EEV |
| 13 | 117020293 | Controller | 49 | 113080056 | Eev naar distributieleidingen |
| 14 | 136010072 | Afdichtring | 50 | 121000034 | 4-weg klep |
| 15 | 133020096 | Controller deksel | 51 | 113060122 | Gasbuis |
| 16 | 133020097 | Controllerkast | 52 | 113020518 | Gas retourleidingen |
| 17 | 108110096 | Paneelondersteuning | 53 | 113030108 | 4-wegklep naar wisselaar |
| 18 | 142000077 | Compressor verwarmingsriem | 54 | 117110021 | Uitlaat temp. Sensor d6-TH3 |
| 19 | 142000144 | Verdamper verwarmingsriem | 55 | 113010244 | Uitlaat |
| 20 | 101000185 | Compressor | 56 | 120000097 | Gas klep |
| 21 | 101000185 | Demping voeten van de compressor | 57 | 112100046 | Lagedrukschakelaar |
| 22 | 108560066 | Basislade | 58 | 112100030 | Hogedrukschakelaar |
| 23 | 103000231 | Collectieve leidingen | 59 | 105000004 | Vloeibare opslagtank |
| 24 | 133260051 | Rechter paneel | 60 | 109000048 | Capillair |
| 25 | 106000011 | Manometer | 61 | 102041062 | Titanium warmtewisselaar |
| 26 | 133250005 | Klemmenblokken plastic kap | 62 | 117110011 | Water uit temp. Sensor d2-TH5 |
| 27 | 136010004 | Klem | 63 | 108010025 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 28 | 115000004 | 5-zits terminal | 64 | 112100021-1 | Waterstroomschakelaar |
| 29 | 108010065 | Eindplank | 65 | 136020083 | Afdichtring |
| 30 | 113190001 | Klem | 66 | 133020026 | Rubberring op wateraansluiting |
| 31 | 113190007 | Sensorhuispijp | 67 | 133020012 | Rode rubberen ring |
| 32 | 117110004 | Pijp temp. Sensor d5-TH2 | 68 | 113900082 | Wateraansluitsets |
| 33 | 136020005 | Rubber blok | 69 | 133020011 | Blauwe rubberen ring |
| 34 | 103000231 | Leidingen voor distributie | 70 | 150000110 | Drainage plug |
| 35 | 133260052 | Achterpaneel | 71 | 117110012 | Water in temp. sensor d1-TH6 |
| 36 | 133020010 | Omgevingstemp. sensor clip |
9. Open geklapt diagram
9.9 Lijst van reserveonderdelen: 74171
| NO | ERP | Naam van de onderdelen | NO | ERP | Naam van de onderdelen |
| 1 | 133260053 | Bovenklep | 37 | 117110020 | Omgevingstemp. sensor d3-TH1 |
| 2 | 108560058 | Bovenframe | 38 | 108540006 | Elektrische deksel |
| 3 | 108560078 | Linkerkant paneel | 39 | 117240002 | Magneetring |
| 4 | 103000204 | Verdamper | 40 | 117240003 | Magneetring |
| 5 | 108560062 | Ventilatormotorbeugel | 41 | 117100048 | PCB |
| 6 | 117230002 | Reactor | 42 | 117020239 | Modbus-modules |
| 7 | 108560061 | Isolatiepaneel | 43 | 108560012 | Elektrische doos |
| 8 | 112000031 | Ventilatormotor | 44 | 113130021 | Filter op vloeistofreservoir |
| 9 | 108560059 | Pijler | 45 | 113170032 | Wisselaar om te filteren |
| 10 | 132000023 | Waaierblad | 46 | 120000066 | Filteren |
| 11 | 133260050 | Voorpaneel | 47 | 113120019 | Vloeibare opslagtank naar EEV |
| 12 | 133020079 | Grill aan de voorkant | 48 | 119000059 | EEV |
| 13 | 117020293 | Controller | 49 | 113080056 | Eev naar distributieleidingen |
| 14 | 136010072 | Afdichtring | 50 | 121000028 | 4-weg klep |
| 15 | 133020096 | Controller deksel | 51 | 113060096 | Gasbuis |
| 16 | 133020097 | Controllerkast | 52 | 113020387 | Gas retourleidingen |
| 17 | 108110096 | Paneelondersteuning | 53 | 113030093 | 4-wegklep naar wisselaar |
| 18 | 142000077 | Compressor verwarmingsriem | 54 | 117110021 | Uitlaat temp. Sensor d6-TH3 |
| 19 | 142000144 | Verdamper verwarmingsriem | 55 | 113010245 | Uitlaat |
| 20 | 101000185 | Compressor | 56 | 120000097 | Gas klep |
| 21 | 101000185 | Demping voeten van de compressor | 57 | 112100046 | Lagedrukschakelaar |
| 22 | 108560066 | Basislade | 58 | 112100030 | Hogedrukschakelaar |
| 23 | 103000204 | Collectieve leidingen | 59 | 105000004 | Vloeibare opslagtank |
| 24 | 133260051 | Rechter paneel | 60 | 109000048 | Capillair |
| 25 | 106000011 | Manometer | 61 | 102041064 | Titanium warmtewisselaar |
| 26 | 133250005 | Klemmenblokken plastic kap | 62 | 117110011 | Water uit temp. Sensor d2-TH5 |
| 27 | 136010004 | Klem | 63 | 108010025 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 28 | 115000004 | 5-zits terminal | 64 | 112100021-1 | Waterstroomschakelaar |
| 29 | 108010065 | Eindplank | 65 | 136020083 | Afdichtring |
| 30 | 113190001 | Klem | 66 | 133020026 | Rubberring op wateraansluiting |
| 31 | 113190007 | Sensorhuispijp | 67 | 133020012 | Rode rubberen ring |
| 32 | 117110004 | Pijp temp. Sensor d5-TH2 | 68 | 113900082 | Wateraansluitsets |
| 33 | 136020005 | Rubber blok | 69 | 133020011 | Blauwe rubberen ring |
| 34 | 103000204 | Leidingen voor distributie | 70 | 150000110 | Drainage plug |
| 35 | 133260052 | Achterpaneel | 71 | 117110012 | Water in temp. sensor d1-TH6 |
| 36 | 133020010 | Omgevingstemp. sensor clip |
9. Open geklapt diagram
9.10 Model: 74172, 74173, 74174, 74175

9.11 Lijst van reserveonderdelen: 74172
| NO | ERP | Naam van de onderdelen | NO | ERP | Naam van de onderdelen |
| 1 | 133250040 | Bovenklep | 41 | 117110021 | Uitlaat temp. Sensor d6-TH3 |
| 2 | 108550027 | Bovenframe | 42 | 113010227 | Uitlaat |
| 3 | 108550044 | Linkerkant paneel | 43 | 112100030 | Hogedrukschakelaar |
| 4 | 103000208 | Verdamper | 44 | 113020326 | Gas retourleidingen |
| 5 | 108550033 | Ventilatormotorbeugel | 45 | 112100046 | Lagedrukschakelaar |
| 6 | 117230001 | Reactor | 46 | 120000097 | Gas klep |
| 7 | 108120036 | Isolatiepaneel | 47 | 109000043 | Capillair |
| 8 | 112000031 | Ventilatormotor | 48 | 121000028 | 4-weg klep |
| 9 | 108550028 | Pijler | 49 | 113170063 | Wisselaar om te filteren |
| 10 | 108010024 | DC-motorafdekking | 50 | 119000061 | EEV |
| 11 | 132000015 | Waaierblad | 51 | 113030191 | 4-wegklep naar wisselaar |
| 12 | 133250037 | Voorpaneel | 52 | 113080055 | Eev naar distributieleidingen |
| 13 | 133020078 | Grill aan de voorkant | 53 | 113060083 | Gasbuis |
| 14 | 117020293 | Controller | 54 | 113120056 | Vloeibare opslagtank naar EEV |
| 15 | 136010072 | Afdichtring | 55 | 113130043 | Filter op vloeistofreservoir |
| 16 | 133020096 | Controller deksel | 56 | 105000015 | Vloeibare opslagtank |
| 17 | 133020097 | Controllerkast | 57 | 113900082 | Wateraansluitsets |
| 18 | 108550009 | Paneelondersteuning | 58 | 133020012 | Rode rubberen ring |
| 19 | 108550031 | Pijler | 59 | 133020026 | Rubberring op wateraansluiting |
| 20 | 108550034 | Basislade | 60 | 112100021-1 | Waterstroomschakelaar |
| 21 | 142000077 | Compressor verwarmingsriem | 61 | 136020083 | Afdichtring |
| 22 | 142000079 | Verdamper verwarmingsriem | 62 | 117110011 | Water uit temp. Sensor d2-TH5 |
| 23 | 101000185 | Compressor | 63 | 113190008 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 24 | 101000185 | Demping voeten van de compressor | 64 | 133020011 | Blauwe rubberen ring |
| 25 | 103000208 | Collectieve leidingen | 65 | 102041063 | Titanium warmtewisselaar |
| 26 | 133250038 | Rechter paneel | 66 | 108010025 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 27 | 106000011 | Manometer | 67 | 117110012 | Water in temp. sensor d1-TH6 |
| 28 | 113190001 | Klem | 68 | 150000110 | Drainage plug |
| 29 | 113190007 | Sensorhuispijp | 69 | 108120040 | Elektrische deksel |
| 30 | 117110004 | Pijp temp. Sensor d5-TH2 | 70 | 117140016 | Bestuurdersbord |
| 31 | 133250005 | Klemmenblokken plastic kap | 71 | / | / |
| 32 | 136010004 | Klem | 72 | 108120038 | Elektrische doos |
| 33 | 115000004 | 5-zits terminal | 73 | 117260001 | Filter bord |
| 34 | / | / | 74 | 142000038 | Relais |
| 35 | 136020005 | Rubber blok | 75 | 117250007 | PCB |
| 36 | 108010065 | Eindplank | 76 | 108120039 | Schaalbord |
| 37 | 103000208 | Leidingen voor distributie | 77 | 117240002 | Magneetring |
| 38 | 133250039 | Achterpaneel | 78 | 117240003 | Magneetring |
| 39 | 133020010 | Omgevingstemp. sensor clip | 79 | 117020239 | Modbus-modules |
| 40 | 117110020 | Omgevingstemp. sensor d3-TH1 |
9. Open geklapt diagram
9.12 Lijst van reserveonderdelen: 74173
| NO | ERP | Naam van de onderdelen | NO | ERP | Naam van de onderdelen |
| 1 | 133250040 | Bovenklep | 41 | 117110021 | Uitlaat temp. Sensor d6-TH3 |
| 2 | 108550027 | Bovenframe | 42 | 113010228 | Uitlaat |
| 3 | 108550044 | Linkerkant paneel | 43 | 112100030 | Hogedrukschakelaar |
| 4 | 103000209 | Verdamper | 44 | 113020326 | Gas retourleidingen |
| 5 | 108550030 | Ventilatormotorbeugel | 45 | 112100046 | Lagedrukschakelaar |
| 6 | 117230001 | Reactor | 46 | 120000097 | Gas klep |
| 7 | 108120036 | Isolatiepaneel | 47 | 109000043 | Capillair |
| 8 | 112000031 | Ventilatormotor | 48 | 121000028 | 4-weg klep |
| 9 | 108550028 | Pijler | 49 | 113170064 | Wisselaar om te filteren |
| 10 | 108010024 | DC-motorafdekking | 50 | 119000062 | EEV |
| 11 | 132000015 | Waaierblad | 51 | 113030191 | 4-wegklep naar wisselaar |
| 12 | 133250037 | Voorpaneel | 52 | 113080055 | Eev naar distributieleidingen |
| 13 | 133020078 | Grill aan de voorkant | 53 | 113060083 | Gasbuis |
| 14 | 117020293 | Controller | 54 | 113120056 | Vloeibare opslagtank naar EEV |
| 15 | 136010072 | Afdichtring | 55 | 113130043 | Filter op vloeistofreservoir |
| 16 | 133020096 | Controller deksel | 56 | 105000015 | Vloeibare opslagtank |
| 17 | 133020097 | Controllerkast | 57 | 113900082 | Wateraansluitsets |
| 18 | 108550009 | Paneelondersteuning | 58 | 133020012 | Rode rubberen ring |
| 19 | 108550031 | Pijler | 59 | 133020026 | Rubberring op wateraansluiting |
| 20 | 108550034 | Basislade | 60 | 112100021-1 | Waterstroomschakelaar |
| 21 | 142000077 | Compressor verwarmingsriem | 61 | 136020083 | Afdichtring |
| 22 | 142000079 | Verdamper verwarmingsriem | 62 | 117110011 | Water uit temp. Sensor d2-TH5 |
| 23 | 101000186 | Compressor | 63 | 113190008 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 24 | 101000186 | Demping voeten van de compressor | 64 | 133020011 | Blauwe rubberen ring |
| 25 | 103000209 | Collectieve leidingen | 65 | 102041067 | Titanium warmtewisselaar |
| 26 | 133250038 | Rechter paneel | 66 | 108010025 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 27 | 106000011 | Manometer | 67 | 117110012 | Water in temp. sensor d1-TH6 |
| 28 | 113190001 | Klem | 68 | 150000110 | Drainage plug |
| 29 | 113190007 | Sensorhuispijp | 69 | 108120040 | Elektrische deksel |
| 30 | 117110004 | Pijp temp. Sensor d5-TH2 | 70 | 117140016 | Bestuurdersbord |
| 31 | 133250005 | Klemmenblokken plastic kap | 71 | / | / |
| 32 | 136010004 | Klem | 72 | 108120038 | Elektrische doos |
| 33 | 115000004 | 5-zits terminal | 73 | 117260001 | Filter bord |
| 34 | / | / | 74 | 142000038 | Relais |
| 35 | 136020005 | Rubber blok | 75 | 117250007 | PCB |
| 36 | 108010065 | Eindplank | 76 | 108120039 | Schaalbord |
| 37 | 103000209 | Leidingen voor distributie | 77 | 117240002 | Magneetring |
| 38 | 133250039 | Achterpaneel | 78 | 117240003 | Magneetring |
| 39 | 133020010 | Omgevingstemp. sensor clip | 79 | 117020239 | Modbus-modules |
| 40 | 117110020 | Omgevingstemp. sensor d3-TH1 |
9. Exploded Diagram
9.13 Lijst van reserveonderdelen: 74174
| NO | ERP | Naam van de onderdelen | NO | ERP | Naam van de onderdelen |
| 1 | 133250040 | Bovenklep | 41 | 117110021 | Uitlaat temp. Sensor d6-TH3 |
| 2 | 108550027 | Bovenframe | 42 | 113010158 | Uitlaat |
| 3 | 108550044 | Linkerkant paneel | 43 | 112100030 | Hogedrukschakelaar |
| 4 | 103000208 | Verdamper | 44 | 113020427 | Gas retourleidingen |
| 5 | 108550033 | Ventilatormotorbeugel | 45 | 112100046 | Lagedrukschakelaar |
| 6 | 117230001 | Reactor | 46 | 120000023 | Gas klep |
| 7 | 108120036 | Isolatiepaneel | 47 | 109000043 | Capillair |
| 8 | 112000031 | Ventilatormotor | 48 | 121000028 | 4-weg klep |
| 9 | 108550028 | Pijler | 49 | 113170063 | Wisselaar om te filteren |
| 10 | 108010024 | DC-motorafdekking | 50 | 119000061 | EEV |
| 11 | 132000015 | Waaierblad | 51 | 113030191 | 4-wegklep naar wisselaar |
| 12 | 133250037 | Voorpaneel | 52 | 113080055 | Eev naar distributieleidingen |
| 13 | 133020078 | Grill aan de voorkant | 53 | 113060083 | Gasbuis |
| 14 | 117020293 | Controller | 54 | 113120056 | Vloeibare opslagtank naar EEV |
| 15 | 136010072 | Afdichtring | 55 | 113130043 | Filter op vloeistofreservoir |
| 16 | 133020096 | Controller deksel | 56 | 105000015 | Vloeibare opslagtank |
| 17 | 133020097 | Controllerkast | 57 | 113900082 | Wateraansluitsets |
| 18 | 108550009 | Paneelondersteuning | 58 | 133020012 | Rode rubberen ring |
| 19 | 108550031 | Pijler | 59 | 133020026 | Rubberring op wateraansluiting |
| 20 | 108550034 | Basislade | 60 | 112100021-1 | Waterstroomschakelaar |
| 21 | 142000077 | Compressor verwarmingsriem | 61 | 136020083 | Afdichtring |
| 22 | 142000079 | Verdamper verwarmingsriem | 62 | 117110011 | Water uit temp. Sensor d2-TH5 |
| 23 | 101000149 | Compressor | 63 | 113190008 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 24 | 101000149 | Demping voeten van de compressor | 64 | 133020011 | Blauwe rubberen ring |
| 25 | 103000208 | Collectieve leidingen | 65 | 102041019 | Titanium warmtewisselaar |
| 26 | 133250038 | Rechter paneel | 66 | 108010025 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 27 | 106000011 | Manometer | 67 | 117110012 | Water in temp. sensor d1-TH6 |
| 28 | 113190001 | Klem | 68 | 150000110 | Drainage plug |
| 29 | 113190007 | Sensorhuispijp | 69 | 108120040 | Elektrische deksel |
| 30 | 117110004 | Pijp temp. Sensor d5-TH2 | 70 | 117140019 | Bestuurdersbord |
| 31 | 133250005 | Klemmenblokken plastic kap | 71 | 117140006 | Bestuurderskaart ventilatormotor |
| 32 | 136010004 | Klem | 72 | 108120038 | Elektrische doos |
| 33 | 115000006 | Terminal met 5 zitplaatsen voor elektricite | 73 | 117260002 | Filter bord |
| 34 | 115000027 | Terminal met 3 zitplaatsen voor waterpom | 74 | 142000038 | Relais |
| 35 | 136020005 | Rubber blok | 75 | 117250008 | PCB |
| 36 | 108010065 | Eindplank | 76 | 108120039 | Schaalbord |
| 37 | 103000208 | Leidingen voor distributie | 77 | 117240002 | Magneetring |
| 38 | 133250039 | Achterpaneel | 78 | 117240003 | Magneetring |
| 39 | 133020010 | Omgevingstemp. sensor clip | 79 | 117020239 | Modbus-modules |
| 40 | 117110020 | Omgevingstemp. sensor d3-TH1 |
9. Open geklapt diagram
9.14 Lijst van reserveonderdelen: 74175
| NO | ERP | Naam van de onderdelen | NO | ERP | Naam van de onderdelen |
| 1 | 133250040 | Bovenklep | 41 | 117110021 | Uitlaat temp. Sensor d6-TH3 |
| 2 | 108550027 | Bovenframe | 42 | 113010158 | Uitlaat |
| 3 | 108550044 | Linkerkant paneel | 43 | 112100030 | Hogedrukschakelaar |
| 4 | 103000209 | Verdamper | 44 | 113020427 | Gas retourleidingen |
| 5 | 108550030 | Ventilatormotorbeugel | 45 | 112100046 | Lagedrukschakelaar |
| 6 | 117230001 | Reactor | 46 | 120000023 | Gas klep |
| 7 | 108120036 | Isolatiepaneel | 47 | 109000043 | Capillair |
| 8 | 112000031 | Ventilatormotor | 48 | 121000028 | 4-weg klep |
| 9 | 108550028 | Pijler | 49 | 113170064 | Wisselaar om te filteren |
| 10 | 108010024 | DC-motorafdekking | 50 | 119000061 | EEV |
| 11 | 132000015 | Waaierblad | 51 | 113030191 | 4-wegklep naar wisselaar |
| 12 | 133250037 | Voorpaneel | 52 | 113080055 | Eev naar distributieleidingen |
| 13 | 133020078 | Grill aan de voorkant | 53 | 113060083 | Gasbuis |
| 14 | 117020293 | Controller | 54 | 113120056 | Vloeibare opslagtank naar EEV |
| 15 | 136010072 | Afdichtring | 55 | 113130043 | Filter op vloeistofreservoir |
| 16 | 133020096 | Controller deksel | 56 | 105000015 | Vloeibare opslagtank |
| 17 | 133020097 | Controllerkast | 57 | 113900082 | Wateraansluitsets |
| 18 | 108550009 | Paneelondersteuning | 58 | 133020012 | Rode rubberen ring |
| 19 | 108550031 | Pijler | 59 | 133020026 | Rubberring op wateraansluiting |
| 20 | 108550036 | Basislade | 60 | 112100021-1 | Waterstroomschakelaar |
| 21 | 142000077 | Compressor verwarmingsriem | 61 | 136020083 | Afdichtring |
| 22 | 142000079 | Verdamper verwarmingsriem | 62 | 117110011 | Water uit temp. Sensor d2-TH5 |
| 23 | 101000149 | Compressor | 63 | 113190008 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 24 | 101000149 | Demping voeten van de compressor | 64 | 133020011 | Blauwe rubberen ring |
| 25 | 103000209 | Collectieve leidingen | 65 | 102041066 | Titanium warmtewisselaar |
| 26 | 133250038 | Rechter paneel | 66 | 108010025 | Wisselaar sensor temperatuursensor |
| 27 | 106000011 | Manometer | 67 | 117110012 | Water in temp. sensor d1-TH6 |
| 28 | 113190001 | Klem | 68 | 150000110 | Drainage plug |
| 29 | 113190007 | Sensorhuispijp | 69 | 108120040 | Elektrische deksel |
| 30 | 117110004 | Pijp temp. Sensor d5-TH2 | 70 | 117140019 | Bestuurdersbord |
| 31 | 133250005 | Klemmenblokken plastic kap | 71 | 117140006 | Bestuurderskaart ventilatormotor |
| 32 | 136010004 | Klem | 72 | 108120038 | Elektrische doos |
| 33 | 115000006 | Terminal met 5 zitplaatsen voor elektricite | 73 | 117260002 | Filter bord |
| 34 | 115000027 | Terminal met 3 zitplaatsen voor waterpom | 74 | 142000038 | Relais |
| 35 | 136020005 | Rubber blok | 75 | 117250008 | PCB |
| 36 | 108010065 | Eindplank | 76 | 108120039 | Schaalbord |
| 37 | 103000209 | Leidingen voor distributie | 77 | 117240002 | Magneetring |
| 38 | 133250039 | Achterpaneel | 78 | 117240003 | Magneetring |
| 39 | 133020010 | Omgevingstemp. sensor clip | 79 | 117020239 | Modbus-modules |
| 40 | 117110020 | Omgevingstemp. sensor d3-TH1 |
9. Open geklapt diagram
9.15 Onderhoud
Waarschuwing!
-Voordat u onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoert, moet u de stroomtoevoer onderbreken, aangezien er een risico op elektrische schokken bestaat, wat materiële schade, ernstij of zelfs de dood kan veroorzaken.
- Het wordt aanbevolen dat het apparaat ten minste eenmaal per jaar een algemeen onderhoud ondergaat om een goede werking te garanderen, de prestaties op peil te houden en eventuele st te voorkomen. Deze handelingen worden op kosten van de gebruiker uitgevoerd door een gekwali technicus.
voor onderhoud dat moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus.
-Als u onderhoud wilt laten uitvoeren door een gekwalificeerde technicus, lees dan de veiligheidsinstructies op de eerste pagina's in de hoofdstukken van het onderhoud voordat u een hieronder beschreven onderhoudswerkzaamheden uitvoert
(1) U moet het water voorziening systeem regelmatig controleren om te voorkomen dat lucht het systeem binnentreedt en lage water doorvoer voorkomen, omdat het de prestaties en betrouwbaarheid van het HP apparaat kan verminderen.
(2) Reinig uw zwembaden en filter systeem regelmatig om schade aan het apparaat te vermijden als een resultaat van een vuil of verstopt filter.
(3) U moet het water van de bodem van de waterpomp aftappen als het apparaat niet wordt gebruikt voor een langere periode (speciaal tijdens het winterseizoen).
(4) In omgekeerde manier, moet u controleren dat het apparaat volledig met water gevuld is voordat u het apparaat weer opnieuw opstart.
(5) Nadat het apparaat gereedgemaakt is voor het winterseizoen, is het beter om het te beschermen met een speciale winter verwarming pomp.
(6) Wanneer het apparaat werkt, is er de gehele tijd een klein water verlies onder het apparaat.
(7) De werking van vulgas moet door een professional met R32-exploitatievergunning worden uitgevoerd.
2.2 Bestandsberatung

1.1 In overeenkomst met de voorliggende bepalingen wordt door de verkoper gegarandeerd dat het produkt verkocht onder deze garantie ("het Produkt") geen enkel defekt vertoont op het moment van levering.
1.2 De Garantieperiode voor het Produkt bedraagt twee (2) jaar en is geldig vanaf het moment dat het Produkt aan de koper geleverd wordt.
1.3 Indien er zich een defekt aan het Produkt zou voordoen en de koper dit zou mededelen aan de verkoper gedurende de geldige Garantieperiode, dan zal de verkoper het Produkt repareren of laten repareren op zijn eigen kosten alwaar de verkoper dit geschikt zou achten, behalve in het geval dat dit onmogelijk of buitensporig zou zijn.
1.4 Indien het Produkt niet gerepareerd of vervangen kan worden, dan kan de koper na verhouding prijsreduktie aanvragen, of, indien het defekt belangrijk genoeg is, de ontbinding van het verkoopcontract aanvragen.
1.5 Die delen van het Produkt die onder deze Garantie vervangen of gerepareerd zijn, kunnen de duur van de Garantieperiode voor het oorspronkelijke Produkt niet verlengen, maar zullen beschikken over een eigen garantie.
1.6 Voor de toepassing van deze garantie moet de koper de aankoopdatum en de levering van het Produkt kunnen aantonen.
1.7 Indien er meer dan zes maanden verlopen zijn sinds de levering van het Produkt aan de koper, en deze plotseling aangeeft dat het Produkt niet aan de eisen voldoet, dan zal de koper de oorsprong en het bestaan van de volgens hem bestaande defekten moeten kunnen aantonen.
1.8 Dit Garantiecertifikaat beperkt of veroordeelt niet bij voorbaat de rechten die de gebruikers hebben en die gebaseerd zijn op nationale normen.
2 BIJZONDERE VOORWAARDEN
2.1 Deze garantie dekt de produkten waarnaar deze handleiding verwijst.
2.2 Het huidige Garantiecertifikaat is slechts van toepassing in landen van de Europese Unie.
2.3 Voor de toepassing van deze garantie en in geval deze garantie van toepassing is al naar gelang de serie en het model van het Produkt, moet de koper de aanwijzingen van de Fabrikant in de documenten die bij het Produkt bijgesloten zijn, strikt opvolgen.
2.4 Indien er een tijdsperiode vastgesteld wordt voor de vervanging, het onderhoud of het reinigen van verschillende delen of onderdelen van het Produkt, dan is de garantie alleen geldig in geval deze tijdsperiode strikt aangehouden is.
3 BEPERKINGEN
3.1 De huidige garantie is uitsluitend geldig bij verkoop aan gebruikers, waarbij onder "gebruiker" verstaan wordt een persoon die het Produkt aanschaft met een doel dat niet binnen het gebied van zijn professionele activiteiten valt.
3.2Er bestaat geen garantie in verband met normale slijtage bij gebruik van het Produkt. Wat betreft de delen, componenten en/of vervangbare of verbruiksmaterialen zoals batterijen, gloeilampen, enz. zal men zich moeten richten naar hetgeen in de documenten staat die het Produkt vergezellen.
3.3 De garantie dekt niet de gevallen waarbij het Produkt (i) onderhevig is geweest aan ongepast gebruik, (ii) gerepareerd, onderhouden of gemanipuleerd is door een persoon die daarvoor geen toestemming heeft, of (iii) gerepareerd of onderhouden is met niet oorspronkelijke onderdelen. Indien het defekt van het Produkt het gevolg is van een incorrecte installering of ingebruikneming, dan is deze garantie slechts van toepassing indien de installering of ingebruikneming in Kwestie in het contract van koop en verkoop van het produkt opgenomen is en door de verkoper of onder diens verantwoording uitgevoerd is.





