Pro Elyo Touch - Zwembad ASTRALPOOL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Pro Elyo Touch ASTRALPOOL in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zwembad in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Pro Elyo Touch - ASTRALPOOL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Pro Elyo Touch van het merk ASTRALPOOL.
GEBRUIKSAANWIJZING Pro Elyo Touch ASTRALPOOL
Het negeren van de waarschuwingen kan leiden tot schade aan de zwembadinstallatie of tot ernstig letsel, en kan zelfs de dood tot gevolg hebben.
Alleen een vakman op het gebied van de betreffende technische vakgebieden (elektriciteit, hydraulica of koeltechnieken) is bevoegd onderhoud of reparaties uit te voeren aan het apparaat. De gekwalificeerde technicus die werkzaamheden op het apparaat uitvoert, moet persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken / dragen (zoals een veiligheidsbril, handschoenen, etc...) om het risico op verwondingen te voorkomen tijdens werkzaamheden op het apparaat.
Dit apparaat is niet bestemd voor een gebruik door personen (inclusief kinderen) waarvan de lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens verminderd zijn of door personen zonder enige ervaring en kennis, tenzij:
zij via een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon onder toezicht staan of van tevoren instructies hebben ontvangen betreffende het gebruik van het apparaat;
en zij de mogelijke gevaren begrijpen.
Kinderen moeten onder toezicht staan, om te voorkomen dat zij niet met het apparaat spelen.
Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de instructies van de fabrikant en met respect voor de heersende lokale en nationale normen. De installateur is verantwoordelijk voor het installeren van het apparaat en de naleving van de nationale regelgeving met betrekking tot de installatie. De fabrikant kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld wanneer de ter plaatse geldende installatienormen niet worden gerespecteerd.
Voor alle andere tussenkomsten dan het eenvoudig gebruikersonderhoud zoals beschreven in deze handleiding, moet het product worden onderhouden door een vakman.
Elke slechte installatie en/of verkeerd gebruik kan leiden tot ernstige materiële schade of lichamelijke letsels (die tot de dood kunnen leiden).
Raadpleeg de garantievoorwaarden voor de gegevens van de toegelaten evenwichtsvoorwaarden van het water voor de werking van het apparaat.
Elke deactivering, verwijdering of ontwijking van een van de ingebouwde beveiligingselementen in het apparaat doet automatisch de garantie vervallen, evenals het gebruik van vervangende onderdelen afkomstig van een niet-geautoriseerde derde fabrikant.
Spuit geen insecticide of andere chemische producten (al dan niet brandbaar) in de richting van het apparaat, dit kan de behuizing beschadigen en brand veroorzaken.
Raak de ventilator en de bewegende delen niet aan en houd voorwerpen en uw vingers uit de buurt van de bewegende delen tijdens de werking van het apparaat. De bewegende delen kunnen ernstig en zelfs dodelijk letsel tot gevolg hebben.
De elektrische voeding van het apparaat moet worden beschermd door een speciale aardlekbeveiliging (RCD) van 30 mA conform de normen van het land waar het geïnstalleerd wordt.
Een aangepaste scheidingsmethode die voldoet aan alle lokale en nationale regelgeving voor overspanning van categorie III, die alle polen van het voedingscircuit snijdt, moet worden geïnstalleerd in het voedingscircuit van het apparaat. Deze scheidingsmethode wordt niet meegeleverd met het apparaat en moet door de installateur worden geleverd.
Controleer vóór alle werkzaamheden dat:
De spanning, aangegeven op het kenplaatje van het apparaat overeenkomt met deze van het net,
het voedingsnet geschikt is voor het gebruik van dit apparaat, en beschikt over een stopcontact met aarding,
of de stekker (indien aanwezig) is aangepast aan het stopcontact.
Een apparaat in bedrijf niet loskoppelen en opnieuw aansluiten.
Niet aan de voedingskabel trekken om deze los te koppelen.
Indien de voedingskabel beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, zijn servicedienst of een gekwalificeerd technicus, om de veiligheid te garanderen.
Geen onderhoud of een servicebeurt uitvoeren aan het apparaat met vochtige handen of wanneer het apparaat vochtig is.
Alvorens het apparaat aan te sluiten op de voedingsbron verifiëren of het aansluitblok of het stopcontact waar het apparaat op zal worden aangesloten, in goede staat verkeert en niet beschadigd of verroest is.- 18 -
Haal bij onweerachtig weer de stekker van het apparaat uit het stopcontact om te voorkomen dat dit wordt beschadigd door de bliksem. Dompel het apparaat niet onder in water modder ; WAARSCHUWINGEN VOOR APPARATEN DIE EEN KOELMIDDELEN BEVATTEN
Het R32-koelmiddel is een koelmiddel van categorie A2L, dat wordt beschouwd als potentieel ontvlambaar.
Het fluïdum R32 niet afblazen in de atmosfeer. Deze vloeistof is een gefluoreerd broeikasgas, dat valt onder het Protocol van Kyoto, met een potentiële bijdrage aan de globale opwarming (GWP) = 675 voor R32 (zie Europese reglementering EG 517/2014).
Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed verluchte ruimte uit de buurt van bronnen van vlammen.
Installeer het apparaat buiten. Installeer het apparaat niet binnenshuis of in een afgesloten en niet-geventileerde ruimte buiten.
Probeer niet op andere wijze dan deze aanbevolen door de fabrikant het ontdooi- of reinigingsproces te versnellen.
Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder vonkenbron die constant in werking is (bijv. een gasapparaat of elektrische verwarming in werking).
Niet doorboren of verbranden.
Merk op dat het R32-koelmiddel een geur kan verspreiden.
Om te voldoen aan de relevante milieu- en installatienormen, in het bijzonder aan decreet nr. 2015-1790 en / of de EU-reglementering 517/2014, moet minstens eenmaal per jaar een lektest worden uitgevoerd op het koelcircuit. Deze bewerking moet worden uitgevoerd door een gecertificeerde specialist in koelsystemen.
Bewaar de displaycontroller in een droge ruimte of sluit de isolatiekap goed om te voorkomen dat de displaycontroller door vocht wordt beschadigd..
INSTALLATIE EN ONDERHOUD
Het apparaat mag niet in de buurt van brandbare materialen, of de luchtinlaatmond van een aangrenzend gebouw worden geïnstalleerd. Voor bepaalde apparaten is het verplicht om een accessoire van het volgende type te gebruiken: “beschermend rooster” als de installatie zich bevindt op een plaats waarvan de toegang niet is gereglementeerd. Tijdens de installatie-, reparatie- en onderhoudsfasen, is het verboden om de leidingen als opstap te gebruiken: onder deze belasting zouden de leidingen kunnen breken en zou de koelvloeistof ernstige brandwonden kunnen veroorzaken. Tijdens de onderhoudsfase van het apparaat, dienen de samenstelling en de staat van de warmtegeleidende vloeistof gecontroleerd te worden en dienen eventuele sporen van koelvloeistof opgespoord te worden. Tijdens de jaarlijkse controle dient in overeenstemming met de van kracht zijnde wetgeving de afdichting van het apparaat, de juiste aansluiting van de hoge en lage drukregelaars op het koelcircuit en de onderbreking van het elektrisch circuit in geval van activering gecontroleerd te worden. Tijdens de onderhoudsfase dient men te controleren of er geen sporen zijn van corrosie of olievlekken rond de koelcomponenten. Voorafgaand aan welke werkzaamheden ook aan het koelcircuit, dient men het apparaat verplicht uit te schakelen en enkele minuten te wachten alvorens temperatuur- of drukmeters aan te brengen, omdat- 19 - bepaalde onderdelen, zoals de compressor en de leidingen, temperaturen van meer dan 100°C kunnen bereiken en de hoge drukken ernstige brandwonden kunnen veroorzaken.
De buis niet solderen of lassen als er koelmiddel in de machine zit. Laad het gas niet op in een afgesloten ruimte. ONDERHOUD: WAARSCHUWINGEN VOOR APPARATEN DIE R32-KOELMIDDELEN BEVATTEN Controle van de zone
Bij werkzaamheden aan systemen met ontvlambare koelmiddelen zijn veiligheidscontroles noodzakelijk om het risico op vonkvorming te reduceren. Werkprocedure
De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd met een controleprocedure om het risico op het vrijkomen van ontvlambaar gas of damp bij de werkzaamheden te reduceren. Algemene werkzone
Alle onderhoudspersoneel en andere personen die werken in de directe omgeving moeten worden geïnformeerd over de uit te voeren werkzaamheden. Werkzaamheden in besloten ruimtes moet worden vermeden. Controle van de aanwezigheid van koelmiddel
De zone moet vóór en tijdens de werkzaamheden met behulp een geschikte koelmiddeldetector worden gecontroleerd, zodat de technicus geïnformeerd wordt over de mogelijk toxiciteit en ontvlambaarheid van de lucht. Verifieer dat de gebruikte koelmiddeldetector geschikt is voor het gebruik met de betreffende koelmiddelen, d.w.z. dat deze geen vonken kan veroorzaken, correct geïsoleerd en perfect veilig is. Aanwezigheid van een brandblusser
Als werkzaamheden bij hoge temperatuur op het koelapparaat of aanliggende onderdelen moeten worden uitgevoerd, moet een geschikte brandblusser zich binnen handbereik bevinden. Plaats een poeder- of CO2-brandblusser in de buurt van de werkzone. Afwezigheid van een ontstekingsbron
Er mag geen enkele vonkbron worden gebruikt bij werkzaamheden aan een koelsysteem waarbij diens leidingen worden blootgelegd. Alle mogelijke bronnen van vonken, inclusief een sigaret, moeten zich op voldoende afstand bevinden van de installatiezone, reparatie, verwijdering of eliminatie wanneer koelmiddel kan vrijkomen in de omgeving. Voorafgaand aan de werkzaamheden moet de zone rond de apparatuur worden bekeken om te verzekeren dat er geen brandgevaar of gevaar voor vonken aanwezig is. Bordjes met "Niet roken” moeten worden aangebracht. Ventilatie van de zone
U moet zorgen dat de zone voldoende open en verlucht is voordat u toegang heeft tot de installatie. Tijdens het onderhoud van het apparaat moet een correcte verluchting worden aangehouden voor een veilige verspreiding van accidenteel in de lucht vrijgekomen koelmiddel. Controle van de koelapparatuur
De aanbevelingen voor onderhoud en service van de fabrikant moeten altijd worden opgevolgd. Gebruik bij het vervangen van elektrische componenten enkel componenten die van hetzelfde type en van de dezelfde kwaliteit zijn, zoals aanbevolen / goedgekeurd door de fabrikant. Raadpleeg bij twijfel de technische service van de fabrikant voor assistentie.
De volgende controles moeten worden uitgevoerd op installaties die gebruik maken van ontvlambare koelmiddelen:- 20 -
de markeringen op de apparatuur moeten zichtbaar en leesbaar blijven, alle nietleesbare markeringen en signaleringen moeten worden hersteld;
de koelmiddelleidingen of -componenten moeten zodanig worden geïnstalleerd dat het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan substanties die koelmiddel bevattende componenten kunnen aantasten, behalve indien deze componenten zijn gemaakt van materialen die normaal bestand zijn tegen corrosie of daartegen afdoende zijn beschermd. Controle van elektrische componenten
De reparatie en het onderhoud van elektrische componenten moet in eerste instantie veiligheidscontroles en inspectieprocedures van de componenten omvatten. Als er een storing optreedt die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag het circuit niet onderspanning worden gesteld zolang deze storing niet volledig is verholpen. Als de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen, en de werkzaamheden moeten worden voortgezet, moet een geschikte tijdelijke oplossing worden gevonden. De eigenaar van de apparatuur moet hierover worden geïnformeerd zodat alle betrokken personen op de hoogte worden gesteld.
De reparatie en het onderhoud van elektrische componenten moet in eerste instantie de volgende veiligheidscontroles omvatten:
de condensatoren moeten worden ontladen: dit moet gebeuren op veilige wijzen zonder vonkvorming te veroorzaken;
er mag geen enkele elektrische component of elektrische bedrading blootgesteld worden tijdens het laden, het herstellen of het aflaten van het systeem;
de aardverbinding moet continu aanwezig zijn. Reparaties van geïsoleerde componenten
Bij reparaties aan geïsoleerde componenten moeten alle elektrische voedingen worden ontkoppeld van de apparatuur waarop werkzaamheden worden uitgevoerd, en dit vóór het verwijderen van de isolerende kappen. Als de apparatuur toch om dwingende reden tijdens de reparaties elektrisch moet worden gevoed, moet een continu werkend lekdetectieapparaat worden aangebracht op het meest kritieke punt om een mogelijk gevaarlijke situatie te signaleren.
Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de volgende punten om ervoor te zorgen dat bij het werken aan elektrische componenten de behuizing niet wordt gewijzigd wat het beschermingsniveau zou kunnen aantasten. Dit moet het volgende omvatten: beschadigde kabels, een te groot aantal verbindingen, klemmen die niet voldoen aan de oorspronkelijke specificaties, een niet-correcte installatie van de kabelwartels, etc.
Verzeker u ervan dat het apparaat correct bevestigd is.
Controleer of de dichtingen of isolatiematerialen niet zijn aangetast zodanig dat ze niet langer het binnendringen van een explosieve atmosfeer in het circuit zouden verhinderen. De reserve-onderdelen moeten voldoen aan de specificaties van de fabrikant. Reparatie van intrinsiek veilige componenten
Indien een permanente elektrische inductie- of capaciteitsbelasting wordt aangebracht, moet worden gecontroleerd of deze niet de toegestane spanning en stroom van de apparatuur overschrijdt tijdens het gebruik.
Normaal veilige componenten zijn de enige types waarbij het mogelijk is om te werken in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer wanneer deze worden gevoed. Het testapparaat moet tot de correcte klasse behoren.
Vervang componenten alleen door onderdelen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Andere onderdelen kunnen het koelmiddel ontsteken bij een lek.- 21 - Bekabeling
Controleer of de bedrading geen slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, schade door scherpe randen of andere nadelige omgevingsinvloeden vertonen. De controle moet ook rekening houden met de effecten van veroudering of continue trillingen veroorzaakt door bronnen zoals compressoren of ventilatoren. Detectie van brandbaar koelmiddel
Potentiële bronnen van vonken mogen nooit worden gebruikt voor het opsporen of detecteren van koelmiddellekken. Een halidelamp (of een andere detector met een open vlam) mag niet worden gebruikt.
De volgende lekdetectiemethoden worden aanvaardbaar geacht voor alle koelsystemen.
Elektronische lekdetectoren kunnen worden gebruikt om koelmiddellekken te detecteren, maar bij brandbaar koelmiddel is de gevoeligheid mogelijk niet voldoende of moet de kalibratie opnieuw worden uitgevoerd. (De detectieapparatuur moet worden gekalibreerd op een plaats waar geen koelmiddel aanwezig is). Verzeker u ervan dat de detector geen potentiële vonkbron is en aangepast is aan het gebruikte koelmiddel. De lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van het koelmiddel-LFL en moet worden gekalibreerd voor het gebruikte koelmiddel. Het juiste percentage gas (maximaal 25%) moet worden bevestigd.
Lekdetectievloeistoffen zijn ook geschikt voor het gebruik met de meeste koelmiddelen, het gebruik van chloorhoudende detergent daarentegen moet worden vermeden omdat dit kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan aantasten.
Als er een vermoeden van een lek is, moeten alle open vlammen worden verwijderd / gedoofd.
Bij het detecteren van een koelmiddellek en als solderen noodzakelijk is , moet al het koelmiddel uit het systeem worden afgelaten of geïsoleerd (met afsluitkleppen) in een deel van het systeem dat verwijderd is van het lek. Verwijdering en afvoeren
Bij toegang tot het koelmiddelcircuit om reparaties uit te voeren, of om andere redenen, moeten conventionele procedures worden gebruikt. Bij ontvlambare koelmiddelen is het echter essentieel om de aanbevelingen op te volgen omdat rekening moet worden gehouden met de ontvlambaarheid. De volgende procedure moet worden gevolgd:
verwijder het koelmiddel;
laat het circuit af met een inert gas (optioneel voor A2L);
afvoeren (optioneel voor A2L);
spoelen met een inert gas (optioneel voor A2L);
open het circuit door afzagen of lossolderen.
De koelmiddelvulling moet worden gerecupereerd in geschikte recuperatiecilinders. Bij apparaten die andere ontvlambare koelmiddelen bevatten dan A2L-koelmiddelen moet het systeem worden gespoeld met stikstofgas zonder zuurstof om de apparatuur geschikt te maken voor brandbare koelmiddelen. Het kan noodzakelijk zijn om dit proces meerdere keren te herhalen. Perslucht of zuurstofgas mogen niet worden gebruikt om koelsystemen te spoelen. Vulprocedure
Controleer dat de vacuümpompuitlaat zich niet in de buurt bevindt van een mogelijke bron van vonken en dat er verluchting is.
Naast de conventionele vulprocedures moet aan de volgende eisen worden voldaan.
Verzeker dat er bij het gebruik van een vulsysteem geen verontreiniging mogelijk is tussen verschillende koelmiddelen. De slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koelmiddel die ze bevatten zo beperkt mogelijk te houden.- 22 -
De cilinders moeten in de juiste positie worden gehouden conform de instructies.
Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat het vullen met koelmiddel gebeurt.
Label het systeem na het vullen (indien dit nog niet zou zijn gedaan).
Let er vooral op het koelsysteem niet te overvullen.
Vooraleer het systeem opnieuw te vullen, moet een druktest worden uitgevoerd met het juiste spoelgas. Het systeem moet worden gecontroleerd op lekkage na het vullen en voor de indienststelling. Voer een opvolglektest uit voordat de locatie wordt verlaten. Ontmanteling
Vooraleer een ontmantelingsprocedure uit te voeren, moet de technicus goed bekend zijn met de apparatuur en diens kenmerken. Wij bevelen sterk aan om met zorg alle koelmiddel volledig te recuperen. Voorafgaand aan het uitvoeren van deze taak moet een monster van de olie en het koelmiddel worden genomen voor het geval van een hergebruik van het gerecupereerde koelmiddel. Het is noodzakelijk om de aanwezigheid van een stroomvoorziening te controleren vóór het uitvoeren van deze taak.
1. Maak u vertrouwd met de apparatuur en diens werking.
2. Isoleer het systeem elektrisch.
3. Voordat u de procedure start, moet u ervoor zorgen dat:
er een mechanische behandelingssysteem aanwezig is als de koelmiddelcilinders moeten worden gemanipuleerd;
alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en correct worden gebruikt;
het recuperatieprocces voortdurend wordt opgevolgd door een bevoegd persoon;
de apparatuur en de recuperatiecilinders voldoen aan de relevante normen.
4. Laat het koelsysteem af, indien mogelijk.
5. Als er geen vacuüm kan worden gecreëerd, breng dan een opvangsysteem aan zodat het koelmiddel kan
worden verwijderd vanaf verschillende punten op het systeem.
6. Zorg dat de fles op de weegschaal staat voordat u begint met de recuperatieprocedure.
7. Start de recuperatiemachine en laat deze werken conform de instructies.
8. Overvul de flessen niet (met niet meer dan 80% van het vulvolume van de vloeistof).
9. Overschrijd de maximale werkingsdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.
10. Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en de procedure is voltooid, zorg er dan voor dat de cilinders
en apparatuur snel van de locatie worden verwijderd en dat de alternatieve afsluitkleppen op de apparatuur worden gesloten.
11. Het gerecupereerd koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden gebruikt zonder
voorafgaand te zuiveren en te controleren. STORINGOPLOSSING
Soldeerwerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door erkende soldeerspecialisten.
Voor de vervanging van de leidingen mag uitsluitend gebruik gemaakt worden van koperen buizen overeenkomstig de norm NF EN 12735-1.
Detectie van lekken, testen onder druk:
nooit droge zuurstof of lucht gebruiken, gevaar voor brand of ontploffingen,
gedehydreerde stikstof of een mengsel van stikstof en het op het typeplaatje aangegeven koelmiddel gebruiken.
de druk van de test aan de lage en hoge druk zijde mag niet hoger zijn dan 42 bar in het geval apparaat is voorzien van de optie manometer.
Voor leidingen van het hogedrukcircuit uitgevoerd met een koperen buis van een diameter gelijk aan of meer dan 1’’5/8, dient een certificaat §2.1 overeenkomstig de norm NF EN 10204 aangevraagd te worden bij de leverancier en dat aan het technisch installatiedossier toegevoegd dient te worden.- 23 -
De technische informatie met betrekking tot de veiligheidseisen van de verschillende toegepaste richtlijnen staan aangegeven op het typeplaatje. Al deze informatie dient geregistreerd te worden in de installatiehandleiding van het toestel die deel uit dient te maken van het technische installatiedossier: model, code, serienummer, max. en min. TS, PS, fabricatiejaar, CE-markering, adres van de fabrikant, koelvloeistof en gewicht, elektrische instellingen, thermodynamische en akoestische prestaties. LABELING
De apparatuur moet worden geëtiketteerd om aan te geven dat deze buiten gebruik is gesteld en dat het koelmiddel is afgelaten.
Het label moet worden gedateerd en ondertekend.
Let er bij apparaten die een ontvlambaar koelmiddel bevatten op dat etiketten op het apparaat zijn aangebracht die aangeven dat het ontvlambaar koelmiddel bevat. RECUPERATIE
Tijdens het aflaten van koelmiddel voor onderhoud of buitenbedrijfstelling wordt aanbevolen om de goede praktijken op te volgen voor het veilig en volledig aflaten van koelmiddel.
Gebruik bij het overbrengen van koelmiddel naar de cilinder een recuperatiecilinder geschikt voor het koelmiddel. Verzeker u ervan dat u over het juiste aantal cilinders beschikt om de vloeistof volledig te recupereren. Alle gebruikte cilinders moeten ontworpen zijn voor het recuperen van koelmiddel en moeten een etiket dragen voor het betreffende koelmiddel. De cilinders moeten uitgerust zijn met een vacuümklep en beschikken over afsluitkleppen die goed werken. De lege recuperatiecilinders worden leeggezogen en, indien mogelijk, gekoeld vóór het recuperatieproces.
De recuperatie-apparatuur moet in goede werkingsstaat verkeren, de gebruiksaanwijzing van de apparatuur moet binnen handbereik zijn en de apparatuur moet geschikt zijn voor het koelmiddel, indien van toepassing, evenals voor ontvlambaar koelmiddel. Daarnaast moet een set gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn. Deze moeten in goede werkingsstaat verkeren. De slangen moeten volledig zijn, mogen geen lekken of losse verbindingen hebben, en moeten in goede staat zijn. Controleer voordat u de recuperatiemachine gebruikt of deze in goede staat verkeert, en goed is onderhouden en of de bijbehorende elektrische componenten dicht zijn om te voorkomen dat er brand ontstaat bij het vrijkomen van koelmiddel. Raadpleeg bij twijfel de fabrikant.
Het gerecupereerde koelmiddel moet worden teruggestuurd naar de koelmiddelleverancier in een recuperatiecilinder, met een afvaloverdrachtsbrief Meng geen verschillende koelmiddelen in de recuperatiesystemen, en vooral niet in de cilinders.
Na het demonteren van de compressor of het aflaten van de compressorolie, controleren of het koelmiddel volledig is verwijderd om te vermijden dat het zich met het smeermiddel zou mengen. Het aflaatproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor naar de leverancier wordt terug gestuurd. Enkel de elektrische verwarming van het compressorlichaam kan worden gebruikt om dit proces te versnellen. Het aflaten van de vloeistoffen in een systeem moet op volledig veilige wijze gebeuren. ADVERTENCIAS RECYCLING Dit symbool wordt opgelegd door de Europese richtlijn 2012/19/EU (richtlijn betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur) en betekent dat uw apparaat niet met het huisvuil mag worden weggegooid. Dit moet selectief worden verwerkt voor hergebruik, recyclage of herstelling. Als het apparaat mogelijk milieugevaarlijke stoffen bevat, dan moeten deze verwijderd of geneutraliseerd orden. Vraag uw dealer om informatie over de wijze van recycling.- 24 - ADVERTENCIAS Este símbolo indica que hay más información disponible en el Manual de usuario o en el Manual de instalación. Este símbolo indica que el aparato utiliza R32, un refrigerante con baja velocidad de combustión (no aplicable para las referencias 74174 y 74175)
Installatie & Instructie Handleiding- 177 - LET OP: Deze gebruiksaanwijzing bevat alle benodigde informatie voor het gebruik en de installatie van uw warmtepomp.
De installateur moet de gebruiksaanwijzing lezen en de instructies zorgvuldig volgen bij plaatsing en onderhoud.
De installateur is verantwoordelijk voor de installatie van het product en moet alle instructies opvolgen van de fabrikant en de regels in toepassing. Verkeerde installatie niet volgens de gebruiksaanwijzing heeft uitsluiting van de gehele garantie tot gevolg.
De fabrikant verwerpt elke verantwoordelijkheid voor de schade veroorzaakt door de mensen, objecten en of de fouten wegens de installatie die niet de aanwijzing van de gebruiksaanwijzing volgen. Elk gebruik zonder bevestiging bij het begin van de fabricatie zal beschouwd worden als gevaarlijk.
Bewaar deze documenten en geef ze door voor later gebruik tijdens de levensduur van het apparaat.
5. Installatie en aansluiting
6. Elektrisch schema
7. Gebruik en werking
Dank u voor het gebruiken van de zwembad warmtepomp voor uw zwembad verwarming, het zal uw zwembadwater verwarmen en het op een constante temperatuur houden wanneer de omgevingstemperatuur -20 tot 50
1.1 Inhoud van het pakket
Voor de toepassing, zult u met uw warmtepomp PRO ELYO, volgende componenten vinden: - Hydraulische overgangen IN/OUT in 50 mm (2 stuks) - Installatie en Instructie Handleiding - Waterdrainage flexibel buizen - Hoes voor de overwintering - Anti-vibration schaatsen (4 stuks)
1. Afmetingen- 182 -
Voor het transport, wordt de warmtepomp in fabriek op een palet bepaald en door een karton beschermd. Teneinde de schade te vermijden, moet de warmtepomp vervoerd worden verpakt op zijn palet. Zelfs wanneer het vervoer ten laste van de leverancier is, kan elk materiaal bij zijn transport bij de klant beschadigd worden en hij is van de verantwoordelijkheid van de ontvanger om zich van de overeenstemming van de levering te verzekeren. De ontvanger moet bezwaren uiten schriftelijk aan de ontvangst op de leveringsbron als hij verslechteringen van de verpakking vaststelt. NIET VERGETEN OM PER AANGETEKENDE BRIEF AAN DE EXPEDITEUR ONDER 48 UUR TE BEVESTIGEN.
- Het magazijn moet helder, ruim, open, goed geventileerd zijn, ventilatie-apparatuur hebben en geen vuurbron.
- Warmtepomp moet worden opgeslagen en in verticale positie in de originele verpakking worden overgedragen. Als dit niet het geval is, kan deze niet meteen worden gebruikt; een minimale periode van 24 uur is nodig voordat de elektrische stroom wordt ingeschakeld.
2.3 Instructies bij de overdracht van de warmtepomp naar zijn definitieve plaats
De hydraulische overgangen zijn niet daar om de functie van handvat te waarborgen. Elke kracht die op de aansluitingen wordt uitgeoefend, hydraulisch kan het product definitief beschadigen. Roken en het gebruik van vlammen zijn verboden in de buurt van de R32-machine. De fabrikant zou dan geen verantwoordelijke gehouden kunnen worden in geval van breken.
Prestaties bij Air 28 ℃, het water 28 ℃, luchtvochtigheid 80% (Max-Min snelheid) Verwarmingscapaciteit 8,50 - 3,1 kW 10,5 - 2,3 kW 13,5 - 3 kW 15,9 - 3 kW Energieverbruik 1,5 - 0,2 kW 1,7 - 0,15 kW 2,2 - 0,2 kW 2,6 - 0,2 kW C.O.P. 5,8 - 15 6,2 - 16 6,2 - 16
Prestaties bij Air 28 ℃, het water 28 ℃, luchtvochtigheid 80% (Max-Min snelheid) Verwarmingscapaciteit 19,8- 3,8 kW 25,5 - 4,7 kW 30,0 - 6 kW
Prestaties bij Air 15 ℃, het water 26 ℃, luchtvochtigheid 70% (Max-Min snelheid) Verwarmingscapaciteit
- Bovenstaande gegevens kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Model PET-30T PET-35T Code
Prestaties bij Air 28 ℃, het water 28 ℃, luchtvochtigheid 80% (Max-Min snelheid) Verwarmingscapaciteit 30,0 - 6 kW
Prestaties bij Air 15 ℃, het water 26 ℃, luchtvochtigheid 70% (Max-Min snelheid) Verwarmingscapaciteit 21,0 - 5,5 kW 25,0 - 5,5 kW Energieverbruik 4,6 - 0,7 kW 5,4 - 0,7 kW C.O.P. 4,5 - 8 4,5 - 8 Voltage 380-400V / 3N~ / 50Hz 380-400V / 3N~ / 50Hz Nominale stroom
CO2 gelijKwaardig 7,94t 8,36t Netto/Bruto gewicht 138-156Kg 140-158Kg
Anti-vibratie schaatsen, 4 stuks Aftap buis, 2 stuks Modbus signaaldraad, 1 st Winter Cover, 1 st Water drainagebuizen, 2 pcs
4.2 Toebehoren installatie
2. Plaatst ze een voor een onder de bodem van
de machine zoals op het plaatje. Aftap buis
1. Installeerde aftap buis onder het
2. Verbindt het met een water buis om het
water af te tappen. Opmerking: Til de warmtepomp op om de buis te installeren. Til de warmtepomp nooit te ver op, het kan de compressor beschadigen. Water invoer & uitvoer verbinding
1. Gebruik de buis tape om de water invoer &
uitvoer verbinding op de warmtepomp te verbinden .
2. Installeer de twee verbindingen zoals op het
3. Schroef ze op de water & uitvoer verbinding.
4. Toebehoren lijst- 187 -
1. Open het bedradingsstuk box (rood
gemarkeerd) aan de zijde van de machine.
1. Open het bedradingsstuk box (rood
gemarkeerd) aan de zijde van de machine.
5. Installatie en aansluiting
De fabriek levert alleen de warmtepomp. Alle andere componenten, inclusief een bypass wanneer nodig, moeten geleverd worden door de gebruiker of de installateur. Attentie: Volg alstublieft de volgende regels wanneer u de warmtepomp installeert:
1. Elke toevoeging van chemicaliën moet plaatsvinden in de buizen gelokaliseerd na de warmtepomp.
2. Installeer een bypass als de afstand van de water toevoer van de zwembadpomp meer dan 20% groter is
dan de toegestane toevoer door de warmtewisselaar of de warmtepomp.
3. Installeer de warmtepomp boven het waterniveau van het zwembad.
4. Plaats de warmtepomp altijd op een vaste ondergrond en gebruik de bijgevoegde demping rubbers om
vibratie en geluid te vermijden.
5. Houdt de hele warmtepomp altijd recht . Als het apparaat in een diagonale positie was gehouden, wacht
tenminste 24 uren met het starten van de warmtepomp.
5.2 Warmtepomp plaatsing
Het apparaat zal goed werken in elke gewenste locatie zolang de volgende drie onderdelen aanwezig zijn:
1. Frisse lucht – 2. Elektriciteit – 3. Zwembadfilters
Het apparaat mag worden geïnstalleerd in virtueel elke buiten locatie zolang als de gespecificeerde minimumafstanden met andere objecten wordt aangehouden (zie tekening hieronder). Raadpleeg alstublieft uw installateur voor installatie met een zwembad binnenshuis. Installatie in een locatie met veel wind is helemaal geen probleem, wel in de situatie met een gasverwarming (inclusief waakvlam problemen).
5. Installatie en aansluiting- 188 -
5.3 Afstand van uw zwembad
De warmtepomp wordt normaal geïnstalleerd binnen een bereik van 7.5 meter van het zwembad. Hoe groter de afstand van het zwembad, hoe groter het warmteverlies in de buizen. Als de buizen meestal ondergronds zijn, is het warmteverlies laag op afstanden tot 30 m (15 m van en naar de pomp; 30 m in totaal) tenzij de grond na het is of het grondwaterpeil hoog is. Een ruwe schatting van het warmteverlies per 30 m 0.6 Kwh (2,000 BTU) voor elke 5 ºC verschil tussen de watertemperatuur in het zwembad en de temperatuur van de grond die de muis omringd. Dit verhoogt de werktijd met 3% tot 5%.
5.4 Controle klep installatie
Opmerking: als een automatische dosering apparaat voor chloor en zuur (pH) gebruikt wordt, is het belangrijk om de warmtepomp te beschermen tegen excessief hoge chemische concentraties die de warmtewisselaar kunnen laten corroderen. Om deze reden, moeten apparaten van deze soort altijd bevestigd worden aan de buizen na de warmtepomp, en het wordt aanbevolen om een controleklep te installeren om terugvloeien van het water te voorkomen in het geval van afwezigheid van watercirculatie.
5. Installatie en aansluiting
1. Installeer het apparaat nooit in een afgesloten ruimte met een gelimiteerde luchthoeveelheid in waarde lucht
uitgestoten door het apparaat weer hergebruikt wordt, of nabij bosschage dat de luchtinlaat kan blokkeren. Zulke locaties verhinderen de continue ze levering van frisse lucht, wat resulteert in een gereduceerde efficiencie en mogelijk voldoende warmteafgifte tegengaat. Zie de tekening hieronder voor minimumafstanden.
2. Wanneer het apparaat is geïnstalleerd en beschermd door een aardlekschakelaar (RCD) met een maximale
stroomsterkte van 30 mA, moet het worden geïnstalleerd op een afstand van minimaal 2 meter van de rand van het zwembad. Als er geen aardlekschakelaar bij het apparaat is geïnstalleerd, moet deze worden geïnstalleerd op een afstand van minimaal 3,5 meter van de rand van het zwembad.- 189 - Schade aan de warmtepomp veroorzaakt door nalatigheid van deze instructie is niet gedekt door de garantie.
5.5 Typische opstelling
Opmerking: Deze opstelling is alleen een illustratief voorbeeld.
5.6 Initiële werking
Opmerking: Om het water in het zwembad (of hete kuip) te verwarmen, moet de filterpomp draaien om ervoor voor te zorgen dat het water circuleert door de warmtepomp. De warmtepomp zal niet opstarten als het water niet circuleert. Nadat alle verbindingen gemaakt zijn en gecontroleerd, voer dan de volgende procedure uit:
1. Zet de filterpomp aan. Controleer op lekkage en verifieer dat het water stroomt van en naar het zwembad.
5. Installatie en aansluiting- 190 -
2. Sluit de stroom aan de waterpomp aan en druk op de aan/uit knop op het elektronische
controlepaneel. Het apparaat zou opstarten nadat de tijdvertraging voorbij is (zie onder).
3. Na een paar minuten, controleer of de lucht die uit het apparaat komt koeler is.
4. Wanneer de filterpomp uitgezet wordt, moet het apparaat ook automatisch afslaan, wanneer niet, stel dan de
doorvoer schakelaar bij. Afhankelijk van de initiële temperatuur van het water in het zwembad en de luchttemperatuur, kan het verscheidene dagen duren om het water te verwarmen tot de gewenste temperatuur. Een goede zwembad afdekking kan de benodigde lengte van tijd dramatisch inkorten. Water doorvoer schakelaar: Het is uitgerust met een doorvoer schakelaar om het HP-apparaat ervoor te beschermen dat het draait met een volgedaan water doorvoer snelheid. Het zal aangaan wanneer de zwembadpomp loopt en laat het stoppen wanneer de pomp stopt. Als het oppervlak van het zwembadwater hoger is dan 1 meter boven of beneden de automatische instelknop van de waterpomp, heeft u uw dealer nodig om de initiële opstart bij te stellen. Tijdvertraging - De warmtepomp heeft een ingebouwde 3-minuten opstart vertraging om het circuit te beschermen en excessief contact verval te voorkomen. Het apparaat zal automatisch herstarten nadat deze tijdvertraging afloopt. Zelfs een korte stroomonderbreking zal deze tijdvertraging starten en voorkomen dat het apparaat onmiddellijk herstart. Meerdere stroomonderbrekingen tijdens deze vertraging periode hebben geen effect op de 3-minuten periode van de vertraging.
De lucht aangetrokken door de warmtepomp wordt sterk gekoeld door de werking van de warmtepomp om het water van het zwembad te verwarmen, wat condensatie kan veroorzaken op de bladen van de verdamper. De hoeveelheid condensatie kan zoveel zijn als verscheidene liters per uur bij hoge relatieve vochtigheid. Dit is soms foutief beschouwd als een water lekkage.
5.8 Manometer display (R410A & R32)
Bekijk de manometer die de koelgasdruk van de unit aangeeft, de onderstaande tabel toont de normale waarde van de gasdruk (R410A & R32) wanneer de machine uit staat of in bedrijf is. Eenheidsvoorwaarde Uitschakelen omringend(℃) -5~5 5~15 15~25 25~35 Watertemperatuur (
5. Installatie en aansluiting- 191 -
6.4. Aansluiting op Modbus-printplaat OPMERKING: (1) Bovenstaande elektrisch bedrading schema is alleen ter referentie, onderwerp alstublieft de machine volgens het bedradingschema. (2) De zwembad warmtepomp moet ook verbonden worden met een aarding draad, alhoewel de warmtewisselaar van het apparaat elektrisch geïsoleerd is van de rest van het apparaat. Het aarden van het apparaat is nog steeds nodig om u te beschermen tegen kortsluitingen in het apparaat. Verbinding is ook nodig. Afsluiting: Een afsluiting betekent (circuit onderbreken, gezekerde of niet-gezekerde schakelaar) moet geplaatst worden binnen het zicht en of direct bereikbaar vanaf het apparaat. Dit is normaal gebruik op commerciële en residentiële warmtepompen. Het voorkomt het op afstand aan zetten van het apparaat en staat het afsluiten van de stroom van het apparaat toe terwijl het apparaat wordt nagekeken.
6.5 Elektrische aansluiting
De stroomtoevoer voor de warmtepomp moet bij voorkeur afkomstig zijn van een exclusief circuit met regulerende beschermingscomponenten (30mA differentiaalbeveiliging) en een magnetothermische schakelaar. - De elektrische installatie moet worden uitgevoerd door een gespecialiseerde vakman (elektricien) in overeenstemming met de normen en voorschriften die gelden in het land van installatie. - Het warmtepompcircuit moet worden aangesloten op een veiligheidscircuit op het klemmenblok. - De kabels moeten correct zijn geïnstalleerd om interferentie te voorkomen. - De pomp is bedoeld voor aansluiting op een algemene voeding met een aardaansluiting.
6. Elektrische schema- 195 -
- Sectie van de kabel; Dit gedeelte is indicatief en moet worden gecontroleerd en aangepast aan de behoeften en gebruiksomstandigheden. - De tolerantie van een acceptabele spanningsvariatie is +/- 10% tijdens bedrijf. De verbindingen moeten worden gedimensioneerd op basis van de kracht van het apparaat en de staat van installatie. Modellen Stroomonder breker Maximale lengte van de draad 2,5 mm² 4 mm² 6 mm² 10 mm² PET-08 7 A 84 m 135 m 200 m 335 m PET-10 9 A 57 m 90 m 130 m 225 m PET-13 11A PET-15 14 A 43 m 68 m 100 m 170 m PET-19 16 A 34 m 54 m 80 m 135 m PET-25 20 A 29 m 45 m 66 m 110 m PET-30 26 A
22 m 36 m PET-35T 13 A 12 m 27 m 39 m 68 m Deze waarden worden als richtlijn gegeven, alleen de tussenkomst van een geautoriseerde technicus kan de waarden bepalen die overeenkomen met uw installatie. De elektrische leiding moet zijn voorzien van een aardaansluiting en een stroomonderbreker met een verschil van 30 mA in het hoofd.
6.6 Installatie van de schermbediening (optie)
Foto (1) Foto (2) Foto (3) Foto (4) Foto (5) - Verwijdering en of plaatsing van het bediening wordt van de connector (foto 1-2) - Installatie van de geleverde kabel (foto 3-4) - Om de kabel door te voeren met het doorvoerpakket (foto 4-5) en beiden direct te verbinden
6. Elektrische schema- 196 -
6.7 Installatie van de Modbus/Fluidra Connect-signaaldraad
Foto(6) Foto(7) Foto(8) Foto(9) - Open het klepje van de aansluitingen (foto6) - Pak de Modbus/Fluidra Connect-signaalkabel uit de accessoires (foto7) and plaats het ronde uiteinde van de signaaldraad in de signaaldraad van Modbus/Fluidra Connect Module. (foto 8) - Drie draad terminal :A+ ,B- ,GND.(foto 9)
6.8 Aansluiting voorrang verwarming (mogelijkheid om te draaien)
Droog contact timer-verbinding Timer Dry contact pomp aansluiting
6. Elektrische schema- 197 -
7.1 Functies van het bedieningspaneel
Wanneer de warmtepomp op het vermogen wordt aangesloten, geeft het LED-display gedurende 3 seconden een code weer die het warmtepompmodel aangeeft.
7.2 De toetsen en hun activiteiten
Druk op om de warmtepomp start, toont het display van de gewenste temperatuur van het water gedurende 5 seconden, toont vervolgens de inlaat temperatuur van het water en van de werking mode. Druk op om de warmtepomp te stoppen en te laten zien "OFF" Opmerking: Tijdens de parameter controle en instelling, druk op de snel-exit en sla de huidige instelling. Druk nogmaals op om in / uitschakelen van de machine.
Er zijn 3 modellen voor het apparaat, alleen verwarming, automatische modus (verwarmings- en koelingschakelaar), alleen koeling. Druk gedurende 5 seconden op om de alleen verwarming , alleen koeling en automatische modus om te schakelen. Opmerking: Tijdens het ontdooien knippert het verwarmingssymbool.
7. Gebruik en werking- 198 -
Klok / unclock het display: Houd en gedurende 5 seconden te vergrendelen / ontgrendelen het scherm. Het display wordt automatisch vergrendeld na 30 seconden standby. (wanneer het scherm vergrendeld is, brandt het pictogram "kluisje " AAN) Temperatuur water instelling: Druk op of om de temperatuur van het water rechtstreeks in te stellen. Instelbereik verwarmingsmodus en automatische modus: 6-41 ℃ Instelbereik koelmodus: 6-35 ℃.
7.2.4 knop werkmodus
Druk op om de werkmodus te wijzigen: Turbo, Smart en stil. De standaardmodus is de slimme modus. Terwijl u de Turbo kiest, licht het woord "Turbo" op en werkt de warmtepomp alleen in "Full output". Kies de Smart, het woord 'Smart' gaat branden, de warmtepomp werkt in 'Medium en Full output'. Kies de Silent, het woord "Silent" zal oplichten, de warmtepomp zal werken in "Medium en Small output".
7. Gebruik en werking- 199 -
7.2.5 Parameter controle:
Druk op eerst, druk vervolgens op om de parameter gebruiker controleren van d0 volgens d14. Code Staat strekking Opmerking
IPM vormtemperatuur 0-120
uitlaatgastemperatuur
99Hz Real testen waarde
30A Real testen waarde d10 Huidige ventilatorsnelheid 0-1200
Real testen waarde d11 Error code voor de laatste keer Alle foutcode d12 MOBUS COM
Instelling, alleen Modbus d14 Productcode 0000- FFFF Instelling, alleen Modbus Opmerking: d4: frequentiebeperkingscode, 0: geen frequentielimiet; 1: Coilpijp temperatuurgrens; 2: Frequentiebeperking voor oververhitting of oververhitting; 4: Drive Huidige frequentielimiet; 8: Frequentielimiet aandrijfspanning; 16: Frequentiebeperking voor hoge temperaturen
7. Gebruik en werking- 200 -
Druk op eerst, druk vervolgens op om te controleren / aanpassen van de parameter gebruiker van P1 tot P18. Code Naam strekking Standaard Opmerking
0: standaard normale werking 1: verplichte ontdooiing.
1 Verwarming mode, 0 koelbedrijf
1 Timer aan / uit onder functie, 0 Timer on / off is van de functie (De instelling van de P5 en P6 zal niet werken)
1 Altijd lopen, 0 Afhankelijk van het verloop van de compressor
Huidige tijd HH:MM 0:00 0-23:0-59
Wekker aan HH:MM 0:00 0-23:0-59
Timer uit HH:MM 0:00 0-23:0-59
Inlet water temp. correctie
Alleen Modbus (Standaardwaarde na reset) P14 Resetten het systeem 0-1
1-Herstel naar fabrieksinstellingen
0- Standaard (herstel P0, P1, P2, P3, P5, P6, P7, P8, P9,
10, P11 naar fabrieksinstelling) P15 Parameter P-waarde voor Modbus
2) . De parameter P8, P9, P10, P11, P19, P20 is alleen voor fabrieksinstelling.
7. Gebruik en werking- 201 -
Code met verbinding Parameter P Omschrijving
PET-35T Productcode parameter P instelling (alleen MOBUS) Het symbool op het display brandt als de Modbus-module op het display is aangesloten. Druk op eerst, druk vervolgens op om te controleren van de parameter gebruiker van P15, en houd 20 seconden lang ingedrukt om de instellingeninterface te openen, waarin de parameter zal knipperen. Druk op of om de juiste waarde in te stellen en druk ten slotte op om de instellingen op te slaan.
7.2.6 Resetten het systeem
Druk op eerst, druk vervolgens op om te controleren van de parameter gebruiker van P14, en houd 20 seconden lang ingedrukt om de instellingeninterface te openen, waarin de parameter zal knipperen. Druk op of om de waarde 1 in te stellen en druk ten slotte op om de instellingen op te slaan.
Symbool van TIMER ON, het lampje brandt wanneer de waarde van P2 1 is, wat betekent dat de functie TIME ON & OFF werkt. Stel vervolgens de huidige tijd (parameter P4), TIMER ON (parameter P5) en TIMER OFF (parameter P6) in. Alle symbolen (behalve het symbool ) op het display zijn uit als TIMER UIT is. Opmerking: Het symbool blijft branden wanneer de warmtepomp opnieuw wordt opgestart na TIJD UIT, tenzij de waarde van P2 is ingesteld op 0.
7. Gebruik en werking- 202 -
7.2.8 Prioriteit verwarming (zie paragraaf 6.7), aansluitmogelijkheid
Optie 1 Waterpomp heeft betrekking op de werking van de warmtepomp om te starten of te stoppen. De waterpomp start 60 seconden voordat de compressor, de waterpomp begint 30 seconden en detecteert vervolgens de waterstroomschakelaar. Wanneer de warmtepomp in de stand-bymodus komt, stopt de compressor 5 minuten nadat de waterpomp is gestopt. Staat Voorbeeld Waterpomp werkende logica Verwarmings modus P3=0, T1≥Tset-0.5℃, duurt 30 minuten P3=0, T1≥27.5℃, duurt 30 minuten
gedurende 1 uur naar de stand-bymodus (het wordt niet opnieuw gestart, behalve wanneer het handmatig wordt ingeschakeld.) 2.Na 1 uur zal de filtratiepomp 5 minuten opnieuw opstarten. Als de T1≤ 27℃, begint de warmtepomp te werken tot T1≥27,5 ℃ en duurt deze 30 minuten om in stand-by te gaan Koelmodus P3=0, T1≤Tset+0.5℃ , duurt 30 minuten P3=0, T1≤28.5℃, duurt 30 minuten
gedurende 1 uur naar de stand-bymodus (het wordt niet opnieuw gestart, behalve wanneer het handmatig wordt ingeschakeld.) 2.Na 1 uur zal de filtratiepomp 5 minuten opnieuw opstarten. Als de T1≥29℃, begint de warmtepomp te werken tot T1≤28.5℃ en duurt deze 30 minuten om in stand-by te gaan Optie 2 Zal de waterpomp altijd aan staan (P3 = 1) Onder voorwaarde P3 = 1, wanneer T1 ≥Tset + 1 ℃ (T1≥29 ℃) duurt 3 minuten, de warmtepomp in de stand-bymodus komt, en zal de waterpomp altijd aan staan. Als de warmtepomp handmatig wordt uitgeschakeld of TIJD UIT staat, stopt de filterpomp dienovereenkomstig. Onder optie 2, met activering van de timer; P2 = 1 om de filterpomp te starten en te stoppen volgens de programmering van de P4 (tijd), P5 (timer ON) en P6 (timer OFF) Voorwaarde voor het starten van de warmtepomp, timer AAN is geactiveerd; Wanneer de timer de ingestelde tijd van TIMER ON bereikt, start de filterpomp en na 5 minuten start de warmtepomp. De warmtepomp blijft stilstaan als het water in temperatuur ≥ Tset + 1 ℃ is, voordat de TIMER UIT is, is de filtratie nog steeds geactiveerd. Voorwaarde om de warmtepomp te stoppen, timer UIT wordt geactiveerd; Wanneer de timer de ingestelde tijd van de TIMER UIT bereikt, stopt de warmtepomp en stopt de filterpomp na 5 minuten. NOTE : Tset =Watertemperatuur testen Bijvoorbeeld : Tset = 28℃ Watertemperatuur testen in uw zwembad warmtepomp Tset-0.5 = less 0.5℃ dan het testen van de temperatuur Tset- 0.5 = 28-0.5=27.5℃ Tset+0.5= more 0.5℃ dan het testen van de temperatuur Tset+ 0.5 = 28+0.5=28.5℃
7. Gebruik en werking- 203 -
7.3 Logica voor verwarming
Werk status Werkmodus Water op temperatuur-T1 Bijvoorbeeld water op temperatuur-T1 Werkniveau van warmtepomp
T1≧Tset+1 T1≧29℃ HP zal Stand-by zijn, stoppen met werken totdat het water op temperatuur zakt tot minder dan 28 ℃.
T1≧Tset+1 T1≧29℃ HP zal Stand-by zijn, stoppen met werken totdat het water op temperatuur zakt tot minder dan 28 ℃.
T1≧ Tset+1 T1≧29℃ HP zal Stand-by zijn, stoppen met werken totdat het water op temperatuur zakt tot minder dan 28 ℃.
Start opnieuw met het verwarmen van water in
7. Gebruik en werking- 204 -
7.4 Logica voor verwarming
Werk status Werkmodus Water op temperatuur-T1 Bijvoorbeeld water op temperatuur-T1 Werkniveau van warmtepomp
Start opnieuw met het verwarmen van water in de standby-status Smart
7. Gebruik en werking- 205 -
2. De bedrading van de sensor zit los
sensoren Uitlaat watertemperatuur sensor defect d2-TH5 PP02
1. De sensor in open of kortsluiting
2. De bedrading van de sensor zit los
2. De bedrading van de sensor zit los
sensoren Uitval van de omgevingstemperatuur sensor d3-TH1 PP05
1. De sensor in open of kortsluiting
2. De bedrading van de sensor zit los
sensoren Uitlaatpijpsensor defect d6-TH3 PP06
1. De sensor in open of kortsluiting
2. De bedrading van de sensor zit los
sensoren Vorstbescherming in de winter PP07 De omgevingstemperatuur of de waterinlaattemperatuur is te laag
1. Controleer de d1 en d3. (d1 inlaat
watertemp., d3 uitlaat watertemp.)
2. Normale bescherming
Lage omgevingstemperatuur beveiliging PP08 1.Let de reikwijdte van het gebruik milieu
2. Sensorafwijking d3-TH1
1. Stop met behulp van, buiten het
Leiding temperatuur te hoge bescherming onder koelmodus d5-TH2 PP10
1. De omgevingstemperatuur is te hoog of
de watertemperatuur is te hoog in de koelmodus
2. Koelsysteem is abnormaal
3. Pijptemperatuursensor (d5-TH2) defect
1. Controleer de reikwijdte van het
2. Controleer het koelsysteem
3. Verander de buistemperatuursensor
3. Het verschil tussen de temperatuur van
het uitlaatwater en de ingestelde temperatuur is 7 ° C of hoger in de koelmodus
1. Controleer de waterpomp en het
vaarwegsysteem 2.Verander de d2-TH5 temperatuur sensor
3. Wijzig de ingestelde temperatuur.
1. De temperatuur van de omgeving
2. Watertemperatuur is te hoog
3. Waterstroom is te laag
4. Het ventilatortoerental is
6. Hogedrukdraad is los of
3. Controleer en repareer het leidingsysteem
4. Controleer en repareer het koelsysteem
5. Sluit de hogedruk draad of nieuwe
vervangen hogedrukpressostaat
6. Controleer en repareer het koelsysteem
Lagedrukstoring TS5 EE02
1. EEV is geblokkeerd of het
4. Lagedrukdraad is los of
1. Controleer de EEV en het leidingsysteem
2. Controleer de motortoerental in
verwarmingsmodus, vervang een nieuwe als deze abnormaal is
3. Door de hoge drukmeter om de
drukwaarde te controleren
4. Sluit de lagedrukdraad opnieuw aan of
vervang een nieuwe lagedrukschakelaar Uitval waterstroom TS1 EE03 Or” ON”
2. Geen / Onvoldoende
1. Wijzig de waterstromingsschakelaar
2. Controleer de waterpomp of het
vaarwegsysteem Oververhittingsbeve iliging voor watertemperatuur (d2-TH5) in verwarmingsmodus EE04
2. Waterstroomschakelaar zit vast en
de watertoevoer is afgesneden
3. d2-TH5-sensor is abnormaal
4. Het verschil tussen de
temperatuur van het uitlaatwater en de ingestelde temperatuur is 7 ° C of hoger in de verwarmingsmodus
1. Controleer het watersysteem
2. Controleer de waterpomp of
waterstroomschakelaar
3. Controleer sensor d2-TH5 of wijzig een
4. Wijzig de ingestelde temperatuur.
d6-TH3 Uitlaat te hoge bescherming EE05
3. Het systeem is geblokkeerd
4. Uitlaat temp. Sensorfout
5. Omgevingstemperatuur is te hoog
1. Controleer de hogedrukmeter, vul deze bij
2. Controleer het vaarwegsysteem en de
3. Controleer het leidingsysteem als er een
4. Wijzig een nieuwe uitlaattemp. Sensor
5. Controleer of de huidige
omgevingstemperatuur en watertemperatuur hoger zijn dan de bedrijfstemperatuur van de machine
1. De draadverbinding is niet goed of
beschadigde signaaldraad
2. Controllerstoring
1. Controleer en sluit de signaaldraad
2. Verander een nieuwe signaaldraad
3. Schakel de stroomtoevoer uit en start de
4. Verander een nieuwe controller
Compressor huidige bescherming EE07
1. De stroom van de compressor is
onmiddellijk te groot
2. Verkeerde aansluiting voor
en olie leiden tot de stroom wordt groter
6. Krachtfluctuaties binnen een korte tijd
1. Controleer de compressor
2. Controleer het vaarwegsysteem
3. Controleer of het vermogen binnen het
4. Controleer de aansluiting van de
5. Controleer de stroomtoevoer
Communicatiefout tussen controller en moederbord EE08
1. Slechte signaaldraadverbinding of
beschadigde signaaldraad
1. Controleer en sluit de signaaldraad
2. Verander een nieuwe signaaldraad
3. Schakel de stroomtoevoer uit en start de
4. Verander een nieuwe controller
5. Controleer het stuursysteem of update
het. Communicatiefout tussen hoofdbesturingskaart en rijbord EE09
3. De draad is beschadigd
1. Stop de stroomtoevoer en start opnieuw.
2. Controleer de draadverbinding
3. Verander een nieuwe draad
4. Vervang een nieuwe printplaat
VDC-voltage te hoge beveiliging EE10 1.Moeder lijnspanning is te hoog
2. Driver board is beschadigd.
1.Controleer of het vermogen binnen het normale bereik valt
2. Wijzig driverbord of hoofdbord
accumulatie leiden tot de stroom wordt groter
4. Slechte warmteafvoer of
aandrijfmodule of hoge omgevingstemperatuur
1. Programmafout, elektriciteit uitschakelen
en herstarten na 3 minuten
2. Controleer de aansluiting van de
3. Controleer de druk of het systeem met de
4. Slechte warmteafvoer van de
omvormermodule of hoge omgevingstemperatuur
5. Wijzig bestuurdersbord
1. Controleer of het vermogen binnen het
2. Wijzig bestuurdersbord
Voer stroom in via een hoge beveiliging EE13
3. Power schommelingen binnen een
4. Verkeerde PFC-inductor
1. Controleer de compressor
2. Controleer het vaarwegsysteem
3. Controleer of het vermogen binnen het
wordt gebruikt Het thermische circuit van de IPM-module is abnormaal EE14
1. Uitgangsafwijking van het thermische
beschadigd Ventilatorblad is gebroken
1. Wijzig een bestuurdersbord
2. Controleer of het motortoerental te
laag is of dat de ventilatormotor beschadigd is, verander een andere
3. Verander een ander ventilatorblad
IPM-module temperatuur te hoge beveiliging EE15
1. Uitzonderingsfout van het
3. Het ventilatorblad is gebroken
4. De schroef op het bestuurdersbord
1. Wijzig een bestuurdersbord
2. Controleer of het ventilatortoerental te
laag is of dat de ventilatormotor beschadigd is, verander een andere
3. Verander een ander ventilatorblad
Bescherming van PFC-modules EE16 1.Uitputting uitzondering van PFC-module
1. Wijzig een bestuurdersbord
2.Controleer of het motortoerental te laag is of dat de ventilatormotor beschadigd is, verander een andere
3. Een ander ventilatorblad verwisselen
1. DC motor is beschadigd
2. Controleer voor de driefase of de
nulleider is aangesloten
3. Main board is beschadigd
4. Het ventilatorblad zit vast
1. Detecteer DC-motor, vervang deze
voor de driefasige machine
4. Een nieuw moederbord wijzigen of
5. Ontdek de barrière en werk het uit
Het thermische circuit van de PFC-module is abnormaal EE18 Het driverboard is beschadigd
1. Wijzig een nieuw driverboard
2. Controleer of het ventilatortoerental te
laag is of dat de ventilatormotor is beschadigd, verander een andere motor PFC-module bescherming tegen hoge temperaturen EE19 1.PFC-module thermische circuituitgang abnormaal
4. De schroef in het driverboard zit niet
1. Wijzig een nieuw driverboard
2.Controleer of het motortoerental te laag is of dat de ventilatormotor beschadigd is, verander een andere
3. Een ander ventilatorblad verwisselen
4. Controleer of de schroef los zit
Storing Foutcode Reden Oplossing Ingangsstroomstoring EE20 De voedingsspanning fluctueert te veel Controleer of de spanning stabiel is Uitzondering voor softwarebesturing EE21
1. Compressor werkt niet
2. Verkeerd programma
3. Onzuiverheid in de compressor
veroorzaakt de onstabiele rotatiesnelheid 1.Controleer het moederbord of verander een nieuw board
2. Voer het juiste programma in
Stroomdetectiekringf out EE22 1.Spanningssignaal abnormaal
1. Wijzig een nieuw moederbord
2. Wijzig een nieuw bestuurdersbord
Compressorstartfout EE23
1. Hoofdbord is beschadigd
2.Compressor bedradingsfout of slecht contact of niet verbonden
3. Vloeistofophoping binnen
4. Verkeerde fase verbinding voor
compressor 1.Controleer het moederbord of verander een nieuw board 2.Controleer de bedrading van de compressor volgens het schakelschema Controleer de compressor of wijzig een nieuwe Apparaatstoring in omgevingstemperatu ur op stuurkaart EE24 Apparaatstoring bij omgevingstemperatuur Wijzig driverbord of hoofdbord Defect compressorfase EE25 Compressoren U, V, W zijn verbonden met één fase of twee fasen. Controleer de feitelijke bedrading volgens het schakelschema Fout bij omschakeling van vierwegklep EE26
1. Terugslagfout van vierwegklep
2. Gebrek aan koelmiddel (geen
detectie wanneer d5-TH2 of d3-TH1 defect is)
1. Schakelen naar koelmodus om de
4-wegklep te controleren als deze op de juiste manier is omgedraaid
2. Wijzig een nieuwe 4-wegklep
EEPROM-gegevens lezen storing EE27 1.Wrong EEPROM-gegevens in het programma of mislukte invoer van EEPROM-gegevens
2. Fout met moederbord
2. Wijzig een nieuw hoofdbord
De inter-chip communicatiefout op
hoofdbesturingskaart EE28 Hoofdbordfout
1. Schakel de stroomtoevoer uit en start
2. Wijzig een nieuw hoofdbord
8.2 Andere fouten en oplossingen (Geen verschijning op LED draad controller)
Storingen Observering Redenen Oplossing Warmtepomp werkt niet LED draadcontroller geen verschijning. Geen stroomvoorziening Check cable and circuit breaker if it is connected LED draad controller toont de actuele tijd. Warmtepomp in stand-by status Startup heat pump to run. LED draad controller toont de actuele watertemperatuur.
1. Watertemperatuur bereikte
ingestelde waarde, HP onder constante temperatuur status.
watertemperatuur instelling.
2. Start warmtepomp na een
3. LED draadcontroller moet
vertonen "ontdooien". Watertemperatuur koelt wanneer HP loopt onder verwarming's mode LED draad controller vertoont actuele watertemperatuur en er verschijnt geen fout code.
draad controller, en controleer dan de status na het veranderen van de werkende modus, controleer de water inlaat en uitlaattemperatuur.
3. Vervangen of repareer het
warmtepomp apparaat Korte looptijd LED toont actuele watertemperatuur, er verschijnt geen fout code.
1. Ventilator draait NIET.
2. Luchtventilator hij is niet
kabelverbindingen tussen de motor en ventilator, wanneer nodig, moet het vervangen worden.
2. Controleerlocatie van het
warmtepomp apparaat, en elimineer alle obstakels om een goede luchtventilatie mogelijk te maken. 3 Vervang of repareer het warmtepomp apparaat. Watervlekken Watervlekken op warmtepomp apparaat.
warmtewisselaar zorgvuldig of het defect is. Te veel ijs op de verdamper Te veel ijs op de verdamper.
1. Controleer de locatie van het
warmtepomp apparaat, en elimineer alle obstakels om een goede lucht ventilatie mogelijk te maken.
2. Vervang of repareer het
warmtepomp apparaat. 8.Problemen- 211 - Opmerkingen: 1.In de verwarmingsmodus, als de wateruittredetemperatuur hoger is dan de ingestelde temperatuur boven 7 ℃, geeft de LED-controller EE04 weer voor bescherming tegen oververhitting van het water. 2.In de koelmodus, als de water-uittemperatuur lager is dan de ingestelde temperatuur boven 7
, geeft LED-controller PP11 weer voor bescherming tegen overkoeling van water. EE04 Bescherming tegen oververhitting van water PP11 Bescherming tegen overcooling van water For example as below: Mode Water uit temperatuur Temperatuur instellen Staat Storing Verwarmings modus 36℃ 29℃ Tout -Tset ≧7℃ EE04 Oververhittingsbeveiliging voor watertemperatuur(d2- TH5) Koelmodus 23℃ 30℃ Tset -Tout ≧7℃ PP11 Te lage bescherming voor watertemperatuur(d2- TH5) 8.Problemen- 212 -
9.2 Lijst van reserveonderdelen
ERP Naam van de onderdelen
ERP Naam van de onderdelen
Grill aan de voorkant
4-wegklep naar wisselaar
Uitwisselaar van eev
Eev naar distributieleidingen
Uitlaat temp. Sensor d6-TH3
Demping voeten van de compressor
Collectieve leidingen
Water uit temp. Sensor d2-TH5
Wisselaar sensor temperatuursensor
Rubberring op wateraansluiting
Leidingen voor distributie
Blauwe rubberen ring
9.4 Lijst van reserveonderdelen: 74167
ERP Naam van de onderdelen
ERP Naam van de onderdelen
4-wegklep naar wisselaar
Uitlaat temp. Sensor d6-TH3
Spoel voor 4-wegklep
Grill aan de voorkant
Eev naar distributieleidingen
Uitwisselaar van eev
Water uit temp. Sensor d2-TH5
Wisselaar sensor temperatuursensor
Rubberring op wateraansluiting
Blauwe rubberen ring
Wisselaar sensor temperatuursensor
9.5 Lijst van reserveonderdelen: 74168
ERP Naam van de onderdelen
ERP Naam van de onderdelen
4-wegklep naar wisselaar
Uitlaat temp. Sensor d6-TH3
Spoel voor 4-wegklep
Grill aan de voorkant
Eev naar distributieleidingen
Uitwisselaar van eev
Water uit temp. Sensor d2-TH5
Wisselaar sensor temperatuursensor
Rubberring op wateraansluiting
Blauwe rubberen ring
Wisselaar sensor temperatuursensor
9.6 Lijst van reserveonderdelen: 74169
ERP Naam van de onderdelen
ERP Naam van de onderdelen
4-wegklep naar wisselaar
Uitlaat temp. Sensor d6-TH3
Spoel voor 4-wegklep
Grill aan de voorkant
Eev naar distributieleidingen
Uitwisselaar van eev
Water uit temp. Sensor d2-TH5
Wisselaar sensor temperatuursensor
Rubberring op wateraansluiting
Blauwe rubberen ring
Wisselaar sensor temperatuursensor
9.8 Lijst van reserveonderdelen: 74170
ERP Naam van de onderdelen
ERP Naam van de onderdelen
Filter op vloeistofreservoir
Vloeibare opslagtank naar EEV
Grill aan de voorkant
Eev naar distributieleidingen
4-wegklep naar wisselaar
Uitlaat temp. Sensor d6-TH3
Demping voeten van de compressor
Collectieve leidingen
Water uit temp. Sensor d2-TH5
Wisselaar sensor temperatuursensor
Rubberring op wateraansluiting
Blauwe rubberen ring
Leidingen voor distributie
9.9 Lijst van reserveonderdelen: 74171
ERP Naam van de onderdelen
ERP Naam van de onderdelen
Filter op vloeistofreservoir
Vloeibare opslagtank naar EEV
Grill aan de voorkant
Eev naar distributieleidingen
4-wegklep naar wisselaar
Uitlaat temp. Sensor d6-TH3
Demping voeten van de compressor
Collectieve leidingen
Water uit temp. Sensor d2-TH5
Wisselaar sensor temperatuursensor
Rubberring op wateraansluiting
Blauwe rubberen ring
Leidingen voor distributie
9.11 Lijst van reserveonderdelen: 74172
ERP Naam van de onderdelen
ERP Naam van de onderdelen
Uitlaat temp. Sensor d6-TH3
4-wegklep naar wisselaar
Eev naar distributieleidingen
Grill aan de voorkant
Vloeibare opslagtank naar EEV
Filter op vloeistofreservoir
Rubberring op wateraansluiting
Water uit temp. Sensor d2-TH5
Wisselaar sensor temperatuursensor
Demping voeten van de compressor
Blauwe rubberen ring
Collectieve leidingen
Wisselaar sensor temperatuursensor
Leidingen voor distributie
9.12 Lijst van reserveonderdelen: 74173
ERP Naam van de onderdelen
ERP Naam van de onderdelen
Uitlaat temp. Sensor d6-TH3
4-wegklep naar wisselaar
Eev naar distributieleidingen
Grill aan de voorkant
Vloeibare opslagtank naar EEV
Filter op vloeistofreservoir
Rubberring op wateraansluiting
Water uit temp. Sensor d2-TH5
Wisselaar sensor temperatuursensor
Demping voeten van de compressor
Blauwe rubberen ring
Collectieve leidingen
Wisselaar sensor temperatuursensor
Leidingen voor distributie
9.13 Lijst van reserveonderdelen: 74174
ERP Naam van de onderdelen
ERP Naam van de onderdelen
Uitlaat temp. Sensor d6-TH3
4-wegklep naar wisselaar
Eev naar distributieleidingen
Grill aan de voorkant
Vloeibare opslagtank naar EEV
Filter op vloeistofreservoir
Rubberring op wateraansluiting
Water uit temp. Sensor d2-TH5
Wisselaar sensor temperatuursensor
Demping voeten van de compressor
Blauwe rubberen ring
Collectieve leidingen
Wisselaar sensor temperatuursensor
Bestuurderskaart ventilatormotor
Terminal met 5 zitplaatsen voor elektriciteit
Terminal met 3 zitplaatsen voor waterpomp
Leidingen voor distributie
9.14 Lijst van reserveonderdelen: 74175
ERP Naam van de onderdelen
ERP Naam van de onderdelen
Uitlaat temp. Sensor d6-TH3
4-wegklep naar wisselaar
Eev naar distributieleidingen
Grill aan de voorkant
Vloeibare opslagtank naar EEV
Filter op vloeistofreservoir
Rubberring op wateraansluiting
Water uit temp. Sensor d2-TH5
Wisselaar sensor temperatuursensor
Demping voeten van de compressor
Blauwe rubberen ring
Collectieve leidingen
Wisselaar sensor temperatuursensor
Bestuurderskaart ventilatormotor
Terminal met 5 zitplaatsen voor elektriciteit
Terminal met 3 zitplaatsen voor waterpomp
Leidingen voor distributie
(1) U moet het water voorziening systeem regelmatig controleren om te voorkomen dat lucht het systeem binnentreedt en lage water doorvoer voorkomen, omdat het de prestaties en betrouwbaarheid van het HP apparaat kan verminderen. (2) Reinig uw zwembaden en filter systeem regelmatig om schade aan het apparaat te vermijden als een resultaat van een vuil of verstopt filter. (3) U moet het water van de bodem van de waterpomp aftappen als het apparaat niet wordt gebruikt voor een langere periode (speciaal tijdens het winterseizoen). (4) In omgekeerde manier, moet u controleren dat het apparaat volledig met water gevuld is voordat u het apparaat weer opnieuw opstart. (5) Nadat het apparaat gereedgemaakt is voor het winterseizoen, is het beter om het te beschermen met een speciale winter verwarming pomp. (6) Wanneer het apparaat werkt, is er de gehele tijd een klein water verlies onder het apparaat. (7) De werking van vulgas moet door een professional met R32-exploitatievergunning worden uitgevoerd.
9. Open geklapt diagram
Waarschuwing! -Voordat u onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoert, moet u de stroomtoevoer onderbreken, aangezien er een risico op elektrische schokken bestaat, wat materiële schade, ernstig letsel of zelfs de dood kan veroorzaken. - Het wordt aanbevolen dat het apparaat ten minste eenmaal per jaar een algemeen onderhoud ondergaat om een goede werking te garanderen, de prestaties op peil te houden en eventuele storingen te voorkomen. Deze handelingen worden op kosten van de gebruiker uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus. voor onderhoud dat moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde technicus. -Als u onderhoud wilt laten uitvoeren door een gekwalificeerde technicus, lees dan de veiligheidsinstructies op de eerste pagina's in de hoofdstukken van het onderhoud voordat u een van de hieronder beschreven onderhoudswerkzaamheden uitvoert- 227 - Bomba de calor para Piscina
2.2 Bestandsberatung
In overeenkomst met de voorliggende bepalingen wordt door de verkoper gegarandeerd dat het produkt verkocht onder deze garantie (“het Produkt”) geen enkel defekt vertoont op het moment van levering.
De Garantieperiode voor het Produkt bedraagt twee (2) jaar en is geldig vanaf het moment dat het Produkt aan de koper geleverd wordt.
Indien er zich een defekt aan het Produkt zou voordoen en de koper dit zou mededelen aan de verkoper gedurende de geldige Garantieperiode, dan zal de verkoper het Produkt repareren of laten repareren op zijn eigen kosten alwaar de verkoper dit geschikt zou achten, behalve in het geval dat dit onmogelijk of buitensporig zou zijn.
Indien het Produkt niet gerepareerd of vervangen kan worden, dan kan de koper na verhouding prijsreduktie aanvragen, of, indien het defekt belangrijk genoeg is, de ontbinding van het verkoopcontract aanvragen.
Die delen van het Produkt die onder deze Garantie vervangen of gerepareerd zijn, kunnen de duur van de Garantieperiode voor het oorspronkelijke Produkt niet verlengen, maar zullen beschikken over een eigen garantie.
Voor de toepassing van deze garantie moet de koper de aankoopdatum en de levering van het Produkt kunnen aantonen.
Indien er meer dan zes maanden verlopen zijn sinds de levering van het Produkt aan de koper, en deze plotseling aangeeft dat het Produkt niet aan de eisen voldoet, dan zal de koper de oorsprong en het bestaan van de volgens hem bestaande defekten moeten kunnen aantonen.
Dit Garantiecertifikaat beperkt of veroordeelt niet bij voorbaat de rechten die de gebruikers hebben en die gebaseerd zijn op nationale normen.
Deze garantie dekt de produkten waarnaar deze handleiding verwijst.
Het huidige Garantiecertifikaat is slechts van toepassing in landen van de Europese Unie.
Voor de toepassing van deze garantie en in geval deze garantie van toepassing is al naar gelang de serie en het model van het Produkt, moet de koper de aanwijzingen van de Fabrikant in de documenten die bij het Produkt bijgesloten zijn, strikt opvolgen.
Indien er een tijdsperiode vastgesteld wordt voor de vervanging, het onderhoud of het reinigen van verschillende delen of onderdelen van het Produkt, dan is de garantie alleen geldig in geval deze tijdsperiode strikt aangehouden is.
De huidige garantie is uitsluitend geldig bij verkoop aan gebruikers, waarbij onder “gebruiker” verstaan wordt een persoon die het Produkt aanschaft met een doel dat niet binnen het gebied van zijn professionele activiteiten valt.
Er bestaat geen garantie in verband met normale slijtage bij gebruik van het Produkt. Wat betreft de delen, componenten en/of vervangbare of verbruiksmaterialen zoals batterijen, gloeilampen, enz. zal men zich moeten richten naar hetgeen in de documenten staat die het Produkt vergezellen.
De garantie dekt niet de gevallen waarbij het Produkt (i) onderhevig is geweest aan ongepast gebruik, (ii) gerepareerd, onderhouden of gemanipuleerd is door een persoon die daarvoor geen toestemming heeft, of (iii) gerepareerd of onderhouden is met niet oorspronkelijke onderdelen. Indien het defekt van het Produkt het gevolg is van een incorrecte installering of ingebruikneming, dan is deze garantie slechts van toepassing indien de installering of ingebruikneming in Kwestie in het contract van koop en verkoop van het produkt opgenomen is en door de verkoper of onder diens verantwoording uitgevoerd is.- 551 -
Notice-Facile