43ACCU Vario - Grasmaaier SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 43ACCU Vario SABO in PDF-formaat.

📄 92 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice SABO 43ACCU Vario - page 48
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 43ACCU Vario - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 43ACCU Vario van het merk SABO.

GEBRUIKSAANWIJZING 43ACCU Vario SABO

Nederlands Originele gebruiksaanwijzing

1 INLEIDING Beste tuinliefhebber, als bij de trots op een verzorgd gazon ook nog het plezier aan het werk in de tuin komt, dan weet men pas wat men aan zijn tuingereedschappen heeft. Met uw nieuwe grasmaaier heeft u een goede keuze getroffen. Hij verenigt de sterke prestaties van een merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne high-tech snufjes. Dat merkt u als u ermee werkt, en dat verheugt u als u het wonderlijke resultaat ziet. Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijke informatie, waarmee u absoluut rekening moet houden. Voordat u de maaier voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correcte bediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schade aan uw grasmaaier te vermijden. Lees en volg ook de afzonderlijke gebruiksaanwijzing van de meegeleverde lader, in het bijzonder de veiligheidsinstructies. Gebruik de grasmaaier voorzichtig. De op het apparaat aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De betekenis van de pictogrammen en symbolen wordt in de volgende hoofdstukken uitgelegd. De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting geziene linker- of rechterkant van het apparaat. Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw grasmaaier betrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de maaier als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen. Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein.

1 Beschermklasse 2 Productidentificatienummer 3 Beschermklasse III symbool 4 Nominaal toerental 5 Model 6 Vermogen 7 Ontwerpspanning 8 Dit apparaat hoort niet bij het huisvuil. Apparaat, toebehoren en verpakking inleveren bij een milieuvriendelijk recyclingpunt. 9 Gewicht 10 Symbool van de gelijkspanning 11 CE-conformiteitsteken 12 Bouwjaar 13 Handgeleide grasmaaier 14 Gegarandeerd geluidsdrukniveau 15 Serienummer

Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen: 43-ACCU VARIO (SA521020): Snedebreedte 430 mm 47-ACCU VARIO (SA521520): Snedebreedte 470 mm Gelieve de correcte modelbenaming van uw apparaat en het serienummer af te leiden van het typeplaatje. De paragraaf onder een opschrift in tekst cursief en onderlijnd geldt tot aan het volgende zo gemarkeerde opschrift voor het betreffende model.

Vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen!

Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor - veiligheidsafstand aanhouden / derden uit de gevarenzone houden!

Opgelet voor scherpe messen! Contact met roterende mesbalk vermijden! Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen! – Vóór reinigings- en onderhoudswerkzaamheden motor uitschakelen en veiligheidssleutel verwijderen.

Accu´s en laadapparaten horen niet bij het huisvuil. Overhandig de accu of het laadapparaat aan uw handelaar of lever deze in op een openbaar verzamelpunt.

1. Druk op de aan-/uitknop om de stand-

bymodus in te schakelen.

2. Houd de schakelbeugel aan de

bovenkant ingedrukt.

3. Druk binnen 3 seconden opnieuw op de

aan-/uitknop. Mesmotor en mes starten. Zolang het apparaat in de stand-bymodus staat (stap 1), zijn stappen 2 en 3 voldoende om de mesmotor opnieuw te starten.

Motoren STOP Laat de schakelbeugel aan de bovenkant los: mesmotor en mesbalk stoppen. Laat de schakelbeugel aan de onderkant los: rijaandrijving stopt en maaier blijft staan.

Dit toestel hoort niet bij het huisvuil; breng apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt.

WAARSCHUWING Gebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden.

WAARSCHUWING Derden uit de gevaarszone verwijderd houden! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware letsels leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. Maai nooit, terwijl personen, bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn.

WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. De elektrische uitrusting mag niet veranderd worden. Lees en volg de veiligheidsinstructies voor het hanteren van de accu en de lader in de afzonderlijke bedieningsinstructies van de lader! Het apparaat niet afsluiten met water. De elektrische installatie zou beschadigd kunnen raken.3

WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.

WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware voetletsels leiden. De motor alleen achter de maaier staand starten. Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen.

WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels leiden. Bij lopende motor/messen de door de lengte van de stuurboom geboden veiligheidsafstand aanhouden. Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.

WAARSCHUWING Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Vóór het maaien, met name bij met loof bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van de messchroef controleren, daarna de mesbalk vóór elk maaien onderzoeken op goede bevestiging, slijtage en schade. Een versleten of beschadigd mes door een geautoriseerde werkplaats laten vervangen. De schroef van het mes door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.

WAARSCHUWING Als bij werkzaamheden aan het apparaat de veiligheidssleutel niet wordt uitgetrokken, zou de motor gestart kunnen worden en kunnen zware verwondingen het gevolg zijn. Het contact met de roterende mesbalk kan tot ernstige verwondingen aan handen en voeten leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. De motor uitschakelen en wachten tot het snijgereedschap volledig stilstaat. – voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden; – wanneer de maaier opgetild of gekanteld moet worden, bijv. voor het transport; – bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten; – als de machine naar en weg van het maaiveld wordt getransporteerd; – als de machine zonder toezicht wordt gelaten; – voordat de accu uit het accuvak op de motor wordt verwijderd of geplaatst; – voordat de mulch-stop wordt verwijderd. Voor reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzing raadplegen. Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.

WAARSCHUWING Het contact met de roterende mesbalk kan tot ernstige verwondingen aan handen en voeten leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen ernstige verwondingen veroorzaken. De motor uitschakelen en wachten tot het snijgereedschap volledig stilstaat. – voordat de snijhoogte wordt ingesteld; – voordat de grasopvangzak eraf wordt genomen!

VOORZICHTIG Het contact met de scherpe kanten van de messenbalk en met andere scherpe kanten van het toestel kan tot letsels leiden. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen.

  • Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Doelmatig gebruik"). Elke daarboven uitgaande inzet geldt als niet doelmatig; voor hieruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden.
  • Bij de inzet in publieke plantsoenen, parken, op sportterreinen, straten en in agrarische en bosbouwbedrijven is bijzondere voorzichtigheid vereist.
  • De maaier mag met name niet worden ingezet voor het snoeien van struikgewas, heggen en struiken, voor het snoeien van rankende klimplanten of van begroeiing op daken en balkons, noch voor het afzuigen en/of vrij blazen van stoepen.
  • Het gebruik van alle door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende en aanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende en aanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan deze grasmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit.

Algemene veiligheidsinstructies

Lees voor uw eigen veiligheid en om een goede werking te garanderen zorgvuldig de gebruiksaanwijzing. Maak u vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.

  • Denk eraan dat de bediener van de machine of de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom.
  • Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de machine en moet in het geval van doorverkoop aan de koper van het apparaat worden overhandigd.
  • Sta nooit toe dat kinderen en personen onder 16 jaar, noch andere personen die de gebruiksaanwijzing niet kennen, de machine gebruiken. Plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen.
  • Geef iedereen die met het apparaat moet werken uitleg over de mogelijk gevaarlijke momenten, en over hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit apparaat mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd en over de gevaren onderricht zijn.
  • Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale capaciteiten en/of bij gebrek aan kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft over hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is.

Maai nooit als er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zijn.

  • Berg uw machine veilig op! Bewaar ongebruikte apparaten altijd met afgehaalde veiligheidssleutel en zonder accu in een gesloten, droge ruimte, buiten het bereik van kinderen.
  • Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden!
  • De kabelinstallering mag niet worden gemanipuleerd, bijv. door verwijderen van kabelklemmen of aanbrengen van extra kabelbinders! De kabels moeten zodanig tegen de buitenkant van de boom liggen dat ze bij het neerklappen van de boom niet verpletterd of overbelast worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. Voorbereidende maatregelen
  • Tijdens het maaien moet altijd stevig, gesloten, antislip schoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen. Maai niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril.4
  • Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. We raden aan om gehoorbescherming te dragen.

Controleer vóór en tijdens het maaien het terrein waarop het apparaat wordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden.

Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Gevaar: elektrische schok! Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.

  • Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een maairobot gebruikt, moeten de volgende veiligheidsinstructies met betrekking tot werkoppervlak van de maairobot in acht worden genomen: – Vóór het maaien op deze oppervlakken moet altijd het bereik van de begrenzingskabel worden gecontroleerd. – Wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht is geboden voor het laadstation. – Wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze direct op de ondergrond gespannen verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, zie gebruiksaanwijzing. – De begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedrukt worden. – Rondslingerende kabelresten voor het maaien verwijderen. Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabel door het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kan leiden tot ernstige verwondingen.
  • Bungelende takken en soortgelijke obstakels kunnen de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Kabels kunnen vastzitten en beschadigd of afgescheurd worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. Houd voor en tijdens het maaien rekening met mogelijke obstakels zoals bungelende takken en knip deze af of verwijder ze.

De elektrische uitrusting mag niet veranderd worden. Lees en volg de veiligheidsinstructies voor het hanteren van de accu en de lader in de afzonderlijke bedieningsinstructies van de lader!

  • Vóór het gebruik moet altijd door een zichtcontrole gecontroleerd worden of het snijgereedschap, bevestigingsschroeven en de hele snijeenheid versleten of beschadigd zijn. Ter vermijding van onbalans moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsschroeven door een geautoriseerde vakwerkplaats worden vervangen.
  • De toestand van de pictogrammen moet bij elke inzet gecontroleerd worden. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen. Gebruik
  • De meegeleverde lader mag alleen worden gebruikt voor de accu’s die bij de grasmaaier horen. De batterijen mogen ook niet met een andere lader worden opgeladen. U zou uzelf in gevaar kunnen brengen of uw apparaat kunnen beschadigen. Gebruik voor uw grasmaaier alleen de daarvoor toegestane batterijen. Foutief gebruik van batterijen en lader kan leiden tot elektrische schokken of brand. Toestane laders en accu’s: zie hoofdstuk ‘Originele reserveonderdelen en accessoires’.
  • Het machine mag niet in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt.
  • Maai niet bij slecht weer, als het gevaar van blikseminslag bestaat.
  • Apparaat niet blootstellen aan regen of vocht.
  • Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht.
  • Maai alleen bij daglicht of met voldoende licht. Bestuur de machine stapvoets.
  • Pas de rijsnelheid aan de persoon en het terrein aan. Verhoog de snelheid langzaam totdat u de juiste snelheid heeft bereikt en schakel eventueel de rijaandrijving uit.
  • Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden.
  • niet te dicht bij gaten, sloten en taluds rijden. De machine kan plotseling over de kop gaan als een wiel over de rand van een gat of talud rijdt of als een rand plotseling meegeeft.
  • Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bv. schommels). Het apparaat zou in een onveilige positie kunnen komen. Er bestaat gevaar voor letsel.
  • De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen.
  • Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden.
  • Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Maai op een helling in dwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert.
  • Maai niet op al te steile hellingen! Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers op hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat.
  • Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze naar u toe trekt.
  • Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest.
  • Houd de door de lengte van de stuurboom bepaalde veilige afstand aan.
  • Om een afglijden van het toestel tijdens het dragen te verhinderen, dient u het toestel steeds vast te nemen met de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (draaggreep, behuizing, duwstangeinden of onderste gedeelte van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep!
  • Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie technische gegevens). Het optillen van grote gewichten kan leiden tot problemen met de gezondheid.
  • Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor.
  • Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Veiligheidsinrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten):

– Veiligheidsschakelbeugel messtop (1) De grasmaaier is uitgerust met een messtop-inrichting. In het lopende bedrijf en op een moment van gevaar wordt door de veiligheidsschakelbeugel los te laten het mes van de mesbalk gestopt. Het mes moet binnen 3 seconden tot stilstand komen. De veiligheidsschakelbeugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding ‘Beschrijving van de componenten’ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de mesmotor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het uitschakelen van de motor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. De functie van de veiligheidsschakelbeugel mag in geen geval buiten werking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel werkt zoals voorgeschreven. Een veiligheidsbeugel die niet naar behoren functioneert, moet door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden.

- Beveiligingssleutel (9) Dit veiligheidsapparaat beschermt tegen letsels veroorzaakt door het onbedoeld starten van de motor. Om onbevoegd gebruik van de machine te voorkomen, moet de veiligheidssleutel worden verwijderd tijdens alle werkzaamheden aan de machine, voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, wanneer de machine wordt achtergelaten en tijdens opslag.5 Bescherminrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten):

– Behuizing (13), grasopvangzak (16), uitwerpklep (6) Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsels door omhoog geslingerde voorwerpen. Het toestel mag niet met beschadigde behuizing c.q. zonder reglementair bevestigde opvangzak of tegen de behuizing aanliggende uitwerpklep worden gebruikt.

– Behuizing (13) Deze beveiligingsvoorziening beschermt tegen letsel door contact met de roterende mesbalk. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.

De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden.

Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het maaisysteem staan.

Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het maaimes in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Zolang het apparaat niet met zijn 4 wielen op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. Start de motor niet als er personen of dieren voor de grasmaaier staan.

Plaats uw handen of voeten nooit in de buurt van of onder roterende delen. Let erop dat uw handen en voeten niet onder de behuizing komen.

Schakel de mesmotor uit door de veiligheidsschakelbeugel messtop los te laten en zorg ervoor dat alle bewegende delen volledig stilstaan en de veiligheidssleutel is verwijderd: – als u de machine zonder toezicht achterlaat; – voordat u de machine controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert; – als u de maaier moet optillen of kantelen, bijv. voor het transport; – als u de machine naar en weg van het maaiveld transporteert; – voordat u de accu uit het accuvak op de motor verwijdert of plaatst; – bij het rijden buiten het gazon; – voordat u blokkeringen losmaakt of obstructies in het uitwerpkanaal verwijdert; – voordat u de mulchstop verwijdert; – als een vreemd voorwerp werd geraakt; – als een storing optreedt; – als u de machine abnormaal begint te trillen;

  • Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van de machine beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
  • Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Wend u als er sterke trillingen optreden meteen tot een geautoriseerde vakwerkplaats.

Schakel de mesmotor uit door de veiligheidsschakelbeugel messtop los te laten. Zorg ervoor dat alle bewegende delen volledig stilstaan, – als u de machine moet optillen of kantelen, bijv. voor het transport; – als u de machine naar en weg van het maaiveld transporteert; – bij het rijden buiten het gazon; – als u de machine korte tijd verlaat; – als u de snijhoogte wilt verstellen; – voordat u de grasvangzak verwijdert.

  • WAARSCHUWING De in deze bedieningshandleiding vermelde geluids- en trillingsniveaus zijn de maximum waarden voor de inzet van het apparaat. De inzet van een snij-element in onbalans, overmatige bewegingssnelheid of gebrekkig onderhoud zijn van aanzienlijke invloed op geluidsemissie en trillingen. Daarom is het noodzakelijk om voorzorgsmaatregelen te treffen, zodat eventuele schade als gevolg van hoge geluidsniveaus en belasting door trilling wordt vermeden. Onderhoud het apparaat goed, draag een gehoorbescherming, en neem pauzes tijdens het werk. De in deze bedieningshandleiding opgesomde onderhoudswerkzaamheden uitvoeren en het apparaat regelmatig door een geautoriseerde werkplaats laten controleren en onderhouden. Onderhoud en opslag
  • Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.
  • Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het toestel in een veilige arbeidstoestand is.

Het openen van de uitwerpklep en eraf nemen van de grasopvangzak of het verwijderen van de mulchstop mag alleen gebeuren bij uitgeschakelde motor en stilstaande mesbalk.

Controleer elke keer voordat u gaat maaien of de grasopvangbak niet versleten is en of die nog goed functioneert.

Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen mesbevestiging en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen.

Het vervangen, naslijpen en uitbalanceren van de mesbalk moet worden uitgevoerd door een geautoriseerde vakwerkplaats. Door een verkeerd gemonteerde mesbevestiging kan de mesbalk loskomen, hetgeen ernstige verwondingen tot gevolg kan hebben. Een onjuist geslepen en ongebalanceerd mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen.

  • Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
  • Het apparaat nooit schoonmaken onder stromend water of met een hogedrukreiniger. De elektrische installatie zou beschadigd kunnen raken.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.

Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd op vlakke ondergronden bij uitgeschakelde motor en uitgetrokken veiligheidssleutel. Een regelmatig onderhoud is onontbeerlijk voor de veiligheid en het behoud van het prestatievermogen.

Zet de machine altijd in schone toestand in een gesloten, droge ruimte, buiten het bereik van kinderen weg. Verwijder steeds de batterij en maak de veiligheidssleutel los voordat u de machine opbergt om ongeoorloofde bediening van de machine te voorkomen.

Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen worden gebruikt. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.6

1 Veiligheidsschakelbeugel messtop 2 Weergave- en bedieningselementen voor de aandrijfmotor 3 Duwboom 4 Schakelbeugel voor rijaandrijving 5 Snelspanner 6 Uitwerpklep 7 Accu-afscherming 8 Accu (onder de accu-afscherming) 9 Veiligheidssleutel (onder de accu-afscherming) 10 Snijhoogte-instelling 11 Motorkap 12 Draaggreep voor 13 Behuizing 14 Duwboom-hoogteverstelling 15 Draaggreep achter 16 Grasopvangzak 17 Weergave- en bedieningselementen voor stand-bymodus, mesmotor en accu

1 Weergave- en bedieningselementen voor de aandrijfmotor 2 Weergave van de rijsnelheid 3 Knop ‘Rijsnelheid verhogen’ 4 Knop ‘Rijsnelheid verlagen’ 5 Weergave- en bedieningselementen voor stand-bymodus, mesmotor en accu 6 Weergave van de laadstatus van de gebruikte accu, van boven naar beneden: batterij 100%, 75%, 50%, 25% opgeladen 7 Knop energiebesparing 8 Weergave energiebesparing 9 Aan / uit-knop voor stand-bymodus en mesmotor 10 Foutmelding

9 VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN Voor de montage van de maaier zitten de volgende onderdelen in de verpakking:

  • maaier met voorgemonteerde duwboom
  • vangdoek, vangzakframe
  • gereedschapszak met de volgende inhoud: – gebruiksaanwijzing met conformiteitsverklaring – garantiebepalingen (afhankelijk van model) Als er onverwacht een deel ontbreekt, gelieve dan contact op te nemen met uw specialist. Duwboom omhoog zetten (Afbeelding A1 + B1 + V4 ) BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden! De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. VOORZICHTIG Bij de activering van de hoogteverstelling van de duwboom kan het gebeuren dat de boom ongewild omslaat bij het losdraaien van de vleugelmoeren B1 voor de bevestiging van het onderstuk aan de behuizing (maar zo ver losdraaien, dat de boom vrij kan worden bewogen) en het losspringen van de vergrendelingsnokken uit de boringen in de behuizing. Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom en behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar! De Z-vormig ingeklapte duwboom in onderstaande volgorde naar boven uit elkaar trekken: – Eerst het onderstuk van de duwboom omhoog tillen A1 , dan de uiteinden van het onderstuk zo ver uit elkaar duwen, dat de aan beide kanten naar binnen wijzende arrêteringsnokken inklikken in de bijhorende boringen B1 . Er kunnen drie verschillende hoogtes van de duwboom worden ingesteld. – De vleugelmoeren moeren aan beide kanten met de hand stevig aandraaien B1 . – Het bovenste deel van de duwboom zover optillen tot het bovenstuk en onderstuk op één niveau liggen. – De snelspanner V4 voor het bevestigen van het bovenstuk en onderstuk van de boom wordt vooraf in de fabriek ingesteld.

1. Snelspanner naar boven tegen de boom trekken.

2. Schroeven handvast aandraaien.

3. Snelspanner openen.

4. Schroeven een kwart tot halve omwenteling vastdraaien.

5. De snelspanner weer naar boven trekken en controleren of de bomen stevig

met elkaar verbonden zijn, anders nogmaals corrigeren. – De instelling noteren. Wanneer de spanning te zijner tijd verslapt moeten de schroeven opnieuw worden aangedraaid. Opvangzak aan de maaier hangen (Afbeelding R1 + S1 ) – Het vangzakframe met de beugel vooraan in de vangdoek zetten. De bovenste naden van de vangdoek aan de beugel uitrichten. – De bevestigingsprofielen op het raam van het vangzakframe drukken R1 . – De uitwerpklep van de maaier naar boven openen. – De grasvangzak aan de draagbeugel optillen, de schans (1) R1 aan de vangzakopening in de uitwerpopening zetten en de grasvangzak met zijn beide zijdelingse haken boven aan de maaierbehuizing inhangen S1 . – De uitwerpklep op de grasvangzak klappen.7 Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I )

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3

De door u gewenste snijhoogte wordt ingesteld met de eenhandige instelhendel aan de linkerkant van de maaier. – Trek de hendel uit de inkeping en fixeer dze na verschuiving naar de zijkant weer in de gewenste positie. – De markering links op de behuizing geeft de snijhoogte aan. BELANGRIJK Het maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakke en gladde gazons! Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellingen alleen bij optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de snijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaalde omstandigheden zelfs vernield worden. Behalve de snijhoogte beïnvloedt ook de rijsnelheid het snijbeeld en opvangresultaat. Snijhoogte en rijsnelheid aanpassen aan de hoogte van het te snijden gras, indien nodig de rijaandrijving niet inschakelen. Plaatsen van de geladen accu (afbeelding K2 + V1 + G2 + H )

Het gebruik van de lader en de accu wordt beschreven in de afzonderlijke gebruikershandleiding van de lader. Lees vooral de veiligheidsinstructies en respecteer deze! Laad de accu op vóór de eerste inbedrijfstelling!

– Open de accu-afscherming en houd deze vast. – Verwijder de veiligheidssleutel K2 . – Plaats de accu in het accuvak totdat de vergrendeling vastklikt V1 . Zorg ervoor dat de vergrendeling van de accu vrij is en op zijn plaats klikt. U kunt 2 accu’s of ook slechts 1 accu gebruiken. Wanneer slechts 1 accu wordt gebruikt, kan deze naar keuze in accuvak I of accuvak II worden geplaatst. – Steek de veiligheidssleutel in als de machine onmiddellijk wordt gebruikt G2. – Sluit de accu-afscherming. Zorg ervoor dat de afscherming zelf sluit. Vuiligheden en grasresten kunnen dit verhinderen en moeten daarom worden verwijderd. – Nadat de stand-bymodus is ingeschakeld, geeft het display (6) H de laadstatus aan van de accu waarvan de machine momenteel stroom gebruikt. Als er 2 accu’s zijn geplaatst, wordt de stroom eerst gehaald uit accu I en vervolgens uit accu II. Daarom licht de laadstatusindicator voor accu I of voor accu II op. De omschakeling van accu I naar accu II gebeurt automatisch.

Accu wegnemen (Afbeelding F + K2 + N2 ) – Motor uitschakelen F . – Open de accu-afscherming en houd deze vast. – Veiligheidssleutel losmaken K2 . – Houd de ontgrenderlingsknop aan de voorzijde van de accu ingedrukt en verwijder de accu uit het accuvak N2 . – Sluit de accu-afscherming. Zorg ervoor dat de afscherming zelf sluit. Vuiligheden en grasresten kunnen dit verhinderen en moeten daarom worden verwijderd.

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3

Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging. De schroeven eventueel aandraaien! Met name de bevestiging van de mesbalk moet gecontroleerd worden (zie hoofdstuk ‘Onderhoud van de mesbalk’). De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen mesbevestiging en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. De grasmaaier is uitgerust met een messtop-inrichting. Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de messtop foutloos functioneert. Als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, dan moet de mesbalk binnen 3 seconden tot stilstand komen. De veiligheidsschakelbeugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding ‘Beschrijving van de componenten’ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de mesmotor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het uitschakelen van de motor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden! Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Accu laden

Het gebruik van de lader en de accu wordt beschreven in de afzonderlijke gebruikershandleiding van de lader. Lees vooral de veiligheidsinstructies en respecteer deze! Laad de accu op vóór de eerste inbedrijfstelling!

Voor alle veiligheidsmaatregelen met betrekking tot hantering, opslag, opberging, transport, verwijdering van de lithium-ionbatterij, eerstehulpmaatregelen en maatregelen voor brandbestrijding, vindt u in het "productveiligheidsinformatieblad" op www.sabo-online.com in de gebruiksaanwijzingen.

Informatie-telefoonnummer voor lithium-ionbatterijen +49 (0) 2261 704-0

Signaaltonen in-/uitschakelen Zorg er op voorhand voor dat: – de stand-bymodus ingeschakeld is (zie hoofdstuk) ‘Stand-bymodus in- /uitschakelen’). De signaaltonen van de display- en bedieningselementen kunnen worden in- of uitgeschakeld door gelijktijdig op de ‘+’-toets (3) en ‘-’- toets (4) te drukken H .

(AFBEELDING H (9) ) Het inschakelen van de stand-bymodus is een voorwaarde om met de maaier te kunnen werken. Zorg er op voorhand voor dat: – er zich één of twee opgeladen accu’s in het accuvak bevinden (zie hoofdstuk ‘Plaatsen van de geladen accu’), – de veiligheidssleutel insteekt G2 . Stand-bymodus inschakelen (afbeelding H ) – Druk op de in-/uitschakelaar (9). Er klinkt een geluidssignaal en alle display-elementen lichten kort op. Het display toont dan de laatst geselecteerde instellingen (2, 8) en de laadstatus van de accu (6) die in gebruik is. Als een accu slechts 15% is opgeladen, knippert de laadstatus-indicator (6) en schakelt het apparaat automatisch over naar de tweede accu. – Voor het maaien start u de mesmotor binnen ca. 30 seconden na het inschakelen van de stand-bymodus (zie hoofdstuk ‘De mesmotor starten’). Om de batterij te besparen, wordt de stand-bymodus automatisch uitgeschakeld, als binnen ongeveer 30 seconden de mesmotor of de rijaandrijvingsmotor niet wordt gestart of niet op een knop wordt ingedrukt. Twee geluidssignalen weerklinken en de display gaat uit. Als de foutindicator (10) een storing aangeeft, los de storing dan onmiddellijk op (zie hoofdstuk ‘Foutmelding’) of neem contact op met een geautoriseerde vakwerkplaats. Stand-bymodus uitschakelen (afbeelding H ) – Druk opnieuw op de aan-/uitschakelaar (9). Twee geluidssignalen weerklinken en de display gaat uit. Voor langdurig niet-gebruik van het apparaat: – Veiligheidssleutel losmaken K2 . – Verwijder de accu uit het accuvak N2 .8

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3

De motor alleen starten als u achter de maaier staat. De maaier in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te hoog gras remt de aanloop van de mesbalk en bemoeilijkt het startproces). Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het maaimes in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Zolang het apparaat niet op zijn 4 wielen staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. Zorg er op voorhand voor dat: – er zich één of twee opgeladen accu’s in het accuvak bevinden (zie hoofdstuk ‘Plaatsen van de geladen accu’), – de veiligheidssleutel insteekt G2 . Mesmotor starten (afbeelding A2 ) – Druk op de aan-/ uitknop (1) om de standby-modus te activeren (zie hoofdstuk ‘De standby-modus in-/uitschakelen’). – Houd met de linkerhand de veiligheidsschakelbeugel messtop (2) op het bovenste deel van de duwboom ingedrukt en druk binnen 3 seconden met uw rechterhand opnieuw op de aan-/uitknop (1). Er klinkt een geluidssignaal en de mesmotor en het mes starten. – Het mes draait nu voor zolang de veiligheidsschakelbeugel blijft ingedrukt. Bij het loslaten van de veiligheidsschakelbeugel stoppen de mesmotor en het mes. – Na het loslaten van de veiligheidsschakelbeugel blijft het apparaat gedurende ca. 30 seconden in stand-bymodus, herkenbaar aan de lampen van de display- elementen. Zolang kan de mesmotor op elk moment opnieuw worden gestart door de veiligheidsschakelbeugel ingedrukt te houden en binnen 3 seconden opnieuw op de aan-/uitknop te drukken. – Als de mesmotor of de aandrijfmotor niet binnen ca. 30 seconden opnieuw wordt gestart of als er niet op een knop wordt gedrukt, wordt de stand- bymodus automatisch uitgeschakeld om de accu te sparen. Twee geluidssignalen weerklinken en de display gaat uit. Schakel de stand-bymodus opnieuw in om de mesmotor te starten.

Veiligheidsschakelbeugel messtop en aandrijvingsschakelbeugel loslaten. – De mesmotor stopt en het mes komt tot stilstand. – De aandrijfmotor stopt en de maaier komt tot stilstand. OPGELET Controleer vóór elke maaibeurt of de veiligheidsschakelbeugel messtop en de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos functioneren: – Als de veiligheidsschakelbeugel messtop wordt losgelaten, dan moet het mes binnen 3 seconden blijven stilstaan. – Als de schakelbeugel voor de rijaandrijving wordt losgelaten, dan moet de rijaandrijving meteen stoppen en de maaier tot stilstand komen. Zoek anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats op.

15 RIJAANDRIJVING OPGELET Als de batterijspanning te laag is, schakelen de mesmotor en rijaandrijvingsmotor automatisch uit. Laad de accu daarom tijdig op. Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G + E2 ) Zorg er op voorhand voor dat: – er zich één of twee opgeladen accu’s in het accuvak bevinden (zie hoofdstuk ‘Plaatsen van de geladen accu’), – de veiligheidssleutel insteekt G2 . – de stand-bymodus ingeschakeld is (zie hoofdstuk) ‘Stand-bymodus in- /uitschakelen’). De achterwielaandrijving wordt via de schakelbeugel voor rijaandrijving aan de bovenste duwboom in- en uitgeschakeld: – Trek aan de schakelbeugel voor rijaandrijving en houd deze vast G = grasmaaier rijdt. – Schakelbeugel voor rijaandrijving loslaten E2 = grasmaaier blijft staan. BELANGRIJK Druk altijd alleen op de schakelbeugel voor rijaandrijving om te rijden zonder te maaien! Als ook de veiligheidsschakelbeugel messtop tegelijk wordt ingedrukt, schakelt de aandrijfmotor om veiligheidsredenen na ongeveer 3 seconden uit, de foutindicator geeft een fout aan en de maaier blijft staan. BELANGRIJK Schakel de rijaandrijving alleen in als het apparaat stilstaat of vooruit wordt geduwd. Schakel de rijaandrijving nooit in terwijl het apparaat achteruit beweegt! Dit kan de aandrijving stukmaken. OPGELET Als u het apparaat onmiddellijk na het uitschakelen van de rijaandrijving achteruit wilt bewegen, is het mogelijk dat de centrifugaalkoppeling nog steeds is ingeschakeld en de achterwielen blokkeert. Laat de koppeling los door het apparaat met uitgeschakelde aandrijving iets naar voren te duwen. Regelen van de snelheid (Afbeelding H (3, 4) ) Zorg er op voorhand voor dat: – de stand-bymodus ingeschakeld is (zie hoofdstuk) ‘Stand-bymodus in- /uitschakelen’). De rijsnelheid kan onafhankelijk van de lopende aandrijfmotor worden ingesteld. – Druk op de ‘+’-knop (3) = rijsnelheid met 0,5 km verhogen – Druk op de ‘–“-knop (4) = rijsnelheid met 0,5 km verlagen Het display (2) toont de huidig ingestelde rijsnelheid. OPGELET Maaien met te hoge snelheid leidt tot een slecht snijbeeld en opvangresultaat. Snelheid altijd aanpassen aan de gegeven omstandigheden. Kies voor hogere gras een lagere rijsnelheid.

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3

Gebruik met grasopvangzak WAARSCHUWING Bij gebruik van de grasvangzak moet deze volledig gemonteerd en in perfecte technische staat zijn. BELANGRIJK Men moet erop letten dat bij het hanteren met de opvangzak de schans (1) R1 niet verbogen wordt. Let er bij het maaien op, dat de opvangzak op tijd wordt leeggemaakt. Het turbosignaal op de opvangzak geeft het juiste tijdstip aan om de zak leeg te maken. Turbosignaal (vulstandsindicatie van de grasopvangzak) (Afbeelding J + K ) Aan de bovenkant van de opvangzak is een indicatie geplaatst, waarmee men zien kan of de opvangzak leeg of vol is: – Indien de opvangzak leeg is gaat het signaal onder het maaien bol staan J . – Indien de opvangzak vol is valt het signaal in elkaar; dan moet het maaien dadelijk gestaakt en de opvangzak leeg gemaakt worden K .

BELANGRIJK Indien het weefsel van de opvangzak erg vuil is gaat het signaal niet bol staan. Het weefsel moet dan worden schoongemaakt! Alleen met een luchtdoorlatende opvangzak is een foutloos opnemen van het gras mogelijk. BELANGRIJK Opvangzak niet met warm water reinigen! De grasopvangzak leegmaken (Afbeelding F + L ) – Motor uitschakelen F , wachten tot de mesbalk tot stilstand komt.9 – Uitwerpklep optillen. – Aan de draagbeugel de gevulde grasopvangzak van de maaier uithangen – uitwerpklep sluit automatisch. – Grasopvangzak vasthouden aan de draagbeugel en de onderkant van de bodem en grondig uitschudden L .

Gebruik zonder opvangzak WAARSCHUWING Bij het gebruik zonder opvangzak moet de uitwerpklep aan het maaichassis steeds gesloten zijn (naar onder geklapt).

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3

OPGELET Als de batterijspanning te laag is, schakelen de mesmotor en rijaandrijvingsmotor automatisch uit. Laad de accu daarom tijdig op. OPGELET Als u het apparaat onmiddellijk na het uitschakelen van de rijaandrijving achteruit wilt bewegen, is het mogelijk dat de centrifugaalkoppeling nog steeds is ingeschakeld en de achterwielen blokkeert. Laat de koppeling los door het apparaat met uitgeschakelde aandrijving iets naar voren te duwen. Maaien op hellingen OPGELET Maai niet op al te steile hellingen! Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Maai dwars over de helling, nooit omhoog of omlaag. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26 % (15° hoek) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat. Controle van de bedrijfsveiligheid De grasmaaier is uitgerust met een messtop-inrichting. Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de messtop foutloos functioneert. Als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, dan moet de mesbalk binnen 3 seconden tot stilstand komen. De veiligheidsschakelbeugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding ‘Beschrijving van de componenten’ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de mesmotor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het uitschakelen van de motor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. De veiligheids- en beveiligingsinrichtingen van de machine mogen niet worden gemanipuleerd of gedeactiveerd! Ook de foutloze werking van de schakelbeugel voor de rijaandrijving moet vóór elk maaien gecontroleerd worden. Als de schakelbeugel voor de rijaandrijving wordt losgelaten, dan moet de rijaandrijving meteen stoppen en de maaier tot stilstand komen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Ter vermijding van een gevaar elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes controleren. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen mesbevestiging en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen (zie hoofdstuk ‘Onderhoud van de mesbalk’). Om de 10 bedrijfsuren ventilator, mesbevestiging en ventilatorbehuizing controleren op slijtage en zitting. Daarnaast schroeven en moeren van het apparaat controleren op goede bevestiging en eventueel aandraaien! Bij blokkering van het maaiwerk, bijv. door tegen een hindernis aan te rijden, door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren of delen van de maaier beschadigd of vervormd zijn. Ook de eventueel noodzakelijke reparaties altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Tijdelijke beperkingen In Duitsland is de tijdelijke werking van grasmaaiers in de 32e verordening tot uitvoering van de bundes-Immissionsschutzgesetz (32e BImSch-V)“ geregeld. Bovendien zijn regionale beperkingen mogelijk (bijvoorbeeld om de middagrust te beschermen), die door de verantwoordelijke lokale autoriteit aan u kunnen worden gecommuniceerd. Automatische snelheidverhoging In moeilijke maaiomstandigheden, zoals hoog gras, verhoogt de mesmotor automatisch zijn snelheid van 2800 tot 3000 omwentelingen per minuut. Zodra de maaiomstandigheden normaliseren, keert het aantal omwentelingen automatisch terug naar de standaardinstelling van 2800 tpm. OPGELET In de energiebesparingsmodus is er geen automatische verhoging van het aantal omwentelingen wanneer de maaiomstandigheden moeilijker worden! Motorsnelheid verlagen (energiebesparingsmodus) (afbeelding H (7) ) De standaardsnelheid van de messenmotor is 2800 omwentelingen per minuut. Om de accu en energie te besparen, kan de snelheid worden verlaagd tot 2600 omwentelingen per minuut: – Druk op de ‘ECO’-knop (7). De energiebesparende indicator (8) gaat branden en de maaier snijdt alleen nog aan 2600 omwentelingen per minuut. Herstel de standaard snelheid: – Druk opnieuw op de ‘ECO’-knop (7). De energiebesparende indicator (8) gaat uit en de maaier draait weer aan 2800 omwentelingen per minuut BELANGRIJK Gebruik de energiebesparingsmodus alleen voor lichte maaiomstandigheden, zoals kort, droog gras. Anders kan de snijkwaliteit verslechteren of kan het uitwerpkanaal verstopt raken. In de energiebesparingsmodus kan de maaier niet automatisch de snelheid van de maaimotor verhogen omdat de maaiomstandigheden moeilijker worden! Tips voor de verzorging van het gazon (Afbeelding M ) WAARSCHUWING Verwijder vóór elke maaibeurt alle vreemde voorwerpen (stenen, hout, takken enz.) van het gazon; let echter ook tijdens het maaien nog op rondslingerende voorwerpen. Een instructie over het thema gazonverzorging krijgt u op aanvraag van uw handelaar. Informatie en instructies voor het maaien vindt u ook op de homepage van de fabrikant. Mulchen De grasmaaier kan worden uitgerust met een mulchkit. De bijbehorende ombouwset is als accessoire in de vakhandel verkrijgbaar (bestelnr. zie hoofdstuk ‘Originele onderdelen en toebehoren’). De mulchkit bevat ook tips en informatie over mulchen. Ook op de website van de fabrikant vindt u informatie over mulchen WAARSCHUWING De ombouw van de maaier op mulchsysteem altijd laten uitvoeren door een geautoriseerde vakwerkplaats. Door een verkeerd geassembleerde mesbevestiging of door een te vast of te los aangedraaide messchroef kan de mesbalk loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben. Als het gras toch eens te hoog is om te mulchen, dan kan de mulchmaaier in een handomdraai worden omgebouwd voor het maaien met grasvangzak. Ombouw tot hekuitwerpmaaier (afbeelding U2 + S1 + K2 ) – Motor afzetten. – Veiligheidssleutel losmaken K2 . – Uitwerpklep optillen. – De mulchstop verwijderen uit het kanaal U2 . – De grasopvangzak in de voorziene houder aan de behuizing van de maaier hangen S1 .10 Een ombouw van het mulchmessysteem is niet noodzakelijk! Bij moeilijke maaiomstandigheden (bijv. nat gras) kan het wel voorkomen dat de opvangzak minder gevuld wordt. Opdat het apparaat opnieuw als mulchmaaier kan worden ingezet, moet de mulchstop weer worden gebruikt. Hiervoor de grasopvangzak eraf nemen, de muIchstop in het uitwerpkanaal steken en de uitwerpklep sluiten. Uitwerpkanaal van tevoren reinigen.

18 ONDERHOUDSINTERVALLEN BELANGRIJK Vermijd schade! Onder extreme resp. uitzonderlijke voorwaarden zijn eventueel kortere onderhoudsintervallen vereist dan hierboven vermeld. Indien u gebreken vaststelt, gelieve u dan te wenden tot een geautoriseerde vakwerkplaats. Routineonderhoud aan de machine uitvoeren conform de volgende onderhoudsintervallen. De volgende onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden naast de in deze gebruiksaanwijzing opgesomde intervallen voor onderhoudswerkzaamheden. Vóór de eerste inbedrijfstelling

  • Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
  • De messchroef controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
  • Controleer of de veiligheidsschakelbeugel messtop foutloos werkt.
  • Controleren of de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos werkt.
  • Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Vóór elk bedrijf
  • Gazon controleren en alle vreemde voorwerpen verwijderen, in het bijzonder stroomkabels.
  • Radius van de begrenzingskabel controleren (indien ook een automatische maaier wordt ingezet voor de verzorging van het gazon).
  • Lading van de accu controleren.
  • Toestand en goede bevestiging van het mes controleren, de messchroef eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
  • Controleer of de veiligheidsschakelbeugel messtop foutloos werkt.
  • Controleer of de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos werkt.
  • Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
  • Grasopvanginrichting controleren op slijtage of slechter functioneren. Om de 10 bedrijfsuren
  • Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
  • Ventilator, mesbevestiging en ventilatorhuis controleren op slijtage en zitting. Na elk bedrijf
  • De maaier schoonmaken.
  • Het mes controleren op beschadigingen en slijtage. Om de 15-20 bedrijfsuren of jaarlijks
  • De lagers van de wielen invetten.

Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en een storingsvrij bedrijf! Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken! Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor veiligheid en kwaliteit!

Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3

Reiniging (Afbeelding O ) Vuil en grasresten direct na het maaien verwijderen. De maaier op zijn zijkant leggen en voor de reiniging een borstel of doek gebruiken. OPGELET De vingers niet in de openingen van het ventilatorhuis steken en de ventilator vasthouden. Als de mesbalk bij het reinigen gedraaid wordt, bestaat het gevaar dat de vingers geplet raken tussen ventilator en ventilatorhuis! BELANGRIJK De maaier nooit afspuiten met water. De elektrische installatie zou beschadigd kunnen worden. Opbergen Bewaar het apparaat altijd met verwijderde beveiligingssleutel en zonder dat de batterij is geplaatst. Zet de machine altijd in schone toestand in een gesloten, droge ruimte, buiten het bereik van kinderen weg. Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding B4 ) – Open de snelspanner voor ruimtebesparende opslag of voor transport, draai de vleugelmoeren zo ver los dat de duwboom zonder weerstand in Z-vorm boven de motor ingeklapt kan worden B4 . De arrêteringsnokken aan het onderste uiteinde van de boom moeten uit de boringen in de behuizing springen. BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden! De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. VOORZICHTIG Bij het omleggen van de duwboom voor transport- en opslagdoeleinden kan bij het openen van de snelspanner, bij het losdraaien van de vleugelmoeren en als de arrêteringsnokken uit de boringen van de behuizing springen, de boom onverwacht omslaan. Bovendien kunnen er drukplaatsen met pletgevaar ontstaan tussen het onderste en bovenste deel van de duwboom en de behuizing. Er bestaat verwondingsgevaar! Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N + N4 ) – Als het apparaat gedragen moet worden, het niet vastpakken aan de uitwerpklep! Pak de voor- en achterkant van de draaggreep vast (zie afbeelding N ). Houd bij het optillen of dragen rekening met het gewicht van de machine (zie Technische gegevens). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken. Wij raden aan om het apparaat altijd met minstens twee personen op te tillen of te dragen, als er geen andere hulpmiddelen ter beschikking staan. Als het apparaat op een laadvlak getransporteerd wordt, dan moet voor het op- en afladen een laadplatform worden gebruikt. – Het apparaat op alle 4 wielen staand transporteren, om brandstofverlies, beschadigingen van de machine en verwondingen van personen te vermijden. OPGELET Verwondingen vermijden! Bij het op- of afladen van de machine bijzonder voorzichtig te werk gaan. Het wordt aangeraden om er bij het gebruik van een aanhanger op te letten dat deze is uitgerust met stabiele zijwanden. Om het apparaat vast te zetten mogen alleen de aangeduide punten aan het transportvoertuig gebruikt worden. – Het transportmiddel parkeren op vlakke ondergrond, opdat het apparaat niet kan wegrollen voordat het wordt vastgezet. – De grasvangzak uithangen en tijdens het transport apart vastmaken. – Het apparaat met toegelaten borgmiddelen (bijv. sjorriemen met spanelement) veilig bevestigen op of in het voertuig. Sjorriemen zijn banden van synthetische vezels. Elke sjorriem is gekenmerkt met een etiket. Het etiket geeft belangrijke informatie over het gebruik. De aanwijzingen op dit etiket moeten bij gebruik van de sjorriem in acht worden genomen. – Bij ladingen die kunnen rollen wordt aanbevolen om ze direct vast te sjorren met vier spanriemen. Daarvoor worden de riemen direct aan de bevestigingspunten aan het apparaat (zie afbeelding N4 ) en in de vastsjorpunten op de laadvloer bevestigd en licht voorgespannen. OPGELET De riemen niet te strak aantrekken. Als het apparaat te strak wordt vastgezet, dan kunnen beschadigingen het gevolg zijn. Onderhoud van de messenbalk Een scherp mes garandeert een optimaal snijresultaat. Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen mesbevestiging en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen.11 Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q ) WAARSCHUWING Het bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke vibraties veroorzaken en de gazonmaaier beschadigen. De snijkanten van de mesbalk mogen slechts worden geslepen totdat de slijtagegrens is bereikt. Dit is aangeduid met een ringvormige markering (1) in de mesbalk Q De grenswaarde voor slijtage bedraagt 8 mm. Uw vakwerkplaats kan deze waarde voor u controleren! Opgelet! Houd rekening met de slijphoek van 30°. WAARSCHUWING Een mes waarbij de slijtagegrens (markering) werd overschreden kan breken en weggeslingerd worden, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Vervangen van de messenbalk WAARSCHUWING Het vervangen van de mesbalk moet absoluut worden uitgevoerd door een geautoriseerde vakwerkplaats. Door een verkeerd geassembleerde mesbevestiging of door een te vast of te los aangedraaide messchroef kan de mesbalk loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben.

– Bij de vervanging alleen originele mesbalken gebruiken. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen. – Snijgereedschappen ter vervanging moeten permanent met de naam en/of het logo van de firma of leverancier en met het deel-nr. zijn gekenmerkt.

Onderhoud van de voorwielen Eenmaal per jaar of om de 15-20 bedrijfsuren de lagers van de wielen invetten. Verwijder de afschermingen in het midden van de wieldoppen. – Met een steeksleutel de zeskantmoer losdraaien, onderlegplaatje verwijderen, wielen samen met wielkap en kraagschijf van de wielas aftrekken. Wielkap verwijderen van het wiel. – Nadat de lagers met een wentellagervet (bijv. ‘KAJO-langetermijnvet LZR 2’ werden ingevet, de wielen erop schuiven. Eerst de kraagschijf in het wiel zetten, de wielkap erop zetten en aandrukken tot er een klik te horen is. Het onderlegplaatje erop zetten, met de zeskantmoer bevestigen en zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Plaats de afdekkingen in het midden van de wieldoppen terug. Onderhoud van de achterwielaandrijving (Afbeelding R ) Eenmaal per jaar of om de 15-20 bedrijfsuren de lagers van de wielen invetten. Verwijder de afdekkingen in het midden van de wieldoppen. – Met een steeksleutel de zeskantmoer losdraaien, onderlegplaatje verwijderen, aandrijfwielen samen met wielkap en kraagschijf van de wielas aftrekken. – De wielafdekking eraf nemen, daarbij op de aanloopschijf letten. – Het vuil van de wielafdekking, het rondsel op de tandwielas en de tandkrans aan de binnenkant van het wiel verwijderen. OPGELET Trek het rondsel niet van de tandwielas!

– De lagers invetten met een wentellagervet (bijv. ‘KAJO-langetermijnvet LZR 2’). Rondsel en tandkrans in het wiel niet invetten! – De wielafdekking erop zetten en de aanloopschijf op de wielas schuiven. Bij het erop steken van het aandrijfwiel erop letten dat rondsel en tandkrans in elkaar grijpen, evt. het wiel op de as licht verdraaien. – Indien de wielkap is losgekomen van het wiel, eerst de kraagschijf conform afbeelding R in het wiel zetten, de wielkap erop zetten en aandrukken tot er een klik te horen is. Het onderlegplaatje erop zetten, met de zeskantmoer bevestigen en zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Plaats de afdekkingen in het midden van de wieldoppen terug.

DAARVAN Storingen Mogelijke oorzaken Oplossing

Motor start niet Veiligheidssleutel steekt niet in. Veiligheidssleutel insteken G2 . Accu niet geladen . Accu laden W1 . Accu werkt niet of kan niet worden opgeladen. Accu vervangen. Snijhoogte te laag ingesteld (te hoog gras belemmert het starten van de motor). Grotere snijhoogte instellen I . Machine bij het starten iets kantelen. Te veel grasafval in de behuizing of het uitwerpkanaal. Gras in de snijruimte / het uitwerpkanaal verwijderen, opening tussen de ventilator en de behuizing zuiver houden (op voorhand veiligheidssleutel verwijderen K2 !). Stand-bymodus niet ingeschakeld. Voor het starten van de motor de stand-bymodus inschakelen (9) H .

Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.

Motor schakelt bij het maaien uit Snijhoogte te laag. Grotere snijhoogte instellen I . Accu is leeg. Accu laden W1 . Te veel grasafval in de behuizing of het uitwerpkanaal. Snijruimte/uitwerpkanaal ontdoen van gras, spleet tussen ventilator en behuizing schoon houden (eerst veiligheidssleutel uittrekken K2 !).

Mesbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten naslijpen en uitbalanceren Q . Accucapaciteit laag. Accu laden W1 . Te veel grasafval in de behuizing of het uitwerpkanaal. Snijruimte/uitwerpkanaal ontdoen van gras, spleet tussen ventilator en behuizing schoon houden (eerst veiligheidssleutel uittrekken K2 !).

Maaier rijdt niet Schakelbeugel voor rijaandrijving niet ingetrokken. Trek aan de schakelbeugel voor rijaandrijving G Stand-bymodus niet ingeschakeld. Voor het starten van de schakelbeugel voor rijaandrijving de stand- bymodus inschakelen (9) H .

Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.

De maaier kan niet achteruit rijden Centrifugaalkoppeling van de rijaandrijving nog steeds ingeschakeld. Duw de maaier iets naar voren met de rijaandrijving uitgeschakeld om de koppeling te ontgrendelen.

Rijsnelheid kan niet worden geregeld Stand-bymodus niet ingeschakeld. Schakel de stand-bymodus in voordat u op de snelheidsinstelling drukt (9) H .

Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.

Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.

Snit onzuiver, gras wordt geel Mesbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten bijslijpen en uitbalanceren Q . Snijhoogte te laag. Grotere snijhoogte instellen I

Maaien op hoge snelheid. Maaisnelheid aanpassen.12 Maaistroken niet voldoende overlapt. Bij hoog gras moeten de maaistroken elkaar soms meer overlappen. Gazon vervilt. Door een verticuteerder te gebruiken, kan een merkbare verbetering worden bereikt. Maaien in energiebesparingsmodus onder moeilijke omstandigheden. Energiebesparingsmodus uitschakelen.

Uitwerp verstopt Turbosignaal genegeerd J + K . Opvangzak leegmaken L . Te lage snijhoogte bij te hoog gras. Grotere snijhoogte instellen I

Maaien op hoge snelheid. Maaisnelheid aanpassen. Gras is vochtig. Gras laten drogen. Maaien in energiebesparingsmodus onder moeilijke omstandigheden. Energiebesparingsmodus uitschakelen.

De gemulchte gras ziet er slecht uit: Klonten, overmatige maaiselhoeveelheden, grof gesneden Messenbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten slijpen en uitbalanceren. Mulchregel niet opgevolgd (max. 1/3 van grashoogte snijden; de af te snijden grashoogte moet minder dan 10 cm zijn) Grotere snijhoogte instellen I . Maaier ombouwen naar achterwaartse uitworp U2 + S1 en gras eerst met hoge snij-instelling maaien. Rijsnelheid te hoog. Rijsnelheid aanpassen, indien nodig rijaandrijving uitschakelen. Ophoping van gras onder het maaiwerk Grotere snijhoogte instellen I . Maaibanen onvoldoende overlapt. Bij hoog gras moeten de maaibanen verder overlappen. Het gras is vochtig. Grotere snijhoogte instellen I . Gras laten drogen.

Neem in geval van hier niet nader beschreven storingen en defecten contact op met de dichtst bijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats. Laat reparaties die vakkennis vereisen, altijd alleen door een vakman uitvoeren. Uw geautoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wanneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever niet zelf uitvoert.

21 FOUTMELDING (AFBEELDING H (10) ) Frequentie van het blinksignaal / signaalgeluid Betekenis Oplossing van de storing

1 x Motor bereikt het vereiste aantal omwentelingen niet. Motor opnieuw starten. Lading van de accu controleren, laden indien nodig. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.

2 x Fout van het bedieningspaneel bij het opstarten. Motor opnieuw starten. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.

3 x Communicatie tussen accu en bedieningspaneel verstoord. Controleer of de accu correct in het accuvak is geplaatst, corrigeer indien nodig en start de motor opnieuw. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.

4 x Overbelasting van de mesmotor of de aandrijfmotor. De snijruimte / het uitwerpkanaal reinigen, blokkeringen verwijderen (op voorhand veiligheidssleutel verwijderen K2 !). Bij het maaien op een helling: verlaag de rijsnelheid of schakel de rijaandrijving uit. Dwars over de helling maaien, niet bergop.

7 x Overbelasting van de mesmotor of de aandrijfmotor. De snijruimte / het uitwerpkanaal reinigen, blokkeringen verwijderen (op voorhand veiligheidssleutel verwijderen K2 !). Bij het maaien op een helling: verlaag de rijsnelheid of schakel de rijaandrijving uit. Dwars over de helling maaien, niet bergop.

8 x Bedieningselementen voor het starten van de mesmotor is in verkeerde volgorde uitgevoerd. Volg de juiste bedieningsvolgorde voor het starten van de mesmotor (zie hoofdstuk ‘Starten van de motor’).

9 x Software-fout. Motor opnieuw starten. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.

22 TECHNISCHE GEGEVENS Mesmotor Motor 40 V gelijkstroommotor Motorsnelheid

Automatische toerental-verhoging in moeilijke maaiomstandigheden

Laadapparaat Bekijk de afzonderlijke gebruiksaanwijzing van de lader. Accu Bekijk de afzonderlijke gebruiksaanwijzing van de lader. Maaier 43-ACCU VARIO Behuizing Aluminium-drukgiet Snijbreedte 430 mm Snijhoogtes Centrale snijhoogte-instelling 25, 30, 40, 45, 55, 60, 70, 80 mm In hoogte verstelbare duwboom 3 standen Opvangzak-volumes 45 liter13 Rijsnelheid 2,0 – 4,0 km/h Gewicht (zonder accu) 31 kg Lengte 1570 mm Breedte 500 mm Hoogte 1030 mm Wielen voor/achter Ø 180 mm/Ø 200 mm Lagering voor Conuskogellager Lagering achter Conuskogellager

47-ACCU VARIO Behuizing Aluminium-drukgegoten Snijbreedte 470 mm Snijhoogtes Centrale snijhoogte-instelling 25, 30, 40, 45, 55, 60, 70, 80 mm In hoogte verstelbare duwboom 3 standen Opvangzak-volumes 45 liter Rijsnelheid 2,0 – 4,0 km/h Gewicht (zonder accu) 33 kg Lengte 1570 mm Breedte 500 mm Hoogte 1030 mm Wielen voor/achter Ø 180 mm/Ø 200 mm Lagering voor Conuskogellager Lagering achter Conuskogellager

Geluidsdrukniveau 43-ACCU VARIO Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de operator; gemeten volgens EN60335-2-77 Meetonzekerheden; conform ISO 4871

47-ACCU VARIO Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de operator; gemeten volgens EN60335-2-77 Meetonzekerheden; conform ISO 4871

Alle modellen Geluidsvermogen Gegarandeerd geluidsvermogen; gemeten conform 2000/14/CE

Trillingen Trillingen aan de stuurboom; gemeten volgens EN 60335-2-77 Meetonzekerheden; conform EN12096

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SABO

Model : 43ACCU Vario

Categorie : Grasmaaier