40ACCU CLASSIC - Grasmaaier SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 40ACCU CLASSIC SABO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 40ACCU CLASSIC - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 40ACCU CLASSIC van het merk SABO.
GEBRUIKSAANWIJZING 40ACCU CLASSIC SABO
Nederlands Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
1) Veiligheid op de werkplek
a) Houd uw werkplek schoon en goed verlicht. Wanorde of slecht verlichte werkplekken kunnen ongelukken tot gevolg hebben. b) Werk met het elektrische gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waar zich brandbare vloeistoffen, gassen of stoffen bevinden. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken, die het stof of de dampen kunnen aansteken. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap op afstand. U kunt de controle over het elektrisch gereedschap verliezen als u wordt afgeleid.
2) Elektrische veiligheid
a) De aansluitstekker van het elektrisch gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden aangepast. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaarde elektronische gereedschappen. Onveranderde stekkers en correcte stopcontacten verkleinen het risico op een elektrische schok. b) Voorkom lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals buizen, verwarmingen, fornuizen of koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door elektrische schok als uw lichaam geaard is. c) Houd het elektrische gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Als er water in een elektrisch gereedschap terechtkomt, verhoogt dat het risico op een elektrische schok. d) Gebruik de voedingskabel niet om het elektrisch gereedschap te dragen, op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de voedingskabel op afstand van hitte, olie, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of in de knoop geraakte voedingskabels verhogen het risico van een elektrische schok. e) Als u buitenshuis werkt met een elektrisch gereedschap, gebruik dan alleen verlengkabels die ook geschikt zijn voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een geschikte verlengkabel voor gebruik buitenshuis vermindert het risico van een elektrische schok. f) Als gebruik van het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving niet voorkomen kan worden, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok.
3) Veiligheid van personen
a) Wees voorzichtig, let op wat u doet en ga verstandig om met een elektrisch gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Eén enkel moment van onoplettendheid bij het gebruik van een elektrisch gereedschap kan ernstig letsel tot gevolg hebben. b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals een stofmasker, veiligheidsschoenen met antislip, een veiligheidshelm of gehoorbescherming – afhankelijk van het type en de toepassing van het elektrische gereedschap – verkleint het risico op letsel. c) Voorkom dat het apparaat per ongeluk aangaat. Vergewis u ervan dat het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat u het aansluit op de stroomvoorziening en/of de accu, het oppakt of draagt. Als u bij het dragen van het elektrische gereedschap de vinger op de schakelaar heeft of het elektrisch gereedschap ingeschakeld aansluit op de stroomvoorziening, kan dat leiden tot ongelukken. d) Verwijder afstelgereedschap of schroevendraaiers voordat u het elektrische gereedschap aanzet. Een gereedschap of schroevendraaier in een draaiend deel van het elektrisch gereedschap kan letsel veroorzaken. e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en bewaar te allen tijde uw evenwicht. Zo kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter controleren.3 f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Losse kleding, sieraden of lange haren kunnen in bewegende delen blijven hangen. g) Als stofafzuig- en opvanginrichtingen gemonteerd kunnen worden, moeten deze worden aangesloten en correct worden gebruikt. Gebruik van een stofafzuiging kan risico's door stof verminderen. h) Waan u niet onterecht veilig. Neem altijd de veiligheidsregels voor elektrisch gereedschap in acht, ook als u na veelvuldig gebruik vertrouwd bent met het elektrisch gereedschap. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde ernstig letsel veroorzaken.
4) Gebruik en behandeling van het elektrisch gereedschap
a) Voorkom overbelasting van het elektrisch gereedschap. Gebruik voor uw werk het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het correcte elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven vermogensniveau. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap met een kapotte schakelaar. Een elektrisch gereedschap dat niet meer aan of uit kan worden gezet, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder een afneembare accu, voordat u instellingen uitvoert aan het apparaat, toebehoren wisselt of het elektrisch gereedschap weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk start. d) Bewaar niet gebruikte elektrische gereedschappen buiten het bereik van kinderen. Laat personen die niet vertrouwd zijn met het elektrisch gereedschap of deze instructies niet hebben gelezen, er geen gebruik van maken. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als ze worden gebruikt door onervaren personen. e) Zorg ervoor dat elektrische gereedschappen en toebehoren altijd zorgvuldig onderhouden zijn. Controleer of bewegende delen onberispelijk functioneren en niet klemmen, of er onderdelen gebroken zijn of zodanig beschadigd dat de werking van het elektrisch gereedschap belemmerd wordt. Laat beschadigde onderdelen vóór het gebruik van het elektrisch gereedschap repareren. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrische gereedschappen. f) Houd snijgereedschappen altijd scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschappen met scherpe snijranden blijven minder klemmen en zijn gemakkelijk te hanteren. g) Gebruik elektrische gereedschap, toebehoren enz. in overeenstemming met deze instructies. Neem daarbij de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheid in acht. Het gebruik van elektronische gereedschappen voor andere toepassingen dan voorgeschreven, kan gevaarlijke situaties veroorzaken. h) Houd handgrepen en grijpvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde grepen en grijpvlakken zorgen ervoor dat het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en gecontroleerd kan worden.
5) Gebruik en behandeling van het accugereedschap
a) Laad de accu's alleen op met laders die door de fabrikant worden aanbevolen. Als een lader geschikt is voor een bepaald type accu, bestaat er brandgevaar als deze lader met andere accu's wordt gebruikt. b) Gebruik in de elektrische gereedschappen alleen accu’s die hiervoor bedoeld zijn. Het gebruik van andere accu's kan letsel en brandgevaar veroorzaken. c) Houd de ongebruikte accu op afstand van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen objecten die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben. d) Bij foutief gebruik kan vloeistof uit de accu weglopen. Vermijd het contact ermee. Bij toevallig contact afspoelen met water. Als de vloeistof in de ogen komt, roept u ook de hulp in van een arts. Uitlopende accuvloeistof kan tot huidirritaties of brandwonden leiden. e) Gebruik geen beschadigde of aangepaste accu. Beschadigde of aangepaste accu's kunnen onvoorspelbaar reageren en brand, explosie of gevaar voor letsel veroorzaken. f) Stel een accu niet bloot aan vuur of te hoge temperaturen. Vuur of temperaturen boven 130 °C (265 °F) kunnen een explosie veroorzaken. g) Neem alle instructies voor het laden in acht en laad de accu of het accugereedschap nooit buiten het temperatuurbereik dat in de gebruiksaanwijzing is aangegeven. Verkeerd laden of laden buiten het toegestane temperatuurbereik kan de accu vernietigen en het brandgevaar verhogen.4
a) Laat uw elektrische gereedschap alleen door gekwalificeerde specialisten en alleen met originele reserveonderdelen repareren. Zo blijft de veiligheid van het elektrische gereedschap behouden. b) Beschadigde accu's nooit onderhouden. Onderhoud van accu's mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of door erkende servicediensten. Veiligheidsinstructies voor grasmaaier a) Gebruik de grasmaaier niet bij slecht weer, vooral niet als er kans op onweer is. Dat verkleint het risico dat u door de bliksem wordt geraakt. b) Onderzoek zorgvuldig of er wilde dieren aanwezig zijn in het werkgebied. Wilde dieren kunnen door de draaiende grasmaaier gewond raken. c) Onderzoek het werkgebied grondig en verwijder alle stenen, stokken, draden, botten en andere vreemde elementen. Delen die door de grasmaaier naar buiten worden geslingerd, kunnen letsel veroorzaken. d) Controleer vóór het gebruik van de grasmaaier altijd of het maaimes en het maaiwerk niet versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde onderdelen verhogen het risico van letsel. e) Controleer de grasopvanginrichting regelmatig op slijtage. Een versleten of beschadigde grasopvanginrichting verhoogt het risico van letsel. f) Laat afschermingen op hun plaats zitten. Afschermingen moeten correct bevestigd zijn en klaar voor gebruik zijn. Een losse, beschadigde of niet correct functionerende afscherming kan letsel veroorzaken. g) Houd de inlaatopeningen voor koellucht vrij van aangekoekt vuil. Geblokkeerde luchtinlaten en aangekoekt vuil kunnen oververhitting of brandgevaar veroorzaken. h) Draag tijdens het gebruik van de grasmaaier altijd veiligheidsschoenen met een antislipzool. Werk nooit op blote voeten of met open sandalen. Zo vermindert u het gevaar van voetletsel bij het contact met het draaiende maaimes. i) Draag tijdens het gebruik van de grasmaaier altijd een lange broek. Blote huid verhoogt de kans op letsel door uit de machine geslingerde objecten. j) Gebruik de grasmaaier niet in nat gras. Wandel tijdens het gebruik van de grasmaaier, nooit rennen. Hierdoor vermindert u het gevaar uit te glijden en te vallen, wat letsel kan veroorzaken. k) Gebruik de grasmaaier niet op te steile hellingen. Hierdoor vermindert u het risico de controle over het apparaat te verliezen, uit te glijden en te vallen, wat letsel kan veroorzaken. l) Let er tijdens het werken op hellingen op dat u veilig staat; werk altijd dwars op de helling, nooit omhoog of omlaag, en wees uiterst voorzichtig als u uw richting van werken wijzigt. Hierdoor vermindert u het risico de controle over het apparaat te verliezen, uit te glijden en te vallen, wat letsel kan veroorzaken. m) Wees bijzonder voorzichtig bij het maaien in achterwaartse richting of als u de grasmaaier naar u toe trekt. Let altijd op de omgeving. Dit vermindert het gevaar dat u struikelt tijdens het werken. n) Raak geen messen of andere gevaarlijke onderdelen aan die nog bewegen. Zo vermindert u het risico van letsel door bewegende onderdelen. o) Zorg dat alle schakelaars zijn uitgeschakeld en de accu is losgekoppeld, voordat u ingeklemd materiaal verwijdert of de grasmaaier reinigt. Als de grasmaaier onverwachts start, kan dat ernstig letsel veroorzaken. p) Zorg dat alle schakelaars zijn uitgeschakeld en verwijder de sleutel voordat u ingeklemd materiaal verwijdert of de grasmaaier reinigt. Als de grasmaaier onverwachts start, kan dat ernstig letsel veroorzaken.5 1 INLEIDING Beste tuinliefhebber, Als je niet alleen trots bent op een verzorgd gazon, maar ook met plezier in de tuin werkt, dan weet je dat je goede tuingereedschappen hebt. Met uw nieuwe grasmaaier heeft u een goede keuze gemaakt. Hij verenigt de sterke prestaties van een merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne hightech snufjes. Dat merkt u als u ermee werkt en dat ziet u aan het geweldige resultaat. Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijke informatie, waarmee u absoluut rekening moet houden. Voordat u de grasmaaier voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correcte bediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schade aan uw grasmaaier te vermijden. Lees ook de afzonderlijke gebruiksaanwijzing van de meegeleverde lader, in het bijzonder de veiligheidsinstructies, en neem deze in acht. Gebruik de grasmaaier voorzichtig. De op het apparaat aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De betekenis van de pictogrammen en symbolen wordt in de volgende hoofdstukken uitgelegd. De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting geziene linker- of rechterkant van het apparaat. Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw grasmaaier betrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de maaier als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen. Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein. 2 VERKLARING VAN HET OP DE MACHINE AANGEBRACHTE TYPEPLAATJE
1 Beschermingsklasse 2 Productidentificatienummer 3 Beschermingsklasse III symbool 4 Nominaal toerental 5 Model 6 Vermogen 7 Nominale spanning 8 Dit apparaat hoort niet bij het huisvuil. Apparaat, toebehoren en verpakking moeten milieuvriendelijk worden gerecycled 9 Gewicht 10 Symbool van de gelijkspanning 11 CE-conformiteitskenmerk 12 Bouwjaar 13 Met de hand geleide grasmaaier 14 Gegarandeerd geluidsvermogensniveau 15 Serienummer
Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen: 40-ACCU CLASSIC (SA401023): Maaibreedte 400 mm 45-ACCU CLASSIC (SA401523): Maaibreedte 450 mm De correcte modelbeschrijving van uw apparaat, alsook het serienummer vindt u op het typeplaatje. Het gedeelte onder een titel in cursief en onderstreept is van toepassing tot de volgende zo gemarkeerde titel voor het betreffende model.
Vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen!
Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor – veiligheidsafstand aanhouden/derden uit de gevarenzone houden!
Houd stroomvoerende kabels uit de buurt van het snijgereedschap.
Let op voor scherpe messen! Contact met roterende mesbalk vermijden! Let erop dat handen en voeten niet onder de behuizing komen! – Vóór reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor uitschakelen en veiligheidssleutel en accu verwijderen.
Batterijen en laders horen niet bij het huisvuil. Geef de batterij of de lader aan de verkoper of breng ze naar een openbaar inzamelpunt.
Dit apparaat hoort niet bij het huisvuil. Apparaat, toebehoren en verpakking moeten milieuvriendelijk worden gerecycled.
WAARSCHUWING Gebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en servicevoorwaarden.
WAARSCHUWING Afstand houden / derden uit de gevarenzone houden! Contact met de roterende mesbalk kan zwaar letsel veroorzaken. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Maai nooit als er personen, in het bijzonder kinderen, of dieren in de buurt aanwezig zijn.
WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. De elektrische uitrusting mag niet worden gewijzigd. Lees de veiligheidsinstructies voor omgang met de batterij en de lader in de aparte gebruiksaanwijzing van de lader en neem deze in acht! Spuit het apparaat niet met water af. Dit kan de elektrische installatie beschadigen.
WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Bij beschadiging van een stroom geleidende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.6
WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Contact met de roterende mesbalk kan ernstige verwondingen aan de voeten veroorzaken. De motor alleen starten als u achter de maaier staat. Let erop dat de voeten niet onder de behuizing komen.
WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Contact met de roterende mesbalk kan ernstige verwondingen aan de handen en voeten veroorzaken. Bij lopende motor / draaiend mes de door de lengte van de duwstang geboden veiligheidsafstand aanhouden. Let erop dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
WAARSCHUWING Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Vóór het maaien, met name bij met bladeren bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van de messchroef controleren, daarna de mesbalk vóór elk maaien onderzoeken op goede bevestiging, slijtage en schade. Een versleten of beschadigd mes door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vervangen. De messchroef door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
WAARSCHUWING Als bij werkzaamheden aan het apparaat de veiligheidssleutel en de accu niet worden verwijderd, zou de motor gestart kunnen worden en zouden zware verwondingen het gevolg kunnen zijn. Contact met de roterende mesbalk kan ernstige verwondingen aan de handen en voeten veroorzaken. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Wees u er altijd bewust van, dat de mesbalk na het loslaten van de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop nog korte tijd doordraait. De motor uitzetten en wachten tot het snijgereedschap stilstaat, veiligheidssleutel en accu verwijderen: – vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden; – als de maaier opgetild of gekanteld moet worden, bijv. voor het transport; – bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten; – als u de machine naar het maaivlak toe en weer weg transporteert; – voordat de grasvangzak wordt verwijderd of bevestigd; – voordat de mulchstop in het uitwerpkanaal wordt geplaatst of uit het uitwerpkanaal wordt verwijderd; – als u de machine zonder toezicht achterlaat; – voordat de batterij uit het batterijvak op de motor wordt verwijderd of in wordt gebracht! Voor betreffende reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzing raadplegen. Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.
WAARSCHUWING Contact met de roterende mesbalk kan ernstige verwondingen aan de handen en voeten veroorzaken. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. De motor uitzetten en wachten tot het snijgereedschap stilstaat: – voordat de maaihoogte wordt ingesteld; – voordat de grasvangzak eraf wordt genomen!
VOORZICHTIG Contact met de scherpe randen van de mesbalk en andere scherpe randen van het apparaat kan letsel veroorzaken. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen.
- Het apparaat is uitsluitend bestemd voor het maaien van grasperken en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging (“Gebruik conform de voorschriften”). Elke verder leidende toepassing geldt als niet conform de voorschriften; voor hieruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en servicevoorwaarden.
- Bij gebruik in openbare plantsoenen, parken, op sportvelden, langs de weg en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder voorzichtig te werk gaan.
- De maaier mag in het bijzonder niet worden gebruikt voor het trimmen van heggen, heesters en struiken, het snijden van rankgewassen of begroeiing op daken en in balkonbakken en voor het opzuigen en/of wegblazen van bladeren op wandelpaden.
- Het gebruik van door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende apparaten en aanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende apparaten en aanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan deze grasmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit.
Algemene veiligheidsinstructies
Voor uw eigen veiligheid en voor een zo optimaal mogelijke werking van uw machine raden wij u aan deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen. Neem de tijd om kennis te nemen van de bedieningselementen en de machine juist te gebruiken. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.
- Wij wijzen u erop dat de bestuurder of gebruiker van de machine aansprakelijk is voor het in gevaar brengen van andere personen, hun eigendommen en ongevallen waarbij deze betrokken zijn.
- Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de machine en moet bij eventuele verdere verkoop aan de nieuwe eigenaar van het apparaat worden overhandigd.
- Laat nooit kinderen en personen onder 16 jaar en andere personen die geen kennis hebben genomen van de gebruiksaanwijzing de machine gebruiken. Wij wijzen u op het volgende: De minimumleeftijd van gebruikers kan regionaal verschillen.
- Wijs iedereen die met het apparaat gaat werken op de mogelijke gevaren en hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit apparaat mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd zijn en over de gevaren geïnstrueerd werden.
- Dit apparaat dient niet te worden gebruikt door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is.
Maai nooit als er personen, in het bijzonder kinderen, of dieren in de buurt aanwezig zijn.
- Berg de machine veilig op! Ongebruikte apparaten altijd met verwijderde veiligheidssleutel en zonder ingebrachte batterij in een droge, gesloten ruimte en niet bereikbaar voor kinderen bewaren.
- Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden!
- De kabelinstallering mag niet worden gemanipuleerd, bijv. door verwijderen van kabelklemmen of aanbrengen van extra kabelbinders! De kabels moeten zodanig tegen de buitenkant van de stang liggen dat ze bij het neerklappen van de stang niet bekneld raken of overbelast worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van het apparaat leiden. Voorbereidende maatregelen
- Tijdens het maaien moet altijd stevig, gesloten, antislipschoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen. Maai niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril.
- Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Wij raden aan om gehoorbescherming te dragen.7
Controleer vóór en tijdens het maaien het terrein waarop het apparaat wordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden.
Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Gevaar: elektrische schok! Bij beschadiging van een stroom geleidende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.
- Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een maairobot gebruikt, moeten de volgende veiligheidsinstructies met betrekking tot het werkoppervlak van de maairobot in acht worden genomen: – Vóór het maaien op deze oppervlakken moet altijd het bereik van de begrenzingskabel worden gecontroleerd. – Wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht is geboden voor het laadstation. – Wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze direct op de ondergrond gespannen verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, zie gebruiksaanwijzing. – De begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedrukt worden. – Rondslingerende kabelresten vóór het maaien verwijderen. Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabel door het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kan leiden tot ernstige verwondingen.
- Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Kabels kunnen blijven hangen en beschadigd raken of losgerukt worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van het apparaat leiden. Voor en tijdens het maaien op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen.
De elektrische uitrusting mag niet worden gewijzigd. Lees de veiligheidsinstructies voor omgang met de batterij en de lader in de aparte gebruiksaanwijzing van de lader en neem deze in acht!
- Vóór het gebruik moet altijd visueel worden gecontroleerd of het snijgereedschap, de bevestigingsschroeven en de gehele snijeenheid zijn versleten of beschadigd. Om onbalans te voorkomen, moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsschroeven door een erkende vakwerkplaats worden vervangen.
- De toestand van de pictogrammen moet bij elk gebruik worden gecontroleerd. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen. Gebruik
- De meegeleverde lader mag alleen worden gebruikt voor de bij de grasmaaier horende batterijen. De batterijen mogen ook niet met een andere lader worden opgeladen. U kunt uzelf in gevaar brengen of uw apparaat beschadigen. Gebruik de grasmaaier alleen met daarvoor goedgekeurde batterijen. Verkeerd gebruik van batterijen en lader kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Toegestane laders en batterijen: zie hoofdstuk “Originele reserveonderdelen en toebehoren”.
- Het apparaat mag niet in een explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt.
- Maai niet bij slecht weer, als het gevaar van blikseminslag bestaat.
- Apparaat niet blootstellen aan regen of vocht.
- Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf van de machine vereisen onbeperkte aandacht.
- Maai alleen bij daglicht of met voldoende licht. Bestuur de machine stapvoets.
- Pas de rijsnelheid aan persoon en terrein aan. Verhoog de snelheid langzaam totdat u uw juiste rijsnelheid bereikt.
- Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden.
- Niet te dicht bij gaten, sloten en taluds rijden. De machine kan plotseling over de kop gaan als een wiel over de rand van een gat of talud rijdt of als een rand plotseling meegeeft.
- Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bijv. schommels). Het apparaat kan in een onveilige positie terechtkomen. Er bestaat verwondingsgevaar.
- De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen.
- Indien mogelijk moet het gebruik van het apparaat bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden.
- Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Maai op een helling altijd dwars op de helling, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert.
- Maai niet op al te steile hellingen! Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat.
- Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of het apparaat naar u toe trekt.
- Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest.
- Houd de door de lengte van de duwstang bepaalde veilige afstand aan.
- Om een wegglijden van het apparaat tijdens het dragen te verhinderen, dient u het apparaat steeds vast te nemen aan de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (behuizing, stanguiteinden of dwarsstang van het onderste deel van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep!
- Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie hoofdstuk “Technische gegevens”). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken.
- Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor.
- Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Veiligheidsinrichtingen zijn (zie hoofdstuk “Beschrijving van de componenten”):
– Veiligheidsschakelbeugel motorstop (1) De grasmaaier is uitgerust met een motorstopinrichting. Tijdens het gebruik en in gevaarlijke situaties kan men de motor uitschakelen door de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop los te laten. Het mes moet binnen 3 seconden tot stilstand komen. De veiligheidsschakelbeugel moet na het loslaten in elk geval weer in de positie terugspringen die in de afbeelding “Beschrijving van de componenten” wordt getoond. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als het mes langer doorloopt, mag u het apparaat niet meer gebruiken en moet u het naar een erkende vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de motor draait het mes en is er een ruisend geluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het ruisende geluid na het uitschakelen van de motor en kan met een stopwatch worden gemeten. De functie van de veiligheidsschakelbeugel mag in geen geval buiten werking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel werkt zoals voorgeschreven. Laat een niet correct werkende veiligheidsschakelbeugel repareren door een erkend vakbedrijf.
– Batterij (3) en veiligheidssleutel (4) Deze bescherminrichting beschermt tegen letsel door onopzettelijk starten van de motor. Om onbevoegde bediening van de machine te voorkomen, moeten bij alle werkzaamheden aan de machine, vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, als de machine wordt achtergelaten en tijdens de opslag de veiligheidssleutel en de accu worden verwijderd.8 Bescherminrichtingen zijn (zie hoofdstuk “Beschrijving van de componenten”):
– Behuizing, grasvangzak, uitwerpklep (2) Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsel door omhoog geslingerde voorwerpen. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing dan wel zonder reglementair bevestigde opvangzak of tegen de behuizing aanliggende uitwerpklep worden gebruikt.
– Behuizing Deze bescherminrichting beschermt tegen letsel door contact met de roterende mesbalk. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Let erop dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden.
Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het snijgereedschap staan.
Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld. Indien nodig moet de machine, door de duwstang omlaag te duwen, zo schuin worden gezet dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Zolang het apparaat niet met alle 4 de wielen op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste gedeelte van de duwstang bevinden. Start de motor niet als er mensen of dieren voor de maaier staan.
Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
Zet de motor af door de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop los te laten, en vergewis u ervan dat alle bewogen delen volkomen stilstaan en dat de veiligheidssleutel en de accu zijn verwijderd: – als u de machine korte tijd zonder toezicht laat; – voordat u de machine controleert, reinigt of werkzaamheden eraan uitvoert; – als u de machine moet optillen of kantelen, bijv. voor het transport; – als u de machine naar het maaivlak toe en weer weg transporteert; – voordat u de batterij uit het batterijvak op de motor verwijdert of aanbrengt; – voordat u de grasvangzak eraf neemt of eraan hangt; – voordat u de mulchstop in het uitwerpkanaal plaatst of uit het uitwerpkanaal verwijdert; – bij het rijden buiten het gazon; – voordat u blokkeringen losmaakt of verstoppingen in het uitwerpkanaal elimineert; – als er een vreemd voorwerp werd geraakt; – als er een storing optreedt; – als de machine ongewoon begint te trillen.
- Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van het apparaat beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
- Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Neem als er sterke trillingen optreden, meteen contact op met een geautoriseerde vakwerkplaats.
Schakel de motor uit door de beugel voor de motorstop los te laten, en vergewis u ervan dat alle bewogen delen volkomen stilstaan, – als u de maaihoogte moet verstellen; – voordat u de grasvangzak eraf neemt.
- WAARSCHUWING Het geluidsniveau en de trillingswaarde die in de gebruiksaanwijzing worden aangegeven, zijn bepaald volgens de norm en kunnen afwijken van de waarden bij het daadwerkelijke gebruik van de machine. Dat hangt af van de manier waarop de machine wordt gebruikt. Er dienen veiligheidsmaatregelen te worden vastgelegd om de bedienende persoon te beschermen. Deze moeten zijn gebaseerd op een schatting van de trillingsbelasting tijdens het daadwerkelijke gebruik. Hierbij moet rekening worden gehouden met alle delen van de bedrijfscyclus, bijvoorbeeld ook tijden waarin de machine is uitgeschakeld of waarin deze is ingeschakeld, maar zonder belasting draait. Het gebruik van een snijgereedschap in onbalans, overmatige bewegingssnelheid of gebrekkig onderhoud zijn van aanzienlijke invloed op geluidsemissie en trillingen. Daarom is het noodzakelijk om voorzorgsmaatregelen te treffen, zodat eventuele schade als gevolg van hoge geluidsniveaus en belasting door trilling wordt vermeden. Onderhoud de machine goed, draag een gehoorbescherming, en neem pauzes tijdens het werk. De in deze gebruiksaanwijzing opgesomde onderhoudswerkzaamheden uitvoeren en het apparaat regelmatig door een geautoriseerde werkplaats laten controleren en onderhouden. Onderhoud en opslag
- Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken!
- Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het apparaat in een veilige arbeidstoestand is.
Het openen van de uitwerpklep en het verwijderen van de grasvangzak of de mulchstop mogen alleen worden uitgevoerd bij uitgeschakelde motor en stilstaande mesbalk.
Controleer elke keer voordat u gaat maaien of de grasvangbak niet versleten is en of deze nog goed functioneert.
Controleer voor ieder maaien de toestand van het mes en of dit goed bevestigd is. De mesbevestigingsschroef moet altijd door een erkende vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te stevig of te los wordt aangedraaid, kunnen mesbevestiging en mesbalk beschadigd raken of losraken, wat ernstige verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen.
Het vervangen, bijslijpen en uitbalanceren van het mes moet worden uitgevoerd door een erkende vakwerkplaats. Door een verkeerd gemonteerde mesbevestiging kan de mesbalk loskomen, wat tot ernstige verwondingen kan leiden. Een onjuist geslepen en niet-uitgebalanceerd mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen.
- Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
- Het apparaat nooit onder stromend water of met een hogedrukreiniger schoonmaken. Dit kan de elektrische installatie beschadigen.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.
- Bij de omgang met bedrijfsmiddelen, zoals bijv. smeermiddelen, moeten geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (bijv. geschikte veiligheidshandschoenen) worden gedragen. De gegevensbladen van de bedrijfsmiddelen moeten in acht worden genomen.
Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd op vlakke ondergronden bij uitgeschakelde motor en verwijderde veiligheidssleutel en accu. Een regelmatig onderhoud is onontbeerlijk voor de veiligheid en het behoud van het prestatievermogen.9
Het apparaat altijd in schone en onderhouden toestand in een gesloten, droge ruimte, buiten het bereik van kinderen zetten. Vóór opslag van de machine altijd de accu eruit halen en de veiligheidssleutel verwijderen om onbevoegde bediening van de machine te voorkomen.
Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen worden gebruikt. Ongelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.
1 Bedieningsbeugel voor motor (veiligheidsschakelbeugel) 2 Uitwerpklep 3 Batterij (onder de batterijafdekking) 4 Veiligheidssleutel (onder de batterijafdekking) 5 Batterijafdekking 6 Motorkap 7 Maaihoogtevergrendelingen 8 Stelgreep voor maaihoogte-instelling 9 Startknop (rood) 8 VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN Voor de montage van de maaier bevinden zich de volgende afzonderlijke delen in de verpakking:
- Maaier met gemonteerde duwstang
- Opvangdoek, opvangzakframe
- Gereedschapszak met volgende inhoud: – Gebruiksaanwijzing met conformiteitsverklaring – Garantiebepalingen (afhankelijk van het model) – Diverse montageonderdelen.
- Mulchstop (alleen 45-ACCU CLASSIC) Mocht er toch een onderdeel ontbreken, neem dan contact op met uw gespecialiseerde vakhandelaar. Duwstang omhoogzetten (afbeelding A1 + O4 + B1 ) BELANGRIJK Let erop, dat de kabels bij het uit- en in elkaar klappen van de duwstangen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt worden! De kabel altijd aan de buitenkant van de stangverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van het apparaat leiden.
Trek de Z-vormig ingeklapte duwstang in de volgende volgorde naar boven uit: – Eerst het onderste deel van de duwstang optillen A1 , de uiteinden van het onderste deel zo ver uit elkaar drukken dat de naar binnen wijzende vergrendelingsnokken aan weerszijden in de desbetreffende boringen vallen B1 . Er kunnen drie verschillende stanghoogtes worden ingesteld. Om een andere stanghoogte in te stellen, moeten de vleugelmoeren worden verwijderd, de schroeven volledig uitgedraaid en in de overeenkomstige rechthoekige gaten worden gestoken. De gaten en boringen voor de kleinste en grootste hoogte-instelling bevinden zich telkens op één niveau boven de gaten en boringen van de gemiddelde hoogte-instelling. Voorzichtig: na het uitdraaien van de schroeven kan de stang onbedoeld omslaan. – De vleugelmoeren aan weerszijden met de hand vastdraaien B1 . – Het bovenste deel van de duwstang optillen tot het bovenste en onderste deel van de duwstang op één niveau liggen. (Afbeelding O4) – Als het bovenste en het onderste deel van de duwstang op één niveau liggen, de vleugelmoeren met de hand vastdraaien. – De kabel in de kabelgoot leggen en met behulp van de kabelbinders uit de gereedschapszak bevestigen aan het bovenste en onderste deel van de duwstang. De kabel aan de buitenzijde van de stang aanbrengen, zodat de uitwerpklep tijdens het optillen en sluiten vrij kan bewegen. Let er bij het omklappen van de bovenstang op dat de kabel vrij kan bewegen. VOORZICHTIG Bij het bedienen van de stanghoogteverstelling worden de vleugelmoeren B1 losgedraaid om het onderste deel van de stang aan de behuizing te bevestigen en worden de vergrendelingsnokken in de boringen van de behuizing ontgrendeld. Hierbij kan de stang onbedoeld omslaan. Bovendien kunnen er tussen het onderste deel van de duwstang en de behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar! Grasvangzak monteren en aan de maaier hangen (afbeelding R1 + S1 ) – Het opvangzakframe met de beugel naar voren in de opvangdoek inbrengen. De bovenste naad van de opvangdoek uitlijnen met de beugel. – De bevestigingsprofielen op het frame van het opvangzakframe drukken R1 . – De uitwerpklep van de maaier naar boven openen. – De grasvangzak aan de draagbeugel optillen en de zak met de twee haken aan de zijkanten boven in de maaierbehuizing hangen S1 . – De uitwerpklep op de grasvangzak klappen. Maaihoogte instellen (afbeelding I )
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen: zie tabel pagina 2
U stelt de door u gewenste maaihoogte in met de eenhandige verstelhendel (1) aan de rechterkant van de maaier. – De hendel zo van de behuizing buigen dat de vergrendelingsnok uit de boring springt en na zijwaarts draaien weer in de gewenste positie vergrendelt. BELANGRIJK Het maaien op laagste maaihoogte mag alleen worden uitgevoerd op vlakke en egale gazons! Houd er rekening mee dat de onderste maaihoogte-instellingen alleen in optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de maaihoogte te laag selecteert, kan de grasnerf beschadigd en mogelijk zelfs vernietigd worden. Naast de maaihoogte is ook de rijsnelheid van invloed op het maaibeeld en het opvangresultaat. Pas maaihoogte en rijsnelheid aan de te maaien grashoogte aan. Plaatsen van de opgeladen batterij (afbeelding K2 + V1 + G2 )
De omgang met lader en batterij staat beschreven in de aparte gebruiksaanwijzing van de lader. Vooral veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen! Vóór de eerste inbedrijfstelling batterij volledig opladen!
– Batterijafdekking openen en vasthouden. – Veiligheidssleutel verwijderen K2 . – Batterij in het batterijvak schuiven, totdat de vergrendeling vastklikt V1 . Erop letten dat de vergrendeling aan de batterij vrij loopt en zuiver is vastgezet. – De veiligheidssleutel erin steken als de machine meteen wordt gebruikt G2 . – Batterijafdekking sluiten. Erop letten dat de afdekking zelfstandig sluit. Vuil en grasresten kunnen dit voorkomen en moeten daarom worden verwijderd.10 Batterij verwijderen (afbeelding F + K2 + N2 ) – Motor uitschakelen F . – Batterijafdekking openen en vasthouden. – Veiligheidssleutel verwijderen K2 . – Ontgrendelingsknop aan de voorkant van de batterij ingedrukt houden en batterij uit het batterijvak nemen N2 . – Druk de batterij vóór het uitnemen licht in het batterijvak; dan komt die er gemakkelijker uit. Intussen de ontgrendelingsknop ingedrukt houden. De ingebouwde veren maken daarbij gemakkelijkere verwijdering mogelijk. – Batterijafdekking sluiten. Erop letten dat de afdekking zelfstandig sluit. Vuil en grasresten kunnen dit voorkomen en moeten daarom worden verwijderd.
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen: zie tabel pagina 2
Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging. De schroeven eventueel aandraaien! Met name moet de bevestiging van de mesbalk worden gecontroleerd (zie het hoofdstuk “Onderhoud van de mesbalk”). De mesbevestigingsschroef moet altijd door een erkende vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te stevig of te los wordt aangedraaid, kunnen mesbevestiging en mesbalk beschadigd raken of losraken, wat ernstige verwondingen kan veroorzaken. De grasmaaier is uitgerust met een motorstopinrichting. Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, moet de mesbalk binnen 3 seconden tot stilstand komen. De veiligheidsschakelbeugel moet na het loslaten in elk geval weer in de positie terugspringen die in de afbeelding “Beschrijving van de componenten” wordt getoond. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als het mes langer doorloopt, mag u het apparaat niet meer gebruiken en moet u het naar een erkende vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de motor draait het mes en is er een ruisend geluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het ruisende geluid na het afzetten van de motor en kan met een stopwatch worden gemeten. De veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet worden gemanipuleerd of gedeactiveerd! Let erop dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Batterij laden
De omgang met lader en batterij staat beschreven in de aparte gebruiksaanwijzing van de lader. Vooral veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen! Vóór de eerste inbedrijfstelling batterij volledig opladen!
Alle veiligheidsinstructies betreffende hantering, opslag, bewaren, transport, verwijdering van de lithium-ionaccu, alsook EHBO- maatregelen en maatregelen voor brandbestrijding, vindt u in het “Gegevensblad voor productveiligheid” op www.sabo-online.com bij de gebruiksaanwijzingen. Informatienummer voor lithium-ionaccu's +49 (0) 2261 704-0 Batterij-indicatie (afbeelding U4 ) Pos: 10.22 /In nenteil/Batterie laden/Bat teriestandan zeige Text neu @ 61\mod_ 15718329 91676_6.docx @ 6 14904 @ @ 1 Ter controle van de beschikbare lading de batterij-indicatie aan de batterij indrukken. De indicatielampjes branden afhankelijk van de laadstatus van de batterij:
Lampen Capaciteit 4 groene lampen Batterij is helemaal vol 3 groene lampen Batterij is 70% vol 2 groene lampen Batterij is 45% vol 1 groene lamp Batterij is 10% vol en moet binnenkort opnieuw worden opgeladen Lampen zijn uit Batterij is minder dan 10% opgeladen en moet meteen worden opgeladen om onherstelbare schade (leegraken batterij) te voorkomen.
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen: zie tabel pagina 2
De motor alleen starten als u achter de maaier staat. De maaier in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te hoog gras remt de aanloop van de mesbalk en bemoeilijkt het startproces). Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld. Indien nodig moet de machine, door de duwstang omlaag te duwen, zo schuin worden gezet dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Zolang het apparaat niet op alle 4 de wielen staat, moeten beide handen zich aan het bovenste gedeelte van de duwstang bevinden. – Batterijafdekking openen en vasthouden. – De veiligheidssleutel insteken G2 . – Batterijafdekking sluiten. Erop letten dat de afdekking zelfstandig sluit. Vuil en grasresten kunnen dit voorkomen en moeten daarom worden verwijderd. – Voor het inschakelen van de motor eerst de startknop indrukken en ingedrukt houden D . – Met de andere hand de schakelbeugel tegen het bovenstuk van de stang aan trekken. Tijdens het gebruik moet de schakelbeugel in deze stand worden vastgehouden. – De startknop kan vervolgens worden losgelaten. 11 UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING F + K2 ) – Veiligheidsschakelbeugel loslaten F . – Wacht totdat de mesbalk tot stilstand is gekomen. – Veiligheidssleutel verwijderen K2 .
12 STOPPEN IN GEVAL VAN NOOD
Veiligheidsschakelbeugel loslaten. – Het mes komt tot stilstand. – De motor gaat uit. LET OP Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel motorstop foutloos functioneert: – Als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, moet het mes binnen 3 seconden tot stilstand komen. Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken. 13 GRASOPVANGINRICHTING
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen: zie tabel pagina 2
Gebruik met grasvangzak WAARSCHUWING Bij gebruik van de grasvangzak moet deze volledig gemonteerd en in perfecte technische staat zijn. Let er bij het maaien op dat de grasvangzak op tijd wordt geleegd.11 BELANGRIJK Alleen met een luchtdoorlatende opvangzak is een foutloos opnemen van het gras mogelijk. BELANGRIJK Grasvangzak niet met warm water reinigen! Leegmaken van de grasopvangzak (afbeelding F + K2 + L ) – Motor uitschakelen F . – Veiligheidssleutel verwijderen K2 . – Uitwerpklep optillen. – De gevulde grasvangzak aan de draagbeugel van de maaier nemen – uitwerpklep sluit zelfstandig. – De opvangzak vasthouden aan de draagbeugel en grondig uitschudden terwijl u hem aan de onderzijde van de bodem vasthoudt L .
Gebruik zonder grasvangzak WAARSCHUWING Bij het gebruik zonder grasvangzak moet de uitwerpklep aan de maaierbehuizing altijd gesloten zijn (omlaag geklapt). 14 MAAIEN
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen: zie tabel pagina 2
Maaien op hellingen LET OP Maai niet op al te steile hellingen! Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Maai op een helling altijd dwars op de helling, nooit naar boven of naar beneden. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat. Controle van de bedrijfsveiligheid De grasmaaier is uitgerust met een motorstopinrichting. Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, moet de mesbalk binnen 3 seconden tot stilstand komen. De veiligheidsschakelbeugel moet na het loslaten in elk geval weer in de positie terugspringen die in de afbeelding “Beschrijving van de componenten” wordt getoond. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als het mes langer doorloopt, mag u het apparaat niet meer gebruiken en moet u het naar een erkende vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de motor draait het mes en is er een ruisend geluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het ruisende geluid na het afzetten van de motor en kan met een stopwatch worden gemeten. De veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet worden gemanipuleerd of gedeactiveerd! Let erop dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Controleer voor ieder maaien de toestand van het mes en of dit goed bevestigd is om gevaren te voorkomen. De mesbevestigingsschroef moet altijd door een erkende vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te stevig of te los wordt aangedraaid, kunnen mesbevestiging en mesbalk beschadigd raken of losraken, wat ernstige verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen (zie hoofdstuk “Onderhoud van de mesbalk”). Controleer om de 10 bedrijfsuren ventilator, mesbevestiging en ventilatorbehuizing op slijtage en goede bevestiging. Controleer ook schroeven en moeren van het apparaat op goede bevestiging en draai ze eventueel aan! Laat bij blokkering van het maaiwerk, bijv. door het rijden tegen een hindernis, door een geautoriseerde vakwerkplaats controleren of delen van de maaier beschadigd of vervormd zijn. Ook de eventueel noodzakelijke reparaties altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Tijdelijke beperkingen In Duitsland is het gebruik van grasmaaiers geregeld in de “32. Verordnung zur Durchführung des Bundes-Immissionsschutzgesetzes (32. BImSch-V)”. Daarnaast zijn er ook regionale beperkingen mogelijk (bijv. ter bescherming van de middagrust), waarover de bevoegde gemeentelijke autoriteit u kan informeren. Tips voor de verzorging van het gazon (Afbeelding M ) WAARSCHUWING Verwijder vóór elk maaien alle vreemde voorwerpen (stenen, hout, takken enz.) van het gazon; let desondanks ook tijdens het maaien altijd op rondslingerende voorwerpen. Instructies over het onderwerp gazonverzorging ontvangt u op verzoek van uw dealer. Informatie en advies over maaien vindt u ook op de homepage van de fabrikant. Mulchen 40-ACCU CLASSIC Uw grasmaaier kan niet worden uitgerust met een mulchstop. 45-ACCU CLASSIC Uw grasmaaier kan worden uitgerust met een mulchstop. De bijbehorende ombouwset naar mulchsysteem is inbegrepen bij de levering. Wat verstaat men onder mulchen? Bij mulchen wordt het gras gemaaid en worden de afgesneden halmen tegelijkertijd door het speciale mulchmes meerdere malen fijngesneden. Dit mulchmes richt de grashalmen op en snijdt de halmen in zeer korte stukken, die dan gelijkmatig over het grasoppervlak worden verdeeld. De grashalmen kunnen nu sneller uitdrogen en verrotten, waardoor humusvorming wordt bevorderd. De bodem wordt zo op natuurlijke wijze bemest en wordt ook nog tegen uitdroging beschermd. Het verzamelen en afvoeren van het gras komt zo te vervallen. Het concept van het mulchen ondersteunt dus in belangrijke mate de ecologische kringloop. Hoe bereik je een perfecte grashoogte? Bij het gebruik van de mulchmaaier mag de te maaien grashoogte niet meer dan 10 cm bedragen. In één bewerking wordt nu maximaal 1/3 van de grashoogte afgesneden. Indien geen positief resultaat wordt bereikt, moet eventueel tweemaal achter elkaar worden gemulcht. Afhankelijk van de soort gras en de groei-intensiteit moet regelmatig worden gemaaid. Mulchen vereist juist in de sterke groeifase frequenter maaien dan het traditionele maaien met verzamelen van het gras, omdat anders deze derdedeelregel moeilijk in acht kan worden genomen. Om een optimaal resultaat te verkrijgen, moet u bij het mulchen de snelheid van de machine verlagen ten opzichte van het traditionele maaien, zodat het gras tijd krijgt om langer in het maaiwerk te blijven en daardoor meerdere malen te worden gesneden. Het beste maaibeeld en resultaat wordt bereikt op een droog gazon, omdat nat gras snel plakt en klontert door de korte grashalmen. Deze grasklonten gaan rotten en schimmelen en belemmeren de gewenste ecologische kringloop. Indien het gras toch eenmaal in zeer vochtige, natte toestand moet worden gemaaid, moeten de grashalmen korter worden afgesneden, d.w.z. de maaihoogte moet 1-2 niveaus hoger ingesteld zijn dan bij droog gras. U zult merken dat als u deze eenvoudige regels naleeft, u een gezond gras krijgt en het gemaaide gras niet meer hoeft af te voeren. Ook op de homepage van de fabrikant vindt u informatie over mulchen. Als het gras toch eens te hoog is om te mulchen, kan de mulchmaaier met enkele handelingen worden omgebouwd voor het maaien met grasvangzak. Ombouwen naar mulchmaaier (afbeelding F + K2 + U5 ) 45-ACCU CLASSIC
– Motor uitzetten F . – Veiligheidssleutel verwijderen K2 . – Uitwerpklep optillen. – Grasvangzak verwijderen. – Indien nodig uitwerpkanaal reinigen. – Mulchstop tot aan de aanslag aanbrengen in het uitwerpkanaal U5 . Let hierbij op de juiste bevestiging. – Uitwerpklep sluiten.12 INSTRUCTIE De maaier kan ook weer worden gebruikt als maaier met uitworp aan de achterzijde. Een ombouw van het mulchmessysteem is niet nodig! Bij moeilijke maaiomstandigheden (bijv. nat gras) kan het echter gebeuren dat de opvangzak minder gevuld wordt. Om het apparaat weer te gebruiken als maaier met uitworp aan de achterzijde, moet de mulchstop weer worden verwijderd. Schakel hiervoor de motor uit, verwijder de veiligheidssleutel, til de uitwerpklep op, verwijder de mulchstop uit het kanaal en hang de grasvangzak in de beoogde houder aan de behuizing van de maaier. 15 ONDERHOUDSINTERVALLEN BELANGRIJK Vermijd schade! Onder extreme resp. uitzonderlijke voorwaarden zijn eventueel kortere onderhoudsintervallen vereist dan hierboven vermeld. Neem als u gebreken vaststelt, contact op met een geautoriseerde vakwerkplaats. Routineonderhoud aan de machine uitvoeren conform de volgende onderhoudsintervallen. De volgende onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden naast de in deze gebruiksaanwijzing opgesomde intervallen voor onderhoudswerkzaamheden. Vóór de eerste inbedrijfstelling
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- De messchroef controleren en deze eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel motorstop foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn. Vóór elk bedrijf
- Gazon controleren en alle vreemde voorwerpen verwijderen, vooral stroom geleidende kabels.
- Bereik van de begrenzingskabel controleren (indien ook een automatische maaier wordt ingezet voor de verzorging van het gazon).
- Lading van de batterij controleren.
- Toestand en goede bevestiging van het mes controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel motorstop foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn.
- Grasopvanginrichting controleren op slijtage of slechter functioneren. Om de 10 bedrijfsuren
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- Controleer ventilator, mesbevestiging en ventilatorbehuizing op slijtage en goede bevestiging. Na elk bedrijf
- De maaier schoonmaken.
- Het mes controleren op beschadigingen en slijtage. Om de 15-20 bedrijfsuren of jaarlijks
- De lagers van de wielen invetten.
16 VERZORGING EN ONDERHOUD VAN DE MAAIER
Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en een storingsvrij bedrijf! Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken! Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor veiligheid en kwaliteit!
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen: zie tabel pagina 2
Reiniging Vuil en grasresten direct na het maaien verwijderen. De maaier op zijn zij leggen en een borstel of een lap voor het reinigen gebruiken.
LET OP Vingers niet in de openingen van de ventilatorbehuizing steken en ventilator vasthouden. Als de mesbalk bij het schoonmaken wordt gedraaid, bestaat het gevaar dat de vingers bekneld raken tussen de ventilator en de behuizing van de ventilator! BELANGRIJK Nooit de maaier met water schoonspuiten. Dit kan de elektrische installatie beschadigen. Opbergen Het apparaat altijd met verwijderde veiligheidssleutel en zonder ingezette batterij opslaan. Het apparaat altijd in schone en onderhouden toestand in een gesloten, droge ruimte, buiten het bereik van kinderen zetten. Laat het apparaat vóór opslag altijd afkoelen. Omklappen van de duwstang (afbeelding A1 ) BELANGRIJK Let erop, dat de kabels bij het uit- en in elkaar klappen van de duwstangen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt worden! De kabel altijd aan de buitenkant van de stangverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van het apparaat leiden.
– Voor ruimtebesparende opslag of voor transport de vier vleugelmoeren zover losdraaien dat de duwstang zonder weerstand in Z-vorm boven de motor ingeklapt kan worden A1 . De vergrendelingsnokken aan het onderste deel van de stang moeten uit de boringen in de behuizing springen. – De kabel daarbij niet knikken of inklemmen. VOORZICHTIG Bij het omleggen van de duwstang voor transport- en opslagdoeleinden kan de stang ongewild omslaan bij het losdraaien van de vleugelmoeren en het ontgrendelen van de vergrendelingsnokken uit de boringen in de behuizing. Bovendien kunnen er tussen het onderste deel van de duwstang, het bovenste deel en de behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar! Transport en beveiliging van het apparaat (afbeelding N + N4 ) – Als het apparaat gedragen moet worden, het niet vastpakken aan de uitwerpklep! Pak het apparaat aan de voorkant vast aan de behuizing en achter aan de stangverbinding N . Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie hoofdstuk “Technische gegevens”). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken. Wij raden aan om het apparaat altijd met minstens twee personen op te tillen of te dragen als er geen andere hulpmiddelen beschikbaar zijn. Als het apparaat op een laadvlak getransporteerd wordt, dan moet voor het op- en afladen een laadplatform worden gebruikt. – Het apparaat op alle 4 de wielen staand transporteren, om beschadiging van het apparaat en verwondingen van personen te vermijden. LET OP Verwondingen vermijden! Bij het op- of afladen van de machine bijzonder voorzichtig te werk gaan. Het wordt aangeraden om er bij het gebruik van een aanhanger op te letten dat deze is uitgerust met stabiele zijwanden. Om het apparaat vast te zetten mogen alleen de aangeduide punten aan het transportvoertuig gebruikt worden. – Het transportmiddel parkeren op vlakke ondergrond, opdat het apparaat niet kan wegrollen voordat het wordt vastgezet. – De grasvangzak uithangen en tijdens het transport apart vastmaken. – Het apparaat met toegelaten borgmiddelen (bijv. sjorriemen met spanelement) veilig bevestigen op of in het voertuig. Sjorriemen zijn banden van synthetische vezels. Elke sjorriem is gekenmerkt met een etiket. Het etiket geeft belangrijke informatie over het gebruik. De aanwijzingen op dit etiket moeten bij gebruik van de sjorriem in acht worden genomen. – Bij ladingen die kunnen rollen wordt aanbevolen om ze direct vast te sjorren met vier spanriemen. Daarvoor worden de riemen direct aan de bevestigingspunten aan het apparaat en in de vastsjorpunten op de laadvloer bevestigd en licht voorgespannen N4 . LET OP De riemen niet te strak aantrekken. Als het apparaat te strak wordt vastgezet, dan kunnen beschadigingen het gevolg zijn.13 Onderhoud van de mesbalk Een scherp mes garandeert een optimaal snijvermogen. Controleer voor ieder maaien de toestand van het mes en of dit goed bevestigd is. De mesbevestigingsschroef moet altijd door een erkende vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te stevig of te los wordt aangedraaid, kunnen mesbevestiging en mesbalk beschadigd raken of losraken, wat ernstige verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen. Naslijpen en uitbalanceren van de mesbalk (afbeelding Q ) WAARSCHUWING Het naslijpen en uitbalanceren van de mesbalk moet worden uitgevoerd door een erkende vakwerkplaats. Een onjuist geslepen en niet-uitgebalanceerd mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen. De snijranden van de mesbalk mogen worden bijgeslepen totdat de markering (1) op de mesbalk (ring) (zie afbeelding Q ) is bereikt. Let op! Slijphoek van 30° in acht nemen. Uw vakwerkplaats kan deze waarde (slijtagegrens) voor u controleren! WAARSCHUWING Een mes waarbij de slijtagegrens (markering) is overschreden, kan breken en weggeslingerd worden, wat ernstige verwondingen kan veroorzaken. Vervangen van de mesbalk WAARSCHUWING Het vervangen van de mesbalk moet worden uitgevoerd door een erkende vakwerkplaats. Door een verkeerd gemonteerde mesbevestiging of door een te vast of te los aangedraaide messchroef kan de mesbalk loskomen, wat tot ernstige verwondingen kan leiden.
– Bij vervanging alleen originele mesbalken gebruiken. Ongelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen. – Vervangende mesbalken moeten permanent voorzien zijn van de naam en/of het logo van de fabrikant of leverancier en van het onderdeelnummer.
Onderhoud van de wielen (afbeelding S ) Eenmaal per jaar of om de 15-20 bedrijfsuren de lagers van de wielen invetten. – Wieldoppen verwijderen S . – Met een dopsleutel de zeskantmoer losdraaien, schijf en wielen verwijderen. – Nadat de lagers met een wentellagervet “KAJO-Langzeitfett LZR 2” zijn ingevet, de wielen erop schuiven, schijf aanbrengen, met zeskantmoer bevestigen en weer zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Wieldop weer aanbrengen. Klantenservice De klantenservice wordt uitgevoerd door een erkende vakhandelaar. Op onze homepage op www.sabo-online.com en het tabblad “Service“ / “Vakhandelaar zoeken” vindt u voor Duitsland de vakhandelaar in uw buurt. Neem bij twijfel contact op met uw verkoper.
17 OORZAKEN VAN STORINGEN EN HET VERHELPEN
DAARVAN Storingen Mogelijke oorzaken Oplossing
Motor start niet Veiligheidssleutel niet ingestoken. Veiligheidssleutel insteken G2 . Batterij niet opgeladen. Batterij opladen (zie aparte gebruiksaanwijzing van de lader). Batterij werkt niet of kan niet worden opgeladen. Batterij vervangen. Maaihoogte te laag ingesteld (te hoog gras belemmert het starten van de motor). Grotere maaihoogte instellen I . Machine bij het starten kantelen. Te veel grasafval in de behuizing of het uitwerpkanaal. Gras in de snijruimte/het uitwerpkanaal verwijderen, spleet tussen ventilator en behuizing schoonhouden (eerst de veiligheidssleutel verwijderen K2 !).
Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
Er is een signaal te horen Laadtoestand van de batterij is lager dan 10%. Batterij opladen (zie aparte gebruiksaanwijzing van de lader). Batterij werkt niet of kan niet worden opgeladen. Batterij vervangen. Er klinkt een signaal hoewel de batterij geladen is: technisch defect van de maaier. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
Motor schakelt tijdens het maaien uit Maaihoogte te laag. Grotere maaihoogte instellen I . Batterij is leeg. Batterij laden (zie aparte gebruiksaanwijzing van de lader). Te veel grasafval in de behuizing of het uitwerpkanaal. Gras in de snijruimte/het uitwerpkanaal verwijderen, spleet tussen ventilator en behuizing schoonhouden (eerst de veiligheidssleutel verwijderen K2 !).
Motorvermogen neemt af Mesbalk stomp. Door een erkende vakwerkplaats laten naslijpen en uitbalanceren Q . Batterijcapaciteit laag. Batterij laden (zie aparte gebruiksaanwijzing van de lader). Te veel grasafval in de behuizing of het uitwerpkanaal. Gras in de snijruimte/het uitwerpkanaal verwijderen, spleet tussen ventilator en behuizing schoonhouden (eerst de veiligheidssleutel verwijderen K2 !).
Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
Maaibeeld onzuiver, gras wordt geel Mesbalk stomp. Door een erkende vakwerkplaats laten naslijpen en uitbalanceren Q . Maaihoogte te laag. Grotere maaihoogte instellen I . Maaien met te hoge snelheid. Maaisnelheid aanpassen. Maaistroken niet voldoende overlappend. Bij hoog gras moeten de maaistroken blijven overlappen. Gazon vervilt. Door gebruik van een verticuteerder kan een aanzienlijke verbetering worden bereikt.
Uitworp verstopt Opvangzak vol. Opvangzak legen L . Te lage maaihoogte bij te hoog gras. Grotere maaihoogte instellen I . Maaien met te hoge snelheid. Maaisnelheid aanpassen. Gras is vochtig. Gras laten drogen.
Het gemulchte gras ziet er slecht uit: Klonten, te grote hoeveelheden maaigoed, grove snede Mesbalk stomp. Door een erkende vakwerkplaats laten naslijpen en uitbalanceren. Mulchregel niet aangehouden (max. 1/3 van de grashoogte maaien; de te maaien grashoogte moet lager dan 10 cm zijn). Grotere maaihoogte instellen I . Rijsnelheid te hoog. Rijsnelheid aanpassen. Gras hoopt zich op onder het maaiwerk. Grotere maaihoogte instellen I .14 Maaistroken niet voldoende overlappend. Bij hoog gras moeten de maaistroken blijven overlappen. Gras is vochtig. Grotere maaihoogte instellen I . Gras laten drogen.
Neem in geval van hier niet nader beschreven storingen en defecten contact op met de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats. Laat reparaties die vakkennis vereisen, altijd alleen door een vakman uitvoeren. Uw geautoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wanneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever niet zelf uitvoert. 18 TECHNISCHE GEGEVENS Motor Motor 40 V-gelijkstroommotor Motortoerental 2800 min
Lader Zie aparte gebruiksaanwijzing van de lader. Toegestaan temperatuurbereik tijdens het laden + 7 tot + 40 °C
Batterij Zie aparte gebruiksaanwijzing van de lader. Aanbevolen temperatuurbereik tijdens opslag + 5 tot + 30 °C
Maaier 40-ACCU CLASSIC Behuizing Staal Maaibreedte 400 mm Maaihoogtes Centrale, 25, 35, 50, 70, 80 mm Duwstang in hoogte verstelbaar 3-voudig Capaciteit opvangzak 40 liter Gewicht 20,0 kg Lengte 1260 mm Breedte 440 mm Hoogte 1040 mm Wielen voor / achter Ø 150 mm / Ø 180 mm Lagers voor / achter Conische kogellagers Toegestaan temperatuurbereik tijdens het gebruik 0 tot + 45 °C Toegestaan temperatuurbereik tijdens opslag - 5 tot + 60 °C Maximaal toegestane luchtvochtigheid 70%, niet condenserend
45-ACCU CLASSIC Behuizing Staal Maaibreedte 450 mm Maaihoogtes Centrale, 25, 40, 55, 70, 80 mm Duwstang in hoogte verstelbaar 3-voudig Capaciteit opvangzak 60 liter Gewicht 23,0 kg Lengte 1380 mm Breedte 530 mm Hoogte 1040 mm Wielen voor / achter Ø 180 mm / Ø 180 mm Lagers voor / achter Conische kogellagers Toegestaan temperatuurbereik tijdens het gebruik 0 tot + 45 °C Toegestaan temperatuurbereik tijdens opslag - 5 tot + 60 °C Maximaal toegestane luchtvochtigheid 70%, niet condenserend
= 94 dB(A) Geluidsdrukniveau 40-ACCU CLASSIC Geluidsdrukniveau op de plaats van de bedienende persoon; gemeten volgens EN 62841-4-3 Meetonzekerheden; conform ISO 4871
45-ACCU CLASSIC Geluidsdrukniveau op de plaats van de bedienende persoon; gemeten volgens EN 62841-4-3 Meetonzekerheden; conform ISO 4871
Trillingen De aangegeven totale trillingswaarde is gemeten volgens een genormeerde testprocedure en kan worden gebruikt voor de vergelijking met een andere machine. Deze waarde kan worden gebruikt voor de voorlopige inschatting van de trillingsbelasting. 40-ACCU CLASSIC Trillingen aan de duwstang; gemeten volgens EN 62841-4-3 Meetonzekerheden; conform EN 12096
45-ACCU CLASSIC Trillingen aan de duwstang; gemeten volgens EN 62841-4-3 Meetonzekerheden; conform EN 12096
Notice-Facile