53Pro M Vario - Grasmaaier SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 53Pro M Vario SABO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 53Pro M Vario - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 53Pro M Vario van het merk SABO.
GEBRUIKSAANWIJZING 53Pro M Vario SABO
SA322020 Roller bearing grease SAA11300 Spark plug SAU15939 Air filter insert SAU15985 Pre-filter SAU15986 Cutter bar For safety reasons, the cutter bar must always be replaced by an authorised workshop. This workshop has the respective spare part numbers for the cutter bar available. SA322120 Roller bearing grease SAA11300 Spark plug M78543 Air filter insert MIU12718 Pre-filter MIU12719 Cutter bar For safety reasons, the cutter bar must always be replaced by an authorised workshop. This workshop has the respective spare part numbers for the cutter bar available.1 1 Inleiding .................................................................................................................... 2 2 Verklaring van het op de machine aangebrachte typeplaatje ............................ 2 3 Verduidelijking van de pictogrammen .................................................................. 2 4 Verklaring van de symbolen ................................................................................... 2 5 Gebruik conform de voorschriften ........................................................................ 3 6 Algemene veiligheidsvoorschriften voor handmatig bestuurde cirkelmaaiers (benzine) ..................................................... 3 Algemene veiligheidsinstructies ................................................................................ 3 Voorbereidende maatregelen .................................................................................... 4 Gebruik ...................................................................................................................... 4 Onderhoud en opslag ................................................................................................ 5 7 Beschrijving van de componenten ........................................................................ 6 8 Voorbereidende werkzaamheden .......................................................................... 6 Duwboom omhoog zetten (Afbeelding A1 + E1 + W2 + W4 ) ........................... 6 Montage van de startstang (Afbeelding L1 ) ............................................................ 6 Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I + I1 ) ................................................... 7 Stuurboomhoogte instellen (Afbeelding W3 ) .......................................................... 7 9 Voor de eerste ingebruikneming ........................................................................... 7 Olie bijvullen (Afbeelding Y1 ) .................................................................................. 7 Brandstof invullen ...................................................................................................... 7 10 Starten van de motor (Afbeelding A + D + E ) ................................................. 7 11 Uitschakelen van de motor (Afbeelding F + A ) ................................................ 8 12 Stoppen in geval van nood ..................................................................................... 8 13 Rijaandrijving ........................................................................................................... 8 Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G ) ......................................... 8 Regelen van de snelheid (Afbeelding H )................................................................. 8 14 Het maaien................................................................................................................ 8 Maaien op hellingen .................................................................................................. 8 Oliepeilcontrole .......................................................................................................... 8 Controle van de bedrijfsveiligheid ............................................................................. 8 Tijdelijke beperkingen ................................................................................................ 9 Tips voor de verzorging van het gazon ..................................................................... 9 Maaien (Afbeelding M ) ............................................................................................ 9 Mulchen ..................................................................................................................... 9 Wat verstaat men onder mulchen? ........................................................................... 9 Hoe bereikt men een perfect gesneden gazon? ....................................................... 9 15 Onderhoudsintervallen ........................................................................................... 9 16 Verzorging en onderhoud van de maaier ............................................................. 9 Reiniging (Afbeelding A + O ) ................................................................................. 9 Opbergen ................................................................................................................. 10 Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding B4 ) .......................................... 10 Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N + N4 )......................... 10 Onderhoud van de messenbalk .............................................................................. 10 Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q ) ............................ 10 Vervangen van de messenbalk ............................................................................... 10 Onderhoud van de voorwielen ................................................................................ 10 Onderhoud van de achterwielaandrijving (Afbeelding R ) ..................................... 10 Onderhoud van de aandrijving ................................................................................ 10 Vervangen van aandrijf-V-riem ................................................................................ 10 17 Onderhoud van de motor ..................................................................................... 10 Olie wisselen............................................................................................................ 11 Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W ) ........................ 11 Controle van de bougie (Afbeelding Y ) ................................................................. 11 Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand) .......... 11 18 Oorzaken van storingen en het verhelpen daarvan .......................................... 11 19 Technische gegevens ........................................................................................... 12 Motor ........................................................................................................................ 12 Maaier ...................................................................................................................... 12 Geluidsvermogen .................................................................................................... 13 Trillingen .................................................................................................................. 13 Geluidsdrukniveau ................................................................................................... 13 20 Originele onderdelen............................................................................................. 13 Conformiteitsverklaring .................................................... zie achter, na de laatste taal2 1 INLEIDING Beste tuinliefhebber, als bij de trots op een verzorgd gazon ook nog het plezier aan het werk in de tuin komt, dan weet men pas wat men aan zijn tuingereedschappen heeft. Met uw nieuwe grasmaaier heeft u een goede keuze getroffen. Hij verenigt de sterke prestaties van een merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne high-tech snufjes. Dat merkt u als u ermee werkt, en dat verheugt u als u het wonderlijke resultaat ziet. Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijke informatie, waarmee u absoluut rekening moet houden. Voordat u de maaier voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correcte bediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schade aan uw grasmaaier te vermijden. Gebruik de grasmaaier voorzichtig. De op het apparaat aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De betekenis van de pictogrammen en symbolen wordt in de volgende hoofdstukken uitgelegd. De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting geziene linker- of rechterkant van het apparaat. Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw grasmaaier betrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de maaier als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen. Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein. 2 VERKLARING VAN HET OP DE MACHINE AANGEBRACHTE TYPEPLAATJE 1 Model 2 Productidentificatienummer 3 Nominaal vermogen 4 Gewicht 5 Gecontroleerde veiligheid (afhankelijk van het model) 6 Nominaal toerental motor 7 Bouwjaar 8 CE-conformiteitsteken 9 Handgeleide grasmaaier 10 Gegarandeerd geluidsdrukniveau 11 Serienummer Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen: 53-PRO M VARIO (SA322020): mulchmaaier met inschakelbare VARIO-aandrijving met snelheidsregeling en Yamaha-motor, MA190V 53-PRO M VARIO (SA322120): mulchmaaier met inschakelbare VARIO-aandrijving met snelheidsregeling en B&S-motor, 850E I/C serie Gelieve de correcte modelbenaming van uw apparaat en het serienummer af te leiden van het typeplaatje. De paragraaf onder een opschrift in tekst cursief en onderlijnd geldt tot aan het volgende zo gemarkeerde opschrift voor het betreffende model.
3 VERDUIDELIJKING VAN DE PICTOGRAMMEN
SA322120 Waarschuwing voor hete oppervlakken - motor en uitlaat niet aanraken. Verbrandingsgevaar! Uitlaatgassen zijn giftig - motor niet in gesloten ruimtes laten lopen. Vergiftigingsgevaar! Benzine is licht ontvlambaar - vonken en vlammen uit de buurt houden, niet roken. Brandgevaar! Alle modellen Vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen! Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor - veiligheidsafstand aanhouden / derden uit de gevarenzone houden! Opgelet voor scherpe messen! Contact met roterende mesbalk vermijden! Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen! – Vóór reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor afzetten en de bougiestekker uittrekken. Motor STOP Aandrijving inschakelen Gevaar voor geluid - Oorbescherming aanbevolen bij langdurige blootstelling. Dit toestel hoort niet bij het huisvuil; breng apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt.
4 VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
WAARSCHUWING Gebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden. WAARSCHUWING Derden uit de gevaarszone verwijderd houden! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware letsels leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. Maai nooit, terwijl personen, bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn. WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Uitlopende benzine en olie op de hete motor zijn licht ontvlambaar. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. Terwijl de motor loopt of bij hete machine mag de tankdop niet geopend en geen benzine bijgevuld worden. Bij lopende motor moet de oliepeilstaaf steeds vast ingeschroefd zijn. WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. Roken en open vuur zijn bij het tanken verboden.3 WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware voetletsels leiden. De motor alleen achter de maaier staand starten. Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen. WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels leiden. Bij lopende motor/messen de door de lengte van de stuurboom geboden veiligheidsafstand aanhouden. Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. WAARSCHUWING Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Vóór het maaien, met name bij met loof bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van de messchroef controleren, daarna de mesbalk vóór elk maaien onderzoeken op goede bevestiging, slijtage en schade. Een versleten of beschadigd mes door een geautoriseerde werkplaats laten vervangen. De schroef van het mes door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien. Vóór het starten van de motor controleren of de gereedschappen verwijderd zijn. WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen. VOORZICHTIG Uitlaat en motor bereiken bij het gebruik zeer hoge temperaturen. Verbrandingsgevaar! Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten af-koelen. Het toestel nooit met beschadigd of zonder veiligheidsrooster van de uitlaat gebruiken. VOORZICHTIG Als bij werkzaamheden aan het apparaat de bougiestekker niet wordt uitgetrokken, zou de motor gestart kunnen worden en kunnen zware verwondingen het gevolg zijn. Vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor afzetten, de bougiestekker uittrekken en de contactsleutel, indien voorhanden, eruit halen. Bougie nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok! Voor reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzing raadplegen. Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken. WAARSCHUWING Het contact met de roterende mesbalk kan tot ernstige verwondingen aan handen en voeten leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. De motor afzetten en wachten tot het snijgereedschap volledig stilstaat. – wanneer de maaier opgetild of gekanteld moet worden, bijv. voor het transport; – bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten; – wanneer de machine, ook slechts korte tijd, onbeheerd wordt achtergelaten; – voordat de snijhoogte wordt ingesteld; – voordat wordt bijgetankt. Alleen tanken wanneer de motor koud is! VOORZICHTIG Het contact met de scherpe kanten van de messenbalk en met andere scherpe kanten van het toestel kan tot letsels leiden. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen. VOORZICHTIG Gevaar voor geluid - Oorbescherming aanbevolen bij langdurige blootstelling.
5 GEBRUIK CONFORM DE VOORSCHRIFTEN
- Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Doelmatig gebruik"). Elke daarboven uitgaande inzet geldt als niet doelmatig; voor hieruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden.
- Bij de inzet in publieke plantsoenen, parken, op sportterreinen, straten en in agrarische en bosbouwbedrijven is bijzondere voorzichtigheid vereist.
- De maaier mag met name niet worden ingezet voor het snoeien van struikgewas, heggen en struiken, voor het snoeien van rankende klimplanten of van begroeiing op daken en balkons, noch voor het afzuigen en/of vrij blazen van stoepen.
- Het gebruik van alle door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende en aanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende en aanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan deze grasmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit.
6 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR
HANDMATIG BESTUURDE CIRKELMAAIERS (BENZINE) Algemene veiligheidsinstructies Voor uw eigen veiligheid en voor een zo optimaal mogelijke werking van uw machine raden wij u aan deze bedieningshandleiding zorgvuldig door te lezen. Neem de tijd om kennis te nemen van de bedieningselementen en de machine juist te gebruiken. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.
- Wij wijzen u erop dat de bestuurder of gebruiker van de machine aansprakelijk is voor het in gevaar brengen van andere personen, hun eigendommen en ongevallen waarbij deze betrokken zijn.
- Deze bedieningshandleiding hoort bij de machine en moet bij eventuele verdere verkoop aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd.
- Laat nooit kinderen en personen onder 16 jaar en andere personen die geen kennis hebben genomen van de bedieningshandleiding de machine gebruiken. Wij wijzen u op het volgende: De minimumleeftijd van gebruikers kan regionaal verschillen.
- Wijs iedereen die met het apparaat gaat werken op de mogelijke gevaren en hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit toestel mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd en over de gevaren geïnstrueerd werden. De gebruikelijke voorschriften voor ongevallenpreventie alsook de andere algemeen erkende veiligheidstechnische en arbeidsmedische regels dienen te worden opgevolgd.
- Dit apparaat is niet ervoor bedoeld om te worden gebruikt door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens en/of bij gebrek aan kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is. Maai nooit in het bijzijn van andere personen, met name kinderen, of dieren.
- Berg de machine veilig op. Niet gebruikte machines moeten in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.
- Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden!
- De kabelinstallering mag niet worden gemanipuleerd, bijv. door verwijderen van kabelklemmen of aanbrengen van extra kabelbinders! De kabels moeten zodanig tegen de buitenkant van de boom liggen dat ze bij het neerklappen van de boom niet verpletterd of overbelast worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden.4 Voorbereidende maatregelen
- Tijdens het maaien moet altijd stevig, gesloten, antislip schoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen. Maai niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril.
- Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Gehoorbescherming dragen. Controleer vóór en tijdens het maaien het terrein waarop het apparaat wordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Gevaar: elektrische schok! Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.
- Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een maairobot gebruikt, moeten de volgende veiligheidsinstructies met betrekking tot werkoppervlak van de maairobot in acht worden genomen: – Vóór het maaien op deze oppervlakken moet altijd het bereik van de begrenzingskabel worden gecontroleerd. – Wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht is geboden voor het laadstation. – Wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze direct op de ondergrond gespannen verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, zie gebruiksaanwijzing. – De begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedrukt worden. – Rondslingerende kabelresten voor het maaien verwijderen. Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabel door het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kan leiden tot ernstige verwondingen.
- Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Vóór het maaien op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen. WAARSCHUWING – Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zware letsels en materiële schade veroorzaken. – Benzine alleen in een goedgekeurde jerrycan en voor kinderen ontoegankelijk bewaren. – Tank niet in het voertuig, op een laadvloer of een aanhanger met kunststofbekleding vullen. Tank voor het vullen met brandstof niet in de nabijheid van het voertuig en steeds op de bodem afzetten. – Tank alleen in de open lucht met een koude motor. Tijdens het tanken zijn roken en open vuur verboden. – Met benzine aangedreven apparaten die zich op een laadvlak of een aanhanger bevinden, niet vanuit de pomp voltanken, maar voltanken met een draagbare jerrycan. – Tank benzine voor u de motor start. – Open de tankdop niet en tank geen benzine bij een draaiende motor of als het apparaat heet is. – Probeer de motor niet te starten als u benzine heeft gemorst. Verwijder in plaats daarvan het apparaat van de met benzine vervuilde plek en veeg de overgelopen brandstof van de motor af. Probeer de motor niet te starten voordat de benzinedampen zijn vervlogen. – Sluit benzinetank en jerrycan om veiligheidsredenen weer volledig af. – Vervang bij beschadiging de benzinetank en de tankdop.
- Vóór het gebruik moet altijd door een zichtcontrole gecontroleerd worden of het snijgereedschap, bevestigingsschroeven en de hele snijeenheid versleten of beschadigd zijn. Ter vermijding van onbalans moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsschroeven door een geautoriseerde vakwerkplaats worden vervangen.
- De toestand van de pictogrammen moet bij elke inzet gecontroleerd worden. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen. Gebruik
- Het machine mag niet in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt.
- Laat de verbrandingsmotor niet draaien in afgesloten ruimten waarin zich gevaarlijke verbrandingsgassen kunnen ophopen. Gevaar voor vergiftiging!
- Dragers van pacemakers mogen bij draaiende motor geen motoronderdelen aanraken die onder spanning staan.
- Opgelet! Apparaat niet voor aanzuigopeningen van ruimtebeluchtingstoestellen laten lopen.
- Maai niet bij slecht weer, als het gevaar van blikseminslag bestaat.
- Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok!
- Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar!
- Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht.
- Maai alleen bij daglicht of met voldoende licht. Bestuur de machine stapvoets.
- Pas de rijsnelheid aan de persoon en het terrein aan. Verhoog de snelheid langzaam totdat u de juiste snelheid heeft bereikt en schakel eventueel de rijaandrijving uit.
- Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden.
- niet te dicht bij gaten, sloten en taluds rijden. De machine kan plotseling over de kop gaan als een wiel over de rand van een gat of talud rijdt of als een rand plotseling meegeeft.
- Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bv. schommels). Het apparaat zou in een onveilige positie kunnen komen. Er bestaat gevaar voor letsel.
- De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen.
- Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden.
- Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Maai op een helling in dwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert. SA322020
- Maai niet op al te steile hellingen! Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Uw grasmaaier is zo krachtig, dat hij nog kan maaien op hellingen die tot 48% (26° helling) aflopen. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat. SA322120
- Maai niet op al te steile hellingen! Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Uw grasmaaier is zo krachtig, dat hij nog kan maaien op hellingen die tot 46% (25° helling) aflopen. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat. Alle modellen
- Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze naar u toe trekt.
- Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest.
- Houd de door de lengte van de stuurboom bepaalde veilige afstand aan.
- Om een afglijden van het toestel tijdens het dragen te verhinderen, dient u het toestel steeds vast te nemen met de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (draaggreep, behuizing, duwstangeinden of onderste gedeelte van de duwstang).
- Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie technische gegevens). Het optillen van grote gewichten kan leiden tot problemen met de gezondheid.
- Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor.
- Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Veiligheidsinrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten): – Veiligheidsschakelbeugel motorstop (1) De grasmaaier is uitgerust met een motorstop-inrichting. In het lopende bedrijf en op een moment van gevaar wordt door de5 beugel voor de motorstop los te laten de verbrandingsmotor afgezet. De verbrandingsmotor en het mes moeten binnen 3 seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de verbrandingsmotor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het afzetten van de verbrandingsmotor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. De functie van de veiligheidsschakelbeugel mag in geen geval buiten werking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel werkt zoals voorgeschreven. Als dat niet het geval is, moet hij door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden. Bescherminrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten): – Behuizing, spatbescherming (13) Deze beveiligingsvoorzieningen beschermen tegen letsel door omhoog geslingerde voorwerpen. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing c.q. zonder op de voorgeschreven wijze bevestigde spatbescherming worden gebruikt. – Behuizing Deze beveiligingsvoorziening beschermt tegen letsel door contact met de roterende mesbalk. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. – Afdekkingen van de riemaandrijving (12), motorafdekkingen (5) Deze beveiligingsvoorzieningen beschermen tegen letsel door bewegende onderdelen. Het apparaat mag niet met beschadigde c.q. zonder op de voorgeschreven wijze bevestigde afdekkingen worden gebruikt. – Veiligheidsrooster voor de uitlaat (11) De motor/uitlaat wordt zeer heet. Het veiligheidsrooster beschermt tegen verbrandingen. Het toestel niet zonder veiligheidsrooster voor de uitlaat gebruiken. De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden.
- Wijzig de basisafstelling van de motor niet of jaag hem niet over zijn toeren.
- Tijdens het startproces de aandrijving, indien voorhanden, niet inschakelen. Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het maaisysteem staan. Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het maaimes in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. Start de motor niet, als er personen of dieren voor de maaier staan. Bij apparaten met zijdelingse uitwerp mag u de motor niet starten, als u voor het uitwerpkanaal staat of als er zich personen of dieren in het uitwerpbereik bevinden. Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. Houd u altijd verwijderd van de uitwerpopening. Zet de motor af door de beugel voor de motorstop los te laten, trek de bougie eraf, en vergewis u ervan dat alle bewogen delen volkomen stilstaan en de contactsleutel, indien voorhanden, is uitgetrokken, – als de machine wordt verlaten; – voordat u de machine controleert, reinigt of werkzaamheden eraan uitvoert; – voordat u blokkeringen losmaakt of verstoppingen in het uitwerpkanaal elimineert; – als er een vreemd voorwerp werd geraakt; – als de machine ongewoon begint te trillen.
- Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van de machine beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
- Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Wend u als er sterke trillingen optreden meteen tot een geautoriseerde vakwerkplaats.
- WAARSCHUWING De in deze bedieningshandleiding vermelde geluids- en trillingsniveaus zijn de maximum waarden voor de inzet van het apparaat. De inzet van een snij-element in onbalans, overmatige bewegingssnelheid of gebrekkig onderhoud zijn van aanzienlijke invloed op geluidsemissie en trillingen. Daarom is het noodzakelijk om voorzorgsmaatregelen te treffen, zodat eventuele schade als gevolg van hoge geluidsniveaus en belasting door trilling wordt vermeden. Onderhoud het apparaat goed, draag een gehoorbescherming, en neem pauzes tijdens het werk. De in deze bedieningshandleiding opgesomde onderhoudswerkzaamheden uitvoeren en het apparaat regelmatig door een geautoriseerde werkplaats laten controleren en onderhouden. Zet de motor af door de beugel voor de motorstop los te laten, en vergewis u ervan dat alle bewogen delen volkomen stilstaan en de contactsleutel, indien voorhanden, is uitgetrokken, – als u de maaier moet optillen of kantelen, bijv. voor het transport; – als u de machine naar het maaivlak toe en weer weg transporteert; – bij het rijden buiten het gazon; – als u de machine korte tijd verlaat; – als u de snijhoogte wilt verstellen; – voordat u bijtankt. Alleen bijtanken bij koude motor!
- Indien de motor een benzinekraan bezit, dient deze na het maaien dicht te worden gedraaid. Onderhoud en opslag
- Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.
- Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het toestel in een veilige arbeidstoestand is. Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in een gesloten ruimte waarin eventueel benzinedampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen of kunnen ontvlammen. Uitlaat en motor bereiken tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen. Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten afkoelen.
- Houd, om brandgevaar te vermijden, de motor, uitlaat en brandstoftank vrij van gras, bladeren en lekkende olie (vet). Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar! Laat de motor eerst afkoelen, voordat u de machine in een afgesloten ruimte wegzet. De machine in geen geval in de nabijheid van open vuur of warmtebronnen zoals boilers of verwarmingen wegzetten. Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen. Het vervangen, bijslijpen en uitbalanceren van het mes moet worden uitgevoerd door een erkend vakbedrijf. Door een foutief gemonteerde meskoppeling kan de mesbalk losraken, wat tot ernstige verwondingen kan leiden. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke trillingen veroorzaken en de grasmaaier beschadigen.
- Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen. Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.6
- Bij de omgang met bedrijfsmiddelen, zoals motorolie en brandstof, moet geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (bijv. geschikte veiligheidshandschoenen) worden gedragen. De gegevensbladen van de bedrijfsmiddelen moeten in acht worden genomen. Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd op vlakke ondergronden bij uitgeschakelde motor en uitgetrokken bougiestekker. Een regelmatig onderhoud is onontbeerlijk voor de veiligheid en het behoud van het prestatievermogen.
- Bougiestekker nooit bij lopende motor eraf trekken! Gevaar: elektrische schok.
- Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar!
- Op goede zitting van de bougiestekker letten! Gevaar: elektrische schok.
- Indien de tank geledigd dient te worden, dan moet dit in open lucht en bij koude motor te gebeuren. Er op letten, dat er geen brandstof wordt gemorst. Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen worden gebruikt. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.
7 BESCHRIJVING VAN DE COMPONENTEN
SA322020 SA322120 Alle modellen 1 Veiligheidsschakelbeugel motorstop 2 Vario-activering 3 Aandrijfschakelbeugel 4 Tankafsluiting 5 Motorafdekking 6 Brandstofkraan (afhankelijk van het model) 7 Luchtfilter 8 Bougie 9 Snijhoogteverstelling 10 Draaggreep 11 Uitlaatrooster 12 Afdekkingen van de riemaandrijving 13 Spatbescherming 14 Olievulopening met meetstaaf 15 Startkabelgreep 8 VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN Voor de montage van de maaier zitten de volgende onderdelen in de verpakking:
- maaier met voorgemonteerde duwboom
- gereedschapszak met de volgende inhoud: – gebruiksaanwijzing met conformiteitsverklaring – garantiebepalingen (afhankelijk van model) – diverse bevestigingsdelen. Als er onverwacht een deel ontbreekt, gelieve dan contact op te nemen met uw specialist. OPGELET Vóór montage van de duwboom en van de startkabelhouder en bij het openen van het duwboom altijd de bougiestekker uittrekken! Na montage, ten laatste vóór het starten van de motor de bougiestekker weer erop drukken! Duwboom omhoog zetten (Afbeelding A1 + E1 + W2 + W4 ) BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden! De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. BELANGRIJK Beschadiging bij het omhoog klappen of tillen van de duwboom vermijden, de bowdenkabels niet knikken of inklemmen. – De maaier voorzichtig uit de doos nemen. Het verpakkingsmateriaal verwijderen. – De Z-vormig in elkaar geklapte duwboom naar boven toe uit elkaar trekken A1 . – Als het bovenstuk en onderstuk op één niveau liggen, de gerande moeren met de hand vast aandraaien E1 . – De duwbomen voorzichtig naar achteren trekken en de boorgaten in het onderstuk van de boom op de gewenste hoogte uitlijnen en in de houder vergrendelen W2 . Er kunnen drie verschillende hoogtes van de duwboom worden ingesteld.
- voorste vergrendeling = steile stand van de boom (voor grote mensen)
- achterste vergrendeling = vlakke stand van de boom (voor kleinere mensen) Aan beide zijden dezelfde vergrendelpositie in de houder aanhouden! – De slotbouten (uit het gereedschapstasje) van buiten door het onderstuk van de boom steken W2 , daarna
1. telkens een ring tussen het onderstuk van de boom en de houder plaatsen,
2. dezelfde ringen ook aan de binnenkant van de houders aanbrengen,
3. telkens gevolgd door een veerring.
4. Aan beide zijden stevig vastdraaien met de gerande moeren.
5. De greep uit de gereedschapstas nemen en op de houders leggen W4 . De
cilinderbouten met de aangebrachte kleine ringen van boven door de greep en de houder steken. Van onder telkens een grote ring aanbrengen en vastschroeven met een borgmoer. BELANGRIJK Ervoor zorgen dat de opbouw spanningsvrij is. Wanneer de onderdelen onder spanning staan, kan dat tot verhoogde trillingswaarden leiden. Montage van de startstang (Afbeelding L1 ) – Startkabelhouder (1) uit de gereedschapszak nemen. – Moer zo ver eruit draaien, dat de beide helften over de duwboom kunnen worden geschoven. – Op de bovenste duwboom zit een sticker (2) voor de positionering van de startkabelhouder. OPGELET Om veiligheidsredenen mag de startkabelhouder alleen in de opgegeven positie worden gemonteerd. – Schakelbeugel motorstop (3) op het bovenstuk van de duwboom (4) indrukken en vasthouden, de startkabel (5) uittrekken en in de startkabelhouder leiden. – De beide helften samenvoegen (6), moer weer vastdraaien. Zo wordt verhinderd dat de startkabel eruit springt. De startkabelhouder moet zo gemonteerd/uitgericht worden, dat de startkabel vrij loopt en niet tegen andere delen aanwrijft.7 Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I + I1 ) Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 Hoogte van voorwiel instellen Met behulp van een instelhendel (1) op het linker voorwiel kunnen beide voorwielen worden ingesteld I . – De instelhendel op de gewenste hoogte zetten. Hoogte van achterwiel instellen Met behulp van een instelhendel (2) op het linker achterwiel kunnen beide achterwielen worden ingesteld I . – De machine aan de linker boom met de hand iets optillen om het wiel enigszins te ontlasten. – De hendel voor het instellen van de snijhoogte met de andere hand in de gewenste positie zetten. VOORZICHTIG Bij het instellen van de snijhoogte de stelhendel vastpakken zoals weergegeven in afbeelding I1 . Daardoor wordt verhinderd dat de hand bij het instellen wegglijdt met verwondingen als gevolg. OPMERKING Beide hendels op dezelfde hoogte instellen, behalve bij de beide laagste snijhoogtestanden. In de beide onderste snijhoogtestanden de achterste hendel een inkeping hoger dan de voorste hendel instellen. Deze instelling biedt bij het mulchen een optimale afvoer van het maaigoed. Eerst met een hogere instelling beginnen, en deze dan evt. naar beneden verstellen, om te voorkomen dat het gras te kort wordt gemaaid. BELANGRIJK Het maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakke en gladde gazons! Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellingen alleen bij optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de snijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaalde omstandigheden zelfs vernield worden. Naast de snijhoogte beïnvloedt ook de rijsnelheid het snijbeeld. De snijhoogte en rijsnelheid altijd aan de te maaien graashoogte aanpassen, eventueel de rijaandrijving niet inschakelen. Stuurboomhoogte instellen (Afbeelding W3 ) OPMERKING De duwboom kan op drie verschillende hoogtes worden ingesteld. De gerande moeren zover losdraaien tot de boom vrij kan worden bewogen. Niet te ver losdraaien zodat de schroeven niet uit het vierkant in de boom vallen.
1. De stang van de houder en het onderstuk van de boom vastpakken en samen
naar voren schuiven tot de schroeven loskomen uit de vergrendeling.
2. De boom naar voren of achteren bewegen tot de gewenste positie is bereikt.
3. De houder aan de stang vastpakken en samen met de boom naar achteren
trekken tot de schroeven in de nieuwe positie vergrendelen. Dan de gerande moeren weer goed vastdraaien. Aan beide zijden dezelfde vergrendelpositie in de houder aanhouden. BELANGRIJK Bij het verstellen van de hoogte van de duwboom door middel van de houder de gerande moeren zo ver losdraaien, dat de boom tijdens deze werkzaamheden vrij kan worden bewogen. Zo wordt voorkomen dat de duwboom onverwacht kan omslaan en wordt beknelling tussen het onderstuk van de boom en de behuizing vermeden.
9 VOOR DE EERSTE INGEBRUIKNEMING
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 Alle schroefverbindingen en de bougiestekker controleren op goede bevestiging. De schroeven eventueel aandraaien! Met name de bevestiging van de mesbalk moet gecontroleerd worden (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk“). De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. De grasmaaier is uitgerust met een motorstop-inrichting. Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de verbrandingsmotor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het afzetten van de verbrandingsmotor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden! Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Olie bijvullen (Afbeelding Y1 ) Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 BELANGRIJK Schade vermijden! De motor wordt zonder olie geleverd. De motor moet voor het starten met olie worden gevuld. Vóór de eerste start motorolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) met een trechter na de peilstok eraf te hebben geschroefd in deze opening gieten. – De maaier parkeren op vlakke ondergrond. – Olie langzaam in de vulopening gieten. Niet overvullen. De oliepeilstok aanbrengen en vastschroeven. SA322020 – Oliepeil controleren Meetstaaf eruit nemen. De peilstok afvegen met een schone doek, weer erin steken, maar niet vastschroeven. Dan de peilstok weer uitnemen en het oliepeil aflezen. De olie moet tussen de markeringen „L" en „H" staan. Eventueel olie bijvullen. Het oliepeil mag echter de max.-markering „H“ van de peilstok niet overschrijden. Overvullen leidt tot beschadigingen aan de motor. Meetstaaf weer erin zetten en vastdraaien. SA322120 – Oliepeil controleren Na het vullen van de olie eerst enkele minuten wachten en dan pas het oliepeil controleren. Oliepeilstok verwijderen. De peilstok afvegen met een schone doek, weer erin steken en vastschroeven. Dan de peilstok weer uitnemen en het oliepeil aflezen. De olie moet tot boven aan de Vol-markering (pijl) staan. Eventueel olie bijvullen. Het oliepeil mag echter niet boven de Vol-markering liggen. Meetstaaf weer erin zetten en vastdraaien. Alle modellen – Na de eerste vulling het bord „NO OIL“ (GEEN OLIE) boven aan de motor verwijderen. Brandstof invullen Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 – Gebruik als tankvulling alleen verse en schone loodvrije standaard brandstof. In geen geval alkylaatbenzine gebruiken! Brandstof met maximaal 10% ethanol of 15% MTBE is acceptabel. Nooit benzine met een ethanolgehalte van meer dan 10% of een MTBE-gehalte van meer dan 15% gebruiken, omdat daardoor schade aan de motor of het brandstofsysteem kan ontstaan. – De brandstofkraan (SA322020) moet gesloten zijn A ! – Tankdeksel eraf schroeven. – Brandstof met een trechter erin doen tot max. onderkant van de vulopening. – Tankdeksel erop zetten en vastschroeven. 10 STARTEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING A + D + E ) Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 De motor alleen starten als u achter de maaier staat. De maaier in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te hoog gras remt de aanloop van de mesbalk en bemoeilijkt het startproces). Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het8 snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. VOORZICHTIG Startkabelgreep tijdens het starten stevig vastpakken. De greep zou anders uit de hand kunnen glijden. Verwondingsgevaar! BELANGRIJK De motor loopt alleen wanneer de veiligheidsschakelbeugel op het bovenste deel van de duwboom wordt gedrukt. Op het moment, dat u de schakelbeugel loslaat, dan klapt deze door veerdruk weer terug omhoog naar zijn uitgangspositie, de motorrem wordt geactiveerd en binnen drie seconden komen de motor en de messenbalk tot stilstand. SA322020 – Brandstofkraan (1) openen A . – De veiligheidsschakelbeugel (2) op het bovenste deel van de duwboom (3) drukken en vasthouden D . – De startkabel (4) langzaam uittrekken, tot er een weerstand merkbaar wordt. Nu de greep weer terugbrengen in zijn uitgangspositie en dan snel uittrekken E , – de motor begint te lopen, de kabel langzaam terugvoeren. SA322120 – De veiligheidsschakelbeugel (2) op het bovenstuk van de boom (3) drukken en vasthouden D . – De startkabel (4) langzaam uittrekken tot er een weerstand merkbaar wordt, dan snel uittrekken E , – de motor begint te lopen, de kabel langzaam terugvoeren. AANWIJZING Deze motor heeft een ReadyStart
-systeem: Dit systeem heeft een temperatuurgeregelde automatische choke. De motor loopt automatisch bij optimaal max. toerental, dat vereist is voor een zuiver snijbeeld (motortoerental = mestoerental). Alle modellen 11 UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING F + A ) – Veiligheidsschakelbeugel (1) loslaten F . – De brandstofkraan sluiten A (SA322020).
12 STOPPEN IN GEVAL VAN NOOD
Veiligheidsschakelbeugel en aandrijfschakelbeugel loslaten. – De maaier stopt. – Het mes komt tot stilstand. – De motor wordt uitgeschakeld. OPGELET Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem en de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos functioneren. – als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden blijven stilstaaan. – als de schakelbeugel voor de rijaandrijving wordt losgelaten, dan moet de machine meteen tot stilstand komen. Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken. 13 RIJAANDRIJVING Bediening van de achterwielaandrijving (Afbeelding G ) De achterwielaandrijving wordt door de aandrijfschakelbeugel (1) aan het bovenstuk van de duwboom (2) bij lopende motor in- en uitgeschakeld: – Aandrijfschakelbeugel aantrekken en vasthouden = maaier rijdt. – Aandrijfschakelbeugel loslaten = maaier blijft staan (0-stand). De aandrijfschakelbeugel moet altijd strak tegen het bovenstuk van de duwboom aan getrokken worden. Een ondeskundige bediening leidt tot slijtage van de transmissie. AANWIJZING De achterwielen klikken als de maaier vooruit wordt geschoven. Regelen van de snelheid (Afbeelding H ) BELANGRIJK Het regelen van de snelheid mag alleen geschieden als de motor draait, om beschadigingen te voorkomen! De rijsnelheid wordt ingesteld met de links aangebrachte greep. – Om de snelheid in te stellen de greep in beide richtingen draaien en aldus de gewenste snelheid instellen. De pijl op de draaigreep geeft de rijsnelheid aan. – Stand „Haas” = snel (max. snelheid). – Stand „Schildpad” = langzaam (min. snelheid). AANWIJZING Maaien met te hoge snelheid leidt tot een slecht snijbeeld resp. Opvangresultaat. Pas de snelheid altijd aan aan de omstandigheden. Bij langere afgesneden grassprieten moet een langzamere rijsnelheid worden gekozen. 14 HET MAAIEN Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 Maaien op hellingen SA322020 OPGELET De maaier kan in bermen en op hellingen die tot 48% (26° helling) aflopen, worden ingezet. Steilere schuinstanden kunnen schade aan de motor veroorzaken. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg er altijd voor dat u stevig en stabiel staat. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat! SA322120 OPGELET De maaier kan in bermen en op hellingen die tot 46% (25° helling) aflopen, worden ingezet. Steilere schuinstanden kunnen schade aan de motor veroorzaken. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg er altijd voor dat u stevig en stabiel staat. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat! Alle modellen Oliepeilcontrole Vóór elk maaien het oliepeil controleren Y1 . De motor nooit met te weinig of te veel olie laten lopen. Onherstelbare schade zou het gevolg kunnen zijn. Controle van de bedrijfsveiligheid De grasmaaier is uitgerust met een motorstop-inrichting. Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de verbrandingsmotor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het afzetten van de verbrandingsmotor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden! Ook de foutloze werking van de schakelbeugel voor de rijaandrijving moet vóór elk maaien gecontroleerd worden. Als de schakelbeugel voor de rijaandrijving wordt losgelaten, dan moet de machine meteen tot stilstand komen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Ter vermijding van een gevaar elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes controleren. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk”). Om de 10 bedrijfsuren de meskoppeling controleren op slijtage en zitting. Daarnaast schroeven en moeren van het apparaat controleren op goede bevestiging en eventueel aandraaien!9 Controleren of de bougie goed bevestigd is! Gevaar: elektrische schok. Koppel de bougiestekker alleen los als de motor is afgekoeld. Verbrandingsgevaar! Bij blokkering van het maaiwerk, bijv. door tegen een hindernis aan te rijden, door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren of delen van de maaier beschadigd of vervormd zijn. Ook de eventueel noodzakelijke reparaties altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Tijdelijke beperkingen In Duitsland is de tijdelijke werking van grasmaaiers in de 32e verordening tot uitvoering van de bundes-Immissionsschutzgesetz (32e BImSch-V)“ geregeld. Bovendien zijn regionale beperkingen mogelijk (bijvoorbeeld om de middagrust te beschermen), die door de verantwoordelijke lokale autoriteit aan u kunnen worden gecommuniceerd. Tips voor de verzorging van het gazon Maaien (Afbeelding M ) WAARSCHUWING Verwijder vóór elke maaibeurt alle vreemde voorwerpen (stenen, hout, takken enz.) van het gazon; let echter ook tijdens het maaien nog op rondslingerende voorwerpen. Een instructie over het thema gazonverzorging krijgt u op aanvraag van uw handelaar. Informatie en instructies voor het maaien vindt u ook op de homepage van de fabrikant. Mulchen Wat verstaat men onder mulchen? Bij het mulchen wordt het gazon gesneden en worden de afgesneden halmen gelijktijdig door de speciaal mulchmessen meermaals klein gesneden. Dit mulchmessen richt de grashalmen op en snijdt de halmen in zeer korte stukken, die dan gelijkmatig over het gazonoppervlak worden verdeeld. Het afgesneden gras kan nu sneller uitdrogen en verrotten, waardoor de humusvorming wordt bevorderd. De bodem wordt zo op natuurlijke wijze bemest en ook nog beschermd tegen uitdroging. Het verzamelen en verwijderen van het afgesneden gras vervalt. Het mulchconcept ondersteunt daardoor de ecologische kringloop aanzienlijk. Hoe bereikt men een perfect gesneden gazon? Bij het gebruik van de mulchmaaier moet de te maaien grashoogte zo mogelijk niet hoger zijn dan 10 cm. In één bewerking wordt nu maximaal 1/3 van de grashoogte afgemaaid. Wanneer geen positief resultaat wordt bereikt, moet in voorkomende gevallen twee maal achter elkaar worden gemulcht. Afhankelijk van het soort gazon en de groei-intensiteit moet regelmatig worden gemaaid. Mulchen vereist vooral in de sterke groeifase vaker maaien dan het traditionele oprapen, omdat anders deze een-derde-regel moeilijk aan te houden is. Om een optimaal mulchresultaat te bereiken moet u bij het mulchen de snelheid van de machine lager maken dan bij het traditionele maaien om het gras de tijd te geven langer in het maaiwerk te blijven en daardoor meermaals gesneden te worden. Het beste snijbeeld en resultaat wordt behaald op een droog gazon, omdat een nat gazon door de korte grassprieten snel vastkleeft en klonten oplevert. Deze grasklonten gaan verrotten en schimmelen en belemmeren de gewenste ecologische kringloop. Als het gazon toch eens in zeer vochtige, natte staat moet worden gemaaid, moeten de grassprieten korter zijn, d.w.z. de snijhoogte moet 1-2 standen hoger ingesteld zijn dan bij een droog gazon. U zult merken dat u bij naleving van deze eenvoudige regels een gezond gazon krijgt en het afvoeren van maaisel uitspaart. 15 ONDERHOUDSINTERVALLEN BELANGRIJK Vermijd schade! Onder extreme resp. uitzonderlijke voorwaarden zijn eventueel kortere onderhoudsintervallen vereist dan hierboven vermeld. Indien u gebreken vaststelt, gelieve u dan te wenden tot een geautoriseerde vakwerkplaats. Routineonderhoud aan de machine uitvoeren conform de volgende onderhoudsintervallen. De volgende onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden naast de in deze gebruiksaanwijzing opgesomde intervallen voor onderhoudswerkzaamheden. Vóór de eerste inbedrijfstelling
- Het oliepeil controleren Y1 .
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- De messchroef controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos werkt.
- Controleren of de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Vóór elk bedrijf
- Gazon controleren en alle vreemde voorwerpen verwijderen.
- Radius van de begrenzingskabel controleren (indien ook een automatische maaier wordt ingezet voor de verzorging van het gazon).
- Het oliepeil controleren Y1 .
- Toestand en goede bevestiging van het mes controleren, de messchroef eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos werkt.
- Controleren of de schakelbeugel voor de rijaandrijving foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Om de 10 bedrijfsuren
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- Meskoppeling controleren op slijtage en zitting. Na elk bedrijf
- De maaier schoonmaken.
- Het mes controleren op beschadigingen en slijtage. SA322020 Inrijtijd – Na de eerste 20 bedrijfsuren
- De motorolie verversen. SA322120 Inrijtijd – Na de eerste 5 bedrijfsuren
- De motorolie verversen. Alle modellen Om de 50 bedrijfsuren
- De motorolie verversen.
- Papierelement van het luchtfilter schoonmaken W .
- De lagers van de achterwielaandrijving invetten R . Bij de jaarlijkse inspectie
- Papierelement van het luchtfilter laten vervangen W .
- Voorfilter laten vervangen W .
- Bougie laten vervangen Y .
- De overbrenging en het gebied onder de snaarafdekking laten reinigen.
- De bowdenkabel van de aandrijving controleren en zo nodig laten afstellen.
- Klepspeling laten controleren.
- Verbrandingsresten laten verwijderen van de cilinderkop.
- Regelaarstangen laten controleren en carburateur laten instellen.
- Brandstofleidingen controleren en zo nodig laten vervangen.
16 VERZORGING EN ONDERHOUD VAN DE MAAIER
Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en een storingsvrij bedrijf! Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken! Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor veiligheid en kwaliteit! Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 Reiniging (Afbeelding A + O ) BELANGRIJK Voor alle reinigings- en onderhoudswerkzaamheden eerst de brandstofkraan sluiten A (SA322020), de maaier vooraan omhoog kantelen O (bougie naar boven). Als het noodzakelijk zou zijn om de maaier toch eens op de zijkant te leggen, leg hem dan neer op de kant van de uitlaat en geen geval op die van de carburateur, aangezien er anders startmoeilijkheden zouden kunnen optreden. In opgetilde toestand de maaier beveiligen! OPGELET Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar!10 Vuil en grasresten direct na het maaien verwijderen. Voor de reiniging een borstel of doek gebruiken. De mesbalk niet draaien, aangezien er anders motorolie in de carburateur/het luchtfilter gepompt wordt en er startproblemen kunnen optreden. BELANGRIJK In geen geval de omgeving van de aandrijving, motordelen (zoals ontstekingssysteem, carburateur enz.), afdichtingen en lagerplaatsen met een hogedrukreiniger of normale waterstraal reinigen. Beschadigingen resp. dure reparaties kunnen het gevolg zijn. Opbergen De machine moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard. Laat de motor afkoelen voordat u de machine in gesloten ruimten opbergt. Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding B4 ) BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden! De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. Voor de plaatsbesparende bewaring of voor het transport de beide gerande moeren zo ver losdraaien, dat de bovenste duwboom zonder weerstand naar de motor toe kan worden omgeklapt. – De bowdenkabels daarbij niet knikken of samendrukken. VOORZICHTIG Bij het omleggen van de duwboom voor transport- en opslagdoeleinden kan de boom bij het losdraaien van de gerande moeren onverwacht omslaan. Bovendien kunnen er drukplaatsen met pletgevaar ontstaan tussen het onderste en het bovenste gedeelte van de duwboom. Er bestaat verwondingsgevaar! Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N + N4 ) – Als het apparaat moet worden gedragen, pakt u het voor vast aan de draaggreep (1) en achter aan de dwarsboom van het bovenstuk van de duwboom (2) of bij een omgeklapte boom aan de dwarsboom van het onderstuk (3) (zie afbeelding N ). Houd bij het optillen of dragen rekening met het gewicht van de machine (zie Technische gegevens). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken. Wij raden aan om het apparaat altijd met minstens twee personen op te tillen of te dragen, als er geen andere hulpmiddelen ter beschikking staan. Als het apparaat op een laadvlak getransporteerd wordt, dan moet voor het op- en afladen een laadplatform worden gebruikt. OPGELET Verwondingen vermijden! Bij het op- of afladen van de machine bijzonder voorzichtig te werk gaan. Het wordt aangeraden om er bij het gebruik van een aanhanger op te letten dat deze is uitgerust met stabiele zijwanden. Om het apparaat vast te zetten mogen alleen de aangeduide punten aan het transportvoertuig gebruikt worden. – Het transportmiddel parkeren op vlakke ondergrond, opdat het apparaat niet kan wegrollen voordat het wordt vastgezet. – Het apparaat op alle 4 wielen staand transporteren, om brandstofverlies, beschadigingen van de machine en verwondingen van personen te vermijden. – Het apparaat met toegelaten borgmiddelen (bijv. sjorriemen met spanelement) veilig bevestigen op of in het voertuig. Sjorriemen zijn banden van synthetische vezels. Elke sjorriem is gekenmerkt met een etiket. Het etiket geeft belangrijke informatie over het gebruik. De aanwijzingen op dit etiket moeten bij gebruik van de sjorriem in acht worden genomen. – Bij ladingen die kunnen rollen wordt aanbevolen om ze direct vast te sjorren met vier spanriemen. Daarvoor worden de riemen direct aan de bevestigingspunten aan het apparaat (zie afbeelding N4 ) en in de vastsjorpunten op de laadvloer bevestigd en licht voorgespannen. OPGELET De riemen niet te strak aantrekken. Als het apparaat te strak wordt vastgezet, dan kunnen beschadigingen het gevolg zijn. Onderhoud van de messenbalk Een scherp mes garandeert optimaal snijresultaat. Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q ) WAARSCHUWING Het bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke vibraties veroorzaken en de gazonmaaier beschadigen. De snijranden van de mesbalk mogen slechts zolang worden bijgeslepen totdat de desbetreffende waarde (zie afbeelding Q ) of de markering (1) op de mesbalk (ring) bereikt is. Opgelet! Slijphoek van 30° in acht nemen. Uw vakbedrijf kan deze waarde (slijtagelimiet) voor u controleren! WAARSCHUWING Een mes waarbij de slijtagegrens (markering) werd overschreden kan breken en weggeslingerd worden, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Vervangen van de messenbalk WAARSCHUWING Het vervangen van de mesbalk moet absoluut worden uitgevoerd door een geautoriseerde vakwerkplaats. Door een verkeerd geassembleerde meskoppeling of door een te vast of te los aangedraaide messchroef kan de mesbalk loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben. – Bij de vervanging alleen originele mesbalken gebruiken. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen. – Snijgereedschappen ter vervanging moeten permanent met de naam en/of het logo van de firma of leverancier en met het deel-nr. zijn gekenmerkt. Onderhoud van de voorwielen De wielen zijn uitgerust met onderhoudsvrije lagers. Onderhoud is niet nodig. Onderhoud van de achterwielaandrijving (Afbeelding R ) Om de 50 bedrijfsuren de lagers van de wielen invetten. – De aandrijfwielen na de moer losgedraaid en de stofkap verwijderd te hebben van de wielas aftrekken. – De wielafdekking eraf nemen, daarbij op de aanloopschijf letten. – Het vuil van de wielafdekking, het vrijlooprondsel op de tandwielas en de tandkrans aan de binnenkant van het wiel verwijderen. AANWIJZING Vrijlooprondsel niet van de as aftrekken! – De wielas invetten met het wentellagervet „KAJO-langetermijnvet LZR 2“. Vrijlooprondsel en tandkrans in het wiel niet invetten! – De wielafdekking erop zetten en de aanloopschijf op de wielas schuiven. Bij het erop steken van het aandrijfwiel erop letten dat rondsel en tandkrans in elkaar grijpen, evt. het wiel op de as licht verdraaien. – Stofkap erop zetten, met de zeskantmoer bevestigen en zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Onderhoud van de aandrijving – Voor een onberispelijke functie van de riemaandrijving is in ieder geval vereist, dat de bowdenkabel voor het in- en uitschakelen van de rijaandrijving makkelijk beweeglijk is. Vervangen van aandrijf-V-riem Laat devervanging van de aandrijf-V-riem alleen door erkend vakpersoneel uitvoeren.
17 ONDERHOUD VAN DE MOTOR
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2 WAARSCHUWING Verwondingen vermijden! Motoruitlaatgassen bevatten koolmonoxide en kunnen ernstige aandoeningen of dood tot gevolg hebben. De motor niet in gesloten ruimten, zoals garages, inschakelen, ook niet als deuren en vensters geopend zijn. De machine naar buiten bewegen voordat de motor wordt gestart. BELANGRIJK Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden altijd eerst de brandstofkraan sluiten A (SA322020), de maaier vooraan omhoog kantelen O (bougie naar boven). Als het noodzakelijk zou zijn om de maaier toch eens op de zijkant te leggen, leg hem dan neer op de kant van de uitlaat en geen geval op die van de carburateur, aangezien er anders startmoeilijkheden zouden kunnen optreden. In opgetilde toestand de maaier beveiligen!11 OPGELET Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar! Het regelmatig uitvoeren van de voorgeschreven service- en onderhoudswerkzaamheden vormt de voorwaarde voor een duurzame en storingvrije functie van de motor en bovendien een basisvoorwaarde voor garantieaanspraken. De motor vooral uitwendig altijd schoonhouden, vooral de omgeving van geluiddemper en cilinder moet altijd vrij van vreemde voorwerpen zijn (bijv. grasresten). Uitlaat en motor bereiken tijdens het bedrijf zeer hoge temperaturen. Brandbare vreemde voorwerpen zoals loof, gras enz. kunnen ontbranden. Ook een foutloze koeling is alleen gegarandeerd als de cilinderribben steeds schoon zijn. BELANGRIJK De motor nooit met een hogedrukreiniger of een normale waterstraal reinigen. Beschadigingen resp. dure reparaties kunnen het gevolg zijn. Olie wisselen AANWIJZING Om het milieu te beschermen adviseren wij de olieverversing door een vakwerkplaats te laten uitvoeren. SA322020 De eerste olieverversing bij nieuwe motor is vereist na ca. 20 bedrijfsuren. Later ongeveer om de 50 bedrijfsuren of minstens eenmaal per maaiseizoen. – Voordat de motor of het apparaat worden gekanteld om olie af te laten, de benzinetank leegmaken en de motor zo lang laten lopen, tot hij wegens brandstofgebrek stilvalt. – Motor afzetten en bougiestekker eraf trekken. – De olie verversen, zolang de motor warm is. – Voor de olieverversing de meetstaaf uit de olievulopening nemen en de maaier zo op zijn kant leggen, dat oude olie wegstroomt in een opvangvat. Oude olie niet in de riolering of in de grond terecht laten komen, maar verwerken conform de plaatselijke voorschriften. – De maaier recht zetten en aan de opening merkolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) gieten. De meetstaaf erin steken, maar niet vastschroeven, en oliepeil controleren (zie hoofdstuk Olie vullen, afbeelding Y1 )! Bij oliepeil zoals voorgeschreven de oliemeetstaaf weer erin steken en vastdraaien. SA322120 De eerste olieverversing bij nieuwe motor is vereist na ca. 5 bedrijfsuren. Later ongeveer om de 50 bedrijfsuren of minstens eenmaal per maaiseizoen. – Voordat de motor of het apparaat worden gekanteld om olie af te laten, de benzinetank leegmaken en de motor zo lang laten lopen, tot hij wegens brandstofgebrek stilvalt. – Motor afzetten en bougiestekker eraf trekken. – De olie verversen, zolang de motor warm is. – Voor de olieverversing de meetstaaf uit de olievulopening nemen en de maaier zo op zijn kant leggen, dat oude olie wegstroomt in een opvangvat. Oude olie niet in de riolering of in de grond terecht laten komen, maar verwerken conform de plaatselijke voorschriften. – De maaier recht zetten en aan de opening merkolie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) gieten. De meetstaaf erin schroeven en oliepeil controleren (zie hoofdstuk Olie vullen, afbeelding Y1 )! Bij oliepeil zoals voorgeschreven de oliemeetstaaf erin steken en vastdraaien. Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W ) BELANGRIJK Nooit de motor met gedemonteerde luchtfilter starten of laten lopen. SA322020 – De afdekking (1) openen, naar beneden kantelen en verwijderen. – Papierfilterelement (2) en voorfilter (3) wegnemen. Om het voorfilter uit de afdekking te nemen moet eerst het rooster (4) worden verwijderd. – Papierfilterelement om de 50 bedrijfsuren reinigen Bij lichte vervuiling voorzichtig uitkloppen op een glad oppervlak. Bij sterke vervuiling of beschadiging vernieuwen. Papierfilter niet uitwassen, niet uitblazen met perslucht en niet oliën. – De voorfilters om de 50 bedrijfsuren reinigen. Voorfilters met een vloeibaar reinigingsmiddel wassen in warm water, grondig uitspoelen in schoon water, overtollig water eruit drukken en grondig laten drogen aan de lucht. Het voorfilter niet oliën. – Na het reinigen resp. vervangen het filterelement in de luchtfilterplaat zetten, het voorfilter in de afdekking zetten en met het rooster fixeren. – De haak (5) aan de afdekking (1) in de adapter (6) onder in de luchtfilterplaat steken. – De afdekking naar boven kantelen en zorgvuldig sluiten. Bij ongunstige gebruiksomstandigheden (sterke stofontwikkeling) moet elke keer na het maaien worden gereinigd. Papierfilterelement en voorfilter jaarlijks of om de 100 bedrijfsuren vervangen. (Bestelnr. filterelement zie originele reserveonderdelen en accessoires) SA322120 – De moeren (1) op het luchtfilterdeksel (2) losdraaien en de afdekking verwijderen. – Het voorfilter (3) en papierfilterelement (4) verwijderen. – Het papierfilterelement om de 50 bedrijfsuren reinigen. Het filterelement bij lichte vervuiling voorzichtig uitkloppen op een glad oppervlak. Bij sterke vervuiling of beschadiging vernieuwen. Papierfilter niet uitwassen, niet uitblazen met perslucht en niet oliën. – De voorfilters om de 50 bedrijfsuren reinigen. Voorfilters met een vloeibaar reinigingsmiddel wassen in warm water, grondig uitspoelen in schoon water, overtollig water eruit drukken en grondig laten drogen aan de lucht. Het voorfilter niet oliën. – Het droge voorfilter op het papierfilterelement schuiven en beide in de luchtfilterplaat (5) plaatsen. Controleren of het luchtfilter stevig in de plaat zit. – De afdekking (2) op het luchtfilter plaatsen en met de moer (1) stevig aan de luchtfilterplaat (5) bevestigen. Bij ongunstige gebruiksomstandigheden (sterke stofontwikkeling) moet elke keer na het maaien worden gereinigd. Papierfilterelement en voorfilter jaarlijks of om de 200 bedrijfsuren vervangen. (Bestelnr. filterelement en voorfilter zie originele reserveonderdelen en accessoires) Controle van de bougie (Afbeelding Y ) SA322020 Om de slijtage van de bougie te controleren, bougiestekker aftrekken en de bougie losschroeven. Als de elektrode sterk versleten is, dan dient de bougie te worden vervangen (bestelnummer: zie originele reserveonderdelen en accessoires). De bougie kan eventueel ook met een staalborstel worden gereinigd. Vervolgens dient de elektrodeafstand te worden afgesteld op 0,6-0,7 mm. De bougie (op omkeerring letten) met de hand in de motor vastschroeven en met een dopsleutel handvast monteren. Bougiestekker erop drukken. De bougie elk jaar vervangen. SA322120 Om de slijtage van de bougie te controleren, bougiestekker aftrekken en de bougie losschroeven. Als de elektrode sterk versleten is, dan dient de bougie te worden vervangen (bestelnummer: zie originele reserveonderdelen en accessoires). De bougie kan eventueel ook met een staalborstel worden gereinigd. Vervolgens dient de elektrodeafstand te worden afgesteld op 0,5 mm. De bougie (op omkeerring letten) met de hand in de motor vastschroeven en met een dopsleutel handvast monteren. Bougiestekker erop drukken. De bougie elk jaar vervangen. Alle modellen Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand) – Benzinetank leegmaken en motor zo lang laten draaien tot deze door gebrek aan brandstof automatisch afslaat. – Schakel de motor uit en trek de bougiestekker af. – De olie aftappen zolang de motor nog warm is. Met verse olie (hoeveelheid en kwaliteit zie technische gegevens) bijvullen. – Gras- en maaibezinksel van cilinder en koelribben, onder de motorkap en rondom de uitlaat verwijderen. – De maaier moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.
18 OORZAKEN VAN STORINGEN EN HET VERHELPEN
DAARVAN Storingen Mogelijke oorzaken Oplossing Motor springt niet aan Schakelbeugel niet omgeklapt. Schakelbeugel op het bovenstuk van de duwboom indrukken D . Brandstofkraan gesloten (alleen voor model SA322020). Brandstofkraan openen A . Brandstoftank leeg. Schone en verse brandstof bijtanken. Bougiestekker los. Bougie erop drukken of door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.12 Bougie defect resp. vervuild of elektroden afgebrand. Bougie vervangen resp. reinigen, elektrodenafstand instellen Y : 0,6 - 0,7 mm (bij model SA322020) 0,5 mm (bij model SA322120). Motor krijgt te veel benzine (bougie nat). Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Luchtfilter vervuild. Luchtfilterelement reinigen resp. vernieuwen W . Motorvermogen neemt
Luchtfilter vervuild. Luchtfilterelement reinigen resp. vernieuwen W . Bougie onder het roet. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Brandstof verouderd of vervuild Benzinetank leegmaken en verse brandstof erin gieten. Motor draait onregelmatig Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken resp. vervangen W . Bougie verkoold. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Maaier rijdt niet Schakelbeugel voor rijaandrijving niet ingetrokken. Trek aan de schakelbeugel voor rijaandrijving G Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Rijsnelheid kan niet worden geregeld Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Sterke trillingen (vibratie) Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Onzuivere afsnijding, gras wordt geel Messenbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten slijpen en uitbalanceren Q . Snijhoogte te laag. Grotere snijhoogte instellen I . Toerental van de motor te laag. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Maaien met te hoge snelheid. Maaisnelheid aanpassen, indien nodig rijaandrijving uitschakelen. Maaibanen onvoldoende overlapt. Bij hoog gras moeten de maaibanen verder overlappen. Het gras vervilt Door gebruik een verticuteerder kan merkbare verbetering worden bereikt. Het gemulchte gras ziet er slecht uit: klonten, overmatig veel gemaaid gras, grof maaisel Mesbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten naslijpen en uitbalanceren. Mulchregel niet gevolgd (max. 1/3 van de lengte van het gras snijden; de te snijden lengte van het gras moet minder dan 10 cm zijn). Grotere snijhoogte instellen I . Rijsnelheid te hoog. Rijsnelheid aanpassen, eventueel rijaandrijving uitschakelen. Grasophoping onder het maaiwerk. Grotere snijhoogte instellen I . Maaistroken niet voldoende overlapt. Bij hoog gras moeten de maaistroken elkaar soms meer overlappen. Gras is vochtig. Grotere snijhoogte instellen I . Gras laten drogen. Neem in geval van hier niet nader beschreven storingen en defecten contact op met de dichtst bijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats. Laat reparaties die vakkennis vereisen, altijd alleen door een vakman uitvoeren. Uw geautoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wanneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever niet zelf uitvoert. 19 TECHNISCHE GEGEVENS Motor SA322020 Motor Yamaha 4-takt motor, MA190V Slagvolume 190 cm
Nominaal vermogen 3,2 kW Elektrodenafstand 0,6 - 0,7 mm Brandstof Normale loodvrije brandstof, met max.10% ethanol of max.15% MTBE, geen alkylaatbenzine gebruiken! Tankinhoud ca. 1,2 liter Smeerolie SAE 10W30, SAE 10W40 4-takt motorolie API-serviceklasse SE of een olie van hogere klasse Oliehoeveelheid 0,6 liter SA322120 Motor B&S 4-takt-motor, 850 I/C Cilinderinhoud 190 cm
Apparaatvermogen 3,2 kW Afstand elektroden 0,5 mm Brandstof Loodvrije standaard brandstof, met max. 10% ethanol Tankinhoud ca.1,3 liter Smeerolie SAE 30, SAE 10W30, SAE 5W30 of soort-gelijke kwaliteitsolie, min. kwaliteit SF Hoeveelheid olie 0,5 - 0,6 liter Alle modellen Maaier Behuizing Staal Snijbreedte 530 mm Snijhoogtes per as, 7x 30, 40, 50, 62, 74, 85, 95 mm In hoogte verstelbare duwboom 3 standen Rijsnelheid 2,0 – 3,5 km/h Gewicht 51,5 kg (SA322020) 48,5 kg (SA322120) Lengte 1650 mm Breedte 575 mm Hoogte 485 mm Wielen voor/achter Ø 210 mm/Ø 210 mm Lagering voor Groefkogellagers Lagering achter Brons-glijlagers13 Geluidsvermogen Gegarandeerd geluidsvermogen; gemeten conform 2000/14/CE
= 96 dB(A) Trillingen Trillingen aan de stuurboom; gemeten volgens EN ISO 5395-2 Meetonzekerheden; conform EN 12096
Geluidsdrukniveau SA322020 Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de operator; gemeten volgens EN ISO 5395-2 Meetonzekerheden; conform ISO 4871
= 83 dB(A) 1,5 dB SA322120 Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de operator; gemeten volgens EN ISO 5395-2 Meetonzekerheden; conform ISO 4871
Notice-Facile