GYS Start 200 - Batterijlader

Start 200 - Batterijlader GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Start 200 GYS in PDF-formaat.

📄 48 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice GYS Start 200 - page 32

Questions des utilisateurs sur Start 200 GYS

0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.

Poser une nouvelle question sur cet appareil

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Aucune question pour l'instant. Soyez le premier à en poser une.

Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Start 200 - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Start 200 van het merk GYS.

GEBRUIKSAANWIJZING Start 200 GYS

NLNL Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES In deze gebruiksaanwijzing vindt u de aanwijzingen over het functioneren van uw toestel en de veiligheids- voorzorgsmaatregelen. Leest u dit document aandachtig door voor u het apparaat in gebruik neemt. Bewaar dit document als naslagwerk. Deze instructies moeten eerst goed gelezen en begrepen worden alvorens het apparaat te gebruiken. Voer geen enkele verandering en/of onderhoud uit die niet beschreven staat in deze handleiding. Leder lichamelijk letsel of materiële schade veroorzaakt door het onjuist opvolgen van de instructies in deze handleiding kan niet op de fabrikant verhaald worden. Raadpleeg in geval van problemen of vragen een gekwaliceerde onderhoudsmonteur. Dit apparaat kan uitsluitend gebruikt worden als oplader of als stroomvoorziening, volgens de instructies vermeld op het apparaat en in de handleiding. Volg altijd nauwkeurig de veiligheidsinstructies op. Bij oneigenlijk of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant van dit product niet aansprakelijk gesteld worden. Dit apparaat is bestemd voor gebruik binnen. Niet blootstellen aan regen. Dit apparaat kan allen gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met lagere lichamelijke, zintuiglijke of mentale vaardigheden of gebrek aan ervaring of kennis als deze goed begeleid worden of als in de handleiding aangeven staat dat het toestel veilig en zonder risico gebruikt kan worden. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Schoonmaak en onderhoud mogen niet gedaan worden door kinderen zonder toezicht. Niet geschikt voor het opladen van niet-oplaadbare batterijen of accu's. Gebruik het apparaat niet als de stroomkabel of de stekker defect zijn. Probeer nooit een bevroren of een defecte accu op te laden. Het apparaat niet bedekken. Het apparaat niet dichtbij een warmtebron plaatsen en niet blootstellen aan blijvend hoge temperatuur (hoger dan 50°C). De ventilatie openingen niet toedekken. Volg de installatie- instructies in deze handleiding voor het opstarten van het apparaat. De automatische modus en de gebruiksbeperkingen van het apparaat worden in deze handleiding beschreven. Ontploffings- en brandgevaarlijk!

  • Een opladende accu kan explosief gas uitstoten.
  • Plaats de accu tijdens het opladen in een goed geventileerde ruimte.33 START 200 / 300

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing

  • Vermijd vuur en vonken. Niet roken.
  • Scherm de elektrische delen van de accu af om kortsluiting te voorkomen. Let op : zuur-projectie gevaar.
  • Draag altijd een veiligheidsbril en veiligheidshandschoenen.
  • In geval van oog- of huidcontact, meteen met veel water afspoelen en onmiddellijk een arts raadplegen.

Aansluiten / Afsluiten :

  • Sluit de stroomvoorziening af, alvorens de accu aan te sluiten of los te koppelen.
  • De aansluitklem van de accu die niet is aangesloten op een chassis moet als eerst aangekoppeld worden. De andere verbinding moet plaats vinden op de chassis, ver van de accu en van de brandstofkanalisering. De accu oplader moet vervolgens op het net aangesloten worden.
  • Koppel na het laden eerst de acculader van de netspanning los. Koppel daarna de connectie van de chassis los, en pas daarna de connectie met de accu. Aansluiten :
  • Dit apparaat moet aangesloten aan de netspanning met een geaard stopcontact.
  • Dit apparaat is, ter bescherming, uitgerust met een zekering. Deze apparatuur is conform aan CEI 61000-3-12 Deze apparatuur is conform aan CEI 61000-3-11 norm. Onderhoud :
  • Als de voedingskabel beschadigd is, dient deze vervangen te worden door de fabrikant, zijn reparatie dienst of een gekwaliceerde technicus, om gevaar te vermijden.
  • Het onderhoud dient uitsluitend door een gekwaliceerde onderhoudsmonteur te gedaan te worden.
  • Waarschuwing ! Altijd de stekker uit het stopcontact halen alvorens eventuele onderhoudswerkzaamheden te verrichten.
  • Haal regelmatig de kap van het apparaat en blaas het stof weg met een elektrisch stofblazertje. Laat tegelijkertijd de elektrische aansluitingen controleren door een gekwaliceerd technicus (met behulp van geïsoleerd gereedschap).
  • Nooit oplosmiddelen of andere agressieve schoonmaakmiddelen gebruiken.
  • De oppervlaktes van het apparaat reinigen met een droge doek.START 200 / 300

NLNL Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Regelgeving :

  • Het apparaat is in overeenstemming met met de Europese richtlijnen
  • De conformiteitsverklaring is te vinden op onze internetsite.
  • EAC (Euraziatische Economische Gemeenschap) merk
  • Materiaal conform aan de Britse eisen. De Britse verklaring van overeenkomt is beschikbaar op onze website (zie omslagpagina).
  • Dit materiaal voldoet aan de Marokkaanse normen. De verklaring Cم (CMIM) van overeenstemming is beschikbaar op onze internet site (vermeld op de omslag). Afvalverwerking :
  • Afzonderlijke inzameling vereist. Niet met het huishoudelijke afval wegwerpen. ALGEMENE OMSCHRIJVING De START apparaten zijn ontworpen om vloeibare elektrolyt lood accu’s van 12V (6 elementen) of 24V (12 elementen) op te laden en op te starten : Laadcapaciteit Startcapaciteit Start 200 53 - 240 Ah 35 - 80 Ah Start 300 38 - 300 Ah 35 - 100 Ah ELEKTRISCHE VOEDING Controleer of de voeding en de bijbehorende beveiligingen (zekering en/of stroomonderbreker) in overeenstemming zijn met de voor de accu-lader benodigde stroom. Het apparaat dient zodanig aangesloten te worden dat het mogelijk is het, indien nodig, meteen uit te kunnen schakelen. Ze moeten worden aangesloten op een 230V GEAARD enkelfase stopcontact, beveiligd met een 16 A hoofdschakelaar.

AANSLUITEN EN LOSKOPPELEN

BELANGRIJK! Verzeker u ervan, voor het aankoppelen van een accu, dat het toestel niet is aangesloten op de netspanning, en dat de schakelaar op OFF staat. Controleer ook de polariteit van de accu. Waarschuwing : de kabels mogen niet worden afgekneld of in contact komen met hete of scherpe oppervlakken.

  • Koppel tijdens het opladen de accu af van alle elektrische systemen (de accu niet opladen wanneer deze is aanges- loten op het voertuig). Opstarten en laden van een accu die aangekoppeld is aan het voertuig : Wanneer de negatieve pool van de accu is aangesloten op het chassis
  • Koppel de rode klem aan op de + pool van de accu.
  • Koppel de zwarte klem aan op het chassis van het voertuig, zodanig dat deze zich ver genoeg van de brandstoeiding en de accu bevindt.
  • Sluit het apparaat op de netspanning aan.
  • Zet na gebruik de schakelaar op OFF (als die aanwezig is). Koppel dan eerst de lader los van de netspanning, daarna de zwarte klem en als laatste de rode klem. Bij sommige voertuigen is de positieve pool van de accu aan het chassis gekoppeld. In dit geval :
  • Koppel de zwarte klem aan op de negatieve pool van de accu.
  • Sluit de rode klem aan het chassis van het voertuig, zodanig dat deze zich ver genoeg van de brandstoeiding en de accu bevindt.
  • Sluit het apparaat op de netspanning aan.
  • Zet na gebruik de schakelaar op OFF (voor de START 300). Koppel dan eerst de lader los van de netspanning, daarna de rode klem en als laatste de zwarte klem.35 START 200 / 300

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Laden van een accu die niet aangesloten is aan het voertuig :

  • Sluit de rode klem aan op de positieve pool van de accu en de zwarte klem op de negatieve pool van de accu.
  • Zet na gebruik de schakelaar op OFF (voor de START 300). Koppel dan eerst de lader los van de netspanning, daarna de rode klem en als laatste de zwarte klem.

GEBRUIK IN DE MODUS OPLADEN

Voorzorgsmaatregelen

  • Kies een beschutte, voldoende geventileerde of speciaal aangepaste ruimte.
  • Haal de doppen van de accu af (indien aanwezig) en verzeker u ervan dat het niveau van de vloeistof (elektrolyt) voldoende is. Anders gedemineraliseerd water toevoegen en nauwkeurig de accupolen en de accuklemmen reinigen.
  • Controleer of de capaciteit (in ampère-uren) en spanning (in Volt) van de accu in overeenstemming zijn met uw lader.
  • We raden afkoppelen van een elektronisch systeem de batterij tijdens het opladen (niet de batterij niet opladen wanneer aangesloten op het voertuig). Gevaar voor auto-elektronica schade. Toezicht en laadstatus LET OP: dit zijn traditionele apparaten. Het opladen van accu’s vergt toezicht, en het laden stopt alleen wanneer de gebruiker de schakelaar op de «OFF» positie zet, of als hij/zij het apparaat van de netspanning afkoppelt. Wanneer de accu opgeladen is, begint de vloeistof (elektrolyt) van de accu te koken. Het wordt aanbevolen om het laden aan het begin van dit verschijnsel te onderbreken om beschadiging van de accu te voorkomen. Bovendien kan, als de accu op een voertuig is aangesloten, een langdurige laadprocedure zonder toezicht de auto- elektronica beschadigen. Ook bij het opladen van een gesulfateerde accu die niet meer geladen kan worden bestaan deze risico’s, al vanaf het begin van de laadprocedure. Het einde van de laadprocedure wordt aangegeven ofwel door de positie van de naald van de ampèremeter, wanneer deze zich tussen 0 en 10A bevindt, ofwel door een laadtijd langer dan 10 uur. Verzegelde accu Om een verzegelde accu op te laden moet men uiterst voorzichtig te werk gaan. Er moet langzaam overgegaan worden tot laden, en de spanning op de accupolen moet voortdurend gecontroleerd worden. Het wordt aanbevolen het laden te onderbreken wanneer de spanning (spanning tijdens het laden) 14,4V bereikt voor een 12V accu, en 28,8V voor een 24V accu. Deze spanning is meetbaar met behulp van een accu tester of een voltmeter. Laden Als de lader aangesloten is op de accu, volgens de aanbevelingen (zie aansluiten en afkoppelen) : - zet de schakelaar op positie LADEN of BOOST 1, in overeenstemming met de capaciteit van de accu. Waarschuwing : In de Boost 1 modus kan de thermische beveiliging zich aan het begin van het laden activeren, als de accu sterk ontladen is.

OPLAAD MODUS BOOST MODUS

Spanning Laadcapaciteit Laadcapaciteit START 200 12 V 53 tot 240 Ah (11 A) 90 tot 240 Ah (18 A) START 300 12 V 42 tot 150 Ah (10 A) 115 tot 300 Ah (23 A)24 V 38 tot 120 Ah (8 A) 85 tot 224 Ah (17 A) Koppel na gebruik los, volgens de aanbevelingen. Gelijktijdig laden van meerdere accu’s Met behulp van een parallel aansluiting kunt u meerdere accu’s tegelijk laden. De positieve polen verbonden met de rode klem en de negatieve polen aangesloten op de zwarte klem. Deze accu’s of groepen accu’s moeten allemaal dezelfde spanning hebben (12V of 24V). Het serie-laden wordt niet aanbevolen.

GEBRUIK IN DE STARTER MODUS

Voorzorgsmaatregelen

  • Koppel de accu niet los van het voertuig. Het aankoppelen van de accu kan het verlies van gegevens veroorzaken en eventueel het opstarten verhinderen. Opstarten Als de starter volgens de aanbevelingen aangesloten is op de accu (zie aansluiten en loskoppelen), kan het nodig zijn om eerst voor te laden, om de voor het opstarten benodigde energie te genereren. Zet de schakelaar op de «BOOST» positie om het voorladen op te starten.START 200 / 300

NLNL Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing Onmiddellijk 5 min voorladen Start 200 35 - 40 Ah 40 - 80 Ah Start 300 35 - 50 Ah 50 - 100 Ah Zet, om de accu te starten, de schakelaar op de «START» positie. Ga naar de bestuurdersplaats van het voertuig. De functie «starten» wordt geactiveerd op het moment dat u de contactsleutel omdraait. Deze functie moet uitgeschakeld worden zodra het voertuig opstart. Het wordt aanbevolen om met 2 personen te werken, zodat de persoon die zich het dichtst bij de START bevindt de START positie op het laatste moment kan inschakelen, en die het toestel direct weer kan uitschakelen zodra het voertuig opstart. Wacht 2 minuten tussen 2 startpogingen als de motor niet meteen opstart. De duur van de poging mag maximaal 3 sec zijn. Nb: Als het voertuig niet start, wil dat niet direct zeggen dat de accu in slechte staat verkeert. De oorzaak van het probleem kan ook bij de dynamo, bij de gloeibougies of elders liggen. Volg na elk gebruik de aanbevelingen voor het loskoppelen op. BEVEILIGINGEN Dit apparaat is ontworpen met maximale beveiligingen:

  • De laad klemmen zijn volledig geïsoleerd.
  • Twee zekeringen voor de beveiliging tegen ompoling en kortsluiting : Start 200 Start 300 Primary fuse (No Gys reference for sells) Cylindrical 5× 20 mm - 5 A Littel Fuse reference: 0314.005MXP C51382 (No Gys reference for sells) Cylindrical 5× 20 mm - 10 A Littel Fuse reference: 0314.010MXP Fusible secondaire Gys reference : 054622 Type: BF1 – M5 - 32 V 50 A Littel Fuse reference: 153.5631.5502 Gys reference : 054653 Type: BF1 – M5 - 32 V 80 A Littel Fuse reference: 153.5631.5802 Het vervangen moet handmatig gebeuren.
  • De thermische beveiliging wordt verzekerd door een thermostaat (afkoeling ongeveer een kwartier). Het groene lampje gaat uit bij oververhitting voor de start 200, of het oranje lampje gaat aan bij de start 300.

GESULFATEERDE OF BESCHADIGDE ACCU

De START apparaten kunnen beschadigde of gesulfateerde accu’s niet herkennen.

  • De accu is zwaar beschadigd als tijdens het laden de naald van de ampèremeter snel naar zeer hoge waarden schiet. De accu is denitief buiten gebruik.
  • in geval van een gesulfateerde accu : stel het apparaat in op de meest sterke «BOOST» modus en controleer regelmatig of de ampèremeter een laadstroom aangeeft. Zodra de laadstroom toeneemt, instellen op de bij de accu passende laadsterkte. Indien er na 5 uur geen verbetering optreedt, is de accu denitief buiten gebruik. Waarschuwing - Deze handeling mag alleen uitgevoerd worden als de accu losgekoppeld is van het voertuig.

AFWIJKINGEN, OORZAKEN, OPLOSSINGEN

Afwijkingen Oorzaken Oplossingen De AAN/UIT knop brandt niet wanneer deze op de AAN positie staat (alleen START 300) Geen netspanning. Controleer of de voedingskabel goed aangesloten is op een 230V 50/60Hz aansluiting. Controleer het elektrische netwerk. De ampère-meter van het apparaat slaat niet uit. Probleem met de netspanning Controleer uw netspanning Controleer of het apparaat op positie «laden» staat Kortsluiting van de klemmen of omgekeerde polariteit Controleer of de zekeringen niet gesmolten zijn en of de stroomonderbreker is ingedrukt. De accu die u wilt opladen is defect. Controleer de spanning op de polen met behulp van een voltmeter. Als deze spanning direct boven de 2,5V per cel stijgt kan de accu gesulfateerd of beschadigd zijn. Spanningsfout (12 - 24V) Controleer of de schakelaar op de goede positie staat (12 of 24V) Als gevolg van intensief gebruik is uw apparaat overgeschakeld op thermische beveiliging. Wacht een kwartier tot het toestel is afgekoeld.37 START 200 / 300

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing De lader is correct aangesloten maar laadt de accu niet op Zekering is doorgebrand Vervang de zekering De klemmen maken geen goed contact Reinig de accupolen en de accuklemmen. Controleer de staat van de kabels en de klemmen. Verkeerde laad-positie Controleer de samenhang tussen de laad- positie en de spanning van de accu Als gevolg van intensief gebruik is uw apparaat overgeschakeld op thermische beveiliging. Wacht een kwartier tot het toestel is afgekoeld. De naald van de ampèremeter stijgt boven de maximale graduatie, terwijl de schakelaar op minimum staat. De accu is diep ontladen Blijven laden met de minimale instelling. Spanningsfout (12 -24 V) Controleer of de schakelaar op de goede positie staat (12 of 24V) Cellen van de accu zijn in kortsluiting Accu beschadigd. Vervang de accu De zekering brandt voortdurend door Polariteitsomwisseling Sluit de + klem aan de + pool van de accu en de - klem op de - pool van de accu Verkeerde laad-positie Controleer de samenhang tussen de laad- positie en de spanning van de accu Te hoog stroomverbruik op de accu Neem geen stroom af van de accu tijdens het laden Het apparaat laadt een 12V accu terwijl het apparaat ingesteld staat op 24V Zet de schakelaar op 12V positie. Het apparaat slaat af U probeert op te starten, terwijl het apparaat op de «laad» positie staat Zet de schakelaar op de «starter» stand, om uw apparaat niet te beschadigen. Reset de stroomonderbreker U laadt een 12V accu op terwijl het apparaat op 24V afgesteld staat Zet de schakelaar op 12V positie. Na een dag laden gaat het lampje «laden voltooid» niet branden. De accu is beschadigd Vervang de accu. Het apparaat laadt een 24V accu terwijl het ingesteld staat op 12V. Zet de schakelaar op de 24V positie. GARANTIE De garantie dekt alle gebreken en fabricagefouten gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeidsloon). De garantie dekt niet :

  • Alle overige schade als gevolg van vervoer.
  • De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.).
  • Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).
  • Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof). In geval van storing moet het apparaat teruggestuurd worden naar uw distributeur, samen met: - Een gedateerd aankoopbewijs (betaalbewijs, factuur ...). - Een beschrijving van de storing.START 200-300
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : GYS

Model : Start 200

Categorie : Batterijlader