BM 5001 - Grasmaaier SOLO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BM 5001 SOLO in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over BM 5001 SOLO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BM 5001 - SOLO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BM 5001 van het merk SOLO.
GEBRUIKSAANWIJZING BM 5001 SOLO
Lees deze documentatie vóór ingebruikname door. Dit is een voorwaarde voor veilig wer- ken en storingsvrij gebruik. Neem de veiligheidsvoorschriften en waar- schuwingen in deze documentatie en op het product in acht. Deze documentatie is permanent onderdeel van het beschreven product en dient bij ver- koop aan de koper te worden overgedragen. Legenda LET OP! Het nauwkeurig in acht nemen van deze waarschuwingen kan verwondingen en/ of materiële schade voorkomen. ADVICE Speciale aanwijzingen voor een beter begrip en gebruik. Reglementair gebruik Deze balkenmaaier is uitsluitend bestemd voor particulier gebruik in tuinen bij huizen en in hob- bytuinen. De maaier mag uitsluitend worden gebruikt met de originele aanbouwapparaten (maaibalk, winte- ruitrusting). LET OP! Het apparaat mag niet commercieel wor- den gebruikt.
Reiniging en onderhoud van maaibalk. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Het apparaat uitsluitend in technisch onberis- pelijke staat gebruiken Jongeren onder de leeftijd van 16 jaar en per- sonen die de gebruikershandleiding niet heb- ben gelezen, mogen het apparaat niet gebrui- ken. De plaatselijke regelgeving met betrekking tot de minimumleeftijd van de bedienende persoon in acht nemen. Lange broek en stevige schoenen te dragen. Vreemde voorwerpen uit het werkgebied ver- wijderen Het terrein controleren waarop de maaier zal worden gebruikt. Alle voorwerpen die gegre- pen en weggeslingerd kunnen worden eerst verwijderen. Ga nooit maaien terwijl er dieren of mensen, met name kinderen, in de nabijheid zijn. Neem de specifieke voorschriften voor de ge- bruikstijden in uw land in acht. Maai uitsluitend bij daglicht of bij een goede kunstmatige verlichting. LET OP! Voor inbedrijfstelling altijd een visuele in- spectie uitvoeren. Beschadigde of versleten onderdelen moe- ten worden vervangen door originele reser- veonderdelen. De gebruiker is verantwoordelijk voor onge- vallen met andere mensen en hun eigendom- men. Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen niet buiten werking stellen Bij het starten van de motor mag er niemand voor de maaibalk staan, moet de maai- en wielaandrijving uitge- schakeld zijn. De maaier uitsluitend gebruiken in weiden en op grasvelden.Veiligheidsvoorschriften 441487_a 21 Als de maaimachine wordt vervoerd of opge- tild, moet beslist de beschermlijst op de maai- balk zijn aangebracht. Bij verrijden van de machine buiten het maai- bereik moet eerst de maaiaandrijving worden uitgeschakeld. Blijf met uw handen en voeten uit de buurt van roterende onderdelen. Manoeuvreer het apparaat uitsluitend met behulp van de duwboom. Daardoor wordt au- tomatisch een veilige afstand gehandhaafd Let bij het werken op een zekere stand. Uitlaat en motor schoon houden LET OP! Brandgevaar! Brandbaar materiaal moet worden verwi- jderd van de uitlaat en rondom de motor- cilinder. Bij het werken op hellingen: Werk nooit op een gladde en glibberige helling. Altijd opletten dat u stabiel staat. Altijd dwars ten opzichte van de helling maaken, nooit omhoog of omlaag. Niet maaien op helling van meer dan 20°! Wees zeer voorzichtig bij het keren! Laat het apparaat nooit zonder toezicht. Bij het verlaten van het apparaat: motor uitschakelen wachten tot het snijmechanisme stilstaat ontstekingsplug eruit trekken De afstellingen van de motor niet wijzigen.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIE VOOR DE
MAAIBALK Het maaimes in de maaibalk ligt gedeeltelijk bloot. Bij onvoorzichtig uitgevoerd onderhoud is hier sprake van een verhoogd risico op letsel. De beschermlijst voor de maaibalk altijd aanbren- gen bij montage van de maaibalk aan de maaier reinigen van de machine vervoer en opslag van de maaier montagewerkzaamheden aan de maaibalk Een beschadigde beschermlijst vervangen.
BRANDSTOF EN VERBRUIKSSTOFFEN
WAARSCHUWING! Brandgevaar! Benzine is sterk ontvlam- baar! Benzine alleen in daarvoor bestemde reser- voirs bewaren Alleen buiten tanken Bij het tanken niet roken Bij het tanken van brandstof een vultrechter of vulbuis gebruiken, om zo te voorkomen dat er brandstof wordt gemorst op de motor, de behuizing of op de ondergrond. De tankdop bij lopende of warme motor niet openen Beschadigde tank of tankdop vervangen Een beschadigde uitlaatdemper vervangen. Wanneer er benzine is uitgelopen: motor niet starten ontstekingspogingen vermijden apparaat reinigen. LET OP! Risico op brandwonden! Een draaiende motor geeft hitte af. Mo- toronderdelen, met name de uitlaat, kun- nen zeer heet worden. WAARSCHUWING! De motor nooit in afgesloten ruimten la- ten lopen. Vergiftigingsgevaar! MONTAGE LET OP! Het apparaat mag pas na volledige mon- tage worden gebruikt. Voor de montage van deze machine dient u de afzonderlijk bijgevoegde montagehandleiding te raadplegen. INBEDRIJFSTELLING Eerste ingebruikname ADVICE Cursief afgedrukte cijfers, zoals (2-1) verwijzen naar de afbeeldingen.nl Inbedrijfstelling 22 5001 R II WAARSCHUWING! Benzinemotor: Vooraf aan de eerste in- gebruikname afvullen met olie en ben- zine! Wielaandrijving De tandwielkast is op de fabriek afgevuld met olie. Altijd de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de motorfabrikant in acht nemen Duwboomhoogte instellen (1) Stel de hoogte van de duwboom overeenkomstig de lichaamsgrootte in. De normale instelling bevindt zich ter hoogte van de heupen.
1. Draai de bouten op de console van de behui-
2. Stel de hoogte van de duwboom in overeen-
komstig het slobgatgedeelte.
3. Draai de bouten weer vast.
Maaihoogte instellen Met behulp van de geleide-ijzers (2 stuks) wordt de maaihoogte ingesteld. Standaardmaaibalk (2) traploze maaihoogte-instelling tot ca. 6 cm Draai de moeren los. Breng de geleide-ijzers op de gewenste hoogtestand. Draai de moeren weer vast. LET OP! Beide geleide-ijzers moeten op gelijke hoogte worden ingesteld! ESM - maaibalk (3) Montage van de loopzoolhouder als geleide- ijzers Het maaimes maait vlak boven de grond. Monteer de loopzoolhouder zoals afgebeeld, de gebogen zijde wijst naar beneden (4). Montage van de verstelbare geleideijzers traploze maaihoogte-instelling tot ca. 6 cm. Monteer de loopzoolhouder zoals afgebeeld (5), de gebogen zijde wijst naar boven. Monteer de geleide-ijzers zoals afgebeeld (6). Maaihoogte instellen (7) Draai de moeren (2 stuks per geleideijzer) los. Breng de geleide-ijzers in de gewenste hoog- testand. Draai de moeren weer vast. LET OP! De geleide-ijzers moeten op gelijke hoogte worden afgesteld! Motor starten LET OP! Bij het starten van de motor mogen de koppelingshendels voor de rij- en maaia- andrijving niet geactiveerd zijn! Zet de gashendel in de stand << START >> (8). Druk de primerknop driemaal met tussenpozen van telkens 2 seconden in (9). Druk de primerknop vijfmaal in bij lage tempera- turen onder de 10° C. ADVICE Bij bedrijfswarme motor hoeven de starterknoppen niet te worden be- diend. Trek het startkoord snel naar buiten en laat het vervolgens weer langzaam oprollen (10). Als de motor niet start na 3 trekproeven (9) en (10) herhalen. Zet de gashendel overeenkomstig het gewenste motortoerental in een stand tussen start en stop, zodra de motor loopt. Zet de gashendel in de stand <START> - (vol gas) om te kunnen maaien. ADVICE Als de motor uit gebrek aan brandstof is tot stilstand gekomen, tanken en start de motor opnieuw door (9) en (10). Maaibalk inschakelen (11) Veiligheidsbeugel (11-1) wegdraaien. Koppelingshendel (11-2) helemaal omlaag druk- ken en vasthouden. GEVAAR! Het maaiwerk mag pas na de eerste helft van het hendelverstelbereik in beweging komen, eventueel de bedieningskabel beter afstellen – (zie onder: Bedienings- kabel afstellen).Inbedrijfstelling 441487_a 23 Wielaandrijving inschakelen (11) Koppelingshendel (11-3) naar de duwboom toe trekken en vasthouden. GEVAAR! De wielaandrijving mag pas na de eerste helft van het hendelverstelbereik inscha- kelen, eventueel de bedieningskabel be- ter afstellen – (zie onder: Bedieningska- bel afstellen). Uitvoering met vooruit- en achteruitversnelling (12) Koppelingshendel (12-1) = Wielaandrijving voo- ruit Koppelingshendel (12-2) = Wielaandrijving achte- ruit WAARSCHUWING! Niet aan beide koppelingshendels te- gelijkertijd trekken! Wielaandrijving vooruit
Wielaandrijving achteruit inschakelen. Wielaandrijving uitschakelen (12) Koppelingshendel (12-1) of (12-2) loslaten. Maaibalk uitschakelen (11) Koppelingshendel (11-2) loslaten. Motor uitschakelen (13) Chokehendel in de stand <<STOP>> zetten. MAAIBALK De maaibalk na gebruik steeds reinigen, met name de mesgeleiderelementen en de glijvlak- ken. Daartoe het maaimes demonteren. Vervolgens alle bewegende onderdelen oliën. Uitsluitend biologisch afbreekbare smeermid- delen gebruiken! Maaimes demonteren uit maaibalk Standaardmaaibalk (14, 15)
1. Bouten (14-1) uitdraaien.
2. Het onderdeel (14-2) naar voren toe wegne-
3. Bij hermontage van dit onderdeel letten op de
montagerichting – het uitsteeksel moet in de rijrichting wijzen!
4. Maaimesgeleiders losmaken (15).
5. Zeskantmoeren losdraaien en de tapeinden
6. Maaimes er aan de zijkant uittrekken.
De hermontage vindt plaats in omgekeerde vol- gorde. Instellen van maaispeling (15)
1. De tapeinden met de hand zover indraaien tot
er weerstand voelbaar is - vervolgens nog een halve slag verder aandraaien.
2. Tapeinden borgen met contramoeren.
3. Het maaimes moet na instellen met de hand
nog vrij kunnen worden bewogen.
4. Een maaitest uitvoeren - als de maaiwerking
te wensen overlaat de tapeinden nog iets ver- der indraaien. ESM-maaibalk (14)
1. Bouten (14-1) uitdraaien.
2. Het onderdeel (14-2) naar voren toe wegne-
3. Bij hermontage van onderdeel 2 letten op de
montagerichting – het uitsteeksel moet in de rijrichting wijzen! Voor verdere demontage van het maaimes en voor onderhoud van de maaibalk zie bijlage: ESM – Universal SC-maaibalk ADVICE 3 smeernippels (16-1, 17) De smeernippels op de meenemer (16) en op de maaibalkaandrijving (17) na elke 8 bedrijfsuren smeren met in de handel verkrijgbaar universeelvet. Messen slijpen en vervangen Bot geworden meselementen naslijpen met een geschikte slijpsteen; houd de correcte snijhoek (ca. 35 – 40°) aan – het maaimes eerst demonte- ren. Versleten of beschadigde meselementen vervan- gen - werkplaats klantenservice. Door een vakman laten controleren: na botsen op een hindernis bij plotseling stilstaan van de motor wanneer de maaibalk verbogen is bij schade aan de transmissie bij defecte V-riem WIELAANDRIJVING (18)nl Motor 24 5001 R II Het olieniveau in de tandwielkast regelmatig con- troleren
1. Machine horizontaal opstellen.
2. Olieafsluitdop eruit draaien.
3. Vereist olieniveau: bij de onderkant van de vu-
lopening. Zo nodig bijvullen met versnellings- bakolie. Olietype Versnellingsbakolie SAE 80 Oliehoeveelheid voor machine met alleen vooruitversnel- ling ca. 0,25 l voor- en achteruitver- snelling ca. 0,50 l MOTOR Motorolie, luchtfilter, bougie vervangen Zie bedieningshandleiding van de motorenfabri- kant.
BOWDENZÜGE NACHSTELLEN
Bowdenkabels bijstellen Maaibalk (hier geen contramoer) Rijaandrijving
1. Draai de contramoeren los
2. Stel opnieuw af m.b.v. de stelschroef
Juiste instelling: Het maaiwerk resp. het rijwerk mag pas in bewe- ging komen nadat de hendel voor de helft is inge- drukt.
3. Draai de contramoeren weer vast.
ONDERHOUD De machine nooit met lopende motor hef- fen of vervoeren. Motor uitzetten, bougiedop loshalen, wachten tot alle bewegende onder- delen stilstaan. VOORZICHTIG! Brandgevaar! Getankte machine niet in gebouwen be- waren, waarin benzinedampen met open vuur of vonken in aanraking zouden kun- nen komen! Benzinetank alleen leegmaken in de open- lucht. Het apparaat niet met water afspuiten! Het binnendringen van water (ontsteking, carbu- rateur...) kan tot storingen leiden. ADVICE Wanneer de maaimachine in een kantel- stand wordt gebruikt, moet bij het motor- type BRIGGS & STRATTON de bougie naar boven gericht zijn!!! Zie de gebruikershandleiding van de motorfa- brikant! Bij werkzaamheden aan het maaiwerktuig al- tijd veiligheidshandschoenen dragen. Bij opslag in een afgesloten ruimte de motor eerst laten afkoelen Reserveonderdelen en toebehoren De behuizing mag niet worden geopend. Wijzigingen in constructie en uitvoering blij- ven voorbehouden. AFVOEREN Gebruikte apparaten, batterijen of accu´s niet afvoeren via de vuilnisop- haaldienst! Verpakking, apparaat en accessoires zijn gemaakt van recyclebare materialen en moeten ook als zodanig worden afgevo- erd.
LET OP! Verwondingsgevaar! Vóór alle onderhouds- en reinigings- werkzaamheden de ontstekingsplug eruit trekken!GARANTIE 441487_a 25 Storing Oplossing Motor springt niet aan Bij een koude motor: primer indrukken Benzine tanken Gashendel in de stand Start zetten Bougiestekker op de bougie steken Bougies controleren, eventueel vervangen Luchtfilter reinigen Motorvermogen neemt af Klantenserviceplaats opzoeken, Meslemme- ten naslijpen / vernieu- wen Luchtfilter reinigen Storing Oplossing Onzuiver maaire- sultaat Klantenserviceplaats opzoeken Meslemmeten naslijpen / vernieu- wen Maaihoogte op- nieuw afstellen Maaiwerk / wie- laandrijving func- tioneert niet Stel de bowdenkabel opnieuw af Klantenserviceplaats opzoeken, V-riem de- fect ADVICE Neem bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt ver- helpen contact op met onze lokale klan- tenservice. GARANTIE Eventuele materiaal- of fabricagefouten aan het apparaat verhelpen we gedurende de wettelijke termijn voor garantieaanspraken naar onze keuze door reparatie of een vervangende levering. Deze garantie- termijn wordt bepaald door de wetgeving in het land, waar het apparaat is gekocht. Onze garantietoezegging geldt enkel bij: correcte behandeling van het apparaat inachtneming van de bedieningshandleiding gebruik van originele reserveonderdelen De garantie vervalt bij: pogingen tot reparatie van het apparaat technische wijzigingen aan het apparaat gebruik dat niet in overeenstemming is met de bestemming Uitgesloten van de garantie zijn: lakschade die is veroorzaakt door normale slijtage slijtageonderdelen, die op de kaart met reserveonderdelen zijn gekenmerkt met de omkadering [xxx xxx (x)] verbrandingsmotoren (hiervoor gelden de aparte garantiebepalingen van de betreffende motorfabri- kant) De garantieperiode begint op de aankoop door de eerste eindgebruiker. Bepalend is de datum van het ontvangstbewijs. Bij garantieaanspraken kunt u zich met deze garantieverklaring en het aankoopbewijs wenden tot de distributeur o f de bevoegde klantenservice bij u in de buurt. Met deze garantietoezegging blijven de wettelijke aanspraken bij gebreken van de koper tegenover de verkoper onverkort van kracht.fr Traduction de la notice d'utilisation originale 26 5001 R II
SimpelGids