BM 5001 - Grasmaaier SOLO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BM 5001 SOLO in PDF-formaat.
| Producttype | Grasmaaier met verbrandingsmotor |
| Merk | Solo |
| Model | BM 5001 |
| Voeding | Benzine (4-takt motor) |
| Maaihoogte | Stapsgewijs instelbaar tot circa 6 cm |
| Maai breedte | Niet gespecificeerd in de handleiding |
| Maai type | Standaard balk of ESM (meerdere messen) |
| Transmissie | Vooruit (en achteruit bij sommige modellen), aandrijving via V-snaar |
| Starten | Handmatig via startkabel |
| Brandstof | Loodvrije benzine, ingebouwde tank |
| Motor smering | Motorolie (raadpleeg handleiding van de motorenfabrikant) |
| Transmissie smering | Versnellingsbakolie SAE 80, hoeveelheid: 0,25 L (alleen vooruit) of 0,50 L (vooruit en achteruit) |
| Onderhoud | Reiniging en olie van de maaibalk na elk gebruik; smering elke 8 uur; motorolie verversen, luchtfilter en bougie volgens motorhandleiding |
| Veiligheid | Verplichte beschermingsbalk, motorstopp bij loslaten van hendels, bougie loskoppelen voor onderhoud |
| Gebruik | Alleen particulier gebruik, alleen voor personen van 16 jaar en ouder |
| Hellingen | Niet maaien op een helling van meer dan 20° |
| Onderdelen | Alleen originele Solo onderdelen gebruiken |
| Garantie | Wettelijke garantie tegen fabricagefouten, duur afhankelijk van aankoopland |
| Gewicht | Ongeveer 35 kg (niet officieel meegedeeld) |
Veelgestelde vragen - BM 5001 SOLO
Gebruikersvragen over BM 5001 SOLO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BM 5001 - SOLO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BM 5001 van het merk SOLO.
GEBRUIKSAANWIJZING BM 5001 SOLO
Over deze documentatie....20
Symbolen op machine.... 20
Veiligheidsvoorschriften....20
Veiligheidsinstructie voor de maaibalk.... 21
Brandstof en Verbruiksstoffen....21
Montage....21
Inbedrijfstelling....21
Maaibalk.... 23
Wielaandrijving.... 23
Motor....24
Lees deze documentatie vóór ingebruikname door. Dit is een voorwaarde voor veilig werken en storingsvrij gebruik.
Neem de veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen in deze documentatie en op het product in acht.
Deze documentatie is permanent onderdeel van het beschreven product en dient bij verkoop aan de koper te worden overgedragen.
Legenda

LET OP!
Het nauwkeurig in acht nemen van deze waarschuwingen kan verwondingen en/ of materiële schade voorkomen.

Speciale aanwijzingen voor een beter begrip en gebruik.
Deze balkenmaaier is uitsluitend bestemd voor particulier gebruik in tuinen bij huizen en in hob-bytuinen.
De maaier mag uitsluitend worden gebruikt met de originele aanbouwapparaten (maaibalk, winteruitrusting).

LET OP!
Het apparaat mag niet commercieel worden gebruikt.
SYMBOLEN OP MACHINE

Reiniging en onderhoud van maaibalk.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
■ Het apparaat uitsluitend in technisch onberispelijke staat gebruiken
- Jongeren onder de leeftijd van 16 jaar en personen die de gebruikershandleiding niet hebben gelezen, mogen het apparaat niet gebruiken.
De plaatselijke regelgeving met betrekking tot de minimumleeftijd van de bedienende persoon in acht nemen.
Lange broek en stevige schoenen te dragen.
Vreemde voorwerpen uit het werkgebied verwijderen
Het terrein controleren waarop de maaier zal worden gebruikt. Alle voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden eerst verwijderen.
Ga nooit maaien terwijl er dieren of mensen, met name kinderen, in de nabijheid zijn.
Neem de specifieke voorschriften voor de gebruikstijden in uw land in acht.
Maai uitsluitend bij daglicht of bij een goede kunstmatige verlichting.

LET OP!
Voor inbedrijfstelling altijd een visuele inspectie uitvoeren.
Beschadigde of versleten onderdelen moeten worden vervangen door originele reserveonderdelen.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen met andere mensen en hun eigendommen.
■ Veiligheids- en beschermingsvoorzieningen niet buiten werking stellen
Bij het starten van de motor
■ mag er niemand voor de maaibalk staan,
- moet de maai- en wielaandrijving uitgeschakeld zijn.
De maaier uitsluitend gebruiken in weiden en op grasvelden.
Als de maaimachine wordt vervoerd of opgetild, moet beslist de beschermlijst op de maai-balk zijn aangebracht.
Bij verrijden van de machine buiten het maaibereik moet eerst de maaiaandrijving worden uitgeschakeld.
Blijf met uw handen en voeten uit de buurt van roterende onderdelen.
Manoeuvreer het apparaat uitsluitend met behulp van de duwboom. Daardoor wordt automatisch een veilige afstand gehandhaafd
Let bij het werken op een zekere stand.
■ Uitlaat en motor schoon houden

LET OP! Brandgevaar!
Brandbaar materiaal moet worden verwijderd van de uitlaat en rondom de motorcilinder.
Bij het werken op hellingen:
■ Werk nooit op een gladde en glibberige helling.
Altijd opletten dat u stabiel staat.
Altijd dwars ten opzichte van de helling maaken, nooit omhoog of omlaag.
Niet maaien op helling van meer dan 20°!
■ Wees zeer voorzichtig bij het keren!
Laat het apparaat nooit zonder toezicht.
Bij het verlaten van het apparaat:
motor uitschakelen
wachten tot het snijmechanisme stilstaat
■ ontstekingsplug eruit trekken
De afstellingen van de motor niet wijzigen.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIE VOOR DE MAAIBALK
Het maaiimes in de maabalk ligt gedeeltelijk bloot. Bij onvoorzichtig uitgevoerd onderhoud is hier sprake van een verhoogd risico op letsel.
De beschermlijst voor de maabalk altijd aanbrengen bij
- montage van de maaibalk aan de maaier
■ reinigen van de machine
■ vervoer en opslag van de maaier
■ montagewerkzaamheden aan de maaibalk
Een beschadigde beschermlijst vervangen.
BRANDSTOF EN VERBRUIKSSTOFFEN

WAARSCHUWING!
Brandgevaar! Benzine is sterk ontvlambaar!
- Benzine alleen in daarvoor bestemde reservoirs bewaren
Alleen buiten tanken
Bij het tanken niet roken
Bij het tanken van brandstof een vultrechter of vulbuis gebruiken, om zo te voorkomen dat er brandstof wordt gemorst op de motor, de behuizing of op de ondergrond.
De tankdop bij lopende of warme motor niet openen
Beschadigde tank of tankdop vervangen
■ Een beschadigde uitlaatdemper vervangen.
■ Wanneer er benzine is uitgelopen:
motor niet starten
■ ontstekingspogingen vermijden
apparaat reinigen.

LET OP!
Risico op brandwonden!
Een draaiende motor geeft hitte af. Motoronderdelen, met name de uitlaat, kunnen zeer heet worden.

WAARSCHUWING!
De motor nooit in afgesloten ruimten la- ten lopen. Vergiftigingsgevaar!
MONTAGE

LET OP!
Het apparaat mag pas na volledige montage worden gebruikt.
Voor de montage van deze machine dient u de afzonderlijk bijgevoegde montagehandleiding te raadplegen.
INBEDRIJFSTELLING
Eerste ingebruikname

Cursief afgedrukte cijfers, zoals (2-1) verwijzen naar de afbeeldingen.

WAARSCHUWING!
Benzinemotor: Vooraf aan de eerste ingebruikname afvullen met olie en benzine!
Wielaandrijving
De tandwielkast is op de fabriek afgevuld met olie.
Altijd de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de motorfabrikant in acht nemen
Duwboomhoogte instellen (1)
Stel de hoogte van de duwboom overeenkomstig de lichaamsgrootte in.
De normale instelling bevindt zich ter hoogte van de heupen.
- Draai de bouten op de console van de behuizing los.
- Stel de hoogte van de duwboom in overeenkomstig het slobgatgedeelte.
- Draai de bouten weer vast.
Maaihoogte instellen
Met behulp van de geleide-ijzers (2 stuks) wordt de maaihoogte ingesteld.
Standaardmaaibalk (2)
traploze maaihoogte-instelling tot ca. 6 cm
Draai de moeren los.
■ Breng de geleide-ijzers op de gewenste hoogtestand.
Draai de moeren weer vast.

LET OP!
Beide geleide-ijzers moeten op gelijke hoogte worden ingesteld!
ESM - maaibalk (3)
Montage van de loopzoolhouder als geleideijzers
Het maaiimes maait vlak boven de grond.
Monteer de loopzoolhouder zoals afgebeeld, de gebogen zijde wijst naar beneden (4).
Montage van de verstelbare geleideijzers
traploze maaihoogte-instelling tot ca. 6 cm.
Monteer de loopzoolhouder zoals afgebeeld (5), de gebogen zijde wijst naar boven.
Monteer de geleide-ijzers zoals afgebeeld (6).
Maaihoogte instellen (7)
Draai de moeren (2 stuks per geleideijzer) los.
■ Breng de geleide-ijzers in de gewenste hoogtestand.
Draai de moeren weer vast.

LET OP!
De geleide-ijzers moeten op gelijke hoogte worden afgesteld!
Motor starten
LET OP!
Bij het starten van de motor mogen de koppelingshendels voor de rij- en maaia-andrijving niet geactiveerd zijn!
Zet de gashendel in de stand << START >> (8).
Druk de primerknop driemaal met tussenpozen van telkens 2 seconden in (9).
Druk de primerknop vijfmaal in bij lage temperaturen onder de 10°C.

Bij bedrijfswarme motor hoeven de starterknoppen niet te worden bediend.
Trek het startkoord snel naar buiten en laat het vervolgens weer langzaam oprollen (10).
Als de motor niet start na 3 trekproeven (9) en (10) herhalen.
Zet de gashendel overeenkomstig het gewenste motortoerental in een stand tussen start en stop, zodra de motor loopt.
Zet de gashendel in de stand

Als de motor uit gebrek aan brandstof is tot stilstand gekomen, tanken en start de motor opnieuw door (9) en (10).
Maaibalk inschakelen (11)
Veiligheidsbeugel (11-1) wegdraaien.
Koppelingshendel (11-2) helemaal omlaag drukken en vasthouden.

GEVAAR!
Het maaiwerk mag pas na de eerste helft van het hendelverstelbereik in beweging komen, eventueel de bedieningskabel beter afstellen – (zie onder: Bedieningskabel afstellen).
Wielaandrijving inschakelen (11)
Koppelingshendel (11-3) naar de duwboom toe trekken en vasthouden.

GEVAAR!
De wielaandrijving mag pas na de eerste helft van het hendelverstelbereik inschakelen, eventueel de bedieningskabel beter afstellen – (zie onder: Bedieningskabel afstellen).
Uitvoering met vooruit- en achteruitversnelling (12)
Koppelingshendel (12-1) = Wielaandrijving voorruit
Koppelingshendel (12-2) = Wielaandrijving achteruit

WAARSCHUWING!
Niet aan beide koppelingshendels tegelijkertijd trekken!
Wielaandrijving vooruit
of
Wielaandrijving achteruit
inschakelen.
Wielaandrijving uitschakelen (12)
Koppelingshendel (12-1) of (12-2) loslaten.
Maaibalk uitschakelen (11)
Koppelingshendel (11-2) loslaten.
Motor uitschakelen (13)
Chokehendel in de stand <
MAAIBALK
De maaibalk na gebruik steeds reinigen, met name de mesgeleiderelementen en de glijvlakken. Daartoe het maaiimes demonteren.
Vervolgens alle bewegende onderdelen oliën.
Uitsluitend biologisch afbreekbare smeermiddelen gebruiken!
Maaiimes demonteren uit maaibalk
Standaardmaaibalk (14, 15)
- Bouten (14-1) uitdraaien.
- Het onderdeel (14-2) naar voren toe wegne- men.
- Bij hermontage van dit onderdeel letten op de montagerichting – het uitsteeksel moet in de rijrichting wijzen!
-
Maaimesgeleiders losmaken (15).
-
Zeskantmoeren losdraaien en de tapeinden iets uitdraaien.
- Maaimes er aan de zijkant uittrekken.
De hermontage vindt plaats in omgekeerde volgorde.
Instellen van maaispeling (15)
- De tapeinden met de hand zover indraaien tot er weerstand voelbaar is - vervolgens nog een halve slag verder aandraaien.
- Tapeinden borgen met contramoeren.
- Het maaimes moet na instellen met de hand nog vrij kunnen worden bewogen.
- Een maaitest uitvoeren - als de maaiwerking te wensen overlaat de tapeinden nog iets verder indraaien.
ESM-maaibalk (14)
- Bouten (14-1) uitdraaien.
- Het onderdeel (14-2) naar voren toe wegne- men.
- Bij hermontage van onderdeel 2 letten op de montagerichting – het uitsteeksel moet in de rijrichting wijzen!
Voor verdere demontage van het maaiimes en voor onderhoud van de maaibalk zie bijlage: ESM – Universal SC-maaibalk

3 smeernippels
(16-1, 17)
De smeernippels op de meenemer (16) en op de maaibalkaandrijving (17) na elke 8 bedrijfsuren smeren met in de handel verkrijgbaar universeelvet.
Messen slijpen en vervangen
Bot geworden meselementen naslijpen met een geschikte slijpsteen; houd de correcte snijhoek (ca. 35 – 40°) aan – het maairnes eerst demonteren.
Versleten of beschadigde meselementen vervangen - werkplaats klantenservice.
■ Door een vakman laten controleren:
na botsen op een hindernis
- bij plotseling stilstaan van de motor
wanneer de maaibalk verbogen is
bij schade aan de transmissie
bij defecte V-riem
WIELAANDRIJVING
(18)
Het olieniveau in de tandwielkast regelmatig controleren
- Machine horizontaal opstellen.
- Olieafsluitdop eruit draaien.
- Vereist olieniveau: bij de onderkant van de vu- lopening. Zo nodig bijvullen met versnellings- bakolie.
| Olietype | VersnellingsbakolieSAE 80 |
| Oliehoeveelheid voor machine met | |
| alleen vooruitversnel-ling | ca. 0,25 l |
| voor- en achteruitver-snelling | ca. 0,50 l |
MOTOR
Motorolie, luchtfilter, bougie vervangen
Zie bedieningshandleiding van de motorenfabrikant.
Bowdenkabels bijstellen
Maaibalk (hier geen contramoer)
Rijaandrijving
- Draai de contramoeren los
- Stel opnieuw af m.b.v. de stelschroef
Juiste instelling:
Het maaiwerk resp. het rijwerk mag pas in beweging komen nadat de hendel voor de helft is ingedrukt.
- Draai de contramoeren weer vast.
ONDERHOUD
De machine nooit met lopende motor heffen of vervoeren. Motor uitzetten, bougiedop loshalen, wachten tot alle bewegende onderdelen stilstaan.

VOORZICHTIG!
Brandgevaar!
Getankte machine niet in gebouwen bewaren, waarin benzinedampen met open vuur of vonken in aanraking zouden kunnen komen!
- Benzinetank alleen leegmaken in de open-lucht.
- Het apparaat niet met water afspuiten! Het binnendringen van water (ontsteking, carburateur...) kan tot storingen leiden.

Wanneer de maaimachine in een kantelstand wordt gebruikt, moet bij het motor-type
BRIGGS & STRATTON
de bougie
naar boven gericht zijn!!!
Zie de gebruikershandleiding van de motorfabrikant!
Bij werkzaamheden aan het maaiwerktuig altijd veiligheidshandschoenen dragen.
Bij opslag in een afgesloten ruimte de motor eerst laten afkoelen
Reserveonderdelen en toebehoren
De behuizing mag niet worden geopend.
Wijzigingen in constructie en uitvoering blijven voorbehouden.
AFVOEREN

Gebruikte apparaten, batterijen of accu's niet afvoeren via de vuilnisophaaldienst!
Verpakking, apparaat en accessoires zijn gemaakt van recyclebare materialen en moeten ook als zodanig worden afgevoerd.
HULP BIJ STORINGEN

LET OP!
Verwondingsgevaar!
Vóór alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de ontstekingsplug eruit trekken!
| Storing Oplossing | Storing Oplossing | ||
| Motor springt niet aan | Bij een koude motor: primer indrukkenBenzine tankenGashendel in de stand Start zettenBougiestekker op de bougie stekenBougies controleren, eventueel vervangenLuchtfilter reinigen | Onzuiver maaire-sultaat | Klantenserviceplaats opzoekenMeslemmeten naslijpen / vernieu-wenMaaihoogte op-nieuw afstellen |
| Maaiwerk / wie-laandrijving func-tioneert niet | Stel de bowdenkabel opnieuw afKlantenserviceplaats opzoeken, V-riem de-fect | ||
| Motorvermogen neemt af | Klantenserviceplaats opzoeken, Meslemme-ten naslijpen / vernieu-wenLuchtfilter reinigen | ||
![]() | Neem bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt ver-helpen contact op met onze lokale klan- | ||
Neem bij storingen die niet in deze tabel staan vermeld of die u niet zelf kunt ver- helpen contact op met onze lokale klan- tenservice.
GARANTIE
Eventuele materiaal- of fabricagefouten aan het apparaat verhelpen we gedurende de wettelijke termijn voor garantieaanspraken naar onze keuze door reparatie of een vervangende levering. Deze garantietermijn wordt bepaald door de wetgeving in het land, waar het apparaat is gekocht.
Onze garantietoezegging geldt enkel bij:
■ correcte behandeling van het apparaat
inachtneming van de bedieningshandleiding
- gebruik van originele reserveonderdelen
De garantie vervalt bij:
■ pogingen tot reparatie van het apparaat
technische wijzigingen aan het apparaat
- gebruik dat niet in overeenstemming is met de bestemming
Uitgesloten van de garantie zijn:
■ lakschade die is veroorzaakt door normale slijtage
■ slijtageonderdelen, die op de kaart met reserveonderdelen zijn gekenmerkt met de omkadering [xxx xxx (x)]
■ verbrandingsmotoren (hiervoor gelden de aparte garantiebepalingen van de betreffende motorfabrikant)
De garantieperiode begint op de aankoop door de eerste eindgebruiker. Bepalend is de datum van het ontvangstbewijs. Bij garantieaanspraken kunt u zich met deze garantieverklaring en het aankoopbewijs wenden tot de distributeur o f de bevoegde klantenservice bij u in de buurt. Met deze garantietoezegging blijven de wettelijke aanspraken bij gebreken van de koper tegenover de verkoper onverkort van kracht.
