Toyotomi TDC1416 - Luchtbevochtiger

TDC1416 - Luchtbevochtiger Toyotomi - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis TDC1416 Toyotomi in PDF-formaat.

📄 84 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Toyotomi TDC1416 - page 26

Gebruikersvragen over TDC1416 Toyotomi

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Luchtbevochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TDC1416 - Toyotomi en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TDC1416 van het merk Toyotomi.

GEBRUIKSAANWIJZING TDC1416 Toyotomi

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS P.25

Het apparaat is gevuld met brand- baar gas R290. Lees vóór ingebruikneming van het apparaat de gebruiksaanwijzing. Lees vóór installatie van het appa- raat de installatiehandleiding. Lees vóór reparatie van het appara- at de servicehandleiding. VERKLARING

  • Lees voor gebruik van dit apparaat zor- gvuldig deze gebruiksaanwijzing en be- waar deze om hem later te kunnen ra- adplegen.
  • Installeer dit apparaat alleen als het vol- doet aan lokale/nationale wetgeving, ve- rordeningen en normen.
  • Dit product is bestemd voor gebruik als ontvochtiger in woonhuizen en is uitslu- itend geschikt voor gebruik binnen op een droge plaats, onder normale huisho- udelijke omstandigheden, in de woonka- mer, keuken of garage.
  • De ontvochtiger NIET in badkamers pla- atsen of in andere ruimten waar het ap- paraat in aanraking kan komen met wa- terspatten.
  • Dit product altijd aansluiten op een mo- nofasig stopcontact van 220-240 V /~50 Hz.
  • Bij het niet naleven van de instructies kan de garantie op dit apparaat verval- len.
  • Volg de instructies van de fabrikant voor gebruik en reparatie strikt op! VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN Neem bij gebruik van het apparaat de vol- gende veiligheidsmaatregelen in acht:

1. Verwijder vóór reiniging of opslag van

het apparaat de voedingskabel uit het stopcontact.

2. Het apparaat is geschikt voor gebruik

binnen, maar mag niet worden gebru- ikt in wasruimten.

Plaats het apparaat NIET in de nabijhe- id van warmte producerende apparaten of in de buurt van brandbare en geva- arlijke materialen.

4. Steek NOOIT vingers of voorwerpen in

de luchtinlaat of luchtafvoer.

NIET op het apparaat zitten of sta- an.

6. Verwijder het water uit de afvoertank

Gebruik de ontvochtiger NIET in een afgesloten ruimte, zoals in een kast, aangezien hierdoor brand kan ontstaan.

8. Plaats het apparaat

NIET in de buurt van eetbare producten, siervoorwerpen of wetenschappelijk materiaal.

9. Zorg dat de afvoerpijp omlaag loopt,

zodat er doorlopend condenswater kan worden afgevoerd.

Als het netsnoer beschadigd is, moet dit door de fabrikant of een vergelijkbaar gekwalificeerd persoon vervangen wor- den om mogelijk risico te voorkomen.

Het apparaat dient zo te worden neerge- zet dat de stekker toegankelijk is.

12. Houd voor een goede luchtcirculatie

een vrije ruimte van 20 cm aan tussen het apparaat en de muur of andere vo- orwerpen.

Het apparaat moet worden geïnstalleerd conform de nationale bedradingsvoor- schriften.

14. Dit apparaat mag niet worden gebruikt

in het openbaar vervoer.

15. Dit apparaat mag worden gebruikt door

kinderen vanaf 8 jaar en ouder, door26 NEDERLANDS personen met fysieke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of door personen met gebrek aan ervaring en kennis, mits zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat en mits zij begrijpen wat de mogelijke gevaren zijn. Kinderen mogen niet met het ap- paraat spelen. Kinderen mogen het ap- paraat niet schoonmaken of onderhoud uitvoeren als er geen toezicht is.

16. Kinderen moeten toezicht hebben om

te voorkomen dat ze niet met het to- estel gaan spelen.

17. Apparaten met duidelijke schade mo-

gen niet worden gebruikt. WAARSCHUWING Specifieke informatie ten aanzien van apparaten met R290 koelgas:

  • Het apparaat is gevuld met brandbaar gas R290.
  • R290 is een koelgas dat voldoet aan de Europese milieurichtlijnen. Het is een natuurlijk, niet-giftig koelmiddel (propa- an) dat de ozonlaag niet aantast, met een zeer lage GWP (global warming po- tential) van 3.
  • Het koelcircuit nergens doorboren.
  • Gebruik geen middelen om het ontdo- oiingsproces te versnellen of om te re- inigen, behalve de door de fabrikant aanbevolen middelen.
  • Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gastoestel of een we- rkend elektrisch verwarmingstoestel).

NIET doorboren of verbranden.

Let erop dat koelmiddelen geen geur mo- gen bevatten.

Het apparaat dient te worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen in een ruimte met een oppervlakte van meer dan 4 m

  • Bij installatie, gebruik of opslag van het apparaat in een ongeventileerde ruimte moet deze ruimte zo zijn ingericht dat er zich geen gelekt koelmiddel kan opho- pen, resulterend in brandgevaar door ontbranding van het koelmiddel door elektrische verwarmingstoestellen, ka- chels of andere ontstekingsbronnen.
  • Het apparaat moet voldoen aan de natio- nale gasvoorschriften.
  • Onderhoud dient altijd te worden uitge- voerd in overeenstemming met de aan- wijzingen van de fabrikant.
  • Het apparaat dient zodanig te worden opgeslagen dat mechanische schade wordt voorkomen.
  • Elke persoon die werkt aan een koelcir- cuit of het openmaakt, moet een op dat moment geldig certificaat hebben van een door de bedrijfstak goedgekeurde beoordelingsinstantie, die erkent dat de betreffende persoon de deskundigheid heeft om veilig om te kunnen gaan met koelmiddelen conform een door de be- drijfstak goedgekeurde beoordelings- specificatie.
  • Onderhoud mag alleen worden uitgevo- erd zoals door de fabrikant is aanbevo- len. Onderhoud en reparatie waarbij de hulp van ander deskundig personeel no- dig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van iemand die deskundig is in het werken met brandbare koelmidde- len.
  • Neem bij alle noodzakelijke reparaties contact op met het dichtstbijzijnde er- kende servicecentrum en volg uitslu- itend de instructies van de fabrikant strikt op. WAARSCHUWING AFVALVERWIJDERING Dit apparaat mag niet worden afgevoerd bij het huisvuil. Dit product kan op ver- schillende manieren worden afgevoerd. 1 Dit product NIET aanbieden als ongesor- teerd huisvuil. Dit soort producten moet gescheiden worden afgevoerd voor spe-27 NEDERLANDS ciale verwerking. 2 De gemeente heeft hiervoor speciale in- zamelpunten ingericht, waar gebruikers hun elektronische producten gratis kun- nen inleveren. 3 De fabrikant neemt het oude apparaat terug voor verwerking, zonder kosten voor de gebruiker. 4 Aangezien oude producten waardevolle grondstoffen bevatten, kunnen ze ook worden verkocht aan een schroothan- delaar. Het illegaal storten van afval in bossen en landschappen brengt uw eigen gezondheid in gevaar. Hierdoor kunnen gevaarlijke stof- fen in het grondwater terechtkomen en uiteindelijk in de voedselketen. Betekenis van het symbool met de doorgekruiste con- tainer. Elektrische apparaten NIET afvoeren als ongesorteerd huisvuil, maar afgeven bij inleverpunten voor gescheiden inzameling. Neem contact op met uw gemeente voor in- formatie over inleverpunten. Uit elektrische apparaten die op stortplaatsen terechtko- men, kunnen gevaarlijke stoffen lekken die via het grondwater in de voedselketen te- rechtkomen, met schadelijke gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Dit symbool geeft aan dat dit pro- duct in de EU niet bij het gewone huisvuil mag worden afgevoerd. Om mogelijke schade aan het mi- lieu of de volksgezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voor- komen, dient dit product op verantwoorde wijze te worden gerecycled om duurzaam hergebruik van grondstoffen te bevorderen. Voor het inleveren van uw gebruikte appa- raat kunt u gebruik maken van het inlever- en inzamelsysteem of contact opnemen met de winkel waar het product gekocht is. Deze winkel kan dit product op milieuveilige wijze afvoeren voor recycling. R290: 3 ALGEMEEN Sluit voor een optimale prestatie en maximaal rendement van uw ontvochtiger alle ramen. De capaciteit van de ontvochtiger is afhankelijk van de temperatu- ur en vochtigheid in de ruimte; bij lagere temperaturen wordt min- der vocht afgevoerd. FUNCTIES Krachtig luchtontvochtigingsvermogen De ontvochtiger maakt gebruik van koeltechnologie en verwijdert op krachtige wijze vocht uit de lucht om het vochtigheidsniveau in de ruimte te verlagen en de binnenlucht droog en comfortabel te houden. Lichtgewicht draagbaar design De ontvochtiger is compact en licht. Dankzij de zwenkwielen aan de onderzijde van het apparaat is dit gemakkelijk van de ene naar de andere ruimte te verplaatsen. Werking bij lage temperatuur met automatische ont- dooiing Als het apparaat werkt bij een kamertemperatuur tussen 7°C en 12°C, stopt het apparaat elke 30 minuten om te ontdooien. Als het apparaat werkt bij een kamertemperatuur tussen 12°C en 20°C, stopt het apparaat elke 45 minuten om te ontdooien. Aanpasbare vochtigheidsregelaar Selecteer het gewenste vochtigheidsniveau met de vochtigheidsre- gelaar. Timer aan/uit Programmeer het apparaat om automatisch in- en uit te schakelen. Stille werking De ontvochtiger werkt met een laag geluidsniveau. Energiezuinig Het apparaat heeft een laag energieverbruik.

1. Aan/uit-toets 2. Zwenkknop

3. Afsteltoets 4. Timertoets

5. Insteltoets 6. Toets voor ventilatorsnelheden

7. Indicatielampje voor water vol 8. Voedingslampje

9. Zwenklampje 10. Lampje ingestelde timer

Vochtigheidsniveau en 2-cijferig timerdisplay De indicator heeft de drie volgende functies:

1. Na inschakelen geeft het apparaat de luchtvochtigheid in de ru-

2. Als u de vochtigheid instelt, geeft de indicator het vochtigheid-

sniveau aan dat u hebt ingesteld.

3. Als u de tijd programmeert voor het apparaat om automatisch

in- en uit te schakelen, toont de indicator deze tijden.

Het voedingsindicatielampje gaat aan als het apparaat aangesloten wordt, ongeacht of het apparaat al dan niet in werking is.

Druk op om het apparaat te starten, wanneer het apparaat is gestopt; of druk op om het uit te schakelen, wanneer het ap- paraat in bedrijf is.

2. Vochtigheidsinstelling

Druk op de toets om de luchtvochtigheid in te stellen, druk vervolgens op ▲ of ▼ om de luchtvochtigheid aan te passen van 40% tot 80%, iedere instelling is 5%, het LED-lampje zal knipperen op het display bij de aanpassing. Stop met drukken voor 5 seconden, en het display zal terugkeren naar normaal. De standaard luchtvochtigheid is 40%.

3. Instelling ventilatorsnelheid

Druk op de om de ventilatorsnelheid in te stellen op snel of langzaam, en het bijbehorende lampje voor de ventilatorsnelheid gaat branden.

Nadat het apparaat is ingeschakeld, drukken op om het zwenken van de luchtuitlaatschoep te starten of stoppen.

Druk op om de starttijd in te stellen wanneer het apparaat is gestopt, vervolgens zal het LED-lampje worden weergegeven, u kunt drukken op de ▲ of ▼ knop om de automatische starttijd aan te passen van 1 tot 24 uur. Druk op om de instelstatus van de uitschakeltijd in te voeren wanneer het apparaat draait, dan zal de LED de tijd weergeven, u kunt drukken op de ▲ of ▼ om de automatische stoptijd aan te passen van 1 tot 24 uur. De geprogrammeerde tijd blijft ongewijzigd als het apparaat stopt met werken vanwege vol water of tijdens het ontdooien. Eenmaal in- of uitgeschakeld door de gebruiker, kan het appara- at de timingfunctie verliezen.

4. HET VERZAMELDE WATER AFVOEREN

Als de afvoertank vol is, gaat het indicatielampje voor een volle tank aan en de zoemer piept 15 keer om de gebruiker te waar- schuwen. Het water moet uit de afvoertank verwijderd worden. De werking stopt automatisch.

5. DE AFVOERTANK LEGEN

1. Druk met beide handen licht op de zijkanten van de tank en haal

deze er voorzichtig uit.

2. Gooi het verzamelde water weg.

1. Als de afvoertank vuil is, was deze dan met koud of lauw water.

Gebruik geen reinigingsmiddel, schuursponsjes, chemisch be- handelde doekjes, benzine, benzeen, verdunner of andere oplo- smiddelen. Deze kunnen de tank bekrassen en beschadigen en waterlekkage veroorzaken.

2. Als u de afvoertank terugplaatst, druk deze dan met beide han-

den stevig op zijn plaats. Als de tank niet juist geplaatst wordt, wordt de “TANK FULL”-sensor geactiveerd en werkt de on- tvochtiger niet.29 NEDERLANDS

6. DOORLOPENDE WATERAFVOER

Het apparaat beschikt over een afvoeropening voor doorlopende afvoer. Gebruik een plastic buis (met een binnendiameter van 10 mm). Sluit de afvoerbuis aan op de afvoeropening (in tussenplaat) en leid de buis in de juiste richting. Het water in de afvoertank kan doorlopend worden afgevoerd via de afvoeropening in het apparaat voor doorlopende afvoer.

De ontvochtiger schoonmaken De behuizing schoonmaken Neem deze af met een zachte vochtige doek. Het luchtfilter schoonmaken

1. Open eerst het inlaatrooster en verwijder het luchtfilter.

2. Maak het luchtfilter schoon

Ga met een stofzuiger licht over het oppervlak van het luchtfilter om vuil te verwijderen. Als het luchtfilter erg vuil is, was dit dan met warm water en een mild reinigingsmiddel en laat het goed drogen.

3. Bevestig het luchtfilter

Steek het filter rustig in het apparaat en zet het inlaatrooster op zijn plaats. De ontvochtiger opbergen Berg het apparaat op deugdelijke wijze op als dit gedurende langere tijd niet gebruikt wordt. Volg hierbij de volgende stappen:

1. Gooi eventueel water dat nog in de afvoertank zit weg.

2. Rol de stroomkabel op en stop deze in de watertank.

3. Maak het luchtfilter schoon.

4. Berg het apparaat op op een koele, droge plek.

Vrije ruimte Zorg dat tijdens de werking van het apparaat de minimaal vereiste ruimte rondom het apparaat in acht wordt genomen, zoals getoond in de afbeelding links.30 NEDERLANDS

8. PROBLEEMOPLOSSING

Als een van onderstaande situaties zich voordoet, controleer dan de volgende items alvorens u contact opneemt met de klantenservice. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het apparaat werkt niet Is de voedingskabel uit het stopcontact gehaald? Steek de voeding- skabel in het stop- contact. Knippert het indica- tielampje voor een volle tank? (De tank is vol of is niet juist geplaatst.) Gooi het water in de afvoertank weg en plaats de tank terug. Is de temperatuur van de ruimte hoger dan 35ºC of lager dan 7ºC? De beveiliging is geactiveerd en het apparaat kan niet gestart worden.

ontvochtigingsfunctie werkt niet Is het luchtfilter ver- stopt? Maak het luchtfilter schoon zoals be- schreven onder “De ontvochtiger schoonmaken”. Is de luchtafvoer of luchtinlaat geblok- keerd? Verwijder de ob- structie van de luchtafvoer of luchtinlaat. Er wordt geen lucht afgevoerd Is het luchtfilter verstopt? Maak het luchtfilter schoon zoals be- schreven onder “De ontvochtiger schoonmaken”. De werking is lawaaierig Is het apparaat gekanteld of staat dit onstabiel? Plaats het apparaat op een stabiele, stevige locatie. Is het luchtfilter verstopt? Maak het luchtfilter schoon zoals be- schreven onder “De ontvochtiger schoonmaken”.

9. OPMERKING T.A.V. ONDERHOUDSWERK

1. Controles van de omgeving

Voor aanvang van werk aan systemen met brandbare koelmid- delen zijn er veiligheidscontroles nodig om het risico op brand te minimaliseren Bij reparaties aan het koelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen voor- dat werk aan het systeem wordt uitgevoerd. Werkprocedure Werk moet volgens een gecontroleerde procedure worden uit- gevoerd om het risico te minimaliseren dat er een brandbaar gas of damp aanwezig is terwijl het werk wordt uitgevoerd.

2. Algemene werkomgeving

Alle onderhoudspersoneel en anderen die in de buurt werken, moeten worden ingelicht over de aard van het werk dat wordt uitgevoerd. Vermijd het werken in beperkte ruimten. De omge- ving rond de werkruimte dient te worden afgezet. Zorg ervoor dat de omstandigheden in de ruimte veilig zijn door het gebruik van brandbaar materiaal te beperken.

3. Controle op de aanwezigheid van koelmiddel

De ruimte moet voor en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte detector voor koelmiddel om ervoor te zor- gen dat de monteur op de hoogte is van een mogelijk brandba- re atmosfeer. Zorg ervoor dat de gebruikte detectieapparatuur voor lekkages geschikt is voor gebruik met brandbare koelmid- delen, d.w.z. vonkvrij, goed afgedicht of intrinsiek veilig.

4. Aanwezigheid van een brandblusser

Als er werk aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen moet worden uitgevoerd waarbij warmte vrijkomt, moet er di- rect geschikt brandblusmateriaal beschikbaar zijn. Er moet een poeder- of CO2-brandblusser aanwezig zijn in het gebied waar gevuld wordt.

5. Geen ontstekingsbronnen

Iemand die werk uitvoert aan een koelsysteem waarbij leidin- gwerk betrokken is dat brandbaar koelmiddel bevat of heeft bevat, mag niet op een zodanige manier ontstekingsbronnen gebruiken dat dit kan leiden tot risico’s op brand of explosie. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief roken, moeten vol- doende ver weg blijven van de plaats van installatie, reparatie of verwijdering zolang er brandbaar koelmiddel kan ontsnap- pen naar de omliggende ruimte Voordat het werk plaatsvindt, moet de ruimte rond de apparatuur worden onderzocht om ze- ker te zijn dat er geen brandgevaar of ontstekingsrisico’s zijn. Er moeten “Niet roken”-borden worden geplaatst.

6. Geventileerde ruimte

Zorg ervoor dat het gebied in de open lucht is of dat het voldo- ende geventileerd wordt voordat u het systeem openmaakt of werk uitvoert waarbij warmte vrijkomt. Tijdens de periode dat het werk wordt uitgevoerd, moet voortdurend in zekere mate geventileerd worden. De ventilatie moet eventueel vrijgekomen koelmiddel veilig verspreiden en bij voorkeur naar buiten afvo- eren in de buitenlucht.

7. Controles van de koelmiddelapparatuur

Als elektrische onderdelen worden vervangen, moeten deze geschikt zijn voor hun doel en de juiste specificatie hebben. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant moeten te allen tijde worden opgevolgd. Bij twijfel kunt u voor advies contact opne- men met de technische dienst van de fabrikant. De volgende controles moeten worden uitgevoerd bij installa- ties die brandbare koelmiddelen gebruiken: - De grootte van de vulapparatuur moet in overeenstemming zijn met de afmetingen van de ruimte waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten zijn gemonteerd; - De ventilatieapparatuur en uitlaten werken afdoende en zijn niet geblokkeerd.

8. Controles van elektrische apparaten

Bij reparatie en onderhoud aan elektrische onderdelen moeten veiligheidscontroles en procedures voor inspectie van onderde- len worden uitgevoerd. Als er een storing is die de veiligheid in gevaar brengt, mag er geen elektrische voeding worden aange- sloten op het circuit, totdat de storing naar behoren is verhol- pen. Als de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen ma- ar het nodig is dat de apparatuur blijft werken, moet er een afdoende tijdelijke oplossing worden gebruikt. De eigenaar van de apparatuur moet worden ingelicht, zodat alle partijen hiero- ver zijn geïnformeerd. De eerste veiligheidscontroles houden onder andere in dat: - De condensatoren ontladen zijn; dit moet op een zodanig ve- ilige manier gebeuren dat er geen vonken ontstaan; - Er geen elektrische onderdelen en bedrading zijn die onder spanning staan tijdens het vullen, terugwinnen of doorspo- elen van het systeem; - Er doorlopend verbinding met de aarde is.

9. Reparaties aan afgedichte onderdelen

Tijdens reparaties aan afgedichte onderdelen moeten alle elektri- sche voedingen worden losgekoppeld van de apparatuur waara- an gewerkt wordt, voordat afdekkingen e.d. worden verwijderd. Als het absoluut noodzakelijk is dat er tijdens het onderhoud een elektrische voeding is naar de apparatuur, dan moet er een doorlopend werkende vorm van lekdetectie worden aange- bracht op het meest kritische punt om te waarschuwen voor mogelijk gevaarlijke situaties. In het bijzonder moet er aandacht aan worden besteed dat bij werkzaamheden aan elektrische onderdelen de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt aangetast. Hieronder wordt tevens verstaan schade aan ka- bels, overmatig aantal aansluitingen, niet originele aansluit- klemmen, schade aan afdichtingen, onjuist aanbrengen van doorvoeringen, enz. Zorg ervoor dat de apparatuur stevig gemonteerd is. Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsmateriaal niet zoda- nig zijn verweerd dat ze niet langer geschikt zijn om het binnen- dringen van brandbare gassen te voorkomen. Vervangende on- derdelen moeten overeenkomen met de specificaties van de fabrikant. OPMERKING: Het gebruik van siliconenkit kan de effectiviteit van sommige typen detectieapparatuur voor lekkages negatief beïnvloeden. Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet te worden afgeschermd voordat er aan gewerkt wordt.31 NEDERLANDS

10. Reparaties aan intrinsiek veilige onderdelen

Breng niet een permanente inductieve belasting of belasting- scapaciteit aan op het circuit zonder ervoor te zorgen dat deze niet de toelaatbare spanning en stroom voor de gebruikte ap- paratuur overschrijdt. Intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige onderdelen waaraan gewerkt mag worden in de buurt van brandbare gassen, terwijl er spanning op staat. De testapparatuur moet de juiste specifi- caties hebben. Vervang onderdelen alleen door onderdelen die door de fabri- kant zijn voorgeschreven. Andere dan de door de fabrikant vo- orgeschreven onderdelen kunnen ontbranding van koelmiddel veroorzaken dat door een lek in de lucht is terechtgekomen.

Controleer dat de bekabeling niet wordt blootgesteld aan slijta- ge, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of an- dere negatieve effecten uit de omgeving. De controle moet ook rekening houden met het effect van veroudering of doorlopen- de trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren.

12. Detectie van lekken van brandbare koelmiddelen

Onder geen enkele omstandigheid mogen mogelijke ontste- kingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of detecte- ren van lekkages van koelmiddel. Een halogenide fakkel (of el- ke andere detector met een onafgeschermde vlam) mag niet worden gebruikt.

13. Methodes voor lekdetectie

De volgende methodes voor lekdetectie zijn toegestaan voor koelsystemen met brandbaar koelmiddel. Er moeten elektronische lekdetectoren worden gebruikt voor het detecteren van brandbare koelmiddelen, maar het kan zijn dat de gevoeligheid niet afdoende is of opnieuw gekalibreerd moet worden (detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een ruimte zonder koelmiddel). Zorg ervoor dat de detector niet een mogelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebru- ikte koelmiddel. Voor de meeste koelmiddelen kunnen vloeistoffen voor lekde- tectie worden gebruikt, maar gebruik van reinigingsmiddelen met chloor moet worden vermeden omdat de chloor kan re- ageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan corro- deren. Als er een lek wordt vermoed, moeten alle onafgeschermde vlammen worden verwijderd/gedoofd. Als er een lekkage van koelmiddel is ontdekt waarvoor soldeer- werk nodig is, moet alle koelmiddel uit het systeem worden verwijderd. Er moet dan zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld zowel voor als tijdens de soldeer- werkzaamheden.

14. Verwijdering en leegmaken

Als het koelcircuit moet worden geopend voor reparaties – of vo- or andere doeleinden – moeten de conventionele procedures worden gebruikt. Het is echter belangrijk dat de beste methode wordt gebruikt omdat de brandbaarheid in overweging moet wor- den genomen. De volgende procedure moet worden gevolgd: verwijder koelmiddel; spoel het circuit met inert gas; leegmaken; spoel nogmaals met inert gas; open het circuit door zagen of solderen. De vulling van koelmiddel moet worden opgevangen in de ju- iste cilinders voor terugwinning. Het systeem moet worden “gespoeld” met OFN om de unit veilig te maken. Het kan zijn dat dit proces een paar keer moet worden herhaald. Voor deze taak mag geen perslucht of zuurstof worden gebruikt. Het doorspoelen moet worden uitgevoerd door het vacuüm in het systeem met OFN op te heffen en door te gaan met vullen tot de bedrijfsdruk is bereikt, daarna naar de buitenlucht te ventileren en tenslotte een vacuüm te trekken. Dit proces moet worden herhaald tot er geen koelmiddel meer in het systeem aanwezig is. Als het systeem voor de laatste keer met OFN is gevuld, moet het worden doorgespoeld tot atmosferische druk, zodat de werkzaamheden plaats kunnen vinden. Deze uitvoering is absoluut cruciaal als er gesoldeerd moet worden aan de leidingen. Zorg ervoor dat de uitlaat van de va- cuümpomp zich niet dicht bij een ontstekingsbron bevindt en dat er ventilatie aanwezig is.

In aanvulling op de normale vulprocedures moeten de volgen- de voorschriften worden opgevolgd. - Zorg ervoor dat er geen vervuiling van verschillende koelmid- delen optreedt bij het gebruik van de vulapparatuur. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koelmiddel die ze bevatten te minimaliseren. - Cilinders moeten rechtop worden gehouden. - Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat het syste- em met koelmiddel wordt gevuld. - Breng labels aan op het systeem als het compleet gevuld is (tenzij ze reeds aanwezig zijn). - Er moet heel goed voor worden gezorgd dat het koelsysteem niet te veel gevuld wordt. Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet een druk- test met OFN worden uitgevoerd. Het systeem moet na het vullen, maar voor de inbedrijfstelling, worden getest op lekka- ges. Voordat de locatie wordt verlaten, moet er nog een ve- rvolgtest op lekkage worden uitgevoerd.

16. Buitenbedrijfstelling

Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, is het essentieel dat de monteur volledig bekend is met de apparatuur en alle deta- ils. Het is een aanbevolen goede werkwijze dat alle koelmidde- len veilig worden teruggewonnen. Voordat de taak wordt uitge- voerd, moet er een monster van de olie en het koelmiddel wor- den genomen, indien er een analyse nodig is om het terugge- wonnen koelmiddel te kunnen hergebruiken. Het is essentieel dat er stroom beschikbaar is voordat de taak wordt uitgevoerd. Zorg ervoor dat u bekend bent met de apparatuur en zijn we- rking. a) Isoleer het systeem elektrisch. b) Voordat u de procedure gaat uitvoeren, moet u ervoor zor- gen dat: er zo nodig apparatuur voor mechanische bewer- king aanwezig is voor het werken met cilinders met koel- middel; alle persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig zijn en juist worden gebruikt; het terugwinningsproces do- orlopend door een deskundig persoon wordt bewaakt; de apparatuur en cilinders voor terugwinning voldoen aan de van toepassing zijnde normen. c) Pomp het koelsysteem zo mogelijk leeg. d) Als een vacuüm niet mogelijk is, moet er een verdeelleiding worden gemaakt, zodat het koelmiddel uit de diverse on- derdelen van het systeem kan worden verwijderd. e) Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal staat, voor- dat de terugwinning plaatsvindt. f) Start de machine voor terugwinning en werk volgens de in- structies van de fabrikant. g) Vul de cilinders niet te veel (niet meer dan 80% van het vo- lume gevuld met vloeistof). h) Overschrijd de maximale bedrijfsdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.

i) Als de cilinders op de juiste manier zijn gevuld en het pro-

ces afgerond is, moeten de cilinders en apparatuur direct van de locatie worden afgevoerd en alle afsluitventielen op de apparatuur worden gesloten. j) Teruggewonnen koelmiddel mag niet worden gebruikt voor vulling van een ander koelsysteem voordat het is gereinigd en gecontroleerd.

De apparatuur moet worden voorzien van een label waarop staat dat deze buiten bedrijf is gesteld en het koelmiddel is ver- wijderd. Het label moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg ervoor dat er op de apparatuur labels zitten die aangeven dat de apparatuur brandbaar koelmiddel bevat.

Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud dan wel buitenbedrijfstelling, is een aanbevolen go- ede werkwijze dat alle koelmiddel veilig wordt verwijderd. Bij het overbrengen van koelmiddel in de cilinders moet u ervo- or zorgen dat alleen juiste cilinders voor teruggewonnen koel- middel worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilin- ders beschikbaar is voor het opvangen van de totale hoeveel- heid in het systeem. Alle gebruikte cilinders moeten geschikt zijn voor het teruggewonnen koelmiddel en worden voorzien van labels voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale cilinders voor de terugwinning van koelmiddel). Cilinders moeten voorzien zijn van overdrukklep en bijbehorende afsluitkleppen en in go- ede staat verkeren. Cilinders voor terugwinning moeten leeg zijn gemaakt en zo mogelijk worden gekoeld voordat de teru- gwinning plaatsvindt. De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren met32 NEDERLANDS een set instructies voorhanden over de apparatuur en moet ge- schikt zijn voor de terugwinning van brandbaar koelmiddel. Daarnaast moet er een set geijkte weegschalen aanwezig zijn die in goede staat verkeren. Slangen moeten compleet zijn met lekvrije verbindingskoppelingen en in goede staat verkeren. Voordat u de terugwinningsapparatuur gebruikt, moet worden gecontroleerd dat deze in voldoende goede staat verkeert, juist onderhouden is en dat alle bijbehorende elektrische onderde- len zijn afgedicht om ontbranding te voorkomen als er koelmid- del is vrijgekomen. Neem bij twijfel contact op met de fabri- kant. Het teruggewonnen koelmiddel moet teruggestuurd worden naar de leverancier van het koelmiddel in de juiste cilinder en voorzien van het betreffende afvalverzendformulier. Meng koel- middelen niet in de terugwinningsunits en zeker niet in cilin- ders. Als compressoren of compressorolie moeten worden verwij- derd, moet u ervoor zorgen dat ze op een acceptabel niveau zijn geleegd, zodat zeker is dat er geen brandbaar koelmiddel bij het smeermiddel aanwezig is. Dit proces van leegmaken moet worden uitgevoerd voordat de compressor naar de leve- rancier wordt teruggezonden. Om dit proces te versnellen mag alleen elektrische verwarming op de compressorbehuizing wor- den gebruikt. Als de olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit veilig gebeuren.

19. Vervoer van apparatuur die brandbaar koelmiddel bevat

Bepaald door lokale voorschriften.

20. Afgedankte apparatuur die brandbaar koelmiddel bevat

Zie landelijke voorschriften.

21. Verpakking van (onverkochte) opgeslagen apparatuur

Opgeslagen apparatuur dient zodanig te worden verpakt dat mechanische beschadiging van de apparatuur binnenin de ver- pakking niet kan leiden tot lekkage van het koelmiddel dat in de apparatuur aanwezig is. Het maximale aantal apparaten dat samen mag worden opge- slagen, is afhankelijk van lokale voorschriften.

Model TD-C 1416 TD-C 1420 Capaciteit 16 L/D (30°C, 80% relatieve luchtvochtigheid) 20 L/D (30°C, 80% relatieve luchtvochtigheid) Voeding 220-240 V~ / 50 Hz 220-240 V~ / 50 Hz Energieverbruik 260 W 325 W Bedrijfsbereik 7°C - 35°C 7°C - 35°C Koelmiddel R290 (75 g) R290 (90 g) GWP 3 3 Gewicht 12 kg 14 kg Druk (hoog / laag) 1,8 / 0,6 Mpa 1,8 / 0,6 Mpa Druk (max) 3,00 Mpa 3,00 Mpa Beschermingsgraad van het apparaat IPX0 IPX0 De ontvochtigingscapaciteit wordt bepaald bij een kamertempera- tuur van 30ºC met een relatieve vochtigheid van 80%. Als specificaties na deze bepaling verbeteren, worden de nieuwe specificaties vermeld op de naamplaat van het product. De bedrijfstemperatuur ligt tussen 5ºC en 35ºC, met een max. relatieve vochtigheid van 80%. Als de kamertemperatuur buiten dit bereik ligt, werkt het apparaat niet zoals normaal. De GWP- waarde van R290 koelvloeistof is 3. BEPERKTE GARANTIE TOYOTOMI CO., LTD. (“TOYOTOMI”) garandeert dat bij nor- maal gebruik en onderhoud alle verkochte producten en delen daarvan gedurende VIERENTWINTIG (24) MAANDEN vanaf de datum van levering aan de oorspronkelijke koper in de detail- handel vrij zijn van materiaal- of productiefouten. Dit is onder- hevig aan de volgende voorwaarden: DIT VALT ONDER DE GARANTIE: Producten of delen daarvan die materiaal- of productiefouten bevatten. DIT VALT NIET ONDER DE GARANTIE: Deze garantie geldt niet voor mankementen als gevolg van nal- atigheid van anderen; het niet volgens de gebruiksaanwijzing installeren, bedienen of onderhouden van het apparaat (gebrui- ks- en onderhoudsvoorschriften worden meegeleverd bij elk nieuw apparaat); onredelijk gebruik; ongevallen; wijzigingen; gebruik van niet erkende en niet door TOYOTOMI gestan- daardiseerde onderdelen en accessoires; elektrische storing, d.w.z. als gevolg van overbelasting van het stroomnet, kortslui- ting enz.; onjuiste installatie; of reparatie door iemand anders dan een door TOYOTOMI aangegeven voorziening. WIE VALT ER ONDER DE GARANTIE: De oorspronkelijke koper in de detailhandel. DIT DOEN WIJ: TOYOTOMI herstelt of vervangt, naar eigen inzicht, zonder kosten alle defecte onderdelen die worden gedekt door deze beperkte garantie mits u de onderdelen naar uw dich- tstbijzijnde erkende dealer of TOYOTOMI-distributeur brengt.

ZO KUNT U GEBRUIKMAKEN VAN UW

GARANTIEVOORZIENINGEN: De defecte producten of on- derdelen met deze BEPERKTE GARANTIE dienen naar een erk- ende dealer of TOYOTOMI-distributeur te worden gebracht. Als er bij u in de buurt geen voorziening beschikbaar is, kunt u con- tact opnemen met onze KLANTENSERVICE via: TOYOTOMI EUROPE SALES B.V. E-MAIL: info@toyotomi.eu INTERNET: www.toyotomi.eu

VOOR HET NIET KUNNEN GEBRUIKEN VAN HET PRODUCT, ONGEMAK, VERLIES OF ANDERE SCHADE DIE DIRECT OF INDIRECT VOORTKOMT UIT HET GEBRUIK OF NIET KUNNEN GEBRUIKEN VAN HET PRODUCT OF VOOR SCHADE DIE TE WIJTEN IS AAN GEBREKEN VAN HET PRODUCT. Alleen TOYOTOMI is bevoegd om de voorwaarden van de beperkte garantie op enigerlei wijze te verlengen of te wijzigen. Het is in sommige gebieden niet toegestaan om uitsluiting of beperking van incidentele schade of gevolgschade toe te passen of beperkingen in te stellen voor de duur van een impliciete ga- rantie en het kan dus zijn dat deze beperkingen of uitsluitingen niet op u van toepassing zijn. Deze beperkte garantie zorgt voor specifieke wettelijke rechten en deze rechten kunnen per gebied verschillen.33 ITALIANO

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Toyotomi

Model : TDC1416

Categorie : Luchtbevochtiger