TDC1412 - Luchtbevochtiger Toyotomi - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TDC1412 Toyotomi in PDF-formaat.
| Producttype | Ontvochtiger |
| Merk | Toyotomi |
| Model | TDC1412 |
| Ontvochtigingscapaciteit | 12 L/dag (bij 30 °C, 80% RV) |
| Voeding | 220-240 V ~ 50 Hz |
| Stroomverbruik | 210 W |
| Koelmiddel | R290 (50 g) |
| Nettogewicht | 10,5 kg |
| Bedrijfstemperatuurbereik | 7 °C tot 35 °C |
| Instelbare hygrostaat | Ja, van 40% tot 80% in stappen van 5% |
| Timer | 1 tot 24 uur (automatisch aan/uit) |
| Kinderslot | Ja |
| Stille modus | Ja |
| Automatische ontdooiing | Ja |
| Luchtfilter | Wasbaar; optioneel actief koolstoffilter (jaarlijkse vervanging aanbevolen) |
| Waterreservoir | Verwijderbaar met reservoirvol-indicator; continue afvoer mogelijk |
| Bedrijfsdruk (hoog/laag) | 1,8 / 0,6 MPa |
| Maximale druk | 3,00 MPa |
| Beschermingsklasse | IPX1 |
| Garantie | 24 maanden |
Veelgestelde vragen - TDC1412 Toyotomi
Gebruikersvragen over TDC1412 Toyotomi
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Luchtbevochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TDC1412 - Toyotomi en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TDC1412 van het merk Toyotomi.
GEBRUIKSAANWIJZING TDC1412 Toyotomi
GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS P.25
Het apparaat is gevuld met brand- baar gas R290.

Lees vóór ingebruikneming van het apparaat de gebruiksaanwijzing.

Lees vóór installatie van het apparaat de installatiehandleiding.

Lees vóór reparatie van het appara- at de servicehandleiding.
VERKLARING
- Lees voor gebruik van dit apparaat zorgvuldig deze gebruiksaanwijzing en bewaar deze om hem later te kunnen raadplegen.
- Installeer dit apparaat alleen als het voldoet aan lokale/nationale wetgeving, verordeningen en normen.
- Dit product is bestemd voor gebruik als ontvochtiger in woonhuizen en is uitsluitend geschikt voor gebruik binnen op een droge plaats, onder normale huishoudelijke omstandigheden, in de woonkamer, keuken of garage.
- De ontvochtiger NIET in badkamers plaatsen of in andere ruimten waar het apparaat in aanraking kan komen met waterspatten.
- Dit product altijd aansluiten op een monofasig stopcontact van 220-240 V /\~50 Hz.
- Bij het niet naleven van de instructies kan de garantie op dit apparaat vervallen.
- Volg de instructies van de fabrikant voor gebruik en reparatie strikt op!

Neem bij gebruik van het apparaat de volgende veiligheidsmaatregelen in acht:
- Verwijder vóór reiniging of opslag van het apparaat de voedingskabel uit het stopcontact.
- Het apparaat is geschikt voor gebruik binnen, maar mag niet worden gebruikt in wasruimten.
- Plaats het apparaat NIET in de nabijheid van warmte producerende apparaten of in de buurt van brandbare en gevaarlijke materialen.
- Steek NOOIT vingers of voorwerpen in de luchtinlaat of luchtafvoer.
- Ga NIET op het apparaat zitten of staan.
- Verwijder het water uit de afvoertank wanneer dit nodig is.
- Gebruik de ontvochtiger NIET in een afgesloten ruimte, zoals in een kast, aangezien hierdoor brand kan ontstaan.
- Plaats het apparaat NIET in de buurt van eetbare producten, siervoorwerpen of wetenschappelijk materiaal.
- Zorg dat de afvoerpijp omlaag loopt, zodat er doorlopend condenswater kan worden afgevoerd.
- Als het netsnoer beschadigd is, moet dit door de fabrikant of een vergelijkbaar gekwalificeerd persoon vervangen worden om mogelijk risico te voorkomen.
- Het apparaat dient zo te worden neergezet dat de stekker toegankelijk is.
- Houd voor een goede luchtcirculatie een vrije ruimte van 20 cm aan tussen het apparaat en de muur of andere vo- orwerpen.
- Het apparaat moet worden geïnstalleerd conform de nationale bedradingsvoorschriften.
- Dit apparaat mag niet worden gebruikt in het openbaar vervoer.
- Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en ouder, door
personen met fysieke, zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of door personen met gebrek aan ervaring en kennis, mits zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het gebruik van het apparaat en mits zij begrijpen wat de mogelijke gevaren zijn. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Kinderen mogen het apparaat niet schoonmaken of onderhoud uitvoeren als er geen toezicht is.
- Kinderen moeten toezicht hebben om te voorkomen dat ze niet met het toestel gaan spelen.
- Apparaten met duidelijke schade mo-gen niet worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Specifieke informatie ten aanzien van apparaten met R290 koelgas:
- Het apparaat is gevuld met brandbaar gas R290.
- R290 is een koelgas dat voldoet aan de Europese milieurichtlijnen. Het is een natuurlijk, niet-giftig koelmiddel (propaan) dat de ozonlaag niet aantast, met een zeer lage GWP (global warming potential) van 3.
- Het koelcircuit nergens doorboren.
- Gebruik geen middelen om het ontdooiingsproces te versnellen of om te reinigen, behalve de door de fabrikant aanbevolen middelen.
- Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gastoestel of een werkend elektrisch verwarmingstoestel).
- NIET doorboren of verbranden.
- Let erop dat koelmiddelen geen geur mo-gen bevatten.
- Het apparaat dient te worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen in een ruimte met een oppervlakte van meer dan 4 m².
- Bij installatie, gebruik of opslag van het
apparaat in een ongeventileerde ruimte moet deze ruimte zo zijn ingericht dat er zich geen gelekt koelmiddel kan ophopen, resulterend in brandgevaar door ontbranding van het koelmiddel door elektrische verwarmingstoestellen, kachels of andere ontstekingsbronnen.
- Het apparaat moet voldoen aan de nationale gasvoorschriften.
- Onderhoud dient altijd te worden uitgevoerd in overeenstemming met de aanwijzingen van de fabrikant.
- Het apparaat dient zodanig te worden opgeslagen dat mechanische schade wordt voorkomen.
- Elke persoon die werkt aan een koelcircuit of het openmaakt, moet een op dat moment geldig certificaat hebben van een door de bedrijfstak goedgekeurde beoordelingsinstantie, die erkent dat de betreffende persoon de deskundigheid heeft om veilig om te kunnen gaan met koelmiddelen conform een door de bedrijfstak goedgekeurde beoordelings-specificatie.
- Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals door de fabrikant is aanbevolen. Onderhoud en reparatie waarbij de hulp van ander deskundig personeel nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van iemand die deskundig is in het werken met brandbare koelmiddelen.
- Neem bij alle noodzakelijke reparaties contact op met het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum en volg uitsluitend de instructies van de fabrikant strikt op.
Dit apparaat mag niet worden afgevoerd bij het huisvuil. Dit product kan op verschillende manieren worden afgevoerd.
1 Dit product NIET aanbieden als ongesorteerd huisvuil. Dit soort producten moet gescheiden worden afgevoerd voor spe-
ciale verwerking.
2 De gemeente heeft hiervoor speciale in-zamelpunten ingericht, waar gebruikers hun elektronische producten gratis kunnen inleveren.
3 De fabrikant neemt het oude apparaat terug voor verwerking, zonder kosten voor de gebruiker.
4 Aangezien oude producten waardevolle grondstoffen bevatten, kunnen ze ook worden verkocht aan een schroothandelaar.
Het illegal storten van afval in bossen en landschappen brengt uw eigen gezondheid in gevaar. Hierdoor kunnen gevaarlijke stoffen in het grondwater terechtkomen en uiteindelijk in de voedselketen. Betekenis van het symbool met de doorgekruiste container. Elektrische apparaten NIET afvoeren als ongesorteerd huisvuil, maar afgeven bij inleverpunten voor gescheiden inzameling. Neem contact op met uw gemeente voor informatie over inleverpunten. Uit elektrische apparaten die op stortplaatsen terechtkomen, kunnen gevaarlijke stoffen lekken die via het grondwater in de voedselketen terechtkomen, met schadelijke gevolgen voor uw gezondheid en welzijn.

Dit symbool geeft aan dat dit product in de EU niet bij het gewone huisvuil mag worden afgevoerd. Om mogelijke schade aan het milieu of de volksgezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, dient dit product op verantwoorde wijze te worden gerecycled om duurzaam hergebruik van grondstoffen te bevorderen. Voor het inleveren van uw gebruikte apparaat kunt u gebruik maken van het inleveren inzamelsysteem of contact opnemen met de winkel waar het product gekocht is. Deze winkel kan dit product op milieuveilige wijze afvoeren voor recycling.
R290: 3
ALGEMEEN
Sluit voor een optimale prestatie en maximaal rendement van uw ontvochtiger alle ramen.
De capaciteit van de ontvochtiger is afhankelijk van de temperatu-
ur en vochtigheid in de ruimte; bij lagere temperaturen wordt minder vocht afgevoerd.
FUNCTIES
Krachtig luchtontvochtigingsvermogen
De ontvochtiger maakt gebruik van koeltechnologie en verwijdert op krachtige wijze vocht uit de lucht om het vochtigheidsniveau in de ruimte te verlagen en de binnenlucht droog en comfortabel te houden.
Lichtgewicht draagbaar design
De ontvochtiger is compact en licht. Dankzij de zwenkwielen aan de onderzijde van het apparaat is dit gemakkelijk van de ene naar de andere ruimte te verplaatsen.
Werking bij lage temperatuur met automatische ont-dooiing
Als het apparaat werkt bij een kamertemperatuur tussen 7°C en 12°C, stopt het apparaat elke 30 minuten om te ontdooien.
Als het apparaat werkt bij een kamertemperatuur tussen 12°C en 20°C, stopt het apparaat elke 45 minuten om te ontdooien.
Aanpasbare vochtigheidsregelaar
Selecteer het gewenste vochtigheidsniveau met de vochtigheidsregelaar.
Timer aan/uit
Programmeer het apparaat om automatisch in- en uit te schakelen.
Stille werking
De ontvochtiger werkt met een laag geluidsniveau.
Energiezuinig
Het apparaat heeft een laag energieverbruik.
1. BESCHRIJVING
VAN ONDERDELEN

- Actieve koolstofffilter 2. Afvoerslang
BEDIENINGSPANEEEL

- Aan/uit-toets 2. Kinderslot
- Afsteltoets 4. Timertoets
- Insteltoets 6. Toets voor ventilatorsnelheden
- Indicatielampje voor water vol 8. Voedingslampje
- Kinderslotlampje 10. Lampje ingestelde timer
- Lampje hoge ventilatorsnelheid 12. Lampje lage ventilatorsnelheid
- Indicatiepaneel
2. MODUS
Vochtigheidsniveau en 2-cijferig timerdisplay

De indicator heeft de drie volgende functies:
- Na inschakelen geeft het apparaat de luchtvochtigheid in de ruimte aan.
- Als u de vochtigheid instelt, geeft de indicator het vochtigheidsniveau aan dat u hebt ingesteld.
- Als u de tijd programmeert voor het apparaat om automatisch in- en uit te schakelen, toont de indicator deze tijden.
- Als de omgevingsvochtigheid lager dan 35% is, toont de indicator "35".
- Als de omgevingsvochtigheid hoger dan 95% is, toont de indicator "95".
3. BEDIENINGSINSTRUCTIES
- Het voedingsindicatielampje gaat aan als het apparaat aangesloten wordt, ongeacht of het apparaat al dan niet in werking is.
- Druk eenmaal op de otoets om de werking te starten. Druk nogmaals om de werking te stoppen.
- Druk als volgt op de ⚙ toets:
Druk om de gewenste ventilatorsnelheid in te stellen. Hierbij kan gekozen worden tussen hoge snelheid en lage snelheid.
- Druk op de ①toets om het gewenste vochtigheidsniveau in de ruimte in te stellen. Dit kan ingesteld worden van 40% tot 80% in tussenstappen van 5%.
Als na een werkingsperiode de luchtvochtigheid in de ruimte 2% lager is dan de geselecteerde luchtvochtigheid, stopt de compressor en blijft de ventilator draaien zonder de ontvochtigingsfunctie; Als de luchtvochtigheid gelijk is aan of 2% hoger dan de geselecteerde luchtvochtigheid, wordt de compressor opnieuw gestart.
-
Druk op de ☺ knop en vervolgens op △ of ▽ om de timerinstelling in te stellen: U kunt de timer voor automatisch uitschakelen slechts instellen terwijl het apparaat draait (ingeschakeld). U kunt de timer voor automatisch starten slechts instellen als het apparaat in stand-by staat (uitgeschakeld). Wanneer het apparaat is ingeschakeld, drukt u op ☺ knop en past u △ of ▽ aan om de uitschakeltijd in te stellen. Wanneer het apparaat in stand-by is, drukt u op de ☺ knop en past △ of ▽ aan om de starttijd in te stellen. Druk op de ☺ knop en druk vervolgens op de △ of ▽ knop om de timer in te stellen van 01-02 ... 23-24 uur. Druk op de ☺ knop en vervolgens op de △ of ▽ knop om de tijd in te stellen op 00 om de timer te annuleren. De geprogrammeerde tijd blijft ongewijzigd als het apparaat stopt met werken vanwege vol water of tijdens het ontdooien. Eenmaal in- of uitgeschakeld door de gebruiker, kan het apparaat de timingfunctie verliezen.
-
Druk op de knop om de KINDERVERGRENDELING te active-ren. U kunt de functie KINDERVERGRENDELING activeren door de knop langer dan 5 seconden ingedrukt te houden. De lamp zal gaan branden. Wanneer de functie KINDERVERGRENDELING is geactiveerd, zijn alle knoppen vergrendeld. Om de vergrendeling te annuleren, de knop langer dan 5 seconden ingedrukt houden totdat de lamp uitgaat.
Als de afvoertank vol is, gaat het indicatielampje voor een volle tank aan en de zoemer piept 15 keer om de gebruiker te waarschuwen. Het water moet uit de afvoertank verwijderd worden. De werking stopt automatisch.
5. DE AFVOERTANK LEGEN
- Druk met beide handen licht op de zijkanten van de tank en haal deze er voorzichtig uit.

- Gooi het verzamelde water weg.

- Verwijder de vlotter NIET uit de watertank. De sensor voor een volle watertank kan zonder vlotter het waterniveau niet meer op correcte wijze detecteren, waardoor er water uit de tank kan lekken.

- Als de afvoertank vuil is, was deze dan met koud of lauw water. Gebruik geen reinigingsmiddel, schuursponsjes, chemisch behandelde doekjes, benzine, benzeen, verdunner of andere oplosmiddelen. Deze kunnen de tank bekrassen en beschadigen en waterlekkage veroorzaken.
- Als u de afvoertank terugplaatst, druk deze dan met beide handen stevig op zijn plaats. Als de tank niet juist geplaatst wordt, wordt de "TANK FULL"-sensor geactiveerd en werkt de ontvochtiger niet.

Het apparaat beschikt over een afvoeropening voor doorlopende afvoer. Gebruik een plastic buis (met een binnendiameter van 10 mm). Sluit de afvoerbuis aan op de afvoeropening (in tussenplaat) en leid de buis in de juiste richting.
Het water in de afvoertank kan doorlopend worden afgevoerd via de afvoeropening in het apparaat voor doorlopende afvoer.

7. ONDERHOUD
De ontvochtiger schoonmaken
De behuizing schoonmaken
Neem deze af met een zachte vochtige doek.
Het luchtfilter schoonmaken
- Open eerst het inlaatrooster en verwijder het luchtfilter.

- Maak het luchtfilter schoon
Ga met een stofzuiger licht over het oppervlak van het luchtfilter om vuil te verwijderen. Als het luchtfilter erg vuil is, was dit dan
met warm water en een mild reinigingsmiddel en laat het goed drogen.

- Bevestig het luchtfilter
Steek het filter rustig in het apparaat en zet het inlaatrooster op zijn plaats.

- Het actieve koolstofffilter mag niet gewassen/in water ondergedompeld worden. Gebruik alleen een stofzuiger om het actieve koolstofffilter schoon te maken.
BELANGRIJK: Het actieve koolstofffilter kan in het filterframe geplaatst worden door het bestaande luchtfilter op te tillen. Het wordt aanbevolen om het actieve koolstofffilter om het jaar te vervangen (afhankelijk van het gebruik van het product).
De ontvochtiger opbergen
Berg het apparaat op deugdelijke wijze op als dit gedurende langere tijd niet gebruikt wordt. Volg hierbij de volgende stappen:
- Gooi eventueel water dat nog in de afvoertank zit weg.
- Rol de stroomkabel op en stop deze in de watertank.
- Maak het luchtfilter schoon.
- Berg het apparaat op op een koele, droge plek.

Zorg dat tijdens de werking van het apparaat de minimaal vereiste ruimte rondom het apparaat in acht wordt genomen, zoals getoond in de afbeelding links.

Als een van onderstaande situaties zich voordoet, controleer dan de volgende items alvorens u contact opneemt met de klantenservice.
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Het apparaat werkt niet | Is de voedingskabel uit het stopcontact gehaald? | Steek de voeding-skabel in het stop-contact. |
| Knippert het indicatielampje voor een volle tank? (De tank is vol of is niet juist geplaatst.) | Gooi het water in de afvoertank weg en plaats de tank terug. | |
| Is de temperatuur van de ruimte hoger dan 35°C of lager dan 7°C? | De beveiliging is geactiveerd en het apparaat kan niet gestart worden. | |
| De ontvochtigingsfunctie werkt niet | Is het luchtfilter verstopt? | Maak het luchtfilter schoon zoals beschreven onder “De ontvochtiger schoonmaken”. |
| Is de luchtafvoer of luchtinlaat geblok-keerd? | Verwijder de ob-structie van de luchtafvoer of luchtinlaat. | |
| Er wordt geen lucht afgevoerd | Is het luchtfilter verstopt? | Maak het luchtfilter schoon zoals beschreven onder “De ontvochtiger schoonmaken”. |
| De werking is lawaaierig | Is het apparaat gekanteld of staat dit onstabiel? | Plaats het apparaat op een stabiele, stevige locatie. |
| Is het luchtfilter verstopt? | Maak het luchtfilter schoon zoals beschreven onder “De ontvochtiger schoonmaken”. |
9. OPMERKING T.A.V. ONDERHOUDSWERK
1. Controles van de omgeving
Voor aanvang van werk aan systemen met brandbare koelmiddelen zijn er veiligheidscontroles nodig om het risico op brand te minimaliseren Bij reparaties aan het koelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen voordat werk aan het systeem wordt uitgevoerd.
Werkprocedure
Werk moet volgens een gecontroleerde procedure worden uitgevoerd om het risico te minimaliseren dat er een brandbaar gas of damp aanwezig is terwijl het werk wordt uitgevoerd.
2. Algemene werkomgeving
Alle onderhoudspersoneel en anderen die in de buurt werken, moeten worden ingelicht over de aard van het werk dat wordt uitgevoerd. Vermijd het werken in beperkte ruimten. De omgeving rond de werkruimte dient te worden afgezet. Zorg ervoor dat de omstandigheden in de ruimte veilig zijn door het gebruik van brandbaar materiaal te beperken.
3. Controle op de aanwezigheid van koelmiddel
De ruimte moet voor en tijdens het werk worden gecontroleerd met een geschikte detector voor koelmiddel om ervoor te zorgen dat de monteur op de hoogte is van een mogelijk brandbare atmosfeer. Zorg ervoor dat de gebruikte detectieapparatuur voor lekkages geschikt is voor gebruik met brandbare koelmiddelen, d.w.z. vonkvrij, goed afgedicht of intrinsiek veilig.
4. Aanwezigheid van een brandblusser
Als er werk aan de koelapparatuur of bijbehorende onderdelen moet worden uitgevoerd waarbij warmte vrijkomt, moet er direct geschikt brandblusmateriaal beschikbaar zijn. Er moet een poeder- of CO2-brandblusser aanwezig zijn in het gebied waar gevuld wordt.
5. Geen ontstekingsbronnen
lemand die werk uitvoert aan een koelsysteem waarbij leidingwerk betrokken is dat brandbaar koelmiddel bevat of heeft bevat, mag niet op een zodanige manier ontstekingsbronnen gebruiken dat dit kan leiden tot risico's op brand of explosie. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief roken, moeten voldoende ver weg blijven van de plaats van installatie, reparatie of verwijdering zolang er brandbaar koelmiddel kan ontsnappen naar de omliggende ruimte Voordat het werk plaatsvindt, moet de ruimte rond de apparatuur worden onderzocht om zeker te zijn dat er geen brandgevaar of ontstekingsrisico's zijn. Er moeten "Niet roken"-borden worden geplaatst.
6. Geventileerde ruimte
Zorg ervoor dat het gebied in de open lucht is of dat het voldoende geventileerd wordt voordat u het systeem openmaakt of werk uitvoert waarbij warmte vrijkomt. Tijdens de periode dat het werk wordt uitgevoerd, moet voortdurend in zekere mate geventileerd worden. De ventilatie moet eventueel vrijgekomen koelmiddel veilig verspreiden en bij voorkeur naar buiten afvoeren in de buitenlucht.
7. Controles van de koelmiddelapparatuur
Als elektrische onderdelen worden vervangen, moeten deze geschikt zijn voor hun doel en de juiste specificatie hebben. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant moeten te allen tijde worden opgevolgd. Bij twijfel kunt u voor advies contact opne- men met de technische dienst van de fabrikant.
De volgende controles moeten worden uitgevoerd bij installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken:
- De grootte van de vulapparatuur moet in overeenstemming zijn met de afmetingen van de ruimte waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten zijn gemonteerd;
- De ventilatieapparatuur en uitlaten werken afdoende en zijn niet geblokkeerd.
8. Controles van elektrische apparaten
Bij reparatie en onderhoud aan elektrische onderdelen moeten veiligheidscontroles en procedures voor inspectie van onderdelen worden uitgevoerd. Als er een storing is die de veiligheid in gevaar brengt, mag er geen elektrische voeding worden aangesloten op het circuit, totdat de storing naar behoren is verholpen. Als de storing niet onmiddellijk kan worden verholpen maar het nodig is dat de apparatuur blijft werken, moet er een afdoende tijdelijke oplossing worden gebruikt. De eigenaar van de apparatuur moet worden ingelicht, zodat alle partijen hierover zijn geïnformeerd.
De eerste veiligheidscontroles houden onder andere in dat:
- De condensatoren ontladen zijn; dit moet op een zodanig veilige manier gebeuren dat er geen vonken ontstaan;
- Er geen elektrische onderdelen en bedrading zijn die onder spanning staan tijdens het vullen, terugwinnen of doorspoelen van het systeem;
- Er doorlopend verbinding met de aarde is.
9. Reparaties aan afgedichte onderdelen
Tijdens reparaties aan afgedichte onderdelen moeten alle elektrische voedingen worden losgekoppeld van de apparatuur waaraan gewerkt wordt, voordat afdekkingen e.d. worden verwijderd.
Als het absoluut noodzakelijk is dat er tijdens het onderhoud een elektrische voeding is naar de apparatuur, dan moet er een doorlopend werkende vorm van lekdetectie worden aangebracht op het meest kritische punt om te waarschuwen voor mogelijk gevaarlijke situaties.
In het bijzonder moet er aandacht aan worden besteed dat bij werkzaamheden aan elektrische onderdelen de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt aangetast. Hieronder wordt tevens verstaan schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, niet originele aansluitklemmen, schade aan afdichtingen, onjuist aanbrengen van doorvoeringen, enz.
Zorg ervoor dat de apparatuur stevig gemonteerd is.
Zorg ervoor dat afdichtingen of afdichtingsmateriaal niet zodanig zijn verweerd dat ze niet langer geschikt zijn om het binnendringen van brandbare gassen te voorkomen. Vervangende onderdelen moeten overeenkomen met de specificaties van de fabrikant.
OPMERKING: Het gebruik van siliconenkit kan de effectiviteit van sommige typen detectieapparatuur voor lekkages negatief beïnvloeden. Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet te worden afgeschermd voordat er aan gewerkt wordt.
10. Reparaties aan intrinsiek veilige onderdelen
Breng niet een permanente inductieve belasting of belasting-scapaciteit aan op het circuit zonder ervoor te zorgen dat deze niet de toelaatbare spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur overschrijdt.
Intrinsiek veilige onderdelen zijn de enige onderdelen waaraan gewerkt mag worden in de buurt van brandbare gassen, terwijl er spanning op staat. De testapparatuur moet de juiste specificaties hebben.
Vervang onderdelen alleen door onderdelen die door de fabrikant zijn voorgeschreven. Andere dan de door de fabrikant voorgeschreven onderdelen kunnen ontbranding van koelmiddel veroorzaken dat door een lek in de lucht is terechtgekomen.
11. Bekabeling
Controleer dat de bekabeling niet wordt blootgesteld aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere negatieve effecten uit de omgeving. De controle moet ook rekening houden met het effect van veroudering of doorlopende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren.
12. Detectie van lekken van brandbare koelmiddelen
Onder geen enkele omstandigheid mogen mogelijke ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of detecteren van lekkages van koelmiddel. Een halogenide fakkel (of elke andere detector met een onafgeschermde vlam) mag niet worden gebruikt.
13. Methodes voor lekdetectie
De volgende methods voor lekdetectie zijn toegestaan voor koelsystemen met brandbaar koelmiddel.
Er moeten elektronische lekdetectoren worden gebruikt voor het detecteren van brandbare koelmiddelen, maar het kan zijn dat de gevoeligheid niet afdoende is of opnieuw gekalibreerd moet worden (detectieapparatuur moet worden gekalibreerd in een ruimte zonder koelmiddel). Zorg ervoor dat de detector niet een mogelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel.
Voor de meeste koelmiddelen kunnen vloeistoffen voor lekdetectie worden gebruikt, maar gebruik van reinigingsmiddelen met chloor moet worden vermeden omdat de chloor kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan corroderen.
Als er een lek wordt vermoed, moeten alle onafgeschermde vlammen worden verwijderd/gedoofd.
Als er een lekkage van koelmiddel is ontdekt waarvoor soldeerwerk nodig is, moet alle koelmiddel uit het systeem worden verwijderd. Er moet dan zuurstofvrije stikstof (OFN) door het systeem worden gespoeld zowel voor als tijdens de soldeerwerkzaamheden.
14. Verwijdering en leegmaken
Als het koelcircuit moet worden geopend voor reparaties – of voor andere doeleinden – moeten de conventionele procedures worden gebruikt. Het is echter belangrijk dat de beste methode wordt gebruikt omdat de brandbaarheid in overweging moet worden genomen. De volgende procedure moet worden gevolgd:
verwijder koelmiddel;
spoel het circuit met inert gas;
leegmaken;
spoel nogmaals met inert gas;
open het circuit door zagen of solderen.
De vulling van koelmiddel moet worden opgevangen in de juiste cilinders voor terugwinning. Het systeem moet worden "gespoeld" met OFN om de unit veilig te maken. Het kan zijn dat dit proces een paar keer moet worden herhaald. Voor deze taak mag geen perslucht of zuurstof worden gebruikt.
Het doorspoelen moet worden uitgevoerd door het vacuum in het systeem met OFN op te heffen en door te gaan met vullen tot de bedrijfsdruk is bereikt, daarna naar de buitenlucht te ventileren en tenslotte een vacuum te trekken. Dit proces moet worden herhaald tot er geen koelmiddel meer in het systeem aanwezig is. Als het systeem voor de laatste keer met OFN is gevuld, moet het worden doorgespoeld tot atmosferische druk, zodat de werkzaamheden plaats kunnen vinden.
Deze uitvoering is absoluut cruciaal als er gesoldeerd moet worden aan de leidingen. Zorg ervoor dat de uitlaat van de vacuïmpomp zich niet dicht bij een ontstekingsbron bevindt en dat er ventilatie aanwezig is.
15. Vulprocedures
In aanvulling op de normale vulprocedures moeten de volgen-de voorschriften worden opgevolgd.
- Zorg ervoor dat er geen vervuiling van verschillende koelmiddelen optreedt bij het gebruik van de vulapparatuur. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koelmiddel die ze bevatten te minimaliseren.
- Cilinders moeten rechtop worden gehouden.
- Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat het systeem met koelmiddel wordt gevuld.
- Breng labels aan op het systeem als het compleet gevuld is (tenzij ze reeds aanwezig zijn).
- Er moet heel goed voor worden gezorgd dat het koelsysteem niet te veel gevuld wordt.
Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet een druktest met OFN worden uitgevoerd. Het systeem moet na het vullen, maar voor de inbedrijfstelling, worden getest op lekkages. Voordat de locatie wordt verlaten, moet er nog een vervolgtest op lekkage worden uitgevoerd.
16. Buitenbedrijfstelling
Voordat deze procedure wordt uitgevoerd, is het essentieel dat de monteur volledig bekend is met de apparatuur en alle details. Het is een aanbevolen goede werkwijze dat alle koelmiddelen veilig worden teruggewonnen. Voordat de taak wordt uitgevoerd, moet er een monster van de olie en het koelmiddel worden genomen, indien er een analyse nodig is om het teruggewonnen koelmiddel te kunnen hergebruiken. Het is essentieel dat er stroom beschikbaar is voordat de taak wordt uitgevoerd. Zorg ervoor dat u bekend bent met de apparatuur en zijn werking.
a) Isoleer het systeem elektrisch.
b) Voordat u de procedure gaat uitvoeren, moet u ervoor zorgen dat: er zo nodig apparatuur voor mechanische bewerking aanwezig is voor het werken met cilinders met koelmiddel; alle persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig zijn en juist worden gebruikt; het terugwinningsproces doorlopend door een deskundig persoon wordt bewaakt; de apparatuur en cilinders voor terugwinning voldoen aan de van toepassing zijnde normen.
c) Pomp het koelsysteem zo mogelijk leeg.
d) Als een vacuum niet mogelijk is, moet er een verdeelleiding worden gemaakt, zodat het koelmiddel uit de diverse onderdelen van het systeem kan worden verwijderd.
e) Zorg ervoor dat de cilinder op de weegschaal staat, voor- dat de terugwinning plaatsvindt.
f) Start de machine voor terugwinning en werk volgens de instructies van de fabrikant.
g) Vul de cilinders niet te veel (niet meer dan 80% van het vo-lume gevuld met vloeistof).
h) Overschrijd de maximale bedrijfsdruk van de cilinder niet, zelfs niet tijdelijk.
i) Als de cilinders op de juiste manier zijn gevuld en het proces afgerond is, moeten de cilinders en apparatuur direct van de locatie worden afgevoerd en alle afsluitventielen op de apparatuur worden gesloten.
j) Teruggewonnen koelmiddel mag niet worden gebruikt voor vulling van een ander koelsysteem voordat het is gereinigd en gecontroleerd.
17. Etikettering
De apparatuur moet worden voorzien van een label waarop staat dat deze buiten bedrijf is gesteld en het koelmiddel is verwijderd. Het label moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg ervoor dat er op de apparatuur labels zitten die aangeven dat de apparatuur brandbaar koelmiddel bevat.
18. Terugwinning
Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud dan wel buitenbedrijfstelling, is een aanbevolen goede werkwijze dat alle koelmiddel veilig wordt verwijderd.
Bij het overbrengen van koelmiddel in de cilinders moet u ervoor zorgen dat alleen juiste cilinders voor teruggewonnen koelmiddel worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders beschikbaar is voor het opvangen van de totale hoeveelheid in het systeem. Alle gebruikte cilinders moeten geschikt zijn voor het teruggewonnen koelmiddel en worden voorzien van labels voor dat koelmiddel (d.w.z. speciale cilinders voor de terugwinning van koelmiddel). Cilinders moeten voorzien zijn van overdrukklep en bijbehorende afsluitkleppen en in goede staat verkeren. Cilinders voor terugwinning moeten leeg zijn gemaakt en zo mogelijk worden gekoeld voordat de terugwinning plaatsvindt.
De terugwinningsapparatuur moet in goede staat verkeren met
een set instructies voorhanden over de apparatuur en moet geschikt zijn voor de terugwinning van brandbaar koelmiddel.
Daarnaast moet er een set geijkte weegschalen aanwezig zijn die in goede staat verkeren. Slangen moeten compleet zijn met lekvrije verbindingskoppelingen en in goede staat verkeren.
Voordat u de terugwinningsapparatuur gebruikt, moet worden gecontroleerd dat deze in voldoende goede staat verkeert, juist onderhouden is en dat alle bijbehorende elektrische onderdelen zijn afgedicht om ontbranding te voorkomen als er koelmiddel is vrijgekomen. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant.
Het teruggewonnen koelmiddel moet teruggestuurd worden naar de leverancier van het koelmiddel in de juiste cilinder en voorzien van het betreffende afvalverzendformulier. Meng koelmiddelen niet in de terugwinningsunits en zeker niet in cilinders.
Als compressoren of compressorolie moeten worden verwijderd, moet u ervoor zorgen dat ze op een acceptabel niveau zijn geleegd, zodat zeker is dat er geen brandbaar koelmiddel bij het smeermiddel aanwezig is. Dit proces van leegmaken moet worden uitgevoerd voordat de compressor naar de leverancier wordt teruggezonden. Om dit proces te versnellen mag alleen elektrische verwarming op de compressorbehuizing worden gebruikt. Als de olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit veilig gebeuren.
19. Vervoer van apparatuur die brandbaar koelmiddel bevat Bepaald door lokale voorschriften.
20. Afgedankte apparatuur die brandbaar koelmiddel bevat Zie landelijke voorschriften.
-
Verpakking van (onverkochte) opgeslagen apparatuur Opgeslagen apparatuur dient zodanig te worden verpakt dat mechanische beschadiging van de apparatuur binnenin de verpakking niet kan leiden tot lekkage van het koelmiddel dat in de apparatuur aanwezig is. Het maximale aantal apparaten dat samen mag worden opgeslagen, is afhankelijk van lokale voorschriften.
-
SPECIFICATIES
| Model TD-C 1410 TD-C 1412 | ||
| Capaciteit | 10 L/D(30°C, 80% relatieve luchtvochtigheid) | 12 L/D(30°C, 80% relatieve luchtvochtigheid) |
| Voeding 220-240 V~ / | 50 Hz 220-240 V~ / 50 Hz | |
| Energieverbruik 205 W 210 W | ||
| Bedrijfsbereik 7°C - | 35°C 7°C - 35°C | |
| Koelmiddel R290 (45 g) | R290 (50 g) | |
| GWP 3 | 3 | |
| Gewicht | 9,8 kg | 10,5 kg |
| Druk (hoog / laag) | 1,8 / 0,6 Mpa | 1,8 / 0,6 Mpa |
| Druk (max) | 3,00 Mpa | 3,00 Mpa |
| Beschermingsgraad van het apparaat | IPX1 | IPX1 |
De ontvochtigingscapaciteit wordt bepaald bij een kamertemperatuur van 30°C met een relatieve vochtigheid van 80%.
Als specificaties na deze bepaling verbeteren, worden de nieuwe specificaties vermeld op de naamplaat van het product.
De bedrijfstemperatuur ligt tussen 5°C en 35°C, met een max. relatieve vochtigheid van 80%. Als de kamertemperatuur buiten dit bereik ligt, werkt het apparaat niet zoals normaal. De GWP-waarde van R290 koelvloeistof is 3.
BEPERKTE GARANTIE
TOYOTOMI CO., LTD. ("TOYOTOMI") garandeert dat bij normal gebruik en onderhoud alle verkochte producten en delen daarvan gedurende VIERENTWINTIG (24) MAANDEN vanaf de datum van levering aan de oorspronkelijke koper in de detailhandel vrij zijn van materiaal- of productiefouten. Dit is onderhevig aan de volgende voorwaarden:
DIT VALT ONDER DE GARANTIE: Producten of delen daarvan die materiaal- of productiefouten bevatten.
DIT VALT NIET ONDER DE GARANTIE:
Deze garantie geldt niet voor mankementen als gevolg van nalatigheid van anderen; het niet volgens de gebruiksaanwijzing installeren, bedienen of onderhouden van het apparaat (gebruiks- en onderhoudsvoorschriften worden meegeleverd bij elk nieuw apparaat); onredelijk gebruik; ongevallen; wijzigingen; gebruik van niet erkende en niet door TOYOTOMI gestandaardiseerde onderdelen en accessoires; elektrische storing, d.w.z. als gevolg van overbelasting van het stroomnet, kortsluiting enz.; onjuiste installatie; of reparatie door iemand anders dan een door TOYOTOMI aangegeven voorziening.
WIE VALT ER ONDER DE GARANTIE: De oorspronkelijke koper in de detailhandel.
DIT DOEN WIJ: TOYOTOMI herstelt of vervangt, naar eigen inzicht, zonder kosten alle defecte onderdelen die worden gedekt door deze beperkte garantie mits u de onderdelen naar uw dichstbijzijnde erkende dealer of TOYOTOMI-distributeur brengt.
ZO KUNT U GEBRUIKMAKEN VAN UW
GARANTIEVOORZIENINGEN: De defecte producten of onderdelen met deze BEPERKTE GARANTIE dienen naar een erkende dealer of TOYOTOMI-distributeur te worden gebracht. Als er bij u in de buurt geen voorziening beschikbaar is, kunt u contact opnemen met onze KLANTENSERVICE via:
TOYOTOMI EUROPE SALES B.V.
E-MAIL: info@toyotomi.eu
INTERNET: www.toyotomi.eu
HET VOORGAANDE BEHANDELT ALLE VERPLICHTINGEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN TOYOTOMI MET BETREKKING TOT DE KWALITEIT VAN DE GELEVERDE PRODUCTEN DIE HIERONDER VALLEN. ALLE ANDERE GARANTIES, EXPLICIET OF IMPLICIET, MET INBEGRIP VAN GARANTIES OVER VERKOOPBAARHEID OF GESCHIKTHEID VOOR BEPAALDE DOELEINDEN, WORDEN UITGESLOTEN. TOYOTOMI KAN NIET AANSPAKELIJK WORDEN GEHOUDEN VOOR HET NIET KUNNEN GEBRUIKEN VAN HET PRODUCT, ONGEMAK, VERLIES OF ANDERE SCHADE DIE DIRECT OF INDIRECT VOORTKOMT UIT HET GEBRUIK OF NIET KUNNEN GEBRUIKEN VAN HET PRODUCT OF VOOR SCHADE DIE TE WIJTEN IS AAN GEBREKEN VAN HET PRODUCT.
Alleen TOYOTOMI is bevoegd om de voorwaarden van de beperkte garantie op enigerlei wijze te verlengen of te wijzigen.
Het is in sommige gebieden niet toegestaan om uitsluiting of beperking van incidentele schade of gevolgschade toe te passen of beperkingen in te stellen voor de duur van een impliciete garantie en het kan dus zijn dat deze beperkingen of uitsluitingen niet op u van toepassing zijn. Deze beperkte garantie zorgt voor specifieke wettelijke rechten en deze rechten kunnen per gebied verschillen.