TIG 220 DC HF FV - Lasapparaat GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TIG 220 DC HF FV GYS in PDF-formaat.
| Producttype | TIG DC HF lasmachine met MMA-proces |
| Merk | GYS |
| Model | TIG 220 DC HF FV |
| Voedingsspanning | 110-240 V enkelfasig (Flexible Voltage) |
| Frequentie | 50/60 Hz |
| Nominale uitgangsstroom (TIG) | 5 tot 220 A |
| Nominale uitgangsstroom (MMA) | 10 tot 200 A |
| Nullastspanning | 76 V |
| Piekspanning ontsteking | 9 kV |
| Inschakelduur bij 40°C (TIG bij 220 A) | 30% |
| Inschakelduur bij 40°C (MMA bij 200 A) | 25% |
| Afmetingen (L x B x H) | 42 x 23 x 35 cm |
| Gewicht | 12 kg |
| Beschermingsgraad | IP21 |
| Lasprocessen | TIG DC, TIG DC gepulseerd, TIG spot, MMA |
| Ontstekingstypes | HF (hoge frequentie) contactloos, Lift (contact) |
| Toortstanden | 2T, 4T, 4T LOG |
| Lasfuncties | Voorgas, nagas, helling op/af, hot start, boogkracht, gepulseerde modus |
| Programmageheugen | 10 in TIG, 10 in MMA |
| Afstandsbediening | Handmatig (ref. 045675) of pedaal (ref. 045682) |
| Compatibele koelunit | WCU0.5kW_A of WCU1kW_A (optie) |
| Toortaansluiting | SRL18-connector voor toorts met 1 of 2 hendels + potentiometer |
| Aanbevolen onderhoud | Regelmatig stofzuigen, controle van aansluitingen, controle van voedingskabel |
| Veiligheid | Thermische beveiliging, over-/onderspanningsbeveiliging, noodstop via schakelaar |
| Garantie | 2 jaar onderdelen en arbeid |
| Meegeleverde accessoires | CEE17 3-polige stekker 16A, voedingskabel |
Veelgestelde vragen - TIG 220 DC HF FV GYS
Gebruikersvragen over TIG 220 DC HF FV GYS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TIG 220 DC HF FV - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TIG 220 DC HF FV van het merk GYS.
GEBRUIKSAANWIJZING TIG 220 DC HF FV GYS
Voor het in gebruik nemen van het product moeten deze instructies gelezen en goed begrepen worden. Voer geen wijzigingen of onderhoud uit die niet in de handleiding vermeld staan.
Geen enkel lichamelijk letsel of schade, veroorzaakt door het niet naleven van de instructies in deze handleiding, kan verhaald worden op de fabrikant van het apparaat.
Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een bevoegd persoon om het apparaat correct te installeren.
OMGEVING
Dit apparaat mag enkel gebruikt worden om te lassen, en uitsluitend volgens de in de handleiding en/of op het typeplaatje vermelde instructies. De veiligheidsvoorschriften moeten gerespecteerd worden. In geval van onjuist of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld.
De installatie mag alleen worden gebruikt en bewaard in een stof- en zuurvrije ruimte, en in afwezigheid van ontvlambaar gas of andere corrosieve substanties. Zorg voor voldoende luchtstroom tijdens het gebruik.
Gebruikstemperatuur :
Gebruik tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F).
Opslag tussen -20 en +55°C (-4 en 131°F).
Luchtvochtigheid :
Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F).
Lager of gelijk aan 90% bij 20°C (68°F).
Hoogte :
Tot 1000 m boven de zeespiegel (3280 voet).
PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN
Booglassen kan gevaarlijk zijn en ernstige en zelfs dodelijke verwondingen veroorzaken.
Tijdens het lassen worden de individuen blootgesteld aan een gevaarlijke warmtebron, aan de lichtstraling van de lasboog, aan elektro-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie gevaar, aan lawaai en aan uitstoting van gassen.
Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies :

Draag, om uzelf te beschermen tegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt.

Draag handschoenen die de elektrische en thermische isolatie garanderen.

Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoepassing). Bescherm uw ogen tijdens schoonmaakwerkzaamheden. Contactlenzen zijn specifiek verboden.
Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende gordijnen af te schermen tegen stralingen, projectie en wegspattende gloeiende deeltjes.
Informeer de personen in het lasgebied om niet naar de boog of naar gesmolten stukken te staren, en om aangepaste kleding te dragen die voldoende bescherming biedt.

Gebruik een bescherming tegen lawaai als het lassen een hoger geluidsniveau bereikt dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden).
Houd uw handen, haar en kleding op voldoende afstand van bewegende delen (ventilator).
Verwijder nooit de behuizing van het koelelement wanneer de las-installatie aan een elektrische voedingsbron is aangesloten en onder spanning staat. De fabrikant kan in dit geval niet verantwoordelijk worden gehouden in geval van een ongeluk.

De elementen die net gelast zijn zijn heet en kunnen brandwonden veroorzaken bij het aanraken. Zorg ervoor dat, tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de toorts of de elektrode-houder, deze voldoende afgekoeld zijn en wacht ten minste 10 minuten alvorens met de werkzaamheden te beginnen. De koelgroep moet in werking zijn tijdens het gebruik van een watergekoelde toorts, om te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt.
Het is belangrijk om, voor vertrek, het werkgebied veilig achter te laten, om mensen en goederen te beschermen.
LASDAMPEN EN GAS

Dampen, gassen en stof uitgestoten tijdens het lassen zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Zorg voor voldoende ventilatie, soms is toevoer van verse lucht tijdens het lassen noodzakelijk. Een lashelm met verse luchtaanvoer kan een oplossing zijn als er onvoldoende ventilatie is.
Controleer of de zuigkracht voldoende is, en verifieer of deze aan de gerelateerde veiligheidsnormen voldoet.
Waarschuwing: bij het lassen in kleine ruimtes moet de veiligheid op afstand gecontroleerd worden. Bovendien kan het lassen van materialen die bepaalde stoffen zoals lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk zijn. Ontvet de te lassen materialen voor aanvang van de laswerkzaamheden.
De gasflessen moeten worden opgeslagen in een open of goed geventileerde ruimte. Ze moeten in verticale positie gehouden worden, in een houder of op een trolley. Het lassen in de buurt van vet of verf is verboden.
BRAND EN EXPLOSIE RISICO

Scherm het lasgebied volledig af, brandbare stoffen moeten minimaal op 11 meter afstand geplaatst worden. Een brandblusinstallatie moet aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden.
Pas op voor projectie van hete onderdelen of vonken, zelfs door kieren heen. Ze kunnen brand of explosies veroorzaken.
Houd personen, ontvlambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afstand.
Het lassen in containers of gesloten buizen moet worden verboden, en als ze open zijn dan moeten ze ontdaan worden van ieder ontvlambaar of explosief product (olie, brandstof, gas residuen....).
Slijpwerkzaamheden mogen niet worden gericht naar de lasapparaat, of in de richting van brandbare materialen.
GASFLESSEN

Het gas dat uit de gasflessen komt kan, in geval van hoge concentratie in de lasruimte, verstikking veroorzaken (goed ventileren). Vervoer moet veilig gebeuren: de flessen goed afgesloten en het lasapparaat uitgeschakeld. Deze moeten verticaal bewaard worden en door een ondersteuning rechtop gehouden worden, om te voorkomen dat ze omvallen.
Sluit de fles na ieder gebruik. Let op temperatuurveranderingen en blootstelling aan zonlicht.
De fles mag niet in contact komen met een vlam, een elektrische boog, een toorts, een aardingsklem of een andere warmtebron of gloeiend voorwerp. Uit de buurt houden van elektrische leidingen en lasinstallaties, en nooit een fles onder druk lassen.
Wees voorzichtig bij het openen van het ventiel van de fles, houd uw hoofd ver verwijderd van het ventiel en controleer of het gas geschikt is om mee te lassen.
Het elektrische netwerk dat gebruikt wordt moet altijd geaard zijn. Gebruik het op de veiligheidstabel aanbevolen type zekering. Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en zelfs dodelijke ongelukken veroorzaken.
Raak nooit delen aan de binnen- of buitenkant van de machine aan (toortsen, klemmen, kabels, elektrodes) die onder spanning staan. Deze delen zijn aangesloten op het lascircuit.
Koppel, voor het openen van het lasapparaat, dit los van het stroom-netwerk en wacht 2 minuten totdat alle condensatoren ontladen zijn. Raak nooit tegelijkertijd de toorts of de elektrodehouder en de massaklem aan.
Zorg ervoor dat, als de kabels of toortsen beschadigd zijn, deze vervangen worden door gekwalificeerde en bevoegde personen. Gebruik alleen kabels met de geschikte doorsnede. Draag altijd droge, in goede staat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerend schoeisel, waar u ook werkt.
EMC CLASSIFICATIE VAN HET MATERIAAL

Dit Klasse A materiaal is niet geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de stroom wordt geleverd door een openbare laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radiofrequente straling.


- Dit materiaal TIG 300 DC is niet conform aan de CEI 61000-3-12 norm en is bedoeld om aangesloten te worden op private laagspanningsnetwerken, aangesloten op een openbaar netwerk met uitsluitend midden of hoogspanning. Als het apparaat aangesloten wordt op een openbaar laagspanningsnetwerk is het de verantwoordelijkheid van de installateur of de gebruiker van het apparaat om de stroomleverancier te contacteren en zich ervan te verzekeren dat het apparaat daadwerkelijk op het netwerk aangesloten kan worden.
- Dit materiaal TIG 220 DC voldoet aan de CEI 61000-3-12 norm.
Dit materiaal TIG 220 DC voldoet aan de norm EN 61000-3-11 als de impedantie van het netwerk op het aansluitpunt met de elektrische installatie lager is dan de maximaal toegestane impedantie van het netwerk Zmax = 0.29 Ohms.
ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES

Elektrische stroom die door een geleider gaat veroorzaakt elektrische en magnetische velden. De lasstroom wekt een elektromagnetisch veld op rondom de laszone en het lasmateriaal.
De elektromagnetische velden, EMF, kunnen de werking van bepaalde medische apparaten, zoals pacemakers, verstoren. Veiligheidsmaatregelen moeten in acht worden genomen voor mensen met medische implantaten. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor voorbijgangers of een individuele risico-evaluatie voor de lassers.
Alle lassers zouden de volgende procedures moeten opvolgen, om een blootstelling aan elektromagnetische straling veroorzaakt door het lassen zo beperkt mogelijk te houden :
- plaats de laskabels dicht bij elkaar – bind ze indien mogelijk aan elkaar;
- houd uw hoofd en uw romp zo ver mogelijk van het lascircuit af;
- wikkel nooit de kabels om uw lichaam;
-
zorg ervoor dat u zich niet tussen de laskabels bevindt. Houd de twee laskabels aan dezelfde kant van uw lichaam;
-
bevestig de geaarde kabel zo dicht als mogelijk is bij de lasplek;
• voer geen werkzaamheden uit dichtbij de laszone, ga niet zitten op of leun niet tegen het lasapparaat; - niet lassen wanneer u het lasapparaat of het draadaanvoersysteem draagt.

Personen met een pacemaker moeten een arts raadplegen voor gebruik van het apparaat.
De blootstelling aan elektromagnetische straling tijdens het lassen kan gevolgen voor de gezondheid hebben die nog niet bekend zijn.
AANBEVELINGEN OM DE LASZONE EN DE LASINSTALLATIE TE EVALUEREN
Algemene aanbevelingen
De gebruiker is verantwoordelijk voor het installeren en het gebruik van het booglasmateriaal volgens de instructies van de fabrikant. Als elektromagnetische storingen worden geconstateerd, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het booglasmateriaal om het probleem op te lossen, met hulp van de technische dienst van de fabrikant. In sommige gevallen kan de oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevallen kan het nodig zijn om met behulp van filters een elektromagnetisch schild rondom de stroomvoorziening en om het vertrek te creëren. In ieder geval moeten de storingen veroorzaakt door elektromagnetische stralingen beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau.
Evaluatie van de lasruimte
Voor het installeren van een booglas-installatie moet de gebruiker de mogelijke elektro-magnetische problemen in de omgeving evalueren. Daarbij moeten de volgende gegevens in acht genomen worden :
a) de aanwezigheid boven, onder, of naast het booglasmateriaal van andere voedingskabels, van besturingskabels, signaleringskabels of telefoonkabels;
b) ontvangers en zenders voor radio en televisie;
c) computers en ander besturingsapparatuur;
d) essentieel veiligheidsmateriaal, zoals bijvoorbeeld bescherming van industriële apparatuur;
e) de gezondheid van personen in de omgeving, bijvoorbeeld bij gebruik van pacemakers of gehoorapparaten;
f) materiaal dat gebruikt wordt bij het kalibreren of meten;
g) de immuniteit van overig aanwezig materiaal.
De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Dit kan aanvullende veiligheidsmaatregelen vereisen;
h) het tijdstip waarop het lassen of andere activiteiten kunnen plaatsvinden.
De afmeting van het omliggende gebied dat in acht genomen moet worden hangt af van de structuur van het gebouw en van de overige activiteiten die er plaatsvinden. Het omliggende gebied kan groter zijn dan de begrenzing van de installatie.
Evaluatie van de lasinstallatie
Naast een evaluatie van de laszone kan een evaluatie van de booglasinstallaties elementen aanreiken om storingen vast te stellen en op te lossen. Bij het evalueren van de emissies moeten de werkelijke resultaten worden bekeken, zoals die zijn gemeten in de reële situatie, zoals gestipuleerd in Artikel 10 van de CISPR 11. De metingen in de specifieke situatie, op een specifieke plek, kunnen tevens helpen de efficiëntie van de maatregelen te bevestigen.
AANBEVELINGEN VOOR METHODES OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCEREN
a. Openbare spanningsnet : het lasmateriaal moet aangesloten worden op het openbare net volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Als er storingen plaatsvinden kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het filteren van het openbare stroomnetwerk. Er kan overwogen worden om de voedingskabel van de lasinstallatie af te schermen in een metalen omhulsel of een equivalent daarvan. Het is wenselijk de elektrische continuiteit van het omhulsel te verzekeren over de hele lengte. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasstroomvoeding, om er zeker van te zijn dat er een goed elektrisch contact is tussen de geleider en het omhulsel van de lasstroomvoeding.
b. Onderhoud van het booglasapparaat : onderhoud regelmatig het booglasmateriaal, en volg daarbij de aanbevelingen van de fabrikant op. Alle toegangen, service ingangen en kleppen moeten gesloten en correct vergrendeld zijn wanneer het booglasmateriaal in werking is. Het booglasmateriaal mag op geen enkele wijze veranderd worden, met uitzondering van veranderingen en instellingen zoals genoemd in de handleiding van de fabrikant. Let u er in het bijzonder op dat het vonkenhiaat van de toorts correct afgesteld is en goed onderhouden wordt, volgens de aanbevelingen van de fabrikant.
c. Laskabels : De kabels moeten zo kort mogelijk zijn, en dichtbij elkaar en vlakbij of, indien mogelijk, op de grond gelegd worden
d. Aarding : Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Waarschuwing : de metalen objecten verbonden aan het te lassen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de gebruiker, wanneer hij tegelijkertijd deze objecten en de elektrode aanraakt. Het wordt aangeraden de gebruiker van deze voorwerpen te isoleren.
e. Aarding van het te lassen voorwerp : wanneer het te lassen voorwerp niet geaard is, vanwege elektrische veiligheid of vanwege de afmetingen en de locatie, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij scheepsrompen of metalen structuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp en de aarde, in sommige gevallen maar niet altijd, de emissies verkleinen. Vermijd het aarden van voorwerpen, wanneer daarmee het risico op verwondingen van de gebruikers of op beschadigingen van ander elektrisch materiaal vergroot wordt. Indien nodig, is het wenselijk dat het aarden van het te lassen voorwerp rechtstreeks plaatsvindt, maar in sommige landen waar deze directe aarding niet toegestaan is is het aan te raden te aarden met een daarvoor geschikte condensator, die voldoet aan de reglementen in het betreffende land.
f. Beveiliging en afscherming : Selectieve afscherming en bescherming van andere kabels en materiaal in de omgeving kan problemen verminderen.
De beveiliging van de gehele laszone kan worden overwogen voor speciale toepassingen.
TRANSPORT EN VERVOER VAN DE LASSTROOMVOEDING

De lasstroomvoeding is uitgerust met één of meerdere handvatten waarmee het apparaat met de hand gedragen kan worden. Let op : onderschat het gewicht niet. De handvatten mogen niet gebruikt worden om het apparaat aan omhoog te hijsen.
Gebruik de kabels of de toorts niet om het apparaat te verplaatsen. Het apparaat moet in verticale positie verplaatst worden.
Til nooit het apparaat boven personen of voorwerpen.
Til nooit een gasfles en het materiaal tegelijk op. De vervoersnormen zijn verschillend.
INSTALLATIE VAN HET MATERIAAL
- Plaats de voeding op een ondergrond met een helling van minder dan 10^ .
- Zorg voor voldoende ruimte om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controle board.
- Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar stroomgeleidend metaalstof aanwezig is.
- Plaats het lasapparaat niet in de stromende regen, en stel het niet bloot aan zonlicht.
- Het apparaat heeft een beveiligingsgraad IP21, wat betekent dat :
- het beveiligd is tegen toegang in gevaarlijke delen van solide voorwerpen waarvan de diameter >12.5 mm en,
- dat het beveiligd is tegen verticaal vallende waterdruppels
- Het apparaat heeft een beveiligingsgraad IP23, wat betekent dat :
- het beveiligd is tegen toegang in gevaarlijke delen van solide voorwerpen waarvan de diameter >12.5 mm en
- dat het beveiligd is tegen vallende waterdruppels (60% ten opzichte van een verticale lijn).
Deze apparaten kunnen dus buiten gebruikt worden in overeenstemming met veiligheidsindicatie IP23.
De voedingskabels, verlengsnoeren en lassnoeren moeten helemaal afgerold worden, om oververhitting te voorkomen.

De fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor lichamelijk letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door niet correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal.
ONDERHOUD / ADVIES


- Het onderhoud kan alleen door gekwalificeerd personeel uitgevoerd worden. Een jaarlijkse onderhoudsbeurt wordt aangeraden.
- Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken, en wacht twee minuten alvorens
werkzaamheden op het apparaat te verrichten. De spanning en de stroomsterkte binnen het toestel zijn hoog en gevaarlijk.
- De kap regelmatig afnemen en met een blazer stofvrij maken. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwalificeerd personeel.
- Controleer regelmatig de staat van het elektrische snoer. Als dit snoer beschadigd is, moet het door de fabrikant, zijn reparatie dienst of een gekwalificeerde technicus worden vervangen, om ieder gevaar te vermijden.
- Laat de ventilatieopening vrij zodat de lucht gemakkelijk kan circuleren.
INSTALLEREN - GEBRUIK VAN HET PRODUCT
Alleen ervaren en door de fabrikant gekwalificeerd personeel kan de installatie uitvoeren. Verzeker u ervan dat de generator tijdens de installatie niet aan het netwerk aangesloten is. Seriële en parallelle generator verbindingen zijn verboden.
OMSCHRIJVING MATERIAAL (FIG-1)
Deze TIG's zijn inverterlasstroombronnen voor gelijkstroom (DC) refractory electrode welding (TIG) en shielded metal arc welding (MMA). Het TIG-proces vereist gasbescherming (Argon).
Met het MMA-procédé kan elk type elektrode worden gelast: rutiel, basisch, roestvrij staal en gietijzer.
Deze TIG's kunnen worden uitgerust met een handmatige afstandsbediening (ref. 045675) of een voetpedaal (ref. 045682).
De TIG 300 DC kan worden uitgerust met een automatische besturing (CONNECT-5).
1- Toetsenbord + stapsgewijze knoppen 5- Aansluiting trekker
2- Positieve polariteit aansluiting 6- Ingang afstandsbediening
3- Negatieve polariteit aansluiting 7- Schakelaar ON/OFF
4- Aansluiting Toorts-gas 8- Voedingskabel
9- Gasaansluiting
1- Keuze procedure 5- Lampje voor thermische beveiliging
2- Keuze trekker modus 6- Weergave en keuzes
3- Keuze optie procedures
4- Ingeven lasinstellingen
7- Knop stand-by.
STROOMVOORZIENING - OPSTARTEN
- De TIG 300 DC wordt geleverd met een 5-polige (3P+N+PE) 400V 16A driefasestekker van het type EN 60309-1 en wordt aangesloten op een 400V (50 - 60 Hz) driefasige elektrische installatie MET aarde. Deze apparatuur mag alleen worden gebruikt op een driefasig, vierdraads stroomnet waarvan de nulgeleider met de aarde is verbonden. De TIG 220 DC wordt geleverd met een 1-fase 3-polige (P+N+PE) 230V 16A stekker van het type CEE17, is uitgerust met een «Flexibel Voltage» systeem en wordt geleverd op een elektrische installatie met aarde tussen 110V en 240V (50 - 60 Hz). De effectieve geabsorbeerde stroom (I1eff) wordt aangegeven op de lasstroombron en voor de maximale bedrijfsomstandigheden. Controleer of de stroomvoorziening en de beveiliging daarvan (zekering en/of stroomonderbreker) compatibel zijn met de stroom die nodig is bij gebruik. In sommige landen kan het nodig zijn de stekker te vervangen om gebruik onder maximale omstandigheden mogelijk te maken. De gebruiker moet ervoor zorgen dat de stekker toegankelijk is.
- De lasstroombron zal in beveiliging gaan als de voedingsspanning lager of hoger is dan 15% van de gespecificeerde spanning(en) (een foutcode zal op het display van het toetsenbord verschijnen).
- De TIG 300 DC wordt ingeschakeld door de aan/uit-schakelaar (7) in stand I te zetten; omgekeerd wordt hij uitgeschakeld door hem in stand O te zetten. De TIG 220 DC wordt ingeschakeld door op de stand-by toets te drukken. Voorzichtig! Schakel de stroomtoevoer nooit uit wanneer de lasstroombron belast wordt.
- Ventilatorgedrag: In de MMA-modus draait de ventilator continu. In TIG-modus draait de ventilator alleen tijdens de lasfase en stopt hij na het afkoelen.
- Waarschuwing: Als de lengte van de toorts of de retourkabels langer wordt dan de door de fabrikant opgegeven maximumlengte, neemt het risico van elektrische schokken toe.
AANSLUITEN OP EEN GENERATOR
Dit materiaal kan functioneren met generators, mits de hulpstroom aan de volgende voorwaarden voldoet :
- De spanning moet wisselspanning zijn, altijd hoger dan 400V ±15%, en de tospanning moet lager zijn dan 700V,
- De frequentie moet tussen de 50 en de 60 Hz. liggen.
Het is noodzakelijk deze omstandigheden te controleren, daar veel generators hoge spanningspieken produceren die het materiaal kunnen beschadigen.
Alle gebruikte verlengsnoeren moeten de voor het apparaat geschikte afmeting en kabelsectie hebben. Gebruik een verlengsnoer conform aan de nationale regelgeving.
| Ingangsspanning | Doorsnede van het verlengsnoer (<45m) | ||
| < 45m < 100m | |||
| TIG 300 DC 400V 2.5 mm ^2 | |||
| TIG 220 DC | 230V 2.5 mm ^2 | ||
| 110V 2.5 mm ^2 | 4 mm ^2 | ||
DESCRIPTION DES FONCTIONS, DES MENUS ET DES PICTOGRAMMES
| FUNCTIE PICTOGRAM | TIG DC | MMA | Commentaar | |
| HF start X TIG Procedure met HF start - HF | ||||
| LIFT start X TIG Procedure met LIFT start | ||||
| Pre-gas X | ![]() | Duur van het zuiveren van de toorts en het creëren van beschermingsgas voor het opstarten. | ||
| Oplopende stroom X Opvoeren van de stroom | ||||
| Lasstroom X Lasstroom | I | |||
| Koude stroom | % I | X | Tweede lasstroom, genoemd «koude» stroom, in standaard 4TLOG of in PULS | |
| PULS frequentie | F(Hz) | X | X | Pulsfrequentie van de modus PULS (Hz) |
| Down Slope | ![]() | X Afbouwen | van de stroom om barstjes en kraters (S) te voorkomen | |
| Post Gas | [HAHT] | X | Duur van het behouden van de gasbescherming na uitschakelen van de lasboog. Beschermt het werkstuk en de elektrode tegen oxidatie (S) | |
| HotStart | [6460] | X | Overstroom in te stellen aan het begin van het lassen (%) | |
| ArcForce | [OKDO] | X | Geleverde overstroom tijdens het lassen om te vermijden dat de elektrode in het smeltbad plakt. | |
| TIG PULS | ![]() | X Puls modus | ||
| TIG SPOT | [KWS2] | X Punt modus | ||
| MMA PULS | [2ABC] | X | MMA prodedure in de Puls modus | |
| 2T | [KZZD] | X Modus toorts | 2T | |
| 4T | [OKXT] | X Modus toorts | 4T | |
| 4T LOG X Modus toorts 4T LOG | ![]() | |||
| Ampère (eenheid) | [ZA2A] | X | X | Eenheid Ampères voor het afstellen en weergave van de lasstroom |
| Volt (eenheid) | [WKB5] | X | X | Eenheid Volt voor het weergeven van de lasspanning |
| Seconde of Hertz (eenhe- den) | [KSAZ] | X | X | Eenheid seconden of Hertz, voor het weergeven van de duur of frequentie. |
| Percentage (eenheid) | [87M1] | X | X | Eenheid percentages, voor het weergeven van afstellingen in proporties |
| Overschakelen weergave A of V | X | X | Overschakelen van de weergave in stroom of spanning tijdens en na het lassen | |
| Toegang tot programma modus | XX Toegang | tot programmeringsmenu (SAVE, JOB, .....) | ||
| Thermische beveiliging X X Normatief●ymbool voor weergave thermische beveiliging | ||||
| Stand-by X X Stand-by van het apparaakt | ||||
- Sluit de kabels, de elektrodehouder en de aardingsklem aan aan de desbetreffende aansluitingen,
- Respecteer de polariteiten en de lasintensiteit zoals aangegeven op de verpakking van de elektroden,
- Verwijder de elektrode uit de elektrodehouder wanneer het materiaal niet gebruikt wordt.

MMA (MMA GEPULSEERD LASSEN)
De grijze zones worden niet gebruikt in deze modus.
| ^A | ||
| Afstelbare waardes 0 - 100% 0 - | 100% |
LASSEN MET WOLFRAM ELEKTRODE MET INERT GAS (TIG MODUS)
AANSLUITING EN ADVIEZEN
Sluit de massaklem aan aan de positieve (+) aansluiting. Sluit de voedingskabel van de toorts aan aan de negatieve aansluiting (-), evenals de connecties van de trekker(s) van de toorts en het gas.
Verzeker u ervan dat de toorts goed is uitgerust en dat de lasbenodigdheden (griptang, gasmondstuk, verspreider en contactbuis) niet versleten zijn.
TIG LASSEN PROCESSEN

TIG
De grijze zones worden niet gebruikt in deze modus.

TIG PULSE
De grijze zones worden niet gebruikt in deze modus.
• TIG DC
Deze gelijkstroom lasmodus wordt gebruikt voor ijzerhoudende materialen zoals staal, maar ook voor koper en koperlegeringen.
• TIG DC Pulsé - Pulsé
Deze lasmodus met pulsstroom wisselt sterke lasstroom (I, lasimpuls) af met zwakkere stroomimpulsen (I_Koud, afkoelingsimpulsen van het werkstuk). De pulsmodus wordt gebruikt om de las stukken samen te voegen, met een beperkte temperatuur stijging.
Voorbeeld :
De lasstroom I is afgesteld op 100A en %(I_koud) = 50%, dus : een Koude stroom = 50% x 100A = 50A. F(Hz) is afgesteld op 10Hz, de periode van het signaal is 1/10Hz = 100ms.
Iedere 100ms volgen een impuls van 100A en een andere van 50A elkaar op.
Keuze van de frequentie :
- laswerk met handmatig toevoegen van metaal : F(Hz) is gesynchroniseerd met het toevoegen van het materiaal
- In geval van dun plaatwerk zonder toevoeging (< 8/10 mm) : F(Hz) >> 10Hz
- In geval van speciaal metaal waarbij vibraties van het smeltbad nodig zijn voor het ontgassen : F(Hz) >> 100Hz
- SPOT PUNTEN

TIG SPOT
De grijze zones worden niet gebruikt in deze modus.
• TIG DC - Geavanceerd menu
Het is mogelijk om de Start en Stop-fases van de las-cyclus in te stellen.

flowchart
graph TD
A["Start"] --> B["Step 1"]
B --> C["Step 2"]
C --> D["Stop"]
D --> E["Step 3"]
E --> F["Stop"]
Een druk op knop geeft toegang tot deze geavanceerde instellingen. Houd knop «JOB» langer dan drie seconden ingedrukt, tot de melding SET verschijnt. Vervolgens verschijnt de melding UP, die continu te zien zal zijn. Wanneer u de knop loslaat, kunt u met de centrale draaiknop via het keuzemenu naar «SET». Bevestig uw keuze door een druk op knop «JOB».
Door aan de knop te draaien krijgt u toegang tot de volgende geavanceerde instellingen :
| Instelling Beschrijving Instellen | |
| I_Start stroom tijdens de fase waarin het lassen gestart wordt 10% - 200% | |
| T_Start duur van de fase waarin het lassen gestart wordt 0s - 10s | |
| I_Stop stroom tijdens de fase waarin het lassen gestopt wordt 10% - 100% | |
| T_Stop duur van de fase waarin gestopt wordt met lassen 0s - 10s |
De keuze van de te wijzigen instelling gebeurt met een druk op knop «JOB». Wanneer de wijziging met behulp van de centrale knop (I) gedaan is, kunt u uw keuze bevestigen met een druk op knop «JOB». U kunt het geavanceerde menu verlaten door op «ESC» te drukken.
INSTELLING START
TIG HF: start met hoge frequentie zonder contact.
TIG LIFT: start met contact (voor de omgevingen die gevoelig zijn voor HF storingen)

text_image
Touch Sylchelt Pré Gaz 0.5s <1s1- Raak het te lassen voorwerp aan met de elektrode
2- Druk op de trekker
3- Trek de elektrode terug.
COMPATIBELE TOORTSEN
![]() | ![]() | ![]() |
| √ | √ | √ |
TOORTSEN EN GEDRAG TREKKER
In geval van een toorts met 1 knop, wordt deze knop «belangrijkste knop» genoemd.
In geval van een toorts met 2 knoppen wordt de eerste knop «belangrijkste knop» genoemd. De tweede knop wordt «secondaire knop» genoemd.
2T MODUS

1 - De belangrijkste knop is ingedrukt, de lascyclus start (Pregas, I_Start, UpSlope en lassen).
T2 - De belangrijkste knop wordt losgelaten, de lascyclus wordt gestopt (DownSlope, I_Stop, PostGas).
4T MODUS

flowchart
graph TD
A["Bouton principal T1"] --> B["t"]
B --> C["T2"]
C --> D["t"]
D --> E["T3"]
E --> F["T4"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
4T log MODUS

text_image
Bouton principal ou Bouton secondaire T1 T2 T3 T4 t ≥0.5s<0.5s<0.5sT1 - De belangrijkste knop is ingedrukt, de cyclus start vanaf Pregas en stopt in de fase I_Start.
T2 - De belangrijkste knop wordt losgelaten, de cyclus gaat verder in UpSlope en in lassen.
T3 - De belangrijkste knop is ingedrukt, de cyclus gaat over in Downslope en stopt in de fase I_Stop.
T4 - De belangrijkste knop wordt losgelaten, de cyclus eindigt met PostGas.
NB : voor de toortsen met dubbele trekkers en dubbele trekkers + potentiometer
=> « bovenste trekker/lasstroom » en potentiometer actief, « onderste » trekker inactief.
T1 - De belangrijkste knop is ingedrukt, de cyclus start vanaf Pregas en stopt in de fase I_Start.
T2 - De belangrijkste knop wordt losgelaten, de cyclus gaat verder in UpSlope en in lassen.
LOG : deze modus wordt gebruikt tijdens de lasfase :
- een korte druk op de belangrijkste knop (<0.5s), de stroom schakelt over van | lasstroom naar | koud en vice versa.
- de secondaire knop wordt ingedrukt gehouden, de stroom schakelt van | lassen naar | koud
- de secondaire knop wordt losgelaten, de stroom schakelt van I koud naar I lassen
T3 - De belangrijkste knop wordt ingedrukt gehouden (>0.5s), de cyclus gaat over in Downslope en stopt in de fase I_Stop.
T4 - De belangrijkste knop wordt losgelaten, de cyclus eindigt met PostGas.
Voor de toortsen met dubbele knoppen of dubbele trekkers, + potentiometer heeft de « bovenste »trekker dezelfde functie als de trekker van een toorts met maar één enkele trekker. Met de « onderste » trekker kan, wanneer deze ingedrukt wordt gehouden, overschakelen naar koude stroom. Met de potentiometer van de toorts, indien aanwezig, kan de lasstroom afgesteld worden van 50% tot 100% van de getoonde waarde.
GEADVISEERDE COMBINATIES
| Process Type HF Lift | |||
| TIG DC | STD | √ | √ |
| PULSE | √ | √ | |
| SPOT - | √ | ||
| MMA | STD | ||
| PULSE | |||
| DC | ![]() | Lasstroom (A) Elektrode (mm) Buis (mm) | Gasstroom Argon (L/min) | |
| 0.3 - 3 mm 5 - 75 | 1 6.5 | 6 - 7 | ||
| 2.4 - 6 mm | 60 - 150 | 1.6 8 | 6 - 7 | |
| 4 - 8 mm | 100 - 200 | 2 9.5 | 7 - 8 | |
| 6.8 - 8.8 mm | 170 - 250 | 2.4 | 11 8 - 9 | |
| 9 - 12 mm | 225 - 300 | 3.2 | 12.5 |
SLIJPEN VAN DE ELEKTRODE
Voor optimaal gebruik slijp de elektroden als volgt:

text_image
d LL = 3 x d voor de lage stoom
L = d voor de hoge stoom
OPSLAAN EN OPROEPEN VAN DE LASINSTELLINGEN
Aantal geheugenplaatsen : 10 in MMA en 10 in TIG DC. Een druk op knop X geeft u toegang tot het menu «JOB».
Een instelling opslaan
In de programma modus : kies IN en druk op de access knop. Kies een nummer, van P1 tot P10. Druk op de access knop, en de instelling wordt opgeslagen.
Een bestaande instelling oproepen
In de programma modus : kies OUT en druk op de access knop. Kies een nummer, van P1 tot P10. Druk op de access knop, en de instelling wordt opgeroepen.
TREKKER CONTROLE CONNECTOR

Aansluitschema van de toorts SRL18. Elektrisch schema, afhankelijk van het type toorts.
| Types toorts | Omschrijving draad | Pin du connec- teur associée | ||
| Toorts 2 trekkers + poten- tiometer | Toorts 2 trekkers Toorts 1 trekker | Algemeen/Massa 2 | (groen) | |
| Schakelaar trekker 1 | 4 (wit) | |||
| Schakelaar trekker 2 | 3 (bruin) | |||
| Algemeen/Massa potentiometer | 2 (grijs) | |||
| 5 V 1 (geel) | ||||
| Curseur 5 (roze) | ||||
AFSTANDSBEDIENING
De afstandsbediening werkt in de TIG en MMA functie.



text_image
D 045682 C B A 045675ref. 045699 Buitenaanzicht Elektrische schema's overeenkomstig de afstandsbediening.
Aansluiting :
1- Sluit de afstandsbediening aan aan de achterzijde van de lasvoeding.
2- De IHM detecteert de aanwezigheid van een afstandsbediening en toont een keuzemenu, toegankelijk met behulp van de draaiknop :

Keuze pedaal.
Keuze afstandsbediening type potentiometer.
Keuze CONNECT-5 modus
Een bediening is aanwezig maar niet actief.
Aansluitingen
Het apparaat is uitgerust met een vrouwelijke schakelaar voor bediening op afstand.
Met de speciale mannelijke 7 punten stekker (optioneel, ref. 045699) kunnen verschillende types afstandsbediening aangesloten worden. Voor de bedrading, volg het hier onderstaande schema.
| TYPE AFSTANDSBEDIENING Omschrijving draad Pin aansluiting | ||||
| CONNECT-5 | Pedaal | Handmatige afstandsbediening | 10V A | |
| Cursor B | ||||
| Algemeen/Massa C | ||||
| Schakelaar D | ||||
| AUTO-DETECT E | ||||
| ARC ON F | ||||
| REG I G | ||||
Werking
- Handmatige afstandsbediening (optioneel ref. 045675)
De handmatige afstandsbediening wordt gebruikt om de stroom te variëren, van 50% tot 100% van de minimale intensiteit. In deze configuratie zijn alle modi en functies toegankelijk en aanpasbaar.
- Pedaal (optioneel ref. 045682) :
Met de pedaal kan de stroom gevarieerd worden, van de minimaal afgestelde stroom in I Start tot 100% van de normale intensiteit. In de TIG modus werkt het toestel alleen in 2-takt (2T-modus). Daarna worden de up- en down slope niet meer door het toestel geregeld (inactieve functies), maar door de gebruiker via het pedaal.
Met deze modus kan de TIG 300 DC bestuurd worden vanaf een bedieningspaneel of een PLC, dankzij de mogelijkheid 5 programma's voor te programmeren.
Met het pedaal principe wordt de «Switch (D)» gebruikt om te starten of te stoppen met lassen volgens de gekozen cyclus. De waarde van de aangebrachte spanning op «Cursor (B)», komt overeen met een programma of met de geldende context.
Deze spanning moet tussen 0 en 10V (in stappen van 1,6 V) overeenkomen met het oproepen van een programma:
- Geldende context : 0 - 1.6 V
- Programma 1:1.7 - 3.3 V
- Programma 2 : 3.4 - 5.0 V
- Programma 3 : 5.1 - 6.6 V
- Programma 4 : 6.7 - 8.3 V
- Programma 5 : 8.4 - 10.0 V
Een extra potentiometer kan de stroom laten variëren met +/- 15%, buiten en tijdens het lassen.
Met de informatie ARC ON (aanwezigheid van de arc) kan de PLC gesynchroniseerd worden (ingang Pull Up 100kΩ aan de zijde van de PLC). Door het verbinden van de pin AUTO_DETECT aan de massa kan het apparaat opgestart worden zonder het type afstandsbediening te hoeven inbrengen.
De 5 opgeroepen programma's corresponderen aan de 5 eerste opgeslagen programma's (van P1 tot P5).
Verdere uitleg kan gedownload worden op onze site (https://goo.gl/i146Ma).
KOELGROEP (OPTIE)
Dit apparaat kan aangesloten worden op een koelgroep WCU1kW_B, die als functie heeft het afkoelen van de toorts.
De aanbevolen koelgroep wordt automatisch gedetecteerd door het apparaat. In het menu OPTION kan deze koelgroep geblokkeerd worden.
Een druk op knop «JOB» tijdens 3 seconden geeft toegang tot het menu Koel groep.

Men moet zich ervan gewissen dat de koelgroep uitgeschakeld is alvorens slangen af te koppelen van de ingang en de uitgang van de toorts.
De koelvloeistof is schadelijk en irriteert de ogen, de slijmvliezen en de huid. Warme vloeistof kan brandwonden veroorzaken.
FOUTMELDINGEN, AFWIJKINGEN, OORZAKEN, OPLOSSINGEN
Dit materiaal beschikt over een controle systeem.
Met behulp van een serie foutmeldingen op het controlepaneel kan een diagnose van de storing gemaakt worden.
| AFWIJKINGEN EN OPLOSSINGEN IHM | OORZAKEN OPLOSSINGEN | |
| VOEDINGSBRON LASSEN | ||
| « dEF » « 1 » Geen | communicatie | Controleer de interne bekabeling tussen de IHM en de vermogensprintplaat. |
| « dEF » « 2 » Knoppen IHM defectief Vervang de IHM. | ||
| « dEF » « 3 » De trekker(s) van de toorts zijn defectief Vervang de toorts. | ||
| « dEF » « 4 » De schakelaar van de pedaal is defectief of altijd actief | Vervang de pedaal of kijk of de switch niet ingedrukt is. | |
| « E r r » « Co.5 » | In de PLC modus is een storing in de bediening geconstateerd. | Controleer de bekabeling van de PLC. |
| « - - - » Er is overspanning op het elektrisch net. Een overspanning is de oorzaak van | ||
| « P h » Er mist een fase op het driefasen net. de melding en betreft storing | ||
| « d E » | Er is een onevenwichtigheid op de voedingsbron geconstateerd. | opladen motor, onweer, ..... |
| SOURCE DE COURANT DE SOUDAGE + GROUPE FROID | ||
| « Pb.1 » Geen koelgroep gedetecteerd. | Controleer de aansluitingen tussen de voedingsbron en de koelgroep. | |
| « Pb.2 » | Fout in niveau koelvloeistof. | Vul het reservoir van de koelgroep. |
| « Pb.3 » Fout in de koelvloeistof stroom. | Controleer het circuleren van de koelvloeistof van de toorts. | |
GARANTIE
De garantie dekt alle gebreken en fabricagefouten gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeidsloon).
De garantie dekt niet :
- Alle overige schade als gevolg van vervoer.
- De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.).
- Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).
- Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof).
In geval van storing moet het apparaat teruggestuurd worden naar uw distributeur, samen met:
- Een gedateerd aankoopbewijs (betaalbewijs, factuur ...).
- Een beschrijving van de storing.
AVVERTENZE - AVVERTENZE DI SICUREZZA
ISTRUZIONI GENERALI








