Smartmig 152 - Lasapparaat GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Smartmig 152 GYS in PDF-formaat.
| Type product | Halfautomatisch MIG/MAG lasapparaat |
| Merk | GYS |
| Model | Smartmig 152 |
| Voeding | Eenfasig 230 V, 50/60 Hz, 16 A stekker type CEE7/7 |
| Lasmodus | MIG (actief gas: zuiver argon) / MAG (gas: Argon + CO₂) / No Gas (vulgevulde draad) |
| Compatibele draaddiameters | Staal/RVS: 0,6 / 0,8 mm; Aluminium: 0,8 mm; No Gas: 0,9 mm |
| Spoeltype | Diameter 100 of 200 mm |
| Vermogen | Gelijkstroom (DC) |
| Gewicht | Niet gespecificeerd (schatting ~20-30 kg) |
| Afmetingen (L x B x H) | Niet gespecificeerd |
| Thermische beveiliging | Indicatorlampje, automatische koeling (5 tot 10 min) |
| Beschermingsgraad | IP21 |
| Bedrijfstemperatuur | -10°C tot +40°C |
| Opslagtemperatuur | -20°C tot +55°C |
| Relatieve luchtvochtigheid | ≤ 50% bij 40°C, ≤ 90% bij 20°C |
| Max. hoogte | 1000 m |
| EMC-klasse | Klasse A (professioneel gebruik, niet-residentieel) |
| Normen | IEC 61000-3-11, niet conform IEC 61000-3-12 |
| Lopend onderhoud | Stof verwijderen met blaaspistool 2 tot 3 keer per jaar; controle van elektrische aansluitingen |
| Veiligheid | Draag vlamwerende kleding, isolerende handschoenen, lashelm; vermijd contact met onder spanning staande delen |
| Verkrijgbare reserveonderdelen | EURO toorts, omkeerbare aandrijfrollen, contactbuizen, mondstukken, teflonslang voor alu, manometer-reduceerventiel, draadrollen |
| Garantie | 2 jaar (onderdelen en arbeid), exclusief normale slijtage en verkeerd gebruik |
Veelgestelde vragen - Smartmig 152 GYS
Gebruikersvragen over Smartmig 152 GYS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Smartmig 152 - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Smartmig 152 van het merk GYS.
GEBRUIKSAANWIJZING Smartmig 152 GYS
Voor het in gebruik nemen van het product moeten deze instructies gelezen en goed begrepen worden. Voer geen wijzigingen of onderhoud uit die Niet in de handleiding vermeld staan.
Geen enkel lichamelijk letsel of schade, veroorzaakt door het Niet naleven van de instructies in deze handleiding, kan verhaald worden op de fabrikant van het apparaat.
Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een bevoegt persoon om het apparaat correct te installereren.
OMGEVING
Dit apparaat mag enkel gebruikt worden om te階段en, en uitsluitend volgens de in de handleiding en/of op het typeplaatje vermelde instructies. De veiligheidsvoorschriften要去en gespecteerd worden. In geval van onjuist of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant Niet aansprakelijk worden gesteld.
De installmente mag alleen worden gebruikt en bewaard in een stof- en zuurvrije ruimte, en in afwezigheid van ontvlambaar gas of andere corrosieve substanties. Zorg voor voldoende luchtstroomijdens het gebruik.
Gebruiktemperatuur:
Gebruik tussen -10 en +40^ (+14 en +104^)
Opslag tussen -20 en +55^ (-4 en 131°F).
Luchtvochtigheid :
Lager of gelijk aan 50% bij 40^ (104^)
Lager of gelijk aan 90% bij 20^ (68^)
Hoopte :
Tot 1000m boven de zeespiegel (3280 voet).
PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN
Booglassen kan gevaarlijk zijn en ernstige en zichs dodelijke verwondingen veroorzaken.
Tijdens het lessen worden de individuen bloatgesteld aan een gevaarlijke warmtebron, aan de lichtstraling van de lasboog, aan elektron-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie gevaar, aan lawaai en aan uitsoting van gassen.
Beschem uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstrumentes :

Draag, om uzelf te beschemen gegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt.

Draag handschoenen die de elektrische en thermische isolatie garanderen.

Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoepassing). Bescherm uwogenijdens schoonmaakwerkzaamheden. Contactlenzen zijn specifiek verboden.

Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende gordijnen af te schermen gegen stralingen, projectie enwegspattende gloeienda deeltjes.
Informeer de personen in het lasgebied om Niet waar de boog of waar gesmolten stukken te staren, en om aangepaste kleding te dragen die voldoende bescherming biedt.

Gebruik een bescherming gegen lawaai als het階段en een hoger geluidsniveau bereikt dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden).
Houd uw handen, haar en kleding op voldoende afstand van bewegende delen (ventilator).
Verwijder nooit de behuizing van het koelelement wonneer de las-installatie aan een elektrische voedingsbron is aangesloten en onder spanning staat. De fabrikant kan in dit geval nicht verantwoordelijk worden gehonden in geval van een ongeluk.
De elementen die net gelast zijn,zijn heet en kuren brandwonden veroorzaken bij het aanraken. Zorg ervoor dat, tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de toorts of de elektronde-hoender, deze voldoene afgekoeld zich en wacht ten minste 10 minuten alvorens met de werkzaamheden te beginnen. De koelgroep moet in werking zich tijdens het gebruik van een watergekoelde toorts, om te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt.
Het is belangrijk om, voor vertrek, het werkgebied veilig acheer te latent, om mensen en goederen te beschemmen.
RISICO OP VERWONDINGEN VEROORZAAKT DOOR BEWEGENDE ONDERDELEN
De draadaanvoersystemen zijn voorzien van bewegende delen die handen,haar, kleding en gereedschap konnen grijpen en die ernstige verwondingen konnen veroorzaken!
- Leg geen hand te draaien of bewegende onderdelen of delen om het station!
Zorg ervoor dat de behuizing deksels of beschemkappen tijdens het bedrijf gesloten blijven!
LASDAMPEN EN GAS

Dampen, gassen en stof uitgestoten tijdens hetijken voor gezaarlijk voor de gezondheid. Zorg voor voldoende ventilatie, soms is toevoer van verse lucht tijdens hetijkenoodzakelijk. Een lashelm met verse luchtaanvoer kan een oplossing zich als er onvoldoende ventilatie is.
Controleer of de zuigkracht voloende is, en verifieer of deze aan de gerelateerde veilgheidsnormen voloet.
Waarschuwing: bij het lessen inkleine ruimtes moet de veiligheid op afstand gecontroleerd worden. Bovendien kan het lessen van materielen die bepaalde stoffen zoals lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk+zijn. Ontvet de te lessen materialen voor aanvang van de laswerkzaamheden.
De gasflessen moeten worden opgeslagen in een open of goed geventileerde ruimte. Ze要去en in verticale positie gehonden worden, in een houder of op een trolley.
Het lassen in de buurt van vet of verf is verboden.
BRAND- EN EXPLOSIEGEVAAR

Scherm het lasgebied volledig af, brandbare stoffen moeten minimaal op 11 meter afstand geplaatst worden. Een brandblusinstallatie要去 aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden.
Pas op voor projectie van hele onderdelen of vonden, zelfs door kieren heen. Ze kannen brand of explosies voroorzaken.
Houd personen, ontvambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afstand.
Het lessen in containers of gesloten buizen moet worden verboden, en als ze open zich dan要去en ze ontdaan worden van ieder ontvrambaar of explosief product (olie, brandstof, gas residuen....).
Sijppwerkzaamheden mogen nicht worden gericht naar de lasapparaat, of in de richting van brandbare materialien.
GASFLESSEN

Het gas dat uit de gasflessen komt kan, in geval van hoge concentratie in de lasruimte, verstikking veroorzaken (goed ventileren). Vervoer moet veilig gebeuren: de flessen goed afgesloten en het lasapparaatuitgeschakeld. Deze要去 n verticalaal bewaard worden en door een ondersteuning rechtop gehonden worden, om te voorkomen dat ze omvallen.
Sluit de fles na ieder gebruik. Let op temperatuurveranderingen en bloatstelling aan zonlicht.
De fles mag niet in contact komen met een vlam, een elektrische boog, een toorts, een aardingsklem of een andere warmtebron of gloeiend voorwerp. Uit de buurt honden van elektrische leidingen en lasinstallaties, en nooit een fles onder druk階段en.
Wees voorzichtig bij het openen van het ventiel van de fles, houd uw hoofd ver verwijderd van het ventiel en controllerer of het gas geschikt is om mee te階段en.
Het elektrische netwerk dat gebruikt worden要去iijd geaard zich. Gebruik het op de veiligheidstabel aanbevolen type zekering. Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en,zelfs dodelijkke ongelukken voroorzaken.
Raak nooit delen aan de binnen- of buitenkant van de machine aan (toortsen, klemmen, kabels, elektrodes) die onder spanning staan. Deze delen zijn aangesloten op het lascircuit.
Koppel, vort h openen van het lasapparaat, dit los van het stroom-network en wacht 2 minuten totdat alle condensatoren ontladen zijn.
Raak nooit tegelijkkertijd de toorts of de elektrodehouser en de massaklem aan.
Zorg ervoor dat, als de kabels of toortsen beschadigd zijn, dieze verrangen worden door gekwalificeerde en bevoegde personen. Gebruik alleen kabels met de geschichte doorsnede. Draag altd droge, in goede staat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerend schoeisel, waar u ook werk.
CEM CLASSIFICATIE APPARATUUR

Dit Klasse A materiaal is nicht geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de stroom worden geleverd door een openbare laagspanningsnet. Het is möglich dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radiofrequente straling.

SMARTMIG 142-152-162-182:
Dit materiaal is Niet conform aan de CEI 61000-3-12 norm en is bedoeld om aangesloten te worden op private laagsspanningsnetwerken, aangesloten op een openbaar netwerk met uitsluitend midden of hoogspanning. Als het apparaat aangesloten worden op een openbaar laagsspanningsnetwerk is het de verantwoordelijkheid van de installmenteur of gebruiker van het apparaat om de stroomleverancier te contacteren en zich ervan te verzekeren dat het apparaat daadwerkelijk op het netwerk aangesloten kan worden.
SMARTMIG 183:
Dit materiaal vdoet aan de CE 61000-3-12 norm, onder voorwaarde dat het kortsluitvermogen Ssc groter of gelijk is aan 1,4 MVA op het punt van de koppeling tussen de voeding van de gebruiker en het publiek distribuietework. Het is de verantwoordelijkheid van de installmenter of de gebruiker van het apparaat, indien nodig na raadpleging van de beheerdert van het distribuietetwork, om ervoor te zorgen dat de apparatuur uitsluitend aangesloten worden aan een voeding met een kortsluitvermogen Ssc dat hoger is dan of gelijk is aan 1,4 MVA.
ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES

Elektrische stroom die door een geleider gaat veroorzaakt elektrische en magnetische velden. De lasstroom wekt een elektromagnetisch veld op rondon de laszone en het lasmaterialiaal.
De elektromagnetische velden, EMF, kunn de werking van bepaalde medische apparaten, zoals pacemakers, verstoren. Veiligheidsmaatregelen moeten in acht worden genomen voor mensen met medische implantaten. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor Voorbijgangers of een individuele risico-evaluatie voor de lassers.
Alle lassers zonden de volgende procedures要去 opvolgen, om een blootstelling aan elektromagnetische straling veroorzaakt door het alles zo beperkt möglich te honden :
- plaats de laskabels zich bij elkaar - bind ze indien möglichk aan elkaar;
- houd uw hoofd en uw romp zo ver möglichk van het lascircuit af;
- wikkel nooit de kabels om uw lichaam;
zorg ervoar dat u zich nicht tussen de laskabels bevindt. Houd de twee laskabels aandezelfde kant van uw lichaam; - bevestig de geaarde kabel zo zich als möglichk is bij de lasplek;
- voer geen werkzaamheden uit zichbij de laszone, ga Niet zitten op of leun Niet tegen het lasapparaat;
- nied lassen wonneer u het lasapparaat of het draadaanvoersystemeem draagt.

Personen met een pacemaker要去en een arts raadplegen voor gebruik van het apparaat.
De bloatstelling aan elektromagnetische straling tijdens hetijken kan gevolgen voor de gezondheid hebben die nog nicht bekend zijn.
AANBEVELINGEN OM DE LASWERKPLEK EN DE INSTALLATIE TE EVALUEREN
Algemene aanbevelingen
De gebruiker is verantwoordelijk voor het installereren en het gebruik van het booglasmaterialiaal volgens de instructies van de fabrikant. Als elektromagnetische storingen worden geconstated, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het booglasmaterialiaal om het probleem op te losen, met hulp van de technische Dienst van de fabrikant. In sommige gevaln kan die oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevaln kan het nodig zich om met behulp van filters een elektromagnetisch schild rondom de stroomvoordzieening en om het vertrek te creeren. In ieder geval moeten de storingen voorzaakt door elektromagnetische stralingen beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau.
Evaluation van de las-zone
Voor het installereren van een booglas-installatie moet de gebruiker de möglichke elektromagnetische problemen in de omgeving evalueren. Daar bij要去 den volgende geveens in acht genomen worden :
a) de aanwezigheid boven, onder, of naast het booglasmaterialiaal van andere voedingskabels, van besturingskabels, signaleringskabels of telefoonkabels;
b) ontvangers en zenders voor radio en televisie;
c) computers en ander besturingsapparatuur;
d) essentieel veiligheidsmaterial, zoals bijvoorbeeld bescherming van industrielle apparatuur;
e) de gezondheid van personen in de omgeving, bijvoorbeeld bij gebruik van pacemakers of gehoorapparaten;
f) materiaal dat gebruikt worden bij het kalibreren of meten;
g) de immunititeit van overig aanwezig materiaal.
De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Dit kan aanvullende veiligheidsmaatregelen vereisen; h) het tijdstip waarop het階段en van andere activiteiten kuren plaatsvinden.
De afmeting van het omliggende gebied dat in acht genomen moet worden hangt af van de structuur van het gebouw en van de overige activiteiten die erplaatsvinden. Het omliggende gebied kan groter zich dan de begrenzing van de installmentie.
Evaluate van de lasinstallatie
Naast een evaluatie van de laszone kan een evaluatie van de booglasinstallaties elementen aanreiken om storingen vast te stellen en op te loseen. Bij het evalueren van de emissies要去en de werkelijkere resultaten worden bekeken, zoals die zich gemeten in de reele situatie,zoals gestipuleerd in Artikel 10 van de CISPR 11. De metingen in de specifieke situatie, op een specifieke plek, kunnen tevens helpen de efficiente van de maatregelen te bevestigen.
AANBEVELINGEN BETREFPENDE METHODES OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCEREN
a. Openbare spanningsnet : het lasmaterialiaal moet aangesloten worden op het openbare net volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Als er storingenplaatsvinden kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregeelen te nemen, zoals het filteren van het openbare stroomnetwork. Er kan overwegen worden om de voedingskabel van de lasinstallatie af te schermen in een metalen omhulsel of an equivalentaarvan. Het is wenselijk de elektrische continuiteit van het omhulsel te verzekeren over de hele lenghte. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasstroomvoeding, om er zeker van teijken dat er een goed elektrisch contact isussen de geleider en het omhulsel van de lasstroomvoeding.
b. Onderhoud van het booglasapparaat : onderhoud regelmatig het booglasmaterialiaal, en volg waar bij de aanbevelingen van de fabrikant op. Alle toegangen, service ingangen en kleppen要去en gesloten en correct vergrendeld zich wanner het booglasmaterialiaal in werkig is. Het booglasmaterialiaal mag op geen enkele wijze veranderd worden, met uitzondering van veranderingen en instellen genoemd in de handleiding van de fabrikant. Let u er in het bijzonder op dat het vondenhiaat van de toorts correct afgesteld is en goed onderhoven wordt, volgens de aanbevelingen van de fabrikant.
c. Laskabels : De kabels moeten zo kort möglichk zichen, en dicht bij elkaaar en vlak bij of, indien möglichk, op de grond gelegd worden
d. Aarding: Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Waarschuwing: de metalen objcten verbonden aan het te lessen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de gebruiker, wonneer hij tegelijkkertijd deze objcten en de elektrode aanraakt. Het worden aangeraden de gebruiker van deze voorwerpen te isoleren.
e. Aarding van het te lessen voorwerp : wanner het te lessen voorwerp Niet geaard is, vanwege elektrische veilgheid of vanwege de afmetingen en de locatie, zoals bijoorbeeld het geval kan zijn bij scheepsrompen of metalen structuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp
en de aarde, in sommige geallen maar nicht altijd, de emissies verkleinen. Vermijd het aarden van voorwerpen, wonneer daarmee het risico op verwondingen van de gebruikers of op beschadigingen van ander elektrisch materiaal vergroot worden. Indien nodig, is het wenselijk dat het aarden van het teleen voorwerprechtstreeks plaatsvindt, maar in sommige landen waar deze directe aarding Niet toegestaan is het aan te raden te aarden met een waarvoor geschikte condensator, die voldoet aan de reglementen in het betreffende land.
f. Beviling en aftersrming : Selective aftersrming en bescherming van andere kabels en materiala in de omgeving kan problemen verminderen. De beviling van de gehele laszone kan worden overwogen voor speciale toepassingen.
TRANSPORT EN DOORVOER VAN HET APPARAAT

De lasstroomvoeding is uitgerust met een of meerdere handvatten waarmee het apparaat met de hand gedragen kan worden. Let op : onserschat het gewicht Niet. De handvatten moeniet gebruikt worden om het apparaat aan omhoog te hijsen.
Gebruik de kabels of de toorts niet om het apparaat te verplaatsen. Het apparaat moet in verticale positie verplaatst worden.
Til nooit het apparaat boven personen of voorwerpen.
Til nooit een gasfles en het materiaal tegelijk op. De vervoersnormen zijn verschillend.
Het is better om de spel oet verwijderen voor het optillen of transporteren van de lasstroomvoedig.

Niet gecontroleerde lasstroom kan de aardgeleiders vernietigen, gereedschap en elektrische installations beschadigen en onderdelen verhitten, wat kan leiden tot brand.
- Alle lasverbindingen要去en goed en stevig op elkaar aangesloten zich. Controller dit regelmatig!
- Verzekert u zich ervan dat de bevestiging van het werkstuk solide is en geen elektrische problemen veroorzaakt!
Zet alle elektrisch geleidende elementen van het lasapparaat zoals het chassis, de trolley en de hefsystemen goed vast of hang ze op zodat zgeisoleerd zich!
Leg of zet geen ander gereedschap zoals boormachines, sijpgereedschap enz. op het lasapparaat, op de trolley of op de hefsystemen als deze niet geisoleerd+zijn.
Leg altijd de lastoortsen of elektrodeholders op een geisoleerd oppervlak wanner ze Niet gebruikt worden!
- Plaats de voeding op een ondergrond met een helling van minder dan 10^ .
Zorg voor voldoende ruimte om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controle board. - Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar stroomgeleidend metaalstof aanwezig is.
-
Plaats het lasapparaat Niet in de stromende regen, en stel het Niet bloot aan zonlicht.
-
Het apparaat hebft een beveiligingsgraad IP21, wat betekent dat :
- het beveiligd is gegen toegang in gevaarlijke delen van solide voorwerpen waarvan de diameter >12.5 mm en,
- dat het beveiligd is gegen verticaal vallende waterdruppels
De voedingskabels, verlengsoeren en lassnoeren moeten helemaal afgerold worden, om oververhitting te voorkomen.

De fabrikant kan nicht verantwoordelijk gesteld worden voor lichamelijk letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door nicht correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal.
ONDERHOUD/ADVIES

- Het onderhoud kan alleen door gekwalificeerd personeel uitgevoerd worden. Een Jaarlijke onderhoudsbeurt wordt aangeraden.
Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken, en wacht twee minutes alvorens werkzaamheden op het apparaat te verrachten. De spanning en de stroomsterkte binnen het toestel zijn hoog en gevaarlijk.
- De kap regelmatig afnemen en met een blazer stofvrij make. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geisoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te lately controeren door gekwalificeerd personeel.
- Controller regelmatig de staat van het elektrische snoer. Als dit snoer beschadig is, moet het door de fabrikant, zijn reparatie Dienst of een gekwalificeerde technicus worden verrangen, om ieder gevaar te vermijden.
- Laat de ventilatieopening vrij zodate de lucht gemakkelijk kan circuleren.
- De voeding is nicht geschikt voor het ontdooien van leidingen, het opladen van batterijen/accu's of het opstarten van motoren.
INSTALLEREN - GEBRUK VAN HET PRODUKT
BESCHRIJVING
Hartelijk dank u voor uw keuze! Leest u, voor een optimaal gebruik van uw apparaat, aandachtig de volgende handleiding door : De apparaten van de SMARTMIG series zijn traditionele gelijkstroom semi-automatische MIG/MAG lasapparaten. Lassen met alle soorten draad is möglich: staal, RVS, aluminium, gezulde draad (no gas). Het instellen van deze lasapparaten is eenvoudig dankzij de SMART oplossing.
ELEKTRISCHE VOEDING
Smartmig 142/152/162/182 :
Dit materiaal wordt geeverd met een 16A elektrische aansluiting type CEE7/7 en moet worden aangesloten op een 230V (50 - 60 Hz)enkelfase elektrische installment, met drie kabels met geaarde steker.
Het werkelijk stroomverbruik (1eff) bij optimaal gebruik staat aangegeven op het apparaat. Controller of de stroomvoorziening en zich beveiligingen (netzekering en/of hoofdschakelaar) compatibel zich met de elektrische stroom die nodig is voor gebruik. In sommige landen kan het nodig zich om de elektrische aansluiting aan te passen om het toestel optimaal te konnen gebruiken.
Smartmig 183 :
Dit materiaal wordt geleverd met een XX A aansluiting, type EN 60309-1 en moet worden aangesloten aan een 400V (50 - 60 Hz) driefase elektrische installmentie met vier kabels met qeaarde stekker.
De effectieve stroomafname (I1eff) worden aangegeven op het toestel bij optimaal gebruik. Controller of de stroomvoorziening en zijn beeiligingen
Netzekering en/of hoofdschakelaar) compatibel zich met de elektrische stroom die nodig is voor gebruik. In sommige landen kan het nodig zich om de elektrische aansluiting aan te passen om het toestel optimaal te kunnen gebruiken.
OMSCHRIJVING VAN TOESTEL (FIG-I)
1-Aan/uit schakelaar
2-Voedingskabel
3- Handvat hinter
4-Spoelhouser
5-Snelle gasaansluiting
6- Handvat voorzijde
7-Bedieningspaneel en «Smart» tabel
8- Haspel
9- Wieltjes awhile (behalve 142/152)
10-Aansluiting toorts EURO (behale 142)
11-Wieltjes voor (behalve 142/152)
12-Massakabel
13-Ompolingskastje
14- Ketting om flessen mee te bevestigen.
Let op: gasflessen goed vastzetten
HALF-AUTOMATISCHE LASSEN VAN STAAL/RVS (MAG MODUS) (FIG-II)
Deze apparaten zijn staand uitgerust voor 0,8 stalen of rvs draad. De contact buis, het spoor van de aandrijfrol en de mantel van de toorts zijn voor dit gebruik bestemd.
Als u 0,6 lasdraad gebruikt, dan dient u de contact buis te verrangen. De aanvoerrolten van de haspel zichn 0,6/0,8 omkeerbaar. In dit geval,plaats der rol zodat u 0,6 kunt lezen. Om 0 1,0 draad te konnen lessen, dient u een geschikte roller en contact buis te gebruiken.
Voor staal en RVS dient u een specifiek Argon ^+ CO2 gas te gebruiken. De CO^2 verhouding kan variieren afhankelijk van het gebruik. Om het juiste gaste kiezen, kutu advies vragen aan uw gasleverancier. De gasstroom voor staal is tussen 12 en 18 L/m, afhankelijk van de werkomgeving en ervaring van de lasser.
HALF-AUTOMATISCHE ALUMINIUM LASSEN (FIG-II) (MIG MODUS)
De SMARTMIG apparaten 152, 162, 182 en 183 kunnen toegerust worden om met 0,8 of 1,0 aluminium lasdraad (fig II-B) te setzen.
De SMARTMIG 142 kan af en toe, maar Niet intensief, gebrukt worden voor aluminium 0,8 draad. In dit geval moet de lasdraad hard+zijn om het afrollen van draad te vergemakkelijken (type AIMg5).
Voor aluminium dient u een specifiek zuiver Argon (Ar) gas te gebruiken. Om het juiste gas te kiezen,kestu advies vragen aan uw gasleverancier.De gastroom voor aluminium is tussen 20 en 30~L / m afhankelijk van de omgeving en de ervaring van de lasser. Hierbij de verschillen tessen het gebruik van staal en aluminium:
- Gebruik specifieke aanvoerrollen voor het lassen van aluminium.
- Zet een minimale druk op de rollen van de draadinvoer zodat u de draad Niet beschadigt.
- Gebruik de capillaire buis alleen voor het lassen van staal/RVS.
- Het voorbereiden van een aluminium toorts vereist speciale aandacht. Deze heeft een teflon mantel om wrijvingen te verminderen. De mantel niq bij de aansluiting afknippen, deze moet langer zich dan de capillaire buis die ze verrangt en dient om de draad vanaf de aanvoerrolten te geleiden.
- Contact buis: gebruik de contact buis SPECIAAL 0,8 aluminium (artikelnummer : 041059-niet standardm meegeleverd)
LASSEN IN MODUS «NO GAS» (FIG. III)
Deze lasapparaten konnen met de gemulde «No Gas» draad lessen als de polariteit omgekeerd is. Om dit te doen, schakel het toestel uit, open het klepje (14) en sluit aan volgens de instructies van figuur III-C. Het apparaat is standard ingesteld in de « Gas »modus.
PROCEDURE VAN HET MONTEREN VAN SPOELEN EN TOORTSEN (FIG-V)
- Verwijder het mondstuk (fig V-E) van de toorts door met de klok mee te draaien en verwijder verrolgens de contact buis (fig V-D), waardoor de toortshoender en de veer achechterblijven.
- Open het klepje van het apparaat
FIG V-A: Plaats de spoel op de houder.
Bij een 100mm spoel (142, 152 en 162) geen adapter (1) gebruiken.
Regel de rem (2) van de spoel, om te voorkomen datijdens de lasstop de draad in de war raakt. Niet te strak aandraaien! De spoel moet draaien zonder forceren van de motor. - Draai de spoelhouser (3) aan.
FIG V-B: Plaats de aandrijfrollen.
Kies de rollen afhankelijk van de diameter en het type van de draad enplaats ze op de haspel zDat u de gebruike diameter kan lezen.
FIG V-C: Om de druk van de rollen af te stellen, doe als volgt: - Draai het wieltje maximaal los en LAST het zakken.
- Steek de draad van de spoel in en haal hem 2cm uit, sluit daarna de rollenhouder.
Zet het toestel aan en gebruik de toorts voor aandrijving. - Draai het aanvoerwielte (fig V-C) aan en druk op de trekker totdat de draad worden geleid, dan stoppen met aandraien.
NB : Voor aluminium draad,zet er minimale druk op om Niet de draad te beschadigen. - Laat de lasdraad ongeveer 5cm uit de toorts komen, plaats daarna aan het eind van de toorts de contactbuis (fig.V-D), enervoigens het voor de draad geschikte mondstukje (fig V-E).
Op de SMARTMIG 142/152/162 lasapparaten kurz u spoelen van 100 of 200mm gebruiken.
Op de SMARTMIG 182 en 183 lasapparaten kurz u spoelen van 200 of 300~mm gebruiken. Voor een 200~mm spoel dient u een adapter te gebruiken. Hieronder de verschillende mogelijkke combinaties :
Smartmig 142 152 162 182 183 gaz
| staal/RVS 0,6 | 0,8 0,6/0,8/1,0 Argon + CO2 | |||
| Alu* - 0,8/1,0 | Argon Pur | |||
| No Gas 0,9 | 0,9/1,2 | - |
- Gebruik de teflon mantel (artikelnummer 041578) en de contact buis SPECIAAL aluminium (Ø 0,8 artikelnummer : 041059 - Ø 1,0 artikelnummer: 041066). Gebruik de onderstaande tabel (fig IV) als hulpmiddel bij het kiezen van de geschikte diameter van de lasdraad of de elektrode.
GASAANSLUITING
- Installeer een geschikte drukregelaar op de gasfles. Koppel die aan het lasapparaat met de bijgeleverde slang. Bevestig de twee klemmen om lekkage te voorkomen.
Regel de gastoevoer met de regelknop op de drukregelaar.
NB: Om de gas stroom eenvoudiger te konnen regelen, druk op de trekker van de toorts om de rolten aan te drijven (draai de knop van de haspel losser om de draad Niet mee te trekken).
Deze procedure is nicht van toepassing op het staat in de « No Gas » mode.
OMSCHRIJVING VAN HET BEDIENINGSPANEEL (FIG. VI)
| Smartmig 142/152/162/182/183 |
| 1- Selectieknop voor spanning A/B |
| 2- Selectieknop voor spanning min/max |
| 3- Draaiknop voor het instellen van de nselheid van draadafvoer |
| 4- "SMART" tabel voor het instellen MIG/MAG |
| 5- Lampje thermische beveiliging |
| 6- Schakelaar met 7 posities |
GEBRUIK (FIG VI)
MODUS MIG/MAG :
SMARTMIG vergemakkelijk het instellen van de snelheid van de draadafvoer en de spanning.
Met behulp van de SMART zoekt u de dikte van het te setzen metaal en het soort te gebruiken draad op. Vervolgens kunt u, op basis van de aanbevelingen, eenvoudig kiezen :
- De spanning (knop A/B en min/max voor de SMARTMIG 142, 152 en 162.
- De draadsnelheid, door de draaiknop (3) maar de aangegeven kleur te draaien en eventueel bij te stellen.
Voorbeelden :
Voor het lessen van 0,8 mm staalplaten met een 0,6 diameter stalen draad (SMARTMIG 142, 152 en 162):
Zet knop (1) op positie « A »
Zet knop (2) op positie « min »
Regel de draaiknop (3) waar de lichtste kleurzone en stel indien nodig « op het gehoort » bij.
ADVIES EN THERMISCHE BEVEILIGING
- inschakelduur en gebruiksomgeving
- Laat het apparaat na het階段en om afkoeling möglich te maken.
- Thermische bescherming: de indicatorlicht op en de koeltdij is 5 tot 10 minutes, afhankelijk van de omgevingstemperatuur.
RISICO OP VERWONDINGEN VEROORZAAKT DOOR BEWEGENDE ONDERDELEN

De draadaanvoersystemen zijn voorzien van bewegende delen die handen,haar, kleding en gereedschap hunnen grijpen en die ernstige verwondingen hunnen verroorzaken!
Leg geen hand te draaien of bewegende onderdelen of delen om het station!
Zorg ervoor dat de behuizing deksels of beschemmkappenijdens het bedrijf gesloten blijven!
ONDERHOUD
- Het onderhoud kan alleen door gekwalificeerd personeel gedaan worden.
- Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken en wacht tot de ventilator stilstaat. De spanning en de stroomsterkte binnen het toestel� hooig en gevaarlijk.
- De motorkap regelmatig (2 of 3 keer per staat) afnemen en hem met een blaasbalg stofvrij maken. Gebruik deze gelegenheid om met behulp van geisoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te lately controleren door gekwalificeerd personeel.
- Controller regelmatig de voedingskabel. Als de voedingskabel beschadigd is,要去 het door de fabrikant, zijn reparatie Dienst of een gekwalificeerde technicus worden verrangen, om het gevaar te vermijden.
AFWIKINGEN, OORZAKEN, OPLOSSINGEN
| SYMPTOMEN MOGELIJKE OORZ | AKEN OPLOSSINGEN | |
| De draad aanvoer is nicht constant. | De spatten verstappen de opening. | Vervang de contact buis of maak die schoon, daarna antiicht middel op doeen. |
| De draad glijdt nicht op de rollers. | - Controller de druk op de rollers of verrangt ze. - Diameter van de draad is nicht passend voor de roller. - De mantel die draad maar de toorts leidt is nicht passend | |
| De aanvoer motor werkct nicht. | De rem van de spool of van de rollers zit te strak. | Draai de rem en de rollers los. |
| Probleem met stroomvoorziening Controleer of de stroomschakelaar op "ON" staat. | ||
| Slechte draadaanvoer. | De mantel die draad leidt is vies of beschadigd. | Reinigen of verrangen. |
| De rem van de draadspoel zit te strak. Draai de rem los. | ||
| Geen lasstroom. | Slechte aansluiting aan het stopcontact. | Kijk waar de aansluiting van het stopcontact en controllerer de ze met een enkele fase en geaard contact gevoed worden. |
| Slechte aarding. | Controller de massa kabel (aansluiting en staat van de klem). | |
| Vermogen connector buiten gebruik. Controleer de toorts trekker. | ||
| De draad draait nicht op de rollers. | De mantel die de draad leidt is verplefterd. Controleer de mantel en de toorts. | |
| Het blokkeren van de draad in de toorts. Vervangen of schoonmaken. | ||
| Geen capillaire buis. Controller de aanwezigheid van de capillaire buis. | ||
| De draadaanvoer snelheid is te hoog. Verlaag de aanvoersnelheid van de draad. | ||
| De lasrups is poreus. | De gasstroom is te laag. | Regelbereik:tussen 15 en 20 L/min. Reinigen van het basismetaal. |
| Gasfles is leeg. Vervangen. | ||
| Gas kwaliteit is Niet voldoende. Vervangen. | ||
| Luchtstroom of invloed wind. Tocht voorkomen, lasgebied beschermen. | ||
| Gasbuis is vies. Maak de gasbuis schoon of verrang de buis. | ||
| Slechte draad kwaliteit. Geschekte MIG-MAG draad gebruiken. | ||
| Toestand van het lasoppervlak van slechte kwaliteit (roest, etc...) | Het werkstuk reinigen voor het loosen. | |
| Zeer groe gonevonden. heel erg belangrijk. | Boogspanning is te laag of te hoog. Lasinstellingen controllederen. | |
| Slechte aarding. | Controller enplaats de aardklem zo zich mogelijk bij het te loosen stuk. | |
| Beschemgas is onvoldoende. Gasstroom aanpassen. | ||
| Geen gas aan de toorts uitgang. Slechte | gasaansluiting. | Kijk of de gasaansluiting aan de motor Kant goed aangesloten is. |
AVVERTENZE - REGOLE DI SICUREZZA
ISTRUZIONI GENERALI

Bij intensief gebruik (> inschakelduur) kan de thermische beveiliging zich in werkig stellen, in dit geval gaat de boog UIT en gaat het beveiligingslampje branden. De stroombron beschrijft een vlakte uitgangskarakterisitet in MIG/MAG procedure. De stroombron beschrijft een dalende uitgangskarakterisitek in MIG/MAG procedure. NB: de thermische tests zijn uitgevoerd bij normale temperatuur en de vermogensfactor bij 40^ is door simulatie bepaald.
De garantie dekt alle gebreken en fabricagefouten gedurende twee jaan vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeidsloan).
- Alle overige schade als gevolg van vervoer.
- De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.).
- Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).
- Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof).
In geval van storing moet het apparaat terugestuurd worden maar uw distributeur, samen met:
- Een gedateerd aankoopbewijs (betabewijs, facteur ...).
- Een beschrijving van de storing.