GYS Magys 500 WS - Lasapparaat

Magys 500 WS - Lasapparaat GYS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Magys 500 WS GYS in PDF-formaat.

📄 76 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice GYS Magys 500 WS - page 57

Questions des utilisateurs sur Magys 500 WS GYS

0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.

Poser une nouvelle question sur cet appareil

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Aucune question pour l'instant. Soyez le premier à en poser une.

Download de handleiding voor uw Lasapparaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Magys 500 WS - GYS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Magys 500 WS van het merk GYS.

GEBRUIKSAANWIJZING Magys 500 WS GYS

ALGEMENE INSTRUCTIES Voor het in gebruik nemen van het product moeten deze instructies gelezen en goed begrepen wor- den. Voer geen wijzigingen of onderhoud uit die niet in de handleiding vermeld staan. Geen enkel lichamelijk letsel of schade, veroorzaakt door het niet naleven van de instructies in deze handleiding, kan verhaald worden op de fabrikant van het apparaat. Raadpleeg, in geval van problemen of onzekerheid over het gebruik, een bevoegd persoon om het apparaat correct te installeren. OMGEVING Dit apparaat mag enkel gebruikt worden om te lassen, en uitsluitend volgens de in de handleiding en/of op het typeplaatje vermelde instructies. De veiligheidsvoorschriften moeten gerespecteerd worden. In geval van onjuist of gevaarlijk gebruik kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld. De installatie mag alleen worden gebruikt en bewaard in een stof- en zuurvrije ruimte, en in afwezigheid van ontvlambaar gas of andere corrosieve substanties. Zorg voor voldoende luchtstroom tijdens het gebruik. Gebruikstemperatuur : Gebruik tussen -10 en +40°C (+14 en +104°F). Opslag tussen -20 en +55°C (-4 en 131°F). Luchtvochtigheid : Lager of gelijk aan 50% bij 40°C (104°F). Lager of gelijk aan 90% bij 20°C (68°F). Hoogte : Tot 1000 m boven de zeespiegel (3280 voet).

PERSOONLIJKE BESCHERMING EN BESCHERMING VAN ANDEREN

Booglassen kan gevaarlijk zijn en ernstige en zelfs dodelijke verwondingen veroorzaken. Tijdens het lassen worden de individuen blootgesteld aan een gevaarlijke warmtebron, aan de lichtstraling van de lasboog, aan elektro-magnetische velden (waarschuwing voor dragers van een pacemaker), aan elektrocutie gevaar, aan lawaai en aan uitstoting van gassen. Bescherm uzelf en bescherm anderen, respecteer de volgende veiligheidsinstructies : Draag, om uzelf te beschermen tegen brandwonden en straling, droge, goed isolerende kleding zonder omslagen, brandwerend en in goede staat, die het gehele lichaam bedekt. Draag handschoenen die de elektrische en thermische isolatie garanderen. Draag een lasbescherming en/of een lashelm die voldoende bescherming biedt (afhankelijk van de lastoepassing). Bescherm uw ogen tijdens schoonmaakwerkzaamheden. Contactlenzen zijn speciek verboden. Soms is het nodig om het lasgebied met brandwerende gordijnen af te schermen tegen stralingen, projectie en wegspattende gloeiende deeltjes. Informeer de personen in het lasgebied om niet naar de boog of naar gesmolten stukken te staren, en om aangepaste kleding te dragen die voldoende bescherming biedt. Gebruik een bescherming tegen lawaai als het lassen een hoger geluidsniveau bereikt dan de toegestane norm (dit geldt tevens voor alle personen die zich in de las-zone bevinden). Houd uw handen, haar en kleding op voldoende afstand van bewegende delen (ventilator). Verwijder nooit de behuizing van het koelelement wanneer de las-installatie aan een elektrische voedingsbron is aangesloten en onder spanning staat. De fabrikant kan in dit geval niet verantwoordelijk worden gehouden in geval van een ongeluk. De elementen die net gelast zijn zijn heet en kunnen brandwonden veroorzaken bij het aanraken. Zorg ervoor dat, tijdens onderhoudswerkzaamheden aan de toorts of de elektrode-houder, deze voldoende afgekoeld zijn en wacht ten minste 10 minuten alvorens met de werkzaamheden te beginnen. De koelgroep moet in werking zijn tijdens het gebruik van een watergekoelde toorts, om te voorkomen dat de vloeistof brandwonden veroorzaakt. Het is belangrijk om, voor vertrek, het werkgebied veilig achter te laten, om mensen en goederen te beschermen.

Dampen, gassen en stof uitgestoten tijdens het lassen zijn gevaarlijk voor de gezondheid. Zorg voor voldoende ventilatie, soms is toevoer van verse lucht tijdens het lassen noodzakelijk. Een lashelm met verse luchtaanvoer kan een oplossing zijn als er onvoldoende ventilatie is. Controleer of de zuigkracht voldoende is, en verieer of deze aan de gerelateerde veiligheidsnormen voldoet. Waarschuwing: bij het lassen in kleine ruimtes moet de veiligheid op afstand gecontroleerd worden. Bovendien kan het lassen van materialen die bepaalde stoffen zoals lood, cadmium, zink, kwik of beryllium bevatten bijzonder schadelijk zijn. Ontvet de te lassen materialen voor aanvang van de laswerkzaamheden. De gasessen moeten worden opgeslagen in een open of goed geventileerde ruimte. Ze moeten in verticale positie gehouden worden, in een houder of op een trolley. Het lassen in de buurt van vet of verf is verboden.58

Scherm het lasgebied volledig af, brandbare stoffen moeten minimaal op 11 meter afstand geplaatst worden. Een brandblusinstallatie moet aanwezig zijn in de buurt van laswerkzaamheden. Pas op voor projectie van hete onderdelen of vonken, zelfs door kieren heen. Ze kunnen brand of explosies veroorzaken. Houd personen, ontvlambare voorwerpen en containers onder druk op veilige en voldoende afstand. Het lassen in containers of gesloten buizen moet worden verboden, en als ze open zijn dan moeten ze ontdaan worden van ieder ontvlambaar of explosief product (olie, brandstof, gas residuen....). Slijpwerkzaamheden mogen niet worden gericht naar de lasapparaat, of in de richting van brandbare materialen. GASFLESSEN Het gas dat uit de gasessen komt kan, in geval van hoge concentratie in de lasruimte, verstikking veroorzaken (goed ventileren). Vervoer moet veilig gebeuren: de essen goed afgesloten en het lasapparaat uitgeschakeld. Deze moeten verticaal bewaard worden en door een ondersteuning rechtop gehouden worden, om te voorkomen dat ze omvallen. Sluit de es na ieder gebruik. Let op temperatuurveranderingen en blootstelling aan zonlicht. De es mag niet in contact komen met een vlam, een elektrische boog, een toorts, een aardingsklem of een andere warmtebron of gloeiend voorwerp. Uit de buurt houden van elektrische leidingen en lasinstallaties, en nooit een es onder druk lassen. Wees voorzichtig bij het openen van het ventiel van de es, houd uw hoofd ver verwijderd van het ventiel en controleer of het gas geschikt is om mee te lassen. ELEKTRISCHE VEILIGHEID Het elektrische netwerk dat gebruikt wordt moet altijd geaard zijn. Gebruik het op de veiligheidstabel aanbevolen type zekering. Een elektrische schok kan, direct of indirect, ernstige en zelfs dodelijke ongelukken veroorzaken. Raak nooit delen aan de binnen- of buitenkant van de machine aan (toortsen, klemmen, kabels, elektrodes) die onder spanning staan. Deze delen zijn aangesloten op het lascircuit. Koppel, voor het openen van het lasapparaat, dit los van het stroom-netwerk en wacht 2 minuten totdat alle condensatoren ontladen zijn. Raak nooit tegelijkertijd de toorts of de elektrodehouder en de massaklem aan. Zorg ervoor dat, als de kabels of toortsen beschadigd zijn, deze vervangen worden door gekwaliceerde en bevoegde personen. Gebruik alleen kabels met de geschikte doorsnede. Draag altijd droge, in goede staat verkerende kleren om uzelf van het lascircuit te isoleren. Draag isolerend schoeisel, waar u ook werkt.

EMC CLASSIFICATIE VAN HET MATERIAAL

Dit Klasse A materiaal is niet geschikt voor gebruik in een woonomgeving waar de stroom wordt geleverd door een openbare laagspanningsnet. Het is mogelijk dat er problemen ontstaan met de elektromagnetische compatibiliteit in deze omgevingen, vanwege storingen of radiofrequente straling. Dit materiaal voldoet aan de CEI 61000-3-12 norm, onder voorwaarde dat het kortsluitvermogen Ssc groter of gelijk is aan

3.9 MVA op het punt van de koppeling tussen de voeding van de gebruiker en het publiek distributienetwerk. Het is de

verantwoordelijkheid van de installateur of de gebruiker van het apparaat, indien nodig na raadpleging van de beheerder van het distributienetwerk, om ervoor te zorgen dat de apparatuur uitsluitend aangesloten wordt aan een voeding met een kortsluitvermogen Ssc dat hoger is dan of gelijk is aan 3.9 MVA. Dit materiaal voldoet aan de CEI 61000-3-11 norm. ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES Elektrische stroom die door een geleider gaat veroorzaakt elektrische en magnetische velden. De lasstroom wekt een elektromagnetisch veld op rondom de laszone en het lasmateriaal. De elektromagnetische velden, EMF, kunnen de werking van bepaalde medische apparaten, zoals pacemakers, verstoren. Veiligheidsmaatregelen moeten in acht worden genomen voor mensen met medische implantaten. Bijvoorbeeld : toegangsbeperking voor voorbijgangers of een individuele risico-evaluatie voor de lassers. Alle lassers zouden de volgende procedures moeten opvolgen, om een blootstelling aan elektromagnetische straling veroorzaakt door het lassen zo beperkt mogelijk te houden :

  • plaats de laskabels dicht bij elkaar – bind ze indien mogelijk aan elkaar;
  • houd uw hoofd en uw romp zo ver mogelijk van het lascircuit af;
  • wikkel nooit de kabels om uw lichaam;
  • zorg ervoor dat u zich niet tussen de laskabels bevindt. Houd de twee laskabels aan dezelfde kant van uw lichaam;
  • bevestig de geaarde kabel zo dicht als mogelijk is bij de lasplek;
  • voer geen werkzaamheden uit dichtbij de laszone, ga niet zitten op of leun niet tegen het lasapparaat;
  • niet lassen wanneer u het lasapparaat of het draadaanvoersysteem draagt.59

Personen met een pacemaker moeten een arts raadplegen voor gebruik van het apparaat. De blootstelling aan elektromagnetische straling tijdens het lassen kan gevolgen voor de gezondheid hebben die nog niet bekend zijn. AANBEVELINGEN OM DE LASZONE EN DE LASINSTALLATIE TE EVALUEREN Algemene aanbevelingen De gebruiker is verantwoordelijk voor het installeren en het gebruik van het booglasmateriaal volgens de instructies van de fabrikant. Als elektromagnetische storingen worden geconstateerd, is het de verantwoordelijkheid van de gebruiker van het booglasmateriaal om het probleem op te lossen, met hulp van de technische dienst van de fabrikant. In sommige gevallen kan de oplossing liggen in een eenvoudige aarding van het lascircuit. In andere gevallen kan het nodig zijn om met behulp van lters een elektromagnetisch schild rondom de stroomvoorziening en om het vertrek te creëren. In ieder geval moeten de storingen veroorzaakt door elektromagnetische stralingen beperkt worden tot een aanvaardbaar niveau. Evaluatie van de las-zone Voor het installeren van een booglas-installatie moet de gebruiker de mogelijke elektro-magnetische problemen in de omgeving evalueren. Daarbij moeten de volgende gegevens in acht genomen worden : a) de aanwezigheid boven, onder, of naast het booglasmateriaal van andere voedingskabels, van besturingskabels, signaleringskabels of telefoonkabels; b) ontvangers en zenders voor radio en televisie; c) computers en ander besturingsapparatuur; d) essentieel veiligheidsmateriaal, zoals bijvoorbeeld bescherming van industriële apparatuur; e) de gezondheid van personen in de omgeving, bijvoorbeeld bij gebruik van pacemakers of gehoorapparaten; f) materiaal dat gebruikt wordt bij het kalibreren of meten; g) de immuniteit van overig aanwezig materiaal. De gebruiker moet zich ervan verzekeren dat alle apparatuur in de werkruimte compatibel is. Dit kan aanvullende veiligheidsmaatregelen vereisen; h) het tijdstip waarop het lassen of andere activiteiten kunnen plaatsvinden. De afmeting van het omliggende gebied dat in acht genomen moet worden hangt af van de structuur van het gebouw en van de overige activiteiten die er plaatsvinden. Het omliggende gebied kan groter zijn dan de begrenzing van de installatie. Evaluatie van de lasinstallatie Naast een evaluatie van de laszone kan een evaluatie van de booglasinstallaties elementen aanreiken om storingen vast te stellen en op te lossen. Bij het evalueren van de emissies moeten de werkelijke resultaten worden bekeken, zoals die zijn gemeten in de reële situatie, zoals gestipuleerd in Artikel 10 van de CISPR 11. De metingen in de specieke situatie, op een specieke plek, kunnen tevens helpen de efciëntie van de maatregelen te bevestigen. AANBEVELINGEN VOOR METHODES OM ELEKTROMAGNETISCHE EMISSIES TE REDUCEREN a. Openbare spanningsnet : het lasmateriaal moet aangesloten worden op het openbare net volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Als er storingen plaatsvinden kan het nodig zijn om extra voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals het lteren van het openbare stroomnetwerk. Er kan overwogen worden om de voedingskabel van de lasinstallatie af te schermen in een metalen omhulsel of een equivalent daarvan. Het is wenselijk de elektrische continuïteit van het omhulsel te verzekeren over de hele lengte. De bescherming moet aangekoppeld worden aan de lasstroomvoeding, om er zeker van te zijn dat er een goed elektrisch contact is tussen de geleider en het omhulsel van de lasstroomvoeding. b. Onderhoud van het booglasapparaat : onderhoud regelmatig het booglasmateriaal, en volg daarbij de aanbevelingen van de fabrikant op. Alle toegangen, service ingangen en kleppen moeten gesloten en correct vergrendeld zijn wanneer het booglasmateriaal in werking is. Het booglasmateriaal mag op geen enkele wijze veranderd worden, met uitzondering van veranderingen en instellingen zoals genoemd in de handleiding van de fabrikant. Let u er in het bijzonder op dat het vonkenhiaat van de toorts correct afgesteld is en goed onderhouden wordt, volgens de aanbevelingen van de fabrikant. c. Laskabels : De kabels moeten zo kort mogelijk zijn, en dichtbij elkaar en vlakbij of, indien mogelijk, op de grond gelegd worden. d. Aarding : Het is wenselijk om alle metalen objecten in en om de werkomgeving te aarden. Waarschuwing : de metalen objecten verbonden aan het te lassen voorwerp vergroten het risico op elektrische schokken voor de gebruiker, wanneer hij tegelijkertijd deze objecten en de elektrode aanraakt. Het wordt aangeraden de gebruiker van deze voorwerpen te isoleren. e. Aarding van het te lassen voorwerp : wanneer het te lassen voorwerp niet geaard is, vanwege elektrische veiligheid of vanwege de afmetingen en de locatie, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij scheepsrompen of metalen structuren van gebouwen, kan een verbinding tussen het voorwerp en de aarde, in sommige gevallen maar niet altijd, de emissies verkleinen. Vermijd het aarden van voorwerpen, wanneer daarmee het risico op verwondingen van de gebruikers of op beschadigingen van ander elektrisch materiaal vergroot wordt. Indien nodig, is het wenselijk dat het aarden van het te lassen voorwerp rechtstreeks plaatsvindt, maar in sommige landen waar deze directe aarding niet toegestaan is is het aan te raden te aarden met een daarvoor geschikte condensator, die voldoet aan de reglementen in het betreffende land. f. Beveiliging en afscherming : Selectieve afscherming en bescherming van andere kabels en materiaal in de omgeving kan problemen verminderen. De beveiliging van de gehele laszone kan worden overwogen voor speciale toepassingen.

TRANSPORT EN VERVOER VAN DE LASSTROOMVOEDING

Gebruik de kabels of de toorts niet om het apparaat te verplaatsen. Het apparaat moet in verticale positie verplaatst worden. Til nooit het apparaat boven personen of voorwerpen. Til nooit een gases en het materiaal tegelijk op. De vervoersnormen zijn verschillend. Het is beter om de spoel te verwijderen voor het optillen of transporteren van de lasstroomvoeding. De lasstroomvoeding is uitgerust met één of meerdere handvatten waarmee het apparaat met de hand gedragen kan worden. Let op : onderschat het gewicht niet. De handvatten mogen niet gebruikt worden om het apparaat aan omhoog te hijsen. Niet gecontroleerde lasstroom kan de aardgeleiders vernietigen, gereedschap en elektrische installaties beschadigen en onderdelen verhitten, wat kan leiden tot brand.

  • Alle lasverbindingen moeten goed en stevig op elkaar aangesloten zijn. Controleer dit regelmatig !
  • Verzekert u zich ervan dat de bevestiging van het werkstuk solide is en geen elektrische problemen veroorzaakt !
  • Zet alle elektrisch geleidende elementen van het lasapparaat zoals het chassis, de trolley en de hefsystemen goed vast of hang ze op zodat ze geïsoleerd zijn !60
  • Leg of zet geen ander gereedschap zoals boormachines, slijpgereedschap enz. op het lasapparaat, op de trolley of op de hefsystemen als deze niet geïsoleerd zijn.
  • Leg altijd de lastoortsen of elektrodehouders op een geïsoleerd oppervlak wanneer ze niet gebruikt worden !

INSTALLATIE VAN HET MATERIAAL

  • Plaats de voeding op een ondergrond met een helling van minder dan 10°.
  • Zorg voor voldoende ruimte om de machine te ventileren en om toegang te hebben tot het controle board.
  • Plaats het lasapparaat niet in de stromende regen, en stel het niet bloot aan zonlicht.
  • Niet geschikt voor gebruik in een ruimte waar stroomgeleidend metaalstof aanwezig is.
  • Het apparaat heeft een beveiligingsgraad IP23, wat betekent dat : - het beveiligd is tegen toegang in gevaarlijke delen van solide voorwerpen waarvan de diameter >12.5 mm en - dat het beveiligd is tegen vallende waterdruppels (60% ten opzichte van een verticale lijn). Deze apparaten kunnen dus buiten gebruikt worden in overeenstemming met veiligheidsindicatie IP23.
  • Gebruik de zenders niet bij temperaturen > 40°C.
  • De voedingskabels, verlengsnoeren en lassnoeren moeten helemaal afgerold worden, om oververhitting te voorkomen. De fabrikant kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor lichamelijk letsel of schade aan voorwerpen veroorzaakt door niet correct of gevaarlijk gebruik van dit materiaal. ONDERHOUD / ADVIES
  • Het onderhoud kan alleen door gekwaliceerd personeel uitgevoerd worden. Een jaarlijkse onderhoudsbeurt wordt aangeraden.
  • Haal de stekker uit het stopcontact om de elektriciteitsvoorziening te onderbreken, en wacht twee minuten alvorens werkzaamheden op het apparaat te verrichten. De spanning en de stroomsterkte binnen het toestel zijn hoog en gevaarlijk.
  • De kap regelmatig afnemen en met een blazer stofvrij maken. Maak van deze gelegenheid gebruik om met behulp van geïsoleerd gereedschap ook de elektrische verbindingen te laten controleren door gekwaliceerd personeel.
  • Controleer regelmatig de staat van het elektrische snoer. Als dit snoer beschadigd is, moet het door de fabrikant, zijn reparatie dienst of een gekwaliceerde technicus worden vervangen, om ieder gevaar te vermijden.
  • Laat de ventilatieopening vrij zodat de lucht gemakkelijk kan circuleren.
  • De voeding is niet geschikt voor het ontdooien van leidingen, het opladen van batterijen/accu’s of het opstarten van motoren.

INSTALLATIE - GEBRUIK VAN HET PRODUKT

Alleen ervaren en door de fabrikant gekwaliceerd personeel mag de installatie uitvoeren. Verzekert u zich ervan dat de generator tijdens het installeren niet op het stroomnetwerk aangesloten is. OMSCHRIJVING De Magys apparaten zijn semi-automatische « synergetische » geventileerde (MIG of MAG) lasapparaten op wieltjes. Ze moeten worden aangesloten op een 400V driefasen netspanning. Voor het correct functioneren van de generator MAGYS :

  • 400 GR : deze moet worden gebruikt met een extern draadaanvoersysteem WS-4R (Art. code 034723) of W5S-4L (art. code 032835) en een ver- bindingskabel.
  • 500 GR : deze moet worden gebruikt met een extern draadaanvoersysteem WS-4R (Art. code 034723) of W5S-4L (art. code 032835) en een ver- bindingskabel.
  • 500 WS : deze moet worden gebruikt met een extern draadaanvoersysteem WS-4L (Art. code 033573) of W5S-4L (Art. code 032835) en een verbindingskabel. ELEKTRISCHE VOEDING Dit materieel wordt geleverd met een 32 A aansluiting type EN 60309-1 en mag alleen aangesloten worden op een 400V (50-60 Hz) driefasen netwerk met vier draden waarvan één geaard. De effectieve stroomafname (l1eff) wordt aangegeven op het toestel bij optimaal gebruik. Controleer of de stroomvoorziening en de bijbehorende beveiligingen (netzekering en/of hoofdschakelaar) geschikt zijn voor de stroom die nodig is voor het gebruik van dit apparaat. In sommige landen kan het nodig zijn om de elektrische aansluiting aan te passen om het toestel optimaal te kunnen gebruiken.
  • De vermogensbron is geschikt om te functioneren met een elektrische spanning van 400V +/- 15%. De stroombron schakelt over op thermische beveiliging wanneer de voedingsspanning lager is dan 330 Veff of hoger dan 490 Veff.
  • Het opstarten van het apparaat gebeurt door de aan/uit schakelaar (1 - FIG 1) op positie I te zetten. Het uitschakelen gebeurt door de schakelaar op 0 te zetten. Let op! Nooit de stroomvoorziening afsluiten wanneer het apparaat oplaadt.
  • Ventilator : De MAGYS 400-4 / 400 GR en 500 GR zijn uitgerust met een intelligent ventilatie-systeem, zodat het geluid tot een minimum beperkt wordt. De ventilator blijft 10minuten werkzaam en zal dan automatisch stoppen. Als de gebruiker op de knop «veranderen van module» drukt (1 - FIG 4) zal het afkoelen onmiddellijk stoppen. Het afkoelen zal weer opstarten bij de volgende lasrups. Idem voor de MAGYS 500 WS en het afkoelsysteem (koelsysteem en ventilator).

AANSLUITEN OP EEN GENERATOR

Het apparaat kan functioneren met hulp-generatoren, mits de hulpstroom aan de volgende eisen voldoet : - De spanning moet wisselspanning zijn, de effectieve waarde moet 400V +/- 15% zijn, en de topspanning moet lager zijn dan 700 V. - De frequentie moet tussen de 50 en 60 Hz liggen. Het is absoluut noodzakelijk deze voorwaarden te controleren, daar veel generatoren hoge spanningspieken produceren die het materiaal kunnen beschadigen.61

Alle gebruikte verlengsnoeren moeten de voor het apparaat geschikte afmeting en kabelsectie hebben. Gebruik een verlengsnoer dat voldoet aan de nationale regelgeving. Ingangsspanning Doorsnede van het verlengsnoer (<45m) 400 V 6 mm² MONTAGE EN BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT (FIG 1) Plaats het tapijt (alleen voor de Magys 400-4) en de 4 hijsogen (met de ringen). De gases wordt bevestigd met behulp van 2 kettingen, te bevestigen in de daarvoor bestemde openingen. Let op: gasessen goed vastmaken. Er zijn ook openingen beschikbaar voor spanbanden (niet meegeleverd).

1- Schakelaar aan - uit 8- Ketting om de gases te bevestigen.

Twee schakelaars voor het instellen van de uitgaande lasspanning.

9- Spoelhouder Ø 200/300 mm.

3- Toetsenbord voor het ingeven van lasinstellingen. 10-

Gas ingang (Voor de Magys 500 WS wordt de gasslang rechtstreeks aangesloten op de manometer van de es).

4- Toorts verbinding overeenkomstig met de Europese norm. 11- Ingang en uitgang water (Magys 500 WS)

5- Voedingskabel (5 m) 12- Tank 5,5 L (Magys 500 WS)

6- Uitgang massa klem. 13- Inkeping voor bevestigen van de ketting

7- Fles houder (voor Max 10m

es). HALF-AUTOMATISCH LASSEN VAN STAAL / RVS (MAG MODUS) (FIG-2-A) De MAGYS zijn standaard uitgerust voor Ø 1,0 mm stalen lasdraad (omkeerbare rollen Ø 1/1,2 staal/ RVS). Zorg ervoor dat de rollen, de mantel, en de contact buis overeenstemmen met de gebruikte draaddiameter. Voor het lassen van staal of RVS dient u een speciek Argon + CO2 (Ar + CO2) gas te gebruiken, maar andere combinaties zijn ook mogelijk. De CO2 verhouding kan variëren, afhankelijk van gebruik. Om het juiste gas te kiezen, kunt u advies vragen aan uw gasleverancier. De gasstroom voor het lassen van staal ligt tussen 15 en 25 L/m afhankelijk van de lasomgeving. Voor draad met een diameter > 1.6 mm wordt aanbevolen om de capillaire buis te verwijderen. SEMI-AUTOMATISCH ALUMINIUM LASSEN (FIG-2-B) Dit toestel is geschikt voor het lassen met aluminiumdraad van 1 mm of meer. Voor het lassen van aluminium dient u een neutraal gas Argon puur (Ar) te gebruiken, maar andere gas combinaties zijn ook mogelijk. Voor de gaskeuze, vraag advies aan uw gashandelaar. De gasstroom ligt tussen 20 en 25 L/m afhankelijk van de lasomstandigheden. - Zet minimale druk op de rollen van de draadinvoer zodat u de draad niet beschadigt. - Verwijder de capillaire buis voor het aansluiten van de aluminium toorts op een teon mantel. - Gebruik een speciale aluminium toorts met een teon mantel om wrijving te verminderen. Niet de mantel bij de aansluiting afknippen! Deze wordt gebruikt om de draad vanaf de rollen te geleiden. - Contact buis: gebruik de contact buis SPECIAAL aluminium overeenkomstig met de diameter van de draad. - Gebruik de specieke rollen voor aluminium. MONTAGE PROCEDURE SPOELEN EN TOORTSEN (FIG-3)

  • Houd rekening met de aandrijvingspen (1) van de spoelhouder bij het plaatsen van de draadspoel. Alvorens het plaatsen van een Ø 200mm spoel op de WS-4R of WS-4L, dient u eerst een adapter op de houder te installeren (Art. code 042889).
  • Stel de rem van de spoel (2) af, om te voorkomen dat tijdens de lasstop de draad in de war raakt. Draai vervolgens de borgmoer (3).
  • Voor de eerste inbedrijfsstelling : - draai de bevestigingsschroef van de draadaanvoer los (5) - plaats de rollen, draai hun schroef goed vast (6) - plaats vervolgens de draadaanvoer (7) zo dicht mogelijk maar zonder contact bij de rol, draai vervolgens de schroef vast.
  • Blokkeer, om de draaiknop van de aandrukrollen (8) af te stellen, het draad aan de uitgang van de toorts en zet de motor aan. De instelling van de aandrukrollen is goed wanneer de rollen op de draad glijden zelfs als de draad aan het eind van de toorts vast zit. N.B. : Indien 4 seconden na het indrukken van de trekker het toestel nog geen contact opspoort, schakelt hij over naar de «fast forward» modus totdat u de trekker loslaat. De gastoevoer stopt tijdens deze operatie. WAARSCHUWING : Tijdens deze «fast forward» modus staat het draad onder spanning. Ieder contact met metalen onderdelen moet voorkomen worden. GASAANSLUITING Indien nodig, sluit de drukregelaar op de gases aan en sluit vervolgens de meegeleverde slang op de gasaansluiting aan (zie (10), FIG-1 voor MAGYS 400-4). Gebruik, om gaslekkage te voorkomen, de klemmen uit de accessoire-doos.62

WATERKOELINGSYSTEEM (MAGYS 500 WS) (FIG-3) EN THERMISCHE BEVEILIGING Sluit de blauwe en rode aansluitingen van de kabel aan de generator (11) en aan het aparte draadaanvoersysteem aan (zie gebruiksaanwijzing WS- 4L/W5S-4L) Vul het reservoir (12) tot aan het maximum niveau (inhoud 5,5L). De koelvloeistof aanbevolen door GYS (ref. 052246), dient altijd gebruikt te worden. Het gebruik van andere koelvloeistoffen, met name standaard auto koelvloeistof, kan een elektrolytische reactie veroorzaken en tot ophoping van vaste afzettingen in het koelsysteem leiden, waardoor verslechtering van de koeling en obstructie van de schakeling kunnen optreden. Schade aan de machine veroorzaakt door het gebruik van een ander koelmiddel valt niet onder de garantie.De MAGYS 500 WS wordt niet aanbevolen voor gebruik met een luchtgekoelde toorts. Als u echter een luchtgekoelde toorts moet gebruiken : een bypass wordt geleverd met het apparaat (aan de achterzijde). De verbinding tussen de blauwe en rode connectors. In geval van het niet naleven van deze instructie, zal de pomp beschadigd raken en dit zal niet onder de garantie vallen. MAGYS 500 WS : NOOIT HET APPARAAT ZONDER KOELVLOEISTOF GEBRUIKEN wanneer de pomp in werking is. Respecteer het minimum niveau (zie meter achterzijde) In het geval van niet-naleving, kunt u de pomp van het koelsysteem blijvend beschadigen.

  • Volg de standaard regels van het lassen. • Laat de ventilatieopening vrij zodat de lucht gemakkelijk kan circuleren.• Laat na het lassen het toestel aan staan om het af te laten afkoelen.
  • Thermische beveiliging: het lampje (8) Fig-4 gaat aan als het apparaat zich in beveiliging stelt. De koeltijd (geforceerde ventilatie) vindt plaats in cycli van 10 minuten, afhankelijk van de omgevingstemperatuur voor de 400-4, en 20 minuten (geforceerde ventilatie + pomp) voor de MAGYS 400 GR/500 GR/500 WS.• Ventilatie: De ventilatie is alleen actief tijdens het lassen en tijdens de afkoelcycli. BEDIENINGSPANEEL (FIG-4)

Keuze van lasmodus / test :2T: 2 takt lassen / 4T: 4 takt lassen.- SPOT: aftopping functie / spot met verstelbare spot diameter.- Delay: «Kettingsteek» functie 2 modi : «Handmatig» of «Synergetisch», voor het eenvoudig afstellen van het apparaat.- Test functie: Het lampje gaat branden dankzij een druk op de knop (1). Zie beschrijving in het hoofdstuk « instellen van het lastoestel »Toegang tot de verborgen module en instellen van de Expert module (zie volgende pagina) Weergave spanning : Een druk op de trigger (Het lampje geeft aan dat de toorts onder spanning staat) geeft de spanningswaarde van de huidige instelling aan. Schakelaars : 20 posities voor de Magys 400-4 en 30 voor de 500 GR/500 WS. Draaiknop SPOT / DELAY : Voor het afstellen van de duur van de punt, de afmeting van de punt en de interval tussen iedere punt. Instelling van de draadsnelheid : Draaiknop voor het aanpassen van de draadsnelheid. De snelheid varieert van 1 tot 24 m/minuut.Opmerking voor de MAGYS 400 GR / 500 GR / 500 WS: Het is mogelijk om de draaiknop van het externe draadaanvoer-systeem of van de generator te selecteren.Zie paragraaf «Selectie van de draaiknop van draadsnelheid» en de sticker aan de binnenkant van de draadspoelkast. Draaiknop arc dynamics control draaiknop : Voor automa-tische of handmatige aanpassing van de vlamboog dynamiek. Materiaal keuze en handmatige modus : Zie paragraaf « Instellen van het lastoestel ». « Synergic » modus : Zie paragraaf « Instellen van het lastoes-tel »

Weergave van intensiteit : Geeft de aanbevolen intensi-teit (LED « A ») of dikte van het werkstuk aan, afhanke-lijk van de geselecteerde lasstroom (zie functie «test» in het hoofdstuk «Instellen van het lastoestel»). Opmerking: De informatie «NOP» geeft aan dat de geselec-teerde spanning hoger is dan aanbevolen voor het geselec-teerde materiaal en draaddiameter. Draad diameter: Instellen van de draad diameter Lampje thermische beveiliging : Zie hoofdstuk « adviezen en thermische beveiliging ». INSTELLEN VAN HET LASTOESTEL (FIG-4) « SYNERGETISCHE » MODUS:Dankzij deze functie is het niet nodig om de draad snelheid in te stellen.- Zet de draaiknop (2) van de draadsnelheid in het midden van de zone «Optimal synergetische» - Selecteer: Het type draad (5), de draaddiameter (7), de lasspanning (Met behulp van de 2 draaiknoppen aan de voorzijde (12)). Met deze combinatie van instellingen bepaalt het toestel zelf de optimale draadsnelheid, en is het lasapparaat klaar voor gebruik. Indien nodig is het mogelijk om de draadsnelheid in te stellen dankzij de + of - draaiknop (2). De laatst gebruikte laswerkconguraties wor- den opgeslaan en gereactiveerd bij het opnieuw opstarten van het apparaat (draad diameter, type draad, modus).« Test » functieHet is alleen in de synergetische modus mogelijk om een indicatie te krijgen over de dikte van het te lassen plaatwerk, afhankelijk van de gekozen instellingen, zonder gas of draad te verbruiken. Deze waarden worden berekend op basis van het lassen van een hoek, op een plat oppervlakte. Waarschuwing: de toorts staat onder spanning en het is noodzakelijk om elk contact te vermijden.63

N.B.: Indien u een andere gas, draaddiameter of type metaal gebruikt dan die aangegeven in de synergetisch modus, dan dient u de handmatige modus te gebruiken om het toestel in te stellen. « HANDMATIGE » MODUS Voor het instellen van uw lasapparaat dient u als volgt te handelen:- Afhankelijk van de dikte van het lasstuk, kies de lasspanning met behulp van de twee schakelaars- Pas de draadsnelheid aan met behulp van de draaiknop (2). Alleen in de handmatige modus kan met deze functie de draadsnelheid, exact weergegeven op het display (10), nauwkeu- rig ingesteld worden. AANPASSEN VAN FABRIEKSINSTELLINGEN (FIG-5) Het apparaat regelt de startsnelheid, burn back en post gas. Deze instellingen zijn in de fabriek ingebracht, maar het is mogelijk om ze direct op de elektronische kaart te bewerken. Waarschuwing: deze procedure moet worden uitgevoerd door een gekwaliceerde elektricien. BELANGRIJK: Koppel het apparaat los voordat u met het onderhoud begint.

100% 50% Fabrieksinstell ingen P1: Afstellen van de startsnelheid, voor een zachtere aanpak om spatten tijdens de eerste kortsluitingen te voorkomen. P2: Afstellen van het Burn back. Deze functie voorkomt dat het draad gaat plakken aan de contactbuis. P3: Afstellen van Post gas. Afstellen van de periode waarin het gas het smeltbad blijft beschermen. EXPERT INSTELLINGEN (VOLGENS DE 1090 NORM) Om aan de eisen van EN 1090 norm te voldoen, is het mogelijk de spanning, de stroomsterkte en de draadsnelheid van het toestel te kalibreren. Waarschuwing: het kalibreren moet door GYS of een gekwaliceerde technische dienst van de distributeur worden uitgevoerd. Benodigde apparatuur: Ohmse belasting (Art. code: 060135), toerenteller (Art. code: 053953), voltmeter en ampèremeter (Art. code: 053984). 1/ Het kalibreren van de spanning en stroom (Fig-5) :De draaiknoppen P4 (spanning) en P5 (stroom) zijn direct op de printplaat in te stellen. 2/ Kalibreren van de draadsnelheid (Fig-4) : Toegang tot deze modus wordt verkregen door 3 sec. lang op de knop (1) te drukken Druk vervolgens 3 maal op de toets 1, zodat het display «Fc3» aangeeft. U kunt nu uw draadsnelheid met +/- 10% kalibreren in stappen van 1% met behulp van de toetsen (5) en (7). Druk op de toets (1) om deze modus te verlaten, het display geeft « END » aan. VERBORGEN MODUS (FIG-4) Met de verborgen modus kunnen de volgende functies ingesteld worden :- Gutsen (Magys 500 GR / 500 WS) «Fc0»- Keuze draaiknop draadsnelheid (alleen voor de Magys 400 GR / 500 GR / 500 WS) «Fc1»- toestaan/verbieden van materialen «Fc2»- Kalibreren van de draadsnelheid (zie hieronder : instellingen expert) «Fc3» Toegang tot deze modus wordt verkregen door 3 sec. lang de knop (1) ingedrukt te houden De display toont « Fc0 » , « OFF ». Druk nogmaals op de toets (1) om toegang te krijgen tot het modus Gutsen.Guts modus : (Magys 500 GR / 500 WS) (Fc0)Bovenste display toont « Arc », « Air » en de onderste display toont « OFF ».Om de stroomgenerator te activeren, drukt u op de toets 5. Het scherm geeft « Arc », « Air », « On » aan. LET OP: Als de huidige stroomgenerator geactiveerd is, is het uitgaand vermogen van het lasapparaat beschikbaar. Leg de toorts niet op de grond, in contact met metalen voorwerpen, en gebruik een beschermende uitrusting,... Om de stroomgenerator uit te schakelen, druk op toets 5. Om de gutsen modus te verlaten, drukt u op het knopje 1. Met het verlaten van deze functie verlaat u ook de verborgen modus, de display geeft «END» aan.Guts procedure : - Zet de schakelaar op maximaal,- open de luchttoevoer, - het contact tussen de elektrode en het werkstuk veroorzaakt een kortsluiting. Er ontstaat onmiddellijk een smeltbad en de lucht uit de toorts pro- jecteert het metaal in het smeltbad.- het laswerk vordert door te duwen, in tegenstelling tot het MMA lassen.Houdt voor een optimaal gebruik altijd 100-150 mm tussen de elektrode tip en de guts-klem. De toorts is verbonden met de generator aan de achterzijde van het product, met de + pool voor staal en RVS elektroden. De koperen elektroden kunnen op beide polen aangesloten worden. De nikkel elektroden op de - pool aansluiten. Sluit het aardklem op dezelfde wijze aan als voor het lassen. Het is belangrijk om de instructies op de elektrodenverpakking op te volgen.Deze operatie vereist een verplichte PBM!64

MAGYS 400-4 / 400 GR / 500 GR / 500 WS

Keuze van de schakelaar voor de draadsnelheid (MAGYS 400 GR / 500 GR / 500 WS) : (Fc1). Het afstellen van de draadsnelheid kan worden gedaan met de draaiknop van het draa- daanvoersysteem of met de draaiknop van de generator. De 2 knoppen kunnen niet gelijktijdig gebruikt worden.Om in de modus « Keuze draaiknop draadsnelheid » te komen, druk 3 seconden op de knop (1). Druk dan nogmaals op deze knop. Het bovenste display geeft aan :« Fc1 » en het onderste display geeft aan :- « Out » voor de draaiknop van het draadaanvoersysteem- « In » voor de draaiknop van de generatorOm van Out naar In te schakelen, druk op knop (5) met de knipperende lampjes. Door op de knop (1) te drukken verlaat u deze functie en gaat u naar de functie « Toegestane/Verboden materialen » Fc1 wordt getoond In / Out verschijnt (1) 3 sec (5) Voor keuze van de draaiknop Toegestane/Verboden materialen : (Fc2) Het is mogelijk wel of niet het gebruik van 3 materiaalkeuzes (Fe CO², FeCrNi ArCO², Aluminium) toe te staan. Om toegang te krijgen tot deze modus dient u naar de verborgen modus te gaan en 2 keer op te toets 1 te drukken. Het display geeft « Fc2 » aan. Voor keuze van de combinatie van materialen (8 mogelijkheden), drukt u op de toets 5 tot de gewenste combinatie verschijnt. De «Handmatige» positie kan niet worden uitgeschakeld. Om de verborgen modus te verlaten, drukt u op de toets 1, het scherm geeft « END » aan. RISICO OP VERWONDINGEN VEROORZAAKT DOOR BEWEGENDE ONDERDELEN De draadaanvoersystemen zijn voorzien van bewegende delen die handen, haar, kleding en gereedschap kunnen grijpen en die ernstige verwondingen kunnen veroorzaken !• Raak met uw hand(en) geen bewegende, draaiende of aandrijvende onderdelen aan.

  • Let goed op dat de behuizing en de deksels van het apparaat correct gesloten blijven wanneer het apparaat in werking is !
  • Draag geen handschoenen tijdens het afwikkelen van de lasdraad en het verwisselen van de spoelen.

AFWIJKINGEN, OORZAKEN, OPLOSSINGEN

SINTOMI CAUSE POSSIBILI RIMEDIDe draadaanvoer is niet constant.De spatten verstoppen de opening.Vervang de contact buis of maak die schoon, daarna anti hecht middel erop doen.De draad glijdt niet mee met de rollers.- Controleer de druk op de rollen of vervang ze. - Diameter van de draad is niet passend voor de roller. - De mantel die draad naar de toorts leidt is niet passend.Een roller draait nietControleer de instelling van de schroef van de roller..De motor van het draadaanvoersysteem werkt niet.De rem van de spoel of van de rollers zit te strak.Draai de rem en de rollers los.Probleem met de stroomvoorzieningControleer of de stroomschakelaar op "AAN" staat.Slechte draadaanvoer.De mantel die de draad leidt is vies of bescha-digd.Reinigen of vervangen.De rem van de draadspoel zit te strak. Draai de rem los.Geen lasstroom.Slechte aansluiting aan het stopcontact.Kijk naar de aansluiting van het stopcontact en controleer of deze met driefasen gevoed wordt.Slechte aarding.Controleer de massa kabel (aansluiting en staat van de klem).Voedingsschakelaar buiten gebruik. Controleer de trekker van de toorts.De draad draait niet op de rollers.De mantel die de draad leidt is verpletterd. Controleer de mantel en de toorts.Het blokkeren van de draad in de toorts. Vervangen of schoonmaken.Geen capillaire buis.Controleer de aanwezigheid van de capillaire buis.De snelheid van de draadaanvoer is te hoog. Verlaag de aanvoersnelheid van de draad.65

De lasrups is poreus. De gasstroom is te laag. Regelbereik tussen 15 en 25 L/min. Reinigen van het basismetaal. Gases is leeg. Vervangen. Gas kwaliteit is niet voldoende. Vervangen. Luchtstroom of invloed wind. Tocht voorkomen, lasgebied beschermen. Gasbuis is vies. Maak de gasbuis schoon of vervang deze. Slechte draadkwaliteit. Gebruik een geschikt MIGMAG lasdraad. Het te lassen oppervlak is van slechte kwaliteit (roest, enz....) Het werkstuk schoonmaken voor het lassen. Zeer grote vonkdelen. Het gas is niet aangesloten. Controleer of het gas aangesloten is op de ingang van de generator. Boogspanning is te laag of te hoog. Lasinstellingen controleren. Slechte aarding. Controleer en plaats de aardklem zo dicht mo- gelijk bij het te lassen stuk. Geen gas aan de toorts uitgang. Slechte gasaansluiting. Controleer de aansluiting van het gas Controleer of de klep werkt Bij het aansluiten aan de netspanning : het display (9) toont « Err » en het display (10) toont « 002 ». Ten minste één van de drie toetsen van het toetsenbord is ingedrukt. De 3 toetsen moeten worden losgelaten. Bij het aansluiten aan de netspanning : het display (9) toont « Err » en het display (10) toont « 001 ». De trekker van de toorts is ingedrukt. De trekker moet losgelaten worden. GARANTIE De garantie dekt alle gebreken en fabricagefouten gedurende twee jaar vanaf de aankoopdatum (onderdelen en arbeidsloon). De garantie dekt niet :

  • Alle overige schade als gevolg van vervoer.
  • De gebruikelijke slijtage van onderdelen (Bijvoorbeeld : kabels, klemmen, enz.).
  • Incidenten als gevolg van verkeerd gebruik (verkeerde elektrische voeding, vallen, ontmanteling).
  • Gebreken ten gevolge van de gebruiksomgeving (vervuiling, roest, stof). In geval van storing moet het apparaat teruggestuurd worden naar uw distributeur, samen met: - Een gedateerd aankoopbewijs (betaalbewijs, factuur ...). - Een beschrijving van de storing.66
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : GYS

Model : Magys 500 WS

Categorie : Lasapparaat