RW 1600 A - Verfmenger ATIKA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RW 1600 A ATIKA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over RW 1600 A ATIKA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Verfmenger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RW 1600 A - ATIKA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RW 1600 A van het merk ATIKA.
GEBRUIKSAANWIJZING RW 1600 A ATIKA
EG-Conformiteitsverklaring
Veiligheidsinstructies
Beschrijving van het apparaat / Reserveonderdelen
Opmerkingen m.b.t. het gebruik
Onderhoud en verzorging
Controleer na het uitpakken de inhoud van de verpakking op: Aanwezigheid van alle onderdelen Eventuele transportschade In het geval van onvolkomenheden dit direct aan uw leverancier melden. Latere reclamaties worden niet in behandeling genomen.
- 1 Garantieverklaring
- Algemene veiligheidsvoorschriften
Elektrische toestellen behoren niet in de huisafval. Toestellen, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recycling brengen. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/EU over oude elektronische apparaten en electronica moeten niet meer bruikbare elektrische toestellen apart worden verzamend en een milieuvriendelijk recycling worden toegevoerd.
Nr. (S-No.): 10916 (RW 1400) 10923 (RW 1600 A) overeenkomstig de richtlijn van de raad: 2006/42/EG Hiermede verklaren wij Altrad Lescha Atika GmbH Josef-Drexler-Str. 8, 89331 Burgau – Germany in uitsluitende verantwoordelijkheid, dat het product Hand-Rührgerät (Hand-roerapparaat) RW 1400 / RW 1600A Serienummer: RW 1400: 020000 – 040000 RW 1600 A: 045000 – 070000 aan de bepalingen van de boven vermelde EG-richtlijnen alsook aan de bepalingen van de volgende verdere richtlijnen beantwoordt: 2014/30/EU en 2011/65/EU. De volgende geharmoniseerde normen werden toegepast: EN 62841-1:2015; EN 62841-2-10:2017 EN 55014-1:2017; EN 55014-2:2015; EN IEC 61000-3-2:2019; EN 61000-3-11:2000
Lees voor de inbedrijfstelling de bedienings- handleiding en veiligheidsvoor schriften en neem deze in acht.
Schakel de motor uit voor reparatie-, onderhouds- en reinigingswerkzaa mheden en haal de netstekker uit het contactdoos.
Veiligheidshan dschoenen dragen.
Tegen vochtigheid beschermen.
Het product stemt overeen met de productspecifiek geldige Europese richtlijnen.
Machine veiligheidsklasse II (dubbelt geïsoleerd).73
Dreigend gevaar of gevaarlijke situatie. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen kan schade of verwondingen tot gevolg hebben.
Belangrijke aanwijzing voor het vakkundig gebruik. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen kan storingen aan de machine veroorzaken.
Gebruikersaanwijzingen. Deze aanwijzingen helpen u de machine optimaal te benutten.
Montage, gebruik en onderhoud. Hier wordt precies uitgelegd wat u moet doen.
Het roerapparaat is in te zetten bij huisarbeid voor het mengen van vloeibare en poedervormige bouwmaterialen zoals: verfstoffen, specie, lijmstof, gips, voegmateriaal, plamuursel, coatingmassa. Er mogen alleen voor het apparaat bestemde roerpropellers met een doorsnede van maximaal 120 mm (RW 1400) – 140 mm (RW 1600 A) worden toegepast.
Het toestel mag niet worden toegepast: − als boormachine of als aandrijving voor verdere toestellen − voor polijsten, slijpen, scherpen, graveren met desbetreffende voorzetstukken
Elke andere toepassing die buiten deze bepalingen valt, in het bijzonder het mengen van brandbare- of explosiegevaarlijke stoffen en het gebruik in de levensmiddelindustrie.
Zijn voor risico van de gebruiker en niet voor de fabrikant Tot de reglementaire toepassing behoort ook het opvolgen van de gebruiks-, onderhouds- en reparatievoorschriften en het opvolgen van de veiligheidsvoorschriften van de fabrikant. Men moet zich tevens houden aan de algemeen geldende veiligheid- en gezondheids- voorschriften en die aanvullende voorschriften van het bedrijf. Eigenmachtige verbouwingen aan het roerapparaat sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor hieruit voortvloeiende schade van een ieder soort uit. Deze machine mag alleen voorbereidt, gebruikt en onderhouden worden door personen die met de machine vertrouwd zijn en goed ingelicht zijn over de risico’s. Reparatiewerkzaamheden mogen alleen via ons resp. door een door ons benoemde servicedienst worden uitgevoerd.
Ook bij het gebruik volgens de voorschriften zijn er op grond van de constructie voor de toepassing van deze machine nog een aantal restricties. De restricties kunnen geminimaliseerd worden wanneer de veiligheids-, gebruiks-, gezondheid- en onderhoudsvoor- schriften nauwkeurig in acht genomen worden. Consideratie en voorzichtigheid verminderen het risico van personenletsels en beschadigingen. Geïgnoreerde of over het hoofd geziene veiligheidsmaatregelen kunnen leiden tot letsels voor de bediener of tot beschadiging van eigendom. Gevaar door stroom door het niet juist aansluiten van de aansluitdraden. Het aanraken van onder spanning staande delen bij geopende elektrische delen. Vermindering van het gehoor bij langdurig werken zonder gehoorbescherming. Verder kunnen er ondanks alle genomen maatregelen niet zichtbare restricties bestaan.
Hand-arm-trillinga vnw = max 3,2 m/s²; Meet-onveiligheid: K = 1,5 m/s² Waarschuwing: De feitelijk voorhanden trillingsemissiewaarde gedurende het gebruik van de machine kan van die in de gebruiksaanwijzing resp. van de door de fabrikant vermelde waarden afwijken. Dit kan door volgende factoren worden veroorzaakt die vóór resp. gedurende het gebruik opgevolgd dienen te worden.. - wordt de machine correct toegepast - is de manier van snijden van het materiaal resp. hoe het wordt verwerkt, correct - is de gebruikstoestand van de machine in orde - is de toestand van de roermengers in orde resp. de correcte roermenger gemonteerd. - Zijn de houdergrepen evt. optionale trillingsgrepen gemon- teerd en zijn deze vast aan het machinelichaam. Indien u een onaangenaam gevoel of een huidverkleuring gedurende het gebruik van de machine aan uw handen constateert, onderbreek meteen het werk. Maak voldoende rustpauzes. Bij veronachtzaming van voldoende werkpauzes kan het tot een hand-arm-trillingssyndroom komen. Afhankelijk van het werk resp. het gebruik van de machine dient een inschatting van het graad aan belasting te geschieden en dienen dienovereenkomstige werkpauzes te worden ingelegd. Op deze manier kan het graad van belasting gedurende de gehele werktijd aanzienlijk worden gereduceerd. Reduceer uw risico, waaraan u bij trillingen bent blootgesteld. Verzorg deze machine in overeenstemming met de instructies in de gebruiksaanwijzing. Voorkom de inzet van de machine bij temperaturen van t=10°C of minder. Maak een werkplan, waardoor de trillingsbelasting kan worden beperkt.74
Geef de veiligheidsvoorschriften aan alle personen, die met deze machine werken, door.
Kinderen en jongeren onder 16 jaar en personen, die de gebruiksaanwijzing niet gelezen hebben, mogen de machine niet bedienen.
Bewaar deze veiligheidsvoorschriften goed.
Volg de ingesloten “Algemene veiligheids-instructies”. Veiligheidsinstructies voor roerwerken a) Houd het elektrische gereedschap met beide handen aan de voorziene handvatten vast. Controleverlies kan letsels veroorzaken. b) Om een gevaarlijke atmosfeer te vermijden, moet bij het mengen van brandbare stoffen voor voldoende ventila- tie gezorgd worden. Dampen kunnen geïnhaleerd of onts- token worden door vonken van elektrisch gereedschap. c) Roer geen levensmiddelen. Elektrisch gereedschap en de bijbehorende hulpstukken zijn niet bedoeld voor de verwer-king van levensmiddelen. d) Houd het netsnoer uit de buurt van het werkgebied. Het netsnoer kan vast komen te zitten in de roerpaddel. e) Zorg voor een stabiele en veilige positie van de ro- ertank. Een tank die niet goed vast staat, kan onverwacht in beweging komen. f) Zorg ervoor dat er geen vloeistof tegen de behuizing van het elektrische gereedschap spat. Vloeistoffen die in het elektrische gereedschap terechtkomen, kunnen schade en elektrische schokken veroorzaken. g) Volg de instructies en veiligheidsvoorschriften voor het te roeren materiaal. Het te roeren materiaal kan schadelijk voor de gezondheid zijn. h) Als het elektrische gereedschap in het te roeren mate- riaal valt, trek dan onmiddellijk de stekker uit het stop-contact en laat het apparaat door gespecialiseerd per- soneel controleren. Als u in de tank grijpt terwijl het elektri- sche gereedschap nog met het stopcontact verbonden is, kan dit leiden tot een elektrische schok.
i) Grijp tijdens het roeren niet met uw handen in de
roertank en breng geen voorwerpen in de roertank. Contact met de roerpaddel kan ernstige letsels veroorzaken. j) Start en stop het elektrische gereedschap alleen in de ro- ertank. De roerpaddel kan op ongecontroleerde wijze wegs-lingeren of krombuigen. Verdere veiligheidsinstructies zijn te vinden in de bijge- voegde brochure "Algemene veiligheidsinstructies ".
verdere veiligheidsinstructies “Veiligheid van personen” Gebruik het apparaat alleen voor doeleinden, waarvoor het is gemaakt (zie “Reglementaire toepassing” en "Werken met het roerapparaat"). Cement en bijkomende stoffen niet aanraken, inademen (stofvorming) of innemen. Bij het vullen en ledigen van de mengbak persoonlijke veiligheidskleding (handschoenen, veiligheidsbril, stofmasker) dragen. Houd andere personen en dieren van uw werkbereik weg. Laat andere personen, in het bijzonder kinderen, het gereedschap of de kabel niet aanraken. Onderbreek het gebruik van de machine, wanneer personen, vooral kinderen of huisdiren, in de buurt zijn en wanneer u het werkbereik wisselt. De gebruiker is verantwoordelijk voor ongelukken of gevaren die tegenover andere personen of hun eigendom optreden. De bedienende persoon is binnen het arbeidsbereik van de machine verantwoordelijk ten opzichte van derden. Zet het toestel nooit aan, terwijl niet betrokken personen in de buurt zijn. verdere veiligheidsinstructies “Gebruik en behandeling van het elektrisch werktuig” Laat de apparaat nooit zonder toezicht . Werk alleen met alle veiligheidsvoorzieningen op de juiste wijze aangebracht en verander niets aan de machine wat de veiligheid in gevaar kan brengen. Apparaat resp. onderdelen van het apparaat niet veranderen. Schakel de machine uit en neem de steker uit het stopcontact bij: − reparatiewerkzaamheden − onderhouds- en reinigingswerkzaamheden − verwijderen van storingen − controle van de aansluitleidingen, of deze verstrengeld of beschadigd zijn − transport − het verlaten (ook voor een korte tijd)het verlaten (ook voor een korte tijd) − ongewone geluiden en trillingen Onderhoudt uw roerapparaat met zorgvuldigheid: − Let erop dat de luchtopeningen schoon zijn − Hou de handgrepen vrij van vet en olie. Onderzoek de machine op eventuele beschadigingen. − Voor het verdere gebruik van de machine moeten alle veiligheidsvoorzieningen gecontroleerd worden op de juiste montage en het goed functioneren. − Controleer of alle bewegende delen van de machine goed functioneren en niet klemmen of beschadigd zijn. Alle delen moeten juist gemonteerd zijn en goed functioneren om de machine correct te laten werken. − Beschadigde bescherminrichtingen en delen moeten, indien noodzakelijk, door een erkende reparatiewerkplaats gerepareerd of verwisseld worden. Met uitzondering indien in de gebruiksaanwijzing anders aangegeven. − Beschadigde of onleesbare veiligheidsstickers dienen te worden vervangen. Bewaar ongebruikte apparaten op een droge, afgesloten plaats buiten de reikwijdte van kinderen op. verdere veiligheidsinstructies “Elektrische veiligheid” De aansluitkabel moet volgens IEC 60245 (H 07 RN-F) zijn, met een draad doorsnede van minstens: ⇒ 3 x 1,5 mm² bij een lengte tot 25 m. ⇒ 3 x 2,5 mm² bij een lengte vanaf 25 m.75 Lange en dunne aansluitkabels zorgen voor een spanningsverlies. De motor bereikt zijn maximaal vermogen niet meer, de werking van het apparaat wordt gereduceerd. Stekker en aansluitdozen aan aansluitleidingen moeten uit rubber, zacht PVc of een ander thermoplastisch materiaal van dezelfde mechanische vastheid zijn of met dit materiaal zijn gecoat. De stekkervoorziening van de aansluitleiding moet tegen spatwater beveiligd zijn. Let er bij het leggen van de aansluitkabel op dat deze niet bekneld raakt, geknikt wordt en de steekverbinding niet nat wordt. Wikkel bij gebruik van een kabeltrommel de kabel geheel af. Controleer de verlengkabel regelmatig op beschadigingen en vervang hem als hij beschadigd is. Gebruik geen defecte kabels. Maak geen geknutselde elektrische aansluitingen. Veiligheidsvoorzieningen nooit overbruggen of buiten- werking stellen. Het apparaat via een veiligheidsschakelaar (30 mA) aansluiten. Elektrische aansluitingen of reparaties mogen alleen door een erkend bedrijf of een erkende reparatie- werkplaats uitgevoerd worden. verdere veiligheidsinstructies - „Service“ Reparaties aan andere delen van de machine mogen alleen door de fabrikant of een door hem erkende werkplaats uitgevoerd worden. Alleen de originele reserveonderdelen gebruiken. Bij het gebruik van niet originele onderdelen kunnen risico’s voor de gebruiker ontstaan.
2 versnellings-schakelaars
Schijven-roerpropeller 372614 Ø114
Roerpropeller inspannen: B Schroef de stang (2a) op het propeller-opzetstuk (2b). C Schroef de roerpropeller (2) op de roeras (8). Zeker de roerpropeller met de spansleutels (9).
Overtuigt u zich er van, dat het apparaat compleet en volgens voorschrift is gemonteerd. Controleer voor ieder gebruik: − de aansluitkabels op beschadiging (scheuren, sneden o. d.) gebruik geen beschadigde aansluitkabels. − de machine op eventuele beschadigingen (zie veiligheidsinstructies) − of de roerpropeller vast is aangetrokken Aansluitingen op het net Vergelijk de op het typeplaatje van de machine vermelde spanning met de netspanning en sluit de machine aan het desbetreffend en reglementair stopcontact aan. Sluit de machine aan via een Fi-veiligheidsschakelaar (differentiaaluitschakelaar) met 30 mA. Gebruik geen defecte kabels. Gebruik geen defecte kabels. Gebruik aansluit- resp. verlengkabels met een aderdoorsnede van ten minste 1,5 mm² bij een lengte tot 25m Bij ongunstige netcondities kan het gedurende het inschakelproces van het toestel tot korte spanningsdaleing komen die andere toestellen kunnen belemmeren (bv knipperen van een lamp). Er zijn geen storingen te verwachten, wanneer de huisaansluiting een continu stroombelastbaarheid van het net > 100 A per fase heeft.
Beveiliging 10 A Inschakelen / Uitschakelen Gebruik geen toestel waarbij de schakelaar niet kan worden in- en uitgeschakeld. Beschadigde schakelaars moeten onmiddellijk worden gerepareerd of vervangen door de klantenservice. Inschakelen D Aktiver først tilkoplingssperren (4). Druk de AAN-UIT- grijpschakelaar (3). Start de machine in het laagst toerentalniveau. Verhoog bij behoefte het toerental via de toerentalregeling (5). Uitschakelen Laat de AAN-UIT-grijpschakelaar los.76 2-versnellingsbak F Het apparaat is met een 2-versnellingsbak uitgerust.
For gangvalg vrir du på bryteren (6) 180°. Aktiver bryteren kun i stillstand.g Toerentalregeling E Bij deze uitvoering is het toerental van de motor en zodoende het roervermogen te reguleren. U kunt het toerental traploos door de toerentalregeling (5) instellen.
Let in ieder geval op alle veiligheidsinstructies (zie “Veilig werken”). Opmerkingen met betrekking tot het gebruik van het roertoestel Maak slechts gebruik van de door de fabrikant geadviseerde roerpropellers. Let op de maximale doorsnede (Ø 120 mm – RW 1400 / 140 mm – RW 1600 A). De meegeleverde mortel-roerpropeller is geschikt voor de volgende materialen: - grotere hoeveelheden van dik vloeibare en kleverige mengmaterialen bv verfstoffen, lakken, lazuurverven, lijmstoffen, stijfselpap, lijm, plamuursel, pleister, estrik, enz. Gebruik het apparaat alleen met de extra grepen. Gedurende het mengen het toerental verhogen. Leidt het roerapparaat zo lang door het mengsel tot het geheel is doorgemengd. Let op de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant. Niet met te laag toerental in continu bedrijf werken. Dit leidt tot een overbelasting/oververhitting van de motor, omdat geen toereikende koeling ontstaat. Gedurende het mengen het toestel met twee handen vasthouden. Niet in de draaiende roerpropeller grijpen (roterende mengwerktuig). Voorkom spatten! Werk met laag toerental, wanneer het roerapparaat in het menggoed indompelt, resp. eruitgenomen wordt.
Voor aanvang van iedere onderhouds- en reinigingsbeurt - Toestel uitschakelen - Wachten tot het apparaat stilstaat - Neem de steker uit het stopcontact. Gebruik alleen originele onderdelen. Andere onderdelen kunnen onverwachte schade en verwondingen tot gevolg hebben. Verder gaande reparatiewerkzaamheden mogen enkel door de fabrikant of door de klantenservice worden uitgevoerd. Bewaar ongebruikte apparaten op een droge, afgesloten plaats buiten de reikwijdte van kinderen op. Om de goede werking van de machine te behouden, moet u het volgende in acht nemen: Ventilatiegleuven open en schoon houden. Verwijder stof en verontreinigingen met een doek of zachte borstel. De machine niet met vloeiend water of hogedrukreinigers reinigen. Gebruik voor kunststofdelen geen oplosmiddelen (benzine, alcohol, enz.), omdat deze de kunststofdelen kunnen beschadigen. Controleer de handgrepen op vaste zitting. Reinig de roerpropeller. Het roerapparaat is met koolborstels uitgerust. Bij slijtage laat u de koolborstels door de klantenservice vervangen. Controleer voor uw eigen zekerheid de roerpropeller regelmatig op beschadigingen. Vervang een beschadigde roerpropeller onmiddellijk. Controleer de roeras regelmatig. Een roerapparaat met een defecte roeras mag niet meer worden benut. Laat het apparaat door de klantenservice repareren.
Neem de steker uit het stopcontact. Bewaar de machine in een droge en afgesloten ruimte, buiten het bereik van kinderen. Let vóór een langere opslag op het volgende, om de levensduur van de machine te verlengen en een eenvoudig bedienen te waarborgen: − De machine grondig reinigen.
Houdt u alstublieft rekening met de ingesloten garantieverklaring.77
Voor het verhelpen van iedere storing − apparaat uitschakelen − stilstand van de roerpropeller afwachten − neem de steker uit het stopcontact. Na het verhelpen van iedere storing moeten alle veiligheidsvoorzieningen weer in werking gesteld en getest worden. Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Motor doet het niet ⇒ Netspanning ontbreekt (stroomuitval). ⇒ Aansluitkabel defect
⇒ Motor of schakelaar defect. ⇒ Zekering controleren (10 A) ⇒ Kabel uitwisselen c.q. kabel laten controleren (elektricien). Defecte kabels niet meer gebruiken.
Om het probleem op te lossen neemt u contact op met de fabrikant of een door hem genoemde firma Ongewone trillingen ⇒ Roerpropeller defect ⇒ Spankop defect ⇒ Verkeerd menggoed ⇒ Roerpropeller vervangen
Om het probleem op te lossen neemt u contact op met de fabrikant of een door hem genoemde firma ⇒ Verkeerde verwerking. Let op de verwerkings- voorschriften van de fabrikant. Apparaat begint wel te lopen, maar blokkeert bij geringe belasting en schakelt evt. automatisch uit. ⇒ Verlengsnoer te lang of te kleine doorsnede.
Stekke te ver van hoofd-aansluiting verwijderd en te kleine doorsnede van de aansluitkabel. ⇒ Verlengnoer min. 1,5 mm², max. 25 m lang.
Model RW 1400 RW 1600 A Bouvwjaar zie laatste pagina Motorvermogen P
(met toerentalregeling)
(volgens EN ISO 4871) gemeten geluidsniveau 98,6 dB (A) ; K = 3 dB (A) Geluiddrukpegel L
(volgens EN ISO 4871) 87,6 dB (A) ; K = 3 dB (A) Veiligheidsklasse II / Veiligheidssoort IP 20
Technische wijzigingen voorbehouden!78
SimpelGids