MITSUBISHI MXZ2HA40VF - Airconditioning

MXZ2HA40VF - Airconditioning MITSUBISHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis MXZ2HA40VF MITSUBISHI in PDF-formaat.

📄 132 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MITSUBISHI MXZ2HA40VF - page 30
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MITSUBISHI

Model : MXZ2HA40VF

Categorie : Airconditioning

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding MXZ2HA40VF - MITSUBISHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. MXZ2HA40VF van het merk MITSUBISHI.

GEBRUIKSAANWIJZING MXZ2HA40VF MITSUBISHI

  • Deze handleiding beschrijft alleen de installatie van de buitenunit. Raadpleeg de installatiehandleiding van de binnenunit wanneer u deze installeert. Manual de instalación Para el INSTALADOR

Installeer als gebruiker dit apparaat niet zelf. Onvolledige installatie kan leiden tot brand, elektrische schokken, letsel doordat het apparaat valt, of lekkage van water. Raadpleeg de leveran- cier waar u de airconditioner kocht of een gekwaliceerde installateur.

Voer de installatie veilig uit volgens de installatiehandleiding. Onvolledige installatie kan leiden tot brand, elektrische schokken, letsel doordat het apparaat valt, of lekkage van water.

Als u de unit installeert, gebruik dan voor de veiligheid het juiste be- schermingsmateriaal en gereedschap. Als u dat niet doet, kan dit letsel veroorzaken.

Installeer het apparaat stevig op een plaats die het gewicht kan dragen. Als de plaats van installatie het gewicht niet kan dragen, kan het appa- raat vallen en letsel veroorzaken.

Elektrische werkzaamheden moeten volgens de installatiehand- leiding worden uitgevoerd, en mogen alleen door gekwaliceerde, ervaren elektriciens worden uitgevoerd. Gebruik een aparte groep. Sluit geen andere elektrische apparaten aan op de groep. Als de capaciteit van de groep onvoldoende is of een elektrische aansluiting onjuist uitgevoerd wordt, kan dit leiden tot brand of een elektrische schok.

Zorg dat de bedrading niet wordt beschadigd doordat toegevoegde onderdelen en/of schroeven hierop te veel druk uitoefenen. Beschadigde bedrading kan brand of elektrische schokken veroorzaken.

Sluit de netspanning af tijdens het installeren van de printplaat bin- nen of het aansluiten van bedrading. Als u dat niet doet, kunt u een elektrische schok krijgen.

Gebruik de voorgeschreven draden om binnen- en buitenunit vei- lig met elkaar te verbinden, en bevestig de draden stevig aan het aansluitblok zodat trekkracht in de draden niet op de verbindings- punten komt te staan. Verleng de bedrading niet, of gebruik geen tussenverbindingen. Onjuist aansluiten of vastzetten kan brand veroorzaken.

Installeer het apparaat niet op een plaats waar ontvlambaar gas kan lekken. Gelekt gas dat zich om de airconditioner heen ophoopt, kan een explo- sie veroorzaken.

Maak geen tussenverbindingen in het netsnoer, gebruik geen verleng- snoer en sluit niet te veel apparaten aan op hetzelfde stopcontact. Er kan dan brand of een elektrische schok ontstaan door een slecht con- tact, slechte isolatie, te hoge stroomsterkte etc.

Gebruik uitsluitend de bijgeleverde of voorgeschreven onderdelen voor het installeren. Gebruik van defecte onderdelen kan letsel of waterlekkage veroorzaken als gevolg van brand, een elektrische schok of vallen van het apparaat.

Als u de netsnoerstekker in het stopcontact steekt, let er dan op dat zich geen stof, andere opeenhoping of los onderdeel bevindt in het stopcontact of aan de stekker. Zorg er voor dat u de netsnoerstek- ker volledig in het stopcontact drukt. Als zich stof, een andere opeenhoping of een los onderdeel aan de net- snoerstekker of in het stopcontact bevindt, kan brand of een elektrische schok ontstaan. Als van de netsnoerstekker een onderdeel los zit, ver- vang de stekker dan.

Bevestig de afdekking voor elektrische delen van de binnenunit en het onderhoudspaneel van de buitenunit stevig. Indien de afdekking voor elektrische delen van de binnenunit en/of het onderhoudspaneel van de buitenunit niet goed bevestigd is/zijn, kan dit brand of een elektrische schok veroorzaken vanwege stof, water etc.

Zorg dat er niets anders dan het voorgeschreven koelmiddel R32 in het koelmiddelcircuit komt wanneer de airconditioner wordt geïn- stalleerd, verplaatst of onderhouden. De aanwezigheid van andere stoffen, zoals lucht, kan abnormale druk- verhoging veroorzaken die kan leiden tot een explosie of lichamelijk letsel. Als u een ander koelmiddel dan het voorgeschreven koelmiddel gebruikt, kan dit leiden tot mechanische storingen, systeemstoringen of uitval van de unit. In het slechtste geval kan de productveiligheid ernstig in het geding komen.

Laat het koelmiddel niet ontsnappen in de atmosfeer. Als bij het in- stalleren lekkage van koelmiddel optreedt, ventileer dan de kamer. Controleer, als de installatie voltooid is, of er geen koelmiddel lekt. Als er koelmiddel lekt en dit in contact komt met vuur of een warmtebron, zoals een ventilatorverwarming, petroleumkachel of fornuis, ontstaat er een schadelijk gas. Zorg voor voldoende ventilatie conform EN378-1.

Gebruik de juiste gereedschappen en leidingmaterialen voor de installatie. De druk van R32 is 1,6 keer zo hoog als die van R22. Door gebruik van onjuiste gereedschappen of materialen en een onvolledige installatie kunnen leidingen barsten en verwondingen ontstaan.

Als u het koelmiddel uit het apparaat pompt, zet de compressor dan stop voordat u de koelmiddelleidingen losmaakt. Als u de koelmiddelleidingen losmaakt terwijl de compressor loopt en de afsluitkraan open is, dan kan lucht aangezogen worden waardoor de druk in het koelmiddelcircuit abnormaal hoog oploopt. Hierdoor kunnen de leidingen barsten en letsel veroorzaken.

Als u het apparaat installeert, zet de koelmiddelleidingen dan stevig vast voordat u de compressor start. Als u de compressor start voordat de koelmiddelleidingen aangesloten zijn en de afsluitkraan is open, dan kan lucht aangezogen worden waar- door de druk in het koelmiddelcircuit abnormaal hoog oploopt. Hierdoor kunnen de leidingen barsten en letsel veroorzaken.

Bevestig ensmoeren met een momentsleutel zoals voorgeschreven in deze handleiding

Indien u een ensmoer te strak aandraait, kan deze na verloop van tijd breken en koelmiddellekkage veroorzaken.

Het apparaat moet geïnstalleerd worden in overeenstemming met de nationale regels voor bedrading.

Aard het apparaat op de juiste manier. Sluit geen aardedraad aan op een gasleiding, waterleiding, bliksemaei- der of aarde van een telefoon. Door onjuiste aarding kunt u elektrische schokken krijgen.

Installeer een aardlekschakelaar. Als u geen aardlekschakelaar installeert, kan dit leiden tot een elektri- sche schok of brand.

Verwijder bij gebruik van een gasbrander of andere apparatuur met vlamwerking alle koelmiddel volledig uit de airconditioner en zorg ervoor dat de ruimte goed geventileerd is. Als er koelmiddel lekt en dit in contact komt met vuur of een warmtebron, ontstaat er een schadelijk gas en bestaat er brandgevaar.

Gebruik geen middelen om het ontdooiingsproces te versnellen of om te reinigen die niet zijn aanbevolen door de fabrikant.

Het apparaat moet zich in een kamer bevinden zonder continu func- tionerende ontstekingsbronnen (zoals open vuur, een functione- rend gastoestel of een functionerende elektrische kachel).

Niet doorboren of verbranden.

Houd er rekening mee dat koelmiddelen geurloos kunnen zijn.

De leidingen moeten beschermd zijn tegen fysieke schade.

De aanleg van leidingen moet tot een minimum worden beperkt.

Er moet worden voldaan aan de nationale gasverordeningen.

Blokkeer geen van de vereiste ventilatie-openingen.

Gebruik geen lage-temperatuurlegering bij het solderen van de koelleidingen.

Bewaar het apparaat in een goed geventileerde ruimte waarvan de afmetingen overeenkomen met het oppervlak dat voor gebruik is voorgeschreven.

Het onderhoud moet uitsluitend worden uitgevoerd conform de aanbevelingen van de fabrikant. WAARSCHUWING (Kan leiden tot ernstig letsel en zelfs overlijden.) INHOUDSOPGAVE BETEKENIS VAN DE PICTOGRAMMEN OP DE BINNENUNIT EN/OF BUITENUNIT WAARSCHUWING (Brandgevaar) Deze unit maakt gebruik van een brandbaar koelmiddel. Als er koelmiddel lekt en dit in contact komt met vuur of een warmtebron, ontstaat er een schadelijk gas en bestaat er brandgevaar. Lees de BEDIENINGSINSTRUCTIES zorgvuldig voor ingebruikname. Onderhoudsmonteurs zijn verplicht om de BEDIENINGSINSTRUCTIES en de INSTALLATIEHANDLEIDING zorgvuldig te lezen voor ingebruikname. Raadpleeg voor meer informatie de BEDIENINGSINSTRUCTIES, de INSTALLATIEHANDLEIDING en dergelijke. 1-1. LET VOOR DE VEILIGHEID ALTIJD OP HET VOLGENDE

  • Lees “LET VOOR DE VEILIGHEID ALTIJD OP HET VOLGENDE” goed door voordat u de airconditioner installeert.
  • Volg de hier gegeven waarschuwingen en aanwijzingen goed op, want ze zijn belangrijk voor uw veiligheid.
  • Bewaar deze handleiding nadat u hem gelezen heeft samen met de BEDIENINGSINSTRUCTIES om eventueel later te raadplegen.

Als de diameter van een verbindingsleiding niet overeenkomt met de openingsgrootte van de buitenunit, gebruik dan een verloopstuk (niet bijgeleverd) volgens de volgende tabel. (Eenheid: mm (inch)) Openingsgrootte van de buitenunit Optionele verloopstukken (openingsgrootte van de buitenunit → diameter van de verbindingsleiding) MXZ-2HA Vloeibaar / gas 9,52 (3/8)

12,7 (1/2) : MAC-A454JP-E Raadpleeg de installatiehandleiding van de binnenunit voor de diameter van de verbindingsleiding van de binnenunit

  • Waar geen harde wind op het apparaat staat.
  • Waar de luchtstroom goed en stofvrij is.
  • Waar regen of direct zonlicht zoveel mogelijk kan worden voorkomen.
  • Waar de buren geen last hebben van het geluid of de hete lucht.
  • Waar een stevige muur of ondersteuning beschikbaar is om lawaaitoe- name en trillingen te voorkomen.
  • Waar geen kans bestaat dat er brandbaar gas lekt.
  • Zet de poten van de unit goed vast bij het installeren van de unit.
  • Op tenminste 3 m afstand van de antenne van een tv of radio. Op plaatsen met een slechte ontvangst kan de radio- of tv-ontvangst ge- stoord worden door de airconditioner. Voor het betreffende apparaat kan een antenneversterker nodig zijn.
  • Installeer de unit horizontaal.
  • Installeer de unit op een plaats waar geen sneeuw valt of sneeuw naartoe geblazen wordt. Breng in gebieden met zware sneeuwval een afdak, verhoging en/of enkele schotten aan. Opmerking: Het is aan te raden om bij de buitenunit een lus in de leiding te leggen om het doorgeven van trillingen te verminderen. Opmerking: Wanneer u de airconditioner bij een lage buitentemperatuur gebruikt, volg dan de onderstaande richtlijnen.
  • Installeer de buitenunit nooit op een plaats waar zijn luchtinlaat of -uitlaat zich direct in de wind bevindt.
  • Installeer de buitenunit met de luchtinlaat naar de muur toe om blootstelling aan wind te voorkomen.
  • Het is aan te raden om aan de luchtuitlaatzijde van de buitenunit een schot te plaatsen om de uitlaat uit de wind te houden

Vermijd installatie op de volgende plaatsen, aangezien problemen met de airconditioner dan voor de hand liggen.

  • Waar ontvlambaar gas kan lekken.
  • Op plaatsen met veel machineolie.
  • Waar olie spat of in ruimtes die gevuld zijn met olieachtige rook (zoals keukens en fabrieken waar de eigenschappen van kunststof kunnen worden gewijzigd en beschadigd).
  • In zoute gebieden, bijvoorbeeld aan de kust.
  • In de buurt van suldegas, bijvoorbeeld bij hete bronnen.
  • Waar hoogfrequente of draadloze apparatuur aanwezig is.

Waar er veel vluchtige organische stoffen vrijkomen, zoals ftalaten en formaldehyde, die tot scheuren door chemische inwerking kunnen leiden.

  • Het apparaat moet zich in een ruimte bevinden waar het is gevrijwaard van mechanische schade. 1-2. SPECFICATIES VOORZICHTIG (Kan onder bepaalde omstandigheden tot ernstig letsel leiden bij onjuist handelen.)

Installeer, afhankelijk van de plaats van installatie, een aardlekscha- kelaar. Het ontbreken van een aardlekschakelaar kan elektrische schokken ver- oorzaken.

Voer de werkzaamheden aan afvoer en leidingen goed uit volgens de installatiehandleiding. Door mankementen aan afvoer of leidingwerk kan water van het appa- raat druppelen en het interieur nat maken en beschadigen.

Raak de luchtinlaat en de aluminium ribben van de buitenunit niet aan. Dit kan letsel veroorzaken.

Installeer de buitenunit niet op een plaats waar mogelijk kleine die- ren leven. Als kleine dieren in het apparaat belanden en elektrische delen aanra- ken, kan een storing, rookontwikkeling of brand ontstaan. Adviseer de gebruiker ook om de omgeving van het apparaat schoon te houden.

Gebruik de airconditioner niet tijdens het uitvoeren of afwerken van bouwwerkzaamheden binnenshuis of wanneer de vloer in de was wordt gezet. Na dergelijke werkzaamheden dient u de ruimte goed te ventileren voor- dat u de airconditioner weer in gebruik neemt. Als u dit niet doet, kunnen vluchtige elementen in de airconditioner blijven zitten, resulterend in wa- terlekkage of condensdruppels. *1 Gebruik een netschakelaar die voor stroomonderbreking een open stand heeft met een opening van 3 mm of meer. (Als de stroom wordt uitgeschakeld, moeten alle fasen onder- broken worden.) *2 Gebruik draden die in overeenstemming zijn met ontwerp 60245 IEC 57. Gebruik de ver- bindingskabel in overeenstemming met de in de installatiehandleiding van de binnenunit beschreven bedradingsgegevens. *3 Gebruik nooit leidingen die dunner zijn dan voorgeschreven. De weerstand tegen druk is dan onvoldoende. *4 Gebruik koperen leiding of naadloze leiding van een koperlegering. *5 Let erop dat u de leiding tijdens het buigen niet plet of knikt. *6 Bochten in de koelmiddelleidingen moeten een straal van minstens 100 mm hebben. *7 Isolatiemateriaal: Hittebestendig schuimplastic met 0,045 specieke dichtheid *8 Zorg ervoor dat u isolatie van de voorgeschreven dikte gebruikt. Te dikke isolatie kan leiden tot onjuiste installatie van de binnenunit en te dunne isolatie kan het druppen van condens veroorzaken. *9 Als de buitenunit hoger wordt geïnstalleerd dan de binnenunit, is het maximaal toegestane hoogteverschil 10 m. Model Voedingsspanning *1 Bedrading *2 Leidinglengte en hoogteverschil *3, *4, *5, *6, *7, *8 Geluidsniveau buiten Nominale spanning Fre- quentie Zekering Voedings- spanning Verbindings- kabel binnen/ buiten Max. lei- dinglengte per binnenunit / voor multi- systeem Max. hoogtever- schil *9 Max. aantal bochten per binnenunit / voor multi- systeem Koelen Verwar- men

  • R32 is zwaarder dan lucht—en andere koelmiddelen—dus zal het zich ophopen aan de onderkant (vlak bij de vloer). Als R32 zich ophoopt rond de on- derkant, kan de concentratie ervan in een kleine ruimte oplopen tot een brandbaar niveau. Ter voorkoming van ontsteking moet een adequate ventilatie zorgen voor een veilige gebruiksomgeving. Als er koelmiddel lekt in een onvoldoende geventileerde ruimte, mag er geen open vuur worden gebruikt totdat adequate ventilatie de gebruiksomgeving heeft verbeterd.
  • De aansluitingen van koelleidingen moeten toegankelijk zijn voor onderhoudswerkzaamheden.
  • Installeer buitenapparaten op een plaats met minimaal een van de vier zijden open en in een ruimte zonder verlagingen die voldoende groot is. 1-4-1. Minimaal installatiegebied voor buitenunits Als de installatie van een apparaat in een ruimte met vier gesloten zijden of met verlagingen onontkoombaar is, zorg er dan voor dat er wordt voldaan aan een van de omstandigheden (A, B of C). Opmerking: Deze tegenmaatregelen zijn slechts ten behoeve van de veiligheid, maar ze garanderen geen optimale prestaties. A) Zorg voor voldoende installatieruimte (minimaal installatie-oppervlak Amin). Installeer in een ruimte met een installatie-oppervlak van minimaal Amin, overeenkomend met koelmiddelhoeveelheid M (koelmiddel af fabriek + op locatie toegevoegd koelmiddel). B) Installeer in een ruimte met een verlagingshoogte van [ 0,125 [m]. M [kg] Amin [m²] 1,0 12 1,5 17 2,0 23 2,5 28 3,0 34 3,5 39 4,0 45 4,5 50 5,0 56 5,5 62 6,0 67 6,5 73 7,0 78 7,5 84 Hoogte vanaf de onderkant maximaal 0,125 [m] Hoogte vanaf de onderkant maximaal 0,125 [m] Amin

VG79A989H01_nl.indd 3 2018/09/27 17:17:04Du-4 C) Zorg voor een adequate ventilatie-opening. Zorg ervoor dat de breedte van de ventilatie-opening minimaal 0,9 [m] en de hoogte van de ventilatie-opening minimaal 0,15 [m] is. De hoogte vanaf de onderkant van de installatieruimte tot de onderrand van de ventilatie-opening mag echter maximaal 0,125 [m] zijn. De ventilatie-opening moet minimaal 75% opening bieden. 1-4-2. Minimaal installatiegebied voor binnenunits Installeer in een ruimte met een vloeroppervlak van minimaal Amin, overeenkomend met koelmiddelhoeveelheid M (koelmiddel af fabriek + op locatie toe- gevoegd koelmiddel). Installeer het binnenapparaat dusdanig dat de hoogte van de vloer tot de onderkant van het binnenapparaat h0 is; voor wandmontage: minimaal 1,8 m voor ophanging aan het plafond, cassette en ophanging in het plafond: minimaal 2,2 m. Elk model kent beperkingen ten aanzien van de installatiehoogte; raadpleeg de installatiehandleiding voor het desbetreffende apparaat. M [kg] Amin [m²] 1,0 3 1,5 4,5 2,0 6 2,5 7,5 3,0 9 3,5 12 4,0 15,5 4,5 20 5,0 24 5,5 29 6,0 35 6,5 41 7,0 47 7,5 54 Wandmontage h0 ] 1,8 [m] Ophanging in het plafondCassetteOphanging aan het plafond h0 ] 2,2 [m]h0 ] 2,2 [m]h0 ] 2,2 [m] Minimaal 75% opening Breedte minimaal 0,9 [m] Hoogte vanaf de onderkant maximaal 0,125 [m] Hoogte minimaal 0,15 [m] VG79A989H01_nl.indd 4 2018/09/27 17:17:04Du-5

1-6. AFVOERVOORZIENINGEN VOOR BUITENUNIT

Leg alleen een afvoerleiding aan als er van één plaats wordt afgevoerd.

1) Breng de afvoervoorzieningen aan voordat u de verbindingsleiding tussen bin-

nen- en buitenunit aansluit.

2) Sluit de zachte PVC-slang (L) met een binnendiameter van 15 mm aan zoals

3) Zorg dat de afvoer omlaag loopt, zodat het afvoeren gemakkelijk gaat.

Opmerking: Installeer de unit horizontaal. Gebruik op koude locaties geen afvoerbus (1). De afvoer kan dan bevriezen waar- door de ventilator stopt. Tijdens het verwarmen produceert de buitenunit condens. Selecteer de plaats van installatie om ervoor te zorgen dat de buitenunit en/of de vloeren nat worden door afvoerwater of beschadigd raken door bevroren afvoerwater. 1-5. INSTALLATIESCHEMA (1) Afvoerbus (L) Zachte PVC-slang

De units moeten worden geïnstalleerd door een erkend specialist vol- gens de plaatselijke vereisten. Meer dan 100 mm Meer dan 100 mm. Meer dan 200 mm als er aan beide zijkanten obstakels zijn. In de regel open Meer dan 500 mm als de boven- en achterkant en beide zijkanten open zijn. Meer dan 350 mm Installeren van de buitenunit (Eenheid: mm)

Luchtinlaat 4-10 × 21 Ovale gaten 304~325 344,5 Luchtuitlaat

In de regel open Meer dan 500 mm als de voorkant en beide zijkanten open zijn. *1 Het jaar en de maand van vervaardiging is aangegeven op het naamplaatje met technische gegevens. Wanneer u de leidingen wilt bevestigen aan een muur die metaal (zoals tinnen bekleding) of metalen gaas be- vat, plaats dan een chemisch behandelde houten plaat van minstens 20 mm dikte tussen muur en leidingen, of omwikkel de leidingen 7 tot 8 keer met isolatietape. Als u bestaand leidingwerk wilt gebruiken, zet de unit dan minimaal 30 minuten op COOL en pomp hem leeg voordat u de oude airconditioner verwijdert. Pas de maat van de optrompverbindingen aan voor de nieuwe koelstof. Plaats na de lektest het isolatiemateriaal zodanig strak dat er geen opening meer is. WAARSCHUWING Omhul de koelmiddelleidingen of bescherm deze an- derszins om brandgevaar te voorkomen. Externe schade aan de koelmiddelleidingen kan brand veroorzaken. TOEBEHOREN Controleer voor het installeren of de volgende onderdelen aanwezig zijn. (1) Afvoerbus 1 DOOR U ZELF AAN TE SCHAFFEN ONDERDELEN (A) Netsnoer*2 1 (B) Verbindingskabel binnen- en buitenunit*2

(C) Verlengleiding 1 (D) Afdekring voor muurgat 1 (E) Leidingtape 1 (F) Verlenging afvoerslang (of zachte PVC-slang met 15 mm binnendia- meter of harde PVC-pijp VP16)

(G) Koelolie Kleine hoeveel- heid (H) Kit 1 (I) Bevestigingsbandje voor leiding 2 tot 7 (J) Bevestigingsschroef voor (l) 2 tot 7 (K) Huls voor muurgat 1 (L) Zachte PVC-slang met 15 mm binnendiameter of harde PVC-pijp met VP16 voor afvoerbus (1)

Opmerking: *2 Plaats verbindingskabel (B) en netsnoer (A) op ten minste 1 meter af- stand van de tv-antennekabel. Het “Aantal” bij (B) t/m (K) in de tabel hierboven is het benodigde aantal per binnenunit. VG79A989H01_nl.indd 5 2018/09/27 17:17:05Du-6 Aansluitblok voor voedingsspanning Onderhoudspaneel

2-1. DRADEN VOOR BUITENUNIT AANSLUITEN

1) Verwijder het onderhoudspaneel.

2) Draai de aansluitschroef los en sluit verbindingskabel (B) tussen bin-

nen- en buitenunit vanaf de binnenunit correct aan op het aansluitblok. Let op dat u de draden niet verkeerd aansluit. Maak de draad stevig vast op het aansluitblok zodat de draadkern niet zichtbaar is en er geen externe krachten op de aansluitingen van het blok komen te staan.

3) Draai de aansluitschroeven goed vast zodat ze niet losraken. Trek na

het vastdraaien even licht aan de draden om te controleren of ze goed vast zitten.

4) Voer 2) en 3) uit voor iedere binnenunit.

5) Sluit het netsnoer (A) aan.

6) Zet verbindingskabel (B) tussen binnen- en buitenunit en netsnoer (A)

vast met de kabelklemmen.

7) Sluit het onderhoudspaneel zorgvuldig. Let erop dat 3-3. DE LEIDIN-

GEN AANSLUITEN volledig wordt uitgevoerd.

  • Zorg ervoor, nadat u netsnoer (A) en verbindingskabel (B) tussen binnen- en buitenunit op elkaar hebt aangesloten, dat beide kabels goed vastzitten met de kabelklemmen.
  • Zorg ervoor dat u elke schroef op de over- eenkomende aansluiting vastdraait wanneer u de kabel en/of de draad op het aansluitblok vastmaakt.
  • Maak de aardedraad iets langer dan de an- dere draden. (langer dan 35 mm)
  • Geef de verbindingskabels wat extra lengte voor later onderhoud. Aansluitblok Aansluitblok voor voedingsspanning <BUITENUNIT> Verbindingskabel binnen- en buitenunit VOEDINGSSPANNING ~/N 220-230-240 V 50 Hz Draad UNIT <BINNENUNIT> UNIT
  • Gebruik esterolie, etherolie of alkylbenzeen (in kleine hoeveelheden) als koelolie om de aansluitingsoppervlakken af te dichten.
  • Gebruik fosforhoudende, zuurstofarme, naadloze C1220-pijpen van koper of koperlegeringen als koelstofpijpen. Gebruik koelstofpijpen van de in de onderstaande tabel aangegeven dikte. Controleer of de binnenkant van de pijpen schoon is en vrij van schadelijke stoffen zoals zwavelverbindingen, oxi- danten, vuil of stof. Gebruik altijd niet-oxiderend soldeer wanneer u de pijpen soldeert, anders raakt de compressor beschadigd. WAARSCHUWING: Gebruik bij het installeren of verplaatsen van het apparaat uitsluitend de voorgeschreven koelstof (R32) voor het vullen van de koelstofpijpen. Meng de koelstof niet met andere koelstoffen en let erop dat er geen lucht in de pijpen achterblijft. Als de koelstof wordt gemengd met lucht, kan dit een uitzonderlijk hoge druk in de koelstofpijp tot gevolg hebben. Dit kan resulteren in explosie- gevaar en andere gevaren. Als er een andere koelstof wordt gebruikt dan de voorgeschreven koelstof, heeft dit mechanische storingen, storingen van het systeem of uitvallen van het apparaat tot gevolg. In het ergste geval kan de veiligheid van het product ernstig in gevaar komen. Afmeting pijp (mm) ø6,35 ø9,52 ø12,7 ø15,88 ø19,05 ø22,2 ø25,4 ø28,58 Dikte (mm) 0,8 0,8 0,8 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0
  • Gebruik geen dunnere pijpen dan hierboven aangegeven.
  • Gebruik 1/2 H- of H-leidingen als de diameter 19,05 mm of groter is.
  • Zorg voor adequate ventilatie ter voorkoming van ontsteking. Voer ook brandpreventiemaatregelen uit zodat er zich geen gevaarlijke of brandbare objec- ten in de omgeving bevinden. VG79A989H01_nl.indd 6 2018/09/27 17:17:05Du-7 Fig. 1 Fig. 2 Fig. 3 Fig. 4 Fig. 5 Fig. 6 3-2. AFDICHTING

1) Snijd de koperen leiding op de juiste wijze af met een pijpsnijder. (Fig. 1, 2)

2) Verwijder alle bramen van het gedeelte waar de leiding is afgesneden. (Fig. 3)

  • Houd de koperen leiding omlaag en verwijder de bramen. De bramen mo- gen niet in de leiding vallen.

3) Verwijder de ensmoeren die op de binnen- en buitenunit zijn bevestigd, en

schuif ze op de ontbraamde leiding. (Ze zijn niet meer te plaatsen nadat de afdichting gemaakt is.)

4) Afdichting (Fig. 4, 5). Draai de koperen leiding volgens de in de tabel ge-

toonde waarden stevig vast. Selecteer A mm uit de tabel volgens het gekozen gereedschap.

  • Vergelijk de gemaakte afdichtens met Fig. 6.
  • Als de afdichtens niet juist lijkt te zijn, snijd dan het ensgedeelte van de leiding af en maak de afdichting opnieuw. Flensmoer Matrijs Koperen leiding Koperen leiding Braam Koperen leiding Extra ruimer Pijpsnijder Correct Krom Oneffen Bramen Onjuist Bank- schroeftype Flensgereedschap Vleugel- moertype Rondom glad Rondom de- zelfde lengte Binnenkant glanst en heeft geen krassen. Diameter leiding (mm) Moer (mm) A (mm) Aanhaalkoppel Koppelings- gereedschap voor R32, R410A Koppelings- gereedschap voor R22 Vleugelmoer- gereedschap voor R22 N•m kgf•cm ø6,35 (1/4") 17
  • De diameter van de aangesloten leidingen is afhankelijk van de model- len en capaciteiten van de binnenunits. Capaciteit binnenunit 25 ~ 50 Diameter vloeistoeiding ø6,35 Diameter gasleiding ø9,52
  • Pas het aanhaalkoppel in bovenstaande tabel toe voor de aansluiting op de pijpverbindingen van de binnenunit, en gebruik bij het vastdraaien twee sleutels. Te strak aandraaien beschadigt de afdichtens.

1) Breng een dun laagje koelolie (G) aan op de ensuiteinden van de lei-

dingen en de leidingverbindingen van de buitenunit.

2) Lijn het midden van de leiding uit met het midden van de leidingverbin-

dingen van de buitenunit en draai de ensmoer 3 à 4 slagen aan met de hand.

3) Draai de ensmoer met een momentsleutel vast zoals voorgeschreven

  • Te strak aandraaien kan schade aan de ensmoer veroorzaken met lekkage van koelmiddel tot gevolg.
  • Wikkel isolatie om de leidingen. Direct contact met ontblote leidingen kan brandwonden of bevriezing veroorzaken.

3-4. ISOLATIE EN TAPE

1) Bedek de leidingverbindingen met afdekkingen voor leidingen.

2) Isoleer beslist alle leidingen die buiten lopen, inclusief de kranen.

3) Omwikkel de verbindingsleiding met leidingtape (E), te beginnen bij de

ingang van de buitenunit.

  • Zet het einde van de leidingtape (E) vast met tape (voorzien van plak- middel).
  • Wanneer leidingen boven het plafond, door een kast of via andere warme en vochtige plaatsen komen te lopen, wikkel er dan extra in de handel verkrijgbare isolatie omheen om condensatie te voorkomen. WAARSCHUWING Als u het apparaat installeert, zet de koelmiddelleidingen dan stevig vast voordat u de compressor start. VOORZICHTIG Zet de moeren van ongebruikte openingen goed vast. VG79A989H01_nl.indd 7 2018/09/27 17:17:05Du-8

1) Verwijder de dop van de onderhoudsopening in de afsluitkraan

van de gasleiding aan de buitenunit. (De afsluitkranen zijn in eer- ste instantie geheel gesloten en met de dop erop.)

2) Sluit het meterverdeelstuk en de vacuümpomp aan op de onder-

houdsopening van de afsluitkraan in de gasleiding aan de buiten- unit.

4) Controleer het vacuüm met het meterverdeelstuk. Sluit vervol-

gens het meterverdeelstuk en stop de vacuümpomp.

5) Wacht één tot twee minuten. Controleer of de wijzer van het me-

terverdeelstuk in dezelfde stand blijft staan. Controleer of de ma- nometer inderdaad –0,101 MPa [Meter] (–760 mmHg) aangeeft.

6) Verwijder het meterverdeelstuk snel van de onderhoudsopening

van de afsluitkraan.

7) Open alle afsluitkranen van de gas- en vloeistoeiding volledig.

Als de airconditioner werkt met deels gesloten kranen, functio- neert hij slechter en ontstaan er problemen.

8) Zie 1-2. en vul indien nodig de voorgeschreven hoeveelheid koel-

middel bij. Vul het vloeibare koelmiddel langzaam bij. Als u dit niet doet, kan de samenstelling van het koelmiddel in het systeem veranderen waardoor de airconditioner slechter kan gaan werken.

9) Plaats de dop weer op de onderhoudsopening om de oorspronke-

lijke situatie te herstellen.

Vul gaas bij in eenheid.

1) Sluit de gascilinder op de onderhoudsopening van de stopklep aan.

2) Ontlucht de leiding (of slang) die van de koelstofcilinder komt.

3) Vul vereiste hoeveelheid koelstof bij terwijl de airconditioner koelt.

Opmerking: Wanneer u koelvloeistof bijvult, dient u zich te houden aan de hoeveelheid die voor het specieke koelcircuit is opgegeven. VOORZICHTIG: Maak altijd gebruik van vloeibare koelstof, indien het koelsysteem met extra koelstof wordt bijgevuld. Het toevoegen van koelstof als gas kan de samenstel- ling van de koelstof in het system veranderen en de normale werking van de airconditioner beïnvloeden. Vul langzaam koelmiddel bij, omdat anders de com- pressor kan blokkeren. Voor het behouden van een hoge druk van de cilinders, dient u deze bij koude omstandigheden met warm water (onder 40°C) te verwarmen. Gebruik echter nooit vuur of stoom. VloeistoeidingKoelstofgascilinder voor R32, R410A, met siphonElektronische weegschaal voor bijvullen koelstofBinnenunitBinnenunitKoppelstukKoppelstukVloeistoeidingGasleidingGasleidingStopklepBuitenunitKoelstofgascilinder bedieningsklep (voor R32, R410A)OnderhoudsopeningMeter van spruitstukafsluiter (voor R32, R410A)Laadslang (voor R32, R410A)Koelstof (vloeibaar)Afsluitkraan voor GASDop voor afsluitkraan (Aanhaalkoppel 19,6 tot 29,4 N•m, 200 tot 300 kgf•cm)Meterverdeelstuk (voor R32, R410A)Compoundmanometer (voor R32, R410A)–0,101 MPa (–760 mmHg)Hendel laag Hendel hoogVacuümpomp (voor R32, R410A)*Shuiten*OpenenInbussleutel*4 tot 5 slagenAfsluitkraan voor VLOEI- STOF Manometer(voor R32, R410A) Voorzorgsmaatregelen tijdens gebruik regelkraan Wanneer u de regelkraan op de onder-houdsopening bevestigt, kan de schuif-afsluiter van de regelkraan vervormen of los komen te zitten als er te veel druk op wordt uitgeoefend. Hierdoor kan er gas gaan lekken.Onderhouds-openingVulslang (voor R32, R410A)Behui- zing SluitenOpenenRegel-kraan Wanneer u de regelkraan op de onderhoudsopening bevestigt, controleer dan eerst of de schuifaf-sluiter van de regelkraan is gesloten voordat u onderdeel A vastdraait. Draai onderdeel A niet vast of draai de behuizing niet om als de schuifaf-sluiter geopend is.Dop voor onderhoudsopening(Aanhaalkoppel 13,7 tot 17,7 N•m, 140 tot 180 kgf•cm)Vulslang (voor R32, R410A)Plaats de dop terug nadat de procedure is voltooid.<R32> WAARSCHUWING Voorkom brandgevaar en open de afsluitkranen pas als er geen kans op ontvlamming of ontsteking bestaat. VG79A989H01_nl.indd 8 2018/09/27 17:17:06Du-9 4-3. DE BEDRIJFSSTAND VAN DE AIRCONDITIONER VASTZETTEN (KOELEN, DROGEN, VERWAR- MEN)

  • Functiebeschrijving: Zodra de bedrijfsstand op COOL/DRY (koelen of drogen) of HEAT (verwarmen) is vastgezet met deze functie, blijft de airconditioner alleen in die bedrijfsstand werken.
  • Om deze functie te activeren moet u de instelling wijzigen. Maak deze functie aan uw klanten duidelijk en vraag of ze er gebruik van willen maken. [De bedrijfsstand vastzetten]

1) Schakel de netspanning van de airconditioner uit voordat u met de instelling

2) Zet de “1” van SW1 op het display van de buitenunit op ON (aan) om deze

functie mogelijk te maken.

3) Om de bedrijfsstand vast te zetten in COOL/DRY (koelen en drogen) zet u de

“2” van SW1 op het display van de buitenunit op OFF (uit). Om de bedrijfs- stand vast te zetten in HEAT (verwarmen) zet u deze schakelaar op ON (aan).

4) Schakel de netspanning van de airconditioner weer in.

4-4. REDUCEREN VAN HET BEDRIJFSGELUID VAN DE BUITENUNIT [Reduceren van het bedrijfsgeluid]

1) Schakel de netspanning van de airconditioner uit voordat u met de instelling

2) Zet de “3” van SW1 op het display van de buitenunit op ON (aan) om deze

functie mogelijk te maken.

3) Schakel de netspanning van de airconditioner weer in.

Verminder het bedrijfsgeluid

  • Functiebeschrijving: Met deze functie kunt u het bedrijfsgeluid van de buitenunit verminderen door de bedrijfsbelasting te verminderen, bijvoorbeeld ’s nachts in de KOEL- STAND (COOL). Let er echter wel op dat de koel- en verwarmingscapaciteiten in dit geval geringer kunnen zijn.
  • Om deze functie te activeren moet u de instelling wijzigen. Maak deze functie aan uw klanten duidelijk en vraag of ze er gebruik van willen maken. 4-5. PROEFDRAAIEN
  • U moet de binnenunits allemaal apart laten proefdraaien. Zie de installatiehandleiding van de binnenunit en controleer of alle units goed functioneren.
  • Als u alle units tegelijkertijd laat proefdraaien, kunnen slechte of verkeerde verbindingen van de koelleidingen en de binnen-/buitenunitverbindingen niet worden opgespoord. Laat de units daarom één voor één proefdraaien. Zorg ervoor dat eerst aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  • De unit wordt voorzien van stroom.
  • De stopkleppen zijn open. Over de beveiliging van het herstartmechanisme Als de compressor stopt zal de beveiliging van het herstartmechanisme ervoor zorgen dat de compressor drie minuten lang niet ingeschakeld kan worden, ter bescherming van de airconditioning.

4-6. UITLEG AAN DE GEBRUIKER

  • Leg de gebruiker met de BEDIENINGSINSTRUCTIES uit hoe de airconditioner werkt (gebruik van de afstandsbediening, verwijderen van de luchtlters, verwijderen of plaatsen van de afstandsbediening in de houder, reinigen, voorzorgsmaatregelen tijdens bediening, enz.).
  • Raad de gebruiker aan om de BEDIENINGSINSTRUCTIES zorgvuldig door te lezen.

Bij verplaatsen of verwijderen van de airconditioner dient het systeem volgens de onderstaande procedure te worden leeggepompt, zodat geen koelmiddel in de atmosfeer terecht kan komen.

1) Schakel de stroomonderbreker uit.

2) Sluit het meterverdeelstuk aan op de onderhoudsopening van de afsluitkraan in de gasleiding aan de buitenunit.

3) Draai de afsluitkraan in de vloeistoeiding aan de buitenunit volledig dicht.

4) Schakel de stroomonderbreker in.

5) Schakel de noodwerking voor KOELEN op alle binnenunits in.

6) Als op de manometer een druk van 0,05 tot 0 MPa [Meter] (ongeveer 0,5 tot 0 kgf/cm

) wordt weergegeven, sluit dan de afsluitkraan in de gasleiding aan de buitenunit volledig en schakel de noodwerking uit. (Raadpleeg de installatiehandleiding van de binnenunit voor informatie over het uitschakelen van de noodwerking.)

  • Als er teveel koelmiddel aan het systeem toegevoegd is, kan de druk mogelijk niet dalen naar 0,05 MPa [Meter] (ongeveer 0,5 kgf/cm

) of treedt de be- veiligingsfunctie in werking vanwege de toegenomen druk in het hogedruk-koelmiddelcircuit. Als dit gebeurt, gebruik dan een koelmiddelopvangbak om al het koelmiddel uit het systeem op te vangen. Vul vervolgens na het verplaatsen van de binnen- en buitenunits de correcte hoeveelheid koelmiddel in het systeem bij.

7) Schakel de stroomonderbreker uit. Verwijder de manometer en de koelleidingen.