TC2290DT - Audioapparatuur TC ELECTRONIC - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TC2290DT TC ELECTRONIC in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over TC2290DT TC ELECTRONIC
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Audioapparatuur in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TC2290DT - TC ELECTRONIC en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TC2290DT van het merk TC ELECTRONIC.
GEBRUIKSAANWIJZING TC2290DT TC ELECTRONIC
tropicali e temperati no a 45°C. Music Tribe non si assume alcuna responsabilità per eventuali danni che possono essere subiti da chiunque si adi in tutto o in parte a qualsiasi descrizione, fotograa o dichiarazione contenuta qui. Speciche tecniche, aspetti e altre informazioni sono soggette a modiche senza preavviso. Tutti i marchi sono di proprietà dei rispettivi titolari. Midas, Klark Teknik, Lab Gruppen, Lake, Tannoy, Turbosound, TC Electronic, TC Helicon, Behringer, Bugera, Aston Microphones e Coolaudio sono marchi o marchi registrati di Music Tribe Global Brands Ltd. © Music Tribe Global Brands Ltd. 2021 Tutti i diritti riservati . Per i termini e le condizioni di garanzia applicabili e le informazioni aggiuntive relative alla garanzia limitata di Music Tribe, consultare online i dettagli completi su musictribe.com/warranty. Informazioni importanti DISCLAIMER LEGALE GARANZIA LIMITATA9 TC2290 User Manual Waarschuwing Aansluitingen die gemerkt zijn met het symbool voeren een zodanig hoge spanning dat ze een risico vormen voor elektrische schokken. Gebruik uitsluitend kwalitatief hoogwaardige, in de handel verkrijgbare luidsprekerkabels die voorzien zijn van ¼"TS stekkers. Laat uitsluitend gekwaliceerd personeel alle overige installatie- of modicatiehandelingen uitvoeren. Dit symbool wijst u altijd op belangrijke bedienings - en onderhoudsvoorschriften in de bijbehorende documenten. Wijvragen u dringend de handleiding te lezen. Attentie Verwijder in geen geval de bovenste afdekking (van het achterste gedeelte) anders bestaat er gevaar voor een elektrische schok. Het apparaat bevat geen te onderhouden onderdelen. Reparatiewerkzaamheden mogen uitsluitend door gekwaliceerd personeel uitgevoerd worden. Attentie Om het risico op brand of elektrische schokken te beperken, dient u te voorkomen dat dit apparaat wordt blootgesteld aan regen en vocht. Het apparaat mag niet worden blootgesteld aan neerdruppelend of opspattend water en er mogen geen met water gevulde voorwerpen – zoals een vaas – op het apparaat worden gezet. Attentie Deze onderhoudsinstructies zijn uitsluitend bedoeld voor gekwaliceerd onderhoudspersoneel. Omelektrische schokken te voorkomen, mag u geen andere onderhoudshandelingen verrichten dan in de bedieningsinstructies vermeld staan. Reparatiewerkzaamheden mogen alleen uitgevoerd worden door gekwaliceerd onderhoudspersoneel.
1. Lees deze voorschriften.
2. Bewaar deze voorschriften.
5. Gebruik dit apparaat niet in de buurt van water.
6. Reinig het uitsluitend met een droge doek.
7. Let erop geen van de ventilatie-openingen
te bedekken. Plaats en installeer het volgens de voor- schriften van de fabrikant.
8. Het apparaat mag niet worden geplaatst in de buurt
van radiatoren, warmte-uitlaten, kachels of andere zaken (ook versterkers) die warmte afgeven.
9. Maak de veiligheid waarin door de polarisatie-
of aardingsstekker wordt voorzien, niet ongedaan. Eenpolarisatiestekker heeft twee bladen, waarvaner een breder is dan het andere. Een aardingsstekker heeft twee bladen en een derde uitsteeksel voor de aarding. Het bredere blad of het derde uitsteeksel zijn er voor uw veiligheid. Mocht de geleverde stekker niet in uw stopcontact passen, laat het contact dan door een elektricien vervangen.
10. Om beschadiging te voorkomen, moet de
stroomleiding zo gelegd worden dat er niet kan worden over gelopen en dat ze beschermd is tegen scherpe kanten. Zorg zeker voor voldoende bescherming aan de stekkers, de verlengkabels en het punt waar het netsnoer het apparaat verlaat.
11. Het toestel met altijd met een intacte aarddraad aan
het stroomnet aangesloten zijn.
12. Wanneer de stekker van het hoofdnetwerk of een
apparaatstopcontact de functionele eenheid voor het uitschakelen is, dient deze altijd toegankelijk te zijn.
13. Gebruik uitsluitend door de producent
gespeci- ceerd toebehoren c.q. onderdelen.
14. Gebruik het apparaat
uitsluitend in combinatie met de wagen, hetstatief, de driepoot, de beugel of tafel die door de producent is aangegeven, of die in combinatie met het apparaat wordt verkocht. Bij gebruik van een wagen dient men voorzichtig te zijn bij het verrijden van de combinatie wagen/apparaat en letsel door vallen te voorkomen.
15. Bij onweer en als u het apparaat langere tijd niet
gebruikt, haalt u de stekker uit het stopcontact.
16. Laat alle voorkomende reparaties door vakkundig en
bevoegd personeel uitvoeren. Reparatiewerk-zaamheden zijn nodig als het toestel op enige wijze beschadigd is geraakt, bijvoorbeeld als de hoofd-stroomkabel of -stekker is beschadigd, als er vloeistof of voorwerpen in terecht zijn gekomen, als het aan regen of vochtigheid heeft bloot-gestaan, niet normaal functioneert of wanneer het is gevallen.
17. Correcte afvoer van dit
product: dit symbool geeft aan dat u dit product op grond van de AEEA-richtlijn (2012/19/EU) en de nationale wetgeving van uw land niet met het gewone huishoudelijke afval mag weggooien. Dit product moet na aoop van de nuttige levensduur naar een ociële inzamelpost voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) worden gebracht, zodat het kan worden gerecycleerd. Vanwege de potentieel gevaarlijke stoen die in elektrische en elektronische apparatuur kunnen voorkomen, kan een onjuiste afvoer van afval van het onderhavige type een negatieve invloed op het milieu en de menselijke gezondheid hebben. Eenjuiste afvoer van dit product is echter niet alleen beter voor het milieu en de gezondheid, maar draagt tevens bij aan een doelmatiger gebruik van de natuurlijke hulpbronnen. Voormeer informatie over de plaatsen waar u uw afgedankte apparatuur kunt inleveren, kunt u contact opnemen met uw gemeente of de plaatselijkereinigingsdienst.
18. Installeer niet in een kleine ruimte, zoals een
boekenkast of iets dergelijks.
19. Plaats geen open vlammen, zoals brandende
kaarsen, op het apparaat.
20. Houd rekening met de milieuaspecten van het
afvoeren van batterijen. Batterijen moeten bij een inzamelpunt voor batterijen worden ingeleverd.
21. Dit apparaat kan worden gebruikt in tropische en
Lees deze handleiding om te leren hoe u uw TC Electronic TC2290 vertragingseenheid installeert en gebruikt. Deze handleiding is alleen in PDF- formaat beschikbaar op de website van TC Electronic. Om het meeste uit deze handleiding te halen, dient u deze van begin tot eind door te lezen, anders kunt u belangrijke informatie missen. Ga naar de webpagina om de meest recente versie van deze handleiding te downloaden: www.tcelectronic.com/Categories/c/Tcelectronic/Downloads Als je na het lezen van de handleiding nog vragen hebt over je TC Electronic- product, neem dan contact op met TC Support: www.tcelectronic.com/brand/tcelectronic/support
2. Plug-in installatie
Ga naar www.tcelectronic.com/tc2290-dt/support/ om het installatiebestand te downloaden. De plug-in vereist ofwel een iLok-licentie (geleverd bij aankoop van de NATIVE-versie) of de TC2290 DT Desktop Controller (bij aankoop van de DT Desktop Controller-versie) of een iLok-proeicentie. Alle parameters zijn beschikbaar in de plug-in en de meeste zijn beschikbaar op de DT Desktop Controller. Selecteer de Mac- of pc-versie en sla het bestand op uw harde schijf op. De nieuwste rmware voor de TC2290 DT Desktop Controller wordt ook in de software opgenomen.
2.1 Installatie op een PC
Open het zip-bestand en dubbelklik op het uitvoerbare bestand. Als u een beveiligingswaarschuwing krijgt, klikt u op 'Uitvoeren'’. Accepteer de licentieovereenkomst en klik op 'Volgende'. Selecteer welke VST- en/of AAX-componenten u wilt installeren. Pro Tools gebruikt AAX en de meeste andere DAW-programma's gebruiken VST. Het installatieprogramma biedt een standaardlocatie om het bestand op te slaan, maar u kunt een andere locatie kiezen door op de knop 'Bladeren' te klikken. lKlik op 'Volgende' om de installatie te starten. Wanneer de installatie is voltooid, klikt u op 'Voltooien'.
2.2 Installatie op een Mac
Open de zip-map en dubbelklik op het installatiepictogram. Doorloop de aanwijzingen om de installatie te starten. Klik op 'Doorgaan' en accepteer de licentieovereenkomst. Er wordt een standaardlocatie geselecteerd voor installatie, of u kunt handmatig een andere map selecteren. Als u over beheerdersmachtiging beschikt, moet u uw wachtwoord invoeren voordat u met de installatie begint.91 TC2290 User Manual
hebt gekocht Stap 1: installeer iLok De eerste stap is om een iLok-gebruikersaccount aan te maken op www.iLok.com en de PACE iLok License Manager op uw computer te installeren als dit de eerste keer is dat u iLok gebruikt. Stap 2: Activering In de ontvangen mail (bij aankoop van de NATIVE-versie) vindt u uw persoonlijke Activeringscode. Gebruik om uw software te activeren de functie Een activeringscode inwisselen in de PACE iLok License Manager.
3.2 Ontvang een gratis demolicentie
Maak gebruik van deze probleemloze aanbieding om onze plug-ins uit te proberen voordat u koopt.
- 14-daagse proefperiode
- Volledig functioneel
- Geen functiebeperkingen
- Geen fysieke iLok-sleutel nodig Stap 1: installeer iLok De eerste stap is om een gratis iLok-gebruikersaccount aan te maken op www. iLok.com en de PACE iLok License Manager op uw computer te installeren als dit de eerste keer is dat u iLok gebruikt. Stap 2: Krijg je gratis licentie Ga naar http://www.tcelectronic.com/brand/tcelectronic/free-trial-TC2290- native en voer uw iLok-gebruikers-ID in. Stap 3: Activering Activeer uw software in de PACE iLok License Manager.
4. Aansluiten en instellen
4.1 De TC2290-DT Desktop Controller
aansluiten (wanneer u de DT Desktop Controller-versie hebt gekocht) De Desktop Controller in gebruik nemen kan niet eenvoudiger. Steek de meegeleverde USB-kabel in de micro-USB-poort aan de achterkant van het apparaat en sluit het andere uiteinde aan op een vrije USB-poort op uw computer. De Desktop Controller wordt gevoed door een bus, dus er zijn geen andere stroomkabels nodig en er hoeven geen extra stuurprogramma's handmatig te worden geïnstalleerd. De Desktop Controller licht op bij een succesvolle verbinding. U kunt de plug-in nu toepassen op een kanaal in uw DAW om het eect te gaan gebruiken. Dit proces kan enigszins variëren, afhankelijk van uw software, maar over het algemeen zijn deze stappen vereist:
- Selecteer een kanaal of bus in uw DAW waaraan u het eect wilt toevoegen Ga naar de mixerpagina waar u een sectie zou moeten zien die is gewijd aan eectslots
- Open het menu waar u kunt kiezen uit een lijst met eecttypen, die waarschijnlijk veel standaardplug-ins bevat die bij de DAW worden geleverd. Er moet een submenu zijn om de algemene VST/AU/AAX-opties te bekijken.
- De plug-in zal waarschijnlijk te vinden zijn in een speciale TC Electronic-map. Selecteer de TC2290 en deze wordt nu toegevoegd aan de signaalketen. Dubbelklik op de eectsleuf die de TC2290 bevat om de gebruikersinterface van de plug-in te bekijken. Er moet een groen koppelingspictogram onderaan staan en tekst die een succesvolle verbinding tussen de plug-in en de Desktop Controller aangeeft. Opmerking: De iLok License Manager moet ook op uw computer zijn geïnstalleerd als u de DT Desktop Controller-versie hebt gekocht. In dit geval hoeft u geen iLok- account aan te maken of een licentie te activeren.
4.2 De TC2290 . bedienen
Nadat je de plug-in hebt geïnstalleerd en de iLok-licentie hebt geactiveerd of de TC2290-DT Desktop Controller via USB hebt aangesloten, kun je beginnen met het invoegen van de plug-in in je tracks. Aanpassingen aan het eect gebeuren op twee manieren. Ofwel door gebruik te maken van de plug-in gebruikersinterface of via de fysieke Desktop Controller..92 TC2290 User Manual
4.3 Invoegen versus Aux-eect
De TC2290 kan direct in een eectslot op een enkel kanaal worden gestoken, zoals hierboven beschreven, dat het volledige signaal door het eect laat gaan. Merk in dit geval op dat het directe ingangssignaal mono wordt voordat het wordt gepand, statisch of gemoduleerd. Dit gebeurt wanneer de DIRECT-knop van de PAN/DYN- sectie is geactiveerd. De TC2290 kan echter ook worden toegevoegd aan een hulpbus en een of meer kanalen kunnen een deel van hun signaal naar deze bus sturen om door het eect te worden verwerkt. De uitvoer van het eect wordt vervolgens weer gemengd met de rest van de tracks. Dit verschilt van een insert-eect doordat de TC2290 niet het volledige signaal van de track beïnvloedt, dus het directe signaal kan niet worden gemoduleerd met de MOD-knoppen in de PAN/DYN-sectie. In deze opstelling moet de Mix-parameter altijd op 100% worden ingesteld.
4.4 Mono/Stereo-bediening
De TC2290 kan zowel als mono-instantie op monotracks als stereo-instantie op stereotracks worden gebruikt. Afhankelijk van de specieke DAW kan er ook een mono in/stereo out beschikbaar zijn. In het geval van een mono out-instantie wordt het uitgangssignaal gemaakt door alleen het linker plug-in-kanaal uit te voeren. In dit geval mag pannen niet worden gebruikt.
4.5 Reisperiode en Module Aansluiting (wanneer je de DT-versie hebt gekocht):
U kunt de plug-in uitproberen voordat u uw gekochte Desktop Controller aanschaft of ontvangt door een gratis iLok-proeicentie aan te vragen, die volledige functionaliteit gedurende 14 dagen mogelijk maakt. Wanneer u uw gekochte Desktop Controller ontvangt en aansluit, heeft u geen iLok-licentie meer nodig om volledige functionaliteit in de plug-in of via de Desktop Controller te hebben. Reisperiode van 60 dagen Als de Desktop Controller wordt losgekoppeld, is de volledige plug-in-functionaliteit 60 dagen beschikbaar, waarna de plug-in vraagt om opnieuw verbinding te maken met de hardware-eenheid. Zodra de hardware-eenheid opnieuw is aangesloten, zijn alle bedieningselementen beschikbaar. Download and install the plug-in and connect the module Disconnect Module 60 days... Reconnect Module Full Fuctionality Processing, controls available for 60 days countdown Processing Only Full Fuctionality Restored 60 day count downLink to product page with store nder93 TC2290 User Manual
4.6 Primaire en secundaire
bedieningselementen Nadat je de plug-in hebt geïnstalleerd en de iLok-licentie hebt geactiveerd of de TC2290 via USB hebt aangesloten, kun je beginnen met het toevoegen van het eect aan je tracks.. De plug-in is opgedeeld in twee secties, die beide zichtbaar zijn wanneer de “I+II” knop links bovenaan is geselecteerd. Het linkergedeelte is identiek aan de hardware-eenheid en kan worden beschouwd als primaire parameters. Deze omvatten veelvoorkomende items zoals vertragingstijd en feedback. De rechterkant bevat de secundaire parameters. De secundaire parameters zijn degenen die op de originele 2290 bekend stonden als "SPEC KEYS" (Special Keys). Deze parameters kunnen worden opgeroepen vanaf de hardware-eenheid met behulp van de SPEC KEYS. Om de grootte van de plug-in op uw scherm te verkleinen, kunt u "I" of "II" selecteren in de linkerbovenhoek van de plug-in. "I" toont alleen het linkergedeelte van de plug-in en "II" toont het rechtergedeelte. Het instellen van "II" kan een aanvullende instelling zijn bij gebruik van de hardware-eenheid.
4.7 Verbindingsstatus met de hardware-
eenheid De TC Icon-familie gebruikt allemaal dezelfde methode om de verbindingsstatus tussen de plug-in en de hardware-eenheid weer te geven. De verbindingsstatus wordt linksonder in het plug-invenster aangegeven. Succesvolle verbinding wordt aangegeven met een groen kettingpictogram. Als u alleen de NATIVE-versie gebruikt, blijft dit kettingpictogram grijs. Er zijn 3 voorwaarden die resulteren in de status "Niet verbonden". Als er al een ander exemplaar van de plug-in op een ander spoor bestaat, wordt het kettingpictogram geel met een geel kader weergegeven en geeft het tekstvak aan waar de plug-in momenteel actief is. Klik op het kettingpictogram om de hardware-eenheid aan te sluiten op de nieuwe plug-in-locatie. Het gele pictogram kan ook verschijnen terwijl de verbinding wordt gemaakt tussen de TC2290-eenheid en de plug-in, vergezeld van de tekst "Verbinden...". Als de hardware-eenheid is losgekoppeld van de computer, maar het aftellen nog niet is verstreken, verschijnt er een geel kettingpictogram zonder het gele kader. Zie het gedeelte "Reisperiode en moduleverbinding" voor details. Alle andere "Niet verbonden"-statussen worden aangegeven met een rood kettingpictogram. Dit kan gebeuren als de USB-kabel wordt losgekoppeld, de TC2290-verbinding wordt onderbroken of als er andere problemen zijn. Om de mogelijkheden van de verbindingsstatus samen te vatten: De meeste DAW's bieden de mogelijkheid om plug-ins van de ene track/bus naar de andere te verplaatsen of te slepen, en TC2290 ondersteunt dit ook. De meeste DAW's hebben ook een aan/uit-schakelaar voor plug-ins, die toegankelijk is in het plug-invenster en/of de track zelf. Als u de plug-in dempt, wordt het eect onhoorbaar, maar wordt de verbinding om de hardware- eenheid te gebruiken niet verbroken.94 TC2290 User Manual
5. Plug-in en hardwarebediening
De besturing van de TC2290 gebeurt in de plug-in of optioneel met de hardware- eenheid (wanneer u de DT-versie hebt gekocht). Alle primaire parameters van de 2290 zijn ook toegankelijk via de DT Desktop Controller. Deze omvatten parameters die belangrijke delen van het eect regelen, zoals vertragingstijd, modulatie, vooraf ingestelde wijzigingen, mix (via 'Speciale' besturing) en nog veel meer. Secundaire parameters die minder vaak nodig zijn, worden behandeld in het plug-invenster in de rechtersectie. Dit zijn parameters zoals modulatiedrempels, onderverdeling, vooraf ingestelde opslag en meer.
5.1 Primaire plug-in en hardwarebediening
Meter Het metergedeelte geeft feedback over de inkomende en uitgaande audiosignalen. Het ingangsniveau geeft de audio weer wanneer deze de plug-in binnenkomt en wordt niet beïnvloed door aanpassingen aan de ingangsniveauregeling of enige andere parameter. De uitgangsmeter wordt beïnvloed door de resultaten van het eect en door de parameter voor het regelen van het uitgangsniveau. MODULATIE Deze sectie regelt parameters van de modulatie-eecten. Merk op dat de modulatie daadwerkelijk wordt geactiveerd met de MOD-knoppen in de PAN-, DYN- en DELAY-secties. Door op de SELECT-knop te drukken, bladert u door de parametersets voor de DELAY, PAN en DYNAMICS, waarbij in wezen de focus van de andere knoppen in deze sectie wordt geselecteerd. De soorten modulatie-eecten omvatten:
- • Delay-tijdmodulaties - chorus, anger, toonhoogte, automatische verdubbeling.
- • Panpositiemodulaties - automatisch pannen van het directe signaal, vertragingssignaal of beide.
- • Dynamische modulatie - tremolo, delay compressor/expander, ducking en gating. Elk van deze parametersets bestaat uit de volgende waarden: GOLFVORM – bepaalt de modulatiegolfvorm, tussen sinusgolf (SINE), willekeurige golf (RAND), ingangssignaalomhullende gestuurd (ENV) of getriggerd ingangsniveau (TRIG). Het modulatiedoel bepaalt de functie van ENV en TRIG. SPEED – Door één keer op OMHOOG of OMLAAG te drukken, wordt de focus op de SPEED-parameter geplaatst, en extra drukken zal de waarde met één stap verplaatsen. De SPEED-parameter wordt weergegeven in Hz (cycli per seconde). Afhankelijk van het modulatiedoel regelt de parameter, wanneer de ENV- of TRIG-golfvorm is geselecteerd, de snelheid van geen eect tot maximaal eect. Een instelling van "1" betekent een aanlooptijd van 1 seconde, terwijl een instelling van "5" een aanlooptijd van 1/5 seconde betekent. DEPTH – Door eenmaal op OMHOOG of OMLAAG te drukken, wordt de focus naar de DEPTH-parameter gebracht, en extra drukken zal de waarde met één stap verplaatsen. De DEPTH-waarde wordt weergegeven als percentage van de maximale modulatie. Door op de SPEED- of DEPTH-pijltoetsen te drukken, wordt eerst de focus op die parameter gelegd, waardoor ook een specieke waarde op het TOETSENBORD kan worden ingevoerd, gevolgd door de ENTER-toets. Als een van beide parameters actief is, knippert er een groene LED boven en op het display wordt de huidige waarde weergegeven. De gele OSC/THRESHOLD-LED in de linkerbovenhoek van dit gedeelte toont de modulatiesnelheid bij gebruik van periodieke modulaties (SINE, RANDOM) en geeft aan wanneer het ingangsniveau de drempelwaarde voor ENV- of TRIG- eecten overschrijdt. PAN/DYN Druk op een van de MOD-knoppen onder de PAN- en DYN-labels om respectievelijk die functies in te schakelen. De rode LED's boven elke knop geven de aan/uit-status aan. De parameters voor elk eect worden aangepast in de MODULATION-sectie. De DELAY/DIRECT-knop bepaalt of het PAN-eect alleen op het delay-signaal wordt toegepast, alleen op het directe signaal, op beide of geen van beide. Dit geldt ook voor de statische pan-set in de plug-in, dus als DELAY noch DIRECT brandt, is er helemaal geen panning. Als noch DELAY noch DIRECT brandt, wordt het vertragingssignaal in het rechterkanaal in fase geïnverteerd. Dit is leuk voor het creëren van brede chorus/ anger-eecten, maar is misschien niet gewenst voor delay-eecten. Om dit te omzeilen, stelt u PAN in de plug-in in op 50, schakelt u PAN MOD uit en schakelt u PAN DELAY in (niet DIRECT). Dit geeft hetzelfde resultaat minus de fase-inverse van het rechter vertragingssignaal. Merk op dat wanneer DIRECT brandt, het directe signaal eerst wordt gesommeerd naar mono en vervolgens wordt gepand. Als DIRECT niet brandt, is het directe signaal stereo (als de plug-in een stereo-instantie is). De REVERSE-knop zorgt ervoor dat het geselecteerde dynamische eect op een tegenovergestelde manier werkt. Als de golfvorm is ingesteld op SINE of RAND, wordt een tremolo-eect bereikt dat een gemoduleerde toename/afname van het volume produceert. Wanneer de REVERSE-knop is geactiveerd, creëert dit een modulatie die het vertragingsvolume verbetert wanneer het directe volume wordt onderdrukt en vice versa. Met de Waveform ingesteld op ENV of TRIG, verandert de REVERSE-knop de gebruikelijke Compression/Ducking-eecten in Expansion/Gating-eecten.95 TC2290 User Manual VERTRAGING De belangrijkste functie van deze sectie is het regelen van de vertragingstijd. De gele LED boven het display knippert in het ritme van het huidige tempo en de exacte tijd in ms wordt weergegeven. Er zijn verschillende manieren om de vertragingstijd aan te passen:
- • De OMHOOG/OMLAAG-pijlen gebruiken
- • Het TOETSENBORD gebruiken (na eenmaal op de OMHOOG/OMLAAG- pijlen te hebben gedrukt)
- • Druk op de LEARN-knop in het ritme met het gewenste tempo
- • Op de SYNC-knop drukken om het tempo te synchroniseren met het DAW-tempo Een enkele druk op de pijltjestoetsen OMHOOG of OMLAAG brengt de focus op de instelling van het vertragingstempo. Hierdoor gaat de groene LED knipperen en kan het tempo nu worden aangepast. Door op OMHOOG of OMLAAG te drukken, verandert het tempo in stappen van één cijfer, of door de knop ingedrukt te houden, kan de parameter snel scrollen. Zodra de groene LED knippert, kan het TOETSENBORD echter ook worden gebruikt om handmatig een vertragingstijd in te voeren, gevolgd door de ENTER- toets. Als u het TOETSENBORD gebruikt om de vertragingstijd in te voeren, houd er dan rekening mee dat u waarden met decimalen kunt invoeren, inclusief waarden onder één milliseconde door op de punt te drukken. Er kan bijvoorbeeld een vertragingstijd van 8,5 ms worden gekozen door op [8] [punt] [5] [ENTER] te drukken. Als u de exacte tempometing voor uw gewenste tempo niet weet, kunt u redelijk dichtbij komen door in het ritme op de LEARN-knop te tikken. De tijd tussen de eerste en tweede druk wordt gebruikt als het nieuwe tempo. De TC2290 kan ook het tempo volgen dat momenteel in uw DAW is ingesteld. Druk op de SYNC-knop om dit in te schakelen. Eenmaal ingeschakeld, veranderen de UP en DOWN-knoppen de onderverdeling van de beat. Om modulatie van het vertragingssignaal in te schakelen, drukt u op de MOD- knop. Zie de MODULATIE-sectie in dit hoofdstuk en Hoofdstuk 5 voor details.. FEEDBACK Deze sectie regelt voornamelijk het aantal delay-herhalingen, maar heeft ook invloed op andere functies. Door op de SELECT-knop te drukken bladert u door de 3 instelbare parameters in deze sectie – feedback LEVEL, HIGH cut en LOW cut lters. Het display geeft de huidige selectie aan, evenals de waarde voor die parameter. Door op de pijltoetsen OMHOOG of OMLAAG te drukken, wordt de aanpassing voor de geselecteerde parameter geactiveerd, waardoor de groene LED gaat knipperen. Door nogmaals te drukken verandert de waarde met één stap, of als u de knop ingedrukt houdt, bladert u snel. Als de groene LED knippert, kan een exacte waarde worden ingevoerd op het TOETSENBORD, gevolgd door de ENTER- knop. De mogelijke waarden voor de 3 parameters zijn als volgt:
- • Low cut – 0, 0,1, 0,2, 0,4 kHz (0 = uit, 0,1 = 100 Hz, enz.) Als u op de INV-knop drukt, keert het feedbacksignaal om, wat misschien niet merkbaar is bij echo-eecten, maar meer uitgesproken is wanneer het wordt toegepast op modulatie zoals anger. PRESET/SPEC Door op de DELAY ON-knop te drukken, wordt het vertragingseect in- en uitgeschakeld, aangegeven door de rode LED. Na het uitschakelen van deze schakelaar is echter nog steeds het directe signaal te horen, samen met eventuele panning-eecten. Merk op dat de statische panpositie (ingesteld door PAN in plug-in) alleen wordt gebruikt wanneer DELAY ON niet brandt wanneer Spec-toets 26 (MUTE) is ingesteld op 0 (IN). Anders (Spec 26 niet-nul), is de directe panpositie in het midden. Als u eenmaal op de pijl OMHOOG of OMLAAG drukt, wordt de preset-selectie geactiveerd, waardoor u één voor één door de presets kunt scrollen, of een specieke preset kan worden ingevoerd op het TOETSENBORD, gevolgd door de ENTER-knop. Zie hoofdstuk 6 voor details. Met de SPEC (Special)-knop kunnen enkele parameters worden beheerd die anders alleen toegankelijk zijn in het plug-invenster. Door op de SPEC-knop te drukken, krijgt u toegang tot het speciale nummer (SNO) en de speciale waarde (SVA). Het speciale nummer kan alleen worden ingevoerd op het TOETSENBORD, gevolgd door de ENTER-knop, terwijl de speciale waarde kan worden ingevoerd met het TOETSENBORD of de vooraf ingestelde pijltoetsen. De volgende graek toont de beschikbare parameters die kunnen worden geregeld: Speciaal nummer Parameter Mogelijke waarden 1 Ingangsniveau 0-99 (uit – 0 dB) 2 Vertragingsmix (standaard) 0-99% 3 Uitgangsniveau 0-99 (uit – 0 dB) 4 Pan 0-99 5 Vertraging omkeren 0 (uit), 1 (aan) 6 DAW Sync-onderverdeling 0-6 (64e noot – hele noot) 7 DAW-synchronisatiemodus 0 (recht), 1 (gestippeld), 2 (triplet) 8 Diepe modus vertragen 0 (uit), 1 (aan) 9 Omkeren Vertraging Mod 0 (uit), 1 (aan) 10 Vertraging Mod Drempel 1-9 11 Pan Mod-drempel 1-9 12 Dynamisch vertragingsvolume 1-9 13 Dynamische feedback 1-9 26 Mute methode 0 (In), 1 (Uit), 2 (Beide)96 TC2290 User Manual Wetende dat DELAY MIX waarschijnlijk de meest voorkomende plug-in- parameter zal zijn die gebruikers regelmatig moeten gebruiken, is dit geprogrammeerd als het standaard speciale nummer. Zodra de SPEC-knop wordt ingedrukt, verschijnt Special #2 (DELAY MIX) als de SNO-invoer, en de SPEC-knop kan opnieuw worden ingedrukt om de focus naar de DELAY MIX-waarde (SVA) te schakelen. Gebruik de pijltoetsen of KEYBOARD om de gewenste waarde in te voeren. Druk nogmaals op SPEC om terug te keren naar de normale vooraf ingestelde selectiestatus. Om toegang te krijgen tot een ander speciaal nummer dan DELAY MIX, drukt u op de SPEC-knop totdat SNO is gemarkeerd met een rode LED. Kies het gewenste speciale nummer op het TOETSENBORD en druk op ENTER, waardoor de SPEC- focus automatisch op Speciale waarde (SVA) wordt gezet. Kies de waarde met behulp van de OMHOOG/OMLAAG-pijlen of het TOETSENBORD. TOETSENBORD Het KEYBOARD-gedeelte wordt gebruikt om specieke waarden of voorinstellingen in te voeren in plaats van te scrollen met de pijltoetsen. Over het algemeen moet bij het invoeren van een specieke waarde de groene LED die bij die parametersectie hoort, knipperen om het TOETSENBORD in werking te laten treden. Nadat een waarde is gekozen, drukt u op de ENTER-knop om te bevestigen.
5.2 Plug-in-bedieningselementen - secundaire
parameters INVOER Klik en sleep omhoog of omlaag om het invoerniveau aan te passen van 0 tot 99. U kunt ook dubbelklikken op het cijfer om handmatig een waarde in te voeren. Een instelling van 0 is -∞ en een instelling van 1 is -96 dB. Het niveau neemt toe in stappen van 3 dB bij lagere instellingen en met stappen van 0,5 dB boven -40 dB.
DELAY ON Klik en sleep de MIX-parameter om de balans tussen de directe en vertragingssignalen aan te passen. Klik op de rechterkant van de MUTE-modusparameter om te selecteren of het dempen van invloed is op de ingangs- of uitgangssignalen, of beide. Door de ingang te dempen, kan de echo-staart op natuurlijke wijze vervagen nadat het eect is omzeild. UITGANG Klik en sleep omhoog of omlaag om het uitgangsniveau aan te passen van 0 tot
99. Een instelling van 0 is -∞ en een instelling van 1 is -96 dB. Het niveau neemt
toe in stappen van 3 dB bij lagere instellingen en met stappen van 0,5 dB boven -40 dB. Pas de panpositie van het signaal aan door op de PAN-parameter te klikken en deze te slepen. Panning wordt alleen toegepast op signalen die zijn gekozen met de DELAY/DIRECT-knop in het PAN-gedeelte van de hardware-eenheid. Met een instelling van 50 worden zowel de directe als de vertragingssignalen gecentreerd. Een instelling van 0 plaatst het directe signaal hard rechts en vertraging hard links. Een instelling van 99 plaatst het directe signaal hard links en het vertragingssignaal hard rechts. Wanneer de INV DLY-knop wordt geactiveerd, wordt de uitvoer van het vertragingssignaal in fase omgekeerd. Slotsymbool Sommige parameters kunnen worden vergrendeld zodat ze niet meer kunnen worden opgeroepen wanneer een nieuwe preset wordt geselecteerd. Vergrendelde parameters behouden altijd hun waarden, ongeacht welke preset u oproept. Een goed voorbeeld van gebruik is het gebruik ervan met de MIX-parameter. De standaard voorinstellingen in de plug-in worden meestal gemaakt met de bedoeling dat het eect op de track wordt ingevoegd (als een invoegeect). Er is een MIX-waarde gekozen die voor die preset werkt. Als u de TC2290 echter als zend-/paralleleect wilt gebruiken, moet de MIX- parameter doorgaans op 100% worden ingesteld. Nadat u de MIX op 100% hebt ingesteld, gebruikt u de vergrendelingsfunctie om ervoor te zorgen dat deze op 100% blijft, zelfs als u een andere voorinstelling laadt. DAW SYNC97 TC2290 User Manual Wanneer de DAW SYNC-selectie actief is (door op de SYNC-knop op het apparaat te drukken), kunnen sommige parameters worden aangepast om de relatie tussen de vertraging en het DAW-tempo te regelen. De delay-onderverdeling (SUBDIV) kan overal worden ingesteld van 1/64e noot tot een hele noot. Merk op dat dit ook kan worden aangepast met behulp van de pijltoetsen in het gedeelte DELAY op het apparaat. De onderverdeling is ook te horen in rechte maat, gestippelde of triplet-feel door de MODE-instelling aan te passen. VERTRAGINGSMODUS Wanneer ingeschakeld, keert de INV DLY MOD-knop de richting van de anger- sweep en de pitchshift-richting van de envelop om. Dit is alleen van toepassing op Delay Mod Waveforms ENV en TRIG. Schakel de DEEP MOD in door op de knop te drukken. DEEP MOD schakelt de automatische modulatiedieptetoewijzing uit die bekend staat als "Golden Ratio". Dit maakt het mogelijk om veel diepere modulatie te doen met wilde toonhoogteverschuivingen, maar het is enigszins oncontroleerbaar. DREMPELS Alle 4 deze items bieden 9 drempelinstellingen voor hun respectievelijke parameter. Het bereik voor elke parameter is 1-9. DLY MOD - Delay ENV- en TRIG-golfvormen. PAN MOD – Pan ENV- en TRIG-golfvormen. DYN DLY VOL – Bepaalt de drempel voor de volumemodulatie van het vertragingssignaal (en direct voor ENV REVERSE) wanneer DYN-modulatie ENV of TRIG is. DYN FB – Bepaalt de drempel voor de modulatie van het feedbackniveau wanneer DYN-modulatiegolfvorm TRIG is geselecteerd (niet ENV). Deze stellen de drempels in die horen bij de Envelope (ENV) en Trigger (TRIG) modulatievormen. Hoe hoger de waarde, hoe hoger het ingangssignaal nodig is om hetzelfde modulatie-eect te krijgen. Delay, Pan en Dynamic drempels zijn instelbaar in stappen van 3 dB. De LED OSC./THRESHOLD geeft de huidige bedrijfstoestand aan en kan daarom worden gebruikt als hulp bij het instellen van de drempel. VOORAF INGESTELD Gebruik de PRESET-sectie om presets op te roepen, op te slaan en toe te wijzen als favorieten. Zie hoofdstuk 6 voor details. Onderste gedeelte Het onderste gedeelte van het plug-in-venster geeft de verbindingsstatus en de naam van de plug-in-instantie weer, en er zijn verschillende opties beschikbaar. Het groene kettingpictogram geeft een succesvolle verbinding aan tussen de hardware-eenheid en de plug-in. Verbindingsproblemen worden aangegeven met gele of rode pictogrammen; zie hoofdstuk 3 voor details. De huidige naam van de plug-in-instantie verschijnt in het middelste veld. Als de DAW de naam kan geven van de track waar de plug-in-instantie is ingevoegd, wordt de plug-in-instantie genoemd naar de tracknaam. De instantie kan worden hernoemd door op het potloodpictogram te klikken. Als u de plug-in installeert zonder de hardware-eenheid op uw computer aan te sluiten, verschijnt er een rode stip op het winkelwagenpictogram. Hier vindt u meer informatie over het kopen van de TC2290-eenheid. Zodra de plug-in een aangesloten hardware-eenheid detecteert, verdwijnt de rode stip. Het pictogram Instellingen geeft toegang tot een menu met verschillende koppelingen en opties. Deze gebruikershandleiding is beschikbaar, samen met links naar de TC Electronic-website, relevant nieuws, aanvullende voorinstellingen voor signature-artiesten en de gebruikerslicentieovereenkomst. Als er een rode stip boven het pictogram Instellingen verschijnt, is er mogelijk een nieuwe versie van de plug-in of rmware beschikbaar. Klik op "Controleren op updates" om het nieuwe bestand te downloaden en te installeren. Zie hoofdstuk 7 voor details. Als de optie "Help" is geselecteerd, geeft u door met de muis over een bepaald item in het plug-invenster te gaan een korte beschrijving van de functie van de parameter en het speciale sleutelnummer (indien van toepassing). Met de optie "Overnemen op focus" geselecteerd, zal de momenteel bekeken plug-in-instantie de controle over de fysieke hardware-eenheid overnemen zodra deze in focus wordt gebracht. Ook wanneer een nieuwe instantie van de plug-in op een spoor of bus wordt geplaatst, neemt die instantie het onmiddellijk over.98 TC2290 User Manual
Dit hoofdstuk bespreekt de details van het creëren van bepaalde eecten en het aanpassen van elke parameter. Nadat je de plug-in in een kanaal of bus hebt gestoken en optioneel je DT Desktop Controller hebt aangesloten, ben je nu klaar om te gaan experimenteren met de mogelijkheden van de TC2290. Zorg ervoor dat op de hardware-eenheid, in het PRESET/SPEC-gedeelte, de DELAY ON-knop actief is (LED brandt). De meeste belangrijke eectparameters zijn toegankelijk op de hardware-eenheid, dus we zullen daar de aandacht op vestigen.
6.1 Vertragingsparameters:
De TC2290 is in de eerste plaats een vertragingseenheid, dus we kunnen beginnen met de 3 belangrijkste parameters:
- • Vertragingstijd - Dit regelt de snelheid van de echo's.
- • Feedback - Dit bepaalt hoeveel echo's er worden gehoord.
- • Mix – Hiermee wordt de volumebalans tussen de delay-echo's en het directe signaal aangepast. Vertragingstijd Als u een standaardpreset selecteert die bijvoorbeeld delay (80) gebruikt, ziet u dat de gele TIME-LED boven de DELAY-display knippert in het ritme met het huidige tempo, en de exacte tijd in ms wordt weergegeven. Er zijn verschillende manieren om de vertragingstijd aan te passen:
- • De OMHOOG/OMLAAG-pijlen gebruiken
- • Het TOETSENBORD gebruiken (na eenmaal op de OMHOOG/OMLAAG- pijlen te hebben gedrukt)
- • Druk op de LEARN-knop in het ritme met het gewenste tempo
- • Op de SYNC-knop drukken om het tempo te synchroniseren met het huidige DAW-tempo Een enkele druk op de pijltjestoetsen OMHOOG of OMLAAG brengt de focus op de instelling van het vertragingstempo. Hierdoor gaat de groene LED knipperen, wat aangeeft dat het tempo nu handmatig kan worden aangepast. Door op OMHOOG of OMLAAG te drukken, verandert het tempo in stappen van één cijfer, of door de knop ingedrukt te houden, kan de parameter snel scrollen. Zodra de groene LED knippert, kan het numerieke toetsenbord van het TOETSENBORD echter ook worden gebruikt om handmatig een vertragingstijd in te voeren, gevolgd door de ENTER-toets. Als u de exacte tempometing voor uw gewenste tempo niet weet, kunt u redelijk dichtbij komen door in het ritme op de LEARN-knop te tikken. De tijd tussen de eerste en tweede druk wordt gebruikt als het nieuwe tempo. Je kunt op het display zien dat de eerste keer drukken ervoor zorgt dat de cijfers beginnen bij 0 en heel snel stijgen (dit zijn immers milliseconden). Als je dit meerdere keren doet, kan het zijn dat je elke keer een iets ander resultaat krijgt, dus het kan zijn dat het tempo nog handmatig moet worden aangepast met de pijltjestoetsen. De TC2290 kan ook het tempo volgen dat momenteel in uw DAW is ingesteld. Druk op de SYNC-knop om dit in te schakelen. Laten we zeggen dat je DAW- tempo is ingesteld op 120 BPM, wat meestal de standaardinstelling is in een nieuw project/sessie. Druk op de SYNC-knop en de TC2290 converteert het tempo naar ms, wat 250 is. Zodra SYNC is ingeschakeld, zullen de UP- en DOWN-knoppen de onderverdeling van de beat wijzigen. De onderverdeling is momenteel ingesteld op achtste noten in de DAW SYNC-sectie van het plug-invenster, wat ons 250 ms geeft bij 120 BPM. Dit kan worden gewijzigd in kwartnoten door op de UP-knop in de DELAY-sectie van de hardware-eenheid te drukken, of door de wijziging aan te brengen in de DAW SYNC-sectie van het plug-invenster. Als u een wijziging aanbrengt in de ene, zal de andere ook worden gewijzigd. Verander de onderverdeling naar kwartnoten en je hebt nu een vertragingstijd van 500 ms. Zelfs als DAW SYNC is ingeschakeld, kan de LEARN-knop nog steeds worden gebruikt om het tempo in te stellen. Wanneer dit is gebeurd, zal de TC2290 naar de dichtstbijzijnde onderverdeling en modus (Straight, Dotted, Tripled) binnen het DAW-gesynchroniseerde tempo rasteren en de vertragingstijd overeenkomstig instellen. FEEDBACK Feedback regelt het aantal echo's dat door het eect wordt gecreëerd. Druk op de SELECT-knop totdat de LED naast LEVEL brandt. Dit zorgt ervoor dat we de feedbackparameter aanpassen en niet de high- of lowcut-lters. Als u op de pijltoetsen OMHOOG of OMLAAG drukt, gaat de groene LED in dit gedeelte knipperen. We kunnen nu de feedbackparameter aanpassen door de OMHOOG/OMLAAG-knoppen ingedrukt te houden of door een waarde in te voeren met het KEYBOARD gevolgd door de ENTER-toets.99 TC2290 User Manual MENGEN De laatste parameter om een basisvertragingsinstelling aan te passen, is de MIX tussen de echo's en het directe signaal. Om toegang te krijgen tot deze parameter, drukt u tweemaal op SPEC en gebruikt u de pijlen OMHOOG/OMLAAG om de MIX in te stellen. Als alternatief kan de MIX-instelling worden aangepast met behulp van de plug-in UI. Als je de plug-in als insert op een kanaal gebruikt, wil je waarschijnlijk een instelling onder de 50% om een modderig klinkend resultaat te voorkomen. Als u de plug-in echter als een send/aux-eect gebruikt, stelt u de MIX in op 100%.
6.2 Modulatie-eecten
De TC2290 heeft 3 soorten modulatie-eecten beschikbaar:
- • Panpositiemodulaties - automatische panning-eecten. Elk van deze eecten heeft zijn eigen MOD aan/uit-knop. De parameters voor elk van deze modulaties worden geregeld in de MODULATIE- sectie op de hardware-eenheid. Door de SELECT-knop in deze sectie te gebruiken, kunt u door de 3 soorten modulatie bladeren. Nadat het modulatietype is geselecteerd, kunnen de 3 parameters in deze sectie worden aangepast, namelijk: GOLFVORM– bepaalt de modulatiegolfvorm, tussen sinusgolf (SINE), willekeurige golf (RAND), ingangssignaalomhullende gestuurd (ENV) of getriggerd ingangsniveau (TRIG). Het modulatiedoel bepaalt de functie van ENV en TRIG. SNELHEID– Als u eenmaal op OMHOOG of OMLAAG drukt, wordt de focus op de SPEED-parameter geplaatst en door nogmaals te drukken wordt de waarde met één stap verplaatst. De SPEED-parameter wordt weergegeven in Hz (cycli per seconde). Afhankelijk van het modulatiedoel regelt de SPEED-parameter, wanneer de ENV- of TRIG-golfvorm is geselecteerd, de veranderingssnelheid van geen eect naar maximaal eect. Een instelling van "1" betekent een aanlooptijd van 1 seconde, terwijl een instelling van "5" een aanlooptijd van ⁄ seconde betekent. DIEPTE– Als u eenmaal op OMHOOG of OMLAAG drukt, wordt de focus naar de DEPTH-parameter gebracht en als u nogmaals drukt, wordt de waarde met één stap verplaatst. De DEPTH-waarde wordt weergegeven als percentage van de maximale modulatie. Als u op de SPEED- of DEPTH-pijltjestoetsen drukt, wordt eerst de focus op die parameter gebracht, waardoor een groene LED hierboven knippert en op het display de huidige waarde wordt weergegeven. Dit betekent dat de pijltoetsen de waarde in enkele stappen kunnen veranderen, en het ook mogelijk maken om een specieke waarde in te voeren op het TOETSENBORD, gevolgd door de ENTER-toets. Opmerking- de feedbackparameter van de vertraging kan ook een eect hebben op modulatie-eecten. Elk van deze parameters beïnvloedt het geluid anders, afhankelijk van het specieke eect. Laten we elk type modulatie eens bekijken en bekijken hoe het kan worden aangepast.
6.2.1 Dynamische eecten
Gebruik in de MODULATION-sectie de SELECT-knop om de Dynamics (DYN)- parameters te markeren. Zorg ervoor dat de MOD-knop is ingeschakeld in het middelste PAN/DYN-gedeelte. Ducking-vertraging Een ducking delay gebruikt het ingangssignaal om het delay-signaal te verzwakken, waardoor de echo's "uit de weg" blijven terwijl je speelt, maar de echostaarten nog steeds hoorbaar zijn tijdens hiaten in je spel. Druk op de WAVEFORM-knop totdat TRIG is geselecteerd. Hiermee wordt het ducking-eect geselecteerd. Druk op de DEPTH UP- of DOWN-knop om de focus naar deze parameter te verplaatsen. De groene LED zal hierboven knipperen en de huidige waarde wordt weergegeven. Deze parameter regelt hoeveel het vertragingssignaal wordt verzwakt. Verlaag de waarde voor kleine hoeveelheden demping, of verhoog deze om het eect bijna onhoorbaar te maken terwijl u speelt. Druk op de SPEED UP- of DOWN-knop om de focus naar deze parameter te verplaatsen. Dit regelt de snelheid waarmee de demping wordt vrijgegeven. Lagere waarden laten een langere tijd verstrijken nadat u stopt met spelen voordat de echo's tot hun normale volume toenemen. Hogere waarden laten de echo's snel binnenkomen. Gated vertraging Door op de REVERSE-knop in de PAN/DYN-sectie te drukken, wordt het ducking-eect een gated delay. Als u dit zo instelt, is het eect alleen hoorbaar terwijl u speelt en wordt het gedempt als u stopt. Tremolo-eect Press the WAVEFORM button until SINE or RAND are selected. This creates a tremolo eect where the volume of both the direct and delay signals are attenuated and then return to full volume, up and down at a constant rate (SINE only). Use the SPEED parameter to adjust the specic rate, and the DEPTH to adjust the amount of attenuation.100 TC2290 User Manual Door de REVERSE-knop in te drukken, worden het directe signaal en het vertragingssignaal tegenover elkaar gedempt, waarbij het directe het volledige volume bereikt terwijl de vertraging op maximale demping staat, en vice versa. Compressor/expandereect Druk op de WAVEFORM-knop totdat ENV is geselecteerd. Dit produceert een gecomprimeerd delay-geluid vergelijkbaar met het ducking-eect, maar minder uitgesproken en laat de feedback onaangetast. Als u de REVERSE-knop activeert, wordt een expander-eect geproduceerd dat de directe en vertragingssignalen beïnvloedt. Initiële transiënten worden gedempt, waardoor een 'attack-kill'-eect ontstaat. De SPEED-parameter regelt hoe snel het volume opzwelt tot het normale niveau, en de DEPTH-parameter regelt de hoeveelheid initiële demping.
6.2.2 Koor/Flanger/Verdubbelingseecten
Gebruik in de MODULATION-sectie de SELECT-knop om de DELAY-parameters te markeren. Zorg ervoor dat de MOD-knop is ingeschakeld in de DELAY-sectie. Verschillende soorten modulatie kunnen worden bereikt door zeer korte vertragingstijden in te stellen, die niet worden gehoord als een echo, maar eerder als een extra, gesynchroniseerde stem. Enkele veelvoorkomende vertragings- en feedbackniveaus worden hier beschreven: Vertragingstijd Eect MOD-knop Feedback- instelling Mengen 0-10 Flanger AAN Heel hoog 50 5-50 Refrein AAN Weinig of geen
20-80 Dubbel spoor AAN Weinig of geen
100-up Vertraagd refrein AAN Instellen voor herhalingen
Refrein Het choruseect wordt bereikt door het directe signaal te mengen met een gemoduleerd vertragingssignaal. Het resultaat is een meerstemmig karakter dat klinkt als meer dan één instrument dat unisono speelt, met kleine variaties in toonhoogte en tijd. Stel in het gedeelte DELAY de tijd erg laag in - ongeveer 20-25 ms. Verlaag in het gedeelte FEEDBACK het niveau helemaal naar 0. Druk op de WAVEFORM-knop om SINE te selecteren, wat heel gebruikelijk is voor choruseecten. Andere golfvormen worden later in dit hoofdstuk besproken. Zorg ervoor dat in de MODULATION-sectie DELAY is geselecteerd, en pas de DEPTH-parameter aan om de intensiteit van het eect te regelen. Hogere waarden zorgen voor een diepere ontstemming. Pas de SPEED-parameter aan om de snelheid van de modulaties te regelen. Merk op dat het instellen van de MIX-regelaar op 99 een puur vibrato-eect produceert, waarbij de toonhoogte op en neer wordt gemoduleerd zonder het directe signaal om de 2 stemmen te creëren.. Flanger Flanger-eecten produceren meeslepende golfachtige modulaties die een dik, vaak psychedelisch geluid creëren. Dit werkt op dezelfde manier als het chorus- eect, met een paar aanpassingen. Verhoog in de FEEDBACK-sectie de parameter voor het feedbackniveau naar 50. Hoe hoger de feedback-instelling, des te resonanter zal het anger-eect zijn. Instellingen onder de 90 worden aanbevolen. Voor klassieke jetanger-eecten stelt u de DELAY-tijd in op ongeveer 2 ms. Probeer in de MODULATION-sectie de SPEED-parameter erg laag in te stellen om de sweeps langzamer te maken. Het verhogen van de DEPTH-parameter produceert bredere sweeps. Andere golfvormen Hoewel de SINE-optie je herkenbare chorus- en anger-geluiden geeft, zijn er andere eecten mogelijk met verschillende golfvormen. De RAND-instelling levert een willekeurige sweep op in plaats van de continue vorm van de SINE. De ENV-instelling produceert een helling die begint en stopt met het ingangsniveau. Hogere SNELHEID-instellingen en gematigde DEPTH-instellingen kunnen nodig zijn. Door TRIG te selecteren, wordt een sinuszwaai gemaakt die stopt wanneer het ingangssignaal stopt. Hierdoor kan de sweep samen met de muziek worden gesynchroniseerd. Automatische verdubbeling Dit eect is een speciek type refrein dat de indruk wekt dat 2 identieke spelers/zangers hetzelfde stuk unisono uitvoeren. Probeer lage DELAY- tijden van ongeveer 20-80 ms, een lage FEEDBACK-instelling, een lichte toonhoogteverschuiving, een lichte volumemodulatie en veranderingen in de panning-positie. Dit eect vereist dat alle 3 MOD-knoppen actief zijn. Standaard presets 95 en 97 en goede voorbeelden van dit eect, dus het zou verstandig zijn om met die instellingen te beginnen.
6.2.3 Panning-eecten
Gebruik in de MODULATION-sectie de SELECT-knop om de PAN-parameters te markeren. Zorg ervoor dat de MOD-knop is ingeschakeld in het middelste PAN/ DYN-gedeelte. Het panning-eect kan worden toegepast op het directe signaal, het vertragingssignaal, beide of geen van beide. Dit wordt geselecteerd met de DELAY/DIRECT-knop in de PAN/DYN-sectie. Door herhaaldelijk op te drukken, schakelt u tussen de 4 mogelijke instellingen. Een van de LED's moet branden om eventuele panning-eecten te horen. De vaste panpositie kan worden aangepast in het plug-invenster met behulp van de PAN-regelaar in het gedeelte OUTPUT. Als DELAY/DIRECT is geselecteerd, is een instelling van 50 gecentreerd, 0 is uiterst rechts en 99 uiterst links voor het directe signaal, en het vertragingssignaal zal het tegenovergestelde zijn. Als u op de PAN MOD-knop drukt, hoort u audio van de ene luidspreker naar de andere, afhankelijk van de instelling op de DELAY/DIRECT-knop. Selecteer in de MODULATION-sectie de SINE-golfvorm en gebruik vervolgens de SPEED-parameter om aan te passen hoe snel de audio heen en weer wordt gepand. De DEPTH-parameter regelt hoe breed het panning-eect van links naar rechts en terug verschuift. Een instelling van 99 zal volledig naar beide kanten pannen, terwijl een instelling van 50 slechts halverwege gaat voordat hij weer van richting verandert. Door de ENV-golfvorm te selecteren, verandert de statische panpositie telkens wanneer het signaal onder de drempel valt. Als zowel de DELAY- als de DIRECT- signalen voor het eect zijn geselecteerd, wisselen ze van kant. Vrij snelle SPEED-instellingen en een hoge DEPTH-instelling zijn eectiever voor dit geluid. De TC2290 kan alleen als autopanner op het directe signaal worden gebruikt door de MIX-regelaar in het plug-invenster op 0 te zetten.101 TC2290 User Manual The TC2290 can be used as an autopanner on the direct signal only by setting the MIX control in the plug-in window to 0.
De TC2290 biedt een verzameling standaard- en signature-presets, evenals de mogelijkheid om uw eigen aangepaste instellingen te maken en op te slaan. Merk op dat de meeste DAW's een ingebouwde preset-functie hebben die op elke plug-in verschijnt, die vaak bovenaan het plug-invenster te vinden is. Het wordt niet aanbevolen om dit te gebruiken als uw primaire methode voor het opslaan van presets, omdat het beperkte functionaliteit heeft en de opgeslagen presets niet gemakkelijk kunnen worden overgedragen naar andere DAW's. In plaats daarvan raden we aan de meegeleverde Preset-sectie onder aan het venster te gebruiken: Een enkele klik op het PRESET-venster roept een menu op met verschillende preset-gerelateerde opties. Roep een fabrieks- of gebruikersvoorinstelling op uit de bibliotheken, sla de huidige voorinstelling op of maak een nieuwe gebruikersvoorinstelling met de optie 'Opslaan als'. Het presets-menu is verdeeld in een Factory Presets en een User Presets-sectie. De fabrieksvoorinstellingen zijn ingebouwd in de plug-in en kunnen niet worden overschreven, dus als een fabrieksvoorinstelling wordt gewijzigd en u de wijzigingen wilt behouden, moet u deze opslaan als een gebruikersvoorinstelling. Gebruikersvoorinstellingen kunnen naar wens worden bewerkt en georganiseerd. De sectie Fabrieksinstellingen bevat een subsectie met de naam Signature Presets. Signature Presets zijn op maat gemaakte presets ontworpen door artiesten en opnametechnici van wereldklasse. De bibliotheek met voorinstellingen voor handtekeningen wordt voortdurend uitgebreid en u kunt controleren of er meer handtekeningvoorinstellingen beschikbaar zijn om te downloaden door naar het menu Instellingen te gaan en 'Handtekeningvoorinstellingen' te selecteren. Fabrieks- en handtekeningvoorinstellingen hebben unieke pictogrammen die naast de naam van de voorinstelling verschijnen. Wanneer u een standaard of opgeslagen preset oproept, verschijnt de naam in platte tekst zoals weergegeven. Zodra u echter een wijziging aanbrengt in een van de parameters in die voorinstelling, verandert de tekst in cursief om een afwijking aan te geven. Dit wordt ook aangegeven door een rode stip na het presetnummer op de hardware-eenheid en in het plug-invenster. U kunt in het PRESET-venster klikken en vervolgens de optie Opslaan selecteren, of de wijzigingen negeren wanneer u weg navigeert van die preset. Presets kunnen ook worden opgeroepen vanaf de hardware-eenheid in de PRESET/SPEC-sectie. Door op de vooraf ingestelde OMHOOG- of OMLAAG-pijltjestoetsen te drukken, wordt de focus naar dat gedeelte verplaatst, waardoor de groene LED gaat knipperen. U kunt nu op de knoppen OMHOOG en OMLAAG drukken om met één slot tegelijk door de voorinstellingen te bladeren, of het TOETSENBORD gebruiken om een speciek voorkeuzenummer in te voeren, gevolgd door de knop ENTER. Favoriete voorinstelling Als u uw eigen presets maakt, zijn ze toegankelijk vanuit het menu Preset, maar ze verschijnen alleen in de lijst met 100 presets in de hardware-eenheid als u ze als favoriet instelt. Dit wordt gedaan door een favoriet slotnummer toe te wijzen aan de voorinstelling met behulp van het menu Favorieten. Klik op de FAVORITE- knop en selecteer vervolgens een van de eerste 8 banken van 10 (presets 80-100 zijn standaard en kunnen niet worden opgeslagen). Wijs een van uw aangepaste voorinstellingen toe aan een favoriet slot en sla de voorinstelling vervolgens op.102 TC2290 User Manual Als aan een preset een favoriet slotnummer is toegewezen: -De preset maakt deel uit van de 100 presets die op de hardware-eenheid kunnen worden opgeroepen Het favoriete nummer wordt weergegeven op de hardware-eenheid wanneer het wordt opgeroepen -Het favoriete nummer wordt vergrendeld, zodat andere presets niet aan hetzelfde favoriete slotnummer kunnen worden toegewezen. Dit wordt weergegeven in het menu Favoriet door het betreende nummer grijs te maken. -Het favoriete nummer wordt tussen haakjes weergegeven wanneer u door het menu met voorinstellingen bladert U kunt de favoriete toewijzing verwijderen door de functie "Toewijzing verwijderen" in het menu Favorieten te selecteren en vervolgens de voorinstelling op te slaan. Alleen favorieten sorteren Met de optie 'Alleen favorieten sorteren' in het voorkeuzemenu kunnen de OMHOOG/OMLAAG-pijlen op de hardware-eenheid alleen door de favorietenlijst bladeren. Anders gaat het scrollen door alle presets. Huidige voorinstelling tot standaard maken Als u 'Huidige voorinstelling standaard maken' selecteert, wordt deze voorinstelling elke keer weergegeven als er een nieuwe instantie van de plug-in wordt gemaakt. Open de map met gebruikersvoorinstellingen in Verkenner Om de naam van een preset te wijzigen, selecteert u 'Reveal User Preset Folder in Explorer' en wijzigt u de bestandsnaam. Hierdoor wordt een Finder- (Mac) of Explorer (pc)-venster geopend waarin de gebruikersvoorinstellingen worden opgeslagen. U kunt voorinstellingen hernoemen, verwijderen, kopiëren en plakken. Hierdoor kunt u voorinstellingen online delen met andere gebruikers door de nieuwe eenvoudig in deze map te plakken..
Er kunnen nieuwe versies van de software worden uitgebracht om nieuwe functies toe te voegen en de prestaties te verbeteren. Updates kunnen direct vanuit de plug-in worden gedetecteerd en kunnen worden geïnstalleerd na het downloaden van de website. Zie hoofdstuk 2 voor plug-in installatie. De rmware van de hardware-eenheid wordt opgenomen in elke plug-in-update. Als de optie 'Automatisch controleren op updates' is aangevinkt in het updatemenu, verschijnt de rode stip op het instellingenpictogram wanneer een nieuwe plug-in beschikbaar is.. Klik op het tandwielpictogram en selecteer "Controleren op updates" om een scan uit te voeren.
8.1 Software-updates hardware-eenheid
(optioneel) Nadat u een nieuwe plug-in hebt geïnstalleerd, detecteert het systeem niet- overeenkomende rmware en geeft het aan dat er een update nodig is via een kleine rode stip op het tandwielpictogram. Klik op het veld "Upgrade naar xxxx" om de update te starten. De voortgang wordt aangegeven in de plug-in en de Feedback-LED op de hardware-eenheid knippert.103 TC2290 User Manual
SimpelGids