B 90 R Classic Bp Pack - Schrobmachine Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B 90 R Classic Bp Pack Kärcher in PDF-formaat.
| Producttype | Automatische vloerreiniger |
| Merk | Kärcher |
| Model | B 90 R Classic Bp Pack |
| Nominale spanning | 24 V |
| Accucapaciteit | 180 Ah (optie 240 Ah) |
| Gemiddeld opgenomen vermogen | 2200 W |
| Vermogen borstelmotor | 2 x 600 W |
| Vermogen zuigmotor | 750 W |
| Werkbreedte | 550 mm |
| Borsteldiameter | 105 mm |
| Borstelsnelheid | 1200 tpm |
| Afmetingen (L x B x H) | 1450 x 720 x 1180 mm |
| Gewicht (met accu 180 Ah) | 309 kg |
| Maximaal totaalgewicht | 460 kg |
| Inhoud schoonwatertank | 90 L |
| Inhoud vuilwatertank | 90 L |
| Inhoud afvalbak | 5 L |
| Maximale rijsnelheid | 6 km/h |
| Maximale helling | 10 % |
| Theoretisch reinigbaar oppervlak | 3300 m²/h |
| Geluidsdrukniveau | 69 dB(A) |
| Totale trillingswaarde | < 2,5 m/s² |
| Aandrijvingstype | Accu |
| Veiligheidsvoorzieningen | Noodstopknop, stroomonderbreker, parkeerrem |
| Gebruik | Professioneel en industrieel |
Veelgestelde vragen - B 90 R Classic Bp Pack Kärcher
Gebruikersvragen over B 90 R Classic Bp Pack Kärcher
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Schrobmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B 90 R Classic Bp Pack - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B 90 R Classic Bp Pack van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING B 90 R Classic Bp Pack Kärcher
Lees vóór het eerste gebruik van uw apparaat deze originele
gebruiksaanwijzing, ga navenant te werk en bewaar hem voor later gebruik of voor een latere eigenaar.
Inhoud
| Veiligheidsinstructies. | NL 1 |
| Functie. | NL 1 |
| Reglementair gebruik | NL 1 |
| Zorg voor het milieu. | NL 1 |
| Bedieningselementen | NL 1 |
| Voor de inbedrijfstelling | NL 2 |
| Werking | NL 3 |
| Transport | NL 5 |
| Opslag | NL 5 |
| Onderhoud. | NL 5 |
| Hulp bij storingen. | NL 6 |
| Technische gegevens | NL 8 |
| Toebehoren en reserveonderdelen | NL 8 |
| Garantie. | NL 8 |
| EU-conformiteitsverklaring | NL 8 |
Veiligheidsinstructies
Voordat u het apparaat voor de eerste keer in gebruik neemt, dient u deze gebruikshandleiding en de bijgevoegde brochure met veiligheidsaanwijzingen voor borstelreinigingsapparaten 5.956-251.0 te lezen en er nota van te nemen. Het apparaat is toegelaten voor het gebruik op oppervlakken met een helling tot 10%.
Veiligheidsinrichtingen
Beveiligingselementen dienen ter bescherming van de gebruiker en mogen niet buiten gebruik gesteld worden of in de functie omgaan worden.
Noodstopknop
Voor een directe buitengebruikstelling van alle functies: Noodstopknop indrukken.
- Bij drukken op de Nood-Uit-knop remt het apparaat hard.
- Nood-Uit werkt direct op alle apparaat-
functies.
- Het display blijft aangeven.
Veiligheidsschakelaars
Schakelt de rijmotor met een korte vertraging uit, wanneer de bediener tijdens het werken resp. tijdens het rijden, de stoel verlaat.
Gevarenniveaus
⚠ GEVAAR
Verwijzing naar een onmiddellijk dreigend gevaar dat tot ernstige en zelfs dodelijke lichaamsverwondingen leidt.
⚠ WAARSCHUWING
Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot ernstige en zelfs dodelijke lichaamsverwondingen kan leiden.
⚠VOORZICHTIG
Verwijzing naar een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden.
LET OP
Verwijzing naar een mogelijke gevaarlijke situatie die tot materiele schade kan leiden.
Functie
Deze schuurzuigmachine wordt gebruikt voor de natte reiniging of het polijsten van vlakke vloeren.
Het apparaat kan door het instellen van de waterhoeveelheid, de aandruikkracht van de borstels, de hoeveelheid reinigingsmiddel en de rijsnelheid makkelijk aangepast worden aan de overeenkomstige reini-gingstaak.
Dit apparaat is geschikt voor bedrijfsmatig en industrieel gebruik, zoals bijvoorbeeld in hotels, scholen, ziekenhuizen, fabrieken, winkels, kantoorgebouwen en verhuurkan- toren.
Gebruik dit apparaat uitsluitend volgens de gegevens in deze gebruiksaanwijzing.
- Het apparaat mag uitsluitend gebruikt worden voor het reinigen van gladde vloeren die niet gevoelig zijn voor vocht en polijstwerkzaamheden.
- Dit apparaat is voor gebruik binnen bestemd.
- Het gebruikstemperatuurbereik ligt tussen +5°C en +40°C.
- Het apparaat is niet geschikt voor de reiniging van bevroren vloeren (bijv. in koelhuizen).
- Het apparaat is geschikt voor een maximale waterhoogte van 1 cm. Niet in een zone rijden wanneer het gevaar bestaat dat de maximale waterhoogte overschreden wordt.
- Het apparaat mag alleen uitgerust worden met originele toebehoren en reserveonderdelen.
- Het apparaat is niet bestemd voor de reiniging van openbare verkeerswegen.
- Het apparaat mag ook niet gebruikt worden op drukgevoelige vloeren. Rekening houden met de toegelaten oppervlaktebelasting van de vloer. De oppervlaktebelasting van het apparaat is vermeld in de technische gegevens.
- Het apparaat is niet geschikt voor het gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen.
- Met het apparaat mogen geen brandbare gassen, onverdunde zuren of oplosmiddelen opgezogen worden. Daartoe behoren benzine, verfverdunners of stookolie die door de inwerking van de zuiglucht explosieve mengsels kunnen vormen. Alsook aceton, onverdunde zuren en oplosmiddelen aangezien ze materialen die in het apparaat gebruikt worden, aantasten.
Zorg voor het milieu

De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Gooi het verpakkingsmateriaal niet met het huisvuil weg, maar zorg dat het gerecycled kan worden.

Oude apparaten bevatten waar- devolle materialen die gerecycled kunnen worden. Batterijen, olie en gelijksoortige stoffen mogen niet in het milieu terechtkomen. Geef oude apparaten daarom bij een geschikte verzamelplaats af.
Aanwijzingen betreffende de inhoudsstoffen (REACH)
Huidige informatie over de inhoudsstoffen vindt u onder:
Afbeelding 1, zie omslagpagina
1 Schraaplip *
2 Reinigingskop *
3 Reinigingsmiddelfles (alleen variant Dose)
4 Zuigslang reinigingsmiddel (alleen variant Dose)
5 Hendel voor het optillen / neerlaten van de zuigbalk
6 Regelknop waterhoeveelheid
7 Bedieningsveld
8 Vuilwaterreservoir
9 Deksel reservoir vuil water
10 Zuigbalk *
11 Vleugelmoeren voor het verstellen van de zuigbalk
12 Vleugelmoeren voor het bevestigen van de zuigbalk
13 Zuigslang
14 Vlotter
15 Elektriciteitskabel oplaadapparaat (al-leen variant Pack)
16 Zekeringssteun
17 Batterijstekker (niet bij variant Pack)
18 Accu
19 Zitplaats (met veiligheidsschakelaar)
20 Stuurwiel
21 Deksel schoonwatertank
22 Hendel Borstelaandrukkeracht (alleen bij versie Adv)
24 Pedaal voor het omhoog / omlaag zetten van de reinigingskop
25 Vlak harmonicafilter
26 Lade voor grof vuil (alleen bij R-reinigingskop) *
27 Doseerapparaat voor vuil water
28 Aftapslang vuil water
29 Waarschuwingslampje bij achteruitrijden *
30 Vulsysteem *
31 Treeplaat rechts
32 Gaspedaal
33 Instelwiel schraaplip *
34 Pedaal borstelvervanging (alleen bij D-reinigingskop) *
* niet in leveringspakket
Kleurmarkering
- Bedieningselementen voor het reini- gingsproces zijn geel.
- Bedieningselementen voor het onderhoud en de service zijn lichtgrijs.
Bedieningspaneel
Afbeelding 2, zie omslagpagina
1 Rijrichtingschakelaar
2 Programma schakelaar
3 Claxon
4 Sleutelschakelaar
5 Noodstopknop
6 Schakelaar doseerapparaat reinigings-middel (alleen bij versie Dose)
7 Schakelaar waarschuwingslampje bij achteruitrijden *
8 Infotoets (alleen variant Adv)
9 Display
10 Controlelampje service
11 Controlelampje automatische parkeerrem actief
12 Controlelampje accubewaking
13 Controlelampje storing
14 Controlelampje vuilwaterreservoir vol
15 Controlelampje overbelasting borstel
Voor de inbedrijfstelling
Accu's
![]() | Aanwijzingen op de accu, in de gebruiksaanwijzing en in de voertuiggebruiksaanwijzing naleven |
![]() | Oogbescherming dragen |
![]() | Kinderen uit de buurt houden van zuren en accu's |
![]() | Ontploffingsgevaar |
![]() | Vuur, vonken, open licht en roken verboden |
![]() | Pas op voor bijtende vloeistoffen |
| [3842] | Eerste hulp |
![]() | Waarschuwingstekst |
![]() | Afvalverwerking |
![]() | Accu niet in vuilnisbak gooien |
⚠ GEVAAR
Explosiegevaar!
Geen werktuig e.d. op de batterij leggen.
Gevaar van kortsluiting en explosie.
Verwondingsgevaar. Wonden nooit in contact brengen met lood. Na het werk aan accu's altijd de handen reinigen.
Accu's inzetten en aansluiten
Bij de variant "Pack" zijn de batterijen reeds ingebouwd
→ Stoel naar voren klappen.
Afbeelding 3, zie omslagpagina
→ Batterijen inzetten.
Instructie:
Beide aanbevolen batterijtypen worden verschillend in verschillende opstellingen in het apparaat geplaatst.
| Opstelling A (afbeelding 3A) | 180 Ah |
| Opstelling B (afbeelding 3B) | 240 Ah |
LET OP
Beschadigingsgevaar. Op juiste polariteit letten.
→ Accupolen met poolvet invetten.
→ Polen met de bijgevoegde verbindings-kabels verbinden.
→ Meegeleverde aansluitingskabels aan de nog vrije accupool (+) en (-) vast-klemmen.
→ Accustekker insteken.
→ Zekeringssteun optillen en stoel naar omlaag zwenken.
LET OP
Beschadigingsgevaar door volledige ontlading. Voor inbedrijfname van het apparaat batterijen opladen.
Accu's opladen
Instructie:
Het apparaat beschikt over een diepontladingsbeveiliging, d.w.z. wanneer de nog toelaatbare minimale capaciteit bereikt wordt, kan het apparaat alleen nog gere- den en eventuele aanwezige verlichting ingeschakeld worden. Op het bedieningspaneel brandt de accubewaking in dat geval rood.
→ Rijd het apparaat direct naar het laadstation en vermijd daarbij stijgingen.
Instructie:
Bij het gebruik van andere batterijen (bv. van andere fabrikanten) moet de beveiliging tegen volledige ontlading voor de overeenkomstige batterij opnieuw ingesteld worden door de Kärcher-klantenservice.
⚠ GEVAAR
Gevaar door elektrische schok Stroomleidingnet en beveiliging in acht nemen – zie „Oplaadapparaat“.
Gebruik het oplaadapparaat enkel in droge ruimten met voldoende verluchting!
Instructie:
De oplaadtijd bedraagt gemiddeld ca. 10-12 uren.
De aanbevolen oplaadapparaten (passend bij de telkens gebruikte batterijen) zijn elektronisch geregeld en beëindigen het laadproces zelfstandig.
GEVAAR
Explosiegevaar. Het opladen van natte accu's is alleen toegestaan bij omhooggeklapte stoel.
Variant „Pack“
→ Stoel omhoog klappen.
→ Elektriciteitskabel uit de houder nemen en in het stopcontact steken.
Op het display wordt de ladingstoestand van de batterijen weergegeven.
Instructie:
Bij het opladen zijn alle reinigings- en rijfuncties geblokkeerd. De functies zijn geblokkeerd tot de minimale oplaadtijd van 90 minuten verstreken is en de netstekker er weer uitgetrokken is.
→ Na het opladen moet de netstekker uitgetrokken en in de houder aan het apparaat gelegd worden.
Variant zonder ingebouwd oplaadapparaat
→ Stoel omhoog klappen.
→ Accustekker uittrekken en verbinden met de oplaadkabel.
→ Oplaadapparaat in het stopcontact steken en inschakelen.
→ Na het opladen het oplaadapparaat uitschakelen en van het stroomnet scheiden.
→ Accukabel van de laadkabel trekken en met het apparaat verbinden.
Onderhoudsarme accu's (natte accu's)
→ Een uur voor het einde van het laadproces gedestilleerd water toevoegen, letten op het juiste zuurpeil. Accu is overeenkomstig gekenmerkt. Aan het einde van het laadproces moeten alle cellen gas ontwikkelen.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor invreten!
- Navullen van water in de ontladen toestand van de accu kan leiden tot het vrijkomen van zuren.
- Bij de omgang met accuzuur een veiligheidsbril dragen en de voorschriften in acht nemen om verwondingen en de beschadiging van kledij te vermijden.
- Eventuele zuurspatten op huid of kledij onmiddellijk met overvloedig water uitspoelen.
LET OP
Gevaar voor beschadiging!
- Voor het navullen van de batterijen alleen gedestilleerd of gedemineraliseerd water (EN 50272-T3) gebruiken.
- Geen vreemde toevoegingsstoffen (zogenoemde verbeteringsmiddelen) gebruiken, anders vervalt elke garantie.
Aanbevolen accu's, laadapparaten
| Bestel-nr. | |
| Accuset 180 Ah, onder-houdsvrij(4 batterijen) | 6.654-124.0 |
| Accuset 240 Ah, onder-houdsvrij(4 batterijen) | 6.654-119.0 |
| Oplaadapparaat, voor onderhoudsvrije batte-rijen | 6.654-125.0 |
Maximale batterijafmetingen
| Opstelling A B | |
| Lengte 244 mm 312 mm | |
| Breedte 190 mm 182 mm | |
| Hoogte 275 mm 365mm |
Batterijen demonteren
→ Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken.
→ Stoel naar voren klappen.
→ Batterijstekker uittrekken.
→ Kabel van de minpool van de batterij losmaken.
→ Resterende kabels van de batterijen af-halen.
→ Batterijen eruit nemen.
→ Verbruikte batterijen conform de geldende bepaleingen verwijderen.
Afladen
Instructie:
Voor een onmiddelijke buitengebruikstelling van alle functies de Nood-Uit-schakelaar indrukken en de sleutelschakelaar in de stand „0“ draaien.
→ Vier vloerplanken van de pallet zijn met schroeven bevestigd. Schroef deze planken er af.
Afbeelding 4, zie omslagpagina
→ Leg de planken op de kant van de pallet. Plaats de planken zo, dat ze voor de wielen van het apparaat liggen. Bevestig de planken met de schroeven.
→ De in de verpakking bijgevoegde balken voor ondersteuning van de helling gebruiken.
→ Houten latten voor de wielen verwijderen.
Afbeelding 5, zie omslagpagina
→ Aan de hendel van de rem trekken en het apparaat bij een aangetrokken hendel van het platform schuiven.
of
→ Noodstopknop door draaien ontgrendelen.
→ Sleutelschakelaar op „1“ stellen.
→ Rijrichtingsschakelaar bedienen en apparaat langzaam van het platform rijden.
→ Sleutelschakelaar weer op „0“ zetten.
Reinigingskop inbouwen
Het inbouwen van de reinigingskop is beschreven in het hoofdstuk „Onderhoudswerkzaamheden“.
Instructie:
Bij bepaalde modellen is de reinigingskop reeds gemonteerd.
Borstels monteren
De montage van de borstels is beschreven in het hoofdstuk „Onderhoudswerkzaamheden“.
Zuigbalk monteren
Afbeelding 6, zie omslagpagina
→ Zuigbalk zodanig in de ophanging plaatsen dat de vormplaat boven de op-hanging ligt.
→ Vleugelmoeren aanspannen.
→ Zuigslang plaatsen.
Werking
⚠ GEVAAR
Gevaar voor letsel. In gebieden waar de bediener geraakt kan worden door vallende voorwerpen, mag het apparaat niet zonder beschermdak worden gebruikt.
Instructie:
Voor een onmiddellijke buitengebruikstelling van alle functies de Nood-Uit-schakelaar indrukken.
Parkeerrem controleren
⚠ GEVAAR
Ongevalgevaar. Voor elke werking moet de functionaliteit van de parkeerrem op een vlakke ondergrond gecontroleerd worden.
→ Zitpositie innemen.
→ Noodstopknop door draaien ontgrendelen.
→ Sleutelschakelaar op "1" zetten.
→ Rijrichting selecteren.
→ Gaspedaal licht induwen.
→ De rem moet hoorbaar ontgrendelen (het controlelampje parkeerrem op het bedieningspaneel dooft). Het apparaat moet op een vlakte zacht beginnen te rollen. Indien het pedaal losgelaten wordt, vergrendelt de rem hoorbaar. Het apparaat moet buiten werking gezet worden en de klantendienst moet geraadpleegd wordt indien het boven- genoemde niet geldt.
Rijden
⚠ GEVAAR
Ongevalgevaar Als het apparaat niet meer remt, gaat u als volgt te werk:
→ Wanneer het apparaat op een helling van meer dan 2% bij het loslaten van het rijpedaal niet tot stilstand komt, mag om veiligheidsredenen de noodstopknop alleen ingedrukt worden, wanneer de juiste mechanische functie van de parkeerrem bij iedere inbedrijfname van de machine van te voren gecontroleerd is.
→ Het apparaat moet bij het bereiken van de stilstand (op een effen vlakte) buiten werking gesteld worden en de klantendienst moet geraadpleegd worden!
→ Bijkomend moeten de onderhoudsin-structies voor remmen in acht genomen worden.
⚠ GEVAAR
Kantelgevaar bij de sterke hellingen.
→ In rijrichting mogen enkel stijgingen tot 10% bereden worden.
Kantelgevaar bij snel door de bochten rijden.
Slipgevaar bij natte bodems.
→ In bochten langzaam rijden.
Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond.
→ Het apparaat uitsluitend op bevestigde ondergrond bewegen.
Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen.
→ Dwars op de rijrichting mogen enkel stijgingen tot max. 10% bereden worden.
Rijden
→ Noodstopknop door draaien ontgrendelen.
→ Gaan zitten en sleutelschakelaar naar stand „1“ draaien.
→ Instellen van rijrichting met de rijrichtingsschakelaar op het bedieningspaneel.
→ Rijsnelheid bepalen door het bedienen van het gaspedaal.
→ Apparaat stoppen: Gaspedaal loslaten.
Instructie:
De rijrichting kan ook tijdens de rit veranderd worden. Zo kunnen door meermaals voor- en achteruit te rijden ook heel matte plaatsen gepolijst worden.
Display
Bij het inschakelen van het apparaat verschijnen op het display na elkaar de volgende meldingen:
- „ < ZELFTEST >“: De besturing voert een zelftest uit.
- „Water E----F“ (variant Adv): Waterpeil in het schoonwaterreservoir (6 second lang).
„B-urenxxxxhxxm+“ (variant Classic): Bedrijfsuren (6 seconden lang)
- „Batterij: E----F“: Ladingstoestand van de batterij.
Overbelasting
Bij overbelasting wordt de motor van de wielaandrijving na een bepaalde tijd uitgeschakeld. Op het display verschijnt een storingsmelding. Bij oververhitting van de besturing wordt het betrokken aggregaat uitgeschakeld.
→ Apparaat gedurende minstens 15 minuten laten afkoelen.
→ Schleutelschakelaar op „0“ draaien, korte tijd wachten en weer op „1“ draaien.
Bedrijfsstoffen vullen
Reinigingsmiddel
LET OP
Beschadigingsgevaar. Gebruik uitsluitend aanbevolen reinigingsmiddelen. Bij gebruik van andere reinigingsmiddelen draagt de exploitant het verhoogde risico wat betreft de bedrijfsveiligheid en het ongevalgevaar. Gebruik enkel reinigingsmiddelen die vrij zijn van oplosmiddelen, zout- en fluorzuut. △VOORZICHTIG
Veiligheidsinstructies op de reinigingsmiddelen in acht nemen.
Instructie:
Gebruik geen sterk schuimende reinigingsmiddelen.
Aanbevolen reinigingsmiddelen:
| Gebruik Reinigings- | middel |
| Onderhoudsreiniging van alle waterbestendige vloeren | RM 746RM 780 |
| Onderhoudsreiniging van blinkende oppervlakken (bijv. Granit) | RM 755 es |
| Onderhoudsreiniging en basisreiniging van industriële vloeren | RM 69 ASF |
| Onderhoudsreiniging en basisreiniging van fijne stenen tegels | RM 753 |
| Onderhoudsreiniging van stenen in de sanitaire sector | RM 751 |
| Reiniging en ontsmetting in de sanitaire sector | RM 732 |
| Reiniging van alle alkalibestendige vloeren (bijv. PVC) | RM 752 |
| Reiniging van linoleumvloeren | RM 754 |
Schoon water
→ Deksel van het schoonwaterreservoir openen.
→ Vers water (maximum 60 °C) tot 15 mm onder de bovenkant van het reservoir vullen.
→ Vullen met reinigingsmiddel.
Instructie:
Als eerst reinigingsmiddel en vervolgens water in het reinigingsmiddelreservoir wordt gegoten, kan dat tot sterke schuim-vorming leiden.
→ Deksel van het schoonwaterreservoir sluiten.
Instructie:
Vul het schoonwaterreservoir voor de eerste inbedrijfstelling volledig om het waterleidingsysteem te ontluchten.
Vulsysteem (optie)
→ Waterslang aansluiten aan de aansluitmof van het vulsysteem.
→ Open de watertoevoer.
Wanneer het maximale vulpeil bereikt is, stopt de ingebouwde vlotterklep de watertoevoer.
→ Watertoevoer sluiten.
→ Waterslang verwijderen.
Doseerinrichting (alleen variant Dose)
Aan het schoon water wordt op de weg naar de reinigingskop door een doseerapparaat reinigingsmiddel toegevoegd.
→ Reinigingsmiddelfles in het apparaat plaatsen.
→ Dop van de fles losdraaien.
→ Zuigslang van het doseerapparaat in de fles steken.
Instructie:
Met de doseerinrichting kan maximum 3% reinigingsmiddel gedoseerd worden. Bij een hogere dosering moet het reinigingsmiddel in het schoonwaterreservoir gegoten worden.
LET OP
Gevaar voor verstopping door opgedroogd reinigingsmiddel bij toevoeging van het reinigingsmiddel in het schoonwaterreservoir van de variant Doos. De debietmeter van de doseerinrichting kan verkleven door opgedroogd reinigingsmiddel en het functioneren van de doseerinrichting verhinderen. Schoonwatertank en apparaat vervolgens spoelen met zuiver water. Voor het spoelen reinigingsprogramma met opdracht voor water op de programmakeuzeschakelaar instellen. Waterhoeveelheid op de hoogste waarde instellen, reinigingsmiddeldosering op 0% zetten
Instructie:
Het apparaat beschikt over een verswater-niveau-indicatie op het display. Bij een leeg schoonwaterreservoir wordt de dosering van het reinigingsmiddel uitgezet. De reinigingskop werkt zonder vloeistoftoevoer verder.
Reinigingsprogramma's
Afbeelding 7, zie omslagpagina
1 Rijden
Naar gebruiksplaats rijden.
2 Schuurzuigen
Vloer met nat reinigen en vuil water opzuigen.
3 Natschrobben
Vloer nat reinigen en reinigingsmiddel laten inwerken.
4 Zuigen
Vuil opzuigen.
5 Polijsten
Vloer zonder vloeistof polijsten.
6 Schuurzuigen zonder water (polijstzuigen)
Vloer polijsten zonder vloeistof en po- lijststof opzuigen.
Instructie:
Om het geselecteerde programma uit te voeren, moeten bovendien, afhankelijk van het programma, de zuigbalk en reinigings-kop met de juiste bedieningselementen worden neergelaten.
Infotoets (variant Adv)
Met de infotoets worden menupunten ge- selecteerd en instellingen uitgevoerd.
- Rechts-/Links bladert vooruit/achteruit door de menu's.
- Indrukken voor de geselecteerde instelling te kiezen.
Instellingen (variant Adv)
In het bedienersmenu worden instellingen voor de verschillende reinigingsprogramma's uitgevoerd. Afhankelijk van het reinigingsprogramma zijn verschillende parameters instelbaar. De instellingen worden met de Infobutton uitgevoerd.
Bedienersmenu
→ Noodstopknop door draaien ontgrendelen.
→ Gaan zitten en sleutelschakelaar naar stand „1“ draaien.
Het display toont de acculaadtoestand en het verswaterpeil.
→ Reinigingsprogramma selecteren.
→ Bedieningsmenu door draaien van de Infotoets oproepen.
→ Gewenste parameters door draaien van de infotoets selecteren.
→ Infotoets indrukken – de ingestelde waarde knippert.
→ Parameter opnieuw instellen door aan de infotoets te draaien.
→ Gewijzigde instelling door indrukken van de infotoets bevestigen of wachten tot de ingestelde waarde automatisch overgenomen wordt.
Instructie:
Indien de geselecteerde parameter gedurende 10 seconden niet gewijzigd wordt, schakelt het display over op de weergave van de accutoestand en het verswaterpeil. Dezelfde reinigingsparameters kunnen in elk reinigingsprogramma individueel ingesteld worden.
Alle instellingen blijven opgeslagen, ook als het apparaat zich in stroomloze toestand bevindt.
Instelbare parameters
| Instelbare parameters | min:stap :max | Opmerking |
| Cleanspeed (max. reinigingssnelheid) | 1:1:6 1=1 | km/h, 6=6km/h |
| FACT (borsteltoerental) | - | P o Whisper Fine |
| Vacuum (zuigcapaciteit) | - | Low High |
| Alleen bij variant Dose | ||
| Chemie/Agent (reinigingsmiddeldose-ring) | 0,5%:0,5 %:3% | - |
Infomenu
→ Infotoets draaien tot „Informatiemenu“ op het display weergegeven wordt.
→ Infomenu oproepen door de infotoets in te drukken.
Door aan de infotoets te draaien, kunnen de volgende gegevens weergegeven worden:
| Displayweergave Betekenis | |
| B.urenxxxxhxxm+ BedrijfsurentellerBij lopende tellerwordt „+“ weergegeven | |
| Water E----F Waterpeil in hetschoonwaterreservoir„C“ knippert wanneer de doseerpompin bedrijf is (alleenversie Dose) | |
| Snelh.: xkm/h Momentane snelheid | |
| Alfred/Kärcher Fabrikant | |
| B90R Dxx Benaming apparaat | |
| Prog.vers. x.x | Softwareversie |
| Informationsmenu verlaten | U kunt het Infomenuverlaten door de infotoets in te drukken. |
Waterhoeveelheid instellen
→ Waterhoeveelheid in functie van de vervuiling en de soort van de bodemdeklaag aan de regelknop instellen.
Reinigingskop neerlaten / optillen
Neerlaten
→ Achterste vlak van het pedaal voor het optillen / neerlaten van de reinigingskop naar beneden duwen, lossen en pedaal naar boven laten gaan. De borstelaandrijving start wanneer de reinigingskop neergelaten is.
Optillen
→ Voorste vlak van het pedaal voor het optillen / neerlaten van de reinigingskop naar omlaag duwen en vastzetten.
Zuigbalk neerlaten / optillen
Neerlaten
→ Hendel voor het optillen / neerlaten van de zuigbalk naar boven trekken, naar buiten duwen en naar beneden losla- ten.
De afzuiging start wanneer de hendel beneden is.
Optillen
→ Hendel voor het optillen / neerlaten van de zuigbalk naar boven trekken en blokkeren.
Zuigbalk instellen
Schuine stand
Voor de verbetering van het zuigresultaat op stenen ondergronden kan de zuigbalk tot 5° schuine stand verdraaid worden.
Afbeelding 8, zie omslagpagina
→ Vleugelmoeren lossen.
→ Zuigbalk draaien.
→ Vleugelmoeren aanspannen.
Helling
Bij onvoldoende afzuigresultaat kan de helling van de rechte zuigbalk veranderd worden.
Afbeelding 8, zie omslagpagina
→ Vleugelmoeren lossen.
→ Zuigbalk schuin zetten.
→ Vleugelmoeren aanspannen.
Borstelaandrukkracht verstellen (alleen bij versie Adv)
Afbeelding 10, zie omslagpagina
→ Hendel Borstelaandrukkracht naar links ontgrendelen, verstellen en naar rechts opnieuw vastzetten.
– Hendel naar beneden: aandrukkracht verlagen.
- Hendel naar boven: aandrukkeracht verhogen.
Schraaplippen instellen (alleen bij versie Adv)
→ Schraaplippen door verdraaien van het instelwiel zodanig instellen dat de schraaplip de grond raakt.
→ Instelwiel tevens 1 omwenteling naar beneden verder draaien.
Vuilwatertank leegmaken
Instructie:
Overloop vuilwaterreservoir Bij een vol vuilwaterreservoir schakelt de zuigturbine uit en knippert het controlelampje „Vuilwaterreservoir vol“. Alle reinigingsprogramma's met afzuiging zijn gedurende één minuut geblokkeerd. Maak het vuilwaterreservoir leeg.
⚠VOORZICHTIG
Lokale voorschriften inzake de behandeling van afvalwater in acht nemen.
→ Neem de aftapslang vuilwater uit de houder en plaats deze in een geschikte verzamelbak.
Afbeelding 11, zie omslagpagina
→ Water door het openen van de doseer-inrichting op de aftapslang aftappen.
→ Vervolgens de vuilwatertank met schoon water uitspoelen.
Schoonwatertank leegmaken
→ Filterbeker van de filter vers water losdraaien en schoonwaterreservoir laten leeglopen.
→ Filterbeker opnieuw aanbrengen.
Lade voor grof vuil leegmaken (alleen bij R-reinigingskop)
→ Lade voor grof vuil controleren. Lade voor grof vuil indien nodig of aan het einde van het werk wegnemen en leegmaken.
Buitenwerkingstelling
→ Sleutelschakelaar naar '0' draaien en sleutel uittrekken.
→ Apparaat met de wiggen tegen wegrollen zekeren.
⚠ GEVAAR
Verwondingsgevaar! Voor het in- en uitla- den van het apparaat mag het hellingsper- centage van 10% niet overschreden wor- den. Rijd langzaam.
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor letsels en beschadigingen! Houd bij het transport rekening met het gewicht van het apparaat.
→ Bij het transport in voertuigen moet het apparaat conform de geldige richtlijnen beveiligd worden tegen verschuiven en kantelen.
Bij gemonteerde D-reinigingskop
→ Schijfborstels uit de borstelkop verwijderen.
Opslag
⚠VOORZICHTIG
Gevaar voor letsel en beschadiging! Het gewicht van het apparaat bij opbergen in acht nemen.
→ Het apparaat mag alleen binnen worden opgeborgen.
→ Bij het kiezen van de opbergplaats moet rekening gehouden worden met het max. toegelaten gewicht van het apparaat om de stabiliteit niet te beïnvloeden.
Onderhoud
⚠ Gevaar
Verwondingsgevaar. Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de sleutelschakelaar op „0“ zetten en de sleutel er uit trekken. Nood-Uit-knop indrukken.
Apparaat op een stabiele, effen ondergrond plaatsen en batterijstekker uittrekken.
⚠ WAARSCHUWING
De zuigturbine loopt na het uitschakelen na. Voer onderhoudswerkzaamheden pas uit als de zuigturbine stilstaat.
→ Vuilwater en resterend schoon water aflaten en verwijderen.
Onderhoudsschema
Na het werk
LET OP
Beschadigingsgevaar. Spuit het apparaat niet met water schoon en gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen.
→ Vuil water aflaten.
→ Plat harmonicafilter controleren, indien nodig vervangen.
→ Alleen R-reinigingskop: lade voor grof vuil verwijderen en leegmaken.
→ Apparaat aan de buitenkant met een vochtige, in mild zeepsop gedrenkte doek reinigen.
→ Zuiglippen en schraaplippen reinigen, op slijtage controleren en indien nodig vervangen.
→ Borstels op slijtage controleren, indien nodig vervangen.
→ Batterij laden: Als de ladingstoestand minder is dan 50%, de batterij volledig en zonder onderbrekingen opladen. Als de ladingstoestand meer is dan 50%, de batterij alleen opladen wanneer u bij het volgende gebruik de volledige bedrijfsduur nodig hebt.
Wekelijks
→ Bij regelmatig gebruik de batterij minstens een keer per week volledig en zonder onderbreking opladen.
Maandelijks
→ Accupool op oxidatie controleren, indien nodig schoonborstelen en met poolvet invetten. Op stevige zitting van de verbindingskabels letten.
→ Afdichting tussen vuilwaterreservoir en deksel reinigen en op dichtheid controleren, indien nodig vervangen.
→ Bij niet-onderhoudsvrije accu's, zuurdichtheid van de cellen controleren.
→ Borsteltunnel reinigen (alleen R-reinigingskop)
Afbeelding 12, zie omslagpagina
→ Waterverdeellijst aan de reinigingskop verwijderen en waterkanaal reinigen (alleen R-reinigingskop).
→ Bij een langere stilstandtijd het apparaat alleen met volledig opgeladen batterijen afzetten. Minstens een keer per maand de batterij opnieuw volledig opladen.
Jaarlijks
→ Pompslang van de doseerpomp vervangen (alleen variant Dose).
→ Voorgeschreven inspectie door klantendienst laten uitvoeren.
Onderhoudswerkzaamheden
Onderhoudscontract
Voor een betrouwbare werking van het apparaat kunnen onderhoudsovereenkomsten afgesloten worden met de bevoegde verkoops-/serviceadviseur.
Zuiglippen vervangen
→ Zuigbalk wegnemen.
→ Stergrepen er uit schroeven.
Afbeelding 13, zie omslagpagina
→ Kunststofonderdelen verwijderen.
→ Zuiglippen verwijderen.
→ Nieuwe zuiglippen inschuiven.
→ Kunststofonderdelen opschuiven.
→ Stergrepen inschroeven en vastdraaien.
D-reinigingskop inbouwen
→ Pedaal voor het optillen / neerlaten van de reinigingskop naar beneden duwen.
→ Reinigingskop zodanig onder het apparaat schuiven dat de slang naar achteren wijst.
Reinigingskop maar voor de helft onder het apparaat schuiven.
Afbeelding 14, zie omslagpagina
→ Deksel van de reinigingskop wegne- men.
Afbeelding 15, zie omslagpagina
→ Stroomtoevoerkabel van de reinigings-kop met het apparaat verbinden (dezelfde kleuren moeten tegen elkaar komen).
→ Deksel erop zetten en vastzetten.
→ Reinigingskop in het midden onder het apparaat schuiven.
Afbeelding 16, zie omslagpagina
→ Slangkoppeling aan de reinigingskop verbinden met de slang aan het apparaat.
Afbeelding 17, zie omslagpagina
→ Klep in het midden van de reinigingskop tussen de vorken in de hendel plaatsen.
→ Hendel aan het pedaal voor het optillen / neerlaten zodanig instellen dat de boorgaten in de hendel en de reini-gingskop overeenstemmen.
→ Stift door de boorgaten steken en borgplaat naar omlaag zwenken.
Afbeelding 18, zie omslagpagina
→ Cilinderpen in het boorgat van de trekstang schuiven.
→ Trekstang met pen in de geleibaan aan de reinigingskop volledig naar beneden schuiven en vastzetten.
→ Handeling met de trekstang aan de andere kant herhalen.
R-reinigingskop inbouwen
→ Pedaal voor het optillen / neerlaten van de reinigingskop naar beneden duwen.
→ Reinigingskop zodanig onder het apparaat schuiven dat de slang naar achteren wijst.
Reinigingskop maar voor de helft onder het apparaat schuiven.
Afbeelding 19, zie omslagpagina
→ Deksel eruit trekken.
Afbeelding 20, zie omslagpagina
→ Stroomtoevoerkabel van de reinigings-kop met het apparaat verbinden (dezelfde kleuren moeten tegen elkaar komen).
→ Deksel inschuiven.
→ Reinigingskop in het midden onder het apparaat schuiven.
Afbeelding 16, zie omslagpagina
→ Slangkoppeling aan de reinigingskop verbinden met de slang aan het apparaat.
Afbeelding 21, zie omslagpagina
→ Klep in het midden van de reinigingskop tussen de vorken in de hendel plaatsen.
→ Hendel aan het pedaal voor het optillen / neerlaten zodanig instellen dat de boorgaten in de hendel en de reini-gingskop overeenstemmen.
→ Stift door de boorgaten steken en borgplaat naar omlaag zwenken.
Afbeelding 22, zie omslagpagina
→ Cilinderpen in het boorgat van de trekstang schuiven.
→ Trekstang in de geleibaan aan de reinigingskop volledig naar beneden schuiven.
→ Borgplaat in de geleibaan plaatsen en laten vergrendelen.
→ Handeling met de trekstang aan de andere kant herhalen.
D-reinigingskop uitbouwen
Afbeelding 23, zie omslagpagina
→ Borgplaat induwen en trekstang naar boven zwenken.
De verdere uitbouw gebeurt in de omgekeerde volgorde van de inbouw.
R-reinigingskop uitbouwen
De uitbouw gebeurt in de omgekeerde volgorde van de inbouw.
Borstelwalsen vervangen
Afbeelding 24, zie omslagpagina
→ Reinigingskop omhoog zetten.
→ Vergrendeling van de schraaplip los-
maken.
→ Schraaplip wegdraaien.
Afbeelding 25, zie omslagpagina
→ Vergrendeling van het lagerdeksel losmaken.
→ Lagerdeksel naar beneden duwen en eruit trekken.
→ Borstelwals eruit trekken.
→ Nieuwe borstelwals plaatsen.
→ Lagerdeksel en schraaplip in de omgekeerde volgorde opnieuw bevestigen.
→ Werkwijze aan de tegenoverliggende kant herhalen.
Schijfborstels vervangen
→ Reinigingskop omhoog zetten.
→ Pedaal borstelvervanging over de weerstand naar beneden duwen.
→ Schijfborstel zijdelings onder de reini-gingskop eruit trekken.
→ Nieuwe schijfborstel onder de reini-
gingskop houden, naar boven duwen
en laten vastklikken.
Pompslang vervangen (alleen versie Dose)
→ Treeplaat rechts losschroeven en met gaspedaal afnemen.
Afbeelding 26, zie omslagpagina
1 Deksel behuizing
2 Afdekking
3 Slanghouder
4 Pompslang
5 Rotor
→ Afdekking behuizing wegnemen.
→ Afdekking wegnemen.
→ Slanghouder met pompslang wegne-
men (om dat te vergemakkelijken de ro-
tor met de hand draaien).
→ Pompslang vervangen.
→ Doseerpomp en apparaat in de omgekeerde volgorde opnieuw bedrijfsklaar maken.
Vorstbeveiliging
Bij vorstgevaar:
→ Schoon- en vuilwatertank legen. Apparaat in een vorstvrije ruimte opslaan.
Hulp bij storingen
⚠Gevaar
Verwondingsgevaar. Voor alle werkzaamheden aan het apparaat de sleutelschakelaar op „0“ zetten en de sleutel er uit trekken. Nood-Uit-knop indrukken.
Apparaat op een stabiele, effen ondergrond plaatsen en batterijstekker uittrekken.
→ Vuilwater en resterend schoon water aflaten en verwijderen.
Bij storingen die met behulp van deze tabel niet opgelost kunnen worden de klantendienst raadplegen.
Zekeringen vervangen
Instructie:
Defecte poolzekeringen mogen alleen door de klantendienst worden vervangen. Indien de zekeringen defect zijn, moet de klantendienst de gebruiksomstandigheden en de volledige besturing controleren.
Storingsindicatie
Indien op het display storingen weergegeven worden, gaat u als volgt te werk:
→ Sleutelschakelaar in de positie „0“ brengen (apparaat uitschakelen).
→ Wachten tot de tekst op het display weg is.
→ Sleutelschakelaar weer in positie „1“ brengen (apparaat inschakelen). Pas als de storing opnieuw optreedt de overeenkomstige maatregelen in de aangegeven volgorde uitvoeren. Daarbij met de sleutelschakelaar in stand "0" geschakeld en de noodstopknop ingedrukt zijn.
→ Indien de storing niet opgelost kan worden, raadpleegt u de klantendienst met vermelding van de foutmelding.
Instructie:
Storingsmeldingen die in de volgende tabel niet vermeld zijn, geven fouten weer die niet door de bediener kunnen worden opgelost. In dat geval moet de klantenservice geraadpleegd worden.
Storingen met weergave op het display
| Displayweergave Oorzaak Oplossing | ||
| E: Noodstopknop is ingedruktt!?! | Noodstopknop ingedrukt | Noodstopknop door draaien ontgrendelen. Sleutelschakelaar in stand "0" brengen. Wacht tot display dooft. Sleutelschakelaar weer in stand "1" brengen |
| E: Powermod.heet! Laten afkoelen! | Besturing oververhit | Sleutelschakelaar in stand „0" draaien. Minstens 5 minuten wachten zodat de besturing kan afkoelen. Apparaat opnieuw in bedrijf nemen. |
| E: Overbelasting BORSTEL/WALS | Overbelasting borstelmotor | Sleutelschakelaar op „0" draaien. 3 seconden wachten. Apparaat opnieuw in bedrijf nemen. Borstelaandrukkracht verlagen. |
| E: Hardwarefout in onboardlader | Storing in het ingebouwde oplaad-apparaat (alleen variant Pack) | Netstekker van het oplaadapparaat uittrekken. 10 seconden wachten. Netstekker opnieuw aansluiten. Indien de storing opnieuw wordt weergegeven: Contact opnemen met klantendienst. |
| E: Fout opladen batterij Batterij defect Batterij controleren. | ||
| E: Overbelasting TRACTIEMOTOR | Rijdwerk oververhit wegens stijgin-gen of geblokkeerde rem. | Apparaat gedurende minstens 15 minuten laten afkoelen. Sleutelschakelaar op „0" draaien. 3 seconden wachten. Apparaat opnieuw in bedrijf nemen. Fre-quente stijgingen vermijden. |
| Zitschakelaar! Ga zitten a.u.b.! | Zitcontactschakelaar is niet geacti-veerd. | Gaspedaal ontplasten. Op de stoel plaatsnemen. |
| Gaspedaal loslaten! | Bij het inschakelen van de sleutelschakelaar is het gaspedaal inge-drukt. | Gaspedaal ontplasten en vervolgens opnieuw indrukken. |
| Zuign. uitschak. da-delijk | De sleutelschakelaar werd bij een lopende zuigturbinen op „0" ge-draaid. | De zuigturbine loopt 10 seconden na. Wachten tot het apparaat na 10 secon-den automatisch uitschakelt. |
| Vuilreserv. vol Reinig-ing stopt | Vuilwaterreservoir is vol. Vuilwaterreservoir leegmaken. | |
| Noodremwerking! Rijd plat! | Parkeerrem defect. Gevaar! Geen hellingen / dalingen berijden.Apparaat op een vlak terrein plaatsen.Apparaat met blok tegen wegrollen beveiligen.Klantendienst roepen. | |
Storingen zonder weergave op het display
| Storing Oplossing | |
| Apparaat wil niet starten. Accus | tekker insteken. |
| Sleutelschakelaar naar „1“ draaien. | |
| Veiligheidsschakelaar niet bedienen, plaatsnemen op de stoel. Het apparaat werkt alleen als er zich een bediener op de zitplaats bevindt. | |
| Noodstopknop ontgrendelen. | |
| Sleutelschakelaar naar stand „0“ draaien. Ongeveer 10 seconden wachten, vooraleer de sleutelschakelaar opnieuw in stand „1“ te brengen. Indien mogelijk, het apparaat alleen op vlak terrein gebruiken. Zonodig de parkeerrem en de voetrem controleren. | |
| Voor het inschakelen van de sleutelschakelaar de voet van het gaspedaal nemen. Indien de storing toch optreedt, de klantendienst raadplegen. | |
| Batterij controleren, indien nodig opladen | |
| Onvoldoende waterhoeveel-heid | Peil van het schone water controleren, indien nodig reservoir bijvullen. |
| Slangen op verstopping controleren, indien nodig reinigen. | |
| R-reinigingskop: Waterverdeellijst eruit trekken en reinigen. | |
| Filter schoonwater reinigen. | |
| Onvoldoende zuigcapaciteit | Afdichtingen tussen vuilwatertank en deksel reinigen en op dichtheid controleren, zonodig vervangen. |
| Vlakvouwfilter in het vuilwaterreservoir reinigen. | |
| Zuiglippen aan de zuigbalk reinigen, indien nodig omdraaien of vervangen. | |
| Zuigslang op verstopping controleren, indien nodig reinigen. | |
| Zuigslang op dichtheid controleren, indien nodig vervangen. | |
| Controleren of het deksel aan de vuilwater-aftapslang gesloten is | |
| Instelling van de zuigbalk controleren. | |
| Extra gewicht (accessoires) aanbrengen op de zuigbalk. | |
| Onvoldoende reinigingsresul-taat | Aandrukkracht instellen (niet versie Eco) |
| Schraaplippen instellen (niet versie Eco) | |
| Borstels op slijtage controleren, indien nodig vervangen. | |
| Borstels draaien niet | Aandrukkracht verlagen (niet versie Eco) |
| Controleren of vreemde voorwerpen de borstels blokkeren, indien nodig vreemde voorwerpen verwij-deren. | |
| Motor overbelast, laten afkoelen. Sleutelschakelaar naar „0“ draaien. Ongeveer 10 seconden wachten, vooraleer de sleutelschakelaar opnieuw naar stand „1“ te draaien. | |
| Aftapslang vuil water verstopt | Doseerapparaat aan de aftapslang openen. Zuigslang van de zuigbalk trekken en met de hand afslui-ten. Programmakeuzeschakelaar op Zuigen zetten. De verstopping wordt uit de aftapslang in het vuil-waterreservoir gezogen. |
| Reinigingsmiddeldosering Dose (alleen versie Dose) func-tioneert niet | Klantendienst roepen. |
Technische gegevens
| B 90 R Classic, B 90 R Adv, B90 R Adv Dose | R 55 | D 55 | R 65 | D 65 | R 75 | D 75 | |
| Vermogen | |||||||
| Nominale spanning V 24 | |||||||
| Accucapaciteit Ah (5h) 180 (240 optie) | |||||||
| Gemiddeld opgenomen vermogen W 2200 | |||||||
| Vermogen motor wielaandrijving (nominaal vermogen) | W 600 | ||||||
| Vermogen zuigmotor | W | 750 | 550 | 750 | 550 | 750 | 550 |
| Vermogen borstelmotor | W | 2 x 600 | |||||
| Zuigen | |||||||
| Zuigvermogen, luchthoeveelheid | l/s | 20,5 | |||||
| Zuigvermogen, onderdruk | kPa | 120 | |||||
| Reinigingsborstels | |||||||
| Werkbreedte | mm | 550 | 650 | 750 | |||
| Diameter borstel | mm | 105 | 315 | 105 | 365 | 105 | 410 |
| Borsteltoerental | 1/min | 1200 | 140 | 1200 | 140 | 1200 | 140 |
| Maten en gewichten | |||||||
| Rijsnelheid (max.) | km/h | 6 | |||||
| Stijging max. | % | 10 | |||||
| Theoretische oppervlaktecapaciteit | m^2/u | 3300 | 3900 | 4500 | |||
| Volume reservoirs schoon/vuil water | I | 90 | |||||
| Volume keergoedreservoir | I | 5 | - | 6 | - | 7 | - |
| Lengte | mm | 1450 | |||||
| Breedte (zonder zuigbalk) | mm | 720 | 770 | 810 | |||
| Hoogte | mm | 1180 | |||||
| Toelaatbaar totaalgewicht | kg | 460 | |||||
| Transportgewicht | kg | 309 (180 Ah), 373 (240 Ah, optie) | |||||
| Oppervlaktebelasting (met bestuurder en volle schoonwatertank) | |||||||
| Voorwiel | N/ cm^2 | 64 | |||||
| Achterwiel | N/ cm^2 | 52 | |||||
| Berekende waarden volgens EN 60335-2-72 | |||||||
| Totale bewegingswaarde | m/ s^2 | <2,5 | |||||
| Onzekerheid K | m/ s^2 | 0,2 | |||||
| Geluidsdrukniveau L_pA | dB(A) | 69 | |||||
| Onzekerheid K_pA | dB(A) | 3 | |||||
| Geluidskrachtniveau L_WA + onveiligheid K_WA | dB(A) | 87 | |||||
Toebehoren en reserveonderdelen
- Er mogen uitsluitend toebehoren en reserveonderdelen gebruikt worden die door de fabrikant zijn vrijgegeven. Originele toebehoren en reserveonderdelen bieden de garantie van een veilig en storingsvrije werking van het apparaat.
- Een selectie van de meest frequent benodigde reserveonderdelen vindt u achteraan in de gebruiksaanwijzing.
- Verdere informatie over reserveonderdelen vindt u op www.kaercher.com bij Service.
Garantie
In ieder land zijn de door ons bevoegde verkoopkantoor uitgegeven garantiebepalingen van toepassing. Eventuele storingen aan het apparaat verhelpen wij zonder kosten binnen de garantietermijn, mits een materiaal of fabrieksfout de oorzaak van deze storing is. Neem bij klachten binnen de garantietermijn contact op met uw leverancier of de dichtstbijzijnde klantenservicewerkplaats en neem uw aankoopbewijs mee.
EU-conformiteitsverklaring
Hierbij verklaren wij dat de hierna vermelde machine door haar ontwerp en bouwwijze en in de door ons in de handel gebrachte uitvoering voldoet aan de betreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidseisen, zoals vermeld in de desbetreffende EU-richtlijnen. Deze verklaring verliest haar geldigheid wanneer zonder overleg met ons veranderingen aan de machine worden aangebracht.
Product: Vloerreiniger opstapmachine
Type: 1.161-xxx
Van toepassing zijnde EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU
Toegepaste geharmoniseerde normen EN 55014–1: 2006+A1: 2009+A2: 2011 EN 55014–2: 2015 EN 60335–1
EN 60335-2-29: 2004+A2: 2010
EN 60335-2-72
EN 61000-3-2: 2014
EN 61000-3-3: 2013
EN 62233: 2008
Toegepaste landelijke normen
De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie.


Documentatieverantwoordelijke: S. Reiser
Alfred Kärcher SE & Co. KG
10 Tija de aspiratie
31 Parempoolne astmeplaat
32 Gaasipedaal
33 Puhastushuule seaderatas *








