KM 8550 R Bp Pack 2SB - Stofzuiger Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 8550 R Bp Pack 2SB Kärcher in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Stofzuiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 8550 R Bp Pack 2SB - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 8550 R Bp Pack 2SB van het merk Kärcher.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 8550 R Bp Pack 2SB Kärcher
- dB(A)333 KM 85/50 R Bp 1.351-126.0 KM 85/50 R Bp Pack 1.351-127.0 KM 85/50 R Bp Pack 2SB 1.351-128.0 Modulo radio Frequenza MHz Potenza di tra- smissione Watt GSM 824,2-848.8 1510 1850,2-1909.8 870 WLAN 2400-2483 96 Chairman of the Board of Management Director Regulatory Affairs & Certification H. Jenner S. ReiserNederlands 59 Inhoud Algemene instructies Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze originele gebruiksaanwijzing en de het hoofd- stuk veiligheidsinstructies door te lezen. Houd u hier- aan. Bewaar deze voor later gebruik of voor de volgende eigenaar. Levering controleren Meld bij de overdracht van het voertuig gebreken en transport- schade meteen aan uw dealer of verkoopvestiging. Milieubescherming Het verpakkingsmateriaal is recyclebaar. Gooi verpakkingen met het gescheiden afval weg. Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevol- le recyclebare materialen en vaak onderdelen zoals batterij- en, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd weggooien een mogelijk gevaar voor de gezondheid en het mi- lieu kunnen vormen. Voor een correct gebruik van het apparaat zijn deze onderdelen echter noodzakelijk. Apparaten met dit symbool mogen niet met het huisvuil worden weggegooid. Instructies voor inhoudsstoffen (REACH) Actuele informatie over inhoudsstoffen vindt u onder: www.kaer- cher.nl/REACH Afvalverwijdering van het uitgediende voertuig Uitgediende voertuigen bevatten waardevolle recyclebare mate- rialen. Voor de afvoer van uw voertuig raden we de samenwer- king met een gespecialiseerd afvalverwijderingsbedrijf aan. Garantie In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verant- woordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke sto- ringen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aan- koopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde ge- autoriseerde klantenservice. (adres zie achterzijde) Toebehoren en reserveonderdelen Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonder- delen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat. Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com. Gevarenniveaus GEVAAR ● Aanwijzing voor direct dreigend gevaar dat tot zware of dodelij- ke verwondingen leidt. 몇 WAARSCHUWING ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zware of dodelijke verwondingen kan leiden. 몇 VOORZICHTIG ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden. LET OP ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materi- ële schade kan leiden. Symbolen op het voertuig Reglementair gebruik Gebruik de veegmachine met batterijwerking voor de reiniging van oppervlakken binnen en buiten. De veegmachine is bestemd voor professioneel gebruik. Gebruik de veegmachine uitsluitend overeenkomstig de gege- vens in deze gebruiksaanwijzing. Elk ander gebruik geldt als niet reglementair. De fabrikant is niet aansprakelijk voor hieruit voort- vloeiende schade; alleen de gebruiker draagt het risico. Aan de veegmachine mogen geen veranderingen worden uitge- voerd. Alleen de door de onderneming of diens gevolmachtigde vrijge- geven oppervlakken mogen worden bereden en gereinigd. Algemene instructies p. 59
- Reglementair gebruik p. 59
- Functie p. 60
- Veiligheidsinstructies p. 60
- Beschrijving apparaat p. 61
- Vooringebruikneming p. 62
- Batterijen / oplaadapparaten p. 63
- Inbedrijfstelling p. 65
- Gebruik p. 65
- Vervoer p. 66
- Opslag p. 66
- Onderhoud p. 66
- Toebehoren/reserveonderdelen p. 70
- Hulp bij storingen p. 71
- Technische gegevens p. 71
- EU-conformiteitsverklaring GEVAAR Verbrandingsgevaar door hete oppervlakken Laat het voertuig afkoelen voordat u eraan werkt. GEVAAR Brandgevaar Veeg geen brandende of gloeiende voorwerpen, zo- als bijv. sigaretten, lucifers of dergelijke. 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor letsel Gevaar voor beknelling en afknelling aan riemen, zij- bezems, vuilreservoir, kap. Bandenspanning Opnamepunt voor krik Vastsjorpunt Max. belasting van het opbergvak 20 kg Stand ON: apparaat rijbaar met eigen aandrijving Stand OFF: apparaat verplaatsbaar Rijpedaal Pedaal grofvuilklep Klep voor nat vegen Filterreiniging (handmatig) p. 72
OFF ON60 Nederlands Te voorzien fout gebruik Het apparaat is niet voor permanent rijden op hellingen bestemd. Niet langer dan 3 minuten op hellingen van 12% rijden. Nooit explosieve vloeistoffen, gassen, onverdunde zuren en op- losmiddelen vegen op opzuigen (bijv. benzine, verfverdunner, stookolie), ze vormen in combinatie met de zuiglucht explosieve dampen of mengsels. Nooit aceton, onverdunde zuur- en oplosmiddelen vegen of op- zuigen, omdat ze de aan het apparaat gebruikte materialen aan- tasten en beschadigen. Nooit reactief metaalstof (bijv. aluminium, magnesium, zink) ve- gen of opzuigen, ze vormen in combinatie met sterk alkalische of zure reinigingsmiddelen explosieve gassen. Geen brandende of gloeiende voorwerpen vegen of opzuigen, er bestaat brandgevaar. Geen stoffen vegen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid. Het verblijf in gevarenzones is verboden. Het gebruik in explosie- ve ruimtes is verboden. Het meenemen van begeleidende personen is verboden. Het duwen/trekken of transporteren van voorwerpen is met dit apparaat niet toegestaan. Geschikte ondergronden Het apparaat is alleen voor volgende ondergronden geschikt: ● Asfalt ● Industrievloeren ● Ondervloer ● Beton ● Straatstenen ● Tapijten (alleen met optionele kit) Functie De veegmachine werkt volgens het overwerpprincipe.
1. De roterende zijbezem reinigt hoeken en randen van het veeg-
oppervlak en transporteert het veeggoed in de baan van de veegwals.
2. De roterende veegwals transporteert het veeggoed direct in
3. Het opgewaaide stof in het vuilreservoir wordt via een stoffilter
gescheiden en de zuigventilator zuigt de gefilterde zuivere lucht af.
4. De reiniging van de stoffilter gebeurt handmatig door de ge-
bruiker. Veiligheidsinstructies Veiligheidsinrichtingen Veiligheidsinrichtingen dienen voor de bescherming van de ge- bruiker en mogen niet buiten werking worden gesteld en de func- ties ervan mogen niet worden omzeild. Neem de veiligheidsinstructies in de hoofdstukken in acht! Veiligheidsinstructies m.b.t. de bediening 몇 WAARSCHUWING ● Gebruik het apparaat alleen volgens de voorschriften. Houd rekening met de plaatselijke omstandighe- den en let bij het uitvoeren van werkzaamheden met het apparaat op andere personen en met name kinderen. ● Controleer het ap- paraat met de werkrichtingen op correcte toestand en op de be- drijfsveiligheid. Is de toestand niet perfect, dan mag u het apparaat niet gebruiken. ● Let in gevarenzones (bijv. tankstati- ons) op de desbetreffende veiligheidsvoorschriften. Gebruik het apparaat nooit in explosieve ruimtes. ● Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen met een fysieke, sensorische of verstandelijke beperking of een gebrek aan ervaring en/of ken- nis. ● Alleen personen die in de omgang met het apparaat zijn geïnstrueerd of hebben bewezen dat ze het apparaat correct be- dienen en uitdrukkelijk de opdracht hebben dit apparaat te ge- bruiken, mogen het apparaat gebruiken.LET OP ● De bediener moet voor het begin van het werk controleren of alle veiligheids- inrichtingen correct zijn aangebracht en functioneren. ● De be- diener van het apparaat is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom verantwoordelijk.WAARSCHUWING ● Zorg voor nauw aansluitende kleding en stevige schoenen van de be- diener. Los gedragen kleding vermijden. ● Houd toezicht op kin- deren om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. ● Kinderen en jongeren mogen het apparaat niet gebruiken.LET OP ● Controleer de directe omgeving alvorens te beginnen met rijden (bijv. kinderen). Zorg voor voldoende zicht! ● Laat het ap- paraat nooit onbeheerd zolang het apparaat tegen onbedoelde beweging is beveiligd, bij stilstand van het apparaat is de par- keerrem automatisch geactiveerd. ● Trek de contactsleutel of KIK (Kärcher Intelligent Key) eruit om het onbevoegd gebruik van het apparaat te verhinderen.VOORZICHTIG ● Gebruik het apparaat niet in zones waarin de mogelijkheid bestaat door vallende voor- werpen te worden geraakt. Veiligheidsinstructies voor het rijden Instructie ● De lijst met aanwijzingen m.b.t. het kantelgevaar maakt geen aanspraak op volledigheid.GEVAAR ● Kantelgevaar bij te grote hellingen! Neem bij het rijden op hellingen de maxi- maal toegestane waarden in de technische gegevens in acht. ● Kantelgevaar bij te grote zijdelingse helling! Neem bij het rijden dwars op de rijrichting de maximaal toegestane waarden in de technische gegevens in acht. ● Kantelgevaar bij instabiele onder- grond! Gebruik het apparaat uitsluitend op verharde ondergrond. 몇 WAARSCHUWING ● Gevaar voor ongevallen door niet aan- gepaste snelheid. Rijd langzaam in bochten. Apparaten op batterijwerking GEVAAR ● Explosiegevaar! Laad de batterijen alleen met een geschikt oplaadapparaat ● Bij het laden van batterijen in ge- sloten ruimtes ontstaat een hoogexplosief gas. Laad de batterijen alleen in goed geventileerde ruimtes. ● In de buurt van een bat- terij of in een batterijlaadruimte mag u niet met een open vlam werken, mag u geen vonken maken of roken. ● Explosiegevaar en kortsluitingen. Leg geen gereedschap of dergelijke op de bat- terij. 몇 VOORZICHTIG ● Gevaar voor letsel door batterijzuur. Neem de desbetreffende veiligheidsvoorschriften in acht. LET OP ● Neem de bedrijfsinstructies van de fabrikant van de batterij en het oplaadapparaat in acht. Neem de aanbevelingen van de wetgever m.b.t. de omgang met batterijen in acht. ● Laat batterijen nooit in ontladen toestand staan, laad batterijen zo snel mogelijk opnieuw op. ● Houd batterijen ter vermijding van kruip- stromen schoon en droog. Bescherm batterijen tegen verontrei- nigingen, bijv. door metaalstof. ● Verwijder verbruikte batterijen op een milieuvriendelijke manier conform de EG-richtlijn 91/157/ EEG of de desbetreffende nationale voorschriften. Veiligheidsinstructies voor het transport 몇 VOORZICHTIG ● Om ongevallen of letsels te vermijden, moet u bij het transport het gewicht van het apparaat in acht nemen, zie hoofdstuk Technische gegevens in de gebruiksaanwijzing. ● Zet de motor vóór het transport af. Houd bij de bevestiging van het apparaat rekening met het gewicht, zie hoofdstuk Techni- sche gegevens in de gebruiksaanwijzing. Onderhoud 몇 WAARSCHUWING ● Klem vóór werkzaamheden aan de elektrische installatie de batterij af. ● Vóór reiniging, onderhoud, het vervangen van onderdelen en het overschakelen op een an- dere functie, moet u het apparaat uitschakelen en de contactsleu- tel eruit trekken. 몇 VOORZICHTIG ● Laat reparaties alleen uitvoeren door er- kende klantenservices of experts voor dit gebied die bekend zijn met alle relevante veiligheidsvoorschriften. LET OP ● Houd u volgens de plaatselijk geldende voorschriften aan de veiligheidscontrole voor verplaatsbare, commercieel ge- bruikte apparaten (bijv. in Duitsland: VDE 0701). ● Kortsluitingen of andere schade. Reinig het apparaat niet met een slang of eenNederlands 61 hogedrukstraal. ● Voer werkzaamheden aan het apparaat altijd met geschikte handschoenen uit. Beschrijving apparaat Afbeelding apparaat 1 Voorwiel 2 Zijbezem rechts 3 Houder "Hombase System" (optie) 4 Rijpedaal 5 Pedaal neerlaten/optillen zijbezem 6 Stuurwiel 7 Handmatige filterreiniging – voor het reinigen van de stoffilter 8 LED zwaailicht (optie) 9 Bestuurdersstoel (met stoelcontactschakelaar) 10 Apparaatkap 11 Achterwiel 12 Pedaal neerlaten/optillen veegwals – met veegwalsslijtage-indicatie 13 Grofvuilklep 14 Zijbezem links (optie) 15 Led rijlicht – Is bij het inschakelen van het apparaat geactiveerd 16 Oplaadapparaat – Alleen in de leveringsomvang bij KM 85/50 R Bp Pack 17 Batterijen (al ingebouwd) – Alleen in de leveringsomvang bij KM 85/50 R Bp Pack Bedieningselementen 1 Toerental zijbezem – Traploos instelbaar 2 Display-indicatie voor: –Bedrijfsuren – Batterijlading – Volgende service – Softwareversie 3 Contactsleutel – Contactsleutel uittrekken: telkens bij het verlaten van het ap- paraat – Stand 0: apparaat uitschakelen – Stand 1: apparaat is bedrijfsklaar 4 Klep voor nat vegen – Om te vegen bij natte of vochtige oppervlakken openen 5 Rijrichtingsschakelaar – Schakelaar achteraan indrukken: achteruit – Schakelaar vooraan indrukken: vooruit 6 Claxon – Schakelaar om te waarschuwen bij gevaar indrukken 7 Stoelverstelling – Aan hendel trekken voor de horizontale stoelverstelling 8 Stuurwielhoogteverstelling – Moer voor de hoogteverstelling openen Vuilreservoir 1 Transportrollen 2 Vuilreservoir 3 Sluiting vuilreservoir 4 Aflegvlak – Belasting max. 20 kg 5 Bevestigingsogen62 Nederlands Vooringebruikneming Apparaatkap openen/sluiten 몇 VOORZICHTIG Beknellingsgevaar door ingeklemde vingers Neem voor het openen en sluiten de apparaatkap alleen vast aan de daarvoor bestemde greep. Instructie Het openen van de apparaatkap wordt nodig: 1 voor het aansluiten/inbouwen van de batterijen. 2 voor het laden van de batterijen. 3 voor het reinigen/vervangen van de stoffilter. 4 voor het vervangen van de veegwals. 1 Greep 2 Apparaatkap 3 Apparaatkap in rustpositie 4 Apparaatkap sluiten
1. Apparaatkap om te openen vooraan aan de greep vastnemen
en helemaal naar achteren zwenken.
2. De apparaatkap wordt door de veiligheidsstang aan het einde
van het langgat in de rustpositie gehouden.
3. Voor het sluiten van de apparaatkap de veiligheidsstang naar
boven drukken zodat deze niet vastklikt, dan langzaam naar onderen zwenken. Aanwijzingen voor het afladen GEVAAR Gevaar voor ongevallen bij het afladen van het apparaat Gebruik bij het afladen van het apparaat een geschikte helling. Gebruik geen vorkheftruck voor het afladen/verladen van het ap- paraat. Neem het gewicht van het apparaat bij het afladen/verladen in acht. GEVAAR Kantelgevaar bij ondeskundige behandeling Rijd niet schuin van of op de helling. Draai op de helling niet om. Rijd met aangepaste snelheid.
1. Batterij aansluiten en, indien nodig, opladen (zie hoofdstuk
2. Bij levering op een pallet is de parkeerrem van het apparaat
gedeactiveerd. De vrijloophendel staat in de stand OFF (zie hoofdstuk "Apparaat verplaatsen/rijden"). a Als de parkeerrem is gedeactiveerd, kan het apparaat van de pallet worden geduwd. Trek de vrijloophendel naar bo- ven naar de stand ON om te rijden. b Als het apparaat van de pallet moet worden gereden, trekt u de vrijloophendel omhoog naar de stand ON. Als het apparaat op een pallet wordt geleverd, moet met de bijge- voegde planken een ramp worden gebouwd. 1 Verpakkingsband van kunststof lossnijden en folie verwijde- ren. 2 Batterij aansluiten (zie hoofdstuk "Batterijen / oplaadappa- raat"). 3 Spanbandbevestigingen verwijderen. 4 4 gemarkeerde vloerplanken van de pallet zijn met schroeven bevestigd. Schroef deze planken los. 5 Deze 4 planken op de kant van de pallet leggen. Planken zo- danig plaatsen dat ze onder de wielen van het apparaat liggen wanneer het van de pallet wordt gereden. 6 Houten blokken en plank als steun onder de bodemplanken leggen en vastschroeven (zie afbeelding). 7 Apparaat over de ramp van de pallet rijden of duwen (zie hoofdstuk "Vooringebruikneming | Apparaat duwen/rijden"). Apparaat duwen/rijden GEVAAR Gevaar voor ongevallen door ontbrekende remwerking Beveilig het apparaat tegen het wegrollen vooraleer u de vrijloop- hendel bedient. 1 Vrijloophendel A - stand apparaat rijdbaar met eigen aandrijving B - stand apparaat duwbaar
1. Voor het duwen van het apparaat, vrijloophendel naar onderen
2. Na het duwen, de vrijloophendel naar boven trekken (ON).Nederlands 63
Zijbezem monteren Instructie De zijborstel(s) is (zijn) bij levering met een kabelbinder aan de bestuurdersstoel bevestigd. 1 Zijbezem 2 Kabelbinder
1. Zijbezems vóór de inbedrijfstelling aan het apparaat bevesti-
gen. Zie hoofdstuk "Zijbezems vervangen". Batterijen / oplaadapparaten LET OP Gebruik alleen de door de fabrikant aanbevolen batterijen en oplaadapparaten Vervang de batterijen alleen door batterijen van hetzelfde type! Verwijder de batterij voordat u het voertuig afvoert en voer het voertuig af met inachtneming van de landspecifieke en plaatselij- ke voorschriften. Symbolen waarschuwingsinstructies Neem bij de omgang met batterijen volgende waarschuwingsin- structies in acht: Veiligheidsinstructies GEVAAR Brand- en explosiegevaar Leg geen gereedschap of andere voorwerpen op de batterij. Vermijd absoluut roken en open vuur. Zorg bij het laden van batterijen in ruimtes voor een goede venti- latie. Gebruik uitsluitend door Kärcher vrijgegeven batterijen en op- laadapparaten (originele reserveonderdelen). 몇 WAARSCHUWING Milieugevaar door ondeskundige verwijdering van de batte- rij Voer defecte of opgebruikte batterijen op een veilige manier af (neem eventueel contact op met een afvalverwijderingsfirma of met de Kärcher-service). Maatregelen voor onbedoeld vrijkomen van zwavelzuur. Bij reglementair gebruik en wanneer de gebruiksaanwijzing wordt opgevolgd vormen loodbatterijen geen gevaar. Houd er echter rekening mee dat loodbatterijen zwavelzuur be- vatten dat ernstig letsel kan veroorzaken.
1. Gemorst zwavelzuur of zwavelzuur dat uit een lekkende bat-
terij treedt met absorptiemiddel opvangen, bijv. zand. Niet in de riolering, de bodem of de wateren laten terechtkomen.
2. Zuur neutraliseren met kalk/natriumcarbonaat en volgens de
plaatselijke voorschriften afvoeren.
3. Neem contact op met een afvalverwerkingsbedrijf voor de af-
voer van defecte batterijen.
4. Zuurspatten in het oog of op de huid met veel helder water uit-
5. Daarna onmiddellijk een arts raadplegen.
6. Vervuilde kleding met water uitwassen.
7. Kleding vervangen.
Bestelnummers en afmetingen van batterijen en oplaadapparaten Instructie De KM 85/50 R Bp Pack variant wordt reeds met batterijen en op- laadapparaat geleverd. ● Kärcher-bestelnummers voor aanbevolen batterijen en op- laadapparaten Aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de batterij en op de batterij alsook in deze gebruiksaanwijzing in acht nemen. Oogbescherming dragen. Kinderen uit de buurt van zuur en batterij houden. Explosiegevaar Vuur, vonken, open licht en roken verboden. Verbrandingsgevaar Eerste hulp. Waarschuwing Afvalverwijdering Batterij niet in de vuilnisbak gooien. Batterij onderhoudsvrij Bestelnr.* Volume
- Apparaat heeft 2 batterijen nodig ** Minimaal volume van de batterijlaadruimte *** Minimale luchtstroom tussen batterijlaadruimte en omgeving Maximale afmetingen bij gebruik van an- dere batterijen L x b x h 408x348x284 mm Oplaadapparaat Bestelnr. Benodigd aantal stuks 24 V / 12 A 6.654-367.0 164 Nederlands Batterijen inbouwen/aansluiten (KM 85/50 R Bp) LET OP Beschadigingsgevaar door verkeerde poling Let bij het aansluiten van de kabels op juiste poling. Instructie De volgende beschrijving laat de inbouw/aansluiting van de door ons aanbevolen 105 Ah-batterijen zien. 1 Accustekker 2 Aansluiting minpool batterij 1 3 Verbindingskabel 4 Aansluiting pluspool batterij 2 5 Bevestigingsriem 6 Veiligheidsstang apparaatkap 7 Stekker apparaatbesturing
1. Contactsleutel uit het apparaat trekken.
2. Apparaat openen en met veiligheidsstang borgen.
3. Beide batterijen in de opname plaatsen.
4. Batterijen met de bevestigingsriem bevestigen.
5. Kabel zoals weergegeven aansluiten, op juiste montage van
de poolkappen letten.
6. Batterijstekker voor de inbedrijfstelling in de stekker van de
apparaatbesturing steken. Batterijen inbouwen/aansluiten (KM 85/50 R Bp Pack) LET OP Beschadigingsgevaar door verkeerde poling Let bij het aansluiten van de kabels op juiste poling. Instructie Bij de variant KM 85/50 R Bp Pack zijn de batterijen en het op- laadapparaat bij de levering inbegrepen. Sluit de batterijen aan zoals hieronder beschreven. 1 Accustekker 2 Aansluiting minpool batterij 1 3 Verbindingskabel 4 Poolschroef 5 Bevestigingsriem 6 Veiligheidsstang apparaatkap 7 Oplaadapparaat 8 Aansluiting pluspool batterij 2
1. Contactsleutel uit het apparaat trekken.
2. Apparaat openen en met veiligheidsstang borgen.
3. Beide batterijen in de opname plaatsen.
4. Batterijen met de bevestigingsriem bevestigen.
5. Kabel zoals weergegeven aansluiten, op juiste montage van
Aanhaalmoment 20 Nm. Instructie: De poolschroeven mogen slechts een keer worden gebruikt (bestelnummer 6.654-405.0).
7. Batterijstekker voor de inbedrijfstelling in de stekker van de
apparaatbesturing steken. Batterijen laden GEVAAR Levensgevaar door elektrische schok Gebruik het oplaadapparaat alleen wanneer het is aangesloten op een geschikt hoogspanningsnet met voldoende beveiliging. Gebruik het oplaadapparaat alleen in droge ruimtes met voldoen- de ventilatie. LET OP Beschadigingsgevaar door volledige ontlading Het apparaat beschikt over een beveiliging tegen volledige ontla- ding, d.w.z. dat als nog de toegestane minimale capaciteit wordt bereikt, dan moet u het apparaat direct naar het oplaadstation rij- den en hellingen vermijden. LET OP Beschadigingsgevaar door oplaadapparaat Sluit het oplaadapparaat niet op de stekker van de apparaatbe- sturing aan. Instructie Neem de veiligheidsinstructies voor het laden van batterijen in acht. 1 Netsnoer met apparaatstekker 2 oplaadapparaat 3 Led-indicaties – geel = batterij wordt geladen – groen = batterij > 80% geladen – groen = batterij volledig geladen – rood = er is een fout 4 Laadapparaatstekker 5 Batterijstekker
Kap moet tijdens het laden open blijven.
3. Laadapparaatstekker met batterijstekker verbinden.
4. Apparaatstekker in laadapparaat steken. Netkabel in huiscon-
tactdoos steken, het laden begint. Laadproces volgens de aanwijzingen in de gebruiksaanwij- zing van het oplaadapparaat uitvoeren.Nederlands 65
5. Batterijen 10-12 uur laden.
De aanbevolen oplaadapparaten (passen bij de telkens ge- bruikte batterijen) zijn elektronisch geregeld en beëindigen het laadproces automatisch. Inbedrijfstelling Vóór het starten
2. Veegwals en zijbezems op ingewikkelde banden controleren.
a De controle kan ook bij afgenomen vuilreservoirs worden uitgevoerd. b Het verwijderen van ingewikkelde banden mag om veilig- heidsredenen alleen in gedemonteerde toestand gebeuren.
5. Stuurwiel op vast aangetrokken kartelmoeren controleren.
6. Indien nodig: Bestuurdersstoel en stuurwiel instellen.
Gebruik Veiligheidsinrichtingen Het apparaat bezit een stoelcontactschakelaar als veiligheidsin- richting. Bij het opstaan van de bestuurdersstoel tijdens het rijden brengt de stoelcontactschakelaar het apparaat abrupt tot stilstand. De veiligheidsinrichtingen mogen niet worden verwijderd of ver- anderd. Bestuurdersstoel instellen GEVAAR Gevaar voor ongevallen Stel de bestuurdersstoel alleen bij een stilstaand apparaat in. 1 Hendel horizontale stoelverstelling 2 Bestuurdersstoel
Controleer door vooruit en terug bewegen van de bestuurders- stoel of deze vastgeklikt is. Stuurwielpositie instellen GEVAAR Gevaar voor ongevallen Stel de stuurwielpositie alleen bij stilstaand voertuig in. 1 Kartelmoer hoogteverstelling stuurwiel 2 Stuurwiel
3. Kartelmoer losdraaien.
4. Stuurwiel op gewenste hoogte instellen.
5. Kartelmoer aantrekken.
1. Op de bestuurdersstoel plaats nemen (stoelcontactschake-
2. Contactsleutel op stand 1, apparaat is bedrijfsklaar.
3. Rijrichting met de rijrichtingskeuzeschakelaar selecteren.
4. Rijpedaal voorzichtig intrappen.
Over hindernissen rijden
1. Langzaam en met geopende grofvuilklep over vaste hinder-
nissen tot 40 mm rijden.
2. Alleen met een geschikte helling over vaste hindernissen van
40 mm rijden. Instructies voor het vegen GEVAAR Verwondingsgevaar door abrupt stoppen Sta tijdens rij- of reinigingswerkzaamheden niet van de bestuur- dersstoel op (stoelcontactschakelaar brengt het apparaat abrupt tot stilstand). GEVAAR Verwondingsgevaar door stenen of grind Let bij een geopende grofvuilklep op personen, dieren of voor- werpen in de omgeving (rondvliegen stenen of grind zijn gevaar- lijk). Voer geen reinigingswerkzaamheden uit als het vuilreservoir is verwijderd. 몇 VOORZICHTIG Beschadigingsgevaar door pakbanden of dergelijke Veeg geen pakbanden, koorden of dergelijke (beschadiging van het veegmechanisme). LET OP Ontbrekende tractie door verkeerde bandenkeuze Schakel bij ontbrekende tractie over op luchtbanden (standaard- banden). Instructie Pas de veegsnelheid aan de omstandigheden aan om een opti- maal reinigingsresultaat te bereiken. Instructie Tijdens het achteruitrijden weerklinkt een waarschuwingssignaal. Instructie Daalt de batterijspanning van de displayindicatie op een balk, dan weerklinkt om de 2 minuten een waarschuwingssignaal, in dit geval de batterijen opladen.66 Nederlands Instructie Vanaf een bepaald tijdstip (batterijspanning) schakelen de vee- gapparaten uit, batterijen onmiddellijk opladen. Vegen met veegwals en zijbezems 1 Rijpedaal 2 Voetpedaal zijbezems (neerlaten/optillen) 3 Klep voor nat vegen 4 Contactsleutel 5 Handmatige filterreiniging 6 Rijrichtingsschakelaar 7 Draaiknop toerental zijbezems 8 Voetpedaal veegwals (neerlaten/optillen) 9 Grofvuilklep
1. Voor reinigingswerkzaamheden de rijrichting vooruit kiezen.
2. Veegwals neerlaten, hiervoor voetpedaal naar binnen druk-
ken. De veegwals en de zuigventilator starten.
3. Bij natte of vochtige oppervlakken de klep voor nat vegen ope-
4. Om langs de rand te reinigen, de zijbezems neerlaten, hier-
voor het voetpedaal naar binnen drukken. a Afhankelijk van de veegopdracht het toerental van de zijbe- zems instellen. b Het toerental van de zijbezems kan met de draaiknop tot het minimum worden geregeld om het opwaaien van het stof te minimaliseren. c De zijbezem loopt alleen bij een ingeschakelde veegwals.
5. Voor het opnemen van grotere voorwerpen (50 mm) de grof-
vuilklep kortstondig openen.
2. Sluiting van het vuilreservoir openen.
3. Vuilreservoir uittrekken.
4. Vuilreservoir leegmaken.
Bij het leegmaken van het vuilreservoir erop letten dat de af- dichtlijst niet wordt beschadigd.
5. Vuilreservoir vooraan optillen en helemaal inschuiven.
2. Veegwals en zijbezems optillen.
3. Contactsleutel uittrekken.
6. Apparaat alleen op een effen ondergrond neerzetten (< 2%
helling). Vervoer 몇 VOORZICHTIG Gevaar voor letsel en beschadiging Houd bij het transport rekening met het gewicht van het apparaat.
1. Het apparaat heeft 4 gemarkeerde vastsjorpunten, deze moe-
ten voor het bevestigen van het apparaat worden gebruikt.
2. Bij het transport in voertuigen het apparaat conform de richtlij-
nen tegen wegglijden en omvallen beveiligen. Opslag 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor letsel en beschadiging Neem het gewicht van het apparaat in acht.
1. Apparaat op een beschermde, effen en droge plaats parkeren.
2. Contactsleutel uittrekken.
3. Voertuig van binnen en van buiten reinigen.
4. Batterijstekker uittrekken.
5. Batterij om de 2 maanden bijladen.
Onderhoud Algemene instructies GEVAAR Gevaar voor ongevallen en letsel door onbedoelde bewe- ging van het apparaat. Schakel voor alle onderhoudswerkzaamheden het apparaat uit en trek de contactsleutel eruit. Trek de centrale batterijstekker eruit. Instructie ● Neem de veiligheidsinstructies voor het onderhoud in acht. Apparaat reinigen 몇 VOORZICHTIG Kortsluitingsgevaar door waterstraal Reinig het apparaat niet met een slang of een hogedrukstraal. GEVAAR Gezondheidsrisico door stof Draag een stofmasker en veiligheidsbril bij het reinigen met per- slucht. LET OP Beschadigingsgevaar van de oppervlakken Gebruik geen schurende of agressieve reinigingsmiddelen voor de reiniging.
1. Apparaat van binnen met perslucht uitblazen.
2. Apparaat van binnen en van buiten met een vochtige, in mild
zeepsop gedrenkte doek reinigen.Nederlands 67 Onderhoudsintervallen Service-urenteller/bedrijfsuren/batterijlading LET OP Neem de indicaties op het display bij het inschakelen van het ap- paraat in acht. 1 Indicatie volgend servicetijdstip klantenservice 2 Indicatie batterijlading E - leeg F - vol 3 Indicatie bedrijfsuren Onderhoud door de klant Instructie Alle service- en onderhoudswerkzaamheden moeten door een gekwalificeerd expert worden uitgevoerd, indien nodig kan altijd een beroep worden gedaan op een Kärcher-vakhandel. ● Dagelijks onderhoud 1 Veegwals en zijbezems op ingewikkelde banden controleren. 2 Bandenspanning controleren. 3 Werking van alle bedieningselementen controleren. 4 Stoffilter reinigen. ● Wekelijks onderhoud 1 Bewegende delen op lichtlopendheid controleren. 2 Afdichtlijsten in het veegbereik op instelling en slijtage contro- leren. 3 Veegwals en zijbezems op slijtage controleren. 4 Stoffilter controleren en eventueel filterkast reinigen. 5 Stoelcontactschakelaar op werking controleren. 6 Spanning, slijtage en werking van riemen controleren. ● Onderhoud na slijtage 1 Afdichtlijsten vervangen. 2 Veegwals vervangen (slijtage-indicatie in acht nemen). 3 Zijbezems vervangen. Instructie Beschrijvingen zie hoofdstuk "Onderhoudswerkzaamheden". Onderhoud door de klantenservice Instructie Om tegemoet te komen aan garantie-eisen moeten tijdens de ga- rantielooptijd alle service- en onderhoudswerkzaamheden door de geautoriseerde Kärcher-klantenservice conform de inspectie- checklist worden uitgevoerd. Bij het inschakelen van de KM 85/50 R Bp wordt het volgende servicetijdstip weergegeven. ● Onderhoud om de 200 bedrijfsuren 1 Onderhoudswerkzaamheden conform de inspectiechecklist 5.950-051.0 laten uitvoeren. Onderhoudswerkzaamheden Veegwalsslijtage controleren 1 Veegwals nieuw 2 Veegwals versleten 3 Voetpedaal veegwals
1. Veegwalsslijtage aflezen.
2. Staat het voetpedaal op de stand MIN: veegwals vervangen.
Veegwals op ingewikkelde banden controleren
1. Veegwals en zijbezems op ingewikkelde banden controleren.
a De controle kan ook bij afgenomen vuilreservoirs worden uitgevoerd. b Het verwijderen van ingewikkelde banden mag om veilig- heidsredenen alleen in gedemonteerde toestand gebeuren. Veegwals vervangen/controleren Veegwals demonteren 1 Kartelschroef, links 2 Lagerplaat 3 Afdekplaat 4 Kartelschroef, rechts
3. Linker kartelschroef uitschroeven.
4. Lagerplaat uittrekken.
5. Rechter kartelschroef uitschroeven.
6. Afdekplaat aftrekken.68 Nederlands
Veegwals inbouwen 1 Veegwals 2 Veegwalsopname 3 Rijrichting vooruit
1. Veegwals uittrekken.
2. Op slijtage en ingewikkelde banden controleren.
3. Indien nodig: nieuwe veegwals inbouwen.
4. Bij de inbouw op juiste inbouwpositie letten (veegwalsopna-
5. Afdekplaat en lagerplaat in omgekeerde volgorde monteren.
Zijbezem vervangen 1 Zijbezem 2 Schroeven
1. 3 schroeven aan de onderkant uitschroeven.
2. Zijbezem verwijderen.
3. Indien nodig opname reinigen.
4. Nieuwe zijbezem op meenemer steken en met schroeven be-
vestigen. Stoffilter vervangen GEVAAR Gezondheidsrisico door stof Draag een stofmasker en veiligheidsbril bij werkzaamheden aan de filterinstallatie. 1 Stoffilter (vlakke filter) 2 Frame 3 Neerhoudplaat
4. Neerhoudplaat afnemen.
5. Stoffilter naar boven toe verwijderen.
6. Indien nodig: Stoffilter reinigen (uitzuigen of voorzichtig afklop-
pen) of nieuwe stoffilter plaatsen. Afdichtlijsten vervangen / instellen Instructie De naloop van de voorste en achterste afdichtlijst definieert het omleggen van de afdichtlip naar achteren bij het vooruitrijden. De zijdelingse afdichtlijsten moeten bij juiste instelling een af- stand tot de grond hebben. 1 Bevestiging 2 Zijdelingse afdichtlijst 3 Voorste afdichtlijst 4 Achterste afdichtlijst
1. Bevestiging van de afdichtlijsten losmaken.
2. Afdichtlijst door verschuiven in de langgaten instellen.
3. Waarden zie in de tabel.
4. Kloppen de instellingen, dan de afdichtlijsten bevestigen.
Afdichtlijsten Instellingen Zijdelingse afdichtlijs- ten Afstand tot de grond 2 - 3 mm Voorste afdichtlijst Naloop 10-15 mm Achterste afdichtlijst Naloop 5-10 mmNederlands 69 Zekeringen Hoofdzekering controleren 1 Hoofdzekering, 125 A 2 Aansluiting pluspool 3 Poolafdekking
1. Poolafdekking aftrekken.
2. Hoofdzekering controleren.
3. Is de hoofdzekering defect, dan kan dit verschillende oorza-
ken hebben. Neem in dit geval contact op met de klantenser- vice. Hoofdzekering controleren (KM 85/50 R Bp Pack) 1 Poolmoer Instructie Aanhaalmoment 6 Nm 2 Hoofdzekering, 125 A 3 Batterijklem pluspool Instructie Aanhaalmoment 8 Nm
2. Hoofdzekering controleren.
3. Is de hoofdzekering defect, dan kan dit verschillende oorza-
ken hebben. Neem in dit geval contact op met de klantenser- vice. Achterwiel vervangen 1 Krik 2 Achterwiel 3 Onderlegring 4 Schroef 5 Huls
1. Schroef iets losdraaien, niet volledig uitdraaien.
2. Apparaat aan het opnamepunt met de krik optillen.
3. Schroef uitschroeven, onderlegring en huls afnemen.
4. Achterwiel van de as trekken.
5. Nieuw achterwiel aanbrengen en met schroef, onderlegring en
huls aantrekken. Op afstelveer letten! Voorwiel vervangen 1 Voorwiel 2 Moer en onderlegring 3 Wielvork 4 Opnamepunt voor krik
1. Moer aan het voorwiel links en rechts iets lossen (niet uitdraai-
2. Apparaat aan het opnamepunt 6-8 cm optillen en ondersteu-
3. Voorwiel met as naar onderen toe uitnemen.
4. Nieuw voorwiel in wielvork naar boven inbrengen en vasttrek-
ken. Onderlegring komt tussen wielvork en moer. Bandenspanning controleren 몇 VOORZICHTIG Overschrijd nooit de maximaal toegestane bandendruk.
1. Bandenspanning zie "Technische gegevens".70 Nederlands
Toebehoren/reserveonderdelen Hierna (bij wijze van uittreksel) een overzicht van de slijtageon- derdelen of optionele verkrijgbaar toebehoren. Toebehoren Beschrijving Bestelnr. Zijbezem, stan- daard Voor binnen- en buitenopper- vlakken 6.906-132.0 Zijbezem, zacht Voor fijn stof, op binnen- en buitenoppervlakken Bestand tegen natheid 6.905-626.0 Zijbezem, hard Voor het verwijderen van ste- vig aanplakkend vuil, buiten Bestand tegen natheid 6.905-625.0 Veegwals, stan- daard Voor binnen- en buitenopper- vlakken Slijtvast en bestand tegen nat- heid 4.762-430.0 Veegwals, zacht Voor fijn stof, op binnen- en buitenoppervlakken Bestand tegen natheid 4.762-442.0 Veegwals, hard Voor het verwijderen van ste- vig aanplakkend vuil, buiten Bestand tegen natheid 4.762-443.0 Veegwals, antista- tisch Voor het reinigen van statisch oplaadbare oppervlakken (bijv. tapijten) 4.762-441.0 Stoffilter Vlakke filter minstens 1x per jaar vervangen Bestand tegen natheid, was- baar 5.731-585.0 Afdichtlijst, zijkant links en rechts 5.394-833.0 Afdichtlijst, voor 5.394-834.0 Afdichtlijst, achter 5.394-832.0 Bandenset, volle- dig rubber Pechveilig Voor het vegen van metaal- spanen, glassplinters enz. 2.852-501.0 Tapijtreinigingsset voor de reiniging van tapijten 2.852-499.0 Aanbouwset zijbe- zem, links Moet door de klantenservice worden gemonteerd 2.852-321.0 Aanbouwset LED- zwaailicht Moet door de klantenservice worden gemonteerd 2.852-500.0 Home Base toe- behoren Beschrijving Bestelnr. Adapter Voor de bevestiging aan de Home Base rail (apparaat) 5.035-488.0 Dubbele haak Alleen in combinatie met adap- ter bruikbaar 6.980-077.0 Flessenhouder Alleen in combinatie met adap- ter bruikbaar 4.070-006.0 Set tang voor grof vuil Tang voor grof vuil inclusief af- valtas en bevestiging aan het apparaat 2.852-497.0Nederlands 71 Hulp bij storingen Kleinere storingen kunt u met behulp van het volgende overzicht zelf verhelpen. Neem bij twijfel contact op met de geautoriseerde klantenservice. GEVAAR Gevaar voor ongevallen en letsel door onbedoelde bewe- ging van het apparaat. Schakel voor alle onderhoudswerkzaamheden het apparaat uit en trek de contactsleutel eruit. Trek de centrale batterijstekker eruit. GEVAAR Gevaar voor elektrische schokken Trek bij werkzaamheden aan elektrische onderdelen de centrale batterijstekker eruit. Reparatiewerkzaamheden en werkzaamheden aan elektrische componenten mogen alleen door de geautoriseerde klantenser- vice worden uitgevoerd. Technische gegevens Fout Oplossing Apparaat loopt niet Batterij laden. Zekering aan de batterijpool controleren/vervangen. Op de bestuurdersstoel plaats nemen (stoelcontactschakelaar). Contactsleutel op stand 1. Stand van de vrijloophendel controleren. Aangesloten batterijpool controleren. Aangesloten batterijpool controleren. Stof bij het vegen/onvoldoen- de zuigcapaciteit Vuilreservoir leegmaken. Veegwals resp. zuigventilator inschakelen. Afdichtingen controleren/vervangen. Stoffilter controleren/reinigen/vervangen. a Correcte plaatsing van de stoffilter controleren. b Stoffilter bij lichte verontreinigingen reinigen. c Stoffilter bij beschadiging of sterke verontreiniging vervangen. Afdichtlijsten op slijtage controleren/instellen/vervangen. Klep voor nat vegen sluiten. Toerental zijbezems verlagen. Zijbezems compleet optillen. Veegcapaciteit niet bevredi- gend Veegwals en zijbezems op slijtage controleren, indien nodig vervangen. Afdichtlijsten op slijtage controleren, indien nodig instellen/vervangen. Werking van de grofvuilklep controleren. Veegwals op correcte plaatsing controleren. Inschakeling van veegwals/ zijbezems functioneert niet Zijbezem draait alleen bij ingeschakelde veegwals > veegwals neerlaten. Contact opnemen met de klantenservice. Veegwals/zijbezems draaien niet Veegwals/zijbezems op ingewikkelde banden controleren. Microschakelaar door de klantenservice laten controleren. KM 85/50 R Bp 1.351-126.0 KM 85/50 R Bp Pack 1.351-127.0 KM 85/50 R Bp Pack 2SB 1.351-128.0 Gegevens capaciteit apparaat Rijsnelheid km/h 6 6 6 Aanbevolen veegsnelheid km/h 4 4 4 Klimvermogen (max.) % 12 (max. 3 minu- ten) 12 (max. 3 minu- ten) 12 (max. 3 minu- ten) Werkbreedte zonder zijbezem mm 615 615 615 Werkbreedte met 1 zijbezem mm 850 850 850 Werkbreedte met 2 zijbezem mm 1085 Draaicirkel m 2,5 2,5 2,5 Theoretische oppervlaktecapaciteit Oppervlaktecapaciteit zonder zijbezem m
/h 3690 3690 3690 Oppervlaktecapaciteit met 1 zijbezem m
/h 5100 5100 5100 Oppervlaktecapaciteit met 2 zijbezem m
/h 6510 Gemiddelde netbelasting W 1000 1000 1000 Beschermingsgraad IPX3 IPX3 IPX3 Accu Accutype --- onderhoudsvrij onderhoudsvrij Accucapaciteit Ah --- 115 115 Accuspanning V 24 2 x 12 = 24 2 x 12 = 24 Oplaadapparaat Netspanning V --- 95 - 253 95 - 253 Frequentie Hz --- 50/60 50/6072 Nederlands Technische wijzigingen voorbehouden. TCU (Transmission Control Unit) EU-conformiteitsverklaring Hiermee verklaren wij dat de hierna vermelde machine op basis van het ontwerp en type en in de door ons op de markt gebrachte uitvoering voldoet aan de relevante veiligheids- en gezondheids- vereisten van de EU-richtlijnen. Bij een niet door ons goedge- keurde wijziging van de machine verliest deze verklaring zijn geldigheid. Product: Veeg-/zuigmachine Type: 1.351-xxx Relevante EU-richtlijnen 2006/42/EG (+2009/127/EG) 2014/30/EU 2000/14/EG 2014/53/EU (TCU) Toegepaste geharmoniseerde normen EN 60335-1 EN 60335-2-72 EN 60335-2-29 EN 62233: 2008 EN 55012: 2007 + A1: 2009 EN 61000-6-2: 2005 TCU EN 301 511 V9.0.2 EN 300 440 V2.1.1 EN 300 328 V2.1.1 EN 300 330 V2.1.1 EN 62368-1:2014/AC:2015 Toegepaste nationale normen
Toegepaste conformiteitswaarderingsprocedure 2000/14/EG: Bijlage V Geluidsvermogensniveau dB(A) Gemeten: 85 Gegarandeerd: 88 De ondergetekenden handelen in opdracht en met volmacht van de directie. Gevolmachtigde voor de documentatie: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 2018/09/01 Beschermingsklasse --- II II Omgevingsvoorwaarden Omgevingstemperatuur °C -5 bis +40 -5 bis +40 -5 bis +40 Luchtvochtigheid, niet condenserend % 0 - 90 0 - 90 0 - 90 Afmetingen en gewichten Lengte x breedte x hoogte mm 1270 x 870 x 1170 1270 x 870 x 1170 1270 x 870 x 1170 Leeggewicht (transportgewicht) kg 180 230 238 Toegestaan totaal gewicht kg 400 400 400 Vuilreservoir Volume vuilreservoir l (kg) 2 x 25 2 x 25 2 x 25 Filter en zuigsysteem Filtersysteem Vlakke harmonica- filter, handmatige reiniging Vlakke harmonica- filter, handmatige reiniging Vlakke harmonica- filter, handmatige reiniging Stofklasse M M M Nominale onderdruk zuigsysteem mbar 1 1 1 Nominaal debiet zuigsysteem l/s 47,1 47,1 47,1 Bandenuitrusting Adapterplaat, achter 250 mm 250 mm 250 mm Bandenspanning MPa (bar) 0,4 (4) 0,4 (4) 0,4 (4) Berekende waarden conform EN 60335-2-72 Hand-arm-vibratiewaarde m/s
1,7 1,7 1,7 Vibratiewaarde stoel m/s
Notice-Facile