FERROLI Atlas D Eco Cond Unit - Ketel

Atlas D Eco Cond Unit - Ketel FERROLI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Atlas D Eco Cond Unit FERROLI in PDF-formaat.

📄 112 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice FERROLI Atlas D Eco Cond Unit - page 64
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : FERROLI

Model : Atlas D Eco Cond Unit

Categorie : Ketel

Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Atlas D Eco Cond Unit - FERROLI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Atlas D Eco Cond Unit van het merk FERROLI.

GEBRUIKSAANWIJZING Atlas D Eco Cond Unit FERROLI

AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK, INSTALLATIE EN ONDERHOUD

De CE-markering certificeert dat de producten voldoen aan de essentiële eisen van de geldige relevante richtlijnen. De conformiteitsverklaring kan bij de fabrikant worden opgevraagd. LANDEN VAN BESTEMMING: IT ES NL PL GR Dit symbool betekent “LET OP” en bevindt zich in de nabijheid van alle waarschuwingen die betrekking hebben op de veiligheid. Houd u strikt aan dergelijke voorschriften om risico’s voor, en letsel en schade aan personen, dieren en zaken te voorkomen. Dit symbool verwijst naar een opmerking of een belangrijke waarschuwing. Dit symbool dat op het product, op de verpakking of op de documentatie staat, geeft aan dat het product aan het einde van de gebruiksduur niet samen met huishoudelijk afval mag worden ingezameld of verwijderd. Een onjuist beheer van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kan leiden tot het vrijkomen van gevaarlijke stoffen in het product. Om schade aan het milieu of aan de gezondheid te voorkomen, wordt de gebruiker verzocht om deze apparatuur te scheiden van andere soorten afval en deze bij de gemeentelijke inzameldienst af te geven of op te laten halen door de distributeur, volgens de voorwaarden en de voorschriften die zijn vastgelegd in de nationale bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 2012/19/EU. De gescheiden inzameling en recycling van oude apparatuur bevordert het behoud van natuurlijke hulpbronnen en zorgt ervoor dat dit afval op een milieuvriendelijke manier wordt behandeld en de bescherming van de gezondheid wordt gewaarborgd. Voor meer informatie over de inzameling van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur is het noodzakelijk contact op te nemen met de gemeenten of de bevoegde overheidsinstanties.

  • Lees de waarschuwingen in deze handleiding aandachtig door, omdat ze belangrijke veiligheidsinformatie bevatten met be- trekking tot de installatie, het gebruik en het onderhoud.
  • De handleiding is een essentieel onderdeel van het product en moet zorgvuldig bewaard worden door de gebruiker voor verdere raadpleging.
  • Bij verhuizing of verandering van eigenaar van het apparaat, dient deze handleiding de verwarmingsketel altijd te vergezellen zodat deze door de nieuwe eigenaar, gebruiker en/of installateur kan worden geraadpleegd.
  • De installatie en het onderhoud moeten door technisch gekwalifi- ceerd personeel worden uitgevoerd en met inachtneming van de geldende normen en overeenkomstig de aanwijzingen van de fa- brikant.
  • Verkeerde installatie of slecht onderhoud kan letsel veroorzaken aan personen of dieren en tot materiële schade leiden. De fa- brikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die veroorzaakt is door een niet goed uitgevoerde installatie, onei- genlijk gebruik en het niet opvolgen van de door de fabrikant ver- strekte aanwijzingen.
  • Alvorens een willekeurige reinigings- of onderhoudswerk- zaamheid uit te voeren, het apparaat van het elektriciteitsnet lo- skoppelen door de hoofdschakelaar van de installatie uit te schakelen en/of de daarvoor bestemde afsluitsystemen te active- ren.
  • In geval van storingen en/of als het apparaat slecht werkt, moet het uitgeschakeld worden. Er mogen op geen enkele wijze pogin- gen tot reparatie of andere ingrepen worden ondernomen. Wendt u zich uitsluitend tot technisch gekwalificeerd, geautoriseerd per- soneel. Eventuele reparaties-vervangingen van producten mo- gen uitsluitend door technisch gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd en uitsluitend met gebruik van originele onderdelen ter vervanging. Het niet naleven van bovenstaande voorschriften kan tot gevolg hebben dat het apparaat niet veilig meer is.
  • De goede werking van het apparaat kan uitsluitend gewaarborgd worden indien periodiek een onderhoudsbeurt door gekwalifice- erd personeel wordt uitgevoerd.
  • Dit apparaat mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het uitdrukkelijk ontworpen is. Ieder ander gebruik wordt als onei- genlijk, en dus gevaarlijk beschouwd.
  • Controleer na het verwijderen van de verpakking of de inhoud in- tact is. De onderdelen van de verpakking mogen niet binnen het bereik van kinderen worden achtergelaten, want dat kan gevaar opleveren.
  • Het apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of geeste- lijke beperkingen of met een gebrek aan ervaring of kennis, mits ze onder toezicht staan en geïnstrueerd zijn betreffende het veili- ge gebruik van het apparaat en bekend zijn met de daaraan ver- bonden gevaren. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. De door de gebruiker uit te voeren reiniging en het onderhoud mo- gen ook door kinderen vanaf 8 jaar worden uitgevoerd, mits deze onder toezicht staan.
  • Het apparaat in geval van twijfel niet gebruiken en contact opne- men met de leverancier.
  • Het apparaat en de bijbehorende accessoires moeten op passen- de wijze tot afval verwerkt worden, in overeenstemming met de geldende voorschriften.
  • De afbeeldingen in deze handleiding zijn een vereenvoudigde vo- orstelling van het product. Er kunnen lichte en niet-significante verschillen zijn tussen deze voorstelling en het geleverde product.ATLAS D ECO COND UNIT

cod. 3541Q464 - Rev. 00 - 12/20211. GEBRUIKSAANWIJZING1.1 PresentatieBeste klant,Wij danken u dat uw keus is gevallen op FERROLI, een ketel volgens geavanceerd con- cept en vooruitstrevende technologie, een uiterst betrouwbare constructie van hoog- staande kwaliteit. Wij verzoeken u deze handleiding aandachtig door te lezen, want erstaan belangrijke veiligheidsvoorschriften in vermeld omtrent installatie, gebruik en on-derhoud.ATLAS D ECO COND UNIT is een condenserende hoge-rendements verwarmingske-tel voor verwarming en levering van sanitair warm water (optioneel), uitgerust met eenop olie werkende blaasbrander, volledig ondergedompelde verbrandingskamer en roo-kwarmterecuperator van keramiek. De verwarmingsketel bestaat uit gietijzeren elemen-ten, met dubbelkegelvormige en stalen trekstangassemblage. Het controlesysteemwerkt met een microprocessor met digitale interface, met geavanceerde functies voorwarmteregeling. Op de verwarmingsketel kan een externe boiler voor sanitair warm water(optie) aangesloten worden. Alle functies in deze handleiding, die be-trekking hebben op de productie van sanitair warm water, zijn alleen ac-tief als er een optionele boiler is aangesloten, zoals aangegeven opsez. 2.31.2 BedieningspaneelPaneel<fig. 1 - ControlepaneelLegenda paneel 1 = Toets verlagen ingestelde temperatuur warm sanitair water 2 = Toets verhogen ingestelde temperatuur warm sanitair water 3 = Toets verlagen ingestelde temperatuur verwarmingsinstallatie 4 = Toets verhogen ingestelde temperatuur verwarmingsinstallatie 5 = Display 6 = Keuzetoets modus Zomer /Winter 7 = Keuzetoets modus Economy / Comfort 8 = Resettoets 9 = Toets in-/uitschakelen apparaat 10 = Toets menu "Weersafhankelijke Temperatuur" 11 = Aanduiding ingestelde temperatuur warm sanitair water bereikt 12 = Symbool warm sanitair water 13 = Aanduiding sanitaire werking 14 = Instelling/ temperatuur uitgang warm sanitair water 15 = Aanduiding modus Eco (Economy) of Comfort 16 = Temperatuur externe sensor ( externe sonde optioneel) 17 = Verschijnt wanneer de externe Sonde of de Klokthermostaat met Afstandsbe-diening aangesloten is (beide optioneel) 18 = Omgevingstemperatuur (met optionele Klokthermostaat met Afstandsbedie-ning) 19 = Aanduiding brander ingeschakeld 20 = Aanduiding antivrieswerking 21 = Aanduiding druk verwarmingsinstallatie 22 = Aanduiding Storing 23 = Instelling / temperatuur drukzijde verwarming 24 = Symbool verwarming 25 = Aanduiding werking verwarming 26 = Aanduiding ingestelde temperatuur drukzijde verwarming bereikt 27 = Aanduiding modus ZomerAanduiding tijdens werkingVerwarmingHet verzoek om verwarming (door de Omgevingsthermostaat of de Timerafstandsbedie-ning) wordt aangeven met knipperen van de warme lucht boven de radiator (detail 24 en25 - fig. 1).fig. 1De streepjes die de verwarmingsgraad aangeven (detail 26 - ) gaan branden naar-mate de temperatuur van de verwarmingssensor de ingestelde waarde dichter benadert.fig. 2Sanitair water (Comfort)Het verzoek om sanitair water (naar aanleiding van gebruik van warm sanitair water)wordt aangegeven met knipperen van het warm water onder de kraan (detail 12 en 13 - fig. 1). Controleer of de functie Comfort geactiveerd is(detail 15 - fig. 1) De streepjes die de temperatuur van het sanitaire water aangeven (detail 11 - fig. 1)gaan branden naarmate de temperatuur van de sensor van het sanitaire water de inge-stelde waarde dichter benadert.fig. 3Uitschakeling boiler (economy)De gebruiker kan het verwarmen/op temperatuur houden van de boiler uitschakelen. Alshij uitgeschakeld wordt, zal er geen sanitair warm water worden afgegeven.Wanneer verwarming van de boiler actief is (standaard ingesteld) wordt op het displayhet symbool COMFORT (detail 15 - fig. 1) geactiveerd; wanneer ze is uitgeschakeld isop het display het symbool ECO (detail 15 - fig. 1) geactiveerdDe gebruiker kan de boiler uitschakelen (modus ECO) door te drukken op de toets eco/comfort (detail 7 - fig. 1). Druk nogmaals op de toets eco/comfort (detail 7 - fig. 1) omde modus COMFORT te activeren.1.3 In- en uitschakelenKetel zonder stroomvoedingfig. 4 - Ketel zonder stroomvoeding

Wanneer de stroomvoeding en/of gastoevoer van het apparaat wordt onderbroken functio- neert het antivriessysteem niet. Voor lange pauzes tijdens de winterperiode is het raad- zaam, om vorstschade te voorkomen, al het water in de verwarmingsketel, het sanitaire water en het water in de installatie af te tap- pen; of alleen het sanitaire water af te tappen en een speciaal antivriesmiddel in de verwar- mingsinstallatie te doen, in overeenstemming sez. 2.3met hetgeen vermeld staat in . Aanzetten verwarmingsketel• Maak de brandstofkleppen open.• Schakel de stroom naar het apparaat in.fig. 5 - Aanzetten verwarmingsketel

  • De volgende 120 seconden wordt “FH” weergegeven in het bovenste deel van het di- splay om aan te geven dat de ontluchtingscyclus van het verwarmingssysteem bezig is.
  • Gedurende de eerste 5 seconden verschijnt in het onderste deel van het display ook

softwareversie van de kaart.

  • Wanneer de melding FH niet meer zichtbaar is, is de verwarmingsketel gereed om automatisch te starten telkens wanneer er sanitair warm water wordt gebruikt of wanneer de omgevingsthermostaat hierom vraagt. Uitschakelen verwarmingsketel Druk 1 seconde op de toets on/off (detail 9 - fig. 1) . fig. 6 - Uitschakelen verwarmingsketel Wanneer de verwarmingsketel word uitgezet, wordt de elektronische kaart nog van stroom voorzien. De sanitaire en verwarmingswerking is niet meer actief. Het antivriessysteem blijft actief. Druk nogmaals 1 seconde op de toets on/off (detail 9 fig. 1) om de ketel weer aan te zetten. fig. 7 De verwarmingsketel is onmiddellijk gereed om te functioneren telkens wanneer er warm sanitair water wordt gebruikt of de omgevingsthermostaat hierom vraagt.

Omschakelen Zomer/Winter Druk 1 seconde op de toets zomer/winter (detail 6 - fig. 1). fig. 8 Op het display wordt het symbool Zomer (detail 27 - fig. 1) actief: de verwarmingsketel levert uitsluitend warm water. Het antivriessysteem blijft actief. Druk weer 1 seconde op de toets zomer/winter (detail 6 - fig. 1) om de modus Zomer te deactiveren. Regeling van verwarmingstemperatuur Bedien de verwarmingstoetsen (detail 3 en 4 - fig. 1) om de temperatuur te variëren van minimaal 30 °C tot maximaal 80 °C. Wij raden u in elk geval aan de verwarmingsketel niet onder de 45° te laten werken

fig. 9 Regeling van temperatuur sanitair water Bedien de toetsen voor sanitair water fig. 1 (detail 1 en 2 - ) om de tempe- ratuur te variëren van minimaal 10°C tot maximaal 65°C. fig. 10 Regeling van de omgevingstemperatuur (met optionele omgevingsthermostaat) Stel met behulp van de omgevingsthermostaat de voor de vertrekken gewenste tempe- ratuur in. Als er geen omgevingsthermostaat aanwezig is zorgt de verwarmingsketel er- voor dat het systeem op de ingestelde setpoint-temperatuur aan de drukzijde van de installatie gehouden wordt. Regeling van de omgevingstemperatuur (met optionele timerafstandsbediening) Stel met behulp van de timerafstandsbediening de gewenste temperatuur voor de ver- trekken in. De verwarmingsketel stelt de temperatuur van het water in de installatie af op grond van de gewenste omgevingstemperatuur. Voor wat de werking met timerafstand- sbediening betreft, wordt verwezen naar de betreffende gebruikershandleiding. Weersafhankelijke temperatuur Wanneer de externe temperatuursonde (optioneel) wordt geïnstalleerd, wordt op het di- splay van het bedieningspaneel (detail 5 - fig. 1) de werkelijke, door de sonde gemeten buitentemperatuur weergegeven. Het regelsysteem van de verwarmingsketel werkt met "Weersafhankelijke Temperatuur". In deze modus wordt de temperatuur van de verwar- mingsinstallatie gereguleerd overeenkomstig de externe weersomstandigheden, zodat gedurende het hele jaar verhoogd comfort en energiebesparing wordt gegarandeerd. Namelijk bij toename van de buitentemperatuur wordt de uitgangstemperatuur van de in- stallatie volgens een vastgestelde "compensatiecurve" verlaagd. Bij regeling met Weersafhankelijke temperatuur wordt de temperatuur die ingesteld is met de verwarmingstoetsen (detail 3 en 4 - fig. 1) de maximum uitgangstempe- ratuur van de installatie. Aanbevolen wordt om de maximumwaarde in te stellen, zodat het systeem bij het regelen gebruik kan maken van het gehele functioneringsbereik. De verwarmingsketel moet tijdens de installatiefase door gekwalificeerd personeel wor- den afgesteld. Ter verhoging van het comfort kan de gebruiker echter ook enige aanpas- singen programmeren. Compensatiecurve en verplaatsen van curven Door eenmaal op de toets mode (detail 10 - fig. 1) te drukken wordt de huidige compen- satiecurve (fig. 11) afgebeeld en kan ze gewijzigd worden met de toetsen sanitair water (detail 1 en 2 - fig. 1). Stel de gewenste curve in van 1 - 10 op grond van het kenmerk (fig. 13). Wanneer de curve op 0 wordt ingesteld, is de weersafhankelijke temperatuur niet geactiveerd. fig. 11 - Kromming stooklijn Door te drukken op de verwarmingstoetsen (detail 3 en 4 - fig. 1) wordt toegang verkre- gen tot parallelle verplaatsing van de curven (fig. 14), die gewijzigd kan worden met de toetsen sanitair water (detail 1 en 2 - fig. 1). fig. 12 - Parallel verplaatsen van de curven Druk nogmaals op de toets mode (detail 10 - fig. 1) om de modus voor afstellen van pa- rallelle verplaatsing van de curven af te sluiten. Als de omgevingstemperatuur lager blijkt dan de gewenste waarde wordt aanbevolen een hogere curve in te stellen en omgekeerd. Verhoog of verlaag de curve met één eenheid en verifieer daarna de omgevingstemperatuur. fig. 13 - Compensatiecurven fig. 14 - Voorbeeld van parallelle verplaatsing van de compensatiecurven

tabella 1Is de verwarmingsketel aangesloten op een Timerafstandsbediening (optioneel), dan worden de bovengenoemde afstellingen uitgevoerd volgens hetgeen vermeld staat in . Bovendien wordt op het display van het bediening- spaneel (detail 5 - fig. 1) de actuele, door de Timerafstandsbediening gemeten omgevingstemperatuur weergegeven. Tabella. 1 Regeling hydraulische druk installatie De vuldruk bij een koude installatie, weergegeven op het display, moet ongeveer 1,0 bar bedragen. Wanneer de druk in de installatie onder de minimumwaarden daalt, activeert de kaart van de verwarmingsketel storing F37 (fig. 15). fig. 15 - Storing druk installatie onvoldoende

Wanneer de druk in de installatie weer hersteld is, activeert de verwarmingske- tel een ontluchtingscyclus van 120 seconden, hetgeen op het display met FH wordt weergegeven.

2.2 Installatieplaats

De verwarmingsketel moet in een aparte ruimte geplaatst worden, met ventilatieopenin- gen naar buiten, in overeenstemming met de geldende voorschriften. Als er zich in de- zelfde ruimte meerdere branders of afzuiginstallaties bevinden die tegelijkertijd kunnen functioneren, moeten de ventilatieopeningen afmetingen hebben die geschikt zijn voor gelijktijdige werking van alle apparatuur. Er mogen zich geen brandbare voorwerpen of materialen in de ruimte bevinden of bijtende gassen, stoffen of vluchtige deeltjes die, aangezogen door de branderventilator, verstopping van de interne branderleidingen of van de verbrandingskop kunnen veroorzaken. Het vertrek moet droog zijn en mag niet blootstaan aan regen, sneeuw of vorst.

Als het apparaat wordt omsloten door meubels of als er meubels naast worden gemonteerd, moet er ruimte worden vrijgehouden voor demontage van de behuizing en om de normale onderhoudswerkzaamheden te kunnen uitvoeren

2.3 Hydraulische aansluitingen

Aanwijzingen Het thermisch vermogen van het apparaat moet vooraf worden vastgesteld door bereke- ning van de warmtebehoefte van het gebouw volgens de geldende voorschriften. De instal- latie moet uitgerust zijn met alle componenten, zodat ze correct en regelmatig kan werken Het is raadzaam om tussen verwarmingsketel en verwarmingsinstallatie afsluitkleppen te plaatsen waarmee de verwarmingsketel zo nodig van de installatie geïsoleerd kan worden

De afvoer van de veiligheidsklep moet worden ver- bonden met een trechter of een verzamelleiding, om te voorkomen dat er water over de vloer loopt als er overdruk in het verwarmingscircuit is. Indien dit niet gebeurt en de afvoerklep ingrijpt waardoor de ruimte onder water loopt, kan de fabrikant van de verwar- mingsketel niet aansprakelijk worden gesteld. Gebruik de leidingen van de hydraulische installaties niet voor aarding van elektrische apparaten Reinig, voordat u de installatie verricht, alle leidingen van het systeem zorgvuldig om eventuele restmaterialen of vuil te verwijderen, die de goede werking van het apparaat nadelig kunnen beïnvloeden. Verricht de aansluitingen op de overeenkomstige aansluitpunten, zoals in de afbeelding van cap. 4 is weergegeven en volgens de op het apparaat aangebrachte symbolen Hoog efficiënte circulatiepomp Instelling circulatiepomp met verwarmingsketel aangesloten op een externe boiler Voor een goede werking van de verwarmingsketel ATLAS D ECO COND UNIT met ve- rwarmingsketel aangesloten op een externe boiler, moet de snelheidskeuzeknop (zie fig. 16) op stand III gezet worden. fig. 16 Instelling circulatiepomp zonder aansluiting op een externe boiler De fabrieksinstelling is geschikt voor alle installaties; het is echter mogelijk om een an- dere werkingsstrategie in te stellen, op basis van de eigenschappen van de installatie. - Waarde Dp-v Proportionele prevalentie (fig. 17) De Prevalentie van de circulatiepomp zal automatisch beperkt worden bij de afname van het door de installatie gevraagde debiet. Deze waarde blijkt optimaal voor installaties met radiatoren (2 buizen of een enkele buis) en/of thermostaatkleppen. De sterke punten zijn de beperking van elektriciteitsverbruik bij de afname van de vraag van de installatie en de vermindering van het lawaai op radiatoren en/of thermostaatk- leppen. Het werkingsbereik loopt van minimum (1) tot maximum (7). - Waarde Vaste snelheid (fig. 18) De circulatiepomp moduleert het eigen vermogen niet. Het werkingsprincipe is dat van de traditionele circulatiepompen met 3 snelheden (met een beperking van het elektrici- teitsverbruik ten opzichte daarvan). Het werkingsbereik loopt van snelheid 1 (I) tot snelheid 3 (III). Regeling van verwarmingstem- peratuur Deze temperatuur kan zowel in het menu van de Timerafstandsbediening afgesteld worden als op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel. Regeling van temperatuur sanitair water Deze temperatuur kan zowel in het menu van de Timerafstandsbediening afgesteld worden als op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel. Omschakelen Zomer/Winter De functie Zomer heeft voorrang op de eventuele vraag om verwarming van de Timerafstandsbediening. Keuze Eco/Comfort Bij uitschakeling van de functie Sanitair in het menu van de Timerafstand- sbediening gaat de verwarmingsketel over naar de modus Economy. In dit geval is toets 7

fig. 1 op het bedieningspaneel van de verwarmin- gsketel uitgeschakeld. Bij inschakeling van de functie Sanitair in het menu Timerafstandsbedie- ning gaat de verwarmingsketel over naar de modus Comfort. In dit geval kan met toets 7

fig. 1 op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel een van beide functies gekozen worden. Weersafhankelijke tempera- tuur Zowel de Timerafstandsbediening als de elektronische kaart van de ketel beheren beide de regeling met Weersafhankelijke Temperatuur: van deze twee is de Weersafhankelijke Temperatuur van de kaart van de verwarmingsketel prioritair. Waarde Dp-v Proportionele prevalentie fig. 17 Waarde Vaste snelheid fig. 18 Min

cod. 3541Q464 - Rev. 00 - 12/2021 Hoogefficiënte circulatiepomp (mod. PARA) Bedieningstoetsen en signaleringsleds fig. 19 Voor een goede uitkomst van de berekening “Warmtemeting” (zie deel 11 WARMTEME- TING (BOEKHOUDING), moet de circulatiepomp zijn ingesteld op de modus "Constant toerental " en op de stand . Om die regeling in te stellen, druk meerdere keren op de knop "A" totdat de leds gaan branden die worden aangegeven op onderstaande af- beelding. fig. 20 Er kan echter een andere werkingsstrategie worden ingesteld, op basis van de eigen- schappen van de installatie. - Instelling p-v Proportionele opvoerhoogte De opvoerhoogte van de circulatiepomp zal automatisch verminderd worden naargelang er minder debiet wordt gevraagd door de installatie. De sterke punten zijn de beperking van elektriciteitsverbruik bij afname van de vraag van de installatie en vermindering van het lawaai. Het werkingsbereik loopt van minimum tot maximum. - Instelling p-c Constante opvoerhoogte De opvoerhoogte van de circulatiepomp blijft constant, ook als het door de installatie ge- vraagde debiet varieert. - Instelling Vaste snelheid De circulatiepomp moduleert het eigen vermogen niet. Het werkingsprincipe is dat van de traditionele circulatiepompen met 3 snelheden (met een beperking van het elektrici- teitsverbruik ten opzichte daarvan). Het werkingsbereik loopt van snelheid 1 ( ) tot snelheid 3 ( ). Kenmerken van het water van de installatie Bij een waterhardheidsgraad van meer dan 25° Fr (1°F = 10ppm CaCO3), is het nood- zakelijk dat het water op passende wijze behandeld wordt om afzettingen in de verwar- mingsketel te voorkomen. Na behandeling mag de hardheidsgraad niet minder dan 15°F bedragen (DPR 236/88 betreffende gebruik van water bestemd voor consumptie). Behandeling van het water is onontbeerlijk bij uitgebreide installaties of bij frequente in- voer van suppletiewater in de installatie.

Indien er een waterontharder bij de inlaat van het koude water van de verwarmingsketel wordt geïnstalleerd, dient u erop te letten dat de hardheidsgraad niet te laag wordt daar de magnesiumanode van de boiler daardoor sneller achteruit kan gaan. Antivriessysteem, antivriesmiddel, additieven en remmende stoffen De verwarmingsketel is uitgerust met een antivriessysteem, dat de ketel inschakelt in ve- rwarmingsmodus wanneer de temperatuur van het toevoerwater onder de 6 °C daalt. Het systeem functioneert niet wanneer het apparaat niet van stroom en/of gas wordt vo- orzien. Het gebruik van antivriesmiddelen, additieven en remmende stoffen is, indien no- odzakelijk, uitsluitend toegestaan indien de fabrikant van dergelijke vloeistof of additieven garant staat voor het feit dat zijn producten voor het betreffende doel geschikt zijn en geen schade veroorzaken aan de warmtewisselaar of aan overige componenten en/of materialen van verwarmingsketel en installatie. Het is verboden antivriesmiddelen, additieven en remmende stoffen te gebruiken die bestemd zijn voor algemene doelein- den en niet specifiek bedoeld voor verwarmingsinstallaties en ongeschikt voor het ma- teriaal waaruit verwarmingsketel en installatie samengesteld zijn. Aansluiten van een boiler voor sanitair warm water De elektronische kaart van het apparaat biedt de mogelijkheid voor het beheren van een externe boiler voor de productie van sanitair warm water. Maak de hydraulische aanslu- itingen volgens het schema fig. 21. Maak: de elektrische aansluitingen volgens het schakelschema opcap. 4.5. Het is noodzakelijk om een temperatuurvoeler te monteren- FERROLI. Volg onderstaande toegangsprocedure. "Servicemenu" U krijgt toegang tot het Servicemenu op de kaart door gedurende 10 seconden de toets Reset in te drukken. Door te drukken op de toetsen Verwarming kunt u "tS", "In", "Hi" of "rE" kiezen. "tS" staat voor Menu Transparante Parameters, "In" staat voor Informatiemenu, "Hi" staat voor Hi- storymenu, "rE" staat voor Reset van het Historymenu. Selecteer de "tS" en druk op de toets Reset. De kaart is uitgerust met 20 transparante parameters die ook met de Afstandsbedie- ning (Servicemenu) kunnen gewijzigd worden. Door de toetsen Verwarming in te drukken, kan u door de lijst met parameters bladeren, respectievelijk in stijgende of dalende volgorde. Om de waarde van een parameter te wij- zigen, volstaat het de toetsen Sanitair in te drukken: de wijziging zal automatisch worden opgeslagen. Wijzig parameter P02 van het "Menu Transparante Parameters" in

Om terug te keren naar het Servicemenu volstaat het op de toets Reset te drukken. U kan het Servicemenu van de kaart verlaten door gedurende 10 seconden de toets Reset in te drukken. fig. 21 - Aansluitschema voor een externe boiler Legenda

Driewegsklep - 2 draden met retourveer (niet meegeleverd) Bij normale werking brandt de led met groen lichtLed brandt/knippert in het geval van een storingIndicatie van de geselecteerde regelmodus: Proportionele opvoerhoogte p-v Constante opvoerhoogte p-c Vaste snelheidIndicatie van de geselecteerde karakteristiekcurve (1 , 2 , 3 ) binnen de regelmodusGecombineerde ledindicaties tijdens de ontluchtingsfunctie van de circu-latiepomp, handmatige herstart en toetsvergrendelingDoor op de toets te drukken kunnen de verschillende regelcombinaties worden ingesteld• Door 3 seconden indrukken wordt de ontluchtingsfunctie van de circulatiepomp geactiveerd• Door 5 seconden indrukken vindt een handmatige herstart plaats• Door 8 seconden indrukken wordt de toets vergrendeld/ontgren- deld

2.4 Aansluiting van de brander

De brander is uitgerust met slangen en een filter voor aansluiting op de olietoevoerlei- ding. fig. 22Laat de slangen uit de achterwand steken en installeer het filter zoals ver- meld in . fig. 22 - Installatie brandstoffilter Het olietoevoercircuit moet tot stand gebracht worden volgens een van onderstaande schema's, waarbij de in de tabel weergegeven lengte van de leidingen (LMAX) niet over- schreden mag worden. fig. 23 - Zwaartekrachtvoeding fig. 24 - Voeding door aanzuiging fig. 25 - Sifonvoeding fig. 26 - Ringvoeding

2.5 Elektrische aansluitingen

Aansluiting op het elektriciteitsnet

De elektrische veiligheid van het apparaat wordt alleen bereikt wanneer het correct ge- aard is, overeenkomstig de geldende veili- gheidsnormen. Laat door een vakman controleren of de aarding efficiënt en afdoen- de is. De fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade die ontstaat doordat de in- stallatie niet geaard is. Laat bovendien contro- leren of de elektrische installatie geschikt is voor het maximumvermogen dat door het ap- paraat wordt opgenomen (dit staat vermeld op de typeplaat van de verwarmingsketel). De verwarmingsketel is voorbedraad en voorzien van een kabel van het type "Y" zonder stekker, voor aansluiting op het elektriciteitsnet. De aansluitingen op het net moeten wor- den gerealiseerd met een vaste aansluiting, door middel van een tweepolige schakelaar met een opening tussen de contacten van minstens 3 mm; er moeten zekeringen van max. 3A tussen verwarmingsketel en lijn worden geplaatst. Het is belangrijk dat de po- lariteiten (LIJN: bruine draad / NEUTRAAL: blauwe draad / AARDE: geel-groene draad) in acht worden genomen bij het aansluiten van de elektriciteitsleiding. Zorg er bij het in- stalleren of vervangen van de voedingskabel voor dat de aardgeleider 2 cm langer is dan de andere.

De voedingskabel van het apparaat mag niet door de gebruiker worden vervangen. Als de kabel beschadigd is, moet het apparaat wor- den uitgeschakeld en dient u zich voor ver- vanging van de kabel uitsluitend tot gekwalificeerde vakmensen te wenden. Als de elektrische voedingskabel vervangen wor- dt, mag uitsluitend een kabel “HAR H05 VV-F 3x0,75 mm2 worden gebruikt met een buiten- diameter van maximaal 8 mm. Omgevingsthermostaat (optie)

KAART ONHERSTELBAAR BESCHADIGD. Bij het aansluiten van timerafstandsbedienin- gen of timers, mag de voeding voor deze vo- orzieningen niet van hun schakelcontacten worden genomen. De voeding ervan moet re- chtstreeks door het net of door batterijen wor- den geleverd, afhankelijk van het type voorziening.ATLAS D ECO COND UNIT

cod. 3541Q464 - Rev. 00 - 12/2021Toegang tot het elektrische klemmenbordDraai beide schroeven “A” boven op het paneel los en verwijder het deurtje.fig. 27 - Toegang tot het elektrische klemmenbord2.6 Aansluiting op het rookkanaalHet apparaat moet aangesloten worden op een rookkanaal dat ontworpen en gebouwdis in overeenstemming van de geldende normen. De leiding tussen de ketel en het roo-kafvoerkanaal moet vervaardigd zijn van voor dit doel geschikt materiaal, dat wil zeggenbestendig tegen de temperatuur en tegen corrosie. Geadviseerd wordt de afdichting vande verbindingspunten goed te onderhouden.2.7 Afsluiting van condensafvoerDe condensafvoer van het apparaat moet aangesloten worden op een geschikt afvoer-net. Houd rekening met de specifieke plaatselijke en landelijke voorschriften inzakeafvloeien van condenswater in het afvalwaternet. Het verdient aanbeveling om bij ge-bruik van ketels die niet uitsluitend werken op olie met een laag zwavelgehalte (gehalteS<50 ppm) te voorzien in een systeem voor condensneutralisatie.Sluit de condensafvoerleiding op de achterkant van de verwarmingsketel (detail A fig. 28) aan op het condensneutralisatiesysteem en op het afvalwaternet. De conden-safvoerleidingen moeten zuurbestendig zijn en minstens 3° naar de afvoer hellen, zon-der vernauwingen of verstoppingen.

BELANGRIJK. Alvorens het apparaat in we- rking te stellen de sifon met water vullen. LET OP: het apparaat mag nooit in werking worden gesteld met lege sifon! Controleer regelmatig of er water in de sifon staat. fig. 28 - Condensafvoer2.8 Ombouwen van de ketel met brander met gesloten verbrandingskamer (alleenuitvoering ATLAS D ECO 34 COND UNIT)

LET OP: de hier aangegeven aansluiting met gescheiden leidingen kan alleen worden uit- gevoerd met de kit met gesloten verbrandin- gskamer. Op aanvraag is een kit verkrijgbaar om de ketel met brander met gesloten kamer om tebouwen. Hiermee kan de voor de verbranding benodigde lucht rechtstreeks van buitenafaangezogen worden.Raadpleeg voor de installatie de met de kit meegeleverde aanwijzingen.fig. 29 - Kit ombouwen gesloten verbrandingskamerNa installatie van de kit wordt het apparaat van het “type C” met gesloten verbrandin-gskamer en geforceerde trek. De luchtingang en de rookgasuitgang moeten verbondenworden met één van de afvoer-/aanzuigsystemen die hierna staan aangegeven. Het ap-paraat is goedgekeurd om te werken met alle in deze handleiding vermelde soorten Cxyschoorstenen. Het is echter mogelijk dat sommige configuraties nadrukkelijk beperkt zijn of niet zijn toegestaan op grond van wetgeving, normen of plaatselijke verordeningen. Voordat u overgaat tot de installatie de betreffende voorschriften zorgvuldig controlerenen naleven. Houd u bovendien aan de regels met betrekking tot de plaatsing van de ter-minals aan de wand en/of het dak en de minimumafstanden tot ramen, wanden, ventila-tie-openingen, enz. Gebruik uitsluitend leidingen van roestvrij staal, geschikt voor gebruik met con-densatieketels op stookolie.Aansluiten van gescheiden leidingenfig. 30 - Aansluitvoorbeelden met aparte leidingen ( = Lucht = Rook)Voordat u overgaat tot de installatie met behulp van de volgende, eenvoudige bereke-ning, controleren of de maximaal toegestane lengte niet wordt overschreden:1. Bepaal het schema van het systeem met dubbele rookafvoer volledig, inclusief ac-cessoires en uitgangsterminals.2. Raadpleeg de tabella 3 en bepaal in m (equivalente meter) het verlies voor elkecomponent, afhankelijk van de plaats van installatie.3. Controleer of de totaalsom van het verlies minder is dan of gelijk aan de maximaaltoelaatbare lengte in tabella 2.Tabella. 2 - Aparte leidingen

Aparte leidingenModel ATLAS D ECO 34 COND UNITMaximaal toegestane lengte 25 m

Alle hieronder beschreven werkzaamheden die afstellingen, wijzigingen, inbedrijfstelling en onderhoud betreffen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalificeerd en hiervoor opgeleid personeel (dat voldoet aan de technisch-professionele vereisten op grond van de geldende voorschriften), zoals het personeel van de plaatselijke techni- sche klantenservice. FERROLI is geenszins aansprakelijk voor materiële schade en/of persoonlijk letsel, ve- roorzaakt door ingrepen op het apparaat, uitgevoerd door onbevoegde en ondeskundige personen.

TEST modus inschakelen Druk gelijktijdig op de toetsen verwarming (details 3 en 4 - fig. 1) gedurende 5 seconden om de TEST modus in te schakelen. De verwarmingsketel wordt onafhankelijk van het verzoek van de installatie of om sanitair water ingeschakeld. Op het display, gaan de symbolen verwarming (detail 24 - fig. 1) en sanitair water (detail

12 - fig. 1) knipperen.

fig. 31 - Functie TEST Herhaal de procedure om de TEST-modus te deactiveren. De TEST-modus wordt in ieder geval automatisch na 15 minuten uitgeschakeld. Afstellen brander De brander wordt in de fabriek afgesteld. De brander kan op een ander vermogen inge- steld worden door in te grijpen op de pompdruk, de sproeier en door afstelling van de kop en de luchttoevoer, zoals in de volgende paragrafen beschreven is. Het gewijzigde vermogen dient echter binnen het nominale bedrijfsveld van de ketel te liggen. Contro- leer na de afstelling, met een toestel voor verbrandingsanalyse, of het gehalte aan

% in de rookgassen tussen 11% en 12% ligt. Tabel debiet oliesproeiers In tabella 4 staat het oliedebiet vermeld (in kg/h) bij variaties van pomp- en sproeierdruk.

- Onderstaande waarden dienen uitsluitend als leidraad, want er moet rekening wor- den gehouden met het feit dat het debiet van de sproeiers ± 5% kan variëren. Bovendien neemt bij branders met voorverwarmer het brandstofdebiet af met ongeveer 10%. Tabella. 4 Regeling pompdruk De pomp is in de fabriek reeds afgesteld op 12 bar. Gebruik voor de controle van de druk een manometer in oliebad. De druk kan worden ingesteld tussen 11 en 14 bar. fig. 32- Pomp ITALPUMP fig. 33- Pomp DANFOSS

4. Regeling van de druk

5. Aansluiting manometer Ø1/8”

6. Aansluiting vacuümmeter Ø1/8”

Regeling verbrandingskop De kop wordt afgesteld met de schroef

volgens de aanwijzingen in de index

Aanzuiging lucht Rookafvoer Verticaal Horizontaal Ø 80 LEIDING

1 m M/V 1,0 2 m M/V 2,0 BOCHT 45° V/V 1,2 45° M/V 1,2 90° V/V 2,0 90° M/V 1,5 90° M/V + Teststekker 1,5 PIJPSTOMP met teststekker 0,2 voor condensafvoer - T-STUK met condensafvoer - EINDSTUK lucht bij wand 2,0 rook bij wand met windvanger - SCHOORSTEEN Lucht/rook in tweeën gesplitst 80/

Uitsluitend rookuitlaat Ø80 - Ø 100 REDUCTIE van Ø80 tot Ø100 0,0 van Ø100 tot Ø80 1,5 LEIDING 1 m M/V 0,4 0,4 0,8 BOCHT 45° M/V 0,6 1,0 90° M/V 0,8 1,3 EINDSTUK lucht bij wand 1,5 - rook bij wand windvanger - 3,0 Pompdruk (bar) SPROEIER G.P.H .

is losgedraaid met de schroef

, wordt de verbrandingslucht afge- steld volgens de aanwijzingen in de index

. Blokkeer de schroef

na de afstelling. fig. 35 Plaats elektroden - deflector Nadat de sproeier gemonteerd is, moet worden gecontroleerd of de elektroden en de de- flector correct geplaatst zijn volgens de hieronder aangegeven maten. Het is wenselijk de maten telkens opnieuw te controleren nadat er een ingreep op de kop gepleegd is. fig. 36- Plaats elektroden - deflector

Controles die uitgevoerd moeten worden bij de eerste ontsteking en naar aanleiding van alle onderhoudswerkzaamheden die afsluiting van de installaties met zich meebrengen, of na een ingreep op de veiligheidsinrichtingen of delen van de verwarmingsketel: Alvorens de verwarmingsketel te ontsteken

  • Zet eventuele afsluitkleppen tussen verwarmingsketel en installaties open.
  • Controleer of het brandstofsysteem lekdicht is.
  • Controleer of het expansievat goed voorbelast is
  • Vul de hydraulische installatie en zorg ervoor dat de verwarmingsketel en de instal- latie volledig ontlucht zijn door de ontluchtingsklep op de verwarmingsketel en de eventuele ontluchtingskleppen op de installatie te openen.
  • Controleer of er geen waterlekken in de installatie, de circuits van het sanitaire wa- ter, de verbindingen of de verwarmingsketel zitten.
  • Controleer of de elektrische installatie goed is aangesloten en de aarding naar behoren is uitgevoerd.
  • Controleer of er zich in de buurt van de verwarmingsketel geen ontvlambare vloei- stoffen of materialen bevinden.
  • Monteer de manometer en de vacuümmeter op de branderpomp (deze moeten wor- den verwijderd na de inwerkingstelling)
  • open de afsluiters langs de olieleiding Aanzetten fig. 37 - Aanzetten

Bij het sluiten van de thermostaatlijn begint de brandermotor samen met de pomp te draaien: alle aangezogen olie wordt naar de retourleiding gestuurd. Tevens werken de branderventilator en de ontstekingstransformator, d.w.z. dat de volgende fasen plaat- svinden:

  • voor-ventilatie van de vuurhaard.
  • voorspoelen van een deel van het oliecircuit.
  • voor-ontsteking, met ontlading tussen de elektrodenpunten.

Na afloop van het voorspoelen opent de apparatuur de elektromagnetische klep: de olie bereikt de sproeier, vanwaar hij zeer fijn verstoven naar buiten komt. Het contact met de ontlading tussen de elektroden zorgt ervoor dat er een vlam ontstaat. Tegelijkertijd vangt de veiligheidstijd aan. Cyclus van het apparaat fig. 38 - Cyclus van het apparaat R-SB-W Thermostaten/drukmeters

Contact voor vrijgave werking 2 m Brandermotor

Aanvang inschakelen met voorverwarmer

Aanvang inschakelen zonder voorverwarmer

Tijd voor-ventilatie TSA Veiligheidstijd

Tijd voorontsteking t3n Tijd na-ontsteking

Opstooktijd Signalen bij uitgang apparaat Vereiste signalen bij ingang Controles tijdens de werking

  • Schakel het apparaat in zoals beschreven in sez. 1.3.
  • Controleer de lekdichtheid van het brandstofcircuit en van de waterinstallaties.
  • Controleer de doeltreffendheid van de afvoerleiding en de rookgas-luchtpijpen tijdens de werking van de verwarmingsketel.
  • Controleer of de watercirculatie tussen de verwarmingsketel en de installaties cor- rect verloopt.
  • Controleer of de ontsteking van de verwarmingsketel correct werkt door hem ver- schillende malen te ontsteken en weer uit te zetten door middel van de omgeving- sthermostaat of de afstandsbediening.
  • Controleer of de deuren van brander en brandstofkamer hermetisch sluiten.
  • Controleer of de brander naar behoren werkt.
  • Voer brandstofanalyse uit (met de verwarmingsketel in stabiele toestand) en contro- leer of het gehalte aan CO
  • Controleer de correcte programmering van de parameters en programmeer het ap- paraat naar gelang de persoonlijke behoeften (compensatiecurve, vermogen, tem- peratuur e.d.).

Periodiek onderhoud Met het oog op langdurige goede werking van het apparaat moet het jaarlijks door gekwalificeerd personeel op de volgende punten gecontroleerd worden:

  • De besturings- en veiligheidsinrichtingen moeten correct functioneren
  • Het circuit voor rookafvoer moet optimaal functioneren.
  • Controleer of de brandstoftoevoer- en -afvoerleidingen niet verstopt of beschadigd zijn.
  • Reinig het filter van de brandstofaanzuigleiding.
  • Bepaal het juiste brandstofverbruik
  • Reinig de verbrandingskop bij de brandstofuitgang, op de wervelschijf.
  • Laat de brander gedurende ongeveer 10 minuten op volle kracht werken en analy- seer daarna het verbrandingsproces als volgt: - De juiste afstelling van alle elementen, die in deze handleiding vermeld staan

cod. 3541Q464 - Rev. 00 - 12/2021- Temperatuur van de rook in de afvoerleiding- Percentage CO2• De lucht-rookgaspijpen en het eindstuk moeten vrij zijn van obstakels en geenlekken hebben• Brander en warmtewisselaar moeten schoon zijn, zonder afzettingen. Maak geengebruik van chemische producten of staalborstels om ze te reinigen.• De gas- en waterinstallaties moeten lekdicht zijn.• De waterdruk van de installatie moet in de ruststand circa 1 bar zijn; indien dit niethet geval is, de installatie naar deze waarde terugbrengen.• De circulatiepomp mag niet geblokkeerd zijn.• Het expansievat moet gevuld zijn.• Controleer de magnesiumanode en vervang ze, indien nodig. Ommanteling, paneel en sierelementen van de verwarmingsketel kunnen zo-nodig schoongemaakt worden met een zachte doek, eventueel bevochtigd metwater met zeepoplossing. Vermijd het gebruik van elke soort schuurmiddel ofoplosmiddel.Toegang tot de elektrode en sproeier• Koppel de kabels van de elektroden van de transformator los en verwijder de fo-toweerstand , de koppeling die de dieselleiding met lijn van de sproeier verbin-dt. Draai de schroeven los en neem de unit sproeier-deflector-elektroden weg.fig. 39• Draai de schroef los om de deflector te verwijderen en de schroef om de elek-troden te verwijderen. Een goede reiniging van de sproeier wordt verkregen door het filter te demonteren en de sneden en het verstuivingsgat met benzine schoon te maken en met diesel te spoelen. Let er bij het hermonteren op om de elektroden-deflector correct te plaatsen.fig. 40Reiniging van de verwarmingsketel1. Schakel de stroom naar de verwarmingsketel uit.2. Verwijder de brander zoals eerder beschreven werd.3. Verwijder de panelen “E”

“F” door de betreffende moeren los te draaien.4. Maak de binnenkant van de verwarmingsketel en het volledige traject van de afge-voerde rook schoon met een borstel of met perslucht.5. Doe de panelen weer dicht.fig. 41Reiniging van de rookrecuperatorMaak de recuperator als volgt schoon:• Verwijder het deksel

  • Verwijder de afsluitdeksels van de rookrecuperator.• Maak de recuperator met een zuiger van binnen zorgvuldig schoon.• Bij hardnekkig vuil kan de binnenkant gereinigd worden met een geschikte water-sproeier. Wees hierbij voorzichtig en zorg ervoor dat de gietijzeren elementen vande rookkamer niet te nat worden. Maak de sifon los en laat het water weglopen doorde condensafvoer

fig. 42 - Reiniging van de recuperatorPlaatsing kammenNa de reiniging van de terugwinningsinrichting moet u zich ervan verzekeren dat de kam- men op de juiste wijze geplaatst zijn, zoals aangegeven in fig. 43. Haal de bevestiging- smoeren op de compressorschijf “A” aan met inachtneming van het aanhaalkoppel van0,6 Nm. Indien er geen momentsleutel voorhanden is, controleren of er tussen de win-dingen een rookdoorgang is van 1 mm.fig. 43 - Plaatsing vinnen

3.4 Oplossen van storingen

Diagnostiek De verwarmingsketel is voorzien van een geavanceerd zelfdiagnosesysteem. Bij een storing in de verwarmingsketel knippert het display samen met het storingssymbool (de- tail 22 - fig. 1) en geeft de storingscode weer. Er zijn afwijkingen die permanente blokkeringen veroorzaken (onderscheiden door de letter

”): om de werking te herstellen drukt u op de toets RESET (det. 8 - fig. 1) gedu- rende 1 seconde of via de RESET van de optionele klokthermostaat met afstandsbedie- ning (optioneel) indien aanwezig; indien de ketel niet start de storing oplossen die aangeduid wordt met de bedrijfslampjes. Overige afwijkingen veroorzaken tijdelijke blokkeringen veroorzaken (onderscheiden door de letter “

”) die automatisch worden opgeheven wanneer de waarde weer binnen het normale werkingsbereik van de verwarmingsketel komt. LET OP Vanaf softwareversie 23 is er een verder hulpmiddel geïntroduceerd om de afstelling van de brander te vergemakkelijken: het knipperen van de vlam op het display om aan te ge- ven dat de brander ontstoken is maar het vlamsignaal niet optimaal is. In tabella 3 staan de betekenissen van de op het display weergegeven symbolen, voor de verschillende softwareversies. Tabella. 5- Indicaties vlamsymbool Tabella. 6 - Overzicht storingen Indicatie op het display en betekenis Softwareversie Vlam uit Vlam brandt vast Vlam knippert

Brander uit Brander aan

Brander uit Brander aan en vlamsignaal stabiel Brander aan met NIET-optimaal vlamsignaal Code storing Storing Mogelijke oorzaak Oplossing A01 Blokkering van de brander Pomp geblokkeerd Vervangen Elektromotor defect Vervangen Olieklep defect Vervangen Er zit geen brandstof in de tank of er zit water op de bodem Brandstof bijvullen of water afzuigen Toevoerkleppen olieleiding gesloten Openmaken Filters vuil (leiding- pomp-sproe- ier) Schoonmaken Pomp zuigt niet aan Inschakelen en oorzaak van uitschakelen opsporen Ontstekingselektroden slecht geregeld of vuil Afstellen of schoonmaken Sproeier verstopt, vuil of ver- vormd Vervangen Regelingen kop en schuif niet geschikt Afstellen Elektroden defect of naar massa Vervangen Ontstekingstransformator defect Vervangen Elektrodekabels defect of naar massa Vervangen Elektrodekabels vervormd door hoge temperatuur Vervangen en afschermen Elektrische aansluitingen klep of transformator verkeerd Controleren Motor-pompkoppeling kapot Vervangen Aanzuiging pomp verbonden met retourleiding Aansluiting corrigeren Fotoweerstand defect Vervangen Fotoweerstand vuil Fotoweerstand reinigen A02 Vlamsignaal aanwezig bij uit- geschakelde brander Kortsluiting in fotoweerstand Fotoweerstand vervangen Vreemde lichtbron raakt de fotoweerstand Lichtbron verwijderen A03 Inwerkingtreding beveiliging tegen te hoge tempera- tuur Verwarmingssensor beschadigd Controleer positie en werking van de verwarmin- gssensor Onvoldoende watercirculatie in de installatie Controleer de circulatie- pomp (Zie tabella 7

Lucht in de installatie Ontlucht de installatie A04 Storing parame- ters kaart Onjuiste instelling parameter kaart Controleer en wijzig even- tueel de parameter kaart F07 Storing voorve- rwarmer (het con- tact wordt niet binnen 120 seconden geslo- ten) Storing voorverwarmer Controleer de voorverwar- mer Breuk in bedrading Controleer de bedrading F09 Storing parame- ters kaart Onjuiste instelling parameter kaart Controleer en wijzig even- tueel de parameter kaart F10 Storing sensor drukzijde 1 Sensor beschadigd Controleer de bedrading of vervang de sensor Kortsluiting in bedrading Breuk in bedrading F11 Storing van sen- sor sanitair water Sensor beschadigd Controleer de bedrading of vervang de sensor Kortsluiting in bedrading Breuk in bedrading F12 Storing parame- ters kaart Onjuiste instelling parameter kaart Controleer en wijzig even- tueel de parameter kaart F14 Storing sensor drukzijde 2 Sensor beschadigd Controleer de bedrading of vervang de sensor Kortsluiting in bedrading Breuk in bedrading F16 Storing parame- ters kaart Onjuiste instelling parameter kaart Controleer en wijzig even- tueel de parameter kaart F34 Voedingsspan- ning lager dan 170V Problemen met het elektriciteit- snet Controleer het elektriciteit- snet F35 Abnormale netfre- quentie Problemen met het elektriciteit- snet Controleer het elektriciteit- snet F37 Druk van waterin- stallatie verkeerd Druk te laag Vul de installatie Sensor beschadigd Controleer de sensor F39 Storing sonde bui- tentemperatuur Sonde beschadigd of kortsluiting in bedrading Controleer de bedrading of vervang de sensor Sonde niet aangesloten na acti- veren van de weersafhankelijke temperatuur Sluit de buitensonde weer aan of deactiveer de weer- safhankelijke temperatuur F40 Druk van waterin- stallatie verkeerd Druk te hoog Controleer de installatie Controleer de veiligheidsk- lep Controleer het expansievat A41 Plaats sensoren Sensor drukzijde niet aangebra- cht in ketelbehuizing Controleer positie en werking van de verwarmin- gssensor F42 Storing verwar- mingssensor Sensor beschadigd Vervang de sensor F47 Storing sensor waterdruk installa- tie Breuk in bedrading Controleer de bedrading Code storing Storing Mogelijke oorzaak OplossingATLAS D ECO COND UNIT

cod. 3541Q464 - Rev. 00 - 12/2021 Diagnose circulatiepomp Sommige storingen van de circulatiepomp worden aangegeven door de led naast de snelheidskeuzeknop (fig. 44 - fig. 45). fig. 44 Tabella. 7 - Indicaties werking circulatiepomp Diagnostiek circulatiepomp (mod. PARA) Sommige storingen van de circulatiepomp worden gesignaleerd door de led (fig. 45). fig. 45

4. KENMERKEN EN TECHNISCHE GEGEVENS

4.1 Afmetingen, aansluitingen en hoofdcomponenten

fig. 46- Vooraanzicht fig. 47- Zijaanzicht UitgeschakeldCirculatiepomp in STAND-BYGroen ONCirculatiepomp in werkingGroen knipperendOntluchtingscyclusAfwisselend Groen/RoodCirculatiepomp geblokkeerd door externe oorzaak:- Overspanning (>270V)- Onvoldoende spanning (<160V)- Overbelasting motorRood knipperendCirculatiepomp geblokkeerd door interne oorzaak:- Motor geblokkeerd- Elektronica beschadigdLeds Storing Oorzaak OplossingBrandt met rood lichtBlokkering Rotor geblokkeerd Activeer de handmatige her-start of neem contact op met de klantenserviceContact/wikkeling Wikkeling defectKnippert met rood lichtOnder-/overspanningVoedingsspanning voedings-zijde te laag/hoogControleer de netspanning en de gebruiksomstandighe- den. Vraag klantenservice aanTe hoge temperatuur van de moduleBinnenste van de module te heet Kortsluiting Te hoge motorstroomKnippert met rood/groen lichtWerking van de turbineHet hydraulische systeem van de pompen wordt gevoed, maar de pomp heeft geen netspan- ning Controleer de netspanning, het waterdebiet/-druk alsook de omgevingsomstandighe- den Droog bedrijf Lucht in de pompOverbelastingDe motor draait moeizaam.De pomp functioneert niet vol-gens de specificaties (bv. tem-peratuur van de module hoog).Het toerental is lager dan bij normale werking. Min.

cod. 3541Q464 - Rev. 00 - 12/2021fig. 48 - Achteraanzicht Schoorsteen Ø 100 Toevoer installatie - Ø 3/4” Retour installatie - Ø 3/4” Veiligheidsklep verwarming Circulatiepomp verwarming Automatische ontluchting Expansievat Sifon Drukomzetter Afvoer - Ø 1/2” Dubbele sensor (Beveiliging + verwarming) Brander Rookrecuperator4.2 Watercircuitfig. 49 - Watercircuit4.3 DiagrammenBelastingsverlies/Opvoerhoogte circulatiepompen- Opvoerhoogte van de circulatiepomp met instelling op “vaste snelheid”.fig. 50 Drukhoogteverlies ketel1 - 2 - 3Snelheid circulatiepomp- Opvoerhoogte van de circulatiepomp met instelling op “proportionele prevalen-tie”.fig. 51 Drukhoogteverlies ketel

Item Nuttige warmteafgifteNuttig rendementSupplementair elektriciteitsverbruikAndere items Seizoensgebonden energie-efficiëntieklasse voor ruimteverwarming (A+++ tot en met D) Nominale WarmteafgifteSeizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming Bij nominale warmteafgifte en werking op hoge temperatuur (*) Bij 30 % van de nominale warmteafgifte en werking op lage temperatuur (**) Bij nominale warmteafgifte en werking op hoge temperatuur (*) Bij 30 % van de nominale warmteafgifte en werking op lage temperatuur (**) Bij volledige belastingBij deellastIn stand-by-standStand-by-warmteverliesEnergieverbruik van ontstekingsbranderJaarlijks energieverbruikGeluidsvermogensniveauEmissies van stikstofoxidesHandelsmerk: FERROLIKetel met rookgascondensor: JALagetemperatuur (**)-ketel: JAB1-ketel: NEECombinatieverwarmingstoestel: NEERuimteverwarmingstoestel met warmtekrachtkoppeling: NEESymbool Eenheid Waarde

(*) Werking op hoge temperatuur betekent een retourtemperatuur van 60 °C bij de inlaat van het verwarmingstoestel en een toevoertemperatuur van 80 °C bij de uitlaat van het verwarmingstoestel. (**) Lage temperatuur betekent voor ruimteverwarmingstoestellen met ketel met rookgascondensor een retourtemperatuur van 30 °C, voor lagetemperatuur-ketels 37 °C en voor andere verwarmingstoestellen 50 °C (bij de inlaat van het verwarmingstoestel).