FERROLI Atlas D Eco K Unit - Warmtepomp

Atlas D Eco K Unit - Warmtepomp FERROLI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Atlas D Eco K Unit FERROLI in PDF-formaat.

📄 100 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice FERROLI Atlas D Eco K Unit - page 68
Bekijk de handleiding : Français FR Ελληνικά EL English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : FERROLI

Model : Atlas D Eco K Unit

Categorie : Warmtepomp

Download de handleiding voor uw Warmtepomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Atlas D Eco K Unit - FERROLI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Atlas D Eco K Unit van het merk FERROLI.

GEBRUIKSAANWIJZING Atlas D Eco K Unit FERROLI

AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK, INSTALLATIE EN ONDERHOUD

  • Lees de waarschuwingen in deze handleiding aandachtig door, omdat ze belangrijke veilighei- dsinformatie bevatten met betrekking tot de in- stallatie, het gebruik en het onderhoud.
  • De handleiding is een essentieel onderdeel van het product en moet zorgvuldig bewaard worden door de gebruiker voor verdere raadpleging.
  • Bij verhuizing of verandering van eigenaar van het apparaat, dient deze handleiding de verwar- mingsketel altijd te vergezellen zodat deze door de nieuwe eigenaar, gebruiker en/of installateur kan worden geraadpleegd.
  • De installatie en het onderhoud moeten door te- chnisch gekwalificeerd personeel worden uitge- voerd en met inachtneming van de geldende normen en overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant.
  • Verkeerde installatie of slecht onderhoud kan let- sel veroorzaken aan personen of dieren en tot materiële schade leiden. De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade die veroorzaakt is door een niet goed uitgevoerde in- stallatie, oneigenlijk gebruik en het niet opvolgen van de door de fabrikant verstrekte aanwijzin- gen.
  • Alvorens een willekeurige reinigings- of onde- rhoudswerkzaamheid uit te voeren, het apparaat van het elektriciteitsnet loskoppelen door de ho- ofdschakelaar van de installatie uit te schakelen en/of de daarvoor bestemde afsluitsystemen te activeren.
  • In geval van storingen en/of als het apparaat sle- cht werkt, moet het uitgeschakeld worden. Er mogen op geen enkele wijze pogingen tot repa- ratie of andere ingrepen worden ondernomen. Wendt u zich uitsluitend tot technisch gekwalifi- ceerd, geautoriseerd personeel. Eventuele repa- raties-vervangingen van producten mogen uitsluitend door technisch gekwalificeerd perso- neel worden uitgevoerd en uitsluitend met ge- bruik van originele onderdelen ter vervanging. Het niet naleven van bovenstaande voorschrif- ten kan tot gevolg hebben dat het apparaat niet veilig meer is.
  • De goede werking van het apparaat kan uitslui- tend gewaarborgd worden indien periodiek een onderhoudsbeurt door gekwalificeerd personeel wordt uitgevoerd.
  • Dit apparaat mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het uitdrukkelijk ontworpen is. Ieder ander gebruik wordt als oneigenlijk, en dus gevaarlijk beschouwd.
  • Controleer na het verwijderen van de verpakking of de inhoud intact is. De onderdelen van de ver- pakking mogen niet binnen het bereik van kinde- ren worden achtergelaten, want dat kan gevaar opleveren.
  • Het apparaat mag worden gebruikt door kinde- ren van 8 jaar en ouder en door personen met li- chamelijke, zintuiglijke of geestelijke beperkingen of met een gebrek aan ervaring of kennis, mits ze onder toezicht staan en geïn- strueerd zijn betreffende het veilige gebruik van het apparaat en bekend zijn met de daaraan ver- bonden gevaren. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. De door de gebruiker uit te vo- eren reiniging en het onderhoud mogen ook door kinderen vanaf 8 jaar worden uitgevoerd, mits deze onder toezicht staan.
  • Het apparaat in geval van twijfel niet gebruiken en contact opnemen met de leverancier.
  • Het apparaat en de bijbehorende accessoires moeten op passende wijze tot afval verwerkt worden, in overeenstemming met de geldende voorschriften.
  • De afbeeldingen in deze handleiding zijn een ve- reenvoudigde voorstelling van het product. Er kunnen lichte en niet-significante verschillen zijn tussen deze voorstelling en het geleverde pro- duct.

BIJ DE PRODUCENT WORDEN AANGEVRAAGD. Dit symbool dat op het product, op de verpakking of op de docu- mentatie staat, geeft aan dat het product aan het einde van de gebruiksduur niet samen met huishoudelijk afval mag worden inge- zameld of verwijderd. Een onjuist beheer van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kan leiden tot het vrijkomen van gevaarlijke stoffen in het product. Om schade aan het milieu of aan de gezondheid te voorkomen, wordt de gebruiker verzocht om deze apparatuur te scheiden van andere soorten afval en deze bij de gemeentelijke inzameldienst af te geven of op te laten halen door de distributeur, volgens de voorwaarden en de voorschriften die zijn vastgelegd in de nationale bepalingen ter uitvoering van Richtlijn 2012/19/EU.ATLAS D ECO 30/42 K 100/130 UNIT

cod. 3541Q563 - Rev. 00 - 10/20212. GEBRUIKSAANWIJZINGEN2.1 PresentatieBeste klant, Wij danken u dat uw keus is gevallen op FERROLI, een ketel volgens geavanceerd con- cept en vooruitstrevende technologie, een uiterst betrouwbare constructie van hoog-staande kwaliteit. Wij verzoeken u deze handleiding aandachtig door te lezen, want erstaan belangrijke veiligheidsvoorschriften in vermeld omtrent installatie, gebruik en on-derhoud.ATLAS D ECO 30/42 K 100/130 UNIT het betreft een hoge-rendements warmtegenera-tor voor verwarming en distributie van warm sanitair water, die met een brander op oliewerkt. De verwarmingsketel bestaat uit gietijzeren elementen, met dubbelkegelvormigeen stalen trekstangassemblage, gemonteerd op een verglaasde, snelvul-boiler voorwarm sanitair water, met magnesiumanode voor roestwering. Het controlesysteem werktmet een microprocessor met digitale interface, met geavanceerde functies voor warmte-regeling.2.2 BedieningspaneelPaneel<fig. 1 - ControlepaneelLegenda paneel1 = Toets verlagen ingestelde temperatuur warm sanitair water2 = Toets verhogen ingestelde temperatuur warm sanitair water3 = Toets verlagen ingestelde temperatuur verwarmingsinstallatie4 = Toets verhogen ingestelde temperatuur verwarmingsinstallatie5 = Display6 = Keuzetoets modus Zomer /Winter7 = Keuzetoets modus Economy / Comfort8 = Resettoets9 = Toets in-/uitschakelen apparaat10 = Toets menu "Weersafhankelijke Temperatuur"11 = Aanduiding ingestelde temperatuur warm sanitair water bereikt12 = Symbool warm sanitair water13 = Aanduiding sanitaire werking14 = Instelling/ temperatuur uitgang warm sanitair water15 = Aanduiding modus Eco (Economy) of Comfort16 = Temperatuur externe sensor ( externe sonde optioneel)17 = Verschijnt wanneer de externe Sonde of de Klokthermostaat met Afstandsbe-diening aangesloten is (beide optioneel)18 = Omgevingstemperatuur (met optionele Klokthermostaat met Afstandsbedie-ning)19 = Aanduiding brander ingeschakeld20 = Aanduiding antivrieswerking21 = Aanduiding druk verwarmingsinstallatie22 = Aanduiding Storing23 = Instelling / temperatuur drukzijde verwarming24 = Symbool verwarming25 = Aanduiding werking verwarming26 = Aanduiding ingestelde temperatuur drukzijde verwarming bereikt27 = Aanduiding modus ZomerAanduiding tijdens werkinsgVerwarmingHet verzoek om verwarming (door de Omgevingsthermostaat of de Timerafstandsbedie-ning) wordt aangeven met knipperen van de warme lucht boven de radiator (detail 24 en 25 fig. 1 fig. 1De streepjes die de verwarmingsgraad aangeven (detail 26 - ) gaan branden naarma-te de temperatuur van de verwarmingssensor de ingestelde waarde dichter benadert.fig. 2Sanitair water (Comfort)Het verzoek om sanitair water (naar aanleiding van gebruik van warm sanitair water)wordt aangegeven met knipperen van het warm water onder de kraan (detail 12 en 13 - fig. 1). Controleer of de functie Comfort geactiveerd is(detail 15 - fig. 1) De streepjes die de temperatuur van het sanitaire water aangeven (detail 11 - fig. 1)gaan branden naarmate de temperatuur van de sensor van het sanitaire water de inge-stelde waarde dichter benadert.fig. 3Uitschakeling boiler (economy)De gebruiker kan het verwarmen/op temperatuur houden van de boiler uitschakelen. Alshij uitgeschakeld wordt, zal er geen sanitair warm water worden afgegeven.Wanneer verwarming van de boiler actief is (standaard ingesteld) wordt op het displayhet symbool COMFORT (detail 15 - fig. 1) geactiveerd; wanneer ze is uitgeschakeld isop het display het symbool ECO (detail 15 - fig. 1) geactiveerdDe gebruiker kan de boiler uitschakelen (modus ECO) door te drukken op de toets eco/ comfort (detail 7 - fig. 1). Druk nogmaals op de toets eco/comfort (detail 7 - fig. 1) om de modus COMFORT te activeren.2.3 In- en uitschakelenKetel zonder stroomvoedingfig. 4 - Ketel zonder stroomvoeding

Wanneer de stroomvoeding en/of gastoevoer van het ap- paraat wordt onderbroken functioneert het antivriessy- steem niet. Voor lange pauzes tijdens de winterperiode is het raadzaam, om vorstschade te voorkomen, al het wa- ter in de verwarmingsketel, het sanitaire water en het wa- ter in de installatie af te tappen; of alleen het sanitaire water af te tappen en een speciaal antivriesmiddel in de verwarmingsinstallatie te doen, in overeenstemming sez. 3.3met hetgeen vermeld staat in . Aanzetten verwarmingsketel• Maak de brandstofkleppen open.• Schakel de stroom naar het apparaat in.fig. 5 - Aanzetten verwarmingsketel

  • De eerstvolgende 120 seconden wordt op het display FH weergegeven, hetgeen betekent dat de verwarmingsinstallatie ontlucht wordt.
  • De eerste 5 seconden verschijnt op het display tevens de softwareversie van de kaart.
  • Wanneer de melding FH niet meer zichtbaar is, is de verwarmingsketel gereed om automatisch te starten telkens wanneer er sanitair warm water wordt gebruikt of wanneer de omgevingsthermostaat hierom vraagt. Uitschakelen verwarmingsketel Druk 1 seconde op de toets on/off (detail 9 - fig. 1) . fig. 6 - Uitschakelen verwarmingsketel Wanneer de verwarmingsketel word uitgezet, wordt de elektronische kaart nog van stroom voorzien. De sanitaire en verwarmingswerking is niet meer actief. Het antivriessysteem blijft actief. Druk nogmaals 1 seconde op de toets on/off (detail 9 - fig. 1) om de ketel weer aan te zetten. fig. 7 De verwarmingsketel is onmiddellijk gereed om te functioneren telkens wanneer er warm sanitair water wordt gebruikt of de omgevingsthermostaat hierom vraagt.

Omschakelen Zomer/Winter Druk 1 seconde op de toets zomer/winter (detail 6 - fig. 1). fig. 8 Op het display wordt het symbool Zomer (detail 27 - fig. 1) actief: de verwarmingsketel levert uitsluitend warm water. Het antivriessysteem blijft actief. Druk weer 1 seconde op de toets zomer/winter (detail 6 - fig. 1) om de modus Zomer te deactiveren. Regeling van verwarmingstemperatuur Bedien de verwarmingstoetsen (detail 3 en 4 - fig. 1) om de temperatuur te variëren van minimaal 30 °C tot maximaal 80 °C. Wij raden u in elk geval aan de verwarmingsketel niet onder de 45° te laten werken. fig. 9 Regeling van temperatuur sanitair water -/+ Bedien de toetsen voor sanitair water fig. 1 (detail 1 en 2 - ) om de temperatuur te variëren van minimaal 10°C tot maximaal 65°C. fig. 10 Regeling van de omgevingstemperatuur (met optionele omgevingsthermostaat) Stel met behulp van de omgevingsthermostaat de voor de vertrekken gewenste tempe- ratuur in. Als er geen omgevingsthermostaat aanwezig is zorgt de verwarmingsketel er- voor dat het systeem op de ingestelde setpoint-temperatuur aan de drukzijde van de installatie gehouden wordt. Regeling van de omgevingstemperatuur (met optionele timerafstandsbediening) Stel met behulp van de timerafstandsbediening de gewenste temperatuur voor de ver- trekken in. De verwarmingsketel stelt de temperatuur van het water in de installatie af op grond van de gewenste omgevingstemperatuur. Voor wat de werking met timerafstand- sbediening betreft, wordt verwezen naar de betreffende gebruikershandleiding. Weersafhankelijke temperatuur Wanneer de externe temperatuursonde (optioneel) wordt geïnstalleerd, wordt op het di- splay van het bedieningspaneel (detail 5 - fig. 1) de werkelijke, door de sonde gemeten buitentemperatuur weergegeven. Het regelsysteem van de verwarmingsketel werkt met "Weersafhankelijke Temperatuur". In deze modus wordt de temperatuur van de verwar- mingsinstallatie gereguleerd overeenkomstig de externe weersomstandigheden, zodat gedurende het hele jaar verhoogd comfort en energiebesparing wordt gegarandeerd. Namelijk bij toename van de buitentemperatuur wordt de uitgangstemperatuur van de in- stallatie volgens een vastgestelde "compensatiecurve" verlaagd. Bij regeling met Weersafhankelijke temperatuur wordt de temperatuur die ingesteld is met de verwarmingstoetsen -/+ (detail 3 en 4 - fig. 1) de maximum uitgangstemperatuur van de installatie. Aanbevolen wordt om de maximumwaarde in te stellen, zodat het sy- steem bij het regelen gebruik kan maken van het gehele functioneringsbereik. De verwarmingsketel moet tijdens de installatiefase door gekwalificeerd personeel wor- den afgesteld. Ter verhoging van het comfort kan de gebruiker echter ook enige aanpas- singen programmeren. Compensatiecurve en verplaatsen van curven Door eenmaal op de toets mode (detail 10 - fig. 1) te drukken wordt de huidige compen- satiecurve (fig. 11) afgebeeld en kan ze gewijzigd worden met de toetsen sanitair water (detail 1 en 2 - fig. 1). Stel de gewenste curve in van 1 - 10 op grond van het kenmerk (fig. 13). Wanneer de curve op 0 wordt ingesteld, is de weersafhankelijke temperatuur niet geac- tiveerd. fig. 11 - Kromming stooklijn Door te drukken op de verwarmingstoetsen (detail 3 en 4 - fig. 1) wordt toegang verkre- gen tot parallelle verplaatsing van de curven (fig. 14), die gewijzigd kan worden met de toetsen sanitair water (detail 1 en 2 - fig. 1). fig. 12 - Parallel verplaatsen van de curven Druk nogmaals op de toets mode (detail 10 - fig. 1) om de modus voor afstellen van pa- rallelle verplaatsing van de curven af te sluiten. Als de omgevingstemperatuur lager blijkt dan de gewenste waarde wordt aanbevolen een hogere curve in te stellen en omgekeerd. Verhoog of verlaag de curve met één eenheid en verifieer daarna de omgevingstemperatuur. fig. 13 - Compensatiecurven fig. 14 - Voorbeeld van parallelle verplaatsing van de compensatiecurven

cod. 3541Q563 - Rev. 00 - 10/2021Regeling vanaf de timerafstandsbediening tabella 1Is de verwarmingsketel aangesloten op een Timerafstandsbediening(optioneel), dan worden de bovengenoemde afstellingen uitgevoerd volgenshetgeen vermeld staat in . Bovendien wordt op het display van het bediening-spaneel (detail 5 - fig. 1) de actuele, door de Timerafstandsbediening gemetenomgevingstemperatuur weergegeven.Tabella. 1Afstelling hydraulische druk installatieDe vuldruk bij een koude installatie, weergegeven op het display, moet ongeveer 1,0 barbedragen. Wanneer de druk in de installatie onder de minimumwaarden daalt, activeertde kaart van de verwarmingsketel storing F37 (fig. 15).fig. 15 - Storing druk installatie onvoldoendeKit expansievat en optionele kraanOp aanvraag is een optionele kit met een sanitair expansievat en een vulkraan verkrijg-baar.De kraan moet geïnstalleerd worden waarbij de richting van de pijl in acht genomen moetworden.Wanneer hij geïnstalleerd is, de vulkraan bedienen (detail 1 - fig. 16) om de druk in deinstallatie weer tot een waarde van meer dan 1,0 bar te verhogen.fig. 16- Vulkraan (optioneel) Wanneer de druk in de installatie weer hersteld is, activeert de verwarmingske-tel een ontluchtingscyclus van 120 seconden, hetgeen op het display met FHwordt weergegeven.3. INSTALLATIE3.1 Algemene regelsDE INSTALLATIE VAN DE VERWARMINGSKETEL MAG UITSLUITEND DOOR GES-PECIALISEERD EN SPECIFIEK OPGELEID PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD,MET INACHTNEMING VAN ALLE INSTRUCTIES VAN DEZE TECHNISCHE HAND-LEIDING, VAN DE BEPALINGEN VAN DE GELDENDE WETGEVING, VAN DE VOOR-SCHRIFTEN VAN DE PLAATSELIJK EN LANDELIJK VAN KRACHT ZIJNDENORMEN, EN VOLGENS DE REGELS VAN GOEDE TECHNIEK.3.2 InstallatieplaatsDe verwarmingsketel moet in een aparte ruimte geplaatst worden, met ventilatieopenin-gen naar buiten, in overeenstemming met de geldende voorschriften. Als er zich in de-zelfde ruimte meerdere branders of afzuiginstallaties bevinden die tegelijkertijd kunnenfunctioneren, moeten de ventilatieopeningen afmetingen hebben die geschikt zijn voorgelijktijdige werking van alle apparatuur. Er mogen zich geen brandbare voorwerpen ofmaterialen in de ruimte bevinden of bijtende gassen, stoffen of vluchtige deeltjes die,aangezogen door de branderventilator, verstopping van de interne branderleidingen ofvan de verbrandingskop kunnen veroorzaken. Het vertrek moet droog zijn en mag nietblootstaan aan regen, sneeuw of vorst. Als het apparaat wordt omsloten door meubels of als er meubels naast wordengemonteerd, moet er ruimte worden vrijgehouden voor demontage van debehuizing en om de normale onderhoudswerkzaamheden te kunnen uitvoeren3.3 Hydraulische aansluitingenAanwijzingenHet thermisch vermogen van het apparaat moet vooraf worden vastgesteld door bereke-ning van de warmtebehoefte van het gebouw volgens de geldende voorschriften. De in-stallatie moet uitgerust zijn met alle componenten, zodat ze correct en regelmatig kanwerken. Het is raadzaam om tussen verwarmingsketel en verwarmingsinstallatie afslui-tkleppen te plaatsen waarmee de verwarmingsketel zo nodig van de installatie geïsole-erd kan worden.

De afvoer van de veiligheidsklep moet worden verbonden met een trechter of een verzamelleiding, om te voorko- men dat er water over de vloer loopt als er overdruk in het verwarmingscircuit is. Indien dit niet gebeurt en de afvoe- rklep ingrijpt waardoor de ruimte onder water loopt, kan de fabrikant van de verwarmingsketel niet aansprakelijk worden gesteld. Gebruik de leidingen van de hydraulische installaties niet voor aarding van elektrische apparaten. Reinig, voordat u de installatie verricht, alle leidingen van het systeem zorgvuldig omeventuele restmaterialen of vuil te verwijderen, die de goede werking van het apparaatnadelig kunnen beïnvloeden.Verricht de aansluitingen op de overeenkomstige aansluitpunten, zoals in de afbeeldingvan cap. 5 is weergegeven en volgens de op het apparaat aangebrachte symbolen.

Installeer bij de ingang van het sanitair koud water de te- rugslag- en veiligheidsklep 'A' (zie fig. 17), die met de ke- tel wordt meegeleverd. Houd rekening met de richting van de pijl op de klep. fig. 17 - Installatie terugslag- en veiligheidsklep

Installeer op de toevoer van de installatie de terugslagk- lep 'A' (ziefig. 18), die met de ketel wordt meegeleverd en breng de pakking 'B' aan. Houd rekening met de richting van de pijl op de klep. fig. 18 - Installatie terugslagklepRegeling van verwarmingstempe-ratuurDeze temperatuur kan zowel in het menu van de Timerafstandsbediening afge-steld worden als op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel.Regeling van temperatuur sani-tair waterDeze temperatuur kan zowel in het menu van de Timerafstandsbediening afge-steld worden als op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel.Omschakelen Zomer/WinterDe functie Zomer heeft voorrang op de eventuele vraag om verwarming van de Timerafstandsbediening.Keuze Eco/ComfortBij uitschakeling van de functie Sanitair in het menu van de Timerafstandsbedie-ning gaat de verwarmingsketel over naar de modus Economy. In dit geval is toets 7 - fig. 1 op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel uitge-schakeld.Bij inschakeling van de functie Sanitair in het menu Timerafstandsbediening gaat de verwarmingsketel over naar de modus Comfort. In dit geval kan met toets 7 - fig. 1 op het bedieningspaneel van de verwarmingsketel een van beide functies gekozen worden.Weersafhankelijke temperatuurZowel de Timerafstandsbediening als de elektronische kaart van de ketel behe-ren beide de regeling met Weersafhankelijke Temperatuur: van deze twee is de Weersafhankelijke Temperatuur van de kaart van de verwarmingsketel prioritair.

cod. 3541Q563 - Rev. 00 - 10/2021 Hoog efficiënte circulatiepomp boiler Voor een goede werking van de verwarmingsketel ATLAS D ECO 30/42 K 100/130 UNIT, moet de snelheidskeuzeknop (zie fig. 19) op stand III gezet worden. fig. 19 Circulatiepomp Hoog efficiënte verwarming De fabrieksinstelling is geschikt voor alle installaties; het is echter mogelijk om een an- dere werkingsstrategie in te stellen, op basis van de eigenschappen van de installatie. - Waarde Dp-v Proportionele prevalentie (fig. 20) De Prevalentie van de circulatiepomp zal automatisch beperkt worden bij de afname van het door de installatie gevraagde debiet. Deze waarde blijkt optimaal voor installaties met radiatoren (2 buizen of een enkele buis) en/of thermostaatkleppen. De sterke punten zijn de beperking van elektriciteitsverbruik bij de afname van de vraag van de installatie en de vermindering van het lawaai op radiatoren en/of thermostaatk- leppen. Het werkingsbereik loopt van minimum (1) tot maximum (7). - Waarde Vaste snelheid (fig. 21) De circulatiepomp moduleert het eigen vermogen niet. Het werkingsprincipe is dat van de traditionele circulatiepompen met 3 snelheden (met een beperking van het elektrici- teitsverbruik ten opzichte daarvan). Het werkingsbereik loopt van snelheid 1 (I) tot snelheid 3 (III). Hoogefficiënte circulatiepomp (mod. PARA) Bedieningstoetsen en signaleringsleds fig. 22 Voor een goede uitkomst van de berekening “Warmtemeting” (zie deel 11 WARMTEME- TING (BOEKHOUDING), moet de circulatiepomp zijn ingesteld op de modus "Constant toerental " en op de stand . Om die regeling in te stellen, druk meerdere keren op de knop "A" totdat de leds gaan branden die worden aangegeven op onderstaande af- beelding. fig. 23 Er kan echter een andere werkingsstrategie worden ingesteld, op basis van de eigen- schappen van de installatie. - Instelling p-v Proportionele opvoerhoogte De opvoerhoogte van de circulatiepomp zal automatisch verminderd worden naargelang er minder debiet wordt gevraagd door de installatie. De sterke punten zijn de beperking van elektriciteitsverbruik bij afname van de vraag van de installatie en vermindering van het lawaai. Het werkingsbereik loopt van minimum tot maximum. - Instelling p-c Constante opvoerhoogte De opvoerhoogte van de circulatiepomp blijft constant, ook als het door de installatie ge- vraagde debiet varieert. - Instelling Vaste snelheid De circulatiepomp moduleert het eigen vermogen niet. Het werkingsprincipe is dat van de traditionele circulatiepompen met 3 snelheden (met een beperking van het elektrici- teitsverbruik ten opzichte daarvan). Het werkingsbereik loopt van snelheid 1 ( ) tot snelheid 3 ( ). Waarde Dp-v Proportionele prevalentie fig. 20 Waarde Vaste snelheid fig. 21 Min

Bij normale werking brandt de led met groen licht Led brandt/knippert in het geval van een storing Indicatie van de geselecteerde regelmodus: Proportionele opvoerhoogte p-v Constante opvoerhoogte p-c Vaste snelheid Indicatie van de geselecteerde karakteristiekcurve (1 , 2 , 3 ) binnen de regelmodus Gecombineerde ledindicaties tijdens de ontluchtingsfunctie van de circu- latiepomp, handmatige herstart en toetsvergrendeling Door op de toets te drukken kunnen de verschillende regelcombinaties worden ingesteld

  • Door 3 seconden indrukken wordt de ontluchtingsfunctie van de circulatiepomp geactiveerd
  • Door 5 seconden indrukken vindt een handmatige herstart plaats
  • Door 8 seconden indrukken wordt de toets vergrendeld/ontgren- deld

cod. 3541Q563 - Rev. 00 - 10/2021 Kenmerken van het water van de installatie Bij een waterhardheidsgraad van meer dan 25° Fr (1°F = 10ppm CaCO3), is het nood- zakelijk dat het water op passende wijze behandeld wordt om afzettingen in de verwar- mingsketel te voorkomen. Na behandeling mag de hardheidsgraad niet minder dan 15°F bedragen (DPR 236/88 betreffende gebruik van water bestemd voor consumptie). Behandeling van het water is onontbeerlijk bij uitgebreide installaties of bij frequente in- voer van suppletiewater in de installatie.

Indien er een waterontharder bij de inlaat van het koude water van de verwarmingsketel wordt geïnstalleerd, dient u erop te letten dat de hardheidsgraad niet te laag wordt daar de magnesiumanode van de boiler daardoor sneller achteruit kan gaan. Antivriessysteem, antivriesmiddel, additieven en remmende stoffen De verwarmingsketel is uitgerust met een antivriessysteem, dat de ketel inschakelt in ve- rwarmingsmodus wanneer de temperatuur van het toevoerwater onder de 6 °C daalt. Het systeem functioneert niet wanneer het apparaat niet van stroom en/of gas wordt vo- orzien. Het gebruik van antivriesmiddelen, additieven en remmende stoffen is, indien no- odzakelijk, uitsluitend toegestaan indien de fabrikant van dergelijke vloeistof of additieven garant staat voor het feit dat zijn producten voor het betreffende doel geschikt zijn en geen schade veroorzaken aan de warmtewisselaar of aan overige componenten en/of materialen van verwarmingsketel en installatie. Het is verboden antivriesmiddelen, additieven en remmende stoffen te gebruiken die bestemd zijn voor algemene doelein- den en niet specifiek bedoeld voor verwarmingsinstallaties en ongeschikt voor het ma- teriaal waaruit verwarmingsketel en installatie samengesteld zijn.

3.4 Aansluiting van de brander

De brander is uitgerust met slangen en een filter voor aansluiting op de olietoevoerlei- ding. fig. 24Laat de slangen uit de achterwand steken en installeer het filter zoals ver- meld in . fig. 24 - Installatie brandstoffilter Het olietoevoercircuit moet tot stand gebracht worden volgens een van onderstaande schema's, waarbij de in de tabel weergegeven lengte van de leidingen (LMAX) niet over- schreden mag worden. fig. 25 - Zwaartekrachtvoeding fig. 26 - Voeding door aanzuiging fig. 27 - Sifonvoeding fig. 28 - RingvoedingATLAS D ECO 30/42 K 100/130 UNIT

3.5 Elektrische aansluitingen

Aansluiting op het elektriciteitsnet

De elektrische veiligheid van het apparaat wordt alleen bereikt wanneer het correct geaard is, overeenkomstig de geldende veiligheidsnormen. Laat door een vakman con- troleren of de aarding efficiënt en afdoende is. De fa- brikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade die ontstaat doordat de installatie niet geaard is. Laat boven- dien controleren of de elektrische installatie geschikt is voor het maximumvermogen dat door het apparaat wordt opgenomen (dit staat vermeld op de typeplaat van de ve- rwarmingsketel). De verwarmingsketel is voorbedraad en voorzien van een kabel van het type "Y" zonder stekker, voor aansluiting op het elektriciteitsnet. De aansluitingen op het net moeten wor- den gerealiseerd met een vaste aansluiting, door middel van een tweepolige schakelaar met een opening tussen de contacten van minstens 3 mm; er moeten zekeringen van max. 3A tussen verwarmingsketel en lijn worden geplaatst. Het is belangrijk dat de po- lariteiten (LIJN: bruine draad / NEUTRAAL: blauwe draad / AARDE: geel-groene draad) in acht worden genomen bij het aansluiten van de elektriciteitsleiding. Zorg er bij het in- stalleren of vervangen van de voedingskabel voor dat de aardgeleider 2 cm langer is dan de andere.

De voedingskabel van het apparaat mag niet door de ge- bruiker worden vervangen. Als de kabel beschadigd is, moet het apparaat worden uitgeschakeld en dient u zich voor vervanging van de kabel uitsluitend tot gekwalifice- erde vakmensen te wenden. Als de elektrische voedin- gskabel vervangen wordt, mag uitsluitend een kabel “HAR H05 VV-F 3x0,75 mm2 worden gebruikt met een buitendiameter van maximaal 8 mm. Omgevingsthermostaat (optie)

KAART ONHERSTELBAAR BESCHADIGD. Bij het aansluiten van timerafstandsbedieningen of ti- mers, mag de voeding voor deze voorzieningen niet van hun schakelcontacten worden genomen. De voeding er- van moet rechtstreeks door het net of door batterijen wor- den geleverd, afhankelijk van het type voorziening. Toegang tot het elektrische klemmenbord Draai de twee schroeven “A” op het paneel los en verwijder het deurtje fig. 29 - Toegang tot het elektrische klemmenbord

3.6 Aansluiting op het rookkanaal

Het apparaat moet aangesloten worden op een rookkanaal dat ontworpen en gebouwd is in overeenstemming van de geldende normen. De leiding tussen de ketel en het roo- kafvoerkanaal moet vervaardigd zijn van voor dit doel geschikt materiaal, dat wil zeggen bestendig tegen de temperatuur en tegen corrosie. Geadviseerd wordt de afdichting van de verbindingspunten goed te onderhouden.

4. SERVICE EN ONDERHOUD

Alle hieronder beschreven werkzaamheden die afstellingen, wijzigingen en inbedrijfstel- ling betreffen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door Gekwalificeerd en hiervoor op- geleid Personeel (dat voldoet aan de technisch-professionele vereisten op grond van de geldende voorschriften), zoals het personeel van de plaatselijke Technische Klantenser- vice. FERROLI is geenszins aansprakelijk voor schade aan zaken en/of persoonlijk letsel, ve- roorzaakt door ingrepen op het apparaat, uitgevoerd door onbevoegde en ondeskundige personen.

TEST modus inschakelen Druk gelijktijdig op de toetsen verwarming (details 3 en 4 - fig. 1) gedurende 5 seconden om de TEST modus in te schakelen. De verwarmingsketel wordt onafhankelijk van het verzoek van de installatie of om sanitair water ingeschakeld. Op het display, gaan de symbolen verwarming (detail 24 - fig. 1) en sanitair water (detail

12 - fig. 1) knipperen.

fig. 30 - Functie TEST Herhaal de procedure om de TEST-modus te deactiveren. De TEST-modus wordt in ieder geval automatisch na 15 minuten uitgeschakeld. Afstellen brander De brander wordt in de fabriek afgesteld zoals vermeld in tabella 2. De brander kan op een ander vermogen ingesteld worden door in te grijpen op de pompdruk, de sproeier en door afstelling van de kop en de luchttoevoer, zoals in de volgende paragrafen be- schreven is. Het gewijzigde vermogen dient echter binnen het nominale bedrijfsveld van de ketel te liggen. Controleer na de afstelling, met een toestel voor verbrandingsanalyse, of het gehalte aan CO

% in de rookgassen tussen 11% en 12% ligt. Tabel debiet oliesproeiers In tabella 2 staat het oliedebiet vermeld (in kg/h) bij variaties van pomp- en sproeierdruk. NB - Onderstaande waarden dienen uitsluitend als leidraad, want er moet rekening wor- den gehouden met het feit dat het debiet van de sproeiers ± 5% kan variëren. Bovendien neemt bij branders met voorverwarmer het brandstofdebiet af met ongeveer 10%. Tabella. 2

5,69 6,18 6,46 6,75 7,06 7,38 7,96 67,48 73,29 76,61 80,05 83,73 87,53 91,20 Debiet bij uitgang van de sproeier in kg/h

cod. 3541Q563 - Rev. 00 - 10/2021Regeling pompdrukDe pomp is in de fabriek reeds afgesteld op 12 bar. Gebruik voor de controle van de drukeen manometer in oliebad. De druk kan worden ingesteld tussen 11 en 14 bar.fig. 31- Pomp ITALPUMPfig. 32- Pomp DANFOSS1. Inlaat Ø1/4”2. Retour Ø1/4”3. Toevoer diesel olie Ø1/8”4. Regeling van de druk5. Aansluiting manometer Ø1/8”6. Aansluiting vacuümmeter Ø1/8”Regeling verbrandingskop De kop wordt afgesteld met de schroef 1 volgens de aanwijzingen in de index 2. fig. 33Regeling luchtschuif Nadat de schroef 3 is losgedraaid met de schroef 1, wordt de verbrandingslucht afge- steld volgens de aanwijzingen in de index 2. Blokkeer de schroef 3 na de afstelling. fig. 34Plaats elektroden - deflectorNadat de sproeier gemonteerd is, moet worden gecontroleerd of de elektroden en de de-flector correct geplaatst zijn volgens de hieronder aangegeven maten. Het is wenselijkde maten telkens opnieuw te controleren nadat er een ingreep op de kop gepleegd is.fig. 35- Plaats elektroden - deflector4.2 Inwerkingstelling

Controles die uitgevoerd moeten worden bij de eerste on- tsteking en naar aanleiding van alle onderhoudswerk- zaamheden die afsluiting van de installaties met zich meebrengen, of na een ingreep op de veiligheidsinrichtin- gen of delen van de verwarmingsketel: Alvorens de verwarmingsketel te ontsteken• Zet eventuele afsluitkleppen tussen verwarmingsketel en installaties open.• Controleer of het brandstofsysteem lekdicht is.• Controleer of het expansievat goed voorbelast is• Vul de hydraulische installatie en zorg ervoor dat de verwarmingsketel en de instal-latie volledig ontlucht zijn door de ontluchtingsklep op de verwarmingsketel en deeventuele ontluchtingskleppen op de installatie te openen.• Controleer of er geen waterlekken in de installatie, de circuits van het sanitaire wa-ter, de verbindingen of de verwarmingsketel zitten.• Controleer of de elektrische installatie goed is aangesloten en de aarding naarbehoren is uitgevoerd.• Controleer of er zich in de buurt van de verwarmingsketel geen ontvlambare vloei-stoffen of materialen bevinden.• Monteer de manometer en de vacuümmeter op de branderpomp (deze moeten wor-den verwijderd na de inwerkingstelling)• open de afsluiters langs de olieleidingAanzettenfig. 36 - Aanzetten Bij het sluiten van de thermostaatlijn begint de brandermotor samen met de pomp tedraaien: alle aangezogen olie wordt naar de retourleiding gestuurd. Tevens werken debranderventilator en de ontstekingstransformator, d.w.z. dat de volgende fasen plaat-svinden:• voor-ventilatie van de vuurhaard.• voorspoelen van een deel van het oliecircuit.• voor-ontsteking, met ontlading tussen de elektrodenpunten.

cod. 3541Q563 - Rev. 00 - 10/2021 Na afloop van het voorspoelen opent de apparatuur de elektromagnetische klep: de oliebereikt de sproeier, vanwaar hij zeer fijn verstoven naar buiten komt.Het contact met de ontlading tussen de elektroden zorgt ervoor dat er een vlam ontstaat.Tegelijkertijd vangt de veiligheidstijd aan.Cyclus van het apparaatfig. 37 - Cyclus van het apparaatR-SB-W Thermostaten/DrukschakelaarsM BrandermotorZ OntstekingstransformatorBV MagneetklepFR FotoweerstandA’ Aanvang inschakelen met voorverwarmerA Aanvang inschakelen zonder voorverwarmerB Vlam aanwezigC Normale werkingH Stop voor afstellen (TA-TC)t1 Tijd voor-ventilatieTSA Veiligheidstijdt3 Tijd voorontstekingt3n Tijd na-ontstekingtw VoorverwarmingstijdSignalen bij uitgang apparaatVereiste signalen bij ingangControles tijdens de werking• Schakel het apparaat in zoals beschreven in sez. 2.3.• Controleer de lekdichtheid van het brandstofcircuit en van de waterinstallaties.• Controleer de doeltreffendheid van de afvoerleiding en de rookgas-luchtpijpentijdens de werking van de verwarmingsketel.• Controleer of de watercirculatie tussen de verwarmingsketel en de installaties cor-rect verloopt.• Controleer of de ontsteking van de verwarmingsketel correct werkt door hem ver-schillende malen te ontsteken en weer uit te zetten door middel van de omgeving-sthermostaat of de afstandsbediening.• Controleer of de deuren van brander en brandstofkamer hermetisch sluiten.• Controleer of de brander naar behoren werkt.• Voer brandstofanalyse uit (met de verwarmingsketel in stabiele toestand) en contro-leer of het gehalte aan CO in de rookgassen tussen 11% en 12% ligt.• Controleer de correcte programmering van de parameters en programmeer het ap-paraat naar gelang de persoonlijke behoeften (compensatiecurve, vermogen, tem-peratuur e.d.).4.3 OnderhoudPeriodiek onderhoudOm te zorgen dat het apparaat goed blijft werken, is het noodzakelijk dat gekwalificeerdpersoneel de volgende punten jaarlijks naloopt:• De besturings- en veiligheidsinrichtingen moeten goed functioneren.• Het circuit voor rookafvoer moet optimaal functioneren.• Controleer of de brandstoftoevoer- en -afvoerleidingen niet verstopt of beschadigdzijn.• Reinig het filter van de brandstofaanzuigleiding.• Bepaal het juiste brandstofverbruik• Reinig de verbrandingskop bij de brandstofuitgang, op de wervelschijf.• Laat de brander gedurende ongeveer 10 minuten op volle kracht werken en analy-seer daarna het verbrandingsproces als volgt:- De juiste afstelling van alle elementen, die in deze handleiding vermeld staan- Temperatuur van de rook in de afvoerleiding- Percentage CO2• De pijpen moeten vrij zijn van obstakels en geen sporen van lekkage vertonen• Brander en warmtewisselaar moeten schoon zijn, zonder afzettingen. Maak geengebruik van chemische producten om ze te reinigen.• De gas- en waterinstallaties moeten lekdicht zijn.• De waterdruk van de installatie moet in de ruststand circa 1 bar zijn; indien dit niethet geval is, de installatie naar deze waarde terugbrengen.• De circulatiepomp mag niet geblokkeerd zijn.• Het expansievat moet gevuld zijn.• Controleer de magnesiumanode en vervang ze, indien nodig. Ommanteling, paneel en sierelementen van de verwarmingsketel kunnen zo-nodig schoongemaakt worden met een zachte doek, eventueel bevochtigd metwater met zeepoplossing. Vermijd het gebruik van elke soort schuurmiddel ofoplosmiddel.Toegang tot de elektrode en sproeier• Koppel de kabels van de elektroden van de transformator los en verwijder de fo- toweerstand 1, de koppeling 2 die de dieselleiding met lijn 3 van de sproeier verbin- dt. Draai de schroeven 4 los en neem de unit sproeier-deflector-elektroden weg. fig. 38

  • Draai de schroef 5 los om de deflector te verwijderen en de schroef 6 om de elek- troden te verwijderen. Een goede reiniging van de sproeier wordt verkregen doorhet filter te demonteren en de sneden en het verstuivingsgat met benzine schoon temaken en met diesel te spoelen. Let er bij het hermonteren op om de elektroden-deflector correct te plaatsen.fig. 39Reiniging van de verwarmingsketel1. Schakel de stroom naar de verwarmingsketel uit.2. Verwijder de brander (zie de vorige paragraaf).3. Verwijder het bovenste paneel.

4. Verwijder de deur voor de reiniging 'A' door de moeren 'B' los te draaien.

5. Open de deur van de brander 'C' nadat u de moeren 'D' hebt losgedraaid.

6. Maak de binnenkant van de verwarmingsketel en het volledige traject van de afge-voerde rook schoon met een borstel, een zuiger of met perslucht.7. Sluit ten slotte de deuren.fig. 40

4.4 Oplossen van storingen

Diagnostiek De verwarmingsketel is voorzien van een geavanceerd zelfdiagnosesysteem. Bij een storing in de verwarmingsketel knippert het display samen met het storingssymbool (de- tail 22 - fig. 1) en geeft de storingscode weer. Er bestaan storingen die permanente blokkering veroorzaken (aangeduid met de letter 'A'): om de werking te resetten op de toets RESET (det. 8 - fig. 1) gedurende 1 seconde drukken of de optionele klokthermostaat (optioneel) met afstandsbediening RESETTEN; indien de ketel niet start de storing oplossen die aangeduid wordt met de bedrijfslampjes. Andere storingen zorgen voor tijdelijke blokkering (aangeduid met de letter “F”) die au- tomatisch worden opgeheven zodra de waarde weer binnen het normale werkingsbereik van de verwarmingsketel komt. Tabella. 3 - Overzicht storingen Diagnose circulatiepomp Sommige storingen van de circulatiepomp worden aangegeven door de led naast de snelheidskeuzeknop (fig. 41 - fig. 42). fig. 41 Tabella. 4 - Indicaties werking circulatiepomp Diagnostiek circulatiepomp (mod. PARA) Sommige storingen van de circulatiepomp worden gesignaleerd door de led (fig. 42). fig. 42 Code storing Storing Mogelijke oorzaak Oplossing A01 Blokkering van de brander Pomp geblokkeerd Vervangen Elektromotor defect Vervangen Olieklep defect Vervangen Er zit geen brandstof in de tank of er zit water op de bodem Brandstof bijvullen of water afzuigen Toevoerkleppen olieleiding gesloten Openmaken Filters vuil (leiding- pomp-sproeier) Schoonmaken Pomp zuigt niet aan Inschakelen en oorzaak van uit- schakelen opsporen Ontstekingselektroden slecht geregeld of vuil Afstellen of schoonmaken Sproeier verstopt, vuil of vervormd Vervangen Regelingen kop en schuif niet geschikt Afstellen Elektroden defect of naar massa Vervangen Ontstekingstransformator defect Vervangen Elektrodekabels defect of naar massa Vervangen Elektrodekabels vervormd door hoge tem- peratuur Vervangen en afschermen Elektrische aansluitingen klep of transfor- mator verkeerd Controleren Motor-pompkoppeling kapot Vervangen Aanzuiging pomp verbonden met retourlei- ding Aansluiting corrigeren Fotoweerstand defect Vervangen Fotoweerstand vuil Fotoweerstand reinigen A02 Vlamsignaal aanwezig bij uitgeschakelde brander Kortsluiting in fotoweerstand Fotoweerstand vervangen Vreemde lichtbron raakt de fotoweerstand Lichtbron verwijderen A03 Inwerkingtreding beveili- ging tegen te hoge tempera- tuur Verwarmingssensor beschadigd Controleer positie en werking van de verwarmingssensor Onvoldoende watercirculatie in de installa- tie Controleer de circulatiepomp (Zie tabel tabella 4) Lucht in de installatie Ontlucht de installatie A04 Storing parameters kaart Onjuiste instelling parameter kaart Controleer en wijzig eventueel de parameter kaart F07 Storing voorverwarmer (het contact wordt niet binnen 120 seconden gesloten) Breuk in bedrading Controleer de bedrading F09 Storing parameters kaart Onjuiste instelling parameter kaart Controleer en wijzig eventueel de parameter kaart F10 Storing sensor drukzijde 1 Sensor beschadigd Controleer de bedrading of ver- vang de sensor Kortsluiting in bedrading Breuk in bedrading F11 Storing van sensor sanitair water Sensor beschadigd Controleer de bedrading of ver- vang de sensor Kortsluiting in bedrading Breuk in bedrading F12 Storing parameters kaart Onjuiste instelling parameter kaart Controleer en wijzig eventueel de parameter kaart F14 Storing sensor drukzijde 2 Sensor beschadigd Controleer de bedrading of ver- vang de sensor Kortsluiting in bedrading Breuk in bedrading F16 Storing parameters kaart Onjuiste instelling parameter kaart Controleer en wijzig eventueel de parameter kaart F34 Voedingsspanning lager dan 170V. Problemen met het elektriciteitsnet Controleer het elektriciteitsnet F35 Abnormale netfrequentie Problemen met het elektriciteitsnet Controleer het elektriciteitsnet F37 Druk van waterinstallatie verkeerd Druk te laag Vul de installatie Sensor beschadigd Controleer de sensor F39 Storing sonde buitentempe- ratuur Sonde beschadigd of kortsluiting in bedra- ding Controleer de bedrading of ver- vang de sensor Sonde niet aangesloten na activeren van de weersafhankelijke temperatuur Sluit de buitensonde weer aan of deactiveer de weersafhanke- lijke temperatuur F40 Druk van waterinstallatie verkeerd Druk te hoog Controleer de installatie Controleer de veiligheidsklep Controleer het expansievat A41 Plaats sensoren Sensor drukzijde niet aangebracht in ketelbehuizing Controleer positie en werking van de verwarmingssensor F42 Storing verwarmingssensor Sensor beschadigd Vervang de sensor F47 Storing sensor waterdruk installatie Breuk in bedrading Controleer de bedrading Uitgeschakeld Circulatiepomp in STAND-BY Groen ON Circulatiepomp in werking Groen knipperend Ontluchtingscyclus Afwisselend Groen/Rood Circulatiepomp geblokkeerd door externe oorzaak: - Overspanning (>270V) - Onvoldoende spanning (<160V) - Overbelasting motor Rood knipperend Circulatiepomp geblokkeerd door interne oorzaak: - Motor geblokkeerd - Elektronica beschadigd Leds Storing Oorzaak Oplossing Brandt met rood licht Blokkering Rotor geblokkeerd Activeer de handmatige her- start of neem contact op met de klantenservice Contact/wikkeling Wikkeling defect Knippert met rood licht Onder-/overspanning Voedingsspanning voedings- zijde te laag/hoog Controleer de netspanning en de gebruiksomstandighe- den. Vraag klantenservice aan Te hoge temperatuur van de module Binnenste van de module te heet Kortsluiting Te hoge motorstroom Knippert met rood/ groen licht Werking van de turbine Het hydraulische systeem van de pompen wordt gevoed, maar de pomp heeft geen netspan- ning Controleer de netspanning, het waterdebiet/-druk alsook de omgevingsomstandighe- den Droog bedrijf Lucht in de pomp Overbelasting De motor draait moeizaam. De pomp functioneert niet vol- gens de specificaties (bv. tem- peratuur van de module hoog). Het toerental is lager dan bij normale werking. Min.

cod. 3541Q563 - Rev. 00 - 10/20215. KENMERKEN EN TECHNISCHE GEGEVENSLegenda afbeeldingen cap. 5A Veiligheids- en terugslagklepA4 Rookuitlaat10 Toevoer installatie - Ø 3/4”11 Retour installatie - Ø 1”14 Veiligheidsklep verwarming32 Circulatiepomp verwarming36 Automatische ontluchting40 Expansievat Sanitair water56 Expansievat74 Vulkraan installatie97 Magnesiumanode130 Circulatiepomp boiler143 Regelthermostaat Boiler154 Condensafvoerslang178 Thermometerbol boiler179 Terugslagklep180 Boiler192 Hercirculatie - Ø 3/4”197 Handbediende ontluchtingsklep209 Toevoer boiler - Ø 3/4”210 Retour boiler - Ø 3/4”233 Afvoerkraan boiler246 Drukomzetter275 Aftapkraan verwarmingsinstallatie278 Dubbele sensor (Verwarming + Veiligheid)293 Inspectieflens boiler295 Brander5.1 Afmetingen, aansluitingen en hoofdcomponentenfig. 43 - Vooraanzichtfig. 44 - Zijaanzicht - ATLAS D ECO 30 K 100 UNITfig. 45 - Zijaanzicht - ATLAS D ECO 42 K 130 UNIT

cod. 3541Q563 - Rev. 00 - 10/2021fig. 46 - Achteraanzicht5.2 Watercircuitfig. 47 - Watercircuit5.3 DiagrammenBelastingsverlies/Opvoerhoogte circulatiepompen- Prevalentie van de circulatiepomp met instelling op “vaste snelheid”.fig. 48A Drukhoogteverlies ketel1 - 2 - 3 Snelheid circulatiepomp- Prevalentie van de circulatiepomp met instelling op “proportionele prevalentie”.fig. 49A Drukhoogteverlies ketel