Atlas D ECO 34 COND SI UNIT - Warmtepomp FERROLI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Atlas D ECO 34 COND SI UNIT FERROLI in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Atlas D ECO 34 COND SI UNIT FERROLI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Warmtepomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Atlas D ECO 34 COND SI UNIT - FERROLI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Atlas D ECO 34 COND SI UNIT van het merk FERROLI.
GEBRUIKSAANWIJZING Atlas D ECO 34 COND SI UNIT FERROLI
- Lees de waarschuwingen in deze handleiding aandachtig door, waarat te belangrijke veiligheidsinformatie bevatten met betrekking tot de installmentatie, het gebruik en het onderhoud.
- De handleiding is een essentieel onderdeel van het product en moet zorgvuldig bewaard worden door de gebruiker voor verdere raadpleging.
- Bij verhuizing of verandering van eigenaar van het apparaat, dient deze handleiding de verwarmingsketel.altijd te vergezellen zodate deze door de neue eigenaar, gebruiker en/of installateur kan worden geraadpleegd.
- De installmentie en het onderhoud要去en door technisch gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd en met inachtneming van de geldende normen en overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant.
- Verkeerde installmentie of slecht onderhoud kan letsel veroorzaken aan Personen of dieren en tot materièle schade leiden. De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade dieveroorzaakt is door een Niet goed uitgevoerde installmentie, oneigenlijk gebruik en het Niet opvolgen van de door de fabrikant verstekte aanwijzin-gen.
- Alvorens een willekeurige reinigings- of onderhoudswerkzaamheid uit te voeren, het apparaat van het elektriciteitsnet loskoppelen door de hoofschakelaar van de installmente uit te schakelen en/of de waarvoor bestemde aflsuitsystemen te activeren.
In geval van storingen en/of als het apparaat slecht werkt, moet het uitgeschakeld worden. Er mogen op geen enkele wijze pogingen tot reparatie of andere ingrepen worden ondernomen. Wendt u zich uitsluitend tot technisch gekwalificerd, geauthoriseerd personeel. Eventuele reparaties-verbangingen van producten mogen uitsluitend door technisch gekwalificerd personeel worden uitgevoerd en uitsluitend met gelebruik van originele onderdelen ter verranging. Het Niet naleven van bovenstaande voorschriften kan tot gevolg hebben dat het apparaat nicht veilig meer is. -
De goede werkung van het apparaat kan uitsluitend gewaarborgd worden indien periodiek een onderhoudsbeurt door gekwalificeerd personeel worden UITgevoerd.
-
Dit apparaat mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het uitdrukkelijk ontworpen is. leder ander gebruik worden als oneigenlijk, en dus gevaarlijk beschouwd.
- Controleer na het verwijderen van de verpakking of de inhoud intact is. De onderdelen van de verpakking mogen Niet binnen het bereik van kinderen worden achtergelaten, want dat kan gevaar opleveren.
- Het apparaat mag worden gebruikt door kinderen van 8aar en ouder en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of geestelijkbeperkingen of met een gebrek aan ervaring of kennis, mits ze onder toezicht staan en geinstrueerd zich betreffende het veilige gebruik van het apparaat enbekend zich met de.daaraan verbonden gevaren. Kinderen mogen Niet met het apparaat spelen. De door de gebruiker uit te vorenen reiniging en het onderhoud mogen ook door kinderen vanaf 8aar worden uitgevoerd, mits deze onder toezicht staan.
- Het apparaat in geval van twijfel Niet gebruiken en contact opnemen met de leverancier.
- Het apparaat en de bijbehorende accessoires要去en op passende wijze tot afval verwerkt worden, in overeenstemming met de geldende voorschriften.
- De afbeelden in deze handleidingঃ een vereenvoudigde voorstelling van het product. Er kuren lichte en Niet-significante verschillenঃ tussen deze voorstelling en het geleverde product.
C E
DE CE-MARKERING CERTIFICATEERT DAT DE PRODUCTEN VOLDOEN AAN DE ESSENTIELE EISEN VAN DE BETROKKEN GELDENDE RICTLIJNEN. DE VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING KAN BIJ DE PRODUCENT WORDEN AANGEVRAAGD.

Dit symbolism dat op het product, op de verpakking of op de docu-mentationatie staat, geeft aan dat het product aan het einde van de gebruiksduur Niet samen met huishoudelijk afval mag worden ingezameld of verwijderd.
Een onjuist beheer van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kan leiden tot het vrijkomen van gevaarlijke stoffen in het product. Om schade aan het milieu of aan de gezondheid te voorkomen, worden de gebruiker verzocht om deze apparatuur te scheiden van andere soorten afval en deze bij de gemeentelijk inzameldienst af te given of op te latent halen door de distributeur, volgens de voorwaarden en de voorschriften die zich vastgelegd in de nationale begalingen ter uitvoering van Richtlijn 2012/19/EU.
2. GEBRUIKSAANWIJZINGEN
2.1 Presentatle
Geachte klant,
Wij danken u dat uw keus is geallen op een verwarmingsketel FERROLI met geavanceerd concept en vooruitstrevende technologie, een uiterst betrouwbare constructie van hoogstaande kwaliteit. Wij verzoeken u deze handleiding aandachtig door te lezen, want er staan belangrijke veilgheidsvoorschriften in vermeld omtrent installment, gebruik en onderhoud.
ATLAS D ECO 34 COND SI UNIT is een hoge-rendements warmtegenerator voor verwarming en distributie van warm sanit water, die met een blaasbrander op ole werk. De verwarmingsketel bestaat uit gietijzeren elementen, met dubbelkegelvormige en staalen trekstangassesemblage. Het controssystemein werk met een microprocessor met digitaile interface, met geavanceerde functies voor warmteregeling.
2.2 Bedieningspaneel
Paneel<

fig.1 - Controlepaneel
Legenda paneel
1 = Toets verlagen ingestelde temperatuur warm sanitair water
2 = Toets verhogen ingestelde temperatuur warm sanitair water
3 = Toets verlagen ingestelde temperatuur verwarmingsinstallatie
4 = Toets verhogen ingestelde temperatuur verwarmingsinstallatie
5=Display
6 = Keuzetoets modus Zomer /Winter
7 = Keuzetoels modus Economy / Comfort
8 = Resettoets
9 = Toets in-/uitschakelen apparaat
10 = Toets menu "Weersafhankelijke Temperatuur"
11 = Aanduiding ingestelde temperatuur warm sanitair water bereikt
14 = Instelling/ temperatuur uitgang warm sanitair water
16 = Temperatuur externe sensor ( externe sonde optioneel)
17 = Verschijnt wanneer de externe Sonde of de Klokthermostaat met Afstandsbeding aangesloten is (beide optioneel)
18 = Omgevingstemperatuur (met optionele Klokthermostaat met Afstandsbedie- ning)
19 = Aanduiding brandering inseschakeld
20 = Aanduiding antivrieswerking
21 = Aanduiding druk verwarmingsinstallatie
22 = Aanduiding Storing
23 = Instelling / temperatuur drukzijde verwarming
24 = Symbolverwarming
25 = Aanduiding werking verwarming
26 = Aanduiding ingestelde temperatuur drukzijde verwarming bereikt
27 = Aanduiding modus Zomer
Aanduidingijdens de werking
Verwarming
Het verzoek om verwarming (door de Omgevingsthermostat of de Timerafstandsbediening) worden aangeven met knipperen van de warme lucht boven de radiator (detail 24 en 25 - fig. 1).
De streepjes die de verwarmingsgraad aangeven (detail 26 - fig. 1) gaan branden naarmate de temperatuur van de verwarmingsensor de ingestelde waarde dichter benadert.

fig.2
Sanitair water
Het verzoek om sanitair water (aar aanleiding van gebruik van warm sanitair water) worden aangegeven met knipperen van het warm water onder de kraan (detail 12 en 13 - fig. 1).

fig. 3
Comfort
Het verzoek om Comfort (herstel van de interne temperatuur van de ketel), worden aangegeven door het knipperen van het symbool Comfort (detail 15 en 13 - fig. 1).

fig.4
2.3 In- en uitschakelen
Ketel zonder stroomvoeding

fig. 5 - Ketel zonder stroomvoeding
Wanneer de stroomvoeding en/of gastroevoer van het apparaat worden onderbroken functioneert het antivriessystemniet. Voor lange pauzesijdens de winterperiode is het raadzaam, om vorstschade te voorkomen, al het water in de verwarmingsketel, het sanitaire water en het water in de installmentaf te tappen; of alleen het sanitaire water af te tappen en een specialantivriesmiddel in de verwarmingsinstallatie te doen, in overeenstemming gez. 3.3 met hetgeen vermeld staat in .
Aanzetten verwarmingsketel
Maak de brandstofkleppen open.
- Schakel de stroomaar het apparaat in.

fig. 6 - Aanzetten verwarmingsketel
- De volgende 120 seconden worden "FH" weergegeven in het bovenste deel van het display om aan te geven dat de ontluchtingscylclus van het verwarmingssysteme bezig is.
- Gedurette de première 5 seconden verschijnt in het onderste deel van het display ook de softwareversie van de kaart.
- Wanner de melding FH Niet meer zichtaar is, is de verwarmingsketel gereed om automatisch te starten telkens wannere er sanitair warm water worden gebruikt of wannere de omgevingsthermostat aan hieromVRTA.
Uitschakelen verwarmingsketel
Druk 1 seconde op de toets on/off (detail 9 - fig. 1).

fig. 7 - Uitschakelen verwarmingsketel
Wanner de verwarmingsketel word uitgezet, worden de elektronische kaart nog van stroom voorzien.
De sanitaire en verwarmingswerking is nicht meer actief. Het antivirusieystem blijft actief. Druk nogmaals 1 seconde op de toets on/off (detail 9 - fig. 1) om de ketel waar aan te zetten.

fig.8
De verwarmingsketel is onmiddelijk gereed om te functioneren telkens wanner er warm sanitair water worden gebruikt of de omgeveingsthermostat hierom vraagt.
2.4 Installingen
Omschakelen Zomer/Winter
Druk 1 seconde op de toets Zomer/Winter (detail 6 - fig. 1).

fig.9
Op het display worden het symbool Zomer (detail 27 - fig. 1) actief: de verwarmingsketel levert uitsluitend warm water. Het antivirusssystem blijft actief.
Druk wee 1 seconde op de toets Zomer/Winter (detail 6 - fig. 1) om de modus Zomer te deactiveren.
Regeling verwarmingstemperatuur
Druk op de toetsen verwarming (detail 3 en 4 - fig. 1) om de temperatuur te wijzigen van een minimum van 30^ tot een maximum van 80^ .
Geadviseerd wordenichter de verwarmingsketel Niet te laten werken bij een temperatuur lager dan 45^

fig. 10
Regeling van temperatuur sanit water
Druk op de toetsen sanitair (detail 1 en 2 - fig. 1) om de temperatuur te variëren van minimaal 50^ tot maximaal 75^ .

fig.11
Regeling van de omgevingstempoatuur (met optionele omgevingstthermostat)
Stel met behulp van de omgevingsthermostat de voor de vertrekken gewenste temperatuur in. Als er geen omgevingsthermostat aanwezig is zorgt de verwarmingskel etervoordat het systeem op de ingestelde setpoint-temperatuur aan de drukzijde van deinstallatie gezoonden wordt.
Regeling van de omgevingstemperatuur (met optionele timerafstandsbediening)
Stel met behulp van de timerafstandsbediening de gewenste temperatuur voor de vertrekken in. De verwarmingskete stelt de temperaatur van het water in de installmente af op grond van de gewenste omgevingstempoatuur. Voor wat de werkig met timerafstandsbediening betreft, worden verwezenaar de betreffende gebruikershandleiding.
Keuze ECO/COMFORT
Het apparatus is uitgerust met een functie die zorgt voor een verhoogde slenhid van toevoer van warm sanitair water en maximaal comfort voor de gebruiker. Wanner dit systeme is ingeschakeld (COMFORT-modus) wordt het water in de ketel op temperatuur gehonden, waardoor het warme water omnidelijk beschikkaar is bij het opendraaien van de kraan, zonder dat u hoelt te wachten.
Het system kan door de gebruiker uitzeschakeld worden (modus ECO) door op de toets eco/comfort (detail 7 - fig. 1) te drukken. Druk weer op de toets ECO/COMFORT (detail 7 - fig. 1) om de modus COMFORT te activeren.
Weersafhankelijkke temperatuur
Wanneer de externte temperatuursonde (optioneel) worden geinstalleerd, worden op het display van het bedieningspaneel (detail 5 - fig. 1) de werkelijkde, door de sonde gemeten buitentemperatuur weergegeven. Het regelsysteme van de verwarmingsketel wijrt met "Weersafhankelijkte Temperatuur". In dieze modus worden de temperatuur van de verwarmingsinstallatie gereguleerd overeenkomstig de externe weersomstandigheden, zodat gedurnde het hele eenaar verhoogd comfort en energiebesparing worden gegarandeerd. Namelijk bij toename van de buitentemperatuur worden de uitgangstemperatuur van de installmente volgens een vastgestelde "compensatiecurve" verlaagd.
Bij regeling met Weersafhankelijke temperatuur worden de temperatuur die ingesteld is met de verwarmingstoeten +/- (detail 3 en 4 - fig. 1) de maximum uitgangstempoatuur van de installatione. Aanbevolen worden om de maximumwaarde in te stellen, zodat het system bij het regelen gebruik kan makeen van het gehele functioneringsbereik.
De verwarmingsketel moet tijdens de installmentiefase door gekwalificeerd personneel worden afgesteld. Ter verhoging van het comfort kan de gebruikerECHTER ook enige aanpassingen programmeren.
Compensatiecurve en verplaatsen van curven
Door eenmaal op de toets mode (detail 10 - fig. 1) te drukken worden de huidige compensatiecurve (fig. 12) afgebeeld en kan ze gewijzigd worden met de toetsen sanitair water (detail 1 en 2 - fig. 1).
Stel de gewenste curve in van 1 - 10 op grond van het kenmerk (fig. 14).
Wanneer de curve op 0 wordt ingesteld, is de weersafhankelijke temperatuur Niet geactiveerd.

fig. 12 - Kromming stoollijn
Door te drukken op de verwarmingstoeten (detail 3 en 4 - fig. 1) worden toegang verzkrengen tot parallelle verplaatsing van de curven (fig. 15), die gewijzigd kan worden met de toetsen sanitair water (detail 1 en 2 - fig. 1).

fig. 13 - Parallel verplaatsen van de curven
Druk nogmaals op de toets mode (detail 10 - fig. 1) om de modus voor afstellen van parallelle verplaatsing van de curven af te sluiten.
Als de omgevingstempoatuur lager blijdt dan de gewenste waarde worden aanbevolen een hogere curve in te stellen en omgeekerd. Verhoog of verlaag de curve met eenenheid en verifierie daarna de omgevingstempoatuur.

fig. 14 - Compensatiecurven


fig. 15 - Voorbeeld van parallelle verplaatsing van de compensatiecurven
Regeling vanaf de timerafstandsbediening
tabella 1s de verwarmingsketel aangesloten op een Timerafstandsbediening (optioneel), dan worden de bovengenoemde afstellingen ultegevoerd volgens hetgeen vermeld staat in. Bovendien worden op het display van het bedieningspaneel (detail 5 - fig. 1) de actuèle, door de Timerafstandsbediening gemeten omgevingstemperatuur weergegeven.
Tabella.1
| Regeling van verwarmingstempoatuur | Deze temperatuur kan zowel in het menu van de Timerafstandsbediening afgesteld worden als op het bedieningspaneel van de verwarmingskotel. |
| Omschaken Zomer/Winter | De functie Zomer hebelt voorrang op de eventuèle vraag om verwarming van de Timerafstandsbediening. |
| Keuze Eco/Comfort | Bij ulschakeling van de functie Sanitair in het menu van de Timerafstandsbediening gaat de verwarmingskotel overaar de modus Economy. In dit geval is toets 7 - fig. 1 op het bedieningspaneel van de verwarmingskotel uitzeschakeld. |
| Bij inschakeling van de functie Sanitair in het menu Timerafstandsbediening gaat de verwarmingskotel overaar de modus Comfort. In dit geval kan met toets 7 - fig. 1 op het bedieningspaneel van de verwarmingskotel een van beide functies gekozen worden. | |
| Weersafhankelijkste temperatuur | Zowel de Timerafstandsbediening als de elektronische kaart van de tekel beheren.beide de regeling met Weersafhankelijkte Temperatuur: van deze twee is de Weersafhankelijkte Temperatuur van de kaart van de verwarmingskotel prioriart. |
Regeling hydraulische druk installmentie
De vuldruk bij een koude installmente, weergegeven op het display, moet onceveer 1,0 bar bedragen. Wanner de druk in de installmentie onder de minimumwaarden daalt, activeert de kaart van de verwarmingsketel storing F37 (fig. 16).

fig. 16 - Storing druk installment opvoldoende

Wanneer de druk in de installation waar hersteld is, aktveert de verwarmingskeitel een ontluchtingscylus van 120 seconden, hetgen op het display met FH wordt weergegeven.
3. INSTALLATION
3.1 Algemene regels
DE INSTALLATIE VAN DE VERWARMINGSKETEL MAG UITSLUITEND DOOR GESPECIALSEERD EN SPECIFIEK OPGELEID PERSONEEL WORDEN UITGEVOERD, MET INACHTNEMING VAN ALLLE INSTRUCTIES VAN DEZE TECHNISCHE HANDLEIDING, VAN DE BEPALINGEN VAN DE GELDENDE WETGEVING, VAN DE VOORSCHRIFTEN VAN DE PLAATSELIJK EN LANDELIJK VAN KRACHI ZIJNDE NORMEN, EN VOLGENS DE REGELS VAN GOEDE TECHNIEK.
3.2 Installatieplaats
De verwarmingsketel moet in een aparte ruimte geplaatst worden, met ventilatieopeningen naar buiten, in overeenstemming met de geldende voerschriften. Als er zich in dezeilde ruimte meerere branders of afzuiiginstallaties bevinden die tegelijkertijd kunnen functioneren,要去en de ventilatieopeningen affmetingen hebben die geschikt zijn voor gelijktijdige werkking van alle apparatuur. Er mogen zich geen brandbare voorwerpen of materiaalen in de ruimte bevinden of bijtende gassen, stoffen of vluchtige deeljies die, aangezogen door de branderventilator, verstopping van de interne branderteidingen of van de verbrandingskop kunnenverozaken. Het vertrek moet droog maar net blootstaan aan regen, sneeuw of vorst.

Als het apparaat worden omsloten door meubels of als er meubels naast worden gemonteerd, moet er ruimte worden vrijgehouden voor demontage van de behuizing en om de normale onderhoudswerkzaamheden te konnen uitvoeren
3.3 Hydraulische aansluitingen
Aanwijzingen
Het thermisch vermogen van het apparaaat要去ooraf worden vastgesteld door berekening van de warmtebehoefte van het gebouw volgens de geldende voerschriften. De installmentatie moet uitergerust zijn met alle componenten, zodat ze correct en regelmatif kan werken Het is raadzaam om tussen verwarmingsketel en verwarmingsinstallatie afsluikleppen teplaatsen waarmee de verwarmingsketel zo nodig van de installment geisoleer kan worden

De afvoer van de veiligheidsklep moet worden verbonden met een trechter of een verzamelleiding, om te voorkomen dat er water over de vloer loopt als er overdruk in het verwarmingscircuit is. Indien dit Niet gebeurt en de afvoerklep ingrijpt waardoor de ruimte onder water loopt, kan de fabrikant van de verwarmingsketel Niet aansprakelijk worden gesteld.
Gebruik de leidingen van de hydraulische installaties Niet voor aarding van elektrische apparaten
Reinig, voordat u de installmente verricht, alle leidingen van het systeme zorgvuldig om eventuale restrumentaen of voil te verwijderen, die de goede werkung van het apparatusnadelig konnen beinvloeden.
Verricht de aansluitingen op de overeenkomstige aansluitpunten, zoals in de afbeelding van cap. 5 is weergegeven en volgens de op het apparatusa aangebrachte symbolen
Hoog efficiente circulatiepomp
Voor een goede werkig van de verwarmingsketel ATLAS D ECO 34 COND SI UNIT,要去 de snelheidskeuzeknop (zie fig. 17) op stand III gezet worden.

fig. 17
Hoogefficiente circulatiepomp (mod. PARA)
Bedieningstoetsen en signaleringsleds

fig. 18
Voor een goede uitkomst van de berekening "Warmtemeting" (zie deel 11 WARMTEMETING (BOEKHOUING), moe e circulatiepomp zich ingesteld op de modus "Constant toerental" en op de stand . Om die regeling in te stellen, druk meerdere keren op de knop "A" totdat de leds gaan branden die worden aangegeven op onderstaande afbeeding.

fig. 19
Kenmerken van het water van de installmentie
Bij een waterhardheidsgraad van meer dan 25^ Fr (1^ = 10ppm CaCO3), is het noodzakelijk dat het water op passende wijze behandeld worden om afzettering in de verwarmingsketel te voorkomen. Na behandeling mag de hardeidsgraad Niet minder dan 15^ bedragen (DPR 236/88 betreffende gebruik van water bestemd voor consumptie). Behandeling van het water is onontbeerlijk bij uitgebreide installations of bij freiente invoer van suppletewater in die instalatie.
Antivriessystem, antivriesmiddel, additieven en remmende stoffen
De verwarmingsketel is uitergerust met een antivirusiesystem, dat de ketel inschakelt in verwarmingsmodus wanneser de temperatuur van het toeoeverwater onder de 6^ daalt. Het systeme functioneert Niet wanneser het apparaat Niet van stroom en/of gas worden voorzien. Het grabuik van antivriesmiddenen, additieven en remmende stoffen is, indien noodzakelijk, ultsluilend toegestaan Indien de fabrikant van dergelijk vloeistof of additieven garant staat voor het feit dat+zijn producten voor het betreffende doel geschikt zichen en geen schade veroorzaken aan de warmtwisselaar o aan overige componenten en/of materiaalen van verwarmingsketel en installmentie. Het is verboden antivriesmiddenen, additieven en remmende stoffen te grabuiken die bestemd zichen voor algemene doeleinden en Niet specifiek bedoeld voor verwarmingsinstallaes en ongeschikt voor het materiaal waaruit verwarmingsketel en Installatie samengesteid zichen.
3.4 Aansluiting van de brander
De brander is uitgerust met slangen en een filter voor aansluiting op de olietoevoerleiding. fig. 20Laat de slangen uit de hinterwand steken en installeren het filter zoals vermeld in.

fig. 20 - Installatie brandstofffilter
Het olieteevoercircuit moet lot stand gebracht worden volgens een van onderstaande schema's, waar bij de in de tabel weergegeven lengte van de leidingen (LMAX) Niet overschroden mag worden.

fig.21-Zwaartekrachtvoeding

fig.22 - Voedling door aanzulging

fig.23 - Sifonvoeding

fig. 24 - Ringvoeding
3.5 Elektrische aansluitingen
Aansluiting op het elektriciteitsnet
De elektrische verilgheit van het apparaat worden alleen bereikt wanner het correct geaard is, overeenkomstig de geldende verilgheidsnormen. Laat door een vakman controeren of de aarding efficien en afdoende is. De fabrikant is Niet aansprakelijk voor eventuele schade die ontstaat doordat de installationie Niet geaard is. Laat bovendien controeren of de elektrische installmentie geschikt is voor het maximumvermogen dat door het apparaat worden opgenomen (dit staat vermeld op de typeplaat van de verwarmingsketel).
De verwarmingsketel is voorbedraad en voorzien van een kabel van het type "Y" zonder stekker, voor aansluiting op het elektricitieitsnet. De aansluitingen op het net moeten worden gerealiseerd met een vaste aansluiting, door middel van een tweepolige schakelaar met een openingussen de contacten van minstens 3mm ; er moeten zenkeringen van max. 3Aussen verwarmingsketel en lijn worden geplaatst. Het is belangrijk dat de polariteiten (LIJN: bruine draad / NEUTRAAL: blauwe draad / AARDE: geel-groene draad) inucht worden genomen bij het aansluiten van de elektricitieitsleidig. Zorg er bij het installeren of verrangen van de voedingskabel voor dat de aardgeleider 2 cm langer is dan de andere.
De voedingskabel van het apparaat mag Niet door de gebruiker worden verrangen. Als de kabel beschadigd is,要去 het apparaat worden uitgeschakeld en dient u zich voor verranging van de kabel uitsluitend tot gekwalificeerde vakmensen te wenden. Als de elektrische voedingskabel verrangen worden, mag uitsluitend een kabel "HAR H05 VV-F 3x0,75 mm2 worden gezruikt met een buitendiameter van maximaal 8 mm.
Omgevingsthermostat (optie)
LET OP: DE OMGEVINGSTHERMOSTAAT MOET SCHONE CONTACTEN HEBBEN. DOOR 230 V. AAN TE SLUITEN OP DE KLEMMEN VAN DE OMGEVINGSTHERMOSTAAT WORDT DE ELEKTRONISCHE KAART ONHERSTELBAAR BEsCHADIGD.
Bij het aansluiten van timerafstandsbedieningen of timers, mag de voeding voor deze Voorzieningen Niet van hun schakelcontacten worden genomen. De voeding ervan要去 rechtstreeks door het net of door batterijen worden geleverd, afhankelijk van het type voorziening.
Toegang tot het elektrische klemmenbord
Draai de twee schroeven "A" op het paneel los en verwijder het deurjte

fig. 25 - Toegang tot het elektrische klemmenbord
3.6 Aansluiting op het rookkanaal
Het apparaat moet aingesloten worden op een rookkanaal dat ontworpen en gebouwd is in overeenstemming van de geldende normen. De leidingussen de ketel en het rookkafoerkanaal moet vervaardigd zich van voor dit doel geschikt materiaal, dat wil zeggen bestendig tegden de temperatuur en tegen corrosie. Geadviseerd worden de affdichting van de verbindingspunten goed te onderhoven.
3.7 Afsluiting van condensafvoer
De condensafvoer van het apparaat moet aangesloten worden op een geschikt afvoernet. Houd rekening met de speifieke plaatselijke en landelijkke voorschriften inzake afvloeien van condenswater in het afvalwaternet. Het verdient aanbeveling om bij gebruik van ketels die niet uitsluilend werken op oile met een laag zwavelgehalte (gehalte S < 50 ppm) te voorzien in een systeme voor condensneutralisatie.
Sluit de condensafvoerleiding op de achterkant van de verwarmingsketel (detail A - fig. 26) aan op het condensneutralisatiesystemen en op het afvalwaternet. De condensafvoerledingen要去en zuurbestendig zich en minstens 3^ maar de afvoer hellen, zonder vernaawingen of verstloppingen.

BELANGRIJK. Alvorens het apparaat in werkig te stellen de sifon met water vullen.
LET OP: het apparaat mag nooit in werkig worden gesteld met lege sifon!
Controleer regelmatig of er water in de sifon staat.

fig.26-Condensafvoer
3.8 Ombouwen van de ketel met brander met gesloten verbrandingskamer
LET OP: de hier aangegeven aansluiting met geschaden leidingen kan alleen worden uitgevoerd met de kit met gesloten verbrandingskamer.
Op aanvraag is een kit verkrijgbaar om de kelet met brander met gesloten kamer om te bouwen. Hiermee kan de voor de verbranding benodigde lucht rechtstreeks van bultenaf aangezogen worden.
Raadpleeg voor de installmentie de met de kil meegeleverde aanwijzingen.

fig. 27 - Kit ombouwen gesloten verbrandingskamer
Na installmente van de kit worden het apparaat van het "type C" met gesloten verbrandingiskamer en geforceerde trek. De luchtingang en de rookgasuitgang要去en verbonden worden met een van de afvoer-/aanzuigsystemen die hierna staan aangegeven. Het apparaat is goedgekeurd om te werken met alle in deze handleiding vermelde soorten Cxy schoorstenen. Het is darüber mogetelijk dat sommige configuarties nadrukkelijk beperkt zichn of Niet maar toegestaan op grond van wete经营活动, normen of plaatselijke verordeningen. Voordat u overgaat tot de installatione betreffende voorschriften zorgvuldig controleren en naleven. Houd u bovendien aan de regels met betrekking tot deplaatsing van de terinals aan de wand en/of het dak en de minimumafstanden tot ramen, wanden, ventilatie-openingen, enz.

Gebruik uitsluitend leidingen van roestvrij staal, geschikt voor gebruik met condensatieketels op stookolie.
Aansluiten van geschelden leidingen

fig. 28 - Aansluitvoorbeelden metAPEleidingen (E Bucht = R
Voordat u overgaat tot de installmentie met behulp van de volgende, eenvoudige berekening, controlleren of de maximaal togestane lenghte Niet worden overschreden:
- Bepaal het schema van het systeme met dubbele rookafvoer volledig, inclusief accessoires en uitgangsterinals.
- Raadpleeg de tabella 3 en bepaal in m eq (equivalente meter) het verlies voor elke component, afhankelijk van deplaats van installmentie.
- Controller of de totaalsom van het verlies minder is dan of gelijk aan de maximaal toelaalbare lengte in tabella 2.
Tabella. 2 - Apane leidingen
| Aparte leidingen | |
| Model ATLAS DECO 34 COND SI UNIT | |
| Maximaal togeteustene lenght | 25 m_eq |
Tabella.3-Accessoires
| Verties in \( m_{eq} \) | ||||
| Aanzulginglucht | RookafvoerVerticala Horizontaal | |||
| Ø 80 LEIDING | BOCHTPIJPSTOMP | 0.5 m M/V 0,51 m M/V 1,02 m M/V 2,045° VV 1,245° VV 1,290° VV 2,090° M/V 1,590° M/V + Teststekker 1,5met teststekker 0,2voor condensafvoer - | ||
| T-STUK | met condensafvoer - | |||
| EINDSTUK | lucht bij wandrook bij wand met windvanger | 2,0 | ||
| SCHOORSTEEN | Lucht/rook in tweeën gesplitst 80/80Uitsluitend rookuitlaat Ø80 | - | ||
| Ø 100 | REDUCTIE | van Ø80 tot Ø100van Ø100 tot Ø80 | 0,01,5 | |
| LEIDING | 1 m M/V 0,40,4 | 0,8 | ||
| BOCHT | 45° M/V 0,61,090° M/V 0,8 | |||
| EINDSTUK | lucht bij wandrook bij wand windvanger | 1,5 | -3,0 | |
4. SERVICE EN ONDERHOUD
Alle hieronder beschreiben werkzaamheden die afstellungen, wijzigingen, inbedrijfstelling en onderhoud betreffenogens uitsluitend worden ultgevoerd door gekwalifieerd en hiervoor opgeleid personeel (dat voldoet aan de technisch-professionele vereisten op grond van de geldende voorschriften), zoals het personeel van deplaatselijkke technische klantenservice.
FERROLI is geenszins aansprakelijk voor schade aan zaken en/of persoonlijk letsel, veroorzaakt door ingrepen op het apparaat, uitgevoerd door onbeveogde en ondeskundige Personen.
4.1 Installingen
TEST modus inschakelen
Druk gegliktidig op de toetsen verwarming (details 3 en 4 - fig. 1) gedurende 5 seconden om de TEST modus in te schaken. De verwarmingsketel worden onafhankelijk van het verzoek van de instalatie of om sanitair water ingeschakend.
Op het display, gaan de symbolen verwarming (detail 24 - fig. 1) en sanitair water (detail 12 - fig. 1) knipperen.

fig.29-Functle TEST
Herhaal de procedure om de TEST-modus te deactiveren.
De TEST-modus worden in ieder geval automatisch na 15 minutes uitgeschakeld.
Afstellenbrander
De brander word in de fabriek afgesteld zoals vermeld in tabella 4. De brander kan op een ander vermogen ingesteld worden door in le gripen op de pompdruk, de sproeier en door afstelling van de kop en de luchttoevoer, zoals in de volgende paragrafen beschreiben is. Het gewijzigde vermogen dissent echter binnen het nominale bedrijfsveld van de ketel te liggen. Controleer na de afesting, met een toestel voor verbrandingsanalyse, of het gehaaite an CO_2% in de rookgassenussen 11% en 12% Igt.
Tabel debiet oliesproeiers
In tabella 4 staat het oliedebiet vermeld (in kg/h) bij varieties van pomp- en sproeierdruk.
NB - Onderstaande waarden dieren eltsluitend als leidraad, want er moet rekening worden gehunden met het felst dat het debot van de spreelers ± 5% kan variieren. Bovendlen neemt bij branders met voorverwarmer het brandstofdebiet af met onceveer 10% .
Tabella. 4
| Pompdruk (bar) | |||||||
| SPROEIER G.P.H | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 |
| 0,40 | 1,32 | 1,40 | 1,47 | 1,54 | 1,61 | 1,68 | 1,75 |
| 15,66 | 16,60 | 17,43 | 18,26 | 19,09 | 19,92 | 20,75 | |
| 0,50 | 1,57 | 1,65 | 1,73 | 1,81 | 1,89 | 1,97 | 2,05 |
| 18,62 | 19,57 | 20,51 | 21,50 | 22,42 | 23,36 | 24,31 | |
| 0,60 | 1,93 | 2,01 | 2,23 | 2,32 | 2,42 | 2,52 | 2,64 |
| 22,89 | 23,83 | 26,44 | 27,51 | 28,70 | 29,88 | 31,31 | |
| 0,65 | 2,12 | 2,25 | 2,40 | 2,63 | 2,74 | 2,80 | 2,91 |
| 25,14 | 26,68 | 28,46 | 31,19 | 32,49 | 33,21 | 34,51 | |
| 0,75 | 2,50 | 2,65 | 2,80 | 2,95 | 3,07 | 3,20 | 3,33 |
| 29,65 | 31,43 | 33,21 | 34,99 | 36,41 | 37,95 | 39,49 | |
| 0,85 | 2,92 | 3,10 | 3,27 | 3,45 | 3,60 | 3,75 | 3,90 |
| 34,63 | 36,76 | 38,78 | 40,92 | 42,69 | 44,47 | 46,25 | |
| 1,00 | 3,30 | 3,50 | 3,67 | 3,85 | 4,02 | 4,20 | |
| 39,13 | 41,51 | 43,52 | 45,66 | 47,67 | 48,72 | 51,95 | |
| Debiet bij uitgang van de spreier in kg/h | |||||||
Regeling pompdruk
De pomp is in de fabriek reeds afgesteld op 12 bar. Gebruik voor de controle van de druk een manometer in oliebad. De druk kan worden ingesteldussen 11 en 14 bar.


- Inlaat 01/4"
- Retour 01/4
- Toevoer diesel olie 01/8
- Regeling van de druk
- Aansluiting manometer 1 / 8^
- Aansluiting vacuummeter 1 / 8^n
Regelling verbrandingskop
De kop worden afgesteld met de schroef 1 volgens de aanwijzingen in de index 2.

Regeling luchtschuif
Nadat de schroef 3 is losgedraaid met de schroef 1, worden de verbrandingslucht afge-steld volgens de aanwijzingen in de index 2. Blokveer de schroef 3 na de afstelling.

fig. 33
Plaats elektroden - deflector
Nadat de spreier gemonteerd is, moet worden gecontrolerd of de elektronen en de defector correct geplaatstzem voigens de hieronder aangegeven maten. Het is wenselijk de maten teikens opnieuw te controlleren nadat er een ingrep op de kop gepleegd is.

fig. 34-Plaats elektroden - deflector
4.2 Inwerkingstelling
Controles die uitgevoerd要去en worden bij de eerste ontsteking enaar aanleiding van alle onderhoudswerkzaamheden die aflsuiting van de installaties met zichmeebrengen, of na een ingreep op de veiligheidsnrichtingen of delen van de verwarmingsketel:
Alvorens de verwarmingsketel te ontsteken
Zet eventuele aflsuitkleppen:tussen verwarmingsketel en installaties open.
- Controller of het brandstofsystemeikdcicht is.
- Controller of het expansievat goed voorbelast is
Vul de hydraulische installmente en zorg ervoor dat de verwarmingsketel en de instal-. latie volledig ontluchtijk Door de ontluchtingsklep op de verwarmingsketel en de eventuèle ontluchtingskleppen op de installmente te openen.
- Controller er er geen waterlekken in de installatione, de circuits van het sanitaire wa
ter, de verbindingen de de verwarmingsketel zitten.
- Controller of de elektrische Installatie goed is aangesloten en de aarding maar behoren is uitgevoerd.
- Controller of er zich in de buurt van de verwarmingsketel geen ontvlambare voelstoffen de materiaielen bevinden.
- Monteer de manometer en de vacuummeter op de branderpomp (deze要去en worden verwijderd na de inwerkingsstellung)
open de afsluiters langs de olieleiding
Aanzetten

fig. 35 - Aanzetten
A
Bij het sluiten van de thermostaatlijn begint de brandermotor samen met de pomp te draaien: alle aangezogen oie worden aan de retourleiding gestuurd. Tevens werken de branderventilator en de ontstekingstransformator, d.w.z. dat de volgende fasen plaatsvinden:
- Voor-ventilatie van de vuurhaard.
- voorspoelen van een deel van het oliecircuit.
- voor-ontsteking, met ontladingussen de elektrodenpunten.
B
Na afloop van het voorspoelen opent de apparatuur de elektromagnetische klep: de olie bereikt de spreier, vanwaar hij zeer fijn verstoven maar buiten komt.
Het contact met de ontlading tussen de elektroden zorgt ervoor dat er een vlam ontstaat.
Tegelijkkertijdvangt de veiligheidstijd aan.
Cyclus van het apparatus

fig. 36 - Cyclus van het apparatus
R-SB-W Thermostat/drukmeters
OH Olievoorverwarmer
OW Contact voor vrijgave werkinq
2 m Brandermotor
Z Ontstekingstransformator
BV Magneetklep
FR Fotoweerstand
A Aanvang inschakelen met voorverwarmer
A Aanvang inschakelen zonder voorverwarmer
B Vlam aanwezig
C Normale Werking
H Stop afstelling (TA-TC)
Tijd Voor-ventilatie
TSA Veiligheidstijd
t3 Tijd voorontsteking
t3n Tijdaonsteking
tw Opstooktijd
Signalen bij uitgang apparaat
Vereiste signalen bij ingang
Controlesijdens de werking
Schakel het apparaat in zoals beschreven in sez.2.3.
- Controller de lekdichtheid van het brandstofcircuit en van de waterinstallaties.
- Controller de doeltreffendheid van de afvoerleiding en de rookgas-luchtpijpen tijdens de werkking van de verwarmingskotel.
- Controller de watercirculatie:tussen de verwarmingsketel en de installations cor-rect verloopt.
- Controller of de ontsteking van de verwarmingsketel correct werkdt door hem verschillende malen toontsteken en weer uit te zetten door middel van de omgevingsthermostaat de afondsbediening.
- Controller of de deuren van brander en brandstofkamer hermetisch sluiten.
- Controller of de brander maar behoren werkt.
- Voer brandstofanalysé uit (met de verwarmingsket in stabile toestand) en controller de het gehalte aan CO_2 in de rookgassenussen 11% en 12% light.
- Controller de correcterogramming van de parameers en programmeer het appar-. paraat waar gelang de personlijke behoften (compensatiecurve, vermogen, temperatuur e.d.).
4.3 Onderhoud
Periodiek onderhoud
Met het oog op langdurige goede werkig van het apparaat moet het Jaarlijk's door gekwalificeerd personeel op de volgende punten gecontroleerd worden:
- De besturings- en veiligheidsinrichtingen要去en correct fonctioneren
- Het circuit voor rookafvoer moet optimaal functioneren.
- Controller of de brandstoffevoer- en -afvoerleidingen nicht verstopt of beschadigd zijn.
Reinig het filter van de brandstofaanzuiigleiding. - Bepaal het juiste brandstofverbruik
- Reinig de verbrandingskop bij de brandstofuitgang, op de wervelschijf.
-
Laat de brander gedurende onceveer 10 minutes op volle kracht werken en analyse daarna het verbrandingsproces als voltig:
-
De juiste afstelling van alle elementen, die in deze handleiding vermeld staan
-
Temperatuur van de rook in de afvoerleiding
Percentage CO2 -
De lucht-rookgaspijpen en het eindhoven要去en vrij় van obstakels en geen lekken hebben
- Brander en warmtewisselaar要去en schoon zijn, zonder afzettingen. Maak geen gebruik van chemische producten of staalborstels om ze te reinigen.
- De gas- en waterinstallations moeten lekdicht zichn.
- De waterdruk van de installmentie moet in de ruststand circa 1 bararend; indien dit Niet het geval is, de installmentie aan deze waarde terugbrengen.
- De circulatiepomp mag Niet geblokkeerd zich.
- Het expansievat moet gezuld zichn.
- Controller de magnesiumanode en verrang ze, indien nodig.

Ommanteling, paneel en sirelementen van de verwarmingsketel konnen zo-nodig schoongemaakt worden met een zachte doek, eventuel bevochtig met water met zeepoplossing. Vermijd het gebruik van elksoort schuurmiddel of oplosmiddel.
Reiniging van de verwarmingsketel
-
Schakel de stroomaar de verwarmingsketeluit.
-
Verwijder het bovenste en onderste paneel aan de voorkant.
-
Draai de knoppen op de deur los om de deur te openen.
-
Maak de binnenkant van de verwarmingsketel en het volledige tranct van de afgevoerde rook schoon met een borstel of met druklucht.
-
Bevestig de betreffende knop om de deur wee ter sluiten.
Voor het reinigen van de brander raadpleegt u de aanwijzingen van de Fabrikant.
Toegang tot de elektrode en sproeier
Koppel de kabels van de elektronen van de transformor los en verwijder de fotowerstand 1, de koppeling 2 die die dieselleiding met lijn 3 van de spreier verbindt. Draai de schroeven 4 los en neem de unit spreier-deflector-elektronen weg.

fig. 37
- Draai de schroef 5 los om de deflector te verwijdenen en de schroef 6 om de elektronen te verwijdenen. Een goede reiniging van de sproeier worden verkrogen door het filter te demonteren en de smeden en het verstuivingsgat met benzine schoon te makeen en met diesel te speelen. Let er bij het hermonteren op om de elektronedeflector correcte toplaatsen.
Reiniging van de verwarmingsketel
- Schakel de stroomaar de verwarmingsketeluit.
- Verwijder de brander zoals eerder beschreven werden.
- Draai de betreffende moeren los om de panelen "E" en "F" te verwijdersen.
- Maak de binnenkant van de verwarmingsketel en het volledige tranct van de afgevoerde rook schoon met een borstel of met druklucht
- Doe de panelen weeh zich.

fig. 39

fig. 38
Reiniging van de rookrecuperator
Maak de recuperator als volgt schoon:
- Verwijder het deksel B.
- Verwijder de afsluijldeksels C van de ookrecapucator.
- Maak de recuperator met een zulger van binnen zorgt
Bij hardnekig vuil kan de binnenkant gereinigd worden met een geschichte watersproeier. Wees hier bij voorzichtig en zorg ervoor dat de gietijzeren elementen van de rookkamer Niet le nat worden. Maak de sifon los en laat het water weglopen door de condensafvoer D.

fig. 40 - Reiniging van de recuperator
Plaatsing kammen
Na de reiniging van de terugwinningsinrichting moet u zich ervan verzekeren dat de kammen op de juiste wijze geplaatst,zaals aangegeven in fig.41.Haal de bevestigingsmoeren op de compressorschijf "A" aan met inachtneming van het eenhaalkoppel van 0,6 Nm. Indien er geen momentsleutel voorhanden is, controlleren of erussen de windingen een rookdoorgang is van 1mm


fig.41 - Plaatsing vinnen
4.4 Oplossen van storingen
Diagnostiek
De verwarmingsketel is voorzien van een geavanceerd zelfdiagnosesysteme. Bij een storing in de verwarmingsketel knippert het display samen met het storingssymbol (detail 22 - fig. 1) en geeft de storingscodeeer.
Er bestaan storingen die permanente blokkering veroorzaken (aangeduid met de letter "A"): om de werkig te resetten gedurmente 1 Seconde op de toets RESET drukken (detail 8 - fig. 1) drukken de of optione klocthermostaat met afstandsbediening RESETTEN; indien de ketel Niet start de storing oplossen die aangeduid worden met bedrifslampjes.
Andere storingen zorgen voorijdelijk blokkering (aangeduid met de letter "F") die automatisch worden opgeheven zostra de waarde weer binnen het normale werkingsbereik van de verwarmingsketel komt.
LET OP
Vanaf softwareversie 23 is er een verder hulpmittel geintroduceerd om de afstelling van de brander te vergemakkelijken: het knipperen de van vlam op het display om aan te geven dat de brander ontstoken is maar het vlamsignaal net optimaal is.
In tabella 3 staan de betekenissen van de op het display weergegeven symbolen, voor de verschillende softwareversies.
Tabella. 5-Indications vlamsymbool
| Indicatie op het display en betekenis | |||
| Softwareversie Vlam uit Vlam brandt vast Vlam knippert | |||
| ≤ 22 | Brander uit Brander aan | - | |
| ≥ 23 | Brander uit Brander aan en vlamsignaal stabel | Brander aan met NIET-optimaal vlamsignaal | |
Tabella. 6 - Overzicht storingen
| Code storing | Storing Mogelijke | oorzaak Oplossing | |
| A01 | Blokkering van de brander | Pomp geblokkeerd Vervangen | |
| Elektromotor defect Vervangen | |||
| Olieklep defect Vervangen | |||
| Er zit geen brandstof in de tank of er zit water op de bodem | Brandstof bijvullen of water afzuiigen | ||
| Toevoerkleppen olieleiding gesloten | Openmaken | ||
| Filters vuil (leiding- pomp-sproeier) | Schoonmaken | ||
| Pomp zuigt nicht aan | Inschakelen enoorzaak van uitschakelen opsponen | ||
| Ontstekingslektroden slecht gere-geld of vuil | Afstellen of schoonmaken | ||
| Sproeier verstoet, vuil of verrormd Vervangen | |||
| Regelingen kop en schuif nicht geschikt | Afstellen | ||
| Elektroden defect of maar massa | Vervangen | ||
| Ontstekingstransformator defect | Vervangen | ||
| Elektrodekabels defect of maar massa | Vervangen | ||
| Elektrodekabels verrormd door hove temperatuur | Vervangen en afterschermen | ||
| Elektrische aansluitingen klep of transformator verkeerd | Controleren | ||
| Motor-pompikkeling kapot | Vervangen | ||
| Aanzuiging pomp verbonden met retourleiding | Aansluiting corrigeren | ||
| Fotoweerstand defect | Vervangen | ||
| Fotoweerstand vuil Fotoweerstand rengen | |||
| A02 | Vlamsignaal aanwezig bij uitge-schakelde brander | Kortsluiting in fotoweerstand | Fotoweerstand verragen |
| Vreemdelichtbron raakt de fotowe-erstand | Lichtbron verwijderen | ||
| A03 | Inwerkingtreding beveiliging gegen te hove temperatuur | Verwarmingssensor beschadigd | Controler positie en werkung van de verwarmingssensor |
| Onvoldoende watercirculatie in de installmentie | Controler de circulatiepomp. (Zie tabella 7) | ||
| Lucht in de installmentie | Ontlucht de installmentie | ||
| A04 | Storing parame-ters kaart | Onjuiste instelling parameter kaart | Controler en wijzig even-tueel de parameter kaart |
| F07 | Storing voorwe-warmer (het con-tact worden nicht binnen 120 secon-den gesloten) | Storing voorverwarmer | Controler de Voorverwarmer |
| Breuk in bedrading | Controler de bedrading | ||
| Code storing | Storing Mogellje o | orzaak Oplossing | |
| F09 | Storing parame-ters kaart | Onjuiste instelling parameter kaart | Controler en wijzig even-tueel de parameter kaart |
| F10 | Storing sensor drukzijde 1 | Sensor beschadigd | Controler de bedrading of verwang de sensor |
| Kortsluiting in bedrading | |||
| Breuk in bedrading | |||
| F11 | Storing parame-ters kaart | Onjuiste instelling parameter kaart | Controler en wijzig even-tueel de parameter kaart |
| F12 | Storing parame-ters kaart | Onjuiste instelling parameter kaart | Controler en wijzig even-tueel de parameter kaart |
| F14 | Storing sensor drukzijde 2 | Sensor beschadigd | Controler de bedrading of verwang de sensor |
| Kortsluiting in bedrading | |||
| Breuk in bedrading | |||
| F16 | Storing parame-ters kaart | Onjuiste instelling parameter kaart | Controler en wijzig even-tueel de parameter kaart |
| F34 | Voodingsspanninglager dan 170V | Problemen met het elektriciteitsnet Controleer het elektriciteitsnet | |
| F35 | Abomale netfrecquentie | Problemen met het elektriciteitsnet Controleer het elektriciteitsnet | |
| F37 | Druk van waterin-stallatie verkeerd | Drukt laag Vul de installation | |
| Sensor beschadigd Controleer de sensor | |||
| F39 | Storing Sonde bui-ntemperatuur | Sonde beschadigd of kortsluiting in bedrading | Controler de bedrading of verwang de sensor |
| Sonde Niet aangesloten na active-nen van de weersafthankelijktem-peratuur | Sluit de buitensonde weer aan of deactiveer de weersafthankelijk temperatuur | ||
| F40 | Drukt van waterin-stallatie verkeerd | Drukt te hoog | Controler de instalatie |
| Controler de veiligheidsklep | |||
| Controler het expansievat | |||
| A41 | Plaats sensoren | Sensor drukzijde nicht aangebrachte in ketelbehuizing | Controler positie en werkinq van de verwarmingssensor |
| F42 | Storing verwamin-gssensor | Sensor beschadigd Vervang de sensor | |
| F47 | Storing sensor waterdruk installa-tie | Breuk in bedrading Controleer de bedrading | |
Sommige storingen van de circulatiepomp worden aangegeven door de led naast de slelheidskeuzeknop (fig. 42 - fig. 43).

fig.42
Tabella. 7 - Indications werking circulatiepomp
| 4 Mr. | Ultgeschakeld Circulatelpomp in STAND-BY |
| Groen ON Circulatelpomp in werkung | |
| Groen knipperend Ontluchtingscyclus | |
| Afwisselend Groen/Rood Circulatelpomp geblokkeerd door exter oorzaak: - Overspanning (>270V) - Onvdoende spanning (<160V) - Overbelasting motor | |
| Rood knipperend Circulatelpomp geblokkeerd door interne oorzaak: - Motor geblokkeerd -Elektronica beschadigd |
Diagnostiek circulatiepomp (mod. PARA)
Sommige storingen van de circulatiepomp worden gesignaleerd door de led (fig. 43).

fig.43
| Leds Storing Oorzaak Oplossing | |||
| Brandt met roodlicht | Blokkering Rotor geblocke | Keerd Activeer de handmatigel | herstart of neem contact op met de klantenservice |
| Contact/wikkeling Wikkeling defect | |||
| Knippert met roodlicht | Onder-foverspanning | Voedingsspanning voedings-zijde te laag/hoog | Controleer de netspanning en de gebruilsom-standigheden.Vraag klantenservice aan |
| Te hove temperatuur van de module | Binnenste van de module te heet | ||
| Kortsluiting Te hove motrstroom | |||
| Knippert met rood/groenlicht | Werking van de turbine | Het hydraulische systeem van de pompen worden gevoed, maar de pomp heeft geen netspanning | Controleer de netspanning, het waterdebleit/-druk alsook de omgevingsom-standigheden |
| Droog bedrivif | Lucht in de pomp | ||
| Overbelasting | De motor draaih moeizaam.De pomp functioniert nicht volgens de specificaties (bv. temperatuur van de module hoog).Het toerenal is lager dan bij normale werking. | ||
5.1 Afmetingen, aansluitingen en hoofdcomponenten


A4=Rookuitlaat 0100
8 = Toevoer sanitair water
9 = Ingang sanitair water
10 = Toevoer installment
11 = Retour installment
14 = Veiligheidsklep
32 = Circulatiepompverwarming
36 = automatische ontluchting
38 = Stroomregelaar
56 = Expansievat
74 = Vulkraan
95 = Terugslagklep
193 = Sifon
246 = Drukomzetter
275 = Aftapkraan verwarmingsinstallatie
278 = Dubbele sensor (Beveiligig + verwarming)
295 = Brander
338 = Rookrecuperator

fig.46-Achteraanzicht

5.2 Watercircuit
fig.47-Watercircuit
5.3 Belastingsverlies
Belastingsverlles/Opvoerhoogte circulatiepompen
A = Drukverlies verwarmingsketel
1-2-3 = Snelheid circulatiepomp

fig. 48 - Belastingverliezen
| Handelsmerk: FERROLI | |||
| Ketel met rookgascondensor: JA | |||
| Lagetemperatuur (**)-ketel: JA | |||
| B1-ketel: NEE | |||
| Combinatieverwarmingstoestel: JA | |||
| Ruinmeierwarmingstoestel met warmtekrachtkoppeling: NEE | |||
| Item | Symbool | Eenheid | Waarde |
| Seizoensgebonden energia-efficientieklasse voor ruimteverwarming (A+++ tot en met D) | A | ||
| Nominate Warmteafgifte | Pn | kW | 32 |
| Seizoensgebonden energia-efficientie voor ruimteverwarming | ηs | % | 91 |
| Nuttige warmteafgifte | |||
| Bij nominale warmteafgifte en werkung op hove temperatuur (*) | P4 | kW | 32,1 |
| Bij 30 % van de nominale warmteafgifte en werkung op lage temperatuur (**) | P1 | kW | 9,6 |
| Nuttig rendement | |||
| Bij nominale warmteafgifte en werkung op hove temperatuur (*) | η4 | % | 91,3 |
| Bij 30 % van de nominale warmteafgifte en werkung op lage temperatuur (**) | η1 | % | 97,3 |
| Supplementair elektriciteitsverbruik | |||
| Bij volledige belasting | elmax | kW | 0,205 |
| Bij deellast | elmin | kW | 0,120 |
| In stand-by-stand | PSB | kW | 0,003 |
| Andere items | |||
| Stand-by-warmteverlies | Pstby | kW | 0,105 |
| Energieverbruik van ontstekingsbrander | Pign | kW | 0,000 |
| Jaarliks energieverbruik | QHE | GJ | 102 |
| Geluidsvermogensniveau | LWA | dB | 62 |
| Emissies van stikstofoxides | NOx | mg/kWh | 91 |
| Voor combinatieverwarmingstoestellen | |||
| Opgegeven capaciteitprofiel | XL | ||
| Energie-efficientieklasse voor waterverwarming (A+ tot en met F) | A | ||
| Dagelijks elektriciteitsverbruik | Qelec | kWh | 0,299 |
| Jaarliks elektriciteitsverbruik | AEC | kWh | 59 |
| Energie-efficientie voor waterverwarming | ηwh | % | 81 |
| Dagelijks brandstofverbruik | Qfuel | kWh | 21,893 |
| Jaarliks brandstofverbruik | AFC | GJ | 18 |
(*) Werkng op hoge temperatuur betekent een retourttemperatuur van 60^ bij de Inlaat van het verwarmingstoestel en een toevertemperatuur van 80^ bij de utlaat van het verwarmingstoestel.
[14] (i)
5.5 Schakelschema

fig.49-Schakelschema
32 Circulatiepompverwarming
38 Stroomregelaar
72 Omgevingsthermostat (optioneel)
95 Omstelklep
138 Externe sonde (optie)
139 Klokthermostaat met afstandsbediening (optioneel)
246 Drukomzetter
278 Dubbele sensor (Beveiliging + verwarming)
TR Ontstekingstransformator
PR Voorverwarmer
FR Fotoweerstand
MB Brandermotor
VE Magnetecklep