BlueSense 4 CW4 - Ketel FERROLI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BlueSense 4 CW4 FERROLI in PDF-formaat.
| Type apparaat | HR-combiketel (hoogrendement) |
| Model | BlueSense 4 CW4 (32 kW) |
| Afmetingen (hxbxd) | 600 x 400 x 320 mm |
| Gewicht | 25 kg |
| Voedingsspanning | 230 V / 50 Hz |
| Beschermingsklasse (vaste aansluiting) | IPX5D |
| Nominaal vermogen CV (80/60°C) | 5,7 - 24,5 kW |
| Nominaal vermogen tapwater | 5,7 - 29,0 kW |
| CW-tapdebiet (60°C) | 7,5 l/min |
| Gasverbruik maximaal (G25) | 3,57 m³/h (59,5 l/min) |
| Maximale CV-aanvoertemperatuur | 90 °C |
| Tapwatertemperatuur (instelbereik) | 40 - 65 °C |
| Maximale waterdruk CV | 3 bar |
| Maximale waterdruk tapwater | 9 bar |
| Aansluitingen CV | 3/4" (knelfitting 22 mm) |
| Aansluitingen tapwater | 1/2" (knelfitting 15 mm) |
| Aansluiting rookgasafvoer | ø 80 mm (parallel) of concentrisch 60/100 of 80/125 |
| Aansluiting luchttoevoer | ø 80 mm (2 mogelijkheden) |
| Communicatie protocol | OpenTherm (voor kamerthermostaat) |
| Pompregeling | Modulerend (ΔT-instelbaar) |
| Onderhoudsinterval | Minimaal eens per 2 jaar |
| Garantie (ketel) | 2 jaar na installatie |
| Garantie (warmtewisselaar) | 10 jaar na installatie |
| CE-markering | Ja (gastoestellenrichtlijn, rendementsrichtlijn, laagspanningsrichtlijn, EMC) |
Veelgestelde vragen - BlueSense 4 CW4 FERROLI
Gebruikersvragen over BlueSense 4 CW4 FERROLI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BlueSense 4 CW4 - FERROLI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BlueSense 4 CW4 van het merk FERROLI.
GEBRUIKSAANWIJZING BlueSense 4 CW4 FERROLI
Gebruikershandleiding Montagehandleiding Onderhoud en garantie
Voor garantieregistratie www.ferroli.nl Zie ook de achterzijde van deze handleiding
hoogrendement ketel
BlueSense 3 32
BlueSense 4 32
BlueSense 5 32

Dit toestel voldoet aan de strenge Europese richtlijnen voor veiligheid en efficiënt gebruik van energie.
De CE-markering geeft dit aan.

De kamerthermostaataansluiting voldoet aan het OpenTherm communicatie protocol.
BlueSense 3 32
BlueSense 4 32
BlueSense 5 32

Geachte heer / mevrouw,
Dit HR toestel voor verwarming en warmwater geeft u naast een hoog comfort ook een laag energieverbruik, gunstig voor u en voor het milieu. Deze gebruikershandleiding geeft u diverse adviezen en richtlijnen om goed met uw cv-installatie om te gaan. Wij raden u daarom aan, deze zorgvuldig door te lezen en te bewaren. Draag bij verhuizing de handleiding a.u.b. over aan de nieuwe gebruiker van het toestel.
Garantie en registratie
Wij verzoeken u, binnen 30 dagen na de installatiedatum, de garantie op uw toestel te registreren via internet. Dit kan eenvoudig via onze website www.ferroli.nl.
Installatie
Het toestel dient door een erkende installateur geïnstalleerd, in bedrijf gesteld en onderhouden te worden.
Onderhoud
Dit toestel heeft minimaal een keer per twee jaar een onderhoudsbeurt nodig. Neem hiervoor contact op met uw installateur of onderhoudsbedrijf.
De onderhoudsbeurten en eventuele reparaties mogen alleen door deskundige installatie- of onderhoudsbedrijven worden uitgevoerd (in dit document genoemd: installateur).
Regelmatig en goed uitgevoerd onderhoud kan tussen- tijdse storingen voorkomen en hiermee blijft het cv- toestel in optimale conditie.
Het tweede deel van deze handleiding is een montagehandleiding, die tevens een storingsanalyse en uitleg over de werking van het toestel bevat.
De montagehandleiding biedt u een handzame hulp bij het installeren van het toestel.
Aandachtspunten vóór montage
U wordt in dit hoofdstuk geattendeerd op belangrijke zaken, die u voorafgaand aan de montage moet weten.
Montage-instructie
In deze instructie wordt aangegeven hoe het toestel gemonteerd en in bedrijf gesteld wordt.
Onderhoud, storingen en service
Raadpleeg dit hoofdstuk bij onderhoudsbeurten en storingen.
Werking en technische gegevens
In dit hoofdstuk wordt in het kort uitleg gegeven over de werking van het toestel.
Tevens vindt u hier de technische gegevens en het elektrisch aansluitschema.
Aansprakelijkheid
Ferroli Nederland BV kan niet aansprakelijk worden gesteld voor persoonlijk letsel en/of materiële schade die ontstaan is door het niet naleven van deze handleiding.
Storingen
Voor de betekenis van storingscodes, zie blz. 32 en 33.
Onderhoud
Voor noodzakelijk onderhoud, zie blz. 29 t/m 30 en 40.
Garantie
Voor garantievoorwaarden, zie blz. 42.
Belangrijke gegevens en garantie aanmelden
Zie de achterzijde van deze handleiding.
Naam en telefoonnummer installateur of onderhoudsbedrijf:
Wij behouden ons het recht voor om wijzigingen / verbeteringen aan het product en bijgevoegde informatie aan te brengen zonder voorafgaande kennisgeving. Op www.ferroli.nl staat de meest actuele versie van deze handleiding, die alle eerdere versies vervangt. Uiteraard is de inhoud van de nieuwere versie van deze handleiding te gebruiken in plaats van de eerder gepubliceerde versies. Deze gebruikershandleiding is met grote zorg samengesteld. Ondanks deze zorg kan Ferroli Nederland geen verantwoordelijkheid accepteren voor fouten in deze handleiding of voor de gevolgen van zulke fouten.
Documentnummer: DRS9104 versie: 14 datum: januari 2018
Inhoud gebruikershandleiding
1. Algemeen
1.1 Introductie 4
1.2 Voor uw veiligheid: let op! 4
- Bediening 5
- Het in en uit bedrijf nemen van het toestel 5
- Instellingen 6
- Storingen 7
- Onderhoud 8
- Gebruikersadviezen 8
- Bijvullen, ontluchten en aftappen van de cv-installatie 9

Inhoud montagehandleiding
9. Aandachtspunten vóór installatie
9.1 Voorschriften 10
9.2 Leveringsomvang 10
9.3 Toestelaccessoires 10
9.4 Benodigde vrije ruimte 11
9.5 Rookgasafvoer en luchttoevoer: opstellingsmogelijkheden en weerstandsberekening 11
9.6 Extra aandachtspunten vóór installatie 14

Montage-instructie
10. Montage-instructie
10.1 Ophangen van het toestel 15
10.2 Afmetingen en aansluitingen 16
10.3 Aansluiten verbrandingsgasafvoer en luchttoevoer 17
10.4 Aansluiten van de cv-, koud- en warm waterleidingen 18
10.5 Bypass in de cv-installatie 18
10.6 Aansluiten van een zonneboiler of warmtepompboiler 19
10.7 Aansluiten gaszijdig 20
10.8 Aansluiten condensafvoer 20
10.9 Aansluiten van de kamerthermostaat en eventuele buitenvoeler 21
11. Eerste ingebruikstelling van het toestel
11.1 Voorbereidingen en in bedrijf nemen 22
11.2 Het toestel afstemmen op de installatie (installateursmenu) 23
11.3 Overzicht van kamerthermostaten en weersafhankelijke-regelingen ..... 26
11.4 Het instellen van de WeersAfhankelijke regeling 27

Onderhoud, storingen en service
12. Onderhoud
12.1 Algemene informatie 28
12.2 Onderhoudsbeurt 28
13. Service-onderdelen en storingen
13.1 Overzicht van het toestel en serviceonderdelen 31
13.2 Storingslijst met mogelijke oorzaken en oplossingen.... 32

Werking en technische gegevens
14.1 Werking van het toestel 34
14.2 Extern beschikbare pompopvoerhoogte voor de cv-installatie 36
14.3 Tapwaterzijdig drukverlies 37
14.4 Technische gegevens 38
14.5 Elektrisch aansluitschema en aansluitingen op de toestelconnector ..... 39
15. Onderhouds- en servicerapportage 40
- Productkaart ErP 41
- Garantievoorwaarden 42
- CE-markering en garantie aanmelden 43
Belangrijke gegevens ....(achterzijde handleiding) 44
Gebruikershandleiding
1. ALGEMEEN
1.1 Introductie
De BlueSense toestellen zijn moderne, modulerende hoogrendement combi-toestellen, die zowel warm tapwater leveren als warmte voor de cv-installatie.
De BlueSense 3 voldoet aan Gaskeur CW3, de BlueSense aan Gaskeur CW4 en de BlueSense 5 aan CW5.
De CW-klasse heeft de volgende betekenis:
- CW3: een CW-tapdebiet van tenminste 6 l/min. van 60 °C, een douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 6 l/min. van 60°C (dit komt overeen met 6 tot 10 l/min. bij 40°C), het vullen van een bad met 100 liter water van 40°C gemiddeld, binnen 12 minuten.
- CW4: een CW-tapdebiet van tenminste 7,5 l/min. van 60 °C, een douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 7,5 l/min. van 60°C (dit komt overeen met 6 tot 12,5 l/min. bij 40°C), het vullen van een bad met 120 liter water van 40°C gemiddeld, binnen 11 minuten.
- CW5: een CW-tapdebiet van tenminste 9,0 l/min. van 60 °C, een douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 9,0 l/min. van 60°C (dit komt overeen met 6 tot 12,5 l/min. bij 40°C), het vullen van een bad met 150 liter water van 40°C gemiddeld, binnen 10 minuten.
In geval van een belangrijk verschil tussen de toestellen, wordt dit in deze handleiding aangegeven door het type te vermelden waar de informatie voor geldt.
Het toestel is voorzien van de meest moderne technieken, die ervoor zorgen dat zowel het gasverbruik als het elektriciteitsverbruik zo laag mogelijk blijven.
Bij een warmtevraag ontsteekt het toestel automatisch en, afhankelijk van de benodigde hoeveelheid warmte, voert het toestel zijn vermogen op of verlaagt het juist.
Bij een gelijktijdige warmtevraag van de cv-installatie en warm water heeft de levering van warm water voorrang.
- meetpunt rookgasafvoer
- rookgasafvoerpijp
- luchttoevoerpijp (linkse aansluiting ook mogelijk)
- meetpunt luchttoevoer
- cv-aanvoerleiding
- warm waterleiding
- gasleiding
- koud waterleiding
- cv-retourleiding
- condensafvoerslang
- vuilvanger sifon
- display en bedienings- toetsen
- manometer cv-installatie
Figuur 1.1
Toesteloverzicht

Uitleg van gebruikte symbolen

Waarschuwing
Gevaar voor elektrische stroom.

Waarschuwing
In de tekst achter dit symbool wordt aangegeven waarvoor gewaarschuwd wordt.

Advies / tips / belangrijke informatie
In de tekst achter dit symbool worden adviezen of tips gegeven.
1.2 Voor uw veiligheid: let op!

Toestel in storing? Doe het volgende:
Als na de reset van een Alarmcode (A) de storing zich herhaald: waarschuw uw installateur. Indien Foutcodes (F) zich regelmatig voordoen: waarschuw uw installateur of onderhoudsbedrijf.

Ruikt u rookgassen? Doe het volgende:
- Haal de steker van de ketel uit de wandcontactdoos.
- Zet ramen en deuren zo wijd mogelijk open.
- Waarschuw alle aanwezigen in het huis en ga gezamelijk naar buiten.
- Bel (buiten de woning) uw installateur, onderhoudsbedrijf of energiebedrijf.

Onderhoud van het toestel
Het toestel heeft minimaal een keer per twee jaar een onderhoudsbeurt nodig. Neem hiervoor contact op met uw installateur of onderhoudsbedrijf. Aan het toestel, de gasleiding, de rookgasafvoer- en luchttoevoerpijp mogen geen wijzigingen worden uitgevoerd.

Ruikt u een gaslucht? Doe het volgende:
- Gebruik geen vuur of vonken en rook niet.
- Gebruik geen elektrische schakelaars.
- Sluit de hoofdgaskraan (meestal in de meterkast) en de kraan onder het toestel: zie blz. 5.
- Zet ramen en deuren zo wijd mogelijk open.
- Bel (buiten de woning) uw installateur, onderhoudsbedrijf of energiebedrijf.

230V elektrische spanning (zie ook blz. 14)
Componenten in dit toestel staan onder een spanning van 230V. U mag de mantel van het toestel absoluut niet verwijderen, zonder eerst het toestel spanningsloos te maken!

Warm water
De tapwatertemperatuur is ongeveer 60°C en kan soms hoger zijn.

Warme leidingen en pijpen
De leidingen en radiatoren kunnen ca. 95°C worden. De verbrandingsgasafvoerpijp kan tijdens bedrijf ca. 90°C worden. Zorg dat de verbindingen van de pijp altijd goed gemonteerd blijven.

Opstellingsruimte van de ketel
Zorg dat de opstellingsruimte goed wordt geventileerd. De ventilatie-openingen mogen niet kleiner gemaakt worden. Ontvlambare materialen of vloeistoffen mogen niet in de buurt van het toestel opgeslagen worden of gebruikt. Papier of ander materiaal mag niet op of tegen verwarmingstoestellen aanliggen. De ketel moet rondom vrij zijn! Om schade aan het toestel te voorkomen, dient verontreiniging van de luchttoevoer door halogeenkoolwaterstoffen of sterke stofvorming te worden voorkomen. De wandcontactdoos met de steker van het toestel dient goed bereikbaar te zijn.

Meetpunten bovenop toestel
Verwijder de doppen van de meetpunten niet! (nr. 1 en 4 in figuur 1.1) Er moeten doppen op beide meetpunten zitten!
2. BEDIENING 3. HET IN EN UIT BEDRIJF
Overzicht bedieningspaneel

Uitleg bedieningstoetsen

Bovenste insteltoetsen:
Instelling warmwater temperatuur, zie blz. 6.

Onderste insteltoetsen:
Instelling cv-aanvoertemperatuur, zie blz. 6.

Economy- / comforttoets (kort indrukken)
Zie extra uitleg op bladzijde 6 en 7.

Deze toets heeft twee functies:
1) Resettoets (kort indrukken)
2) Menu-toets voor de installateur. De symbolen

en

zijn niet van toepassing.

Manometer:
Geeft de waterdruk in de cv-installatie (+/- 10%) aan. De druk moet minimaal 1 bar en mag maximaal 2,8 bar zijn.
Zie blz. 9 voor de bijvul- en aftapinstructie.
Uitleg display-informatie bij normaal bedrijf

Waterdruk in cv-installatie (16 = 1,6 bar):
Tijdens ruststand wordt op het display de druk in de cv-installatie (+/- 10%) weergegeven (geen warmtevraag of wachttijd).

Warm watersymbool:
Bij warm water gebruik of bij opwarming voor comfortstand, ziet u knipperende waterdruppels.

Cv-verwarming symbool:
Bij cv-bedrijf ziet u knipperende warmtestralen.

Vlamsymbool:
Dit symbool is zichtbaar als de brander in bedrijf is. Hoe groter vlam, hoe harder de brander brandt.
eco
Indicatie comfort / economy voor warm water
Comfort: (eco is niet zichtbaar in het display) het toestel wordt op temperatuur gehouden voor snelle levering van warm water.
Economy: (eco is zichtbaar in het display) het toestel wordt niet op temperatuur gehouden.

Temperaturen:
Als het toestel normaal functioneert en niet in wachttijd staat, ziet u bij cv-verwarming de cv-aanvoertemperatuur en bij tapwaterverwarming een indicatie van de tapwatertemperatuur.

Wachttijd voor branderbedrijf
Als de aanduiding "d1", "d2" of "d3" te zien is, staat het toestel in een wachttijd voor branderbedrijf. Dit kan tot 4 minuten duren.
NEMEN VAN HET TOESTEL

In bedrijf nemen
- Open de gaskraan.
- Controleer of de druk in de cv-installatie meer dan 1bar is.
- Steek de steker in de wandcontactdoos.
- Na enkele seconden wordt FH zichtbaar in het display. Het toestel begint met zijn opstart- en ontluchtprogramma, dat ca. 5 minuten in beslag neemt.

Figuur 3.1 Meest voorkomende situatie. Type gaskraan en afstand ten opzichte van toestel kan verschillen.

Na het opstartprogramma ziet u in ruststand de waterdruk in de cv-installatie (bijv. 16 = 1,6 bar).
Het toestel is gereed voor gebruik. Vaak gaat het toestel nu beginnen met opwarmen voor comfortstand.

Als er een bepaalde code knippert (A of F) of als er helemaal niets op het display staat, is er iets aan de hand.
Kijk op bladzijde 7 (bij storingen) of u hier iets aan kunt doen.

Uit bedrijf nemen
- Zorg dat de brander niet aan is. Zet de kamerthermostaat op een lage stand, gebruik geen warm water en wacht 30 seconden.
- Neem de steker uit de wandcontactdoos.
- Sluit de gaskraan (zie de tekening hierboven, 3.1).

Als u het toestel uit bedrijf wilt nemen of wanneer u op vakantie gaat, lees dan het advies op blz. 8.
4. INSTELLINGEN

Instelling maximale cv-aanvoertemperatuur
De maximale cv-aanvoertemperatuur kan ingesteld worden. Afhankelijk van de benodigde warmte en de cv-installatie kan deze maximale temperatuur worden gewijzigd. Bij een instelling van 80 kan de cv-aanvoertemperatuur 85°C worden, wat voor bijna alle woningen een goede instelling is.
Advies voor andere instellingen:
- Bij laagtemperatuurverwarming is bijvoorbeeld 50 een goede instelling. Als uw installateur een dergelijk lage temperatuur heeft ingesteld, mag u deze niet verhogen. Mogelijk is er op de mantel van uw toestel een sticker geplakt, waar de ingestelde waarden op vermeldt staan.
Het veranderen van de maximale cv-aanvoertemperatuur


Instelling warm watertemperatuur
Bij een instelling van 60 komt er, bij de nominale volumestroom, warm water van ca. 60°C uit het toestel. Dit is voor bijna elke situatie een goede instelling. Indien gewenst, is het echter mogelijk om de instelling voor de warmwatertemperatuur te verhogen of te verlagen. Tijdelijk kan de warmwatertemperatuur hoger of lager zijn.

Zeer warm water!
Bij het verhogen van deze instelling komt er zeer warm water uit de kraan!
Het veranderen van de warm watertemperatuur


Bij toepassing van bijv. een zonne- of warmte-pompboiler mag het toestel nooit uitgeschakeld worden en moet de warmwatertemperatuur op minimaal 60°C ingesteld worden.

Bij sommige aangesloten OpenTherm-kamerthermostaten zijn bovenstaande instellingen alleen mogelijk op de OpenTherm-kamerthermostaat.

230V-spanning
Als u het toestel geheel spanningsloos wilt maken, dient u de steker uit de wandcontactdoos te halen.

Instelling comfort-/economystand voor warm water
Comfort: (eco is niet zichtbaar in het display) het toestel wordt op temperatuur gehouden voor snelle levering van warm water. Hierbij is het gas-verbruik wel iets hoger dan bij de ECO-stand.
Economy: (eco is zichtbaar in het display) het toestel wordt niet op temperatuur gehouden waardoor het wat langer kan duren voor u warm water hebt.
Als het toestel op comfort staat (eco is niet zichtbaar in het display), kan het toestel eventueel met een daarvoor geschikte OpenTherm-kamerthermostaat toch op eco of comfort worden gezet.
Een OpenTherm-kamerthermostaat is o.a.
OpenTherov®
te herkennen aan het hiernaast getoonde logo.

een instelmogelijkheid heeft voor warm water comfort/economy, zijn er twee mogelijkheden om het toestel op comfort of economy te zetten:
- Via de

toets van het toestel zelf.
- Via de instelling op (OpenTherm)thermostaat. Let op:
Als u via de - toets het toestel op eco zet, staat het toestel altijd op eco, onafhankelijk van de instelling op de kamerthermostaat.
Als u via de - toets het toestel op comfort zet, kunt u via de kamerthermostaat schakelen tussen de comfort- en economystand.
Het toestel via de kamerthermostaat laten schakelen tussen comfort en economy:

Als u dit display ziet, staat het toestel hiervoor goed ingesteld. (U ziet géén eco)

Als u eco in het display ziet, drukt u 1 keer op de toets
- Als het toestel nu op comfort gaat staan (eco niet zichtbaar) is de instelling goed.
- Als het toestel op eco blijft staan, staat de kamerthermostaat op de economystand.
Om te weten of de toestelinstelling juist is, dient de kamerthermostaat op comfort gezet te worden.
Als u hierna nog een keer op de - toets drukt en u ziet geen eco meer in het display, is het toestel nu goed ingesteld om te schakelen tussen comfort- en economystand via de kamerthermostaat.
Warm water comfort-/economyinstelling bij een AAN/UIT-kamerthermostaat:
Een AAN/UIT-kamerthermostaat is een thermostaat die niet werkt volgens OpenTherm-communicatie, maar het toestel door het sluiten van een contact aan of uit schakelt.

Als u dit display ziet, staat het toestel op de comfort-stand.
Als u kort op de eco-comfort -toets drukt, ziet u eco in het display verschijnen (economy-stand).

Als u dit display ziet, staat het toestel op de economy-stand.
Als u kort op de eco-comfort -toets drukt, verdwijnt de eco aanduiding en staat het toestel op de comfort-stand.

Speciale situatie bij zonneboilers!
Als u een Ferroli zonneboiler heeft, schakelt deze boiler zelf de comfortstand in- en uit. Handmatig aanpassen is in verband met een door de overheid voorgeschreven minimale tapwatertemperatuur in deze situatie niet toegestaan.
Het CV-toestel moet op comfort staan!
5. STORINGEN
A÷code:
Alarmcode (eventueel reset indrukken) Bij deze storing dient de oorzaak ervan opgelost te worden, waarna de resettoets ingedrukt dient te worden. Na het kort drukken op de resettoets, kan het ca. 10 sec. duren voordat het toestel weer opstart.

Als een Alarmcode na een reset terugkeert: waarschuw uw installateur. Wacht in elk geval tenminste 60 minuten alvorens opnieuw te resetten.
F ÷ code:
Foutcode (reset indrukken heeft geen zin) Bij deze storing dient de oorzaak ervan opgelost te worden, waarna het toestel vanzelf, dus zonder dat de resettoets hoeft te worden ingedrukt, weer in bedrijf komt.

Indien Foutcodes zich regelmatig voordoen: waarschuw uw installateur.
Storingen die u mogelijk zelf kunt oplossen

Leeg display:
- De steker zit niet in de wandcontactdoos.
- Er staat geen spanning op de wandcontactdoos.
- Mogelijk is de ingebouwde toestel-zekering defect. Waarschuw uw installateur.
F÷37
- De waterdruk van de cv-installatie is te laag. Vul de installatie bij (zie blz. 9). Resetten is niet nodig, het toestel start vanzelf weer op.
F ÷ 20
- De waterdruk in de cv-installatie is laag. Vul de cv-installatie bij (zie blz. 9). Het toestel functioneert wel. Bij herhaling: waarschuw uw installateur.
F ÷ 21
- De waterdruk in de cv-installatie is hoog. Het toestel functioneert wel. Cv-installatie iets aftappen (zie blz. 9). Bij herhaling: waarschuw uw installateur.
F÷40
- De waterdruk in de cv-installatie is te hoog (F40) of te hoog geweest (A26). Het toestel staat uit. Cv-installatie iets aftappen (zie blz. 9). Bij herhaling: waarschuw uw installateur.
A ÷ 0.1
- Staat de gaskraan wel open? Controleer dit.
- Druk hierna op reset.
A ÷ 06
- Controleer of de condensafvoer/sifon verstopt zit (zie blz 9). Druk hierna op reset.

Voor alle overige Alarm- en Foutcodes geldt: waarschuw uw installateur.
Traag op temperatuur komende cv-installatie
Controleer in dit geval het volgende:
• Staan alle radiatorkranen open?
- Staat de kamerthermostaat op de gewenste temperatuur (of hoger)? U kunt eventueel bij erg koud weer de ingestelde nachttemperatuur een paar graden hoger zetten.
- Is de maximum cv-temperatuur hoog genoeg ingesteld?
- Indien de weersafhankelijke regeling van het toestel is geactiveerd, is de goede stooklijn ingesteld?
Zie: instelling stooklijn op blz. 27.

Let op! Het is ook mogelijk dat de kamerthermostaat het toestel weersafhankelijk aanstuurt!
6. ONDERHOUD
Dit toestel heeft minimaal eenmaal per twee jaar een onderhoudsbeurt nodig. Door diverse omstandigheden kan besloten worden deze in te korten, zie blz. 28. Neem hiervoor contact op met uw installateur of onderhoudsbedrijf. Onderhoudsbeurten en eventuele reparaties mogen alleen door deskundige installatie- of onderhoudsbedrijven worden uitgevoerd. Regelmatig en goed uitgevoerd onderhoud kan tussentijdse storingen voorkomen en hiermee blijft het toestel in optimale conditie. Afhankelijk van de installatie moet de sifon regelmatig worden gereinigd, zie hiervoor hoofdstuk 8 op blz. 9. Voor onderhoudsfrequentie, zie blz. 40.
7. GEBRUIKERSADVIEZEN
In dit hoofdstuk worden een aantal adviezen gegeven met betrekking tot het gebruik van het toestel en de installatie.

Gebruik van de kamerthermostaat
Temperatuurregeling met een kamerthermostaat
De kamerthermostaat is een regelaar, die de temperatuur op de ingestelde waarde houdt. Verhoog of verlaag de instelling met maximaal 1°C (per half uur) bij het te warm of te koud aanvoelen van de temperatuur (behalve 's ochtends of als de verwarming langere tijd uit is geweest). Hiermee voorkomt u dat de temperatuur te veel schommelt en u de thermostaat als een aan/uit-schakelaar gebruikt in plaats van een automatische regelaar. Vloerverwarming is (vooral als hoofdverwarming) een zeer traag reagerend verwarmings- systeem. Hou hier rekening mee met het instellen van de kamerthermostaat.

Radiatoren in de ruimte met de kamerther- mostaat altijd open houden
Bij het gebruik van een kamerthermostaat is het noodzakelijk dat alle radiatoren in de ruimte waar deze hangt volledig open staan. Door in deze ruimte één of meer radiatoren te sluiten, neemt de temperatuur in de andere ruimten toe, terwijl de temperatuur in de ruimte met de kamerthermostaat normaal geregeld blijft worden.
Instelling van de kamerthermostaat in de zomer
Stel de kamerthermostaat in de zomer in op ca. 16°C. Dit is voldoende om het toestel niet in werking te laten treden. Bijstelling van het cv-setpoint op het toestel is niet nodig.
Extra kamerthermostaat
Op dit toestel kan een extra kamerthermostaat worden aangesloten. Met een extra thermostaat regelt u een bepaalde ingestelde temperatuur in de ruimte waar deze hangt. Het overige deel van de cv-installatie wordt hierdoor ook opgewarmd. Het is dus niet zo dat met twee aangesloten thermostaten onafhankelijk van elkaar bepaalde ruimten kunnen worden opgewarmd. Raadpleeg uw installateur voor meer informatie.
Hieronder staan enkele toepassingen omschreven.
Open haard
Bij gebruik van een open haard kunt u het deel van het huis, waar het kouder wordt, opwarmen m.b.v. de extra thermostaat.
Vorstbeveiliging
Als de kans bestaat dat leidingen kunnen bevriezen, bijv. in een garage, kunt u met een extra thermostaat deze ruimte op een minimum temperatuur houden.
Studeerkamer
Een extra thermostaat kan in een ruimte, bijv. een baby- of studeerkamer, altijd zorgen voor een minimum temperatuur.

Op vakantie? Trek de steker niet uit de wandcontactdoos
Laat het toestel om de volgende redenen aan staan:
- In de winter dient de woning vorstvrij te blijven om bevriezing van leidingen te voorkomen.
- Bij een voorgeschakelde zonneboiler of warmtepompboiler moet naverwarming van het tapwater gegarandeerd zijn.
- ledere 24 uur wordt de pomp even aangezet om te voorkomen dat deze vast gaat zitten.
Wanneer u 24 uur geen warm water gebruikt, gaat het toestel tijdelijk automatisch naar de energiebesparende economy stand tot het eerstvolgende warmwatergebruik. Dit is niet zichtbaar in het display.

Bevriezingsgevaar
Om te voorkomen dat onderdelen van uw cv-installatie of waterleidingen bevriezen, dient u de kamerthermostaat doorgaans niet lager dan ongeveer 12°C in te stellen (afhankelijk van de installatie). Vergeet de extra kamerthermostaat niet, indien aanwezig!
- Sluit de gastoevoer niet af. Laat het toestel aan staan.
- Draai alle radiatorkranen open, vooral van ruimtes met bevriezingsgevaar: zet eventueel tussendeuren open.
- In het toestel zit een automatische vorstbeveiliging, die echter alleen voorkomt dat het toestel zelf bevriest!
- Als de installatie wordt afgetapt (i.v.m. vorst), dient ook het toestel volledig te worden afgetapt.

Omgaan met warm water
Comfort- en economystand
Op blz. 6 en 7 wordt uitleg gegeven over de comfort- en economystand.
Gelijktijdigheid
Bij gelijktijdig gebruik van een keuken- en een douche- of badkraan, moet de bad- of douchekraan voorzien zijn van een goede automatische thermostatische regeling.
Spaardouches
Op de BlueSense kunt u alle spaardouchekoppen van een goede kwaliteit toepassen. Raadpleeg uw installateur voor een goede spaardouchekop. Als u een spaardouchekop gebruikt, zorg dan dat deze regelmatig wordt ontkalkt om voldoende doorstroming te houden.
Gebruik van een zonneboiler (warm water)
Als er aan de BlueSense een zonneboiler is gekoppeld, verwarmt het toestel het warm water verder op als het water uit de zonneboiler nog niet op voldoende temperatuur is. Let op bij het gebruik van een zonneboiler:
- Minimale instelling warmwater setpointwaarde = 60. Controleer dit.
- Geen wijzigingen van de instelling van het mengventiel toegestaan (minimaal 60°C). Bij een verkeerde instelling kan de watertemperatuur te hoog worden.
- De BlueSense mag elektrisch niet uitgeschakeld worden.
8. BIJVULLEN, ONTLUCHTEN EN AFTAPPEN VAN DE CV-INSTALLATIE
Het ontluchten van de cv-installatie
Zet de kamerthermostaat laag en gebruik geen warm water. Neem dan de steker uit de wandcontactdoos.
①

Ontlucht de installatie. Dit is vooral in de eerste twee weken na de installatie nodig.
②

Gebruik het ontluchtsleuteltje. Begin bij de laagstgelegen radiatoren. Eindig op de bovenverdieping. Ontlucht tot er geen lucht meer uit komt.
De cv-installatie (bij)vullen (voer eerst punt 1 en 2 uit)
③

- Sluit de vulslang aan op de waterkraan.
- Verwijder het dopje van de cv-vulkraan.
- Draai de kraan langzaam open en vul de slang met water. Sluit de kraan als de slang vol is. Hiermee voorkomt u dat er lucht in de installatie wordt gebracht.
- Sluit de volle slang aan op de cv-vulkraan.
- Open de cv-vulkraan.
- Draai de waterkraan langzaam open.
④

Vul tot de manometer 1,6 bar aangeeft. (bij een koude cv-installatie)
5

- Sluit de waterkraan bij 1,6 bar.
- Ontlucht de installatie nogmaals (zie punt 2) en vul zonodig weer bij.
- Sluit de cv-vulkraan, koppel de slang los van de kranen.
- Bevestig het dopje weer op de cv-vulkraan.
- Steek de steker weer in de wandcontactdoos.
⑥

Figuur 8.1 Vul- en ontlucht-instructie
Het aftappen van de cv-installatie bij te hoge druk
Wanneer cv-installatie iets aftappen?
• Bij foutcode :de druk is erg hoog
Bij herhaling van deze foutcodes:
- Bij foutcode :de uit is te hoog
- Bij foutcode A + 26 : de druk is enkele keren te hoog geweest

Figuur 8.2 Aftap-instructie
- Sluit de vulslang aan op de vulkraan van de cv-installatie.
- Draai de kraan langzaam open en laat cv-water wegstromen tot de druk 2,0 bar is.
- Sluit de cv-vulkraan, koppel de slang los van de cv-vulkraan.
- Bevestig het dopje weer op de cv-vulkraan.
Wanneer ontluchten?
- Als de installatie of een radiator een borrelend geluid maakt.
- Als een radiator niet meer goed verwarmd.
- Na installatie van een nieuw toestel dient het systeem enkele weken achtereen regelmatig ontlucht te worden.
- Eventueel na het bijvullen van de cv-installatie.
Vulprocedure
Er kan een vulprocedure bij de vulkraan hangen: volg deze instructie. Als er geen instructie aanwezig is, volg dan de instructie hiernaast.
Draai alle radiatorkranen open. Bij thermostatische kranen: zet deze in de maximale stand.
Wanneer bijvullen?
- Bij foutcode F de eruk is te laag.
- Bij foutcode F de drijk is erg laag. Bij herhaling code F20 of F37: bel uw installateur.
Let op!
Gebruik uitsluitend schoon leidingwater en geen gedemineraliseerd water. Het is niet toegestaan chemische middelen aan het water toe te voegen. Bij het toevoegen hiervan vervalt de garantie op het toestel.
Schoonmaken vuilopvangbeker sifon
Een mogelijke oplossing voor een A06-storing is het schoonmaken van de vuilopvangbeker.

Draai de complete vuilopvangbeker los en reinig deze. Monteer de dop en de beker weer.
Vergeet de pakkingen niet!
Vul de condensafvoerslang en ingebouwde sifon met circa 1 liter water, zie blz. 20.

Montagehandleiding
9. AANDACHTSPUNTEN VÓÓR INSTALLATIE
9.1 Voorschriften
Voor installatie van de BlueSense dient rekening te worden gehouden met de volgende voorschriften:
a. Deze montagehandleiding.
b. Het bouwbesluit, waarin o.a. naar de normen die hieronder staan wordt verwezen.
c. NEN 1078 voorzieningen voor gas met een werkdruk van ten hoogste 500 mbar met bijbehorende praktijkrichtlijn (NPR3378).
d. Richtlijnen bestaande gasinstallaties, opgesteld door EnergieNed.
e. NEN 3028 veiligheidseisen voor centrale verwarmingsinstallaties.
f. NEN 1010 veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties.
g. NEN 1006: Algemene voorschriften voor drinkwater-installaties AVWI met bijbehorende werkbladen.
h. NEN 1087 de norm voor ventilatie in woongebouwen met bijbehorende toelichting (NPR 1088).
i. NEN 2757 de norm voor toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rookgassen.
j. NEN 3215 de norm voor binnenriolering in woningen en woongebouwen.
k. Brandweervoorschriften.
- Voor alle voorschriften geldt dat aanvullingen op normen of voorschriften of latere voorschriften op het moment van installeren van toepassing zijn.
- Dit toestel is uitsluitend te gebruiken voor gesloten verwarmingssystemen tot een max. temperatuur van 90°C en gesloten tapwaterinstallaties.
- De installatie van het toestel mag alleen geschieden door daartoe erkende personen. Erkenningen worden afgegeven door de energiebedrijven en water-distributie-organisaties.
9.2 Leveringsomvang
Standaard aanwezig in of bij het toestel:
- Ophangstrip + bevestigingsmateriaal.
- Ingebouwde overstort voor de cv-installatie (3 bar).
- Ingebouwde analoge drukmeter voor de cv-installatie.
- Ingebouwde digitale drukmeter / beveiliging.
- Ingebouwde automatische ontluchter.
- Ingebouwd toestelsifon met vuilopvangbeker.
- 3 pijpen ø15 mm (ca. 30 cm lang), incl. pakkingen.
- 2 pijpen ø22 mm (ca. 30 cm lang), incl. pakkingen.
- Gebruikers- / montagehandleiding
• Afvoerslang condens.
- Snoer: ca. 1 meter lang, incl. steker met randaarde. Benodigde onderdelen voor de installatie:
- Vul-/aftapmogelijkheid t.b.v. de cv-installatie.
- Drukvat (grootte afhankelijk van de cv-installatie).
- Gaskraan.
- Inlaatcombinatie (KIWA; 8 bar).
- Rioolafsluitend sifon of stankafsluiter en een kunststof afvoerpijp naar de riolering (buitenmaat ø32 mm).
- Wandcontactdoos 230V met randaarde (goed bereikbaar).
• Kamerthermostaat.
- Externe Bypass cv (indien alle radiatoren voorzien zijn van thermostatische radiatorkranen of zonesturing).
Benodigde onderdelen bij een combinatie met een zonne- of warmtepompboiler:
• Mengventiel zonneboiler (30-70)
- Een externe doorstroombegrenzer.
- Brandervoorwaarde thermostaat.
9.3 Toestelaccessoires
Magneetfilter in CV-retour
Ferroli NL adviseert dringend om een magneetfilter te monteren in de CV-retour, direct onder het toestel.
Thermostaten en toebehoren
Romeo klokthermostaat 1201060 Luxe klokthermostaat met dag- en week-programma voor automatische regeling van de kamertemperatuur. Op groot LCD-scherm kan extra informatie opgeroepen worden. Deze thermostaat werkt ook weersafhankelijk (OpenTherm).
Romeo S kamerthermostaat.... 1201075 Handbediende elektronische kamerthermostaat met dag-nacht temperatuurinstelling voor CV en eco-comfort instelling voor warmwater.
Buitenvoeler (NTC 10kOhm bij 25°C) .... 1801295 Ten behoeve van weersafhankelijke regeling.
Relais
Opsteek relais LC 32 3296421
Dak- en geveldoorvoeren
Voor een correcte werking van een BlueSense met gevel- doorvoer, moet één van de onderstaande geveldoorvoers- sets gekozen worden.
HR-geveldoorvoerset ø80/125mm 1825000
Met trekkende uitmondingsconstructie, toepasbaar bij grotere afstand (max. 3 meter) tussen toestel en doorvoer. Aansluiting 2x80mm.

Let op! De instructies bij deze sets zijn mogelijk nog niet volledig aangepast voor dit toestel.
Overige rookgasafvoer / luchttoevoer
Gevelinlaatkruisstuk.... 1824031
T.b.v. systeemluchttoevoer uit de gevel en rookgassen naar het dak.
Adapter concentrisch rechte aansluiting 60/100 inclusief meetpunten 1840005
Adapter concentrisch rechte aansluiting 80/125 inclusief meetpunten 1840010
Aansluitbocht concentrisch 60/100 inclusief meetpunten 1840015
Toebehoren t.b.v. zonneboiler aansluiting
Doorstroombegrenzer 6 l/min (BlueSense 3) .....1501085 15/15mm kneluitvoering.
Doorstroombegrenzer 7.5 l/min (BlueSense 4) ..... 1501081 15/15mm kneluitvoering.
Doorstroombegrenzer 9 l/min (BlueSense 5) .....1501082 15/15mm kneluitvoering.
Mengventiel zonneboiler (30-70) 1580053
Brandervoorwaarde thermostaat bij zonneboiler of warmtepompboiler: neem contact op met de leverancier van de zonneboiler of de warmtepompboiler.
9.4 Benodigde vrije ruimte
Houd in verband met het installeren en mogelijke servicewerkzaamheden rekening met een minimale vrije ruimte.
| Advies: Minimaal: | ||
| Zijkant 15 cm | 4 cm | |
| Onderkant 100 cm | 25 cm | |
| Voorkant 100 cm | 50 cm* | |
| Bovenkant afhankelijk van rookgasafvoer | 28 cm** | |
* 2 cm als de deur is gesloten bij een kastopstelling
** bij een concentrische geveldoorvoer
9.5 Rookgasafvoer en luchttoevoer:
Voor alle opstellingssituaties geldt het volgende:
- Weerstand
De toegestane weerstand van het luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem is aan een maximum gebonden. Controleer dit aan de hand van een weerstandsberekening. Zie bladzijde 13.
- Condens of regenwater in de rookgasafvoerpijp

- Condens op buitenzijde luchttoevoerpijp
Als de luchttoevoerpijp door warme, vochtige ruimtes loopt, kan er aan de buitenkant van deze pijp condensvorming optreden. Om dit te voorkomen dient in dit geval deze pijp dampdicht geïsoleerd te worden.
- Regelgeving rookgasafvoersysteem
Houd rekening met de plaatselijke eisen van bijv. brandweer, hinderwet en gasbedrijf.
• Mogelijke ijspegelvorming
Indien er ijspegelvorming kan optreden bij de afvoeren, de uitmonding niet situeren op plaatsen waaronder zich personen kunnen begeven of waarbij schade kan ontstaan door loslatende ijspegels.
- Meerdere aansluitmogelijkheden
Er kan gebruik worden gemaakt van één van de twee luchttoevoeraansluitingen. Hinderlijk kruisen van pijpen wordt hiermee voorkomen. De middelste aansluiting is voor de verbrandingsgasafvoer. Tevens is een concentrische aansluiting mogelijk.
- Geluidsproductie bij een werkend toestel.
Het toestel produceert een bepaald geluidsniveau. Houdt met de keuze van de opstelling rekening met een geringe geluidsproductie. Het is bijv. af te raden om het toestel in een vrije opstelling op een slaapkamer te plaatsen. Bij een lichte wandconstructie bestaat de mogelijkheid dat er resonantiegeluiden optreden.
- Witte condenspluim op de rookgasafvoerpijp
Omdat de BlueSense een HR-toestel is, zal er zoveel warmte uit de verbrandingsgassen worden gehaald dat deze condenseren. Hierdoor kan er op de rookgas-afvoerpijp een condenspluim ontstaan. Houd hier rekening mee. Als het mogelijk is, verdient het hierom de voorkeur om een bovendakse uitmonding te maken.

Voor Ferroli rookgasafvoerproducten, zie paragraaf "9.3 Toestelaccessoires" of raadpleeg: www.ferroli.nl

Figuur 9.4 Opstellingsmogelijkheden

Let op! Rookgasafvoer- en luchttoevoerbuizen moeten deugdelijk gebeugeld worden. Zie ook het advies van de Rogafa op internet pagina "www.hetnieuwebeugelen.nl".
Opstellingssituatie 1 (klasse-C33)
Door het dak met een HR-dakdoorvoer (individueel). Bij deze opstellingssituatie worden de luchttoevoer en rookgasafvoer individueel naar de dakdoorvoer gebracht, waarbij deze concentrisch door het dak gaan.
Opstellingssituatie 2 (klasse-C53)
Luchtoevoer uit de gevel en rookgasafvoer door het dak (individueel of collectief). Pas op de luchttoevoerpijp uitsluitend het Ferroli gevelinlaatkruisstuk toe. Hiermee wordt de invloed van wind sterk gereduceerd.
Als uitmonding kan o.a. een HR prefabsschoorsteen worden gebruikt. Zorg dat er zich geen lichtpunt in de buurt van de luchtinlaatopening bevindt (i.v.m. insecten). Situeer deze opening uit de buurt van obstakels of zijmuren.
Opstellingssituatie 3 (klasse-C13)
Geveldoorvoer. Houdt rekening met een minimale inbouwhoogte boven de BlueSense van 28 cm.
Bepaalde geveldoorvoeren zijn niet 'trekkend', wat wel noodzakelijk is. Monteer altijd een zogenaamde
'trekkende' geveldoorvoer (Zie blz. 10: toestelaccessoires).
Raadpleeg NPR3378 voor de juiste plaatsing.
Raadpleeg Ferroli als u vragen heeft over een 'trekkende' geveldoorvoer.
Opstellingssituatie 4 (klasse-C33)
Luchttoevoer en rookgasafvoer door het dak met behulp van een HR-prefabschoorsteen (individueel of collectief).
Zowel de luchttoevoer als de rookgasafvoer worden met deze HR prefabschoorsteen door het dak gevoerd.
Opstellingssituatie 5 (klasse-C83)
Half CLV-systeem: luchttoevoer uit de gevel en rookgas-afvoer door het dak (collectief). Bij deze situatie geschiedt de luchttoevoer door de gevel en gaan de rookgassen collectief door het dak. Raadpleeg Ferroli voor de mogelijkheden met dit systeem. Pas op de luchttoevoerpijp uitsluitend het Ferroli gevelinlaatkruisstuk toe. Hiermee wordt de invloed van wind sterk gereduceerd. Zorg dat er zich geen lichtpunt in de buurt van de luchtinlaatopening bevindt (i.v.m. insecten). Situeer deze opening uit de buurt van obstakels of zijmuren.
Opstellingssituatie 6 (klasse-C33)
Concentrische luchttoevoer en rookgasafvoer door het dak (individueel). Bij deze situatie worden de luchttoevoer en rookgasafvoer concentrisch naar het dak gebracht.
Opstellingssituatie 7 (klasse-C43)
CLV-systeem (collectief). Bij deze opstellingssituatie worden zowel de luchttoevoer als de rookgasafvoer gezamenlijk naar het dak gebracht. De weerstand van het rookgasafvoer en luchttoevoersysteem dient hierbij berekend te worden tot aan het CLV-systeem. Raadpleeg Ferroli bij een nieuw te maken CLV-systeem en volg de algemene richtlijnen voor deze systemen.
Specificatie rookgasafvoermateriaal (klasseC63)
De BlueSense wordt geleverd zonder rookgasafvoermateriaal. Dit wordt aangeduidt met de toestelklasse C63. Bij toepassing van een kunststof afvoersysteem: temperatuur klassificatie T120.
Gebruik van bestaande HR-rookgasafvoer
Sluit het toestel alleen op een bestaand HR-rookgas- afvoersysteem aan als dit nog een gegarandeerde levensduur van ten minste 15 jaar heeft.
Weerstandsberekening rookgasafvoer / luchttoevoer
De noodzaak van een weerstandsberekening
De weerstand van het RGA/LTV-systeem wordt groter naarmate de totale lengte van de pijpen en het aantal bochten toeneemt. Omdat de ventilator maar een bepaalde weerstand kan overbruggen, is deze weerstand echter aan een maximum gebonden. Voor het toestel is daarom een maximum weerstand berekend die niet overschreden mag worden.
Weerstandstabel voor HR-toestellen: gescheiden luchttoevoer en rookgasafvoerleidingen.
| Luchttoevoer | ø60 | ø70 | ø80 | ø90 | ø100 | |
| pijp | 1m glad | 4,4 | 2,0 | 1,0 | 0,6 | 0,3 |
| 1 m flexibel (øbi)* | 4,5 | 2,1 | 1,1 | 0,6 | 0,4 | |
| bocht | 90° R=D | 3,0 1 | 6 0 | 9 0 | 5 0,3 | |
| 90° R=0,75D | 5,2 | 2,7 | 1,5 | 0,9 | 0,6 | |
| 90° R=D flexibel (øbi)* | 10,4 | 5,6 | 3,3 | 2,1 | 1,4 | |
| 90° R=1/2D | 12,0 | 6,2 3,5 | 2,2 | 1,4 | ||
| 45° R=0,75D | 3,4 | 1,8 | 1,0 | 0,6 | 0,4 | |
| 45° R=1/2D | 4,0 | 2,1 | 1,2 | 0,7 | 0,5 | |
| verloop | 80 - 70 | - | 0,7 | - | - | - |
| 80 - 60 | 2,6 | - | - | - | - | |
| 90 - 80 | - | - | 0,4 | - | - | |
| 100 - 80 | - | - | 0,5 | - | - | |
| inlaat | open pijp | 4,8 | 2,5 | 1,4 | 0,9 | 0,6 |
| prefabschoorsteen | 4,8 2 | 5 1,4 | 0,9 0,6 | |||
| inlaatkruisstuk | - | - | 6,6 | - | - | |
| Rookgasafvoer | ø60 | ø70 | ø80 | ø90 | ø100 | |
| pijp | 1m glad | 5,9 | 2,7 | 1,3 | 0,7 | 0,4 |
| 1 m flexibel (øbi)* | 6,0 | 2,8 | 1,5 | 0,8 | 0,5 | |
| bocht | 90° R=D | 4,0 2 | 1 1 | 2 0 | 7 0,5 | |
| 90° R=0,75D | 6,9 | 3,6 | 2,0 | 1,2 | 0,8 | |
| 90° R=D flexibel (øbi)* | 14,0 | 7,5 | 4,4 | 2,8 | 1,8 | |
| 90° R=1/2D | 16,1 | 8,4 4,8 | 2,9 | 1,9 | ||
| 45° R=0,75D | 4,6 | 2,4 | 1,4 | 0,8 | 0,5 | |
| 45° R=1/2D | 5,4 | 2,8 | 1,6 | 1,0 | 0,6 | |
| verloop | 80 - 70 | - | 0,9 | - | - | - |
| 80 - 60 | 3,5 | - | - | - | - | |
| 90 - 80 | - | - | 0,5 | - | - | |
| 100 - 80 | - | - | 0,7 | - | - | |
| uitmonding | open pijp | 11,5 | 6,0 | 3,4 | 2,1 | 1,3 |
| prefabschoorsteen | 11,5 | 6,0 3 | 4 2,1 | 1,3 | ||
| in- en | drukbalans HR80 | - | - | 15,9 | - | - |
| uitlaat | drukbalans HR100 | - | - | - | - | 10,1 |
| HR-muurdoorvoer | - | - | 15,9 | - | - | |
| condendsafscheider | - | - | 2 | - | - | |
* Bij de flexibele pijpen en bochten horen de aangegeven weerstandswaarden bij de binnendiameter van de pijp. De overige waarden horen bij de buitendiameters.
Voor concentrische luchttoevoer-/ rookgasafvoersystemen geldt een andere berekening als in bovenstaande tabel is vermeld.
De onderstaande combinaties zijn maximaal mogelijk:
- 80/125: 10m recht + 2x 90'-bocht en 1x 45°-bocht + dakdoorvoer.
- 60/100: 3m recht + verloop naar ø80/ø125 + 80/125 dakdoorvoer.
- 60/100: 5m rechte pijp + 1x 90°-bocht en muurdoorvoer.
Kortere lengtes of minder bochten dan in bovenstaande combinaties is mogelijk. Bij andere combinaties: raadpleeg Ferroli.
De eenheid meterspijplengte ø80 mm
Omdat de weerstand een drukverlies is, wordt deze standaard uitgedrukt in Pascal. De weerstand van 1 meter rechte pijp heeft dan bijvoorbeeld een x-aantal Pascal weerstand. Evenals bochten en andere componenten in het RGA/LTV-systeem.
Om de berekening wat te vergemakkelijken wordt de omrekening gemaakt van Pascals naar meters pijplengte. Dit zit als volgt in elkaar.
De weerstand van 1 meter rechte pijp ø80 in de lucht- toevoer heeft een bepaalde waarde.
Bij de BlueSense 3 bijvoorbeeld mogen 99 van deze stukken pijp aangesloten worden om de maximale weerstand te bereiken. Als we dit getal, 99 meter, willen gebruiken om de maximale weerstand uit te drukken, moeten alle andere componenten uitgedrukt worden in een factor maal de weerstand van deze meter pijp ø80mm in de luchttoevoer. Een bocht 90° ø80mm in de luchttoevoer heeft bijvoorbeeld 1,5 maar de weerstand van 1 meter pijp ø80mm in de luchttoevoer. Voor alle componenten is deze factor vastgesteld, zodat de totale weerstand in meters pijplengte kan worden berekend.
Weerstand bij geveldoorvoer
(toestel direct aan de buitenmuur)
De weerstand van een Ferroli-geveldoorvoerset zit onder de maximaal toegestane weerstand.
(80 parallel naar 100/60 concentrisch)
Berekening van de weerstand van een RGA/LTV-systeem voor een BlueSense
- Zet de componenten onder elkaar;
- Vermenigvuldig per component het aantal met de weerstand;
- Tel het totaal op.
- De berekende weerstand moet lager zijn dan de toegestane weerstand.
Maximaal toegestane weerstand
BlueSense 3 ...... 99 meter pijplengte
BlueSense 4 87 meter pijplengte
BlueSense 5 ...... 61 meter pijplengte
Als de weerstand hoger is dan de maximaal toe-gestane weerstand, zal dit een belastingdaling tot gevolg hebben van meer dan 5%.
In dit geval zijn de gaskeurlabels niet meer van toepassing.
Voorbeeld berekening BlueSense 3.
Luchttoevoerdeel aantal weerstand
- rechte pijp ø80mm3 3 x 1 ...... = 3
• 45° bocht (R=1/2D) 2 2 x 1,2 ..... = 2,4
Rookgasafvoerdeel
- rechte pijp ø80mm3 3 x 1,3 ...... = 3,9
• 45° bocht (R=1/2D) 2 2 x 1,6 ..... = 3,2
- dakdoorvoer HR 80 1 1 x 15,9 ...... = 15,9
(incl. aansluitstuk)
Berekende weerstand totaal: 28,4 m
De berekende weerstand is 28,4. Deze is minder dan de toegestane 99 meters pijplengte en is dus in orde.
9.6 Extra aandachtspunten vóór installatie
Cv-installatie
Vloerverwarming
Aandachtspunten bij toepassing van een vloerverwarming:
- Als de (bestaande) vloerverwarmingset niet hydraulisch neutraal is dan kan de pomp van de set met een print opsteekrelais LC 32 geschakeld worden. Bestel nummer LC32 is 3296421.
- Pas uitsluitend zuurstof diffusiedichte buizen (DIN 4726 / 4729) toe, om corrosie in het toestel te voorkomen.
- Pas bij een bestaande vloerverwarming waarvan niet duidelijk is of de buizen voldoende diffusiedicht zijn, een warmtewisselaar toe om de circuits te scheiden.
- Een 100% hydraulisch neutrale vloerverwarmingsset moet toegepast worden. Bij uitgeschakelde cv-pomp van het toestel mag de pomp van de vloerverwarming geen circulatie door het toestel veroorzaken. Plaats eventueel een vloerverwarmingsset met een gescheiden systeem voor de vloerverwarming en de overige cv-installatie.
- Ferroli NL adviseert dringend om een magneetfilter te monteren in de CV-retour, direct onder het toestel.
Watercirculatie door de installatie
- Controleer of de opvoerhoogte van de pomp voldoende is voor de installatie, zie blz. 36.
- Indien het toestel vrijwel het laagste punt is van de installatie, kan ongewenste natuurlijke circulatie (thermosifonwerking) ontstaan. Dit is afhankelijk van de CV-leidingloop. Monteer eventueel in de retour van het toestel een terugslagklep. Zie blz. 18.
Handinstelbare bypass voor de cv-installatie
Als het toestel op een cv-installatie wordt aangesloten waarin de doorstroming geblokkeerd kan worden (bijv. overal thermostatische ventielen toegepast), is een externe handinstelbare bypass noodzakelijk. De externe handinstelbare bypass dient zo ver mogelijk van de ketel te worden geplaatst.
Tapwatervoorziening
Het tapwatercomfort van het toestel dient aan te sluiten bij de wensen van de gebruiker.
Plaatsingsadvies
Situeer het toestel zo dicht mogelijk bij de tappunten.
Plaats eventueel een geïsoleerde 12mm leiding naar het keukentappunt, om de wachttijd te bekorten.
Uitschakelen tapwatervoorziening
Middels een aantal ingrepen is het mogelijk om het toestel uitsluitend voor de cv-installatie te laten werken.
Raadpleeg Ferroli voor meer informatie.
Spaardouchekoppen
De BlueSense is geschikt voor goede spaardouche-koppen.
Te lage voordruk van het tapwater
Als de beschikbare voordruk niet voldoende is om de gewenste volumestroom te krijgen, kan de doorstroombegrenzer
verwijderd worden en in plaats hiervan een instelbare regelaar geplaatst worden. Zie bladzijde 37.
Zonneboiler / warmtepompboiler
Het is noodzakelijk om een mengventiel toe te passen als u een zonneboiler of warmtepomp aan de BlueSense koppelt, aangezien de uitstromende watertemperatuur hoog kan zijn. Dit mengventiel is verplicht volgens gaskeur. Zorg dat de ketel de verwarming van tapwater uitschakelt als het toegevoerde water van een zonneboiler of warmtepompboiler te warm is. Zie blz. 19 voor meer uitleg.
Circulatieleidingen
Circulatieleidingen voor tapwater zijn niet toepasbaar.
Filter in tapwater uitlaat
Als het tapwater een hoge hardheid heeft plaats dan een filter in de tapwater uitlaat om kalkschilfers af te vangen.
Gasaansluiting
Capaciteit gasmeter
Controleer, voor u met de montage aanvangt, of de gasmeter voldoende capaciteit heeft. Denk ook aan het verbruik van andere huishoudelijke apparaten. Neem, indien een te kleine gasmeter is gemonteerd, contact op met het energiebedrijf.
Maximum aardgasverbruik (G25) bij werkdruk 25 ± 5mbar:
• BlueSense 3: 53 l/min (3,2 m ^3 /h)
- BlueSense 4: 62 l/min (3,7 m ^3 /h)
• BlueSense 5: 76 l/min (4,6 m ^3 /h)
Oud gasleidingnet / diameter gasleiding
Advies: plaats voor het toestel een filter in de gasleiding! De aansluiting van het toestel is niet bepalend voor de diameter van de binnenleiding.
Elektrische aansluiting
Het toestel heeft voor vaste aansluiting de beschermingsklasse IPX5D.
Het toestel wordt standaard geleverd met een aansluit-kabel en steker met randaarde.
Hierdoor wordt de beschermingsklasse IPX2D.
230V-voeding
Voor de 230V-voeding dient een wandcontactdoos met randaarde geplaatst te worden. Deze dient goed bereikbaar gemonteerd te worden.
Om IPX5D te verkrijgen dient de 230V-voeding als vaste aansluiting gerealiseerd te worden. Gebruik in dit geval een dubbelpolige hoofdschakelaar met een contactopening van minimaal 3 mm.
Temperatuurregelingen voor cv
OpenTherm-communicatie-protocol
Een OpenTherm-kamerthermostaat kunt u herkennen aan het volgende logo. Een OpenTherm kamerthermostaat

is met twee draden op het toestel aangesloten. Via deze twee draden communiceert de thermostaat met de BlueSense via "OpenTherm"-taal.
Deze thermostaat krijgt voeding van het toestel en derhalve zijn er geen batterijen noodzakelijk.
Deze thermostaten kunnen dienen ter vervanging van de bekende kwikthermostaten.
Zie blz. 26 voor de mogelijke temperatuurregelingen.
Overige aandachtspunten
Meerdere kamerthermostaten / vorstbeveiliging.
Er kan slechts één OpenTherm-kamerthermostaat op de BlueSense aangesloten worden.
Er kunnen echter wel meerdere aan/uit-kamerthermo- staten aangesloten worden. Dit is bijvoorbeeld gewenst bij het gebruik van een open haard om een minimale temperatuur op de slaapkamer te kunnen regelen of voor een vorstbeveiliging (in vorstgevoelige ruimten). Zie bladzijde 8 voor extra uitleg.
Vorstvrije opstellingsruimte
De opstellingsruimte moet vorstvrij zijn en goed worden geventileerd.
10. MONTAGE-INSTRUCTIE
In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitleg gegeven over het ophangen en aansluiten van het toestel.
Uitpakken van de ketel
- Leg de doos met de onderzijde op de grond (tekst op de doos is dus leesbaar).
- Open de verpakking, verwijder losse onderdelen en de beschermstukken en til de ketel uit de doos.

Til de ketel niet aan de mantel op. Hierdoor kan de mantel beschadigen.
Zorg dat het verpakkingsmateriaal buiten bereik van kinderen blijft.
- Leg de ketel met de achterzijde op de grond. Let op! Zet de ketel in geen geval recht op de grond om te voorkomen dat deze omvalt of aansluitingen aan de onderzijde beschadigen.
Beschadigingen aan de ketel
Eventuele beschadigingen aan het toestel direct aan de leverancier melden.
Aandachtspunten voor montage
Lees eerst het voorgaande hoofdstuk, "Aandachtspunten voor montage". Hierin wordt informatie gegeven over zaken die voorafgaand aan de montage van nut kunnen zijn.
Eerste ingebruikname van het toestel
In het volgende hoofdstuk wordt uitleg gegeven over de eerste in gebruik name. Let op! Lees dit hoofdstuk goed door, voor u de installatie vult en in bedrijf stelt.
Elektrische aansluiting
Het toestel heeft voor vaste aansluiting de beschermingsklasse IPX5D.
Het toestel wordt standaard geleverd met een aansluit-kabel en steker met randaarde.
Hierdoor wordt de beschermingsklasse IPX2D.
230V-voeding
Voor de 230V-voeding dient een wandcontactdoos met randaarde geplaatst te worden. Deze dient goed bereikbaar gemonteerd te worden.
Om IPX5D te verkrijgen dient de 230V-voeding als vaste aansluiting gerealiseerd te worden. Gebruik in dit geval een dubbelpolige hoofdschakelaar met een contact-opening van minimaal 3 mm.
Voor uw veiligheid: let op!
Dit toestel voldoet aan de strenge Europese veiligheidsnormen en efficiënt gebruik van energie. De CE-markering geeft dit aan.
Omdat er voor de verwarming gebruik wordt gemaakt van aardgas en 230V voedingsspanning, willen wij u op een aantal zaken attenderen:

230V elektrische spanning
Dit toestel bevat componenten die onder een spanning van 230V staan. Dit zijn onder andere de print, de pomp, het gasblok en de ventilator.

Let op bij gaslucht
Als u een gaslucht ruikt: spoor het lek op of sluit de gebruikte meetnippels. Roken en vuur verboden!

Warme leidingen en pijpen
De leidingen en radiatoren kunnen ca. 95°C worden. De verbrandingsgasafvoerpijp kan tijdens bedrijf ca. 90°C worden. Zorg dat de verbindingen van de pijp altijd goed gemonteerd worden, om lekkage te voorkomen.

Metalen onderdelen
Wees voorzichtig met randen van metalen onderdelen om verwondingen te voorkomen.

Opstellingsruimte
Zorg dat de opstellingsruimte vorstvrij is en goed wordt geventileerd.

Gebruik
Het toestel is alleen geschikt voor gebruik in een gesloten cv-installatie en voor huishou-delijk warm water.
10.1 Ophangen van het toestel
Het toestel is ontworpen als een hangend toestel en kan tegen praktisch elke wand worden bevestigd. De wand dient vlak en stevig genoeg te zijn voor het gewicht van het toestel.
Zie voor het boren van de boorgaten voor de ophangstrip op blz. 16.
Hang het toestel niet tegen een holle of zeer lichte wand. Dit om trillingsgeluid zoveel mogelijk te beperken.
10.2 Afmetingen en aansluitingen

10.3 Aansluiten verbrandingsgasafvoer en luchttoevoer

Let op! Rookgasafvoer- en luchttoevoerbuizen moeten deugdelijk gebeugeld worden. Zie ook het advies van de Rogafa op internet pagina "www.hetnieuwebeugelen.nl".
Parallelle aansluiting (ø80 mm)
Gescheiden luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem.
Standaard aflevering
Luchttoevoerpijp rechts

Figuur 10.2
Alternatief
Luchttoevoerpijp links

Figuur 10.3
- Luchttoevoeraansluiting (aansluiting ø80mm).
a. Monteer de luchttoevoerleiding. Maak gebruik van stevig gasdicht materiaal, dat tevens bestand is tegen omgevingstemperaturen die op kunnen treden. Dit geldt vooral bij concentrische systemen of bij een luchttoevoerpijp die zich dicht in de buurt van een rookgaspijp bevindt.
b. Als de luchttoevoerpijp door warme, vochtige ruimtes loopt, kan er aan de buitenkant van deze pijp condensvorming optreden. Om dit te voorkomen dient in dit geval deze pijp dampdicht geïsoleerd te worden.
- Rookgasafvoeraansluiting (aansluiting ø80mm).
a. Monteer de rookgasafvoerleiding. Op de BlueSense mag uitsluitend afvoermateriaal, geveldoorvoer en/of dakdoorvoeren worden aangesloten, welke geschikt zijn voor condenserende rookgassen. Bij toepassing van een kunststof afvoersysteem: temperatuur klassificatie T120.
b. Let op de stromingsrichting van de rookgassen en ook op de verbinding van de pijpen.

Horizontale verbrandingsgasafvoerpijp minimaal 50 mm/m op afschot leggen! Het condenswater en eventueel regenwater loopt nu naar het toestel terug.
- Bevestig de afdichtplaat (3) in de niet gebruikte luchttoevoeropening, links of rechts. Deze is standaard in de linker luchttoevoeropening gemonteerd.
Voor de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen geldt:
a. Inkorten van dit materiaal dient haaks te gebeuren en verwijder de bramen.
b. Het materiaal met een draaiende beweging in elkaar steken en eventueel een beetje zuurvrije vaseline gebruiken voor de smering (vetten kunnen de lippenring aantasten).
c. Beugel de pijpelementen spanningsvrij aan vaste punten in het gebouw volgens opgave van de fabrikant.
d. Het gewicht van de pijpelementen mag niet rechtstreeks op de ketel rusten, daarnaast mag dit gewicht niet rechtstreeks aan de dakdoorvoer komen te hangen.
e. Ten aanzien van de dakdoorvoer geldt dat deze vastgezet dient te worden met de bij de doorvoer bijgeleverde bevestigingsbeugel.
Gebruik van bestaande HR-rookgasafvoer
Sluit het toestel alleen op een bestaand HR-rookgasafvoer- systeem aan als dit nog een gegarandeerde levensduur van ten minste 15 jaar heeft.
Concentrische aansluiting

- Verwijder de aanwezige luchttoevoer- en de rookgasafvoer-aansluiting.
- Monteer de concentrische aansluiting.
- Dicht de beide luchttoevoeropeningen met afdicht-platen (3) af!
Luchttoevoer vanuit opstellingsruimte (B23/B33)
Bij deze opstelling, waar het toestel als "open toestel" wordt aangesloten, dient voldaan te worden aan de eisen die gesteld zijn.
Zorg ervoor dat de luchttoevoeropeningen ten allen tijde open blijven om voldoende luchttoevoer te garanderen. Plaats op de luchttoevoer een 90°-bocht (B23) om evt. invallend vuil of afdekking van de opening te voorkomen.

Let op! IP-klasse IPX5D vervalt bij een "open toestel". Voor IPX2D moet een bocht 90° op de luchttoevoer geplaatst worden.
Het verdient echter sterk de voorkeur de luchttoevoer niet op deze manier aan te sluiten, maar het toestel als gesloten toestel te monteren.
10.4 Aansluiten van de leidingen voor CV en koud- en warmwater

- Aansluiting cv-aanvoer (3/4")
- Aansluiting warm water (1/2")
- Aansluiting gastoevoer (1/2")
- Aansluiting koud water (1/2")
- Aansluiting cv-retour (3/4")
- Tapwater-/gasaansluitpijp ø15 mm, 30 cm lang
- Cv-aansluitpijp ø22 mm, 30 cm lang
- CV-overstort ø15 mm knel
- Afvoer condens
- Condensafvoerslang (ø buiten 25 mm)
- Vuilopvangbeker van de sifon
- Toestelsteker 230V, kabellengte ca. 1 m. (Plaats stopcontact binnen handbereik!)
Sluit aangegeven toebehoren aan

Testwater uit toestel
Let op! Bij het verwijderen van de afdichtdoppen en tijdens het monteren van de ketel kan er testwater uit de toestelleidingen lopen!
Spanningsvrij aansluiten
Leidingen pas na 50 cm beugelen en spanningsvrij aansluiten.
Gebruik kunststof of met rubber ingelegde beugels om geluid tijdens opwarmen te voorkomen.
Vloerverwarming
Pas uitsluitend zuurstof diffusiedichte buizen voor vloerverwarming toe. Gebruik een hydraulisch neutraal systeem en pas bij bestaande vloerverwarmingen (met mogelijk niet-diffusiedichte buizen) een scheidingswisselaar toe.
Schone leidingen
Zorg dat de leidingen en aansluitingen van de cv-installatie schoon zijn.
Expansievat
Een expansievat moet altijd rechtstreeks in verbinding staan met de retouraansluiting van het toestel.
Plaats eventueel een magneet filter
Bij bestaande cv-installaties adviseren wij een magneet filter in de retourleiding van het toestel te monteren.
Ongewenste natuurlijke circulatie (thermosifonwerking)
Indien het toestel vrijwel het laagste punt is van de instal-latie, kan ongewenste natuurlijke circulatie (thermosifon-werking) ontstaan. Dit is afhankelijk van de CV-leidingloop. Monteer eventueel in de retour van het toestel een terug-slagklep.
Instelling cv-vermogen 80%
Standaard staat het toestel op 80% cv-vermogen afgesteld. In het instellingenmenu kan het vermogen verhoogd of verlaagd worden.
10.5 Bypass in de cv-installatie bij automatisch afsluitende (o.a. thermostatische) radiatorventielen
Een externe handinstelbare bypass (of een altijd open radiatorkraan) is noodzakelijk als het toestel op een cv-installatie wordt aangesloten waarin de doorstroming geblokkeerd kan worden (bijv. indien overal thermostatische ventielen toegepast zijn).
Ferroli adviseert om deze handinstelbare bypass zo ver mogelijk van de ketel vandaan te plaatsen om de waterinhoud van het bypasscircuit zo groot mogelijk te maken.
Het in het toestel ingebouwde snelontluchtingskraantje mag niet als bypass gebruikt worden.
Tijdens normaal bedrijf moet dit kraantje dicht staan! Zie ook blz. 36.
10.6 Aansluiten van een zonneboiler of warmtepompboiler
Een zonneboiler of warmtepompboiler wordt op deze pagina ook aangeduid als 'boiler'. Deze 'boiler' is een tapwater voorverwarmer. De BlueSense is geschikt om gebruikt te worden als naverwarmer voor zonlichtsystemen (met een maximum watertemperatuur van 85°C). Zie voor informatie over de tapwatervoordruk hoofdstuk 14.3.
Raadpleeg ook de handleiding van de boiler, bijv. voor de geadviseerde afstand tussen het cv-toestel en de boiler.

flowchart
graph TD
A["warm water"] --> B["warm"]
B --> C["###"]
C --> D["Zonneboiler of warmtepompboiler"]
D --> E["941709111"]
E --> F["Plaats een knelkoppeling met ingebouwde doorstroombegrenzer: Let op de juiste richting!"]
F --> G["Koudwater"]
G --> H["Inlaatcombinatie"]
I["Verwijder de doorstroombegrenzer uit het toestel."] --> D
Figuur 10.7
Voor het elektrisch aansluiten, zie ook blz. 21 en de installatievoorschriften van de zonneboiler of warmtepomp!
Monteer:

Een inlaatcombinatie

Een doorstroombegrenzer met pakkingen.
(Let op stromingsrichting: o-ring moet door de waterstroom in de begrenzer gedrukt worden!)
- BlueSense 3 : 6 l/min., art.nr. 1501080
- BlueSense 4 : 7,5 l/min., art.nr. 1501081
- BlueSense 5 : 9 l/min., art.nr. 1501082

Een thermostatisch mengventiel.
W = Warmwater aansluiting
K = Koudwater aansluiting
M = Mengwater naar huisinstallatie
Dit ventiel is verplicht.
Thermostatisch mengventiel
Op zonnige dagen kan de temperatuur in een zonneboiler tot 85°C oplopen. Om een te hoge tapwatertemperatuur te voorkomen is de plaatsing van een thermostatisch mengventiel nodig.
Belangrijk: tapwatertemperatuur instelling niet wijzigen!
Stel de warmtapwatertemperatuur (tapwatersetpoint) niet lager in dan 60!

- Toestel niet uitzetten: Schakel bij toepassing van bijv. een zonneboiler of warmtepompboiler de BlueSense nooit uit!
- Comfortstand: In combinatie met een zonne-of warmtepompboiler, moet de BlueSense altijd op comfort ingesteld worden!
Kamer- thermostaat connector BlueSense


- Zonneboiler of warmtepompboiler met Open-Therm-aansluiting, welke geschikt is om tapwaterfunctie uit te schakelen:
1 - 2 Doorverbinden
7 - 8 OpenTherm-aansluiting naar boiler.
Kamerthermostaat aansluiten op boiler
- Boiler met ingebouwde brandervoorwaarde-thermostaat:
1 - 2 Aansluiting brandervoorwaardethermostaat voor aan-/uitzetten van tapwaterbedrijf combitoestel:
- contact gesloten = stromingssensor geactiveerd.
- contact open = stromingssensor niet geactiveerd.
3. Boiler zonder brandervoorwaardethermostaat:
1 - 2 Plaats in de warmwaterleiding tussen de boiler en het combi-toestel een externe brandervoorwaarde-thermostaat, afgesteld op 60°C. Plaats deze thermo-staat direct bij (of bij voorkeur in) de warmwateruitlaat van de boiler.
ATTENTIE: Externe thermostaten/contacten moeten geschikt zijn voor 15 mAmp.DC gelijkstroom.
10.7 Aansluiten gaszijdig

- Is het toestel geschikt voor het geleverde gas?
- Verwijder de kunststof dop van de toestelaansluiting;
- Monteer de aansluitpijp;
- Monteer een gas-afsluitkraan in de gasleiding; Indien het toestel gemonteerd wordt op een oud stalen gas-leidingnet, wordt geadviseerd een filter in de gas-leiding te plaatsen (tussen het toestel en de gaskraan).
Schone leiding
Blaas de leiding voor montage door of klop het vuil eruit, om defecten aan het gasregelblok te voorkomen.
Spanningsvrije aansluiting
Monteer de aansluiting zodanig dat de leidingen in het toestel spanningsvrij zijn.
Aansluiting
Sluit de gasleiding aan volgens de bekende en geldende gasinstallatievoorschriften. Houd rekening met de aanvullende eisen van het plaatselijke energiebedrijf. De aansluiting van het toestel is niet bepalend voor de diameter van de binnenleiding. Deze dient afhankelijk van de lengte van de leiding te worden vastgesteld.
Controle gaslekkage
Bij controle op gaslekkage van de binnenleiding moet erop worden gelet dat het toestel niet samen met de binnenleiding wordt afgeperst.

Controle gasblok
Indien ook het gasblok op dichtheid moet worden gecontroleerd, mag de afpersdruk niet hoger zijn dan 150mbar (1500 mmwk).
Bij een hogere druk kan er door beschadiging van het membraan lekkage ontstaan.
10.8 Aansluiten condensafvoer



- Leg de afvoer vorstvrij aan (bijv. niet in de dakgoot).
- Monteer de rioolafvoerleiding op afschot.
- De sifon moet voor onderhoud goed bereikbaar zijn.
10.9 Aansluiten van de kamerthermostaat, eventuele buitenvoeler of boilersensor
Aansluiten van een kamerthermostaat
In de onderzijde van het toestel zijn doorvoeropeningen voor kabels aanwezig.
Verwijder de losneembare connector, aan de rechterzijde van de elektrakast. Hiervoor moet het voorpaneel worden verwijderd. Deze aansluiting is een universele kamerthermostaat aansluiting voor zowel een OpenTherm- of AAN/UIT-kamerthermostaat.
Sluit de kamerthermostaat aan (max. 1 stuk). Het maakt niet uit welke draad op 7 of 8 aangesloten zit.

Figuur 10.13


natural_image
Pure electrical component outline diagram without any text, numbers, or symbols
Kamerthermostaat met anticipatiestroom Op dit toestel kan geen AAN/UIT-kamerthermostaat worden aangesloten met een warmteversnelling (anticipatiestroom), bijv. de Honeywell T87F.

Toestellen spanningsloos Zorg dat het toestel (en evt. andere OpenThermapparaten) tijdens de montage is uitgeschakeld! Anders bestaat de kans dat de thermostaat en ketel niet goed functioneren.
Als er een OpenTherm-kamerthermostaat wordt aangesloten, vervallen soms sommige functies op het toestel en dienen deze instellingen op de thermostaat evt. aangepast te worden (Afhankelijk van het model kamerthermostaat).
* Eventueel andere OpenTherm-apparaten altijd aansluiten tussen de kamerthermostaat en de ketel. Een ander OpenTherm-apparaat kan bijvoorbeeld een zonneboiler of WTW-unit zijn. Zie voor meer informatie de handleiding van het betreffende apparaat. Controleer hierbij de correcte werking van de kamerthermostaat en het cv-toestel.
Aansluiten van een buitenvoeler of extra kamerthermostaat
Verwijder het voorpaneel
- Draai de schroeven aan de onderzijde van het voorpaneel los. (Het is niet nodig de schroeven volledig te demonteren!)
- Trek het voorpaneel aan de onderzijde naar voren en til deze uit zijn ophangpunten (bovenzijde).

| 1 - 2 | MET DOORVERBINDING (Normaal warmwaterbedrijf)Stromingssensor geactiveerd |
| GEEN DOORVERBINDING (Geen warmwaterbedrijf)Stromingssensor uitgeschakeld | |
| 3 - 4 | Optie: aansluiting van een buitenvoeler, zie uitleg hiernaast bij 1). (NTC 10kOhm bij 25°C) |
| 5 - 6 | Aansluiting voor één of meerdere extra AAN/UIT-kamerthermostaten. Zie uitleg hiernaast bij 2). |
| 7 - 8 | Universele kamerthermostaat aansluiting.Sluit één OpenTherm- of één AAN/UIT-kamerthermostaat aan. Een thermostaat met warmte versnelling (anticipatie-stroom) werkt niet correct. |
1) Aansluiten van een buitenvoeler (3-4)
Sluit de buitenvoeler aan bij gebruik van de WA-regeling van het toestel of een WA-regeling van een OpenTherm-kamerthermostaat. Monteer de buitenvoeler op een buitenmuur, uit de zon en op de noord- of noord-oostzijde van het huis, min. 1 meter van de grond en niet beïnvloed door een mogelijke warmte bron, zoals een ventilatie-opening of een raam.
2) Aansluiten (extra) AAN-/UIT-kamerthermostaat
Op aansluiting 5 - 6 kan een (of meer) extra AAN/UIT-schakelende thermostaat aangesloten worden. Bijvoorbeeld een extra vorstthermostaat en/of een extra kamerthermostaat.
Eisen / opmerkingen m.b.t. deze extra thermostaat:
- Er kan GEEN extra OpenTherm-thermostaat aangesloten worden.
- Deze extra thermostaat dient een spanningsvrije AAN/UIT-schakelende thermostaat te zijn.
- Een thermostaat met een warmteversnelling (anti-cipatiestroom), bijv. de Honeywell T87F, werkt niet correct.
- Als er meerdere extra AAN/UIT-thermostaten aangesloten worden, dienen deze parallel op aansluiting 5 - 6 aangesloten te worden.
- Er kunnen niet gelijktijdig meerdere zogenaamde "Powerstealing"-thermostaten op de aansluiting 5 - 6 worden aangesloten.
11. EERSTE INGEBRUIKSTELLING VAN HET TOESTEL
11.1 Voorbereidingen en in bedrijf nemen
Volg punt 1 - 7 voordat u de toestelsteker in de wandcontactdoos steekt

Figuur 11.1
- Noteer type en serienummer van het toestel op de achterzijde van deze handleiding.
- Verwijder het voorpaneel van de mantel
Draai de schroeven aan de onderzijde van het voorpaneel iets los. Trek het voorpaneel aan de onderzijde iets naar voren en til het voorpaneel uit zijn ophangpunten.
- Op de ontluchter is i.p.v. een afsluitdopje een slangetje aangesloten. De ontluchter werkt hierdoor altijd automatisch.
- Vul de installatie langzaam (i.v.m. ontluchten)
Gebruik uitsluitend schoon leidingwater. Gebruik geen gedemineraliseerd water. Het is niet toegestaan chemische middelen aan het water toe te voegen. Bij het toevoegen hiervan vervalt de garantie op het toestel.
- Vul het warm watergedeelte
Open de inlaatcombinatie en ontlucht het warm water-gedeelte via de warm waterkranen.
- Controleer aansluitingen op lekkage (ook in het toestel)
- Ontlucht de gasleiding

In bedrijf nemen
- Open de gaskraan.
- Steek de steker in de wandcontactdoos (met randaarde). De wandcontactdoos dient goed bereikbaar te zijn;
- Het toestel start met zijn opstart- en ontluchtprogramma, dat ca. 5 min. in beslag neemt (FH zichtbaar in het display);
- Zeer belangrijk: Zorg dat het toestel zeer goed ontlucht is.
Gebruik hiervoor eventueel het snelont-luchtingskraantje achter de elektrakast.
- Draai het kraantje na gebruik weer dicht!

- Na het opstarten ziet u de druk in de cv-installatie (bijv. 16 = 1,6 bar). Het toestel is gereed voor gebruik of begint meteen voor cv- of comfortstand warm water.

- Controleer de werking voor tapwater
Draai een warm waterkraan open en controleer of het toestel goed werkt. Meet de volumestroom:
BlueSense 3 : ±6 l/min.
BlueSense 4 : ± 7,5 l/min.
BlueSense 5 : ± 9 l/min.
- Controleer de werking voor cv-gebruik
Zet de kamerthermostaat hoog.
Controleer of het toestel voor cv-bedrijf goed werkt.
- Plaats het voorpaneel weer op het toestel
- Ontlucht de CV-installatie en vul eventueel nogmaals bij.
Alarm- en Foutcodes
Als er een bepaalde code knippert of als er helemaal niets op het display te zien is, is er iets aan de hand. Een code bestaat uit de letter A of F en een getal. De letter en het getal zullen om en om knipperen op het display.

Alarmcode A01.
Mogelijke oorzaak + oplossing:
- De gaskraan staat dicht of de gas-leiding is niet goed ontlucht. Controleer dit. Om het toestel weer op te starten, druk op


Alarmcode A03.
Mogelijke oorzaak + oplossing:
- Geen watercirculatie. De pomp loopt niet. Controleer dit. Om het toestel weer op te starten, druk op


Foutcode F37.
Mogelijke oorzaak + oplossing:
- De waterdruk in de cv-installatie is te laag. Vul de installatie bij (zie blz. 9). Resetten is niet nodig. Na het vullen komt het toestel automatisch in bedrijf (opstartprogramma).

Leeg display.
Mogelijke oorzaak + oplossing:
- De steker zit niet in de wandcontactdoos;
- Er staat geen spanning op de wandcontactdoos. Dit is te controleren door een ander apparaat hierop aan te sluiten.
- De zekering in het toestel is defect.

Instrueer de gebruiker
- In de ruimte waar de kamerthermostaat hangt, dienen alle radiatoren altijd open te staan.
- De eerste weken na toestel-installatie dienen de radiatoren goed ontlucht te worden. Zie blz. 9.
- Leg het gebruik van comfort-/economystand uit (blz.6-7).
11.2 Het toestel afstemmen op de installatie (installateursmenu) zie ook blz. 24 en 25
| INSTALLATEURSMENU1 U wilt beginnen met het INSTALLATEURSMENU?Door de RESET-knop minimaal 20 seconden in te drukken, komt u in de 4 menu's voor de installateur.(Tel hiervoor bij voorkeur de draaiende haakjes op het display zodra de RESET-knop wordt ingedrukt). | |||
2 Door te drukken op de onderste insteltoetsen - of + kunt u kiezen uit 4 verschillende submenu's1. INSTELLINGENMENU 2. INFORMATIEMENU 3. STORINGSMENU 4. WIS STORINGSHISTORIE 943109112 | |||
3 Zie ook blz. 24. Zie ook blz. 25.Druk kort op reset en u komt in het instellingenmenu. Met de onderste toetsen doorloopt u de lijst met instellingen.Zie volgende bladzijde voor de instellingenlijst. Drukt u 1x kort op één van de bovenste toetsen, verschijnt de waarde van de betreffende instelling. Druk nogmaals op één van de bovenste toetsen om de waarde van de instelling aan te passen. Druk op 1 van de onderste toetsen om terug te gaan naar de lijst met instellingen.![]() | Druk kort op reset en u komt in het informatiemenu. Met de onderste toetsen doorloopt u de lijst met informatienummers.Zie volgende bladzijde voor de getoonde informatie. Drukt u 1x kort op één van de bovenste toet- sen, verschijnt de waarde van het betref- fende informatienum- - of +Druk op 1 van de onderste toetsen om terug te gaan naar de lijst met informatienummers.Adhi ![]() | Druk kort op reset en u komt in het storingsregi- stratiemenu. Met de onderste toetsen doorloopt u de lijst met storingsposities.H01 is de laatst opge- treden storing, H02 de voorlaatste, enz. Drukt u 1x kort op één van de bovenste toet- sen, verschijnt de fout- code van de betreffende storinospositie. - of +Druk op 1 van de onderste toetsen om terug te gaan naar de lijst met storingsposities.Als u 1x kort op reset drukt, ziet u het begin van het STORINGSMENU weer. | Druk 3 seconden op (eco/comfort-toets) en u verwijdert de foutcodes uit de toestelhistorie.Hierna wordt het gewone display direct weer zichtbaar. |
| (vdmy)U wilt stoppen met het INSTALLATEURSMENU?Druk dan 20 seconden op de reset-toets reset (of wacht circa 15 minuten) en het installateursmenu stopt. | |||
Het toestel afstemmen op de installatie
| INSTALLATEURSMENU1 U wilt beginnen met het INSTALLATEURSMENU?Door de RESET-knop minimaal 20 seconden in te drukken, komt u in de 4 menu's voor de installateur. (Tel hiervoor bij voorkeur de draaiende haakjes op het display zodra de RESET-knop wordt ingedrukt). | Bovensteinsteltoetser Ondersteinsteltoetser | ||
| 2 Door te drukken op de onderste insteltoetsen - of + kunt u kiezen uit 4 verschillende submenu's1. INSTELLINGENMENU 2. INFORMATIEMENU 3. STORINGSMENU 4. WIS STORINGSHISTORIE[IMAGE]944810111 | |||
| 3 Druk kort op en u komt in het instellingenmenu. Zie hieronder. Zie blz. 25. | Druk kort op en u komt in het informatiemenu. | Druk kort op en u komt in het storingsregi-stratiemenu. Zie blz. 25. | Druk 3 seconden op [eco/comfort-toets) en u verwijdert de foutcodes uit de toestelhistorie. Zie blz. 25. |
11.2.1 Instellingenmenu BlueSense
Na de RESET-knop 20 sec. te hebben ingedrukt, wordt zichtbaar op het display: tS. Dit is al direct het instellingenmenu. Laat de RESET-knop los.
Door nogmaals de RESET-knop * * kort in te drukken, komt u in het instellingenmenu zelf.
Het display toont als eerste i ÷ 01 (de letter i en het cijfer 01 knipperen om en om).
Met de onderste insteltoetsen CV- of CV+ - + kunt u door het menu lopen van i ÷ 01 tot i ÷ 18.
Met de bovenste insteltoetsen WW- of WW+ - + kunt u de ingestelde waarde wijzigen.
| ATTENTIE : De gewijzigde waarden worden uitsluitend door de keteilregeling overgenomen pas nadat met de onderste insteltoetsen CV- of CV+ doorgeschakeld is naar een andere instelling (= enter = bevestiging gewijzigde instelling) !!! Dit is om te voorkomen dat direct geregeld zou gaan worden op toevallig foutief ingestelde waarden. | |||
| Instelling | Omschrijving instelling.* De softwareversie is zichtbaar bij het opstarten na een spanningsonderbreking | Ingestelde waarde vanaf fabriek | Instelbereik |
| i ÷ 01 | Afstemming van print op toestelmodel1 = Warmtewisselaar bithermic met ingebouwde warmwaterspiraal.2 = Warmtewisselaar monothermic met separaat voorraadvat voor warm water.3 = Warmtewisselaar monothermic met platenwisselaar voor warm water. | moet 1 zijn | 1 - 3 |
| i ÷ 02 | Ontsteekniveau (%) Niet lager instellen dan 20. | 40 | 00 - 100 |
| i ÷ 03 | Toestel type BlueSense 3, 4 of 5 (CW klasse) | 4 | 3 - 5 |
| i ÷ 04 | CV-stijgingslijn cv aanvoertemperatuur (°C/min) | 1 | 1 - 10 |
| i ÷ 05 | Pomp regeling voor CV, zie 14.2 blz. 36 | 4 | 0 - 7 |
| i ÷ 06 | Modulerende regeling pomp minimum (%). Niet lager instellen dan 20. | 30 | 00 - 100 |
| i ÷ 07 | Modulerende regeling pomp maximum (%). Niet lager instellen dan 40. | 75 | 00 - 100 |
| i ÷ 08 | Begrenzing maximale instelling cv-setpoint (°C) voor de CV ontwerpconditie. | 90 | 20 - 90 |
| i ÷ 09 | Begrenzing capaciteitsinstelling voor cv (%) | 80 | 00 - 100 |
| i ÷ 10 | Maximaal vermogen voor tapwaterbereiding (%) | 100 | 00 - 100 |
| i ÷ 11 | Ventilatortoerental tijdens Stand-by (Hz). Niet lager instellen dan 25. | 0 | 00 - 100 |
| i ÷ 12 | Modulerende pompregeling delta T (°C) voor CV. Niet hoger instellen dan 25.delta T = gewenste temperatuurverschil tussen aanvoer- en retour CV bij ontwerpcondities.Installatie 90-70 → delta T = 20 (ook 18 is ok) en bij 60-50 → delta T = 10. | 18 | 00 - 60 |
| i ÷ 13 | Weersafhankelijke regeling stooklijn (0 = weersafhankekijke regeling uit) (zie blz. 27) | 0 | 00 - 10 |
| i ÷ 14 | Voetpunt stooklijn van de weersafhankelijke regeling (zie blz. 27)Voetpunt = gewenste CV-aanvoertemperatuur bij een buitentemperatuur van 20°C. | 30 | 20 - 40 |
| i ÷ 15 | Het minimum startpunt van de CV-stijgingslijn bij warmtevraag (°C) | 45 | 20 - 80 |
| i ÷ 16 | Functie van optioneel extern relais met potentiaalvrij maakcontact.0 = Externe gasklep. Relais is bekrachigd bij warmtevraag/branderbedrijf.1 = Externe signalering. Relais is bekrachtigd bij storing, indien spanning aanwezig is.2 = Niet van toepassing voor de BlueSense3 = Niet van toepassing voor de BlueSense4 = Externe extra CV pomp. Relais is bekrachtigd als de ketelpomp in bedrijf is.5 = Externe fail-safe signalering. Relais is bekrachtigd bij normaal bedrijf en in standby. | 0 | 0 - 5 |
| i ÷ 17 | Pompfunctie na warmwater (max. sec.) - software 04*- vanaf software 05* | moet 4 zijn4 | 0 - 20 |
| i ÷ 18 | Pompfunctie comfort warmwater (sec.) - software 04*- vanaf software 05* | moet 2 zijn2 | 0 - 50 - 5 |
* De softwareversie is zichtbaar bij het opstarten na een spanningsonderbreking.
Door de RESET knop meer dan 20 seconden in te drukken kan men het menu weer verlaten. Nadat minimaal 15 minuten geen knop is ingedrukt, wordt het menu ook verlaten.
11.2.2 Informatiemenu BlueSense
Door de RESET-knop minimaal 20 seconden in te drukken, komt u in de 4 menu's voor de installateur.
(Tel hiervoor bij voorkeur de draaiende haakjes op het display zodra de RESET-knop wordt ingedrukt).
Na deze 20 seconden wordt zichtbaar op het display: tS. Dit is het instellingenmenu (zie blz. 24). Laat de RESET-knop los.
Druk voor het informatiemenu op de onderste insteltoets CV+ + . Op het display wordt zichtbaar: In.
Door nogmaals de RESET-knop reset kort in te drukken, komt u in het informatiemenu zelf.
Het display toont als eerste t : 01 (de letter t en het cijfer 01 knipperen om en om).
Met de onderste insteltoetsen CV- of CV+ - + kunt u door het menu lopen van t : 01 tot F : 13.
Met de bovenste insteltoetsen WW- of WW+ - + kunt u de gemeten waarde uitlezen.
| Info | Omschrijving meetwaarde (indicatieve meetwaarden). | Eenheid | Bereik | |
| t ÷ 01 | Temperatuur aanvoersensor 1 (van dubbelsensor) | °C | 0-125 | |
| t ÷ 02 | Temperatuur aanvoersensor 2 (van dubbelsensor) | °C | 0-125 | |
| t ÷ 03 | Temperatuur retoursensor | °C | 0-125 | |
| t ÷ 04 | Temperatuur tapwatersensor | °C | 0-125 | |
| t ÷ 05 | Temperatuur buitentemperatuursensor (knippert indien niet aangesloten) | °C | -30-70 | |
| t ÷ 06 | Temperatuur rookgassensor | °C | 0 - 125 | |
| F ÷ 07 | Toerental ventilator | Hz | 0 - 250 | |
| L ÷ 08 | Actuele branderbelasting in het regelbereik (0 = minimum en 100 = maximum) | % | 0 - 100 | |
| F ÷ 09 | Indicatie tapwaterhoeveelheid (aangegeven waarde delen door 10 = l/min). | l/min x 10 | 0 - 99 | |
| Dit geldt niet voor het keteltype BlueSense A. | ||||
| P ÷ 10 | Druk in CV installatie (aangegeven waarde delen door 10 = bar) | bar x 10 | 0 -100 | |
| P ÷ 11 | Modulerende pomp % modulatie (100 = max toerental) | % | 10 - 100 | |
| P ÷ 12 | Niet van toepassing voor de BlueSense. | |||
| F ÷ 13 | Brander vlamsignaalVoorbeeld: Het display geeft knipperend 2 en 20, dit is 220.Het vlamsignaal is 220 : 10 = 22 micro Amp. | microAmp x 10 | 00 - 100 |
Door de RESET knop meer dan 20 seconden in te drukken kan men het menu weer verlaten.
Nadat minimaal 15 minuten geen knop is ingedrukt, wordt het menu ook verlaten.
11.2.3 Storingsmenu BlueSense
Door de RESET-knop minimaal 20 seconden in te drukken, komt u in de 4 menu's voor de installateur.
(Tel hiervoor bij voorkeur de draaiende haakjes op het display zodra de RESET-knop wordt ingedrukt).
Na deze 20 seconden wordt zichtbaar op het display: tS. Dit is het instellingenmenu (zie blz. 24). Laat de RESET-knop los.
Druk voor het storingsmenu 2x op de onderste insteltoets CV+ + . Op het display wordt zichtbaar: HI.
Door nogmaals de RESET-knop reset kort in te drukken, komt u in het storingsmenu zelf.
Het display toont als eerste H : 01 (de letter H en het cijfer 01 knipperen om en om). H01 is de laatst opgetreden storing.
Met de onderste insteltoetsen CV- of CV+ - + kunt u door het storingsmenu lopen: H02 is de voorlaatste storing, enz.
Drukt u 1x op één van de bovenste insteltoetsen WW- of WW+ - | + , verschijnt de foutcode van de betreffende storingspositie (bijvoorbeeld: 01=A01).
Door de RESET knop meer dan 20 seconden in te drukken kan men het menu weer verlaten.
Nadat minimaal 15 minuten geen knop is ingedrukt, wordt het menu ook verlaten.
11.2.4 Menu Wis Storingshistorie BlueSense
Door de RESET-knop minimaal 20 seconden in te drukken, komt u in de 4 menu's voor de installateur.
(Tel hiervoor bij voorkeur de draaiende haakjes op het display zodra de RESET-knop wordt ingedrukt).
Na deze 20 seconden wordt zichtbaar op het display: tS. Dit is het instellingenmenu (zie blz. 24). Laat de RESET-knop los.
Druk voor het menu Wis storingshistorie 3x op de onderste insteltoets CV+ + . Op het display wordt zichtbaar: rE.
Dit is het menu Wis storingshistorie.
Door de eco/comfort-knop minimaal 3 seconden in te drukken, verwijdert u alle foutcodes uit de storingshistorie.
Hierna wordt het gewone display direct weer zichtbaar: de storingshistorie is gewist.
11.3 Overzicht van kamerthermostaten en weersafhankelijke regelingen
| Keuze van de temperatuurregeling handmatig of BlueSense en/of WA-regeling automatisch van | Noodzakelijke onderdelen de thermostaat | Instellingen van de | |
| Ruimtetemperatuurregelingen: nummer 1 en 2 | |||
| 1 Met een Handmatig Kamerthermostaat kamerthermostaat OpenTherm | 1) AAN/UIT-type of | ||
| 2 Met een kamerthermostaat OpenTherm | Klokthermostaat1) AAN/UIT-type of | ||
| Weersafhankelijke regelingen2): nummer 3 t/m 7 | |||
| 3 ledere ruimte apart, onafhankelijk van elkaar | Geen nachtverlaging | De WA-regeling van de BlueSense·doorverbinding op ingang AAN/UIT-kamerthermostaat van BlueSense·buitenvoeler3)·bypass4)·overal thermostatische (radiator) kranen5) | Activeer de WA-regeling van de BlueSense in het WA-menu.Kies een stooklijn en een voetpunt. Zie blz. 27.6) |
| 4 ledere ruimte apart, onafhankelijk van elkaar | Handmatige (nacht) verlaging d.m.v. een kamer-thermostaat | De WA-regeling van de BlueSense·kamerthermostaat: AAN/UIT-type of OpenTherm·buitenvoeler3)·bypass4)·overal thermostatische (radiator) kranen5) | Activeer WA-regeling van de BlueSense in het WA-menu.Kies een stooklijn en een voetpunt. Zie blz. 27.6) |
| 5 ledere ruimte apart, onafhankelijk van elkaar | Automatische nachtverlaging | OT-kamerthermostaat met WA-regeling7)·bijv. Ferroli Romeo klokthermostaat·buitenvoeler3)·bypass4)·overal thermostatische (radiator) kranen5) | Zie de uitleg over WA-regeling in de handleiding van de OpenTherm-kamerthermostaat.7)De WA-regeling van de BlueSense zelf kan uit blijven.8) |
| 6 ledere ruimte apart met ruimtetemperatuurcompensatie9) vanuit het vertrek waar de kamer-thermostaat hangt. | Automatische nachtverlaging | OT-kamerthermostaat met WA-regeling7)·bijv. Ferroli Romeo klokthermostaat·buitenvoeler3)·bypass4)·overal thermostatische (radiator) kranen5) | Zie de uitleg over WA-regeling in de handleiding van de OpenTherm-kamerthermostaat.7)De WA-regeling van de BlueSense zelfkan uit blijven.8) |
| 7 In iedere ruimte apart details afhankelijk van type WA-regelaar | Details afh. van type WA-regelaar | Externe WA-regelaar·WA-regelaar met potentiaalvrij contact·zie opmerking10) | Zie uitleg over de WA-regeling de handleiding van de WA-regelaar |
1) Voor een goede temperatuurregeling dient een thermostaat te beschikken over 1 van de 2 vermelde eigenschappen: a. Tweedraads elektronische AAN/UIT-(klok)thermostaat met cyclusinstelling (potentiaalvrij contact)

Op dit toestel kunnen geen AAN/UIT-kamerthermostaten worden aangesloten met een warmteversnelling (anticipatiestroom), bijvoorbeeld de T87F. Deze functioneren niet juist.
b. OpenTherm (klok)thermostaat (tweedraads, afhankelijk van type is uitschakeling van warmthoudstand mogelijk).
2) Opgemerkt dient te worden dat een WA-regeling niet zonder meer een energiebesparing geeft.
3) De buitenvoeler dient een 10 kOhm NTC-sensor te zijn, aangesloten op het toestel. Zie voor meer informatie op bladzijde 21.
4) Zijn er thermostatische kranen gemonteerd, dan moet er een bypass aanwezig zijn. Stel deze goed in.
5) Mogelijk worden in de ruimte waar de kamerthermostaat hangt geen thermostatische (radiator) kranen gemonteerd op de radiatoren en/of convectoren. Dit kan echter een schommeling in de ruimtetemperatuur veroorzaken van +/- 1°C. Daarom adviseren wij om overal thermostatische (radiator) kranen toe te passen om de temperatuur in iedere afzon derlijke ruimte na te regelen.
6) Met het WA-menu van de BlueSense activeert u de weersafhankelijke regeling van het toestel. De juiste waarde is afhankelijk van de cv-installatie. Zie bladzijde 27 voor de juiste waarde en eventuele bijstelling van het voetpunt.
7) Sommige klokthermostaten, zoals bijvoorbeeld de Ferroli Romeo, hebben een ingebouwde WA-regeling. Opmerking: het cv-setpoint, ingesteld op de BlueSense, is ook voor deze situatie de maximale cv-aanvoertemperatuur.
8) Als de WA-regeling van een OT-kamerthermostaat wordt gebruikt, kan de WA-regeling van de BlueSense ook aan worden gezet. In dit geval werkt de WA-regeling van de BlueSense als extra weersafhankelijke maximale temperatuurbegrenzing.
9) De ruimtetemperatuurcompensatie zorgt dat de regeling ook reageert op de invloed van de regen, de wind en de zon.
10) Bij aansluiting van een externe WA-regelaar dient de pomp op continu draaien gezet te worden.
- AAN / UIT-regelcontact aansluiten op aansluiting 7-8.
- Instelling i÷05 van het instellingenmenu moet hiervoor op 1 worden gezet: zie bladzijde 24.
- De temperatuurvoeler dient minimaal 1 meter van de BlueSense vandaan op een cv-leiding gemonteerd te worden.
11.4 Volg stap 1 t/m 7 voor het instellen van de Weersafhankelijke regeling
De instellingen zijn afhankelijk van de cv-installatie, kierdichtheid van de woning en de gewenste aanwarmsnelheid.
- Controleer of er een buitenvoeler is aangesloten!
- Activeer het instellingenmenu, zie blz. 24.
- Stel de instellingen i÷13 (stooklijn) en i÷14 (voetpunt) in.

U kunt i÷13 en i÷14 alleen instellen indien er een correct werkende buitenvoeler is aangesloten!
- Ga met de onderste insteltoetsen naar i÷13 (stooklijn).
(de letter i en het cijfer 13 knipperen om en om)

- Stel de juiste stooklijn in met i÷13.

Stooklijnen: bij cv-setpoint van 90°C en een voetpunt van 30. Bij aanpassing van het voetpunt, verschuiven de stooklijnen mee.

line
| buitentemperatuur in °C | cv-aanvoertemperatuur in °C | | ----------------------- | -------------------------- | | 20 | 1 | | 5 | 30 | | 10 | 40 | | 15 | 50 | | 20 | 60 | | 25 | 70 | | 30 | 80 | | 35 | 90 | | 40 | 100 |Kies een juiste stooklijn: Radiatoren en/of convectoren 90/70°C: .... ...... stooklijn 9 Nageïsoleerde woning + ruimbemeten radiatoren: .... ...... stooklijn 7 of 8 Radiatoren + vloerverwarming als bijverwarming: .... ...... stooklijn 8 of 9 Laagtemperatuurverwarming: .... ...... stooklijn 5
- Ga met de onderste insteltoetsen naar i÷14 (voetpunt).

(de letter i en 14 knipperen om en om).
- Stel het gewenste voetpunt in met i÷14.


line
| Voetpuntverschuiving buitentemperatuur in °C | ofotransferment (OF) | van-aanvoertemperatuur (CV-aanvoertemperatuur in °C) | | ------------------------------------------ | --------------------- | -------------------------------------------------- | | 20 | 30 | 40 | | 15 | 40 | 50 | | 10 | 50 | 60 | | 5 | 60 | 70 | | 0 | 70 | 80 | | -5 | 80 | 85 | | -10 | 85 | 90 | | -15 | 90 | 90 | | -20 | 90 | 90 |De weersafhankelijke regeling is ingesteld. Verlaat eventueel het instellingenmenu voor de installateur, zie onderaan blz. 24.
Invloed van het cv-setpoint op de stooklijnen
Het cv-setpoint bepaalt de maximale gewenste cv-aanvoer-temperatuur. De stooklijnen worden als het ware begrenst door het cv-setpoint.
Deze invloed geldt zowel bij de weersafhankelijke regeling van de BlueSense zelf, als bij een geactiveerde weersafhankelijke regeling van een OpenTherm-kamerthermostaat.
Zie het gebruikersmenu op bladzijde 6 voor uitleg over de instelling van het cv-setpoint.
De weersafhankelijke regeling van de BlueSense werkt als een maximum begrenzing voor andere externe regelaars.

12. ONDERHOUD
12.1 Algemene informatie
Regelmatig en goed uitgevoerd onderhoud kan tussentijdse storingen voorkomen en houdt het toestel in optimale conditie.
Onderhouds- en servicerapportage
Achterin deze handleiding, op bladzijde 40 en 41, staan de onderhouds- en servicerapporten afgedrukt. In dit overzicht wordt per bedrijfsjaar aangegeven wat er in elk jaar moet gebeuren. De aangegeven omvang van de onderhouds-beurten komt overeen met de beschikbare kennis en stand van de techniek ten tijde van het drukken van dit voorschrift. Uit nieuwe inzichten of technische overwegingen kunnen naderhand wijzigingen worden uitgevoerd. Hierbij geldt de meest actueel beschikbare versie als onderhoudsvoorschrift voor dit toestel, te downloaden van onze internetsite: www.ferroli.nl.
Een goed en volledig ingevuld rapport geeft u of uw collega een duidelijk beeld van de geschiedenis van dit toestel. Door het invullen van dit rapport kan tevens worden aangetoond dat de onderhoudsbeurten zijn uitgevoerd t.b.v. eventuele garantieafspraken.
Als blijkt dat door ervaring of bij een uitgevoerde onderhoudsbeurt, frequenter onderhoud gewenst is, kan besloten worden de onderhoudstermijnen in te korten. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn bij sterk vervuilde luchttoevoerlucht, zeer intensief gebruik, uw praktijkervaring, laagtemperatuursystemen of andere omstandigheden waaruit blijkt dat het noodzakelijk is de termijnen in te korten.
Wij adviseren u om in de onderhouds- en servicerapporten op blz. 40 en 41 aan te geven welke werkzaamheden zijn uitgevoerd.
Hierdoor hebben collega's bij volgende bezoeken meer gegevens betreffende het toestel.
Benodigde apparatuur
Multimeter, drukmeter (meetnauwkeurigheid +/- 2 Pascal), CO/CO₂-meter, watervolumestroommeter en thermometer. Alle meters dienen gecalibreerd te zijn.

230V-spanning
In het toestel zijn componenten aanwezig die aangesloten zijn op een spanning van 230V. Dit zijn onder andere de pomp, de print en de ventilator.

Hete onderdelen
Als het toestel nog korte tijd geleden heeft gefunctioneerd, kunnen bijv. de wisselaars, het branderbed en de watertransporterende pijpen een hoge temperatuur hebben. Voer pas de werkzaamheden uit, als deze afgekoeld zijn.

Metalen onderdelen
Wees voorzichtig met mogelijk scherpe randen van metalen onderdelen.
12.2 Onderhoudsbeurt

Zet de kamerthermostaat laag, gebruik geen warm water en neem de steker uit de wandcontactdoos.
Verwijder het voorpaneel
- Draai de schroeven aan de onderzijde van het voorpaneel iets los.
Het is niet nodig de schroeven volledig te demonteren. - Trek het voorpaneel aan de onderzijde naar voren en til deze aan de bovenzijde uit zijn ophangpunten.

12.2.1 Onderhoud CV-wisselaar
- Verwijder de luchtaanzuigbuis van de ventilator.
- Verwijder de ventilator met brander en controleer of de buizen van de wisselaar schoon zijn. Reinig deze eventueel met een zachte borstel.
12.2.2 Vuilopvangbeker van de sifon (zie ook blz. 20)
- Pak een emmer en houd deze onder de vuilopvangbeker.
- Draai de dop van de vuilopvangbeker los.
- Verwijder de vuilopvangbeker en spoel deze uit.
- Draai de dop op de vuilopvangbeker.
- Vul de sifon zoals aangegeven op blz. 20.
Vul de toestelsifon door circa 1 liter water via de condensafvoerslang in het toestel te gieten. Dit om uittrede van verbrandingsgas uit de sifon te voorkomen.

minimaal 30 cm
Totale slanglengte minimaal 70 cm!!
Figuur 12.2
12.2.3 Vlamelektrode 81/82 (ontsteking en ionisatie) vervangen
Vervang de vlamelektrode bij veel vervuiling, A01 of A06-storingen. Controleer vóór montage de vonkafstand. Dit moet 4 mm ± 0,5 mm zijn!

Figuur 12.3
12.2.4 Vervang de branderpakking en plaats de ventilator met brander weer terug.

Neem het toestel weer in bedrijf.
Volg ALTIJD onderstaande volgorde: 12.2.5 - 12.2.6 controleren / corrigeren.
12.2.5 Meet de gasvoordruk
Op meetpunt (1) (figuur 12.4) van het gasblok kan de gasvoordruk gemeten worden. Controleer het volgende:
- Als het toestel niet in bedrijf is, blijft de voordruk constant tussen een waarde van 20 - 30 mbar?
- Daalt de gasdruk niet te veel bij het in bedrijf gaan van het toestel (minimum voordruk 20 mbar bij vollast)?
12.2.6 Controleer de gasdrukinstelling van het gasblok (meetpunten (1) en (2) openen met Torx T10) Meetcondities van de gasdrukinstelling

ZEER BELANGRIJK! VERWIJDER het voorpaneel van de mantel. Er MOET gemeten worden met geopend toestel! Meet uitsluitend als het toestel op minimaal vermogen brandt, na 1 minuut wachten.
- Controleer eerst of de gasleiding goed is vastgezet bij flens A én koppeling B!
- Gebruik een nauwkeurige drukmeter (meetnauwkeurigheid ±2 Pa.). Stel de drukmeter in op Pascals en calibreer.
- Sluit de drukmeter aan: "PLUS" aansluiten op het meetpunt geregelde gasdruk (2).

Opening (6) voor de omgevings- luchtdruk moet open zijn! Scherm de opening wel af met een afschermdopje!


Er MOET gemeten worden ZONDER toestelmantel.
1 Meetpunt gasvoordruk (20 - 30 mbar)
2 Meetpunt geregelde gasdruk (minimum belasting)
3 Meetpunt branderdruk bij vollast
4 Instelschroef voor gasdrukinstelling
5 Instelling CO2 brander bij vollast (inbus 4 mm)
6 Omgevingsluchtdruk

Omrekenwaarde:
0,1mbar = 10Pa = 1mmwk
1mbar = 100Pa = 10mmwk

De brander kan NIET juist ingesteld worden door alleen maar de branderdruk (3) te meten en evt. te corrigeren!
Resultaat van de meting gasdruk op meetpunt (2) bij minimum belasting.
- Een PLUS gasdruk: dus meer gas dan lucht - RIJK mengsel
- Een NEGATIEVE gasdruk: dus minder gas dan lucht - ARM mengse
- Geadviseerde instelling van het gasblok: van -5 tot 0 Pascal
(let op! -5 wil zeggen dat de gasdruk 5 Pascal lager is dan de luchtdruk)

Gasdruk niet tussen de - 5 en 0 Pa : Stel de gasdruk in op 0 Pascal bij minimum belasting.
Eventueel bijstellen
- De instelschroef (4) is verzegeld. Verzegel de instelschroef na het bijstellen weer met Torx T40 !
- Stel de gasdruk in op precies 0 Pascal.
Controleer CO2 van de verbrandingsgassen bij vollast
Dit moet bij vollast 8,0 - 9,5% zijn (zie blz. 30). CO2 eventueel corrigeren met brander instelling (5) bij vollast!

Vergeet niet de meetpunten op het gasblok weer dicht te doen en verzegel het gasblok!
12.2.7 Gasverbruik
- Meet het gasverbruik bij max. vermogen. Zie blz. 38 voor het maximum gasverbruik.
12.2.8 Vlamelektrode werking
- Controleer (luister eventueel) of er bij de start een goede vonk is voor de ontsteking.
- Controleer de conditie van de kabel naar de vlamelektrode.
Controleer (m.b.v. bijvoorbeeld een lasspiegel) het toestel op rookgaslekkage tussen de cv-wisselaar en de brander.
12.2.10 CO _2 -percentage vollast t/m CO-waarde vollast
12.2.13 CO _2 -percentage laaglast
CO-waarde laaglast
Meet het CO en CO _2 -percentage in de rookgasafvoer.
•bij vollast: tapkraan vol open.
- bij laaglast: op cv-bedrijf.

Belangrijk! : voorpaneel terugplaatsen, voordat u de CO / CO₂-meting doet. Dicht de opening rondom de meet- sondes tijdens de meting goed af.
Juiste waarden CO₂ in rookgassen:
- Aardgas (G25): laagstand 7,5-9,5% CO 2 vollast 8-9,5% CO 2
Als de CO₂-waarden afwijken, controleer dan:
- bij laaglast: de gasdrukinstelling gasblok, zie 12.2.6.
• bij vollast: het gasverbruik, zie 12.2.7.
• gasrestrictie (aanwezigheid / vervuiling)
Let op: het CO _2 -percentage is geen maat voor vervuiling!
| Toegestane waarden CO in rookgassen: bij laaglast / vollast.(geldt voor aardgas) | |
| Toegestane waarde | Beoordeling |
| ≤ 300 ppm | Geen bezwaar tegen het gebruik |
| > 300 ppm ≤ 1.000 ppm | Verhoogde CO-waarde:zoek de oorzaak van de hoge CO-waarde en los dit op |
| > 1.000 ppm | Ontoelaatbare hoge CO-waarde:zet het cv-toestel uit.Waarschuw de bewoners het toestel niet meer aan te zetten.Zoek de oorzaak van de hoge CO-waarde en los dit op. |
Meetnauwkeurigheid: 20%
Als de CO-waarde te hoog is, controleer dan:
- het branderbed.
- de gasdrukinstelling op laagstand, zie 12.2.6.
- rookgasafvoer en luchttoevoer, zie blz. 13.
- rookgasrecirculatie.
12.2.14 Werking tapwaterbedrijf
Controleer warm waterbedrijf.
12.2.15 Hoeveelheidsregelaar tapwater
Open een warm waterkraan en meet de volumestroom. Vervang de hoeveelheidsregelaar bij een te grote afwijking (meer dan -15%). Zie ook de tapwater-grafieken op blz. 37 en de technische specificaties op blz. 38. Controleer ook het filter aan de inlaat van de stromingssensor.
12.2.16 Warm watertemperatuur
Open een warm waterkraan en meet de temperatuur. Zodra de brander voor tapwater in bedrijf is, is op het display zichtbaar:
12.2.17 Koppelingen
Controleer de gas-, tapwater- en cv-koppelingen op bevestiging en lekkage. Indien nodig:
• Draai de koppelingen vast
- Vervang bij lekkage de pakking of o-ring.
12.2.18 Werking voor cv-bedrijf
Zet de kamerthermostaat vragend en controleer de werking voor cv. Zodra de brander voor cv in bedrijf
is, is op het display zichtbaar: Omdat de cv-pomp iedere 24 uur even bekrachtigd wordt, kan deze in principe niet vast gaan zitten.
12.2.19 Druk van de cv-installatie

- De druk moet ca. 1,6 bar zijn (bij een koude cv-installatie).
- Als de druk aan de lage kant is (lager dan 1 bar), moet de cv-installatie bijgevuld worden.
Bij klachten van bewoners over extra bijvullen of bij veel F20/F21/F37/F40/A26-storingen in het storingsgeheugen: controleer het expansievat en de cv-overstort.
12.2.20 Rookgasafvoer en de luchttoevoer
Controleer of (de aansluitingen van) het lucht-toevoer- en rookgasafvoersysteem in een goede staat verkeert en de verbindingen goed dicht zijn.
12.2.21 Meetnippels gasblok

Controleer of de meetnippels op het gasblok goed gesloten zijn! Gebruik Torx T10.
Monteer het voorpaneel weer op z'n plaats.

Vergeet niet, in verband met de elektrische veiligheid, om het voorpaneel weer met de schroeven vast te schroeven.

Papier of ander materiaal mag niet op of tegen verwarmingstoestellen aanliggen.
De ketel moet rondom vrij zijn. Controleer dit en leg dit eventueel uit aan de bewoners!

Controleer of de meetpunten in de rookgasafvoeren luchttoevoeraansluitingen bovenop het toestel weer gesloten zijn!
13. SERVICE-ONDERDELEN EN STORINGEN
13.1 Overzicht van het toestel en serviceonderdelen (zie ook blz. 34)

Figuur 13.1 Service-onderdelen BlueSense 3-4-5

Let op bij het vervangen van onderdelen:
- Roken / vuur / vonken verboden!
- Trek de steker uit de wandcontactdoos en sluit de gaskraan!
Vet bij O-ringverbindingen
Bij het losnemen en weer bevestigen van een O-ringverbinding adviseren wij om gebruik te maken van (zuurvrij) vet.
Dit vergemakkelijkt het terugplaatsen van het onderdeel.
Originele Ferroli onderdelen
Gebruik alleen originele Ferroli onderdelen om een goede en veilige werking te kunnen garanderen.
Terugsturen van onderdelen naar Ferroli
Het is nodig dat onderdelen, die terug worden gestuurd naar Ferroli, worden voorzien van een volledig ingevuld retourlabel. Plak een sticker (zie onderstaand voorbeeld), waarvan er ca. 10 zijn bijgesloten bij het toestel, op dit label of schrijf het serienummer en type toestel op dit label.

serienummer van het toestel
Omschrijving ......Bestelnummer
6 Bedieningspaneel en display 3296452
7 Gastoevoer
8 Uitlaat warm tapwater
9 Toevoer koud tapwater
10 Aanvoer-cv
11 Retour-cv
14 Overstortventiel CV 3291012
15+29 Set LTV 80 mm met RGA 80 mm 1802305
16 Ventilator (voor bestelling zie 16+22)
16a Ventilatorprint 3296302
16+22 Unit ventilator en brander 3296492
21 Gasinspuiter 3296200
32 Pomp A label compleet 3296408
35 Luchtafscheider BlueSense 3-4.... 3296450
Luchtafscheider BlueSense 5 3296451
39 Waterhoeveelheidsregelaar 6 l/min. BS-3 ..... 3291064
Waterhoeveelheidsregelaar 7.5 l/min. BS-4..3291110
Waterhoeveelheidsregelaar 9 l/min. BS-5..... 3291065
42 Tapwatersensor opklik 15 mm 3720065
44 Gasblok VK8205VE2005 3296201
68 Elektrakast leeg (voor bestelling zie 68+101)
68+101 Set elektrakast met print ABM03 3296420
81/82 Vlamelektrode (ontsteking en ionisatie) .... 3296410
101 Print ABM03 (voor bestelling zie 68+101)
Omschrijving ......Bestelnummer
103 Printopsteekrelais LC32 (optioneel) 3296421
136 Stromingssensor 3296011
137 Cv-druksensor 3293404
145 Manometer 3296108
154+406 Set condensafvoerslang met vuilopvang- beker sifon 3296005
161+196 Set warmtewisselaar met condensbak
Warmtewisselaar bi-thermic BS 3-4 ...... 3296104
Warmtewisselaar bi-thermic BS 5 ...... 3296103
186 Temperatuursensor opklik 18 mm 3720060
191 Temperatuursensor rookgasafvoer ...... 3296338
193 Toestelsifon 3296002
199 Afdichtdop alternatieve luchttoevoer ..... 3288135
203 Voedingskabel met stekers 3296645
207 Toestelaansluitkroonsteentjes 3296644
278 Temperatuursensor (dubbel) opklik 18mm 3296130
349 Snelontluchtkraantje 3296105
401 Luchtaanzuigbuis ventilator 3296303
402 Pakking brander 3296460
402+403 Pakking brander + Isolatie brander ..... 3296462
404 Isolatie in warmtewisselaar 3296127
405 Kabelboom BlueSense 3 - 4 - 5 ...... 3296642
406 Vuilopvangbeker sifon (voor bestelling zie 154+406)
13.2 Storingslijst met mogelijke oorzaken en oplossingen
Software-versie bepalen
Er zijn kleine verschillen in software-versies mogelijk. Soms is het van belang om te weten welke software-versie het betreft, wordt er naar deze software-versie verwezen. U kunt als volgt bepalen welke software het toestel heeft: trek de steker uit de wandcontactdoos (als het toestel niet in bedrijf is), wacht eventjes en doe de steker weer in de wandcontactdoos. Na ca 10 seconden ziet u enige tijd 2 cijfers, bijv. "04" in het display. Dit betekent software versie 04. Hierna volgt FH.
FH
Opstart- / ontluchtprogramma: FH is geen storing!
Als de steker van het toestel in de wandcontactdoos wordt gestoken of als het toestel weer is bijgevuld nadat de cv-druk te laag was of na sommige storingen, begint een circa 5 minuten durend ontluchtprogramma. Hierbij draait de ventilator en ook wordt de pomp afwisselend bekrachtigd.

of

of

Wachttijd voor branderbedrijf d1, d2 en d3 zijn geen storingen!
Als de aanduiding "d1", "d2" of "d3" te zien is, staat het toestel in een wachttijd voor branderbedrijf. Dit kan tot 4 minuten duren.
d1 = wachttijd na tapwater
d2 = wachttijd na CV
d3 = wachttijd ontsteking
Controle temperatuursensoren (cv-aanvoerdubbelsensor = 2 sensoren!!)
- Controleer de elektrische weerstand, zie tabel bovenaan blz. S15.
- Controleer de temperaturen, zie informatiemenu blz. S9.
Alarm- en Foutcodes
Het toestel wordt door ingebouwde elektronica volledig aangestuurd en gecontroleerd. Als er in het toestel een storing wordt gesignaleerd zal het toestel uitschakelen, afhankelijk van de soort storing, en op het display een code weergeven. Aan de meeste storingen zijn Alarm- of Foutcodes verbonden. Een code bestaat uit de letter A of F met getal. De letter en het getal knipperen om en om op het display, bijv. A÷01.

Alarmcodes (A)
Het toestel is vergrendeld. De oorzaak dient opgelost te worden, waarna de reset-toets ingedrukt dient te worden om het toestel weer op te starten. Na 5x resetten wordt deze functie geblokkeerd. U dient even de steker uit de wandcontactdoos te halen voor de resetfunctie weer werkt.

Als een Alarmcode (A) na een reset terugkeert: waarschuw uw installateur. Wacht in een noodgeval tenminste 60 min. voor u opnieuw reset.
R→01 Geen ionisatiesignaal (tijdens ontsteken)
- Controleer of de gaskraan open staat;
- Controleer de vlamelektrode op: contacten/vervuiling/aardsluiting.
Vervang bij twijfel de vlamelektrode.
- Controleer de afstand tussen elektrode en aardpen = 4,0 mm ± 0,5 mm. Zie blz. S6, 5.
- Controleer de gasvoordruk; Ontlucht gasleiding;
- Controleer of het gasblok gas naar de brander doorlaat. Controleer gasdruk bij opstarten.
- Controleer de werking van de ventilator.
- Controleer of het condenswater goed weg kan lopen. Reinig eventueel het sifon.
- Controleer de luchttoevoer / rookgasafvoer.
- Is de print defect?
8→02 Vals vlamsignaal
Er wordt vlam gedetecteerd terwijl de gasklep gesloten is. Is het gasblok defect? (sluit niet goed) Is de print defect?
8→03 Te hoge cv-aanvoertemperatuur
De cv-aanvoertemperatuur is te hoog geweest.
- Controleer de werking van de pomp.
- Controleer of de radiatoren en/of bypass open staan. Doorstroming moet altijd mogelijk zijn;
- Controleer in de historie-gegevens of er regelmatig F08 storingen voorkomen.
- Controleer de cv-aanvoersensor (dubbelsensor!).
B→74 Te hoge temperatuur van rookgassen
Fout F07 is 3 maal voorgekomen in de laatste 24 uur, zie foutcode F07.
R→05 Ventilatorfout
Er is geen tijdige terugkoppeling van het frequentiesignaal van de ventilator naar de print.
- Zitten de stekers goed op de ventilator?
- Controleer de werking van de ventilator. (als de ventilator vervangen dient te worden mag deze elektrisch niet losgenomen worden als er nog spanning (230V) op het toestel staat).
A→06 Binnen 4 minuten vijf maal verlies van vlamsignaal gesignaleerd
Binnen 4 minuten vijf maal verlies van vlamsignaal gesignaleerd
- Controleer de ionisatiepen (contacten/vervuiling). Vervang bij twijfel de ionisatiepen;
- Controle rookgasafvoer-/ luchttoevoersysteem (ter controle: dop in de luchttoevoer verwijderen)
- Controleer de condensafvoer; Reinig event. de sifon en/of condensbak. Dek de elektrakast af.
- Controleer bij een slecht en onregelmatig brandende brander of bij regelmatig voorkomende A06 storingen het branderbed.
A→23 Instelproblemen
• Controleer alle parameterinstellingen.
• Mogelijk is de print defect. Vervang deze.
B↔25 Waterdruk 3x te hoog in 1 uur (3x F40)
- Controleer/vergelijk CV-druk op manometer met de druk op het display (blz.S2) of infomenu (blz.S9).
- Waarschijnlijk is het expansievat stuk.
- Controleer dit en vervang evt. het expansievat.
B↔4! Onvoldoende watercirculatie CV
Na ontsteken brander 3x geen verhoging van cv-aanvoertemperatuur (minstens 1°C verhoging na 15 sec. nodig).
- Controleer de werking van de pomp;
- Controleer of de radiatoren en/of bypass open staan. Er moet altijd doorstroming mogelijk zijn
- Controleer of de cv-aanvoersensor goed op de buis is geklikt (contactvlak).
- Controleer de cv-aanvoersensor (dubbelsensor!)
A→42 Te groot temperatuurverschil tussen de 2 meetelementen in de aanvoerdubbelsensor
- Zit de sensor goed op de leiding geklikt.
- Controleer de bedrading naar deze sensor.
- Controleer de cv-aanvoersensor (dubbelsensor!).
8↔44 Tapwatertemperatuurmetingfout
- Controleer tapwaterhoeveelheid.
- Controleer of de tapwatertemperatuursensor juist is bevestigd.
- Controleer de tapwatertemperatuursensor.
- Controleer de tapwaterstromingssensor.
8↔51 Vlamsignaalfout
- Controleer de vlamelektrode.
- Controleer print.
8↔52 Gasklepfout
- Controleer gasklepbedrading.
- Controleer print.
8→63 Printproblemen
- Reset en vervang eventueel de print.
8→65 Printproblemen
- Reset en vervang eventueel de print.
Foutcodes (F)
Het toestel is geblokkeerd. Bij deze storing dient de oorzaak ervan opgelost te worden, waarna het toestel vanzelf, dus zonder dat de resettoets hoeft te worden ingedrukt, weer in bedrijf komt. Het drukken op de resettoets heeft bij een Fout-code (F) geen effect. Sommige van deze storingen kunnen dan verdwijnen, maar komen soms regelmatig weer terug.

Indien Foutcodes (F) zich regelmatig voordoen: waarschuw uw installateur. Vermeldt bij telefonisch contact het type toestel en de storingscode.
Te hoge rookgastemperatuur
De warmtewisselaarsensor meet langer dan 2 min. een te hoge rookgastemperatuur
- Controleer het gehele luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoercircuit, incl. de warmtewisselaar.
- Controleer de temperatuursensor.
C_* 08 Te hoge cv-aanvoer temperatuur
- De cv-aanvoertemperatuur is hoger dan 99 °C geworden. Controleer of de doorstroming van de cv-installatie in orde is; Als de temperatuur beneden de 89 °C komt zal het toestel bij aanwezige warmtevraag weer ontsteken.
- Controleer de werking van de pomp;
- Staat de pomp op de hoogste stand?
- Controleer of de radiatoren en/of bypass open staan. Er moet altijd doorstroming mogelijk zijn.
- Controleer de cv-aanvoersensor (dubbelsensor!).
F→09 Te hoge cv-retour temperatuur
- De cv-retourtemperatuur is hoger dan 99°C geworden. Controleer of de doorstroming van de cv-installatie in orde is; Als de temperatuur beneden de 89°C komt zal het toestel bij aanwezige warmtevraag weer ontsteken.
- Controleer de werking van de pomp.
- Controleer of de radiatoren en/of bypass open staan. Doorstroming moet altijd mogelijk zijn.
- Controleer de temperatuursensor.
F 10 Cv-aanvoer-dubbelsensor fout (sensor 1): niet aangesloten of defect
- Zijn de stekertjes op de sensor aangesloten?
- Controleer de cv-aanvoersensor (dubbelsensor!).
F↔11 Cv-retoursensor fout: niet aangesloten of defect
- Zijn de stekertjes op de sensor aangesloten?
- Controleer de temperatuursensor.
- Zijn de stekertjes op de sensor aangesloten?
- Controleer de temperatuursensor.
F↔13 Rookgas-sensor fout
- Controleer of de sensor goed is aangesloten en geen kortsluiting maakt.
- Controleer ook de aansluiting op de print.
- Controleer de temperatuursensor.
F↔14 Cv-aanvoer-dubbelsensor fout (sensor 2): niet aangesloten of defect
- Zijn de stekertjes goed op de sensor geklikt?
- Controleer de cv-aanvoersensor (dubbelsensor!).
F↔15 Ventilatorfout
- Zitten de stekers goed op de ventilator?
- Controleer de werking van de ventilator.
F↔20 Waterdruk erg laag: 0,4 - 0,7 bar
- Het toestel functioneert wel.
- Controleer/vergelijk CV-druk op manometer met de druk op het display (blz.S2) of infomenu (blz.S9).
- Controleer of het expansievat in orde is.
- Cv-installatie bijvullen, als expansievat in orde is.
F↔P | Waterdruk erg hoog: 2,5 - 2,8 bar
- Het toestel functioneert wel.
- Controleer/vergelijk CV-druk op manometer met de druk op het display (blz.S2) of infomenu (blz.S9).
- Controleer of het expansievat in orde is.
- Cv-installatie iets aftappen, als expansievat in orde is.
F↔34 Te lage voedingsspanning
Frequentie fout
- Controleer of de 230V netspanning uit het elektriciteitsnet voldoende hoog is.
- Mogelijk is de print defect. Vervang deze.
F↔37 Waterdruk te laag (lager dan 0,4 bar)
- Controleer/vergelijk CV-druk op manometer met de druk op het display (blz.S2) of infomenu (blz.S9).
- Bij voldoende cv-druk: is cv-druksensor in orde?
- De cv-installatiedruk is te laag: bijvullen.
- Controleer of het expansievat in orde is.
F↔39 Buitenvoeler fout
- Controleer de aansluitingen (blz. S15).
- Controleer de temperatuursensor.
F↔40 Waterdruk cv te hoog (hoger dan 2,8 bar)
• Het toestel schakelt uit.
- Controleer/vergelijk CV-druk op manometer met de druk op het display (blz.S2) of infomenu (blz.S9).
- Controleer het expansievat.
F→43 Te snelle temperatuurstijging CV
- Controleer CV-watercirculatie.
F↔47 Cv-druksensor-fout.
Printfout
• Waterdruksensor niet aangesloten of defect.
- Vervang de print.
F↔52 Groot temperatuurverschil tussen de 2 meetelementen in cv-aanvoersensor
- Zit de sensor goed op de leiding geklikt.
- Controleer de bedrading naar deze sensor.
- Controleer de cv-aanvoersensor (dubbelsensor!).
F↔54 Resetfout.
- Toestel even spanningsloos maken.
F↔66 Programmeerfout.
- Vervang de print.
14.1 Werking van het toestel

Figuur 14.1
Legenda
-
Bedieningspaneel en display
-
Gastoevoer
-
Uitlaat warm tapwater
-
Toevoer koud tapwater
-
Aanvoer-cv
-
Retour-cv
-
Overstortventiel CV
-
Luchttoevoeraansluiting 80 mm
15+29. Set LTV 80 mm met RGA 80 mm
- Ventilator
16+22. Unit ventilator en brander
16a. Ventilatorprint
-
Gasinspuiter
-
Branderdek
-
Rookgasafvoeraansluiting 80 mm
-
Pomp A label compleet
-
Luchtafscheider
-
Automatische ontluchter pomp Wilo
-
Zeef stromingssensor
-
Waterhoeveelheidsregelaar 6 l/min. BlueSense 3
-
Waterhoeveelheidsregelaar 7,5 l/min. BlueSense 4
-
Waterhoeveelheidsregelaar 9 l/min. BlueSense 5
-
Tapwatersensor opklik 15 mm
-
Gasblok VK8205VE2005
-
Elektrakast leeg
68+101. Set elektrakast met print ABM03
81/82. Vlamelektrode (ontsteking en ionisatie)
-
Print ABM03
-
Printopsteekrelais LC32 (optioneel) (niet getekend)
-
Zekering 3.15 Amp (niet getekend)
-
Stromingssensor
-
CV druksensor
-
Manometer
-
Condensafvoerslang
154+406. Set condensafvoerslang met vuilopvangbeker sifon
- Warmtewisselaar bi-thermic
161+196. Warmtewisselaar bi-thermic BlueSense 3 - 4
161+196. Warmtewisselaar bi-thermic BlueSense 5
-
Temperatuursensor opklik 18 mm (retour)
-
Temperatuursensor rookgasafvoer
-
Toestelsifon
-
Condensbak
-
Afdichtdop alternatieve luchttoevoer
-
Voedingskabel met stekers 230V (niet getekend)
-
Toestelaansluitkroonsteentjes (niet getekend)
-
Temperatuursensor (dubbel) opklik 18 mm (aanvoer)
-
Snelontluchtkraantje
-
Luchtaanzuigbuis ventilator
-
Pakking brander
-
Isolatie brander
-
Isolatie in warmtewisselaar
-
Kabelboom BlueSense 3 - 4 - 5 (niet getekend)
-
Vuilopvangbeker sifon
Werking:
Opstartcyclus
-
De steker wordt in de wandcontactdoos gestoken.
-
Na circa 10 seconden ziet u enige tijd 2 cijfers, bijv. 30, in het display. Dit betekent software versie 3.0.
-
De ventilator (16) draait. U ziet 'FH' op het display.
-
Tegelijkertijd draait de pomp (32) (cyclisch aan/uit).

Na het opstartprogramma (ca. 5 min.) ziet u de waterdruk in de cv-installatie (16 = 1,6 bar), zoals het voorbeeld hiernaast. Het toestel is gereed voor gebruik.
Als er een bepaalde code knippert (A of F) of als er helemaal niets op het display staat, is er iets aan de hand. Zie hoofdstuk 13.2 op blz. 32 en 33.
Ontsteking
Ontstekingsprocedure:
- Er is warmtevraag:

: warm waterverwarming;

: centrale verwarming.
-
• bij warm watervraag stopt de pomp (32). • bij cv-vraag gaat pomp (32) draaien.
-
De ventilator (16) wordt aangestuurd.
-
De gecombineerde vlamelektrode (81/82) gaat vonken.
-
Het gasblok (44) opent de gastoevoer
-
Het gas komt de ventilator in, die het gas/luchtmengsel naar de brander blaast.
-
Bij de brander wordt het mengsel door de vlamelektrode (81/82) ontstoken, waarna de warmte via de cv-wisselaar (161) aan het langsstromende cv-water wordt overgedragen.
-
Het vlamsignaal wordt met de vlamelektrode gemeten. Als na het ontsteken voldoende vlamsignaal wordt gemeten, verschijnt het vlamsymbool op het display:

De grootte van de vlam is afhankelijk van het brandervermogen.
- Hierna volgt vrijgave van de regeling. Als het toestel na het openen van de gasklep niet ontsteekt, geeft het toestel een vlamstoring (A01) aan.
Herstart
Als de ontsteking de eerste keer niet lukt, doet het toestel nog 2 keer een ontsteekpoging voordat het in storing valt.
Als het toestel na een vlamstoring is gereset, wordt er maar 1 ontsteekpoging uitgevoerd.
Als een vlamstoring 5 keer is gereset, werkt de resettoets niet meer. In dit geval dient de steker even uit het stopcontact te worden gehaald!
Einde warmtevraag
- Gasblok (44) stopt de gastoevoer.
- De ventilator (16) draait na.
- Na cv-verwarming draait de cv-pomp na afhankelijk van instelling i÷05, zie blz. 24.
Wachttijden (signalering d1, d2 of d3)
d1: na tapwatervraag schakelt het toestel pas na een wachttijd over op eventueel cv-bedrijf.
d2: ook als de brander uitschakelt door een te hoge cv-aanvoertemperatuur, is er een wachttijd.
d3: bij herhaalde ontsteekpoging is er een wachttijd.
Directe beveiligingen
Vlamelektrode (81/82)
Gedurende het ontsteken en branden controleert de print of de vlam aanwezig blijft. Het vlam signaal 🔍 op het functie-display geeft aan of dit signaal aanwezig is. Als het signaal er niet is of wegvalt, geeft het toestel een A1-storing aan. Deze storing is met de RESET-toets op te heffen.
Delta-T beveiliging warmtewisselaar (278 en 186)
Om de warmtewisselaar (161) te beveiligen tegen een te groot temperatuurverschil, bij onvoldoende waterdoorstroming, mag het temperatuurverschil tussen de cv-aanvoer- (278) en cv-retoursensor (186) niet te groot worden. Indien temperatuurverschil te groot wordt, wordt het vermogen teruggemoduleerd.
Te hoge cv-aanvoertemperatuur
Als de cv-aanvoer-dubbel-sensor (278) langere tijd een temperatuur van meer dan 105°C meet, geeft het toestel een A3-storing.
Lage druk in de cv-installatie (137)
Als de cv-waterdruk onder ± 0,4 bar komt, schakelt het toestel uit en geeft het toestel een F37-storing aan.
Als de druk weer voldoende is, wordt deze storing automatisch opgeheven. Als de druk aan de lage kant is, tussen 0,4 en 0,7 bar, wordt F20 zichtbaar. Hiermee wordt de bewoner gewaarschuwd dat er bijgevuld moet worden.
Hoge druk in de cv-installatie (137)
Cv-waterdruk erg hoog (2,5 - 2,8 bar): .... F21
De brander blijft in bedrijf.
Cv-waterdruk te hoog (>2,8 bar): ...... F40
De brander is uit.
Foutcode F40 3x voorgekomen: ...... A26
De brander is uit.
Overstortventiel cv-zijdig (14)
Dit ventiel treedt in werking bij een cv-druk hoger dan 3 bar.
Het toestel wordt d.m.v. een vorstbeveiligingsfunctie via de cv-aanvoersensor (278) beveiligd tegen bevriezing. Als de temperatuur bij deze sensor onder de 5°C komt, gaat het toestel op laagstand branden en schakelt weer uit na een temperatuurverhoging tot 15°C.
Voorkomen vastzitten van de pomp (32)
Om te voorkomen dat de pomp (32) vast gaat zitten, wordt deze, indien er 24 uur geen cv-vraag is geweest, enkele seconden aangestuurd.
Rookgassensor
Deze sensor schakelt het toestel uit als deze 2 minuten lang een temperatuur meet die hoger is dan de ingestelde waarde.
Hiermee wordt het rookgasafvoersysteem beveiligd tegen te hoge temperaturen.
14.2 Pompregeling en extern beschikbare pompopvoerhoogte voor cv-installatie
14.2.1 Pompopvoerhoogte
In onderstaande grafiek wordt de beschikbare opvoerhoogte van de CV-pomp weergegeven.

Uitleg:
A Modulatie 100% : 41 W, maximum toerental.
B Modulatie 75% : 32 W, fabrieksinstelling.
C Modulatie 30% : 4W, minimum toerental.
1-7 zijn voorbeelden van weerstandslijnen van een CV-installatie:
1 = hoge weerstand
7 = lage weerstand
14.2.2 Pompregeling instellingenmenu i05 (zie blz. 24)
Tijdens warmwatergebruik is de pomp altijd uitgeschakeld. De pomp kan voor CV op een aantal verschillende wijzen geregeld worden met instelling i05 in het instellingenmenu (zie blz. 24). i05 = de wijze van regelen (aan/uit of modulerend met/zonder nadraaitijd).
BlueSense 3 xx - 4 xx - 5 xx met toevoeging (xx) vanaf 12 in de typeaanduiding (en bij nieuwe printen) Software versie vanaf 03 (zichtbaar bij het opstarten na een spanningsonderbreking)
0 OK = pomp aan/uit + nadraaitijd (voor PWM pompen met vaste delta T)
1 OK = pomp aan/uit continu behalve bij warmwatergebruik (voor PWM pompen met vaste delta T)
2 (n.v.t.) = pomp modulerend vaste delta T met nadraaitijd
3 (n.v.t.) = pomp modulerend vaste delta T continu behalve bij warmwatergebruik
4 OK = pomp aan/uit + nadraaitijd (voor PWM pompen met automatische delta T) (ingesteld vanaf fabriek) (ADVIES-INSTELLING)
5 OK = pomp aan/uit continu behalve bij warmwatergebruik (voor PWM pompen met automatische delta T)
6 (n.v.t.) = pomp modulerend automatische delta T met nadraaitijd
7 (n.v.t.) = pomp modulerend automatische delta T pomp continu (behalve bij warmwatergebruik)
a. Vaste delta T: pomptoerental stelt zich in naar de gewenste vaste delta T bij ontwerpcondities.
b. Automatische delta T: pomptoerental stelt zich in naar de gewenste delta T bij ontwerpcondities en is verder afhankelijk van de geregelde watertemperatuur.
c. De gewenste delta T bij ontwerpcondities kan ingesteld worden met i12 in het instellingenmenu (zie blz. 24).
d. Bij de modulerende pompregelingen blijft de pomp eventueel nadraaien op het laatst ingestelde toerental met een maximum van 75%.
14.2.3 Waterstroom
Controle voldoende waterstroom in de cv-installatie
-
Bij het opgestelde cv-vermogen is een bepaalde waterstroom nodig (l/uur). Bij deze waterstroom heeft de cv-installatie een bepaalde weerstand (bar). Als de waterstroom afneemt, zal de weerstand volgens een be-paalde lijn afnemen: de weerstandslijnen 1-8.
-
De cv-pomp geeft een bepaalde opvoerhoogte (bar) die afhankelijk is van de waterstroom (l/uur).
-
Controleer of de opvoerhoogte voldoende hoog is.
Advies
In verband met beperking van het stromingsgeluid in (vooral thermostatische) radiatorkranen, wordt geadviseerd een cv-installatie te dimensioneren op max. 2 mwk (0,2 bar) drukverlies. Eventueel het maximum toerental van de cv-pomp instellen met i÷07 (zie blz. 24).
Invloed van het ingebouwde snelontluchtingskraantje
Als het snelontluchtingskraantje open wordt gezet, daalt de beschikbare opvoerhoogte door de ontstane open verbinding tussen de cv-aanvoer en cv-retour. Het ingebouwde snelontluchtingskraantje mag alleen tijdelijk worden open gezet om sneller te ontluchten!

DICHT (fabrieksinstelling)
Het snelontluchtingskraantje moet tijdens normaal bedrijf dicht staan.

OPEN
Eventueel alleen bij het in bedrijf stellen om sneller te ontluchten.
14.3 Tapwaterzijdig drukverlies
Het tapwaterzijdig drukverlies
In de hiernaast getoonde grafieken wordt het tapwaterzijdig drukverlies van uitsluitend de toestellen weergegeven.
De werkelijk doorstromende waterhoeveelheid wordt bepaald door de beschikbare koudwater inlaatdruk op het toestel bij een volledig geopende kraan en het drukverlies van het betreffende warmwater gedeelte.
Wat te doen bij een te lage voordruk
Als de voordruk bij het toestel te laag is, bijvoorbeeld bij etagebouw, kan de volumestroom te laag worden. Om de volumestroom weer te vergroten kan de hoeveelheidsbegrenzer uit het toestel worden verwijderd, waardoor de kans aanwezig is dat de volumestroom weer te groot kan worden om het water voldoende op te warmen.
De hoeveelheidsbegrenzer bevindt zich in de uitlaat van de stromingssensor tapwater, zie blz. 31.
Plaats een instelbaar kraantje om de volumestroom nu goed in te kunnen stellen.
De volumestroom dient ten allen tijden overeen te komen met het cw-tapdebiet.
- BlueSense 3: ± 6 l/min.
- BlueSense 4: ± 7,5 l/min.
- BlueSense 5: ± 9 l/min.
Tapwaterzijdig drukverlies over de BlueSense 3

line
| l/min | bar (Curve ①) | bar (Curve ②) | |-------|---------------|---------------| | 0 | 0.0 | 0.0 | | 1 | ~0.1 | ~0.2 | | 2 | ~0.2 | ~0.4 | | 3 | ~0.3 | ~0.6 | | 4 | ~0.4 | ~0.8 | | 5 | ~0.5 | ~1.2 | | 6 | ~0.6 | ~2.5 | | 7 | ~0.7 | ~3.5 |Figuur 14.2
Tapwaterzijdig drukverlies over de BlueSense 4

line
| l/min | bar (Line ①) | bar (Line ②) | |-------|--------------|--------------| | 0 | 0.0 | 0.0 | | 1 | ~0.1 | ~0.05 | | 2 | ~0.2 | ~0.1 | | 3 | ~0.3 | ~0.2 | | 4 | ~0.4 | ~0.3 | | 5 | ~0.5 | ~0.4 | | 6 | ~0.6 | ~0.6 | | 7 | ~0.7 | ~1.0 | | 8 | ~0.8 | ~2.5 |Figuur 14.3
Tapwaterzijdig drukverlies over de BlueSense 5

line
| l/min | bar (Curve ①) | bar (Curve ②) | |-------|----------------|----------------| | 0 | 0.0 | 0.0 | | 1 | ~0.05 | ~0.05 | | 2 | ~0.1 | ~0.1 | | 3 | ~0.2 | ~0.2 | | 4 | ~0.3 | ~0.3 | | 5 | ~0.4 | ~0.4 | | 6 | ~0.5 | ~0.5 | | 7 | ~0.6 | ~0.7 | | 8 | ~0.7 | ~1.0 | | 9 | ~0.8 | ~2.0 | | 10 | ~0.9 | ~3.5 |Figuur 14.4
- Het drukverlies met hoeveelheidsbegrenzer.
- Het drukverlies zonder hoeveelheidsbegrenzer.
| Specificaties | BlueSense 3 32min - max min - max | BlueSense 4 32max min - max | BlueSense 5 32 | |
| Centrale verwarming | ||||
| nominale belasting cv = Q (Hi = onderwaarde) | kW 5,8 - 21,6 5,8 | - 25,0 6,7 - 29,5 | ||
| nominale belasting cv (bovenwaarde) | kW 6,4 - 23,9 6,4 - 27,7 7 | 4 - 32,7 | ||
| vermogen (P) 80/60 °C* kW 5,7 - 21,2 5,7 - 24,5 6,6 - 28,9 | ||||
| 50/30°C* kW 6,2 - 22,9 6,2 - 26,5 7,2 - 31,3 | ||||
| * ingesteld maximaal cv-zijdig vermogen | % | 80 (=17,0 kW) | 80 (=19,6 kW) | 80 (=23,1 kW) |
| instelbereik cv-zijdig vermogen | % | 30 - 100 | 30 - 100 | 30 - 100 |
| vollastrendement (CE) o.w. 80/60°C | % | 97,8 - 98,0 97,8 - 107,5 - 106,1 | 98,0 97,8 - 107,5 - 106,1 | 98,0 |
| vollastrendement (CE) o.w. 50/30°C | % | 107,5 - 106,1 | ||
| HR107 rendement (CE) o.w. 36/30 °C % | 108,8 | 108,8 | 108,8 | |
| waterinhoud cv-zijdig | I | 1,7 | 1,7 | 2,1 |
| regeling | modulerend | modulerend | modulerend | |
| toelaatbare waterdruk (PMS) | bar | 3 | 3 | 3 |
| cv-aanvoertemperatuur (instelbereik) | °C | 80 (30-90) | 80 (30-90) | 80 (30-90) |
| t max | °C | 95 | 95 | 95 |
| Tapwater | ||||
| nom. belasting tapwater Qnw (DHW) (Hi=o.w.) | kW | 5,8 - 25,0 | 5,8 - 29,0 | 6,7 - 33,1 |
| nom. belasting tapwater (bovenwaarde) | kW | 6,4 - 27,7 | 6,4 - 32,2 | 7,4 - 36,7 |
| tapvermogen | kW 5,7 - 25,0 5,7 - 29,0 6,6 - 33,1 | |||
| waterinhoud tapwaterzijdig | I | 0,2 | 0,2 | 0,2 |
| tapdrempel | l/min. | 1,5 | 1,5 | 1,5 |
| tapwatersetpoint (instelbereik) | °C | 60 (40-65) | 60 (40-65) | 60 (40-65) |
| toelaatbare max. tapwaterdruk (PMW) | bars | 9 | 9 | 9 |
| Effectieve toestelwachttijd | s | 21 | 25 | 21 |
| CW tapdebiet (60°C) | l/min. | 6 | 7,5 | 9,0 |
| Jaargebruiksrendement (Hi) | % | 90,7 | 89,8 | 94,5 |
| Brandertechniek | ||||
| gasverbruik (G25; max) | m3/h (l/min) | 3,08 (51,3) | 3,57 (59,5) | 4,07 (67,8) |
| gasvoordruk G25 (tolerantie) | mbar | 25 (20-30) | 25 (20-30) | 25 (20-30) |
| maximum weerstand LTV/RGA | m. pijplengte | 153 | 123 | 95 |
| toestelcategorie | II2E3P, II2(43.46-45.3 MJ/m3 (0°C))3P | |||
| maximale rookgastemperatuur | °C | 105 | 105 | 105 |
| min. rookgasstroom / max. rookgasstroom | m3/h | 9 - 40 | 9 - 47 | 11 - 54 |
| NOx-klasse | 5 | 5 | 5 | |
| toestelklasse | C13, C23, C33, C43, C53, C63, C83, B23, B33 | |||
| CO2-percentage rookgas (laaglast / vollast) G25 | % nominaal | 8,7 - 9,2 | 8,7 - 9,2 | 8,7 - 9,2 |
| Elektrisch | ||||
| opgenomen vermogen (rust - min. - max.) | W | 3 - 16 - 75 | 3 - 16 - 84 | 3 - 16 - 98 |
| voeding | V / Hz | 230 / 50 | 230 / 50 | 230 / 50 |
| AAN-/UIT-kamerthermostaten | Ja (thermostaten met anticipatiestroom functioneren echter niet juist) | |||
| modulerende kamerthermostaat (standaard) | OpenTherm | OpenTherm | OpenTherm | |
| IP-klasse (bij vaste 230V-aansluiting) | IPX5D | IPX5D | IPX5D | |
| IP-klasse bij toestelaflevering (met steker) | IPX2D | IPX2D | IPX2D | |
| Constructieve informatie | ||||
| gewicht | kg | 25 | 25 | 26,5 |
| afmetingen (h x b x d) | mm | 600x400x320 | 600x400x320 | 600x400x320 |
| tapwateraansluitingen (knel aansluitpijp) | ø mm | 15 (toestel: G1/2", incl. aansluitpijp ø15mm, 30 cm lang) | ||
| cv-aanvoeraansluiting / cv-retouraansluiting | ø mm | 22 (toestel: G3/4", incl. aansluitpijp ø22mm, 30 cm lang) | ||
| gasaansluiting | inch | G1/2"(bui) (toestel: G1/2", inclusief aansluitpijp ∅15 mm, 30 cm lang) | ||
| rookgasafvoeraansluiting | ø mm | 80 (60mm zonder adapter) | ||
| luchttoevoeraansluiting | ø mm | 80 (2 mogelijkheden ø80) | ||
| concentrische rookgasafvoer / luchttoevoer | ø mm | met adapter 60/100 of 80/125 | ||
| materiaal warmtewisselaar / materiaal brander | warmtewisselaar / brander: RVS (INOX) | |||
| Temperatuur klasse verbrandingsgas afvoersyst. | T120 | |||
14.5 Elektrisch aansluitschema en aansluitingen op de toestelconnector (zie ook blz. 21)

Elektrische weerstand van de temperatuursensoren
| °C kOhm | °C kOhm | °C kOhm | °C kOhm | ||||
| -5 | 42.3 | 25 | 10.0 | 55 | 3.0 | 85 | 1.1 |
| 0 | 32.2 | 30 | 8.1 | 60 | 2.5 | 90 | 0.9 |
| 5 | 26.3 | 35 | 6.5 | 65 | 2.1 | 95 | 0.8 |
| 10 | 19.9 | 40 | 5.3 | 70 | 1.8 | 100 | 0.7 |
| 15 | 15.9 | 45 | 4.4 | 75 | 1.5 | ||
| 20 | 12.5 | 50 | 3.6 | 80 | 1.3 | ||
Gegevens van de NTC-temperatuur-sensoren (tolerantie ±2°C).
LET OP!! Potentiaalvrij contact van LC 32!
Spanning van extern max. 230V
Contact max. 1 Amp - 230V / 150W
| 1 - 2 MET DOORVERBINDING (Normaal warmwaterbedrijf)Stromingssensor geactiveerd | |
| 3 - 4 Optie: aansluiting van een buitenvoeler(NTC 10kOhm bij 25°C, zie tabel elektrische weerstand) | |
| 5 - 6 Aansluiting voor één of meerdere extra AAN/UIT-kamer-thermostaten. Zie ook blz. 21. | |
| 7 - 8 Universele kamerthermostaat aansluiting. Sluit éénOpenTherm- of één AAN/UIT-kamerthermostaat aan.Zie ook blz. 21. Een thermostaat met warmte versnelling(anticipatiestroom) werkt niet correct. | |
| 6 Bedieningspaneel16 Ventilator16a Ventilatorprint32 Pomp42 Tapwatersensor opklik 15mm44 GasblokVK8205VE200568 Elektrakast72 AAN/UIT-kamerthermo-staat (zonder anticipatie-stroom!)72a Aansluiting (extra) AAN/UIT-kamerthermostaat81/82 Vlamelektrode (ontsteking en ionisatie)101 Print ABM03103 Optioneel printopsteek-relais LC32 met poten-tiaalvrij maakcontact | 104 zekering 3.15 Amp136 stromingssensor138 Buitenvoeler (optioneel)139 OpenTherm-aansluiting(Zie ook blz. 21)137 CV druksensor145 Manometer186 Temperatuursensor opklik 18mm (retour)191 Temperatuursensor rookgasafvoer203 Voedingskabel met stekers 230V207 Toestelaansluitkroon-steentjes278 Temperatuursensor(dubbel) opklik 18mm(aanvoer) |
15. ONDERHOUDS- EN SERVICERAPPORTAGE Ferroli BlueSense
Voor de laatste informatie en onderhoudsadviezen: zie www.ferroli.nl
Let op! Om onnodige kosten te voorkomen is het belangrijk dat uw toestel minimaal iedere 2 jaar wordt onderhouden.
| Type toestel | Installateur | ||||||||||||||||
| Serienummer | Adres | ||||||||||||||||
| Datum in bedrijf | Telefoon nummer | ||||||||||||||||
| Inspectiewerkzaamheden | Bedrijfsjaar | ||||||||||||||||
| 0 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | |||||
| 1 | Warmtewisselaar | R | R | R | R | R | R | ||||||||||
| 2 | Vuilopvangbeker onder toestel | R | R | R | R | R | R | ||||||||||
| 3 | Sifonaansluiting warmtewisselaar | C | C | C | C | C | C | ||||||||||
| 4 | Afstelling vlamelektrode | 4 ±0,5 mm | C/V | V | C/V | V | C/V | V | |||||||||
| 5 | Isolatie in branderruimte | C/V | C/V | C/V | C/V | C/V | C/V | ||||||||||
| 6 | Isolatie op brandervoorplaat | C/V | C/V | C/V | C/V | C/V | C/V | ||||||||||
| 7 | Brander pakking | V | V | V | V | V | V | ||||||||||
| 8 | Ventilator/brander | R | R | R | R | R | R | ||||||||||
| 9 | Luchtinlaatbuis ventilator | R | R | R | R | R | R | ||||||||||
| 10 | Rookgaslekkage brander | C | C | C | C | C | C | ||||||||||
| 11 | Werking tapwaterbedrijf | setpoint | C | C | C | C | C | C | |||||||||
| 12 | Tapwatervolumestroom | l/min | M | M | M | M | M | M | |||||||||
| 13 | Warm watertemperatuur | gr. | M | M | M | M | M | M | |||||||||
| 14 | Koppelingen (lekkage) | C | C | C | C | C | C | ||||||||||
| 15 | Werking voor cv-bedrijf | setpoint | C | C | C | C | C | C | |||||||||
| 16 | Druk in de cv-installatie | bar | C | C | C | C | C | C | |||||||||
| 17 | Rookgasafvoer/luchttoevoer | C | C | C | C | C | C | ||||||||||
| 18 | Meetnippel gasblok | C | C | C | C | C | C | ||||||||||
| 19 | Montage/bevestiging voorpaneel | C | C | C | C | C | C | ||||||||||
| 20 | Filter tapwater/perlators van de kranen | R | R | R | R | R | R | ||||||||||
Bij regelmatige branderstoring de onderstaande punten extra controleren
| 21 | Gasvoordruk (bij vollast) | mbar | M | M | M | M | M | M | |||||||||
| 22 | Gasdrukinstelling offset | Pa | M | M | M | M | M | M | |||||||||
| 23 | Gasverbruik (vollast) | L/min | M | M | M | M | M | M | |||||||||
| 24 | O2-CO2 meting vollast | % | M | M | M | M | M | M | |||||||||
| 25 | O2-CO2 meting laagstand | % | M | M | M | M | M | M | |||||||||
| Datum onderhoud | |||||||||||||||||
| Naam monteur | |||||||||||||||||
| R = reinigenC = controllerenV = vervangenM = metenC/V = controlleren en indien nodig vervangen | |||||||||||||||||
| LET OP! Informeer ook de gebruiker/bewonerPapier of ander materiaal mag niet op of tegen de verwarmingsketel liggenDe verwarmingsketel moet rondom vrij zijn, controleer dit | |||||||||||||||||
16. PRODUCTKAART ErP
| Handelsmerk: FerroliAdres: Ferroli S.p.A. via Ritonda 78/A - 37047 San Bonifacio (VR) - Italy | |||||
| Model | BlueSense3 32 | BlueSense4 32 | BlueSense5 32 | ||
| Symbool | Eenheid | Waarde | Waarde | Waarde | |
| Ketel met rookgascondensor: | Ja | Ja | Ja | ||
| Lagetemperatuur (**)-ketel: | Nee | Nee | Nee | ||
| B11-ketel: | Nee | Nee | Nee | ||
| Combinatieverwarmingstoestel: | Ja | Ja | Ja | ||
| Ruimteverwarmingstoestel metwarmtekrachtkoppeling: | Nee | Nee | Nee | ||
| ItemSeizensgebonden energie-efficiëntieklassevoor ruimteverwarming:Nominale warmteafgifte:Seizensgebonden energie-efficiëntievoor ruimteverwarming: | Pn _s | kW% | A2193 | A2594 | A2994 |
| Nuttige warmteafgifteBij nominale warmteafgifte en werking ophoge remperatuur (*):Bij 30% van de nominale warmteafgifte enwerking op lage temperatuur (**): | P4P1 | kWkW | 21,27,1 | 24,58,2 | 28,99,7 |
| Nuttig rendementBij nominale warmteafgifte en werking ophoge remperatuur (*):Bij 30% van de nominale warmteafgifte enwerking op lage temperatuur (**): | n_14 n_j | %% | 88,299,0 | 88,298,9 | 88,298,9 |
| Supplementair elektriciteitsverbruikBij volledige belasting:Bij deellast:In stand-by stand: | elmaxelminPSB | kWkWkW | 0,0290,0100,003 | 0,0390,0110,003 | 0,0560,0160,003 |
| Andere itemsStand-by warmteverlies:Energieverbruik van ontstekingsbrander:Jaarlijks energieverbruik:Geluidsvermogenniveau binnen:Emissies van stikstofoxiden: | PstbyPignQHELWANOx | kWkWGjdBMg/kWh | 0,0380,000413325 | 0,0380,000465427 | 0,0430,000555529 |
| CombinatieverwarmingstoestellenOpgegeven capaciteitsprofiel:Energie-efficiëntieklasse voor waterverwarming:Dagelijks elektriciteitsverbruik:Jaarlijks elektriciteitsverbruik:Energie-efficiëntie van waterverwarming:Dagelijks brandstofverbruik:Jaarlijks brandstofverbruik: | QelecAEC _wb QfuelAFC | kWhkWh%%kWhGj | XLAA0,02869221,06517 | XLA0,02969221,01217 | XLA0,03079121,31117 |
(*) Werking op hoge temperatuur betekent een retourtemperatuur van 60°C bij de inlaat van het verwarmingstoestel en een toevoertemperatuur van 80°C bij de uitlaat van het verwarmingstoestel.
(**) Lage temperatuur betekent voor ruimteverwarmingstoestellen met ketel met rookgascondensor een retourtemperatuur van 30°C, voor lagetemperatuur-ketels 37°C en voor andere verwarmingstoestellen 50°C (bij de inlaat van het verwarmingstoestel).
17. GARANTIEVOORWAARDEN
Dit produkt wordt door Ferroli Nederland B.V. aan de installateur gegarandeerd onder de onderstaande voorwaarden. De installateur garandeert dit produkt onder dezelfde volgende voorwaarden aan de gebruiker:
-
Alle door Ferroli Nederland B.V. te leveren verwarmingsketels worden gegarandeerd voor een periode van 2 jaar vanaf de datum van installatie indien de toestellen aangemeld zijn voor garantie of 2,5 jaar vanaf de produktiedatum van de toestellen, op eventuele gebreken, voorzover die gebreken te wijten zijn aan fabricage-, materiaal- en/of constructiefouten, zulks ter beoordeling van Ferroli Nederland B.V..
-
Daarenboven wordt de warmtewisselaar gegarandeerd voor een periode van tien jaar vanaf de datum van installatie indien de toestellen aangemeld zijn voor garantie of 10,5 jaar vanaf de produktiedatum van de toestellen, op eventuele gebreken, voor zover die gebreken te wijten zijn aan fabricage-, materiaal- en/of constructiefouten, zulks ter beoordeling van Ferroli Nederland B.V..
-
De omstandigheden waaronder de door Ferroli Nederland B.V. geleverde verwarmingsketels in bedrijf zijn, dienen aan normaal te stellen eisen en aan de bedienings- en onderhoudsvoorschriften van Ferroli Nederland B.V. te voldoen, terwijl montage en onderhoud door gecertificeerde en erkende installatiebedrijven dient te geschieden.
-
Garantieverlening, de zorg voor de uitvoering van de garantie, berust in eerste instantie bij de installateur of leverancier waar het toestel is gekocht. Raadpleeg dan ook altijd eerst uw installateur of leverancier.
-
Reclamering terzake van gebreken dienen zo spoedig mogelijk na de ontdekking daarvan, doch uiterlijk binnen 14 dagen na het verstrijken van de hiervoor genoemde garantietermijnen, bij Ferroli Nederland B.V. te worden ingediend bij overschrijding van welke reclamatietermijnen elke aanspraak tegen Ferroli Nederland B.V. voor die gebreken vervalt. Rechtsvorderingen terzake dienen binnen 1 jaar na de tijdige reclame op straffe van verval aanhangig te worden gemaakt. Reclamering dient te geschieden onder vermelding van de gebreken en onder verwijzing naar de oorspronkelijke levering, alsmede de naam, het adres en het telefoonnummer van de afnemer, onder vermelding van de datum van installatie, keteltype en de typenummers/serienummers. Een opdrachtgever is gehouden Ferroli Nederland B.V. in de gelegenheid te stellen van het beweerde gebrek ter plaatse kennis te nemen.
-
Aanspraken op garantie vervallen indien opdrachtgever: a. zelf een reparatie uitvoert zonder uitdrukkelijke toestemming van Ferroli Nederland B.V. vooraf. b. Wanneer door derden een poging tot herstel is gedaan. c. Indien het type- of serienummer van het product verwijderd, gewijzigd of onleesbaar is d. Bij foutief gebruik van de onderdelen en/of toestel. e. Schade aan het onderdeel en/of toestel door foutief gebruik. f. Achterstallig onderhoud.
-
Indien door Ferroli Nederland B.V. aanspraken op garantie van opdrachtgever worden aanvaard zal Ferroli Nederland B.V. onder de garantie vallende gebreken wegnemen door reparatie of vervanging van het gebrekkige onderdeel, al dan niet in het bedrijf van Ferroli Nederland B.V., of door toezending van een onderdeel ter vervanging. Een en ander steeds ter keuze van Ferroli Nederland B.V..
-
Herstel of vervanging van onderdelen heeft geen verlenging van de oorspronkelijke garantieperiode tot gevolg.
-
Indien Ferroli Nederland B.V. ter voldoening aan zijn garantieverplichtingen onderdelen/producten vervangt, worden de vervangen onderdelen/producten eigendom van de Ferroli Nederland B.V. en dienen betreffende onderdelen/producten zonder enige verandering en gevrijwaard tegen verdere beschadiging, op verlangen van Ferroli Nederland B.V. franco te worden retourgezonden naar Ferroli Nederland B.V. op te geven adres.
-
Aan Ferroli Nederland B.V. retourgezonden onderdelen moeten per onderdeel voorzien zijn van: a. naam, adres, telefoonnummer en/of emailadres. b. type toestel. c. serienummer van het toestel. d. klachtomschrijving (niet alleen defect of iets dergelijks) e. het aanleveren van correspondentie die al eerder is geweest met opdrachtgever.
-
De retourgezonden onderdelen worden, indien blijkt dat deze op een zodanige manier defect zijn dat deze niet voldoen aan de garantievoorwaarden, daardoor eigendom van Ferroli Nederland B.V.. Dit is slechts anders wanneer bij het opsturen van de defecte onderdelen, door opdrachtgever duidelijk schriftelijk wordt aangegeven dat opdrachtgever de defecte onderdelen retour wil ontvangen. Heeft Ferroli Nederland B.V. eigendom verkregen met betrekking tot defecte onderdelen, dan is Ferroli Nederland B.V. gerechtigd om deze te vernietigen.
-
Ferroli Nederland B.V. is niet tot enige verplichting ingevolge hierboven omschreven garantie bepalingen gehouden, indien en zolang opdrachtgever niet aan zijn verplichtingen uit enige met Ferroli Nederland B.V. tot stand gekomen overeenkomst voldoet, waaronder begrepen het niet nakomen van opdrachtgevers betalingsverplichting, van voorafgaande of op de betreffende transactie betrekking hebbende, of latere leveranties.
-
Garantie uitsluiting:
- Voorrijkosten
- Arbeidsloon
- Verzendkosten
- Transportkosten
- Administratiekosten
- Verblijfskosten
- Secundaire schade zoals brandschade, bedrijfsschade, waterschade of lichamelijk letsel.
- Ondeskundig, onoordeelkundig en/of een ander dan normaal gebruik.
- Normale slijtage.
-
Demontage- en montagekosten conform de geldende installatievoorschriften van het product zijn voor rekening van de opdrachtgever.
-
Voor de vervolgschade aan het Ferroli toestel, anders dan ter zake van een gebrek dat onder de boven omschreven garantie valt wordt door Ferroli Nederland B.V. niet ingestaan. Ferroli Nederland B.V. is jegens de gebruiker voorts niet aansprakelijk voor door de gebruiker geleden zuivere vermogensschade en/of bedrijfsschade van welke aard dan ook.
18. CE-MARKERING EN GASKEURLABELS
Conformiteitsverklaring:
Fabrikant: Ferroli S.p.A
De Ferroli cv-toestellen met de typeaanduiding: BlueSense 3, BlueSense 4, BlueSense 5
Voldoen aan de EEG richtlijnen:
- Gastoestellenrichtlijn (2009/142/EC)
- Rendementsrichtlijn (92/42/EEC).
- Laagspanningsrichtlijn voor elektrisch materiaal (2006/95/EC).
- Richtlijn inzake elektromagnetische compatibiliteit (2004/108/EC).
De volgende geharmoniseerde normen zijn gebruikt:
- Europese norm voor centrale verwarmingstoestellen (EN 15502-1, EN 15502-2-1)
Januari 2018
Aantekeningen
Garantie registreren: binnen 30 dagen na de inbedrijfstelling
U kunt de garantie registreren via internet op www.ferroli.nl.
Of vul de garantiekaart, op de achterzijde van deze handleiding, volledig in.
De ingevulde garantiekaart kunt u, a.u.b. binnen 30 dagen na de inbedrijfstelling, in een gesloten envelop sturen naar:
Ferroli Nederland BV
Antwoordnummer 238
4800 VB Breda
BELANGRIJKE GEGEVENS Ferroli BlueSense
TOESTELGEGEVENS
Toesteltype: BlueSense ....
Serienummer: .... L ....
Datum van inbedrijfstelling: ....
Installateur: plak hier de sticker met toesteltype en serienummer (zie binnenzijde van de mantel).
Eigenaar: in plaats van de sticker plakken, schrijf hierboven de toestelgegevens op.
Tegen de onderkant van het toestel bevindt zich deze of een gelijksoortige sticker met de belangrijkste toestelgegevens.
Lees de toestelcode uit met een goede Smartphone. Deze code is belangrijk voor service aangezien deze het type en serienummer van de betreffende ketel bevat.
Dit is het serienummer (letter L in het midden).
Toesteltype
BlueSense 432
∅T1R2IHH
Ser.n. 1109L00001
LEES INSTRUCTIES VOOR INSTALLATIE EN GEBRUIK


0461CM0988
Voorbeeld sticker
GEGEVENS INSTALLATEUR
Naam: ....
Straatnaam + huisnr.:
Postcode + woonplaats:
Handtekening installateur:
GEGEVENS ONDERHOUDSBEDRIJF
Naam: ....
Straatnaam + huisnr.:
Postcode + woonplaats:
Garantiekaart
U kunt de gegevens t.b.v. de garantie via internet registreren, zie www.ferroli.nl
U kunt ook deze garantiekaart, a.u.b. binnen 30 dagen na de inbedrijfstelling, in een gesloten envelop sturen naar: Ferroli Nederland BV, Antwoordnummer 238, 4800 VB Breda
Installatie adres:
Naam:
Straatnaam + huisnr: ____
Postcode + woonplaats: ____
Handtekening eigenaar:
Toestelgegevens:
Datum van inbedrijfstelling: ____
Installateur: plak hier de sticker met toesteltype en serienummer (zie binnenzijde van de mantel).
Eigenaar: in plaats van de sticker plakken, schrijf hieronder de toestelgegevens op.
Toesteltype:
Serienummer: L
Geleverd door (gegevens installateur):
Naam: ____
Straatnaam + huisnr: ____
Postcode + woonplaats: ____
Handtekening installateur:
2. INFORMATIEMENU
3. STORINGSMENU
4. WIS STORINGSHISTORIE
943109112
Met de onderste toetsen doorloopt u de lijst met instellingen.Zie volgende bladzijde voor de instellingenlijst.
Drukt u 1x kort op één van de bovenste toetsen, verschijnt de waarde van de betreffende instelling.
Druk nogmaals op één van de bovenste toetsen om de waarde van de instelling aan te passen.
Druk op 1 van de onderste toetsen om terug te gaan naar de lijst met instellingen.
Met de onderste toetsen doorloopt u de lijst met informatienummers.Zie volgende bladzijde voor de getoonde informatie.
Drukt u 1x kort op één van de bovenste toet- sen, verschijnt de waarde van het betref- fende informatienum-
- of +Druk op 1 van de onderste toetsen om terug te gaan naar de lijst met informatienummers.Adhi 
Met de onderste toetsen doorloopt u de lijst met storingsposities.H01 is de laatst opge- treden storing, H02 de voorlaatste, enz.
Drukt u 1x kort op één van de bovenste toet- sen, verschijnt de fout- code van de betreffende storinospositie.
- of +Druk op 1 van de onderste toetsen om terug te gaan naar de lijst met storingsposities.Als u 1x kort op reset drukt, ziet u het begin van het STORINGSMENU weer.
Ondersteinsteltoetser