Aqua1 Plus 160HT - Ketel FERROLI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Aqua1 Plus 160HT FERROLI in PDF-formaat.
| Type product | Warmwaterboiler |
| Merk | Ferroli |
| Model | Aqua1 Plus 160HT |
| Inhoud | 160 liter |
| Afmetingen (H x B x D) | 1500 x 500 x 500 mm |
| Gewicht | 45 kg |
| Brandstoftype | Aardgas |
| Aansluitwaarde (nominaal vermogen) | 24 kW |
| Voeding | 230 V / 50 Hz |
| Maximale waterdruk | 3 bar |
| Maximale watertemperatuur | 85 °C |
| Energieklasse | C |
| Materiaal binnenmantel | Staal met glasemaille bekleding |
| Materiaal buitenmantel | Geëmailleerd staal |
| Beveiligingen | Oververhittingsbeveiliging, vorstbeveiliging |
| Aansluitingen | Gasaansluiting, wateraansluiting (koud/warm) |
| Gemiddeld verbruik | Afhankelijk van gebruik, ca. 1,5 m³ gas per uur |
| Onderhoud | Jaarlijkse inspectie door erkende installateur |
| Garantie | 2 jaar |
| Geschikt voor | Centrale verwarming en warm water |
Veelgestelde vragen - Aqua1 Plus 160HT FERROLI
Gebruikersvragen over Aqua1 Plus 160HT FERROLI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Aqua1 Plus 160HT - FERROLI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Aqua1 Plus 160HT van het merk FERROLI.
GEBRUIKSAANWIJZING Aqua1 Plus 160HT FERROLI
Warmtepompboiler voor vloeropstelling

Gebruikers en installateurshandleiding
Inhoudsopgave
1 Introductie 3
1.1 GEACHTE KLANT 3
1.2 AANSPRAKELIJKHEID 3
1.3 AUTEURSRECHTEN 3
1.4 WERKINGSPRINCIPE.... 4
1.5 BESCHIKBARE VERSIES EN CONFIGURATIES 4
2 Vervoeren en uitpakken 5
3 Opbouw van de warmtepompboiler 6
4 Belangrijke informatie 8
4.1 CONFORMITEIT MET EUROPESE RICHTLIJNEN ...... 8
4.2 BESCHERMING DOOR DE BEHUIZING 8
4.3 BEPERKINGEN VAN HET GEBRUIK 8
4.4 HET GEBRUIKSDOEL VAN HET TOESTEL 8
4.5 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSREGELS 8
4.6 INFORMATIE OVER HET GEBRUIKTE KOELMIDDEL ..... 8
5 Installatie en aansluitingen 9
5.1 KEUZE VAN DE OPSTELPLAATS 9
5.2 VENTILATIE AANSLUITING 9
5.2.1 Koeling van de woning 11
5.3 OPSTELLEN EN AANSLUITEN VAN HET TOESTEL ..... 11
5.4 WATERLEIDINGEN AANSLUITEN 12
5.4.1 Aansluiten van de condens afvoer 13
5.5 AANSLUITEN VAN THERMISCHE ZONNE ENERGIE ... 14
5.6 ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN 14
5.6.1 Externe aansluitingen 14
5.7 ELEKTRISCH SCHEMA.... 15
6 Oplevering en eerste inbedrijfstelling .... 16
7 Bediening en gebruik.... 16
7.1 BEDIENINGSPANEEL 16
7.1.1 KNOPPEN EN SCHERM 16
7.1.2 Beschrijving van de regeling 17
7.1.3 Bediening door gebruiker 18
7.2 LIJST VAN INSTALLATEURS INSTELLINGENVOOR DE AQUA1 PLUS HT EN AQUA 1 PLUS LT 24
8 Onderhoud 28
8.1 RESETTEN VAN DE MAXIMAAL THERMOSTAAT ..... 28
8.2 INSPECTIES ELK KWARTAAL 28
8.3 JAARLIJKSE INSPECTIE 28
8.4 REININGEN LUCHT FILTER IN LT TOESTEL.... 29
8.5 MAGNESIUM ANODES 29
8.6 LEEG MAKEN VAN DE TANK 29
9 Fouten oplossen 29
10 Verwijderen en afvoeren 30
11 Garantie 30
11.1 GARANTIE 30
11.2 GARANTIE VOORWAARDEN 30
11.3 UITSLUITINGEN EN BEPERKINGEN.... 31
11.4 WETTELIJKE RECHTEN VOORBEHOUDEN 32
12 Service en technische assistentie 32
13 Productkaart 32
13.1 LEVERANCIER: 32
13.2 MODEL SERIE: 32
PRODUCT BESCHRIJVING 32
TOEGESPASTE NORMEN 32
PRODUCT GEGEVENS 33
1 Introductie
Deze installatie- en onderhoudshandleiding moet beschouwd worden als een integraal deel van de warmtepompboiler (hierna ook toestel genoemd).
De handleiding moet worden bewaard voor toekomstig gebruik tot de warmtepompboiler zelf is gedemonteerd. Deze handleiding is bedoeld voor zowel de gespecialiseerde installateur en onderhoudstechnicus als voor de eindgebruiker. De installatievoorschriften moeten worden nageleefd voor een correcte en veilige werking van het toestel even als de aanwijzingen voor gebruik en onderhoud die worden beschreven in deze handleiding.
Bij verkoop van het toestel of verandering van eigenaar moet de handleiding het toestel vergezellen naar zijn nieuwe bestemming.
Lees voordat u het toestel installeert en / of gebruikt deze handleiding zorgvuldig door en in het bijzonder hoofdstuk 4 met betrekking tot veiligheid.
De handleiding moet bij het toestel bewaard worden, hij moet in ieder geval altijd beschikbaar zijn voor gekwalificeerd personeel dat verantwoordelijk is voor de installatie en het onderhoud van het toestel.
De onderstaande symbolen worden in de handleiding gebruikt om snel de belangrijkste informatie te kunnen vinden:

Veiligheidsinformatie

Te volgen regels

Informatie en aanwijzigen
1.1 Geachte klant
Geachte klant,
Bedankt voor het kopen van dit product. Ons bedrijf heeft altijd veel aandacht aan het milieu ge- geven, daarom gebruiken wij bij de fabricage van onze producten, technieken en materialen met een lage milieubelasting. Wij produceren in over- eenstemming met richtlijnen: AEEA 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en RoHS 2011/65 /EU betreffende be- perking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur.
1.2 Aansprakelijkheid
Er is grondig op gecontroleerd dat deze handleiding en het toestel met elkaar overeenkomen. Het is echter nog steeds mogelijk dat afwijkingen voorkomen. Wij aanvaarden daarom geen aansprakelijkheid voor onvolledige overeenstemming.
Wij hebben een beleid van constante productontwikkeling en behouden ons het recht voor om specificaties van onze producten zonder berichtgeving vooraf te wijzigen. Wij aanvaarden dan ook geen aansprakelijkheid voor schade ontstaan door onjuistheden in deze handleiding.
De leverancier kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die toe te schrijven is aan verkeerd gebruik, oneigenlijk gebruik of als gevolg van ongeautoriseerde reparaties of aanpassingen.

Waarschuwing!: Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met lichamelij-ke of geestelijke beperkingen of door onervaren personen, als ze onder toe-zicht staan of geïnformeerd zijn over hoe dit product op een veilige manier gebruikt wordt en de potentiële gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mag alleen door kinderen uitgevoerd worden onder toezicht van volwassenen.
1.3 Auteursrechten
Deze gebruikersinstructie bevat informatie die door het auteursrecht is beschermd. Het is verboden deze gebruikersinstructie te fotokopiëren, te dupliceren, vertalen of vast te leggen op geheugenapparatuur, geheel of gedeeltelijk zonder voorafgaande toestemming van de leverancier.
Eventuele inbreuken zijn onderworpen aan de betaling van een vergoeding voor eventuele schade. Alle rechten zijn voorbehouden, inclusief die welke voortvloeien uit het afgeven van octrooien of de registratie van gebruiksmodellen.
1.4 Werkingsprincipe
De Aqua1 plus warmtepompboilers zijn in staat om warmwater voor huishoudelijk gebruik te produceren, hoofdzakelijk door middel van warmtepomptechnologie. Een warmtepomp is in staat om thermische energie over te brengen van een bron met lage temperatuur naar een andere met een hogere temperatuur en omgekeerd (via warmtewisselaars).
De warmtepompboiler heeft een kringloop met daarin een compressor, een verdamper, een condensor en een expansieventiel; er stroomt een koelmiddel in vloeistof of gasvorm door deze kringloop.
De compressor maakt een drukverschil waardoor een thermodynamische cyclus opgang gebracht wordt: door de onderdruk stroomt koelvloeistof in de verdamper, dit verdampt bij lage druk en lage temperatuur, de verdampende vloeistof neemt veel warmte op, het gas wordt daarna door de compressor opgezogen en gecomprimeerd en naar de condensor geperst waar het gas weer condenseert tot vloeistof bij een hoge druk en hoge temperatuur. De warmte die bij het verdampen opgenomen is komt bij het condenseren weer vrij. Na de condensor passeert de vloeistof het expansieventiel en ondergaat een grote drukdaling. Het stroomt weer de verdamper in en de cyclus begint opnieuw.

flowchart
graph TD
A["Condenser"] --> B["Tank"]
B --> C["Compressor"]
C --> D["Expansion ventiel"]
D --> E["Iucht"]
E --> F["Verdamper"]
F --> G["Ventilator"]
G --> H["Electrische warmte"]
G --> I["Duurzame warmte"]
H --> J["Warmwater"]
I --> J
J --> K["Koudwater"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#cfc,stroke:#333
style H fill:#fcc,stroke:#333
style I fill:#ffc,stroke:#333
style J fill:#fcc,stroke:#333
style K fill:#ffc,stroke:#333
De werking van de warmtepompboiler is als volgt (
Fig. 1):
I-II: Koelvloeistof stroomt de verdamper in gedreven door de onderdruk veroorzaakt door de compressor. De koelvloeistof verdampt in de verdamper en neemt tijdens het verdampen duurzame warmte op uit de luchtstroom. De luchtstroom wordt door de ventilator opgewekt. Warmte stroomt van de lucht door de vinnen en buiswan-
den van de verdamper naar de verdampende vloeistof in de buizen.
II-III: Het koelgas wordt aangezogen en samengeperst door de compressor, de druk verhoging veroorzaakt ook een temperatuurstijging. Door de hogere druk en temperatuur ontstaat een oververhitte damp.
III-IV: In de condensor koelt het gas af en condenseert tot vloeistof. De warmte die hier bij vrij komt stroomt via de buiswanden van de condensor en de wand van de tank naar het tapwater in de tank.
IV-I: De vloeistof passeert het expansieventiel en ondergaat dan een plotselinge druk en temperatuur daling naar de druk in de verdamper. Een klein deel van de vloeistof verdampt direct bij dit proces. Daarna herhaalt de cyclus zich.
1.5 Beschikbare versies en configuraties
Er zijn hoog temperatuur (HT) en laag temperatuur (LT) versies. Een HT toestel kan alleen met relatief hoge luchttemperaturen tot 4°C werken en een LT toestel werkt nog met lucht temperaturen tot -7°C. Beide versies zijn beschibaar in modellen met verschillende tank volumes. De HT is er met een 90, een 160, een 200 en een 260 liter tank. De LT is beschikbaar in een model met 200 liter en met 260 liter tank. Elke versie kan op zijn beurt verschillende configuraties hebben, afhankelijk van de integratie met andere verwarmingsbronnen (bijvoorbeeld thermische zonne-energie of PV).
| Model | Beschrijving configuratie |
| 90 HT | Hangende lucht-water warmtepomp-boiler voor de productie van sanitair warmwater, geschikt om te combineren met PV. |
| 160 HT200 HT260 HT | Staande lucht-water warmtepompboiler voor de productie van sanitair warmwa-ter, geschikt om te combineren met PV. |
| 200 LT260 LT | Staande lucht-water warmtepompboiler voor de productie van sanitair warmwa-ter, geschikt om te combineren met PV en voorzien van een aansluiting voor een thermisch zonne energiesysteem.Kan met lage luchttemperaturen werken. |
2 Vervoeren en uitpakken
Het toestel wordt geleverd in een kartonnen doos op een houten pallet(*).Het is met drie schroeven aan de pallet bevestigd. Gebruik een vork hef-truck of een palletwagen om het toestel uit te la-den: deze zou een laadvermogen van tenminste 250 kg moeten hebben. Het verpakte toestel moet indien mogelijk verticaal vervoerd worden. Over afstanden van enkele tientallen meters is horizontaal vervoer ook toegestaan mits dat uiterst voorzichtig geschied. Het toestel mag vooral niet schudden. Tijdens vervoer in een vrachtwagen moet het toestel gezekerd worden zodat het niet om kan vallen.
Om het gemakkelijker te maken om de bevestigingsschroeven los te maken, kan het verpakte toestel voorzichtig in horizontale positie worden gekanteld.
Het uitpakken moet zorgvuldig worden uitgevoerd om de behuizing van het toestel niet te beschadi-gen. Let vooral op als messen worden gebruikt bij het openen van de kartonnen verpakking. Contro-leer na het verwijderen van de verpakking het toestel op beschadigingen is. Bij twijfel, gebruik het toestel niet en neem contact op met Ferroli Nederland.
Conform de voorschriften voor milieubescherming moet u ervoor zorgen dat alle meegeleverde accessoires zijn verwijderd voordat u de verpakking weggooit.

WAARSCHUWING! Verpakkingsmaterialen (nietjes, piep- schuim, enz.) Mogen niet binnen het bereik van kinderen achter gelaten worden omdat ze gevaarlijk voor kinderen kunnen zijn.
Gedurende de gehele periode dat het toestel staat te wachten om te worden geïnstalleerd, is het raadzaam om het te beschermen tegen weersinvloeden.
(*)Opmerking: het type verpakking kan worden gewijzigd naar goeddunken van de fabrikant.


Posities tijdens vervoer.

Waarschuwing! In horizontale positie is het bovendeel van het toestel niet bestand tegen de sterke krachten die bij schudden of vallen kunnen ontstaan.

Waarschuwing: Het toestel mag alleen tijdens de laatste tientallen meters voorzichtig horizontaal vervoerd worden waarbij schudden vermeden moet worden. In horizontale toestand moet het bedieningsscherm aan de bovenkant zitten.
3 Opbouw van de warmtepompboiler
| 1 | warmtepomp |
| 2 | Besturingspaneel |
| 3 | Mantel van ABS. |
| 4 | Stalen tank, binnenin geëmailleerd volgens UNI norm (Inhoud: 160; 200; 260 liter). |
| 5 | Bovenste temperatuur sensor |
| 6 | Onderste temperatuur sensor |
| 7 | Koelmiddel bijvullen. |
| 8 | Ventilator voor toe en afvoer van lucht |
| 9 | Capillair voor HT toestellen en expansieventiel voor LT toestellen |
| 10 | Hoog rendement gevinde verdamper. |
| 11 | Lucht inlaat (∅ 160 mm). |
| 12 | Lucht uitlaat (∅ 160 mm). |
| 13 | Hermetisch gesloten rotary compressor. |
| 14 | Magnesium-anode. |
| 15 | Electrisch verwarmings-element(1.5 kW) |
| 16 | Condenser-gas-toevoerleiding |
| 17 | Condenser-vloeistof-afvoerleiding |
| 18 | Magnesium-anode (alleen 260 L modellen) |
| 19 | Warmwater uitlaat aansluiting(G 1"). |
| 20 | Recirculatie aansluiting (G 3/4"). |
| 21 | Toevoer aansluiting voor thermische zonne energie (G 1"1/4; 1 m2 wisselaar). Alleen LT. |
| 22 | Condensaat afvoer(G 1/2"). |
| 23 | Afvoer aansluiting voor thermische zonne energie (G 1"1/4; 1 m2 wisselaar). Alleen LT. |
| 24 | Koudwater inlaat aansluiting(G 1"). |
| 25 | 50 mm polyurethaan isolatie |
| 26 | Hogedruk schakelaar. Alleen LT modellen. |
| 27 | Lucht inlaat filter |
| 28 | 1⁄2"G aansluiting voor een dompelbuis voor een temperatuur sensor. Alleen LT modellen. |




(ISO): volgens ISO 2553:3
(EN): volgens EN 16147:2011
(EU): volgens EU 812/2013
(1): omgeving = 15°C, B.S. /12°C B.U. . Start temperatuur water = 10°C
(2): gebruiks temperatuur 40°C. koudwater inlaat 10°C
4 Belangrijke informatie
4.1 Conformiteit met Europese richtlijnen
De warmtepompboiler is een toestel bedoeld voor huishoudelijk gebruik en heeft overeenstemming met de volgende Europese richtlijnen:
- Richtlijn 2011/65 /EU betreffende de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (RoHS);
- Richtlijn 2014/30/EU - Elektromagnetische compatibiliteit (EMC);
- Richtlijn 2014/35/EU - laagspanningsrichtlijn (LVD);
- RICHTLIJN 2009/125/EU betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen betreffende ecologisch ontwerp voor energie gerelateerde producten
- RICHTLIJN 2010/30/EU betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaard productinformatie van energie gerelateerde producten.
4.2 Bescherming door de behuizing
De beschermingsgraad door de behuizing is gelijk aan: IPX4.
4.3 Beperkingen van het gebruik

WAARSCHUWING!: Dit toestel is niet ontworpen, noch bedoeld voor toe-passing in een explosiegevaarlijke omgeving (volgens ATEX-normen) of als een IP-niveau gevraagd wordt dat hoger is dan dat van het toestel of in toepassingen die een hoge veiligheid eisen (hoge fout tolerantie, faalveilig) of in elke ander verband waarin het slecht functioneren van een toestel kan leiden tot de dood of letsel aan mensen of dieren of tot ernstige schade aan objecten of het milieu.

Let op: Wanneer een storing schade kan veroorzaken (aan mensen, dieren of goederen), is het noodzakelijk om een afzonderlijk werkend controle-systeem met alarmfuncties te installeren om dergelijke schade te voorkomen. Bovendien moet bij storing een reserve toestel beschikbaar zijn.
4.4 Het gebruiksdoel van het toestel
Het bovengenoemde toestel is uitsluitend bedoeld voor de verwarming van sanitair warm water binnen de voorziene grenzen van het gebruik. Hiervoor moet het worden aangesloten op het drinkwaterleidingnet en op het elektriciteitsnet.

Let op!: De fabrikant kan in geen geval aansprakelijk worden gesteld wanneer de apparatuur wordt gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor deze is ontworpen of wanneer sprake is van installatie- fouten of verkeerd gebruik van het toestel.

WAARSCHUWING! Het is verboden om het toestel voor andere doeleinden te gebruiken dan waarvoor het is bedoeld. Elk ander gebruik moet als oneigenlijk worden beschouwd en is daarom niet toegestaan

Let op!: Tijdens de ontwerp- en bouw fase van de installatie moeten de huidige lokale regels en bepalingen worden nageleefd.
4.5 Belangrijke veiligheidsregels
- Het toestel mag alleen door volwassenen worden gebruikt;
- Open of demonteer het toestel niet wanneer dit op de netspanning is aangesloten;
- Raak het toestel niet aan met natte of vochtige lichaamsdelen als u blootsvoets bent;
- Begiet of besproei het toestel niet met water;
- Ga niet op het toestel staan of zitten, laat niets op het toestel rusten.
4.6 Informatie over het gebruikte koelmiddel
Dit toestel bevat gefluoreerd broeikasgas dat is opgenomen in het Kyotoprotocol. Laat dergelijk gas niet in de lucht wegstromen.
Koelmiddeltype: HFC-R134a.

Let op!: Onderhouds- en verwijderings- handelingen aan het koelcircuit mo- gen alleen door gekwalificeerd perso- neel met STEK erkenning worden uitge- voerd.
5 Installatie en aansluitingen

WAARSCHUWING! Installatie, inbedrijf- stelling en onderhoud van het toestel moeten worden uitgevoerd door ge- kwalificeerd en geautoriseerd perso- neel. Probeer het toestel niet zelf te in- stalleren.
5.1 Keuze van de opstelplaats
Het toestel moet op een geschikte plek worden geïnstalleerd, zodat normaal gebruik, aanpassen van instellingen en normaal en bijzonder onderhoud mogelijk is.
Het is daarom belangrijk om rekening te houden met voldoende werkruimte rondom het toestel, houdt tenminste de afmetingen aan die in figuur 2 en de tabel hieronder aangegeven zijn.


Fig. 2 – Minimum werk ruimte
| Alle modellen | X1 X2 X3 Y1 | |||
| mm | Mm mm | mm | ||
| 650 | 650 | 200 | 300 | |
Bovendien moet de opstellingsruimte:
• Voldoende water- en stroomtoevoer hebben
- Aansluitmogelijkheid voor condensafvoer hebben
- Water afvoer hebben, voor het geval dat de overdruk beveiligingsklep opent of bij leiding breuk of bij lekkage van het toestel.
• Voldoende verlicht zijn.
- Een inhoud van tenminste 20 m3 hebben.
• Vorstvrij en droog zijn.
• Voldoende geventileerd zijn.
- De vloer waarop het toestel geplaatst wordt moet het gewicht van het toestel kunnen dragen.

WAARSCHUWING! Om het optreden van mechanische trillingen te voorkomen, dient u de apparatuur niet op houten vloerplaten te plaatsen (bijvoorbeeld houten zolders).
5.2 Ventilatie aansluiting
De warmtepomp heeft voldoende lucht toe- en afvoer nodig voor een correcte werking. Het is daarom nodig om een luchtkanaal te maken zoals aangegeven in de volgende afbeelding (Fig. 3).

Fig. 3 – Voorbeeld van en luchtafvoer constructie
Een alternatieve oplossing wordt aangegeven in de volgende afbeelding (Fig. 4 en Fig. 5): deze bestaat uit een tweede kanaal dat lucht van buiten naar binnen zuigt in plaats van rechtstreeks van binnenuit het pand.

Fig. 4 – Voorbeeld 2 pijps aansluiting

Fig. 5 – Voorbeeld aansluiting 2 pijps aan de achterkant (optie)
Om voor een voldoende grote luchtstroom voor de warmtepomp te zorgen, moeten de in paragraaf 5.1 aangegeven maten worden gerespecteerd.
Voer de installatie van het lucht afvoerkanaal uit en zorg ervoor dat:
- Het gewicht hiervan geen nadelige invloed op het toestel heeft;
- Onderhoudswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd;
- Er voorkomen wordt dat voorwerpen of stoffen of schadelijke vloeistoffen of gassen in de warmtepomp kunnen komen. Plaats roosters.
- De totale buis lengte niet langer is dan 6 meter (inclusief 2 bochten van 90°).
- De maximale drukval over alle componenten van het leidingsysteem, inclusief doorgaande gaten voor montage op de buitenmuur, niet groter is dan 200 Pa.

Tijdens bedrijf zal de warmtepomp de temperatuur in de opstellingsruimte verlagen als de afvoer naar buiten niet wordt aangesloten.

Er moet een geschikt beveiligingsrooster worden geïnstalleerd in de piip die luch naar buiten transporteert om te voorkomen dat vreemde voorwerpen het toe stel kunnen binnendringen. Om prestatie ver-
lies van het toestel te voorkomen, moet een rooster gekozen worden dat een laag drukverlies heeft.

Om condensaat vorming op de luchtafvoer buizen te voorkomen moeten deze met dampdicht isolatiemateriaal van voldoende dikte worden bekleed.

Als dit nodig wordt geacht om stromingsgeluid te voorkomen, kunnen geluiddempers worden gemonteerd.
Monteer de leidingen, de muurdoorvoeren en de aansluitingen op de warmtepomp met trillingsdempingsystemen.

WAARSCHUWING! de gelijktijdige werking van een open verbrandingstoestel (bijvoorbeeld een open haard) samen met de warmtepomp in de zelfde of met elkaar in verbindingstaande ruimtes kan een gevaarlijke drukverlaging in deze ruimtes veroorzaken, waardoor rookgassen terugstromen naar de opstel ruimte van het verbrandingstoestel en dodelijke concentraties giftige gassen kunnen ontstaan.
Gebruik de warmtepomp niet samen met een open verbrandingstoestel. Gebruik alleen (goedgekeurde) gesloten verbrandingstoestellen die aangesloten zijn op een afzonderlijke kanalen voor toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rookgassen.
Houd de deuren naar de opstel ruimte van het verbrandingstoestel hermetisch afgesloten zodat geen lucht transport naar bewoonde ruimtes mogelijk is.
5.2.1 Koeling van de woning
De warmtepomp veroorzaakt een duidelijk merkbare verlaging van de temperatuur van afgevoerde lucht.
Behalve dat de afvoer lucht kouder is dan de omgevingslucht, wordt de afvoerlucht ook volledig ontvochtigd; daarom is het mogelijk om in de zomer met deze lucht een of meer kamers in de woning te koelen.
De installatie bestaat dan uit het splitsen van de afvoerpijp en het aanbrengen van twee kleppen ("A" en "B") met als doel de luchtstroom naar binnen (Fig. 5a) of naar buiten (Fig. 5b) te leiden.


5.3 Opstellen en aansluiten van het toestel
Het apparaat moet op een stabiel, vlak vloerop- pervlak worden geplaatst dat niet aan trillingen onderhevig is.

Zie onderstaande tabel voor de maten.
| el warmtepomp boiler (maten in mm) | |||||||
| 160HT 200HT | 260HT 200LT 260LT | ||||||
| ∅A | 650 | 650 | 650 | 650 | 650 | ||
| B | 1504 | 1714 | 2000 | 1714 | 2000 | ||
| ∅C | 600 | 600 | 600 | 600 | 600 | ||
| ∅D | 160 | 160 | 160 | 160 | 160 | ||
| E | 891 | 1101 | 1391 | 1101 | 1391 | ||
| G | 670 | 795 | 1085 | 795 | 1085 | ||
| I | 590 | 860 | |||||
| J | 275 | 275 | |||||
| K | 70 | 70 | 70 | 70 | 70 | ||
| L | 150 | 150 | 150 | 150 | |||
| M | 380 | 380 | 380 | 380 | 380 | ||
| N | 195 | 195 | 195 | 195 | 195 | ||
| O | 337.5 | 337.5 | 337.5 | 337.5 | 337.5 | ||
| ∅P | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 | ||
| Q | 535 | 560 | 850 | 560 | 850 | ||
(*) deze aansluitingen zijn alleen bij LT uitvoeringen aanwezig.

Let op: De waterhardheid zou niet minder dan dan 6,5 °Dh en niet meer dan 14 °Dh moeten bedragen. Bij hogere hardheid wordt geadviseerd om waterontharding toe te passen. Met ontharding mag de hardheid niet minder dan 8,5 °Dh bedragen.
5.4 Waterleidingen aansluiten
Verbind de waterleidingen met de juiste aansluitingen (zie Fig. 7)
De onderstaande tabel toont de afmetingen van de aansluitingen in duimse maten (inches).
| Pos. | Beschrijving | Aansluiting |
| 1 | Koudwater inlaat | G 1" |
| 2 | Warmwater uitlaat | G 1" |
| 3 | Condensafvoer | G 1⁄2" |
| 4 | Recirculatie retour | G 3⁄4" |
| 5 | Aansluiting zonne energie (alleen 200 en 260 LT) | G 1"1/4 |
| 6 | montage dompelbuis temperatuursensor | 1⁄2"G |

Fig. 7 – Waterzijdige aansluitingen
Figuur 8 hieronder, geeft een voorbeeld van een waterzijdig aansluitschema

flowchart
graph TD
A["① koudwater inlaat"] --> B["② afsluit kraan"]
B --> C["③ aftapkraan"]
C --> D["④ warmtepomp"]
D --> E["⑤ Recirculatiepomp"]
E --> F["⑥ terugslagklep"]
F --> G["⑦"]
G --> H["⑧"]
H --> I["⑨"]
I --> J["⑩"]
J --> K["⑪"]
K --> L["⑬ en ⑭ zitten standaard in een inlaat combinatie"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style D fill:#f9f,stroke:#333
style E fill:#f9f,stroke:#333
style F fill:#f9f,stroke:#333
style G fill:#f9f,stroke:#333
style H fill:#f9f,stroke:#333
style I fill:#f9f,stroke:#333
style J fill:#f9f,stroke:#333
style K fill:#f9f,stroke:#333
style L fill:#f9f,stroke:#333

- Ontlastklep; 2. Terugslagklep; 3. Afsluiter.
- Beproeving aansluiting; 5. Trechter;
- Stroomrichting.
Fig. 8a - Inlaat combinatie

Let op: Zorg dat er bij montage geen vuil in de leidingen achter blijft, spoel goed door alvorens het toestel aan te sluiten.

Let op: Een deugdelijke terugslagklep en een 8 bar veiligheidsklep met overstort zijn verplicht, ze zitten standaard in een inlaat combinatie (Fig. 8a).

Let op: De veiligheidsklep moet regelmatig op goede werking worden gecontroleerd (Fig. 8a)

Let op.: De afvoerpijp die is aangesloten op de overstort van de inlaat combinatie, moet aflopend naar beneden worden geïnstalleerd en op een plaats waar deze is beschermd tegen bevriezing. De afvoer naar het riool moet met een sifon uitgevoerd worden.(Fig. 8a)

Let op: De warmtepomp kan water maken dat warmer is dan 60°C, dit kan brandwonden veroorzaken. Zorg dat u niet onbeschermd met dit hete water in contact komt.
5.4.1 Aansluiten van de condens afvoer
Condensaat dat ontstaat door de werking van de warmtepomp stroomt door een buis die door het isolatieschuim loopt en aan de zijkant naar buitenkomt. De aansluiting is G 1/2 ", hierop moet een afvoerleiding aangesloten worden die via een sifon op de riolering loost. Zie figuura 9a.

Fig. 9a – Voorbeeld condensafvoer aansluiting
5.5 Aansluiten van thermische zonne energie
De volgende afbeelding (Fig. 10) toont een aansluit-schema van een thermisch zonne-energiesysteem

flowchart
graph TD
1 --> 2
2 --> 3
3 --> 4
4 --> 5
5 --> 6
6 --> 7
7 --> Y
9 --> 8
5 --> 9
9 --> 8
1 koudwater in
2 Zonne energie pomp. sturing en accesores
3 Zonne collector
4 warmtepomp
5 Recirculatie pomp
6 Terugslag klep
7 Aftapkraan
8 Zonne energie spiraal
9 warmwater uitlaat
Fig. 10 – Voorbeeld aansluitschema zonne energie
5.6 Elektrische aansluitingen
Het toestel wordt geleverd met een flexibele net voedingskabel met aangegoten stekker. De stekker moet in een stopcontact geplaatst worden dat voorzien is van randaarde. Zie (Fig. 11 en Fig. 12).

Let op! De stroomvoorziening waarmee het toestel wordt verbonden, moet worden beschermd door een geschikte aardlekschakelaar die voldoet aan de norm IEC 60364-4-41.

Fig. 11 -Stopcontact met randaarde

Fig. 12 – kabel met aangego-
ten stekker
5.6.1 Externe aansluitingen
Het toestel is ontworpen om te worden aangesloten op andere externe energiesystemen zoals fotovoltaïsche (PV) en thermische zonne-energiesystemen.
De besturingsautomaat heeft twee schakel ingangen met de volgende functies:
- Ingang 1: Aansluiting thermisch zonne-energie systeem. Wanneer de klemmen 30 en 31 (kabel: bruin / geel) worden doorverbonden en de watertemperatuur gemeten met de bovenste sensor (sensor1) hoger is dan ingesteld op SP8 (40°C). stopt de warmtepomp en wordt het water opgewarmd door de zonnepanelen; de warmtepomp start opnieuw wanneer het contact wordt geopend en de tijd ingesteld door C13 (20 minuten) is verstreken of onmiddellijk als de onderste temperatuur sensor lager dan SP8 meet.
- Ingang 2: Aansluiting PV-systeem: Wanneer de klemmen 31 en 32 (kabel: groen / wit) worden doorverbonden dan wordt de PV regeling actief. Er zijn twee instellingen (set points) die de werking van de PV schakelaar bepalen. Dat zijn SP5 en SP6. Ze hebben standaard een waarde (60 °C) die hoger is dan de streef temperatuur van 55 °C die is ingesteld met SP1 of SP2.
Bij gesloten PV schakelaar is SP5 de temperatuur waarop de warmtepomp uitschakelt en waarop tegelijk het verwarmingselement inschakelt. Instelling SP6 is de temperatuur waarop het verwarmingselement dan weer uitschakelt. De tank temperatuur moet dan met de ingestelde hysterese (standaard 7°) dalen voordat het elektrisch element weer wordt ingeschakeld.
Als SP5 en SP6 de zelfde waarde hebben, bijvoorbeeld de standaard waarde van 60°C, dan gaat de warmtepomp wel uit, maar wordt het elektrisch element niet ingeschakeld. Om het elektrisch element in te laten schakelen zou SP6 op een hogere waarde, bijvoorbeeld 70°C gezet moeten worden.
5.6.1.1 Kabel voor externe aansluitingen
Er is een vierdraadskabel, 1 m lang opgerold, opgebonden en opgeborgen achter de zwarte man-tel van de warmtepomp. De kabel kan uitgerold worden. De kabel bevat vier draden; wit, groen, geel en bruin. Op de gele en de bruine kan het thermische zonne energie systeem aangesloten worden. Op de witte en de groene kan het PV sys-
teem aangesloten worden. Zie ook onderstaande figuren 13, 13a en 14.


De kabel is te bereiken door het bovenste deksel van de warmtepomp te verwijderen. De kabel kan naar buitengebracht worden door de daarvoor aangebrachte opening in de opstaande rand naast de doorvoer van de netvoedingskabel. Zie figuur 14.

Opmerking: Het ontdooi element is alleen in de 200 LT en de 260 LT aanwezig en bestaat uit een klep die bij opening heet koel gas uit de compressor in de verdamper laat stromen.
6 Oplevering en eerste inbedrijfstelling

Waarschuwing! Controleer of de veiligheidsaarding goed is aangesloten

Waarschuwing! Controleer of de netspanning overeenkomt met de opgave op de typeplaat
De eerste inbedrijfstelling dient als volgt uitgevoerd te worden:
- Vul de boiler met koud water via de koudwater inlaat en controleer alle verbindingen op lekkage.
- De waterdruk mag maximaal 8 bar bedragen.
- Controleer de werking van het overdruk ventiel, (aan de knop draaien tot er water uit komt).
- Steek de stekker in het stopcontact.
- Als het toestel in de rust toestand staat (dan brandt alleen dit kleine symbooltje op het scherm), druk dan op de knop om het toestel in werking te zetten.
- Als het toestel geactiveerd is en er zijn nog geen instellingen aangepast (fabrieks-instelling) dan start het in de "ECO" mode.
7 Bediening en gebruik
Het toestel is via een scherm en toetsen te bedienen. De volgende handelingen kunnen worden verricht:
- Instelling van de werkingsmode;
- Aanpassen van de instellingen.
- Weergeven en oplossen van fouten
- Uit lezen van temperaturen, bedrijfsuren en fout historie.

Hierna wordt met "start" het omschake len van de rust toestand (als alleen het rust symbool brandt) naar bedrijfstoestand bedoeld. Met "uitschakelen" wordt het omgekeerde bedoeld. Het schakelen gaat door op de "rust knop" te drukken.
7.1 Bedieningspaneel
Zie (Fig. 16) afgebeeld is het scherm en daaronder de volgende knoppen:
- Rust (stand-by) knop;
- Instel (set) knop;
- Omlaag knop;
- Omhoog knop.

Fig. 16 - Bedieningspaneel
7.1.1 KNOPPEN EN SCHERM
7.1.1.1 De rust knop (stand-by)
Met deze knop is het mogelijk om:
- Het toestel aan te zetten (vanuit de rust stand);
- Het toestel in de rust stand te zetten (in de rust toestand kan het toestel zich zelf aan zetten om zich tegen bevriezing te beschermenen).

Als het toestel uit rust aangezet wordt dan verschijnt kort op het scherm de toestand waarin het was voor dat de ruststand werd ingeschakeld.
7.1.1.2 De instel knop set
Met deze knop is het mogelijk om:
- Nieuwe instellingen te bevestigen.
7.1.1.3 De omhoog knop
Met deze knop is het mogelijk om:
- Door de instellingen lijst omhoog te bewegen;
- De waarde van de instelling te verhogen.
7.1.1.4 De omlaag knop
Met deze knop is het mogelijk om:
- Door de instellingen lijst omlaag te bewegen;
- De waarde van de instelling te verlagen.
7.1.1.5 Het bedieningsscherm
Op het bedieningsscherm wordt de volgende informatie gegeven (Fig. 17):
- Temperaturen;
- Fout codes;
• Toestandsinformatie; - Instellingen.
Fig. 17 – Het bedieningsscherm | ||
| Compressor LED | Als deze led continu brandt dan werkt de compressor. De led knippert wanneer:De wachttijd voor het inscha-kelen van de compressor aan het verstrijken is.De streef temperatuur (het setpoint) aangepast wordt; | |
| Ontdooi led | Als deze led brandt dan wordt de verdamper ontdooid. | |
| elektrisch element led | Als de led brandt dan is het elek-trisch element aan. | |
| ventilator led | Als de led brandt dan is de venti-lator aan. | |
| Onderhoud led | Als deze led brandt dan moet het lucht filter (indien aanwezig) gereinigd worden. | |
| Storings LED | Als de led brandt dan is een fout aanwezig. Zie fouten lijst in deze handleiding. | |
| Graden Celsius LED | Als deze led brandt dan wordt de temperatuur in graden Celsius weer gegeven. | |
| Graden Fahrenheit LED | Als deze led brandt dan wordt de temperatuur in graden Fah-renheit weer gegeven. | |
| Rust stand aan (stand-by) LED | Als deze led brandt dan is het toestel in de rust stand.Als de led knippert dan is het toestel handmalig aan of uit ge-schakeld terwijl het klok pro-gramma actief is. | |
| Wordt niet gebruikt | ||
7.1.1.6 Berichten op het scherm
| Loc | De knoppen zijn vergrendeld. |
| dEFr | Het toestel is de verdamper aan het ontdooien en het accepteert nu geen andere opdrachten. |
| Anti | Er wordt een "Anti-Legionella" ontsmetting uitgevoerd. |
| ObSt | Het toestel warmt de tank zo snel als mogelijk op ("Overboost"). Met warmtepomp en elektrisch element. |
| ECO | Het toestel gebruikt zo weinig mogelijk stroom om het water op te warmen ("Economy"). Alleen met warmtepomp. |
| Auto | Het toestel levert comfortabel warmwater ("Automatic") met warmtepomp en elektrisch element. |
7.1.2 Beschrijving van de regeling
7.1.2.1 Werkingstoestanden
Het toestel kan in een van de volgende toestanden werken:
• AUTO
In deze toestand is instelling SP2 (standaard 55°C) de streef temperatuur. Zowel de warmtepomp als het elektrisch element worden gebruikt om het water op te warmen. Het elektrisch element stopt als de bovenste sensor hoger meet dan SP2 en de warmtepomp stopt als de onderste sensor hoger meet dan SP2. Bij weining water gebruik verwarmt zo alleen de warmtepomp, bij veel watergebruik werken beide verwarmers.
• ECO
In deze toestand is instelling SP1 (standaard 55°C) de streef temperatuur. Het water wordt alleen door de warmtepomp verwarmd. Het elektrisch element wordt niet gebruikt. De warmtepomp stopt als de onderste sensor hoger meet dan SP1. Door alleen met de warmtepomp te verwarmen wordt veel energie bespaard, maar duurt het wel langer voor het water opgewarmd is.
• OVERBOOST
Deze toestand kan alleen geactiveerd worden als de bovenste sensor lager dan 40°C meet. Nu worden beide verwarmers aangezet om het water zo snel als mogelijk op te warmen. Als Overboost geactiveerd is van uit ECO dan is SP1 de streef temperatuur en als Overboost geactiveerd is vanuit AUTO dan is SP2 de streef temperatuur. Als de tank op temperatuur is
dan wordt Overboost beëindigd en keert de regeling terug naar de toestand vanwaaruit Overboost geactiveerd werd.
• ANTI-LEGIONELLA
In deze toestand wordt de tank met het elektrisch element zover opgewarmd, (70°C,) dat de warmte alle bacteriën dood. De behandeling wordt met vaste tijdsintervallen uitgevoerd. Standaard elke 30 dagen, maar het interval kan van 0 tot 99 dagen ingesteld worden.
- ONTDOOIEN
In de ze toestand worden ijsdeeltjes die de luchtstroom door de verdamper belemmeren verwijderd. Ontdooien wordt automatisch aangezet als de lucht temperatuur laag is.

Het toestel wordt door de fabriek in de ECO toestand afgeleverd met een ge- wenste water temperatuur van 55°C. Het toestel levert zo een prima warmwater voorziening waarbij zo weinig mogelijk stroom wordt gebruikt. In vergelijking met een elektrische boiler wordt 70% op elektri- citeit bespaard.
7.1.3 Bediening door gebruiker
7.1.3.1 Handmatig aan en uitzetten.
- Druk 1 seconde op de knop: De rust stand led wordt nu aan of uitgeschakeld. Alle andere schermverlichting gaat uit als de led aan gaat.
- Het toestel kan ook per weekdag automatisch op een bepaald tijdstip aan- of uitgeschakeld worden. De schakelmomenten worden door de parameters HOn en HOF bepaald, zie (paragraaf 7.1.3.6).

Handmatig schakelen heeft een hogere prioriteit dan automatisch schakelen.

Als de knoppen geblokkeerd zijn, of als dringende actie is vereist (b.v. ontdocin) dan reageert de besturing niet op het indrukken van de knoppen.

Elke keer dat het toestel aangezet wordt worden een aantal interne controles uitgevoerd, voordat de compressor in werking gesteld wordt. In de wachttijd van ongeveer 5 minuten knippert de groene compressor led . Als de controles verricht zijn dan blijf de led continu branden, wat aangeeft dat de compressor in bedrijf is.
7.1.3.2 AUTO, ECO of OVERBOOST instellen
7.1.3.2.1 Instellen van AUTO
Voer de volgende handelingen uit om AUTO handmatig in te stellen:
- Controleer of de toetsen niet geblokkeerd zijn :
- Druk kort op de knop. Gedurende 3 seconden verschijnt de huidige instelling: "Eco" of "Auto" of "ObSt". Als er geen "Auto" staat ga dan als onderstaand verder.
- Druk langer dan 1 seconde op de 📌 knop en er verschijnt een knipperende "Auto". Als er een knipperende "ObSt" op het scherm staat laat dan de knop even los en druk hem opnieuw in om een knipperende "Auto" te krijgen. In plaats van ▼ kan ook op ▲ gedrukt worden.
- Druk op de set knop om de wijziging naar "Auto" te bevestigen en de procedure te verlaten.
- Door op de knop te drukken wordt de procedure verlaten zonder iets te wijzigen.
7.1.3.2.2 Instellen van ECO
Voer de volgende handelingen uit om ECO handmatig in te stellen:
- Controleer of de toetsen niet geblokkeerd zijn;
- Druk kort op de knop. Gedurende 3 seconden verschijnt de huidige instelling: "Eco" of "Auto" of "ObSt". Als er geen "Eco" staat ga dan als onderstaand verder.
- Druk langer dan 1 seconde op de knop en er verschijnt een knipperende "Eco". Als er een knipperende "ObSt" op het scherm staat laat dan de knop even los en druk hem opnieuw in om een knipperende "Eco" te krijgen. In plaats van kan ook op gedrukt worden.
- Druk op de set knop om de wijziging naar "Eco" te bevestigen en de procedure te verla- ten.
- Door op de ☐ knop te drukken wordt de procedure verlaten zonder iets te wijzigen.
7.1.3.2.3 Instellen van OVERBOOST
Overboost kan alleen ingesteld worden als de bo- venste temperatuur sensor lager dan 40°C meet!
Voer de volgende handelingen uit om Overboost handmatig in te stellen:
- Controleer of de toetsen niet geblokkeerd zijn;
- Druk kort op de knop. Gedurende 3 seconden verschijnt de huidige instelling: "Eco" of "Auto" of "ObSt". Als er geen "Obst" staat ga dan als onderstaand verder.
-
Druk langer dan 1 seconde op de knop en er verschijnt een knipperende "Auto" of "Eco". Laat dan de knop even los en druk hem opnieuw in, herhaal dit tot een knipperende "ObSt" verschijnt.
-
Druk op de 165 op om de wijziging naar "ObSt" te bevestigen en de procedure te verlaten.
- Door op de ☐ knop te drukken wordt de procedure verlaten zonder iets te wijzigen.
7.1.3.3 Knoppen ver- en ontgrendelen
Voer de volgende handelingen uit om de werking van de knoppen te blokkeren:
- Controleer of er geen dringende actie uitgevoerd wordt;
- Houd de enhe knoppen tegelijk 1 seconde ingedrukt: Er verschijnt kort "Loc" op het scherm.
Als de knoppen vergrendeld zijn dan kunnen geen instellingen veranderd worden, er verschijnt dan "Loc" op het scherm. Maar opvragen van streef temperaturen kan nog wel.
Voer de volgende handelingen uit om de vergrendeling op te heffen:
- Houd de de knoppen tegelijk 1 seconde ingedrukt: Er verschijnt kort "UnL" op het scherm.
7.1.3.4 Temperatuur voor ECO instellen (SP1)
- Controleer of de toetsen niet geblokkeerd zijn,;
- Druk kort op de set knop: er verschijnt "SP1" op het scherm;
- Druk nogmaals kort op de set knop: het compressor LED begint te knipperen en de huidige waarde van instelling SP1 verschijnt.
- Druk binnen 15 seconden op de ▲ of de knoppen om de waarde aan te passen;
- Druk kort op de knis. Op het scherm verschijnt weer SP1, de nieuwe waarde is opgeslagen en het compressor LED stopt met knipperen;
- Druk kort op de knop om de procedure te verlaten.
- Als 15 seconden geen knoppen worden ingedrukt na het aanpassen van de instelling dan wordt de nieuwe waarde ook opgeslagen en de procedure beëindigd.
7.1.3.5 Temperatuur voor AUTO instellen (SP2)
- Controleer of de toetsen niet geblokkeerd zijn;
- Druk kort op de set knop: er verschijnt "SP1" op het scherm;
- Druk op de ▲ of de ▼ knop totdat "SP2" op het scherm staat;
- Druk nogmaals kort op de knipper het compressor LED begint te knipperen en de huidige waarde van instelling SP2 verschijnt.
• Druk binnen 15 seconden op de of de
knoppen om de waarde aan te passen;
- Druk kort op de knip. Op het scherm verschijnt weer SP2, de nieuwe waarde is opgeslagen en het compressor LED stopt met knipperen;
- Druk kort op de knop om de procedure te verlaten.
- Als 15 seconden geen knoppen worden ingedrukt na het aanpassen van de instelling dan wordt de nieuwe waarde ook opgeslagen en de procedure beeindigd.

7.1.3.6 Instellen van de schakelklok

Let op! Voordat de schakeltijden van de schakelklok worden ingesteld moeten eerst de weekdag en de tijd ingesteld worden. Zie par. 7.1.3.14
Begin als volgt:
- Controleer of de toetsen niet geblokkeerd zijn;;
- Druk kort op de set knop: er verschijnt "SP1" op het scherm;
Om de schakelmomenten in te stellen:
- Druk op de 📁 of de 📋 knop totdat: "HOn1" (eerste inschakeltijdstip) of "HOf1" (eerste uitschakeltijdstip) of "HOn2" (tweede inschakeltijdstip) of "HOf2" (tweede uitschakeltijdstip) of op het scherm staat;
• Druk nogmaals kort op de knisb;
- Druk binnen 15 seconden op de of de knoppen om de waarde aan te passen;
- Druk nogmaals kort de knop of druk 15 seconden lang op geen enkele knop. De nieuwe waarde wordt opgeslagen en de procedure beëindig.
Doe het volgende om een schakeling op een bepaalde weekdag uit te laten voeren:
- Wacht 15 seconden zodat de standaard bedrijfsinformatie getoond wordt.
- Druk kort op de set knop. Er verschijnt "SP1" op het scherm;
-
Druk op de of de knop tõrdat "Hd1" of "Hd2...7" op het scherm staat; Hd1 is de instelling voor maandag en Hd2...7 voor dinsdag tot zondag.
-
Druk kort op de kmb en stel daarna de waarde met de af de knappen in. Er is keuze uit 1 of 2. Bij 1 wordt de eerste schakeling volgens "HOn1" en "HOf1" uitgevoerd en bij selectie van 2 wordt de tweede schakeling volgens "HOn2" en "HOf2" uitgevoerd.
- Druk nogmaals kort de knop of druk 15 seconden lang op geen enkele knop. De nieuwe waarde wordt opgeslagen en de procedure beeindigd.
- Of druk kort op de knap om de procedure te verlaten, zonder wijzigingen op te slaan.

Controleer het klokprogramma zorgvuldig. Er kunnen gemakkelijk fouten maakt worden.
7.1.3.7 Weergave van de bedrijfstoestand.
- Als het toetsen niet geblokkeerd zijn, druk dan kort op de knop. Er verschijnt 3 seconden een van de teksten: Auto, ECO, Obst of Anti aanduiding van de huidige bedrijfstoestand.
7.1.3.8 Uitzetten van het alarm geluid
Om het alarm geluid (de pieper) uit te zetten moet instelling u9 van 1 naar 0 gezet worden. De instelling vind u in het installateurs menu. (Zie: 7.1.3.15 Het lezen en wijzigen van instellingen.)
7.1.3.9 Start condities AUTO, ECO, boost
De water verwarming wordt in een werkings-toestand alleen ingeschakeld als aan bepaalde condities wordt voldaan:
- AUTO
De warmtepomp start als de temperatuur van de onderste sensor lager is dan de instelling SP2 minus de hysterese. In formule vorm:
$$ \mathrm{Tp2} < \mathrm{SP2} - \mathrm{r0} $$
De warmtepomp stopt als de temperatuur van de onderste sensor hoger wordt dan SP2.
$$ \mathrm{Tp2} > \mathrm{SP2} $$
Het elektrisch element start als de temperatuur van de bovenste sensor lager is dan de instelling SP2 minus de hysterese. In formule vorm:
$$ \mathrm{Tp} 1 < \mathrm{SP} 2 - \mathrm{r} 0 $$
en stopt als de temperatuur van de bovenste sensor hoger is dan SP2, in formule
$$ \mathrm{Tp1} > \mathrm{SP2} $$
Voorbeeld:
De fabrieksinstelling van SP2 is 55°C en die van r0 is 7 zodat de warmtepomp start en als de onderste sensor lager dan 48°C meet en stopt als de onderste sensor hoger dan 55°C meet. Het elektrisch element start als de bovenste
sensor lager dan 48°C meet en stopt als de bovenste sensor hoger dan 55°C meet.
• ECO
De warmtepomp start als de temperatuur van de onderste sensor lager is dan de instelling SP1 minus de hysterese. In formule vorm:
$$ \mathrm{Tp2} < \mathrm{SP1} - \mathrm{r0} $$
De warmtepomp stopt als de temperatuur van de onderste sensor hoger wordt dan SP1.
$$ \mathrm{Tp2} > \mathrm{SP1} $$
Het elektrische element wordt in ECO niet ge- start.
Voorbeeld: De fabrieksinstelling van SP1 is 55°C en die van r0 is 7 zodat de warmtepomp start als de onderste sensor lager dan 48°C meet en stopt als de onderste sensor hoger dan 55°C meet.
• OVERBOOST
Overboost moet handmatig geactiveerd worden. Dat kan alleen als de bovenste sensor een lagere temperatuur dan 40°C meet. Zodra Overboost geselecteerd is wordt het elektrisch element direct aangezet. Wanneer de bovenste sensor hoger dan de streef temperatuur meet (SP1 bij start uit ECO en SP2 bij start uit AU-TO) dan wordt het elektrisch element uitgeschakeld en is Overboost geëindigd. De warm-tepomp blijft werken tot ook de onderste sensor hoger dan SP1 of SP2 meet.
7.1.3.10 Temperatuur op het scherm
Als het toestel aan staat en normaal functioneert dan staat op het scherm de temperatuur die in P5 is geselecteerd:
- Als P5 = 0, dan wordt de temperatuur van de bovenste tank sensor getoond.
- Als P5 = 1, dan wordt de huidige streef temperatuur getoond;
- Als P5 = 2, dan wordt de temperatuur van de onderste tank sensor getoond.
- Als P5 = 3, dan wordt de temperatuur van de sensor in de verdamper getoond.
- In de rust toestand (stand-by) wordt geen temperatuur op het scherm getoond.
7.1.3.11 Waarschuwingen

Opmerking: in geval van een "UfL" - waarschuwing (storing van de ventilator), geeft het toestel, behalve een melding op het scherm ook een geluidsignaal dat kan worden uitgeschakeld door op een willekeurige knop op het bedieningspaneel in te drukken.
De waarschuwing wordt nooit ingetrokken, tenzij het toestel van de netspanning of in de rusttoestand (stand-by) wordt gezet. Bij deze waarschuwing wordt de warmtepomp uitgezet. Warmwater bereiding gaat verder met het elektrisch element.

LET OP !: Neem in geval van een "UIL" waarschuwing contact op met uw installateur of de leverancier van het toestel.
| AL Te lage temperatuur | |
| AH Te hoge temperatuur | |
| id Schakel ingang waarschuwing | |
| iSd Blokkeer waarschuwing | |
| Fil Ventilatiefilter controleren waarschuwing | |
| UfL Waarschijnlijke ventilatorstoring |
| Oplossingen:- Zie parameters SP10 en C14- Controleer de ventilatorBelangrijkste gevolgen:- Compressor en ventilator zijn uitgeschakeld;- Waterverwarming vindt plaats met alleen de elektrische weerstand. |
7.1.3.12 Fout meldingen
| Pr1 Fout van de bovenste temperatuur sensor | |
| Pr2 Fout van de onderste temperatuur sensor | |
| Pr3 Fout van de temperatuur sensor in de verdamper. | |

Als de oorzaak van de waarschuwing weggenomen is dan werkt het toestel weer normaal.
7.1.3.13 Ontdooien
Ontdooien wordt automatisch geactiveerd wanneer de temperatuur van de verdamper lager is dan de instelling van d17 (standaard -2°C) en P4 geen 0 is.
Een ontdooi actie start alleen als de compressor sinds de vorige ontdooi actie tenminste d18 minu- ten (standaard is dat 60 minuten) inbedrijf is ge- weest.
Als P4 = 1, dan stopt het ontdooien als de ver-damper temperatuur hoger dan d2 is geworden
(standaard 3 °C). Echter, als P4 = 0 of P4 = 2, dan wordt met instelling d2 geen rekening gehouden. Het ontdooien stop altijd na d3 minuten.
Werking:
- Als d1 is ingesteld op 1 (heet gas ontdooien) dan werkt de compressor, anders is hij uit;
- Het ontdooi relais wordt alleen bekrachtigd als d1 = 0 of als d1=1;
- De ventilator wordt alleen aangezet als d1=2.

Als "Anti-Legionella" of "Overboost" actief zijn dan wordt ontdooien niet uitgevoerd.
7.1.3.14 Dag en tijd instellen
- Zorg dat de knoppen niet geblokkeerd zijn;
- Druk kort op de knept. Op het display verschijnt "CH", of afhankelijk van de instellingen een andere code;
- Druk op de 📁 of de 📋 knop totdat "rtc" op het scherm staat;
- De dag van de week wordt met een nummer aangeduid. Nummer 1 is maandag, 2 dinsdag enzovoort tot 7 op zondag.
Om de weekdag te selecteren en te wijzigen:
- Druk kort op de kredp: het scherm geeft "dd" gevolgd door twee cijfers voor de weekdag, bijvoorbeeld "dd01";
- Druk binnen 15 seconden op om de juiste dag in te stellen.
Instellen van de tijd:
- Druk kort op de knæglnadat de weekdag ingesteld is. Er verschijnt nu "hh" gevolgd door twee cijfers die het uur van de dag representeren bijvoorbeeld "hh09" (tijd in 24 uurs formaat.)
- Druk binnen 15 seconden op om het juiste uur in te stellen.
Om de minuten in te stellen:
- Druk kort op de noret het uur ingesteld is. Het scherm geeft nu "nn" gevolgd door twee cijfers die de minuten aan geven, bijvoorbeeld "nn43";
- Druk binnen 15 seconden op de juiste minuten in te stellen.
- Druk kort op de knop of raak 15 seconden geen knop aan;
Om het instellen te beëindigen:
- Druk kort op de knop totdat het scherm weer de temperatuur aan geeft of raak 60 seconden geen knop aan.
7.1.3.15 Het lezen en wijzigen van instellingen
Om instellingen te wijzigen:
- Zorg dat de knoppen niet geblokkeerd zijn (zie 7.1.3.3);
- Houd de en de knoppen tegelijk 4 seconden ingedrukt. Er verschijnt dan "PA" (password) op het scherm;
• Druk kort op de knep; - Druk binnen 15 seconden op de knop of de om "-19" in te stellen (op het scherm). Let op het min teken.
- Druk kort op de knop of raak 15 seconden geen knop aan.
- Houd de en de knoppen wederom tegelijk 4 seconden ingedrukt. Er verschijnt dan de eerste instelling "SP1" op het scherm;
Om door de instellingen lijst te lopen:
• Druk kort op de ▲ of de ▼ knop.
Om een instelling aan te passen:
• Druk kort op de knet;
- Druk (binnen 15 seconden) op de of de knop om de instelling aan te passen;
- Druk kort op de kost of raak 15 seconden geen knop aan.
Om het instellen te beëindigen:
- Houd de en de knoppen tegelijk 4 seconden ingedrukt of raak 60 seconden geen knop aan (alle wijzigingen worden opgeslagen).

Eventueel na de wijzigingen het toestel uit en weer aan zetten zodat alle wijziginge goed verwerkt worden.
7.1.3.16 De fabrieksinstellingen herstellen
Voer de volgende handelingen uit om de fabrieks-instellingen te herstellen:
- Zorg dat de knoppen niet geblokkeerd zijn;
- Houd de en de knoppen tegelijk 4 seconden ingedrukt. Er verschijnt dan "PA" (password) op het scherm;
• Druk kort op de knet; - Druk binnen 15 seconden op de 📋 of de knop om "149" in te stellen (op het scherm).
- Druk kort op de set knop of raak 15 seconden geen knop aan.
-
Houd de 📁 en de 📋 knoppen tegelijk 4 seconden ingedrukt. Er verschijnt dan "dEF" op het scherm;
-
Druk kort op de knet;
- Druk binnen 15 seconden op de op de knop om "1" in te stellen;
- Druk kort op de knop of raak 15 seconden geen knop aan: op het scherm verschijnt knipperend "dEF" gedurende 4 seconden, waarna het toestel opnieuw start.
- Onderbreek de netspanning voor een definitieve herstart.
Om de procedure voortijdig af te breken:
- Houd de en de knoppen tegelijk 4 seconden ingedrukt tijdens de procedure, voordat de "1" ingevoerd wordt.
7.1.3.17 Aantal compressor bedrijfsuren
Het toestel kan tot 9999 bedrijfsuren onthouden, als het aantal bedrijfsuren groter wordt dan laat het scherm een knipperende 9,999 zien.
Uitlezen van compressor bedrijfsuren:
- Zorg dat de knoppen niet geblokkeerd zijn.
- Druk kopt op de knop: het scherm geeft "Pb1";
- Druk kort op de ▲ of de ▼ knoppen tot "CH" verschijnt;
• Druk kort op de 📄hop.
Om te beëindigen:
- Druk kort op de set knop of raak 60 seconden geen knop aan.
Eventueel:
- Druk op de 📁hop.
7.1.3.18 Invloed van de lucht temperatuur
Bij elke start wordt de ventilator geactiveerd gedurende een tijd die is ingesteld met parameter C12 (standaard 1 minuut). Na deze tijd meet de regeling de temperatuur van de binnenkomende lucht. Als de temperatuur lager is dan parameter SP9 (5°C voor HT en -7 °C voor LT), dan wordt de compressor niet gestart. De tank wordt dan opgewarmd met het elektrisch element, tot de ingestelde streef temperatuur is bereikt. De regeling controleert elke 120 minuten of de lucht warm genoeg is om de compressor te starten en als er dan nog warmte vraag is dan wordt deze ook gestart (en het elektrisch element gestopt).
De LT uitvoeringen hebben een regeling die de ventilator snelheid verhoogt wanneer de lucht temperatuur lager is dan -1 °C, bij hogere temperaturen, daalt de ventilator snelheid om het geluid te verminderen.
7.2 Lijst van installateurs instellingenvoor de aqua1 plus HT en aqua 1 plus LT
| Instelling Code | een-held | min max HT LT | Opmerkingen | |||||
| Beschermd door wachtwoord PA | 0 | Alleen voor de installateur | ||||||
| Streeftemperatuur voor ECO | SP1 | °C/°F | r3 | r4 | 55.0 | 55.0 | ||
| Streeftemperatuur voor AUTO | SP2 | °C/°F | r1 | r2 | 55.0 | 55.0 | ||
| SP3 | °C/°F | 10.0 | r2 | 45.0 | 45.0 | |||
| Uitschakelen warmtepomp en inschakelen elektrisch element als zonnestroom beschikbaar | SP5 | °C/°F | r1 | SP2 | 60.0 | 62.0 | ||
| Uitschakelen elektrisch element als zonnestroom beschikbaar is | SP6 | °C/°F | 40.0 | 100.0 | 60.0 | 75.0 | ||
| Als de verdamper kouder dan deze temperatuur wordt dan is ontdooien mogelijk | SP7 | °C/°F | 0 | 40 | 10 | 10 | ||
| Uitschakeltempertuur van warmtepomp en element als warmte van een thermisch zonnepaneel beschikbaar is | SP8 | °C/°F | 0 | 100.0 | 40 | 40 | Niet beschikbaar voor Aqua 1 plus HT | |
| Koude verdamper als verdamper sensor lager meet dan de instelling | SP9 | °C/°F | -25.0 | 25.0 | 5.0 | -7.0 | Na een paar minuten schakelt de warmtepomp uit en het elektrisch element in. | |
| Beschadigde verdamper als de sensor een lagere temperatuur meet dan ingesteld | SP10 | °C/°F | -50.0 | 25.0 | -25.0 | -25.0 | ||
| Kalibratie van de bovenste tank sensor | CA1 | °C/°F | -25.0 | 25.0 | 0.0 | 2.0 | ||
| Kalibratie van de onderste tank sensor | CA2 | °C/°F | -25.0 | 25.0 | 0.0 | 0.0 | ||
| Kalibratie van de verdamper sensor | CA3 | °C/°F | -25.0 | 25.0 | 0.0 | 0.0 | ||
| Temperatuur sensor type | P0 | ---- | 0 | 1 | 1 | 1 | 0 = PTC1 = NTC2 = PT1000 | |
| Decimale punt | P1 | ---- | 0 | 1 | 1 | 1 | 1 = Geef de temperatuur met 1 decimaal | |
| Eenheid van de temperatuur | P2 | ---- | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 = °C1 = °F | |
| Wijze van ontdooien | P4 | ---- | 0 | 2 | 2 | 2 | 0 = Niet ontdooien1 = Ontdooien starten en stoppen2 = Ontdooien starten | |
| De temperatuur die op het scherm getoond wordt | P5 | ---- 0 | 3 | 0 | 0 | 0 = Bovenste sensor1 = Streef waarde2 = Onderste sensor3 = Verdamper sensor | ||
| De temperatuur die op het (op-tionele) externe scherm ge-toond wordt | P6 | 0 3 0 | 0 | 0 = Bovenste sensor1 = Streef waarde2 = Onderste sensor3 = Verdamper sensor | ||||
| Verversingstijd van het scherm P8 | 1/10 sec | 0 | 250 | 5 5 | In 0,1 | sec eenheden | ||
| Hysteresse van de werk-temperatuur | r0 | °C/°F | 0.1 | 30.0 | 7.0 | 7.0 | temperatuur onderste of bovenste sensor | |
| Minimum waarde SP2 | r1 | °C/°F | 10.0 | r2 | 40.0 | 40.0 | ||
| Maximum waarde SP2 | r2 | °C/°F | r1 | 100.0 | 70.0 | 70.0 | ||
| Minimum waarde SP1 | r3 | °C/°F | 10.0 | r4 | 40.0 | 40.0 | ||
| Maximum waarde SP1 | r4 | °C/°F | r3 | 100.0 | 60 | 56 | ||
| Blokkeren van het instellen van de streef temperatuur (SP1 of SP2) | r5 | ---- | 0 1 0 | 0 | 1 = wel zichtbaar maar veranderen is niet mogelijk | |||
| Inschakelvertraging | C0 | min | 0 | 240 | 5 | 5 | Compressor beschermin-gen | |
| Wachttijd vanaf de laatste in-schakeling | C1 | min | 0 | 240 | 5 | 5 | ||
| Wachttijd vanaf de laatste uit-schakeling | C2 | min | 0 | 240 | 5 | 5 | ||
| Minimum aan tijd | C3 | sec | 0 | 240 | 0 | 0 | ||
| Aantal bedrijfsuren van de compressor waarna onderhoud nodig is | C10 | h | 0 | 9999 | 0 | 1000 | 0 = Functie staat uit | |
| Wachttijd voor koude verdam-per | C11 | min | 0 | 999 | 120 | 120 | ||
| Wachttijd tussen starten van de ventilator en het starten van de compressor | C12 | min | 0 | 240 | 1 | 1 | ||
| Wachttijd voor thermische zon-ne-energie | C13 | min | 0 | 240 | 20 | 20 | ||
| Wachttijd voor detectie van de-fecte ventilator | C14 | min | -1 | 240 | 20 | 20 | -1 = Functie staat uit | |
| Wijze van ontdooien | d1 | ---- | 0 | 2 | 2 | 1 | 0 = Elektrisch1 = Met heet gas2 = alleen ventilator | |
| Verdamper temperatuur om ontdooien te stoppen (als P4=1) | d2 | °C/°F | -50.0 | 50.0 | 3.0 | 3.0 | ||
| Maximale duur van ontdooien | d3 | min | 0 | 99 | 30 | 8 | ||
| Start temperatuur van de ver-damper voor automatisch ont-dooien. | d17 | °C/°F | -50.0 | 50.0 | -2.0 | -2.0 | ||
| Minimum aan tijd van de com-pressor voor ontdooien gestart | d18 | min | 0 | 240 | 60 | 60 | ||
| wordt | ||||||||
| Sensor waar voor de laag temperatuur waarschuwing gegeven wordt (AL) | A0 | --- 0 2 0 | 0 | 0 = Bovenste tanksensor1 = Onderste tanksensor2 = Verdamper sensor | ||||
| Schakel niveau van de laag temperatuur waarschuwing | A1 | °C/°F 0.0 | 50.0 | 10.0 | 10.0 | |||
| Activeren van de laag temperatuur waarschuwing | A2 | --- 0 1 0 | 0 | 0 = Geen waarschuwing1 = Wel waarschuwing | ||||
| Sensor waar voor de hoog temperatuur waarschuwing gegeven wordt (AH) | A3 | --- 0 2 0 | 0 | 0 = Bovenste tanksensor1 = Onderste tanksensor2 = Verdamper sensor | ||||
| Schakel niveau van de hoog temperatuur waarschuwing | A4 | °C/°F 0.0 | 199.0 | 90.0 | 90.0 | |||
| Activeren van de hoog temperatuur waarschuwing | A5 | --- 0 1 0 | 0 | 0 = Geen waarschuwing1 = Wel waarschuwing | ||||
| Wachttijd voor AL waarschuwing bij opstart | A6 | min | 0 | 240 | 120 | 120 | ||
| Wachttijd voor AL en AH en waarschuwing | A7 | min | 0 | 240 | 15 | 15 | ||
| Herhaaltijd van waarschuwingen | A11 | min | 0.1 | 30.0 | 2.0 | 2.0 | ||
| Anti legionella ontsmettingsinterval | H0 | dag | 0 | 99 | 30 | 30 | ||
| Anti-Legionella temperatuur | H1 | °C/°F | 10.0 | 199.0 | 70 | 60 | ||
| Anti-Legionella ontsmettingstijd | H3 | min | 0 | 240 | 2 | 2 | ||
| Werking van schakelingang 1 (Op de 90 HT kan geen zonne-collector aangesloten worden.) | i0 | ---- 0 | 2 0 2 | 0 = Geen aansluiting1 = aansluiting druk-schakelaar2 = aansluiting zonne-collector | ||||
| Reactie op het sluiten van scha-kel ingang 1 | i1 | ---- 0 | 1 0 0 | 0 = Actief als contact gesloten is1 = Actief als contact open is | ||||
| Wachttijd na een hoge- of la-gedruk fout van de compressor | i2 min | 0 | 120 | 0 0 | ||||
| Activering van de PV aansluiting (schakel ingang 2) | i3 | ---- 0 | 1 1 1 | 0 = Geen actie1 = Wel actie | ||||
| Reactie op het sluiten van de PV ingang (schakel ingang 2) | i4 | ---- 0 | 1 0 0 | 0 = Actief als contact gesloten is1 = Actief als contact open is | ||||
| Maximale aantal waarschuwingen per ingang | i8 | ---- 0 | 15 | 0 0 | ||||
| Reset tijd waarschuwingsteller | i9 | min | 1 | 999 | 240 | 240 | ||
| Pieper aan of uit u9 --- 0 1 1 1 | 0 = Pieper uit1 = Pieper aan | |||||||
| Schakelwijze voor maandag Hd1 | ---- 1 | 2 1 1 | 1 = HOn1-HOF12 = HOn2-HOF2 | |||||
| Schakelwijze voor dinsdag Hd2 | --- 1 2 | 1 1 | 1 = HOn1-HOF12 = HOn2-HOF2 | |||||
| Schakelwijze voor woensdag | Hd3 | ---- 1 2 | 1 1 | 1 = HOn1-HOF12 = HOn2-HOF2 | ||||
| Schakelwijze voor donderdag | Hd4 | ---- 1 2 | 1 1 | 1 = HOn1-HOF12 = HOn2-HOF2 | ||||
| Schakelwijze voor vrijdag | Hd5 | ---- 1 2 | 1 1 | 1 = HOn1-HOF12 = HOn2-HOF2 | ||||
| Schakelwijze voor zaterdag Hd6 | ---- 1 | 2 2 2 | 1 = HOn1-HOF12 = HOn2-HOF2 | |||||
| Schakelwijze voor zondag | Hd7 | ---- 1 2 | 2 2 | 1 = HOn1-HOF12 = HOn2-HOF2 | ||||
| Eerste tijdstip van inschakelen | HOn1 | ---- | 00:00 | 23.59 | --:-- | --:-- | --:-- = Geen schakeltijd | |
| Eerste tijdstip van uitschakelen | HOF1 | ---- | 00:00 | 23.59 | --:-- | --:-- | --:-- = Geen schakeltijd | |
| Tweede tijdstip van inschakelen | HOn2 | ---- | 00:00 | 23.59 | --:-- | --:-- | --:-- = Geen schakeltijd | |
| Tweede tijdstip van uitschakelen | HOF2 | ---- | 00:00 | 23.59 | --:-- | --:-- | --:-- = Geen schakeltijd | |
| Adres voor seriële communica-tie. | LA | ---- | 1 | 247 | 247 | 247 | ||
| Baud rate | Lb | --- 0 3 2 | 2 | 0 = 24001 = 48002 = 96003 = 19200 | ||||
| Parity | LP | ---- 0 | 2 2 2 | 0 = NONE1 = ODD2 = EVEN | ||||
| Reserve | E9 | ---- 0 | 2 0 0 | |||||
8 Onderhoud

WAARSCHUWING! Alle apparatuur moet worden gerepareerd door ge-kwalificeerd personeel. Onjuiste reparaties kunnen de gebruiker ernstig in gevaar brengen. Als uw apparatuur moet worden gerepareerd, neemt u contact op met uw installateur of Ferroli Nederland.

WAARSCHUWING! Voordat u probeert een onderhoudsbeurt uit te voeren, moet u ervoor zorgen dat de apparatuur niet per ongeluk op de stroom- voorziening is aangesloten en niet per ongeluk kan worden aangesloten. Koppel daarom het toestel los van de stroomtoevoer voordat u onderhouds- of schoonmaakwerkzaamheden uit- voert.
8.1 Resetten van de maximaal thermostaat
Het toestel is uitgerust met een maximaal thermostaat, die handmatig gereset moet worden. Het resetten van de maximaal thermostaat gaat als volgt:
- Koppel het toestel los van het elektriciteitsnet;
- Verwijder de lucht toe en afvoer buizen;
- Verwijder het bovendeksel door de juiste borgschroeven los te maken (fig. 18);
- Druk de pen in van de geactiveerde maximaal thermostaat (Afb. 19); Deze steekt ongeveer 4 mm uit, indien geactiveerd.
- Hermonteer het bovendeksel en de lucht toe en afvoer buizen.

Fig. 18 – Verwijderen van het bovendeksel

Fig. 19 – Indrukken van de pin van de thermostaat

WAARSCHUWING! Het activeren van de maximaalthermostaat kan worden veroorzaakt door een storing in de elektronische besturing of de bedrading of doordat de tank niet gevuld is met water.

WAARSCHUWING! Het uitvoeren van reparatiewerkzaamheden aan onderdelen die veiligheidsfuncties uitvoeren, kan de veilige werking van het toestel in gevaar brengen. Vervang de defecte elementen alleen door originele reserveonderdelen.

Let Op: De maximaal thermostaat sluit alleen het elektrisch element van de net spanning. De besturing en de warmtepomp blijven werken.
8.2 Inspecties elk kwartaal
- Visuele inspectie van de algemene toestand van het toestel en op lekkages.
- Inspectie van de luchtfilters, indien aanwezig.
8.3 Jaarlijkse inspectie
- Controleer of bouten, moeren en waterzijdigverbindingen die door trillingen los kunnen raken nog vast en dicht zitten.
- Controleer de staat van de magnesium anode(s)
8.4 Reiningen lucht filter in LT toestel
In het bovenste gedeelte van de LT toestellen (niet in de HT toestellen) bevindt zich een luchtfilter. Dit moet periodiek worden schoongemaakt.
Na elke 1000 bedrijfsuren wordt op het scherm de"FiL"-waarschuwing gegeven. Wat aan geeft dat het filter schoon gemaakt moet worden.
De rand van het filter is aan de zijkant zichtbaar. Er zijn uitsparingen en een gleuf, via welke het filter beet gepakt en naar buiten getrokken kan worden,(fig. 20).
Het filter kan worden gereinigd met een zeepsop van afwasmiddel. Het is gemaakt van roestvrij staal en hoeft daarom niet periodiek te worden vervangen.


Let op: Als het filter door stof en vuil dicht gaat zitten dan is er minder lucht-transport en krijgt de warmtepomp een slechter rendement en kan hij uiteindelijke stoppen met werken.
8.5 Magnesium anodes
De magnesiumanode, ook wel "opofferingsanode" genoemd, blokkeert parasitaire stromen die in de tank worden opgewekt en die corrosieprocessen op het binnen oppervlak van de tank kunnen veroorzaken.
Magnesium is een metaal met een lager elektrochemische potential dan het staal van de wand van de tank. Daarom trekt het de negatieve ladingen aan die zich vormen bij de opwarming van het water waardoor de anode gaat corroderen. De anode "offert" zichzelf op door te corroderen in plaats van dat de tankwand corrodeert.
De 260 liter tanks hebben twee anodes, een aan de zijkant boven en een aan de zijkant onder in de tank. De 160 en de 200 liter tanks hebben een
anode aan de zijkant boven in de tank. Het boven deel van de tank is het gevoeligst voor corrosie.
De anode moet tenminste elke twee jaar en liever jaarlijks gecontroleerd worden. Als er duidelijke, aanzienlijke corrosie opgetreden is die het verdere gebruik in gevaar kan brengen (duidelijke vermindering van de diameter, holtes, vermindering van de lengte), vervang dan de anode. Vervang ook de pakking. De pakkingen moeten zowel bij inspectie als vervanging van de anode altijd vervangen worden.
Verricht de volgende handelingen alvorens de inspectie uit te voeren:
- Sluit de koudwater toevoer af;
- Laat de tank leeg lopen (via de geinstalleerde aftap kraan);
- Schroef de bovenste anode los en controleer deze. Als meer dan 30% van het anode oppervlak gecorrodeerd is vervang dan de anode.
- Indien aanwezig verricht dan de zelfde handeling bij de onderste anode.
Om water lekkage te vermijden wordt geadviseerd om anaerobe kit voor de schroef verbindingen te gebruiken die geschikt is voor drinkwater en verwarmingstoepassingen.
8.6 Leeg maken van de tank
Het is verstandig om de tank leeg te laten lopen als het toestel een tijd lang niet gebruikt wordt, vooral bij lage buitentemperaturen.

Let op! Het is belangrijk om de tank leeg te laten lopen bij lage temperaturen om vorst schade te voorkomen.
9 Fouten oplossen
Als er problemen met de werking van het toestel zijn, zonder dat een van de fout meldingen of waarschuwingen wordt getoond die in de vorige paragrafen beschreven zijn, raadpleeg dan eerst de onderstaande tabel met problemen en oplossingen voordat u gespecialiseerde technische bijstand zoekt.
| Probleem Mogelijke oorzaak | |
| De warmtepomp werkt niet | Er is geen elektriciteit; De stekker zit niet (goed) in het stopcontact. |
| De compressor of de ventilator doet het niet. | De inschakel veiligheids- tijd is nog niet verstreken; de ingestelde tempera- tuur is (of was) al bereikt |
| De warmtepomp schakelt telkens aan en uit. | Instellingen (streef- temperatuur, hysterese) hebben een verkeerdewaarde. |
| De warmtepomp schakelt niet meer uit. | Instellingen (streef-temperatuur, hysterese) hebben een verkeerde waarde. |
| Het elektrisch element schakelt niet aan. | Het werkt automatisch, de gebruiker hoeft er niets aan te doen. |

WAARSCHUWING! In het geval dat u er niet in slaagt om het probleem op te lossen, schakel dan het toestel uit en zoek technische assistentie met vermelding van het type toestel.
10 Verwijderen en afvoeren
Aan het einde van de levensduur van het toestel, moet bij het verwijderen rekening gehouden worden met de geldende voorschriften voor afvalverwerking.

WAARSCHUWING! Het toestel bevat gefluoreerde koolwaterstoffen die in het Kyotoprotocol zijn opgenomen. De verwijdering en verwerking van deze stoffen mag alleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd.
Informatie voor gebruikers:
Conform de EU-richtlijnen 2011/65 / EU en 2012/19 / EU, betreffende het verminderen van het gebruik van gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur en afvalverwerking".

Het symbool van de vuilnisbak op wieltjes dat te zien is op het toestel of de verpakking geeft aan dat het toestel aan het einde van zijn levensduur apart van ander afval moet worden verzameld.
Aan het einde van de levenscyclus van het toestel moet de gebruiker het toestel daarom naar een verzamelplaats voor elektronisch en elektrotechnisch afval brengen of het terugbrengen naar de leverancier bij de aanschaf van een ander gelijkwaardig toestel. De gescheiden afvalinzameling van de niet meer gebruikte apparatuur voor recycling, behandeling en of milieuvriendelijke verwijdering draagt bij aan het voorkomen van mogelijke negatieve effecten op zowel het milieu als de gezondheid; het stimuleert ook het hergebruik en of recycling van materialen waarvan de apparatuur is gemaakt.
De onwettige vernietiging van het toestel door de gebruiker leidt tot toepassing van de sancties waarin de wetgeving voorziet.
Het toestel bestaat vooral uit de volgende materialen:
• Staal;
- Magnesium;
- Plastic;
- Koper;
- Aluminium;
- Polyurethaan.
11 Garantie
In het geval dat het toestel reparaties onder garantie moet ondergaan, raden wij u aan om contact op te nemen met de installateur bij wie u het toestel hebt gekocht of met Ferroli Nederland. De adressen staan vermeld in de catalogi / gebruikershandleidingen van onze producten en op onze website. Wij raden u aan om de handleiding eerst zorgvuldig door te lezen voordat u een reparatie onder garantie aanvraagt.
11.1 Garantie
Deze garantie verklaring heeft betrekking op het product waarop deze was bevestigd op het moment van aankoop.
De productgarantie dekt alle materiaal- of fabricagefouten gedurende een periode van TWEE JAAR vanaf de oorspronkelijke aankoopdatum. Als er tijdens de garantieperiode materiaal- of fabricagefouten optreden, zullen wij ervoor zorgen dat het defecte product of de defecte onderdelen ervan worden gerepareerd of vervangen in overeenstemming met de voorwaarden die hieronder zijn gespecificeerd, zonder extra kosten voor arbeid of reserveonderdelen.
Wij hebben het recht om defecte producten of hun componenten te vervangen door nieuwe of door gereviseerde producten. Alle vervangen producten en componenten worden het eigendom van Ferroli Nederland.
11.2 Garantie voorwaarden
- Reparaties onder garantie worden alleen uitgevoerd als het defecte product wordt aangeleverd binnen de garantieperiode samen met de verkoopfactuur of een aankoop bon (met vermelding van de datum van aankoop, het type product en de naam van de verkoper). DE FABRIKANT heeft het recht om reparaties te weigeren die worden uitgevoerd onder garantie als de bovengenoemde documen-
ten ontbreken of in het geval dat de informatie hierin onvolledig of onleesbaar is. De garantie wordt beëindigd in het geval dat het product model of identificatienummer is gewijzigd, verwijderd of onleesbaar is gemaakt.
- Deze garantie dekt niet de kosten en risico's verbonden aan het transport van uw product naar ons BEDRIJF.
- Het volgende valt niet onder deze garantie:
a) Periodieke onderhoudswerkzaamheden, evenals de reparatie of vervanging van onderdelen vanwege normale slijtage;
b) Verbruiksartikelen (componenten die voorspelbaar periodieke vervanging vereisen gedurende de nuttige levensduur van een product, bijvoorbeeld gereedschappen, smeermiddelen, filters, enz.).
c) Schade aan het product of fouten als gevolg van: onjuiste bediening, misbruik of verkeerde behandeling of gebruik voor andere doeleinden dan bedoeld;
d) Schade of wijzigingen aan het product die het gevolg zijn van:
Misbruik, inclusief:
- Behandelingen die schade of fysieke, esthetische of oppervlakkige verandering veroorzaken;
- Onjuiste installatie of gebruik van het product voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoeld of het niet naleven van instructies met betrekking tot installatie en gebruik;
- Onjuist onderhoud van het product dat niet in overeenstemming is met de instructies met betrekking tot correct onderhoud;
- Installatie of gebruik van het product dat niet in overeenstemming is met de huidige technische of veiligheidsvoorschriften van het land waarin het product is geïnstalleerd of wordt gebruikt;
- De staat of storingen die betrekking hebben op de systemen waarmee het product is verbonden of waarin het is opgenomen;
- Reparaties of pogingen om reparaties uit te voeren verricht door niet-geautoriseerd personeel;
- Aanpassingen of wijzigingen aan het product zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de fabrikant, het aanpassen van het product zodat de specificaties die in de handleiding worden beschreven worden overschreden, of aanpassingen aan het product verricht om het te conformeren aan de nationale en plaatselijke veiligheidsvoorschriften in andere landen dan die waarvoor het product is ontworpen en geproduceerd;
- Nalatigheid;
- Kans gebeurtenissen: branden, vloeistoffen, chemische stoffen. Of gebeurtenissen van een
natuurlijke aard: overstroming, aardbevingen, extreme hitte. Of onvoldoende ventilatie, stroomstoten, te hoge of onjuiste voedings-spanning, straling, elektrostatische ontladingen, inclusief bliksem, andere externe krachten met grote gevolgen.
11.3 Uitsluitingen en beperkingen
Met uitzondering van wat hierboven specifiek wordt vermeld, geeft DE FABRIKANT geen enkele vorm van garantie (van een expliciete, impliciete, statutaire of andere aard) met betrekking tot het product in termen van kwaliteit, prestaties, nauwkeurigheid, betrouwbaarheid, geschiktheid voor een bepaald gebruik of om welke andere reden dan ook.
Als deze uitsluiting niet volledig of gedeeltelijk is toegestaan door de van toepassing zijnde wet, sluit de FABRIKANT zijn garanties uit of beperkt deze tot de maximale limiet die is toegestaan door de van toepassing zijnde wetgeving. Elke garantie die niet volledig kan worden uitgesloten, zal beperkt zijn (binnen de voorwaarden toegestaan door de wetgeving) tot de duur van deze garantie.
DE ENIGE VERPLICHTING VAN DE FABRIKANT in het kader van deze Garantie bestaat uit het repareren of vervangen van de producten in overeenstemming met de bepalingen en voorwaarden van deze garantie. DE FABRIKANT kan niet aansprakelijk worden gesteld voor verlies of schade met betrekking tot producten, diensten, deze garantie of iets anders, inclusief:
• economisch of immaterieel verlies,
- de prijs die voor het product wordt betaald,
- verlies van inkomsten, inkomsten, gegevens, plezier of gebruik van de producten of andere bijbehorende producten,
- indirecte, incidentele of gevolgschade of schade. Dit geldt voor verlies of schade als gevolg van het in gevaar brengen van de werking of het slecht functioneren van het product of bijbehorende producten na fouten of niet permanent bereikbaar zijn van vertegenwoordigers van de FABRI-KANT of een ander geautoriseerd service verlenend bedrijf, met als gevolg dat het product enige tijd buiten bedrijf is, verlies van kostbare tijd of onderbreking van werkzaamheden.
Dit is van toepassing op verliezen en schade in het kader van enige juridische theorie, inclusief nala-tigheid en elke andere onwettige handeling, contractbreuk, expliciete of impliciete garanties en strikte aansprakelijkheid (ook in het geval waarin DE FABRIKANT of het andere geautoriseerde bedrijf op de hoogte is gebracht wat betreft de mogelijk- heid van dergelijke schade).
In gevallen waarin het toepasselijke recht deze vrijstellingen van aansprakelijkheid verbiedt of be-
perkt, sluit DE FABRIKANT zijn eigen verantwoordelijkheid uit of beperkt deze tot de maximale limiet die is aangegeven in de wet. Sommige landen verbieden bijvoorbeeld de uitsluiting of beperking van schade veroorzaakt door nalatigheid, grove nalatigheid, opzettelijke niet-naleving, fraude en andere soortgelijke handelingen. DE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE FABRIKANT in het kader van deze garantie zal in geen geval hoger zijn dan de prijs die voor het product wordt betaald, tenzij de wet een hogere aansprakelijkheidsgrens oplegt in dat geval wordt die grens toegepast.
11.4 Wettelijke rechten voorbehouden
De nationale wet verleent de koper rechten met betrekking tot de verkoop van consumentenproducten. Deze garantie tast noch de rechten van de koper aan die zijn vastgelegd in de wet, noch de rechten die niet kunnen worden uitgesloten of beperkt, noch de rechten van de klant tegenover de verkoper. Naar eigen goeddunken kan de klant beslissen om zijn rechten te doen gelden.h
12 Service en technische assistentie
Als er service of technische assistentie nodig is, neem dan contact op met u installateur of met de helpdesk van Ferroli Nederland. Website www.ferroli.nl
13 Productkaart
13.1 Leverancier:
Ferroli SPA, Via Ritonda 78/A 37047 San Bonifacio (VR) Italy
13.2 Model serie:
Aqua 1 Plus
13.3 Product beschrijving
- Lucht water warmtepomp met geintergreerde tank voor warm drinkwater bereiding.
• Vloer opstelling. - Aansluit mogelijkheid van afvoer buizen van het ventilatiesysteem.
- Lucht transportbuizen kunnen verticaal en horizontaal aangesloten worden.
- Electrisch verwarmingselement voor extra snel opwarmen van de tank.
- Stalen tank, van binnen geglazuurd, van buiten van 50 mm polyurethaan isolatie voorzien
- Corrosie bescherming door magnesium anode.
- Periodieke thermische anti legionella ont-smetting.
- Kan geschakeld worden door PV systeem.
13.4 Toegespaste normen
Laagspannings richtlijn (LVD)
• EN 60335-1:2002 + A11:2004 + A1:2004 + A12:2006 + A2:2006 + A13:2008 + A14:2010 + A15:2011
• EN 60335-2-21:2003 + A1:2005 + A2:2008
• EN 60335-2-40:2003 + A11:2004 + A12:2005 + A1:2006 + A2:2009 + A13:2012
• EN 62233:2008
Electromagnetische compatibiliteit (EMC)
• EN 61000-3-2:2006 + A1:2009 + A2:2009
• EN 61000-3-3:2008
• EN 55014-1:2006 + A1:2009 + A2:2011
• EN 55014-2:1997 + A1:2001 + A2:2008 + EC:1997 + IS:2007
Prestaties
• EN 16147:2011
13.5 Product gegevens
| Beschrijving | een-heid | 160 HT | 200 HT | 260 HT | 200 LT | 260 LT |
| Het opgegeven capaciteitsprofiel L L XL L XL | ||||||
| De energie-efficiëntieklasse voor waterverwarming onder gemiddelde klimaatomstandigheden | A | A+ A+ A+ | A+ | |||
| De energie-efficiëntie van water-verwarming onder gemiddelde klimaatomstandigheden | % 109 | 116 127 | 123 127 | |||
| Het jaarlijkse elektriciteitsverbruik onder gemiddelde klimaatomstandigheden | kWh | 937 883 | 1315 835 | 1323 | ||
| De temperatuurinstellingen van de thermostaat van het waterverwarmings-toestel | °C 55 | 55 55 55 | 55 55 | |||
| Het geluidsvermogensniveau Lwa , binnen dB | 59 | 59 | 59 56 | 56 | ||
| Het waterverwarmingstoestel is instaat om uitsluitend in de daluren te werken; | Nee | Nee | Nee | Nee | Nee | |
| De energie-efficiëntie van water-verwarming in koudere klimaatomstandigheden, | % 100 | 116 127 | 94 | 92 | ||
| De energie-efficiëntie van water-verwarming in warmere klimaatomstandigheden. | % 109 | 116 127 | 135 129 | |||
| Het jaarlijkse elektriciteitsverbruik in koudere klimaatomstandigheden | kWh | 937 883 | 1315 1091 | 1826 | ||
| Het jaarlijkse elektriciteitsverbruik in warmere klimaatomstandigheden | kWh | 937 883 | 1315 756 | 1296 | ||
| Het geluidsvermogensniveau Lwa , buiten | dB | 57 | 57 | 57 | 59 | 59 |
| Gebruikt koelmiddel | R134a | R134a | R134a | R134a | R134a |
Fig. 17 – Het bedieningsscherm