PBRM 39 E4 - Grasmaaier PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PBRM 39 E4 PARKSIDE in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PBRM 39 E4 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PBRM 39 E4 van het merk PARKSIDE.
GEBRUIKSAANWIJZING PBRM 39 E4 PARKSIDE
- Ondeskundige behandeling
- Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding
- Reparaties door derden, niet geautoriseerde vak- mensen
- Inbouw en vervanging van niet-originele reserveon- derdelen
- Gebruik dat niet conform de voorschriften is Let op: De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbe- palingen van deze gebruikshandleiding moet u abso- luut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aan- gegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandlei- ding daarom goed, en verstrek alle documentatie als het product wordt doorgegeven aan derden. 3 Productbeschrijving (afb. 1-17)
2. Onderste duwbeugel
2a. Bout M8 2b. Vleugelmoer 2c. Volgring met kabelgeleiding 2d. Vergrendelingspen 2e. Kabelklem
12. Startmotor met trekkabel
4 Leveringsomvang (afb.1-2) Pos. Aantal Aanduiding
1. 1 x Bovenste duwbeugel
2. 2 x Onderste duwbeugel
2a. 2 x Bout M8 2b. 2 x Vleugelmoer 2c. 2 x Volgring met kabelgeleiding 2e. 1 x Kabelklem
11a. 1 x frame 1 x Gebruiksaanwijzing 5 Beoogd gebruik De benzine grasmaaier is geschikt voor particulier ge- bruik in de tuin of hobbytuin. Grasmaaier voor de parti- culiere tuin of hobbytuin zijn machines waarvan het jaarlijks gebruik in principe niet meer is dan 50 uur en voornamelijk voor het onderhoud van gras- of ga- zonoppervlakken wordt gebruikt, echter niet in open- bare installaties, parken, sportvelden, alsook in de land- en bosbouw. Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand- is niet vol- gens de voorschriften. Voor hieruit ontstane schade of verwondingen, van welke soort dan ook, is de gebrui- ker en niet de fabrikant aansprakelijk. Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de ge- bruikshandleiding maken deel uit van het beoogd ge- bruik. Personen, die het product bedienen of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren. NL / BE | 73De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade. Het product mag uitsluitend met de originele onderde- len en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt. De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aan- gegeven afmetingen moeten in acht worden genomen. WAARSCHUWING Lees voor de ingebruikname van het product deze handleiding voor uw eigen veiligheid en de algemene veiligheidsvoorschriften grondig door. Als u het pro- duct aan derden geeft om te gebruiken, dient u deze gebruikshandleiding altijd mee te leveren. 6 Gebruik dat niet conform de voorschriften is Let erop dat onze producten volgens het beoogd ge- bruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of indus- triële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in be- drijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemin- gen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet. WAARSCHUWING Vanwege gevaar voor lichamelijk letsel van de gebruiker, mag de grasmaaier niet voor de volgende werkzaamheden worden ge- bruikt (onvolledige opsomming): – voor het snoeien van bosjes, heggen en struiken, – voor snoeien van klimplanten, – voor gazononderhoud op dakbeplantingen en in balkonbakken, – voor hakselen en verkleinen van snoeiafval van bomen en heggen, – voor het reinigen van voetpaden (afzuigen, bla- zen), – voor het effenen van bodemverhogingen, zoals bijv. molshopen, – voor het transporteren van snoeimateriaal anders dan in de daarvoor aanwezige grasopvangbak. Verklaring van de signaalwoorden in de gebruikershandleiding GEVAAR Signaalwoord voor aanduiding van een di- rect aanwezige, gevaarlijke situatie die, in- dien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft. WAARSCHUWING Signaalwoord voor aanduiding van een mo- gelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernsti- ge verwondingen kan leiden. VOORZICHTIG Signaalwoord voor aanduiding van een mo- gelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden. LET OP Signaalwoord voor aanduiding van een mo- gelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben. 7 Veiligheidsvoorschriften Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingen voor toekomstig gebruik! WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoorschriften, aanwij- zingen, afbeeldingen en technische gege- vens die bij dit product zijn meegeleverd. Het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen ernstige verwondingen veroorzaken. 74 | NL / BEWAARSCHUWING Voordat u met het product gaat werken, moet u zich vertrouwd maken met alle bedieningsonderdelen. – Oefen het gebruik van het product en laat u de werking, het werkingsmechanisme en de werk- technieken uitleggen door een ervaren gebruiker of specialist. – Zorg ervoor dat u het product onmiddellijk kunt stoppen in geval van nood. – Ondeskundig onderhoud van het product kan lei- den tot ernstig letsel. – Als er zich tijdens het gebruik een ongeluk of sto- ring voordoet, schakelt u het product onmiddellijk uit. Behandel verwondingen op de juiste manier of zoek medische hulp. Wie mogen het product niet gebruiken:
- Kinderen en andere personen, die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding (plaatselijke voorschrif- ten kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker bepalen).
- Personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs, medicijnen, moe of ziek zijn.
7.1 Veiligheidsvoorschriften voor
handgevoerde grasmaaier
- Lees de gebruikshandleiding zorgvuldig door. Zorg ervoor dat u bekend bent met de instellingen en het correcte gebruik van het product.
- Laat de grasmaaier niet gebruiken door kinderen of andere personen die de gebruikshandleiding niet kennen. Lokale voorschriften kunnen de minimum- leeftijd van de gebruiker definiëren.
- Maai nooit wanneer er personen, kinderen of dieren in de buurt zijn. Denk eraan dat de bestuurder of de gebruiker van de machine verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom- men.
- Maai alleen bij voldoende zicht. Zorg dat derden uit de buurt blijven.
- Als u het product aan een andere persoon over- draagt, moet deze gebruikshandleiding eveneens worden verstrekt.
- Draag altijd stevig schoeisel met anti-slip zolen en een lange broek tijdens het maaien. Maai nooit op blote voeten of in lichte sandalen.
- Controleer het terrein, waarop het product wordt gebruikt en verwijder alle voorwerpen, zoals ste- nen, speelgoed, stokken en draden, enz., die vast- gegrepen en weggeslingerd kunnen worden.
- Zet de motor uit, wacht tot deze volledig stil staat en koppel de bougiestekker los als – Als u het product verlaat. – u blokkades of verstoppingen verwijdert. – Het product in aanraking komt met vreemde voorwerpen. – storingen en ongewone trillingen aan het pro- duct optreden. WAARSCHUWING Brandstof is zeer ontvlambaar:
- Bewaar brandstof alleen in daarvoor bedoelde con- tainers (jerrycans).
- Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken.
- Brandstof moet voor het starten de motor worden bijgevuld. Open de tankdop niet terwijl de motor loopt of onmiddellijk na het uitschakelen van het product en vul geen brandstof bij.
- Indien er brandstof is overgelopen mag er in geen geval gepoogd worden om de motor te starten. In plaats daarvan moet het product uit de buurt van met brandstof vervuilde oppervlakken worden ge- houden. Elke ontstekingspoging moet worden ver- meden totdat de brandstofdampen zijn verdampt.
- Vanwege veiligheidsredenen moeten brandstoftank en tankdeksel bij beschadiging worden vervangen.
- Brandstof mag nooit in de buurt van ontstekings- bronnen worden bewaard. Gebruik altijd een ge- controleerde container. Houd brandstof uit de buurt van kinderen.
- Vervang defecte geluiddempers.
- Voor gebruik moet door een visuele controle altijd worden gecontroleerd of het mes en de bevesti- gingsbouten versleten of beschadigd zijn. Om eventueel onbalans te vermijden, moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsbouten al- tijd per set worden vervangen.
- Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastgedraaid om er zeker van te zijn dat het pro- duct zich in een veilige werktoestand bevindt.
- Bewaar het product nooit met brandstof in de tank binnen een gebouw, waarin mogelijke brandstofd- ampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen.
- Laat de motor afkoelen, voordat u het product in gesloten ruimtes plaatst.
- Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uitlaat en het bereik rond de brandstoftank vrij het houden van gras, bladeren en uittredend vet (olie).
- Controleer regelmatig de grasvanginrichting op slij- tage of verlies van de functies. NL / BE | 75• Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
- Als de brandstoftank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht gebeuren.
- Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimtes lopen, waarin zich gevaarlijke koolmonoxide kan vormen.
- Maai alleen bij daglicht of bij geschikt kunstlicht.
- Indien mogelijk moet het gebruik van het product bij nat gras worden vermeden.
- Het gebruik van het product bij onweer is verboden - Bliksemgevaar!
- Let altijd op een goede positie op hellingen.
- Geleid het product alleen in looppas.
- Bij producten op wielen geldt: Maai dwars op de helling, nooit op- en neerwaarts. Wees met name voorzichtig als u uw rijrichting op de helling veran- dert.
- Maai nooit op overmatig steile hellingen en op aan- grenzende stortplaatsen, groeven of dijken. Wees met name voorzichtig als het product moet worden gekeerd of als u deze naar u toe trekt. WAARSCHUWING Tijdens de werkzaamheden en veranderin- gen van de rijrichting bij struikgewassen en hellingen moet uiterst voorzichtig te werk worden gegaan: – Zorg voor een veilige stand. – Draag schoenen met antislipzolen en geschikte kleding. – Maai altijd dwars op een helling. – Hellingen van meer dan 15 graden mogen met het product om wille van veiligheidsredenen niet worden gemaaid. – Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts verplaatsen en bij het trekken van het product. Struikelgevaar!
- Stop de messen indien de grasmaaier moet wor- den gekanteld, bij transport of op andere opper- vlakken als gras en indien de grasmaaier voor en naar het te maaien oppervlak wordt verplaatst. VOORZICHTIG De grasmaaier mag niet worden gebruikt, zonder dat de volledige grasopvanginrichting, een evt. aange- brachte mulchinzet of de zelfsluitende veiligheids- voorziening voor de uitwerpopening is aangebracht.
- Gebruik de grasmaaier nooit met beschadigde vei- ligheidsvoorzieningen of veiligheidsroosters of zon- der aangebouwde veiligheidsvoorzieningen bijv. stootplaat en/of inrichtingen om het gras op te van- gen.
- Verander nooit de regelinstellingen van de motor en zorg ervoor dat deze niet te zwaar wordt belast.
- Activeer de motorrem en koppel alle snijgereed- schappen en aandrijvingen los, voordat u de motor start.
- Start de motor voorzichtig, overeenkomstig de aan- wijzingen van de fabrikant. Let op voldoende af- stand van de voeten tot de messen.
- Bij het starten van de motor mag de grasmaaier niet worden gekanteld, alleen indien de grasmaaier bij het proces moet worden opgetild. In dit geval kantelt u de grasmaaier slechts zo ver, als absoluut noodzakelijk, en tilt u uitsluitend de zijde op die richting de bediener is gekeerd.
- Start de motor niet indien u voor het uitwerpkanaal staat.
- Breng handen of voeten nooit tegen of over de draaiende delen. Houd u altijd buiten het bereik van de uitwerpopening.
- Til of draag een grasmaaier nooit terwijl de motor loopt.
- Zet de motor uit en controleer of alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen en de con- tactsleutel, indien voorhanden, is geactiveerd: – Voordat u blokkades verwijdert of verstoppin- gen in het uitwerpkanaal oplost. – Voordat u het product controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert. – Indien een vreemd voorwerp is geraakt. Contro- leer het product op beschadigingen en voer de noodzakelijke reparaties uit voordat u het pro- duct opnieuw start en ermee gaat werken. In- dien het product bij het starten ongewoon sterk trilt, moet deze direct worden onderzocht. – Indien u zich van het product verwijdert. – Voor het bijtanken.
- Bij het nalopen van de motor moet de smoorklep worden gesloten. Als de motor over een benzineaf- sluitklep beschikt, moet deze na het gebruik wor- den gesloten.
- Het gebruik van het product met overmatige snel- heid kan het risico op ongevallen verhogen.
- Wees voorzichtig bij instelwerkzaamheden aan het product en voorkom het inklemmen van vingers tussen de bewegende messen en stijve apparaat- delen.
- Wees bijzonder voorzichtig bij het maaien op onef- fen ondergrond, op aangrenzende stortplaatsen, groeven of dijken. 76 | NL / BE• Vermijd plaatsen waarbij de wielen niet meer grij- pen of het maaien niet stabiel is.
- Let in de buurt van straten op het wegverkeer. GEVAAR Struikelgevaar! Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts ver- plaatsen en bij het trekken van het product. Controleer voor een achterwaartse beweging of er geen kinderen achter u aanwezig zijn.
- De gebruiker moet voldoende zijn geschoold in het toepassen, instellen en bedienen van de machine (inclusief verboden handelingen).
- Controleer het product regelmatig en zorg ervoor dat alle startvergrendelingen en drukknoppen goed werken voor elk gebruik.
- Let op: onjuist onderhoud, het gebruik van niet- conforme reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veiligheidsvoorzieningen kan schade aan het product en lichamelijk letsel van de per- soon die ermee werkt tot gevolg hebben.
- Let erop dat de veiligheidssystemen of inrichtingen van het product niet gemanipuleerd of gedeacti- veerd mogen worden. Verwijder nooit delen die voor de veiligheid dienen.
- Let op dat de gebruiker geen verzegelde instellin- gen voor motortoerentalregeling mag wijzigen of manipuleren.
- Gebruik alleen messen en accessoires die door de fabrikant worden aanbevolen. Bij gebruik van ande- re inzetstukken en accessoires bestaat gevaar voor verwonding.
- Houd het product altijd in een goede bedrijfstoe- stand.
- Het is noodzakelijk om voldoende pauzes te nemen om lawaai en trillingen te verminderen.
voorzorgsmaatregelen Het niet naleven van de ergonomische basisprinci- pes Nalatig gebruik van persoonlijke beschermingsmid- delen (PBM's) Nalatig gebruik of het weglaten van persoonlijke be- schermingsmiddelen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben.
- Voorgeschreven beschermende uitrusting dragen. Menselijk gedrag, incorrect gedrag
- Wees tijdens alle werkzaamheden altijd volledig ge- concentreerd. Restgevaar
- Kan niet worden uitgesloten Gevaar door lawaai Gehoorschade Langere werkzaamheden met het product zonder ge- hoorbescherming kan leiden tot gehoorschade.
- Altijd gehoorbescherming dragen. Gedrag bij noodgevallen Bij een eventueel ongeval moet u direct de noodzake- lijke EHBO-maatregelen nemen en zo snel mogelijk hulp vragen aan een gekwalificeerde arts. Restrisico's Het product is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
- Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voor- zieningen verborgen restrisico's bestaan.
- Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de “veiligheidsvoorschriften” en het “gebruik conform de voorschriften” alsook de bedieningshandleiding worden opgevolgd.
- Vermijd onvoorziene ingebruikname van het pro- duct.
- Houd uw handen buiten de werkomgeving, wan- neer het product in bedrijf is.
- Onopzettelijk inschakelen van het product.
- Volg de in de gebruikshandleiding voorgeschreven onderhouds- en veiligheidsvoorschriften op. WAARSCHUWING Bij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillin- gen stoornissen in de doorbloeding in de handen van de gebruiker optreden (witte vinger syndroom). Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende producten kan zenuwbeschadi- gingen veroorzaken bij personen met een verminder- de doorbloeding (bijv. rokers, diabetici). Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden en raadpleegt u een arts. Veiligheidsvoorzieningen Ter bescherming van de gebruiker en het product zijn de volgende veiligheidsvoorzieningen aangebracht:
- Motorremhendel (1a) – Bij het loslaten van de motorremhendel stopt het product.
- Uitlaatbescherming – Dit voorkomt dat handen of brandbare materia- len in aanraking komen met een hete uitlaat. NL / BE | 77• Uitwerpklep (10) – Het beschermt de bedienende persoon tegen wegslingerende onderdelen en onvoorzien con- tact met het mes, als er zonder grasopvangbak (11) wordt gemaaid. 8 Technische gegevens Motortype 4-taktmotor/ luchtgekoeld Cilinderinhoud 131 cm³ Werktoerental 2800 min
-uitstoot 1033 g/kWH Gewicht (met lege tank en volle- dig gemonteerd) 15,3 kg Technische wijzigingen voorbehouden! Geluid en trilling WAARSCHUWING Lawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg hebben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB, draag dan geschikte gehoorbescherming voor u en personen in de omgeving. Geluidswaarden Geluidsdrukniveau L
1,79 dB Houd u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duur van het werk tot het absolute noodzakelijke. Trillingskenwaarden (hand-arm-trilling) Trilling a
2,9 m/s² Beperk de geluidsproductie en trilling tot een mini- mum!
- Gebruik alleen optimale producten.
- Onderhoud en reinig het product regelmatig.
- Pas uw werkwijze aan het product aan.
- Zorg dat het product niet overbelast raakt.
- Laat het product eventueel controleren.
- Schakel het product uit als deze niet in bedrijf is.
- Draag handschoenen. Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's te beperken:
- Houd uw lichaam en met name uw handen bij koud weer warm.
- Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de han- den om de doorbloeding te bevorderen.
- Houd de trillingen van het product zo laag mogelijk door regelmatig onderhoud aan vaste onderdelen op het product. 9 Uitpakken WAARSCHUWING Het product en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
- Open de verpakking en haal het product er voor- zichtig uit.
- Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver- pakkings- en transportbeveiligingen (indien voor- handen).
- Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het product en de hulpstukken op trans- portschade. Meld eventuele schade direct bij het transportbedrijf dat het product heeft bezorgd. Re- clamaties op een later tijdstip worden niet erkend.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
- Maak u voor aanvang van de werkzaamheden be- kend met het product aan de hand van de ge- bruikshandleiding.
- Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserve- onderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reser- veonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier.
- Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan. 78 | NL / BE10 Montage VOORZICHTIG Gevaar voor verwonding door draaiend mes. Voer de werkzaamheden aan het product uitsluitend uit bij een uitgeschakeld en stilstaand mes! LET OP Let op dat bij de montage van de duwbeugels de gaskabel niet bekneld raakt. Aanwijzing: Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
10.1 Montage van de onderste
duwbeugel (2) (afb. 3) De onderste duwbeugels (2) kunnen in twee verschil- lende posities worden ingesteld om de stuurpositie er- gonomisch en praktisch vorm te geven.
1. Druk de vergrendelingspen (2d) op de onderste
duwbeugels (2) met de duimen naar binnen.
2. Breng de beide onderste duwbeugels (2) in de be-
treffende boringen op de grasmaaier aan. Let op dat de vergrendelingspennen (2d) hoorbaar vastklikken. Controleer op goede bevestiging. Positie instellen
1. Om de positie in te stellen, drukt u met uw duim de
vergrendelingspennen (2d) naar binnen en schuift u de onderste duwbeugel (2) naar de gewenste posi- tie. Zorg ervoor dat de vergrendelingspennen (2d) hoorbaar vastklikken. Controleer of alles goed vastzit.
10.2 Montage van de bovenste
duwbeugel (1) (afb. 4)
1. Lijn de bovenste duwbeugel (1) uit met de overeen-
komstige bevestigingspunten van de onderste duwbeugel (2).
2. Breng telkens een bout M8 (2a) van binnen af aan
door de bevestigingsgaten van de duwbeugel (1/2).
3. Plaats telkens een volgring met kabelgeleiding (2c)
op de bout M8 (2a). Let op dat kabel van de gaska- bel in de kabelgeleiding op de volgring (2c) wordt geplaatst.
4. Borg de bout M8 (2a) met een vleugelmoer (2b).
1. Hang de greep van het starterkoord (12) in de ka-
klem (2e) op de onderste duwbeugel (2).
10.4 Montage van de wielen (6) (afb. 7)
LET OP Neem de aanduiding op de kop van de bout en op de grasmaaier in acht. (L = linkse schroefdraad, R = rechtse schroefdraad) in acht
1. Plaats een wiel (6) op de bout (6a/6b) en plaats ver-
volgens een volgring (6c) erop.
2. Kantel het product iets naar de zijkant.
3. Monteer het wiel (6) op de gewenste maaihoogte.
U kunt kiezen tussen een maaihoogte van 30/48/66 mm.
4. Breng de wielen (6) op dezelfde snijhoogte aan.
1. Lijn daarbij de grasopvangbak (11) juist uit op het
2. Plaats de rubberen lippen (11b) op de correspon-
derende punten van binnenuit over het frame (11a). 11 Voor de ingebruikname LET OP Het product voor de ingebruikstelling in ieder ge- val volledig monteren! WAARSCHUWING Gevaar voor de gezondheid! Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden. – Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uit- laatgassen in. – Gebruik het product alleen in de open lucht.
Productbeschadiging! Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motor- schade leiden. – Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissie- olie geleverd. LET OP Milieuschade! Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterveront- reiniging leiden. – Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden. – Gebruik een vulpijp of trechter. – Vang afgetapte olie in een geschikte container op. – Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en ver- wijder de doek conform de lokale voorschriften. – Verwijder olie conform de lokale voorschriften. LET OP Risico op materiële schade! Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brand- stoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstop- pen of de werking van de motor beïnvloeden. – Giet de niet benodigde brandstof in een lucht- dicht reservoir en bewaar dit in een donkere, koe- le ruimte. LET OP Enige geluidsoverlast van dit product is on- vermijdelijk. Stel werkzaamheden met la- waai uit tot goedgekeurde en aangewezen tijden. Houd u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duur van het werk tot het abso- lute noodzakelijke. Voor uw persoonlijke bescherming en de bescherming van personen in de buurt, dient u geschikte gehoorbescherming te dragen. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak. Benodigd gereedschap:
- = niet altijd meegeleverd!
11.1 Motorolie bijvullen (afb. 9)
LET OP Het product wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiertoe SAE 10W-40 olie. Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.
1. Schroef de oliepeilstok (9) los.
2. Vul de tank met behulp van een trechter met mo-
torolie. Let op de max. vulhoeveelheid (zie de tech- nische gegevens). Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp.
3. Veeg de oliepeilstok (9) met een schone, pluisvrije
4. Schroef de oliepeilstok (9) weer tot aan de aanslag
5. Schroef de oliepeilstok (9) los. Controleer het olie-
peil aan de hand van de markeringen op de olie- peilstok (9). Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de oliepeilstok (9) staan.
6. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen
hoeveelheid olie toe (zie technische gegevens).
7. Schroef de oliepeilstok (9) vervolgens weer vast.
11.2 Brandstof bijvullen (afb. 10)
GEVAAR Brand- en explosiegevaar! Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en even- tueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs de dood.
- Schakel de motor uit en laat deze afkoelen.
- Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.
- Vul brandstof alleen in de open lucht bij.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- Vermijd huid- en oogcontact.
- Start het product met een afstand van min. 3 m tot de vullocatie van de brandstof.
- Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er brandstof uitloopt.
Het product wordt geleverd zonder brand- stof. Voor ingebruikname daarom altijd brandstof bijvullen. Gebruik hiervoor Super E10 benzine.
1. Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontrei-
nigingen in de brandstoftank (3) veroorzaken be- drijfsstoringen.
2. Open de tankdrop (3a) voorzichtig zodat een evt.
aanwezige overdruk afgebouwd kan worden. De tankdop (3a) is verbonden met een verlieszeke- ring in de brandstoftank (3) en kan zo niet vallen.
3. Controleer het brandstofpeil visueel.
4. Vul de brandstoftank (3) met behulp van een trech-
ter met brandstof. Let op de max. vulhoeveelheid (zie de technische gegevens). Vul de brandstof voorzichtig tot aan de onderkant van de vulpijp.
5. Sluit de tankdop (3a) weer door deze recht te plaat-
sen en rechtsom te draaien. Zorg ervoor dat de tankdop (3a) volledig gesloten is om lekken en ver- damping te voorkomen.
11.3 Instellen van de maaihoogte
(afb. 7) LET OP Het verstellen van de maaihoogte mag al- leen bij uitgeschakelde motor en verwijder- de bougiestekker worden uitgevoerd.
- In dicht, hoog gras, stelt u de hoogste snijhoogte in en maait u langzamer. Voor de eerste keer maaien in het seizoen, stelt u een hoge snijhoogte in. Stel de maaihoogte zo in dat het product niet overbe- last raakt.
- Selecteer de maaihoogte, afhankelijk van de werke- lijk graslengte.
- Voer meerdere passages uit, zodat er maximaal 4 cm gras in één keer wordt afgehaald.
- De juiste maaihoogte is bij – een siergazon ca. 30 mm - 45 mm – een gebruiksgazon ca. 40 mm - 65 mm. Het instellen van de maaihoogte geschiedt via de wie- len (6). Er kunnen drie verschillende snijhoogten wor- den ingesteld.
1. Ga te werk, zoals beschreven onder 10.4 punt 2.
11.4 Messtopinrichting
Voor elke ingebruikname moet u de messtopinrichting controleren. Start de motor zoals onder 12.3 beschre- ven.
1. Laat de motorremhendel (1a) los. De motor scha-
kelt uit en het mes (13) wordt afgeremd.
2. Het mes (13) moet binnen 7 seconden stoppen.
11.5 Maaivlak voorbereiden
1. Onderzoek het te maaien oppervlak zorgvuldig
voorafgaand aan het maaien.
2. Verwijder stenen, stokken, botten, draden, speel-
goed en andere voorwerpen, die door het product weggeslingerd kunnen worden.
3. Let erop dat er geen personen op het te maaien
oppervlak aanwezig zijn. 12 Bedrijf De grasmaaier wordt met een krachtige, luchtgekoelde 4-taktmotor aangedreven. Het product is uitgerust met een 3-voudige maaihoog- teverstelling, een grasopvangzak en een inklapbare duwbeugel. De werking van de bedieningsonderdelen vindt u in de volgende beschrijvingen. Controle voor gebruik
- Controleer alle zijdes van de motor op olie of brandstoflekken.
- Controleer het motoroliepeil.
- Controleer het brandstofpeil – de brandstoftank moet minstens halfvol zijn.
- Controleer de conditie van het luchtfilter.
- Controleer de conditie van de brandstofleidingen.
- Controleer of de bougiestekker aan de bougie is bevestigd.
- Let op tekenen van schade.
- Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aan- gebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid.
12.1 Maaien met grasopvangbak
LET OP Gebruik het apparaat niet zonder volledig aange- brachte grasopvangzak. LET OP Grasopvangbak alleen bij een uitgeschakelde motor en stilstaand mes wegnemen of aanbrengen. NL / BE | 8112.1.1 Plaatsen van de grasopvangbak (11) (afb. 11)
1. Til de achterste uitwerpklep (10) op.
2. Neem de mulchinzet (10a) (indien geplaatst) er uit.
3. Grijp de grasopvangbak (11) vast aan de hand-
stemde ophanging van de grasopvangbak aan de achterkant van het product.
5. Verwijder de achterste uitwerpklep (10), hierdoor
wordt de grasopvangbak (11) in positie gehouden.
12.1.2 Legen van de grasopvangbak (11)
(afb. 11) WAARSCHUWING Voor het wegnemen van de grasopvangbak de motor uitschakelen en de stilstand van het mes afwachten. LET OP Gevaar voor letsel! Grasopvangbak alleen bij een uitgeschakelde motor en stilstaand mes wegnemen. Zodra tijdens het maaien grasresten blijven liggen, moet de grasopvangbak worden geleegd.
1. Om de grasopvangbak (11) weg te nemen, tilt u de
achterste uitwerpklep (10) op.
2. Neem de grasopvangbak (11) aan de handgreep er
uit. Overeenkomstig het veiligheidsvoorschrift valt de uitwerpklep (10) bij het uithangen van de gras- opvangbak (11) dicht en sluit de achterste uitwer- popeningen af. Als er daarbij grasresten in de opening blijven hangen, dan is het voor het makkelijker starten van de motor doelmatig om de grasmaaier ongeveer een meter terug te trekken. LET OP Resten snijgoed in de maaierbehuizing en op het werkgereedschap niet met de hand of met de voeten verwijderen, maar met geschikte hulpmiddelen, bijv. borstels of een veger. Om een goede verzameling te garanderen, moeten de grasopvangbak (11) en in het specifiek het luchtfilter (4a) na gebruik worden gereinigd.
12.2 Maaien met mulchinzetstuk
Bij het mulchen wordt het snijgoed in de gesloten maaierbehuizing verkleind en weer over het gras ver- deeld. Het opnemen van gras en de verwijdering ver- vallen. Het fijne groene maaisel valt als een natuurlijke meststof terug in de grasmat en brengt vocht in het gazon en voorziet het van belangrijke voedingsstoffen. LET OP Mulchen is alleen mogelijk bij relatief kort gras.
12.2.1 Mulchinzetstuk (10a) plaatsen
2. Neem de grasopvangbak (11) (indien geplaatst) aan
de handgreep er uit.
3. Til de uitwerpklep (10) op en plaats het mulchinzet-
4. Stel de maaihoogte in (zie 11.3).
Tips voor het mulchen:
- Maai het gras ca. 2 cm terug bij een grashoogte van 4-6 cm.
AANWIJZING Het mes draait, als de motor wordt gestart. Product niet starten, als het uitwerpkanaal niet door een van de volgende onderdelen is afgedekt:
1. Controleer voor elke start het brandstof- en mo-
toroliepeil (zie hoofdstuk 11.1) en 11.2). Controleer of de bougiestekker (7) op de bougie (7a) is aange- sloten.
2. Druk bij koudere temperaturen de brandstofpomp
“Primer” (5) drie keer in. Dit vereenvoudigt het star- ten van het product.
3. Sta achter de grasmaaier. Druk met één hand de
motorremhendel (1a) naar het stuur, de andere hand moet op het starterkoord (12) liggen.
4. Start de motor met starterkoord (12). Trek hiertoe
de greep ca. 10-15 cm (tot een weerstand voelbaar is) er uit. En trek hier vervolgens krachtig met een ruk aan. Als de motor niet is gestart, nogmaals aan starterkoord (12) trekken.
5. Op basis van een beschermplaat op de motor kan
er een lichte rookvorming ontstaan, indien u het product voor de eerste keer gebruikt. Dit is een normaal proces. 82 | NL / BEAANWIJZING Gebruik de brandstofpomp “Primer” alleen bij een koude machine! LET OP – Laat het starterkoord niet terugschieten. Dit kan tot schade leiden. – Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het startproces meerdere te herhalen.
12.4 De motor uitzetten
WAARSCHUWING Gevaar voor letsel! Na het uitschakelen van de motor draait het mes nog enkele seconden door. Als u de roterende delen aan- raakt, kunnen snijwonden het gevolg zijn. – Wacht tot de stilstand van het messen. – Rem het mes niet af met de hand. – Draag veiligheidshandschoenen. – Verwijder de bougiedop van de bougie om te voorkomen dat de motor onbedoeld start wan- neer u het product uitschakelt of parkeert. – Houd het mes uit de buurt van uw voeten.
1. Om de motor uit te schakelen, laat u de motorrem-
hendel (1a) los. Wacht tot het mes (13) stilstaat.
2. Verwijder de bougiestekker (7) uit de bougie (7a)
om ongewenst starten van de motor te voorkomen. 13 Werkinstructies
- Maai alleen met scherpe, optimale messen, zodat de grassprieten niet gaan rafelen en het gazon niet geel wordt.
- Om een net snijbeeld te bereiken moet de gras- maaier in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moeten deze banen altijd enkele centimeters overlappen zodat er geen stroken overblijven.
- Houd de onderzijde van de maaibehuizing schoon en verwijder direct grasafzettingen. Afzettingen ver- zwaren het starten, beïnvloeden de snijkwaliteit en het uitwerpen van het gras.
- Op hellingen moet de snijbaan dwars op de helling worden gemaakt. Het wegglijden van de grasmaai- er wordt door de schuine stand naar boven voorko- men. WAARSCHUWING Zorg dat derden uit de buurt blijven.
- Laat de motor altijd eerst afkoelen, voordat u de grasmaaier in een gesloten ruime parkeert. Verwijder gras, gebladerte. Voor opslag smeren en oliën. Geen andere voorwerpen op de grasmaaier bewaren.
- Controleer voor hernieuwd gebruik alle schroeven en moeren. Haal losse schroeven aan.
- Leeg de grasopvangbak voor het hernieuwde ge- bruik.
- Neem ook het hoofdstuk “Opslag” in acht. 14 Reiniging en onderhoud WAARSCHUWING Laat reparatie- en onderhoudswerkzaam- heden, die niet in deze gebruikshandleiding beschreven staan, uitvoeren door onze ge- specialiseerde werkplaats. Gebruik uitslui- tend originele reserveonderdelen. WAARSCHUWING Onjuist onderhoud of onjuiste reiniging kan letsel veroorzaken! WAARSCHUWING Tijdens reinigings-, reparatie- en onderhouds- werkzaamheden kan het product onverwacht starten en letsel en brandwonden veroorzaken. – Schakel het product uit. – Verwijder de voedingsstekker van de bougie. – Laat het product afkoelen. WAARSCHUWING Voer regelmatig/dagelijks en vóór gebruik een visuele en functionele controle/onder- houd uit om ervoor te zorgen dat het pro- duct in goede staat verkeert. – Onjuist onderhoud, het gebruik van niet-confor- me reserveonderdelen of het verwijderen of wijzi- gen van veiligheidsvoorzieningen kan ernstige materiële schade of lichamelijk letsel tot gevolg hebben. – Als de gebruiker deze werkzaamheden niet zelf kan uitvoeren, moet een gespecialiseerde dealer worden geraadpleegd. NL / BE | 8314.1 Reiniging WAARSCHUWING Gevaar voor de gezondheid! Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden. – Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uit- laatgassen in. – Gebruik het product alleen in de open lucht. Benodigd gereedschap:
- = niet altijd meegeleverd!
14.1.1 Grasmaaier reinigen (afb. 1)
- Een reiniging met de tuinslang is alleen aan te be- velen met een lage druk. Een hogedrukreiniger is niet geschikt om het product te reinigen.
- Hang de grasopvangbak uit en borstel deze met een handborstel schoon. De behuizing van de gras- maaier kunt u ook grof met een bezem reinigen.
- Bij grotere verontreinigingen kunt u het product met een vochtige doek schoonmaken. LET OP Voordat u de grasmaaier kantelt, leegt u de brand- stoftank volledig met een brandstof-afzuigpomp (niet meegeleverd). De grasmaaier mag niet meer dan 90 graden worden gekanteld.
1. U kunt de grasmaaier het beste naar achteren kan-
telen. Let er op dat de bougie (7a) hierbij naar bo- ven wijst. Als de bougie (7a) naar onderen wijst, kan er olie weglekken en grote schade aan de mo- tor en carburateur veroorzaken.
2. U kunt het product als alternatief ook op de zijkant
kantelen. Hierbij moet u er op letten dat de luchtfil- terafdekking (4) zich aan de bovenzijde bevindt.
3. Reinig de onderkant van de grasmaaier met een
spatel en handveger. De spatel helpt om grove en grotere plantenresten uit het bereik van het mes (13) te verwijderen. De reiniging van de onderkant is eenvoudiger direct na gebruik en kan daardoor grondiger worden uitgevoerd. Dan is het vuil en de plantenresten nog vers en laat dan eenvoudiger los.
4. Indien nodig en bij moeilijk te verwijderen vuil, kunt
u ook een speciale reiniging gebruiken. Agressieve reinigingsmiddelen zoals koudreiniger of wasbenzi- ne mogen niet worden gebruikt.
5. Controleer of het uitwerpen van gras vrij is van
grasresten en verwijder deze indien nodig.
- Regelmatig, zorgvuldig onderhoud is noodzakelijk om het veiligheidsniveau en het vermogen van het product ongewijzigd te garanderen.
- Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastgedraaid om er zeker van te zijn dat het pro- duct zich in een veilige werktoestand bevindt.
- Controleer regelmatig de grasopvangzak op slijtage of verlies van werking.
- Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
- Controleer de veilige bevestiging van de voor- en achterwielen.
- Om de soepelheid van de wielen te garanderen, ra- den wij aan om de wielassen en de wielnaven mini- maal eenmaal per seizoen te reinigen.
- Werkzaamheden die in deze gebruikshandleiding niet zijn beschreven, mogen alleen worden uitge- voerd door een gespecialiseerde werkplaats.
- Plaats het product op een vlak, recht oppervlak. Benodigd gereedschap:
- Olieopvangcarter plat (voor olieverversing)*
- = niet altijd meegeleverd! 84 | NL / BE14.2.1 Vervangen van de messen (13) (afb 14) WAARSCHUWING Bij het werken met een beschadigd mes bestaat er gevaar voor persoonlijk letsel. – Draag veiligheidshandschoenen! – Laat het mes vanwege veiligheidsredenen alleen door een gespecialiseerde werkplaats slijpen en afstellen. Om een optimaal werkresultaat te be- reiken, is het raadzaam om het mes eenmaal per jaar te laten controleren. – Bij het vervangen van het mes mogen alleen ori- ginele reserveonderdelen worden gebruikt.
1. Leeg de brandstoftank (3) met een brandstof-af-
zuigpomp, voordat u het zaagblad verwijdert. Kan- tel de grasmaaier nooit met een volle brandstof- of olietank naar de zijkant of naar voren! De motor wordt daardoor beschadigd waardoor de garantie vervalt.
2. Houd het mes (13) met één hand vast.
3. Draai de messchroef (13a) linksom met behulp van
een steeksleutel SW17 van de motorspil (13c). Ver- wijder de volgring (13b).
4. Plaats het nieuwe mes (13) in de omgekeerde volg-
orde terug. Bevestig de messchroef (13a) conform de voorschriften. Let op dat het mes (13) juist is ge- plaatst en goed tegen de motorspil (13c) ligt.
5. Het aanhaalmoment van de messchroef (13a) is 45
Nm. Vervang ook de messchroef (13a) als u het mes (13) vervangt.
14.2.1.1 Beschadigde messen (13)
Als het mes (13) ondanks alle voorzichtigheid met een obstakel in aanraking komt, direct de motor uitschake- len en de bougiestekker (7) eruit trekken.
- Mes (13) op beschadiging controleren.
- Beschadigde of verbogen messen (13) moeten worden vervangen.
- Nooit een verbogen mes (13) weer rechtbuigen.
- Nooit met een verbogen of sterk versleten mes (13) werken, want dit veroorzaakt trillingen en kan tot meer beschadigingen aan de grasmaaier leiden.
14.2.2 Controle van het oliepeil (afb. 9)
WAARSCHUWING Gevaar voor de gezondheid! Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot de dood leiden. – Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uit- laatgassen in. – Gebruik het product alleen in de open lucht. LET OP Productbeschadiging! Als het product zonder of met te weinig motor- of transmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motor- schade leiden. – Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in. Het product wordt zonder motor- of transmissie- olie geleverd. – Gebruik alleen motorolie SAE 10W-40. LET OP Milieuschade! Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterveront- reiniging leiden. – Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige ondergronden. – Gebruik een vulpijp of trechter. – Vang afgetapte olie in een geschikte container op. – Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en ver- wijder de doek conform de lokale voorschriften. – Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
1. Schroef de oliepeilstok (9) los door naar links te
draaien en veeg deze met een schone pluisvrije doek af.
2. Voer de oliepeilstok (9) weer in en controleer het
oliepeil zonder de oliepeilstok (9) weer vast te schroeven.
3. Trek de oliepeilstok (9) eruit en lees in horizontale
positie het oliepeil af. Het oliepeil moet zich tussen max. en min. van de oliepeilstok (9) bevinden.
4. Schroef de oliepeilstok (9) vervolgens weer vast.
14.2.3 Olieverversing
Het verversen van de motorolie moet jaarlijks voor het begin van het seizoen bij bedrijfswarme en uitgescha- kelde motor worden uitgevoerd. NL / BE | 85Gebruik alleen motorolie (SAE 10W-40).
1. Schroef de oliepeilstok (9) door naar links te draai-
2. Zuig met een oliepomp (met slang) de motorolie
3. Vul verse motorolie bij en controleer het oliepeil (zie
14.2.4 Tap de brandstof af met een
brandstof-afzuigpomp (afb. 10)
1. Houd een opvangbak onder de slang van de
brandstofafzuigpomp.
2. Schroef de tankdop (3a) los en haal deze van de
3. Schuif de slang van de brandstof-afzuigpomp in de
brandstoftank (3) en tap de brandstof met behulp van de brandstof-afzuigpomp volledig af.
4. Schroef de tankdop (3a) er weer op.
5. Om ervoor te zorgen dat er geen brandstof in de
carburateur achterblijft, moet de resterende brand- stof uit de carburateur worden afgetapt. Plaats daartoe een opvangbak onder de carburateur en open de carburateurschroef (14) met behulp van een steeksleutel SW10.
14.2.5 Onderhoud van het luchtfilter (4a)
(afb. 15) GEVAAR Brand- en explosiegevaar! Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige ver- brandingen of zelfs de dood. – Reinig het luchtfilter uitsluitend door uitkloppen. – Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brand- bare oplosmiddelen. LET OP Risico op materiële schade! Het bedrijf van de motor zonder of met een bescha- digd filterelement kan tot motorschade leiden. – Laat de motor nooit zonder of met een bescha- digd luchtfilterelement draaien. Dan komen er verontreinigingen in de motor terecht, die de mo- tor ernstig kunnen beschadigen. Vervuilde luchtfilters (4a) verminderen het motorvermo- gen door een te lage luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk. Het luchtfilter (4a) moet elke 25 bedrijfsuren worden gecontroleerd en indien nodig worden gereinigd. Bij een zeer stoffige lucht moet het luchtfilter (4a) vaker worden gecontroleerd.
1. Verwijder de afdekking van het luchtfilter (4) en ver-
wijder het luchtfilter (4a).
2. Reinig het luchtfilter (4a) uitsluitend door uitklop-
3. Vervang een defecte luchtfilter (4a) door een nieu-
4. Plaats het luchtfilter (4a) weer terug en brengt de
afdekking van het luchtfilter (4) weer aan.
14.2.6 Onderhoud van de bougie (7a)
(afb. 16, 17) Controleer de bougie (7a) voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging en reinig deze eventu- eel met een koperdraadborstel. Daarna de bougie (7a) elke 50 bedrijfsuren onderhouden.
1. Trek de bougiestekker (7) er met een draaibewe-
2. Verwijder de bougie (7a) met een bougiesleutel.
3. Stel onder gebruik van een voelermaat de afstand
in op 0,75 mm (0,030“). Breng de bougie (7a) weer aan en let erop dat u deze niet te vast draait.
14.2.7 Motorremhendel (1a) (afb. 1, 14)
De motor is voorzien van een mechanische rem, die re- gelmatig moet worden gecontroleerd. Bij het loslaten van de motorremhendel (1a) moet het mes (13) binnen 7 seconden tot stilstand zijn gekomen. Een draaiend mes (13) veroorzaakt duidelijk waar- neembare windgeluiden. Het lopen van de messen (13) wordt door het veroorzaakte windgeluid aangegeven en kan zo worden gecontroleerd. AANWIJZING Als u vaststelt dat de messtopinrichting niet correct functioneert, moet u contact opnemen met de klan- tenservice resp. een gespecialiseerde werkplaats. Zorg ervoor dat het product zich gedurende de gehele levensduur in een optimale staat bevindt. Een ondes- kundig onderhoud kan leiden tot levensgevaarlijk let- sel. 15 Transport WAARSCHUWING Gevaar voor verwondingen en brandwon- den! Het product kan onverwacht starten en kan daardoor verwondingen veroorzaken. – Schakel de motor uit voordat u reinigings- of on- derhoudswerkzaamheden uitvoert. – Laat de motor afkoelen. – Trek de bougiedop van de bougie. 86 | NL / BEAANWIJZING Voor het transport moet u de maaihoogte altijd in de hoogste stand zetten.
1. Leeg de brandstoftank in een goedgekeurde con-
tainer met behulp van een brandstofzuigpomp (niet meegeleverd).
2. Leeg de motorolie uit de warme motor.
5. Wikkel enkele lagen golfkarton tussen de bovenste
duwbeugel (1) en de onderste duwbeugel (2) en de motor om schuren te voorkomen.
6. Om brandstofverlies, beschadigingen en letsel te
vermijden, moet het product tijdens het transport in voertuigen worden beveiligd tegen omvallen en wegglijden. 16 Opslag LET OP Reinig en onderhoud het product voordat u dit op- bergt. LET OP Bewaar het product niet met een volle grasopvang- zak. Bij warm weer begint het gras door warmteont- wikkeling te fermenteren. Er bestaat brandgevaar! Bewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats. De optimale bewaartemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 ˚C. Bewaar het product in de originele verpakking. Dek het product af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product.
- Bewaar het product nooit met brandstof in de brandstoftank binnen een gebouw, waarin mogelij- ke brandstofdampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen.
- Laat de motor afkoelen, voordat u het product in gesloten ruimtes plaatst.
- Leeg, bij langdurige opslag de brandstoftank met een brandstof-afzuigpomp (niet meegeleverd).
- Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uitlaat en het bereik rond de brandstoftank vrij het houden van gras, bladeren en uittredend vet (olie).
16.1 Voorbereiden voor het opslaan
van de grasmaaier WAARSCHUWING Verwijder de brandstof niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gasdampen kunnen explosies of brand veroorzaken.
1. Leeg de brandstoftank (3) (zie 14.2.4).
2. Voer een olieverversing uit (zie 14.2.3).
3. Verwijder de bougiestekker (7) van de bougie (7a).
Verwijder de bougie (7a) met een bougiesleutel (zie
4. Vul met een oliekan ca. 0,2 l olie in de cilinder.
5. Trek langzaam aan het starterkoord (12), zodat de
olie de cilinder aan de binnenkant beschermt.
8. Reinig het gehele product om de lakverf te be-
9. Bewaar het product op een goed geventileerde
10. De mulchinzet (10a) is voorzien van een haak waar-
mee het voor opslag aan de bovenste duwbeugel (1) of aan de onderste duwbeugel (2) kan worden opgehangen.
16.2 Bovenste duwbeugel (1)
dichtklappen WAARSCHUWING Klemgevaar! Houd de duwbeugel altijd met een hand op het hoogste punt. – Nooit vingers tussen de bovenste en onderste duwbeugel plaatsen. Voor een plaatsbesparende opslag is de bovenste duwbeugel (1) inklapbaar.
1. Verwijder de grasopvangbak (11).
2. Hang het starterkoord (12) aan de kabelhaak (12a)
3. Draai de stergreepmoeren (2b) aan de bovenste
duwbeugel (1) iets los (niet helemaal openen!).
4. Verwijder de kabel van de gaskabel uit de uitspa-
ring op de volgring (2c).
5. Klap de bovenste duwbeugel (1) omlaag. De kabels
mogen hierbij niet worden vastgeklemd. NL / BE | 8717 Reparatie en reserveonderdelen bestellen Na reparatie of onderhoud controleren of alle veilig- heidstechnische delen zijn bevestigd en in optimale toestand zijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwon- ding voor andere personen en kinderen bestaat, ontoe- gankelijk bewaren. LET OP Conform de wetgeving voor productgaranties wordt er geen garantie geboden voor schade die ontstaan is door incorrecte reparaties of door het niet gebrui- ken van originele reserveonderdelen. Neem contact op met een servicecentrum of een er- kende specialist. Overeenkomstig geldt dit ook voor accessoires. LET OP Belangrijke aanwijzing bij reparatie Houd er bij retourlevering van het product voor repa- ratie rekening mee dat het product om veiligheidsre- denen vrij van olie en brandstof naar het servicestati- on moet worden gestuurd.
17.1 Bestelling van reserveonderdelen
Bij het bestellen van reserveonderdelen moeten de vol- gende gegevens worden vermeld:
Onderste duwbeugel rechts + pen – Artikelnr.:
Vleugelmoer + kabelgeleiding + M8 bout – Artikelnr.:
Let op dat bij dit product de volgende delen onderhe- vig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt ge- bruikt. Slijtageonderdelen*: Bougie, luchtfilter, mes
- = niet meegeleverd! 18 Afvalverwerking en hergebruik Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkingen mili- euvriendelijk afvoeren. Informatie over het afvoeren van versleten apparatuur kunt u opvragen bij uw gemeente. Brandstoffen en oliën
- Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorolie-reservoir worden leeggemaakt!
- Brandstof en motorolie horen niet bij het huishou- delijke afval of in het riool, maar moeten worden in- gezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
- Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijk worden afgevoerd. 88 | NL / BE19 Verhelpen van storingen Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Onrustige loop, sterk trillen van het product. Bouten los. Bouten controleren. Mesbevestiging los. Mesbevestiging controleren. Messen niet in balans. Messen vervangen. Motor loopt niet. Motorremhendel niet ingedrukt. Motorremhendel indrukken. Gashendel in incorrecte stand. Instelling controleren. Bougie defect. Bougie vervangen. Brandstoftank leeg. Brandstof bijvullen. Vervuilde brandstof. Brandstoftank legen en met schone brandstof vullen. Motor defect. Erkende klantenservice raadplegen. Motor loopt onrustig. Luchtfilter vervuild. Luchtfilter reinigen. Bougie vervuild. Bougie reinigen. Gras wordt geel, snede onregelmatig. Luchtfilter vervuild. Luchtfilter reinigen. Bougie vervuild. Bougie reinigen. Uitwerpen van het gras is rommelig. Maaihoogte te laag. Maaihoogte instellen. Mes versleten. Messen vervangen. Grasopvangzak verstopt. Grasopvangzak legen of verstopping verhelpen. NL / BE | 8920 EU-conformiteitsverklaring Vertaling van de originele conformiteitsverklaring Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Wij verklaren onder eigen verantwoordelijkheid dat het hier beschreven product voldoet aan de geldende richtlijnen en normen. Merk: PARKSIDE Art.-aanduiding: Benzine grasmaaier - PBRM 39 E4 Art.nr. 3911297974 – 3911297976, 39112979915, 39112979959 IAN-nr. 508992_2507 Serienr. 01001 – 96566 EU-richtlijnen: 2014/30/EU, 2006/42/EG, 2000/14/EG_2005/88/EG, 2016/1628/EU, 2011/65/EU*,
- Het hierboven beschreven onderwerp van deze ver- klaring voldoet aan de voorschriften van richtlijn 2011/65/EU van het Europese Parlement en de Raad van 8 juni 2011 omtrent de beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elek- tronische apparaten. Toegepaste normen: EN ISO 5395-1:2013/A1:2018; EN ISO 5395-2:2013/A2:2017; EN ISO 14982:2009 Conformiteitsbeoordelingsprocedure: 2000/14/EG_2005/88/EG – Bijlage: VI Gegarandeerd geluidsvermogensniveau
94 dB Vermelde instantie: TÜV SÜD Industrie Service GmbH, Westendstrasse 199, 80686 München, Duitsland Nummer: 0036 2016/1628/EU Emissie. No: e24*2016/1628*2018/989SRA1/P*0408*00 Documentatie gevolmachtigde: Tobias Ihle Günzburger Str. 69 D-89335 Ichenhausen Ichenhausen, 22.07.2025 Simon Schunk Division Manager Product Center Andreas Pecher Head of Project Management 90 | NL / BEGarantiebewijs Geachte klant, onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garan- tiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefonisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnum- mer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:
- Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaan- getast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
- De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industri- eel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industri- ele bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of onoordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebehoren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet. Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
- De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims die- nen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantieclaims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstukken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.
- Om een garantieclaim geldend te maken neem contact op met het hieronder vermelde serviceadres. Als de klacht binnen de garantieperiode valt, ontvangt u van ons een retourbon waarmee u uw defecte apparaat gratis naar ons kunt retourneren. Wij verzoeken u de reden van de klacht zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Valt het defect van het apparaat binnen onze garantieprestatie bezorgen wij u per omgaande een hersteld of nieuw apparaat terug. Uiteraard staan wij ook tot u dienst om mits betaling van de kosten defecten van het apparaat te verhelpen die bui- ten de garantieomvang vallen. Te dien einde stuurt u het apparaat aan ons serviceadres op. Afhandeling van een garantieclaim Volg de onderstaande instructies om ervoor te zorgen dat uw claim snel wordt afge- handeld:
- Houd voor alle aanvragen de kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN 508992_2507) bij de hand als bewijs van aankoop.
- Het artikelnummer vindt u op het typeplaatje op het product, een gravure op het product, de titelpagina van uw handleiding (linksonder) of op de sticker op de achterkant of onderkant van het product.
- Neem bij functiestoringen of andere defecten eerst telefonisch of per e-mail con- tact op met de hieronder genoemde serviceafdeling.
- U kunt dan een als defect geregistreerd product, met bijvoeging van het aan- koopbewijs (kassabon) en met vermelding van wat het defect is en wanneer het defect is opgetreden, gratis opsturen naar het aan u opgegeven serviceadres.
Notice-Facile