MAKITA DUC307 - Zaag

DUC307 - Zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DUC307 MAKITA in PDF-formaat.

📄 148 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DUC307 - page 64
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DUC307

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DUC307 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DUC307 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DUC307 MAKITA

Accukettingzaag GEBRUIKSAANWIJZING 64

  • Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. *1: Het gewicht is exclusief de zaagketting, het zaagblad, de zaagbladschede, olie en de accu(‚s). *2: De lichtste en zwaarste combinatie in gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2014. Het gewicht kan verschillen afhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu('s). Combinatie van zaagketting, zaagblad en kettingwiel Type zaagketting 90PX / M41 Aantal kettingschakels 46 52 56 Zaagblad Lengte zaagblad 300 mm 350 mm 400 mm Zaaglengte 275 mm 330 mm 370 mm Steek 3/8″ Maat 1,1 mm Type Tandwielzaagblad Kettingwiel Aantal tanden 6 Steek 3/8″ WAARSCHUWING:Gebruikdejuistecombinatievanzaagbladenzaagketting.Anderslooptudekansop lichamelijkletsel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC
  • Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Aanbevolen bekabelde voedingsbron Draagbare voedingseenheid PDC01
  • Dehierbovenvermeldebekabeldevoedingsbron(nen)is/zijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont.65 NEDERLANDS
  • Alvorens de bekabelde voedingsbron te gebruiken, leest u de instructies en waarschuwingsopschriften erop. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Leesdegebruiksaanwijzing. Draag oogbescherming. Draag gehoorbescherming. Maximaal toegestane zaaglengte Gebruikaltijdtweehandenomdeketting- zaag te bedienen. Wees bedacht op terugslag van de ketting- zaagenvermijdzagenmetdepuntvanhet zaagblad. Stel niet bloot aan vocht. Draairichting van de ketting Afstelling voor zaagkettingolie Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijkecomponenteninhetapparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten,accu‘senbatterijennegatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara- ten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijninzakeoudeelektrischeenelek- tronische apparaten en inzake accu‘s en batterijenenoudeaccu‘senbatterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrischeapparaten,accu‘senbatterijen gescheiden te worden opgeslagen en te wordeningeleverdbijeenapartinzame- lingspuntvoorhuishoudelijkafvaldatde milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. Gegarandeerd geluidsvermogenniveau conformEU-richtlijninzakegeluidsemissie buitenhuis. Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië Gebruiksdoeleinden Deze kettingzaag is bedoeld voor het zagen van hout. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens EN62841-4-1: Model DUC307 Geluidsdrukniveau (L

): 97 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-4-1: Model DUC307 Gebruikstoepassing: zagen van hout Trillingsemissie (a h,W ): 5,4 m/s

Model DUC357 Gebruikstoepassing: zagen van hout Trillingsemissie (a h,W ): 5,4 m/s

Model DUC407 Gebruikstoepassing: zagen van hout Trillingsemissie (a h,W ): 5,4 m/s

Onzekerheid (K): 1,5 m/s 266 NEDERLANDS OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen Deverklaringenvanconformiteitzijnbijgevoegdin BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Algemene veiligheidswaarschuwingen voor een kettingzaag

1. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de

zaagketting terwijl de kettingzaag in gebruik is. Alvorens de kettingzaag te starten, verzekert u zichzelf ervan dat de zaagketting niets raakt. In slechts een kort moment van onoplettendheid tijdenshetgebruikvandekettingzaagkanuw kleding of lichaam in aanraking komen met de zaagketting.

2. Houd de kettingzaag altijd vast met uw rech-

terhand aan de achterhandgreep en uw linker- hand aan de voorhandgreep. Houd de ketting- zaag nooit vast met uw handen verwisseld, omdat dandekansoplichamelijkletselgroteris.

3. Houd de kettingzaag alleen vast aan de geïso-

leerde vlakken omdat de zaagketting met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Wanneer de zaagketting in aanraking komt met onder spanning staande draden, zullen de niet-ge- isoleerde metalen delen van de kettingzaag onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrischeschokkankrijgen.

4. Draag oogbescherming. Verdere bescher-

mingsmiddelen voor oren, hoofd, handen, benen en voeten worden aanbevolen. Afdoende beschermingsmiddelen verkleinen de kans op per- soonlijkletselalsgevolgvanrondvliegendafvalof onbedoelde aanraking van de zaagketting.

5. Bedien de kettingzaag niet in een boom, op

een ladder, op het dak of enige instabiele ondergrond. Als de kettingzaag op deze manier wordt bediend, kan dat leiden tot ernstig persoon- lijkletsel.

6. Zorg altijd voor een stevige stand en bedien de

kettingzaag alleen terwijl u op een vaste, sta- biele en horizontale ondergrond staat. Op een gladde of instabiele ondergrond kunt u uw even- wicht of de controle over de kettingzaag verliezen.

7. Bij het afzagen van een tak die onder span-

ning staat, let u goed op eventuele terugslag. Wanneerdespanningindehoutvezelsvrijkomt, kan de onder spanning staande tak de gebruiker een terugslag geven en/of de controle over de kettingzaag doen verliezen.

8. Wees uiterst voorzichtig bij het zagen van

struiken en jonge boompjes. Het dunne mate- riaal kan zich vasthaken aan de zaagketting en naar u toe geslingerd worden of u uit balans brengen.

9. Draag de kettingzaag aan de voorhandgreep

terwijl deze uitgeschakeld is en van uw lichaam af gekeerd is. Bij het transporteren of opbergen van de kettingzaag moet altijd de zaagbladschede om het zaagblad worden gedaan.Eenjuistebehandelingvandeketting- zaag verkleint de kans op het per ongeluk aanra- ken van de bewegende zaagketting.

10. Volg de instructies voor het smeren, ketting

spannen en verwisselen van het zaagblad en de zaagketting. Een verkeerd gespannen of gesmeerde zaagketting kan breken of de kans op terugslag verhogen.

11. Zaag uitsluitend hout. Gebruik de ketting-

zaag niet voor doeleinden waarvoor deze niet bedoeld is. Bijvoorbeeld: gebruik de ketting- zaag niet om kunststof, steen of bouwmate- rialen anders dan hout te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor andere werkzaamheden dan waarvoor deze bedoeld is, kan leiden tot67 NEDERLANDS gevaarlijkesituaties.

12. Probeer niet een boom te vellen voordat u een

goed begrip hebt van de risico‘s en hoe u deze kunt vermijden.Bijhetvellenvaneenboomkan ernstig letsel worden toegebracht aan de operator en/of omstanders.

13. Oorzaken van terugslag en wat de gebruiker

hieraan kan doen: Terugslag kan optreden wanneer de neus of voorrand van het zaagblad een voorwerp raakt, of wanneer het hout zich sluit en de zaagketting in de zaagsnede vastklemt. Zagen met alleen de punt van het zaagblad kan een plotselinge, omgekeerde reactie veroorzaken waardoor het zaagblad omhoog geworpen wordt in de richting van de gebruiker. Het beknellen van de zaagketting langs de boven- rand van het zaagblad kan het zaagblad snel terugwerpen in de richting van de gebruiker. Deze beide reacties kunnen ertoe leiden dat u de controle over de kettingzaag verliest waardoor ernstiglichamelijkletselkanontstaan.Weesniet afhankelijkvanalleendeveiligheidsvoorzienin- gendieinuwkettingzaagzijningebouwd.Als gebruiker van de kettingzaag moet u meerdere stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat uw zaagwerkzaamheden zonder ongelukken of letsel verlopen. Terugslag is het gevolg van misbruik van de kettingzaagen/ofonjuistegebruiksproceduresof -omstandigheden, en kan worden voorkomen door goedevoorzorgsmaatregelentetre󰀨en,zoals hieronder vermeld:

  • Houd de kettingzaag stevig met beide handen vast, met uw duimen en vingers rondom de handgrepen van de ketting- zaag, en positioneer uw lichaam en armen zodanig dat u een eventuele terugslag kan opvangen. De kracht van een terugslag kan worden opgevangen door de gebruiker mitsdejuistevoorzorgsmaatregelenzijn getro󰀨en.Laatdekettingzaagnooitlos. ►Fig.1
  • Reik niet te ver en zaag nooit boven schouderhoogte. Dit helpt te voorkomen dat de punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en biedt een betere controle over de kettingzaag in onverwachte situaties.
  • Gebruik bij het vervangen van het zaagblad of de zaagketting uitsluitend onderdelen die zijn opgegeven door de fabrikant. Vervanging door een verkeerd zaagblad of zaagketting kan ertoe leiden dat de zaagketting breekt en/of het zaagblad terugslaat.
  • Volg de instructies van de fabrikant over het slijpen en onderhouden van de zaag- ketting. Het verlagen van de hoogte van de dieptevoeler kan leiden tot meer terugslag.

14. Houd u aan alle instructies bij het verwijderen

van vastgelopen materiaal, opbergen of onder- houden van de kettingzaag. Verzeker u ervan dat de schakelaar uit staat en de accu is ver- wijderd. Onverwachte inschakeling van de ket- tingzaagtijdenshetverwijderenvanvastgelopen materiaal of uitvoeren van onderhoud, kan leiden toternstigpersoonlijkletsel. Aanvullende veiligheidsinstructies Persoonlijke-beschermingsmiddelen

1. Kledingmoetnauwsluitendzijn,maardebewege-

lijkheidnietbelemmeren.

2. Draagdevolgendebeschermendekledingtijdens

  • een goedgekeurde veiligheidshelm, als er gevaar bestaat voor vallende takken en dergelijke;
  • een gezichtsmasker of veiligheidsbril;
  • geschikte gehoorbescherming (oorschel- pen, of aangepaste of kneedbare oordop- pen). octaafbandanalyse is op verzoek beschikbaar;
  • stevige, lederen veiligheidshandschoenen;
  • een lange broek gemaakt van een sterke stof;
  • eenveiligheidsoverallvansnijbestendige stof;
  • veiligheidsschoenen of -laarzen met antislip- zolen,stalenneusensnijbestendige,sto󰀨en voering;
  • eenmondmasker,indientijdenshetwerk stofwordtgeproduceerd(bijvoorbeeldbijhet zagen van droog hout). Bediening

1. Alvorens met het werk te beginnen, controleert

u of de kettingzaag zich in goede werkende staat bevindt, en dat deze voldoet aan de vei- ligheidsregels. Controleer met name of:

  • De kettingrem goed werkt;
  • De uitlooprem goed werkt;
  • Het zaagblad en de afdekking van het ket- tingwielgoedzijngemonteerd;
  • De ketting is geslepen en gespannen over- eenkomstig de regels.

2. Start de kettingzaag niet terwijl de schede om

het zaagblad is geplaatst. Als de kettingzaag wordtgestartterwijldeschedeomhetzaagblad is geplaatst, kan de schede naar voren worden weggeworpen,waardoorlichamelijkletselen materiële schade aan voorwerpen in de buurt van de operator kan worden veroorzaakt. Elektrische veiligheid en accu

1. Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik het

gereedschap niet op vochtige of natte plaatsen en stel het niet bloot aan regen. Als water bin- nendringt in het gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter.

2. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan

exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijkespecialeverwerkingsvereisten.

3. Open of vervorm de accu(’s) niet. Het elektrolyt

is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen enhuid.Hetkangiftigzijnbijinslikken.

4. Laad de accu niet op in de regen of op een

5. Laad de accu niet buitenshuis op.

6. Raak de lader, inclusief de stekker en de con-

tacten van de lader, niet met natte handen aan.68 NEDERLANDS

7. Vervang de accu niet in de regen.

8. Vervang de accu niet met natte handen.

9. Laat de accu niet in de regen liggen en laad

of berg de accu niet op een vochtige of natte plaats op.

10. Laat de aansluitpunten van de accu niet nat

worden met een vloeistof, zoals water, en dom- pel de accu niet onder. Als de aansluitpunten nat worden of vloeistof binnendringt in de accu, kan kortsluiting ontstaan in de accu en bestaat de kans op oververhitting, brand of explosie.

11. Nadat de accu vanaf het gereedschap of de

acculader is verwijderd, vergeet u niet het accudeksel op de accu te bevestigen en deze op een droge plaats op te bergen.

12. Als de accu nat wordt, laat u het water eruit

lopen en veegt u hem af met een droge doek. Laat de accu volledig drogen op een droge plaats voordat u hem gebruikt. BEWAAR DEZE GEBRUIKSAANWIJZING. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre󰀨ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerdishetnoodzakelijkeenexpertop hetgebiedvangevaarlijkesto󰀨enteraadplegen. Houdutevensaanmogelijkstrengerenationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- doorbrandwondenofpersoonlijkletselkunnen ontstaan.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.69 NEDERLANDS

LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijkletselwordenveroorzaakt. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuit metdegroefindebehuizingenduwtudeaccuopzijn plaats.Steekdeaccuzovermogelijkinhetgereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaande voorkantvandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccu uit het gereedschap. ►Fig.3: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Alsdeaccunietgemakkelijkinhetgereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes Druk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu- rende enkele seconden. ►Fig.4: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculadingBrandt Uit Knippert75% tot 100%50% tot 75%25% tot 50%0% tot 25%Laad de accu op.70 NEDERLANDS Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert Er kan een storingzijn opgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampjeknippertwanneerhetaccubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto- matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschapkantijdenshetgebruikautomatischstop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Als het gereedschap of de accu wordt bediend op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch. In die situatie schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap over- belast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Als het gereedschap of de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in dat geval het gereed- schap en de accu afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. OPMERKING: In een omgeving met een hoge tem- peratuur treedt de oververhittingsbeveiliging sneller in werking waardoor het gereedschap automatisch stopt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schapautomatisch.Indithetgevalverwijdertudeaccu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. Beveiliging tegen andere oorzaken Het beveiligingssysteem is ook ontworpen voor andere oorzaken die het gereedschap kunnen beschadigen, en zorgt ervoor dat het gereedschap automatisch stopt. Voer alle volgende stappen uit om de oorzaken op te he󰀨en,wanneerhetgereedschaptijdelijkisonderbro- kenoftijdenshetgebruikisgestopt.

1. Schakel het gereedschap uit en schakel het

daarna weer in om het opnieuw te starten.

2. Laad de accu('s) op of vervang hem/ze door (een)

Als geen verbetering optreedt nadat het beveiligings- systeem is gereset, neemt u contact op met uw lokale Makita-servicecentrum. KENNISGEVING: Als het gereedschap stopt als gevolg van een oorzaak die niet hierboven wordt beschreven, raadpleegt u het hoofdstuk Problemen oplossen. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Omwille van uw veilig- heid is dit gereedschap uitgerust met een uit-ver- grendelknop die voorkomt dat het gereedschap onbedoeld wordt ingeschakeld. Gebruik het gereedschap nooit wanneer het kan worden inge- schakeld door de trekkerschakelaar in te knijpen zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Vraag uwplaatselijkMakita-servicecentrumhetgereed- schap te repareren. WAARSCHUWING: Blokker nooit de ver- grendelingsfunctie en zet de uit-vergrendelknop nooit met plakband vast. LET OP: Alvorens de accu in het gereed- schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. KENNISGEVING: Knijp de trekkerschakelaar niet met grote kracht in zonder de uit-vergrendel- knop in te drukken. Als u dit doet, kan de schakelaar kapot gaan. ►Fig.5: 1. Uit-vergrendelknop 2. Trekkerschakelaar Een uit-vergrendelknop is aanwezig om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt ingekne- pen. Om het gereedschap te starten, drukt u de uit-ver- grendelknopinenknijptudetrekkerschakelaarin.Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen. De kettingrem controleren LET OP: Houd de kettingzaag met beide handen vast wanneer u hem inschakelt. Houd de achterhandgreep met uw rechterhand vast en de voorhandgreep met uw linkerhand. Het zaagblad en de zaagketting mogen geen enkel voorwerp raken. LET OP: Als de zaagketting niet onmiddellijk tot stilstand komt wanneer deze controle wordt uitgevoerd, mag de kettingzaag onder geen beding worden gebruikt. Neem contact op met ons erkende servicecentrum.

1. Drukeerstdeuit-vergrendelknopinenknijp

daarna de trekkerschakelaar in. De zaagketting begint onmiddellijktedraaien.

2. Duw de beschermkap van de voorhandgreep naar

voren met de rug van uw hand. Verzeker u ervan dat de zaagkettingonmiddellijktotstilstandkomt. ►Fig.6: 1. Beschermkap van de voorhandgreep71 NEDERLANDS 2.Vrijgezettestand3. Vergrendelde stand De uitlooprem controleren LET OP: Als de zaagketting bij deze controle niet binnen één seconde tot stilstand komt, stopt u met het gebruik van de kettingzaag en neemt u contact op met ons erkende servicecentrum. Laat de kettingzaag draaien en laat daarna de trekker- schakelaar helemaal los. De zaagketting moet binnen één seconde tot stilstand komen. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. LET OP: Raak de zaagketting niet met blote handen aan. Draag altijd handschoenen wanneer u de zaagketting hanteert. De zaagketting aanbrengen en verwijderen LET OP: De zaagketting en het zaagblad zijn kort na gebruik nog heet. Laat ze eerst afkoelen, voordat u enige werkzaamheden aan het gereed- schap uitvoert. LET OP: Voer de procedure voor het aanbren- gen of verwijderen van de zaagketting uit in een schone omgeving, vrij van zaagsel en dergelijke. De zaagketting aanbrengen Om de zaagketting aan te brengen, gaat u als volgt te werk:

1. Zet de kettingrem los door aan de beschermkap

van de voorhandgreep te trekken.

2. Trekdehendelomhoogterwijlutegenderand

ervan drukt. ►Fig.7: 1. Hendel

3. Draai de hendel linksom tot de afdekking van het

kettingwiel los komt. ►Fig.8: 1. Hendel 2. Afdekking van het kettingwiel

4. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwiel.

5. Controleer de richting van de zaagketting. Zorg

ervoor dat de richting van de zaagketting hetzelfde is als die van de markering op het kettingzaaghuis. ►Fig.9: 1. Markering op de behuizing van de kettingzaag

6. Leg één kant van de zaagketting op de bovenkant

7. Leg het andere uiteinde van de zaagketting rond

het kettingwiel en bevestig daarna het zaagblad op de behuizing van de kettingzaag. ►Fig.10: 1. Kettingwiel

8. Draai de stelknop naar de “-” kant om de stelpen

inderichtingvandepijlteschuiven. ►Fig.11: 1. Stelknop 2. Stelpen

9. Plaats de afdekking van het kettingwiel op de

kettingzaag zodat de stelpen in het kleine gat in het zaagblad valt. ►Fig.12: 1. Afdekking van het kettingwiel 2. Zaagblad

hendel iets terug om speling te houden voor het afstel- len van de kettingspanning.

11. Stel de kettingspanning af. Raadpleeg het tekst-

deel over het afstellen van de kettingspanning voor de procedure.

12. Draai de hendel rechtsom tot de afdekking van

hetkettingwielvastzitenzethemdaarnateruginzijn oorspronkelijkestand. ►Fig.13: 1. Hendel 2. Afdekking van het kettingwiel Het zaagketting verwijderen Omdezaagkettingteverwijderen,gaatualsvolgtte werk:

1. Zet de kettingrem los door aan de beschermkap

van de voorhandgreep te trekken.

2. Draai de stelknop naar de “-” kant om de spanning

van de zaagketting af te halen. ►Fig.14: 1. Stelknop

3. Trekdehendelomhoogterwijlutegenderand

ervan drukt. ►Fig.15: 1. Hendel

4. Draai de hendel linksom tot de afdekking van het

kettingwiel los komt. ►Fig.16: 1. Hendel 2. Afdekking van het kettingwiel

5. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwielen

verwijderdaarnadezaagkettingenhetzaagbladvanaf de kettingzaag. De kettingspanning afstellen LET OP: Voer de procedure voor het aanbren- gen of verwijderen van de zaagketting uit in een schone omgeving, vrij van zaagsel en dergelijke. LET OP: Span de zaagketting niet te strak.Bij een te hoge spanning kan de zaagketting breken, het zaagbladslijtenendestelknopdefectraken. LET OP: Een zaagketting die te los zit kan van het zaagblad af springen en een ongeluk met letsel veroorzaken. De zaagketting kan na vele gebruiksuren los gaan zitten. Controleer regelmatig de kettingspanning vóór gebruik.

1. Trekdehendelomhoogterwijlutegenderand

king van het kettingwiel iets los te zetten. ►Fig.18: 1. Hendel 2. Afdekking van het kettingwiel72 NEDERLANDS

3. Til het uiteinde van het zaagblad iets omhoog en

stel de kettingspanning af. Draai de stelknop naar de “-” kant om de zaagketting losser te zetten, en naar de “+” kant om de zaagketting strakker te zetten. Zet de zaag- ketting strakker totdat de onderkant van de zaagketting in de zaagbladrail past zoals afgebeeld. ►Fig.19: 1. Stelknop 2. Zaagblad 3. Zaagketting

4. Houd het zaagblad licht vast en zet de afdekking

van het kettingwiel vast. Zorg ervoor dat de zaagketting aan de onderrand van het zaagblad niet los hangt.

5. Zetdehendelterugindeoorspronkelijkestand.

Verzeker u ervan dat de zaagketting strak langs de onderrand van het zaagblad loopt. BEDIENING Smering LET OP: Bedien de kettingzaag niet wanneer de olietank leeg is. Vul tijdig olie bij voordat de olietank leeg is. LET OP: Voorkom dat de olie op uw huid of in uw ogen komt. Olie in het oog veroorzaakt irrita- tie. In het geval de olie in het oog komt, moet u het betre󰀨ende oog onmiddellijk spoelen met schoon water en direct een huisarts raadplegen. LET OP: Gebruik nooit afgewerkte olie. Afgewerkte olie bevat kankerverwekkende bestanddelen. De verontreinigingen in afge- werkte olie veroorzaken een versnelde slijtage van de oliepomp, het zaagblad en de zaagketting. Afgewerkte olie is schadelijk voor het milieu. KENNISGEVING: Als de kettingzaag voor het eerst wordt gebruikt, kan het maximaal twee minuten duren voordat de zaagkettingolie het zaagmechanisme begint te smeren. Laat gedu- rende deze tijd de zaagketting onbelast draaien. KENNISGEVING: Wanneer u voor het eerst kettingolie bijvult, of de olietank bijvult nadat deze geheel leeg is geraakt, vult u olie bij tot aan de onderrand van de vulnek. Anders kan de olie- toevoer gehinderd worden. KENNISGEVING: Gebruik zaagkettingolie exclusief voor Makita-kettingzagen of een in de winkel verkrijgbare gelijkwaardige kettingolie. KENNISGEVING: Gebruik nooit olie die is ver- ontreinigd met vuil- en stofdeeltjes of vluchtige olie. KENNISGEVING: Gebruik botanische olie voor het snoeien van bomen. Minerale olie kan schade- lijk zijn voor bomen. KENNISGEVING: Voordat u begint te zagen, controleert u of de bijgeleverde olietankdop erop is gedraaid. Dezaagkettingwordtautomatischgesmeerdtijdens het gebruik van het gereedschap. Controleer regel- matig hoeveel olie er nog in de olietank zit door het oliepeilglas. ►Fig.20: 1. Olietankdop 2. Oliepeilglas Omoliebijtevullen,voertudevolgendestappenuit:

1. Reinig het gebied rondom de olietankdop zorgvul-

dig om te voorkomen dat vuil in de olietank kan komen.

2. Legdekettingzaagopzijnzijkantenverwijderde

4. Draaideolietankdopstevigterugopzijnplaats.

5. Veeg eventueel gemorste zaagkettingolie zorgvul-

dig af. OPMERKING:Alshetmoeilijkisomdeolietankdop teverwijderen,steektudeplatkopschroevendraaier indegleufvandeolietankdopenverwijdertude olietankdop door hem linksom te draaien. ►Fig.21: 1. Gleuf 2. Platkopschroevendraaier Houdnahetbijvullendekettingzaaguitdebuurtvande boom. Start de kettingzaag en wacht tot de zaagketting voldoende gesmeerd is. ►Fig.22 Werken met de kettingzaag LET OP: Als minimale voorbereiding dient een beginnende gebruiker eerst te oefenen door stammen te zagen op een schraag of bok. LET OP: Bij het zagen van losse stukken hout dient u een veilige steun te gebruiken (een schraag of zaagbok). Zet niet uw voet op het werk- stuk om dat tegen te houden en vraag ook nooit iemand anders om het vast te houden. LET OP: Zet ronde stukken zo vast dat ze niet kunnen gaan draaien. LET OP: Houd alle delen van uw lichaam uit de buurt van de zaagketting wanneer de motor draait. LET OP: Houd de kettingzaag stevig vast met beide handen wanneer de motor draait. LET OP: Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt en uw evenwicht behoudt. KENNISGEVING: Gooi nooit met het gereed- schap en laat het niet vallen. KENNISGEVING: Dek de luchtuitstroomope- ningen van het gereedschap niet af. Plaats de onderrand van de kettingzaag tegen de af te zagen tak voordat u hem inschakelt. Anders kan het zaagblad gaan wiebelen en de gebruiker verwonden. Zaaghethoutdoordekettingzaagmetbehulpvanzijn eigen gewicht omlaag te bewegen. ►Fig.23 Als u niet in één keer door het hout kunt zagen: Oefen lichte druk uit op de handgreep en ga door met zagen,entrekdekettingzaageenstukjeterug.Zetde getandekamvervolgenseenstukjelagertegenhet hout en zaag de rest van de snede door de handgreep73 NEDERLANDS omhoog te brengen. ►Fig.24 Afzagen

1. Plaats de onderrand van de kettingzaag tegen het

te zagen hout. ►Fig.25

2. Zaag met draaiende zaagketting in het hout

en gebruik de achterhandgreep om de kettingzaag omhoogtebrengenterwijlumetdevoorhandgreep het zagen begeleidt. Gebruik de getande kam als scharnierpunt.

3. Vervolg de zaagsnede door licht op de voorhand-

greeptedrukkenendekettingzaageenstukjeterugte trekken. Plaats de getande kam lager tegen het hout en til de voorhandgreep weer op. KENNISGEVING: Als u meerdere zaagsneden maakt, schakelt u de kettingzaag uit tussen de zaagsneden. LET OP: Als de zaagketting langs de boven- rand van het zaagblad wordt gebruikt om te zagen, kan de kettingzaag in uw richting worden bewogen als de ketting klem komt te zitten. Om deze reden moet u met de onderrand van het zaagblad zagen zodat de kettingzaag van uw lichaam af wordt bewogen. ►Fig.26 Als het hout onder spanning staat, zaagt u eerst de kant met de drukkracht (A). Maak de eindzaagsnede aan de kant met de trekkracht (B). Hiermee voorkomt u dat het zaagblad bekneld raakt. ►Fig.27 Takken afzagen LET OP: Takken afzagen mag uitsluitend worden uitgevoerd door getrainde personen. Door hetrisicovanterugslagkaneengevaarlijkesituatie ontstaan. Steunbijhetafzagenvantakkendekettingzaagzo mogelijkafopdeboomstam.Zaagnietmetdepunt van het zaagblad omdat hierdoor de kans op terugslag ontstaat. Letmetnamegoedopbijtakkendieonderspanning staan. Zaag geen takken vanaf de onderkant als deze niet worden ondersteund. Gabijhetafzagenvantakkennietbovenopdeomge- zaagde boomstam staan. Inzagen en in de richting van de houtnerf zagen LET OP: Inzagen en in de richting van de houtnerf zagen mag uitsluitend worden uitge- voerd door personen met speciale training. Het risico van terugslag vormt een kans op letsel. Bijzageninderichtingvandehoutnerfhoudtuhet zaagbladondereenzokleinmogelijkehoek.Voerhet zagen extra voorzichtig uit, want de getande kam kan niet worden gebruikt. ►Fig.28 Omzagen LET OP: Omzagen mag uitsluitend worden uitgevoerd door getrainde personen. Het werk is gevaarlijk. Houduaandeplaatselijkeregelgevingalsueenboom wilt omzagen. ►Fig.29: 1.Werkgebiedbijomzagen — Voordat u met het omzagen begint, controleert u de volgende punten:

  • Uitsluitenddepersonendiebetrokkenzijn bijhetomzagenmogenzichindebuurt bevinden.
  • Iedere betrokken persoon moet een onge- hinderde vluchtroute hebben door een gebied van ongeveer 45° aan weerskanten vandevallijn.Letophetrisicovanstruikelen over elektrische snoeren.
  • Devoetvandestammoetvrijzijnvan vreemde voorwerpen, wortels en takken.
  • Binnen een afstand van 2 1/2 keer de lengte van de boom mogen zich geen personen of voorwerpen bevinden in de richting waarin de boom zal vallen. — Let voor elke boom op de volgende punten:
  • De richting waarin de boom overhelt;
  • Natuurlijkeoverhang;
  • Of de boom verrot is of niet. — Houd rekening met de windsnelheid en -richting. Zaag geen bomen om als er sterke windstoten zijn. — Afkorten van worteluitwassen: Begin met de groot- ste uitwassen. Maak eerst de verticale zaagsnede en daarna de horizontale zaagsnede. — Gaaandezijkantvandevallendeboomstaan. Houd aan de achterkant van de vallende boom eengebiedvrijmeteenhoekvan45°aanweers- kantenvandevallijn(ziedeafbeelding“werkge- biedbijomzagen”).Letgoedopvallendetakken. — U dient een vluchtroute te plannen en eventueel vrijtemakenvoordatumethetzagenbegint. De vluchtroute moet diagonaal naar achteren lopenwegvandevallijn,zoalsaangegeveninde afbeelding. ►Fig.30: 1. Valrichting 2. Gevarenzone 3. Vluchtroute Volgbijhetomzagenvanbomendeonderstaande procedure:

1. Maakeeninkepingzodichtmogelijkbijde

grond. Maak eerst de horizontale zaagsnede tot een diepte van 1/5 tot 1/3 van de stamdiameter. Maak de inkeping niet te groot. Maak vervolgens de diagonale zaagsnede. ►Fig.31 OPMERKING: De inkeping bepaalt de richting waarin de boom valt en begeleidt de val. De inkeping wordt gemaakt aan de kant waarheen de boom moet vallen.74 NEDERLANDS

2. Maak de zaagsnede aan de achterkant iets hoger

dan de horizontale zaagsnede van de inkeping. De zaagsnede aan de achterkant moet precies horizontaal zijn.Laatongeveer1/10vandestamdiameterover tussen de zaagsnede aan de achterkant en de inkeping. De houtvezels in het niet-doorgezaagde deel van de stamwerkenalseenscharnier.Plaatsoptijdwiggenin de zaagsnede aan de achterkant. ►Fig.32 WAARSCHUWING: Zaag onder geen beding de volledige diameter van de stam door. De boom zal dan ongecontroleerd vallen. KENNISGEVING: Alleen kunststof- of alumini- umwiggen mogen worden gebruikt om de achter- kant open te houden. IJzeren wiggen mogen niet worden gebruikt. Het gereedschap dragen Alvorenshetgereedschaptedragen,trektualtijdde kettingrem aan en haalt u de accu van het gereedschap af. Breng vervolgens de zaagbladschede aan. Plaats ook het accudeksel op de accu. ►Fig.33: 1. Zaagbladschede 2. Accudeksel ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. LET OP: Draag bij inspectie- of onderhouds- werkzaamheden altijd handschoenen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. De zaagketting slijpen Slijp de zaagketting als:

  • Poederachtigzaagselwordtgeproduceerdtijdens het zagen van vochtig hout;
  • De zaagketting moeizaam in het hout bin- nendringt, zelfs wanneer hoge druk wordt uitgeoefend;
  • Dezaagsnijrandduidelijkbeschadigdis;
  • De kettingzaag naar links of rechts trekt in het hout.(veroorzaaktdooreenongelijkmatige scherpte van de zaagketting, of een beschadiging aan slechts een kant) Slijpdezaagkettingveelvuldig,maariederekeer slechtsweinig.Tweeofdriebewegingenmeteenvijl zijndoorgaansvoldoendevoorregelmatigbijslijpen. Alsdezaagkettingmeerderemalenisbijgeslepen, laatudezeeenkeerslijpendooreeninonserkende servicecentrum. Criteria bij het slijpen: WAARSCHUWING: Een buitensporige afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoe- ler vergroot de kans op terugslag. ►Fig.34: 1. Lengte van het mes 2. Afstand tus- sendezaagsnijrandendedieptevoeler

3. Minimumlengte van het mes (3 mm)

— Allemessenmoetengelijkvanlengtezijn.Door een verschillende lengten van messen kan de zaagkettingnietgelijkmatiglopenenkandezaag- ketting breken. — Slijpdezaagkettingnietverderalsdelengtevan de messen 3 mm of korter is. De zaagketting moet worden vervangen door een nieuwe. — De dikte van spaanders wordt bepaald door de afstandtussendezaagsnijrandendedieptevoeler (ronde neus). — Debestezaagresultatenverkrijgtumetdevol- gendeafstandtussendezaagsnijrandende dieptevoeler.

  • Kettingmes 90PX / M41: 0,65 mm ►Fig.35 — Deslijphoekvan30°moetvoorallemessengelijk zijn.Bijverschillendeslijphoekenzaldezaagket- tingruwenongelijkmatiglopen,deslijtagetoene- men en de zaagketting kunnen breken. — Gebruikeengeschikterondevijltegendetanden zodateencorrecteslijphoekbehoudenblijft.
  • Kettingmes 90PX / M41: 55° Vijl en vijlbeweging — Gebruikeenspecialerondezaagkettingvijl(opti- oneelaccessoire)voorhetslijpenvandeketting. Eengewonerondevijlisnietgeschikt. — Dedoorsnedevanderondevijlvoorelkezaagket- ting is als volgt:
  • Kettingmes 90PX: 4,5 mm
  • Kettingmes M41: 4,0 mm — Devijlmaghetmesalleeninvoorwaartserichting raken.Haaldevijlvanhetmesvoordeterug- waartse beweging. — Slijpeersthetkortstemes.Delengtevanditmes wordt dan de maatstaf voor alle andere messen op de zaagketting. — Beweegdevijlzoalsaangegeveninde afbeelding. ►Fig.36: 1.Vijl2. Zaagketting — Devijlkangemakkelijkerwordenbewogenalseen vijlhouder(optioneelaccessoire)wordtgebruikt. Opdevijlhouderstaanmerktekensvoordejuiste slijphoekvan30°(lijndemerktekensparalleluit met de zaagketting) en beperkt de diepte waartoe devijldoordringt(tot4/5vandevijldiameter). ►Fig.37: 1.Vijlhouder — Nadat de zaagketting is geslepen, controleert u de hoogte van de dieptevoeler met behulp van het kettingmeetgereedschap (optioneel accessoire). ►Fig.3875 NEDERLANDS — Verwijdereventueeluitstekendmateriaal,onge- achthoeklein,meteenspecialevlakkevijl(optio- neel accessoire). — Maak de voorkant van de dieptevoeler weer rond. Het zaagblad schoonmaken Spaanders en zaagsel zullen zich in de groef van het zaagblad ophopen. Deze kunnen de groef verstoppen endeoliestroombelemmeren.Verwijderdespaanders enhetzaagselelkekeerwanneerudezaagkettingslijpt of vervangt. ►Fig.39 De afdekking van het kettingwiel schoonmaken Spaanders en zaagsel zullen zich binnenin de afdek- kingvanhetkettingwielophopen.Verwijderdeafdek- king van het kettingwiel en de zaagketting vanaf het gereedschap,enverwijdervervolgensdespaandersen het zaagsel. ►Fig.40 De olie-uitstroomopening schoonmaken Kleinevuil-ofstofdeeltjeskunnenzichtijdensgebruik ophopen in de olie-uitstroomopening. Deze vuil- of stof- deeltjeskunnenhetuitstromenvandeoliebelemmeren waardoor de hele zaagketting onvoldoende wordt gesmeerd. Wanneer onvoldoende toevoer van kettin- golie optreedt aan het uiteinde van het zaagblad, maakt u de olie-uitstroomopening als volgt schoon.

1. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwielende

zaagketting vanaf het gereedschap.

2. Verwijderdekleinevuil-ofstofdeeltjesmeteen

platkopschroevendraaierofietsdergelijks. ►Fig.41: 1. Platkopschroevendraaier

2. Olie-uitstroomopening

3. Plaatsdeaccuinhetgereedschap.Knijpdetrek-

kerschakelaarinomopgehooptevuil-enstofdeeltjesuit de olie-uitstroomopening te persen door kettingolie eruit te laten stromen.

4. Verwijderdeaccuvanhetgereedschap.Monteer

de afdekking van het kettingwiel en de zaagketting weer op het gereedschap. Het kettingwiel vervangen LET OP: Een versleten kettingwiel zal de nieuwe zaagketting beschadigen. Laat in dat geval het kettingwiel vervangen. Controleer de staat van het kettingwiel voordat u een nieuwe zaagketting monteert. ►Fig.42: 1. Kettingwiel 2.Plaatsendieslijten Monteerbijhetvervangenvanhetkettingwielaltijdeen nieuwe borgring. ►Fig.43: 1. Borgring 2. Kettingwiel KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat het ket- tingwiel wordt gemonteerd zoals aangegeven in de afbeelding. Het gereedschap opbergen

1. Maak het gereedschap schoon voordat u het

opbergt. Haal de afdekking van het kettingwiel eraf enverwijderallespaandersenzaagselvanafhet gereedschap.

2. Laat na het schoonmaken het gereedschap

onbelast draaien om de zaagketting en het zaagblad te smeren.

3. Plaats de zaagbladschede over het zaagblad.

4. Maak de olietank leeg.

Instructies voor periodiek onderhoud Omzekertezijnvaneenlangelevensduur,omschadetevoorkomenenomzekertezijnvandevolledigewerking van de veiligheidsvoorzieningen, moet het volgende onderhoud regelmatig worden uitgevoerd. Garantieclaims kunnen alleen worden geaccepteerd als deze werkzaamheden regelmatig en correct worden uitgevoerd. Als deze voorgeschreven onderhoudswerkzaamheden niet worden uitgevoerd, kan dat ongelukken veroorzaken! De gebrui- ker van de kettingzaag mag echter geen werkzaamheden uitvoeren die niet worden beschreven in de gebruiksaan- wijzing.Dergelijkewerkzaamhedenmoetenwordenuitgevoerddooronserkendeservicecentrum. Controlepunt / Bedrijfstijd Vóór het gebruik Elke dag Elke week Elke 3 maanden Jaarlijks Vóór opbergen Kettingzaag Inspecteren.

Laten contro- leren door een erkend ser- vicecentrum.

Zaagketting Inspecteren. - - - - - Slijpenindien nodig.

- - - - -76 NEDERLANDS

Controlepunt / Bedrijfstijd Vóór het gebruik Elke dag Elke week Elke 3 maanden Jaarlijks Vóór opbergen Zaagblad Inspecteren.

Verwijderen van de kettingzaag.

Kettingrem Controleren van de werking.

Kettingsmering Controleren van de olietoe- voersnelheid.

Trekkerscha- kelaar Inspecteren.

Olietankdop Controleren op vastzitten.

PROBLEMEN OPLOSSEN Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demon- teren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Symptoom of storing Oorzaak Handeling De kettingzaag start niet. De accu is niet geplaatst. Plaats een opgeladen accu. Probleem met de accu (onvoldoende spanning). Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. De zaagketting draait niet. De kettingrem is aangetrokken. Zet de kettingrem los. Demotorslaatalnakortetijdaf. Deladingvandeaccuisbijnaop. Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. Geen olie op de zaagketting. De olietank is leeg. Vul de olietank. De olietoevoergroef is verstopt. Maak de groef schoon. Het maximumtoerental van de kettingzaag wordt niet bereikt. De accu is verkeerd aangebracht. Breng de accu aan zoals beschreven in deze handleiding. De accuspanning wordt minder. Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. Hetaandrijfsysteemwerktnietgoed. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. De zaagketting stopt niet wanneer de kettingrem wordt aangetrokken: Schakel onmiddellijk het gereedschap uit! De remband is versleten. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. Abnormale trillingen: Schakel onmiddellijk het gereedschap uit! Losgeraakt zaagblad of zaagketting. Stel het zaagblad en de kettingspanning af. Het gereedschap is defect. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren.77 NEDERLANDS Symptoom of storing Oorzaak Handeling De zaagketting kan niet worden aangebracht. De combinatie van zaagketting en ketting- wielisnietjuist. Gebruikdejuistecombinatievanzaagket- ting en kettingwiel door het hoofdstuk met technische gegevens te raadplegen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Originele Makita-accu en -acculader WAARSCHUWING: Als u een zaagblad van een andere lengte dan het standaardzaagblad aanschaft, koopt u tevens een bijbehorende zaag- bladschede. Deze moet passen en het zaagblad van de kettingzaag volledig bedekken. OPMERKING:Sommigeitemsopdelijstkunnen zijninbegrepenindedoosvanhetgereedschapals standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.78 ESPAÑOL ESPAÑOL (Instrucciones originales) ESPECIFICACIONES Modelo: DUC307 DUC357 DUC407 Longitud total (sin la placa de guía) 428 mm Tensión nominal CC 18 V Peso neto *1 2,9 kg *2 4,2 - 4,3 kg Longitud de la placa de guía estándar 300 mm 350 mm 400 mm Longitud recomendada de la barra de guía 300 - 400 mm Tipo de cadena de sierra aplicable (consultelatabladeabajo) 90PX / M41 Piñón Número de dientes 6 Paso 3/8″ Velocidad de la cadena 7,7 m/s (460 m/min) Volumen del depósito de aceite de la cadena 150 cm