MAKITA RS001G - Zaag

RS001G - Zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RS001G MAKITA in PDF-formaat.

📄 108 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA RS001G - page 47
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : RS001G

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RS001G - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RS001G van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING RS001G MAKITA

Accucirkelzaag met achterhandgreep GEBRUIKSAANWIJZING 47

Totale lengte 446 mm Nominale spanning Max.36V-40Vgelijkspanning Nettogewicht 5,0 - 6,2 kg

  • Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
  • Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarstecom- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL4020 / BL4025 / BL4040* / BL4040F* / BL4050F* / BL4080F*
  • : Aanbevolen accu Lader DC40RA / DC40RB / DC40RC
  • Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Gebruiksdoeleinden Hetgereedschapisbedoeldvoorhetrechtzagenin lengterichtingenindwarsrichtingenvoorhetverstekza- genvanhoekeninhoutterwijlhetgereedschapstevig tegen het werkstuk wordt gehouden. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens EN62841-2-5: Geluidsdrukniveau(L

):103dB(A) Onzekerheid(K):3dB(A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)kan/kunnenookwordengebruiktvooreen beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling Detotaletrillingswaarde(triaxialevectorsom)zoals vastgesteld volgens EN62841-2-5: Gebruikstoepassing:zagenvanhout Trillingsemissie(a h,W ):2,5m/s

of lager Onzekerheid(K):1,5m/s 248 NEDERLANDS OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n)kan/kunnenookwordengebruiktvooreen beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen Deverklaringenvanconformiteitzijnbijgevoegdin BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van hetlichtnetwerken(metsnoer)ofgereedschappenmet eenaccu(snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accucirkelzaag Werkwijze bij het zagen

GEVAAR: Houd uw handen uit de buurt van het zaaggebied en het zaagblad. Houd met uw andere hand de voorhandgreep of de behui- zing van het gereedschap vast.Alsudezaag met beide handen vasthoudt, kunt u nooit in uw handenzagen.

2. Reik nooit met uw handen onder het werkstuk.

De beschermkap kan u niet beschermen tegen het zaagbladonderhetwerkstuk.

3. Stel de zaagdiepte in overeenkomstig de dikte

van het werkstuk. Minder dan een volledige tandhoogte dient onder het werkstuk uit te komen.

4. Houd tijdens het zagen het werkstuk nooit vast

met uw handen of benen. Zorg dat het werk- stuk stabiel is ten opzichte van de ondergrond. Hetisbelangrijkhetwerkstukgoedteondersteu- nen om de kans te minimaliseren dat uw lichaam eraanblootgesteldwordt,hetzaagbladvastloopt of u de controle over het gereedschap verliest. ►Fig.1

5. Houd het elektrisch gereedschap vast aan het

geïsoleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het snijgar- nituur met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Door contact met onder spanning staandedraden,zullenookdeniet-geïsoleerde metalen delen van het elektrisch gereedschap onderspanningkomentestaanzodatdegebrui- kereenelektrischeschokkankrijgen.

6. Gebruik bij het schulpen altijd de breedtegelei-

der of de langsgeleider. Hierdoor wordt de nauw- keurigheidvanhetzagenvergrootendekansop vastlopenvanhetzaagbladverkleind.

7. Gebruik altijd zaagbladen met een middengat

van de juiste afmetingen en vorm (diamant versus rond). Zaagbladen die niet goed passen opdebevestigingsmiddelenvandezaag,zullen uit-het-midden draaien waardoor u de controle over het gereedschap verliest.

8. Gebruik nooit een beschadigde of verkeerde

bouten en ringen om het zaagblad te bevesti- gen. De bouten en ringen voor de bevestiging van hetzaagbladzijnspeciaalontworpenvoorgebruik metuwzaagvooroptimaleprestatiesenveilig gebruik. Oorzaken van terugslag en aanverwante waarschuwingen — Terugslag is een plotselinge reactie op een bekneld,vastgelopenofniet-uitgelijndzaagblad, waardoordeoncontroleerbarezaagomhoog,uit het werkstuk en in de richting van de gebruiker gaat. — Wanneerhetzaagbladbekneldraaktofvastloopt doordatdezaagsnedenaarbenedentoesmaller wordt,komthetzaagbladtotstilstandenkomtals reactie de motor snel omhoog in de richting van de gebruiker. — Alshetzaagbladgebogenofniet-uitgelijndraaktin dezaagsnede,kunnendetandenaandeachter- randvanhetzaagbladzichinhetbovenoppervlak vanhethoutvreten,waardoorhetzaagbladuitde zaagsnedeklimtenomhoogspringtinderichting van de gebruiker. Terugslagishetgevolgvanmisgebruikvandezaagen/ ofonjuistegebruiksproceduresof-omstandigheden,en kanwordenvoorkomendoorgoedevoorzorgsmaatre- gelentetre󰀨en,zoalshierondervermeld.49 NEDERLANDS

1. Houd de zaag stevig vast met beide handen

en houd uw armen zodanig dat een terugslag wordt opgevangen. Plaats uw lichaam zij- waarts versprongen van het zaagblad en niet in een rechte lijn erachter. Door terugslag kan de zaagachterwaartsspringen,maardekrachtvan deterugslagkanmetdejuistevoorzorgsmaatre- gelen door de gebruiker worden opgevangen.

2. Wanneer het zaagblad vastloopt, of wanneer

u om een of andere reden het zagen onder- breekt, laat u de aan-uitschakelaar los en houdt u de zaag stil in het materiaal totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen. Probeer nooit de zaag uit het werkstuk te halen of de zaag naar achteren te trekken, terwijl het zaagblad nog draait omdat hierdoor een terug- slag kan optreden.Onderzoekwaaromhetzaag- blad is vastgelopen en tref afdoende maatregelen omdeoorzaakervanoptehe󰀨en.

3. Wanneer u de zaag weer inschakelt terwijl

het zaagblad in het werkstuk zit, plaatst u het zaagblad in het midden van de zaagsnede zodat de tanden niet in het materiaal grijpen. Alshetzaagbladisvastgelopen,kanwanneer dezaagwordtingeschakeldhetzaagbladuithet werkstuk lopen of terugslaan.

4. Ondersteun grote platen om de kans te mini-

maliseren dat het zaagblad bekneld raakt of terugslaat.Groteplatenneigendoortezakken onder hun eigen gewicht. U moet de plaat onder- steunenaanbeidezijden,vlakbijdezaaglijnen vlakbijderandvandeplaat. ►Fig.2 ►Fig.3

5. Gebruik een bot of beschadigd zaagblad niet

meer.Niet-geslepenofverkeerdgezettetanden makeneensmallezaagsnedewatleidttotgrote wrijving,vastlopenenterugslag.

6. De vergrendelhendels voor het instellen van

de zaagbladdiepte en verstekhoek moeten vastgezet zijn alvorens te beginnen met zagen. Alsdeafstellingenvanhetzaagbladtijdenshet zagenverlopen,kanditleidentotvastlopenof terugslag.

7. Wees extra voorzichtig wanneer u een inval-

zaagsnede maakt in een bestaande wand of een andere plaats waarvan u de onderkant niet kunt zien.Hetzaagbladzoueenhardvoorwerp kunnenraken,metalsgevolgeengevaarlijke terugslag.

8. Houd het gereedschap ALTIJD met beide han-

den stevig vast. Plaats NOOIT een hand, been of een ander lichaamsdeel onder zoolplaat of achter de zaag, speciaal bij het afkorten. Als eenterugslagoptreedt,kandezaaggemakkelijk achteruit en over uw hand springen waardoor ernstigpersoonlijkletselontstaat. ►Fig.4

9. Dwing de zaag nooit. Duw de zaag vooruit

met een snelheid waarbij het zaagblad niet vertraagt.Alsudezaagdwingt,kandatleiden toteenongelijkmatigezaagsnede,verminderde nauwkeurigheidenmogelijketerugslag. Functie van de beschermkap

1. Controleer voor ieder gebruik of de onderste

beschermkap goed sluit. Gebruik de zaag niet als de onderste beschermkap niet vrij kan bewegen en onmiddellijk sluit. Zet de onderste beschermkap nooit vast in de geopende stand. Alsudezaagperongeluklaatvallen,kande onderste beschermkap worden verbogen. Til de onderste beschermkap op aan de terugtrekhendel encontroleerdatdezevrijkanbewegenenniet hetzaagbladofeniganderonderdeelraakt,onder alleverstekhoekenenopallezaagdiepten.

2. Controleer de werking van de veer van de

onderste beschermkap. Als de beschermkap en de veer niet goed werken, dienen deze vóór gebruik te worden gerepareerd. De onderste beschermkap kan traag werken als gevolg van beschadigdeonderdelen,gom-ofharsafzetting,of opeenhoping van vuil.

3. De onderste beschermkap mag alleen met de

hand worden geopend voor het maken van speciale zaagsneden, zoals een invalzaag- snede en gecombineerde zaagsnede. Til de onderste beschermkap op aan de terugtrek- hendel en laat deze los zodra het zaagblad in het materiaal zaagt.Bijalleanderetypenzaag- sneden, dient de onderste beschermkap automa- tisch te werken.

4. Let er altijd op dat de onderste beschermkap

het zaagblad bedekt voordat u de zaag op een werkbank of vloer neerlegt. Een onbeschermd zaagbladdatnognadraait,zaldezaagachter- uitdoenlopenwaarbijallesopzijnwegwordt gezaagd.Denkaandetijddiehetduurtnadatde schakelaarislosgelatenvoordathetzaagblad stilstaat.

5. U kunt de onderste beschermkap controleren,

door deze met de hand te openen, los te laten en te kijken of hij goed sluit. Controleer tevens of de terugtrekhendel de behuizing van het gereedschap niet raakt.Hetzaagbladonbe- schermdlatenisUITERSTGEVAARLIJKenkan leidentoternstigpersoonlijkletsel. Aanvullende veiligheidsvoorschriften

1. Wees extra voorzichtig bij het zagen in nat

hout, druk-behandeld timmerhout en hout met knoesten. Zorg dat het gereedschap steeds soepelvooruitbeweegtzonderdatdesnelheid vanhetzaagbladlagerwordt,omoververhitting vandezaagtandentevoorkomen.

2. Probeer niet afgezaagd materiaal te verwij-

deren terwijl het zaagblad nog draait. Wacht totdat het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen voordat u het afgezaagde materiaal vastpakt.Hetzaagbladdraaitnognanadathet gereedschap is uitgeschakeld.

3. Voorkom dat u in spijkers zaagt. Inspecteer het

hout op spijkers en verwijder deze zo nodig voordat u begint te zagen.

4. Plaats het bredere deel van de zool van de

zaag op het deel van het werkstuk dat goed is ondersteund, en niet op het deel dat omlaag valt nadat de zaagsnede gemaakt is. Als het werkstuk kort of smal is, klemt u het vast.

5. Voordat u het gereedschap neerlegt na het

voltooien van een zaagsnede, controleert u dat de beschermkap gesloten is en het zaagblad volledig tot stilstand is gekomen.

6. Probeer nooit te zagen waarbij de zaag onder-

steboven in een bankschroef is geklemd. Dit is uiterst gevaarlijk en kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. ►Fig.6

7. Sommige materialen bevatten chemische

sto󰀨en die giftig kunnen zijn. Neem voorzorgs- maatregelen tegen het inademen van stof en contact met de huid. Volg de veiligheidsin- structies van de leverancier van het materiaal op.

8. Breng het zaagblad niet tot stilstand door

zijdelings op het zaagblad te drukken.

9. Gebruik geen slijpschijven.

10. Gebruik uitsluitend een zaagblad met een

diameter die is aangegeven op het gereed- schap of vermeld in de gebruiksaanwijzing. Hetgebruikvaneenzaagbladmeteenverkeerde afmeting kan de goede bescherming van het zaagbladofdewerkingvandebeschermkap negatiefbeïnvloeden,waardoorernstigpersoon- lijkletselkanontstaan.

11. Houd het zaagblad scherp en schoon. Gom of

harsdatophetzaagbladisopgedroogdvertraagt hetzaagbladenverhoogtdekansopterugslag. Houdhetzaagbladschoondoorditeerstvanhet gereedschap te demonteren en het vervolgens schoon te maken met een reinigingsmiddel voor gom en hars, heet water of kerosine. Gebruik nooitbenzine.

12. Draag een stofmasker en gehoorbescherming

tijdens gebruik van het gereedschap.

13. Gebruik altijd het zaagblad dat is bedoeld voor

zagen in het materiaal waarin u gaat zagen.

14. Gebruik altijd een zaagblad dat is gemarkeerd

met een toerental dat gelijk is aan of hoger is dan het toerental dat is aangegeven op het gereedschap.

15. (Alleen voor Europese landen)

Gebruik altijd een zaagblad dat voldoet aan EN847-1, indien bedoeld voor hout en daarmee gelijk te stellen materialen.

16. Plaats het gereedschap en de onderdelen op

een vlakke en stabiele ondergrond. Anders kan het gereedschap of kunnen de onderdelen eraf vallenenletselveroorzaken. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre󰀨ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- tentenaanzienvanverpakkingenetikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerdishetnoodzakelijkeenexpertop hetgebiedvangevaarlijkesto󰀨enteraadplegen. Houdutevensaanmogelijkstrengerenationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedektmettapeendeaccumoetzodanig wordenverpaktdatdezenietkanbewegeninde verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de51 NEDERLANDS

gereedschappen die door Makita zijn aan- bevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, buitensporige warmteontwikkeling, een explosieoflekkagevanelektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- doorbrandwondenofpersoonlijkletselkunnen ontstaan.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt.OokvervaltdaarmeedegarantievanMakita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevigvasthoudt,kunnendezeuituwhandenglippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijkletselwordenveroorzaakt. LET OP: Gebruik geen accuadapter met de cirkelzaag. De kabel van de accuadapter kan het gebruik hinderen waardoor persoonlijk letsel wordt veroorzaakt. ►Fig.7: 1. Rood deel 2.Knop3. Accu Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaande voorkantvandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccu uit het gereedschap. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuit metdegroefindebehuizingenduwtudeaccuopzijn plaats.Steekdeaccuzovermogelijkinhetgereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaaris,zoalsaangegevenindeafbeelding,isde accu niet geheel vergrendeld. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Alsdeaccunietgemakkelijkinhetgereedschap kanwordengeschoven,wordtdezenietgoed aangebracht. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is uitgerust met een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem.Ditsysteemkanautomatisch de stroomtoevoer naar de motor afsluiten om de levens- duur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschapzaltijdensgebruikautomatischstoppen wanneerhetgereedschapofdeaccuzichineenvan de volgende omstandigheden bevindt: Onder bepaalde omstandighedengaandeindicatorlampjesbranden. Overbelastingsbeveiliging Als het gereedschap/de accu wordt bediend op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch. Schakel in die situatie het gereedschap uit en stop het gebruik52 NEDERLANDS dat ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel daarna het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap/de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in die situatie het gereedschap afkoelen voordat u het gereedschap weer inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading laag is, stopt het gereedschap auto- matisch. Als het gereedschap niet werkt, ook niet wan- neerdeschakelaarswordenbediend,verwijdertude accu’s vanaf het gereedschap en laadt u de accu’s op. De resterende acculading controleren Druk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu- rende enkele seconden. ►Fig.8: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storingzijn opgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. OPMERKING:Heteerste(meestlinker)indicator- lampjeknippertwanneerhetaccubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Automatische toerentalwisselfunctie Dit gereedschap heeft een “hoog-toerentalfunctie” en een “hoog-koppelfunctie”. Het gereedschap verandert de bedieningsfunctie auto- matischafhankelijkvandebelasting.Alsdebelasting laag is, werkt het gereedschap in de “hoog-toeren- talfunctie” om sneller te werken. Als de belasting hoog is, werkt het gereedschap in de “hoog-koppelfunctie” om krachtiger te werken. De zaagdiepte instellen LET OP: Nadat u de zaagdiepte hebt inge- steld, zet u de hendel altijd stevig vast. Draai de hendel op de dieptegeleider los en verstel dezoolomhoogofomlaag.Zetdezoolvastopde gewenstezaagdieptedoordehendelvasttedraaien. Vooreenschonere,veiligerezaagsnede,steltude zaagdieptezodanigindatnietmeerdaneentand- hoogtedoorhetwerkstukheensteekt.Doordezaag- diepte goed in te stellen, verkleint u de kans op een potentieelgevaarlijkeTERUGSLAG,endaarmeeop persoonlijkletsel. ►Fig.9: 1. Hendel Schuine zaagsnede LET OP: Nadat u de verstekhoek hebt inge- steld, zet u de hendel altijd stevig vast. Zet de hendel los en stel de gewenste hoek in door dienovereenkomstigtekantelen,enzetdaarnade hendel weer stevig vast. ►Fig.10: 1. Hendel Positieve stop De positieve stop is handig om de gewenste hoek snelintestellen.Draaidepositievestopzodatdepijl daaropdegewensteverstekhoekaanwijst(ongeveer 22,5°/45°/53°).Draaidehendellosenkanteldaarna dezoolvanhetgereedschaptotdatdezestopt.De standwaarindezoolvanhetgereedschapstoptisde hoek die u hebt ingesteld met de positieve stop. Zet de hendelvastterwijldezoolvanhetgereedschapindeze stand staat. ►Fig.11: 1. Positieve stop Zichtlijn Voorrechtzagenlijntudepositie0°opdevoorkant vandezooluitmetdezaaglijn.Vooreenschuinezaag- snede onder een hoek van 45°, gebruikt u hiervoor de 45°-stand. ►Fig.12: 1.Zaaglijn(0°-stand)2.Zaaglijn(45°-stand)53 NEDERLANDS De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Alvorens de accu in het gereedschap te plaatsen, moet u altijd controle- ren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. WAARSCHUWING: U mag NOOIT de uit-ver- grendelknop buiten werking stellen door hem met tape vast te zetten of iets dergelijks. Een schake- laar met een buiten werking gestelde uit-vergrendel- knop, kan leiden tot onbedoeld inschakelen en ernstig persoonlijkletsel. WAARSCHUWING: Gebruik het gereed- schap NOOIT als het start door alleen maar de trekkerschakelaar in te knijpen zonder de uit-ver- grendelknop in te drukken. Een schakelaar die moet worden gerepareerd, kan leiden tot onbedoeld inschakelenenernstigpersoonlijkletsel.Stuurhet gereedschap op naar een Makita-servicecentrum voor reparatie ZONDER het verder te gebruiken. LET OP: Onmiddellijk nadat u de trekkerscha- kelaar hebt losgelaten, begint het gereedschap de snelheid van het cirkelzaagblad af te remmen. Houd het gereedschap stevig vast om de reac- tiekracht van het afremmen te kunnen opvangen nadat de trekkerschakelaar is losgelaten. Door de plotselinge reactiekracht kan het gereedschap uit uw handenvallenenpersoonlijkletselveroorzaken. Om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt ingeknepen, is een uit-vergrendelknop aange- bracht. Om het gereedschap te starten, drukt u de uit-vergrendelknopinenknijptudetrekkerschakelaar in. Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen. ►Fig.13: 1. Trekkerschakelaar 2. Uit-vergrendelknop KENNISGEVING: Druk de trekschakelaar niet hard in zonder dat de uit-vergrendelknop is inge- drukt. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan. Elektrische rem Ditgereedschapisvoorzienvaneenelektrische zaagbladrem.Alshetgereedschapcontinuhetcirkel- zaagbladnietsnelstilzetnahetloslatenvandescha- kelaar, laat u het gereedschap onderhouden door een Makita-servicecentrum. LET OP: Het zaagbladremsysteem is geen vervanging van de beschermkap. GEBRUIK

TOT ERNSTIG PERSOONLIJK LETSEL. Elektronische functie Gereedschappenmetelektronischefunctiezijndankzij devolgendeeigenschap(pen)gemakkelijktebedienen. Zachte-startfunctie Maakteenzachtestartmogelijkdooronderdrukking van de startschok. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Opbergplaats voor de versprongen sleutel Wanneer de versprongen sleutel niet wordt gebruikt, bergtuhemopzoalsaangegevenindeafbeelding zodatuhemnietverliest. ►Fig.14: 1. Versprongen sleutel Het cirkelzaagblad aanbrengen en verwijderen LET OP: Verzeker u ervan dat het cirkelzaag- blad zodanig wordt aangebracht dat de tanden aan de voorkant van het gereedschap omhoog wijzen. LET OP: Gebruik uitsluitend de versprongen sleutel van Makita voor het aanbrengen en verwij- deren van het cirkelzaagblad. Het cirkelzaagblad aanbrengen OPMERKING:Hetcirkelzaagbladkanalzijnaange- bracht vóór verkoop.

1. Drukdeasvergrendelingvollediginzodatde

montageas niet kan draaien en draai de inbusbout los metdeversprongensleutel.Verwijdervervolgensde inbusboutenbuitenens. ►Fig.15: 1. Asvergrendeling 2. Versprongen sleutel

3. Losdraaien 4. Vastdraaien

2. Brengdebinnenens,dering(afhankelijkvanhet

land),hetcirkelzaagblad,debuitenensendeinbus- boutaan.Lijnnuderichtingvandepijlophetzaagblad uitmetdepijlophetgereedschap. Voor gereedschap zonder de ring ►Fig.16: 1. Inbusbout 2.Buitenens 3.Cirkelzaagblad4.Pijlophetcirkel- zaagblad5.Binnenens6.Pijlophet gereedschap Voor gereedschap met de ring ►Fig.17: 1. Inbusbout 2.Buitenens 3.Cirkelzaagblad4.Pijlophetcirkelzaag- blad 5. Ring 6.Binnenens7.Pijlophet gereedschap

3. Druk de asvergrendeling in en draai de inbusbout

vast.54 NEDERLANDS Voor gereedschap met een binnenens voor een zaagblad met een middengatdiameter anders dan 15,88 mm Debinnenensheefteenuitsteekselmeteenbepaalde diameteraanéénzijdeeneenuitsteekselmeteen anderediameteraandeanderezijde.Kiesdecorrecte zijdewaarvanhetuitsteekselperfectpastinhetmid- dengatvanhetcirkelzaagblad.Plaatsdebinnenensop demontageaszodatdejuistezijdemethetuitsteeksel opdebinnenensnaarbuitenwijst,enbrengdaarna hetcirkelzaagbladendebuitenensaan. ►Fig.18: 1. Montageas 2.Binnenens 3.Cirkelzaagblad4.Buitenens

DE INBUSBOUT LINKSOM STEVIG VASTDRAAIT. Wees ook voorzichtig de bout niet te strak aan de draaien. Als u met uw hand van de inbussleutel af glijdt, kan persoonlijk letsel ontstaan. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het uit- steeksel "a" op de binnenens dat aan de buiten- zijde zit, perfect past in het middengat "a" van het zaagblad.Alsuhetcirkelzaagbladopdeverkeerde kantvandebinnenensaanbrengt,kunnengevaar- lijketrillingenhetgevolgzijn. Voor gereedschap met een binnenens voor een zaagblad met een middengatdiameter van 15,88 mm (afhankelijk van het land) Brengdebinnenensopdemontageasaanmetzijn verzonkenzijdenaarbuitengericht,enbrengdaarna hetzaagblad(zonodigmetderingbevestigd),debui- tenensendeinbusboutaan. Voor gereedschap zonder de ring ►Fig.19: 1. Montageas 2.Binnenens 3.Cirkelzaagblad4.Buitenens

Voor gereedschap met de ring ►Fig.20: 1. Montageas 2.Binnenens 3.Cirkelzaagblad4.Buitenens

DE INBUSBOUT LINKSOM STEVIG VASTDRAAIT. Wees ook voorzichtig de bout niet te strak aan de draaien. Als u met uw hand van de inbussleutel af glijdt, kan persoonlijk letsel ontstaan. WAARSCHUWING: Als de ring nodig is om het cirkelzaagblad op de as aan te kunnen bren- gen, zorgt u er altijd voor dat de correcte ring voor het middengat van het te gebruiken zaagblad wordt aangebracht tussen de binnenens en de buitenens. Het gebruik van een verkeerde midden- gatring kan resulteren in een gebrekkige montage vanhetcirkelzaagblad,waardoorditgaatbewegen en sterk trillen met als gevolg dat u de controle over hetgereedschapkuntverliezenenernstigpersoonlijk letselkanwordenveroorzaakt. Het cirkelzaagblad verwijderen

1. Drukdeasvergrendelingvollediginzodatde

montageas niet kan draaien en draai de inbusbout los metdeversprongensleutel.Verwijdervervolgensde inbusbout,debuitenens,hetcirkelzaagbladendering (afhankelijkvanhetland).

2. Als u het gereedschap opbergt, brengt u de bui-

tenensaandraaitudeinbusboutmetdehandlicht vast om te voorkomen dat u hem verliest. De beschermkap reinigen Vergeetnietomtijdenshetverwisselenvanhet cirkelzaagbladtevensdebovensteenonderste beschermkappenteontdoenvanopgehooptzaag- sel,zoalsbeschreveninhethoofdstukOnderhoud. Ondanksdergelijkonderhoudblijfthetnoodzakelijk de werking van de onderste beschermkap voor ieder gebruik te controleren. Een stofzuiger aansluiten Optioneel accessoire OPMERKING: Om te voorkomen dat de rubber dop verlorenwordt,bewaartudezeopdevoorkantvan het gereedschap. OPMERKING:Alsgeenstofzuigerwordtgebruikt, plaatstuderubberdopopdestofafzuigaansluitmond. Verwijderderubberdopvanafdestofafzuigaansluit- mondensluitdeslangvandestofzuigeraan. ►Fig.21: 1. Rubber dop Omdezaagomgevingschoontehouden,kuntueen Makita-stofzuigeropditgereedschapaansluiten.Sluit destofzuigerslangaanopdestofafzuigaansluitmond met behulp van aansluitmond 24. ►Fig.22: 1.Stofzuigerslang2. Aansluitmond 24 3.Stofafzuigaansluitmond4. Rubber dop BEDIENING Ditgereedschapisuitsluitendbedoeldvoorhetzagen van houtproducten. Raadpleegonzewebsiteofneemcontactopmetuw55 NEDERLANDS plaatselijkeMakita-dealervoordecorrectecirkelzaag- bladendiemoetenwordengebruiktvoorhettezagen materiaal. De werking van de beschermkap controleren Verwijderdeaccu. Stel de verstekhoek in op 0° en trek daarna de onderste beschermkap met de hand terug tot aan het einde en laat hem los. De onderste beschermkap werkt correct als: — dezekanwordenteruggetrokkenbovendezool zonderenigweerstand,en — dezeautomatischterugkeerttottegendeaanslag. ►Fig.23: 1. Bovenste beschermkap 2. Onderste beschermkap 3. Zool 4. Aanslag 5. Openen

Als de onderste beschermkap niet correct werkt, con- troleertuofzaagselzichheeftopgehooptbinneninde onderste en bovenste beschermkappen. Als de onder- stebeschermkapnietcorrectwerkt,zelfsnietnahet verwijderenvanzaagsel,laatuhetgereedschaponder- houden door een Makita-servicecentrum. LET OP: Draag een stofmasker wanneer u zaagt. LET OP: Duw het gereedschap voorzichtig in een rechte lijn naar voren. Als u het gereedschap dwingtofverdraait,zaldemotoroververhitraken enhetgereedschapgevaarlijkterugslaanwaardoor ernstigletselkanwordenveroorzaakt. OPMERKING: Wanneer de temperatuur van de acculaagis,werkthetgereedschapmogelijkniet op volle capaciteit. Gebruik in dat geval het gereed- schapenigetijdvoorlichtzaagwerktotdatdeaccuis opgewarmd tot kamertemperatuur. Daarna kan het gereedschap op volle capaciteit werken. ►Fig.24 Houd het gereedschap stevig vast. Het gereedschap isvoorzienvanzoweleenvoorhandgreepalseenach- terhandgreep.Gebruikbeideomhetgereedschapzo goedmogelijkvasttehouden.Alsudezaagmetbeide handenvasthoudt,kanhetcirkelzaagbladnooitinuw handenzagen.Plaatseerstdezoolophetwerkstukdat uwiltzagen,zonderdathetcirkelzaagbladhetwerkstuk raakt. Schakel vervolgens het gereedschap in en wacht totdathetcirkelzaagbladopmaximaaltoerentaldraait. Duw het gereedschap nu gewoon naar voren over het oppervlakvanhetwerkstuk,houdhetdaarbijvlak,en duwgelijkmatigtotdathetzagenklaaris. Zorgvooreenschonezaagsnededooreenrechte zaaglijneneenconstantevoortgaandesnelheid.Als dezaagsnedenietverlooptvolgensdevoorgenomen zaaglijn,magunietproberenhetgereedschapietste draaienoftedwingenterugtekerennaardezaaglijn. Alsuditdoet,kanhetcirkelzaagbladvastlopeneneen gevaarlijketerugslagoptredenmetmogelijkernstig persoonlijkletseltotgevolg.Laatdeschakelaarlos, wachttothetcirkelzaagbladtotstilstandisgekomen entrekvervolgenshetgereedschapterug.Lijnhet gereedschapuitmeteennieuwezaaglijnenbeginweer tezagen.Probeertevermijdendatdoordepositievan het gereedschap de gebruiker wordt blootgesteld aan zaagselenspaandersdiedoordezaagwordenuitge- worpen. Gebruik oogbescherming om verwonding te voorkomen. Haak LET OP: Verwijder altijd eerst de accu, voor- dat u het gereedschap aan de haak ophangt. LET OP: Hang het gereedschap nooit op aan de haak op een hoge plaats of ergens waar het gereedschap uit balans kan raken en kan vallen. Anders kan het gereedschap per ongeluk vallen en ernstigletselveroorzaken. LET OP: Trek het gereedschap niet omlaag terwijl het aan de haak hangt. LET OP: Gebruik de onderdelen voor ophan- gen of monteren uitsluitend waarvoor ze zijn bedoeld. Het gebruik voor onbedoelde doeleinden kanleidentoteenongevalofpersoonlijkletsel. Dehaakishandigomhetgereedschaptijdelijkaanop te hangen. Hiertoe draait u de haak gewoon omhoog totdatdezevastkliktindegeopendestand. Alsudehaaknietgebruikt,vouwtudezeweeromlaag totdatdezevastkliktindegeslotenstand. ►Fig.25: 1. Haak 2. Geopende stand 3. Gesloten stand ►Fig.26 Breedtegeleider (liniaal) Optioneel accessoire Met de handige breedtegeleider kunt u extra nauwkeu- rigrechtzagen.Schuifgewoondebreedtegeleiderstrak tegendezijkantvanhetwerkstukenzetdezeopzijn plaats vast met behulp van de schroef op de voorkant vandezoolvanhetgereedschap.Opdezemanieris hettevensmogelijkeenzaagbewegingteherhalenmet identieke breedte. ►Fig.27: 1.Breedtegeleider(liniaal)2.Klembout Een touw (tuiriem) bevestigen Veiligheidswaarschuwingen speciek voor wer- ken op hoogte Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Het niet volgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot ernstig letsel.

1. Houd het gereedschap altijd vastgebonden

tijdens het werken ‘op hoogte’. De maximale lengte van het touw is 2 m. De maximaal toegestane valhoogte van het touw (tuiriem) mag niet meer zijn dan 2 meter.

2. Gebruik uitsluitend met een touw dat geschikt

is voor dit gereedschap en een draagvermo- gen heeft van minstens 7,0 kg (15,4 lbs).

3. Veranker het touw van het gereedschap niet

aan iets op uw lichaam of aan een verplaats- baar voorwerp. Veranker het touw van het gereedschap aan een stevige constructie die de krachten van een vallend gereedschap kan opvangen.

4. Verzeker u er vóór gebruik van dat het touw56 NEDERLANDS

goed is vastgemaakt aan beide uiteinden.

5. Inspecteer het gereedschap en touw vóór elk

gebruik op beschadigingen en correcte wer- king (inclusief het materiaal en de stiksels). Gebruik het niet wanneer het beschadigd is of niet correct werkt.

6. Wikkel touwen niet rondom scherpe of ruwe

randen en laat ze er niet mee in aanraking komen.

7. Bevestig het andere uiteinde van het touw bui-

ten het werkgebied zodat een vallend gereed- schap stevig bevestigd blijft.

8. Bevestig het touw zodanig dat het gereed-

schap tijdens het vallen zich verwijderd van de gebruiker.Eengereedschappendatvaltzalaan het touw slingeren, waardoor letsel kan worden veroorzaaktofuuwevenwichtkuntverliezen.

9. Gebruik niet nabij bewegende onderdelen of

draaiende machines.Alsuzichhiernietaan houdt, kan dat leiden tot beknellingsgevaar of verstrikkingsgevaar.

10. Draag het gereedschap niet aan de bevesti-

gingsvoorziening of het touw.

11. Verplaats het gereedschap uitsluitend tussen

uw handen terwijl u een goed evenwicht hebt.

12. Bevestig een touw niet aan het gereedschap

op een manier waardoor beschermkappen, schakelaars of uit-vergrendelingen niet correct kunnen werken.

13. Voorkom dat u verstrikt raakt in het touw.

14. Houd het touw uit de buurt van het snij- of

zaaggebied van het gereedschap.

15. Gebruik multiactie-karabijnhaken en kara-

bijnhaken met schroefsluiting. Gebruik geen enkelvoudige karabijnhaken met veersluiting.

16. In het geval een gereedschap valt, moet het

worden gelabeld en buiten bedrijf gesteld, en moet het worden geïnspecteerd door de Makita-fabriek of een Makita-servicecentrum. ►Fig.28: 1.Gatvoortouw(tuiriem) ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. LET OP: Reinig de bovenste en onderste beschermkappen om er zeker van te zijn dat er geen opgehoopt zaagsel is dat de werking van de onderste beschermkap kan hinderen. Een vuile beschermkap kan de goede werking hinderen, wat kanleidentoternstigpersoonlijkletsel.Demeest e󰀨ectievemanieromditreinigenuittevoerenismet perslucht. Wanneer het stof uit de beschermkap- pen wordt geblazen, dient u de geschikte oog- en ademhalingsbescherming te gebruiken. LET OP: Veeg na elk gebruik het zaagsel van het gereedschap af.Fijnzaagselkanbinnen- dringen in het gereedschap en een storing of brand veroorzaken. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. De nauwkeurigheid van de 0°-stand afstellen Dezeafstellingisalindefabriekuitgevoerd.Maarals dezeverlopenis,kuntuhetafstellenaandehandvan de volgende procedure.

1. Zet de hendel van de verstekschaalplaat los.

2. Steldezoolhaaksafophetzaagbladmetbehulp

van een geodriehoek of winkelhaak door de stelbout te draaien. ►Fig.29: 1. Geodriehoek 2. Stelbout

3. Zetdehendelvastenzaageentestsnedeomde

verticaalstelling te controleren. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Breedtegeleider(liniaal)