DUC122ZK - Zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DUC122ZK MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DUC122ZK - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DUC122ZK van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DUC122ZK MAKITA
Accu-kettingzaag Gebruiksaanwijzing
Solo per i paesi europei Le Dichiarazioni di conformità sono incluse nell’Allegato A al presente manuale d’uso.53 NEDERLANDS (Originele instructies) Verklaring van algemene gegevens 1 Rood aanduiding 2 Knop 3 Accu 4 Spanningslampjes 5 Controletoets 6 Ontgrendelknop 7 Trekschakelaar 8 Zaagschalm 9 Zaagblad 10 Pijl 11 Veer 12 Kettingwiel 13 Haak 14 Gat 15 Afdekking van het kettingwiel 16 Knop 17 Dop van olietank 18 Oliepeilglas 19 Olievulopening 20 Puntgeleider 21 Onderkantgeleider 22 Kettingbeschermer (kettingkast) 23 Drukdop 24 Platkopschroevendraaier 25 Filter 26 Borgring 27 Ring 28 Limietmarkering 29 Dop van koolborstelhouder 30 Schroevendraaier TECHNISCHE GEGEVENS WAARSCHUWING: Gebruik de juiste combinatie van zaagblad en zaagketting. Anders loopt u de kans op licha- melijk letsel.
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande techni- sche gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. *1: Het gewicht is exclusief de zaagketting, het zaagblad, de zaagbladschede, olie en de accu(’s). *2: De lichtste en zwaarste combinatie in gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2014. Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu(’s). Toepasselijke accu’s en laders
- Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Model DUC122 Standaardzaagblad Lengte zaagblad 115 mm Zaaglengte 11,5 cm Type Precisieblad Standaardzaagketting Type 25 AP Steek 6,35 mm (1/4") Maat 1,3 mm (0,05") Aantal kettingschakels 42 Kettingwiel Aantal zaagtanden 9 Steek 6,35 mm (1/4") Totale lengte 422 mm Netto gewicht *1 1.7 kg *2 2,4 - 2,7 kg Kettingsnelheid per minuut (min
Nominale spanning D.C. 18 V Accu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC54 Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. ENE090-1 Doeleinden van gebruik Dit gereedschap is bestemd voor het afzagen van takken / bijtrimmen van bomen. Het is ook geschikt voor de verzorging van bomen. GEA010-2 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elek- trisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en techni- sche gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder- staande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term “elektrisch gereedschap” in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). GEB119-3 Veiligheidswaarschuwingen voor een accukettingzaag
1. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de
zaagketting terwijl de kettingzaag in gebruik is. Alvorens de kettingzaag te starten, verzekert u zichzelf ervan dat de zaagketting niets raakt. In slechts een kort moment van onoplettendheid tij- dens het gebruik van de kettingzaag kan uw kleding of lichaam in aanraking komen met de zaagketting.
2. Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand
vast aan de bovenhandgreep en met uw linker- hand aan de voorhandgreep. Houd de kettingzaag nooit vast met uw handen verwisseld, omdat dan de kans op lichamelijk letsel groter is.
3. Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan
de geïsoleerde vlakken omdat de zaagketting met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Wanneer de zaagketting in aanraking komt met onder spanning staande draden, zullen de niet- geïsoleerde metalen delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
4. Draag een veiligheidsbril en gehoorbescher-
ming. Verdere veiligheidsmiddelen voor hoofd, han- den, benen en voeten worden aanbevolen. Afdoende beschermende kleding verkleint de kans op lichamelijk letsel als gevolg van rondvliegend afval of onbedoeld contact van de zaagketting.
5. Zorg altijd voor een stevige stand.
6. Bij het afzagen van een tak die onder spanning
staat, let u goed op eventuele terugslag. Wan- neer de spanning in de houtvezels vrij komt, kan de onder spanning staande tak de gebruiker een terug- slag geven en/of de controle over de kettingzaag doen verliezen.
- Lees de gebruiksaanwijzing.
- Draag oogbescherming.
- Draag gehoorbescherming.
- Draag een veiligheidshelm, veilig- heidsbril en gehoorbescherming.
- Gebruik afdoende beschermings- middelen voor voet/been en hand/ arm.
- Stel niet bloot aan vocht.
- Maximaal toegestane zaaglengte
- Draairichting van de ketting
- Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijke componenten in het apparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten, accu’s en batterijen negatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische apparaten en accu’s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Euro- pese richtlijn inzake oude elektri- sche en elektronische apparaten en inzake accu’s en batterijen en oude accu’s en batterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nati- onale wetgeving, dienen oude elek- trische apparaten, accu’s en batterijen gescheiden te worden opgeslagen en te worden ingele- verd bij een apart inzamelingspunt voor huishoudelijk afval dat de milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangege- ven door het symbool van een door- gekruiste afvalcontainer. Ni-MH Li-ion
- Gegarandeerd geluidsvermogenni- veau conform EU-richtlijn inzake geluidsemissie buitenhuis.
- Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië55
7. Wees uiterst voorzichtig bij het zagen van strui-
ken en jonge boompjes. Het dunne materiaal kan zich vasthaken aan de zaagketting en naar u toe geslingerd worden of u uit balans brengen.
8. Draag de kettingzaag aan de voorhandgreep ter-
wijl deze uitgeschakeld is en van uw lichaam af gekeerd is. Bij het transporteren of opbergen van de kettingzaag moet altijd de schede om het zaagblad worden gedaan. Een juiste behandeling van de kettingzaag verkleint de kans op het per ongeluk aanraken van de bewegende zaagketting.
9. Volg de instructies voor het smeren, ketting
spannen en verwisselen van accessoires. Een verkeerd gespannen of gesmeerde zaagketting kan breken of de kans op terugslag verhogen.
10. Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van
olie en vetten. Met vet of olie bevuilde handgrepen zijn glad en leiden tot verlies van controle over de kettingzaag.
11. Zaag uitsluitend hout. Gebruik de kettingzaag
niet voor doeleinden waarvoor deze niet bedoeld is. Bijvoorbeeld: gebruik de kettingzaag niet om kunststof, steen of bouwmaterialen anders dan hout te zagen. Het gebruik van de kettingzaag voor andere werkzaamheden dan waarvoor deze bedoeld is, kan leiden tot gevaarlijke situaties.
12. Oorzaken van terugslag en wat de gebruiker
hieraan kan doen: Terugslag kan optreden wanneer de neus of voor- rand van het zaagblad een voorwerp raakt, of wan- neer het hout zich sluit en de zaagketting in de zaagsnede vastklemt. Zagen met alleen de punt van het zaagblad kan een plotselinge, omgekeerde reac- tie veroorzaken waardoor het zaagblad omhoog geworpen wordt in de richting van de gebruiker. Het beknellen van de zaagketting langs de bovenrand van het zaagblad kan het zaagblad snel terugwer- pen in de richting van de gebruiker. Deze beide reacties kunnen ertoe leiden dat u de controle over de kettingzaag verliest waardoor ernstig lichamelijk letsel kan ontstaan. Wees niet afhankelijk van alleen de veiligheidsvoorzieningen die in uw kettingzaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van de kettingzaag moet u meerdere stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat uw zaagwerkzaamheden zonder onge- lukken of letsel verlopen. Terugslag is het gevolg van misbruik van het gereedschap en/of onjuiste gebruiksprocedures of - omstandigheden, en kan worden voorkomen door de juiste voorzorgsmaatregelen te treffen, zoals hieronder vermeld:
- Houd de kettingzaag stevig met beide handen vast, met uw duimen en vingers rondom de hand- grepen van de kettingzaag, en positioneer uw lichaam en armen zodanig dat u een eventuele terugslag kan opvangen. De kracht van een terugslag kan worden opgevangen door de gebruiker mits de juiste voorzorgsmaatregelen zijn getroffen. Laat de kettingzaag nooit los.
- Reik niet te ver en zaag nooit boven schouder- hoogte. Dit helpt te voorkomen dat de punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en biedt een betere controle over de kettingzaag in onver- wachte situaties.
- Gebruik bij het vervangen van het zaagblad of de zaagketting uitsluitend onderdelen die zijn opge- geven door de fabrikant. Vervanging door een verkeerd zaagblad of zaagketting kan ertoe lei- den dat de zaagketting breekt en/of het zaagblad terugslaat.
- Volg de instructies van de fabrikant over het slij- pen en onderhouden van de zaagketting. Het ver- lagen van de hoogte van de dieptevoeler kan leiden tot meer terugslag.
13. Alvorens met het werk te beginnen, controleert u
of de kettingzaag zich in goede werkende staat bevindt, en dat deze voldoet aan de veiligheids- regels. Controleer met name of:
- De uitlooprem goed werkt;
- Het zaagblad en de afdekking van het kettingwiel goed zijn gemonteerd;
- De ketting is geslepen en gespannen overeen- komstig de regels.
14. Start de kettingzaag niet terwijl de schede om
het zaagblad is geplaatst. Als de kettingzaag wordt gestart terwijl de schede om het zaagblad is geplaatst, kan de schede naar voren worden wegge- worpen, waardoor lichamelijk letsel en materiële schade aan voorwerpen in de buurt van de operator kan worden veroorzaakt. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen:
1. Houd omstanders en dieren uit de buurt van het
werkgebied tijdens het gebruik van de ketting- zaag.
Veiligheidswaarschuwingen specifiek voor kettingzagen met een bovenhandgreep
1. Deze kettingzaag is speciaal ontworpen voor
boomverzorging en boomchirurgie. De ketting- zaag is bedoeld om te worden gebruikt door goed opgeleide personen. Houd u aan alle instructies, procedures en aanbevelingen van de betreffende brancheorganisatie. Anders kunnen zich fatale ongevallen voordoen. Wij adviseren u altijd een hoogwerker (telescoophoogwerker, schaarhoogwerker) te gebruiken voor het zagen in bomen. Abseiltechnieken zijn extreem gevaar- lijk en vereisen speciale training. De gebruikers moeten opgeleid worden om bekend te raken met het gebruik van veiligheidsuitrusting en klimtechnieken. Gebruik altijd de toepasselijke riemen, touwen en karabijnhaken wanneer u in een boom werkt. Gebruik altijd valpreventiemid- delen voor zowel de gebruiker als de zaag.
2. Alvorens het gereedschap op te slaan, voert u
reinigings- en onderhoudswerkzaamheden uit in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing.
3. Verzeker u ervan dat tijdens vervoer in een auto
de kettingzaag op een veilige plaats staat om morsen van brandstof of kettingolie, beschadi- ging van het gereedschap en persoonlijk letsel te voorkomen.
4. Vul geen kettingolie bij in de buurt van vuur.
Rook niet wanneer u kettingolie bijvult.
5. Het gebruik van de kettingzaag kan landelijk
gereglementeerd zijn.
6. Nadat tegen het gereedschap is gestoten of het
is gevallen, controleert u de staat van het gereedschap voordat u de werkzaamheden her- vat. Controleer de bedieningselementen en vei- ligheidsvoorzieningen op een juiste werking. Als enige beschadiging zichtbaar is of u twijfelt, vraagt u ons erkende servicecentrum om inspec- tie en reparatie.
7. Houd de zaag stevig op zijn plaats om te voorko-
men dat de zaag wegspringt (zijwaarts ver- plaatst) of stuitert wanneer een snede wordt gestart.
8. Wees aan het einde van de snede voorzichtig uw
evenwicht te bewaren vanwege het ‘doorvallen’.
9. Houd rekening met de windrichting en -snelheid.
Voorkom zaagsel en kettingoliemist. Beschermingsmiddelen
1. Om letsels aan hoofd, ogen, handen of voeten te
voorkomen en om uw gehoor te beschermen, moeten de volgende beschermingsmiddelen worden gebruikt tijdens het werken met de ket- tingzaag: – Het type kleding moet geschikt zijn, d.w.z. deze moet nauwsluitend zijn zonder u te hinderen. Draag geen juwelen of kleding die zich kunnen vasthaken aan struiken en takken. Als u lang haar hebt, moet u een haarnetje gebruiken! – Het is noodzakelijk een veiligheidshelm te dragen wanneer u met de kettingzaag werkt. U moet de veiligheidshelm regelmatig controleren op beschadigingen en deze na uiterlijk 5 jaar vervan- gen. Gebruik alleen goedgekeurde veiligheidshel- men. –Het spatscherm van de veiligheidshelm (of de veiligheidsbril) beschermt u tegen zaagsel en houtsnippers. Draag tijdens het gebruik van de kettingzaag altijd een veiligheidsbril of een spat- scherm om oogletsel te voorkomen. – Draag geschikte geluidsbeschermingsmidde- len (oorkappen, oordopjes, enz.). –De veiligheidsjas bestaat uit van 22 lagen nylon en beschermt de gebruiker tegen sneden. Deze moet altijd worden gedragen tijdens het werken op een hoogwerker (telescoophoogwerker, schaarhoogwerker), op een platform bevestigd aan ladders, of bij het klimmen met touwen. –De veiligheidsoverall bestaat uit nylonmateriaal van 22 lagen en beschermt u tegen sneden. Wij raden het gebruik ervan sterk aan. – Veiligheidshandschoenen gemaakt van dik leer maken deel uit van de voorgeschreven uitrusting en moeten altijd worden gedragen tijdens het gebruik van de kettingzaag. – Tijdens het gebruik van de kettingzaag moet u altijd lage of hoge veiligheidsschoenen met antislipzolen, stalen neus en beenbescherming dragen. Veiligheidsschoenen die zijn voorzien van een beschermende laag bieden bescherming tegen sneden en zorgen ervoor dat u stevig staat. Voor het werken in bomen moeten de veiligheids- schoenen geschikt zijn voor klimtechnieken. Trillingen
1. Personen met een slechte bloedsomloop die wor-
den blootgesteld aan sterke trillingen, kunnen ver- wondingen aan bloedvaten of het zenuwstelsel oplopen. Trillingen kunnen de volgende symptomen veroorzaken in de vingers, handen of polsen: “Sla- pen” (gevoelloosheid), tintelen, pijn, stekend gevoel, veranderen van huidskleur of van de huid. Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u uw huisarts! Om de kans op deze ‘witte-vinger- ziekte’ te verkleinen, houdt u uw handen warm tij- dens het werk en onderhoudt u het gereedschap en de accessoires goed. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van com- fort en bekendheid met het gereedschap (na veelvul- dig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de vei- ligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstig letsel. ENC007-17 BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem
niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.57
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu aan-
zienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brandwonden en zelfs een ontploffing veroorzaken.
4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgekomen,
spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spijkers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.
6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de accu
niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplo- pen tot 50 °C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wanneer
hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploffen in het vuur.
8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,
snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke hande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn onder-
hevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen. Voor commercieel transport en dergelijke door der- den en transporteurs moeten speciale vereisten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getrans- porteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelge- ving. Blootliggende contactpunten moeten worden afge- dekt met tape en de accu moet zodanig worden ver- pakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert u
de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weg- gooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de
gereedschappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, buitensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange tijd
niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet worden
waardoor brandwonden of koude brandwonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap
niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond
vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, ope- ningen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waardoor brand- wonden of persoonlijk letsel kunnen ontstaan.
17. Behalve indien gebruik van het gereedschap is
toegestaan in de buurt van hoogspanningslei- dingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewij- zigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, per- soonlijk letsel en schade veroorzaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levensduur van de accu
1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is.
Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het ver- mogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit opnieuw
op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstemperatuur
tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u hem
vanaf het gereedschap of de lader.
5. Laad de accu op als u deze gedurende een lange
tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.
- Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. Installeren of verwijderen van de accu (Fig. 1)
- Schakel het gereedschap altijd uit alvorens de accu te installeren of te verwijderen.
- Houd het gereedschap en de accu stevig vast wan- neer u de accu aanbrengt of verwijdert. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vast- houdt, zou er iets uit uw handen kunnen glippen, met mogelijke schade aan het gereedschap of de accu en kans op lichamelijk letsel. Om de accu te verwijderen, schuift u deze uit het gereed- schap los terwijl u de knop voorop de accu ingedrukt houdt. Voor het aanbrengen van de accu plaatst u de tong van de accu in de groef van de behuizing en schuift u de accu op zijn plaats. Schuif de accu er altijd volledig in tot- dat die op zijn plaats vast klikt. Wanneer de rode indica- tor op de bovenkant van de knop nog zichtbaar is, zit de accu niet volledig erin.58 LET OP:
- Schuif de accu volledig erin totdat de rode indicator niet meer zichtbaar is. Als u dit nalaat, zou de accu uit het gereedschap kunnen vallen en uzelf of anderen kun- nen verwonden.
- Druk de accu er niet met kracht in. Als de accu er niet soepel in gaat, houdt u die waarschijnlijk in de ver- keerde stand. Gereedschap-/accubeveiligingssysteem Het gereedschap is uitgerust met een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt automa- tisch de voeding uit om de levensduur van het gereed- schap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het gereed- schap of de accu aan één van de volgende omstandighe- den wordt blootgesteld:
- Overbelastingsbeveiliging Deze beveiliging treedt in werking wanneer het gereedschap wordt gebruikt op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken. In die situatie schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten.
- Oververhittingsbeveiliging Deze beveiliging treedt in werking wanneer het gereedschap of de accu oververhit is. In die situatie laat u het gereedschap en de accu eerst afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt.
- Beveiliging tegen te ver ontladen Deze beveiliging treedt in werking wanneer de reste- rende acculading laag wordt. In die situatie verwij- dert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. Aangeven van de resterende accuspanning (Fig. 2) Alleen voor accu’s met een indicatorlampje Druk op de controletoets van de accu om de resterende accuspanning te zien. De spanningslampjes gaan enkele seconden lang branden.
- Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden en de omgevingstemperatuur kan de aanduiding wel eens ietwat afwijken van de werkelijk resterende accuspan- ning.
- Het eerste (meest linker) indicatorlampje knippert wan- neer het accubeveiligingssysteem in werking is getre- den. Werking van de trekschakelaar (Fig. 3) LET OP:
- Alvorens de accu in de machine te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekschakelaar juist werkt en bij het loslaten naar de “OFF” positie terugkeert. Deze machine is voorzien van een ontgrendelknop, om te voorkomen dat de trekschakelaar per ongeluk wordt ingedrukt. Om de machine te starten, drukt u de ontgrendelknop in en daarna drukt u de trekschakelaar in. Om de machine te stoppen, laat u de trekschakelaar los. INEENZETTEN LET OP:
- Controleer altijd of het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Aanbrengen of verwijderen van de zaagketting LET OP:
- Controleer altijd of de machine is uitgeschakeld en de accu is verwijderd alvorens de zaagketting aan te bren- gen of te verwijderen.
- Draag altijd handschoenen wanneer u de zaagketting aanbrengt of verwijdert.
- Gebruik uitsluitend een zaagketting en zaagblad met punt die ontworpen zijn voor deze kettingzaag (zie de Verkorte vervangingsonderdelenlijst).
- Om terugslag te voorkomen mag u de punt van het zaagblad niet verwijderen of het zaagblad vervangen door een andere zonder punt. De zaagketting aanbrengen Pas een uiteinde van de zaagketting rond de voorkant van het zaagblad. Monteer op dat moment de zaagket- ting zoals aangegeven in de afbeelding omdat deze draait in de richting van de pijl. (Fig. 4) Plaats de zaagketting zo dat de veer er binnen valt en pas het andere eind van de zaagketting rond het ketting- wiel zoals in de afbeelding wordt getoond. (Fig. 5) Draai het zaagblad linksom en monteer tegelijkertijd het zaagblad zodanig dat het uiteinde ervan de veer raakt. (Fig. 6) Steek de haak op de afdekking van het kettingwiel in de opening van de kettingzaag en leg de afdekking van het kettingwiel op de kettingzaag. (Fig. 7) Draai de knop rechtsom om de schroef stevig vast te draaien. (Fig. 8) Het zaagketting verwijderen Draai de schroef los door de knop linksom te draaien tot- dat de afdekking van het kettingwiel eraf komt. (Fig. 9) Verwijder de afdekking van het kettingwiel. Verwijder de zaagketting en het zaagblad vanaf de ket- tingzaag. Spanningslampjes Resterende accuspanning Verlicht Gedoofd Knippe- rend 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Wellicht is er iets mis met de accu.59 De kettingspanning instellen (Fig. 10 en 11) Door de schroef iets los te draaien kunt u de kettingspan- ning instellen. Draai na het instellen de schroef weer ste- vig vast. LET OP:
- Nadat een nieuwe zaagketting is gemonteerd, zal deze gedurende enige tijd rekken. Controleer regelmatig de kettingspanning vóór gebruik.
- Als de zaagketting te slap hangt, kan deze van het zaagblad af lopen.
- Het monteren en verwijderen van de zaagketting dient te gebeuren op een schone plaats zonder zaagsel, enz. Blokkeerbeugel (optioneel accessoire) (Fig. 12) Voor het installeren van de blokkeerbeugel verricht u de volgende stappen:
1. Verwijder het tandwieldeksel, de zaagketting en het
zaagblad zoals beschreven in deze gebruiksaanwij- zing.
2. Plaats de gaten van de blokkeerbeugel over de
schroefgaten in de kettingzaag.
3. Zet de blokkeerbeugel stevig met schroeven vast.
BEDIENING Smeren (Fig. 13) De zaagketting wordt automatisch gesmeerd tijdens het gebruik van de kettingzaag. Controleer hoeveel olie er nog in de olietank zit door naar het oliepeilglas te kijken. Om de olietank bij te vullen, draait u de dop van de olie- vulopening van de olietank af. Draai na het bijvullen van de olietank altijd de dop weer op de olievulopening van de olietank. LET OP:
- Wanneer u de kettingzaag voor het eerst vult met ket- tingolie, of de olietank bijvult nadat deze geheel leeg is geraakt, vult u olie bij tot aan de onderrand van de vul- nek. Anders kan de olietoevoer gehinderd worden.
- Als kettingolie gebruikt u een olie exclusief voor Makita- kettingzagen of een in de winkel verkrijgbare kettingolie.
- Gebruik nooit olie verontreinigd met vuil- en stofdeel- tjes of vluchtige olie.
- Gebruik botanische olie voor het snoeien van bomen. Minerale olie kan de bomen beschadigen.
- Dwing de kettingzaag nooit tijdens het snoeien van bomen.
- Voordat u de kettingzaag uitzet, controleert u of de bij- geleverde dop op de olievulopening van de olietank is gedraaid. Houd de kettingzaag uit de buurt van de boom. Start de kettingzaag en wacht tot de zaagketting voldoende gesmeerd is. Breng de puntgeleider/onderkantgeleider in aanraking met de tak die u wilt afzagen alvorens de kettingzaag in te schakelen. Als u begint te zagen zonder eerst de punt- geleider/onderkantgeleider in aanraking te brengen met de tak die u wilt afzagen kan het zaagblad gaan schom- melen, waardoor letsel van de gebruiker kan worden ver- oorzaakt. Zaag het hout door de kettingzaag omlaag te bewegen. Snoeien van bomen LET OP:
- Houd alle delen van uw lichaam uit de buurt van de zaagketting wanneer de motor draait.
- Houd de kettingzaag stevig vast met beide handen wanneer de motor draait.
- Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt en uw evenwicht behoudt. Breng de puntgeleider/onderkantgeleider in aanraking met de tak die u wilt afzagen alvorens de kettingzaag in te schakelen. Als u begint te zagen zonder eerst de punt- geleider/onderkantgeleider in aanraking te brengen met de tak die u wilt afzagen kan het zaagblad gaan schom- melen, waardoor letsel van de gebruiker kan worden ver- oorzaakt. (Fig. 14 en 15) Voor het zagen van dikke takken moet u eerst een ondiepe ondersnede maken en dan de rest van de snede van boven af zagen. (Fig. 16) Wanneer u dikke takken vanaf de onderkant van de tak probeert af te zagen, kan de tak zich sluiten zodat de zaagketting in de zaagsnede vastgeklemd raakt. Wan- neer u dikke takken vanaf de bovenkant probeert af te zagen zonder een ondiepe snede van onderen te maken, kan de tak splinteren. (Fig. 17) Indien u niet in één keer recht door het hout kunt zagen: Oefen lichte druk uit op het handvat en ga door met zagen en trek de kettingzaag een beetje terug; breng de spijkers een beetje lager aan en zaag de rest van de snede door het handvat omhoog te brengen. (Fig. 18) Dragen van de machine (Fig. 19) Verwijder altijd de accu uit het gereedschap en plaats de kettingbeschermer op het zaagblad alvorens het ger- reedschap te gaan dragen. Plaats ook het accudeksel op de accu. ONDERHOUD LET OP:
- Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie.
- Draag voor inspectie- of onderhoudswerkzaamheden altijd handschoenen.
- Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor het verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. De zaagketting slijpen LET OP:
- Haal altijd de accu van het gereedschap af en draag altijd veiligheidshandschoenen wanneer u werkzaam- heden uitvoert aan de kettingzaag. Slijp de zaagketting als: – Poederachtig zaagsel wordt geproduceerd tijdens het zagen van vochtig hout; – De zaagketting moeizaam in het hout binnendringt, zelfs wanneer hoge druk wordt uitgeoefend; – De zaagsnede duidelijk beschadigd is; – De kettingzaag naar links of rechts trekt in het hout. De reden hiervan is een ongelijkmatige scherpte van de zaagketting, of een beschadiging aan slechts een kant. (Fig. 20)60 Slijp de zaagketting veelvuldig, maar slijp iedere keer slechts een weinig materiaal weg. Twee of drie bewegingen met een vijl zijn doorgaans vol- doende voor regelmatig bijslijpen. Als de zaagketting meerdere malen is bijgeslepen, laat u deze een keer slij- pen door een in MAKITA gespecialiseerde reparatie- dienst. Vijl en vijlbeweging (Fig. 21) – Gebruik een speciale ronde vijl (optioneel accessoire) voor het slijpen van een zaagketting met een diameter van 4 mm. Normale ronde vijlen zij niet geschikt. – De vijl mag alleen tijdens de voorwaartse beweging met het materiaal in aanraking komen. Til de vijl van het materiaal af tijdens de achterwaartse beweging. – Slijp eerst het kortste mes. De lengte van dit mes is vervolgens de maatstaf voor alle andere messen op de zaagketting. – Beweeg de vijl zoals aangegeven in de afbeelding. – De vijl kan gemakkelijker worden bewogen als een vijlhouder (accessoire) wordt gebruikt. Op de vijlhou- der staan merktekens voor de juiste slijphoek van 30° (lijn de merktekens parallel uit met de zaagketting) en beperkt de diepte waartoe de vijl doordringt (tot 4/5 van de vijldiameter). Beweeg de vijl zoals aangegeven in de afbeelding. (Fig. 22) – Nadat de zaagketting is geslepen, controleert u de hoogte van de dieptemeter met behulp van het ket- tingmeetgereedschap (optioneel accessoire). – Verwijder eventueel uitstekend materiaal, ongeacht hoe klein, met een speciale platte vijl (optioneel accessoire). – Maak de voorkant van de dieptevoeler weer rond. – Spoel vuil- en stofdeeltjes van de zaagketting af na het instellen van de hoogte van de dieptemeter. Reinigen van het zaagblad (Fig. 23) Schilfertjes en zaagsel zullen in de groef van het zaag- blad blijven zitten, zodat de groef verstopt raakt en de oliestroom wordt belemmerd. Verwijder altijd schilfertjes en zaagsel uit de groef wanneer u de zaagketting aan- scherpt of vervangt. Het oliefilter in de olieuitstroomopening schoonmaken Kleine vuil- of stofdeeltjes kunnen zich tijdens gebruik ophopen in het oliefilter ter plaatse van de olieuitstroom- opening. Kleine vuil- of stofdeeltjes die zich in het oiliefilter hebben verzameld kunnen het uitstromen van de olie belemme- ren waardoor de hele kettingzaag onvoldoende wordt gesmeerd. Wanneer onvoldoende toevoer van kettingolie optreedt aan het uiteinde van het kettingblad, maakt u het filter als volgt schoon. Verwijder de accu van het gereedschap. Verwijder de afdekking van het kettingwiel en de zaag- ketting van het gereedschap. (Raadpleeg het gedeelte getiteld “Aanbrengen of verwijderen van de zaagket- ting”.) Verwijder de drukdop met behulp van een platkopschroe- vendraaier met een dunne steel of iets dergelijks. (Fig. 24) Haal het oliefilter uit de kettingzaag en verwijder kleine vuil- en stofdeeltjes eruit. Als het oliefilter te vuil is, ver- vangt u deze door een nieuwe. (Fig. 25) Steek de accu in het gereedschap. Knijp de aan/uit-schakelaar in om opgehoopte vuil- en stofdeeltjes uit de olieuitstroomopening te persen door kettingolie te doen stromen. (Fig. 26) Verwijder de accu van het gereedschap. Plaats het schoongemaakte oliefilter in de olieuitstroom- opening. Als het oliefilter te vuil is, vervangt u deze door een nieuwe. (Fig. 27) Plaats de drukdop met de juiste kant naar boven gericht, zoals aangegeven in de afbeelding, terug in de olieuit- stroomopening om het oliefilter vast te zetten. Als een nieuw oliefilter niet kan worden vastgezet doordat de drukdop vervormd is, vervangt u de drukdop door een nieuwe. (Fig. 28) Monteer de afdekking van het kettingwiel en de zaagket- ting weer op het gereedschap. Het kettingwiel vervangen (Fig. 29 en 30) Controleer de conditie van het kettingwiel voordat u een nieuwe zaagketting monteert. LET OP:
- Een versleten kettingwiel beschadigt de nieuw zaag- ketting. Vervang in dat geval eerst het kettingwiel. Het kettingwiel moet worden gemonteerd in de richting aangegeven in de afbeelding. Monteer bij het vervangen van het kettingwiel altijd een nieuwe borgring. Vervangen van de koolborstels (Fig. 31 en 32) Verwijder en controleer regelmatig de koolborstels. Ver- vang de koolborstels wanneer ze tot aan de limietmarke- ring versleten zijn. Houd de koolborstels schoon zodat ze goed in de houders glijden. Beide koolborstels dienen tegelijkertijd te worden vervangen. Gebruik uitsluitend identieke koolborstels. Gebruik een schroevendraaier om de doppen van de koolborstelhouders te verwijderen. Haal de versleten borstels eruit, steek de nieuwe erin, en zet de doppen weer goed vast. Het gereedschap bewaren Reinig het gereedschap voordat u het opbergt. Haal de afdekking van het kettingwiel eraf en verwijder zaagsel en houtsnippers vanaf het gereedschap. Laat na het schoonmaken het gereedschap onbelast draaien om de zaagketting en het zaagblad te smeren. Plaats de schede om het zaagblad. Verwijder de olie uit de olietank zodat deze leeg is en leg de kettingzaag weg met de dop van de olietank omhoog gericht. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd door een erkend Makita servicecentrum, en dit uitsluitend met gebruikmaking van originele Makita vervangingsonder- delen.61 Instructies voor periodiek onderhoud Voor een lange schadevrije gebruiksduur en een doeltreffende werking van de veiligheidsvoorzieningen moet u regel- matig het volgende onderhoud verrichten. Schadeclaims onder garantie kunnen alleen worden erkend als dit onderhoudswerk regelmatig en correct wordt uitge- voerd. Als dit voorgeschreven onderhoud achterwege blijft, kan dat ongelukken veroorzaken! De gebruiker van de kettingzaag mag echter geen onderhoud verrichten dat niet staat beschreven in de gebruiksaan- wijzing. Zulke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een erkende onderhoudsdienst.
Werkingsduur Onderdeel Vóór het gebruik Elke dag Elke week Elke 3 maan- den Jaarlijks Vóór opslag Kettingzaag Inspecteren. Reinigen. Laten controleren bij een erkende onderhoudsdienst. Zaagketting Inspecteren. Bijslijpen indien nodig. Zaagblad Inspecteren. Verwijderen van de kettingzaag. Kettingsmering Controleer de olietoevoersnelheid. Trekkerschake- laar Inspecteren. Uitstand-borg- knop Inspecteren. Dop van oliereservoir Controleer op vastzitten. Kettingvanger Inspecteren. Schroeven en moeren Inspecteren.62 STORINGEN VERHELPEN Voordat u om reparatie verzoekt, kunt u eerst uw eigen inspectie uitvoeren. Als u een probleem aantreft dat niet staat beschreven in de gebruiksaanwijzing, probeer dan niet het apparaat te demonteren. Verzoek in dat geval een erkend Makita servicecentrum om reparatie, altijd met gebruik van originele Makita vervangingsonderdelen.
- Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat er gevaar voor persoonlijke verwonding. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Raadpleeg het dichtstbijzijnde Makita servicecentrum voor verder advies of bijzonderheden omtrent deze accessoires.
- Sommige van de onderdelen in deze lijst kunnen bijge- leverd zijn als standaard-accessoires. Deze accessoi- res kunnen per land verschillend zijn. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-1 en EN ISO 11681-2 al naar gelang van toepassing: Geluidsdrukniveau (L
- De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) is/zijn geme- ten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereedschappen.
- De opgegeven geluidsemissiewaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING:
- Draag gehoorbescherming.
- De geluidsemissie tijdens het gebruik van het elek- trisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. Symptoom of storing Oorzaak Ingreep De kettingzaag start niet. Er is geen accu geplaatst. Plaats een opgeladen accu. Probleem met de accu (onvoldoende spanning). Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. De motor slaat al na korte tijd af. De accu is bijna helemaal ontladen. Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. Geen olie op de ketting. Het oliereservoir is leeg. Vul het oliereservoir. De oliegeleidegroef is vuil. Maak de groef schoon. Slecht werkende oliepomp. Verzoek uw plaatselijke erkende onderhoudsdienst om reparatie. Het maximumtoerental wordt niet bereikt. De accu is niet naar behoren aange- bracht. Installeer de accu zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing. De accu is bijna helemaal ontladen. Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. Het aandrijfsysteem werkt niet goed. Verzoek uw plaatselijke erkende onderhoudsdienst om reparatie. De ketting stopt niet: Stop het apparaat onmiddellijk! Defecte schakelaar. Verzoek uw plaatselijke erkende onderhoudsdienst om reparatie. Abnormale trillingen: Stop het apparaat onmiddellijk! Losgeraakt zaagblad of zaagketting. Verstel het zaagblad en de spanning van de zaagketting. Defect werktuig. Verzoek uw plaatselijke erkende onderhoudsdienst om reparatie.63
- Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijds- duur gedurende welke het gereedschap is uitge- schakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) is gemeten volgens EN62841-1 en EN ISO 11681-2 al naar gelang van toepassing: Gebruikstoepassing: zagen van hout Trillingsemissie (a h,W ): 5,9 m/s
- De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te vergelijken met andere gereed- schappen.
- De opgegeven totale trillingswaarde(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING:
- De trillingsemissie tijdens het gebruik van het elek- trisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt.
- Zorg ervoor dat veiligheidsmaatregelen worden getroffen ter bescherming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder praktijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijds- duur gedurende welke het gereedschap is uitge- schakeld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur).
Notice-Facile