MAKITA DUC150 - Zaag

DUC150 - Zaag MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DUC150 MAKITA in PDF-formaat.

📄 116 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DUC150 - page 55
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DUC150

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DUC150 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DUC150 van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DUC150 MAKITA

Accusnoeizaag GEBRUIKSAANWIJZING 55

  • Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
  • De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen. *1: Het gewicht is exclusief de zaagketting, het zaagblad, de zaagbladschede, olie en de accu(‚s). *2: De lichtste en zwaarste combinatie in gewicht volgens de EPTA-procedure 01/2014. Het gewicht kan verschillen afhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu('s). Combinatie van zaagketting, zaagblad en kettingwiel Type zaagketting 80TXL Aantal kettingschakels 26 32 Zaagblad Lengte zaagblad 100 mm 150 mm Zaaglengte 111 mm 161 mm Steek 0,325" Maat 1,1 mm Type Zaagblad met harde neus Kettingwiel Aantal tanden 7 Steek 0,325" WAARSCHUWING: Vervang het zaagblad niet door een andere met een andere lengte. Een verkeerde lengtevanhetzaagbladkanleidentotpersoonlijkletsel. WAARSCHUWING: Gebruik de juiste combinatie van zaagblad en zaagketting. Anders kan dat leiden totpersoonlijkletsel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1815N / BL1820B / BL1830B / BL1840B / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH / DC18WC
  • Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand.56 NEDERLANDS Aanbevolen bekabelde voedingsbron Draagbare voedingseenheid PDC01
  • Dehierbovenvermeldebekabeldevoedingsbron(nen)is/zijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont.
  • Alvorens de bekabelde voedingsbron te gebruiken, leest u de instructies en waarschuwingsopschriften erop. Symbolen Hieronder staan de symbolen die voor het gereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Leesdegebruiksaanwijzing. Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Gebruikaltijdtweehandenomhetgereed- schap te bedienen. Weesbedachtopterugslagenvermijd zagen met de punt van het zaagblad. Stel niet bloot aan vocht. Maximaal toegestane zaaglengte Draairichting van de ketting Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Als gevolg van de aanwezigheid van schadelijkecomponenteninhetapparaat, kunnen oude elektrische en elektronische apparaten,accu‘senbatterijennegatieve gevolgen hebben voor het milieu en de gezondheid van mensen. Gooi elektrische en elektronische appara- ten en accu‘s niet met het huisvuil weg! In overeenstemming met de Europese richtlijninzakeoudeelektrischeenelek- tronische apparaten en inzake accu‘s en batterijenenoudeaccu‘senbatterijen, alsmede de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen oude elektrischeapparaten,accu‘senbatterijen gescheiden te worden opgeslagen en te wordeningeleverdbijeenapartinzame- lingspuntvoorhuishoudelijkafvaldatde milieubeschermingsvoorschriften in acht neemt. Dit wordt op het apparaat aangegeven door het symbool van een doorgekruiste afvalcontainer. Gegarandeerd geluidsvermogenniveau conformEU-richtlijninzakegeluidsemissie buitenhuis. Geluidsvermogenniveau conform de Regelgeving Geluidsregeling van NSW, Australië Gebruiksdoeleinden Dit gereedschap is bedoeld voor het afzagen van takken van bomen of struiken door middel van een zaagketting. Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens EN62841-4-1: Model DUC101 Geluidsdrukniveau (L

): 87 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-4-1: Model DUC101 Gebruikstoepassing: zagen van hout Trillingsemissie (a h,W ): 4,6 m/s

Model DUC150 Gebruikstoepassing: zagen van hout Trillingsemissie (a h,W ): 4,8 m/s

Onzekerheid (K): 1,5 m/s 257 NEDERLANDS OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getro󰀨en ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Verklaringen van conformiteit Alleen voor Europese landen Deverklaringenvanconformiteitzijnbijgevoegdin BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING Lees alle veiligheidswaar- schuwingen, instructies, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als niet alle onderstaande instructies worden opgevolgd, kan dat leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Algemene veiligheidswaarschuwingen voor een snoeizaag

1. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de

zaagketting terwijl de snoeizaag in gebruik is. Alvorens de snoeizaag te starten, verzekert u zichzelf ervan dat de zaagketting niets raakt. In slechts een kort moment van onoplettendheid tijdenshetgebruikvandesnoeizaagkanuw kleding of lichaam in aanraking komen met de zaagketting.

2. Houd de snoeizaag altijd vast met de ene hand

aan de achterhandgreep en met de andere hand aan de extra handgreep.

3. Houd de snoeizaag alleen vast aan de geïso-

leerde vlakken omdat de zaagketting met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Wanneer de zaagketting in aanraking komt met onder spanning staande draden, zullen de niet-ge- isoleerde metalen delen van de snoeizaag onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrischeschokkankrijgen.

4. Draag oogbescherming. Verdere bescher-

mingsmiddelen voor oren, hoofd, handen, benen en voeten worden aanbevolen. Afdoende beschermingsmiddelen verkleinen de kans op per- soonlijkletselalsgevolgvanrondvliegendafvalof onbedoelde aanraking van de zaagketting.

5. Bedien de snoeizaag niet in een boom, op een

ladder, op het dak of enige instabiele onder- grond. Als de snoeizaag op deze manier wordt bediend,kandatleidentoternstigpersoonlijk letsel.

6. Zorg altijd voor een stevige stand en bedien de

snoeizaag alleen terwijl u op een vaste, sta- biele en horizontale ondergrond staat. Op een gladde of instabiele ondergrond kunt u uw even- wicht of de controle over de snoeizaag verliezen.

7. Bij het afzagen van een tak die onder span-

ning staat, let u goed op eventuele terugslag. Wanneerdespanningindehoutvezelsvrijkomt, kan de onder spanning staande tak de gebruiker een terugslag geven en/of de controle over de snoeizaag doen verliezen.

8. Wees uiterst voorzichtig bij het zagen van

struiken en jonge boompjes. Het dunne mate- riaal kan zich vasthaken aan de zaagketting en naar u toe geslingerd worden of u uit balans brengen.

9. Draag de snoeizaag terwijl deze uitgeschakeld

is en houd hem uit de buurt van uw lichaam. Bij het transporteren of opbergen van de snoeizaag moet altijd de zaagbladschede om het zaagblad worden gedaan.Eenjuiste behandeling van de snoeizaag verkleint de kans op het per ongeluk aanraken van de bewegende zaagketting.

10. Volg de instructies voor het smeren, ketting

spannen en verwisselen van het zaagblad en de zaagketting. Een verkeerd gespannen of gesmeerde zaagketting kan breken of de kans op terugslag verhogen.

11. Zaag uitsluitend hout. Gebruik de snoeizaag

niet voor doeleinden waarvoor deze niet bedoeld is. Bijvoorbeeld: gebruik de snoeizaag niet om kunststof, steen of bouwmaterialen anders dan hout te zagen. Het gebruik van de snoeizaag voor andere werkzaamheden dan waarvoor deze bedoeld is, kan leiden tot gevaar- lijkesituaties.58 NEDERLANDS

12. Deze snoeizaag is niet bedoeld om bomen

om te zagen. Het gebruik van de snoeizaag voor andere werkzaamheden dan waarvoor deze bedoeld is, kan leiden tot ernstig letsel van de gebruiker of omstanders.

13. Houd u aan alle instructies bij het verwijde-

ren van vastgelopen materiaal, opbergen of onderhouden van de snoeizaag. Verzeker u ervan dat de schakelaar uit staat en de accu is verwijderd.

14. Oorzaken van terugslag en wat de gebruiker

hieraan kan doen: Terugslag kan optreden wanneer de neus of voorrand van het zaagblad een voorwerp raakt, of wanneer het hout zich sluit en de zaagketting in de zaagsnede vastklemt. Zagen met alleen de punt van het zaagblad kan een plotselinge, omgekeerde reactie veroorzaken waardoor het zaagblad omhoog geworpen wordt in de richting van de gebruiker. Het beknellen van de zaagketting langs de boven- rand van het zaagblad kan het zaagblad snel terugwerpen in de richting van de gebruiker. Deze beide reacties kunnen ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest waardoor ernstig lichamelijkletselkanontstaan.Weesnietafhan- kelijkvanalleendeveiligheidsvoorzieningen die in uw zaag ingebouwd. Als gebruiker van de snoeizaag moet u meerdere stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat uw zaagwerkzaamheden zonder ongelukken of letsel verlopen. Terugslag is het gevolg van misbruik van de snoeizaagen/ofonjuistegebruiksproceduresof -omstandigheden, en kan worden voorkomen door goedevoorzorgsmaatregelentetre󰀨en,zoals hieronder vermeld:

  • Houd de snoeizaag stevig met beide handen vast, met uw duimen en vingers rondom de handgrepen van de snoeizaag , en positioneer uw lichaam en armen zodanig dat u een eventuele terugslag kan opvangen. De kracht van een terugslag kan worden opgevangen door de gebruiker mitsdejuistevoorzorgsmaatregelenzijn getro󰀨en.Laatdesnoeizaagnooitlos. ►Fig.1
  • Reik niet te ver en zaag nooit boven schouderhoogte. Dit helpt te voorkomen dat de punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en biedt een betere controle over de snoeizaag in onverwachte situaties.
  • Gebruik bij het vervangen van het zaagblad of de zaagketting uitsluitend onderdelen die zijn opgegeven door de fabrikant. Vervanging door een verkeerd zaagblad of zaagketting kan ertoe leiden dat de zaagketting breekt en/of het zaagblad terugslaat.
  • Volg de instructies van de fabrikant over het slijpen en onderhouden van de zaag- ketting. Het verlagen van de hoogte van de dieptevoeler kan leiden tot meer terugslag.

15. Houd u aan alle instructies bij het verwijde-

ren van vastgelopen materiaal, opbergen of onderhouden van de snoeizaag. Verzeker u ervan dat de schakelaar uit staat en de accu is verwijderd. Aanvullende veiligheidsinstructies Persoonlijke-beschermingsmiddelen

1. Kledingmoetnauwsluitendzijn,maardebewege-

lijkheidnietbelemmeren.

2. Draagdevolgendebeschermendekledingtijdens

  • een goedgekeurde veiligheidshelm, als er gevaar bestaat voor vallende takken en dergelijke;
  • een gezichtsmasker of veiligheidsbril;
  • geschikte gehoorbescherming (oorschel- pen, of aangepaste of kneedbare oordop- pen). octaafbandanalyse is op verzoek beschikbaar;
  • stevige, lederen veiligheidshandschoenen;
  • een lange broek gemaakt van een sterke stof;
  • eenveiligheidsoverallvansnijbestendige stof;
  • veiligheidsschoenen of -laarzen met antislip- zolen,stalenneusensnijbestendige,sto󰀨en voering;
  • eenmondmasker,indientijdenshetwerk stofwordtgeproduceerd(bijvoorbeeldbijhet zagen van droog hout). Bediening

1. Alvorens met het werk te beginnen, controleert

u of het gereedschap zich in goede werkende staat bevindt, en dat deze voldoet aan de vei- ligheidsregels. Controleer met name of:

  • De uitlooprem goed werkt;
  • Het zaagblad en de afdekking van het ket- tingwielgoedzijngemonteerd;
  • De ketting is geslepen en gespannen over- eenkomstig de regels.

2. Start het gereedschap niet terwijl de schede

om het zaagblad is geplaatst. Als het gereed- schapwordtgestartterwijldeschedeomhet zaagblad is geplaatst, kan de schede naar voren wordenweggeworpen,waardoorlichamelijkletsel en materiële schade aan voorwerpen in de buurt van de gebruiker kan worden veroorzaakt.

3. Ga niet recht onder de tak staan die wordt

afgezaagd. Let goed op vallende takken.

4. Bedien het gereedschap niet tijdens slecht

weer of als de kans op bliksem bestaat.

5. Als u het gereedschap op een modderige

ondergrond, natte helling of gladde plaats gebruikt, let u erop dat u stevig staat. Elektrische veiligheid en accu

1. Vermijd gevaarlijke omgevingen. Gebruik het

gereedschap niet op vochtige of natte plaatsen en stel het niet bloot aan regen. Als water bin- nendringt in het gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter.

2. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan

exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijkespecialeverwerkingsvereisten.

3. Open of vervorm de accu(’s) niet. Het elektrolyt

is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen59 NEDERLANDS enhuid.Hetkangiftigzijnbijinslikken.

4. Laad de accu niet op in de regen of op een

5. Laad de accu niet buitenshuis op.

6. Raak de lader, inclusief de stekker en de con-

tacten van de lader, niet met natte handen aan.

7. Vervang de accu niet met natte handen.

8. Laat de accu niet in de regen liggen en laad

of berg de accu niet op een vochtige of natte plaats op.

9. Laat de aansluitpunten van de accu niet nat

worden met een vloeistof, zoals water, en dom- pel de accu niet onder. Als de aansluitpunten nat worden of vloeistof binnendringt in de accu, kan kortsluiting ontstaan in de accu en bestaat de kans op oververhitting, brand of explosie.

10. Nadat de accu vanaf het gereedschap of de

acculader is verwijderd, vergeet u niet het accudeksel op de accu te bevestigen en deze op een droge plaats op te bergen.

11. Als de accu nat wordt, laat u het water eruit

lopen en veegt u hem af met een droge doek. Laat de accu volledig drogen op een droge plaats voordat u hem gebruikt. BEWAAR DEZE GEBRUIKSAANWIJZING. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betre󰀨ende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem

niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplo󰀩ng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de

accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontplo󰀨en in het vuur.

8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,

snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke sto󰀨en. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerdishetnoodzakelijkeenexpertop hetgebiedvangevaarlijkesto󰀨enteraadplegen. Houdutevensaanmogelijkstrengerenationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert

u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.

13. Als u het gereedschap gedurende een lange

tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.

14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-

den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.

15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap

niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.

16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond

vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Hierdoor kan oververhitting, brand, een barst en een storing in het gereedschap of de accu ontstaan waar- doorbrandwondenofpersoonlijkletselkunnen ontstaan.

17. Behalve indien gebruik van het gereedschap

is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het60 NEDERLANDS gereedschap of de accu.

18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempera-

tuur tussen 10 °C en 40 °C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u

hem vanaf het gereedschap of de lader.

5. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.

BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN

►Fig.2 1 Extra handgreep 2 Veiligheidskap 3 Zaagketting 4 Zaagblad 5 Olietankdop 6 Zaagbladschede 7 Afdekking van het kettingwiel 8 Uit-vergrendelknop 9 Achterhandgreep 10 Trekkerschakelaar 11 Hendel 12 Accu

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijkletselwordenveroorzaakt. ►Fig.3: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Omdeaccuteverwijderenverschuiftudeknopaande voorkantvandeaccuenschuiftutegelijkertijddeaccu uit het gereedschap. Omdeaccuaantebrengenlijntudelipopdeaccuuit metdegroefindebehuizingenduwtudeaccuopzijn plaats.Steekdeaccuzovermogelijkinhetgereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Wanneer het rode deel zichtbaar is, zoals aangegeven in de afbeelding, is de accu niet geheel vergrendeld. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Alsdeaccunietgemakkelijkinhetgereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes Druk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu- rende enkele seconden. ►Fig.4: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculadingBrandt Uit Knippert75% tot 100%50% tot 75%25% tot 50%0% tot 25%Laad de accu op.61 NEDERLANDS Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert Er kan een storingzijn opgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading. OPMERKING: Het eerste (meest linker) indicator- lampjeknippertwanneerhetaccubeveiligingssys- teem in werking is getreden. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt auto- matisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschapkantijdenshetgebruikautomatischstop- pen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Als het gereedschap of de accu wordt bediend op een manier waardoor een abnormaal hoge stroom wordt getrokken, stopt het gereedschap automatisch. In die situatie schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap over- belast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Als het gereedschap of de accu oververhit is, stopt het gereedschap automatisch. Laat in dat geval het gereed- schap en de accu afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schapautomatisch.Indithetgevalverwijdertudeaccu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Voor uw veiligheid is dit gereedschap uitgerust met een uit-vergren- delknop die voorkomt dat het gereedschap onbedoeld start. Gebruik het gereedschap NOOIT wanneer het start door alleen de trekkerschake- laar in te knijpen zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Stuur het gereedschap naar ons erkende servicecentrum voor deugdelijke repara- tie ZONDER het verder te gebruiken. WAARSCHUWING: U mag NOOIT het doel of de werking van de uit-vergrendelknop teniet doen of deze vastplakken. LET OP: Alvorens de accu in het gereed- schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. KENNISGEVING: Knijp de trekkerschakelaar niet hard in zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan. Om te voorkomen dat de trekkerschakelaar per ongeluk wordt bediend, is een uit-vergrendelknop aangebracht. Om het gereedschap te starten, duwt u de uit-vergren- delknopomlaagenknijptudetrekkerschakelaarin. Laat de trekkerschakelaar los om te stoppen. ►Fig.5: 1. Trekkerschakelaar 2. Uit-vergrendelknop De uitlooprem controleren LET OP: Als de zaagketting bij deze con- trole niet binnen enkele seconden tot stilstand komt, stopt u met het gebruik van het gereed- schap en neemt u contact op met ons erkende servicecentrum. Laat het gereedschap draaien en laat daarna de trek- kerschakelaar helemaal los. De zaagketting moet bin- nen enkele seconden tot stilstand komen. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. LET OP: Raak de zaagketting niet met blote handen aan. Draag altijd handschoenen wanneer u de zaagketting hanteert.62 NEDERLANDS De zaagketting aanbrengen of verwijderen LET OP: De zaagketting en het zaagblad zijn kort na gebruik nog heet. Laat ze eerst afkoelen, voordat u enige werkzaamheden aan het gereed- schap uitvoert. LET OP: Voer de procedure voor het aanbren- gen of verwijderen van de zaagketting uit in een schone omgeving, vrij van zaagsel en dergelijke. Het zaagketting verwijderen Omdezaagkettingteverwijderen,gaatualsvolgtte werk:

2. Draai de hendel linksom tot de afdekking van het

kettingwiel los komt. ►Fig.7: 1. Afdekking van het kettingwiel 2. Hendel

3. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwielen

verwijderdaarnadezaagkettingenhetzaagbladvanaf het gereedschapshuis. De zaagketting aanbrengen Om de zaagketting aan te brengen, gaat u als volgt te werk:

2. Draai de hendel linksom tot de afdekking van het

kettingwiel los komt. ►Fig.9: 1. Hendel 2. Afdekking van het kettingwiel

3. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwiel.

4. Lijnhetgatinhetzaagbladuitmetdepenophet

gereedschapshuis en plaats daarna het zaagblad zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.10: 1. Zaagblad 2. Gat 3. Pen

5. Schuif het zaagblad naar het kettingwiel om de

pen te vergrendelen. ►Fig.11: 1. Zaagblad 2. Pen

6. Verwijderhetzaagbladvanafhet

7. Controleer de richting van de zaagketting. Zorg

ervoor dat de richting van de zaagketting hetzelfde is als die van de markering op het gereedschapshuis. ►Fig.12: 1. Markering op het gereedschapshuis

8. Leg één kant van de zaagketting op de bovenkant

9. Leg de andere kant van de zaagketting rond het

kettingwiel, en bevestig daarna het zaagblad aan het gereedschapshuis zodanig dat het gat in het zaagblad isuitgelijndmetdepenophetgereedschapshuis. ►Fig.13: 1. Kettingwiel Druk het zaagblad tegen het gereedschapshuis om de pen te ontgrendelen. De kettingspanning wordt automa- tisch afgesteld. ►Fig.14: 1. Zaagketting 2. Pen 3. Kettingwiel

10. Plaats de afdekking van het kettingwiel zodanig

dat de bout en pen op het gereedschapshuis passen in de uitsparingen in de afdekking van het kettingwiel, en dat de schroefkop op de afdekking van het kettingwiel past in de uitsparing in het gereedschapshuis. ►Fig.15: 1. Afdekking van het kettingwiel 2. Bout

3. Pen 4. Schroefkop 5. Uitsparing

KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat de pas- vlakken van de afdekking van het kettingwiel en het gereedschapshuiszijnuitgelijnd.

11. Draai de hendel rechtsom tot de afdekking van

hetkettingwielvastzitenzethemdaarnateruginzijn oorspronkelijkestand. ►Fig.16: 1. Hendel 2. Afdekking van het kettingwiel Verzeker u ervan dat de zaagketting niet los zit en de zaagketting soepel heen en weer kan bewegen. Stel zo nodig de kettingspanning af door het tekstdeel over het afstellen van de kettingspanning te raadplegen. De kettingspanning afstellen LET OP: Een zaagketting die te los zit kan van het zaagblad af springen en een ongeluk of letsel veroorzaken. De zaagketting kan na vele gebruiksuren los gaan zitten. Controleer regelmatig de kettingspanning vóór gebruik. Als de zaagketting los zit, stelt u de kettingspanning af.

king van het kettingwiel iets los te zetten. De ket- tingspanning wordt automatisch afgesteld. ►Fig.18: 1. Afdekking van het kettingwiel 2. Hendel

3. Draai de hendel rechtsom tot de afdekking van

hetkettingwielvastzitenzethemdaarnateruginzijn oorspronkelijkestand. ►Fig.19: 1. Hendel 2. Afdekking van het kettingwiel63 NEDERLANDS BEDIENING Smering LET OP: Bedien het gereedschap niet wan- neer de olietank leeg is. Vul tijdig olie bij voordat de olietank leeg is. LET OP: Voorkom dat de olie op uw huid of in uw ogen komt. Olie in het oog veroorzaakt irrita- tie. In het geval de olie in het oog komt, moet u het betre󰀨ende oog onmiddellijk spoelen met schoon water en direct een huisarts raadplegen. LET OP: Gebruik nooit afgewerkte olie. Afgewerkte olie bevat kankerverwekkende bestanddelen. De verontreinigingen in afge- werkte olie veroorzaken een versnelde slijtage van de oliepomp, het zaagblad en de zaagketting. Afgewerkte olie is schadelijk voor het milieu. KENNISGEVING: Als het gereedschap voor het eerst wordt gebruikt, kan het maximaal twee minuten duren voordat de zaagkettingolie het zaagmechanisme begint te smeren. Laat gedu- rende deze tijd de zaag onbelast draaien. KENNISGEVING: Wanneer u voor het eerst kettingolie bijvult, of de olietank bijvult nadat deze geheel leeg is geraakt, vult u olie bij tot aan de onderrand van de vulnek. Anders kan de olie- toevoer gehinderd worden. KENNISGEVING: Gebruik zaagkettingolie exclusief voor Makita-gereedschappen of een in de winkel verkrijgbare gelijkwaardige kettingolie. KENNISGEVING: Gebruik nooit olie die is ver- ontreinigd met vuil- en stofdeeltjes of vluchtige olie. KENNISGEVING: Gebruik botanische olie voor het snoeien van bomen. Minerale olie kan schade- lijk zijn voor bomen. KENNISGEVING: Voordat u begint te zagen, controleert u of de bijgeleverde olietankdop erop is gedraaid. Dezaagkettingwordtautomatischgesmeerdtijdens het gebruik van het gereedschap. Controleer regel- matig hoeveel olie er nog in de olietank zit door het oliepeilglas. ►Fig.20: 1. Oliepeilglas 2. Olietankdop Omoliebijtevullen,voertudevolgendestappenuit:

1. Reinig het gebied rondom de olietankdop zorgvul-

dig om te voorkomen dat vuil in de olietank kan komen.

2. Leghetgereedschapopzijnzijkant.

3. Duw op de knop van de olietankdop zodat de knop

aandeanderkantomhooggaatstaan,enverwijderde olietankdop door deze te draaien. ►Fig.21: 1. Olietankdop 2. Vastdraaien 3. Losdraaien

5. Draaideolietankdopstevigterugopzijnplaats.

6. Veeg eventueel gemorste zaagkettingolie

zorgvuldig af. OPMERKING:Alshetmoeilijkisomdeolietankdop teverwijderen,steektudepuntvaneenplatkop- schroevendraaier in de gleuf van de olietankdop enverwijdertudeolietankdopdoorhemlinksomte draaien. ►Fig.22: 1. Gleuf 2. Platkopschroevendraaier Houdnahetbijvullenhetgereedschapuitdebuurtvan het materiaal dat wordt gezaagd. Start hem en wacht tot de zaagketting voldoende gesmeerd is. ►Fig.23 Werken met het gereedschap LET OP: Houd alle delen van uw lichaam uit de buurt van de zaagketting wanneer het gereed- schap draait. LET OP: Houd het gereedschap stevig vast met beide handen wanneer het gereedschap draait. LET OP: Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u altijd stevige steun voor de voeten hebt en uw evenwicht behoudt. KENNISGEVING: Gooi nooit met het gereed- schap en laat het niet vallen. KENNISGEVING: Dek de luchtuitstroomope- ningen van het gereedschap niet af. Voordat u het gereedschap start plaatst u het beginpunt van het zaagblad en het steundeel van het gereed- schapshuis tegen de tak die u wilt afzagen, zoals aangegevenindeafbeelding.Terwijldetaktegenhet gereedschapshuis en het zaagblad komt, start u het gereedschap en zaagt u de tak af door het gereedschap omlaag te bewegen door de tak heen. ►Fig.24 LET OP: Alvorens te zagen, verzekert u zich ervan dat de tak die u wilt afzagen tegen het beginpunt van het zaagblad en het steundeel van het gereedschapshuis komt. Anders kan het gereedschap in de richting van de punt van het zaag- blad worden getrokken en kan het zaagblad wiebe- len, waardoor letsel kan ontstaan. Het gereedschap dragen Alvorens het gereedschap te dragen, haalt u de accu van het gereedschap af. Breng vervolgens de zaag- bladschede aan. Plaats ook het accudeksel op de accu. ►Fig.25: 1. Zaagbladschede 2. Accudeksel Holster Optioneel accessoire ►Fig.2664 NEDERLANDS WAARSCHUWING: Als u de DUC150 gebruikt, mag u de holster voor het zaagblad van 100 mm lengte niet gebruiken, maar verzekert u zich ervan de holster voor het zaagblad van 150 mm lengte te gebruiken. Als u de holster voor het zaagblad van 100 mm lengte gebruikt, zal het zaagblad van uw gereedschap niet helemaalindeholsterpassen,waterggevaarlijkis. ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. LET OP: Draag bij inspectie- of onderhouds- werkzaamheden altijd handschoenen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. De zaagketting slijpen Slijp de zaagketting als:

  • Poederachtigzaagselwordtgeproduceerdtijdens het zagen van vochtig hout;
  • De zaagketting moeizaam in het hout bin- nendringt, zelfs wanneer hoge druk wordt uitgeoefend;
  • Dezaagsnijrandduidelijkbeschadigdis;
  • De kettingzaag naar links of rechts trekt in het hout.(veroorzaaktdooreenongelijkmatige scherpte van de zaagketting, of een beschadiging aan slechts een kant) Slijpdezaagkettingveelvuldig,maariederekeer slechtsweinig.Tweeofdriebewegingenmeteenvijl zijndoorgaansvoldoendevoorregelmatigbijslijpen. Alsdezaagkettingmeerderemalenisbijgeslepen, laatudezeeenkeerslijpendooreeninonserkende servicecentrum. Criteria bij het slijpen: WAARSCHUWING: Een buitensporige afstand tussen de zaagsnijrand en de dieptevoe- ler vergroot de kans op terugslag. ►Fig.27: 1. Lengte van het mes 2. Afstand tus- sendezaagsnijrandendedieptevoeler

3. Minimumlengte van het mes (3 mm)

— Allemessenmoetengelijkvanlengtezijn.Door een verschillende lengten van messen kan de zaagkettingnietgelijkmatiglopenenkandezaag- ketting breken. — Slijpdezaagkettingnietverderalsdelengtevan de messen 3 mm of korter is. De zaagketting moet worden vervangen door een nieuwe. — De dikte van spaanders wordt bepaald door de afstandtussendezaagsnijrandendedieptevoeler (ronde neus). — Debestezaagresultatenverkrijgtumetdevol- gendeafstandtussendezaagsnijrandende dieptevoeler.

  • Kettingmes 80TXL: 0,65 mm ►Fig.28 — Deslijphoekvan30°moetvoorallemessengelijk zijn.Bijverschillendeslijphoekenzaldezaagket- tingruwenongelijkmatiglopen,deslijtagetoene- men en de zaagketting kunnen breken. — Gebruikeengeschikterondevijltegendetanden zodateencorrecteslijphoekbehoudenblijft.
  • Kettingmes 80TXL: 55° Vijl en vijlbeweging — Gebruikeenspecialerondezaagkettingvijl(opti- oneelaccessoire)voorhetslijpenvandeketting. Eengewonerondevijlisnietgeschikt. — Dedoorsnedevanderondevijlvoorelkezaagket- ting is als volgt:
  • Kettingmes 80TXL: 4,0 mm — Devijlmaghetmesalleeninvoorwaartserichting raken.Haaldevijlvanhetmesvoordeterug- waartse beweging. — Slijpeersthetkortstemes.Delengtevanditmes wordt dan de maatstaf voor alle andere messen op de zaagketting. — Beweegdevijlzoalsaangegeveninde afbeelding. ►Fig.29: 1.Vijl2. Zaagketting — Devijlkangemakkelijkerwordenbewogenalseen vijlhouder(optioneelaccessoire)wordtgebruikt. Opdevijlhouderstaanmerktekensvoordejuiste slijphoekvan30°(lijndemerktekensparalleluit met de zaagketting) en beperkt de diepte waartoe devijldoordringt(tot4/5vandevijldiameter). ►Fig.30: 1.Vijlhouder — Nadat de zaagketting is geslepen, controleert u de hoogte van de dieptevoeler met behulp van het kettingmeetgereedschap (optioneel accessoire). ►Fig.31 — Verwijdereventueeluitstekendmateriaal,onge- achthoeklein,meteenspecialevlakkevijl(optio- neel accessoire). — Maak de voorkant van de dieptevoeler weer rond. Het zaagblad schoonmaken Spaanders en zaagsel zullen zich in de groef van het zaagblad ophopen. Deze kunnen de groef verstoppen endeoliestroombelemmeren.Verwijderdespaanders enhetzaagselelkekeerwanneerudezaagkettingslijpt of vervangt. ►Fig.3265 NEDERLANDS De afdekking van het kettingwiel schoonmaken Spaanders en zaagsel zullen zich binnenin de afdek- kingvanhetkettingwielophopen.Verwijderdeafdek- king van het kettingwiel en de zaagketting vanaf het gereedschap,enverwijdervervolgensdespaandersen het zaagsel. ►Fig.33 De olie-uitstroomopening schoonmaken Kleinevuil-ofstofdeeltjeskunnenzichtijdensgebruik ophopen in de olie-uitstroomopening. Deze vuil- of stof- deeltjeskunnenhetuitstromenvandeoliebelemmeren waardoor de hele zaagketting onvoldoende wordt gesmeerd. Wanneer onvoldoende toevoer van kettin- golie optreedt aan het uiteinde van het zaagblad, maakt u de olie-uitstroomopening als volgt schoon.

1. Verwijderdeafdekkingvanhetkettingwielende

zaagketting vanaf het gereedschap.

2. Verwijderdekleinevuil-ofstofdeeltjesmeteen

platkopschroevendraaierofietsdergelijks. ►Fig.34: 1. Platkopschroevendraaier

2. Olie-uitstroomopening

3. Plaatsdeaccuinhetgereedschap.Knijpdetrek-

kerschakelaarinomopgehooptevuil-enstofdeeltjesuit de olie-uitstroomopening te persen door kettingolie eruit te laten stromen.

4. Verwijderdeaccuvanafhetgereedschap.

Monteer de afdekking van het kettingwiel en het zaag- blad met de zaagketting weer op het gereedschap. Het kettingwiel vervangen LET OP: Een versleten kettingwiel zal de nieuwe zaagketting beschadigen. Laat in dat geval het kettingwiel vervangen. Controleer de staat van het kettingwiel voordat u een nieuwe zaagketting monteert. ►Fig.35: 1. Kettingwiel 2.Plaatsendieslijten Monteerbijhetvervangenvanhetkettingwielaltijdeen nieuwe borgring. ►Fig.36: 1. Borgring 2. Kettingwiel KENNISGEVING: Verzeker u ervan dat het ket- tingwiel wordt gemonteerd zoals aangegeven in de afbeelding. Het gereedschap opbergen

1. Maak het gereedschap schoon voordat u het

opbergt. Haal de afdekking van het kettingwiel eraf enverwijderallespaandersenzaagselvanafhet gereedschap.

2. Laat na het schoonmaken het gereedschap

onbelast draaien om de zaagketting en het zaagblad te smeren.

3. Plaats de zaagbladschede over het zaagblad.

4. Maak de olietank leeg.

Instructies voor periodiek onderhoud Omzekertezijnvaneenlangelevensduur,omschadetevoorkomenenomzekertezijnvandevolledigewerking van de veiligheidsvoorzieningen, moet het volgende onderhoud regelmatig worden uitgevoerd. Garantieclaims kun- nen alleen worden geaccepteerd als deze werkzaamheden regelmatig en correct worden uitgevoerd. Als deze voor- geschreven onderhoudswerkzaamheden niet worden uitgevoerd, kan dat ongelukken veroorzaken! De gebruiker vanhetgereedschapmagechtergeenwerkzaamhedenuitvoerendienietwordenbeschrevenindegebruiksaanwij- zing.Dergelijkewerkzaamhedenmoetenwordenuitgevoerddooronserkendeservicecentrum. Controlepunt / Bedrijfstijd Vóór het gebruik Elke dag Elke week Elke 3 maanden Jaarlijks Vóór opbergen Complete gereedschap Inspecteren.

Laten contro- leren door een erkend ser- vicecentrum.

Zaagketting Inspecteren. - - - - - Slijpenindien nodig.

Zaagblad Inspecteren. - - - - Verwijderen vanaf het gereedschap.

Kettingsmering Controleren van de olietoe- voersnelheid.

Trekkerscha- kelaar Inspecteren.

- - - - -66 NEDERLANDS

Controlepunt / Bedrijfstijd Vóór het gebruik Elke dag Elke week Elke 3 maanden Jaarlijks Vóór opbergen Uit-vergren- delknop Inspecteren.

Olietankdop Controleren op vastzitten.

PROBLEMEN OPLOSSEN Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demon- teren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Symptoom of storing Oorzaak Handeling Het gereedschap start niet. De accu is niet geplaatst. Plaats een opgeladen accu. Probleem met de accu (onvoldoende spanning). Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. Demotorslaatalnakortetijdaf. Deladingvandeaccuisbijnaop. Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. Geen olie op de zaagketting. De olietank is leeg. Vul de olietank. De olietoevoergroef is verstopt. Maak de groef schoon. Hetgereedschapbereiktnietzijn maximumtoerental. De accu is verkeerd aangebracht. Breng de accu aan zoals beschreven in deze handleiding. De accuspanning wordt minder. Laad de accu op. Als het opladen geen verbetering brengt, vervangt u de accu door een nieuwe. Hetaandrijfsysteemwerktnietgoed. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. Abnormale trillingen: Schakel onmiddellijk het gereedschap uit! Losgeraakt zaagblad of zaagketting. Stel het zaagblad en de kettingspanning af. Het gereedschap is defect. Vraag een erkend servicecentrum in uw regio het gereedschap te repareren. De zaagketting kan niet worden aangebracht. De combinatie van zaagketting en ketting- wielisnietjuist. Gebruikdejuistecombinatievanzaagket- ting en kettingwiel door het hoofdstuk met technische gegevens te raadplegen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.